einde

Publicatie : 2021-04-07

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

25 MAART 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen en van de wet van 22 december 2020 tot instelling van verschillende maatregelen ten gunste van zelfstandigen in de context van de COVID-19-crisis



FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen, artikel 6, § 2, laatst gewijzigd bij de wet van 28 februari 2021;
Gelet op de wet van 22 december 2020 tot instelling van verschillende maatregelen ten gunste van zelfstandigen in de context van de COVID-19-crisis, artikel 14;.
Gelet op het advies van het Algemeen BeheerscomitÚ voor het Sociaal Statuut der Zelfstandigen, gegeven op 25 februari 2021;
Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŰn, gegeven op 17 februari 2021;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris van Begroting, gegeven op 25 februari 2021;
Gelet op het artikel 8 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit besluit vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse gezien de hoogdringendheid die gemotiveerd wordt door de Covid-19-pandemie;
Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd door de Covid-19-pandemie;
Gelet op het advies nr. 68.934 van de Raad van State, gegeven op 8 maart 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3░, van de wetten op de Raad van State, geco÷rdineerd op 12 januari 1973;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat het coronavirus COVID-19 zich blijft verspreiden op wereldschaal en er meer specifiek op het Europese grondgebied uitbraken blijven, die ertoe noodzaken om dringende maatregelen te nemen om de curves van de epidemie te doen zakken en het risico voor de volksgezondheid te beperken terwijl de vaccinatiecampagnes op poten worden gezet;
Gelet op het feit dat er nog steeds zelfstandigen zijn die gedwongen zijn om hun zelfstandige activiteit geheel of gedeeltelijk te blijven onderbreken en dit vanwege de sluitingen en de beperkingen opgelegd in het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en de daaropvolgende besluiten, voorzag de wet van 24 november 2020 met het oog op steunmaatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie een verdubbeling van het bedrag van de financiŰle uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht voor de maanden oktober en november 2020;
Gelet op het feit dat de regering het eind 2020 ook noodzakelijk achtte om de bestaande tijdelijke crisismaatregelen in het kader van de overbruggingswet te hervormen en aan te passen aan de economische behoeften van zelfstandigen en de gevolgen van de gezondheidsmaatregelen, heeft de wet van 22 december 2020 tot instelling van verschillende maatregelen ten gunste van zelfstandigen in de context van de COVID-19-crisis met het oog daarop een nieuw regime ingevoerd dat gebaseerd is op verschillende pijlers, waarvan de twee belangrijkste zijn:
- Een tijdelijke crisismaatregel voor zelfstandigen die hun zelfstandige activiteit volledig moeten onderbreken als gevolg van gezondheidsmaatregelen van de overheid
- Een tijdelijke maatregel ter ondersteuning van zelfstandigen die als gevolg van de crisis geconfronteerd worden met een vermindering van hun economische rentabiliteit en dus met een aanzienlijk inkomensverlies;
Gelet op het feit dat de Regering in deze sociaal en economisch moeilijke periode ook heeft voorzien in tijdelijke versoepelingen van het klassiek overbruggingsrecht om de zelfstandigen te ondersteunen die gedwongen worden hun zelfstandige activiteit stop te zetten (vb. in geval van faillissement).
Deze versoepelingen, ingevoegd bij de wet van 22 december 2020 tot instelling van verschillende maatregelen ten gunste van zelfstandigen in de context van de COVID-19-crisis, betreffen bepaalde toekenningsvoorwaarden en -modaliteiten van het overbruggingsrecht en bestaan erin een gelijkstelling op vlak van pensioen in te voeren;
Gelet op het feit dat de verdubbeling van het bedrag van de financiŰle uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht reeds een eerste maal werd verlengd voor de maand december 2020 en daarna een tweede en een derde maal voor de maanden januari en februari 2021;
Gelet op het feit dat deze gezondheidsmaatregelen noodzakelijk blijven, wordt de verdubbeling van de financiŰle uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel overbruggings-recht eveneens verlengd voor de maanden maart, april, mei en juni 2021;
Gelet op het feit dat deze gezondheidsmaatregelen noodzakelijk blijven, worden eveneens de overige tijdelijke crisismaatregelen overbruggings-recht verlengd. Hetzelfde geldt voor de versoepelingen van het klassieke overbruggingsrecht.
Gelet op het feit dat de verlenging van de voornoemde maatregelen naadloos moet aansluiten op het aflopen van de lopende tijdelijke crisismaatregelen met het oog de continu´teit van de steun aan zelfstandigen te verzekeren;
Gelet op het feit dat de sociale-verzekeringsfondsen en de administratie de zelfstandigen zeer snel moeten kunnen informeren over de aangenomen maatregelen en zeer snel de nodige beslissingen over het toekennen van de tijdelijke crisismaatregelen overbruggingsrecht en het klassiek overbruggingsrecht moeten kunnen nemen;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en de Minister van Zelfstandigen en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen
Artikel 1. In artikel 6, § 1, van de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen, laatst gewijzigd door de wet van 28 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 7░ worden de woorden "in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 28 februari 2021" vervangen door de woorden "in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021";
b) In de bepaling onder 8░ worden de woorden "in de periode van 1 maart 2021 tot en met 31 maart 2021" vervangen door de woorden "in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 juli 2021";
c) In de bepaling onder 9░ worden de woorden "in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021" vervangen door de woorden "in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021";
d) In de bepaling onder 10░ worden de woorden "in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021" vervangen door de woorden "in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021"."
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 22 december 2020 tot instelling van verschillende maatregelen ten gunste van zelfstandigen in de context van de COVID-19-crisis
Art. 2. In artikel 13 van de wet van 22 december 2020 tot instelling van verschillende maatregelen ten gunste van zelfstandigen in de context van de COVID-19-crisis, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1░ worden de woorden "tot en met 31 maart 2021" vervangen door de woorden " tot en met 30 juni 2021";
b) in de bepaling onder 3░ worden de woorden "tot en met 31 maart 2021" vervangen door de woorden "tot en met 30 juni 2021".
HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2021.
Art. 4. De minister bevoegd voor Zelfstandigen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 25 maart 2021.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Fr. VANDENBROUCKE
De Minister van Zelfstandigen,
D. CLARINVAL


begin

Publicatie : 2021-04-07