einde

Publicatie : 2020-07-13

Beeld van de publicatie
VLAAMSE OVERHEID

3 JULI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van strategische transformatiesteun aan ondernemingen in het Vlaams Gewest die investeringen doen betreffende de productie van COVID-19 relevante producten



Rechtsgrond
Dit besluit is gebaseerd op :
-het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, artikel 35.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld :
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord verleend op 3 juli 2020;
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, geco÷rdineerd op 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat de gevolgen van de federale corona-maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 zo snel mogelijk moeten worden ingeperkt en de ondernemingen met exploitatiebeperkingen die een omzetdaling hebben van de mogelijke falingen door zware inkomensverliezen worden gevrijwaard.
Motivering
Dit besluit is gebaseerd op het volgende motief :
- De Vlaamse economie wordt geconfronteerd met tekorten aan COVID-19 relevante producten. De Europese Tijdelijke Kaderregeling staat de lidstaten toe om tijdelijk extra investeringssteun te voorzien voor dergelijke producten.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, wenst een kader te creŰren op basis waarvan ondernemingen tijdelijke COVID-19 gerelateerde steun kunnen aanvragen.
Juridisch kader
Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving :
- Mededeling van de Commissie van 19 maart 2020 (C(2020) 1863) betreffende de Tijdelijke Kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak, zoals gewijzigd op 3 april 2020 (C(2020) 2215) en 8 mei 2020 (C(2020) 3156)
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. - Definities
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1░ decreet van 16 maart 2012 : het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
2░ minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor Economie;
3░ tijdelijke kaderregeling : Mededeling van de Commissie van 19 maart 2020 (C(2020) 1863) betreffende de Tijdelijke Kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak, zoals gewijzigd op 3 april 2020 (C(2020) 2215) en 8 mei 2020 (C(2020) 3156), en alle latere wijzigingen daarvan;
4░ algemene vrijstellingsverordening : verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieŰn steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Publicatieblad van 26 juni 2014, L 187, blz. 1 - 78), en de latere wijzigingen ervan;
5░ Agentschap Innoveren en Ondernemen : Agentschap Innoveren en Ondernemen : het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
6░ onderneming : de onderneming, vermeld in artikel 3, 1░, van het decreet van 16 maart 2012;
7░ kleine, middelgrote en grote ondernemingen : de ondernemingen, vermeld in artikel 3, 2░, 3░ en 4░, van het decreet van 16 maart 2012;
8░ steun : de steun, vermeld in artikel 3, 5░, van het decreet van 16 maart 2012;
9░ steunintensiteit : de steunintensiteit, vermeld in artikel 3, 6░, van het decreet van 16 maart 2012;
10░ ontvangstmelding : de brief van het Agentschap Innoveren en Ondernemen waarbij wordt bevestigd dat de steunaanvraag goed werd ontvangen en is geregistreerd en waarin de vroegst mogelijke startdatum van het project wordt meegedeeld;
11░ transformatieproject : een gepland veranderingsproces in een onderneming dat betrekking heeft op de implementatie van de strategie in de processen en de organisatie van de onderneming(en) wat betreft innovatie, internationalisering en verduurzaming. Een transformatieproject werkt in op bedrijfspraktijken zoals de implementatie en de vermarkting van innovaties, de invoering van nieuwe businessmodellen, de samenwerking met andere bedrijven of kennisinstellingen, het bewerken van nieuwe internationale markten met groeipotentieel, het efficiŰnter werken met materialen en energie en met een meer optimale benutting van het menselijk potentieel. Het transformatieproject draagt bij tot een duurzame versterking van het economische weefsel in Vlaanderen. Het project moet leiden tot een versterking van de diverse waardeketens of clusters, en moet zorgen voor een duurzame werkgelegenheid.
12░ transformatieplan : het plan dat het transformatieproject, vermeld in artikel 1, 11░, beschrijft, bestaat uit vier aparte onderdelen : omschrijving van het transformatieproject zelf, de bijdrage en effecten ervan op de onderneming, de impact van het transformatieproject op de Vlaamse economie en de beschrijving van de uitwerking van het transformatieproject in termen van management en de kwaliteitsbewaking binnen het project. In het transformatieplan moeten de inhoudelijke krachtlijnen, de doelstellingen en de belangrijkste mijlpalen van het project zijn uitgewerkt, evenals de timing waarbinnen deze mijlpalen zullen worden gerealiseerd. Ook de rentabiliteit en de effectiviteit van het project moeten in het plan worden aangetoond.
Afdeling 2. - Definitie van kleine, middelgrote en grote ondernemingen
Art. 2. De tewerkstelling, de jaaromzet en het balanstotaal van de onderneming worden berekend overeenkomstig de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen, vermeld in bijlage I van de algemene vrijstellingsverordening.
De gegevens voor de berekening van de tewerkstelling, de jaaromzet en het balanstotaal worden vastgesteld op basis van een verklaring op erewoord van de onderneming en met toepassing van artikel 3.
Art. 3. De gegevens voor de berekening van de jaaromzet, het balanstotaal en het aantal werkzame personen worden vastgesteld op basis van de laatste twee jaarrekeningen die bij de Nationale Bank van BelgiŰ zijn neergelegd voor de indieningsdatum van de steunaanvraag, en die beschikbaar zijn via een centrale databank.
Voor ondernemingen die geen jaarrekening moeten opmaken, worden de gegevens voor de berekening van de jaaromzet vastgesteld op basis van de laatste twee aangiftes bij de directe belastingen voor de indieningsdatum van de steunaanvraag. De gegevens voor de berekening van het aantal werkzame personen worden in dat geval vastgesteld aan de hand van het aantal werknemers die in de onderneming waren tewerkgesteld gedurende de laatste acht kwartalen die de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid kan attesteren voor de indieningsdatum van de steunaanvraag.
Bij recent opgerichte ondernemingen, waarvan de eerste jaarrekening nog niet is neergelegd en de eerste fiscale aangifte nog niet is gedaan, worden de gegevens vastgesteld op basis van een financieel plan van het eerste productiejaar.
De minister bepaalt wat er onder werkzame personen wordt verstaan.
Afdeling 3. - Algemene voorwaarden
Art. 4. Een onderneming komt alleen voor steun in aanmerking als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoet :
1░ de onderneming is een natuurlijke persoon die koopman is of een zelfstandig beroep uitoefent;
2░ de onderneming is een handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht;
3░ de onderneming is een burgerlijke vennootschap met handelsvorm van privaat recht;
4░ de onderneming is een buitenlandse onderneming met een statuut dat gelijkwaardig is aan het statuut, vermeld in punt 1░ tot en met 3░.
Om voor steun in aanmerking te komen moet de onderneming over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest beschikken of zich ertoe verbinden in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te vestigen. De minister kan een uitzondering toestaan.
Art. 5. Er wordt geen steun verleend aan ondernemingen die niet voldoen aan de regelgeving die van toepassing is in het Vlaamse Gewest.
De onderneming mag op 31 december 2019 geen onderneming in moeilijkheden zijn als vermeld in artikel 2, 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Art. 6. Met behoud van de toepassing van artikel 14, punt 5, van de algemene vrijstellingsverordening gaat de termijn van vijf jaar, vermeld in artikel 7 van het decreet van 16 maart 2012, in vanaf het beŰindigen van de investeringen.
Art. 7. Er kan geen steun verleend worden aan ondernemingen als een administratieve overheid als vermeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, geco÷rdineerd op 12 januari 1973, over een dominerende invloed beschikt. Er is een vermoeden van dominerende invloed als de onderneming voor 50% of meer van het kapitaal of de stemrechten rechtstreeks of onrechtstreeks in handen is van de administratieve overheid.
Dat vermoeden kan weerlegd worden als de onderneming kan aantonen dat de administratieve overheid, vermeld in het eerste lid, in werkelijkheid geen dominerende invloed uitoefent op het beleid van de onderneming. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen neemt daarover een beslissing bij de ontvankelijkheidscontrole.
Art. 8. § 1. Een individuele onderneming kan meerdere dossiers indienen die betrekking hebben op de productie van COVID-19 gerelateerde producten en die verband houden met het door te voeren transformatieproject.
Elk ingediend transformatieproject moet een afgelijnd geheel vormen en moet de uitvoering zijn van een aparte strategische beslissing van de onderneming. De ondernemingen, vermeld in het eerste lid, kunnen maximaal een keer per transformatieproject een dossier indienen.
§ 2. De steun dient te worden goedgekeurd uiterlijk op 31 december 2020.
Het project moet uitgevoerd zijn uiterlijk binnen de 6 maanden na de toekenning van de steun.
Indien de tijdelijke kaderregeling door de Europese Commissie zou worden verlengd, worden de termijnen vermeld in deze paragraaf voor dezelfde duur verlengd.
De maximale steunintensiteit bedraagt 50% van de in aanmerking komende investeringen per aanvragende onderneming.
Art. 9. Als het gaat om een project van uitzonderlijk belang voor de ontwikkeling van de regionale economie, kan de Vlaamse minister, bevoegd voor economie, bijkomende modaliteiten en preciseringen bepalen binnen de maximale Europese grenzen.
Afdeling 4. - Europees kader
Art. 10. Deze regelgeving valt onder de toepassing van de Mededeling van de Commissie van 19 maart 2020 (C(2020) 1863) betreffende de Tijdelijke Kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak, zoals gewijzigd op 3 april 2020 (C(2020) 2215) en 8 mei 2020 (C(2020) 3156), en alle latere wijzigingen daarvan.
De steun kan pas worden toegekend nadat de Europese Commissie dit besluit heeft goedgekeurd.
HOOFDSTUK 2. - Steun voor de productie van voor COVID-19 relevante producten
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Art. 11. Binnen de beschikbare begrotingskredieten kan steun worden verleend aan kleine, middelgrote en grote ondernemingen in het Vlaamse Gewest voor investeringen betreffende de productie van voor COVID-19 relevante producten.
De aanvragen dienen uiterlijk te zijn ingediend voor 1 november 2020 zodat de beslissing tot toekenning van de steun kan genomen worden uiterlijk op 31 december 2020. De minister kan beslissen om in uitzonderlijke omstandigheden deze uiterste indieningsdatum te verlengen.
Indien de tijdelijke kaderregeling door de Europese Commissie zou worden verlengd, worden de termijnen vermeld in dit artikel voor dezelfde duur verlengd.
Afdeling 2. - Start en beŰindiging van de transformatie-investeringen
Art. 12. De investeringen die verband houden met het ingediende transformatieproject starten op zijn vroegst op 1 juni 2020.
Het investeringsproject dient voltooid te zijn binnen zes maanden na de datum waarop de steun is toegekend. Een investeringsproject wordt geacht te zijn voltooid wanneer het Agentschap voor Innoveren en Ondernemen het als voltooid accepteert. Indien de termijn van zes maanden niet wordt gehaald, wordt, per maand vertraging, 25% van het bedrag aan steun terugbetaald, tenzij de vertraging te wijten is aan factoren die buiten de macht van de begunstigde van de steun vallen. Het Agentschap voor Innoveren en Ondernemen oordeelt over deze overmacht.
Art. 13. De toegekende steun moet een stimulerend effect hebben. Overeenkomstig punt 39, c) van de tijdelijke kaderregeling worden alle projecten die na 1 februari 2020 van start zijn gegaan, geacht stimulerend effect te hebben.
Afdeling 3. - Steunintensiteit en in aanmerking komende kosten
Art. 14. De steun wordt toegekend in de vorm van een subsidie.
Art. 15. De steun bedraagt maximaal 50% van de in aanmerking komende investeringen.
Art. 16. De in aanmerking komende investeringen hebben betrekking op de productie van voor COVID-19 relevante producten, zoals geneesmiddelen (met inbegrip van vaccins) en behandelingen, tussenproducten daarvan, werkzame farmaceutische bestanddelen en grondstoffen; medische hulpmiddelen, ziekenhuis- en medische apparatuur (met inbegrip van beademingsapparatuur, beschermende kleding en beschermingsmiddelen, alsmede diagnostisch materiaal) en noodzakelijke grondstoffen; desinfecteermiddelen en tussenproducten daarvan en chemische grondstoffen die nodig zijn voor de productie ervan; instrumenten voor dataverzameling en -verwerking.
De in aanmerking komende kosten betreffen alle voor de productie van de in het eerste lid genoemde producten noodzakelijke investeringskosten en de kosten voor het proefdraaien van de nieuwe productiefaciliteiten.
Steun in het kader van dit besluit mag niet met andere investeringssteun voor dezelfde in aanmerking komende kosten worden gecombineerd.
Art. 17. § 1. De in aanmerking komende investeringen mogen alleen de aankoopprijs omvatten, met uitsluiting van lasten en belastingen.
§ 2. De materiŰle investeringen en de immateriŰle investeringen, vermeld in artikel 11 van het decreet van 16 maart 2012, komen in aanmerking in de mate dat ze bijdragen aan de transformatie. De waarde van het grondaandeel is niet subsidiabel.
Die investeringen moeten op de volgende rubrieken van de jaarrekening geboekt worden :
1░ 21 immateriŰle vaste activa;
2░ 22 terreinen en gebouwen;
3░ 23 installaties, machines en uitrusting;
4░ 24 rollend materieel;
5░ 25 vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht;
6░ 26 andere materiŰle vaste activa;
7░ 27 vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen.
§ 3. De volgende investeringen komen niet in aanmerking :
1░ de investeringen die de steunaanvragende onderneming gratis of onder bezwarende titel ter beschikking stelt aan derden, met uitzondering van de ter beschikkingstelling aan een kennisinstelling;
2░ de investeringen, voorheen geactiveerd en opgenomen in een afschrijvingstabel, die verworven worden van onderneming waarin de steunaanvragende onderneming rechtstreeks of onrechtstreeks participeert of van een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks participeert in de steunaanvragende onderneming.
De minister kan afwijken van dit punt indien de steunaanvragende onderneming opgericht is binnen het jaar voor de steunaanvraag en nog niet over voldoende financiŰle middelen kan beschikken om de noodzakelijke investeringen te financieren. In dat geval kan de minister toestaan dat aan deze voorwaarde slechts dient voldaan te zijn op het einde van de in artikel 12 vermelde termijnen, waarbij zal worden gekeken naar de identiteit van de aandeelhouders en bestuurders van de voorlaatste eigenaar van de verworven activa;
3░ de investeringen die verworven worden van een zaakvoerder, een bestuurder of een aandeelhouder van de steunaanvragende onderneming of van een andere onderneming met dezelfde zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder;
De minister kan afwijken van dit punt indien de steunaanvragende onderneming opgericht is binnen het jaar voor de steunaanvraag en nog niet over voldoende financiŰle middelen kan beschikken om de noodzakelijke investeringen te financieren. In dat geval kan de minister toestaan dat aan deze voorwaarde slechts dient voldaan te zijn op het einde van de in artikel 12 vermelde termijnen, waarbij zal worden gekeken naar de identiteit van de aandeelhouders en bestuurders van de voorlaatste eigenaar van de verworven activa;
4░ de investeringen die in geval van aankoop niet verworven worden in volle eigendom;
5░ de investeringen met betrekking tot de exploitatie van een bedrijvencentrum of een doorgangsgebouw;
6░ uitgaven die reeds gesteund werden op basis van andere steunregelingen.
§ 4. De minister kan de lijst van investeringen die niet in aanmerking komen, vermeld in paragraaf 3, aanpassen.
Art. 18. Voor projecten ingediend door individuele ondernemingen bedraagt het minimale in aanmerking komende investeringsbedrag respectievelijk tweehonderdvijftigduizend euro (250.000 euro) voor een project ingediend door een individuele kleine onderneming, vijfhonderdduizend euro (500.000 euro) voor een project ingediend door een individuele middelgrote onderneming en anderhalf miljoen euro (1.500.000 euro) voor een project ingediend door een individuele grote onderneming.
Afdeling 4. - Procedure
Onderafdeling 1.- Algemeen
Art. 19. Ondernemingen moeten een aanvraag tot het verkrijgen van de steun indienen aan de hand van een formulier dat daarvoor ter beschikking wordt gesteld.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen brengt de onderneming schriftelijk op de hoogte van de ontvangst van de aanvraag door middel van een ontvangstmelding.
Art. 20. De steunaanvraag wordt individueel getoetst aan ontvankelijkheids- en beoordelingscriteria.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen brengt de onderneming schriftelijk op de hoogte van de beslissing over de ontvankelijkheid of onontvankelijkheid, met vermelding van de motivering en de beroepsmogelijkheden.
Onderafdeling 2. - Ontvankelijkheidscriteria
Art. 21. De aanvraag tot toekenning van steun is ontvankelijk als cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan :
1░ het dossier is volledig;
2░ bij het aanvraagformulier is een kwalitatief transformatieplan met een investeringsluik gevoegd;
3░ de aanvragende onderneming beschikt over voldoende financieringscapaciteit op basis van een geloofwaardig financieel plan;
4░ de onderneming beschikt over een kwalitatief transformatieplan;
5░ het transformatieproject valt op afdoende wijze binnen het beoogde toepassingsgebied van dit besluit.
De aanvragende onderneming toont in het bijgevoegde transformatieplan aan dat de aangevraagde steun noodzakelijk is en een stimulerend effect heeft voor het investeringsluik. Enkel het additionele gedeelte van de investeringen dat essentieel is voor het kunnen doorvoeren van het totale transformatieproject, komt in aanmerking.
De minister kan de uitvoeringsvoorwaarden van de ontvankelijkheidscriteria, vermeld in het eerste en het tweede lid, bepalen.
Onderafdeling 3. - Beoordelingscriteria
Art. 22. § 1. De mate waarin het strategisch transformatieproject voldoet aan de kenmerken van transformatie zal door middel van een transformatietoets worden beoordeeld zowel op niveau van het bedrijf als op niveau van de Vlaamse economie.
Naast de beoordeling van het project zelf, zullen de dossiers op volgende wijze beoordeeld worden op de volgende assen :
1░ beoordeling op bedrijfsniveau : het transformatieplan zal worden beoordeeld op basis van de volgende criteria :
a) de mate waarin het project zal bijdragen tot de versterking van de onderneming en de groei van de innovatiecapaciteit van de onderneming;
b) de mate waarin de internationalisering van de onderneming wordt bevorderd;
c) de mate waarin het project bijdraagt tot het duurzaam ondernemen;
d) de kwaliteit van de implementatie en het management van het project;
2░ beoordeling op niveau van de Vlaamse economie :
Het transformatieplan zal worden beoordeeld op basis van de mate waarin het project zal bijdragen tot de versterking van de waardeketen of cluster die voor Vlaanderen van strategisch belang is, de zogenaamde positieve spillover effecten. Het kan hierbij gaan over de volgende aspecten :
a) een versterking van de onderneming in haar interne waardeketen, zijnde een versterking van de positie van de onderneming binnen haar (multinationale) groep;
b) een versterking in de externe waardeketen, zijnde buiten de onderneming naar toeleveranciers, afnemers, kennispartners, of andere partners;
c) het belang van de onderneming in haar waardeketen voor de Vlaamse economie.
§ 2. De minister bepaalt de invulling en het gewicht van de beoordelingscriteria voor beide assen, de methodiek en praktische organisatie van de transformatietoets, rekening houdende met de beleidsprioriteiten en de beschikbare middelen.
Onderafdeling 4. - Beslissingsbevoegdheid
Art. 23. De minister beslist over de steunverlening als de steun minder of gelijk is aan vijfhonderdduizend euro (500.000 euro).
De Vlaamse Regering beslist over de steunverlening als de steun meer bedraagt dan vijfhonderdduizend euro (500.000 euro).
HOOFDSTUK 3. - Uitbetaling en verjaring
Art. 24. De steun wordt aan de onderneming uitbetaald in twee schijven :
1░ een bedrag van 50% wordt na de beslissing tot toekenning van de steun uitbetaald, op voorwaarde dat de onderneming :
a) de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
b) het transformatieproject is gestart, hetgeen wordt aangetoond door het voorleggen van de eerste factuur;
2░ het resterend bedrag van 50% wordt uitbetaald na de volledige realisatie van het transformatieproject, op voorwaarde dat :
a) de onderneming de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
b) het Agentschap Innoveren en Ondernemen de mogelijkheid heeft gehad om vast te stellen dat :
1) de in aanmerking komende transformatie-investeringen volledig zijn gerealiseerd en deze investeringen in en door de aanvragende onderneming worden geŰxploiteerd;
2) aan alle voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012 en in dit besluit, is voldaan.
Als de investeringen vermeld in punt 2░, b), 1) niet volledig zijn gerealiseerd, wordt de steun pro rata verminderd.
Art. 25. Er wordt geen subsidie uitbetaald aan ondernemingen die een procedure op basis van Europees, nationaal of regionaal recht hebben lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd. Als er een procedure tot terugvordering loopt, wordt de uitbetaling van de subsidie opgeschort tot de onderneming het bewijs levert dat het terug te vorderen bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.
Art. 26. Met toepassing van artikel 39 van het decreet van 16 maart 2012 worden de aanvragen tot uitbetaling ingediend binnen twaalf maanden na het beŰindigen van het totale transformatieproject.
HOOFDSTUK 4. - Terugvordering
Art. 27. § 1. De steun wordt teruggevorderd binnen tien jaar na de indieningsdatum van de steunaanvraag, in geval van :
1░ faillissement, vereffening, boedelafstand, ontbinding, vrijwillige of gerechtelijke verkoop, sluiting in het kader van een sociaaleconomische herstructureringsoperatie met tewerkstellingsafbouw tot gevolg binnen zeven jaar na het beŰindigen van de investeringen en opleidingen;
2░ vervreemding of wijziging van de oorspronkelijke bestemming of het gebruik van de investeringen binnen vijf jaar na het beŰindigen van de investeringen, met behoud van de toepassing van artikel 14, punt 5, van de algemene vrijstellingsverordening;
3░ niet-naleving van de wettelijke informatie- en raadplegingsprocedures bij collectief ontslag binnen zeven jaar na het beŰindigen van de investeringen en opleidingen;
4░ niet-naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten binnen een periode van vijf jaar na het beŰindigen van de investeringen en opleidingen.
§ 2. In toepassing van artikel 40 van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, wordt de subsidie teruggevorderd binnen zes jaar na de indieningsdatum van de steunaanvraag in geval van niet-naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten.
Ondernemingen moeten de subsidies die ten onrechte ontvangen werden, terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Art. 28. In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
Art. 29. Dit besluit treedt in werking op 3 juli 2020.
Art. 30. De Vlaamse minister, bevoegd voor Economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 3 juli 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw,
H. CREVITS


begin

Publicatie : 2020-07-13