einde

Publicatie : 2021-03-25

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

28 FEBRUARI 2021. - Wet tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot wijziging van de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen (1)



FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen
Art. 2. In artikel 4quater van de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen, ingevoegd bij de wet van 24 november 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1░ paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De zelfstandigen en helpers bedoeld in § 1 kunnen het aldaar bedoelde bedrag slechts cumuleren met een of meerdere andere vervangingsinkomens voor zover de som van het bedrag bedoeld in § 1 en de andere vervangingsinkomens niet meer bedraagt dan het bedrag bedoeld in § 1. Ingeval van overschrijding wordt het bedrag bedoeld in § 1 verminderd ten belope van deze overschrijding.
De zelfstandigen en helpers bedoeld in § 2 kunnen het aldaar bedoelde bedrag slechts cumuleren met een of meerdere andere vervangingsinkomens voor zover de som van het bedrag bedoeld in § 2 en de andere vervangingsinkomens niet meer bedraagt dan het bedrag bedoeld § 2. Ingeval van overschrijding wordt het bedrag bedoeld in § 2 verminderd ten belope van deze overschrijding.".
2░ paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 3. § 1. In artikel 6, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 2░ worden de woorden "in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 januari 2021" vervangen door de woorden "in de periode van 1 maart 2020 tot en met 28 februari 2021";
b) in de bepaling onder 4░ worden de woorden "in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 januari 2021" vervangen door de woorden "in de periode van 1 maart 2020 tot en met 28 februari 2021";
c) in de bepaling onder 7░ worden de woorden "in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 januari 2021" vervangen door de woorden "in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 28 februari 2021";
d) in de bepaling onder 8░ worden de woorden "in de periode van 1 februari 2021 tot en met 31 maart 2021" vervangen door de woorden "in de periode van 1 maart 2021 tot en met 31 maart 2021".
§ 2. In artikel 6, § 2, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 december 2020, wordt het derde lid vervangen als volgt:
"De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toepassing van de maatregelen bedoeld in de artikelen 3, 4quater, 4quinquies en 5, aanpassen in de tijd.".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen
Art. 4. In artikel 10, § 1, van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen, vervangen bij de wet van 20 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1░ in het tweede lid worden de woorden "op voorwaarde dat hij de hoedanigheid heeft van "gerechtigde met gezinslast" in de zin van artikel 225 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, geco÷rdineerd op 14 juli 1994" vervangen door de woorden "op voorwaarde dat hij een persoon ten laste heeft in de zin van 123 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, geco÷rdineerd op 14 juli 1994.";
2░ in het derde lid worden de woorden "De hoedanigheid van "gerechtigde met gezinslast"" vervangen door de woorden "Het hebben van een persoon ten laste.";
3░ in het vierde lid worden de woorden ""dat de begunstigde dient te worden beschouwd als een "gerechtigde met gezinslast"", vervangen door de woorden "dat de begunstigde een persoon ten laste heeft".
Art. 5. Artikel 17 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 2020, wordt aangevuld met de bepaling onder 9░, luidende:
"9░ de voorwaarden waarop het maandelijks bedrag zoals bedoeld in artikel 10, § 1, kan worden toegekend aan meerdere begunstigden binnen eenzelfde gezin.".
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding
Art. 6. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 februari 2021, met uitzondering van hoofdstuk 3 dat uitwerking heeft met ingang van 1 maart 2020.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 28 februari 2021.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Fr. VANDENBROUCKE
De Minister van Zelfstandigen,
D. CLARINVAL
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
V. VAN QUICKENBORNE
_______
Nota
(1) Kamer van volksvertegenwoordigers
(www.dekamer.be)
Stukken : 0088 - 55-1768
Integraal verslag : 11 februari 2021


begin

Publicatie : 2021-03-25