J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2018/06/25/2018031294/justel

Titel
25 JUNI 2018. - Koninklijk besluit tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor pluimvee, konijnen en bepaald hobbypluimvee

Bron :
FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN
Publicatie : 04-07-2018 nummer :   2018031294 bladzijde : 53915       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2018-06-25/04
Inwerkingtreding : 01-07-2018

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2008024199        2011018125        2014018209        2014018239        2007023068        2013018310        2014018225        2012018255        2005023114       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen
Art. 3-4
HOOFDSTUK III. - Delegatie van taken aan de vereniging
Art. 5
HOOFDSTUK IV. - De registratie van de veehouders, de bedrijven en de beslagen
Art. 6-10
HOOFDSTUK V. - De identificatiemiddelen
Afdeling 1. - Bestelling, levering, beheer en bezit van identificatiemiddelen
Art. 11-14
Afdeling 2. - De erkenning van de identificatiemiddelen en -methoden
Art. 15-18
HOOFDSTUK VI. - Het identificeren van het pluimvee en van de konijnen
Art. 19-20
HOOFDSTUK VII. - Het identificeren van duiven
Art. 21-24
HOOFDSTUK VIII. - Het bedrijfsregister
Art. 25-27
HOOFDSTUK IX. - De handel
Afdeling 1. - De handel in pluimvee en hobbypluimvee
Art. 28-36
Afdeling 2. - De handel in konijnen
Art. 37
Afdeling 3. - De gegevens in het verplaatsingsdocument
Art. 38
HOOFDSTUK X. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
Art. 39
Afdeling 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 betreffende de identificatie en de registratie van schapen, geiten en hertachtigen
Art. 40
Afdeling 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 5 mei 2008 betreffende de bestrijding van aviaire influenza
Art. 41-44
Afdeling 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 2011 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen
Art. 45
Afdeling 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 14 mei 2012 betreffende de retributies inzake identificatie en registratie van dieren
Art. 46-48
Afdeling 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 17 juni 2013 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor inrichtingen voor pluimvee
Art. 49-59
Afdeling 7. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 mei 2014 inzake veterinaire controles die van toepassing zijn op het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten
Art. 60
Afdeling 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 2014 betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van landbouwhuisdieren
Art. 61-75
Afdeling 9. - Wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2014 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor varkens en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor varkensbedrijven
Art. 76
HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen
Art. 77-81
BIJLAGEN.
Art. N1-N5

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities

  Artikel 1. § 1. Dit besluit legt de regels vast voor de identificatie en de registratie van pluimvee en van konijnen.
  Onder "identificeren van pluimvee en konijnen" zoals bedoeld in hoofdstuk VI, wordt verstaan :
  i. het toepassen van een identificatiemiddel, wanneer dit verplicht is op basis van dit besluit, op het pluimvee en op de konijnen om de herkomst van de tomen te bepalen en om de tomen van verschillende bedrijven te onderscheiden;
  ii. hetzij, bij afwezigheid van het bepaalde in punt i), elke andere methode om de herkomst van de tomen te bepalen en om tomen pluimvee en tomen konijnen van verschillende bedrijven te onderscheiden.
  Onder "registreren van pluimvee en konijnen" wordt verstaan : het inschrijven van het aantal stuks pluimvee en het aantal konijnen in het bedrijfsregister zoals bedoeld in hoofdstuk VIII.
  § 2. Naast het bepaalde in paragraaf 1, legt dit besluit bepaalde regels vast voor :
  i. de identificatie en de registratie van hobbypluimvee;
  ii. de houders van de in punt i) bedoelde dieren.
  De artikelen 19 tot en met 38 van dit besluit zijn niet van toepassing op het in het eerste lid bedoelde hobbypluimvee, noch op de houders daarvan, met uitzondering van de bepalingen van artikel 25, §§ 4, 5 en 6 en van artikel 33 met betrekking tot de pluimveehandelaar.
  § 3. De bepalingen van dit besluit die van toepassing zijn op eendagskuikens, zijn desgevallend ook van toepassing op de uitkipeieren.
  § 4. De bepalingen in dit besluit betreffende het vervoer gelden onverminderd de bepalingen van de verordening (EG) Nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van verordening (EG) Nr. 1255/97.

  Art. 2. § 1. Voor de toepassing van dit besluit gelden de definities van :
  i. artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;
  ii. artikel 2 van het koninklijk besluit van 17 juni 2013 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor inrichtingen voor pluimvee.
  § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verder verstaan onder :
  1° Pluimvee : kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten, patrijzen en loopvogels (Ratites), die in gevangenschap worden opgefokt of gehouden voor de fokkerij, voor de productie van vlees of van consumptie-eieren of om in het wild te worden uitgezet;
  2° Hobbypluimvee : kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, fazanten, patrijzen en loopvogels (Ratites), inbegrepen siersoorten daarvan, die, of waarvan de producten, niet bestemd zijn voor de voedselketen, noch om in het wild te worden uitgezet.
  Wanneer evenwel op een bedrijf een in lid 1 bedoelde diersoort ook als pluimvee wordt gehouden, worden alle dieren van dezelfde diersoort op hetzelfde bedrijf als pluimvee beschouwd;
  3° Vogels : hobbypluimvee en alle andere vogels, behalve het pluimvee als bedoeld onder punt 1° ;
  4° KBDB : Koninklijke Belgische Duivenliefhebbersbond;
  5° Sportduif : duif die geringd is met een ring afgeleverd door de KBDB of die is ingeschreven bij de KBDB via de hoklijst van de betrokken duivenliefhebber;
  6° Reforme duif : sportduif of sierduif die in de voedselketen wordt gebracht.
  Een reforme duif is pluimvee dat steeds afkomstig is van een bedrijf als bedoeld in artikel 2, § 2, 7°, tweede lid;
  7° Bedrijf : pluimveebedrijf, pluimveebedrijf met geringe capaciteit, broeierij, konijnenbedrijf, of hobbyhouderij.
  Een "duiventil met sportduiven" en een "duiventil met sierduiven" en van waaruit duiven rechtstreeks of onrechtreeks in de voedselketen worden gebracht, worden eveneens beschouwd als een "pluimveebedrijf" en alle duiven die op een dergelijk bedrijf gehouden worden, zijn pluimvee.
  Andere duiven dan bedoeld in lid 2, nooit bestemd voor de voedselketen worden beschouwd als vogels;
  8° Hobbyhouderij : een plaats, geografisch identificeerbaar door een adres, waar hobbypluimvee wordt gehouden;
  9° Duiventil : een plaats met een of meer duivenhokken die geografisch identificeerbaar is door een adres en op dewelke de duivensport wordt beoefend of waar sierduiven worden gehouden;
  10° Identificatiemiddel : elk op basis van dit besluit erkend identificatiemiddel om te gebruiken bij het pluimvee en bij de konijnen;
  11° Capaciteit : het in SANITEL geregistreerd maximaal aantal stuks pluimvee en/of konijnen dat per soort, per categorie en per type op een bedrijf, desgevallend per beslag, wordt gehouden en de maximale broedcapaciteit in een broeierij.
  Bij opzet van een toom pluimvee mogen maximaal vijf procent meer dieren geleverd worden dan de geregistreerde capaciteit. Dit maximum bedraagt drie procent wanneer het braadkippen betreft.
  Indien de opzet gebeurt onder de vorm van uitkipeieren, mag supplementair aan de norm zoals bepaald in het eerste lid een extra aantal uitkipeieren geleverd worden overeenkomstig het door de broeierij voorspelde uitkippercentage, zonder finaal de in het eerste lid bedoelde aantallen eendagskuikens te overschrijden;
  12° Beslag hobbypluimvee : het geheel van hobbypluimvee op een hobbyhouderij;
  13° Beslagnummer : uniek identificatienummer, toegekend aan elk in SANITEL geregistreerd beslag;
  14° Beslagcode : uniek verkort beslagnummer, bestaande uit de landcode "BE" en vier karakters, toegekend aan elk in SANITEL geregistreerd beslag pluimvee en dat aan het beslagnummer gekoppeld is.
  Indien er meerdere beslagen gehouden worden op dezelfde inrichting, kan dezelfde beslagcode aangevuld worden met bijkomende karakters.
  In afwijking op leden 1 en 2, kan ten behoeve van andere regelgeving die van toepassing is op de veehouders, het aantal karakters van de beslagcode gewijzigd worden;
  15° Houder : natuurlijke of rechtspersoon die permanent of tijdelijk verantwoordelijk is voor het pluimvee of voor de konijnen of voor het hobbypluimvee en/of voor sportduiven, ook tijdens het vervoer, op een verzameling of in een slachthuis;
  16° Veehouder : houder, verantwoordelijke van het pluimvee of van de konijnen of van het hobbypluimvee op een bedrijf;
  17° Bedrijfsregister : register, overeenkomstig hoofdstuk VIII, waarin het pluimvee, het hobbypluimvee en de konijnen geregistreerd worden;
  18° Beslagfiche : document, afgeleverd door de vereniging, dat de in SANITEL geregistreerde gegevens van een veehouder en van zijn bedrijf en van het toegekende beslagnummer weergeeft;
  19° Leverancier : fabrikant of verdeler die erkende identificatiemiddelen verkoopt;
  20° Konijnen : fok- en gebruikskonijnen, andere dan deze bedoeld onder punt 21°, die in gevangenschap worden opgefokt of gehouden voor de fokkerij, met het oog op de productie van vleeskonijnen of om in het wild te worden uitgezet.
  Dit besluit is niet van toepassing op konijnen die, of waarvan de producten, niet bestemd zijn voor de voedselketen, noch op de houders daarvan. Deze konijnen worden beschouwd als hobbykonijnen;
  21° Slachtkonijnen : konijnen die rechtstreeks naar het slachthuis worden gevoerd om daar zo snel mogelijk, doch uiterlijk 72 uur na aankomst, te worden geslacht;
  22° Vleeskonijnen : gespeende konijnen die worden gehouden voor de productie van vlees;
  23° Konijnenbedrijf : inrichting die wordt gebruikt voor het opfokken of het houden van fok- en/of gebruikskonijnen en/of vleeskonijnen;
  24° Beslag konijnen : geheel van tomen konijnen op een bedrijf waaraan hetzelfde beslagnummer wordt toegekend;
  25° Toom konijnen : alle konijnen met dezelfde gezondheidsstatus, die tegelijkertijd in eenzelfde compartiment worden gehouden en daardoor een epidemiologische eenheid vormend. In voorkomend geval oordeelt het Agentschap over het epidemiologisch verband tussen de eenheden;
  26° Compartiment : ruimte, al dan niet verdeeld in hokken, met hetzelfde omsloten luchtvolume of een afgescheiden afdeling op een transportmiddel;
  27° Handelsverkeer : intracommunautair handelsverkeer tussen lidstaten;
  28° Invoer : invoer vanuit een derde land;
  29° Uitvoer : uitvoer naar een derde land;
  30° Lidstaat : land dat deel uitmaakt van de Europese Unie;
  31° Derde land : land dat geen lidstaat is;
  32° Verhandelen : in de handel brengen, verwerven, aanbieden, voor verkoop tentoonstellen, in bezit houden, vervoeren, verkopen, kopen, leveren, onder kosteloze of bezwarende titel afstaan, invoeren, uitvoeren of doorvoeren;
  33° Verplaatsingsdocument : document op papier of op geďnformatiseerde wijze, met de gegevens als bedoeld in artikel 38;
  34° Organisator : natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan een vervoerder een transport in opdracht heeft gegeven;
  35° Pluimveehandelaar : de handelaar als bedoeld in artikel 3, § 2, 8° /1 van het koninklijk besluit van 10 juni 2014 betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van landbouwhuisdieren;
  36° Koninklijk besluit van 17 juni 2013 : koninklijk besluit van 17 juni 2013 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor inrichtingen voor pluimvee.

  HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen

  Art. 3. § 1. Pluimvee, hobbypluimvee en konijnen worden geďdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
  De veehouder is verantwoordelijk om de identificatie en de registratie van het pluimvee, van het hobbypluimvee en van de konijnen op zijn bedrijf uit te voeren.
  § 2. De bedrijven worden geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
  § 3. Voor het uitvoeren van de bepalingen van dit besluit, kunnen de operator en de veehouder gebruik maken van de diensten van een vereniging naar keuze. Tegelijkertijd kan echter maar van de diensten van een enkele vereniging gebruik gemaakt worden.

  Art. 4. De houder dient aan het Agentschap en aan de vereniging alle noodzakelijke hulp te verlenen om de toepassing van dit besluit mogelijk te maken en hij houdt zich aan de door het Agentschap uitgegeven of goedgekeurde procedures en instructies.
  Elke houder verschaft aan het Agentschap desgevraagd alle inlichtingen over het gehouden pluimvee, het gehouden hobbypluimvee en de gehouden konijnen, alsook de oorsprong, de identificatie en, in voorkomend geval, de bestemming van deze die hij heeft verhandeld of geslacht.

  HOOFDSTUK III. - Delegatie van taken aan de vereniging

  Art. 5. De verenigingen hebben als taak :
  i. het beheer van de gegevens in SANITEL met betrekking tot de identificatie en de registratie van de dieren, bedoeld bij dit besluit;
  ii. het beheer van de gegevens in SANITEL met betrekking tot de beslagen, de veehouders en de bedrijven met hun kenmerken en desgevallend hun relaties;
  iii. het verzamelen van de gegevens met betrekking tot de verplaatsingen van de dieren, bedoeld bij dit besluit, en het beheer ervan in SANITEL;
  iv. de begeleiding en de omkadering van de houders van dieren in het uitvoeren van de bepalingen van dit besluit;
  v. de beoordeling van aanvragen voor erkenning van identificatiemiddelen, wanneer hen dat gevraagd wordt;
  vi. de opvolging van de kwaliteit van de identificatiemiddelen;
  vii. het beheer van bestellingen en leveringen van identificatiemiddelen aan houders;
  viii. het beheer van de andere documenten en etiketten voorzien bij, of in uitvoering van dit besluit;
  ix. het ontwikkelen en beheren van toepassingen die een permanente elektronische communicatie met SANITEL en de registraties in SANITEL mogelijk maken via het internet.
  Voor de uitvoering van hun taken leggen de verenigingen de noodzakelijke procedures en instructies, schriftelijk vast.
  De verenigingen publiceren de instructies en procedures voor houders op hun website en informeren de houders hierover.

  HOOFDSTUK IV. - De registratie van de veehouders, de bedrijven en de beslagen

  Art. 6. § 1. Zijn verplicht om zich via een vereniging te laten registreren in SANITEL :
  1. de houder van minstens 20 fokkonijnen (voedsters) of 100 vleeskonijnen;
  2. de houder van minstens vier struisvogels of zes emoes, nandoes en kasuarissen en de houders van minstens 200 stuks ander pluimvee;
  3. de broeierij met een broedcapaciteit van minstens 50 eieren van de in punt 2), vermelde loopvogels en de broeierij met een broedcapaciteit van minstens 200 eieren van ander pluimvee;
  4. de houder van hobbypluimvee en dit vanaf het houden van 200 stuks;
  5. de houder van minder dan 200 stuks hobbypluimvee, die zich laat registreren om te kunnen voldoen aan de bepalingen in artikel 48 van het koninklijk besluit van 10 juni 2014 betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van landbouwhuisdieren;
  6. de houder van duiven als bedoeld in artikel 2, § 2, 7°, tweede lid, ongeacht het aantal gehouden duiven;
  7. de pluimveehandelaar, als houder van pluimvee en hobbypluimvee, ongeacht het aantal gehouden stuks van deze dieren;
  8. de houder van pluimvee of lagomorfen in aantallen die kleiner zijn dan de aantallen die vermeld zijn onder punten 1 en 2 en die een verplichting heeft tot registratie of tot het hebben van een toelating als bedoeld in het koninklijk besluit van 7 januari 2014 betreffende de rechtstreekse levering, door een primaire producent, van kleine hoeveelheden van sommige levensmiddelen van dierlijke oorsprong aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel;
  9. de houder van pluimvee of lagomorfen, ongeacht het aantal gehouden stuks van deze dieren, die andere operatoren bevoorraadt, zoals bepaalt in artikel 2, § 1ter van het koninklijk besluit van 16 januari 2006.
  § 2. Andere houders van hobbypluimvee dan bedoeld in paragraaf 1 mogen een aanvraag tot registratie in SANITEL indienen. Wanneer zij dit doen, gelden alle bepalingen van dit besluit met betrekking op dit hobbypluimvee.

  Art. 7. § 1. De in artikel 6 bedoelde aanvraag voor de registratie gebeurt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 januari 2006. Deze aanvraag dient te worden aangevuld met de gegevens die opgenomen staan in bijlage I en dit per beslag.
  Een aanvraag tot registratie is enkel geldig nadat al de gevraagde gegevens aan de vereniging zijn overgemaakt.
  De vereniging stelt een model van registratieformulier op, waarvan de inhoud in overeenstemming is met het bepaalde in bijlage I. Zij registreert de ontvangen gegevens in SANITEL.
  § 2. Wanneer de operator op zijn bedrijf meerdere beslagen pluimvee houdt, dient hij bij de aanvraag een gedetailleerd bedrijfsplan te voegen met daarop de aanduiding en de nummering van de verschillende stallen en desgevallend de daarbij horende uitloopruimten die hij onder hetzelfde beslagnummer wil gebruiken.
  Indien op een bedrijf meerdere beslagen pluimvee gehouden worden, mag slechts een verantwoordelijke veehouder aangeduid worden voor alle beslagen.
  § 3. Als bewijs van de registratie van het bedrijf in SANITEL, ontvangt de veehouder van de vereniging binnen de 14 dagen na de aanvraag of na de melding van een wijziging een "beslagfiche". Deze termijn wordt verlengd tot 45 dagen indien een toelating vereist is voor het houden van het pluimvee en van de konijnen.
  § 4. De veehouder dient elke wijziging met betrekking tot de geregistreerde gegevens en zoals vermeld op zijn beslagfiche, binnen de 7 dagen mee te delen aan de vereniging.
  In bijzonder is het verboden om zonder voorafgaandelijke mededeling van een wijziging :
  i. andere soorten en categorieën pluimvee te houden;
  ii. het type pluimveebedrijf te wijzigen;
  iii. per soort en categorie pluimvee, uitgezonderd de duiven, meer dieren te houden dan de geregistreerde capaciteit;
  iv. het aantal productie-eenheden te wijzigen.

  Art. 8. § 1. Voor een pluimveebedrijf dient naargelang het geval een toelating aangevraagd te worden overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 en het koninklijk besluit van 17 juni 2013.
  De aanvraag voor een toelating mag samen met de aanvraag voor registratie aan de vereniging worden overgemaakt. In voorkomend geval maakt de vereniging de aanvraag voor een toelating over aan het Agentschap.
  § 2. Voor een bedrijf waarvoor een toelating vereist is, dient de veehouder een capaciteit per beslag op te geven. Deze bepaling geldt niet voor een pluimveebedrijf met beperkte capaciteit.
  Voor de bedrijven waarvoor geen toelating vereist is, dient de veehouder op te geven of de capaciteit van zijn bedrijf het aantal van 199 stuks al dan niet overschrijdt.
  In afwijking op artikel 2, § 2, 11°, geldt voor het bepalen van de capaciteit van een bedrijf met hobbypluimvee en van een bedrijf met duiven als bedoeld in artikel 2, § 2, 7°, tweede lid, het maximaal aantal stuks van deze dieren dat gehouden wordt tussen 1 november en 1 december van elk jaar.
  § 3. Voor een broeierij dient de houder een capaciteit per beslag op te geven; enkel de hoogste capaciteit wordt geregistreerd. De totale capaciteit voor broedeieren van loopvogels dient apart geregistreerd te worden.

  Art. 9. § 1. Wanneer op eenzelfde pluimveebedrijf tegelijkertijd meerdere soorten pluimvee worden gehouden of pluimvee van een verschillende categorie of van een verschillend type of met verschillende leeftijden, vormen deze aparte tomen en beslagen. De veehouder dient deze tomen in gescheiden productie-eenheden te houden. Deze bepaling geldt niet voor de broeierij.
  Wanneer op eenzelfde pluimveebedrijf een toom pluimvee in meerdere stallen wordt gehuisvest, heeft de veehouder de keuze om deze toom al dan niet op te delen in meerdere tomen en beslagen.
  § 2. Wanneer op eenzelfde pluimveebedrijf met beperkte capaciteit tegelijkertijd meerdere soorten pluimvee worden gehouden vormen zij aparte tomen en beslagen. De veehouder mag deze tomen in dezelfde productie-eenheid houden.
  § 3. Op een hobbyhouderij wordt slechts één enkel beslagnummer toegekend voor al het gehouden hobbypluimvee.
  § 4. Beslagen op een zelfde inrichting, andere dan vermeld in paragraaf 2, mogen met elkaar geen rechtstreeks contact hebben. De veehouder neemt alle noodzakelijke maatregelen om deze contacten te vermijden.
  Mestkelders en transportbanden voor mest en voor eieren mogen doorlopend zijn indien zij voldoende afgeschermd zijn en indien het pluimvee er niet direct mee in contact kan komen. In voorkomend geval oordeelt het Agentschap of de afscheiding voldoende is.
  Deze paragraaf 4 is niet van toepassing op beslagen op bedrijven met geringe capaciteit.
  § 5. Beslagen van verschillende inrichtingen mogen met elkaar geen rechtstreeks contact hebben. De veehouder neemt alle noodzakelijke maatregelen om deze contacten te vermijden.
  Deze paragraaf 5 is niet van toepassing op beslagen met hobbypluimvee en op beslagen met sportduiven.
  § 6. De pluimveehandelaar die handelt in pluimvee en in hobbypluimvee, dient het pluimvee dat bestemd is voor productiedoeleinden gescheiden te houden van het hobbypluimvee.
  Op eenzelfde inrichting mag niet tegelijkertijd een toegelaten pluimveebedrijf en een geregistreerd pluimveebedrijf uitgebaat worden.

  Art. 10. De houder die zijn duiventil zoals bedoeld in artikel 2, § 2, 7°, tweede lid, wil laten registreren als pluimveebedrijf, moet zich laten informeren door een erkende dierenarts over de normen voor voedselproducerende dieren, inzonderheid het gebruik van geneesmiddelen bij pluimvee.
  De houder moet bij zijn aanvraag tot registratie van zijn duiventil als pluimveebedrijf schriftelijk verklaren :
  i. dat al de duiven die hij houdt op het moment van de aanvraag beantwoorden aan de normen die gelden voor voedselproducerende dieren, inzonderheid wat het gebruik van geneesmiddelen bij zijn duiven betreft, en
  ii. dat hij zich over het bepaalde in het eerste lid heeft laten informeren door een erkende dierenarts.
  De in lid 2 bedoelde verklaring moet mede ondertekend worden door de erkende dierenarts die verklaart dat hij de houder mondeling en gedocumenteerd heeft ingelicht over de in lid 1 bedoelde normen en gebruik.

  HOOFDSTUK V. - De identificatiemiddelen

  Afdeling 1. - Bestelling, levering, beheer en bezit van identificatiemiddelen

  Art. 11. De bestelling van identificatiemiddelen kan enkel gebeuren via de vereniging.
  Identificatiemiddelen kunnen enkel besteld worden voor een bedrijf dat in SANITEL is geregistreerd.
  De identificatiemiddelen die voor een bedrijf worden afgeleverd, mogen enkel gebruikt worden om de op dit bedrijf aanwezige pluimvee te identificeren.

  Art. 12. § 1. De verenigingen beheren per bedrijf het aantal af te leveren identificatiemiddelen en de afgeleverde identificatienummers.
  § 2. Veehouders kunnen per bedrijf en desgevallend per beslag beschikken over een stock identificatiemiddelen die de behoefte voor 12 maanden niet mag overschrijden en die bewaard dient te worden op het bedrijf.

  Art. 13. Wanneer een bedrijf wordt stopgezet, dient de veehouder voor elk beslag, alle nog niet gebruikte identificatiemiddelen binnen de 7 dagen na de melding van stopzetting terug te zenden aan de vereniging.

  Art. 14. De exploitant van een slachthuis is ertoe gehouden om alle maatregelen te nemen opdat de identificatiemiddelen, aanwezig op de geslachte dieren, niet kunnen gerecupereerd worden en om deze desgevallend op gepaste wijze af te voeren voor vernietiging.
  De identificatiemiddelen die overeenkomstig dit besluit aangebracht zijn bij duiven, mogen pas verwijderd worden bij de duif nadat de post mortem keuring is uitgevoerd.

  Afdeling 2. - De erkenning van de identificatiemiddelen en -methoden

  Art. 15. § 1. De Minister kan andere identificatiemiddelen erkennen dan deze die reeds erkend zijn bij dit besluit. Hij kan het model ervan bepalen.
  § 2. De Minister kan methoden erkennen voor de identificatie van pluimvee en konijnen.
  § 3. In de gevallen waar er geen verplichting is tot identificatie, mogen erkende identificatiemiddelen vrijwillig gebruikt worden onder de voorwaarden van artikelen 11 tot en met 14.
  § 4. De Minister kan in uitzonderlijke situaties en tijdelijk het gebruik van identificatiemiddelen en identificatiemethoden bij pluimvee en bij konijnen verplichten. In die gevallen bepaalt hij het model en kan hij de modaliteiten bepalen voor het beheer, de verdeling en het gebruik ervan.
  Indien deze uitzonderlijke situatie hoogdringend is, kan de Minister afwijken van de procedure voor het aanvragen en bekomen van een erkenning voor een identificatiemiddel zoals voorzien in artikel 16

  Art. 16. De leverancier richt een aanvraag voor erkenning van een identificatiemiddel aan het Agentschap. Deze aanvraag bevat een volledig dossier overeenkomstig bijlage II bij dit besluit.
  Indien het een aanvraag betreft voor een pootring, dient deze te beantwoorden aan de criteria die vastgelegd zijn in bijlage III, bij dit besluit.
  Bij zijn aanvraag voegt de leverancier een verklaring waarbij hij zich ertoe verbindt :
  1° deze identificatiemiddelen enkel te leveren aan de vereniging of in opdracht van de vereniging aan de bestemmeling;
  2° per type van erkend identificatiemiddel een register bij te houden van de leveringen, met vermelding van de datum, het aantal en de serienummers. Hij dient dit register op ieder moment op eenvoudig verzoek van het Agentschap of van de vereniging te kunnen voorleggen;
  3° een constante kwaliteit van deze identificatiemiddelen te leveren, overeenkomstig de erkenning;
  4° elke wijziging van de productiekenmerken van deze identificatiemiddelen ten opzichte van de originele erkenning, voorafgaandelijk aan de levering mee te delen aan de vereniging. De leverancier wacht het advies af van de vereniging alvorens te leveren;
  5° geen andere identificatiemiddelen te verhandelen die visuele kenmerken hebben die het onderscheid met de erkende identificatiemiddelen kunnen bemoeilijken;
  6° een gedetailleerd contract op te maken met de verenigingen in verband met de bestelling, productie en levering van deze identificatiemiddelen;
  7° de kosten te betalen die hem door de vereniging worden aangerekend voor het evalueren van het dossier als bedoeld in artikel 17, § 1, tweede lid.

  Art. 17. § 1. Het Agentschap bevestigt de in artikel 16 bedoelde aanvraag aan de leverancier. Het Agentschap kan het dossier voor advies overmaken aan de verenigingen.
  Indien het Agentschap het advies vraagt aan de verenigingen, onderzoeken zij het dossier en brengen schriftelijk advies uit aan het Agentschap binnen een termijn van 120 dagen na de vraag voor advies. Deze termijn kan verlengd worden indien de verenigingen binnen de 30 dagen na ontvangst van het dossier een gemotiveerde aanvraag richten aan het Agentschap voor het uitvoeren van bijkomende onderzoeken. Het Agentschap bepaalt deze termijn.
  Wanneer het dossier onvolledig is, gelden de in het tweede lid bedoelde termijnen, vanaf de dag dat het dossier volledig is en ontvankelijk verklaard wordt door de verenigingen aan het Agentschap en aan de leverancier.
  Een onvolledig dossier dat niet binnen de 120 dagen na de notificatie daarvan vervolledigd wordt door de leverancier, wordt door de vereniging aan het Agentschap als niet ontvankelijk verklaard. Deze niet ontvankelijkheid wordt door het Agentschap schriftelijk meegedeeld aan de leverancier.
  Het Agentschap legt binnen de 30 dagen na ontvangst van het advies van de verenigingen een voorstel van erkenning of weigering voor aan de Minister, tenzij het Agentschap bijkomende adviezen vraagt aan de vereniging. In dat geval gelden opnieuw de termijnen als bedoeld in lid 2.
  De Minister deelt binnen de 30 dagen na ontvangst van het voorstel van het Agentschap zijn beslissing bij aangetekend schrijven mee aan de leverancier. Hij kent aan elk erkend identificatiemiddel een officieel erkenningsnummer toe. Het Agentschap informeert de vereniging over deze beslissing.
  § 2. Alle erkende identificatiemiddelen worden bekend gemaakt op de website van de verenigingen.
  De verenigingen zijn verplicht om alle erkende identificatiemiddelen gezamenlijk, op dezelfde objectieve wijze voor te stellen en aan te bieden aan de houders.

  Art. 18. De Minister kan de erkenning van een identificatiemiddel schorsen of intrekken wanneer één of meer van onderstaande voorwaarden zich voordoen :
  1° de leverancier levert identificatiemiddelen die niet voldoen aan de bepalingen van bijlage III of aan hetgeen is bepaald door de Minister in toepassing van artikel 15;
  2° de leverancier leeft de verbintenissen bedoeld in artikel 16, derde lid, niet na;
  3° vanwege de leverancier is er een onderbreking van de levering van een identificatiemiddel gedurende :
  i. een continue periode van meer dan twee jaar;
  ii. een discontinue periode van meer dan twee jaar over drie opeenvolgende jaren.

  HOOFDSTUK VI. - Het identificeren van het pluimvee en van de konijnen

  Art. 19. Elke toom pluimvee dient geďdentificeerd te zijn, ten laatste op het moment van de afvoer van het bedrijf, op zodanige wijze dat op ieder moment gekend is welk het bedrijf van herkomst is.
  Elke toom konijnen dient geďdentificeerd te zijn, ten laatste op het moment van de afvoer van het bedrijf, op zodanige wijze dat op ieder moment gekend is welk het bedrijf van herkomst is.
  Deze identificatie moet een sluitende relatie garanderen tussen de toom en elk begeleidend document dat betrekking heeft op de toom, gedurende de handel en gedurende het transport.

  Art. 20. Behoudens het bepaalde in artikel 14, is het verboden om de erkende identificatiemiddelen te verwijderen waarmee de dieren zijn geďdentificeerd in toepassing van dit besluit.

  HOOFDSTUK VII. - Het identificeren van duiven

  Art. 21. Geen enkele duif mag in een slachthuis ter slachting aangegeven worden zonder geďdentificeerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk VII.

  Art. 22. § 1. Duiven, bestemd om te worden geslacht in een slachthuis, moeten geďdentificeerd zijn met een erkende gesloten pootring. Deze ring moet aangebracht zijn bij de duif ten laatste op het moment dat deze het nest verlaat.
  § 2. Voor de toepassing van dit artikel worden erkend als identificatiemiddel bij duiven :
  i. de gesloten pootring (identiteitsring) waarmee duiven zijn geringd in toepassing van het reglement van de KBDB en die door haar verdeeld worden;
  ii. de gesloten pootring waarmee sierduiven zijn geringd en die verdeeld worden door een erkende vereniging als bedoeld in het koninklijk besluit van 2 juni 1998 betreffende de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de verbetering en de instandhouding van de pluimvee- en konijnenrassen of in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende de organisatie van de fokkerij van voor de landbouw nuttige huisdieren;
  iii. de gesloten pootring waarmee duiven, afkomstig uit het handelsverkeer, desgevallend zijn geringd.
  § 3. De artikelen 5, punten v, vi en vii, 11, 12, 13, 16, 17 en 18 en bijlage III zijn niet van toepassing op de identificatiemiddelen als bedoeld in paragraaf 2.
  § 4. Duiven, afkomstig uit het intracommunautaire handelsverkeer of ingevoerd en bestemd voor een pluimveebedrijf, en nog niet voorzien van een erkend identificatiemiddel, dienen binnen de drie dagen na aankomst op dit bedrijf, geďdentificeerd te worden met een erkende pootring.

  Art. 23. In afwijking op artikel 22 is het ringen van duiven niet verplicht voor :
  i. duiven van specifieke rassen van vleesduiven die duidelijk te onderscheiden zijn van sportduiven;
  ii. duiven die als slachtpluimvee uit het handelsverkeer toekomen.

  Art. 24. Om een sluitende traceerbaarheid van duiven te bewijzen, kan het Agentschap vragen aan de houder die sportduiven in de voedselketen brengt om aan te tonen dat :
  i. De duif afkomstig is uit een geregistreerd beslag;
  ii. De duif gedurende gans haar leven heeft verbleven op geregistreerde beslagen;
  iii. De duif nooit verbleven heeft op een duiventil die niet geregistreerd is in SANITEL.

  HOOFDSTUK VIII. - Het bedrijfsregister

  Art. 25. § 1. De verantwoordelijke van een broeierij houdt een register bij op geďnformatiseerde wijze overeenkomstig het bepaalde in artikel 38, § 1, van het koninklijk besluit van 17 juni 2013.
  § 2. De verantwoordelijke van een pluimveebedrijf en de verantwoordelijke van een pluimveebedrijf met geringe capaciteit houden per pluimveebeslag een register bij op papier of op geďnformatiseerde wijze overeenkomstig het bepaalde in artikel 38, § 2, van het koninklijk besluit van 17 juni 2013.
  § 3. De verantwoordelijke van een bedrijf met konijnen, houdt per beslag konijnen een register bij op papier of op geďnformatiseerde wijze, waarin hij wekelijks de volgende gebeurtenissen die plaatsvinden op zijn bedrijf inschrijft :
  a) voor wat de aanvoer en de geboortes betreft, het deel "IN" genoemd :
  i. per aanvoer : de datum van aanvoer, de herkomst, het aantal aangevoerde konijnen en hun categorie;
  ii. het aantal in die week gespeende konijnen;
  b) voor wat de afvoer en de sterfte betreft, het deel "UIT" genoemd :
  i. per afvoer : de datum van afvoer, de bestemming, het aantal afgevoerde konijnen en hun categorie;
  ii. het aantal in die week gestorven konijnen en hun categorie.
  § 4. De pluimveehandelaar houdt een inkomend register bij op papier of op geďnformatiseerde wijze waarin hij over het pluimvee en het hobbypluimvee chronologisch het volgende registreert voor elke aanvoer op zijn bedrijf :
  i. datum van aanvoer van de dieren,
  ii. aantal dieren en de diersoort,
  iii. herkomst van de dieren.
  De pluimveehandelaar houdt een uitgaand register bij op papier of op geďnformatiseerde wijze waarin hij chronologisch de deelname aan commerciële verzamelingen registreert als volgt : de datum en het nummer van het overeenstemmende verplaatsingsdocument als bedoeld in artikel 33.
  § 5. De in dit artikel bedoelde verantwoordelijken en handelaars houden het bedrijfsregister chronologisch per week bij, binnen de drie dagen na het einde van elke week. Zij bewaren het bedrijfsregister minstens vijf jaar.
  § 6. De Minister kan het model van registers als bedoeld in dit artikel vastleggen en hij kan bijkomende modaliteiten voor het bijhouden ervan bepalen.
  § 7. Indien de operator in het bezit is van een verplaatsingsdocument, kan dit document deel uitmaken van het inkomend of het uitgaand register.

  Art. 26. Elk operator, andere dan bedoeld in artikel 25, dient voor elke inrichting waar hij pluimvee en konijnen houdt of verzamelt, een register bij te houden op de inrichting overeenkomstig het bepaalde in artikel 38, § 2, van het koninklijk besluit van 17 juni 2013.

  Art. 27. Elk gegeven betreffende de aanvoer en de afvoer van een toom pluimvee of van een toom konijnen in het bedrijfsregister dient overeen te stemmen met een verplaatsingsdocument dat desgevallend is opgesteld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IX.
  Bij de aanvoer van pluimvee en konijnen afkomstig uit het handelsverkeer of bij invoer, bewaart de houder, verantwoordelijke van de plaats van bestemming, het gezondheidscertificaat gedurende minimum vijf jaar bij het bedrijfsregister.

  HOOFDSTUK IX. - De handel

  Afdeling 1. - De handel in pluimvee en hobbypluimvee

  Art. 28. Het verhandelen en vervoeren van pluimvee en van hobbypluimvee dat niet geďdentificeerd is overeenkomstig de bepalingen van dit besluit of van zijn uitvoeringsbesluiten, is verboden.

  Art. 29. § 1. Voor het vervoer van pluimvee dient een verplaatsingsdocument te worden opgemaakt in 3 exemplaren door :
  i. de broeierij voor het vervoer van pluimvee vanaf de broeierij;
  ii. de vervoerder voor het vervoer van pluimvee tussen bedrijven, uitgezonderd de broeierijen, en voor het vervoer van pluimvee naar het slachthuis.
  Een exemplaar van het verplaatsingsdocument is bestemd voor de laadplaats, een voor de losplaats en een voor de vervoerder.
  Elke operator bewaart zijn exemplaar van het verplaatsingsdocument gedurende minstens 5 jaar.
  De vervoerder is gedurende het transport op elk moment in het bezit van het overeenstemmend verplaatsingsdocument.
  § 2. Per toom die vervoerd wordt van eenzelfde laadplaats naar eenzelfde losplaats, wordt een enkel verplaatsingsdocument opgemaakt.

  Art. 30. § 1. De broeierij die het verplaatsingsdocument opmaakt, voorziet :
  i. de vervoerder van een exemplaar van het verplaatsingsdocument;
  ii. de losplaats van een exemplaar van het verplaatsingsdocument, en dit binnen de zeven dagen na de dag van het transport.
  § 2. De vervoerder die het verplaatsingsdocument opmaakt, voorziet de laadplaats en de losplaats van een exemplaar van het verplaatsingsdocument en dit binnen de zeven dagen na de dag van het transport.
  § 3. De in paragrafen 1 en 2 bedoelde opstellers dienen de gegevens van het verplaatsingsdocument, als bedoeld in artikel 38, § 1, met uitzondering van het uur, te registreren in SANITEL, hetzij direct in SANITEL, hetzij in een eigen systeem dat de gegevens uitwisselt met SANITEL. De gegevens moeten in SANITEL geregistreerd zijn binnen de zeven werkdagen na de dag van het transport.

  Art. 31. § 1. Het verplaatsingsdocument is niet verplicht in de volgende gevallen :
  i. bij het vervoer of het verplaatsen van pluimvee in het kader van de normale bedrijfsvoering en voor zover zij daarbij niet van beslag veranderen;
  ii. bij de ophaling van kadavers;
  iii. bij het verhandelen en vervoeren van sportduiven tussen duiventillen met het oog op het beoefenen van de duivensport;
  iv. bij het transport van pluimvee naar en tussen bedrijven die niet moeten beschikken over een toelating overeenkomstig het koninklijk besluit van 17 juni 2013.
  § 2. Tenzij in toepassing van artikel 36, is de broeierij niet verplicht om een verplaatsingsdocument op te stellen indien zij op een andere wijze de gegevens van het verplaatsingsdocument registreren in SANITEL, hetzij direct in SANITEL, hetzij in een eigen systeem dat de gegevens uitwisselt met SANITEL. De gegevens moeten in SANITEL geregistreerd zijn binnen de zeven werkdagen na de dag van het transport. In dit geval zijn ook de artikelen 30 en 35 niet verplicht.

  Art. 32. Bij elke aanvoer van pluimvee op zijn bedrijf afkomstig uit een ander land en bij elk vertrek van pluimvee vanaf zijn bedrijf naar een ander land, dient de veehouder deze aanvoer en afvoer te registreren in SANITEL, hetzij direct in SANITEL, hetzij in een eigen systeem dat de gegevens uitwisselt met SANITEL. De gegevens moeten in SANITEL geregistreerd zijn binnen de zeven werkdagen na de dag van de aanvoer of de afvoer.

  Art. 33. § 1. Voor het vervoer van hobbypluimvee en van pluimvee dat bestemd is om als hobbypluimvee verkocht te worden, is het opmaken van een verplaatsingsdocument enkel verplicht voor het vervoer vanaf een bedrijf van een handelaar naar een verzameling als bedoeld in artikel 40 en in artikel 52 van het koninklijk besluit van 10 juni 2014 betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van landbouwhuisdieren en terug. De handelaar stelt het verplaatsingsdocument op en heeft het in zijn bezit gedurende het transport en op de verzameling.
  § 2. De pluimveehandelaar maakt op de verzameling een exemplaar van het verplaatsingsdocument over aan de organisator van de verzameling.

  Art. 34. § 1. Het verplaatsingsdocument mag opgesteld worden op papier of op een geďnformatiseerde wijze voor zover de gegevens op elk moment raadpleegbaar zijn.
  § 2. Het Agentschap stelt een model op papier van het verplaatsingsdocument beschikbaar op haar website en via de verenigingen.
  § 3. In afwijking op artikel 29 mag het verplaatsingsdocument vervangen worden door gelijk welk ander transportdocument, op papier of op geďnformatiseerde wijze, voor zover het de gegevens bevat zoals bepaald in artikel 38. Het artikel 35, § 2 is desgevallend ook van toepassing.

  Art. 35. § 1. Wanneer de opmaak verplicht is, moet het verplaatsingsdocument op elke vraag van de controlerende overheid kunnen worden getoond.
  Wanneer het verplaatsingsdocument op een elektronische drager aanwezig is, moet de mogelijkheid aanwezig zijn om de betreffende gegevens als elektronisch bestand over te dragen aan de controlerende overheid op haar vraag.
  § 2. Bij gebruik van SANITEL-nummers van operatoren dienen de opsteller van het verplaatsingsdocument en de vervoerder op ieder moment te kunnen meedelen welke de identiteit van de operator is (naam en adres) die overeenstemt met het voor hem gebruikte nummer.

  Art. 36. § 1. De vervoerders en de veehouders, respectievelijk bedoeld in artikel 30, § 2 en in artikel 32 mogen de registraties in SANITEL laten uitvoeren door de vereniging. In dat geval dienen zij ten laatste binnen de zeven werkdagen na de dag van het transport een leesbare kopie van het volledig ingevulde verplaatsingsdocument over te maken aan de vereniging. De vereniging voert de registratie in SANITEL uit voor hun rekening binnen de zeven werkdagen na de dag van ontvangst van het document.
  § 2. De vervoerder die verplaatsingen moet registreren in SANITEL, mag deze taak delegeren aan de organisator van een transport of, in geval van slachtpluimvee, aan de exploitant van het slachthuis. Het slachthuis kan de registratie ook uitvoeren via het geďnformatiseerd register als bedoeld in het ministerieel besluit van 28 september 2010 betreffende het geďnformatiseerd register in de slachthuizen.
  Wanneer er gebruik wordt gemaakt van de in het eerste lid bedoelde delegatie, gelden voor de organisator en voor het slachthuis dezelfde verplichtingen en termijnen als welke gelden voor diegene die de delegatie gegeven heeft.
  De personen die delegeren, blijven ervoor verantwoordelijk dat de gegevens in SANITEL correct geregistreerd worden en binnen de bij dit besluit vastgelegde termijnen.

  Afdeling 2. - De handel in konijnen

  Art. 37. Voor het vervoer van konijnen zijn equivalente bepalingen in verband met het verplaatsingsdocument van toepassing zoals voorzien voor pluimvee in artikel 28, artikel 29, §§ 2 en 3, artikel 30, artikel 31, § 1, i en ii, en § 2, en van artikelen 32, 34, 35 en 36, zoals voor pluimvee

  Afdeling 3. - De gegevens in het verplaatsingsdocument

  Art. 38. § 1. Het verplaatsingsdocument bevat minstens de volgende gegevens over het pluimvee en over de konijnen, gebaseerd op de SANITEL-gegevens :
  i. Beslagnummer of beslagcode van de laadplaats,
  ii. Gegevens over het laden : de datum en het uur,
  iii. Geschatte transporttijd : meer of minder dan twaalf uren,
  iv. Inrichtingsnummer of beslagnummer of beslagcode van de losplaats,
  v. Gegevens over het lossen : de datum en het uur,
  vi. Over de toom pluimvee : soort, aantal dieren en uitkipdatum,
  vii. Over de toom konijnen : aantal dieren,
  viii. Desgevallend het nummer van het gezondheidscertificaat dat de dieren vergezelt naar of vanuit het buitenland.
  § 2. Ten behoeve van het register van de vervoerder, als bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 10 juni 2014 betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van landbouwhuisdieren, mag het verplaatsingsdocument bijkomend de volgende gegevens bevatten :
  i. Identificatie van de vervoerder,
  ii. Identificatie van het vervoermiddel,
  iii. In voorkomend geval de identificatie van de organisator van het transport.

  HOOFDSTUK X. - Wijzigingsbepalingen

  Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

  Art. 39. In artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de punten 6° en 7° worden geschrapt;
  2° een tweede lid wordt toegevoegd, als volgt :
  "Tenzij de bepalingen van § 1ter van toepassing zijn of indien deze dieren of hun producten bestemd zijn voor de voedselketen, is dit besluit niet van toepassing op :
  1 ° de houders van minder dan 20 voedsters of van minder dan 100 vleeskonijnen;
  2° de houders van minder dan vier struisvogels of van minder dan zes emoes, nandoes en kasuarissen en de houders van minder dan 200 stuks ander pluimvee;
  3° de broeierijen met een maximale broedcapaciteit van 49 eieren van de in punt 2° vermelde loopvogels en/of met een maximale broedcapaciteit van 199 eieren van ander aldaar vermeld pluimvee.".

  Afdeling 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 betreffende de identificatie en de registratie van schapen, geiten en hertachtigen

  Art. 40. In artikel 19, § 2, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 betreffende de identificatie en de registratie van schapen, geiten en hertachtigen, wordt de tweede zin geschrapt.

  Afdeling 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 5 mei 2008 betreffende de bestrijding van aviaire influenza

  Art. 41. Artikel 3/1 van het koninklijk besluit van 5 mei 2008 betreffende de bestrijding van aviaire influenza, wordt geschrapt.

  Art. 42. In artikel 3/2 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd :
  1° in het opschrift wordt het woord "commerciële" ingevoegd voor het woord "pluimveebedrijven".
  2° in de inleidende zin wordt het woord "geregistreerde" vervangen door het woord "commerciële".

  Art. 43. In artikel 3/3 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd :
  1° in het opschrift wordt het woord "commerciële" ingevoegd voor het woord "pluimveebedrijven";
  2° in paragraaf 1 wordt het woord "geregistreerd" vervangen door het woord "commercieel".

  Art. 44. In artikel 40/2, punt 8°, van hetzelfde besluit, wordt het woord "geregistreerd" vervangen door het woord "commercieel".

  Afdeling 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 2011 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen

  Art. 45. In artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 2011 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen, wordt het tweede lid geschrapt.

  Afdeling 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 14 mei 2012 betreffende de retributies inzake identificatie en registratie van dieren

  Art. 46. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 mei 2012 betreffende de retributies inzake identificatie en registratie van dieren, wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, als volgt :
  "4° artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 juni 2018 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor pluimvee, konijnen en bepaald hobbypluimvee.".

  Art. 47. In hetzelfde besluit wordt een bijlage IV ingevoegd die als bijlage IV is gevoegd bij dit besluit.

  Art. 48. In hetzelfde besluit wordt een bijlage V ingevoegd die als bijlage V is gevoegd bij dit besluit.

  Afdeling 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 17 juni 2013 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor inrichtingen voor pluimvee

  Art. 49. In artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 17 juni 2013 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor inrichtingen voor pluimvee, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden ", noch voor vogels".

  Art. 50. Artikel 1 van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met paragrafen 3, 4 en 5, als volgt :
  " § 3. De verplichting om een toelating te hebben overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV, V en VI, geldt enkel voor pluimveebedrijven met minstens vier struisvogels, met minstens zes emoes, nandoes en kasuarissen of met een capaciteit van minstens 200 stuks ander pluimvee.
  De verplichting om een toelating te hebben overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV, V en VI, geldt niet voor duiven. Op een geregistreerd pluimveebedrijf met specifieke rassen vleesduiven zijn de bepalingen van artikel 37 en 38 wel van toepassing.
  § 4. De artikelen 25 tot en met 42 zijn niet van toepassing op een pluimveebedrijf dat gebruikt wordt door een pluimveehandelaar voor de handel in pluimvee.
  § 5. De bepalingen van dit besluit die van toepassing zijn op eendagskuikens, zijn desgevallend ook van toepassing op de uitkipeieren, behalve voor de toepassing van hoofdstukken II en III.".

  Art. 51. In artikel 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd :
  1° na definitie 1° worden de definitie 1° /1 en 1° /2 ingevoegd als volgt :
  "1° /1 Hobbypluimvee : kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, fazanten, patrijzen en loopvogels (ratites), inbegrepen siersoorten daarvan, die, of waarvan de producten, niet bestemd zijn voor de voedselketen, noch om in het wild te worden uitgezet;
  1° /2 Vogels : hobbypluimvee en alle andere vogels, behalve het pluimvee als bedoeld onder punt 1° ;";
  2° na definitie 3° wordt een definitie 3° /1 ingevoegd als volgt :
  "3° /1 Uitkipeieren : eieren die minstens 18 dagen bebroed zijn en vervolgens aan een pluimveebedrijf worden geleverd om aldaar uit te kippen;";
  3° in definitie 4° wordt een punt e) toegevoegd als volgt :
  "
  e) Vleesduiven : duiven specifiek gehouden voor de vleesproductie en de duiven als bedoeld in artikel 2, § 2, 7°, tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 juni 2018 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor pluimvee, konijnen en bepaald hobbypluimvee;";
  4° in definitie 5° wordt het punt c) geschrapt;
  5° de definitie 6° wordt vervangen als volgt :
  "6° Beslag pluimvee : het pluimvee, gehouden in een productie-eenheid;";
  6° de definitie 7° wordt vervangen als volgt :
  "7° Toom pluimvee : alle pluimvee van eenzelfde diersoort, eenzelfde type, met dezelfde leeftijd, met dezelfde gezondheidsstatus, dat tegelijkertijd in een productie-eenheid wordt gehouden en dat een epidemiologische eenheid vormt. In voorkomend geval oordeelt het Agentschap over het epidemiologisch verband tussen de eenheden;";
  7° de definitie 10° wordt vervangen als volgt :
  "10° Pluimvee voor directe verkoop van vers vlees : braadkippen of vleeskalkoenen, gehouden op een pluimveebedrijf met geringe capaciteit, waarvan het afgeleide vers vlees rechtstreeks verkocht wordt aan de eindverbruiker;";
  8° definitie 11° wordt vervangen als volgt :
  "11° Stal : het geheel van een enkele voorruimte en een of meerdere compartimenten, met inbegrip van hun uitloopruimten indien aanwezig, die via dezelfde voorruimte worden betreden.
  Indien meerdere stallen via dezelfde voorruimte betreden worden, vormen zij dezelfde productie-eenheid;";
  9° na definitie 11° worden de definities 11° /1 en 11° /2 ingevoegd, als volgt :
  "11° /1 Compartiment : ruimte, al dan niet verdeeld in hokken, met hetzelfde omsloten luchtvolume of een afgescheiden afdeling op een transportmiddel.
  Mestkelders en transportbanden voor mest en voor eieren mogen doorlopend zijn indien zij voldoende afgeschermd zijn en indien het pluimvee er niet direct mee in contact kan komen. In voorkomend geval oordeelt het Agentschap of de afscheiding voldoende is;
  11° /2 Productie-eenheid : het geheel van een of meerdere stallen op een inrichting waarin een toom pluimvee is gehuisvest;";
  10° in definitie 20°, tweede streepje, wordt het vermelde koninklijk besluit vervangen door "koninklijk besluit van 11 november 2013 tot de vaststelling van de voorwaarden waaronder het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen taken kan laten verrichten door zelfstandige dierenartsen, bio-ingenieurs, masters, industrieel ingenieurs of bachelors of door rechtspersonen die activiteiten beoefenen in verband met controle, bemonstering, certificering en audit";
  11° na definitie 35° wordt een definitie 36° ingevoegd als volgt :
  "36° Pluimveehandelaar : de handelaar als bedoeld in artikel 3, § 2, 8° /1 van het koninklijk besluit van 10 juni 2014 betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van landbouwhuisdieren.".

  Art. 52. Na artikel 2 wordt een artikel 2/1 ingevoegd als volgt :
  "Art. 2/1. § 1. Voor een pluimveebedrijf van een pluimveehandelaar gelden de volgende afwijkingen op de definities :
  i. het geheel van het gehouden pluimvee vormt steeds een enkele epidemiologische eenheid;
  ii. het geheel van het gehouden pluimvee vormt steeds een enkele toom;
  iii. in eenzelfde stal of compartiment mag pluimvee van verschillende diersoorten, categorie en leeftijden samen gehouden worden, voor zover ze per diersoort en categorie in afzonderlijke hokken worden gehuisvest;
  iv. het geheel van stallen op de inrichting vormt steeds een enkele productie-eenheid.
  § 2. De bepalingen van paragraaf 1, met uitzondering van punt ii), gelden ook voor de beslagen pluimvee op een pluimveebedrijf met geringe capaciteit.".

  Art. 53. In artikel 23 van hetzelfde besluit, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Het model van certificaat komt overeen met het model voorzien bij voornoemde Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie van 8 augustus 2008.".

  Art. 54. In artikel 30 van hetzelfde besluit, wordt het cijfer "6," ingevoegd voor de woorden "7 en 8".

  Art. 55. Artikel 39, § 3, van hetzelfde besluit, wordt opgeheven.

  Art. 56. Artikel 40 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 40. De pluimveebedrijven met geringe capaciteit zijn verplicht :
  a) om elk hok dat bezet wordt door gebruikspluimvee voor de productie van vlees bij elke leegstand te reinigen en te ontsmetten en in ieder geval minstens tweemaal per jaar;
  b) om elk hok dat bezet wordt door gebruikspluimvee voor de productie van consumptie-eieren bij elke leegstand te reinigen en te ontsmetten en in ieder geval minstens eenmaal per twee jaar.".

  Art. 57. In artikel 41 van hetzelfde besluit, worden respectievelijk het woord "hok" en de woorden "hok of leefruimte" vervangen door het woord "compartiment".

  Art. 58. In bijlage II, DEEL A, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd :
  1° in punt 1 wordt het woord "hokken" vervangen door het woord "compartimenten";
  2° in punt 1 worden in de laatste zin de woorden "fokpluimvee in" ingevoegd tussen de woorden "een pluimveebedrijf met" en de woorden "meerdere beslagen";
  3° in punt 3, onder a), wordt het woord "stal" vervangen door het woord "productie-eenheid".

  Art. 59. In bijlage II, DEEL B, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd :
  1° in punt 1 worden de woorden "van de hokken" vervangen door het woord "ervan";
  2° in punt 6, onder a), worden de eerste woorden "Tenzij voor de pluimveebedrijven die vallen onder b) of c) :" geschrapt;
  3° in punt 6, onder a), wordt het woord "hok" vervangen dor het woord "compartiment";
  4° in punt 6, worden de punten b) en c), opgeheven;
  5° in punt 6, onder d), worden de woorden "hok of leefruimte" vervangen dor het woord "compartiment";
  6° na punt 8, worden de punten 9 en 10 ingevoegd als volgt :
  "
  9. In het bedrijf mag uitsluitend pluimvee worden gehouden dat afkomstig is :
  a) van de inrichting zelf,
  b) van andere bedrijven die beschikken over een toelating 10.1 of 10.2 voor het houden van pluimvee.
  10. De operator mag met zijn pluimvee niet deelnemen aan verzamelingen.".

  Afdeling 7. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 mei 2014 inzake veterinaire controles die van toepassing zijn op het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten

  Art. 60. In artikel 5, § 4, van het koninklijk besluit van 22 mei 2014 inzake veterinaire controles die van toepassing zijn op het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten wordt het tweede lid aangevuld met de woorden "en in artikel 27, tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 juni 2018 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor pluimvee, konijnen en bepaald hobbypluimvee".

  Afdeling 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 2014 betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van landbouwhuisdieren

  Art. 61. In artikel 3, § 1, ii), van het koninklijk besluit van 10 juni 2014 betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van landbouwhuisdieren worden de woorden ", B.5" geschrapt.

  Art. 62. In artikel 3, § 2, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd :
  1° de definitie 3° wordt vervangen als volgt :
  "3° Hobbypluimvee : het pluimvee als bedoeld in artikel 2, § 2, 2°, van het koninklijk besluit van 25 juni 2018 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor pluimvee, konijnen en bepaald hobbypluimvee;",
  2° in definitie 8°, de woorden ", andere dan pluimvee en konijnen," ingevoegd tussen het woord "dieren" en het woord "verhandelt";
  3° na definitie 8°, wordt een definitie 8° /1 ingevoegd, als volgt :
  "8° /1 Pluimveehandelaar : natuurlijke of rechtspersoon die pluimvee en hobbypluimvee verhandelt met gebruikmaking van een inrichting als bedoeld in artikel 43 en die een regelmatige omzetsnelheid heeft in deze dieren;".

  Art. 63. In artikel 3, § 5, van hetzelfde besluit, wordt het enige lid aangevuld met een tweede lid, als volgt :
  "Houders die hun eigen hobbypluimvee, waarvoor zij de verantwoordelijke zijn, zelf verhandelen, worden niet aanzien als handelaars zoals gedefinieerd onder paragraaf 2, punt 8° /1.".

  Art. 64. Artikel 39 van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met de woorden "en indien vermeld, van hobbypluimvee".

  Art. 65. In artikel 40 van hetzelfde besluit, wordt het enige lid aangevuld met een tweede lid, als volgt :
  "Commerciële verzamelingen van hobbypluimvee op andere plaatsen dan vermeld onder bijlage II, B. b, zijn verboden.".

  Art. 66. In artikel 41, § 1, i), van hetzelfde besluit, worden de cijfers "IV, A" vervangen door de cijfers "IV, A.5".

  Art. 67. Artikel 43 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 43. § 1. Een pluimveehandelaar die zijn te verhandelen pluimvee en hobbypluimvee zelf huisvest, mag deze activiteit enkel uitvoeren vanuit een inrichting als bedoeld in § 2.
  § 2. Om een toelating als handelaar te bekomen, dient een pluimveehandelaar te beschikken over een in SANITEL geregistreerd pluimveebedrijf overeenkomstig artikel 6, § 1, 7°, van het koninklijk besluit van 25 juni 2018 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor pluimvee, konijnen en bepaald hobbypluimvee.".

  Art. 68. Artikel 44 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 44. De pluimveehandelaar houdt een register bij en hij stelt verplaatsingsdocumenten op zoals respectievelijk bedoeld in artikel 25, § 4 en in artikel 33 van het koninklijk besluit, vermeld in artikel 43, § 2. Hij dient dit register en deze documenten minimum vijf jaar te bewaren.".

  Art. 69. In artikel 45, tweede lid van hetzelfde besluit, wordt een punt iii) toegevoegd, als volgt :
  "
  iii. voor pluimvee en konijnen : het verplaatsingsdocument, zoals bedoeld in het koninklijk besluit, vermeld in bijlage IV, A.5.".

  Art. 70. In artikel 48, eerste lid van hetzelfde besluit, worden de woorden "en van hobbypluimvee" ingevoegd tussen de woorden "Houders van dieren" en de woorden ", andere dan handelaars".

  Art. 71. In artikel 52 van hetzelfde besluit, wordt het enige lid aangevuld met een tweede lid, als volgt :
  "De bepalingen van artikelen 53 tot en met 54 zijn niet van toepassing op niet-commerciële verzamelingen met paarden als bedoeld onder bijlage II, A, a), b), d), en e).".

  Art. 72. In bijlage I, A, i, van hetzelfde besluit, worden de woorden "hobbypluimvee en van" ingevoegd tussen de woorden "het houden van" en de woorden "dieren als hobby".

  Art. 73. In bijlage I, B, 1, van hetzelfde besluit, wordt het punt d), aangevuld met de woorden "en uitgezonderd het vervoer door de pluimveehandelaar".

  Art. 74. In bijlage II, B, b, eerste zin, van hetzelfde besluit, worden de woorden "en van hobbypluimvee" ingevoegd tussen de woorden "verzamelen van dieren" en de woorden "dat als hoofddoel".

  Art. 75. Bijlage IV, A, van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met een punt 5, als volgt :
  "5. Met betrekking tot pluimvee en konijnen :
  a. Koninklijk besluit van 25 juni 2018 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor pluimvee, konijnen en bepaald hobbypluimvee.".

  Afdeling 9. - Wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2014 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor varkens en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor varkensbedrijven

  Art. 76. In artikel 7, § 2, van het koninklijk besluit van 1 juli 2014 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor varkens en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor varkensbedrijven, worden het tweede en het derde lid geschrapt.

  HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen

  Art. 77. De kosten die verbonden zijn aan de identificatie en de registratie van pluimvee, hobbypluimvee en konijnen, bedoeld bij dit besluit, worden gedragen door de houders.

  Art. 78. Voor elk pluimveebedrijf dat op datum van de inwerkingtreding van dit besluit reeds beschikt over een beslagnummer, dient de verantwoordelijke de gegevens in SANITEL te controleren en desgevallend aan te passen voor het einde van de zesde maand die volgt op de maand van de inwerkingtreding van dit besluit.
  Elk bedrijf, andere dan bedoeld bij het koninklijk besluit van 17 juni 2013, actief op datum van de inwerkingtreding van dit besluit en dat nog niet geregistreerd is, dient geregistreerd te zijn voor het einde van de vijfde maand die volgt op de maand van inwerkingtreding van dit besluit.
  Elke duiventil die op de in het tweed lid bedoelde datum niet geregistreerd werd overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, wordt beschouwd als zijnde een duiventil met duiven die niet bestemd zijn voor de voedselketen.

  Art. 79. De Minister kan de bijlagen bij dit besluit wijzigen.

  Art. 80. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2018.

  Art. 81. De minister bevoegd voor de veiligheid van de voedselketen is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. BIJLAGE I.
  Inhoud van de aanvraag voor de registratie van een bedrijf in toepassing van artikel 7, § 1
  A. De aanvraag voor de registratie van een bedrijf dient het volgende te bevatten :
  1.Facultatief : de ingevulde bijlage bij het ministerieel besluit van 8 augustus 2008 tot vaststelling van de bijzondere modaliteiten voor een melding met het oog op registratie of een aanvraag voor toelating en/of erkenning bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. In voorkomend geval maakt de vereniging dit document over aan de lokale controle-eenheid van het Agentschap.
  De gegevens uit deze bijlage bij het ministerieel besluit van 8 augustus 2008 mogen ook verwerkt worden in een eigen document van de vereniging voor zover alle items daarin worden voorzien en voor zover de vereniging op ieder moment een elektronische kopie van dit document ter beschikking houdt van de lokale controle-eenheid van het Agentschap.
  2. Bij een aanvraag voor meerdere beslagen pluimvee op hetzelfde bedrijf : een gedetailleerd bedrijfsplan met daarop :
  a. Een genummerde aanduiding van de verschillende stallen en desgevallend de daarbij horende uitloopruimten die gebruikt zullen worden onder hetzelfde beslagnummer;
  b. Per gevraagd beslag, de gegevens onder punt 3.
  3. Voor een bedrijf waarbij voor het houden van het pluimvee ook een toelating vereist is, de karakteristieken van het bedrijf en van het pluimvee, per beslag, waarop de aanvraag van toepassing is, waaronder :
  a. De soort(en) pluimvee,
  b. De categorieën van de gehouden dieren : opfokpluimvee (selectie, vermeerdering, gebruik), fokpluimvee (selectie, vermeerdering), gebruikspluimvee (legpluimvee of gebruikspluimvee type vlees), indien kippen : legkippen of braadkippen,
  c. Het type dieren : type leg of type vlees,
  d. De aanduiding indien buitenloop wordt toegepast (ja/neen),
  e. De capaciteit : desgevallend per beslag.
  Indien er op het bedrijf meerdere beslagen worden gehouden, dienen de gegevens per beslag te worden opgegeven.
  4. Voor een bedrijf waarbij voor het houden van het pluimvee geen toelating vereist is :
  a. Of er pluimvee of hobbypluimvee of beiden gehouden worden, in bijzonder of er legkippen worden gehouden,
  b. Of het totaal aantal stuks permanent gehouden pluimvee en/ of het aantal stuks hobbypluimvee elk apart het aantal van 199 stuks wel of niet overschrijdt,
  c. De aanduiding indien buitenloop wordt toegepast (ja/neen),
  d. Bij het houden van hobbypluimvee : het adres waar het hobbypluimvee wordt gehouden.
  5. De verantwoordelijke houder van het pluimvee :
  a. Zijn ondernemingsnummer in de Kruispuntbank voor ondernemers (KBO),
  b. Indien a) niet van toepassing is, zijn rijksregisternummer,
  c. Indien a) en b) niet van toepassing zijn : zijn naam, voornaam en adres.
  6. De verantwoordelijke houder van het hobby pluimvee :
  a. Zijn rijksregisternummer,
  b. Indien a) niet van toepassing is : zijn naam, voornaam en adresgegevens.
  B. De aanvraag voor de registratie van een konijnenbedrijf dient het volgende te bevatten :
  1. Facultatief : dezelfde gegevens als vermeldt onder punt A.1.
  2. De capaciteit van het konijnenbedrijf : het aantal fokkonijnen (voedsters) en het aantal vleeskonijnen.
  3. De verantwoordelijke houder van de konijnen :
  a. Zijn ondernemingsnummer in de Kruispuntbank voor ondernemers (KBO),
  b. Indien a) niet van toepassing is, zijn rijksregisternummer,
  c. Indien a) en b) niet van toepassing zijn : zijn naam, voornaam en adres.

  Art. N2. BIJLAGE II.
  Inhoud van de aanvraag voor erkenning van een identificatiemiddel
  1. Schrijven tot aanvraag van een "erkenning voor type X".
  2. Inlichtingen over de aanvrager :
  a. Coördinaten,
  b. Referenties.
  3. Ondertekening van de aanvraag + akkoordverklaring voor de bepalingen van artikel 16.
  4. Inlichtingen over de productie :
  a. Productiecapaciteit,
  b. Productieproces : eventuele behaalde kwaliteitsnorm en gevoerde autocontrole.
  5. Inlichtingen over het identificatiemiddel en de vereisten van het plaatsingsmateriaal :
  a. Beschrijving,
  b. Gedetailleerde technische tekening,
  c. Maten.
  6. Inlichtingen over logistiek & informatica :
  a. Modaliteiten : leveringstermijn, verpakking, verzending,
  b. Relevante informatie waaruit blijkt dat voldaan is aan artikel 16,
  c. Procedure voor de bestelling van identificatiemiddelen.
  7. Monster van het identificatiemiddel (minimum 200 stuks) en plaatsingsmateriaal, welke beiden gratis ter beschikking worden gesteld. Deze monsters mogen aangeleverd worden in een standaardkleur.

  Art. N3. BIJLAGE III.
  Criteria voor een pootring.
  A. Een gesloten pootring heeft de volgende kenmerken :
  a) de kenmerken als beschreven onder punt C;
  b) hij is niet vervormbaar;
  c) hij is slijtvast;
  d) hij is naadloos : dat wil zeggen een ononderbroken ring of manchet, zonder enige naad of las;
  e) hij is van zodanig formaat dat hij, nadat hij in de eerste levensdagen is aangebracht, niet meer kan worden verwijderd van de poot zonder beschadiging of verandering wanneer de poot zijn definitieve omvang heeft bereikt. Bij het aanbrengen van de ring mag de poot niet worden verwond.
  B. Een open pootring heeft de volgende kenmerken :
  a) de kenmerken als beschreven onder punt C;
  b) hij is na sluiting niet meer te openen, zonder dat de sluiting beschadigd wordt;
  c) hij is niet vervormbaar;
  d) hij is slijtvast.
  C. Een pootring heeft de volgende visuele kenmerken :
  I. hij is zalmkleurig;
  II. hij bevat de volgende opschriften in het zwart :
  a) de landcode "BE";
  b) de beslagcode;
  c) een volgnummer per beslagcode, te beginnen vanaf "01";
  III. hij mag facultatief andere gegevens bevatten, voor zover de leesbaarheid van de gegevens, vermeld onder punt ii), niet in het gedrang komt.

  Art. N4. BIJLAGE IV bij het koninklijk besluit van 14 mei 2012 betreffende de retributies inzake identificatie en registratie van dieren.
  RETRIBUTIE VOOR HET PLUIMVEE EN HET HOBBYPLUIMVEE
  
  

  
A Jaarlijkse retributie voor beslagen met pluimvee en met hobbypluimvee op een zelfde bedrijf :
1. voor het eerste beslag1 € 58,30
2. voor elk volgend beslag1, 2 € 15,00
3.voor elk beslag pluimvee1 met minder dan 200 stuks pluimvee € 21,20
4. voor elk beslag hobbypluimvee1 met minder dan 200 stuks pluimvee € 21,20
1 Voor het (her)activeren van een beslag en per actief beslag op 1 januari.
2 Niet van toepassing op pluimveebedrijven met geringe capaciteit
B Jaarlijkse retributie voor broeierijen € 58,30
C Retributie voor bedrijfsbezoeken : € 31,80
per begonnen half uur per persoon.



  Art. N5. BIJLAGE V bij het koninklijk besluit van 14 mei 2012 betreffende de retributies inzake identificatie en registratie van dieren.
  RETRIBUTIE VOOR DE KONIJNEN
  
  

  
A Jaarlijkse retributie voor beslagen met konijnen op een zelfde bedrijf :
1.voor het eerste beslag1 € 58,30
2. voor elk volgend beslag1 € 15,00
3. voor elk beslag konijnen1 met minder dan 20 voedsters of 200 vleeskonijnen € 21,20
1 Voor het (her)activeren van een beslag en per actief beslag op 1 januari.
B Retributie voor bedrijfsbezoeken : € 31,80
per begonnen half uur per persoon.


Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 25 juni 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Landbouw,
D. DUCARME

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op artikel 108 van de Grondwet;
   Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, artikel 8, eerste lid, 1°, artikel 9, 2° en 3°, artikel 15, 1° en 2°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, artikel 17, gewijzigd bij de wetten van 23 december 2005 en 20 juli 2006, artikel 18 en artikel 18 bis, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990 en gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007;
   Gelet op de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 4, §§ 1 en 2, artikel 4, § 3, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, artikel 4, § 5, eerste lid, artikel 4, § 6, gewijzigd bij de wetten 13 juli 2001 en 9 juli 2004 en artikel 5, tweede lid, 13°, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003;
   Gelet op het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen, bekrachtigd bij de wet van 19 juli 2001, artikel 3bis, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2003 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 23 december 2005;
   Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 2001 houdende het toevertrouwen van bijkomende opdrachten aan het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 2, d);
   Gelet op het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 3 juni 2007 betreffende de identificatie en de registratie van schapen, geiten en hertachtigen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 5 mei 2008 betreffende de bestrijding van aviaire influenza;
   Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 2011 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 14 mei 2012 betreffende de retributies inzake identificatie en registratie van dieren;
   Gelet op het koninklijk besluit van 17 juni 2013 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor inrichtingen voor pluimvee;
   Gelet op het koninklijk besluit van 22 mei 2014 inzake veterinaire controles die van toepassing zijn op het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten;
   Gelet op het koninklijk besluit van 10 juni 2014 betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van landbouwhuisdieren;
   Gelet op het koninklijk besluit van 1 juli 2014 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor varkens en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor varkensbedrijven;
   Gelet op het advies 15-2016 van het Wetenschappelijk Comité van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op 18 november 2016;
   Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de Federale Overheid van 13 december 2016;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 5 december 2016;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 13 januari 2017;
   Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikels 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
   Gelet op advies 62.815/3 van de Raad van State, gegeven op 12 maart 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Landbouw en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie