einde

Publicatie : 2020-12-22

Beeld van de publicatie
VLAAMSE OVERHEID
Landbouw en Visserij

15 DECEMBER 2020. - Ministerieel besluit over de tegemoetkoming door het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds aan land- en tuinbouwers met liquiditeitsproblemen ten gevolge van de huidige slechte conjunctuur in de land- en tuinbouw



Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
- het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994, artikel 12, § 3, eerste lid, 5░, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2013;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 betreffende de taken, het beheer en de werkwijze van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, artikel 6.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van FinanciŰn heeft advies gegeven op 9 december 2020;
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, geco÷rdineerd op 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat de uitbraak van COVID-19 en de daaropvolgende uitzonderlijke maatregelen die wereldwijd zijn genomen, de bedrijfsreserves van veel bedrijven uitputten. Bijkomend is ook de aviaire influenza opnieuw aan het oprukken en zal de Brexit een negatieve invloed hebben op de prijs van de vele geproduceerde land- en tuinbouwgoederen. Deze zaken brengen enorme inkomstenverliezen met zich mee voor de getroffen bedrijven. Daardoor raakt hun continu´teit op zeer korte termijn ernstig in gevaar. Dit besluit beoogt de continu´teit van de bedrijfsvoering te verzekeren
DE VLAAMSE MINISTER VAN ECONOMIE, INNOVATIE, WERK, SOCIALE ECONOMIE EN LANDBOUW BESLUIT :
HOOFDSTUK 1. - Definities
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1░ erkende kredietinstelling: een kredietinstelling als vermeld in artikel 1 van het ministerieel besluit van 6 december 2018 tot erkenning van kredietinstellingen ter uitvoering van artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 betreffende de taken, het beheer en de werkwijze van het Vlaams Landbouw-investeringsfonds en tot opheffing van het ministerieel besluit van 2 februari 2016;
2░ operationele kosten: de operationele kosten, vermeld in de bijlage bij het ministerieel besluit van 1 oktober 2007 betreffende bepalingen en minimumstandaard voor de bedrijfseconomische boekhouding in de landbouw dienstig als basis voor de door de Vlaamse overheid gesteunde adviseringssystemen;
3░ VLIF: het VLIF, vermeld in artikel 1, 3░, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 betreffende de taken, het beheer en de werkwijze van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds.
HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden voor de waarborg
Art. 2. Het VLIF kan een tijdelijke VLIF-waarborg verlenen voor kredieten met het oog op de verhoging van de werkingsmiddelen, die operationele kosten financieren.
De kredieten, vermeld in het eerste lid, worden verleend door een erkende kredietinstelling.
De waarborg, vermeld in het eerste lid, heeft een maximale looptijd van drie jaar en wordt maandelijks evenredig afgebouwd over de looptijd van de waarborg.
De waarborg, vermeld in het eerste lid, wordt opgenomen binnen de toegekende VLIF-machtiging.
De waarborg, vermeld in het eerste lid, wordt verleend in de vorm van de-minimissteun en onder de voorwaarden, vermeld in verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, PB L 352, 24 december 2013, p. 9-17, zoals gewijzigd door verordening (EU) 2019/316 van de Commissie van 21 februari 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, PB L 51I van 22 februari 2019, p. 1-6.
Art. 3. De waarborg, vermeld in artikel 2, eerste lid, kan alleen toegekend worden als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1░ de aanvrager is een landbouwer met lopende VLIF-steundossiers of een landbouwer die een landbouwbedrijf exploiteert dat een brutobedrijfsresultaat per bedrijfsleider van minimaal 40.000 euro aantoont;
2░ het bedrijf is geen onderneming in moeilijkheden als vermeld in punt 2.2 van de Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiŰle ondernemingen in moeilijkheden (2014/C 249/01);
3░ de aanvrager verklaart de intentie te hebben het bedrijf minstens voor de looptijd van de toegekende waarborg te blijven exploiteren;
4░ met de tussenkomst van een erkende kredietinstelling is een financiŰle analyse van het bedrijf bezorgd;
5░ de aanvrager heeft het formulier voor de verklaring op erewoord over de-minimissteun, die opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, ondertekend;
6░ het gewaarborgde krediet heeft een maximale looptijd van zeven jaar;
7░ de liquiditeitsproblemen van het landbouwbedrijf dat de aanvrager exploiteert, kunnen op een van de volgende manieren worden aangetoond:
a) de aanvrager toont aan dat zijn omzet na 1 september 2020 met minimaal 15% is gedaald in vergelijking met eenzelfde periode in 2019 en 2020;
b) de aanvrager toont aan dat zijn omzet na 1 september 2020 met minimaal 15% is gedaald in vergelijking met het gemiddelde van eenzelfde periode in de drie voorgaande jaren.
De financiŰle analyse, vermeld in het eerste lid, 4░, geeft een overzicht van al de volgende elementen:
1░ een vermoedelijk tijdelijk liquiditeitstekort op het bedrijf;
2░ de vermogenstoestand van de aanvrager, waarbij een overzicht wordt gegeven van de waarde van de roerende en onroerende goederen op het bedrijf en de lopende schulden;
3░ de kredietlasten en de draagbaarheid van de kredietlasten, waarbij aangetoond wordt dat de aanvrager gedurende de looptijd van de gevraagde waarborgperiode de capaciteit heeft om de bestaande en de nieuwe kredietlasten terug te betalen;
4░ de berekening van de jaarlijkse operationele kosten. De berekening kan zowel gebaseerd zijn op een bedrijfseconomische boekhouding, een vennootschapsboekhouding als op een interne berekening op basis van de eigen gegevens over de sector en het bedrijf;
5░ de waarborgpositie van de aanvrager.
Art. 4. Het gewaarborgde kredietgedeelte bedraagt maximaal de jaarlijkse operationele kosten, zoals aangetoond in de financiŰle analyse, vermeld in artikel 3, eerste lid, 4░.
Art. 5. Het brutosubsidie-equivalent van de waarborg, vermeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per bedrijf maximaal 20.000 euro cumulatief gedurende de looptijd van de waarborg.
Het brutosubsidie-equivalent, vermeld in het eerste lid, wordt berekend met de volgende formule: brutosubsidie-equivalent =

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
1░ Y = looptijd van de lening;
2░ y = jaar;
3░ L = bedrag van de lening (euro);
4░ r = risico (%);
5░ a = beheers- en kapitaalkosten (%);
6░ b = de bijdrage, vermeld in artikel 7;
7░ r = 1%;
8░ a = 0,42%.
Art. 6. Gedurende de looptijd van de waarborg, vermeld in artikel 2, eerste lid, kan de begunstigde geen nieuwe VLIF-steun krijgen, tenzij hij aantoont dat de terugbetaling van het krediet niet in het gedrang komt door de financiering van de verrichtingen waarvoor hij de steun vraagt.
Art. 7. De begunstigde krijgt de waarborg, vermeld in artikel 2, eerste lid, als hij een bijdrage betaalt. Hij betaalt de bijdrage aan het VLIF binnen dertig dagen na de dag waarop aan de kredietinstelling is meegedeeld dat de waarborg is toegekend. Als het VLIF de bijdrage niet binnen die termijn ontvangt, wordt de waarborg van rechtswege ingetrokken.
De bijdrage, vermeld in het eerste lid, wordt berekend met de volgende formule: bijdrage =

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
waarbij:
1░ IB = initieel gewaarborgd bedrag;
2░ UBi = uitstaand gewaarborgd bedrag in maand i na afbouw van de waarborg in maand i;
3░ n = aantal maanden dat de waarborg loopt.
Art. 8. De waarborg, vermeld in artikel 2, eerste lid, kan alleen toegekend worden als het gewaarborgde krediet geen andere vorm van overheidswaarborg geniet.
HOOFDSTUK 3. - Procedure van de steunaanvraag
Art. 9. De steunaanvraag kan tot en met 30 september 2021 ingediend worden via het e-loket.
In het eerste lid wordt verstaan onder e-loket: het elektronische loket dat de bevoegde entiteit ontwikkelt en beheert en dat gebruikt wordt om steun aan te vragen.
Art. 10. Artikel 16, 19, 22, 23, tweede lid, en artikel 24 tot en met 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 betreffende de taken, het beheer en de werkwijze van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds en artikel 5 en 21 tot en met 26 van het ministerieel besluit van 3 februari 2016 betreffende de taken, het beheer en de werkwijze van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds zijn van overeenkomstige toepassing op de waarborg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van dit besluit.
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding
Art. 11. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Brussel, 15 december 2020.
De Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw,
H. CREVITS


Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld


begin

Publicatie : 2020-12-22