einde

Publicatie : 2018-09-28

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

23 SEPTEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de samenstelling en de werking van de aanvaardingscommissie bevoegd voor de gerechtsdeskundigen en voor beŽdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken en van de bijdrage in de kosten tot opname



FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, artikelen 991ter, zesde lid, en 991sexies, vierde lid, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014 en de wet van 19 april 2017;
Gelet op de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beŽdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, artikelen 20, zesde lid, en 23, vierde lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2017;
Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŽn van 29 maart 2018;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 29 juni 2018;
Gelet op advies 63.892/2 van de Raad van State, gegeven op 22 augustus 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2į, van de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Justitie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder :
1į wet van 10 april 2014: de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beŽdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken;
2į aanvaardingscommissie: de commissie bedoeld in artikel 991ter Gerechtelijk Wetboek en in artikel 20 van de wet van 10 april 2014;
3į nationaal register voor gerechtsdeskundigen: nationaal register voor gerechtsdeskundigen bedoeld in artikel 991ter van het Gerechtelijk Wetboek;
4į nationaal register voor beŽdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken: nationaal register voor beŽdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken bedoeld in artikel 20 van de wet van 10 april 2014;
5į dienst Nationaal register: de dienst belast met het beheer van de nationale registers bedoeld in artikel 991quinquies van het Gerechtelijk Wetboek en artikel 22 van de wet van 10 april 2014.
Art. 2. Dit besluit regelt de samenstelling en de werking van de aanvaardingscommissie.
Het huishoudelijk reglement van de aanvaardingscommissie wordt vastgesteld bij ministerieel besluit.
Art. 3. De aanvaardingscommissie heeft haar zetel te Brussel.
HOOFDSTUK 2. - De samenstelling van de aanvaardingscommissie
Art. 4. De aanvaardingscommissie is samengesteld uit twee kamers.
De Nederlandstalige kamer is bevoegd voor de behandeling van de dossiers van gerechtsdeskundigen en beŽdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken waarvan de aanvraag werd ingediend in het Nederlands.
De Franstalige kamer is bevoegd voor de behandeling van de dossiers van gerechtsdeskundigen en beŽdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken waarvan de aanvraag werd ingediend in het Frans of het Duits.
Het secretariaat van de aanvaardingscommissie wordt waargenomen door de Federale Overheidsdienst Justitie.
Art. 5. Elke kamer bestaat uit vijf leden :
1į Vier permanente leden:
a) een magistraat of ere-magistraat als voorzitter van de kamer;
b) een magistraat of ere-magistraat;
c) een griffier of parketsecretaris, of een ere-griffier of ere-parketsecretaris;
d) een ambtenaar die de dienst Nationaal register vertegenwoordigt;
2į Een niet-permanent lid.
De 5 leden zijn stemgerechtigd.
De leden van een kamer kunnen ad hoc een beroep doen op een persoon buiten de hierna in artikel 7 bedoelde lijst op basis van zijn specifieke kennis. Hij heeft geen stemrecht.
De leden van de kamers behoren tot de taalrol van de kamer waarin zij zetelen.
Elke kamer wordt ondersteund door een secretariaat dat niet stemgerechtigd is.
Voor elk lid wordt een plaatsvervanger aangeduid.
Voor de Franstalige kamer wordt een Duitstalige magistraat als tweede plaatsvervangend voorzitter benoemd.
Ingeval de voorzitter afwezig is, wordt in zijn vervanging voorzien door zijn plaatsvervanger, dan wel door de magistraat of ere-magistraat, lid van dezelfde kamer.
Art. 6. De permanente leden van de commissie behorend of voorheen behorend tot de rechterlijke organisatie en hun plaatsvervangers worden door de minister van Justitie voor een periode van vijf jaar aangeduid. Hun mandaat kan vernieuwd worden.
Art. 7. De niet-permanente leden worden door de voorzitter van de betrokken kamer per zitting aangeduid. Het betreft personen gekozen omwille van een specifieke deskundigheid.
De minister van Justitie duidt de personen aan die kunnen zetelen als niet-permanent lid.
Hij stelt per taalrol een lijst op met niet-permanente leden voor de behandeling van de dossiers van de gerechtsdeskundigen en een lijst van de niet-permanente leden voor de behandeling van de dossiers van de beŽdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken.
Deze lijsten worden jaarlijks herzien.
De lijst van niet-permanente leden voor de behandeling van de dossiers van de gerechtsdeskundigen wordt onderverdeeld per expertisedomein opgenomen in het nationaal register.
Er wordt een deskundige en plaatsvervanger per expertisedomein aangewezen.
De lijst met niet-permanente leden voor de behandeling van de dossiers van beŽdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, wordt samengesteld uit personen die gekozen zijn omwille van hun grondige kennis van het vertalen of tolken.
Een niet-permanent lid kan niet of niet meer optreden indien hij niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 991quater, 4į van het Gerechtelijk Wetboek of artikel 21, 4į van de wet van 10 april 2014. Een lid kan niet optreden wanneer er een onverenigbaarheid is in zijn hoofde.
HOOFDSTUK 3. - De werking van de aanvaardingscommissie
Art. 8. De kamervoorzitters kiezen onder hen een voorzitter van de aanvaardingscommissie voor een hernieuwbare periode van twee jaar.
Indien de kamervoorzitters niet tot een akkoord komen over de aanwijzing van een voorzitter, dan wordt de persoon met de meeste anciŽnniteit als magistraat aangewezen. Bij gelijke anciŽnniteit wordt de oudste persoon aangewezen.
De voorzitter vertegenwoordigt de aanvaardingscommissie.
Art. 9. De kamers van de aanvaardingscommissie vergaderen op bijeenroeping van hun voorzitter.
Voor de samenstelling van de kamer wijst de kamervoorzitter, uit de lijst bedoeld in artikel 7, per dossier het niet-permanent lid aan wiens aanwezigheid wordt vereist door de aard van de aan de commissie voorgelegde dossiers.
Voor een zitting kunnen derhalve meerdere niet-permanente leden worden aangewezen.
De niet-permanente leden stemmen enkel voor de dossiers waarvoor ze zijn aangewezen.
Art. 10. De leden die verhinderd zijn aan de bijeenroeping gevolg te geven, worden door hun plaatsvervanger vervangen.
Art. 11. De dienst Nationaal register bereidt alle dossiers voor die voorgelegd moeten worden aan het advies van de commissie en legt de agenda vast in overleg met de kamervoorzitters.
De kamer kan, op verzoek van haar voorzitter of twee van haar leden, nadere onderzoeksmaatregelen vragen, zoals het inwinnen van bijkomende inlichtingen of het horen van de betrokkene.
Art. 12. De adviezen worden gegeven bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.
Het advies aan de minister van Justitie bij de opname en de verlenging van de opname in het nationaal register en het advies aan de minister van Justitie in toepassing van artikel 991septies, paragraaf 1 van het Gerechtelijk Wetboek of artikel 24, paragraaf 1 van de wet van 10 april 2014 over de schorsing, de voorlopige of de definitieve schrapping van de inschrijving in het nationaal register, worden uitgebracht binnen zes weken nadat de vraag tot het verlenen van het advies aan de aanvaardingscommissie is overgemaakt.
Art. 13. Wanneer de aanvaardingscommissie tussenkomt op basis van artikel 991septies van het Gerechtelijk Wetboek of artikel 24, § 1 van de wet van 10 april 2014, moet zij de betrokkene horen die voorafgaandelijk de mogelijkheid tot inzage van het dossier krijgt.
De aanvaardingscommissie brengt een schriftelijk gemotiveerd advies uit aan de minister van Justitie.
Art. 14. Wanneer de aanvaardingscommissie gevat wordt om advies te geven over organisatorische aspecten, principiŽle vragen over de werking, vragen over de bevoegdheden of uiteenlopende rechtspraak, vergadert zij met verenigde kamers. Deze vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de aanvaardingscommissie.
HOOFDSTUK 4. - De vergoeding van de leden van de aanvaardingscommissie
Art. 15. Voor elke zitting van ieder van de twee kamers wordt een presentiegeld toegekend dat begroot wordt op:
100 euro voor de voorzitter;
75 euro voor het niet-permanente lid en de andere permanente leden, behoudens de ambtenaar die de dienst Nationaal register vertegenwoordigt.
De verplaatsingskosten zijn hierin inbegrepen.
Elk niet-permanent lid ontvangt een presentiegeld ongeacht het aantal dossiers dat hem wordt toegekend per zitting.
HOOFDSTUK 5. - Het inwinnen van informatie en het bewaren van de gegevens
Art. 16. De aanvaardingscommissie geeft zijn advies op basis van de inlichtingen ontvangen of ingewonnen door de minister van Justitie. Zij kan vragen dat bijkomende inlichtingen worden ingewonnen.
Art. 17. De dossiers in behandeling en de archieven van de aanvaardingscommissie worden bewaard door de Federale Overheidsdienst Justitie.
HOOFDSTUK 6. - Bijdrage in de kosten voor de opname
Art. 18. De bijdrage in de kosten voor de opname en de verlenging van de opname in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en het nationaal register voor beŽdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken bedraagt 90 euro. Deze bijdrage dient te worden betaald bij de aanvraag tot opname in het register.
Deze bijdrage wordt jaarlijks aangepast aan het groeipercentage van de gemiddelde gezondheidsindex van het jaar 2018.
Het basisjaar 100 is 2013.
Het bedrag van 90 euro is gekoppeld aan de index van augustus 2018. De eerste aanpassing zal gebeuren in januari 2019 en vervolgens in de maand september van elk jaar.
Het bedrag wordt afgerond tot de hogere eenheid als het eerste decimaal hoger is dan 4, zo niet wordt het afgerond naar de eenheid.
HOOFDSTUK 7. - Uitvoering van het besluit
Art. 19. De Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 23 september 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS


begin

Publicatie : 2018-09-28