J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2014/04/24/2014011366/justel

Titel
24 APRIL 2014. - Koninklijk besluit houdende reglementering van de postdienst
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-07-2014 en tekstbijwerking tot 08-04-2021)

Bron : ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 09-07-2014 nummer :   2014011366 bladzijde : 52198       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2014-04-24/92
Inwerkingtreding : 09-09-2014

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2007011282        2007D11267        2007A11267        2007C11267        2013A03122        1970011222       

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Definities
Art. 1
TITEL II. - Behandeling en bezorging van postzendingen
HOOFDSTUK I. - Principes
Art. 2-4
HOOFDSTUK II. - Brieven, briefkaarten en drukwerken
Art. 5-7
HOOFDSTUK III. - Bezorging van ingeschreven zendingen
Art. 8-18, 18bis
HOOFDSTUK IV. - Volmachten
Art. 19
HOOFDSTUK V. - Onbestelbare zendingen
Art. 20
HOOFDSTUK VI. - Tot het postvervoer uitgesloten postzendingen
Art. 21
TITEL III. - Opdrachten van openbare dienst
HOOFDSTUK I. - Universele postdienst
Afdeling I. - Frankering
Onderafdeling I. - Frankeerwijze en onvoldoende gefrankeerde zendingen
Art. 22-23
Onderafdeling II. - Frankeermachines
Art. 24-27
Onderafdeling III. - Postzegels
Art. 28-29
Afdeling II. - Afmetingen en normalisatie van brievenpost
Onderafdeling I. - Afmetingen
Art. 30-31
Onderafdeling II. - Normalisatie
Art. 32
Onderafdeling III. - Algemene bepaling
Art. 33
Afdeling III. - Postaal adres
Art. 34
Afdeling IV. - Bundeling van de zendingen
Art. 35
Afdeling V. - Brievenbus
Art. 36
Afdeling VI. - Bezorging van gewone zendingen waarvan de geadresseerde overleden is
Art. 37
Afdeling VII. - Dienst voor adresveranderingen en bewaring van postzendingen
Art. 38
HOOFDSTUK II. - Andere opdrachten van openbare dienst
Afdeling I. - Bestelling van postzegels door de tussenkomst van de postbezorger op dienstronde
Art. 39
Afdeling II. - Dagbladen en tijdschriften
Art. 40-41
Afdeling III. - Postabonnementen op dagbladen en tijdschriften
Art. 42-47
Afdeling IV. - Verkiezingsdrukwerken
Art. 48
Afdeling V. - Administratieve brievenpost
Onderafdeling I. - Administratieve brievenpost portvrij tot het vervoer aangenomen
Art. 49-51
Onderafdeling II. - Administratieve brievenpost toegelaten tot het vervoer mits uitgestelde vergoeding
Art. 52-53
Onderafdeling III. - Administratieve brievenpost die moet gefrankeerd worden
Art. 54
Onderafdeling IV. - Algemene bepalingen
Art. 55-59
Afdeling VI. - Brievenpost uitgaande van of geadresseerd aan militairen
Art. 60-61
TITRE IV. - Wijzigingsbepalingen
Art. 62-63
TITEL V. - Slotbepalingen
Art. 64-67
BIJLAGEN.
Art. N1-N4

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Definities

  Artikel 1. § 1. Tenzij anders is bepaald, hebben de uitdrukkingen die in dit besluit worden gebruikt, de betekenis die eraan is gegeven door artikel 131 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige overheidsbedrijven.
  § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° voorzijde : de zijde van een postzending waarop het adres van de geadresseerde en de frankeerzone vermeld staat;
  2° port : synoniem van tarief wat de vergoeding betreft voor gewone prestaties voor het transport van een postzending;
  3° tarief : prijs voor de vergoeding voor een prestatie van een aanbieder van postdiensten;
  4° gevolmachtigde : persoon aangesteld om als tussenpersoon te dienen tussen de leden van een militaire of civiele gemeenschap en de aanbieder van postdiensten;
  5° Blindenschrift : i) de klankopnamen en het speciaal papier, uitsluitend bestemd voor het gebruik door de blinden, op voorwaarde dat deze voorwerpen verzonden zijn door een officieel erkende instelling voor blinden of geadresseerd zijn aan een dergelijke instelling, ii) de door een mechanische of andere behandeling verkregen afdrukken, iii) de open brieven en blindenschrift en de clichés die blindenschrifttekens dragen;
  6° de Wet : de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.

  TITEL II. - Behandeling en bezorging van postzendingen

  HOOFDSTUK I. - Principes

  Art. 2. Onverminderd de mogelijkheid voor de aanbieders van postdiensten om bijkomende formules voor bezorging voor te stellen en onder voorbehoud van de toepassing van artikel 34 van dit besluit door de aanbieder van de universele dienst, worden de postzendingen bezorgd op het adres vermeld door de afzender.

  Art. 3. Geen enkele aanbieder van postdiensten is verplicht de postzendingen op de verdiepingen te bezorgen.
  De ingeschreven postzendingen bestemd voor personen met een beperkte mobiliteit of visuele beperking, worden wel bezorgd op verdiepingen behoudens andersluidende afspraken tussen de aanbieder van postdiensten en de bestemmeling.

  Art. 4. De aanbieder van postdiensten neemt de nodige maatregelen om de integriteit van de inhoud van de postzendingen tijdens hun behandeling en bezorging te garanderen.

  HOOFDSTUK II. - Brieven, briefkaarten en drukwerken

  Art. 5. Wordt als brief beschouwd :
  1° alle brievenpost zoals bedoeld in artikel 131, 8° van de Wet, van welke aard ook, verzonden zonder of in een al dan niet gesloten omslag, en die het karakter heeft van een actuele en persoonlijke, of als dusdanig te beschouwen mededeling;
  2° alle brievenpost die de afzender als brieven wil doen behandelen.

  Art. 6. § 1. Worden als briefkaarten beschouwd, alle zendingen bestaande uit een actuele en persoonlijke mededeling voorkomende op een zonder omslag verzonden kaart. Briefkaarten moeten rechthoekig zijn en uit karton of stevig papier vervaardigd zijn om de behandeling niet te hinderen en mogen geen uitstekende delen of delen in reliëf bevatten.
  § 2. De aanbieder van postdiensten kan in zijn algemene of bijzondere voorwaarden bijkomende voorwaarden bepalen van ondermeer operationele aard die van toepassing zijn voor briefkaarten.

  Art. 7. Als drukwerk worden beschouwd, de reproducties verkregen in meerdere identieke exemplaren door om het even welke werkwijze.
  De drukwerken mogen geen enkele aanduiding dragen, noch enig document bevatten dat het karakter heeft van een actuele en persoonlijke mededeling.
  Mogen op de drukwerken aangeduid worden, de naam en het adres van de afzender en de bestemmeling met of zonder vermelding van hoedanigheid, beroep en firmanaam, de plaats en de datum van verzending, de volg- en inschrijvingsnummers die betrekking hebben op haar voorwerp of op de bestemmeling alsmede andere, door de aanbieder van postdiensten toegelaten, aanduidingen.

  HOOFDSTUK III. - Bezorging van ingeschreven zendingen

  Art. 8. § 1. De ingeschreven zendingen worden bezorgd tegen aftekening door de geadresseerde of zijn gevolmachtigde waarvan de hoedanigheid zal worden aangetoond conform de bepalingen van artikel 19 van dit besluit, mits verificatie van de identiteit van de persoon die de zending ontvangt. Teneinde aan te tonen dat de identiteit wel degelijk werd gecontroleerd, zal de aanbieder van postdiensten een handgeschreven, fotografische of elektronische kopie nemen van het identiteitsstuk of eender welk bewijsmiddel gebruiken die het nuttig zal achten. Het bewijs van de verificatie van identiteit zal gedurende tenminste 13 maanden worden bewaard door de aanbieder van postdiensten.
  § 2. De ingeschreven zendingen bestemd voor een feitelijke vereniging of een maatschappij zonder rechtspersoonlijkheid worden afgegeven tegen aftekening door één van de vennoten of leden, of hun gevolmachtigde.
  § 3. Wanneer de door de afzender vermelde naam en het adres van de geadresseerde een handelsbenaming of een firmanaam van een rechtspersoon bevat, wordt de ingeschreven zending beschouwd als bestemd voor de rechtspersoon in kwestie.

  Art. 9. § 1. De aanbieder van postdiensten bezorgt een afgiftebewijs aan de afzender van een ingeschreven zending.
  § 2. Dit afgiftebewijs bevat ten minste de volgende informatie :
  1° de naam en het adres van de geadresseerde;
  2° het identificatienummer van de verzending;
  3° de naam en het adres van de aanbieder van postdiensten;
  4° de plaats en datum van afgifte;
  5° het type van ingeschreven zending en, desgevallend, de aanwezigheid van een ontvangstbewijs.

  Art. 10. § 1. De aanbieder van postdiensten geeft een ontvangstbewijs af aan de afzender van een ingeschreven zending indien de afzender voor deze optie heeft gekozen op het ogenblik van afgifte.
  § 2. Het ontvangstbewijs bevat ten minste de volgende informatie :
  1° de naam, de firmanaam en het adres van de aanbieder van postdiensten;
  2° de datum van afgifte van de verzending waarop het betrekking heeft;
  3° het identificatienummer van de zending;
  4° in geval van effectieve bezorging van de zending waarop het betrekking heeft, de naam en handtekening van de persoon die de zending ontvangt alsook de datum van deze inontvangstneming.

  Art. 11. § 1. Blindenschrift en de ermee gelijkgestelde voorwerpen mogen, op verzoek van de afzender, worden aangetekend zonder aanrekening van een bijkomend tarief voor de aantekening.
  § 2. Aangetekende stukpostzendingen van blindenschrift en de ermee gelijkgestelde voorwerpen mogen worden afgegeven door de tussenkomst van een postbode op dienstronde zonder aanrekening van een bijkomend tarief.

  Art. 12. De aangetekende postzendingen, alsmede die met een aangegeven waarde van ten hoogste 250 euro, geadresseerd in burgerlijke of militaire inrichtingen mogen, aan de eigenaar, bestuurder of burgerlijke of militaire gevolmachtigde van de inrichting worden afgegeven indien hij verklaart al de verantwoordelijkheid welke uit die afgifte kan voortvloeien op zich te nemen, à décharge van de aanbieder van postdiensten.

  Art. 13. Ingeschreven postzendingen waarvan het adres een advocaat, openbare gezagdrager of een voogd aanduidt bij wie de geadresseerde woonplaats gekozen heeft, mogen aan die persoon afgegeven worden.

  Art. 14. Onder voorbehoud van zelfstandig verklaarde minderjarigen, worden ingeschreven zendingen voor minderjarigen of verlengd minderjarigen, afgegeven door de aanbieder van postdiensten aan de personen onder wier gezag of hoede de ontvanger geplaatst is.

  Art. 15. Ingeschreven postzendingen worden tegen aftekening afgegeven aan de persoon die bevoegd is om ze in ontvangst te nemen. Is die persoon wettelijk onbekwaam, dan worden hem die postzendingen afgegeven in bijzijn van twee in de gemeente wonende en door de distributeur gekende personen. Deze personen bevestigen de afgifte op het aftekenbescheid.
  Geldt het echter een postzending met aangegeven waarde van meer dan 250 euro, dan kan de postale aanbieder beslissen dat de afgifte alleen plaats heeft aan het loket van het postaal servicepunt dat op het bij de geadresseerde achtergelaten bericht vermeld is

  Art. 16. Bij vruchteloze aanbieding aan huis van de ingeschreven zendingen wordt hiervan bericht achtergelaten. In dit geval kunnen ingeschreven zendingen, met uitzondering van de gerechtsbrieven waarvan de behandeling geregeld is in artikel 46 van het Gerechtelijk Wetboek, worden afgehaald op de plaats die vermeld is op het bericht gedurende een termijn van 15 dagen, de dag van aanbieding niet inbegrepen, onverminderd het recht van de aanbieder van postdiensten om andere mogelijkheden voor afhaling voor te stellen.

  Art. 17. Worden niet, op het adres van de geadresseerde afgegeven de postzendingen met aangegeven waarde van meer dan 750 euro. Die postzendingen kunnen binnen de bij artikel 16 bepaalde termijn afgehaald worden op de plaats die aangeduid is op een bij de geadresseerde achtergelaten bericht.

  Art. 18. Ingeschreven zendingen voor overleden personen worden afgegeven aan de rechthebbenden.

  Art. 18bis. [1 Van 1 september 2020 tot 30 juni 2021 worden de aangetekenden zendingen en zendingen met aangegeven waarde, in afwijking van artikelen 8, §§ 1 en 2, 10, § 2, 4° en 15, bezorgd zonder aftekening voor ontvangst of zonder aftekening door de persoon die bevoegd is om ze in ontvangst te nemen. De identiteit van de ontvanger of van zijn gevolmachtigde wordt geverifieerd overeenkomstig de nadere regels waarin artikel 8, § 1, voorziet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2021-03-26/07, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 18-04-2021>
  

  HOOFDSTUK IV. - Volmachten

  Art. 19. § 1. De ingeschreven zendingen mogen slechts aan een gevolmachtigde van de bestemmeling (rechtspersoon of natuurlijk persoon) of aan de wettelijke vertegenwoordiger van een rechtspersoon afgegeven worden op voorlegging van een postvolmacht waaruit formeel de bevoegdheid blijkt om de postzendingen te ontvangen.
  § 2. Zonder afbreuk te doen aan de toepassing van de eerste paragraaf op de uitreiking van zulke titels, kunnen de betaling van postcheques, postassignaties, circulaire postcheques, postwissels, bankcheques of andere titels die een waarde vertegenwoordigen en de uitvoering van andere financiële verrichtingen niet worden geëist bij het enkel aanbieden van een postvolmacht.
  § 3. Wordt enkel beschouwd als postvolmacht krachtens dit besluit :
  1° de postvolmachtkaart afgegeven aan een organisatie of op naam van een persoon conform de voorschriften van paragraaf 5, die ten minste overeenstemt met het model dat is bijgevoegd bij dit besluit als bijlage 3;
  2° het officiële document van de Kruispuntbank van de Ondernemingen waarin de personen met een volmacht om de ingeschreven zendingen in naam van de geadresseerde maatschappij of organisatie te ontvangen, worden vermeld;
  3° de verzending van een notariële of gerechtelijke akte of elke publicatie in het Belgisch Staatsblad die de personen aanduidt die een volmacht hebben om de ingeschreven zendingen te ontvangen, op voorwaarde dat deze enkel wordt aangeboden in een postaal servicepunt;
  4° enkel voor de ingeschreven zendingen gericht aan natuurlijke personen, de onderhandse akte die de personen aanduiden die een volmacht hebben om de ingeschreven zendingen te ontvangen en die overeenstemt met het model dat wordt bijgevoegd bij dit besluit als bijlage 4 en dat wordt vergezeld van het origineel of van een fotokopie van een geldig identiteitsstuk van de geadresseerde.
  § 4. Elke aanbieder van postdiensten die houder is van een vergunning afgegeven door het Instituut, kan een postvolmacht geven conform de nadere bepalingen uit paragraaf 5, die tenminste overeenstemt met het model dat werd bijgevoegd bij dit besluit als bijlage 3 teneinde het houden van een dergelijke volmacht te concretiseren.
  § 5. Om een postvolmachtkaart te krijgen, moet elke aanvrager de volgende documenten bezorgen aan de aanbieder van postdiensten :
  1° in geval van volmacht voor een natuurlijk persoon : een kopie van het identiteitsstuk (voor- en achterzijde) van de persoon die volmacht geeft;
  2° in geval van volmacht voor een rechtspersoon :
  - een kopie van het identiteitsstuk van de wettelijke vertegenwoordiger van de rechtspersoon (voor- en achterzijde);
  - een bewijs van vertegenwoordiging of benoeming waaruit blijkt dat de persoon die de aanvraag indient wettelijk in staat is om dat te doen in naam van de rechtspersoon;
  - in geval van recente verhuizing die nog niet is geregistreerd in het Belgisch Staatsblad : een kopie van het officiële bewijs van adreswijziging.
  De geldigheidsduur van een postvolmachtkaart mag niet langer geldig zijn dan tweeënveertig maanden.

  HOOFDSTUK V. - Onbestelbare zendingen

  Art. 20. § 1. Behoudens andersluidende overeenkomst tussen de aanbieder van postdiensten en de afzender, worden de postzendingen die behandeld zijn door dezelfde aanbieder van postdiensten die niet konden worden afgegeven aan de geadresseerde, teruggestuurd naar de afzender op voorwaarde dat een geldig retouradres werd aangebracht. De ingeschreven zendingen die worden teruggestuurd naar de afzender worden afgegeven aan de afzender conform de bepalingen van het Hoofdstuk III van Titel II van dit besluit.
  Teneinde de identificatie van de afzender van de zending te bevorderen en zonder daarom enige resultaatsverbintenis te genereren in hoofde van de aanbieder van postdiensten, hebben de personeelsleden van de aanbieder van postdiensten die door de aanbieder van postdiensten werden gemachtigd om de onbestelbare zendingen te openen, conform de nadere bepalingen vastgelegd in dit besluit, de bevoegdheid om onmiddellijk de onbestelbare postzendingen te openen.
  § 2. Wat betreft internationale binnenkomende postzendingen, is de terugzending van postzendingen die niet aan de geadresseerde konden worden bezorgd, niet verplicht, tenzij de afzender uitdrukkelijk de terugzending gevraagd heeft via een vermelding op de enveloppe in één van de landstalen of het Engels. Echter, indien het gaat om herhaalde falende pogingen tot bezorging of zendingen in groot aantal, tracht de aanbieder van postdiensten de zendingen terug te sturen naar de afzender of hem op een gepaste wijze te informeren. Aangetekende zendingen en boeken moeten steeds worden teruggezonden.
  § 3. De onbestelbare zendingen worden vernietigd bij het verstrijken van een termijn die loopt van de dag van hun terpostbezorging en respectievelijk vastgesteld is op :
  1. een maand en half als het gaat om gewone postzendingen;
  2. zes maanden voor ingeschreven zendingen.
  Na het verstrijken van die termijn, vervallen de waardevolle voorwerpen en documenten die de postzendingen bevatten, aan de Schatkist.
  De postzendingen, die van het vervoer met de aanbieder van postdiensten zijn uitgesloten en aan de afzender niet kunnen worden terugbezorgd, worden als onbestelbaar beschouwd en dadelijk vernietigd als zij een gevaar opleveren voor de personen of zaken.
  § 4. De vergunninghouder is verplicht de postzendingen te bewaren totdat de bewaringstermijn verstreken is, zelfs indien zijn vergunning afloopt vóór het verstrijken van de termijn.
  Indien een vergunning wordt ingetrokken voordat de bewaringstermijn verstreken is, bezorgt de vergunninghouder de postzendingen onmiddellijk aan het Instituut, dat deze zal bewaren totdat de termijn verstreken is. De bewaarkosten komen ten laste van de vergunninghouder wiens vergunning ingetrokken is.

  HOOFDSTUK VI. - Tot het postvervoer uitgesloten postzendingen

  Art. 21. § 1. Onverminderd de bevoegdheid van aanbieders van postdiensten om op basis van objectieve en relevante redenen bijkomende verbodsbepalingen in hun algemene voorwaarden in te lassen, worden in ieder geval niet tot het vervoer toegelaten :
  1° zendingen die onder toepassing vallen van het strafwetboek of van strafrechtelijke bepalingen welke de overtredingen van bijzondere wetten beteugelen;
  2° postzendingen die op de buitenzijde aantekeningen dragen die strijdig zijn met de openbare orde of de goede zeden;
  3° voorwerpen die door hun aard of hun verpakking gevaar kunnen opleveren voor het personeel of het grote publiek en die andere zendingen, de postuitrusting of goederen die aan derden toebehoren kunnen bevuilen of beschadigen;
  4° wapens, met inbegrip van dolken, dolkmessen en knotsen;
  5° namaakproducten en illegale kopieën.
  § 2. De insluiting van de hierna bedoelde voorwerpen is verboden in postzendingen :
  1° verdovende middelen en psychotrope stoffen zoals bepaald door de Internationale raad voor Narcoticacontrole, het INCB;
  2° ontplofbare, ontvlambare of andere stoffen en gevaarlijke goederen;
  3° inerte ontplofbare tuigen en militair materieel, waaronder inerte granaten, inerte obussen en andere vergelijkbare artikelen, alsook van reproducties van dergelijke tuigen en artikelen.
  § 3. De insluiting van de hierna bedoelde voorwerpen is verboden in postzendingen die niet ingeschreven zijn :
  1°. de waarden aan toonder waarvan het bedrag wordt vastgelegd door de minister die bevoegd is voor de postale reglementering;
  2°. muntstukken;
  3°. gouden of zilveren voorwerpen;
  4°. juwelen;
  5°. andere kostbaarheden.
  § 4. Uitzonderlijk worden de hierna vermelde stoffen en materialen die in de postzendingen worden verzonden toegelaten onder de in de bijlage II vastgestelde voorwaarden :
  1. Besmettelijke substanties, met uitzondering van stoffen van categorie A die besmettelijk zijn voor mens, UNO-nr. 2814, en dier, UNO-nr. 2900, zijn toegestaan in brievenpostzendingen en postpakketten onder de volgende voorwaarden :
  a) De besmettelijke substanties verzonden in brievenpostzendingen en postpakketten mogen maar met de post worden verstuurd in het kader van uitwisselingen tussen officieel erkende gekwalificeerde laboratoria;
  b) De besmettelijke stoffen van categorie B, UNO-nr. 3373, mogen in de post worden aanvaard, onder voorbehoud van de vigerende bepalingen van de nationale en internationale wetgeving en van de huidige uitgave van de Aanbevelingen van de Verenigde Naties over het transport van gevaarlijke goederen, zoals afgekondigd door de Internationale Organisatie voor de burgerluchtvaart, het ICAO.
  2. Zendingen van radioactieve stoffen waarvan de inhoud en de verpakking voldoen aan de reglementen van het Internationaal Atoomagentschap, die in speciale uitzonderingen voorzien voor bepaalde categorieën van zendingen, worden tot het postvervoer toegelaten op voorwaarde dat er door de bevoegde instanties een voorafgaande vergunning is verleend. De aanbieders van postdiensten kunnen de plaatsen aanwijzen die speciaal bestemd zijn om de afgifte van zendingen die radioactieve stoffen bevatten, te aanvaarden. Radioactieve stoffen mogen enkel door behoorlijk gemachtigde afzenders worden afgegeven.
  3. Vrijgestelde stalen die afgenomen zijn van zieke mensen of dieren mogen enkel tussen officieel erkende afzenders, via postale weg worden uitgewisseld. Deze stoffen mogen in de post worden aanvaard, onder voorbehoud van de vigerende bepalingen van de nationale en internationale wetgeving en van de huidige uitgave van de Aanbevelingen van de Verenigde Naties over het transport van g