2025009586

11 DECEMBER 2025. - Wet tot uitvoering van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) 1093/2010 en (EU) 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937, en van verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 en houdende diverse financiėle bepalingen

Bron: Financiėn

Publicatie: 24 december 2025

Nummer: 2025009586

bladzijde: 97019

Dossiernummer: 2025-12-11/13

Inwerkingtreding : 3 januari 2026

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd:

1967101063 1987004122 2006003247 2007003184 2012003296 2013003461 2014011239 2014003194 2014003229 2016003373 2017013368 2017014203 2018040307 2019A40586 2019041038 2022015582 2002003392 1998003158 2018030643 2013003463

Inhoudstafel

Art. 1
BOEK II. - UITVOERING VAN VERORDENING (EU) 2023/1114 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 31 MEI 2023 BETREFFENDE CRYPTOACTIVAMARKTEN EN TOT WIJZIGING VAN VERORDENINGEN (EU) 1093/2010 EN (EU) 1095/2010 EN RICHTLIJNEN 2013/36/EU EN (EU) 2019/1937, EN VAN VERORDENING (EU) 2023/1113 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 31 MEI 2023 BETREFFENDE BIJ GELDOVERMAKINGEN EN OVERDRACHTEN VAN BEPAALDE CRYPTOACTIVA TE VOEGEN INFORMATIE EN TOT WIJZIGING VAN RICHTLIJN (EU) 2015/849
TITEL I. - INLEIDENDE BEPALINGEN
Art. 2
TITEL II. - AANBIEDINGEN AAN HET PUBLIEK EN VERZOEKEN OM TOELATING TOT DE HANDEL VAN ANDERE CRYPTOACTIVA DAN ACTIVAGERELATEERDE TOKENS OF E-MONEYTOKENS
Art. 3
TITEL III. - ACTIVAGERELATEERDE TOKENS (ASSET-REFERENCED TOKENS)
HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteiten
Art. 4
HOOFDSTUK II. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de aanbieding aan het publiek of het verzoek om toelating tot de handel door een kredietinstelling of door een entiteit die niet de hoedanigheid van kredietinstelling heeft - Advies van de FSMA
Art. 5-8
HOOFDSTUK III. - Aanbieding aan het publiek of verzoek om toelating tot de handel door een kredietinstelling
Afdeling I. - Interventie door de Bank
Art. 9-10
Afdeling II. - Aspecten betreffende de kredietinstelling
Art. 11
HOOFDSTUK IV. - Aanbieding aan het publiek of verzoek om toelating tot de handel door een persoon die niet de hoedanigheid heeft van kredietinstelling
Art. 12-13
TITEL IV. - E-MONEYTOKENS
HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteit
Art. 14
HOOFDSTUK II. - Aanbiedingen aan het publiek of verzoeken om toelating tot de handel
Art. 15-17
TITEL V. - AANBIEDERS VAN CRYPTOACTIVADIENSTEN (CRYPTO-ASSET SERVICE PROVIDERS)
HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteiten
Art. 18-20
HOOFDSTUK II. - Entiteiten die onder de bevoegdheid van de Bank vallen
Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen
Art. 21
Afdeling II. - Entiteiten bedoeld in artikel 60 van Verordening 2023/1114
Art. 22-24
Afdeling III. - Aan een toezichtsstatuut onderworpen entiteiten die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden zonder in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 60 van Verordening 2023/1114
Art. 25-28
HOOFDSTUK III. - Entiteiten die onder de bevoegdheidvan de FSMA vallen
Afdeling I. - Entiteiten die aan een toezichtsstatuut zijn onderworpen
Onderafdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen
Art. 29-30
Onderafdeling II. - Entiteiten bedoeld in artikel 60 van Verordening 2023/1114
Art. 31
Onderafdeling III. - Aan een toezichtsstatuut onderworpen entiteiten die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden zonder in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 60 van Verordening 2023/1114
Art. 32
Afdeling II. - In artikel 59 van Verordening 2023/1114 bedoelde entiteiten die niet aan een toezichtsstatuut zijn onderworpen
Onderafdeling I. - Vergunning
Art. 33-35
Onderafdeling II. - Doorlopend toezicht
Art. 36
TITEL VI. - VOORKOMING VAN EN VERBOD OP MARKTMISBRUIK MET BETREKKING TOT CRYPTOACTIVA
Art. 37
TITEL VII. - SAMENWERKING
HOOFDSTUK I. - Nationale samenwerking
Art. 38-40
HOOFDSTUK II. - Internationale samenwerking
Art. 41-43
TITEL VIII. - HERSTELMAATREGELEN EN SANCTIES
HOOFDSTUK I. - Maatregelen en sancties opgelegd door de Bank
Art. 44-50
HOOFDSTUK II. - Maatregelen en sancties opgelegd door de FSMA
Art. 51-57
TITEL IX. - STRAFRECHTELIJKE EN BURGERRECHTELIJKE SANCTIES
Art. 58-59
TITEL X. - WIJZIGINGSBEPALINGEN
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė
Art. 60-62
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten
Art. 63-74
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen
Art. 75-76
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
Art. 77-78
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
Art. 79-80
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
Art. 81-82
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
Art. 83-95
HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingen van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiėle instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU
Art. 96
HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen
Art. 97-115
HOOFDSTUK X. - Wijzigingen van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
Art. 116
HOOFDSTUK XI. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen
Art. 117-121
HOOFDSTUK XII. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
Art. 122
BOEK III. - OMZETTING VAN DE RICHTLIJN (EU) 2024/790 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 28 FEBRUARI 2024 TOT WIJZIGING VAN RICHTLIJN 2014/65/EU BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIELE INSTRUMENTEN
TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUSTUS 2002 BETREFFENDE HET TOEZICHT OP DE FINANCIELE SECTOR EN DE FINANCIELE DIENSTEN
Art. 123
TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 25 OKTOBER 2016 BETREFFENDE DE TOEGANG TOT HET BEROEP VAN DIENSTVERLENER INZAKE BE-LEGGINGSDIENSTEN EN BETREFFENDE HET STATUUT EN HET TOE-ZICHT VAN DE VENNOOTSCHAPPEN VOOR PORTEFEUILLEBEHEER EN BELEGGINGSADVIES
Art. 124
TITEL III. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 21 NOVEMBER 2017 BETREFFENDE DE INFRASTRUCTUREN VAN DE FINANCIELE INSTRUMENTENMARKTEN EN TOT OMZETTING VAN RICHTLIJN 2014/65/EU
Art. 125-135
BOEK IV. - BEPALINGEN OVER DE DIENST VOOR BEMIDDELING IN FINANCIELE AANGELEGENHEDEN EN DE OMBUDSDIENST INZAKE VERZEKERINGEN
TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUSTUS 2002 BETREFFENDE HET TOEZICHT OP DE FINANCIELE SECTOR EN DE FINANCIELE DIENSTEN
Art. 136-142
TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 22 MAART 2006 BETREFFENDE DE BEMIDDELING IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN EN DE DISTRIBUTIE VAN FINANCIELE INSTRUMENTEN
Art. 143-144
TITEL III. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 21 DECEMBER 2013 BETREFFENDE DIVERSE BEPALINGEN INZAKE DE FINANCIERING VOOR KLEINE EN MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN
Art. 145
TITEL IV. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 4 APRIL 2014 BETREFFENDE DE VERZEKERINGEN
Art. 146
TITEL V. - WIJZIGINGEN VAN HET GERECHTELIJK WETBOEK
Art. 147
BOEK V. - DIVERSE BEPALINGEN
TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 11 AUGUSTUS 1987 HOUDENDE WAARBORG VAN WERKEN UIT EDELE METALEN
Art. 148-150
TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUSTUS 2002 BETREFFENDE HET TOEZICHT OP DE FINANCIELE SECTOR EN DE FINANCIELE DIENSTEN
Art. 151-152
TITEL III. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 1 APRIL 2007 OP DE OPENBARE OVERNAMEBIEDINGEN
Art. 153-156
TITEL IV. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 18 SEPTEMBER 2017 TOT VOORKOMING VAN HET WITWASSEN VAN GELD EN DE FINANCIERING VAN TERRORISME EN TOT BEPERKING VAN HET GEBRUIK VAN CONTANTEN
Art. 157-161
TITEL V. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 21 NOVEMBER 2017 OVER DE INFRASTRUCTUREN VOOR DE MARKTEN VOOR FINANCIELE INSTRUMENTEN EN HOUDENDE OMZETTING VAN RICHTLIJN 2014/65/UE
Art. 162
TITEL VI. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 11 JULI 2018 OP DE AANBIEDING VAN BELEGGINGSINSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK EN DE TOELATING VAN BELEGGINGSINSTRUMENTEN TOT DE VERHANDELING OP EEN GEREGLEMENTEERDE MARKT
Art. 163
TITEL VII. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 22 APRIL 2019 TOT INVOERING VAN EEN BANKIERSEED EN EEN TUCHTREGELING VOOR DE BANKSECTOR
Art. 164
TITEL VIII. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK VAN ECONOMISCH RECHT
Art. 165-166
TITEL IX. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN EN VERENIGINGEN
Art. 167-168
BOEK VI. - OPHEFFINGSBEPALING
Art. 169

Tekst

Artikel 1. § 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
  § 2. Boek II van deze wet beoogt de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937, met inbegrip van de omzetting van de wijzigingen die door deze verordening worden aangebracht in Richtlijn 2013/36/EU.
  In het bijzonder, en onverminderd de opdracht die aan de FSMA is toevertrouwd krachtens artikel 45, § 1, eerste lid, 5°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, bepaalt boek II welke autoriteiten bevoegd zijn voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Titels II, III, IV, V en VI van de genoemde verordening en regelt de toepassingsmodaliteiten van deze bepalingen, met name de samenwerking tussen de autoriteiten en de interactie met de sectorale toezichtswetten die van toepassing zijn op de entiteiten die gemachtigd zijn om de in de voormelde Titels II, III, IV, V en VI bedoelde activiteiten uit te oefenen.
  § 3. Boek II van deze wet beoogt ook de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849, met inbegrip van de omzetting van de wijzigingen die door deze verordening worden aangebracht in Richtlijn (EU) 2015/849.
  § 4. Boek III van deze wet strekt ertoe Richtlijn (EU) 2024/790 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiėle instrumenten in Belgisch recht om te zetten.
  § 5. Titel IV van boek V voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1640 betreffende de door de lidstaten in te stellen mechanismen ter voorkoming van het gebruik van het financiėle stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849.
  § 6. De Titels IV en VIII van boek V voorzien in de uitvoering van Verordening (EU) 2024/886 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 260/2012 en (EU) 2021/1230 en Richtlijnen 98/26/EG en (EU) 2015/2366 wat betreft instantovermakingen in euro's.

  BOEK II. - UITVOERING VAN VERORDENING (EU) 2023/1114 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 31 MEI 2023 BETREFFENDE CRYPTOACTIVAMARKTEN EN TOT WIJZIGING VAN VERORDENINGEN (EU) 1093/2010 EN (EU) 1095/2010 EN RICHTLIJNEN 2013/36/EU EN (EU) 2019/1937, EN VAN VERORDENING (EU) 2023/1113 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 31 MEI 2023 BETREFFENDE BIJ GELDOVERMAKINGEN EN OVERDRACHTEN VAN BEPAALDE CRYPTOACTIVA TE VOEGEN INFORMATIE EN TOT WIJZIGING VAN RICHTLIJN (EU) 2015/849

  TITEL I. - INLEIDENDE BEPALINGEN

  Art. 2. Voor de toepassing van dit boek en zijn uitvoeringsbesluiten en -reglementen wordt verstaan onder:
  1° de Nationale Bank van Belgiė: de instelling bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė, hierna "de Bank" genoemd;
  2° de Autoriteit voor Financiėle Diensten en Markten: de instelling bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, hierna "de FSMA" genoemd;
  3° de FOD Economie: de Federale Overheidsdienst Economie, kmo, Middenstand en Energie;
  4° Verordening 2023/1114: Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU)nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;
  5° Verordening nr. 1093/2010: Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie;
  6° Verordening nr. 1095/2010: Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie;
  7° SSM-verordening: Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen;
  8° Richtlijn 2013/34/EU: Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiėle overzichten, geconsolideerde financiėle overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad;
  9° bankwet: de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen;
  10° wet van 11 maart 2018: de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen;
  11° wet van 20 juli 2022: de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen;
  12° bijzonder mechanisme: een procedé dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
  a) het heeft als doel of gevolg fiscale fraude door derden mogelijk te maken of te bevorderen;
  b) het initiatief ertoe wordt door de uitgever zelf genomen of de uitgever neemt er duidelijk actief aan deel, of het is het gevolg van een grove nalatigheid van de uitgever;
  c) het bestaat uit een reeks gedragingen of onthoudingen;
  d) het heeft een bijzonder karakter, wat betekent dat de uitgever weet of zou moeten weten dat het mechanisme afwijkt van de normen en de normale praktijken inzake bancaire en financiėle verrichtingen;
  13° Verordening 2023/1113: Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849;
  14° wet van 2 augustus 2002: de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten.

  TITEL II. - AANBIEDINGEN AAN HET PUBLIEK EN VERZOEKEN OM TOELATING TOT DE HANDEL VAN ANDERE CRYPTOACTIVA DAN ACTIVAGERELATEERDE TOKENS OF E-MONEYTOKENS

  Art. 3. De FSMA is de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van Titel II van Verordening 2023/1114. Voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van deze bepalingen kan de FSMA de in artikel 94 van die verordening bedoelde bevoegdheden uitoefenen.
  Wanneer de aanbieder van cryptoactiva een instelling is die aan het toezicht van de Europese Centrale Bank of van de Bank is onderworpen, informeert de FSMA laatstgenoemde over de kennisgeving van een cryptoactivawitboek door de aanbieder conform artikel 8 van de Verordening 2023/1114.
  Onverminderd het eerste lid en met het oog op de uitvoering van haar opdrachten, kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar in het eerste lid bedoelde opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van Titel II van Verordening 2023/1114:
  1° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002;
  2° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 volgens de in die artikelen bedoelde modaliteiten.

  TITEL III. - ACTIVAGERELATEERDE TOKENS (ASSET-REFERENCED TOKENS)

  HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteiten

  Art. 4. § 1. De Bank is de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van titel III van Verordening 2023/1114. Voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van deze bepalingen kan de Bank de in artikel 94 van die verordening bedoelde bevoegdheden uitoefenen.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 is de FSMA de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de artikelen 27 tot en met 29, 31 en 32 van Verordening 2023/1114.
  Voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen in het eerste lid door een aanbieder of een persoon die heeft verzocht om toelating tot de handel van een activagerelateerde token als bedoeld in titel III van Verordening 2023/1114, kan de FSMA de in artikel 94 van dezelfde verordening bedoelde bevoegdheden uitoefenen.
  Naast de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar in het eerste lid bedoelde opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van titel III van Verordening 2023/1114:
  1° de in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;
  2° de in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde bevoegdheden uitoefenen volgens de in die artikelen vastgelegde modaliteiten.

  HOOFDSTUK II. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de aanbieding aan het publiek of het verzoek om toelating tot de handel door een kredietinstelling of door een entiteit die niet de hoedanigheid van kredietinstelling heeft - Advies van de FSMA

  Art. 5. § 1. Wanneer een dossier als bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening 2023/1114 of een vergunningsaanvraag als bedoeld in artikel 18 van die verordening bij de Bank wordt ingediend, spreekt de Bank zich uit op basis van een advies van de FSMA, dat betrekking heeft op de volgende aspecten:
  1° of de betrokken aanbieding kan worden beschouwd als een aanbieding aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, punt 12), van Verordening 2023/1114, zoals nader ingevuld krachtens lid 2 van dat artikel, om te bevestigen dat de aanbieding binnen het toepassingsgebied van Titel III van die verordening valt;
  2° of het juridisch advies als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt b), ii), eerste streepje, en artikel 18, lid 2, punt e), i), van Verordening 2023/1114 naar behoren gemotiveerd is, in die zin dat het advies bevestigt dat de activagerelateerde tokens niet als financiėle instrumenten in de zin van artikel 3, lid 1, punt 49), van die verordening kunnen worden aangemerkt;
  3° of de beleidslijnen en procedures als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt b), iv), en artikel 18, lid 2, punten l) en q), van Verordening 2023/1114 betreffende de behandeling van klachten en belangenconflicten als bedoeld in respectievelijk de artikelen 31 en 32 van die verordening worden nageleefd; en
  4° of het ontwerp van witboek voldoet aan de vereisten van artikel 19 van Verordening 2023/1114.
  § 2. Wanneer de Bank overeenkomstig artikel 25 van Verordening 2023/1114 in kennis wordt gesteld van een wijziging van het witboek, spreekt zij zich op advies van de FSMA uit over de overeenstemming van het gewijzigde ontwerp van witboek met de vereisten van artikel 19 van die verordening.

  Art. 6. § 1. Met het oog op het in artikel 5, § 1, 1° tot en met 3° bedoelde advies brengt de Bank de informatie die de uitgever haar overeenkomstig artikel 17, lid 1, of artikel 18 van Verordening 2023/1114 heeft meegedeeld, onmiddellijk na ontvangst ter kennis van de FSMA.
  Met het oog op het in artikel 5, § 1, 4° bedoelde advies brengt de Bank de FSMA onverwijld op de hoogte van het ontwerp van witboek dat zij als volledig beschouwt en dat zij heeft meegedeeld aan de Europese Centrale Bank en, in voorkomend geval, aan de centrale bank als bedoeld in artikel 17, lid 5, eerste alinea, van Verordening 2023/1114.
  § 2. Met het oog op het in artikel 5, § 2, bedoelde advies brengt de Bank het gewijzigde ontwerp van witboek en de informatie die de uitgever haar overeenkomstig artikel 25, leden 1 en 2, van Verordening 2023/1114 heeft meegedeeld, onmiddellijk na ontvangst ter kennis van de FSMA.
  § 3. Wanneer de aanvragende uitgever een bijgewerkte versie van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde documenten ter kennis brengt van de Bank, deelt de Bank deze onmiddellijk na ontvangst mee aan de FSMA.

  Art. 7. § 1. De FSMA brengt haar advies zo snel mogelijk uit, om de Bank in staat te stellen zich uit te spreken binnen de termijnen die worden opgelegd door Verordening 2023/1114, in het bijzonder door de artikelen 17 en 20, of door de technische regulerings- of uitvoeringsnormen die de Europese Bankautoriteit of de Europese Autoriteit voor effecten en markten krachtens deze verordening hebben vastgesteld, en uiterlijk binnen de uiterste termijn waarbinnen de Bank zich moet uitspreken krachtens voornoemde bepalingen, en volgens de bepalingen van het in artikel 38 bedoelde protocol.

  Art. 8. Het advies van de FSMA wordt gevoegd bij de kennisgeving van de beslissing van de Bank aan de betrokken aanvragende uitgever.
  Het uitblijven van een advies binnen de in artikel 7 bepaalde uiterste termijn wordt geacht een positief advies in te houden wat betreft de naleving van de bepalingen van artikel 5, § 1, 2°, 3° en 4° en § 2 of wordt geacht een advies in te houden dat de aanbieding kan worden beschouwd als een aanbieding aan het publiek wat betreft het in artikel 5, § 1, 1°, bedoelde aspect.

  HOOFDSTUK III. - Aanbieding aan het publiek of verzoek om toelating tot de handel door een kredietinstelling

  Afdeling I. - Interventie door de Bank

  Art. 9. § 1. Onverminderd de vereisten van de bankwet, in het bijzonder de artikelen 18, 19, 21, 76 en 90, en van de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld op grond van de Europese richtlijnen die door dit boek worden omgezet, en zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Centrale Bank uit hoofde van de SSM-verordening, onderzoekt de Bank het witboek en de kennisgeving die haar ingevolge artikel 17, lid 1, van Verordening 2023/1114 worden toegezonden en deelt haar beslissing omtrent de volledigheid daarvan binnen de termijn van 20 werkdagen als vermeld in lid 3, eerste alinea van dat artikel of in de krachtens artikel 17, lid 8, van die verordening vastgestelde technische reguleringsnormen mee aan de kredietinstelling, met vermelding van de tekortkomingen in de informatie die moeten worden verbeterd.
  Indien de Bank na het verstrijken van de termijn waarbinnen de betrokken kredietinstelling de ontbrekende informatie moet verstrekken, vaststelt dat het witboek of de kennisgeving nog steeds onvolledig is, stelt zij de kredietinstelling daarvan in kennis. Overeenkomstig artikel 17, lid 3, derde alinea, van Verordening 2023/114 mag de betrokken instelling in dat geval niet beginnen met het aanbieden aan het publiek van de activagerelateerde token, noch verzoeken om toelating tot de handel ervan.

  Art. 10. § 1. Wanneer het ontwerp van witboek als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt a), van Verordening 2023/1114 en de informatie in het dossier als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt b), van die verordening door de Bank als volledig worden beschouwd, worden zij door haar meegedeeld aan de Europese Centrale Bank en, in voorkomend geval, aan de centrale bank als bedoeld in artikel 17, lid 5, eerste alinea, van die verordening, alsook aan de FSMA overeenkomstig artikel 6, § 1, tweede lid van deze wet.
  § 2. De Bank stelt de FSMA onverwijld in kennis van het advies van de Europese Centrale Bank en, in voorkomend geval, van de centrale bank als bedoeld in artikel 17, lid 5, tweede alinea, van Verordening 2023/1114.

  Afdeling II. - Aspecten betreffende de kredietinstelling

  Art. 11. Onverminderd de gevolgen van het advies van de Europese Centrale Bank of de centrale bank als bedoeld in artikel 17, lid 5, eerste alinea, van Verordening 2023/1114, zoals bepaald in de derde alinea van het voormelde lid 5, mag de betrokken kredietinstelling geen activagerelateerde tokens aanbieden of verzoeken om toelating tot de handel van dergelijke tokens totdat haar witboek is goedgekeurd en zij bevestiging heeft gekregen van de volledigheid van de kennisgeving als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt b), van Verordening 2023/1114.

  HOOFDSTUK IV. - Aanbieding aan het publiek of verzoek om toelating tot de handel door een persoon die niet de hoedanigheid heeft van kredietinstelling

  Art. 12. De aanvragende uitgevers richten hun vergunningsaanvraag aan de Bank overeenkomstig artikel 18 van Verordening 2023/1114.
  De Bank kan slechts een vergunning toekennen krachtens artikel 21 van Verordening 2023/1114 indien het witboek voldoet aan de vereisten van artikel 19 van die verordening.

  Art. 13. Andere uitgevers dan kredietinstellingen mogen activiteiten die niet onder artikel 16, lid 1, van Verordening 2023/1114 vallen, alleen verrichten met voorafgaande toestemming van de Bank. Met het oog op een gezonde en prudente bedrijfsvoering en een passende risicobeheersing door de uitgever, of met het oog op het toezicht op die uitgever, kan de Bank bepaalde voorwaarden verbinden aan haar toestemming. Zo kan de Bank verlangen dat er voor het verrichten van activiteiten die niet onder artikel 16, lid 1, van Verordening 2023/1114 vallen, een duidelijke scheiding gehanteerd wordt op organisatorisch vlak en, in voorkomend geval, dat deze werkzaamheden worden geleverd door een afzonderlijke juridische entiteit die in voorkomend geval eigendom is van de uitgever.

  TITEL IV. - E-MONEYTOKENS

  HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteit

  Art. 14. § 1. Zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Centrale Bank uit hoofde van de SSM-verordening, de prerogatieven van de Bank op grond van de bankwet of van de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in de bankwet, en de bevoegdheden van de Bank op grond van de wet van 11 maart 2018, in het bijzonder Boek IV, en van de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in de wet van 11 maart 2018, is de Bank de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van Titel IV van Verordening 2023/1114. Te dien einde kan de Bank de in artikel 94, lid 1, van die verordening vastgelegde bevoegdheden uitoefenen ten aanzien van aanbieders van e-moneytokens of personen die verzoeken om toelating tot de handel van e-moneytokens.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 is de FOD Economie de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de artikelen 49, leden 4 tot en met 6, en 50, leden 1 en 3, van Verordening 2023/1114.

  HOOFDSTUK II. - Aanbiedingen aan het publiek of verzoeken om toelating tot de handel

  Art. 15. Om te bevestigen dat een bepaalde aanbieding van e-moneytokens binnen het toepassingsgebied van Titel IV van Verordening 2023/1114 valt, kan de Bank het advies van de FSMA inwinnen over de vraag of de betrokken aanbieding beschouwd kan worden als een aanbieding aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, punt 12), van de genoemde verordening, zoals nader ingevuld op grond van lid 2 van dat artikel. De FSMA deelt haar advies mee binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek om advies van de Bank. De Bank kan een kopie van dit advies naar de uitgever sturen. Het uitblijven van een advies binnen de gestelde termijn wordt geacht een advies in te houden dat de aanbieding van e-moneytokens kan worden beschouwd als een aanbieding aan het publiek.

  Art. 16. . Indien de Bank binnen de termijn van 20 werkdagen als bedoeld in artikel 51, lid 11, van Verordening 2023/1114 vaststelt dat het haar ter kennis gebrachte witboek niet voldoet aan de in het voornoemde artikel 51, leden 1 en 3 tot en met 7 gestelde vereisten omdat de informatie niet volledig is, brengt zij de betrokken instelling daar onverwijld van op de hoogte, met vermelding van de tekortkomingen in het witboek die moeten worden verbeterd opdat deze instelling haar werkzaamheden kan aanvangen overeenkomstig lid 13 van het voornoemde artikel 51.

  Art. 17. § 1. In het kader van het toezicht op de naleving van de vereisten van artikel 53 van Verordening 2023/1114 kan de Bank de FSMA bij wijze van bijstand om advies vragen over specifieke kwesties.
  § 2. Met het oog op de uitoefening van de in artikel 14, § 2, bedoelde bevoegdheden deelt de Bank het haar ter kennis gebrachte witboek mee aan de FOD Economie.

  TITEL V. - AANBIEDERS VAN CRYPTOACTIVADIENSTEN (CRYPTO-ASSET SERVICE PROVIDERS)

  HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteiten

  Art. 18. § 1. Met uitzondering van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82 van Verordening 2023/1114, is de Bank de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114 door:
  1° de entiteiten bedoeld in artikel 60, leden 1, 2 en 4, van voornoemde verordening;
  2° de entiteiten bedoeld in artikel 60, lid 3, van voornoemde verordening die het statuut van beursvennootschap hebben als bedoeld in Boek II van de wet van 20 juli 2022;
  3° de entiteiten bedoeld in artikel 59, lid 1, punt a), van voornoemde verordening die de hoedanigheid hebben van:
  a) beursvennootschap bedoeld in Boek II van de wet van 20 juli 2022 en die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden waarvoor zij geen gebruik kunnen maken van de gelijkwaardigheidsregeling met toepassing van artikel 60, lid 3, van Verordening 2023/1114;
  b) instelling voor elektronisch geld naar Belgisch recht in de zin van de wet van 11 maart 2018 en die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden waarvoor zij geen gebruik kunnen maken van de gelijkwaardigheidsregeling met toepassing van artikel 60, lid 4, van Verordening 2023/1114;
  c) vergunninghoudende betalingsinstelling naar Belgisch recht in de zin van de wet van 11 maart 2018, met name artikel 2, 10° en die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden.
  § 2. De Bank kan, ten aanzien van de in paragraaf 1 bedoelde entiteiten, de maatregelen van artikel 94 van Verordening 2023/1114 nemen die betrekking hebben op de aanbieders van cryptoactivadiensten.

  Art. 19. § 1. De FSMA is de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114 door:
  1° de entiteiten bedoeld in artikel 60, lid 3, van voornoemde verordening die niet het statuut van beursvennootschap hebben;
  2° de entiteiten bedoeld in artikel 60, leden 5 en 6, van voornoemde verordening;
  3° de entiteiten bedoeld in artikel 59, lid 1, a), van voornoemde verordening die niet worden opgesomd in artikel 18, § 1, 3°.
  § 2. Zij is ook de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82, van Verordening 2023/1114 door de in artikel 18 bedoelde entiteiten.
  § 3. De Koning kan de criteria vaststellen voor de beoordeling van de kennis en de bekwaamheid van de natuurlijke personen die, namens een aanbieder van cryptoactivadiensten, advies verlenen of informatie verstrekken over cryptoactiva of een cryptoactivadienst.

  Art. 20. § 1. De FSMA kan, ten aanzien van de in artikel 19 bedoelde entiteiten, de maatregelen van artikel 94 van Verordening 2023/1114 nemen die betrekking hebben op de aanbieders van cryptoactivadiensten.
  Bij een ernstige inbreuk op de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82 van Verordening 2023/1114 door een in artikel 18, § 1, 3°, bedoelde entiteit vraagt de FSMA aan de Bank om de vergunning van aanbieder van cryptoactivadiensten van die entiteit in te trekken conform artikel 64, lid 1, g), van voornoemde verordening.
  § 2. Naast de in artikel 94 van Verordening 2023/1114 bedoelde maatregelen met betrekking tot de aanbieders van cryptoactivadiensten kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114:
  1° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002;
  2° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 volgens de in die artikelen bedoelde modaliteiten.

  HOOFDSTUK II. - Entiteiten die onder de bevoegdheid van de Bank vallen

  Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen

  Art. 21. De door of krachtens Titel V van Verordening 2023/1114 vastgestelde vereisten doen geen afbreuk aan de vereisten van de sectorale wetten die het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, beursvennootschappen, instellingen voor elektronisch geld en betalingsinstellingen regelen, en van de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet.

  Afdeling II. - Entiteiten bedoeld in artikel 60 van Verordening 2023/1114

  Art. 22. Voor de toepassing van de bepalingen waarin is voorzien door of krachtens Titel V van Verordening 2023/1114, en die vereisten opleggen waarvan het doel of de aard identiek of gelijkaardig is aan het doel of de aard van de vereisten waarin is voorzien door of krachtens de bankwet of de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in de bankwet zijn omgezet, overlegt de Bank, voor zover mogelijk, met de Europese Centrale Bank teneinde consistentie te waarborgen in de toepassing van de toezichtsregeling die geldt voor kredietinstellingen als dusdanig, enerzijds, en voor kredietinstellingen in hun hoedanigheid van aanbieders van cryptoactivadiensten, anderzijds.

  Art. 23. Wanneer zij een dossier ontvangt met toepassing van artikel 60, lid 7, van Verordening 2023/1114, deelt de Bank de FSMA de in de punten a), e), f), h) en i), van voornoemd lid 7 bedoelde informatie mee.

  Art. 24. Indien de Bank binnen de in artikel 60, lid 8, van Verordening 2023/1114 bedoelde termijn van 20 werkdagen vaststelt dat de aan haar gerichte kennisgeving niet voldoet aan de in lid 7 van dat artikel gestelde vereisten omdat de informatie onvolledig is, brengt zij de betrokken entiteit daarvan onverwijld op de hoogte, met vermelding van de tekortkomingen in de informatie die moeten worden verbeterd opdat deze entiteit haar werkzaamheden zou kunnen aanvangen. Indien de Bank na het verstrijken van de termijn waarbinnen de betrokken entiteit de ontbrekende informatie moet verstrekken, vaststelt dat de kennisgeving nog steeds onvolledig is, stelt zij deze entiteit daarvan in kennis. Overeenkomstig artikel 60, lid 8, derde alinea, van Verordening 2023/1114 mag de betrokken entiteit in dat geval geen cryptoactivadiensten beginnen aanbieden.

  Afdeling III. - Aan een toezichtsstatuut onderworpen entiteiten die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden zonder in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 60 van Verordening 2023/1114

  Art. 25. § 1. De Bank verleent conform de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114 een vergunning aan de in artikel 18, § 1, 3°, bedoelde aanbieders van cryptoactivadiensten.
  § 2. De Bank spreekt zich over de vergunningsaanvraag uit op advies van de FSMA met betrekking tot de naleving van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82, van die verordening.

  Art. 26. Wanneer de vergunningsaanvraag volledig wordt geacht door de Bank, deelt deze die aanvraag onverwijld aan de FSMA mee, inclusief elk relevant informatie-element bedoeld in artikel 62, lid 2, a) tot en met d), l), n), o), p), q), r) en s), van Verordening 2023/1114, alsook alle aanvullende informatie die, in voorkomend geval, is verkregen met toepassing van artikel 63, leden 2, tweede alinea, en 12 van voornoemde verordening.
  De FSMA deelt haar advies aan de Bank mee binnen een termijn van 25 werkdagen na de overlegging door de Bank van alle in het eerste lid bedoelde informatie, volgens de modaliteiten verduidelijkt in het in artikel 38 bedoelde protocol.
  Op haar verzoek kan de FSMA over een bijkomende termijn van 5 werkdagen beschikken om haar advies aan de Bank mee te delen.
  Tijdens de beoordelingsperiode kan de FSMA de Bank vragen om bij de aanvragende aanbieder van cryptoactivadiensten aanvullende informatie op te vragen conform artikel 63, lid 12, van Verordening 2023/1114.

  Art. 27. Het advies van de FSMA wordt gevoegd bij de kennisgeving van de beslissing van de Bank aan de betrokken aanbieder van cryptoactivadiensten en aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten, die wordt verricht conform artikel 63, leden 9 en 13, van Verordening 2023/1114.
  Als geen advies wordt verstrekt binnen de in artikel 26 bedoelde termijn, wordt het advies van de FSMA gunstig geacht met betrekking tot de naleving van de in artikel 25, § 2, bedoelde bepalingen.

  Art. 28. Als een in artikel 18, § 1, 3°, bedoelde entiteit in aanmerking wil komen voor de toepassing van lid 4 van artikel 62 van Verordening 2023/1114, verduidelijkt zij de in leden 2 en 3, a) en c), van dat artikel bedoelde informatie waarover de Bank al beschikt, en bevestigt zij expliciet dat die informatie up-to-date is.

  HOOFDSTUK III. - Entiteiten die onder de bevoegdheidvan de FSMA vallen

  Afdeling I. - Entiteiten die aan een toezichtsstatuut zijn onderworpen

  Onderafdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen

  Art. 29. De door of krachtens Titel V van Verordening 2023/1114 vastgestelde vereisten doen geen afbreuk aan de vereisten van de sectorale wetten die het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de beheerders van alternatieve instellingen voor collectieve belegging en de marktoperatoren regelen, en van de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet.

  Art. 30. Het is de in artikel 19, § 1, 1° en 2°, bedoelde entiteiten niet toegestaan om cliėntengelden, aan cliėnten toebehorende cryptoactiva of de toegangsmiddelen tot dergelijke cryptoactiva aan te houden.

  Onderafdeling II. - Entiteiten bedoeld in artikel 60 van Verordening 2023/1114

  Art. 31. Indien de FSMA binnen de in artikel 60, lid 8, van Verordening 2023/1114 bedoelde termijn van 20 werkdagen vaststelt dat de aan haar gerichte kennisgeving niet voldoet aan de in lid 7 van dat artikel gestelde vereisten omdat de informatie onvolledig is, brengt zij de betrokken entiteit daarvan onverwijld op de hoogte, met vermelding van de tekortkomingen in de informatie die moeten worden verbeterd opdat deze entiteit haar werkzaamheden zou kunnen aanvangen. Indien de FSMA na het verstrijken van de termijn waarbinnen de betrokken entiteit de ontbrekende informatie moet verstrekken, vaststelt dat de kennisgeving nog steeds onvolledig is, stelt zij deze entiteit daarvan in kennis. Overeenkomstig artikel 60, lid 8, derde alinea, van Verordening 2023/1114 mag de betrokken entiteit in dat geval geen cryptoactivadiensten beginnen aanbieden.

  Onderafdeling III. - Aan een toezichtsstatuut onderworpen entiteiten die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden zonder in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 60 van Verordening 2023/1114

  Art. 32. Als een in artikel 19, § 1, 1° en 2°, bedoelde entiteit in aanmerking wil komen voor de toepassing van lid 4 van artikel 62 van Verordening 2023/1114, verduidelijkt zij de in leden 2 en 3, a) en c), van dat artikel bedoelde informatie waarover de FSMA al beschikt, en bevestigt zij expliciet dat die informatie up-to-date is.

  Afdeling II. - In artikel 59 van Verordening 2023/1114 bedoelde entiteiten die niet aan een toezichtsstatuut zijn onderworpen

  Onderafdeling I. - Vergunning

  Art. 33. § 1. De FSMA verleent conform de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114 een vergunning aan de in artikel 19, § 1, 3°, bedoelde aanbieders van cryptoactivadiensten.
  § 2. De FSMA spreekt zich over de in paragraaf 1 bedoelde vergunningsaanvraag uit op advies van de Bank met betrekking tot de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114, met uitzondering van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82, van die verordening.

  Art. 34. Wanneer de in artikel 33 bedoelde vergunningsaanvraag volledig wordt geacht door de FSMA, deelt zij die aanvraag onverwijld aan de Bank mee, inclusief elk relevant informatie-element bedoeld in artikel 62, lid 2, a) tot en met k), m), r) en s), van Verordening 2023/1114, alsook alle aanvullende informatie die, in voorkomend geval, is verkregen met toepassing van artikel 63, leden 2, tweede alinea, en 12 van voornoemde verordening.
  De Bank deelt haar advies aan de FSMA mee binnen een termijn van 25 werkdagen na de overlegging door de FSMA van alle in het eerste lid bedoelde informatie, volgens de modaliteiten verduidelijkt in het in artikel 38 bedoelde protocol.
  Op haar verzoek kan de Bank over een bijkomende termijn van 5 werkdagen beschikken om haar advies aan de FSMA mee te delen.
  Tijdens de beoordelingsperiode kan de Bank de FSMA vragen om bij de aanvragende aanbieder van cryptoactivadiensten aanvullende informatie op te vragen conform artikel 63, lid 12, van Verordening 2023/1114.

  Art. 35. Het advies van de Bank wordt gevoegd bij de kennisgeving van de beslissing van de FSMA aan de betrokken aanbieder van cryptoactivadiensten en aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten, die wordt verricht conform artikel 63, leden 9 en 13, van Verordening 2023/1114.
  Als geen advies wordt verstrekt binnen de in artikel 34 bedoelde termijn, wordt het advies van de Bank gunstig geacht in verband met de naleving van de in artikel 33, § 2, bedoelde bepalingen.

  Onderafdeling II. - Doorlopend toezicht

  Art. 36. In het kader van de uitoefening van haar opdracht om toe te zien op de naleving van de vereisten van Titel V van Verordening 2023/1114 door een in artikel 19, § 1, 3°, bedoelde aanbieder van cryptoactivadiensten, inclusief wanneer zij de oplegging van een administratieve maatregel overweegt met toepassing van de artikelen 64 en 94 van voornoemde verordening of met toepassing van de bevoegdheden die haar zijn verleend door de wet van 2 augustus 2002 of de artikelen 51 en 53 van deze wet, kan de FSMA het advies van de Bank vragen in verband met de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114, met uitzondering van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82, van voornoemde verordening.

  TITEL VI. - VOORKOMING VAN EN VERBOD OP MARKTMISBRUIK MET BETREKKING TOT CRYPTOACTIVA

  Art. 37. De FSMA is de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van Titel VI van Verordening 2023/1114. Voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van die bepalingen kan de FSMA de in artikel 94 van die verordening bedoelde bevoegdheden uitoefenen.
  Naast de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van Titel VI van Verordening 2023/1114 als bedoeld in het eerste lid:
  1° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002;
  2° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 volgens de in die artikelen bedoelde modaliteiten.

  TITEL VII. - SAMENWERKING

  HOOFDSTUK I. - Nationale samenwerking

  Art. 38. De Bank en de FSMA werken samen met het oog op een adequate en doeltreffende toepassing van de bepalingen van de Titels III, IV en V van Verordening 2023/1114. Daartoe sluiten zij een protocol om een doeltreffende en gecoördineerde toepassing van en een doeltreffend en gecoördineerd toezicht op de naleving van die bepalingen te garanderen, en tevens om de praktische modaliteiten te regelen in verband met de kennisgeving van adviezen waartoe die autoriteiten jegens elkaar zijn gehouden met toepassing van deze wet.
  Die autoriteiten publiceren dit protocol op hun respectieve websites.

  Art. 39. § 1. Wanneer de FSMA voornemens is een maatregel te nemen met toepassing van de artikelen 94 en 111 van Verordening 2023/1114 of artikel 53 van deze wet ten aanzien van een aanbieder, een uitgever of een aanbieder van cryptoactivadiensten, die een instelling is die aan het toezicht van de Europese Centrale Bank of van de Bank is onderworpen, stelt de FSMA laatstgenoemde daarvan vooraf in kennis.
  § 2. De Bank en de FSMA zien toe op de naleving van artikel 108 van Verordening 2023/1114 door te voorzien in procedures op basis waarvan cliėnten en andere belanghebbenden, waaronder de consumentenorganisaties, bij hen klachten kunnen indienen met betrekking tot vermeende inbreuken op de bepalingen van voornoemde verordening waarvoor zij respectievelijk bevoegd zijn met toepassing van deze wet.

  Art. 40. De Bank en de FOD Economie werken samen met het oog op een passende en efficiėnte toepassing van de bepalingen van Titel IV van Verordening 2023/1114.

  HOOFDSTUK II. - Internationale samenwerking

  Art. 41. In het kader van hun respectieve bevoegdheden die zijn vastgelegd in deze wet, werken de Bank, de FSMA en de FOD Economie, met inachtneming van de artikelen 95, 96, 98 en 107 van Verordening 2023/1114, samen met de autoriteiten van andere lidstaten en de autoriteiten van derde landen die bevoegd zijn voor het toezicht op de activiteiten bedoeld in de Titels II, III, IV en V van Verordening 2023/1114 en voor het toezicht op de naleving van Titel VI van die verordening, alsook met de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten.

  Art. 42. § 1. De Bank verschaft de in artikel 109, leden 3 en 4, van Verordening 2023/1114 bedoelde informatie, die de Europese Autoriteit voor effecten en markten in staat stelt de in respectievelijk lid 1, punten b) en c), van dat artikel bedoelde registers op te stellen.
  Voor de in artikel 18, § 1, van deze wet bedoelde entiteiten verschaft de Bank ook de in artikel 109, lid 5, van Verordening 2023/1114 bedoelde informatie, die de Europese Autoriteit voor effecten en markten in staat stelt het in lid 1, punt d), van dat artikel bedoeld register op te stellen.
  § 2. Voor de in artikel 19, § 1, van deze wet bedoelde entiteiten verschaft de FSMA de in artikel 109, lid 5, van Verordening 2023/1114 bedoelde informatie, die de Europese Autoriteit voor effecten en markten in staat stelt het in lid 1, punt d), van dat artikel bedoeld register op te stellen.

  Art. 43. De Bank is het centrale aanspreekpunt voor de in artikel 93, lid 2, van Verordening 2023/1114 bedoelde grensoverschrijdende administratieve samenwerking en voor de samenwerking met de Europese bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten, voor de toepassing van de Titels III en IV van Verordening 2023/1114.
  De FSMA is het centrale aanspreekpunt voor de in artikel 93, lid 2, van Verordening 2023/1114 bedoelde grensoverschrijdende administratieve samenwerking en voor de samenwerking met de Europese bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten, voor de toepassing van de Titels II, V en VI van Verordening 2023/1114.

  TITEL VIII. - HERSTELMAATREGELEN EN SANCTIES

  HOOFDSTUK I. - Maatregelen en sancties opgelegd door de Bank

  Art. 44. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een uitgever gedefinieerd als een uitgever van activagerelateerde tokens of een uitgever van e-moneytokens in de zin van respectievelijk Titel III en Titel IV van Verordening 2023/1114.

  Art. 45. § 1. Onverminderd de maatregelen van Verordening 2023/1114, met name de artikelen 24, 94 en 111, geldt dat wanneer de Bank vaststelt dat een uitgever zich in een situatie bevindt als bedoeld in artikel 24, lid 1, van die verordening, dat een uitgever, een aanbieder of een persoon die verzoekt om toelating tot de handel van een activagerelateerde token of een e-moneytoken niet voldoet aan een van de vereisten van Titel III of IV van de genoemde verordening, of dat een aanbieder van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 18, § 1 van deze wet niet voldoet aan de vereisten van titel V van de genoemde verordening, of dat een dergelijke situatie zich in de komende 12 maanden dreigt voor te doen, zij in voorkomend geval na het opleggen van een hersteltermijn de volgende maatregelen kan nemen:
  1° in overeenstemming met de technische reguleringsnormen van de Europese Bankautoriteit kapitaalvereisten opleggen die strenger zijn dan of een aanvulling vormen op die waarin voorzien is in artikel 35 of 67 van Verordening 2023/1114, in de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in die wetten, in voorkomend geval door de gehele of gedeeltelijke reservering van uitkeerbare winst op te leggen;
  2° eisen dat de variabele beloning beperkt wordt tot een percentage van de winst, bovenop de criteria die in voorkomend geval zijn vastgelegd in het toepasselijke beloningsbeleid;
  3° specifieke liquiditeitsvereisten opleggen die dwingender zijn dan die welke zijn vastgelegd in het beleid en de procedures voor liquiditeitsbeheer die zijn opgesteld in overeenstemming met de technische reguleringsnormen die door de Europese Bankautoriteit zijn uitgevaardigd krachtens de artikelen 36, lid 4, en 38, lid 5, van Verordening 2023/1114, in de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in die wetten;
  4° normen opleggen inzake risicoconcentratie of ter beperking van de blootstellingen die dwingender zijn dan deze waarin voorzien is krachtens artikel 38, lid 5, punt d), van Verordening 2023/1114, door de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn of door de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in die wetten;
  5° een speciaal commissaris aanstellen. In dit geval is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beleid, zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist. De verrichtingen waarvoor een toestemming is vereist, kan de Bank evenwel beperken. De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, voorleggen aan alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering.
  De leden van de bestuurs- en de beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de betrokken entiteit of voor derden.
  Indien de Bank de aanstelling van een speciaal commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming is vereist, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de betrokken entiteit. De Bank kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen;
  6° de vervanging gelasten van alle of een deel van de leden van het leidinggevend orgaan van de betrokken entiteit in de zin van artikel 3, lid 1, punt 27), van Verordening 2023/1114, binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, een of meerdere leden van het genoemde orgaan van de betrokken entiteit ontslaan, of in de plaats van een deel van of het gehele orgaan een of meer voorlopige bestuurders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De Bank maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
  Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de Bank een of meer voorlopige bestuurders aanstellen zonder vooraf de vervanging te gelasten van alle of een deel van de leiders van de betrokken entiteit. Mits de Bank hiermee instemt, kan of kunnen de voorlopige bestuurder(s) een algemene vergadering bijeenroepen en de agenda ervan vaststellen. De mandaten van de vervangen personen eindigen na de kennisgeving van de beslissing van de Bank om hen door een of meer voorlopige bestuurders te vervangen. De betrokken entiteit vervult de openbaarmakingsformaliteiten die vereist zijn in geval van beėindiging van de betrokken mandaten.
  De Bank kan met inachtneming van de Unierechtelijke bepalingen afwijken van de rapporteringsverplichtingen van de sectorale toezichtswetten die van toepassing zijn op de betrokken entiteit ten aanzien waarvan zij een maatregel bestaande in de benoeming van een of meer voorlopige bestuurders heeft genomen.
  De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de betrokken entiteit.
  De Bank kan de voorlopige bestuurder(s) te allen tijde vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige waarborgen biedt;
  7° de betrokken entiteit gelasten binnen de door haar vastgestelde termijn een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen waarvan zij de agenda vaststelt.
  § 2. De Bank kan de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen ook nemen wanneer een uitgever of een aanbieder van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 18, § 1, 3° een vergunning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze.
  § 3. Wanneer de Bank kennis heeft van het feit dat een uitgever of een aanbieder van cryptoactivadiensten een bijzonder mechanisme heeft ingesteld in de zin van artikel 2, 12° van deze wet, is paragraaf 1 van toepassing.
  § 4. De Bank stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een maatregel krachtens dit artikel of artikel 94 van Verordening 2023/1114 en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
  § 5. De ondernemingsrechtbank spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in paragraaf 1, 5°. De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de betrokken entiteit. Indien verantwoord om ernstige redenen kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Indien de geschorste of vernietigde handelingen of beslissingen werden bekendgemaakt, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt. Wanneer de nietigheid afbreuk kan doen aan de rechten die een derde te goeder trouw heeft verworven ten aanzien van de betrokken entiteit, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onverminderd het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding. De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, of hem bekend zijn.

  Art. 46. § 1. De speciaal commissaris en de voorlopige bestuurder(s) bedoeld in artikel 45, § 1, 5° en 6° dragen voor rekening van de Bank bij aan de uitoefening van haar wettelijke opdracht. In het kader van deze opdracht:
  1° handelen zij uitsluitend in het kader van het doel van Verordening 2023/1114 en onverminderd de doeleinden die zijn vastgelegd in de sectorale wetten die het statuut en het toezicht regelen;
  2° volgen zij de instructies van de Bank met betrekking tot de wijze waarop de hun toevertrouwde specifieke opdracht moet worden uitgevoerd;
  3° zijn zij onderworpen aan dezelfde verplichtingen inzake beroepsgeheim als die welke voor de Bank gelden in het kader van de in deze wet vastgelegde toezichtsopdracht; voor het gebruik van wettelijke uitzonderingen is de voorafgaande toestemming van de Bank vereist;
  4° brengen zij op verzoek van de Bank, volgens de modaliteiten die zij bepaalt, verslag uit over de financiėle positie van de uitgever of de aanbieder van cryptoactivadiensten en over de maatregelen die zij in het kader van hun opdracht hebben genomen, evenals over de financiėle positie aan het begin en aan het einde van die opdracht.
  § 2. Hun ondersteunende rol ten aanzien van de Bank, als omschreven in paragraaf 1, impliceert dat zij als dusdanig niet als administratieve autoriteit kunnen worden beschouwd.
  De vervanging van de voltallige besluitvormingsorganen van de betrokken entiteit door voorlopige bestuurders overeenkomstig artikel 45, § 1, 6°, impliceert niet dat deze laatsten moeten worden beschouwd als bestuurders of leden van het wettelijk bestuursorgaan in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, maar enkel dat zij de bevoegdheden hebben van de vervangen personen, met name om de handelingen te verrichten die de uitgever of de aanbieder van cryptoactivadiensten in staat stellen te voldoen aan zijn wettelijke en reglementaire verplichtingen, in het bijzonder deze die door of krachtens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn vastgesteld. Er wordt aan hen geen kwijting verleend bij een beslissing of stemming als bedoeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, maar zij zijn voor hun opdracht uitsluitend verantwoording verschuldigd ten aanzien van de Bank, die hen in voorkomend geval kwijting verleent.

  Art. 47. § 1. Onverminderd de andere maatregelen waarin deze wet of Verordening 2023/1114 voorziet, kan de Bank aan de betrokken entiteit een termijn opleggen waarbinnen deze moet voldoen aan bepaalde voorschriften:
  1° van dit boek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen;
  2° van de Titels III, IV en V van Verordening 2023/1114;
  3° van de technische reguleringsnormen en uitvoeringsnormen die door de Europese Commissie zijn vastgesteld overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1093/2010 of de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1095/2010.
  Zij kan ook elke natuurlijke of rechtspersoon die onjuiste of misleidende informatie heeft gepubliceerd of verspreid, bevelen om een rechtzetting te publiceren.
  § 2. Indien de betrokken entiteit in gebreke blijft bij het verstrijken van de termijn, kan de Bank, na de betrokken entiteit gehoord of ten minste opgeroepen te hebben:
  1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, met vermelding van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de overtreding, alsook de aard van de overtreding. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
  2° de verantwoordelijke persoon een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding en maximum 50.000 euro per dag vertraging, voor een periode van hoogstens zes maanden. Bovendien mogen deze bedragen niet hoger zijn dan 3 % van de gemiddelde dagomzet in het voorgaande boekjaar.
  § 3. Bij de vaststelling van het bedrag van de dwangsom wordt met name rekening gehouden met:
  1° de ernst van de vastgestelde tekortkomingen en, in voorkomend geval, de potentiėle impact van die tekortkomingen op de stabiliteit van het financiėle stelsel;
  2° de financiėle draagkracht van de betrokken entiteit, zoals deze met name blijkt uit haar omzet.
  § 4. De dwangsommen die met toepassing van paragraaf 2 worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiėn belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
  § 5. De Bank stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een dwangsom met toepassing van dit artikel en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.

  Art. 48. De Bank kan ten aanzien van onder het recht van een andere lidstaat ressorterende uitgevers, aanbieders of personen die hebben verzocht om toelating tot de handel van een activagerelateerde token of e-moneytoken of aanbieders van cryptoactivadiensten die hun activiteiten uitoefenen met gebruikmaking van de regeling van artikel 60, leden 2, 3 en 4 van Verordening 2023/1114, de maatregelen nemen als bedoeld in de artikelen 45 en 47 van deze wet en in artikel 94 van die verordening, met strikte inachtneming van de voorwaarden van artikel 102 van de genoemde verordening.
  De Bank kan de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen ook nemen ten aanzien van aanbieders van cryptoactivadiensten die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die de hoedanigheid hebben van beleggingsonderneming waarvan de activiteiten overeenstemmen met die welke hen kwalificeren als beursvennootschap in de zin van de wet van 20 juli 2022, instelling voor elektronisch geld of betalingsinstelling, en waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig artikel 63 van Verordening 2023/1114, met strikte inachtneming van de voorwaarden van artikel 102 van die verordening.

  Art. 49. § 1. Onverminderd de andere maatregelen waarin deze wet of Verordening 2023/1114 voorziet, kan de Bank, wanneer zij in hoofde van een uitgever, een aanbieder of een persoon die heeft verzocht om toelating tot de handel van activagerelateerde tokens of e-moneytokens of van een entiteit als bedoeld in artikel 18, § 1 een inbreuk vaststelt:
  1° op de bepalingen van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen;
  2° op de bepalingen van de Titels III, IV of V van Verordening 2023/1114;
  3° op de technische reguleringsnormen en uitvoeringsnormen die door de Europese Commissie zijn vastgesteld ter uitvoering van Verordening 2023/1114 overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1093/2010 of de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1095/2010,
  een administratieve boete opleggen aan de betrokken entiteit of aan een of meerdere leden van haar leidinggevend orgaan in de zin van artikel 3, lid 1, punt 27), van Verordening 2023/1114, die verantwoordelijk zijn voor de vastgestelde inbreuk.
  § 2. Het bedrag van de administratieve geldboete opgelegd aan:
  1° een uitgever, een aanbieder of een persoon die heeft verzocht om toelating tot de handel van activagerelateerde tokens of e-moneytokens, bedraagt voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten hoogstens 12,5 % van de totale jaaromzet van de betrokken entiteit volgens de meest recente door het wettelijk bestuursorgaan opgestelde financiėle staten;
  2° een aanbieder van cryptoactivadiensten, bedraagt voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten hoogstens 5 % van de totale jaaromzet van de aanbieder volgens de meest recente door het wettelijk bestuursorgaan opgestelde financiėle staten.
  De administratieve geldboete die aan een natuurlijke persoon wordt opgelegd, voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten, bedraagt maximaal 700.000 euro.
  Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag het maximumbedrag van de administratieve geldboete worden verhoogd tot het tweevoud van deze winst of dit verlies, onverminderd het eerste en tweede lid.
  Indien de in het eerste lid bedoelde betrokken entiteit een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die krachtens Richtlijn 2013/34/EU een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de toepasselijke totale nettojaaromzet de totale nettojaaromzet volgens de meest recente door het wettelijk bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming opgestelde geconsolideerde jaarrekening.
  § 3. Bij het bepalen van de geldboete wordt rekening gehouden met de omstandigheden die worden genoemd in artikel 112 van Verordening 2023/1114.
  § 4. De boeten die met toepassing van dit artikel door de Bank worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiėn belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
  § 5. De Bank stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een sanctie met toepassing van dit artikel en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
  § 6. De Bank publiceert op haar website de besluiten waarbij met toepassing van dit artikel een boete is opgelegd, overeenkomstig artikel 114 van Verordening 2023/1114. Wanneer tegen een besluit tot het opleggen van een dergelijke boete een beroep is ingesteld, publiceert de Bank zonder onnodige vertraging eveneens die informatie, evenals de voortgang van het beroep en de afloop ervan.

  Art. 50. Wanneer de Bank overweegt een maatregel vast te stellen als bedoeld in de artikelen 45, 47 en 49 van deze wet of in artikel 94 of 111 van Verordening 2023/1114 ten aanzien van een uitgever, een aanbieder of een persoon die heeft verzocht om toelating tot de handel van activagerelateerde tokens of e-moneytokens, of een aanbieder van cryptoactivadiensten die de hoedanigheid van kredietinstelling heeft, pleegt zij voorafgaandelijk overleg met de Europese Centrale Bank om te bepalen onder wiens bevoegdheid de administratieve maatregel het best kan worden vastgesteld.

  HOOFDSTUK II. - Maatregelen en sancties opgelegd door de FSMA

  Art. 51. § 1. Onverminderd de maatregelen van Verordening 2023/1114, met name de artikelen 64, 94 en 111, geldt dat, wanneer de FSMA vaststelt dat een in artikel 19, § 1, bedoelde aanbieder van cryptoactivadiensten zich in een in artikel 64, lid 1, van die verordening bedoelde situatie bevindt, of niet voldoet aan een van de vereisten van Titel V van voornoemde verordening, of dat een dergelijke situatie zich in de komende 12 maanden dreigt voor te doen, zij, in voorkomend geval na het opleggen van een hersteltermijn, de volgende maatregelen kan nemen:
  1° in overeenstemming met de technische reguleringsnormen van de Europese Bankautoriteit of de Europese Autoriteit voor effecten en markten kapitaalvereisten opleggen die strenger zijn dan of een aanvulling vormen op de kapitaalvereisten waarin is voorzien door de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn, of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet, in voorkomend geval door de gehele of gedeeltelijke reservering van uitkeerbare winst op te leggen;
  2° eisen dat de variabele beloning beperkt wordt tot een percentage van de winst, bovenop de criteria die, in voorkomend geval, in het toepasselijke beloningsbeleid zijn vastgelegd;
  3° specifieke liquiditeitsvereisten opleggen die dwingender zijn dan deze die zijn vastgelegd in de sectorale toezichtswetten die van toepassing zijn op de betrokken entiteiten, of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet;
  4° risicoconcentratienormen opleggen die dwingender zijn dan deze waarin is voorzien door de sectorale toezichtswetten die van toepassing zijn op de betrokken entiteiten, of door de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet;
  5° een speciaal commissaris aanstellen.
  In dit geval is zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beleid. De FSMA kan de verrichtingen waarvoor toestemming is vereist, echter beperken.
  De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, ter beraadslaging voorleggen aan alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de betrokken entiteit.
  De leden van de bestuurs- en de beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de betrokken entiteit of voor derden voortvloeit.
  Indien de FSMA de aanstelling van een speciaal commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming vereist is, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris ze bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij ze bekrachtigt.
  De FSMA kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen;
  6° de vervanging gelasten van alle of een deel van de leden van het leidinggevend orgaan van de betrokken entiteit in de zin van artikel 3, lid 1, punt 27), van Verordening 2023/1114, binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, een of meerdere leden van het genoemde orgaan van de betrokken entiteit ontslaan, of in de plaats van een deel van of het gehele orgaan een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
  Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de FSMA een of meer voorlopige bestuurders aanstellen zonder vooraf de vervanging te gelasten van alle of een deel van de leiders van de betrokken entiteit.
  Mits de FSMA hiermee instemt, kan of kunnen de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) een algemene vergadering bijeenroepen en de agenda ervan vaststellen.
  De FSMA kan eisen dat de voorlopige bestuurder(s), volgens de modaliteiten die zij bepaalt, bij haar verslag uitbrengen over de financiėle positie van de betrokken entiteit en over de maatregelen die zij in het kader van hun opdracht hebben genomen, evenals over de financiėle positie aan het begin en aan het einde van die opdracht.
  De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de betrokken entiteit.
  De FSMA kan de voorlopige bestuurder(s) te allen tijde vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige waarborgen biedt;
  7° de betrokken entiteit gelasten binnen de door haar vastgestelde termijn een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen waarvan zij de agenda vaststelt.
  § 2. De FSMA kan de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen ook nemen wanneer een in artikel 19, § 1, 3°, bedoelde aanbieder van cryptoactivadiensten een vergunning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze.
  § 3. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een maatregel krachtens dit artikel of artikel 94 van Verordening 2023/1114 en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
  § 4. De ondernemingsrechtbank spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in paragraaf 1, 5°. De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de betrokken entiteit. Indien verantwoord om ernstige redenen kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Indien de geschorste of vernietigde handelingen of beslissingen werden bekendgemaakt, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt. Wanneer de nietigheid afbreuk kan doen aan de rechten die een derde te goeder trouw heeft verworven ten aanzien van de betrokken entiteit, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onverminderd het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding. De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, of hem bekend zijn.

  Art. 52. . De FSMA kan de maatregelen nemen bedoeld in de artikelen 51 en 53 van deze wet en in artikel 94 van Verordening 2023/1114 ten aanzien van aanbieders of personen die om toelating tot de handel hebben verzocht van een ander cryptoactivum dan een activagerelateerd token of e-moneytoken, of aanbieders van cryptoactivadiensten die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, met strikte inachtneming van de voorwaarden van artikel 102 van voornoemde verordening.

  Art. 53. . De FSMA kan de in de artikelen 54 tot en met 56 bedoelde maatregelen of sancties nemen:
  1° wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van dit boek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen die onder de bevoegdheid van de FSMA vallen;
  2° wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van de Titels II, III, V en VI van Verordening 2023/1114 die onder de bevoegdheid van de FSMA vallen, of van door de FSMA genomen maatregelen krachtens artikel 105 van Verordening 2023/1114;
  3° wanneer zij een overtreding vaststelt van de technische reguleringsnormen en de uitvoeringsnormen die door de Europese Commissie zijn vastgesteld;
  4° bij niet-naleving van de verplichtingen of maatregelen die zijn opgelegd op grond van artikel 3, eerste en derde lid, artikel 4, § 2, tweede en derde lid, en de artikelen 20 en 37.

  Art. 54. § 1. Onverminderd de andere maatregelen waarin dit boek of Verordening 2023/1114 voorziet, kan de FSMA, wanneer zij een inbreuk vaststelt op de in artikel 53 bedoelde bepalingen, de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon bevelen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen alsook, desgevallend, om af te zien van herhaling van de gedraging die een inbreuk vormt. De FSMA kan ook elke natuurlijke of rechtspersoon die onjuiste of misleidende informatie heeft gepubliceerd of verspreid, bevelen om een rechtzetting te publiceren.
  § 2. Indien de betrokken persoon na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
  1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van de verantwoordelijke voor de overtreding en de aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
  2° de verantwoordelijke persoon de betaling van een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per inbreuk en maximum 50.000 euro per dag vertraging voor een periode van maximaal zes maanden. Bovendien mogen die bedragen niet meer bedragen dan 3 % van de gemiddelde dagomzet in het voorafgaande boekjaar.
  § 3. De dwangsommen die met toepassing van paragraaf 2 worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiėn belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
  § 4. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een dwangsom met toepassing van dit artikel en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.

  Art. 55. § 1. Onverminderd de andere maatregelen waarin deze wet of Verordening 2023/1114 voorziet, kan de FSMA een administratieve geldboete opleggen aan eenieder die de in artikel 53 bedoelde bepalingen overtreedt.
  § 2. Voor een rechtspersoon mag het bedrag van de in paragraaf 1 bedoelde administratieve geldboetes voor hetzelfde feit of geheel van feiten:
  1° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel II van Verordening 2023/1114 of bij niet-naleving van de verplichtingen of maatregelen die zijn opgelegd op grond van artikel 3, eerste en derde lid, artikel 4, § 2, tweede en derde lid, of de artikelen 20 en 37, niet meer bedragen dan 5.000.000 euro of 3 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
  2° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel III van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 5.000.000 euro of 12,5 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
  3° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 5.000.000 euro of 5 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
  4° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel VI van Verordening 2023/1114:
  a) voor inbreuken op artikel 88 van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 2.500.000 euro of 2 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
  b) voor inbreuken op de artikelen 89 tot en met 92 van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 15.000.000 euro of 15 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening.
  Voor een natuurlijk persoon mag het bedrag van de in paragraaf 1 bedoelde administratieve geldboetes voor hetzelfde feit of geheel van feiten:
  1° niet meer bedragen dan 700.000 euro voor inbreuken op de Titels II, III en V van Verordening 2023/1114;
  2° niet meer bedragen dan 1.000.000 euro voor inbreuken op artikel 88 van Verordening 2023/1114, en 5.000.000 euro voor inbreuken op de artikelen 89 tot en met 92 van Verordening 2023/1114.
  Niettegenstaande het eerste en tweede lid kan, wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of deze laatste in staat heeft gesteld verlies te vermijden, het maximumbedrag van de administratieve geldboete worden verhoogd tot:
  1° het dubbele van het bedrag van die winst of dit verlies, als deze kunnen worden bepaald, bij inbreuken op de Titels II, III en V van Verordening 2023/1114;
  2° het drievoud van het bedrag van die winst of dat verlies, als deze kunnen worden bepaald, bij inbreuken op Titel VI van Verordening 2023/1114.
  Indien de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen in overeenstemming met Richtlijn 2013/34/EU, is de toepasselijke totale jaaromzet de totale jaaromzet of het overeenkomstige inkomenstype volgens de recentste door het wettelijk bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming opgestelde geconsolideerde jaarrekening.
  § 3. De boeten die met toepassing van dit artikel door de FSMA worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiėn belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.

  Art. 56. Onverminderd de andere maatregelen die in dit boek of in Verordening 2023/1114 zijn vastgesteld, kan de FSMA bij overtreding van de bepalingen van Titel VI van Verordening 2023/1114, op voorwaarde dat de betrokken persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
  1° de vergunning van een aanbieder van cryptoactivadiensten schorsen of intrekken. Indien de betrokken instelling onder de toezichtsbevoegdheden van de Bank valt conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank of van de Europese Centrale Bank conform de SSM-verordening, kan de FSMA, naargelang het geval, aan de Bank of aan de Europese Centrale Bank vragen om zijn vergunning te schorsen of in te trekken;
  2° aan elk lid van het leidinggevend orgaan van de betrokken aanbieder van cryptoactivadiensten of elke andere voor de overtreding verantwoordelijk geachte natuurlijke persoon, een voorlopig verbod opleggen om managementfuncties uit te oefenen bij aanbieders van cryptoactivadiensten. Bij herhaalde overtredingen van de artikelen 89 tot en met 92 van Verordening 2023/1114, heeft het verbod een duur van minstens tien jaar;
  3° aan elk lid van het leidinggevend orgaan van de betrokken aanbieder van cryptoactivadiensten of elke andere voor de overtreding verantwoordelijk geachte natuurlijke persoon, een voorlopig verbod opleggen om voor eigen rekening te handelen.

  Art. 57. Tenzij de vaststelling ervan is ingegeven door redenen die de stabiliteit van het gehele financiėle stelsel van een lidstaat of een deel ervan aantasten, is de FSMA de autoriteit die de in artikel 105 van Verordening 2023/1114 bedoelde maatregelen kan uitvoeren. De FSMA kan het advies inwinnen van de Bank wanneer zij voornemens is een dergelijke maatregel te nemen.
  Indien een in artikel 105 van Verordening 2023/1114 bedoelde maatregel is ingegeven door redenen die de stabiliteit van het gehele financiėle stelsel van een lidstaat of een deel daarvan aantasten, valt de vaststelling ervan bij wijze van uitzondering onder de bevoegdheid van de Bank.

  TITEL IX. - STRAFRECHTELIJKE EN BURGERRECHTELIJKE SANCTIES

  Art. 58. § 1. Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 75 euro tot 15.000 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft:
  1° eenieder die de controles in de weg staat waaraan hij zich krachtens dit boek of Verordening 2023/1114 moet onderwerpen, die weigert of nalaat de informatie of documenten te verstrekken die hij moet bezorgen krachtens deze wet of die met opzet onjuiste of onvolledige informatie of documenten verstrekt;
  2° eenieder die, in Belgiė, andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens aan het publiek aanbiedt of de toelating ervan tot de verhandeling vraagt zonder, conform de artikelen 4 en 5 van Verordening 2023/1114, een cryptoactivawitboek te hebben opgesteld en gepubliceerd;
  3° eenieder die, in Belgiė, activagerelateerde tokens aan het publiek aanbiedt of de toelating ervan tot de verhandeling vraagt zonder een vergunning als kredietinstelling of een vergunning overeenkomstig artikel 21 van Verordening 2023/1114 te hebben verkregen, of zonder een cryptoactivawitboek te hebben laten goedkeuren krachtens de artikelen 17, lid 1, 21, lid 1, of 25 van Verordening 2023/1114;
  4° eenieder die, in Belgiė, e-moneytokens aan het publiek aanbiedt of de toelating ervan tot de verhandeling vraagt zonder als kredietinstelling of als instelling voor elektronisch geld een vergunning te hebben verkregen of zonder kennis te hebben gegeven van een cryptoactivawitboek en zo'n cryptoactivawitboek te hebben gepubliceerd conform artikel 51 van Verordening 2023/1114;
  5° eenieder die, in Belgiė, de activiteit van aanbieder van cryptoactivadiensten verricht zonder te voldoen aan de voorwaarden van artikel 60 van Verordening 2023/1114 of zonder een vergunning te hebben verkregen conform artikel 63 van Verordening 2023/1114, of na van die vergunning te hebben afgezien, of van wie de vergunning is ingetrokken;
  6° eenieder die zich niet houdt aan een schorsing of een verbod opgelegd krachtens artikel 94 van Verordening 2023/1114 of aan een weigering tot erkenning of goedkeuring;
  7° eenieder die, in Belgiė, bewust een cryptoactivawitboek of reclamestukken publiceert die niet beantwoorden aan de vereisten van Verordening 2023/1114;
  8° eenieder die, in Belgiė, een cryptoactivawitboek openbaar maakt dat melding maakt van de goedkeuring door de betrokken bevoegde autoriteit, terwijl die goedkeuring niet werd gegeven;
  9° eenieder die, in Belgiė, bewust een ander cryptoactivawitboek openbaar maakt dan het cryptoactivawitboek dat is goedgekeurd door of ter kennis is gebracht van de betrokken bevoegde autoriteit;
  10° eenieder die de artikelen 89, 90 en 91 van Verordening 2023/1114 miskent.
  § 2. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door dit boek bestrafte misdrijven.

  Art. 59. § 1. Onverminderd het gemeenrecht inzake burgerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, verklaart de rechter de aankoop van of de inschrijving op cryptoactiva nietig indien deze aankoop of inschrijving plaatsvond naar aanleiding van:
  1° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krachtens Verordening 2023/1114, een cryptoactivawitboek moet worden gepubliceerd, waarvoor geen voorafgaande publicatie van een cryptoactivawitboek heeft plaatsgevonden dat is goedgekeurd door of ter kennis is gebracht van de betrokken bevoegde autoriteit, conform de bepalingen van Verordening 2023/1114;
  2° een aanbieding aan het publiek door een aanbieder van activagerelateerde tokens of door een aanbieder van e-moneytokens die niet beschikt over een van de vergunningen die vereist zijn krachtens Verordening 2023/1114.
  § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop van of de inschrijving op de betrokken cryptoactiva geacht het gevolg te zijn van de overtreding van de betrokken bepalingen van Verordening 2023/1114.

  TITEL X. - WIJZIGINGSBEPALINGEN

  HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė

  Art. 60. Artikel 36/1 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met een bepaling onder 40°, luidende:
  "40° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937."

  Art. 61. Artikel 36/2, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2023, wordt aangevuld met de volgende zin: "Overeenkomstig artikel 12bis, de bepalingen van dit hoofdstuk en de bijzondere wetten die bepalen op welke wijze deze bevoegdheden worden uitgeoefend, is de Bank de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Titels III, IV en V van Verordening 2023/1114 door de in dit lid bedoelde entiteiten die gemachtigd zijn alle of een deel van de in de voormelde Titels III, IV en V bedoelde activiteiten uit te oefenen krachtens de genoemde verordening of de bijzondere wetten ter uitvoering daarvan, alsook door andere entiteiten die optreden als uitgevers van activagerelateerde tokens, als aanbieders van activagerelateerde tokens of e-moneytokens of als personen die verzoeken om toelating tot de handel van dergelijke tokens.".

  Art. 62. In artikel 36/14, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 2° /2 wordt ingevoegd, luidende:
  "2° /2 met inachtneming van het recht van de Europese Unie, aan de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie en van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte die één of meerdere van de in de Titels II en VI van Verordening 2023/1114 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;";
  b) de bepaling onder 3° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "3° /1 met inachtneming van het recht van de Europese Unie, aan de bevoegde autoriteiten van derde landen die één of meerdere bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in de Titels II en VI van Verordening 2023/1114;";
  c) in de bepaling onder 17° worden de woorden "of in zijn hoedanigheid van bevoegde autoriteit voor het toezicht op de naleving van de artikelen 49, leden 4 tot 6, en 50, leden 1 en 3 van Verordening 2023/1114" ingevoegd tussen de woorden "het Wetboek van economisch recht" en de woorden ", en aan de ambtenaren".

  HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten

  Art. 63. In artikel 2, eerste lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 40° /1 wordt vervangen als volgt:
  "40° /1 "cryptoactivum": een digitale weergave van een waarde of een recht die elektronisch kan worden overgedragen en opgeslagen, met gebruikmaking van distributed-ledger-technologie of vergelijkbare technologie;";
  b) de bepalingen onder 92° en 93° worden ingevoegd, luidende:
  "92° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;
  93° "wet van 11 december 2025": de wet van 11 december 2025 tot uitvoering van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en van Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 en houdende diverse financiėle bepalingen.".

  Art. 64. In artikel 30bis van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin van het eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "Onverminderd de artikelen 39 tot 43 van Verordening 600/2014, op advies van de raad van toezicht" worden vervangen door de woorden "Onverminderd de artikelen 39 tot 43 van Verordening 600/2014 en andere rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke bepalingen die de FSMA voor een productinterventie machtigen, op advies van de raad van toezicht";
  b) de woorden "virtuele munten" worden vervangen door het woord "cryptoactiva";
  2° in het eerste lid, 1° /1, worden de woorden "beperkende voorwaarden opleggen op" vervangen door de woorden "een verbod opleggen op of beperkende voorwaarden opleggen aan" en de woorden "van virtuele munten of van bepaalde categorieėn van virtuele munten" vervangen door de woorden "van cryptoactiva of van bepaalde categorieėn van cryptoactiva";
  3° in het tweede lid worden de woorden "of van de munt" de eerste keer vervangen door de woorden "of van de cryptoactiva" en de tweede keer door de woorden "of van het cryptoactiva";

  Art. 65. In artikel 30ter van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "afnemer van financiėle producten of diensten" telkens vervangen door "afnemer van financiėle producten of diensten, of van cryptoactiva en cryptoactivadiensten";
  2° paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
  "5° de personen als bedoeld in artikel 59, lid 1, van Verordening 2023/1114.";
  3° paragraaf 2 wordt aangevuld met de woorden ", of van een bepaald cryptoactivum of een bepaalde cryptoactivadienst";
  4° in paragraaf 3 wordt een bepaling onder 3° /4 ingevoegd, luidende:
  "3° /4 artikel 66, leden 2 tot en met 5, artikel 72, leden 2 en 3, artikel 75, leden 1, 5 en 9, artikel 77, leden 2 en 3, artikel 78, leden 3 en 5, artikel 80, artikel 81, leden 1 tot en met 5, leden 8 en 9, 11, 12, 13, 14, en artikel 82, lid 1, van Verordening 2023/1114, alsook de overeenstemmende bepalingen van de door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen;";
  5° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "afnemer van financiėle producten en diensten" vervangen door de woorden "afnemer van financiėle producten of diensten, of van cryptoactiva en cryptoactivadiensten".

  Art. 66. In artikel 36, § 1, vierde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 18 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "een financieel product op het Belgisch grondgebied te commercialiseren" worden vervangen door de woorden "een financieel product of een cryptoactivum op het Belgisch grondgebied te commercialiseren";
  2° de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied" worden vervangen door de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product of cryptoactivum op het Belgisch grondgebied";
  3° de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied" worden vervangen door de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product of cryptoactivum op het Belgisch grondgebied".

  Art. 67. In artikel 36bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid worden de woorden ", een instelling voor elektronisch geld, een betalingsinstelling" ingevoegd tussen de woorden "een benchmarkbeheerder" en de woorden "of een centrale tegenpartij";
  b) in het tweede lid worden de woorden ", een instelling voor elektronisch geld, een betalingsinstelling" ingevoegd tussen de woorden "een centrale tegenpartij" en de woorden "of een beursvennootschap";
  2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° wordt het woord ", cryptoactivadiensten" ingevoegd tussen het woord "benchmarkbeheerdiensten" en de woorden "of verzekeringsdiensten";
  b) in de bepaling onder 2° worden de woorden ", instellingen voor elektronisch geld, betalingsinstellingen" ingevoegd tussen het woord "depositobanken" en de woorden "en verzekeringsondernemingen";
  c) in de bepaling onder 3° worden de woorden "een instelling voor elektronisch geld, een betalingsinstelling," ingevoegd tussen de woorden "een instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling," en de woorden "of een beursvennootschap";
  3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden ", instelling voor elektronisch geld, betalingsinstelling" ingevoegd tussen de woorden "depositobank" en de woorden "of verzekeringsonderneming".

  Art. 68. In artikel 37septies, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 maart 2025, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
  "2° de opdrachten als bedoeld in artikel 29, leden 4 en 5, van Verordening 2017/2402, met uitzondering van de opdrachten die betrekking hebben op de entiteiten die ook onder de toezichtsbevoegdheid van de Bank vallen conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank of van de Europese Centrale Bank conform de SSM-verordening, of die deel uitmaken van de consolidatiekring van die entiteiten.".

  Art. 69. Artikel 37undecies, paragraaf 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met een bepaling onder 9°, luidende:
  "9° de uit hoofde van Verordening 2023/1114 vergunninghoudende aanbieders van cryptoactivadiensten.".

  Art. 70. In artikel 45, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
  "1° toe te zien op de naleving van de regels die de bescherming van de belangen van de belegger beogen bij verrichtingen in financiėle instrumenten en andere beleggingsinstrumenten of cryptoactiva, en op de naleving van de regels die de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markten voor financiėle instrumenten en andere beleggingsinstrumenten of cryptoactiva moeten waarborgen, en meer in het bijzonder van de regels bedoeld in hoofdstuk II, de bepalingen van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiėle instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU en de wet van 11 december 2025, alsook de ter uitvoering van voornoemde teksten genomen besluiten en reglementen;";
  b) in de bepaling onder 2° wordt de bepaling onder n) vervangen als volgt:
  "n) de aanbieders van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 59 van Verordening 2023/1114, onverminderd de bevoegdheden van de Bank";
  c) in de bepaling onder 3° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin worden de woorden "de instellingen voor elektronisch geld, de betalingsinstellingen," ingevoegd tussen de woorden "de beursvennootschappen," en de woorden "de centrale tegenpartijen,";
  2° de bepaling onder 3° wordt aangevuld met een bepaling onder l., luidende:
  "l. Titel II, de artikelen 27 tot en met 29, 31, 32, 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82 en Titel VI van Verordening 2023/1114.";
  d) de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
  "5° bij te dragen tot de naleving van de regels bedoeld om de afnemers van financiėle producten of diensten, cryptoactiva of cryptoactivadiensten, en de kredietnemers te beschermen tegen het onwettelijk aanbod of de illegale levering van dergelijke producten of diensten en tegen het onrechtmatige gebruik van benamingen die zijn voorbehouden aan ondernemingen die van de FSMA of de Bank een vergunning hebben verkregen of die door of bij de FSMA of de Bank zijn ingeschreven of geregistreerd;".

  Art. 71. Artikel 75, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2023, wordt aangevuld met een bepaling onder 28°, luidende:
  "28° aan de belastingadministratie, onder de voorwaarden bedoeld in artikel 100, lid 1, van Verordening 2023/1114, alsook binnen elk ander toezichtsdomein in verband waarmee de Europeesrechtelijke bepaling die eraan ten grondslag ligt, een dergelijke mededeling expliciet toestaat, en overeenkomstig de in die bepaling voorziene voorwaarden.".

  Art. 72. In artikel 86bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden ", aanbieder van cryptoactivadiensten" ingevoegd tussen de woorden "onafhankelijk vermogensadviseur" en de woorden "of enige andere gereglementeerde activiteit";
  b) de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt:
  "7° aan het publiek activagerelateerde tokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 6), van Verordening 2023/1114 zonder zich aan artikel 16 van die verordening te conformeren, of e-moneytokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 7), van Verordening 2023/1114 zonder zich aan artikel 48, lid 1, a), van die verordening te conformeren.";
  2° in paragraaf 4 worden de woorden "of van cryptoactiva" ingevoegd tussen de woorden "van financiėle producten of diensten" en de woorden "kan de FSMA daarbij ook";
  3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
  " § 6. In het kader van het toezicht bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 5°, kan de FSMA gebruikmaken van de bevoegdheden bedoeld in artikel 94 van Verordening 2023/1114 ten aanzien van een persoon die de activiteit van aanbieder van cryptoactivadiensten aanbiedt in de omstandigheden die worden beschreven in paragraaf 1, eerste lid, 1°, of ten aanzien van een persoon die aan het publiek activagerelateerde tokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 6), van Verordening 2023/1114, of die e-moneytokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 7), van Verordening 2023/1114 in de in paragraaf 1, eerste lid, 7°, omschreven omstandigheden.".

  Art. 73. In artikel 86ter, § 1, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 februari 2022, worden de woorden "of van cryptoactiva of cryptoactivadiensten" ingevoegd tussen de woorden "beleggingsdiensten en -activiteiten of financiėle producten" en de woorden "nietig, indien die werd gesloten".

  Art. 74. In artikel 125, eerste lid, 2°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, worden de woorden "of op de bepalingen van Verordening 2023/1114 die onder de bevoegdheid van de FSMA vallen" ingevoegd tussen de woorden "de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen" en de woorden ", of op de bepalingen genomen ter uitvoering van die wetten".

  HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen

  Art. 75. Artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met een bepaling onder 70°, luidende:
  "70° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937.".

  Art. 76. Artikel 216 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten, kan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 5, van Verordening 2023/1114, conform de bepalingen van die verordening.".

  HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders

  Art. 77. Artikel 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met een bepaling onder 113°, luidende:
  "113° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937.".

  Art. 78. In artikel 11 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:
  " § 3/1. Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten, kan de beheervennootschap van AICB's echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 5, van Verordening 2023/1114, conform de bepalingen van die verordening".

  HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen

  Art. 79. In artikel 3 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt een bepaling onder 8° /11 ingevoegd, luidende:
  "8° /11 "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;".

  Art. 80. In artikel 4, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 15) wordt vervangen als volgt:
  "15) Uitgifte van elektronisch geld, met inbegrip van e-moneytokens zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 7), van Verordening 2023/1114;";
  2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 16) en 17), luidende:
  "16) Uitgifte van activagerelateerde tokens zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 6), van Verordening 2023/1114;
  17) Cryptoactivadiensten zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 16), van Verordening 2023/1114.".

  HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies

  Art. 81. Artikel 2 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met een bepaling onder 83°, luidende:
  "83° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937."

  Art. 82. Artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten, kan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 3, van Verordening 2023/1114, conform de bepalingen van die verordening.".

  HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten

  Art. 83. In artikel 4 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
  "5° "Europese verordening betreffende geldovermakingen": Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849;";
  2° de bepaling onder 5° /6 wordt ingevoegd, luidende:
  "5° /6 "Verordening (EU) 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;";
  3° de bepaling onder 34° wordt vervangen als volgt:
  "34° "correspondentrelatie":
  a) het verlenen van bankdiensten door een bank als correspondent aan een andere bank als respondent, die met name het verstrekken van een lopende rekening of van een andere passiefrekening en het verlenen van aanverwante diensten, zoals contantenbeheer, internationale geldovermakingen, verwerking van cheques, transitrekeningen ("payable-through accounts") en valutawisseldiensten, kunnen omvatten;
  b) de betrekkingen tussen kredietinstellingen en financiėle instellingen, kredietinstellingen onderling en financiėle instellingen onderling, inclusief wanneer soortgelijke diensten door een correspondentinstelling aan een respondentinstelling worden verleend, en met inbegrip van betrekkingen die zijn aangegaan voor effectentransacties of geldovermakingen, of betrekkingen die zijn aangegaan voor cryptoactivatransacties of overdrachten van cryptoactiva;";
  4° de bepaling onder 35° /1 wordt vervangen als volgt:
  "35° /1 "cryptoactief": een cryptoactivum als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 5), van Verordening (EU) 2023/1114, behalve wanneer het onder de in artikel 2, leden 2, 3 en 4, van die verordening genoemde categorieėn valt of anderszins als geldmiddel wordt aangemerkt;";
  5° de bepaling onder 35° /2 wordt vervangen als volgt:
  "35° /2 "aanbieder van cryptoactivadiensten": een aanbieder van cryptoactivadiensten als omschreven in artikel 3, lid 1, punt 15), van Verordening (EU) 2023/1114, wanneer deze een of meer cryptoactivadiensten verricht als omschreven in artikel 3, lid 1, punt 16), van die verordening, met uitzondering van het verlenen van advies over cryptoactiva als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt 16), h), van die verordening;";
  6° de bepaling onder 35° /3 wordt vervangen als volgt:
  "35° /3 "zelfgehost adres": een zelfgehost adres als omschreven in artikel 3, punt 20), van de Europese verordening betreffende geldovermakingen;".

  Art. 84. In artikel 5, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 februari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepalingen onder 14° /1 en 14° /2 worden vervangen als volgt:
  "14° /1
  a) de aanbieders van cryptoactivadiensten naar Belgisch recht;
  b) de aanbieders van cryptoactivadiensten die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en die in Belgiė cryptoactivadiensten aanbieden via een vestiging in Belgiė, inclusief via een bijkantoor;";
  2° het tweede tot en met het elfde lid worden opgeheven.

  Art. 85. Artikel 15 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Het eerste lid is ook van toepassing op de onderworpen entiteiten als bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1, b) die in Belgiė zijn gevestigd in een andere vorm dan een bijkantoor. Voor die entiteiten die aan het toezicht van de FSMA zijn onderworpen conform artikel 85, § 1, 4°, worden de voorwaarden voor de aanwijzing van een centraal contactpunt vastgesteld in een reglement van de FSMA genomen ter uitvoering van artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, en dit centrale contactpunt zal de uitoefening, door de FSMA, van haar toezichtsopdrachten vergemakkelijken, met name door aan die autoriteit, op haar verzoek, alle documenten of informatie te bezorgen.".

  Art. 86. In artikel 38, § 2, eerste lid, 2°, e), van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "de in artikel 5, § 1, 4° tot 7°, 9° tot 14° en 16° tot 22° bedoelde onderworpen entiteiten" vervangen door de woorden "de in artikel 5, § 1, 4° tot 7°, 9° tot 14° /1 en 16° tot 22°, bedoelde onderworpen entiteiten".

  Art. 87. In artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "artikel 5, § 1, 1°, 4° tot en met 7°, 9° tot en met 14° en 16° tot en met 22° " vervangen door de woorden "artikel 5, § 1, 1°, 4° tot en met 7°, 9° tot en met 14° /1 en 16° tot en met 22° ";
  2° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. In afwijking van paragraaf 1 nemen de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1 die, met een respondententiteit die niet in de Europese Unie is gevestigd en die soortgelijke diensten levert, inclusief overdrachten van cryptoactiva, grensoverschrijdende correspondentrelaties aangaan waarbij cryptoactivadiensten als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 16), van Verordening (EU) 2023/1114, met uitzondering van punt h) van dat punt, worden uitgevoerd, naast de waakzaamheidsmaatregelen ten aanzien van de cliėnten als bedoeld in hoofdstuk 1, de volgende maatregelen:
  1° bepalen of de respondententiteit een vergunning heeft verkregen of geregistreerd is;
  2° voldoende informatie over de respondententiteit verzamelen om een volledig beeld te krijgen van de aard van zijn bedrijfsactiviteit en, op basis van openbaar beschikbare informatie, de reputatie van de entiteit en de kwaliteit van het toezicht beoordelen;
  3° de controles beoordelen die de respondent-entiteit in het kader van de strijd tegen WG/FT heeft ingesteld;
  4° toestemming verkrijgen van het hoger leidinggevend personeel voor zij nieuwe correspondentrelaties aangaan;
  5° de respectieve verantwoordelijkheden van elke correspondentrelatie documenteren;
  6° met betrekking tot cryptoactiva-transitrekeningen, zich ervan vergewissen dat de respondententiteit de identiteit heeft geverifieerd van de cliėnten die rechtstreeks toegang hebben tot de rekeningen van de correspondententiteit, en een bestendige waakzaamheid aan de dag heeft gelegd ten aanzien van hen, alsook dat zij in staat is om, op verzoek van de correspondententiteit, relevante gegevens te verstrekken over die waakzaamheidsmaatregelen.
  Deze maatregelen worden genomen voor een zakelijke relatie wordt aangegaan.".

  Art. 88. In dezelfde wet wordt een artikel 41/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 41/1. Onverminderd artikel 14, lid 5, tweede alinea, en artikel 16, lid 2, tweede alinea, van de Europese Verordening betreffende geldovermakingen, nemen de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1, van deze wet die overdrachten van cryptoactiva uitvoeren naar of vanuit een zelfgehost adres, naast de in hoofdstuk 1 bedoelde waakzaamheidsmaatregelen, specifieke risicobeperkende waakzaamheidsmaatregelen die in verhouding staan tot de vastgestelde risico's.
  Daarbij gaat het om een of meer van de volgende maatregelen:
  1° het nemen van risicogebaseerde maatregelen ter identificatie en ter verificatie van de identiteit van de initiator of de begunstigde van een overdracht naar of vanuit een zelfgehost adres, of van de uiteindelijke begunstigde van de initiator of begunstigde, onder meer door een beroep te doen op derde partijen;
  2° het eisen van aanvullende informatie over de oorsprong en de bestemming van de overgemaakte cryptoactiva;
  3° het aanscherpen van de permanente monitoring van deze transacties;
  4° alle andere maatregelen om de WG/FT-risico's evenals het risico op niet-uitvoering en ontduiking van gerichte financiėle sancties en van gerichte financiėle sancties in verband met de financiering van proliferatie te beperken en te beheren.".

  Art. 89. In artikel 85, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 februari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de woorden "of als aanbieders van cryptoactivadiensten";
  b) in de bepaling onder 4° worden de woorden "en met uitsluiting van de entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1" ingevoegd tussen de woorden "met uitsluiting van de kredietgevers in de zin van artikel I.9, 34°, van het Wetboek van economisch recht" en de woorden ", die krachtens punt 3° onder de toezichtsbevoegdheid van de Nationale Bank van Belgiė vallen".

  Art. 90. In artikel 91, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden ", als bedoeld in artikel 5, § 1, 4° tot en met 10° " vervangen door de woorden "die onder haar toezicht vallen krachtens artikel 85, § 1, 3° ".

  Art. 91. In artikel 93 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2020 en 20 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "bedoeld in artikel 5, § 1, 4° tot en met 10° " vervangen door de woorden "die onder haar toezicht valt krachtens artikel 85, § 1, 3° ";
  2° in de Nederlandse versie wordt in paragraaf 2, 1°, het woord "bekendmaken" ingevoegd tussen de woorden "het feit" en de woorden "dat de onderworpen entiteit"."

  Art. 92. In artikel 95 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "als bedoeld in artikel 5, § 1, 6°, d), of 7°, e)" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 5, § 1, 6°, d), 7°, e), of 14° /1, b), die onder het toezicht van de Bank valt en die in Belgiė is gevestigd in een andere vorm dan die van bijkantoor,".

  Art. 93. In dezelfde wet wordt een artikel 102/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 102/1. Voor de toepassing van artikel 102, eerste lid, 2°, wanneer de betrokken onderworpen entiteit een onderworpen entiteit is als bedoeld in artikel 5, § 1, 11°, c), of in artikel 5, § 1, 14° /1, b), en in Belgiė is gevestigd in een andere vorm dan een bijkantoor, en wanneer de ernst van de feiten dit rechtvaardigt, omvatten de in artikel 102, eerste lid, 2°, bedoelde maatregelen de bevoegdheid om de onderworpen entiteit te verbieden om in Belgiė diensten te verstrekken via één of meerdere agenten of distributeurs in Belgiė die de FSMA aanwijst.".

  Art. 94. In artikel 120/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2020, worden in de bepaling onder 2° de woorden "bedoeld in artikel 5, § 1, 5° tot en met 7°, 9° tot en met 14° en 16° tot en met 22° " vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 5, § 1, 5° tot en met 7°, 9° tot en met 14° /1 en 16° tot en met 22° ".

  Art. 95. In artikel 136 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "de in artikel 5, § 1, 4° tot en met 10° bedoelde onderworpen entiteiten" vervangen door de woorden "de entiteiten die onder het toezicht van de Bank vallen krachtens artikel 85, § 1, 3° ";
  2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "de in artikel 5, § 1, 11° tot en met 20°, bedoelde onderworpen entiteiten" vervangen door de woorden "de entiteiten die onder het toezicht van de FSMA vallen krachtens artikel 85, § 1, 4° ";
  3° het tweede lid, ingevoegd bij de wet van 1 februari 2022, wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingen van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiėle instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU

  Art. 96. Artikel 16 van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiėle instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten kan de marktoperator echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 6, van Verordening 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937, conform de bepalingen van die verordening."

  HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen

  Art. 97. . In artikel 2 van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 65° wordt vervangen als volgt:
  "65° "Verordening (EU) 2023/1113": Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849;";
  b) er wordt een bepaling onder 65° /3 ingevoegd, luidende:
  "65° /3 "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;";
  c) de bepaling onder 67° wordt vervangen als volgt:
  "67° "de wet van 11 juli 2018": de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;".

  Art. 98. . In artikel 21, § 1, 2°, worden de woorden "Verordening (EU) nr. 2015/847" vervangen door de woorden "Verordening (EU) 2023/1113".

  Art. 99. In Boek II, Titel II, Hoofdstuk I, Afdeling III, Onder-afdeling 8 van dezelfde wet wordt het opschrift van punt 8.2 vervangen als volgt: "8.2. Andere werkzaamheden".

  Art. 100. In artikel 44 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. Betalingsinstellingen mogen binnen de Europese Unie een activagerelateerde token uitgeven en aan het publiek aanbieden of verzoeken om toelating tot de handel van een activagerelateerde token mits wordt voldaan aan de vereisten van Titel III van Verordening 2023/1114, met name de artikelen 18 en 21, en aan de andere specifieke wettelijke en reglementaire bepalingen die voor dergelijke activiteiten gelden.
  Mits zij overeenkomstig artikel 63 van Verordening 2023/1114 een vergunning hebben verkregen, mogen betalingsinstellingen de in artikel 3, lid 1, punt 16 van de genoemde verordening bedoelde cryptoactivadiensten aanbieden.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "het eerste lid" vervangen door de woorden "de paragrafen 1 en 1/1".

  Art. 101. In artikel 45 van dezelfde wet worden de woorden "artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006" telkens vervangen door de woorden "artikel 28 van de wet van 11 juli 2018".

  Art. 102. In artikel 59 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "of de in artikel 44, § 1/1 bedoelde werkzaamheden" ingevoegd tussen de woorden "de in Bijlage I.A opgesomde betalingsdiensten" en de woorden "aan te bieden die zij in Belgiė mag verrichten";
  2° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of in artikel 44, § 1/1" ingevoegd tussen de woorden "als bedoeld in artikel 43" en de woorden "de betalingsinstelling voornemens is te verrichten".

  Art. 103. In dezelfde wet wordt een artikel 64/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 64/1. Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 44, § 1/1, laten de bepalingen van deze Onderafdeling de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande lid 4 van het voormelde artikel 65 is artikel 61, § 1 van deze wet van toepassing.".

  Art. 104. In artikel 65 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "of de in artikel 44, § 1/1 bedoelde werkzaamheden" ingevoegd tussen de woorden "de in Bijlage I.A opgesomde betalingsdiensten" en de woorden "aan te bieden die zij in Belgiė mag verrichten";
  2° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of in artikel 44, § 1/1" ingevoegd tussen de woorden "als bedoeld in artikel 43" en de woorden "de betalingsinstelling voornemens is te verrichten".

  Art. 105. In artikel 67 van dezelfde wet wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidende:
  " § 3. "Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 44, § 1/1, laat dit artikel de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande lid 4 van het voormelde artikel 65 zijn paragraaf 1 van dit artikel en artikel 68 van deze wet van toepassing.".

  Art. 106. In artikel 71, tweede lid, 4°, worden de woorden "Verordening (EU) nr. 2015/847" vervangen door de woorden "Verordening (EU) 2023/1113".

  Art. 107. In artikel 87 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de volgende zin: "Zij mogen geen cryptoactivadiensten aanbieden.";
  2° in paragraaf 4 worden de woorden "Verordening (EU) nr. 2015/847" vervangen door de woorden "Verordening (EU) 2023/1113".

  Art. 108. In artikel 168, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet worden de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191 en 192" vervangen door de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191, 192 en 192/1".

  Art. 109. In artikel 186 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191 en 192" vervangen door de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191, 192 en 192/1";
  b) het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 192/1, § 3, laat dit artikel de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande artikel 16, lid 3, en artikel 65, lid 4, van de voornoemde verordening is artikel 61, § 1, van deze wet van toepassing.".

  Art. 110. In artikel 187 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht die voornemens zijn in een andere lidstaat een activiteit van uitgifte van elektronisch geld uit te oefenen" worden vervangen door de woorden "instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht die voornemens zijn in een andere lidstaat een activiteit van uitgifte van elektronisch geld of een activiteit als bedoeld in artikel 192/1 uit te oefenen";
  b) in de bepaling onder 1° worden de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191 en 192" vervangen door de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191 tot en met 192/1";
  c) het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 192/1, § 3, laat dit artikel de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande artikel 16, lid 3, en artikel 65, lid 4, van de voornoemde verordening zijn de artikelen 67, § 1, en 68 van deze wet van toepassing.".

  Art. 111. Artikel 191 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
  " § 3. De instellingen voor elektronisch geld stellen de Bank voorafgaandelijk in kennis van hun voornemen om een van de in dit artikel bedoelde werkzaamheden uit te oefenen.".

  Art. 112. In Boek IV, Titel II, Hoofdstuk I, Afdeling III, Onderafdeling 8 van dezelfde wet wordt na artikel 192 een punt 8.2/1. ingevoegd, met als opschrift "8.2/1. Activiteiten met betrekking tot cryptoactiva".

  Art. 113. In dezelfde wet wordt na punt 8.2/1., ingevoegd bij artikel 112 van deze wet, een artikel 192/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 192/1. § 1. Instellingen voor elektronisch geld mogen binnen de Europese Unie een activagerelateerde token uitgeven en aan het publiek aanbieden of verzoeken om toelating tot de handel van een activagerelateerde token mits wordt voldaan aan de vereisten van Titel III van Verordening 2023/1114, met name de artikelen 18 en 21, en aan de andere specifieke wettelijke en reglementaire bepalingen die voor dergelijke activiteiten gelden.
  § 2. Instellingen voor elektronisch geld mogen binnen de Europese Unie een e-moneytoken uitgeven en aan het publiek aanbieden of verzoeken om toelating tot de handel van een e-moneytoken mits wordt voldaan aan de vereisten van Titel IV van Verordening 2023/1114 en aan de andere specifieke wettelijke en reglementaire bepalingen die voor dergelijke activiteiten gelden.
  Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald door of krachtens deze wet en onverminderd eventuele specifieke bepalingen uit hoofde van Titel IV van Verordening 2023/1114, worden e-moneytokens voor de toepassing van de door of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen geacht elektronisch geld te zijn.
  § 3. Mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 60, leden 4, 7, 8 en 9, van Verordening 2023/1114, mogen instellingen voor elektronisch geld, overeenkomstig de bepalingen van Titel V van die verordening die op hen van toepassing zijn, cryptoactiva namens cliėnten bewaren en beheren en cryptoactivaoverdrachtdiensten namens cliėnten verlenen met betrekking tot de e-moneytokens die zij hebben uitgegeven.
  Mits zij overeenkomstig artikel 63 van Verordening 2023/1114 een vergunning hebben verkregen, mogen instellingen voor elektronisch geld de in artikel 3, lid 1, punt 16) van de genoemde verordening bedoelde cryptoactivadiensten aanbieden.
  § 4. De instellingen voor elektronisch geld stellen de Bank voorafgaandelijk in kennis van hun voornemen om een van de in dit artikel bedoelde werkzaamheden uit te oefenen. Indien een werkzaamheid als bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3 wordt uitgeoefend, kan de Bank, met het oog op een gezonde en prudente bedrijfsvoering en een passende risicobeheersing door de instelling voor elektronisch geld, of met het oog op passend prudentieel toezicht op die instelling, bepaalde aanvullende voorwaarden verbinden aan het uitoefenen van dergelijke werkzaamheden. Zo kan de Bank verlangen dat er voor het verrichten van deze werkzaamheden een duidelijke scheiding gehanteerd wordt op organisatorisch vlak en, in voorkomend geval, dat deze werkzaamheden worden geleverd door een afzonderlijke juridische entiteit die overeenkomstig artikel 185 eigendom is van de instelling voor elektronisch geld.".

  Art. 114. In artikel 193 van dezelfde wet worden de woorden "artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "artikel 28 van de wet van 11 juli 2018".

  Art. 115. In artikel 203 van dezelfde wet wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. Beperkte instellingen voor elektronisch geld mogen geen cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt 16), van Verordening 2023/1114 aanbieden.".

  HOOFDSTUK X. - Wijzigingen van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt

  Art. 116. In Boek I van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt wordt een artikel 2/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2/1. Deze wet is niet van toepassing op de cryptoactiva in de zin van artikel 3, lid 1, 5), van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937, waarvan de aanbieding aan het publiek aanleiding zou geven tot de toepassing van de Titels II, III of IV van die Verordening.".

  HOOFDSTUK XI. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen

  Art. 117. In artikel 3 van de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen, gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt een bepaling onder 23° /2 ingevoegd, luidende:
  "23° /2 "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;".

  Art. 118. Artikel 80 van dezelfde wet wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende:
  "3° onverminderd artikel 93 en de naleving van de vereisten die worden opgelegd door of krachtens deze wet, met name artikel 17, en de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke bepalingen als bedoeld in artikel 238, § 1, de cryptoactivadiensten die zijn toegestaan op grond van artikel 60, lid 3 of krachtens de artikelen 59 en 63 van Verordening 2023/1114."

  Art. 119. In Boek II, Titel II, Hoofdstuk V, Afdeling IV van dezelfde wet wordt een onderafdeling III ingevoegd met als opschrift "Onderafdeling III. - Aanbieden van cryptoactivadiensten in het buitenland".

  Art. 120. In Onderafdeling III van Boek II, Titel II, Hoofdstuk V, Afdeling IV, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 119 van deze wet, wordt een artikel 105/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 105/1. Niettegenstaande de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 zijn de artikelen 98, vierde lid, en 103, tweede lid, van deze wet van toepassing.".

  Art. 121. In artikel 153 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de woorden ", of cryptoactivadiensten die zijn toegestaan overeenkomstig artikel 80".

  HOOFDSTUK XII. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht

  Art. 122. In Boek XV, Titel 3, Hoofdstuk 2, Afdeling 11/3, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 18 april 2017, wordt een artikel XV.125/4/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. XV.125/4/4. Met een sanctie van niveau 5 worden bestraft zij die de bepalingen van de artikelen 49, leden 4 tot 6 en 50, leden 1 tot 3 van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 overtreden."

  BOEK III. - OMZETTING VAN DE RICHTLIJN (EU) 2024/790 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 28 FEBRUARI 2024 TOT WIJZIGING VAN RICHTLIJN 2014/65/EU BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIELE INSTRUMENTEN

  TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUSTUS 2002 BETREFFENDE HET TOEZICHT OP DE FINANCIELE SECTOR EN DE FINANCIELE DIENSTEN

  Art. 123. In artikel 28 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, vervangen bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
  " § 3. Met betrekking tot de financiėle instrumenten die onder de handelsverplichtingen van de artikelen 23 en 28 van Verordening (EU) nr. 600/2014 vallen, stelt de gereglementeerde onderneming, na de uitvoering van een order namens een cliėnt, die cliėnt in kennis van de plaats waar de order is uitgevoerd.";
  3° paragraaf 6 wordt opgeheven;
  4° in paragraaf 7 worden de woorden ", rekening houdend met, onder andere, de op grond van paragrafen 3 en 6 gepubliceerde informatie" opgeheven.

  TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 25 OKTOBER 2016 BETREFFENDE DE TOEGANG TOT HET BEROEP VAN DIENSTVERLENER INZAKE BE-LEGGINGSDIENSTEN EN BETREFFENDE HET STATUUT EN HET TOE-ZICHT VAN DE VENNOOTSCHAPPEN VOOR PORTEFEUILLEBEHEER EN BELEGGINGSADVIES

  Art. 124. In artikel 4, paragraaf 1, 5°, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beroep van dienstverlener inzake beleggingsdiensten en betreffende het statuut en het toezicht van de vennootschappen voor portefeuillebeheer en beleggingsadvies, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
  "b) lid zijn van of deelnemer zijn in een gereglementeerde markt of een MTF, met uitzondering van de niet-financiėle entiteiten die transacties uitvoeren op een handelsplatform wanneer dergelijke transacties deel uitmaken van liquiditeitsbeheer, of wanneer objectief kan worden aangetoond dat die transacties risico's verminderen die rechtstreeks verband houden met de commerciėle bedrijvigheid of met de activiteiten betreffende het beheer van de kasmiddelen van die niet-financiėle entiteiten of van groepen waartoe zij behoren;".

  TITEL III. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 21 NOVEMBER 2017 BETREFFENDE DE INFRASTRUCTUREN VAN DE FINANCIELE INSTRUMENTENMARKTEN EN TOT OMZETTING VAN RICHTLIJN 2014/65/EU

  Art. 125. In artikel 3 van de wet van 21 november 2017 betreffende de infrastructuren van de financiėle instrumentenmarkten en tot omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2021 en 25 maart 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
  "4° "multilateraal systeem": een multilateraal systeem in de zin van artikel 2, lid 1, punt 11, van Verordening (EU) nr. 600/2014;";
  b) de bepaling onder 29° wordt vervangen als volgt:
  "29° "beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling": een kredietinstelling of een beursvennootschap die op georganiseerde, frequente en systematische basis voor eigen rekening handelt in eigenvermogensinstrumenten bij het buiten een gereglementeerde markt of een MTF of een OTF uitvoeren van orders van cliėnten zonder een multilateraal systeem te exploiteren, of die ervoor kiest om onder de regeling voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling te vallen.".

  Art. 126. Artikel 5 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 127. Artikel 21, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met de bepalingen onder 7° en 8°, luidende:
  "7° treft regelingen om ervoor te zorgen dat hij voldoet aan de gegevenskwaliteitsnormen overeenkomstig artikel 22ter van Verordening (EU) nr. 600/2014;
  "8° heeft ten minste drie daadwerkelijk actieve leden of gebruikers, die elk op alle anderen kunnen inwerken met betrekking tot prijsvorming.".

  Art. 128. In artikel 22, § 5, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "als zich een noodsituatie voordoet of" ingevoegd tussen de woorden "of te beperken," en de woorden "als er op deze markt", en de woorden "of te beperken," tussen de woorden "parameters om de handel stil te leggen" en de woorden "voldoende geijkt zijn";
  2° de paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "De marktexploitant maakt op zijn website informatie openbaar over de omstandigheden die tot stillegging of beperking van de handel leiden, en over de beginselen voor het bepalen van de belangrijkste technische parameters die daarvoor worden gebruikt.
  Wanneer een marktexploitant niet overgaat tot de stillegging of de beperking van de handel als bedoeld in het eerste lid ondanks het feit dat een aanzienlijke koersbeweging in een financieel instrument of gerelateerde financiėle instrumenten tot chaotische marktomstandigheden op een of meer markten heeft geleid, neemt de FSMA passende maatregelen om de normale werking van de markten te herstellen, inclusief door het opleggen van de maatregelen of de sancties als bedoeld in de artikelen 72 en 87 van deze wet.".

  Art. 129. Artikel 23, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Met betrekking tot de aandelen met een internationaal effectenidentificatienummer (ISIN-code) dat is toegekend buiten de Europese Economische Ruimte (EER), of de aandelen met een ISIN-code van de EER die op een platform in een derde land worden verhandeld in de lokale valuta of in een niet-EER-valuta, zoals bedoeld in artikel 23, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 600/2014, waarvoor het platform dat wat liquiditeit betreft de meest relevante markt is, in een derde land is gelegen, kan de marktexploitant in dezelfde verhandelingseenheden voorzien als deze die op dat platform gelden.".

  Art. 130. Artikel 24 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 131. Artikel 47 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 132. Artikel 51, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "MTF- of OTF-exploitanten beschikken over regelingen om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de gegevenskwaliteitsnormen overeenkomstig artikel 22ter van Verordening (EU) nr. 600/2014.".

  Art. 133. In dezelfde wet wordt het opschrift van Titel IV vervangen als volgt:
  "Titel IV. - Positielimieten in grondstoffenderivaten en positiebeheerscontroles in grondstoffenderivaten en emissierechtenderivaten".

  Art. 134. In artikel 69, § 6 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 23 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de inleidende zin worden de woorden "of emissierechtenderivaten" ingevoegd tussen de woorden "grondstoffenderivaten" en de woorden "worden verhandeld";
  b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "emissierechtenderivaten of" ingevoegd tussen de woorden "op de onderliggende markt, met inbegrip van, in voorkomend geval," en de woorden "posities aangehouden in grondstoffenderivaten".

  Art. 135. In artikel 70 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 23 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid worden, in de inleidende zin, de woorden "of emissierechten of derivaten daarvan" vervangen door de woorden "of emissierechtenderivaten";
  b) in het eerste lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1° maken het volgende openbaar:
  a) voor handelsplatformen waar opties worden verhandeld, twee wekelijkse rapporten, waarvan één zonder de opties, met de geaggregeerde posities van de verschillende categorieėn personen voor de verschillende grondstoffenderivaten of emissierechtenderivaten die op hun handelsplatform worden verhandeld, met vermelding van het aantal long- en shortposities die door deze categorieėn worden aangehouden, de veranderingen daarin sinds het vorige rapport, het percentage totale openstaande posities per categorie en het aantal personen die in elke categorie een positie aanhouden, conform paragraaf 4, en bezorgen dit rapport aan de FSMA en aan ESMA;
  b) voor handelsplatformen waar geen opties worden verhandeld, een wekelijks rapport over de in punt a) vermelde elementen";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
  " § 2. Beleggingsondernemingen, kredietinstellingen of marktexploitant die een handelsplatform exploiteren waar, buiten een handelsplatform om, grondstoffenderivaten of emissierechtenderivaten worden verhandelen, verstrekken de FSMA, als zij (a) de centrale bevoegde autoriteit is, of (b) - indien er geen centrale bevoegde autoriteit is - de bevoegde autoriteit van het handelsplatform waar de grondstoffenderivaten of emissierechtenderivaten worden verhandeld, ten minste op dagelijkse basis een volledige uitsplitsing van hun posities in economisch gelijkwaardige OTC-contracten en van de posities van hun cliėnten, en van de cliėnten van die cliėnten tot aan de eindcliėnt, in overeenstemming met artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014 en, indien van toepassing, artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1227/2011.";
  3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de inleidende zin wordt vervangen als volgt:
  "Personen die posities in een grondstoffenderivaat of emissierechtenderivaat aanhouden, worden door de beleggingsonderneming, de kredietinstelling of de marktexploitant die dat handelsplatform exploiteert, ingedeeld in een van de volgende categorieėn, op grond van de aard van hun hoofdactiviteit, rekening houdend met eventuele verleende vergunningen:";
  b) in de bepaling onder 5° worden de woorden "emissierechten of derivaten daarvan" vervangen door het woord "emissierechtenderivaten".

  BOEK IV. - BEPALINGEN OVER DE DIENST VOOR BEMIDDELING IN FINANCIELE AANGELEGENHEDEN EN DE OMBUDSDIENST INZAKE VERZEKERINGEN

  TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUSTUS 2002 BETREFFENDE HET TOEZICHT OP DE FINANCIELE SECTOR EN DE FINANCIELE DIENSTEN

  Art. 136. In de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten wordt Hoofdstuk VI, opgeheven bij de wet van 31 juli 2013, hersteld als volgt:
  "Hoofdstuk VI. - Buitengerechtelijke geschillenregeling inzake financiėle aangelegenheden".

  Art. 137. In Hoofdstuk VI van dezelfde wet, hersteld bij artikel 136, wordt een artikel 128/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 128/1. § 1. Er wordt een dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden opgericht.
  De dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden is een buitengerechtelijke regeling voor de beslechting van geschillen tussen een financiėle instelling en haar cliėnten of potentiėle cliėnten, die zijn ontstaan tijdens de uitoefening van de activiteiten van die financiėle instelling in verband met haar gereglementeerd statuut als bedoeld in paragraaf 2.
  § 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verwijst "financiėle instelling" naar een van de volgende personen of entiteiten, voor zover deze naar Belgisch recht is of in Belgiė zijn gevestigd:
  1° een kredietinstelling in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen;
  2° een beleggingsonderneming in de zin van artikel 3, § 1, van de wet van 25 oktober 2016;
  3° een instelling voor elektronisch geld in de zin van artikel 2, 73°, van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen;
  4° een betalingsinstelling in de zin van artikel 2, 8°, van de wet van 11 maart 2018;
  5° een kredietgever in de zin van artikel I.9, 34°, van het Wetboek van Economisch Recht;
  6° een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiėle instrumenten;
  7° een kredietbemiddelaar in de zin van artikel I.9, 35°, van het Wetboek van Economisch Recht;
  8° een kredietservicer in de zin van artikel 5, 8°, van de wet van de wet van 20 december 2024 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2021/2167 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2021 inzake kredietservicers en kredietkopers en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU;
  9° iedere andere persoon of entiteit met activiteiten in de financiėle sector waarvan de geschillen, krachtens de geldende wetgeving of reglementering, het voorwerp moeten kunnen uitmaken van een buitengerechtelijke regeling.
  § 3. De dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden is met name belast met de buitengerechtelijke klachtenregeling inzake financiėle diensten als bedoeld in artikel VII.216 van het Wetboek van Economisch Recht.".

  Art. 138. In hetzelfde Hoofdstuk VI wordt een artikel 128/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 128/2. De dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden heeft de volgende opdrachten:
  1° klachten behandelen over een geschil tussen de klager en een financiėle instelling, door middel van bemiddeling of door de verstrekking van een advies om het geschil op te lossen.
  De klachten kunnen worden ingediend door elke consument, elke rechtspersoon die een belangeloos doel nastreeft, of elke vennootschap, die belang heeft bij de oplossing van een geschil met een financiėle instelling dat is ontstaan in het kader van de uitoefening van haar activiteiten in verband met haar gereglementeerd statuut als bedoeld in artikel 128/1, § 2.
  Met uitzondering van de klachten over de basisbankdienst voor de ondernemingen, over de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen, over de uitvoering van kredieten, over de kosten verbonden aan grensoverschrijdende betalingen binnen de Europese Unie, over de afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties, is een klacht van een vennootschap slechts ontvankelijk door de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden voor zover deze vennootschap beantwoordt aan de definitie van kleine vennootschap in de zin van artikel 1:24 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen of aan de definitie van microvennootschap in de zin van artikel 1:25 van hetzelfde Wetboek;
  2° specifieke bevoegdheden uitoefenen, als vastgelegd in dit hoofdstuk, die hem zijn toegekend door het Wetboek van Economisch Recht of door enige andere wettelijke of reglementaire bepaling die hem deze bevoegdheden zou verlenen;
  3° adviezen en aanbevelingen van algemene aard formuleren voor de overheid, consumenten, ondernemingen en financiėle instellingen;
  4° de FSMA de nodige informatie verstrekken voor de uitoefening van haar wettelijke opdrachten, hetzij op eigen initiatief, hetzij op haar verzoek, als bedoeld in artikel 128/6.".

  Art. 139. In hetzelfde Hoofdstuk VI wordt een artikel 128/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 128/3. § 1. De dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden wordt opgericht in de vorm van een rechtspersoon.
  § 2. De dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden bestaat met name uit de ombudsman, een raad van bestuur, een algemene vergadering en een raad van toezicht.
  § 3. De ombudsman is de natuurlijke persoon die het dagelijks bestuur waarneemt en de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden vertegenwoordigt.
  De ombudsman wordt benoemd door de raad van bestuur op advies van de raad van toezicht van de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden.
  § 4. De raad van toezicht bestaat uit een vertegenwoordiger van de financiėle instellingen, een deskundige in consumentenrecht, een vertegenwoordiger van de FSMA, een vertegenwoordiger van de FOD Economie en een onafhankelijke deskundige.
  De vertegenwoordigers en de deskundigen worden door de minister bevoegd voor consumentenbescherming benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. De minister kan een plaatsvervanger aanstellen voor elke vertegenwoordiger en alle deskundigen.
  Ingeval het mandaat van een lid van de raad van toezicht om welke reden ook openvalt, wordt hij vervangen voor de resterende duur van zijn mandaat.
  De raad van toezicht vergadert rechtsgeldig zodra de vertegenwoordigers zijn aangesteld.
  De raad van toezicht stelt zijn huishoudelijk reglement vast.
  § 5. De raad van toezicht heeft als opdracht:
  1° adviezen te formuleren voor de raad van bestuur van de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden voor zijn organisatie en werking;
  2° algemeen toezicht te houden op de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden;
  3° een advies te formuleren voor de raad van bestuur over de benoeming van de ombudsman en de leden van het college van deskundigen.
  § 6. De dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden omvat een college van deskundigen.
  Het college van deskundigen bestaat uit deskundigen in de materies waarvoor de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden bevoegd is. Zij worden aangesteld door de raad van bestuur, op voordracht van de ombudsman.
  Het college van deskundigen kan worden geraadpleegd door de ombudsman.
  Het college van deskundigen stelt zijn huishoudelijk reglement vast.".

  Art. 140. In hetzelfde Hoofdstuk VI wordt een artikel 128/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 128/4. De financiėle instellingen zijn verplicht om zich aan te sluiten bij de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden.
  De dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden wordt gefinancierd met de bijdragen van de aangesloten financiėle instellingen.
  De Koning kan, op advies van de FSMA, de modaliteiten vastleggen voor de financiering van de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden.
  De Koning kan de wijze van betaling van de bijdragen vastleggen voor alle of een deel van de financiėle instellingen. De Koning kan de FSMA gelasten de bijdragen te innen van de entiteiten die bij of door haar zijn ingeschreven of geregistreerd of van haar een vergunning hebben verkregen.".

  Art. 141. In hetzelfde Hoofdstuk VI wordt een artikel 128/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 128/5. De dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden stelt zijn procedurereglement vast conform de bepalingen van Titel 4 van Boek XVI van het Wetboek van Economisch Recht.
  Enkel de motieven voor weigering bedoeld in artikel XVI.25, § 1, 7°, b) tot h), van het Wetboek van economisch recht mogen door de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden in zijn procedurereglement bepaald worden.

  Art. 142. In hetzelfde Hoofdstuk VI wordt een artikel 128/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 128/6. De FSMA kan bij de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden de informatie opvragen die zij nodig heeft om haar wettelijke opdracht te vervullen.
  De FSMA bepaalt de inhoud van de gewenste informatie alsook de wijze waarop en de vorm waarin ze haar moet worden bezorgd.".

  TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 22 MAART 2006 BETREFFENDE DE BEMIDDELING IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN EN DE DISTRIBUTIE VAN FINANCIELE INSTRUMENTEN

  Art. 143. In artikel 8, eerste lid, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiėle instrumenten wordt de bepaling onder 8°, vervangen bij de wet van 2 mei 2019, vervangen als volgt:
  "8° aansluiten bij de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden als bedoeld in Hoofdstuk VI van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten. De bemiddelaar dient bij te dragen aan de financiering van deze dienst en gevolg te geven aan elk tot hem gericht verzoek om informatie in het kader van de klachtenbehandeling door deze dienst;".

  Art. 144. In artikel 15, § 1, eerste lid, van dezelfde wet wordt de bepaling onder f), vervangen bij de wet van 27 juni 2021, vervangen als volgt:
  "f) de contactgegevens van de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden als bedoeld in Hoofdstuk VI van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten.".

  TITEL III. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 21 DECEMBER 2013 BETREFFENDE DIVERSE BEPALINGEN INZAKE DE FINANCIERING VOOR KLEINE EN MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN

  Art. 145. Artikel 14, vierde lid, van de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen wordt vervangen als volgt:
  "De evaluatie als bedoeld in het eerste lid gebeurt na voorafgaand advies van de FSMA, de Nationale Bank van Belgiė en de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden als bedoeld in hoofdstuk VI van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten.".

  TITEL IV. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 4 APRIL 2014 BETREFFENDE DE VERZEKERINGEN

  Art. 146. In artikel 322 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 mei 2024, wordt een nieuwe paragraaf 2/1 ingevoegd voor de huidige paragrafen 2/1 en 2/2, die respectievelijk vernummerd worden tot 2/2 en 2/3:
  "Art. 322, § 2/1. De ombudsdienst inzake verzekeringen stelt zijn procedurereglement vast conform de bepalingen van Titel 4 van Boek XVI van het Wetboek van Economisch Recht.
  Met uitzondering van geschillen met Datassur, waarvoor de ombudsdienst inzake verzekeringen optreedt als beroepsinstantie, mogen enkel de motieven voor weigering bedoeld in artikel XVI.25, § 1, 7°, b) tot h), van het Wetboek van economisch recht door de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden in zijn procedurereglement bepaald worden.

  TITEL V. - WIJZIGINGEN VAN HET GERECHTELIJK WETBOEK

  Art. 147. Artikel 1734, § 1/1, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 juni 2018 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2022, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "In geschillen die onder hun respectieve bevoegdheid vallen, en voor zover zij niet reeds kennis hebben genomen van het geschil, kunnen de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden, opgericht bij artikel 128/1 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, of de ombudsman van de verzekeringen, opgericht bij artikel 322 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, door de rechter worden aangesteld, hetzij op verzoek van de partijen, hetzij op zijn initiatief met instemming van de partijen, om te trachten via bemiddeling te komen tot een oplossing van het geschil. De vertegenwoordigers van de dienst voor bemiddeling in financiėle aangelegenheden en de ombudsman van de verzekeringen hoeven daartoe niet als bemiddelaar te zijn erkend conform de in artikel 1726 bedoelde procedure."

  BOEK V. - DIVERSE BEPALINGEN

  TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 11 AUGUSTUS 1987 HOUDENDE WAARBORG VAN WERKEN UIT EDELE METALEN

  Art. 148. Artikel 15 van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van werken uit edele metalen, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 15. § 1. Iedere fabrikant van werken uit edel metaal is verplicht bij het waarborgkantoor bij de Koninklijke Munt van Belgiė, waar hij het bewijs zal voorleggen van zijn identiteit en van zijn inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen, een afdruk neer te leggen van zijn stempelhandtekening op een daartoe bestemde koperen plaat, alsmede drie reproducties van die afdruk.
  § 2. Iedere fabrikant, handelskeurmeester of opkoper van edele metalen is verplicht zich te laten inschrijven in het waarborgregister neergelegd bij het waarborgkantoor.
  § 3. Dit register bevat de volgende persoonsgegevens:
  1° voor natuurlijke personen:
  a) naam;
  b) voornaam;
  c) identificatienummer in het Rijksregister;
  d) identificatienummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  e) e-mailadres;
  f) het stempelmerk, wanneer het om een fabrikant of handelskeurmeester gaat;
  g) een uittreksel uit het strafregister, wanneer het om een opkoper van edele metalen of handelskeurmeester gaat;
  2° voor rechtspersonen:
  a) maatschappelijk doel;
  b) adres van de maatschappelijke zetel;
  c) identificatienummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  d) naam van de bestuurder;
  e) voornaam van de bestuurder;
  f) woonadres van de bestuurder;
  g) e-mailadres van de rechtspersoon;
  h) het stempelmerk, wanneer het om een fabrikant of handelskeurmeester gaat;
  i) een uittreksel uit het strafregister van de bestuurder, wanneer het om een opkoper van edele metalen of handelskeurmeester gaat.
  Wanneer de fabrikanten, handelskeurmeesters of opkopers van edelmetalen natuurlijke personen zijn, is het specifieke doel waarvoor hun emailadres mag worden geregistreerd, beperkt tot het versturen van meldingen bij verzending van een nieuw bericht via de beveiligde toepassing bedoeld in artikel 15, § 8.
  In afwijking van het tweede lid kan een bericht naar hun emailadres worden verstuurd ingeval de beveiligde toepassing geen berichtenuitwisseling toelaat wegens technische redenen of overmacht.
  § 4. Om te controleren of er voor elke opkoper van edele metalen geen veroordelingen zijn overeenkomstig paragraaf 9, tweede lid, 3°, en om te controleren voor elke handelskeurmeester of de voorwaarde van artikel 5, eerste lid, 1°, van het koninklijk besluit van 18 januari 1990 houdende de uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van werken uit edele metalen is voldaan, is de Koninklijke Munt van Belgiė gemachtigd om de gegevens van het uittreksel uit het strafregister te verwerken.
  Dit uittreksel is beperkt tot veroordelingen die verband houden met de misdrijven bedoeld in artikel 1, a) tot f), van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen.
  § 5. De Koninklijke Munt van Belgiė verwerkt de in paragraaf 3 bedoelde persoonsgegevens met het oog op:
  1° consumentenbescherming, om de traceerbaarheid van objecten in edele metalen te garanderen via het meesterteken;
  2° de registratie en bewaring van deze persoonsgegevens voor de bestrijding van fraude, om controles door de bevoegde autoriteiten krachtens artikel 25 mogelijk te maken ter voorkoming en bestraffing van misdrijven als heling en oplichting.
  § 6. De gegevens in het register worden bewaard zolang de persoon zijn beroepsactiviteit uitoefent, en vervolgens gedurende een periode van maximum tien jaar na de definitieve stopzetting van zijn beroepsactiviteit. Het uittreksel uit het strafregister wordt maximum één jaar bewaard na de inschrijving van de opkoper van edele metalen of handelskeurmeester in het register van het waarborgkantoor.
  § 7. De Federale Overheidsdienst Financiėn vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG en van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, voor de verwerking van de persoonsgegevens die zij krachtens paragraaf 3 verzamelt, verwerkt en opslaat.
  § 8. De Koninklijke Munt van Belgiė stelt een beveiligde elektronische applicatie ter beschikking aan elke fabrikant, handelskeurmeester of opkoper van edele metalen, waarmee inschrijving in het register bedoeld in paragraaf 2 mogelijk is.
  Het register is toegankelijk voor de medewerkers van de Koninklijke Munt van Belgiė, de politie en de Economische Inspectie, in het kader van hun respectieve opdrachten.
  Iedere natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon die in het register is ingeschreven, heeft eveneens toegang tot zijn eigen dossier.
  De Koning bepaalt de modaliteiten voor inschrijving en toegang tot het register.
  § 9. Onder opkoper van edele metalen dient te worden verstaan elke onderneming in de zin van artikel I.1 van het Wetboek van economisch recht die de consument aanbiedt om werken uit edele metalen in te kopen.
  De opkoper van edele metalen moet:
  1° een weegschaal bezitten en gebruiken die voldoet aan de wettelijke vereisten met betrekking tot de meetinstrumenten en dan in het bijzonder de weeginstrumenten;
  2° de inkoopprijzen voor de verschillende edele metalen op een zichtbare wijze afficheren;
  3° een strafregister hebben waarop geen enkele veroordeling wegens één van de strafbare feiten bedoeld in artikel 1, a) tot f), van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, voorkomt."

  Art. 149. In dezelfde wet wordt een artikel 15/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 15/1. Om een nauwkeurige en correcte identificatie mogelijk te maken, wordt elke natuurlijke persoon die zich wenst in te schrijven in het waarborgregister als fabrikant, handelskeurmeester of opkoper van edele metalen, geļdentificeerd op basis van zijn identificatienummer in het Rijksregister."

  Art. 150. In dezelfde wet wordt een artikel 15/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 15/2. § 1. Het gebruik van de applicatie bedoeld in artikel 15, § 8, is verplicht.
  Elke communicatie tussen de Koninklijke Munt van Belgiė en natuurlijke of rechtspersonen die handelen in het kader van hun beroepsactiviteiten, gebeurt via de elektronische diensten die ter beschikking worden gesteld door de Federale Overheidsdienst Financiėn.
  § 2. Paragraaf 1 is van toepassing tot de inwerkingtreding van alle bepalingen van hoofdstuk 16 van de wet van 12 mei 2024 tot digitalisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiėn, de burgers, de bedrijven, de rechtspersonen en bepaalde derden en tot opheffing van de wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiėn, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten."

  TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUSTUS 2002 BETREFFENDE HET TOEZICHT OP DE FINANCIELE SECTOR EN DE FINANCIELE DIENSTEN

  Art. 151. In artikel 25 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende:
  " § 2/1. Als een uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt de openbaarmaking van voorwetenschap uitstelt op grond van artikel 17, lid 4, van Verordening 596/2014, stelt hij de FSMA onmiddellijk nadat de informatie openbaar is gemaakt, op de hoogte van het uitstel van de openbaarmaking en van de datum waarop is beslist om de openbaarmaking uit te stellen. De FSMA kan de uitgevende instelling of de deelnemer aan de emissierechtenmarkt vragen te verantwoorden op welke wijze aan de in artikel 17, lid 4, van Verordening 596/2014 opgenomen voorwaarden is voldaan."

  Art. 152. In artikel 87bis van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "De beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, beheervennootschappen van openbare AICB's, kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht, en de in Belgiė gevestigde bijkantoren van dergelijke instellingen die ressorteren onder het recht van derde Staten, stellen één of meer complianceofficers die de passende kennis en ervaring bezitten, aan voor de naleving van de volgende bepalingen die op hen van toepassing zijn:
  a) artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2;
  b) de artikelen 218, 219 en 220 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, artikel 201 van dezelfde wet;
  c) de artikelen 37, 38, 39, 44 tot 46, en 330 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, de artikelen 26 tot 28, 36, 47, en 319 van dezelfde wet.";
  2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden ", vorming en professionele eerbaarheid" vervangen door de woorden "en vorming".

  TITEL III. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 1 APRIL 2007 OP DE OPENBARE OVERNAMEBIEDINGEN

  Art. 153. In artikel 3, § 1, van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, wordt de bepaling onder 23° vervangen als volgt:
  "23° "Wetboek van vennootschappen en verenigingen" of "WVV": Wetboek van vennootschappen en verenigingen, ingevoerd door de wet van 23 maart 2019;".

  Art. 154. In artikel 4, § 1, 5°, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 513, § 1, W.Venn." vervangen door de woorden "artikel 7:82, § 1, WVV.".

  Art. 155. In artikel 8, tweede lid, 5°, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 513, § 1, W.Venn." vervangen door de woorden "artikel 7:82, § 1, WVV".

  Art. 156. In artikel 35, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "artikelen 510, 511, 512, 556, 557, 607 et 620 W.Venn." vervangen door de woorden "artikelen 7:78, 7:79, 7:80, 7:151, 7:152, 7:202 en 7:215 WVV".

  TITEL IV. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 18 SEPTEMBER 2017 TOT VOORKOMING VAN HET WITWASSEN VAN GELD EN DE FINANCIERING VAN TERRORISME EN TOT BEPERKING VAN HET GEBRUIK VAN CONTANTEN

  Art. 157. In artikel 4 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, wordt een bepaling onder 5° /5 ingevoegd, luidende:
  "5° /5 "Verordening 260/2012": Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro's en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009;".

  Art. 158. Artikel 8, § 1, 2°, van dezelfde wet wordt aangevuld met de woorden "evenals aan artikel 5 quinquies van Verordening 260/2012".

  Art. 159. In artikel 74, § 1, tweede lid, 4°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 februari 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "1° tot en met 6° " worden vervangen door de woorden "1° tot en met 5° ";
  2° de woorden "en 6° " worden opgeheven.

  Art. 160. In artikel 75, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 februari 2023, wordt de bepaling onder 6° opgeheven.

  Art. 161. In artikel 132, § 1, 1°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "of op artikel 5 quinquies van Verordening 260/2012" ingevoegd tussen de woorden "van de Europese verordening betreffende geldovermakingen" en de woorden ", of van de waakzaamheidsplichten".

  TITEL V. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 21 NOVEMBER 2017 OVER DE INFRASTRUCTUREN VOOR DE MARKTEN VOOR FINANCIELE INSTRUMENTEN EN HOUDENDE OMZETTING VAN RICHTLIJN 2014/65/UE

  Art. 162. Artikel 57, § 2, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiėle instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/UE wordt opgeheven.

  TITEL VI. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 11 JULI 2018 OP DE AANBIEDING VAN BELEGGINGSINSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK EN DE TOELATING VAN BELEGGINGSINSTRUMENTEN TOT DE VERHANDELING OP EEN GEREGLEMENTEERDE MARKT

  Art. 163. In artikel 22 van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, gewijzigd bij de wetten van 2 mei 2019 en 23 februari 2022, wordt paragraaf 3 aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende:
  "3° op de reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de verhandeling van aandelen uitgegeven door een vennootschap waarvan de aandelen reeds genoteerd zijn op een gereglementeerde markt of een groeimarkt. De betrokken documenten worden uiterlijk op het ogenblik waarop zij openbaar worden gemaakt of verkrijgbaar worden gesteld voor het publiek of voor de bestemmelingen aan de FSMA overgelegd.".

  TITEL VII. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 22 APRIL 2019 TOT INVOERING VAN EEN BANKIERSEED EN EEN TUCHTREGELING VOOR DE BANKSECTOR

  Art. 164. Artikel 5, § 1, van de wet van 22 april 2019 tot invoering van een bankierseed en een tuchtregeling voor de banksector, vervangen bij de wet van 20 december 2023, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Indien de FSMA, in de uitoefening van haar wettelijke opdrachten, ernstige aanwijzingen vaststelt van het bestaan van een inbreuk aan de verplichting van eedaflegging overeenkomstig artikel 4, § 1, eerste lid, kan het directiecomité de auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, gelasten met het onderzoek van het dossier overeenkomstig dit artikel.".

  TITEL VIII. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK VAN ECONOMISCH RECHT

  Art. 165. In artikel XV.18, § 1, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 19 april 2004 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 november 2023, worden de woorden "de artikelen 3 en 5 tot 9" vervangen door de woorden "het artikel 3, de artikelen 5 tot 5 bis, tweede lid, eerste alinea, de artikelen 5 bis, derde lid, tot 5 quater, de artikelen 6 tot 9 en het artikel 15, derde lid, a),".

  Art. 166. In artikel XV.89, eerste lid, 27°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 2018, worden de woorden "de artikelen 3 en 5 tot 9" vervangen door de woorden "het artikel 3, de artikelen 5 tot 5bis, tweede lid, eerste alinea, de artikelen 5bis, derde lid tot 5quater, de artikelen 6 tot 9 en het artikel 15, derde lid, a),".

  TITEL IX. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN EN VERENIGINGEN

  Art. 167. In artikel 7:127, § 1, van het Wetboek van Vennoot-schappen en Verenigingen, gewijzigd bij de wet van 28 april 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid, gebeurt in vennootschappen waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een multilaterale handelsfaciliteit die over een website beschikken met een afzonderlijk geactualiseerd deel voorbehouden voor financiėle informatie dat voor iedereen vrij, gemakkelijk en gratis toegankelijk is, de oproeping door middel van een aankondiging die ten minste vijftien dagen vóór de vergadering wordt geplaatst:
  1° in media waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij kunnen zorgen voor een doeltreffende verspreiding van de informatie bij het publiek in Belgiė en die snel en op niet-discriminerende wijze toegankelijk is;
  2° op de vennootschapswebsite.";
  2° in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "het eerste lid" vervangen door de woorden "het eerste en het tweede lid";
  3° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "eerste of tweede lid" vervangen door de woorden "eerste, tweede of derde lid".

  Art. 168. In artikel 7:128, § 1, eerste lid, van hetzelfde wetboek worden de bepalingen onder 1° en 2° opgeheven.

  BOEK VI. - OPHEFFINGSBEPALING

  Art. 169. De wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen, gewijzigd bij de wetten van 18 december 2015 en 13 maart 2016, wordt opgeheven.

Parlementaire werkzaamheden

    Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : K56-1067 Integraal verslag: 4 december 2025.

Handtekening

   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 11 december 2025.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
D. CLARINVAL
De Minister van Financiėn,
J. JAMBON
De Minister van Justitie,
A. VERLINDEN
De Minister van Consumentenbescherming,
R. BEENDERS
De Minister van Middenstand, Zelfstandigen en kmo's,
E. SIMONET
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
A. VERLINDEN

Aanhef

   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
   BOEK I. - ALGEMENE BEPALINGEN