2017040988

13 DECEMBER 2017. - Koninklijk besluit houdende oprichting van de bijzondere raadgevende commissie " Onrechtmatige bedingen " binnen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-12-2017 en tekstbijwerking tot 02-08-2023)

Bron: Economie, KMO, Middenstand en Energie

Publicatie: 28 december 2017

Nummer: 2017040988

bladzijde: 115651

Dossiernummer: 2017-12-13/13

Inwerkingtreding : 1 januari 2018

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd:

1994011457 1804032155

2 gearchiveerde versies

1 uitvoeringbesluit

Inhoudstafel

Art. 1-13

Tekst

Artikel 1. Binnen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven wordt een bijzondere raadgevende commissie genaamd "Onrechtmatige bedingen" opgericht, hierna genoemd "de Commissie".

  Art. 2.§ 1. De leden, bedoeld in artikel XIII.7 van het Wetboek van economisch recht, worden aangeduid als volgt:
  1° zes leden benoemd onder de kandidaten voorgesteld door de consumentenorganisaties zetelend in de bijzondere raadgevende commissie "Verbruik";
  2° vijf leden benoemd onder de kandidaten voorgesteld door de representatieve organisaties zetelend in de bijzondere raadgevende commissie "Verbruik", van de productie, distributie, landbouw en middenstand;
  3° een lid benoemd onder de kandidaten voorgesteld door de representatieve organisaties voor de vrije beroepen zetelend in de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O;
  4° vier permanente leden befaamd wegens hun wetenschappelijke of technische waarde, waarvan één een bijzondere deskundigheid bezit inzake de overeenkomsten gesloten tussen de titularissen van vrije beroepen en hun cliënten, voorgesteld door de bijzondere raadgevende commissie Verbruik, met het akkoord van de consumentenorganisaties en van de representatieve organisaties van de productie, distributie, landbouw en middenstand;
  [1 5° twee permanente leden befaamd wegens hun wetenschappelijke of technische waarde die een bijzondere deskundigheid bezitten inzake overeenkomsten gesloten tussen ondernemingen.]1
  § 2. De voorzitter wordt benoemd voor een termijn van zes jaar. De ondervoorzitters, de effectieve leden, hun plaatsvervangers en de leden befaamd wegens hun wetenschappelijke of technische waarde worden benoemd voor een termijn van vier jaar.
  ----------
  (1)<KB 2022-04-24/03, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 15-05-2022>

  Art. 3. De zittingen zijn niet openbaar.

  Art. 4. Het secretariaat wordt waargenomen door de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. De FOD Economie en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven sluiten hiertoe een dienstverleningsovereenkomst.

  Art. 5.[1 Aan de voorzitter, ondervoorzitters en leden befaamd wegens hun wetenschappelijke of technische waarde van de Commissie die geen lid zijn van het rijkspersoneel in de zin bepaald door het koninklijk van 2 oktober 1937 houdende statuut van het rijkspersoneel, wordt, per vergadering, een presentiegeld toegekend waarvan het bedrag vastgesteld is als volgt:
   a) 120,5 euro aan de voorzitter en
   b) 75 euro aan de ondervoorzitters en leden befaamd wegens hun wetenschappelijke of technische waarde.]1
  ----------
  (1)<KB 2023-05-29/07, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2023>

  Art. 6.[1 Aan de voorzitter, ondervoorzitters en leden befaamd wegens hun wetenschappelijke of technische waarde van de Commissie, die hun hoofdactiviteit hebben buiten de Brusselse agglomeratie, worden de reiskosten terugbetaald die zij hebben gedragen, op basis van de wettelijke afstand tussen hun woonplaats en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de kostprijs van een treintraject 2e klas over deze afstand.]1
  ----------
  (1)<KB 2023-05-29/07, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2023>

  Art. 7. De werkingsmiddelen die in de begroting van de FOD Economie werden voorbehouden voor de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen, zullen worden overgeheveld en toegevoegd aan de toelage van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.

  Art. 8. In afwijking van artikel 2, § 2, neemt het mandaat van de voorzitter, zoals toegekend bij het ministerieel besluit van 7 februari 2014 tot benoeming van de voorzitter, de ondervoorzitter en de leden van de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen, een einde op 14 november 2018, en neemt het mandaat van de ondervoorzitter en van de leden, zoals toegekend bij het ministerieel besluit van 7 februari 2014 tot benoeming van de voorzitter, de ondervoorzitter en de leden van de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen, een einde op 31 december 2017.

  Art. 9. In de artikelen VI.86, § 1, VI.120 en XIV.53, § 1, van het Wetboek van economisch recht, en in artikel 2043quinquies, § 4, van het Burgerlijk Wetboek, worden de woorden "Commissie voor Onrechtmatige Bedingen" vervangen door de woorden "bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen".

  Art. 10. In de artikelen VI.86, § 2, VI.87, XIV.53, § 2, en XIV.54 van hetzelfde Wetboek wordt het woord "Commissie" vervangen door de woorden "bijzondere raadgevende commissie".

  Art. 11. Het koninklijk besluit van 26 november 1993 houdende oprichting van de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 juli 2001 en 12 mei 2009, wordt opgeheven.

  Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018.

  Art. 13. De minister bevoegd voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening

   Gegeven te Brussel, 13 december 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie en Consumenten,
K. PEETERS

Aanhef

   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op het Wetboek van economisch recht, de artikelen XIII.7, eerste en tweede lid, XIII.8, XIII.9 en XIII.17, ingevoegd bij de wet van 15 december 2013;
   Gelet op artikel 2043quinquies, § 4, van het Burgerlijk Wetboek;
   Gelet op het Wetboek van economisch recht, de artikelen VI.86, VI.87 en VI.120, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, en de artikelen XIV.53 en XIV.54, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014;
   Gelet op het koninklijk besluit van 26 november 1993 houdende oprichting van de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen;
   Gelet op de adviezen van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gegeven op 21 mei 2014 en op 18 juli 2017;
   Gelet op de adviezen van de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen, gegeven op 22 mei 2014 en op 4 juli 2017;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 mei 2017;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 18 juli 2017;
   Gelet op het advies 62.283/1 van de Raad van State gegeven op 8 november 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Overwegende de mogelijkheid die Boek XIII van het Wetboek van economisch recht voorziet om de raadgevende commissies die als bevoegdheid hebben het uitbrengen van adviezen met algemene draagwijdte betreffende economische aangelegenheden, te integreren binnen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, onder de vorm van een bijzondere raadgevende commissie;
   Gelet op het akkoord van de Ministerraad, gegeven op 6 oktober 2017;
   Op de voordracht van de Minister van Economie en Consumenten en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :