J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2021/03/06/2021040940/justel

Titel
6 MAART 2021. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 07-03-2021 nummer :   2021040940 bladzijde : 19638       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2021-03-06/01
Inwerkingtreding : 08-03-2021

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2020010455       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-9

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Artikel 5 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt aangevuld met een derde lid, luidende: "In afwijking van het tweede lid, 4°, mogen fotografen in hun lokalen meer personen tegelijkertijd ontvangen, voor wat betreft personen van hetzelfde huishouden onderling, personen die een duurzaam contact onderhouden zoals bepaald in artikel 15bis of kinderen onderling tot en met 12 jaar.".

  Art. 2. Artikel 7bis, eerste paragraaf van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende: "In afwijking van het eerste lid worden de activiteiten van ambulante handel in voedingswaren toegelaten.".

  Art. 3. In artikel 8 van hetzelfde besluit, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de eerste paragraaf, lid 2, wordt aangevuld met de bepalingen onder 11°, luidende:
  "11° de privésauna's, voor zover deze gebruikt worden door personen van hetzelfde huishouden of personen die een duurzaam contact onderhouden zoals bepaald in artikel 15bis.";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, tweede streepje, worden de woorden "met als doel een professionele kwalificatie" vervangen door de woorden "met het oog op het onderhoud, het voleindigen en het vernieuwen van kwalificaties en licenties";
  3° in paragraaf 4, eerste lid, vierde streepje worden de woorden ", de fotografen" ingevoegd tussen het woord "barbiers" en de woorden "en de tatoeage- en piercingsalons";
  4° de paragraaf 4, lid 2, wordt aangevuld met een derde streepje, luidende:
  " - de diensten voor haarverzorging.".

  Art. 4. In artikel 15 van hetzelfde besluit, worden de volgende aanpassingen aangebracht:
  1° Paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: "Behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit, zijn samenscholingen van meer dan tien personen, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld, niet toegelaten.";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° opgeheven;
  3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "15 personen" vervangen door de woorden "50 personen" en worden de woorden "bij begrafenissen en crematies in afzonderlijke ruimtes van de gebouwen die hiervoor bestemd zijn en" ingevoegd tussen de woorden "tegelijkertijd aanwezig zijn" en de woorden "op een begraafplaats";
  4° paragraaf 3, tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin: "De begrafenissen en crematies vinden plaats zonder de mogelijkheid tot blootstelling van het lichaam.";
  5° in paragraaf 5 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid, mag een maximum van 25 kinderen tot en met 12 jaar, de begeleiders niet meegeteld, activiteiten in georganiseerd verband bijwonen, in het bijzonder door een club of vereniging, steeds in aanwezigheid van een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter en met naleving van de regels voorzien in artikel 18, en in zoverre deze uitsluitend buiten worden georganiseerd. ".

  Art. 5. Artikel 15bis wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid, kan één persoon tegelijk het huis of een toeristische logies occasioneel en kortstondig betreden. Deze persoon wordt niet beschouwd als een duurzaam onderhouden nauw contact.".

  Art. 6. In artikel 18 van hetzelfde besluit, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° Het tweede lid wordt vervangen als volgt: "In afwijking van het eerste lid, zijn deze activiteiten toegestaan voor één of meerdere groepen van maximum 25 kinderen tot en met 12 jaar, de begeleiders niet meegeteld, wanneer deze uitsluitend buiten worden georganiseerd;";
  2° een nieuw lid wordt ingevoegd na het vijfde lid, luidende:
  "De kinderen tot en met 12 jaar mogen bij sporttrainingen vergezeld worden door één persoon van hetzelfde huishouden.".

  Art. 7. In artikel 21 van hetzelfde besluit, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 7 wordt het tweede lid opgeheven;
  2° een paragraaf 8 wordt ingevoegd, luidende:
  " § 8. De verplichtingen voorzien in de paragrafen 5 en 7 zijn niet van toepassing op de reizen van de volgende categorieën van personen:
  1° voor zover zij in het kader van hun functie naar België reizen:
  - de transportwerkers of vervoeraanbieders, met inbegrip van vrachtwagenchauffeurs die goederen voor gebruik op het grondgebied vervoeren en zij die alleen maar op doorreis zijn;
  - de zeevarenden;
  - de "Border Force Officers" van het Verenigd -Koninkrijk;
  - de grensarbeiders;
  2° de grensscholieren die naar België reizen in het kader van het leerplichtonderwijs;
  3° de personen die naar België reizen in het kader van grensoverschrijdend co-ouderschap.".

  Art. 8. In artikel 25 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid aangevuld met de bepalingen onder 9°, luidende:
  "9° De plaats bedoeld in artikel 15bis, derde lid.".

  Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 8 maart 2021.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 6 maart 2021.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. VERLINDEN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Binnenlandse Zaken,
   Gelet op de Grondwet, artikel 23;
   Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
   Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
   Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
   Gelet op het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
   Gelet op artikel 8, § 2, 1° en 2°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 maart 2021;
   Gelet op het akkoord van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 6 maart 2021;
   Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 6 maart 2021;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die van dag op dag evolueren en waarvan de laatste de maatregelen hebben gerechtvaardigd die werden beslist tijdens het Overlegcomité dat is bijeengekomen op 5 maart 2021; dat het zodoende dringend is om een aantal van de maatregelen aan te passen;
   Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden binnen de Nationale Veiligheidsraad, die is bijeengekomen op 10, 12, 17 en 27 maart 2020, op 15 en 24 april 2020, op 6, 13, 20 en 29 mei 2020, op 3, 24 en 30 juni 2020, op 10, 15, 23 en 27 juli 2020, op 20 augustus 2020, alsook op 23 september 2020;
   Overwegende de adviezen van de GEES, van CELEVAL van de RAG en van de GEMS;
   Overwegende het advies van de Hoge Gezondheidsraad van 9 juli 2020;
   Overwegende het advies van de Pediatric Task Force;
   Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
   Overwegende artikel 6, 1. c) van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
   Overwegende het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano;
   Overwegende de wet van 9 oktober 2020 houdende instemming met het voormelde samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020;
   Overwegende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
   Overwegende het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
   Overwegende de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren;
   Overwegende de Aanbeveling (EU) van 2020/1475 van de Raad van 13 oktober 2020 betreffende een gecoördineerde aanpak van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie;
   Overwegende de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking;
   Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
   Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
   Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande het coronavirus COVID-19 dat de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
   Overwegende de inleidende toespraak van de directeur-generaal van de WHO van 12 oktober 2020 die aangaf dat het virus zich voornamelijk verspreidt tussen nauwe contacten en aanleiding geeft tot opflakkeringen van de epidemie die onder controle zouden kunnen worden gehouden door middel van gerichte maatregelen;
   Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 15 oktober 2020, die aangeeft dat de situatie in Europa zeer onrustwekkend is en dat de overdracht en besmettingsbronnen plaatsvinden in de huizen, binnen in publieke plaatsen en bij de personen die de zelfbeschermingsmaatregelen niet correct naleven;
   Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO van 26 oktober 2020, die aangeeft dat het hoogste aantal gevallen van COVID-19 werd gemeld in de week van 19 oktober 2020 en dat alles in het werk moet worden gesteld om de medewerkers van de zorgsector te beschermen; dat scholen en bedrijven kunnen openblijven maar daarvoor compromissen moeten worden gesloten; dat de directeur-generaal bevestigt dat het virus kan worden onderdrukt door snel en bewust in te grijpen;
   Overwegende dat ons land sinds 13 oktober 2020 op nationaal niveau in alarmniveau 4 (zeer hoge alertheid) zit;
   Overwegende dat het daggemiddelde van de nieuwe vastgestelde besmettingen met het coronavirus COVID-19 in België over de voorbije zeven dagen gestegen is tot 2.344 bevestigde positieve gevallen op 6 maart 2021;
   Overwegende dat op 6 maart 2021 in totaal 1.914 patiënten getroffen door COVID-19 worden behandeld in de Belgische ziekenhuizen; dat op diezelfde datum in totaal 433 patiënten worden behandeld op de diensten van de intensieve zorg;
   Overwegende het aantal bezette ziekenhuisbedden; dat de druk op de ziekenhuizen en op de continuïteit van de niet-COVID-19-zorg hoog blijft en dat het risico voor de volksgezondheid blijft bestaan; dat ziekenhuizen nog steeds kampen met personeelsuitval wegens ziekte en dat dit kan leiden tot een tekort aan personeel in de zorgsector; dat moet worden voorkomen dat de opvang van patiënten op het grondgebied onder druk komt te staan;
   Overwegende dat de incidentie op 6 maart 2021 over een periode van 14 dagen 288 op 100.000 inwoners bedraagt; dat het reproductiegetal op basis van de nieuwe hospitalisaties 1.02 bedraagt; dat een daling van de cijfers nog steeds noodzakelijk is om uit deze gevaarlijke epidemiologische situatie te geraken;
   Overwegende de onstabiliteit van de cijfers, zowel voor wat betreft het aantal besmettingen als het aantal ziekenhuisopnames;
   Overwegende dat de GEMS in het advies van 23 februari 2021 heeft gesteld dat versoepelingen enkel stapsgewijs mogelijk zullen zijn, rekening houdend met de situatie op dat moment en de voorspellingen gebaseerd op wiskundige modellen;
   Overwegende dat de vaccinatiecampagne van start is gegaan en dat dit al een duidelijk effect heeft; dat het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens van bewoners van woonzorgcentra daardoor lijkt af te nemen; dat dit echter nog geen grote versoepelingen toelaat, aangezien zowel de cijfers betreffende de besmettingen als de hospitalisaties te hoog blijven;
   Overwegende dat moet worden vermeden dat nieuwe mutaties en varianten die een invloed kunnen hebben op de werkzaamheid van de vaccins ontstaan of zich verspreiden; dat daarom nog steeds strikte regels noodzakelijk zijn om de verspreiding van het virus tegen te gaan;
   Overwegende dat er evenwel rekening moet worden gehouden met het mentale welzijn van de bevolking; dat het risico op besmetting buiten kleiner is; dat in deze fase buitenactiviteiten daarom in de mate van het mogelijke de voorkeur moeten krijgen; dat om die reden het maximum aantal personen waarmee men buiten mag samenkomen kan worden verhoogd;
   Overwegende dat hoewel huis-aan-huis verkoop, leurdersactiviteiten en dienstverlening aan huis weliswaar nog altijd moeten worden verboden, de huidige gezondheidssituatie niettemin een uitzondering toestaat voor ambulante handel in voedingswaren en voor de diensten voor haarverzorging;
   Overwegende dat het virus, indien de regels inzake hygiëne nauwgezet worden opgevolgd, weinig overlevingskansen lijkt te hebben in een sauna (hogere temperaturen 70-100° C of 158-212° F) ; dat het daarom aangewezen is een eerste versoepeling door te voeren voor sauna's; dat deze versoepeling evenwel beperkt blijft tot sauna's voor privégebruik teneinde onderling contact tussen personen te vermijden; dat de vochtige omgeving van stoomcabines, hammams, jacuzzi's en dergelijke meer een omgeving is waar het virus net wel kan overleven; dat versoepelingen met betrekking tot die faciliteiten daarom nog niet verantwoord zijn;
   Overwegende het advies van de GEMS van 23 februari 2021, waarin gewezen wordt op de gevolgen die het beperken van begrafenissen tot 15 personen kan hebben voor de geestelijke gezondheid, met name wat betreft de moeilijkheid om te rouwen om dierbaren; dat een vroegere versoepeling van de beperkingen dan in andere sectoren wordt aanbevolen;
   Overwegende dat in een eerste stap voorrang verleend wordt aan maatregelen met betrekking tot het onderwijs en de jongeren, en aan activiteiten in buitenlucht, die een beduidend lager virologisch risico inhouden; dat activiteiten in buitenlucht fysieke en mentale zuurstof geven en ervoor zorgt dat de binnen contacten beperkt blijven;
   Overwegende dat het noodzakelijk is vliegtuigpiloten in staat te stellen te voldoen aan de Europese regelgeving inzake opleiding en handhaving van hun kwalificaties, en met name aan Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad; dat het derhalve van essentieel belang is hen in staat te stellen de bij deze regelgeving vereiste examens af te leggen;
   Overwegende dat met het oog op administratieve vereenvoudiging de categorieën van reizigers opgenomen in art. 21 § 7 lid 2 van het Ministerieel Besluit die zonder vervoerder reizen, worden vrijgesteld van het invullen van een PLF;
   Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie