einde

Publicatie : 2018-09-05

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE

30 JULI 2018. - Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie (1)



FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
Afdeling 1. - Wijzigingen van boek I van het Wetboek van economisch recht
Art. 2. In artikel I.9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 35° wordt vervangen als volgt:
"35° kredietbemiddelaar: een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die werkzaam is als zelfstandige in de zin van de sociale wetgeving, die niet optreedt als kredietgever en die kredietbemiddelingsactiviteiten uitoefent in het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten, tegen een vergoeding in de vorm van geld of enig ander overeengekomen economisch voordeel.
Wordt hiermee gelijkgesteld de persoon die kredietovereenkomsten aanbiedt of toestaat wanneer deze overeenkomsten het voorwerp uitmaken van een onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een andere vergunninghoudende of geregistreerde kredietgever aangewezen in de overeenkomst;";
b) het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 94°, luidende:
"94° kredietbemiddeling: de activiteit die bestaat uit de volgende werkzaamheden:
a) kredietovereenkomsten voorstellen of aanbieden aan consumenten;
b) consumenten bijstaan, anders dan bedoeld in a), om het afsluiten van een kredietovereenkomst voor te bereiden; of
c) kredietovereenkomsten afsluiten met consumenten, hetzij voor rekening van een kredietgever, hetzij voor eigen rekening als deze activiteit wordt uitgeoefend door een kredietgever die geen beroep doet op een kredietbemiddelaar.".
Art. 3. In artikel I.22 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juni 2017, worden volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 9° wordt vervangen als volgt:
"9° beroepsinstantie: het Gerecht van de Europese Unie dat uitspraak doet over een beroep tegen een beslissing van de Europese Commissie betreffende een procedure op grond van artikel 101 en/of 102 van het VWEU, of, in voorkomend geval, het Hof van Justitie van de Europese Unie dat uitspraak doet over een beroep tegen het arrest van het Gerecht conform artikel 256 van het VWEU of een nationale rechterlijke instantie die bevoegd is kennis te nemen van met de gangbare middelen ingestelde beroepen tegen besluiten van een nationale mededingingsautoriteit of tegen uitspraken in beroep tegen deze beslissing ongeacht de vraag of deze rechterlijke instantie al dan niet bevoegd is om een inbreuk op het mededingingsrecht vast te stellen;";
b) in de bepaling onder 13°, worden de woorden "en/of ondernemingsverenigingen" ingevoegd tussen de woorden "betrokken ondernemingen" en de woorden "meewerkt aan een onderzoek";
c) in de bepaling onder 14°, worden de woorden ", een ondernemingsvereniging" ingevoegd tussen de woorden "waarin de onderneming" en de woorden "of een natuurlijke persoon";
d) de bepaling onder 16° wordt vervangen als volgt:
"16° voorstel met het oog op een schikking:
vrijwillige verklaring door een onderneming of een ondernemingsvereniging of namens deze onderneming of ondernemingsvereniging ten overstaan van een mededingingsautoriteit waarin de onderneming of ondernemingsvereniging haar deelname aan een inbreuk op het mededingingsrecht en haar aansprakelijkheid voor die inbreuk op het mededingingsrecht erkent of ervan afziet deze deelname en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid te betwisten, waarbij deze verklaring speciaal is opgesteld om de mededingingsautoriteit in staat te stellen een vereenvoudigde of spoedprocedure toe te passen;".
Afdeling 2.- Wijzigingen van boek III van het Wetboek van economisch recht
Art. 4. In hoofdstuk 1 van Titel 2, van boek III van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, wordt een artikel III.42/1 ingevoegd, luidende:
"Art. III.42/1. Wanneer administratieve adreswijzigingen door een authentieke bron van adressen hem worden overgemaakt, gaat de beheersdienst op basis daarvan over tot, en, in afwijking van de procedure voorzien in de artikelen III.40 en III.41, de ambtshalve wijziging in de Kruispuntbank van Ondernemingen van de adressen van de entiteiten die er zijn ingeschreven.
Wanneer de beheersdienst overgaat tot de ambtshalve wijziging van een adres die in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad moet worden bekengemaakt, wordt de ambtshalve wijziging op vraag van de beheersdienst bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad. Deze publicatie gebeurt zonder kosten voor de beheersdienst en maakt de adreswijziging tegenstelbaar aan derden."
Art. 5. In artikel III.59, § 1, 9°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder a) worden de woorden "uiterlijk op de dag van de aanvang" vervangen door de woorden "vóór de aanvang";
2° de bepaling onder b) wordt vervangen als volgt:
"b) de natuurlijke persoon bedoeld in a) is, samen met de helper in de zin van artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, hoofdelijk gehouden tot de betaling van de door de helper verschuldigde bijdragen en administratieve geldboeten, bedoeld in artikel 17bis van hetzelfde koninklijk besluit;";
3° de bepaling onder c) wordt vervangen als volgt:
"c) de rechtspersonen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de bijdragen en de administratieve geldboeten bedoeld in artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen verschuldigd door hun vennoten of mandatarissen;".
Afdeling 3. - Wijziging van boek V van het Wetboek van economisch recht
Art. 6. Artikel V.10, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 wordt aangevuld met een zin, luidende:
"Hij kan bepalen dat de aanvraag uitsluitend langs elektronische weg wordt ingediend.".
Afdeling 4. - Wijzigingen van boek VI van het Wetboek van economisch recht
Art. 7. In artikel VI.72, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "artikel 24, eerste en tweede lid, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet" vervangen door de woorden "artikel VII.92".
Art. 8. In artikel VI.91, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "de wet van 25 juni 1992 op de landsverzekeringsovereenkomst" vervangen door de woorden "de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen".
Art. 9. In de Nederlandse tekst van artikel VI.109 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt het woord "voorkomt" vervangen door het woord "voortkomt".
Afdeling 5. - Wijzigingen van boek VII van het Wetboek van economisch recht
Art. 10. In artikel VII.3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 26 oktober 2015, 29 juni 2016 en 25 oktober 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met de bepaling onder 9°, luidende:
"9° de consumentenkredietovereenkomsten die, met een doelstelling van algemeen belang, aan een beperkt publiek worden toegekend tegen een lagere dan op de markt gebruikelijke rentevoet, dan wel rentevrij,
of onder andere voorwaarden die voor de consument gunstiger zijn dan de op de markt gebruikelijke voorwaarden en tegen rentetarieven die niet hoger zijn dan de op de markt gebruikelijke, en die de vorm aannemen van een studiefinanciering en worden toegekend door een onderwijsinstelling als dusdanig erkend door de bevoegde Gemeenschap.";
2° in paragraaf 4 worden de woorden "De Koning kan bepalen" vervangen door de woorden "Onverminderd de bepalingen van §§ 1, 2 en 3, kan de Koning bepalen".".
Art. 11. In artikel VII.61 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "in wettig betaalmiddel begrepen in de zin van de Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro" ingevoegd tussen de woorden "op elk ogenblik terug" en de woorden "wanneer de houder van het elektronisch geld daarom verzoekt";
2° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt:
" § 6. Personen die elektronisch geld aanvaarden hebben op elk ogenblik recht op terugbetaling van de nominale monetaire waarde van het ontvangen elektronisch geld in wettig betaalmiddel begrepen in de zin van de Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro. Van de bepalingen in de paragrafen 3 tot 5 mag enkel afgeweken worden in het nadeel van de persoon die elektronisch geld aanvaardt voor zover hij geen consument is.".
Art. 12. In artikel VII.86, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2016, wordt de zin "Het in dat artikel VII.128 vermelde begrip "vestigingsakte" moet dan worden gelezen als "kredietovereenkomst"." opgeheven.
Art. 13. In artikel VII.102 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "instellingen voor belegging in schuldvorderingen zoals bedoeld in de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen" vervangen door de woorden "mobiliseringsinstellingen in de zin van artikel 2 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende diverse maatregelen ter vergemakkelijking van de mobilisering van schuldvorderingen in de financiële sector".
Art. 14. In artikel VII.126, § 3, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 22 april 2016, worden de woorden "de hypotheekonderneming" vervangen door de woorden "de kredietgever".
Art. 15. In artikel VII.147/2, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2016, worden de woorden "in artikel 1410, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "in de artikelen 1409, 1409bis en 1410, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek".
Art. 16. In de Nederlandse tekst van het artikel VII.147/7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet 22 april 2016, worden de woorden "deze laatste" vervangen door de woorden "de consument".
Art. 17. In de Franse tekst van het artikel VII.147/23, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2016, worden de woorden "avec une destination mobilière" vervangen door de woorden "avec une destination immobilière".
Art. 18. In artikel VII.147/27 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "geeft hem kennis" worden vervangen door de woorden "geeft hen kennis";
2° de woorden "deelt hem" worden vervangen door de woorden "deelt hen".
Art. 19. In artikel VII.162, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "het eerste lid, 2° " vervangen door de woorden "het eerste lid, 2° en 3° ".
Art. 20. In artikel VII.165, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"De kredietgevers beschikken over een organisatie die hen in staat stelt te allen tijde de wettelijke en reglementaire verplichtingen na te komen die voor hen gelden krachtens dit boek en de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten en de ter uitvoering van dit boek en deze wet genomen besluiten en reglementen.".
Art. 21. In artikel VII.171 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt het woord "toezichtskosten" vervangen door het woord "werkingskosten".
Art. 22. In artikel VII.179 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt het woord "toezichtskosten" vervangen door het woord "werkingskosten".
Art. 23. In artikel VII.180 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet" vervangen door de woorden "activiteit van hypothecaire kredietbemiddeling";
2° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "het bedrijf van bemiddelaar inzake hypothecair krediet" vervangen door de woorden "de activiteit van hypothecaire kredietbemiddeling";
3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de tweede en derde zin vervangen als volgt:
"Zij staan in voor de geschiktheid en de professionele betrouwbaarheid van de personen als bedoeld in 2° van het eerste lid en voor de beroepskennis van de personen als bedoeld in de bepalingen onder 2° en 3°, van hetzelfde lid. Zij bewaren alle documenten die aantonen dat die personen over de vereiste geschiktheid, professionele betrouwbaarheid en beroepskennis beschikken, en houden die documenten ter beschikking van de FSMA.".
Art. 24. In artikel VII.181, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering sluiten die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte dekt." worden vervangen door de woorden "de activiteit van hypothecaire kredietbemiddeling is gedekt door een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte bestrijkt.";
2° de laatste zin wordt opgeheven.
Art. 25. In artikel VII.183, § 5, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de eerste zin, worden de woorden "De in § 2 bedoelde bemiddelaars die in België zijn gevestigd in het kader van de vrijheid van vestiging, dienen" vervangen door de woorden "Onverminderd paragraaf 3, dienen de in paragraaf 2 bedoelde bemiddelaars die in België zijn gevestigd in het kader van de vrijheid van vestiging";
2° de paragraaf wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende:
"4° de in België verrichte diensten voldoen aan de vereisten van de artikelen I.9, 42°, VII.123, § 1, VII.124, §§ 1 en 2, VII.125, eerste en tweede lid, VII.126, § 1, tweede en derde lid, § 2, tweede lid, en § 4, VII.127, §§ 1, 2, 3 en 5, VII.128, VII.129, VII.131, VII.133, § 1, eerste en tweede lid, VII.134, § 1, VII.138, VII.147/22, § 4, eerste en tweede lid, VII.147/23, § 3, eerste en tweede lid, VII.147/29, §§ 2 en 3, en VII.181, § 1, eerste lid, 5°, en van de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering daarvan.".
Art. 26. In artikel VII.183, § 5bis, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "De in § 2 bedoelde bemiddelaars die in België werkzaam zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten, dienen" vervangen door de woorden "Onverminderd paragraaf 3, dienen de in paragraaf 2 bedoelde bemiddelaars die in België werkzaam zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten".
Art. 27. In artikel VII.184, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "activiteit van bemiddelaar inzake consumentenkrediet" vervangen door de woorden "activiteit van consumentenkredietbemiddeling";
2° in het tweede lid worden de woorden "het bedrijf van bemiddelaar inzake consumentenkrediet" vervangen door de woorden "de activiteit van consumentenkredietbemiddeling";
3° in het derde lid worden de tweede en derde zin vervangen als volgt:
"Zij staan in voor de geschiktheid en de professionele betrouwbaarheid van de personen als bedoeld in 2° van het tweede lid en voor de beroepskennis van de personen als bedoeld in 2° en 3°, van hetzelfde lid. Zij bewaren alle documenten die aantonen dat die personen over de vereiste geschiktheid, professionele betrouwbaarheid en beroepskennis beschikken, en houden die documenten ter beschikking van de FSMA.".
Art. 28. In artikel VII.186, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben gesloten die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte dekt." worden vervangen door de woorden "de activiteit van consumentenkredietbemiddeling is gedekt door een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte bestrijkt.";
2° de laatste zin wordt opgeheven.
Afdeling 6. - Wijziging van boek XI van het Wetboek van economisch recht
Art. 29. In artikel XI.196 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende:
" § 2/1. De auteur van een wetenschappelijk artikel dat het resultaat is van minstens voor de helft met publieke middelen gefinancierd onderzoek behoudt, zelfs indien hij, overeenkomstig artikel XI.167, zijn rechten aan een uitgever van een tijdschrift heeft vervreemd of in een gewone of exclusieve licentie heeft ondergebracht, het recht om het manuscript na verloop van een termijn van twaalf maanden voor humane en sociale wetenschappen en zes maanden voor andere wetenschappen na de eerste uitgave, in een tijdschrift, kosteloos beschikbaar te stellen in open toegang aan het publiek, mits de bron van de eerste uitgave wordt vermeld.
Het uitgavecontract kan een kortere termijn voorzien dan deze bepaald in het eerste lid.
De Koning kan de termijn bepaald in het eerste lid verlengen.
Van het recht bepaald in het eerste lid kan geen afstand worden gedaan. Dit recht is van dwingend recht en is van toepassing ongeacht het door de partijen gekozen recht van zodra er een aanknopingspunt in België gelokaliseerd is. Het recht is mede van toepassing op de werken die zijn tot stand gebracht vóór de inwerkingtreding van deze paragraaf en die op dat tijdstip niet tot het openbaar domein behoren.".
Afdeling 7. - Wijzigingen van boek XV van het Wetboek van economisch recht
Art. 30. In artikel XV.3, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse tekst van het derde lid worden de woorden "l'autorisation préalable et écrite" vervangen door de woorden "le consentement préalable et écrit";
2° in de Franse tekst van het vierde lid worden de woorden "le consentement préalable, motivé, écrit, signé, et daté" vervangen door de woorden "l'autorisation préalable, motivée, écrite, signée et datée";
3° in het laatste lid worden de woorden "waar de verdachte is binnengegaan" opgeheven.
Art. 31. In artikel XV.8, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, worden de cijfers "197, 210bis," ingevoegd tussen het cijfer "196," en het cijfer "299,".
Art. 32. In de artikelen XV.17, § 1, zesde lid, XV.18, § 2, XV.18/1, eerste lid, XV.31, § 4, en XV.31/3, § 1, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "boek VII, titel 4, hoofdstuk 4" telkens vervangen door de woorden "boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, met uitzondering van artikel VII.183, § 5, 4° "
Art. 33. In artikel XV.30/1, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het derde lid wordt opgeheven;
2° in het vierde lid wordt het woord "drie" vervangen door het woord "twee".
Art. 34. In artikel XV.57/1, eerste lid, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 26 oktober 2015 en 25 oktober 2016, en in artikel XV.66, eerste lid, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "op de bepalingen van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4" telkens vervangen door de woorden "op de bepalingen van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, met uitzondering van artikel VII.183, § 5, 4°, ".
Art. 35. In artikel XV.62, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "en dat de benadeelde partij ervan heeft afgezien klacht in te dienen" geschrapt.
Art. 36. Artikel XV.67/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt gewijzigd als volgt:
1° paragraaf 7 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het eerste lid is eveneens van toepassing op de kredietgevers waarvan de voorlopige vergunning van rechtswege is vervallen op grond van artikel 54, § 5, tweede lid van de wet van 19 april 2014, houdende invoeging van boek VII "Betalings-en Kredietdiensten" in het wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan Boek VII en van de straffen voor de inbreuken op Boek VII, in de Boeken I en XV van het wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen.";
2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende:
" § 8. De FSMA kan de maatregelen die zij heeft genomen jegens een kredietgever op diens kosten laten publiceren in de kranten en tijdschriften die zij kiest of op plaatsen en voor de duur die zij bepaalt. De FSMA kan die maatregelen eveneens op haar website publiceren.".
Art. 37. Artikel XV.67/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
" § 5. De FSMA kan de maatregelen die zij heeft genomen jegens een kredietbemiddelaar op diens kosten laten publiceren in de kranten en tijdschriften die zij kiest of op plaatsen en voor de duur die zij bepaalt. De FSMA kan die maatregelen eveneens op haar website publiceren.".
Art. 38. In artikel XV.68 van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Wanneer de FSMA vaststelt dat een bemiddelaar inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht als bedoeld in artikel VII. 183, § 2, zich niet schikt naar artikel VII.183, § 5, 1° tot 3°, of wanneer de FOD Economie de FSMA bij gemotiveerde kennisgeving meedeelt, na betrokkene te hebben gehoord, dat een dergelijke kredietbemiddelaar zich niet schikt naar artikel VII.183, § 5, 4°, maant de FSMA deze bemiddelaar aan om de vastgestelde toestand te verhelpen binnen de termijn die zij bepaalt.";
a) tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"Indien de betrokken bemiddelaar hieraan geen gevolg geeft, kan de FSMA alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de kredietbemiddelaar een einde maakt aan de onregelmatigheid. De aard van die maatregel wordt meegedeeld aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bemiddelaar.";
b) in het tweede lid, wordt de zin "Indien de in het eerste lid bedoelde toestand niet is verholpen bij het verstrijken van deze termijn, kan de FSMA na de in het eerste lid bedoelde toezichthouder hiervan in kennis te hebben gesteld, alle passende maatregelen nemen ten aanzien van deze kredietbemiddelaar en hem in het bijzonder verbieden een activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet verder te zetten in België." vervangen door de zin "Indien de in het eerste lid bedoelde toestand niet is verholpen, kan de FSMA na de in het vorige lid bedoelde toezichthouder hiervan in kennis te hebben gesteld, alle passende maatregelen nemen ten aanzien van deze kredietbemiddelaar en hem in het bijzonder verbieden een activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet verder te zetten in België.";
b) paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Wanneer een kredietbemiddelaar bedoeld in artikel VII.183, § 2, in België handelingen heeft gesteld die strijdig zijn met de Belgische wettelijke of reglementaire bepalingen van algemeen belang als bedoeld in artikel VII.183, § 3, kan de FSMA, op eigen initiatief voor de bepalingen die tot haar bevoegdheidssfeer behoren of op verzoek van andere bevoegde autoriteiten voor de bepalingen die tot hun bevoegdheidssfeer behoren, toepassing maken van de voorgaande leden. De FSMA stelt de FOD Economie hiervan op de hoogte.";
2° paragrafen 2 en 3 worden vervangen als volgt:
" § 2. Als de FSMA, in voorkomend geval op basis van een gemotiveerde kennisgeving van de FOD Economie, duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een in artikel VII.183, § 2 bedoelde bemiddelaar inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht handelt in strijd met artikel VII.183, § 5bis, of de verplichtingen schendt die voortvloeien uit de met toepassing van richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 vastgestelde bepalingen, waarbij aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst geen bevoegdheden worden verleend, stelt de FSMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bemiddelaar hiervan in kennis en vraagt haar de passende maatregelen te treffen.
Als de autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bemiddelaar geen maatregelen neemt binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de ontvangst van de mededeling van de FSMA of als de kredietbemiddelaar, ondanks de maatregelen die zijn genomen door de autoriteit van de lidstaat van herkomst, blijft handelen op een wijze die de belangen van consumenten in België of de goede werking van de markten duidelijk schaadt, kan de FSMA in voorkomend geval na advies van de FOD Economie:
1° na de autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, alle passende maatregelen nemen die vereist zijn om de consumenten te beschermen en de goede werking van de markten te vrijwaren, waaronder het verbod voor de betrokken bemiddelaar om op Belgisch grondgebied actief te zijn. De Europese Commissie en de Europese Bankautoriteit worden onverwijld in kennis gesteld van deze maatregelen;
2° de zaak voorleggen aan de Europese Bankautoriteit en haar om bijstand verzoeken ingevolge artikel 19 van de Verordening (EU) nr. 1093/2010. In dat geval kan de Europese Bankautoriteit optreden overeenkomstig de bevoegdheden die haar zijn verleend door dit artikel.".
Art. 39. In artikel XV.83, eerste lid, 13°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt het cijfer "VI.97, 4°, " ingevoegd tussen de woorden "met uitzondering van de artikelen" en het cijfer "VI.100".
Art. 40. Artikel XV.85 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013 en gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
"5° zij die de bepalingen van artikel VI.97, 4°, betreffende misleiding met betrekking tot de prijs, de prijsberekening of het prijsvoordeel overtreden.".
Art. 41. In titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 4, van het boek XV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt een artikel XV.85/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XV.85/1. Met een sanctie van niveau 4 worden gestraft zij die, te kwader trouw, de bepalingen van artikel VI.97, 4°, betreffende misleiding met betrekking tot de prijs, de prijsberekening of het prijsvoordeel overtreden.".
Art. 42. In titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 5 van boek XV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt een artikel XV.86/2 ingevoegd, luidende:
"Art. XV.86/1. Met een sanctie van niveau 2 worden gestraft zij die de bepalingen overtreden van de artikelen VII.64 tot VII.67, VII.123 en VII.124 betreffende reclame.".
Afdeling 8. - Wijzigingen van boek XVII van het Wetboek van economisch recht
Art. 43. In artikel XVII.37 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) een bepaling onder 10° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"10° /1 de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;";
b) een bepaling onder 13° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"13° /1 de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten;".
Art. 44. In artikel XVII.59 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2014, wordt paragraaf 1 opgeheven.
Art. 45. In artikel XVII.61 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vernummerd tot § 1/1;
2° een nieuwe paragraaf 1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 1. De schadeafwikkelaar maakt een gedetailleerd driemaandelijks verslag over aan de rechter over de uitvoering van zijn opdracht. Dit verslag wordt eveneens ter informatie aan de groepsvertegenwoordiger en de verweerder overgemaakt.
Het driemaandelijks verslag bevat alle nuttige informatie met betrekking tot de voortgang van de uitvoering van het gehomologeerd akkoord of de beslissing van de rechter ten gronde, alsook een gedetailleerd overzicht van de kosten en van de elementen die toelaten om de vergoeding verschuldigd aan de schadeafwikkelaar vast te stellen.
De rechter beslist over het driemaandelijks verslag. De goedkeuring van het driemaandelijks verslag door de rechter geldt als uitvoerbare titel op basis waarvan de schadeafwikkelaar de betaling van zijn kosten en de prestaties kan terugvorderen van de verweerder.";
3° In paragraaf 1, vernummerd tot § 1/1, derde lid, wordt de zin"De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de regels die door de Koning zijn vastgelegd." opgeheven;
4° In paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "paragraaf 1, tweede lid" vervangen door de woorden "paragraaf 1/1, tweede lid";
5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
" § 3. De vergoeding van de schadeafwikkelaar bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, en in paragraaf 1/1, derde lid, wordt berekend overeenkomstig de regels die door de Koning zijn vastgelegd.".
Art. 46. In artikel XVII.77, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 6 juni 2017, worden de woorden "door de mededingingsautoriteit" ingevoegd tussen de woorden "overlegging" en "van bewijsmateriaal".
Art. 47. In artikel XVII.82, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juni 2017, worden de woorden "Hof van Beroep van Brussel" vervangen door het woord "Marktenhof".
Art. 48. In artikel XVII.88, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juni 2017, worden de woorden "eerste lid" vervangen door de woorden "tweede lid".
Afdeling 9. - Wijzigingen van boek XX van het Wetboek van economisch recht
Art. 49. In artikel XX.1, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening" ingevoegd tussen de woorden "de herverzekeringsondernemingen" en de woorden ",de financiële holdings en de gemengde financiële holdings".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van vennootschappen
Art. 50. In de Nederlandse tekst van artikel 132, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen, vervangen bij de wet van 7 december 2016, wordt het woord "hij" opgeheven.
Art. 51. In artikel 132/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 juni 2016 en gewijzigd bij de wet van 7 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 worden de woorden "in de zin van de verordening EU nr. 537/2014 van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controle van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 4/1";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "in de zin van de verordening nr. 537/2014" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 4/1";
3° in paragraaf 4 worden de woorden "in de zin van de verordening nr. 537/2014" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 4/1".
Art. 52. In de Nederlandse tekst van artikel 133/1, § 2, 7°, b), van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 december 2016, worden de woorden "het structuren" vervangen door de woorden "het structureren".
Art. 53. In artikel 133/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de wet van ... 2016" vervangen door de woorden "de wet van 7 december 2016";
2° in paragraaf 5 worden het tweede en derde lid voortaan paragraaf 6 van dezelfde bepaling.
Art. 54. In artikel 147/1, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 december 2016, worden de woorden "de wet van 00 december 2016" vervangen door de woorden "de wet van 7 december 2016".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen
Art. 55. In artikel 17, § 7, van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, ingevoegd bij de programmawet van 9 juli 2004 en gewijzigd bij de wetten van 30 december 2009 en 25 april 2014, wordt de eerste zin vervangen als volgt:
"De artikelen 130 tot 133/2, 134, §§ 1, 2, 3 en 6, 135 tot 140/1, 142 tot 144, met uitzondering van artikel 144, § 1, eerste lid, 6° en 8°, van het Wetboek van vennootschappen zijn van overeenkomstige toepassing op de verenigingen die een commissaris hebben benoemd.".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut
Art. 56. In artikel 11 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbare nut, wordt paragraaf 6, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1991, opgeheven.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 26 juni 1990 betreffende sommige openbare instellingen of instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten
Art. 57. Artikel 25 van de wet van 26 juni 1990 betreffende sommige openbare instellingen of instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. De Koning kan het Centrum machtigen om in eigen naam en voor eigen rekening over te gaan tot onteigeningen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen en opgelegde taken, alsmede voor het voldoen aan de vereisten op het gebied van nucleaire beveiliging en veiligheid.".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken
Art. 58. In artikel 1, 3°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 december 2017, worden de woorden "de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten"opgeheven.
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 20 december 1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen
Art. 59. In artikel 77, 2°, b), van de wet van 20 december 1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 2003 en 3 maart 2011, worden de woorden "de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten" opgeheven.
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België
Art. 60. In artikel 36/14, § 1, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, wordt de bepaling onder 11° vervangen als volgt:
"11° aan het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren en aan de autoriteiten van lidstaten of derde landen die toezicht houden op de personen die belast zijn met de wettelijke controle op de jaarrekening van de instellingen die onder het toezicht van de Bank staan;".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van de wet van 22 maart 1999 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken
Art. 61. In artikel 25, § 2, van de wet van 22 maart 1999 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 2003 en 3 maart 2011, wordt de bepaling onder 6° opgeheven.
Art. 62. In artikel 32, § 2, 2°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 maart 2016, worden de woorden "de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten"opgeheven.
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
Art. 63. In artikel 75, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 12° wordt vervangen als volgt:
"12° aan het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren en aan de autoriteiten van lidstaten of derde landen die toezicht houden op de personen die belast zijn met de wettelijke controle op de jaarrekening van de ondernemingen die onder het toezicht van de FSMA staan;";
b) de paragraaf wordt aangevuld met een bepaling onder 24°, luidende:
"24° aan de Cel voor financiële informatieverwerking bedoeld in artikel 76 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.".
Art. 64. In artikel 86bis, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"De FSMA kan op zijn website zijn beslissing om een bevel uit te spreken, overeenkomstig het eerste lid, met naam genoemd openbaar maken, evenals de redenen van deze beslissing.".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van de wet van 10 juni 2006 tot oprichting van een Belgische Mededingingsautoriteit
Art. 65. In de wet van 10 juni 2006 houdende oprichting van de Belgische Mededingingsautoriteit wordt een artikel 17/1, ingevoegd, luidende als volgt:
"Art. 17/1. Voor zijn wijziging door de wet van 3 april 2013 wordt artikel 17 van deze wet aldus uitgelegd dat de auditeur die door de Koning benoemd werd tot auditeur-generaal bij de Raad voor de Mededinging voor een hernieuwbare termijn van zes jaar, geacht wordt deze functie als een hogere functie in een statutaire betrekking van auditeur te hebben uitgeoefend.".
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
Art. 66. In artikel 67, § 1, eerste lid, n), van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, gewijzigd bij de wet van 17 juli 2013, worden de woorden "of dat de FSMA redelijke gronden heeft om dit aan te nemen" tussen de woorden "niet aan hun verplichtingen voldoen" en de woorden ", tenzij deze openbaarmaking" ingevoegd.
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de wet van 17 augustus 2013 betreffende de prospectie, de exploratie en de exploitatie van de rijkdommen van de zee- en oceaanbodem en de ondergrond ervan voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
Art. 67. In de Nederlandse tekst van het opschrift van de wet van 17 augustus 2013 betreffende de prospectie, de exploratie en de exploitatie van de rijkdommen van de zee- en oceaanbodem en de ondergrond ervan voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht wordt het woord "rechtmacht" vervangen door het woord "rechtsmacht".
Art. 68. In dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk 7 vervangen als volgt:
"Hoofdstuk 7. Toezicht".
Art. 69. Artikel 10 van dezelfde wet, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
" § 4. De contractant zorgt voor de communicatiemiddelen en digitale verbindingen, die nodig zijn om een performant toezicht op de exploitatie van op afstand mogelijk te maken.".
Art. 70. In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 26 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende:
"3° een jaarlijkse heffing waarvan het bedrag door de Koning wordt vastgelegd en die alle kosten dekt die voor het toezicht op de exploitatie moeten worden gemaakt, te betalen vanaf het jaar dat de exploitatieactiviteiten starten tot en met het jaar waarop het exploitatiecontract met de Autoriteit vervalt.";
2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid luidende:
"De Koning bepaalt hoe de jaarlijkse heffing bedoeld in paragraaf 2, 3°, over de verschillende bevoegde overheidsdiensten wordt verdeeld.".
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van de wet van 4 april 2014
betreffende de verzekeringen
Art. 71. In artikel 48 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"Niettegenstaande het eerste lid mag de winstdeling worden vermeld in reclame en andere op commercialisering gerichte documenten indien de verzekeraar noch wettelijk, noch contractueel, verplicht is over te gaan tot winstdeling en/of indien het recht op winstdeling bij een individuele overeenkomst afhangt van de discretionaire beslissingsbevoegdheid van de verzekeraar, mits naleving van de volgende voorwaarden:
1° er moet uitdrukkelijk bij worden vermeld dat de verzekeraar noch wettelijk, noch contractueel, verplicht is over te gaan tot winstdeling en/of dat het recht op winstdeling bij een individuele overeenkomst afhangt van de discretionaire beslissingsbevoegdheid van de verzekeraar;
2° er moet uitdrukkelijk bij worden vermeld dat winstdeling niet gegarandeerd is en dat deze elk jaar kan wijzigen;
3° prognoses voor de toekomst mogen niet worden vermeld, noch mag hiernaar worden verwezen.".
Art. 72. In artikel 51, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "overeenkomstig artikel 48, eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "Indien de winstdeling wordt vermeld in reclame en/of andere op commercialisering gerichte documenten" en de woorden ", stelt de verzekeraar".
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
Art. 73. Artikel 3 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 november 2017 wordt aangevuld met een bepaling onder 105°, luidende:
"105° "Verordening 1286/2014": de verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten.".
Art. 74. In artikel 267 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"In afwijking van het eerste lid zijn de bepalingen opgenomen in de artikelen 221 tot 235, in de mate ze betrekking hebben op de essentiële beleggersinformatie, niet van toepassing indien de AICB verplicht is om een essentiële-informatiedocument als bedoeld in Verordening (EU) 1286/2014 op te stellen.".
Art. 75. In artikel 268, § 1, van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° het derde lid wordt vervangen als volgt:
"Indien in België berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van de rechten van deelneming in een AICB naar buitenlands recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 260 worden verspreid in één of meerdere landstalen, dient deze instelling, onverminderd het eerste en tweede lid, het document met essentiële beleggersinformatie in België te verspreiden in de landstaal of in de diverse landstalen waarin voormelde berichten, reclame en andere stukken in België worden verspreid.".
2° een vierde lid wordt ingevoegd, luidende:
"Het eerste, tweede en derde lid zijn, in de mate ze betrekking hebben op de essentiële beleggersinformatie, niet van toepassing indien de AICB verplicht is om een essentiële- informatiedocument als bedoeld in Verordening (EU) 1286/2014 op te stellen.".
Art. 76. In dezelfde wet worden volgende bepalingen opgeheven:
1° artikel 68, § 2, eerste lid;
2° artikel 116, § 2, eerste lid;
3° artikel 122, § 2, eerste lid;
4° artikel 126, § 3, eerste lid;
5° artikel 133, § 2, eerste lid;
6° artikel 149, tweede lid;
7° artikel, 155, tweede lid;
8° artikel 162, tweede lid;
9° artikel 496, § 2, eerste lid;
10° artikel 499, § 2, eerste lid.
HOOFDSTUK 17. - Wijziging van de wet van 22 april 2016 houdende wijziging en invoeging van bepalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet in verschillende boeken van het Wetboek van economisch recht
Art. 77. In artikel 41, § 3, tweede lid, van de wet van 22 april 2016 houdende wijziging en invoeging van bepalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet in verschillende boeken van het Wetboek van economisch recht, gewijzigd bij de wet van 18 april 2017, worden de woorden "de overdracht van het loon" vervangen door de woorden "de overdracht van inkomsten voorzien in artikelen 1409, 1409bis en 1410, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek".
HOOFDSTUK 18. - Wijzigingen van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren
Art. 78. In artikel 8 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 2° wordt het woord "Belgische" opgeheven;
b) in de Franse tekst van de bepaling onder 4° wordt het teken "[...]" opgeheven;
c) in de Franse tekst van de bepaling onder 5° wordt het woord "des" opgeheven.
Art. 79. In dezelfde wet wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 8/1. De nadere regels voor de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor worden bepaald door de Koning.".
Art. 80. Artikel 9 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende:
" § 7. Iedere bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die, voor een andere reden dan een intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor bedoeld in artikel 59, § 1, eerste lid, 7°, zijn hoedanigheid heeft verloren, kan aan het Instituut opnieuw om de toekenning van de hoedanigheid verzoeken, op voorwaarde dat hij op de datum van zijn verzoek de in de artikelen 5, § 1, en 29, voorgeschreven voorwaarden vervult, met uitzondering van deze bedoeld in artikel 5, § 1, 5°, en voldaan heeft aan de verplichtingen inzake permanente vorming.
De nadere regels inzake het verzoek tot toekenning van de hoedanigheid, na intrekking van de hoedanigheid, worden bepaald door de Koning.".
Art. 81. In de Franse tekst van artikel 13, § 6, van dezelfde wet wordt het woord "portent" vervangen door het woord "porte".
Art. 82. In artikel 24, § 3, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "paragraaf 2" worden vervangen door de woorden "paragraaf 1";
2° in de Nederlandse tekst wordt het woord "ondertekent" vervangen door het woord "ondertekend".
Art. 83. In artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "en de in België geregistreerde auditkantoren" ingevoegd tussen de woorden "De bedrijfsrevisoren" en de woorden "betalen jaarlijkse bijdragen";
2° in de Franse tekst, tweede lid, worden de woorden "cabinets d'audit enregistrés en Belgique ainsi que les" opgeheven.
Art. 84. In de Franse tekst van artikel 32, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "en contrôle" vervangen door de woorden "d'en contrôler".
Art. 85. In de Franse tekst van artikel 40, 6° en 7°, van dezelfde wet wordt het woord "liées" telkens vervangen door het woord "liés".
Art. 86. In artikel 43, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "of binnen internationale groepen," ingevoegd tussen het woord "deelneemt," en de woorden "en om zich".
Art. 87. In de artikelen 47, § 1, 50 en 51, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "van de Europese Unie" telkens opgeheven.
Art. 88. In artikel 51, § 1, van dezelfde wet wordt de bepaling onder 4° aangevuld met de woorden "alsook, vanaf 25 mei 2018, conform de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG".
Art. 89. In de artikelen 54, § 1, derde lid en 54, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 33" vervangen door de woorden "artikel 32".
Art. 90. In dezelfde wet wordt een artikel 54/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 54/1. Voor de in artikel 54, § 1, eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde doelstellingen beschikt de secretaris-generaal over de bevoegdheid om iedere persoon als bedoeld in artikel 54, § 1, derde lid, op te roepen en te verhoren volgens de hieronder bepaalde regels.
De oproeping voor een verhoor door de secretaris-generaal gebeurt hetzij door gewone kennisgeving, hetzij door een ter post aangetekende brief, hetzij door een dagvaarding.
Eenieder die met toepassing van het eerste lid wordt opgeroepen, is gehouden te verschijnen.
Bij het verhoor van personen, ongeacht in welke hoedanigheid, neemt de secretaris-generaal ten minste de volgende regels in acht:
1° ieder verhoor begint met de mededeling aan de verhoorde persoon:
a) dat hij kan vragen dat alle vragen die hem worden gesteld en alle antwoorden die hij geeft, in de gebruikte bewoordingen worden genoteerd;
b) dat hij kan vragen dat een bepaalde onderzoekshandeling wordt verricht of een bepaald verhoor wordt afgenomen;
c) dat zijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt;
2° eenieder die wordt verhoord, mag gebruik maken van de documenten in zijn bezit, zonder dat het verhoor daardoor wordt uitgesteld. Hij mag, tijdens de ondervraging of later, eisen dat deze documenten bij het proces-verbaal van het verhoor worden gevoegd;
3° aan het einde van het verhoor geeft de ondervrager de ondervraagde persoon het proces-verbaal van zijn verhoor ter nalezing, tenzij laatstgenoemde vraagt dat het hem wordt voorgelezen. Er wordt hem gevraagd of hij zijn verklaringen wil verbeteren of er iets wil aan toevoegen;
4° indien de ondervraagde persoon zich in een andere taal dan die van de procedure wenst uit te drukken, worden zijn verklaringen genoteerd in zijn taal, ofwel wordt hem gevraagd zijn verklaring zelf te noteren;
5° er wordt de ondervraagde persoon meegedeeld dat hij kosteloos een kopie van de tekst van zijn verhoor kan verkrijgen, die hem, desgevraagd, onmiddellijk of binnen een maand wordt overhandigd of verstuurd.".
Art. 91. In dezelfde wet wordt een artikel 54/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 54/2. De bepalingen van de artikelen 57, 59 en 60 zijn van toepassing bij niet-naleving van de krachtens artikel 54/1 opgelegde verplichtingen of maatregelen.".
Art. 92. In artikel 73, § 2, van dezelfde wet wordt de tweede zin vervangen als volgt:
"De artikelen 130 tot 133/2, 134, §§ 1, 2, 3 en 6, 135 tot 140/1, 142 tot 144, met uitzondering van artikel 144, § 1, eerste lid, 6° en 8°, van het Wetboek van vennootschappen zijn van toepassing."
Art. 93. In artikel 86, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) In de bepaling onder 8° worden de woorden "bank- en financiële sector" vervangen door de woorden "bank-, financiële en verzekeringssector";
b) het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 9°, luidende:
"9° de mededeling van vertrouwelijke informatie aan de Bank, de FSMA en, in voorkomend geval, de Europese Centrale Bank, voor de uitvoering van hun respectieve opdrachten.".
Art. 94. In artikel 148, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 146" vervangen door de woorden "artikel 147".
HOOFDSTUK 19. - Opheffingsbepalingen
Art. 95. De wet van 18 april 1927 aangaande de bescherming der benamingen van oorsprong van wijnen en brandewijnen wordt opgeheven.
HOOFDSTUK 20. - Wijzigingen van de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect
Art. 96. In artikel 2 van de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
"5° verzekeringsonderneming: de verzekeringsonderneming zoals gedefinieerd door artikel 5, 6°, en 7°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;";
2° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 6 ° en 7°, luidende:
"6° de FSMA: de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
7° de minister: de minister bevoegd voor Verzekeringen.".
Art. 97. In artikel 10 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2, derde lid, wordt aangevuld met een zin, luidende:
"Het kan voorwaarden opleggen ter beperking van het risico dat de verzekeringnemer vertoont. In het geval dat het Bureau weigert een premie vast te stellen, motiveert het zijn beslissing.";
2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
"De Koning legt de voorwaarden vast voor de werking van het Bureau, hierin begrepen de wijze van risicobeheer en de verplichtingen van de verzekeringsondernemingen.";
3° artikel 10 wordt aangevuld met de paragrafen 5 tot 7, luidende:
" § 5. Tenzij de Koning er anders over beslist, oefent het Bureau zijn activiteiten uit bij het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds, bedoeld in artikel 19bis-2 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.".
§ 6. Het Bureau stelt zijn huishoudelijk reglement op en onderwerpt het aan de goedkeuring van de minister.
§ 7. Het Tariferingsbureau vertrouwt het beheer van de door hem getarifeerde risico's toe aan een of meer verzekeringsondernemingen die lid zijn van de Compensatiekas bedoeld in artikel 10/1."
Art. 98. In dezelfde wet wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 10/1. § 1. De minister erkent, onder de voorwaarden die door de Koning bepaald zijn, een compensatiekas die als opdracht heeft, de resultaten van het beheer van de risico's die onder de voorwaarden van het Bureau zijn getarifeerd te verdelen, en te voorzien in de werkingskosten van het Bureau.
De Compensatiekas kan dezelfde zijn als deze waarin voorzien is bij artikel 132 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.
§ 2. De minister keurt de statuten goed en regelt de controle op de activiteit van de Compensatiekas. Hij wijst de handelingen aan die in het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt. Zo nodig stelt hij de Compensatiekas in.
§ 3. De verzekeringsondernemingen die de verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid aanbieden, zijn hoofdelijk gehouden aan de Compensatiekas de stortingen te doen die nodig zijn voor het volbrengen van haar opdracht en om haar werkingskosten te dragen, voor wat betreft de risico's getarifeerd op basis van artikel 10.
Indien de Compensatiekas door de minister is ingesteld, legt een ministerieel besluit de regels vast voor het berekenen van de stortingen die door de verzekeringsondernemingen moeten worden gedaan.
§ 4. De minister kan de erkenning intrekken indien de Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wetten, reglementen of haar statuten.
In dat geval kan de FSMA alle passende maatregelen nemen tot vrijwaring van de rechten van de verzekeringsnemers, de verzekerden en de benadeelden.".
Art. 99. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het derde lid van paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: "In geval van overdracht van de zakelijke rechten vóór afloop van de periode van de dekking van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid, kan de authentieke akte betreffende de vervreemding van zakelijke rechten op in België gelegen woningen enkel ontvangen worden na raadpleging door de notaris van het register bedoeld in artikel 19/1. Het resultaat van deze raadpleging wordt vermeld in de akte. In de hypothese van een door gerechtelijke beslissing bevolen verkoop, is diegene die de verkoop vordert, verplicht in de authentieke akte of in het proces-verbaal van openbare toewijzing te doen vermelden:
a) of hij kennis heeft van het bestaan van een dergelijke verzekering zoals bedoeld in artikel 3;
b) in voorkomend geval: ofwel dat het verzekeringsattest beschikbaar is en bezorgd zal worden aan de verkrijger, ofwel, de onmogelijkheid om het verzekeringsattest te bezorgen;
c) in voorkomend geval en als hij er kennis van heeft: de naam van de verzekeringsonderneming en het nummer van de verzekeringspolis.";
2° het vierde lid van paragraaf 1 wordt opgeheven;
3° het vijfde lid van paragraaf 1 wordt opgeheven.
Art. 100. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk 8/1 ingevoegd, luidende "Register".
Art. 101. In hoofdstuk 8/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 100, wordt een artikel 19/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 19/1. Teneinde het bestaan van een verzekeringsovereenkomst onderschreven krachtens artikel 5 na te gaan door de personen hiertoe bevoegd verklaard overeenkomstig artikel 19/3, wordt een register tot stand gebracht van de verplichte verzekeringsovereenkomsten van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid.
De verwerkingsverantwoordelijke van het register, in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, is de Beroepsverening van de Verzekeringsondernemingen.
Na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, bepaalt de Koning de nadere regels voor het doorgeven, de registratie, de bewaring en de toegang tot de gegevens in het register.".
Art. 102. In hoofdstuk 8/1, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 100, wordt een artikel 19/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 19/2. Elke verzekeringsonderneming geeft bij het afsluiten van een verzekeringsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 3, het attest bedoeld in artikel 12, § 4, door aan het register bedoeld in artikel 19/1.
Het attest bevat enkel de volgende gegevens:
1° het type van verzekeringsdekking;
2° het nummer van de verzekeringspolis;
3° het bedrag van de waarborg per schadegeval voor het totaal van de materiële en immateriële schade;
4° de naam, het logo en het registratienummer van de verzekeringsonderneming bij de Nationale Bank;
5° het adres van de maatschappelijke zetel van de verzekeringsonderneming;
6° de contactpersoon bij de verzekeringsonderneming;
7° de handtekening van de persoon die de verzekeringsonderneming vertegenwoordigt;
8° de namen en voornamen van de verzekerde indien het gaat om een natuurlijke persoon;
9° de bedrijfsnaam, indien het gaat om een rechtspersoon;
10° het kantooradres van de verzekerde of zijn maatschappelijke zetel, indien het gaat om een rechtspersoon;
11° het btw-nummer van de verzekerde of zijn ondernemingsnummer, indien het gaat om een rechtspersoon;
12° de verzekerde activiteit;
13° het adres van het betrokken onroerend goed;
14° de aard van de uitgevoerde werken;
15° de kadastrale gegevens;
16° de verwijzingen naar de stedenbouwkundige vergunning;
17° de datum van afgifte van de stedenbouwkundige vergunning;
18° de vermelding dat de dekking voor een periode van 10 jaar vanaf de dag van aanvaarding van de werken geldt;
19° de overdraagbaarheid van het attest;
20° de uitsluitingen en de vermelding dat de uitsluitingen voorzien door de wet van 4 april 2014 van toepassing zijn;
21° de overeenstemming van het attest met de wet;
22° de datum.".
Art. 103. In hoofdstuk 8/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 100, wordt een artikel 19/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 19/3 De machtiging om toegang te hebben tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 19/2, of om er mededeling van te verkrijgen wordt verleend:
1° aan de architecten in het kader van de taak die hun is toevertrouwd door artikel 12, § 1, eerste lid, 2° ;
2° aan de notarissen in het kader van de taak die hun is toevertrouwd door artikel 12, § 1, derde lid;
3° aan de door de Koning aangestelde ambtenaren in het kader van hun opdrachten van opsporing, vaststelling en beteugeling van de inbreuken begaan door de aannemer en de andere dienstverlener in de bouwsector bedoeld in artikel 14;
4° aan de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren in het kader van het opdrachten van opsporing, vaststelling en beteugeling van de inbreuken begaan door de architect bedoeld in de artikelen 15 tot 19;
5° aan de Belgische openbare overheden voor de informatiegegevens die zij gemachtigd zijn te kennen uit hoofde van een wet, een decreet of een ordonnantie.".
HOOFDSTUK 21. - Inwerkingtreding
Art. 104. Artikel 43, a), heeft uitwerking met ingang van 25 mei 2018.
Artikel 43, b), heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2018.
Art. 105. Artikel 4 treedt in werking op 1 december 2018.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te l'Ile-d'Yeu, 30 juli 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De minister van Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel,
K. PEETERS
De minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post,
A. DE CROO
De minister van Justitie,
K. GEENS
De minister van Financiën,
J. VAN OVERTVELDT
De minister belast met Ambtenarenzaken,
S. VANDEPUT
De minister van Middenstand, Zelfstandigen en K.M.O.'s,
D. DUCARME
Met 's Lands zegel gezegeld :
De minister van Justitie,
K. GEENS
_______
Nota
(1) Kamer van Volksvertegenwoordigers :
(www.dekamer.be)
Stukken : 54-3143 (2017/2018).
Integraal verslag : 17 en 19 juli 2018.


begin

Publicatie : 2018-09-05