Titel
8 MEI 2022. - Wet houdende diverse bepalingen inzake bemiddeling in de financiėle en de verzekeringssector
Bron: Economie, KMO, Middenstand en Energie
Publicatie: 23 juni 2022
Nummer: 2022041207
bladzijde: 52232
Dossiernummer: 2022-05-08/03
Inwerkingtreding : 3 juli 2022
Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd:
2006003247 2014011239Inhoudstafel
TITEL I. - Inleidende bepalingArt. 1
TITEL II. - Diverse bepalingen inzake bemiddeling in de financiėle en de verzekeringssector
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiėle instrumenten
Art. 2-4
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
Art. 5-14
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
Art. 15-23
Tekst
TITEL I. - Inleidende bepalingArtikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
TITEL II. - Diverse bepalingen inzake bemiddeling in de financiėle en de verzekeringssector
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiėle instrumenten
Art. 2. In artikel 7, paragraaf 2, tweede lid, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiėle instrumenten, ingevoegd bij de wet van 5 december 2017, worden de woorden "voor de uitoefening van de betrokken functie vereiste geschiktheid of professionele betrouwbaarheid" vervangen door de woorden "voor de uitoefening van de betrokken functie passende deskundigheid of vereiste professionele betrouwbaarheid".
Art. 3. In artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° beschikken over de voor de uitoefening van zijn functie passende deskundigheid en vereiste professionele betrouwbaarheid';
b) in de bepaling onder 5°, worden de woorden "voor zover de gereglementeerde ondernemingen voor wie zij optreden, die aansprakelijkheid onvoorwaardelijk op zich nemen" vervangen door de woorden "voor zover de gereglementeerde onderneming voor wie zij optreden, die aansprakelijkheid onvoorwaardelijk op zich neemt";
c) het lid wordt aangevuld met de bepaling onder 13°, luidende:
"13° in voorkomend geval, de bepalingen van artikel 17, § 1, naleven.".
Art. 4. In artikel 17, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De FSMA bepaalt welke gegevens en documenten de gereglementeerde ondernemingen en de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten haar moeten bezorgen opdat zij zou kunnen nagaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen waaraan zij zijn onderworpen, blijvend worden nageleefd. De FSMA bepaalt voor deze gegevens en documenten ook de rapporteringsfrequentie en -modaliteiten.";
2° in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt de zin "De FSMA kan alle voor de uitvoering van haar toezichtopdracht noodzakelijke inlichtingen vorderen, binnen de termijn die zij vaststelt evenals alle opnames van telefoonverkeer en elektronische communicatie of ander dataverkeer die in het bezit zijn van een makelaar in bank- en beleggingsdiensten." vervangen door de zin "Op eenvoudig verzoek van de FSMA zijn de gereglementeerde ondernemingen en de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten verplicht om haar, binnen de termijn die zij vaststelt, alle inlichtingen en documenten te verstrekken die zij nodig heeft voor de uitvoering van haar toezichtsopdracht, alsook, met betrekking tot de makelaars in bank- en beleggingsdiensten, alle opnames van telefoon telefoonverkeer en elektronische communicatie of ander dataverkeer.".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
Art. 5. In artikel 266, eerste lid, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, vervangen bij de wet van 6 december 2018 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 3° wordt het woord "eerherstel" vervangen door het woord "rehabilitatie";
2° het lid wordt aangevuld met de bepaling onder 13°, luidende:
"13° de tussenpersoon die samenwerkt met een of meer verzekeringssubagenten of herverzekeringssubagenten moet de activiteiten van die subagenten controleren en erop toezien dat zij de bepalingen van deze wet naleven.".
Art. 6. In artikel 267, eerste lid, 1°, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 december 2018, wordt het woord "eerherstel" vervangen door het woord "rehabilitatie".
Art. 7. In artikel 268, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het zesde en het zevende lid worden opgeheven;
2° in het vroegere achtste lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden "en opgenomen documenten" vervangen door de woorden "of opgenomen documenten";
3° de paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"De verzekeringsondernemingen, de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen, de nevenverzekeringstussenpersonen alsook de verantwoordelijken voor de distributie en de effectieve leiders brengen de FSMA inzonderheid onverwijld op de hoogte van elk feit of element dat een wijziging inhoudt van de bij de aanvraag tot inschrijving verstrekte informatie, en dat een invloed kan hebben op de voor de uitoefening van de betrokken functie vereiste passende deskundigheid of professionele betrouwbaarheid.
Overeenkomstig de artikelen 266, eerste lid, 267, eerste lid, en 304, kan de FSMA, wanneer zij in het kader van de uitvoering van haar toezichtsopdracht op de hoogte is van een dergelijk feit of element, dat al dan niet met toepassing van het zevende lid is verkregen, de naleving van de in artikelen 266, eerste lid, en 267, eerste lid, 1°, bedoelde vereisten herbeoordelen.".
Art. 8. In artikel 275, § 1, vervangen bij de wet van 6 december 2018, wordt het derde lid vervangen als volgt:
"Wanneer de samenwerking tussen een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en een in het tweede lid bedoelde persoon beėindigd wordt, vernietigt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming het in het tweede lid bedoelde dossier. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming mag in geen enkel geval een kopie van het dossier bewaren.".
Art. 9. In artikel 293 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "voordat zij zakendoen met een klant" vervangen door de woorden "als zij zakendoen met een klant of een potentiėle klant";
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Verzekerings- of herverzekeringsagenten en verzekerings- of herverzekeringsmakelaars die samenwerken met subagenten, zijn volledig en onvoorwaardelijk burgerlijk aansprakelijk voor elke handeling of elk verzuim van die verzekerings- of herverzekeringssubagenten die voor hun rekening optreden.
De verzekerings- of herverzekeringsagenten en de verzekerings- of herverzekeringsmakelaars zien erop toe dat de subagenten met wie zij samenwerken, kenbaar maken in welke hoedanigheid zij optreden als zij zakendoen met een klant of een potentiėle klant.
De verzekerings- of herverzekeringsagenten en de verzekerings- of herverzekeringsmakelaars dienen de werkzaamheden van de verzekerings- of herverzekeringssubagenten met wie zij samenwerken, te controleren.".
Art. 10. In artikel 301 van dezelfde wet, vernummerd bij de wet van 6 december 2018, worden de woorden "brengt zij de overheden die bevoegd zijn voor deze materies daarvan op de hoogte" vervangen door de woorden "kan zij, onder de in artikel 75 van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde voorwaarden, de overheden die bevoegd zijn voor deze materies, daarvan op de hoogte brengen, mits die overheden in paragraaf 1 van voornoemd artikel worden vermeld.".
Art. 11. In artikel 307, § 7, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 december 2018, worden de woorden "Artikel 311, § 5" vervangen door de woorden "Artikel 311, § 5, eerste lid".
Art. 12. In artikel 310, § 7, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 december 2018, worden de woorden "Artikel 311, § 5" vervangen door de woorden "Artikel 311, § 5, eerste lid".
Art. 13. Artikel 311, § 5, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 december 2018, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"Als de FSMA de in paragraaf 1 tot 4 bedoelde maatregelen neemt tegen een verzekerings- of herverzekeringssubagent, brengt die laatste de verzekerings- of herverzekeringsmakelaar of -agent onder wiens aansprakelijkheid hij handelt, hiervan onmiddellijk op de hoogte en maakt hij het bewijs van die informatieverstrekking over aan de FSMA.
Als de FSMA de in paragraaf 1 tot 4 bedoelde maatregelen neemt tegen een verbonden verzekeringsagent, brengt die laatste de verzekeringsonderneming of, in voorkomend geval, de verzekeringsondernemingen onder wier aansprakelijkheid hij handelt, hiervan onmiddellijk op de hoogte en maakt hij het bewijs van die informatieverstrekking over aan de FSMA.".
Art. 14. In artikel 312, § 9, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 december 2018, worden de woorden "Artikel 311, § 5" vervangen door de woorden "Artikel 311, § 5, eerste lid".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
Art. 15. In artikel VII.160, § 6, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt de zin "Uiterlijk binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig dossier en uiterlijk binnen zes maanden na de indiening van de aanvraag doet zij uitspraak." vervangen door de zin "Binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag en van alle vereiste documenten doet zij uitspraak.".
Art. 16. In artikel VII.165, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden ", waaronder toezichtsmaatregelen," ingevoegd tussen de woorden "beschikken over een organisatie" en de woorden "die hen in staat stelt";
2° tussen het tweede en het derde lid worden twee leden ingevoegd, luidende:
"Die organisatie berust onder meer op:
1° een passende beleidsstructuur die op het hoogste niveau gebaseerd is op een duidelijk onderscheid tussen de effectieve leiding van de onderneming, enerzijds, en het toezicht op die leiding, anderzijds, en die binnen de onderneming voorziet in een passende functiescheiding en in een duidelijk omschreven, transparante en coherente regeling voor de toewijzing van verantwoordelijkheden;
2° een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle;
3° doeltreffende procedures voor de identificatie, de meting, het beheer en de opvolging van en de interne verslaggeving over de belangrijke risico's die de onderneming mogelijk loopt, inclusief de voorkoming van belangenconflicten.
De in het derde lid bedoelde organisatieregeling is passend voor de aard, schaal en complexiteit van de risico's die inherent zijn aan het bedrijfsmodel en aan de werkzaamheden van de kredietgever.".
Art. 17. Artikel VII.166 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
" § 5. De kredietgevers moeten, in voorkomend geval, de bepalingen van artikel XV.18/1 naleven.".
Art. 18. In de artikelen VII.180, § 2, eerste lid, 2°, en tweede lid, VII.181, § 1, eerste lid, 2°, en § 2, 1°, VII.182, § 2, tweede lid, VII.183, § 5, 2°, VII.184, § 1, tweede lid, 2°, en derde lid, VII.186, § 1, eerste lid, 2°, en § 2, 1°, VII. 187, § 1, 2°, VII.188, § 2, tweede lid, en XV.91, 5°, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord "geschiktheid" telkens vervangen door de woorden "passende deskundigheid".
Art. 19. In artikel VII.181, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, wordt het eerste lid aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende:
"8° in voorkomend geval, de bepalingen van artikel XV.18/1 naleven".
Art. 20. In artikel VII.182, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt de zin "Uiterlijk binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig dossier en uiterlijk binnen vier maanden na de indiening van de aanvraag doet zij uitspraak" vervangen door de zin "Binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag en van alle vereiste documenten doet zij uitspraak.".
Art. 21. In artikel VII.186, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 7° worden de woorden "of van enige andere wettelijke of reglementaire bepaling waarop zij toeziet" ingevoegd tussen de woorden "die zij, ter uitvoering van dit hoofdstuk" en het woord ", verricht";
2° het lid wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende:
"8° in voorkomend geval, de bepalingen van artikel XV.18/1 naleven.".
Art. 22. In artikel VII.188, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt de zin "Zij doet uitspraak uiterlijk binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig dossier en uiterlijk binnen vier maanden na de indiening van de aanvraag." vervangen door de zin "Zij doet uitspraak binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag en van alle vereiste documenten".
Art. 23. In artikel XV.18/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"De FSMA bepaalt welke gegevens en documenten de kredietgevers of kredietbemiddelaars haar moeten bezorgen opdat zij zou kunnen nagaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen waaraan zij zijn onderworpen, blijvend worden nageleefd. De FSMA bepaalt voor deze gegevens en documenten ook de rapporteringsfrequentie en -modaliteiten.";
2° tussen het tweede en derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"Op eenvoudig verzoek van de FSMA zijn de kredietgevers en kredietbemiddelaars verplicht om haar, binnen de termijn die zij vaststelt, alle inlichtingen en alle documenten te verstrekken over hun organisatie, werking, toestand en verrichtingen, alsook alle andere inlichtingen of documenten die zij nodig heeft voor de uitvoering van haar opdracht.".
Parlementaire werkzaamheden
Kamer van volksvertegenwoordigers : (www.dekamer.be) Stukken : 55-2389 (2021/2022) Integraal Verslag : 5 mei 2022
Handtekening
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 8 mei 2022.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
P.-Y. DERMAGNE
De Minister van Financiėn,
V. VAN PETEGHEM
De Minister van Justitie en Noordzee,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's,
D. CLARINVAL
De Staatssecretaris voor Consumentenbescherming,
E. DE BLEEKER
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
V. VAN QUICKENBORNE
Aanhef
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :