J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2021/03/21/2021030843/justel

Titel
21 MAART 2021. - Wet tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

Bron :
JUSTITIE
Publicatie : 26-03-2021 nummer :   2021030843 bladzijde : 28193       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2021-03-21/02
Inwerkingtreding : 26-03-2021
Opheffing : 30-06-2021 (ART. 2)    ***    30-06-2021 (ART. 4 - ART. 12)

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2013A11134       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
Art. 2-14
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Art. 15
HOOFDSTUK 4. - Evaluatie
Art. 16
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
Art. 17

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht

  Art. 2. In artikel XX.2 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de woorden ", met uitzondering van de in artikel XX.39/1 bedoelde beschikking".

  Art. 3. In boek XX, titel I, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een artikel XX.11/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. XX.11/1. Wanneer de bepalingen van dit boek voorzien in een verslag van de rechter-commissaris of van de gedelegeerd rechter, kan het verslag ook schriftelijk worden opgesteld, op voorwaarde dat het uiterlijk twee dagen voor de voor het verslag vastgestelde datum in het register neergelegd wordt.".

  Art. 4. In artikel XX.28 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden "vier maanden" vervangen door de woorden "acht maanden";
  2° in het eerste lid, vierde zin, worden de woorden "vier maanden" vervangen door de woorden "tien maanden";
  3° in het tweede lid worden de woorden "acht maanden" vervangen door de woorden "achttien maanden".

  Art. 5. In artikel XX.30 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "Wanneer gebeurtenissen die leiden tot onbestuurbaarheid van de onderneming of wanneer kennelijke tekortkomingen van de schuldenaar of van een van zijn organen de continuïteit van de onderneming of van haar economische activiteiten in gevaar brengen en de gevraagde maatregel van die aard is dat zij die continuïteit kan vrijwaren, kan de voorzitter van de rechtbank op verzoek van de schuldenaar, het openbaar ministerie of van elke belanghebbende, ingesteld volgens de vormen van het kort geding, een of meer gerechtsmandatarissen aanstellen.".

  Art. 6. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, van het hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een afdeling 1/1 ingevoegd met als opschrift:
  "Afdeling 1/1. Voorbereidend akkoord" dat een artikel XX.39/1 bevat, luidende:
  "Art. XX.39/1. § 1. Op eenzijdig verzoek van de schuldenaar kan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank een gerechtsmandataris aanstellen, met het oog op het verkrijgen van een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.64 of het opstellen van een reorganisatieplan zoals bepaald in artikel XX.67.
  De schuldenaar dient bij zijn verzoekschrift aan te tonen dat de continuïteit van de onderneming onmiddellijk of op termijn bedreigd is, in de zin van artikel XX.45.
  De schuldenaar voegt bij zijn verzoekschrift de stukken voorzien in artikel XX.41, § 2, eerste lid, 1°, 3° en 4°.
  Het verzoekschrift en de navolgende elementen van de procedure worden in het register neergelegd door de schuldenaar en daarin bewaard.
  De voorzitter van de rechtbank duidt een gedelegeerd rechter aan overeenkomstig artikel XX.42. Dit besluit wordt niet bekendgemaakt. Deze gedelegeerd rechter kan ook optreden in de navolgende procedure van gerechtelijke reorganisatie.
  Het openen van een gerechtelijke reorganisatie heeft niet als dusdanig tot gevolg dat de opdracht van de gerechtsmandataris wordt beëindigd. Het vonnis dat de gerechtelijke reorganisatie opent of een later vonnis bepalen in welke mate de opdracht moet worden gehandhaafd dan wel gewijzigd of opgeheven.
  Het verzoek wordt binnen een termijn van acht dagen na de neerlegging van het verzoekschrift in het register behandeld in raadkamer. De gedelegeerd rechter wordt gehoord in zijn verslag. De beschikking op het verzoek wordt niet bekendgemaakt.
  Verzet tegen de beschikking is niet toegelaten. Het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoekschrift en neergelegd op de griffie van het hof van beroep binnen acht dagen na de kennisgeving van de beschikking. De griffier van het hof van beroep stelt uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging van het verzoekschrift de eventuele verweerder per gerechtsbrief en, indien van toepassing, zijn raadsman per gewone brief, in kennis van het verzoekschrift.
  § 2. De gerechtsmandatarissen worden gekozen op grond van hun kwaliteiten en volgens de noodwendigheden van de zaak. De schuldenaar kan de naam van de gerechtsmandataris voorstellen. Deze aanstelling wordt niet bekendgemaakt.
  De gerechtsmandataris brengt verslag uit bij de gedelegeerd rechter over het verloop van de onderhandelingen en in het bijzonder indien een gedifferentieerde regeling wordt voorgesteld aan de schuldeisers.
  § 3. De schuldenaar verstrekt de gerechtsmandataris op eenvoudig verzoek een lijst van de schuldeisers, zoals voorzien door artikel XX.41, § 2, eerste lid, 7°, en alle boekhoudkundige of andere stukken relevant voor het verkrijgen van een minnelijk akkoord bedoeld in artikel XX.64 of voor het opstellen van het reorganisatieplan zoals bepaald in artikel XX.67.
  De gerechtsmandataris bepaalt de termijn waarbinnen de individuele schuldeisers in kennis worden gesteld van zijn opdracht en van de gegevens bepaald in artikel XX.48, § 1, tweede lid, 1° en 3°. Hij kan beslissen de onderhandelingen aan te vatten met één of meerdere schuldeisers en deze pas in een latere fase uit te breiden tot andere schuldeisers. De kennisgeving door de gerechtsmandataris gebeurt in overeenstemming met artikel XX.49, § 1, derde lid, en geldt als mededeling in de zin van artikel XX.49. Bij de kennisgeving nodigt de gerechtsmandataris de schuldeisers uit om zich te registreren in het register.
  De gerechtsmandataris kan de voorzitter van de rechtbank tijdens de voorbereidende fase middels een verzoekschrift op tegenspraak verzoeken om, gelet op de situatie van de schuldenaar en op de lopende onderhandelingen, alsook rekening houdend met de door de maatregel veroorzaakte schade voor de schuldeisers en het algemeen belang, voorwaarden en/of termijnen toe te staan die aangepast zijn aan de noden van de schuldenaar.
  In zijn verzoekschrift vermeldt de gerechtsmandataris de namen of benamingen, het adres en in voorkomend geval het ondernemingsnummer van de schuldeisers van wie hij voorwaarden en/of termijnen vraagt. Dit verzoekschrift wordt in het register neergelegd en daar bewaard.
  De voorzitter van de rechtbank kan de schuldenaar aldus voorwaarden en/of termijnen toestaan voor de betaling van alle of een deel van de in het verzoekschrift vermelde schulden en de vervolgingen voor de duur van die voorwaarden of termijnen doen schorsen, zelfs indien de schuld in een authentieke akte of via een vonnis werd vastgesteld.
  De voorzitter van de rechtbank legt de duur van die voorwaarden en termijnen vast; die duur mag niet meer dan vier maanden bedragen.
  De voorzitter van de rechtbank kan op elk moment ambtshalve of op initiatief van een belanghebbende schuldeiser of van de gerechtsmandataris een einde maken aan de toegekende voorwaarden en/of termijnen, middels een met redenen omklede beslissing en na de schuldenaar te hebben gehoord.
  § 4. De gerechtsmandataris neemt deel aan de onderhandelingen over een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.64, of een reorganisatieplan overeenkomstig de artikelen XX.70 tot en met XX.78 en waakt over het getrouw informeren van de schuldeisers.
  De gerechtsmandataris is als enige gerechtigd om de volmacht van de geraadpleegde schuldeisers te bekomen.
  § 5. Op verzoek van de gerechtsmandataris, die daarbij het minnelijk akkoord en een toelichting voegt, legt de voorzitter van de rechtbank, na de schuldenaar te hebben gehoord en op verslag van de gedelegeerd rechter, in een gemotiveerde beschikking elk akkoord vast dat de schuldenaar heeft gesloten met de betrokken schuldeiser en maakt het dossier over aan de rechtbank om toepassing te maken van artikel XX.46, § 6.
  § 6. Op verzoek van de gerechtsmandataris, die daarbij het reorganisatieplan en een toelichting voegt, maakt de voorzitter van de rechtbank, na de schuldenaar te hebben gehoord en op verslag van de gedelegeerd rechter, het dossier over aan de rechtbank samen met een gemotiveerde beschikking, indien de goedkeuring van het reorganisatieplan in de zin van artikel XX.78 voldoende aannemelijk lijkt, om toepassing te maken van artikel XX.46, § 5.
  § 7. Door de beslissing tot verwijzing van het dossier naar de rechtbank geniet de schuldenaar de bescherming voorzien in artikel XX.44.
  § 8. De schuldenaar kan op elk ogenblik tijdens de procedure geheel of gedeeltelijk verzaken aan zijn vordering tot voorbereidend akkoord.
  Op verzoek van de schuldenaar, van de gerechtsmandataris of ambtshalve, na de schuldenaar en na het verslag van de gedelegeerd rechter gehoord te hebben, beëindigt de voorzitter van de rechtbank de procedure geheel of gedeeltelijk.
  Indien een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.64 of een reorganisatieplan dat voldoet aan de voorwaarden bepaald in de artikelen XX.70 tot en met XX.78 niet aannemelijk lijkt, verzoekt de gerechtsmandataris de voorzitter van de rechtbank de procedure te beëindigen.
  § 9. De kosten en erelonen van de gerechtsmandataris worden in geval van betwisting door de rechtbank begroot overeenkomstig artikel XX.20, § 3, tweede lid. Bij een navolgend akkoord van schuldeisers geniet de vordering van de gerechtsmandataris van het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851 en wordt deze vordering desgevallend behandeld als een buitengewone schuldvordering in de opschorting in het kader van een reorganisatieplan.".

  Art. 7. In artikel XX.41 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Op straffe van niet-ontvankelijkheid, voegt hij" vervangen door de woorden "Hij voegt";
  2° de paragrafen 3/1 en 3/2 worden ingevoegd, luidende:
  " § 3/1. De schuldenaar die de stukken vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 5° tot 9°, niet bij zijn verzoekschrift kan voegen, legt ze neer in het register uiterlijk twee dagen voor de zitting bedoeld in artikel XX.46.
  Indien de schuldenaar ondanks deze termijn niet in staat is de gevraagde documenten te verstrekken, legt hij binnen dezelfde termijn een nota in het register neer waarin gedetailleerd wordt aangegeven waarom hij deze documenten niet heeft kunnen verstrekken.
  De rechtbank oordeelt op grond van de overgelegde stukken.
  § 3/2. Als het verzoekschrift ertoe strekt de onderneming over te dragen in de omstandigheden bedoeld in titel V, hoofdstuk 4, van dit boek, houdt het verzoekschrift de gegevens in vermeld in paragraaf 2, eerste lid, met uitzondering van de gegevens bedoeld onder de nummers 6° en 8°. Het verzoekschrift kan op elk ogenblik worden aangevuld hetzij op initiatief van de schuldenaar hetzij na beslissing van de gedelegeerd rechter.".

  Art. 8. In artikel XX.45, § 5, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° in het derde lid worden de woorden "meer dan drie maar" opgeheven.

  Art. 9. Artikel XX.46 van het hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt aangevuld met de paragrafen 5 en 6, luidende:
  " § 5. De rechtbank waaraan de gemotiveerde beschikking krachtens artikel XX.39/1, § 6, wordt meegedeeld, opent de procedure van gerechtelijke reorganisatie binnen een termijn van vijf werkdagen.
  De neerleggingen en mededelingen in het register verricht overeenkomstig artikel XX.39/1 maken deel uit van het register voor de procedure van gerechtelijke reorganisatie, vanaf en in het kader van de aanhangig making voor de rechtbank zoals bedoeld in artikel XX.39/1, § 6.
  Het vonnis waarbij de versnelde procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt geopend, bepaalt de datum van de rechtszitting bedoeld in artikel XX.78 uiterlijk drie maanden na de datum van opening van de procedure.
  § 6. De rechtbank waaraan de gemotiveerde beschikking krachtens artikel XX.39/1, § 5, wordt meegedeeld, opent de procedure van gerechtelijke reorganisatie binnen een termijn van vijf werkdagen.
  Het vonnis waarbij de versnelde procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt geopend, bepaalt de datum van de rechtszitting waarop het minnelijk akkoord wordt gehomologeerd overeenkomstig de artikelen XX.65 en XX.66 uiterlijk één maand na de datum van opening van de procedure.".

  Art. 10. In artikel XX.48, § 1, tweede lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "en XX.31" vervangen door de woorden ", XX.31 en XX.39/1".

  Art. 11. In artikel XX.65, §§ 1 en 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "artikel XX.31" telkens vervangen door de woorden "de artikelen XX.31 en XX.39/1".

  Art. 12. In artikel XX.70, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "of XX.36" vervangen door de woorden ", XX.36 of XX.39/1".

  Art. 13. In artikel XX.77, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het tweede streepje aangevuld met de woorden "en, in voorkomend geval, de nadere regels waaronder de elektronische stemming zal gebeuren".

  Art. 14. In artikel XX.78 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de twee volgende zinnen:
  "De stemming over het plan gebeurt tijdens een zitting waar de schuldeisers aanwezig zijn of bij middel van elektronische communicatie. Indien de zitting elektronisch verloopt, voert de schuldeiser die opmerkingen wil indienen, die in het register in voor de start van de elektronisch gehouden zitting.";
  2° tussen het vierde en het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "De stemming kan elektronisch verlopen volgens de nadere regels vastgelegd door de gedelegeerd rechter.".

  HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

  Art. 15. In artikel 48 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 7 april 2005 en 31 januari 2009, en bij het koninklijk besluit van 3 oktober 2019, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "De waardeverminderingen en voorzieningen op schuldvorderingen op de medecontractanten waarvoor een reorganisatieplan is gehomologeerd of een minnelijk akkoord is vastgesteld op grond van artikel XX.38, XX.65 of XX.79 van het Wetboek van economisch recht, worden vrijgesteld en dit gedurende de belastbare tijdperken tot de volledige tenuitvoerlegging van het plan of van het minnelijk akkoord of tot het sluiten van de procedure.".

  HOOFDSTUK 4. - Evaluatie

  Art. 16. Uiterlijk op 15 juni 2021 evalueert de minister of de in de artikelen 2 en 4 tot 12 beoogde procedures passend zijn. Die evaluatie stelt, zo nodig, denksporen voor wetgevende verbeteringen voor.

  HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding

  Art. 17. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de artikelen 3, 13 en 14 die in werking treden op 1 januari 2023.
  De artikelen 2 en 4 tot 12 treden buiten werking op 30 juni 2021.
  De Koning kan voor de artikelen 2 en 4 tot 12, bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit de in het tweede lid, vermelde termijn verlengen.
  De Koning kan voor de artikelen 3, 13 en 14 een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 21 maart 2021.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
V. VAN PETEGHEM
De Minister van Justitie,
V. VANQUICKENBORNE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
V. VAN QUICKENBORNE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer heeft aangenomen en Wij bekrachtingen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken. - 1337/ (2019/2020) Integraal Verslag : 04/03/2021

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie