2024008328

17 JULI 2024. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 6 van het koninklijk besluit van 7 september 2003 houdende bepaalde uitvoeringsmaatregelen van de wet van 24 maart 2003 tot instelling van een basisbankdienst en tot wijziging van artikel VII.59 van het Wetboek van economisch recht

Bron: Economie, KMO, Middenstand en Energie

Publicatie: 30 augustus 2024

Nummer: 2024008328

bladzijde: 100414

Dossiernummer: 2024-07-17/18

Inwerkingtreding : 1 december 2024

Deze tekst wijzigt de volgende tekst:

2003011441

Inhoudstafel

Art. 1-4

Tekst

Artikel 1. In artikel 6 van het koninklijk besluit van 7 september 2003 houdende bepaalde uitvoeringsmaatregelen van de wet van 24 maart 2003 tot instelling van een basisbankdienst, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het enige lid, 1°, worden de woorden "6.000 euro" telkens vervangen door de woorden "10.000 euro";
  b) het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Elk jaar wordt het jaarlijkse gemiddelde gecumuleerde creditsaldo aangepast aan de consumentenprijsindex voor de maand november van elk jaar.
  Elke stijging of daling van de index leidt tot een stijging of daling van het bedrag, volgens de volgende formule: het nieuwe bedrag is gelijk aan het bedrag van 10.000 euro, vermenigvuldigd met de nieuwe index en gedeeld door de index voor november 2024 (basis 1996 = 100). Het resultaat wordt afgerond op twee cijfers achter de komma.
  Voor 16 december van het jaar waarin de aanpassing plaatsvindt, wordt het nieuwe bedrag bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het wordt van kracht op 1 januari van het volgende jaar.".

  Art. 2. In artikel VII.59 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "6 000 euro" vervangen door de woorden "10.000 euro";
  b) in paragraaf 2, eerste lid, 5°, worden de woorden "6.000 euro" vervangen door de woorden "10.000 euro";
  c) in paragraaf 2 wordt tussen het vierde en vijfde lid een lid ingevoegd, luidende:
  "Elk jaar wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag aangepast aan het indexcijfer van de consumentenprijzen in november van elk jaar.".

  Art. 3. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de vierde maand die volgt op de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 4. De minister bevoegd voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening

   Gegeven te Brussel, 17 juli 2024.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
P.-Y. DERMAGNE .

Aanhef

   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel VII.59, § 2, vierde lid, ingevoegd bij de wet van 22 december 2017;
   Gelet op het koninklijk besluit van 7 september 2003 houdende bepaalde uitvoeringsmaatregelen van de wet van 24 maart 2003 tot instelling van een basisbankdienst;
   Gelet op het advies van de Bijzondere raadgevende commissie Verbruik, gegeven op 17 mei 2024, dat voorstelt om de regel van artikel 5, lid 3, van het koninklijk besluit van 7 september 2003 uit te breiden tot de bekendmaking van de aanpassing van de index van het maximumbedrag dat een consument mag hebben op rekeningen en het maximumbedrag dat een consument mag hebben op kredietovereenkomsten om aanspraak te maken op basisbankdiensten;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 8 mei 2024;
   Gelet op advies 76.551/1 van de Raad van State, gegeven op 20 juni 2024, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, dat eveneens voorstelt om een indexeringsmechanisme te voorzien en de rechtsgrondslag voor de invoering van dit indexeringsmechanisme expliciet dient te vermelden;
   Overwegende dat artikel 6 van het koninklijk besluit van 7 september 2003 houdende bepaalde uitvoeringsmaatregelen van de wet van 24 maart 2003 tot instelling van een basisbankdienst niet meer in overeenstemming is met de bepalingen van het Wetboek van economisch recht betreffende de basisbankdienst;
   Overwegende dat het moet worden aangepast;
   Overwegende dat artikel VII.59 van het Wetboek van economisch recht betreffende de basisbankdienst voor consumenten de Koning machtigt om het jaarlijkse gemiddelde gecumuleerde creditsaldo te wijzigen;
   Overwegende dat artikel VII.59, § 1, vijfde lid, en § 2, vierde lid, van het Wetboek van economisch recht een rechtsgrondslag vormen voor de invoering van een indexeringsmechanisme;
   Overwegende dat artikel 2, a), van dit besluit zijn rechtsgrondslag ontleent aan artikel VII.59, § 1, vijfde lid, van het Wetboek van economisch recht;
   Overwegende dat artikel 2, b), van dit besluit zijn rechtsgrondslag vindt in artikel VII.59, § 2, vierde lid, van het Wetboek van economisch recht;
   Overwegende dat de basisbankdienst het recht van de consument op toegang tot een betaalrekening verankert;
   Overwegende dat het maximale gemiddelde gecumuleerde creditsaldo waarover een consument kan beschikken om toegang te krijgen tot de basisbankdienst is vastgelegd op 6.000 euro en niet meer werd herzien sinds het koninklijk besluit van 1 april 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 september 2003 houdende bepaalde uitvoeringsmaatregelen van de wet van 24 maart 2003 tot instelling van een basisbankdienst;
   Overwegende dat dit bedrag moet worden aangepast om een werkelijk recht op toegang tot de basisbankdienst te waarborgen;
   Op de voordracht van de Minister van Economie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :