J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 14 uitvoeringbesluiten
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2007/07/12/2007202552/justel

Titel
12 JULI 2007. - Besluit van de Waalse Regering tot herziening van het technisch reglement voor het beheer van de gasdistributienetten en de toegang daartoe

Bron :
WAALSE GEWEST
Publicatie : 21-08-2007 nummer :   2007202552 bladzijde : 43836       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2007-07-12/45
Inwerkingtreding : 21-08-2007

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2004203525       

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Algemeen.
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
Afdeling 1.1. - Wettelijk kader en definities.
Art. 1-3
Afdeling 1.2. - Opdrachten en verplichtingen van de netbeheerder.
Art. 4-6
HOOFDSTUK II. - Informatie-uitwisseling en confidentialiteit.
Afdeling 2.1. - Informatie-uitwisseling.
Art. 7-12
Afdeling 2.2. - Vertrouwelijkheid.
Art. 13-14
HOOFDSTUK III. - Bekendmaking van de algemene voorwaarden en informaties en van de procedures en formulieren.
Art. 15
HOOFDSTUK IV. - Toegankelijkheid van de installaties.
Afdeling 4.1. - Voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen.
Art. 16
Afdeling 4.2. - Toegankelijkheid van de installaties van de netbeheerder.
Art. 17
Afdeling 4.3. - Bijzondere modaliteiten betreffende de installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet.
Art. 18-19
Afdeling 4.4. - Toegankelijkheid van de installaties van de netgebruiker.
Art. 20-21
HOOFDSTUK V. - Overmacht en noodsituatie.
Art. 22-26
HOOFDSTUK VI. - Minimale technische vereisten voor de inrichting van netinfrastructuren.
Art. 27
HOOFDSTUK VII. - Directe leidingen.
Art. 28-32
HOOFDSTUK VIII. - Gas uit hernieuwbare bronnen en fataal gas.
Art. 33-37
TITEL II. - Planningscode.
HOOFDSTUK I. - Gegevens met het oog op het opmaken van het aanpassings- en uitbreidingsplan.
Art. 38-39
HOOFDSTUK II. - Informatie-uitwisseling betreffende de planning tussen netbeheerder en netgebruiker.
Afdeling 2.1. - Algemeen.
Art. 40
Afdeling 2.2. - Kennisgeving.
Art. 41-47
TITEL III. - Aansluitingsplan.
HOOFDSTUK I. - Technische voorschriften voor aansluitingswerken.
Afdeling 1.1. - Algemeen.
Art. 48-49
Afdeling 1.2. - Aansluitingssoorten.
Art. 50-51
Afdeling 1.3. - Algemene technische voorschriften.
Art. 52-59
Afdeling 1.4. - Omgeving van de installaties.
Art. 60-62
HOOFDSTUK II. - Nieuwe aansluiting op het distributienet.
Afdeling 2.1. - Indiening van een aansluitingsaanvraag.
Art. 63-67
Afdeling 2.2. - Behandeling van een aansluitingsaanvraag door de netbeheerder.
Art. 68-73
Afdeling 2.3. - Aanvraag om oriëntatieonderzoek en voorproject van aansluiting.
Art. 74-80
Afdeling 2.4. - Aanvraag om uitvoerig onderzoek en aansluitingsproject.
Art. 81-86
Afdeling 2.5. - Algemene aansluitingsvoorwaarden.
Art. 87-89
Afdeling 2.6. - Aansluitingscontract.
Art. 90-94
Afdeling 2.7. - Uitvoering van het aansluitingswerk.
Art. 95
Afdeling 2.8. - Indienststelling van een toegangspunt.
Art. 96-98
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het statuut of van de configuratie van bestaande aansluitingswerken.
Afdeling 3.1. - Overgangsperiode en regularisatie.
Art. 99-101
Afdeling 3.2. - Aanpassing van een aansluitingswerk.
Art. 102-105
Afdeling 3.3. - Wegname van een aansluitingswerk.
Art. 106-107
Afdeling 3.4. - Eigendoms- of gebruiksoverdracht.
Art. 108
TITEL IV. - Toegangscode.
HOOFDSTUK I. - Aanwijzing van de leverancier.
Art. 109-110
HOOFDSTUK II. - Toegangsregister.
Art. 111-118
HOOFDSTUK III. - Toegangsprocedure.
Afdeling 2.1. - Toegangsaanvraag.
Art. 119-123
Afdeling 2.2. - Toegangscontract met de netbeheerder.
Art. 124
Afdeling 2.3. - Verklaringen en waarborgen van de leverancier.
Art. 125-128
HOOFDSTUK IV. - Onderbreking of opschorting van de toegang tot het distributienet.
Afdeling 3.1. - Geplande onderbreking van de toegang.
Art. 129
Afdeling 3.2. - Niet-geplande onderbreking van de toegang.
Art. 130
Afdeling 3.3. - Opschorting van toegang.
Art. 131
HOOFDSTUK V. - Injectie/afnameprogramma.
Art. 132
TITEL V. - Meet- en telcode.
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
Art. 133-139
HOOFDSTUK II. - Voorschriften betreffende de meetapparaten.
Afdeling 2.1. - Algemene technische voorschriften.
Art. 140-144
Afdeling 2.2. - Locatie van de meetinrichting.
Art. 145-146
Afdeling 2.3. - Verzegeling.
Art. 147-148
Afdeling 2.4. - Nauwkeurigheidsvereisten.
Art. 149
Afdeling 2.5. - Storingen en fouten.
Art. 150-153
Afdeling 2.6. - Onderhoud en technische controles.
Art. 154-155
Afdeling 2.7. - Administratief beheer van andere technische gegevens dan meet- of telgegevens.
Art. 156
HOOFDSTUK III. - Voorschriften betreffende de meet- of telgegevens.
Afdeling 3.1. - Gemeten en berekende gebruiksprofielen.
Art. 157-158
Afdeling 3.2. - Bijzondere voorschriften betreffende het gemeten gebruiksprofiel.
Art. 159-164
Afdeling 3.3. - Bijzondere bepalingen betreffende het berekende gebruiksprofiel.
Art. 165-166
Afdeling 3.4. - Verwerking van de meet- of telgegevens.
Art. 167-169
Afdeling 3.5. - Onbeschikbare of onbetrouwbare gegevens.
Art. 170-171
Afdeling 3.6. - Allocatie en reconciliatie.
Art. 172-174
Afdeling 3.7. - Ter beschikking te stellen meet- of telgegevens in geval van gemeten gebruiksprofielen.
Art. 175-176
Afdeling 3.8. - Ter beschikking te stellen meet- of tel-, allocatie- en reconciliatiegegevens in geval van berekende gebruiksprofielen.
Art. 177-182
Afdeling 3.9. - Historische gegevens.
Art. 183-184
Afdeling 3.10. - Opslag, archivering en beveiliging van de data.
Art. 185-187
Afdeling 3.11. - Klachten en rechtzettingen.
Art. 188-189
HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen.
Art. 190-191
TITEL VI. - Samenwerkingscode.
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
Art. 192
HOOFDSTUK II. - Aansluiting van een distributienet op een transmissienet.
Art. 193-197
HOOFDSTUK III. - Interconnecties van distributienetten.
Art. 198-199
TITEL VII. - Slotbepaling.
Art. 200-202
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Algemeen.

  HOOFDSTUK I. - Algemeen.

  Afdeling 1.1. - Wettelijk kader en definities.

  Artikel 1. Het technisch reglement voor gasdistributie in het Waalse Gewest (afgekort : " T.R.GAS ") is opgemaakt overeenkomstig artikel 14 van het decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt en bevat de voorschriften en regels voor het beheer van het distributienet en de toegang daartoe.

  Art. 2. De definities opgenomen in artikel 2 van voornoemd decreet alsook die bedoeld in artikel 1, 4° tot 8°, van het koninklijk besluit van 28 juni 1971 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor gasdistributie door middel van leidingen, zijn toepasselijk op dit T.R.GAS; bovendien, voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :
  1° toegang : het recht om op één of meerdere toegangspunten gas te injecteren of af te nemen, met inbegrip van het gebruik van het distributienet;
  2° bevrachter : elke natuurlijke of rechtspersoon die een transportcontract met een transmissiebedrijf heeft gesloten;
  3° allocatie : toewijzingsproces aan de verschillende leveranciers en bevrachters van de energiehoeveelheden per elementaire periode zoals omschreven in artikel 136 van dit T.R.GAS;
  4° volumeherleidingsapparaat : apparaat dat de volumen gemeten door de gasmeter in zijn werkingsomstandigheden herleidt tot overeenstemmende volumen in normale druk- en temperatuuromstandigheden;
  5° KVBG : afkorting voor "Koninklijke Vereniging van Belgische Gasvaklieden";
  6° collectieve aansluiting : leiding die deel uitmaakt van het distributienet en die de distributieleiding verbindt met verschillende individuele aansluitingen;
  7° individuele aansluiting : leiding die deel uitmaakt van het distributienet en die de distributieleiding of de collectieve aansluiting verbindt met het meetapparaat van een toegangspunt;
  8° distributieleiding : elke leiding van het distributienet bestemd voor gastransmissie in dat net en waarmee de individuele en collectieve aansluitingen verbonden zijn;
  9° aansluitingscapaciteit : de in het aansluitingscontract vermelde en in m3 uitgedrukt maximale capaciteit waarover de netgebruiker beschikt;
  10° onderschreven capaciteit :voor telegemeten netgebruikers, het in het toegangscontract vermelde uurvermogen; voor niet-telegemeten netgebruikers, het uurvermogen dat voortvloeit uit het gebruiksprofiel en dat in het toegangscontract toegekend wordt;
  11° meting : opneming d.m.v. een meetapparaat van de tijdens een welbepaalde duur geïnjecteerde of afgenomen gashoeveelheid;
  12° toegangscontract : het contract gesloten overeenkomstig dit T.R.GAS tussen een leverancier en de netbeheerder en waarbij hun respectieve rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden alsook de voorwaarden voor de toegang tot het distributienet worden vastgesteld;
  13° transportcontrat : contract dat een bevrachter en een transmissiebedrijf bindt voor transportprestaties op het transmissienet met het oog op een gasinjectie op één of meer ingangspunten van het transmissienet en op een afname op één of meer uitgangspunten van het net;
  14° aansluitingscontract : het contract gesloten overeenkomstig dit T.R.GAS tussen de netgebruiker en de netbeheerder en waarbij de bepalingen van dit reglement i.v.m. de wederzijdse rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden betreffende een bepaalde aansluiting alsook de relevante technische bepalingen voor de aansluiting van de installatiesinformaties betreffende een welbepaald aansluitingswerk worden vastgesteld en aangevuld. Het aansluitingscontract bestaat uit de algemene aansluitingsvoorwaarden aangevuld, in voorkomend geval, met de bijzondere bepalingen;
  15° samenwerkingsovereenkomst : overeenkomst gesloten tussen het transmissiebedrijf en een netbeheerder of tussen netbeheerders en die alle wederzijdse rechten en verplichtingen van de ondertekenaars bevat om de toegang van de netgebruikers tot de netten te garanderen, alsook een efficiënte werking van de geliberaliseerde markt, met inachtneming van de opdrachten en prerogatieven van elke partij;
  16° decreet : het decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt in het Waalse Gewest;
  17° toegangsaanvraag : aanvraag om toegang tot een distributienet overeenkomstig dit T.R.GAS;
  18° EAN-GLN : European Article Number/Global Location Number (uniek numeriek veld van 13 posities voor de eenduidige identificatie van een marktdeelnemer);
  19° EAN-GSRN : European Article Number/Global Service Related Number (uniek numeriek veld van 18 posities voor de eenduidige identificatie van een toegangspunt);
  20° meetappararaat : het geheel van de apparaten bestemd voor het meten en/of het tellen van een gashoeveelheid op een welbepaald toegangspunt; het bevat de meters en eventueel de meet- en volumeherleidingsapparaten;
  21° SYNERGRID : de Federatie van de Elektriciteits- en Gasnetbeheerders in België;
  22° gas compatibel met aardgas : gas ander dan aardgas dat technisch in het aardgasdistributienet wordt geïnjecteerd en verdeeld, met inachtneming van de vigerende veiligheidsregels en met het oog op een gebruik in omstandigheden die gelijk zijn aan die voor het gebruik van aardgas;
  23° netbeheerder : beheerder van het gasdistributienet zoals blijkt uit de omschrijvingen in artikel 2 van het decreet;
  24° injectie : het injecteren van gas in een gasnet;
  25° gehabiliteerd installateur : de installeur die gehabiliteerd is overeenkomstig het reglement opgemaakt door de Raad voor de Habilitatie, samengesteld uit vertegenwoordigers van Belgische beroepsorganisaties, namelijk de installateurs van aardgasinstallaties, de KVBG en Ministers of Staatssecretarissen bevoegd voor Energie en Verbruikersbescherming;
  26° installatie van de netgebruiker : de leidingen, toebehoren en apparaten voor de toepassingen van aardgas aangesloten stroomafwaarts van het afnemingspunt of stroomopwaarts van het injectiepunt van de netgebruiker;
  27° installatie die functioneel deel uitmaakt van het distributienet : elke uitrusting die geen deel uitmaakt van het distributienet maar waarvan het gebruik een aanzienlijke invloed heeft op de functionaliteit van het distributienet of de installaties van één of meerdere andere netgebruiker(s);
  28° werkdag : elke dag van de week, de zaterdag, de zondag en de wettelijke feestdagen uitgezonderd;
  29° gasdag : periode van 24 uur die ingaat om 6 uur op de overeenstemmende kalenderdag en eindigt om 6 uur op de volgende kalenderdag;
  30° erkende controle-instelling : controle-instelling die beschikt over een BELAC-accreditatie, (accreditatiesysteem ingesteld bij het koninklijk besluit van 31 januari 2006 tot oprichting van het BELAC accreditatiesysteem van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling) voor de controle op binneninstallaties voor aardgas en erkend is door de Raad voor de Habilitatie;
  31° aansluitingswerk : geheel van de uitrustingen die de aansluiting en het meetapparaat vormen waarbij een netgebruiker en het distributienet met elkaar zijn verbonden;
  32° toegangspunt : afname- of injectiepunt;
  33° meetpunt : de fysieke plaats van het punt waar het meetapparaat verbonden is met de gasleiding van het KVBG;
  34° injectiepunt : de fysieke plaats van het punt waar het gas geïnjecteerd wordt in het distributienet bij de ingang van de gasmeter;
  35° afnamepunt : de fysieke plaats van het punt waar het gas afgenomen wordt uit het distributienet bij de uitgang van de gasmeter;
  36° aansluitingspunt : de fysieke plaats van het punt waar de individuele aansluiting verbonden is met de distributieleiding of de collectieve aansluiting;
  37° point koppelpunt : het tussen netbeheerders overeengekomen fysische punt waar de koppeling tussen de respectievelijke netten is gerealiseerd;
  38° afname : gas afnemen uit een gasnet;
  39° jaarlijks gebruiksprofiel : reeks gegevens waarvan elk betrekking heeft op een elementaire periode en waarbij de desbetreffende afgenomen of geïnjecteerde gashoeveelheid wordt gemeten of geraamd;
  40° synthetisch gebruiksprofiel : jaarlijks gebruiksprofiel, van toepassing op een categorie niet telegelezen eindafnemers bestaande uit een reeks fracties van het jaarlijks verbruik toegekend aan elke elementaire periode omschreven in artikel 136, en statistisch bepaald. Het wordt doorgaans als volgt vermeld SLP (Synthetic load profile);
  41° aansluiting : de aanleg van een aansluitingswerk;
  42° aanbevelingen van de KVBG : de voorschriften vastgesteld door de Koninklijke Vereniging van Belgische Gasvaklieden volgens de regels der kunst;
  43° verzoening : aftelling tussen de betrokken netgebruikers op grond van het verschil tussen de toegekende en de werkelijk gemeten energiehoeveelheden;
  44° toegangsregister : door de netbeheerder opgemaakt en beheerd register van de toegangspunten tot het distributienet waarin ten minste de bij dit T.R.GAS vereiste kenmerken worden aangewezen per toegangspunt;
  45° onderling verbonden net : geheel van met elkaar verbonden netten;
  46° ontvangststation : station voor de injectie van aardgas in een distributienet vanuit een transmissienet;
  47° geaggregeerd ontvangststation : een fictief ontvangststation dat de functie van verschillende fysieke ontvangstations hergroepeert;
  48° toepasselijk tarief : tarief bekendgemaakt door de netgebruiker zoals voorafgaandelijk goedgekeurd of opgelegd door de bevoegde overheid voor de beschouwde dienst;
  49° gelijkwaardige temperatuur : temperatuur die gelijk is aan 60 procent van de dagelijks gemiddelde temperatuur van de dag zelf, 30 procent van de dagelijks gemiddelde temperatuur van de dag tevoren en 10 procent van de dagelijks gemiddelde temperatuur van de op twee na laatste dag;
  50° dagelijks gemiddelde temperatuur : temperatuur die gelijk is aan het rekenkundig gemiddelde van de uurtemperaturen waargenomen in Ukkel tussen 6 uur de dag zelf en 6 uur de volgende dag;
  51° UN/EDIFACT : afkorting voor "United Nations/Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Trading";
  52° productie-eenheid : fysieke eenheid voor gasproductie;
  53° netgebruiker : de in artikel 2, 11 van het decreet beschreven gebruiker van het distributienet.

  Art. 3. Bij gebrek aan andersluidende bepaling lopen de in dit T.R.GAS vermelde termijnen van middernacht tot middernacht. Ze gaan in op de werkdag die volgt op de dag van de officiële notificatie of bij gebrek aan dergelijke notificatie, van de kennisneming van de gebeurtenis die daartoe aanleiding geeft.

  Afdeling 1.2. - Opdrachten en verplichtingen van de netbeheerder.

  Art. 4. § 1. In het gebied waarvoor hij aangewezen is, voert de netbeheerder de taken en verplichtingen uit die hem worden opgedragen krachtens het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten. Hij zorgt voor de distributie van gas, de controle en het behoud van zijn distributienet en zonodig herstelt de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie daarvan. Hij is de enige persoon die ertoe gemachtigd wordt om eventueel d.m.v. een onderaannemer en onder zijn volledige verantwoordelijkheid zijn distributienet en met name de daarin bevatte aansluitingswerken aan te leggen, uit te breiden, te wijzigen, te versterken, buiten dienst te stellen, te verwijderen, te verplaatsen, te herstellen, te onderhouden en te exploiteren.
  § 2. De distributienetbeheerder bepaalt en voorziet zich van de gepaste middelen die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van zijn opdrachten. Hij gebruikt alle gepaste middelen die de netgebruikers kunnen verwachten en die, rekening houdend met de bijzondere situatie, redelijkerwijs kunnen verkregen worden.
  § 3. Onverminderd de wettelijke voorschriften en de bepalingen van dit T.R.GAS worden de in de aanbevelingen van de KVBG opgenomen voorschriften of elke gelijkwaardige bepaling nagekomen en uitgevoerd door de netbeheerder.

  Art. 5. § 1. De distributienetbeheerder gebruikt alle middelen die redelijkerwijs opeisbaar zijn om elk ogenblik de veiligheid van personen en goederen te garanderen en te waken over de integriteit van het net.
  § 2. De distributienetbeheerder organiseert 24 u. op 24 een waakdienst om :
  - dringende verzoeken te ontvangen en te behandelen;
  - een noodinterventie te verrichten met voldoende bekwaamheid en efficiëntie om de in § 1 bedoelde garanties te kunnen geven.
  Deze waakdienst is aangepast aan het grondgebied dat onder deze dienst valt en aan de omvang van het risico.
  § 3. Bij niet-geplande onderbreking van het distributienet, moet de netbeheerder ter plaatse zijn met de gepaste middelen om de herstellingswerken te starten binnen twee uur volgend op de oproep van de netgebruiker of op de kennisneming van het probleem. Die werken worden zo spoedig mogelijk voortgezet totdat het gebrek verwijderd wordt.
  § 4. In het bijzonder, wanneer de netbeheerder verwittigd wordt van een ernstig risico, een gasgeur of een opgespoorde lekkage, stuurt hij zo spoedig mogelijk de gepaste middelen ter plaatse teneinde alle maatregelen te treffen voor de instandhouding of het herstel van de veiligheid van personen en goederen. Daartoe werkt hij samen met de andere betrokken spoeddiensten.
  § 5 De netbeheerder garandeert tegenover zijn personeel dat het de nodige opleiding krijgt voor de vlotte uitvoering van zijn opdrachten en meer bepaald voor de aspecten inzake de veiligheid en de exploitatievoorwaarden van zijn net.
  § 6. De netbeheerder werkt mee aan de vorming van de spoeddiensten die dat wensen en houdt voortdurend voldoende informatie ter hunne beschikking over de gastechnieken en de vestiging van zijn net.
  § 7. De netbeheerder houdt de plannen en de schema's van het net bij en zorgt voor een strenge naleving van de federale en regionale wetgeving inzake veiligheid in de exploitatie van de distributienetten, inzonderheid wat de informatie-uitwisseling betreft.

  Art. 6. § 1. De distributienetbeheerder zendt jaarlijks vóór 31 maart een verslag waarin hij de kwaliteit van zijn dienstverlening in het voorgaande kalenderjaar beschrijft.
  § 2. Dit verslag beschrijft :
  - de kwaliteit van de verstrekte diensten en in voorkomend geval het niet-nakomen van de verplichtingen voortvloeiend uit dit T.R.GAS en de redenen daarom;
  - statistieken betreffende :
  a) lekkages : het aantal door de netbeheerder of derden opgespoorde lekkages verdeeld per maand, leiding of aansluiting, materiaal, type en plaats van gebrek;
  b) de stand van het net : kilometer leidingen per leeftijdscategorie;
  c) ongevallen en incidenten die zich hebben voorgedaan op het distributienet;
  d) de termijnen voor de interventie;
  e) de geplande en ongeplande onderbrekingsduur en aantal betrokken afnemers;
  - een samenvatting van de resultaten van de monitoring omschreven in artikel 8, § 4.
  § 3. De CWaPE kan een verslagmodel opmaken en het gebruik ervan opleggen.

  HOOFDSTUK II. - Informatie-uitwisseling en confidentialiteit.

  Afdeling 2.1. - Informatie-uitwisseling.

  Art. 7. § 1. Elke kennisgeving of mededeling gedaan ter uitvoering van dit T.R.GAS dient schriftelijk te gebeuren overeenkomstig de vormen en voorwaarden bedoeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, met een duidelijke identificatie van de afzender en de geadresseerde. Behoudens andersluidende bepaling kan de netbeheerder, nadat de "CWaPE" hierover vooraf wordt geïnformeerd, de vorm van de documenten bepalen waarin die gegevens moeten worden uitgewisseld.
  § 2. Elke distributienetgebruiker kan volmacht geven aan derde, in het bijzonder aan een leverancier, om hem te vertegenwoordigen in zijn contacten met de netbeheerder, in de procedures omschreven in dit T.R.GAS. De mandataris moet in staat zijn om op gewoon verzoek van de netbeheerder de geldigheid van deze volmacht te kunnen tonen.
  § 3. De netbeheerder neemt de nodige organisationele maatregelen om te zorgen voor een efficiënte behandeling en een voldoende traceerbaarheid van elke relevante schriftelijke aanvraag van een netgebruiker of leverancier. Onder efficiënte behandeling wordt onder meer verstaan de verplichting om ontvangst te melden, om een schriftelijk antwoord te geven met vermelding van de dossierbeheerder en de mogelijke beroepsmogelijkheden, onverminderd, in voorkomend geval, de wettelijke bepalingen inzake openbaarheid van bestuur.
  § 4. In geval van hoogdringendheid mogen gegevens mondeling worden uitgewisseld. In elk geval dienen dergelijke gegevens zo spoedig mogelijk overeenkomstig § 1 van dit artikel te worden bevestigd.
  § 5. De netbeheerder bezorgt de netgebruikers het telefoonnummer waarop zij hem kunnen bereiken. Hij zet de nodige middelen in om binnen een redelijke termijn een antwoord te geven en om een efficiënte behandeling van de ontvangen gegevens en aanvragen te garanderen.

  Art. 8. § 1. Onverminderd § 2 en in afwijking van artikel 7 worden de commerciële inlichtingen die tussen de verschillende betrokken partijen uitgewisseld worden, op elektronische wijze verleend (waardoor de validering van een zending door uitgave van een ontvangstbewijs mogelijk wordt) volgens een communicatieprotocol conform aan de UN/EDIFACT-communicatiestandaard en aangegeven in een Message Implementation Guide (MIG). Deze MIG wordt na onderlinge overeenstemming overeengekomen tussen alle netbeheerders en leveranciers, die de CWaPE erover inlichten. Bij gebrek aan overeenstemming kan de CWaPE een MIG opleggen.
  § 2. Het in § 1 bedoelde protocol is niet verplicht van toepassing voor de informatie-uitwisselingen tussen :
  1° de netbeheerder en een netgebruiker indien een ander protocol in onderlinge overeenstemming is overeengekomen in het aansluitingscontract;
  2° tussen de transmissienetbeheerder en een andere netgebruiker indien een ander protocol in onderlinge overeenstemming uitdrukkelijk is overeengekomen, met informatie aan de CWaPE.
  3° een netbeheerher en een houder van een beperkte leveringsvergunning voor een beperkt aantal afnemers in de zin van artikel 30, § 2, 2° van het decreet.
  § 3. Elke netbeheerder en leverancier dient de vigerende MIG correct uit te voeren op de door de CWaPE afgesproken en goedgekeurde datum, onverminderd § 2. Hij staat in voor de gevolgen van elke foutieve "message" en neemt desgevallend zo snel mogelijk de nodige correctieve maatregelen om de netgebruiker niet te benadelen.
  § 4. De inachtneming van de wettelijke en reglementaire termijnen en de juistheid van de "messages" conform aan de MIG inzake de mededeling van de tel- en uitkeringsgegevens gericht aan de leveranciers en bevrachters worden door elke netbeheerder gecontroleerd. De resultaten per leverancier, per bevrachter en voor de gehele markt worden door de netbeheerder op maandelijkse basis aan elke betrokken partij meegedeeld. De wijze waarop de monitoring en de mededeling gebeurt, wordt bepaald in overleg tussen de netbeheerders, de leveranciers en de bevrachters. Bij gebrek aan overeenstemming kan deze door de CWaPE worden opgelegd. Een samenvatting t.a.v. de CWaPE wordt opgenomen in het verslag omschreven in artikel 6.

  Art. 9. Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen mag de netbeheerder, nadat hij de "CWaPE" daarover heeft geïnformeerd, technische en organisationele maatregelen aannemen met betrekking tot de uit te wisselen gegevens teneinde de vertrouwelijkheid zoals bepaald in de artikelen 13 en 14 te waarborgen. Hij verwittigt vooraf de CWaPE daarvan.

  Art. 10. § 1. Naast de bij dit T.R.GAS voorziene informatiestromen kan de netbeheerder op elk moment aanvullende gegevens aanvragen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het distributienet.
  § 2. De netgebruiker brengt de netbeheerder onverwijld op de hoogte van elke wijziging van zijn installaties in zoverre zij een aanpassing van de eerder meegedeelde gegevens vereist.

  Art. 11. Bij afwezigheid van uitdrukkelijke bepalingen daaromtrent in dit T.R.GAS zetten alle betrokken partijen zich in om zo spoedig mogelijk de noodzakelijke informatie overeenkomstig de andere bepalingen van dit reglement uit te wisselen.

  Art. 12. Wanneer een partij, overeenkomstig dit T.R.GAS of de contracten gesloten krachtens dit reglement, een andere partij eigen informatie moet bezorgen, neemt zij de noodzakelijke maatregelen om de geadresseerde ervan te verzekeren dat de inhoud van die gegevens behoorlijk is geverifieerd.

  Afdeling 2.2. - Vertrouwelijkheid.

  Art. 13. Diegene die informatie meedeelt bepaalt de vertrouwelijkheidsgraad ervan. De mededeling aan derden van commercieel gevoelige en/of vertrouwelijke informatie door de bestemmeling van deze informatie is niet toegelaten, behalve wanneer aan minstens één van de volgende voorwaarden voldaan is :
  1. De mededeling is vereist in het kader van een gerechtsprocedure of opgelegd door de overheid, met inbegrip van de CWaPE bij de uitvoering van haar opdrachten;
  2. de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de organisatie van de gasmarkt leggen de bekendmaking of mededeling van de desbetreffende gegevens op;
  3.
  3. er is een voorafgaand schriftelijk akkoord van diegene van wie de vertrouwelijke en/of commercieel gevoelige informatie uitgaat;
  4. het beheer van het distributienet of het overleg met andere netbeheerders vereist de mededeling door de netbeheerder;
  5. de informatie is gewoon toegankelijk of publiek beschikbaar.

  Art. 14. Wanneer de mededeling aan derden gebeurt op grond van de voorwaarden bedoeld in punten 2, 3 en 4 van artikel 12, geeft de bestemmeling van de informatie aan deze informatie dezelfde graad van vertrouwelijkheid als deze gegeven bij de aanvankelijke mededeling.

  HOOFDSTUK III. - Bekendmaking van de algemene voorwaarden en informaties en van de procedures en formulieren.

  Art. 15. § 1. De netbeheerder stelt de volgende informatie ter beschikking van het publiek en maakt deze informatie bekend, met name op een via Internet toegankelijke server, uiterlijk 15 dagen voor haar inwerkingtreding :
  1. de algemene voorwaarden van de krachtens dit T.R.GAS af te sluiten aansluitings- en toegangscontracten;
  2. de procedures die van toepassing zijn en waarnaar in dit T.R.GAS wordt verwezen;
  3. de formulieren vereist voor de gegevensuitwisseling overeenkomstig dit T.R.GAS;
  4. de geldende tarieven voor het gebruik van het distributienet, de aansluiting met of zonder uitbreiding, de uitvoering van oriëntatie- of gedetailleerde onderzoeken met het oog op een aansluiting alsook voor de andere prestaties van de netbeheerder in het kader van diens opdrachten;
  5. een beschrijving van zijn net met minstens de plaatsbepaling van de gasdistributiegebieden alsook het soort gas "L" of "H" dat er wordt geleverd;
  6. de geprogrammeerde netuitbreidingen en hun geplande indienststellingsdatum;
  7. het geheel van de door de netbeheerder aangeboden diensten.
  § 2. De netbeheerder deelt onverwijld die informatie mee aan de CWaPE en uiterlijk 60 dagen vóór hun inwerkingtreding, met uitzondering van de geldelijke tarieven die vanaf hun goedkeuring door de bevoegde overheid worden meegedeeld.
  § 3. De netbeheerder deelt de in § 1 bedoelde informatie mee aan de leveranciers uiterlijk 30 dagen vóór hun inwerkingtreding, met uitzondering van de geldelijke tarieven die vanaf hun goedkeuring door de bevoegde overheid worden meegedeeld.

  HOOFDSTUK IV. - Toegankelijkheid van de installaties.

  Afdeling 4.1. - Voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen.

  Art. 16. De toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de veiligheid van personen en goederen, zoals het ARAB (Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming), de Codex over het welzijn op het werk en het AREI (Algemeen reglement op de elektrische installaties), alsook de aanbevelingen van de KVBG en de eventuele latere wijzigingen zijn van toepassing op iedere persoon die op het distributienet tussenkomt, met inbegrip van de netbeheerders, de netgebruikers, de leveranciers, de transmissienetgebruikers, de andere netbeheerders en hun respectievelijk personeel, evenals derden die in opdracht van voormelde partijen tussenkomen op het distributienet.

  Afdeling 4.2. - Toegankelijkheid van de installaties van de netbeheerder.

  Art. 17. § 1. De toegang tot elk roerend of onroerend goed waarvan de netbeheerder het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, gebeurt te allen tijde overeenkomstig de toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de netbeheerder en met zijn voorafgaandelijke uitdrukkelijke akkoord.
  § 2. De netbeheerder heeft het recht op toegang tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de netgebruiker. De netgebruiker zorgt voor een permanente toegang voor de netbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk en te allen tijde op eenvoudig mondeling verzoek van een gehabiliteerd gemachtigde van de netbeheerder.
  § 3. Indien de toegang tot een roerend of onroerend goed van de netgebruiker onderworpen is aan specifieke toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de netgebruiker, dient laatstgenoemde deze vooraf schriftelijk mee te delen aan de netbeheerder die deze moet nakomen. Zoniet volgt de netbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften.

  Afdeling 4.3. - Bijzondere modaliteiten betreffende de installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet.

  Art. 18. Wanneer de netbeheerder acht dat sommige installaties van een netgebruiker die geen distributie- of transmissienet is, functioneel deel uitmaken van het distributienet, deelt hij het mee met verantwoording aan de netgebruiker en aan de "CWaPE".
  Een geschreven overeenkomst wordt gesloten tussen de netbeheerder en de betrokken netgebruiker; zij bevat de lijst van betrokken installaties alsook de verantwoordelijkheden inzake bediening, beheer en onderhoud van die installaties.
  Wat betreft de installaties die reeds bestonden bij de inwerkingtreding van dit T.R.GAS, waarborgt die overeenkomst de inachtneming van alle vorige verbintenissen aan de netgebruiker, met inbegrip van hete onderschreven vermogen, behalve andersluidend geschreven akkoord van de netgebruiker en met een gepaste vergoeding van die laatste. Die overeenkomst bepaalt ook de financiële modaliteiten voor de tenlasteneming door de netbeheerder van alle kosten voortvloeiend uit die wijziging van het statuut van het aansluitingswerk, met inbegrip van de vergoeding van de eigenaar van de installaties. Die overeenkomst vormt een addendum bij het aansluitingscontract. Die overeenkomst wordt in voorkomend geval gevoegd bij de nieuwe aansluitingscontracten.
  De CWaPE wordt op de hoogte gebracht van de lijst van de betrokken installaties.

  Art. 19. § 1. De netbeheerder heeft het recht op toegang tot de aansluitingswerken en de installaties bedoeld in artikel 18 teneinde er inspecties, testen en/of proeven alsook de tussenkomsten voorzien in de in artikel 18 bedoelde overeenkomst uit te voeren. De betrokken netgebruiker en de netbeheerder plegen overleg daarover.
  § 2. Voorafgaand aan elke uitvoering van de inspecties, testen en/of proeven bedoeld in § 1, dient de betrokken netgebruiker de netbeheerder schriftelijk op de hoogte te stellen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Zo niet volgt de netbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften.
  § 3. De bij de bepalingen van de artikelen 18 en 19, § 1 en 2 betrokken netgebruiker die zijn eigen testen wenst uit te voeren of te laten uitvoeren op zijn installaties wanneer ze functioneel deel uitmaken van het distributienet, moet eerst de geschreven goedkeuring van de netbeheerder ontvangen. Elke aanvraag moet gemotiveerd zijn en vermelden welke installaties betrokken zijn bij de testen alsook de aard en de technische gegevens daarvan, de procedure (o.a. wie de testen uitvoert) en de planning..
  Op grond van de gegevens die deze aanvraag bevat, beslist de netbeheerder over de geschiktheid daarvan en geeft in voorkomend geval zijn goedkeuring over de aangevraagde testen, hun procedure en planning; hij verwittigt de partijen die volgens hem betrokken zijn bij die testen.

  Afdeling 4.4. - Toegankelijkheid van de installaties van de netgebruiker.

  Art. 20. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 24, wanneer de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net een aanpassing van de installaties van de netgebruiker vereist, pleegt de netgebruiker overleg met de netbeheerder teneinde de noodzakelijke werken en hun uitvoeringstermijn te bepalen. De netbeheerder neemt de door die werken veroorzaakte kosten ten laste behalve indien ze voortvloeien uit gebreken in hoofde van de netgebruiker of uit een technische interventie van laatstgenoemde of van een derde in opdracht van de gebruiker.
  § 2. Wanneer de veiligheid en de betrouwbaarheid van het net een snelle tussenkomst vereisen, heeft de netbeheerder het recht om de netgebruiker bij aangetekend schrijven in gebreke te stellen de noodzakelijke aanpassingswerken en hun uitvoeringstermijn te aanvaarden.
  § 3. De netgebruiker erkent het recht van de netbeheerder om toegang te krijgen tot zijn installaties zelfs tijdens hun gebruik wanneer de veiligheid, de exploitatie of het beheer van het net het vereist.
  § 4. Bij duidelijke weigering van de netgebruiker om zich te schikken naar de bepalingen van §§ 2 en 3 kan de netbeheerder de toegang tot zijn net onderbreken overeenkomstig de bepalingen van artikel 131 van dit T.R.GAS.

  Art. 21. De werken, met inbegrip van de inspecties, testen en/of proeven bedoeld in de artikelen 18 en 19, moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen en contracten gesloten krachtens dit T.R.GAS alsook overeenkomstig de regelingen waarnaar het verwijst.

  HOOFDSTUK V. - Overmacht en noodsituatie.

  Art. 22. Voor de toepassing van dit T.R.GAS worden de volgende situaties in ieder geval als overmacht beschouwd voor de netbeheerder, voor zover ze onvoorzienbaar en onweerstaanbaar zijn :
  1. natuurrampen, met inbegrip van aardbevingen, overstromingen, stormen, cyclonen of andere uitzonderlijke klimatologische omstandigheden;
  2. een nucleaire of chemische explosie of lekkage en de gevolgen ervan;
  3. niet-geprogrammeerde onbeschikbaarheden van de installaties, met inbegrip van een computervirus en een computercrash, om redenen andere dan ouderdom of het gebrek aan onderhoud van de installaties of de kwalificatie van de operatoren;
  4. de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid om via het distributienet gas uit te wisselen omwille van een plots gebrek aan gasinjectie uit het transmissienet en niet compenseerbaar met andere middelen;
  5. brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden, en bedreigingen van dezelfde aard;
  6. de oorlog, al dan niet verklaard, het dreigend oorlogsgevaar, de invasie, het gewapend conflict, het embargo, de revolutie, de opstand;
  7. een maatregel van hogerhand, waaronder onder meer de situaties die de overheid als dusdanig beschouwt en waarvoor zij de netbeheerders of netgebruikers uitzonderlijke en tijdige maatregelen oplegt teneinde de veilige en betrouwbare werking van het geheel van de netten te vrijwaren of herstellen.

  Art. 23. In dit T.R.GAS wordt noodsituatie beschouwd als zijnde :
  - de situatie die volgt op overmacht en waarin maatregelen dienen te worden genomen die uitzonderlijk en tijdelijk zijn om aan de gevolgen van de overmacht het hoofd te kunnen bieden teneinde de veilige en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen vrijwaren of herstellen;
  - een situatie die volgt op een gebeurtenis die, alhoewel zij volgens de huidige stand van rechtspraak en rechtsleer niet als overmacht kan worden aangeduid, naar het inzicht van een overheid, een reguleringsinstantie, de justitie, de netbeheerder, een netgebruiker of een leverancier, een dringend en gericht optreden van de netbeheerder vereist teneinde de veilige en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen vrijwaren of herstellen, of verdere schade te voorkomen. De netbeheerder verantwoordt dat optreden zo spoedig mogelijk bij de gebruikers en de "CWaPE".

  Art. 24. § 1. De netbeheerder is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid en de betrouwbaarheid van het distributienet wanneer de noodsituatie wordt ingeroepen door de netbeheerder of een andere netbeheerder, een netgebruiker, een leverancier of enige andere betrokken persoon met inbegrip van de overheid.
  § 2. De netbeheerder neemt alle preventieve maatregelen teneinde de schadelijke gevolgen van de aangekondigde of redelijkerwijs voorzienbare uitzonderlijke gebeurtenissen te beperken. Deze maatregelen die de netbeheerder neemt in het kader van dit artikel kunnen worden ingeroepen tegen alle betrokken personen.
  § 3. In het geval een noodsituatie gelijktijdig betrekking heeft op het transmissienet alsook op één of meerdere distributienetten, dienen de maatregelen gecoördineerd te worden tussen alle betrokken netbeheerders.

  Art. 25. In geval van noodsituatie wordt de uitvoering van de taken en verplichtingen, met uitzondering van die van administratieve of financiële aard, geheel of gedeeltelijk opgeschort, maar enkel voor de duur van de noodsituatie.

  Art. 26. § 1. De partij die zich op de noodsituatie beroept, doet alle redelijke inspanningen om de gevolgen van de opschorting van haar verplichtingen te beperken en om haar opgeschorte verplichtingen zo snel mogelijk opnieuw te vervullen.
  § 2. De partij die haar verplichtingen opschort, brengt zo snel mogelijk alle betrokken partijen op de hoogte van de redenen waarom zij haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk opschort en welke de voorzienbare termijn van de noodsituatie zal zijn. In afwijking van afdeling 2.1. van deze algemene voorwaarden kan die mededeling ook worden uitgevoerd d.m.v. aanplakking, informatie via de radio of TV, informatiebrochures en huis-aan-huis nieuwsbladen.

  HOOFDSTUK VI. - Minimale technische vereisten voor de inrichting van netinfrastructuren.

  Art. 27. § 1. De netbeheerder vervult alle verplichtingen die hem opgelegd zijn krachtens de toepasselijke wetgevingen en regelgevingen, in het bijzonder die betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en exploitatie van installaties voor gasdistributie d.m.v. leidingen. Met het oog op de veiligheid van de distributie van aardgas zorgt de netbeheerder o.a. voor een permanente en daartoe voldoende gasdruk onder normale exploitatieomstandigheden.
  § 2. De netbeheerder verbindt zich ertoe alle bepalingen te treffen die men van hem redelijkerwijs kan verwachten opdat de gasdruk op elk toegangspunt voldoet aan het in de aansluitings- of toegangscontracten voorziene drukpeil.
  § 3. De netbeheerder leeft met name de minimale technische vereisten na voor de aansluiting op het net van installaties voor productie, gewone aansluiting of interconnectie alsook voor de aanleg van de infrastructuren van het net en voor leidingen. Hij neemt ook de operationele regels in acht die betrekking hebben op het technische beheer van de injecties en afnamen en die betreffende de maatregelen die hij moet treffen om het hoofd te bieden aan problemen die de veiligheid en de continuïteit van de toevoer op de helling kunnen zetten. Hij treft de maatregelen die een optimale technische veiligheid waarborgen ten einde gaslekkages en ontploffingen te voorkomen, zoals die voortvloeien uit de toepasselijke wetgevingen en reglementen.

  HOOFDSTUK VII. - Directe leidingen.

  Art. 28. Elke directe leiding toegelaten krachtens artikel 29 van het decreet valt onder de voorschriften die uitdrukkelijk vastliggen in de door de Minister afgegeven machtiging. De modaliteiten van dit T.R.GAS die op de directe leiding van toepassing zijn worden nader bepaald in die voorschriften.

  Art. 29. Opdat de " CWaPE " haar advies over de vergunning van de aanleg van een nieuwe directe lijn zou kunnen geven aan de Minister, dient de netgebruiker, die aanvrager is, een uitvoerig bewijsdossier in bij de "CWaPE", in twee exemplaren en bij aangetekende brief of een brief overhandigd tegen ontvangbewijs.

  Art. 30. Na ontvangst van een aanvraag zoals beschreven in artikel 29 gaat de "CWaPE" na of ze beschikt over alle documenten noodzakelijk voor het onderzoek van de aanvraag. Indien zij acht dat de aanvraag dient aangevuld te worden, stelt zij de aanvrager bij aangetekende brief in kennis daarvan binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de aanvraag.

  Art. 31. De "CWaPE" gaat na, met behulp van elk document waarover zij beschikt, of de aanvraag verantwoord is en of er geen ander technisch en economisch geldig alternatief bestaat. Tot dit einde raadpleegt ze de netbeheerder(s) aangewezen voor de gemeenten die door de directe leiding worden doorkruist. Wanneer de "CWaPE" acht dat de aanvraag niet verantwoord is, stelt zij de aanvrager bij aangetekende brief in kennis daarvan. De CWaPE geeft nauwkeurig de redenen op waarom zij de aanvraag als niet verantwoord beschouwt en stelt een termijn waarin de aanvrager bij aangetekend schrijven zijn opmerkingen, verantwoordingen en aanvullende informatie kan overmaken. De CWaPE is ertoe verplicht de aanvrager die daarom verzoekt, te horen.

  Art. 32. Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van een verantwoorde aanvraag en, in voorkomend geval, van de aanvullende informatie, opmerkingen en verantwoordingen bedoeld in de artikelen 30 en 31, maakt de "CWaPE" de tekst van de aanvraag, de bijlagen daarbij alsook haar met redenen omklede advies over aan de Minister.

  HOOFDSTUK VIII. - Gas uit hernieuwbare bronnen en fataal gas.

  Art. 33. Wat betreft de aanvragen om aansluiting, om oriëntatie- of uitvoerige onderzoeken alsook om toegang tot zijn net, geeft de netbeheerder de voorrang aan die betreffende de injecties of afnamen van fataal gas en/of van gas uit hernieuwbare bronnen voor zover die gassen compatibel zijn met het gas van het bestaande net.

  Art. 34. De netgebruiker die om toegang tot het net verzoekt om gas te injecteren, levert het bewijs dat bedoeld gas met aardgas compatibel is in de zin van artikel 2, 22°.

  Art. 35. De netbeheerder informeert de CWaPE over elke aanvraag betreffende fataal gas en/of gas uit hernieuwbare bronnen alsook over haar beslissing daarover.

  Art. 36. De netbeheerder stelt technische oplossingen voor om voor zover mogelijk rekening te houden met de in de artikelen 33 en 34 bedoelde aanvragen. In voorkomend geval, als de netbeheerder vindt dat fataal gas en/of gas uit hernieuwbare bronnen niet compatibel is met aardgas in de zin van artikel 2, 22°, kan hij de toegang tot het net weigeren overeenkomstig de bepalingen van artikel 26 van het decreet.

  Art. 37. De netbeheerder houdt rekening met de mogelijke ontwikkelingen inzake fataal gas en/of gas uit hernieuwbare bronnen bij de programmering van de netaanpassingen en -uitbreidingen.

  TITEL II. - Planningscode.

  HOOFDSTUK I. - Gegevens met het oog op het opmaken van het aanpassings- en uitbreidingsplan.

  Art. 38. § 1. In het kader van de operationele regels voor het technisch beheer van gasstromen, leggen de netbeheerders en de "CWaPE" de praktische overlegmodaliteiten vast met het oog op het opmaken van het aanpassings- en -uitbreidingsplan van hun net op grond van de in deze Code bedoelde informatie.
  § 2. De CWaPE kan richtlijnen voorleggen voor het opmaken van de plannen bedoeld in § 1 en desnoods een model van plan opleggen.

  Art. 39. § 1. De aan de CWaPE overgemaakte aanpassingsplannen van het distributienet bevatten minstens :
  - een uitvoerige raming van de capaciteitsbehoeften en van de aanpassingen opgelegd door technische en reglementaire voorschriften;
  - de analyse van de nodige infrastructuren of aanpassingen en de evaluatie van de desbetreffende investeringsbudgetten;
  - het programma van de werken en investeringen die de netbeheerder over een periode van 5 jaar voorziet, met dien verstande dat dit programma na het tweede jaar minder uitvoerig mag zijn en enkel de allerbeste ramingen mag bevatten;
  - een uitvoeringsverslag betreffende de vorige plannen;
  - de bijwerking van alle MP schema's en MP/BP situatieplannen betreffende het net;
  - elke bijkomende informatie overeengekomen met de CWaPE.
  § 2. De aan de CWaPE overgemaakte plannen tot uitbreiding van het distributienet bevatten minstens :
  - een raming van de aansluitingsaanvragen, verkavelingsprojecten en activiteitsgebieden waarop de uitbreidingen betrekking hebben, alsook van de strategische uitbreidingen;
  - de analyse van de infrastructuren die de netbeheerder nodig heeft om op die behoeften in te spelen;
  - de samenvatting van de analyses van de rendabiliteit van de projecten en van de nodige investeringsbudgetten;
  - het programma van de werken en investeringen die de netbeheerder over een periode van 3 jaar voorziet, met dien verstande dat dit programma na het tweede jaar minder uitvoerig mag zijn en enkel de allerbeste ramingen mag bevatten;
  - een uitvoeringsverslag betreffende de vorige plannen;
  - elke bijkomende informatie overeengekomen met de CWaPE.
  § 3. De ontwerpen van plan bedoeld in de §§ 1 en 2 worden overgemaakt aan de CWaPE uiterlijk op 31 maart van het jaar dat voorafgaat aan de periode waarop ze betrekking hebben. De CWaPE onderzoekt de plannen in overleg met de netbeheerder en geeft haar opmerkingen vóór 15 mei. De netbeheerder brengt de nodige wijzigingen aan om zijn definitief plan vóór 15 juni van hetzelfde jaar op te maken.
  § 4. De "CWaPE" maakt onverwijld één exemplaar over aan de Minister. Desnoods maakt zij binnen 30 dagen haar voorbehouden aan de Regering d.m.v. een van overheidswege uitgebracht advies indien ze acht dat de inhoud van één of meerdere plannen nog ontoereikend is.
  § 5. Na goedkeuring door de Regering, worden de plannen toegepast vanaf 1 januari van het volgende jaar.
  § 6. Vóór 31 maar van het jaar van inwerkingtreding van de plannen bedoeld in de §§ 1 en 2, deelt de netbeheerder aan de CWaPE het definitief budget mee dat er betrekking op heeft. De netbeheerder verantwoordt de eventuele herzieningen of uitstel ten opzichte van de definitieve plannen opgemaakt voor 15 juni die op die datum reeds voorspelbaar zijn.

  HOOFDSTUK II. - Informatie-uitwisseling betreffende de planning tussen netbeheerder en netgebruiker.

  Afdeling 2.1. - Algemeen.

  Art. 40. De netgebruiker of in voorkomend geval de leverancier moet de planningsgegevens betreffende deze Planningscode overmaken aan de netbeheerder volgens zijn beste raming en overeenkomstig de in onderlinge overeenstemming door de netbeheerders vastgestelde procedure onverminderd de artikelen 41 en 42.

  Afdeling 2.2. - Kennisgeving.

  Art. 41. De netgebruiker met een onderschreven vermogen van 250 m3(n)/uur of meer, of de door hem gemandateerde leverancier maakt de netbeheerder voor 31 december van elk jaar en per toegangspunt de planningsgegevens betreffende de vijf volgende jaren over. Na het tweede jaar komen de partijen overeen dat die gegevens enkel de best mogelijke ramingen vormen. Die gegevens bevatten :
  1. de vooruitzichten betreffende de afgenomen gashoeveelheid in m3(n) op jaarlijkse basis met vermelding van het maximumdebiet per uur voor gelijkwaardige klimatische temperaturen van + 10,0 en - 11 °C en voorzienbare schommelingen en onderbrekingen;
  2. de geplande jaarlijkse gebruiksprofielen.

  Art. 42. De netgebruiker wiens installaties met aardgas compatibele gasproductie-eenheden bevatten of zullen bevatten, geeft de netbeheerder jaarlijks vóór 31 december kennis van de onderstaande planningsgegevens die betrekking hebben op de komende vijf jaar. Na het tweede jaar komen de partijen overeen dat die gegevens enkel de allerbeste ramingen vormen. Die gegevens bevatten :
  1. het maximumdebiet, de geraamde jaarlijkse productie, de beschrijving van het verwachte gebruiksprofiel en de technische gegevens betreffende de kwaliteit van het gas uit de verschillende in dienst zijnde productie-eenheden;
  2. het maximumdebiet, de geraamde jaarlijkse productie, de beschrijving van het verwachte gebruiksprofiel en de technische gegevens betreffende de kwaliteit van het gas uit de verschillende productie-eenheden die in dienst moeten worden gesteld;
  3. de productie-eenheden die buiten dienst zullen worden gesteld en de voorziene datum van hun buitendienststelling.

  Art. 43. De netgebruiker of in voorkomend geval elke door hem gemandateerde tussenpersoon moet de netbeheerder in kennis stellen van alle andere nuttige informatie die niet opgenomen is in de artikelen 41 en 42 en die nuttig kan zijn voor het opmaken van de planning.

  Art. 44. De plicht tot kennisgeving van de planningsgegevens bedoeld in de artikelen 41 en 42 geldt eveneens voor de toekomstige netgebruikers bij het indienen van hun aanvraag tot aansluiting.

  Art. 45. § 1. In geval de netbeheerder van oordeel is dat de kennisgeving van de planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig of onredelijk is, maakt de netgebruiker of elke door hem gemandateerde tussenpersoon, op aanvraag van de netbeheerder, alle verbeteringen of bijkomende gegevens over die deze laatste nuttig acht.
  § 2. De netbeheerder kan, indien hij dit nodig acht om zijn opdracht tot een goed einde te brengen en mits motivering, bijkomende gegevens, niet voorzien in dit T.R.GAS, opvragen bij de netgebruiker of de door hem gemandateerde leverancier.
  § 3. Na raadpleging van de netgebruiker of de leverancier bepaalt de netbeheerder de redelijke termijn waarbinnen de gegevens bedoeld in § 1 en § 2 aan hem overgemaakt moeten worden.

  Art. 46. De netbeheerders en het transmissiebedrijf plegen minstens jaarlijks overleg over de vorm en de inhoud van de gegevens die zij wederzijds moeten uitwisselen voor het opstellen van het aanpassings- en uitbreidingsplan, evenals de te respecteren termijnen.

  Art. 47. De netbeheerder zorgt voor de volledige en geloofwaardige aard van de gegevens meegedeeld door de netgebruikers, de andere netbeheerders of de leveranciers.

  TITEL III. - Aansluitingsplan.

  HOOFDSTUK I. - Technische voorschriften voor aansluitingswerken.

  Afdeling 1.1. - Algemeen.

  Art. 48. Deze aansluitingscode bevat de voorschriften betreffende de aansluiting van de netgebruikers gelegen op het distributienet en die geen distributie- of transmissienet zijn, d.w.z. de producenten, opslagbedrijven of eindafnemers (de gelijkwaardige voorschriften betreffende de netgebruiker die een distributie- of transmissienet zijn, worden opgenomen in de samenwerkingscode). Deze voorschriften hebben betrekking op de aansluitingswerken alsook op de installaties van de netgebruiker die functioneel deel uitmaken van het distributienet.

  Art. 49. § 1. Afbeeldingen van de aansluitingswerken en hun bestanddelen worden opgenomen in bijlage I.
  § 2. De installaties van het meetapparaat maken het voorwerp uit van de meet- en tellingscode wat betreft hun technische voorschriften, gebruik, onderhoud en de verwerking van meet- of telgegevens.

  Afdeling 1.2. - Aansluitingssoorten.

  Art. 50. § 1. De gewone aansluiting stemt overeen met de volledige aanleg van een aansluitingswerk dat voldoet aan de volgende voorwaarden :
  1. het aansluitingsvermogen is gelijk aan 16 m3(n)/u. of minder;
  2. de aangevraagde leveringsdruk ligt tussen 21 en 25 mbar.
  3. de hoogst toelaatbare bedrijfsdruk van het aansluitingswerk is gelijk aan 4,90 bar of minder.
  § 2. De ongewone aansluiting is een aansluiting waarvoor een of meerdere criteria verwoord in § 1 niet worden vervuld.

  Art. 51. _ De in artikel 32, 3°, c van het decreet bedoelde standaardaansluiting stemt overeen met de volledige aanleg van een aansluitingswerk dat voldoet aan volgende voorwaarden :
  1. de afstand tussen het aangevraagde toegangspunt van de netgebruiker en het aansluitingspunt is gelijk aan maximum 8 meter;
  2. het aangevraagde aansluitingsvermogen is lager of gelijk aan 10 m3(n)/u.;
  3. de aangevraagde leveringsdruk is begrepen tussen 21 en 25 mbar;
  4. het aansluitingswerk wordt in dienst gesteld binnen twaalf maanden na zijn aanleg.

  Afdeling 1.3. - Algemene technische voorschriften.

  Art. 52. Elk aansluitingswerk moet voldoen aan de desbetreffende normen, regelingen en voorschriften inzake gasinstallaties.

  Art. 53. De installatie van de netgebruiker, de gebruiksapparaten alsook de aanleg en aansluiting van die apparaten zijn onderworpen aan de wettelijke bepalingen en de regelingen die geldig zijn bij de aanleg of aansluiting.

  Art. 54. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 18 worden de installaties waarvan de netgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, door de netgebruiker of een gemachtigde derde beheerd en onderhouden, dit voor rekening van die gebruiker. Genoemde gebruiker zorgt voor de goede werking en het onderhoud van zijn installaties.
  § 2. De eigendomsgrenzen van de installaties worden opgenomen in de algemene aansluitingsvoorwaarden of, desgevallend, in het aansluitingscontract.

  Art. 55. § 1. Enkel de netbeheerder wordt ertoe gemachtigd om tussenkomsten en/of handelingen uit te voeren op het aansluitingswerk.
  § 2. Onder voorbehoud van wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de verplichtingen van openbaar nut, indien de tussenkomsten en/of handelingen (o.a. bij een in- of buitendienststelling) worden verricht op aanvraag van de netgebruiker, kunnen de desbetreffende kosten ten laste zijn van laatstgenoemde.
  § 3. In afwijking van § 1 mag de netgebruiker of de door hem daartoe gemachtigde persoon, met inachtneming van alle aangevraagde veiligheidsmaatregelen, de kraan gelegen onmiddellijk stroomopwaarts van zijn toegangspunt echter bedienen behalve als die verzegeld is of tenzij een andersluidende aanwijzing is gegeven door de netbeheerder. Het aansluitingscontract opgemaakt op grond van dit T.R.GAS kan bijzondere bepalingen die afwijken van dit artikel bevatten.
  § 4. Indien een onderbreking van de aardgasvoorziening zich opdoet als gevolg van een incident of noodgeval of door de werking van een veiligheidsapparaat op het net, mag genoemde voorziening enkel door de netbeheerder worden hersteld.

  Art. 56. § 1. De netgebruiker zorgt ervoor dat zijn installaties bij de netbeheerder of bij derden geen risico's, schade of hinder veroorzaken boven de normen die gewoonlijk worden aangenomen.
  § 2. De netgebruiker dient de netbeheerder onmiddellijk op de hoogte te stellen van elke beschadiging, overtreding of niet-conformiteit met de wettelijke of reglementaire voorschriften die hij redelijkerwijze kan vaststellen.
  § 3. Indien de netbeheerder vaststelt of ervan verwittigd wordt dat de installaties van een netgebruiker of de werking ervan het distributienet verstoren, pleegt hij overleg met de netgebruiker om de wijzigingen die strikt noodzakelijk zijn, eraan aan te brengen en om de termijnen daarvoor vast te stellen.

  Art. 57. § 1. Wanneer gedeelten van het distributienet kunnen worden beschadigd of geïmpacteerd door werken uitgevoerd nabij de aansluiting door de netgebruiker of de eigenaar van het gebouw, moet die gebruiker of eigenaar vooraf overleg plegen met de netbeheerder.
  § 2. De netgebruiker of de eigenaar is verplicht de derden die hij belast met de uitvoering van werken voor zijn eigen rekening in de omgeving van de aansluiting te informeren over het bestaan daarvan en hen de verplichtingen die hijzelf moet naleven op te leggen.

  Art. 58. De installaties van één of meerdere netgebruikers gevoed via onderscheiden aansluitingen mogen niet onderling verbonden worden tenzij mits voorafgaand schriftelijk akkoord van de netbeheerder.

  Art. 59. De netbeheerder voorbehoudt zich het recht een cathodische bescherming aan te leggen op de door hem aangewezen netgedeelten.

  Afdeling 1.4. - Omgeving van de installaties.

  Art. 60. Alle elektrische installaties verbonden met een aansluitingswerk of gelegen in lokalen of ruimten die genoemd werk bevatten, moeten conform zijn met het AREI. De uitvoering van de verplichtingen voorzien bij de regelgeving inzake periodieke conformiteitscontroles over die installaties en de daaruit voortvloeiende kosten zijn ten laste van de netgebruiker.

  Art. 61. § 1. Teneinde het meetapparaat en eventueel andere apparaten verbonden met het aansluitingswerk aan te leggen, stelt de netgebruiker een muurgedeelte of een ruimte (eventueel een terrein) met gepaste afmetingen ter beschikking van de netbeheerder. De omvang en de plaats van die ruimte worden in overleg vastgesteld met inachtneming van het voordeel van een kosteloze standaardaansluiting voor de netgebruiker.
  § 2. De netgebruiker zorgt ervoor dat de water- en gasdichtheid van de muren waardoor het aansluitingswerk heen gaat, met uitzondering van deur-, raam-, kelderraam- en verluchtingsopeningen, altijd conform is met de regels der kunst.

  Art. 62. Als voor het voeden van een verkaveling een nieuwe klanten- of distributiecabine nodig is, stelt de verkavelaar gratis een terrein met gepaste afmetingen ter beschikking van de netbeheerder. De omvang en de plaats van dat terrein worden in overleg vastgesteld met inachtneming van de vigerende stedenbouwkundige voorschriften.

  HOOFDSTUK II. - Nieuwe aansluiting op het distributienet.

  Afdeling 2.1. - Indiening van een aansluitingsaanvraag.

  Art. 63. Elke nieuwe aansluiting moet voorafgegaan worden door een aansluitingsaanvraag.

  Art. 64. § 1. Elke natuurlijke of rechtspersoon kan een aansluitingsaanvraag indienen.
  § 2. Die aanvraag bevat met name :
  - de identiteit van de aanvrager en zijn rechtstoestand t.a.v. het betrokken gebouw;
  - de contactgegevens van de aanvrager;
  - de plannen van de afname- of injectieplaats, de algemene technische gegevens en de gewenste plaats van het toegangspunt;
  - de noodzakelijke gegevens voor de vaststelling van het injectie- of afnamepunt waaronder het aangevraagde aansluitingsvermogen en de voorziene afname- of injectiewijze.
  § 3. Een aanvraag om gewone aansluiting kan per post, e-mail, fax of telefoon worden ingediend, overeenkomstig de door de netbeheerder bekendgemaakte procedure.

  Art. 65. § 1. Een aanvraag om aansluiting met een drukpeil op het afname/injectiepunt hoger dan 14.71 bar moet worden ingediend bij het transmissiebedrijf volgens de bij dat bedrijf vigerende procedure.
  § 2. Onverminderd de behandelingsprocedure voor de in artikel 70 bedoelde aanvraag moet een aanvraag om aansluiting met een drukpeil op het afname/injectiepunt lager of gelijk aan 14.71 bar en met een verwachte jaarlijkse afname/injectie lager of gelijk aan vijf miljoen m3(n) worden ingediend bij de netbeheerder aangewezen voor de geografische zone waar het bij die aanvraag betrokken toegangspunt gelegen moet zijn. Die aanvraag wordt ingediend volgens de door de netbeheerder bekendgemaakte procedure.
  § 3. Aanvragen tot aansluiting met een drukpeil op het afname/injectiepunt van 14.71 bar of minder en met een verwachte jaarlijkse afname/injectie hoger dan vijf miljoen m3(n) worden aan het transmissiebedrijf gericht.
  § 4. In afwijking van § 3 wordt elke aanvraag die betrekking heeft op een bestaand aansluitingswerk op het distributienet maar waarvoor de voorwaarden om aan het transmissiebedrijf te worden gericht vervuld zouden zijn, aan de bij het aansluitingswerk betrokken netbeheerder gericht en door hem behandeld. De netbeheerder evalueert in welke mate hij naar behoren kan voldoen aan de nieuwe afname-/injectievoorwaarden; als zulks niet het geval is, maakt hij de aanvraag over het transmissiebedrijf.

  Art. 66. Een aanvraag om aansluiting met een drukpeil op het afname/injectiepunt lager of gelijk aan 14.71 bar en met een verwachte jaarlijkse afname/injectie lager of gelijk aan vijf miljoen m3(n) in een gemeente waarvoor geen enkele netbeheerder door de Waalse Regering werd aangewezen, wordt aan de gemeente gericht. Die onderzoekt of aan de aanvraag kan worden voldaan, met name op wettelijk vlak, hetzij door haar grondgebied (of een gedeelte daarvan) toe te voegen aan de geografische zone van een bestaande netbeheerder of door het dossier over te maken aan een transmissiebedrijf. Een afschrift van de aanvraag en van de daaruit voortvloeiende latere stukken wordt overgemaakt aan de CWaPE door de verschillende partijen. Onverminderd de eventuele andere beroepsmiddelen die wettelijk georganiseerd zijn, kan de afgewezen aanvrager de tussenkomst van de CWaPE aanvragen.

  Art. 67. Indien een aansluitingsaanvraag bedoeld in artikel 65, § 2, een ongewone aansluiting betreft, is een onderzoek nodig. In zijn aanvraag vermeldt de aanvrager of hij een oriëntatieonderzoek zoals bedoeld in hiernavolgende afdeling 2.3. wenst of een uitvoerig onderzoek zoals bedoeld in afdeling 2.4.Het oriëntatieonderzoek is facultatief, het gedetailleerd onderzoek is verplicht.

  Afdeling 2.2. - Behandeling van een aansluitingsaanvraag door de netbeheerder.

  Art. 68. § 1. De netbeheerder oordeelt op grond van technische en economische argumenten op welk gedeelte van het bestaande of ontworpen distributienet de aansluiting zal gebeuren volgens o.a. het aangevraagde aansluitingsvermogen, het drukpeil en de geologische of geografische toevalligheden. De aansluiting zal worden uitgevoerd op de leiding met het laagste drukpeil en die de aangevraagde druk en aansluitingsvermogen kan leveren, met inachtneming van de noodzaak om de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net te handhaven.
  § 2. De netbeheerder kan beslissen een aansluitingsmethode aan te nemen die afwijkt van die omschreven in § 1 volgens de kenmerken van het plaatselijke distributienet of een aansluiting op het net "gemiddelde druk categorie C" te weigeren op grond van objectieve en niet-discriminerende criteria. In dergelijke gevallen notificeert de netbeheerder zijn gemotiveerde beslissing aan de netgebruiker en stuurt een afschrift ervan aan de CWaPE.

  Art. 69. § 1. Bij het onderzoek van de aansluitingsaanvraag alsook bij elke daaruit voortvloeiende latere stap handelt de netbeheerder altijd met het oog op het technische en economische belang van de aanvrager onverminderd het belang van de andere netgebruikers.
  § 2. Ter uitvoering van § 1 neemt de netbeheerder contact op met de andere betrokken netbeheerders indien hij niet alleen kan voldoen aan de aansluitingsaanvraag. Indien de netbeheerder vaststelt dat een aansluiting op een ander distributienet of op het transmissienet meer gepast zou zijn, maakt hij onverwijld het geheel van het dossier over aan de betrokken netbeheerder na overleg met deze en betaalt de eventueel geïnde rechten terug. De netbeheerder notificeert zijn gemotiveerde beslissing aan de netgebruiker en stuurt een afschrift ervan aan de CWaPE.

  Art. 70. § 1. Wanneer de in artikel 65, § 2 bedoelde aanvraag betrekking heeft op een drukpeil op het afname/injectiepunt lager dan 14.71 bar en op een verwachte afname/injectie hoger dan één miljoen m3(n), maakt de netbeheerder de aanvraagdossiers over aan het transmissiebedrijf.
  § 2. De netbeheerder en het transmissiebedrijf(ven) onderzoeken het aanvraagdossier en plegen overleg over de fysieke aansluitingsmodaliteiten; minstens één aanbod wordt voorgesteld op grond van objectieve technische en/of economische criteria.
  Indien zowel de netbeheerder als het transmissiebedrijf een interessante oplossing kunnen voorstellen, zullen beiden een aanbod doen (voor de aansluiting en de toegang tot hun net) op grond van de voordeligste mogelijkheid en van het beschikbare vermogen voor de levering van het aangevraagde uurdebiet. Beide aanboden worden voorgesteld aan de aanvrager. De kosten gedaan door de partij wiens aanbod niet gekozen is, blijven voor haar rekening.

  Art. 71. § 1. De netbeheerder geeft gehoor binnen tien werkdagen na ontvangst van een aanvraag tot gewone aansluiting indien ze volledig is. In voorkomend geval verzoekt hij de netbeheerder binnen dezelfde termijn om de bijkomende nuttige gegevens.
  § 2. Wanneer de aanvraag tot gewone aansluiting geen bijzondere technische analyse vereist, geeft de netbeheerder de afnemer binnen de in § 1 bedoelde termijn kennis van zijn aansluitingsaanbod, zoals bedoeld in artikel 72.
  § 3. Wanneer de aanvraag tot gewone aansluiting een bijzondere technische analyse vereist wegens een ongunstige ligging van de distributieleiding ten opzichte van het wegennet of het gewenste aansluitingspunt, of wegens een aansluitingslengte van meer dan 15 meter, bericht de netbeheerder ontvangst van de aansluitingsaanvraag binnen de termijn bedoeld in § 1. De netbeheerder voert de technische analyse op eigen intiatief en gratis uit en geeft de afnemer binnen 20 werkdagen na de aansluitingsaanvraag kennis van zijn aansluitingsaanbod, zoals bedoeld in artikel 72.
  § 4. Wanneer op de aanvraag tot gewone aansluiting alleen door een voorafgaande distributienetuitbreiding kan worden ingespeeld, wordt de kennisgevingstermijn bedoeld in § 3 op 30 werkdagen gebracht. Deze termijn kan met hoogstens 10 werkdagen worden verlengd als de netbeheerder meer dan 5 potentiële afnemers moet benaderen langs het tracé van de uitbreiding.
  § 5. Als de netbeheerder, in afwijking van § 4, zodra de aanvraag is ingediend redelijkerwijs kan voorzien dat de noodzakelijke uitbreiding van het net een financiële bijdrage van de aanvrager zou kunnen teweegbrengen die niet evenredig is met het gewenste type aansluiting, kan hij de aanvrager daarvan kennis geven in het antwoord bedoeld in § 1 en met diens instemming afzien van de technische analyse en van de voortzetting van de procedure.
  § 6. Als de aansluitingsaanvraag een ongewone aansluiting betreft, geeft de netbeheerher de aanvrager binnen de in § 1 bedoelde termijn kennis van de noodzaak om een voorafgaande studie uit te voeren, overeenkomstig artikel 67.

  Art. 72. § 1. De netbeheerder geeft schriftelijk kennis van zijn aansluitingsaanbod aan de aanvrager.
  § 2. Het aansluitingsaanbod bevat een kostenraming, de vermelding van de uitvoeringstermijn na de bevestigde bestelling en, in voorkomend geval, een technische beschrijving en de specifieke vermeldingen i.v.m. de toegankelijkheid van de installaties, de veiligheid en de exploitatie.
  § 3. De algemene aansluitingsvoorwaarden worden gevoegd bij het aansluitingsaanbod.
  § 4. De netbeheerder bepaalt de geldigheidsduur van zijn aanbod, alsook de specifieke modaliteiten inzake bestelling en contact betreffende het aanvraagdossier. Deze geldigheidsduur bedraagt minstens 6 maanden vanaf de ontvangst van het aanbod. Bij gebrek aan bestelling binnen de voorgeschreven termijn wordt de aanvrager geacht af te zien van zijn aansluitingsaanvraag.

  Art. 73. § 1. Binnen 5 werkdagen na ontvangst van een bevestigde bestelling van de aanvrager waarbij de modaliteiten bedoeld in artikel 72 nageleefd worden, onderneemt de netbeheerder de nodige stappen om de administratieve vergunningen te verkrijgen die nodig zijn voor de uitvoering van de aansluiting.
  § 2. Behalve akkoord tussen de partijen en onverminderd de §§ 3 tot 4, mag de normale termijn voor de uitvoering van de gewone aansluiting niet langer duren dan 15 niet stilgelegde werkdagen na ontvangst door de netbeheerder van alle nodige administratieve vergunningen en voor zover de netgebruiker de werken te zijnen laste heeft uitgevoerd.
  § 3. Als de toestand van de distributieleiding wegenwerken vereist, bedraagt de termijn bedoeld in § 2, 30 niet stilgelegde werkdagen.
  § 4. Als een uitbreiding van het distributienet noodzakelijk is, bedraagt de termijn bedoeld in § 2, 60 werkdagen.
  § 5. De netbeheerder kan deze termijn verlengen mits verantwoording bij de aanvrager en bepaling indien mogelijk in het aansluitingsaanbod bedoeld in artikel 72 :
  - om technische redenen i.v.m. de aansluiting;
  - om administratieve redenen onafhankelijk van de wil van de netbeheerder ten gevolge van gebeurtenissen die voor de netbeheerder niet voorspelbaar of niet kwantificeerbaar zijn.
  - ten gevolge van een gebrek aan voorzorg van de netbeheerder die een dergelijke verlenging noodzakelijk maakt.

  Afdeling 2.3. - Aanvraag om oriëntatieonderzoek en voorproject van aansluiting.

  Art. 74. De doelstelling van een oriëntatieonderzoek is het verkrijgen van een voorafgaande raming betreffende een voorproject van ongewone aansluiting.

  Art. 75. Elke natuurlijke of rechtspersoon kan bij de netbeheerder een aanvraag om oriëntatieonderzoek indienen met betrekking tot een nieuwe aansluiting.

  Art. 76. Elke netgebruiker kan bij de netbeheerder een aanvraag om oriëntatieonderzoek indienen met betrekking tot een aanpassing van zijn bestaande aansluiting, van installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet of van hun respectievelijke exploitatiewijze.

  Art. 77. De aanvrager dient bij de netbeheerder een schriftelijke aanvraag in met o.a. de in artikel 64, § 2, bedoelde elementen om over te gaan tot het oriëntatieonderzoek volgens de door de netbeheerder bekendgemaakte procedure.

  Art. 78. De kosten voor een oriënterende studie worden door de aanvrager gedragen volgens het toepasselijke tarief.

  Art. 79. Tijdens de uitvoering van de oriënterende studie werken de netbeheerder en de aanvrager te goeder trouw samen. De netbeheerder kan op elk moment bij de aanvrager bijkomende informatie opvragen die noodzakelijk is om het voorproject van aansluiting voor te bereiden.

  Art. 80. § 1. De netbeheerder maakt zijn conclusies schriftelijk aan de aanvrager over binnen een termijn van 20 kalenderdagen na ontvangst van de volledige aanvraag tot oriëntatieonderzoek.
  § 2. Wanneer op de aanvraag tot ongewone aansluiting alleen door een voorafgaande distributienetuitbreiding kan worden ingespeeld, bedraagt de kennisgevingstermijn bedoeld in § 1, 30 werkdagen. Deze termijn kan met hoogstens 10 werkdagen worden verlengd als de netbeheerder meer dan 5 potentiële afnemers moet benaderen langs het tracé van de uitbreiding.
  § 3. Als de aanvraag om oriëntatieonderzoek een aansluiting voor een vermogen van 250 m3(n)/uur of meer betreft, wordt de termijn bedoeld in § 1 gebracht op 40 werkdagen, onverminderd de bepalingen van artikel 70. Deze termijn kan in onderlinge overeenstemming tussen de partijen worden verlengd.
  § 4. De conclusies van het oriëntatieonderzoek bevatten minstens :
  - een indicatieve beschrijving van het voorontwerp van aansluitingswerk;
  - de technische voorschriften i.v.m. het geplande aansluitingswerk;
  - een indicatieve raming van de kosten;
  - een indicatieve raming van de aansluitingstermijnen.
  § 5. De netbeheerder bepaalt de geldigheidsduur van de conclusies van het oriëntatieonderzoek. Deze geldigheidsduur mag niet lager zijn dan 6 maanden vanaf de ontvangst van de conclusies. Indien binnen de vermelde termijn voor een gedetailleerd onderzoek geen bestelling is geplaatst, wordt de aanvrager geacht af te zien van zijn aansluitingsaanvraag, maar blijven de onderzoekskosten voor rekening van de aanvrager.

  Afdeling 2.4. - Aanvraag om uitvoerig onderzoek en aansluitingsproject.

  Art. 81. § 1. De doelstelling van het uitvoerig onderzoek is het opmaken van een ongewoon aansluitingsproject.
  § 2. Indien hij het wenst, hetzij zonder oriëntatieonderzoek, hetzij als gevolg van de conclusies van dit onderzoek, vraagt de aansluitingsaanvrager de netbeheerder schriftelijk aan een uitvoerig onderzoek uit te voeren d.m.v. het door de netbeheerder bekendgemaakte formulier overeenkomstig artikel 15.

  Art. 82. § 1. De aansluitingsaanvraag met uitvoerig onderzoek bevat o.a., naast de in artikel 64, § 2, bedoelde elementen, het gewenste aansluitingsvermogen, het verwachte gebruiksprofiel en de technische kenmerken van de op het distributienet aan te sluiten installaties, die vermeld staan op het aansluitingsformulier.
  § 2. Wanneer de aanvraag om uitvoerig onderzoek volgt op een oriëntatieonderzoek, moet de aanvrager het al ingediende aanvraagdossier enkel aanvullen voor zover de in artikel 80, § 5, bedoelde geldigheidsduur niet verstreken is.

  Art. 83. Na ontvangst van een aansluitingsaanvraag met uitvoerig onderzoek, niet voorafgegaan door een oriëntatieonderzoek, onderzoekt de netbeheerder de ontvankelijkheid van de aanvraag. Hij informeert de aanvrager binnen tien werkdagen schriftelijk over het resultaat van het onderzoek naar de ontvankelijkheid en bepaalt de bijkomende gegevens die de aanvrager eventueel moet meedelen met het oog op de voorbereiding van het aansluitingsproject.

  Art. 84. § 1. Binnen een maximumtermijn van twintig werkdagen na de ontvangst van een volledige aanvraag om uitvoerig onderzoek geeft de netbeheerder schriftelijk kennis van zijn aansluitingsaanbod aan de aanvrager.
  § 2. Wanneer op de aanvraag tot ongewone aansluiting alleen door een voorafgaande distributienetuitbreiding kan worden ingespeeld, bedraagt de kennisgevingstermijn bedoeld in § 1, 30 werkdagen. Deze termijn kan met hoogstens 10 werkdagen worden verlengd als de netbeheerder meer dan 5 potentiële afnemers moet benaderen langs het tracé van de uitbreiding.
  § 3 Als de aanvraag een aansluiting met een vermogen van 250 m3(n)/uur of meer betreft, bedraagt de termijn bedoeld in § 1, 40 werkdagen, onverminderd de bepalingen van artikel 70.
  § 4. Als het gedetailleerd onderzoek door een oriëntatieonderzoek voorafgegaan werd, bedragen de termijnen bedoeld in de §§ 1 en 2, 10 werkdagen en de termijn bedoeld in § 3, 20 werkdagen.
  § 5. De in §§ 1 tot 4 bedoelde termijnen kunnen in onderlinge overeenstemming worden verlengd.
  § 6. Het aansluitingsaanbod omvat :
  - een aanlegplan of een technische beschrijving;
  - de specifieke vermeldingen i.v.m. de toegankelijkheid, de veiligheid en de exploitatie van de installaties.
  een kostenraming;
  - de uitvoeringstermijnen na een bevestigde bestelling.
  Met het oog op het opstellen van een contract worden de algemene aansluitingsvoorwaarden, alsook, in voorkomend geval, de bijzondere overgelegde voorwaarden bij het aansluitingsaanbod gevoegd.
  § 7. De netbeheerder bepaalt de geldigheidsduur van zijn aanbod, alsook de specifieke modaliteiten inzake bestelling en contact betreffende het aanvraagdossier. Deze geldigheidsduur bedraagt minstens 6 maanden vanaf de ontvangst van het aanbod.
  § 8. Op grond van het aansluitingsaanbod bedoeld in § 6 en tot het einde van zijn geldigheidsduur kan de aanvrager één van de door de netbeheerder voorgestelde varianten vrij kiezen, eventuele tegenvoorstellen onderwerpen aan de netbeheerder of afzien van zijn aansluitingsaanvraag zonder bijkomende kosten. De aanvrager informeert de netbeheerder schriftelijk over zijn beslissing. Indien hij zich niet uitspreekt voor het einde van de geldigheidsduur van het aanbod, wordt hij geacht af te zien van de voortzetting van de aansluitingsprocedure.

  Art. 85. § 1. Behalve akkoord tussen de partijen mag de normale uitvoeringstermijn van de ongewone aansluiting vanaf de ontvangst van een bevestigde bestelling geen zes maanden overschrijden.
  § 2. De netbeheerder kan deze termijn verlengen mits verantwoording bij de aanvrager en bepaling indien mogelijk in het aansluitingsaanbod bedoeld in artikel 84, § 6 :
  - om technische redenen i.v.m. de aansluiting;
  - om administratieve redenen onafhankelijk van de wil van de netbeheerder ten gevolge van gebeurtenissen die voor de netbeheerder niet voorspelbaar of niet kwantificeerbaar zijn;
  - ten gevolge van een gebrek aan voorzorg van de netbeheerder die een dergelijke verlenging noodzakelijk maakt.
  § 3. Als de aanvraag een aansluiting met een vermogen van 250 m3(n)/uur of meer betreft, kan de termijn bedoeld in § 1 in onderlinge overeenstemming tussen de partijen worden bepaald.

  Art. 86. De door de netbeheerder gedane kosten voor het opmaken van het uitvoerig onderzoek zijn ten laste van de aanvrager volgens het toepasselijke tarief

  Afdeling 2.5. - Algemene aansluitingsvoorwaarden.

  Art. 87. De algemene aansluitingsvoorwaarden zijn van toepassing op elke aansluiting, behoudens andersluidende bepaling uitdrukkelijk overeengekomen en verantwoord in het aansluitingscontract.

  Art. 88. § 1. De aanvrager die een bestelling plaatst voor een gewone aansluiting op grond van het aanbod bedoeld in artikel 72, onderwerpt zich aan de algemene aansluitingsvoorwaarden.
  § 2. De aanvrager die een bestelling plaatst voor een ongewone aansluiting op grond van het aanbod bedoeld in artikel 84, § 6 onderwerpt zich aan de algemene aansluitingsvoorwaarden onverminderd de bepalingen van de artikelen 90 en 91 betreffende het sluiten van een aansluitingscontract.

  Art. 89. De algemene aansluitingsvoorwaarden worden door de netbeheerder opgemaakt en aan de CWaPE onderworpen overeenkomstig de bepalingen van artikel 15.

  Afdeling 2.6. - Aansluitingscontract.

  Art. 90. § 1. Het aansluitingscontract is altijd van toepassing wanneer het onderschreven vermogen gelijk is aan 250 m3(n)/u of meer.
  § 2. Elke partij mag echter eisen dat een aansluitingscontract wordt gesloten voor een toegangspunt met een lager onderschreven vermogen, behalve als het betrekking heeft op een gewone aansluiting.

  Art. 91. Elke nieuwe aansluiting bedoeld in artikel 90 moet voorafgegaan worden door een aansluitingscontract behoorlijk ondertekend door de netbeheerder en de netgebruiker.

  Art. 92. § 1. Het aansluitingscontract bestaat uit de algemene aansluitingsvoorwaarden en de bijzondere bepalingen die eigen zijn aan betrokken aansluitingswerk.
  § 2. De bijzondere bepalingen worden opgemaakt in gemeenschappelijk overleg tussen de netbeheerder en de aanvrager. Ze hebben onder meer betrekking op :
  1. de eventuele afwijkingen van de algemene aansluitingsvoorwaarden;
  2. de voorschriften betreffende de duur en het einde van het contract;
  3. het drukpeil op de aansluitings- en toegangspunten;
  4. de beschrijving van de aansluiting en van haar tracé alsook de plaats van het toegangspunt;
  5. de eenduidige identificatie van het toegangspunt d.m.v. het EAN-nummer;
  6. de voorschriften inzake de toegankelijkheid van de aansluitingswerken;
  7. de beschrijving van de installaties van de netgebruiker (met inbegrip van degene die functioneel deel uitmaken van het net) en in het bijzonder de aangesloten productie-eenheden;
  8. de specifieke technische voorwaarden en voorschriften, o.a. het onderschreven vermogen, de nodige technische kenmerken van de aansluiting en van de installaties van de netgebruiker, het in het aansluitingswerk te integreren meetapparaat, de exploitatie, het onderhoud, de bewakings- en veiligheidsvoorschriften;
  9. de uitvoeringsmodaliteiten en de realisatie- of wijzigingstermijnen van de nieuwe of te wijzigen aansluiting, met vermelding van de onderliggende hypothesen;
  10. de bijkomende maatregelen die moeten worden getroffen bij overschrijding van het aansluitingsvermogen;
  11. de modaliteiten inzake onverbreekbaarheid en uitwissen.

  Art. 93. De technische oplossingen en parameters die deel uitmaken van een aansluitingscontract kunnen worden herzien op gemotiveerde aanvraag van de netbeheerder of van de netgebruiker met de overeenstemming van de andere partij.

  Art. 94. § 1. Bij akkoord van de netgebruiker over een in artikel 84, § 6 bedoeld aanbod dat een meer gedetailleerd aansluitingscontract dan de algemene voorwaarden vereist, wordt het voorstel van aansluitingscontract door de netbeheerder opgesteld en genotificeerd aan de netgebruiker binnen 20 werkdagen na het akkoord.
  § 2. De netbeheerder bepaalt de geldigheidsduur van zijn contractvoorstel dat minstens twee maanden bedraagt vanaf zijn ontvangst door de netgebruiker. Indien binnen de vermelde termijn geen contract is gesloten, wordt de aanvrager geacht af te zien van zijn aansluitingsaanvraag, maar blijven de onderzoekskosten voor rekening van de aanvrager.

  Afdeling 2.7. - Uitvoering van het aansluitingswerk.

  Art. 95. § 1. De aansluitingswerken worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de netbeheerder in overleg met de netgebruiker. Evenwel mag het geheel of een gedeelte van de voorbereidende werken of afwerkingen op een privé terrein uitgevoerd worden door de netbeheerder met uitzondering van de uitvoering van de aansluiting.
  § 2. De netgebruiker schikt zich naar de door de netbeheerder aanbevolen veiligheidsmaatregelen.
  § 3. De voorwaarden voor de toegang tot de installaties, conform met de artikelen 17 en 19, zijn van toepassing bij de uitvoering van de aansluiting.
  § 4. De netbeheerder bepaalt het tracé van het aansluitingswerk alsook de aard en de kenmerken van zijn bestanddelen teneinde de algemene veiligheid en de betrouwbaarheid van de aansluiting te waarborgen en de verbruiksoverzichten, de controle en het onderhoud te vergemakkelijken.

  Afdeling 2.8. - Indienststelling van een toegangspunt.

  Art. 96. § 1. Een toegangspunt waarvan het vermogen gelijk is aan 25 m3(n)/u of minder wordt in dienst gesteld binnen drie werkdagen na de aanvraag om dienststelling van de netgebruiker die voldoet aan de voorschriften van de artikelen 97 en 98.
  § 2. Als het aansluitingsvermogen van het toegangspunt hoger is dan 25 m3(n)/u, kan deze termijn op 5 werkdagen worden gebracht. Als het vermogen gelijk is aan 250 m3(n)/u of meer, wordt deze termijn tussen de partijen overeengekomen.
  § 3. De kosten voor de indienststelling van het toegangspunt zijn ten laste van de netbeheerder.
  § 4. Wanneer de netgebruiker zijn aanvraag indient, zorgt hij ervoor dat aan alle voorwaarden voor de wezenlijke indienststelling van het toegangspunt is voldaan. Elke nutteloze verplaatsing van de diensten van de netbeheerder kan ter rekening van de netgebruiker worden gebracht indien een gebrek in hoofde van laatstgenoemde is vastgesteld.

  Art. 97. Een toegangspunt wordt pas in dienst gesteld nadat de gegevens betreffende dat toegangspunt zijn geregistreerd in het toegangsregister van de netbeheerder en de voorschriften van deze Code zijn nageleefd.

  Art. 98. § 1. Vóór de indienststelling van een toegangspunt kan de netbeheerder de netgebruiker erom verzoeken dat hij het bewijs levert dat zijn installaties voldoen aan de vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen.
  § 2. Bij de opening van de gasmeter vergewist de verdeler er zich van dat de binneninstallatie gasdicht is op de verdelingsdruk volgens de vigerende procedure.
  § 3. In geval van een nieuwe installatie of installatiegedeelte is de installateur er toe gehouden aan de netbeheerder een bewijs af te leveren waaruit blijkt dat de installatie beantwoordt aan de voorschriften van de vigerende normen. Dit bewijs bestaat uit een verklaring in deze zin van de installateur, te weten diegene die de installatie geplaatst heeft, vergezeld van een principeschema van de door hem geplaatste installatie. Het attest moet worden gevalideerd na een controle ter plaatse door een verslag van een "erkend controleorganisme". Indien degene die de installatie geplaatst heeft een "gehabiliteerd installateur" is, wordt de installatie geacht in overeenstemming te zijn met de voorschriften van de vigerende normen, en zal de validering van het attest door een "erkend controleorganisme" niet door de netbeheerder geëist worden.

  HOOFDSTUK III. - Wijziging van het statuut of van de configuratie van bestaande aansluitingswerken.

  Afdeling 3.1. - Overgangsperiode en regularisatie.

  Art. 99. § 1. Een installatie van een netgebruiker van vóór 1 december 2004 en die niet voldoet aan de voorschriften van dit T.R.GAS kan worden gebruikt in haar oorspronkelijke staat op voorwaarde dat ze daadwerkelijk of mogelijkerwijs geen probleem voor de veiligheid veroorzaakt of zou kunnen veroorzaken en voor zover deze niet-conformiteit de installaties van de netbeheerder of de installaties en/of de kwaliteit van de aardgaslevering bij een andere netgebruiker niet effectief in gevaar brengt.
  § 2. De netbeheerder is niet verantwoordelijk voor schade bij de netgebruiker veroorzaakt door de slechte werking van de installaties van laatstgenoemde indien ze niet conform zijn met dit T.R.GAS of het voorwerp uitmaken van ongepaste bedieningen door de netgebruiker of derden.

  Art. 100. § 1. Elke installatie van de netgebruiker die niet conform is met de voorschriften van dit T.R.GAS en waarvan de niet-conformiteit schade of hinder veroorzaakt aan de installaties van de netbeheerder of van één of meerdere netgebruikers, moet in conformiteit worden gesteld binnen een termijn vastgesteld door de netbeheerder volgens de aard en de omvang van de schade of hinder. Benadeelde netgebruikers kunnen de netbeheerder erom verzoeken die termijn te verkorten. De betrokken partijen onderhandelen te goeder trouw over een redelijke termijn.
  § 2. Tijdens die termijn is de netbeheerder niet verantwoordelijk voor eventuele schade aangebracht aan de netgebruikers indien hij kan vaststellen dat ze rechtstreeks voortvloeien uit de niet-conformiteit van de installaties van een netgebruiker met dit T.R.GAS.
  § 3. De in dit artikel bedoelde aanpassingen zijn ten laste van de netgebruiker indien het aangetoond is dat zijn installaties de rechtstreekse oorzaak zijn van de schade of hinder.
  § 4. Indien de netgebruiker de in dit artikel bedoelde aanpassingen niet heeft uitgevoerd binnen de gestelde termijn, wordt hij bij aangetekende brief aangemaand door de netbeheerder.
  § 5. Onder voorbehoud van andere akkoorden tussen de betrokken partijen heeft de netbeheerder het recht de toegang te onderbreken indien de aanpassingen niet uitgevoerd zijn binnen tien werkdagen na de kennisgeving van die aanmaning.

  Art. 101. In afwachting van nieuwe aansluitingscontracten tussen de netbeheerder en de netgebruiker mogen hun eventuele overeenkomsten die al bestonden voor de inwerkingtreding van dit T.R.GAS, geldig blijven voor zover hun eventuele onverenigbaarheid met dit T.R.GAS geen risico vormt voor de veiligheid of de continuïteit van de werking van het distributienet. In het tegenovergestelde geval plegen de partijen overleg teneinde die zo spoedig mogelijk aan te passen aan de voorschriften van dit T.R.GAS.

  Afdeling 3.2. - Aanpassing van een aansluitingswerk.

  Art. 102. Elke aanpassing van een bestaand aanpassingswerk bedoeld in artikel 90 of van een werk dat tot deze categorie behoort door die aanpassing of de aanpassing van zijn exploitatiewijze, moet worden voorafgegaan door een aansluitingscontract dat moet worden gesloten met de netbeheerder volgens de procedure van laatstgenoemde.

  Art. 103. De netbeheerder kan een aansluitingsaanvraag opleggen en het aansluitingswerk wijzigen in geval van belangrijke wijzigingen in het injectie- of afnameprofiel van de netgebruiker in verhouding tot de voorwaarden die van toepassing waren bij de aansluitingsaanvraag of in geval van aanpassingen aan installaties van de netgebruiker die functioneel deel uitmaken van het net.

  Art. 104. § 1. Elke netgebruiker kan bij de netbeheerder een aansluitingsaanvraag indienen of laten indienen die betrekking heeft op een aanpassing van het bestaande aansluitingswerk, van de installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet of van hun respectieve exploitatiewijze. Die aanvraag bevat eveneens de in artikel 64, § 2, vermelde informatie.
  § 2. Op aanvraag van de netgebruiker kan de netbeheerder aanvaarden dat een in artikel 102 bedoelde wijziging wordt beschouwd als van secundair belang. Die wijziging zal het voorwerp uitmaken van een aanhangsel bij het aansluitingscontract zonder bijkomend onderzoek.

  Art. 105. Elke wijziging in of aan het lokaal waar de aansluiting of een gedeelte ervan zich bevindt, die een impact heeft op de toegankelijkheid of de zichtbaarheid van de aansluiting, mag enkel worden uitgevoerd in overleg met de netbeheerder. Toezicht moet altijd kunnen worden gehouden op de aansluiting.

  Afdeling 3.3. - Wegname van een aansluitingswerk.

  Art. 106. § 1. Elk aansluitingswerk kan worden weggenomen op geschreven verzoek van de eigenaar van het betrokken goed en op voorwaarde dat geen enkele netgebruiker er nog gebruik van maakt.
  § 2. De kosten voor de wegname van een aansluitingswerk, evenals die voor het terug in oorspronkelijke staat brengen van lokalen, privé toegangswegen en terreinen, zijn ten laste van de eigenaar van het betrokken goed.
  § 3. De vervanging van een aansluitingswerk op verzoek van de netgebruiker of eigenaar van het bediende goed kan niet als een standaardaansluiting worden beschouwd.

  Art. 107. De netbeheerder heeft het recht, onder de in artikel 15 bedoelde algemene voorwaarden en mits de eigenaar van het betrokken goed voorafgaandelijk te verwittigen, elk aansluitingswerk dat meer dan een jaar niet meer gebruikt werd weg te nemen of af te koppelen. Indien de netgebruiker wenst die aansluiting te behouden voor de uitvoering van onderzochte projecten, draagt hij bij in de onderhoudskosten volgens met de netbeheerder overeen te komen modaliteiten.

  Afdeling 3.4. - Eigendoms- of gebruiksoverdracht.

  Art. 108. § 1. In geval van eigendoms- of gebruiksoverdracht van roerende of onroerende goederen waarvoor het aansluitingswerk in dienst is, neemt de overnemer de rechten en verplichtingen van de vorige gebruiker over en, in voorkomend geval, sluit hij onmiddellijk een nieuw aansluitingscontract met de netbeheerder zonder buitendienststelling om deze enige reden. Het bestaande aansluitingscontract is geldig zolang genoemde overdracht niet genotificeerd is aan de netbeheerder.
  § 2. In geval van een dergelijke overdracht mag een buitendienststelling pas worden uitgevoerd door de netbeheerder na een gemotiveerde aanmaning met een redelijke regularisatietermijn.

  TITEL IV. - Toegangscode.

  HOOFDSTUK I. - Aanwijzing van de leverancier.

  Art. 109. Het toepassingsgebied van deze Code wordt beperkt tot de netgebruikers die producent, opslagonderneming of eindafnemer zijn. Hij is niet van toepassing op de netgebruikers die een distributie- of transmissienet zijn (de desbetreffende gelijkwaardige voorschriften maken het voorwerp uit van de Samenwerkingscode).

  Art. 110. § 1. De in artikel 109 bedoelde netgebruiker kiest voor elk toegangspunt een leverancier die houder is van een geldige voorzieningsvergunning en met wie hij een contract sluit.
  § 2. In afwijking van § 1, als de niet-residentiële netgebruiker van wie het gebruiksprofiel door teleopname wordt geregistreerd gelijktijdig meer leveranciers voor een enig toegangspunt kiest, sluit hij met één van de leveranciers de nodige akkoorden opdat laatstgenoemde alle verplichtingen van dit T.R.GAS in hoofde van de leverancier zou overnemen. Bij gebreke daarvan dient de netgebruiker overeenkomstig de bepalingen van artikel 30 van het decreet, een beperkte leveringsvergunning aan te vragen die hem toelaat zijn eigen leverancier te worden. In dat geval valt hij onder het toepassingsgebied van de relevante voorschriften die in dit kader bij dit T.R.GAS aan de leveranciers opgelegd worden, met name die van deze code betreffende de toegang tot het net.

  HOOFDSTUK II. - Toegangsregister.

  Art. 111. § 1. De netbeheerder houdt een toegangsregister bij waarin per toegangspunt, de netgebruiker, de leverancier en de bevrachter worden geregistreerd om de mededeling van de gegevens betreffende dit punt volgens de modaliteiten bepaald bij dit T.R. GAS mogelijk te maken. Deze mededeling beoogt :
  - de correcte organisatie en registratie voor elk toegangspunt, van de wijzigingen van netgebruiker, leverancier of bevrachter, alsook de technische aanpassingen aan het aansluitingswerk;
  - de toekenning aan de netgebruiker, de leverancier en de betrokken bevrachter, van de op elk toegangspunt afgenomen of geïnjecteerde hoeveelheden gas.
  § 2. De netbeheerder staat in voor het beheer en de bijwerking van de gegevens in het toegangsregister, met inbegrip van de gegevens van de netgebruiker zoals die door de leveranciers worden meegedeeld.
  § 3. De netbeheerder is de beheerder van het toegangsregister zoals bedoeld in de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Op gewoon verzoek van de netgebruiker of van zijn leverancier zet hij de persoonsgegevens van het toegangsregister recht en wijst hij een contactpersoon aan die daarvoor verantwoordelijk is.
  § 4. De rechtzettingen bedoeld in § 3 worden aan alle betrokken partijen meegedeeld.

  Art. 112. § 1. Het toegangsregister bevat per toegangspunt, gekenmerkt door één EAN-GSRN nummer, elk gegeven dat voor het beheer van de toegang nodig is, inzonderheid :
  - de identiteit en de EAN-GLN code van de leverancier, de bevrachter en de netgebruiker;
  - het geaggregeerd ontvangststation dat het toegangspunt bevoorraadt;
  - de door de leverancier verstrekte gegevens over de netgebruiker :
  1° de naam van de netgebruiker;
  2° het soort netgebruiker (residentieel / niet-residentieel);
  3° in voorkomend geval, de NACE code;
  4° het contactadres van de netgebruiker :
  - de technische gegevens betreffende het aansluitingswerk;
  - de technische gegevens betreffende de meter, meer bepaald het nummer;
  - de gegevens betreffende de modaliteiten i.v.m. de genomen metingen :
  1° meetfrequentie : jaarlijks, maandelijks of om het uur;
  2° voor de jaarlijks opgenomen toegangspunten, de maand van de opname;
  - de gegevens betreffende het gebruik van het toegangspunt :
  1°injectie of afname;
  2° het type gas;
  3° voor de niet telegelezen toegangspunten : het synthetisch gebruiksprofiel en het jaarlijks/maandelijks standaard of forfaitair verbruik;
  4° in voorkomend geval, het onderschreven vermogen;
  5° het type tarief;
  6° de aanvangsdatum van de levering van de leverancier (meegedeeld door de leverancier);
  7° de einddatum van de levering van de leverancier indien reeds bekend (meegedeeld door de leverancier).
  § 2. De netbeheerder bewaart minstens twee jaar het registeroverzicht van de gegevens vervat in het toegangsregister, hoe dan ook tot de definitieve reconciliatie van bedoelde periode.

  Art. 113. _
  § 1. De netbeheerder deelt binnen maximum vijf werkdagen zijn EAN-code en het geaggregeerd ontvangststation mee aan elke netgebruiker die erom verzoekt. De aanvraag kan per telefoon, e-mail, fax, post of via de website van de netbeheerher worden ingediend. Het antwoord kan langs dezelfde weg verstuurd worden. Als deze aanvraag van de leverancier van de netgebruiker komt, is het communicatiemiddel conform het opgestelde protocol.
  § 2. De netbeheerder bezorgt elke toegangsgerechtigde maandelijks uiterlijk de vierde werkdag na het begin van de maand gratis een bestand uit het toegangsregister met de bestaande toestand om 6u op de eerste dag van de maand. Voor elk door zijn EAN-GSRN code geïdentificeerde toegangspunt bevat dit bestand minstens :
  - de indicatieve naam van de netgebruiker verbonden met het toegangspunt;
  - het EAN-GLN nummer van de netbeheerder met als optie de naam van de netbeheerder;
  - het EAN-GLN nummer van de leverancier met als optie de naam van de leverancier;
  - het EAN-GLN nummer van de bevrachter met als optie zijn naam;
  - de begindatum van de levering aan het toegangspunt;
  - de einddatum van de levering aan het toegangspunt (indien reeds gekend);
  - de frequentie van de opmeting van de teller; jaarlijks, maandelijks of op uurbasis;
  - het geaggregeerd ontvangststation waarvan het toegangspunt afhangt;
  - voor de niet telegelezen toegangspunten, het synthetisch gebruiksprofiel en het jaarlijks/maandelijks standaardverbruik;
  - voor de toegangspunten met een jaarlijkse opname, de maand van de opname.
  § 3. Een keer per semester legt de distributienetbeheerder een elektronische lijst gratis ter inzage van de leveranciers. Deze lijst bevat de meest recente gegevens vereist voor het opzoeken van de EAN-GSRN codes van de toegangspunten op hun netten, met name :
  - de EAN-code;
  - de straatnaam;
  - het huisnummer;
  - de postbus;
  - de postcode;
  - de gemeente;
  - het nummer van de meter(s).
  Het formaat van deze communicatie wordt in gemeenschappelijk overleg tussen de partijen bepaald. Bij gebrek aan overeenstemming kan de CWaPE een formaat opleggen.

  Art. 114. Als de netbeheerder die in het Waalse Gewest actief is gas levert buiten de grenzen van het Gewest, neemt hij alle nodige maatregelen om de selectie van informatie die voor de netgebruikers in het Waalse Gewest specifiek is, mogelijk te maken vanaf zijn toegangsregister.

  Art. 115. § 1. Elke wijziging van leverancier dient minstens één maand op voorhand door de nieuwe leverancier aan de netbeheerder gemeld te worden. De vorige leverancier wordt door de netbeheerder in kennis gesteld van deze wijziging. De betrokken leveranciers bevestigen desnoods die wijziging aan hun respectieve bevrachters.
  § 2. Elke wijziging van bevrachter dient minstens één maand op voorhand door betrokken leverancier aan de netbeheerder te worden gemeld. De wijziging wordt pas effectief op de eerste dag van de maand om 6 u.
  § 3. Indien een leverancier, van wie het contract afloopt, door de distributienetbeheerder niet is verwittigd van een komende wijziging van leverancier en zijn voorziening niet wenst te verlengen, dient hij de distributienetbeheerder minstens één maand voor de vervaldag te informeren; als zulks niet het geval is, kan hij door de distributienetbeheerder steeds worden beschouwd als leverancier van bedoeld toegangspunt. De netbeheerder maant de netgebruiker dan aan om minstens vijf dagen vóór de vervaldatum een leverancier te vinden; hij laat hem weten dat elke afname van energie na deze datum als ongepast wordt beschouwd en dat de vorige leverancier van zijn verplichtingen wordt ontheven. Als de gebruiker niet residentieel is, geeft hij hem kennis van de opschorting van de toegang bedoeld in artikel 131.

  Art. 116. Elke netgebruiker die van het gebruik van zijn toegangspunt afziet (verhuizing, stopzetting van activiteiten, ...), verwittigt zijn leverancier zo vlug mogelijk en indien mogelijk een maand op voorhand. Laatstgenoemde informeert de netbeheerder opdat hij de indexen kan afsluiten en het toegangspunt eventueel kan uitschakelen. In geval van verhuizing naar een ander toegangspunt geeft de leverancier ook de netbeheerder kennis van het nieuwe adres (index en indienstneming van het toegangspunt). Een formulier dat het overschrijven van deze informatie en het akte nemen van een tegenstrijdige indexmeting mogelijk maakt, wordt door de leverancier aan de netgebruikers ter beschikking gesteld.

  Art. 117. § 1. Wanneer een leverancier en/of een bevrachter zijn activiteit stopzet, moet betrokken leverancier dit minstens één maand op voorhand aan betrokken netbeheerder en netgebruikers melden en hen kennis geven van de identificatie van de leverancier die als vergunninghouder de activiteit overneemt zonder onderbreking van de levering aan de gebruikers. De betrokken leveranciers geven hun respectieve bevrachters bevestiging van die stopzetting.
  § 2. Als hij vaststelt dat de kennisgeving bedoeld in § 1 niet gebeurd is of om de continuïteit van de voorziening aan een netgebruiker van wie de leverancier plots in gebreke is, te waarborgen, neemt de netbeheerder de maatregelen die noodzakelijk zijn om hem onmiddellijk te vervangen door een leverancier met wie hij de nodige akkoorden heeft gesloten. De identiteit van deze leverancier wordt aan de CWaPE op voorhand meegedeeld. Intussen neemt de netbeheerder voorlopig de rechten en verplichtingen van de in gebreke blijvende leverancier over inzake leveringen. Binnen tien dagen na de kennisneming van het in gebreke blijven van de leverancier verwittigt de netbeheerder de netgebruiker van deze vervanging alsook van de overgang die deze vervanging voorafgaat en herinnert hem de procedure om een nieuwe leverancier te kiezen.

  Art. 118. Het bij het UN/EDIFACT-protocol gevoegde gebruikershandboek beschrijft de reeks berichten voor elk wijzigingsproces, de vorm en inhoud van de berichten alsook de modaliteiten voor de annulering van een geplande wijziging.

  HOOFDSTUK III. - Toegangsprocedure.

  Afdeling 2.1. - Toegangsaanvraag.

  Art. 119. § 1. De toegang tot het distributienet kan pas verkregen worden na het afsluiten van een toegangscontract tussen de netbeheerder en de netgebruiker of diens leverancier, die de toegangsgerechtigde wordt genoemd.
  § 2. Het toegangscontract wordt voorafgegaan door de indiening van een toegangsaanvraag bij de netbeheerder overeenkomstig de procedure die door hem wordt bekendgemaakt. Deze procedure voorziet in de voorwaarden waaraan een aanvrager moet voldoen.

  Art. 120. Behalve als een netgebruiker een toegangsaanvraag in zijn naam wenst in te dienen en onverminderd de bepalingen van artikel 110 § 2, kan elke leverancier die houder is van een geldige leveringsvergunning in de zin van artikel 30 van het decreet een toegangsaanvraag indienen :
  - voor zijn eigen rekening, om zijn leveringsactiviteit uit te oefenen;
  - voor rekening van een netgebruiker voor een bijzonder toegangspunt dat deze leverancier van plan is te bevoorraden.

  Art. 121. _
  § 1. Een toegangsaanvraag bevat o.a. de volgende gegevens :
  1. de identiteit van de aanvrager : naam, adres, identificatienummer (BTW, handelsregister of bedrijfsnummer), EAN-GLN-nummer...;
  2. de gevraagde aanvangsdatum en de duur van de toegang tot het net van de netbeheerder;
  3. als ze bekend zijn, de EAN-GSRN codes van de toegangspunten bedoeld in de toegangsaanvraag;
  4. in voorkomend geval, de aangesloten productie-eenheden en de voornaamste kenmerken ervan;
  5. de identiteit en het EAN-GLN nummer van de bevrachters met wie de leverancier een overeenkomst heeft die van toepassing is op het distributienet waarop de toegangsaanvraag slaat.
  § 2 In afwijking van § 1 als een toegangsgerechtigde een aanvraag indient om bijkomende toegangspunten in aanmerking te nemen, kan de procedure bedoeld in artikel 115 dienen als toegangsaanvraag.

  Art. 122. § 1. De netbeheerder onderzoekt de ontvankelijkheid, onder meer op grond van de criteria omschreven in artikel 123.
  § 2. Binnen 10 werkdagen na ontvangst van de ontvankelijke toegangsaanvraag legt de netbeheerder de aanvrager een toegangscontract voor.
  § 3. In het geval bedoeld in artikel 121, § 2, kan een aanhangsel bij het toegangscontract volstaan dat bestaat uit minstens een actualisering van de bijlagen bedoeld in artikel 124, § 2.

  Art. 123. Om toegang te krijgen tot het net moeten de volgende voorwaarden worden vervuld :
  - de aanvraag wordt op geldige wijze ingediend overeenkomstig de procedure bekendgemaakt door de netbeheerder;
  - voor de toegangspunten bedoeld in de toegangsaanvraag die de toegangsduur dekt, wordt een leveringscontract op geldige wijze afgesloten tussen een leverancier en de netgebruiker;
  - de bepalingen van de aansluitingscode werden op geldige wijze toegepast op bedoelde toegangspunten;
  - er bestaat een geldige overeenkomst tussen de leverancier en minstens één bevrachter erkend door het transmissiebedrijf;
  - het gewenste vermogen is compatibel met het beschikbare vermogen op bedoeld toegangspunt.

  Afdeling 2.2. - Toegangscontract met de netbeheerder.

  Art. 124. § 1. Het toegangscontract is een kadercontract dat naast algemene voorschriften waarvoor wordt verwezen naar dit T.R.GAS, de volgende elementen bevat :
  1. de identiteit van de betrokken partijen;
  2. de aanwijzing van de contactpersonen;
  3. de bepalingen met betrekking tot de vertrouwelijkheid, de wederzijdse aansprakelijkheden;
  4. de inwerkingtredingsdatum van het toegangscontract en de duur van dat contract;
  5. de modaliteiten m.b.t. de eventuele wijzigingen van het onderschreven vermogen;
  6. de betalingsmodaliteiten en de eventuele financiële waarborgen.
  § 2. Evolutieve bijlagen worden gevoegd bij het kadercontract. Ze hebben o.a. betrekking op :
  1. de modaliteiten inzake onverbreekbaarheid of uitwissen die op elk toegangspunt eventueel overeengekomen zijn;
  2. de lijst van de toegangspunten (EAN-GSRN-nummers) met vermelding van het onderschreven vermogen en de toegangsperiode daarvoor;
  3. de aangesloten productie-eenheden per toegangspunt (met vermelding van het maximale productiedebiet per uur en de verwachte productieduur); indien in een bepaald toegangspunt, ten gevolge van de aangesloten productie-eenheden, er zich zowel een vermogeninjectie als -afname kan voordoen, dient voor de beschouwde periode zowel een onderschreven vermogen voor de vermogeninjectie als voor de -afname bepaald te worden;
  4. de jaarlijkse gebruiksprofielen die door de netbeheerder toegekend zijn op grond van de informatie van de netgebruikers;
  5. per toegangspunt, de bevrachter met wie de leverancier samenwerkt.
  Die bijlagen worden gericht geamendeerd d.m.v. aanhangsels volgens de ontwikkeling van de daarin vermelde gegevens. het uittreksel van het toegangsregister bedoeld in artikel 113, § 2 kan een basis vormen om een bijvoegsel op te stellen.

  Afdeling 2.3. - Verklaringen en waarborgen van de leverancier.

  Art. 125. § 1. Om het evenwicht van het distributienet te handhaven, moet elke leverancier tijdens de in artikel 136 bepaalde elementaire periode, via het transmissienet, het of de op elkaar aangesloten distributienet(ten) (in voorkomend geval) en de ontvangststations, zoveel gas injecteren als wordt geleverd aan de netgebruikers met wie hij toegangscontracten heeft gesloten. Daartoe tekent de leverancier in op de nodige gashoeveelheden om het hoofd te kunnen bieden aan extreme omstandigheden die overeenkomen met een gelijkwaardige temperatuur in Ukkel van - 11 °C gedurende één dag.
  § 2. Indien de leverancier samenwerkt met een bevrachter, sluit hij met laatstgenoemde een samenwerkingscontract waarin alle wederzijdse aansprakelijkheden duidelijk en nauwkeurig afgebakend en beschreven zijn.

  Art. 126. De leverancier verklaart en verzekert de netbeheerder dat vanaf de inwerkingtredingsdatum van het toegangscontract en voor de hele duur daarvan alle door hem geplande afnamen of injecties worden of zullen worden gedekt door een voorzieningscontract, met inbegrip van de extreme omstandigheden omschreven in artikel 125.

  Art. 127. De leverancier verklaart en verzekert de netbeheerder dat wat betreft de toegang tot andere distributienetten en tot het transmissienet, hij alle contracten zal sluiten die noodzakelijk zijn om de toegang te dekken voor al zijn injecties en afnamen. Zodoende stelt hij de netbeheerder vrij van alle desbetreffende aansprakelijkheden.

  Art. 128. De leverancier verwittigt onmiddellijk de netbeheerder indien één of meerdere van bovenvermelde verklaringen of waarborgen verstrijken.

  HOOFDSTUK IV. - Onderbreking of opschorting van de toegang tot het distributienet.

  Afdeling 3.1. - Geplande onderbreking van de toegang.

  Art. 129. § 1. De netbeheerder heeft het recht, na overleg met de betrokken netgebruiker van wie het vermogen gelijk is aan 25 m3(n)/u of meer, de toegang tot het distributienet te onderbreken wanneer de veiligheid, de betrouwbaarheid en/of de efficiëntie van het distributienet of de aansluiting werkzaamheden vereisen aan genoemd net of werken.
  § 2. Behalve in spoedgeval informeert de netbeheerder al de bij een onderbreking betrokken netgebruikers en leveranciers minstens vijf werkdagen vooraf over de geplande aanvang en duur van een onderbreking..

  Afdeling 3.2. - Niet-geplande onderbreking van de toegang.

  Art. 130. Onverminderd de voorschriften van titel I, hoofdstuk 5 van dit T.R.GAS, in geval van niet-geplande onderbreking van de toegang tot het distributienet :
  - informeert de netbeheerder de netgebruiker en zijn leverancier zo spoedig mogelijk over het probleem en de vermoedelijke duur ervan;
  - maakt de netbeheerder binnen tien werkdagen een omstandige verklaring betreffende die onderbreking op aanvraag van netgebruiker of van zijn leverancier;
  - kan de CWaPE elke bijkomende informatie vereisen.

  Afdeling 3.3. - Opschorting van toegang.

  Art. 131. Onder voorbehoud van de toepassing van wettelijke of reglementaire bepalingen die o.a. toepasselijk zijn inzake verplichtingen van openbare dienst, heeft de netbeheerder het recht om de toegang tot zijn distributienet geheel of gedeeltelijk op te schorten :
  - in spoedgeval;
  - als een netgebruiker zijn financiële verplichtingen t.a.v. de netbeheerder niet naleeft en na aanmaning van de netgebruiker, onverminderd de verplichtingen van openbare dienst betreffende de residentiële eindafnemers;
  - indien de leverancier van een niet-residentiële netgebruiker zijn financiële verplichtingen verzuimt;
  - als, voor een gegeven periode, geen enkele leverancier of bevrachter voor het opgeschorte toegangspunt wordt aangewezen, onverminderd de bepalingen van artikel 117 § 2;
  - indien de netbeheerder oordeelt dat een ernstig risico bestaat voor de goede werking van het distributienet en/of voor de veiligheid van de personen of van het materieel, inzonderheid overeenkomstig artikel 100 van dit T.R.GAS;
  - indien de contractueel overeengekomen grenzen van het onderschreven vermogen herhaaldelijk en aanzienlijk zijn overschreden of indien de ontoereikendheid tussen injectie van de leverancier en afname van de netgebruiker gebreken aan evenwicht veroorzaken.

  HOOFDSTUK V. - Injectie/afnameprogramma.

  Art. 132. § 1. Indien de netbeheerder het nodig acht, kan hij op bepaalde toegangspunten (volgens de grootte van het afgenomen en/of geïnjecteerd vermogen en/of op basis van andere objectieve en niet-discriminerende criteria) dagelijks een toegangsprogramma eisen van de partij die het toegangscontract afsluit, vooraleer toegang tot het distributienet te verlenen. Voor die toegangspunten kan hij ook jaarlijks vooruitzichten eisen van de toegangshouder.
  § 2. Indien de partij die het toegangscontract afsluit voorziet dat het werkelijk afname- of injectieprofiel zal afwijken van voornoemd injectie- of afnameprogramma of van meegedeelde vooruitzichten, stelt hij de netbeheerder onverwijld op de hoogte hiervan.

  TITEL V. - Meet- en telcode.

  HOOFDSTUK I. - Algemeen.

  Art. 133. De Meet- en telcode beschrijft de rechten en plichten van de netbeheerder en de andere betrokken partijen met betrekking tot enerzijds het ter beschikking stellen, de aanleg, het gebruik en onderhoud van de meet- of telinrichtingen en anderzijds de uitlezing, de verwerking en het ter beschikking stellen van de meet- of telgegevens.

  Art. 134. Behoudens uitzondering bedoeld in artikel 199 bevat elk toegangspunt van het distributienet een meetinrichting teneinde de gasinjectie of -afname op dat punt te bepalen in verhouding tot het distributienet.

  Art. 135. § 1. De meetinrichtingen en de meet- of telgegevens hebben als doel de facturering van de hoeveelheden uitgewisselde energie alsook de verrekeningen tussen marktactoren gebaseerd op de geïnjecteerde en/of afgenomen hoeveelheden uit te voeren. Ze dienen eveneens als basis voor een goed beheer van het distributienet.
  § 2. De in § 1 bedoelde verrekeningen zijn gebaseerd op metingen betreffende elementaire periodes. Afhankelijk van de aard van de aansluiting zijn die metingen rechtstreeks betrokken uit de meetinrichting of zijn het resultaat van de toepassing van typeprofielen op die meet- of telgegevens.

  Art. 136. De in artikel 135, § 2, bedoelde elementaire periode bedraagt één uur.

  Art. 137. § 1. De netbeheerder is, voor het distributienet waarvoor hij als beheerder aangesteld is, als enige gemachtigd om de meetinrichting ter beschikking te stellen, te plaatsen, uit te breiden, te onderhouden en uit te baten op zijn distributienet.
  § 2. Behoudens andersluidende overeenkomst tussen de partijen is de netbeheerder eigenaar van de meetinrichting.

  Art. 138. § 1. De netbeheerder is verantwoordelijk voor het opvolgen, valideren, ter beschikking stellen en archiveren van de meet- of telgegevens. In de uitvoering van die taak maakt hij gebruik van objectieve en niet-discriminerende criteria. De betrokken partijen nemen bovendien de noodzakelijke maatregelen voor de uitvoering van de toepasselijke vertrouwelijkheidsregels.
  § 2. De netbeheerder mag voor het opvolgen van de meet- of telgegevens geen beroep doen op producenten, houders van een voorzieningsvergunning, tussenpersonen noch op met deze personen verbonden bedrijven. Onder meer in het geval van leverancierswissel of verhuizing van de netgebruiker mogen de meet- en telgegevens echter aan de netbeheerder worden overgemaakt door een leverancier die daartoe door de netgebruiker gemachtigd is.

  Art. 139. § 1. De netgebruiker moet op aanvraag geïnformeerd worden over het gebruik van de gegevens die hem betreffen.
  § 2. De netgebruiker heeft altijd het recht om via een passieve uitlezing zonder andere tussenkomst alle meet- of telgegevens betreffende zijn toegangspunt en die beschikbaar zijn in het lokaal van de meetinrichting te raadplegen. Indien de meetinrichting zich bevindt in een voor de netgebruiker niet rechtstreeks toegankelijke plaats wegens door beide partijen aanvaarde technische redenen, richt hij zich tot de netbeheerder die hem toegang zal verlenen binnen een redelijke termijn.
  § 3. De netbeheerder stelt elk ogenblik alle meet- en telgegevens betreffende zijn toegangspunt ter beschikking van de netgebruiker die het schriftelijk heeft aangevraagd, volgens een tussen de partijen overeen te komen transmissiewijze.
  § 4. Op verzoek van de netgebruiker bezorgt de netbeheerder de noodzakelijke inlichtingen voor de interpretatie van de meet- of telgegevens en voor het beheersing van energiestromen.

  HOOFDSTUK II. - Voorschriften betreffende de meetapparaten.

  Afdeling 2.1. - Algemene technische voorschriften.

  Art. 140. De in de meetinrichting gebruikte meetinstrumenten alsook hun installatie moeten voldoen aan de toepasselijke wettelijke voorschriften met inbegrip van omzendbrieven uit de Dienst Metrologie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en aan de vigerende normen van toepassing op de meetinrichtingen of hun bestanddelen.

  Art. 141. Een meetinrichting, zoals bedoeld in artikel 2, 20°, kan al dan niet geïntegreerde bijkomende uitrustingen bevatten waaronder dataloggers, communicatie-uitrustingen, printers, enz.

  Art. 142. De netbeheerder mag aan de meetuitrusting alle bijkomende apparatuur toevoegen die hij nuttig acht voor de uitvoering van zijn taak, onder meer met het oog op het meten van kwaliteitsindicatoren of om overeen te komen met de eisen inzake nauwkeurigheid bedoeld in artikel 149.

  Art. 143. § 1. Indien, met name om te voldoen aan bijzondere nauwkeurigheidsvereisten betreffende de toekenningsprocedure voor groene certificaten, de netgebruiker extra meetuitrustingen wenst te integreren in het meetapparaat dat betrekking heeft op zijn toegangspunt, zal hij zich hiertoe richten tot de netbeheerder. Die zal op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria oordelen of die aanleg kan uitgevoerd worden zonder de correcte uitvoering van zijn taak als netbeheerder in het gedrang te brengen. Bij een positieve evaluatie zal de netbeheerder de aanleg uitvoeren. Deze uitrustingen moeten voldoen aan de voorschriften van dit T.R.GAS en mogen de hoofdmeting niet beïnvloeden.
  § 2. Alle kosten met betrekking tot deze bijkomende uitrustingen worden gedragen door de netgebruiker die het heeft aangevraagd.

  Art. 144. Bij de plaatsing van een nieuwe meetinrichting op verzoek van de netgebruiker of zijn leverancier, stelt de netbeheerder meetimpulsen ter beschikking volgens het toepasselijk tarief. De netgebruiker wordt er door hem schriftelijk aan herinnerd dat de bijzondere veiligheidsmaatregelen door de netgebruiker moeten worden nageleefd.

  Afdeling 2.2. - Locatie van de meetinrichting.

  Art. 145. De meetinrichting wordt geplaatst ter hoogte van het toegangspunt.

  Art. 146. Bij de plaatsing garandeert de netgebruiker dat de meetinrichting wordt gevrijwaard van schokken, trillingen, extreme temperaturen, een bovenmatige vochtigheid en in het algemeen van al wat schade kan berokkenen of verstoring kan veroorzaken.

  Afdeling 2.3. - Verzegeling.

  Art. 147. Het metrologische gedeelte van de meetinrichting wordt verzegeld door de netbeheerder.

  Art. 148. § 1. De aansluiting van de meetinrichting op de aansluiting wordt verzegeld door de netbeheerder.
  § 2. De zegels mogen alleen verbroken of verwijderd worden door de netbeheerder of na voorafgaandelijk, schriftelijk akkoord van deze.

  Afdeling 2.4. - Nauwkeurigheidsvereisten.

  Art. 149. De nauwkeurigheidsvereisten van de meetinrichting voldoen aan de vigerende wetgeving en met name het koninklijk besluit van 13 juni 2006 betreffende de meetinstrumenten.

  Afdeling 2.5. - Storingen en fouten.

  Art. 150. § 1. Behoudens andere afspraken eventueel vermeld in het aansluitingscontract zorgt de netbeheerder ervoor dat een storing in de meetinrichting, met uitzondering van de gegevensoverdracht, zo spoedig mogelijk verholpen wordt.
  § 2. Indien als gevolg van de storing van de meetinrichting de gasstroom onderbroken wordt, stelt de netbeheerder alles in het werk om die te herstellen.
  § 3. Indien als gevolg van overmacht de storing niet snel kan worden verholpen, neemt de netbeheerder alle noodzakelijke maatregelen teneinde het verlies van meet- of telgegevens te beperken en deelt hij de vermoedelijke duur van de storing aan de leverancier.
  § 4. De storingen die een meetinrichting gebruikt voor de toekenning van groene certificaten treffen, worden zo spoedig mogelijk genotificeerd aan de CWaPE door de netbeheerder.

  Art. 151. Een fout in een meetgegeven wordt als significant beschouwd indien deze groter is dan toegelaten krachtens de precisieklasse bedoeld in artikel 149.

  Art. 152. § 1. Een netgebruiker of leverancier die in de meet- of telgegevens een significante fout vermoedt, brengt onverwijld de netbeheerder hiervan op de hoogte en kan de netbeheerder schriftelijk een controle van de meetinrichting aanvragen. De netbeheerder voorziet dan zo snel mogelijk in de uitvoering van een testprogramma.
  § 2. Indien de controle uitwijst dat een gebrek aan nauwkeurigheid van de meetinrichting vermoedelijk de oorzaak is van een significante fout, zoekt de netbeheerder de oorzaak ervan en verhelpt die zo spoedig mogelijk. Zonodig voert hij een ijking uit.
  § 3. De netbeheerder draagt de kosten verbonden aan de in dit artikel genoemde acties indien een significante fout kan worden vastgesteld. In het tegenovergestelde geval worden ze gedragen door de aanvrager volgens een tarief dat op voorhand door hem wordt aanvaard.

  Art. 153. § 1. Een netgebruiker of elke door hem gemandateerde tussenpersoon die ten opzichte van de normen of contractuele voorwaarden een significante nalatigheid vermoedt wat betreft de gasdruk of het gasdebiet brengt de netbeheerder hiervan op de hoogte en kan de netbeheerder schriftelijk een controle door een meetcampagne aanvragen. Als de netbeheerder de oorsprong van de tekortkoming of de middelen om hieraan te verhelpen zonder meetcampagne niet kan bepalen, laat hij deze uitvoeren in gemeenschappelijk overleg met de aanvrager.
  § 2. De netbeheerder draagt de kosten van de in § 1 bedoelde acties indien hij verantwoordelijk is voor de nalatigheid. In het tegenovergestelde geval of bij gebrek aan bewezen nalatigheid worden de kosten door de aanvrager gedragen op grond van een tarief waarmee hij vooraf heeft ingestemd.
  § 3. Een netgebruiker of elk door hem gemandateerde persoon die ten opzichte van de normen of contractuele voorwaarden een significante nalatigheid vermoedt inzake de gaskwaliteit, kan zich tot de netbeheerder richten. De netbeheerder neemt in overleg met betrokken leverancier of met het transmissiebedrijf de nodige maatregelen om de vermoedelijke oorzaken van de aangehaalde nalatigheid op te sporen. In voorkomend geval stuurt hij de klacht door naar betrokken leverancier.

  Afdeling 2.6. - Onderhoud en technische controles.

  Art. 154. De netbeheerder onderhoudt de meetinrichting zodanig dat zij aan de in dit T.R.GAS opgenomen eisen en aan de vigerende wetgeving voldoet.

  Art. 155. De technische controle van de meetinrichting voldoet aan de toepasselijke wettelijke voorschriften met inbegrip van de omzendbrieven van de Dienst Metrologie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

  Afdeling 2.7. - Administratief beheer van andere technische gegevens dan meet- of telgegevens.

  Art. 156. § 1. De netbeheerder is verantwoordelijk voor het bijhouden en archiveren van de administratieve gegevens die vereist zijn voor een goed beheer van de meetinrichtingen en de vigerende wettelijke controles (onder meer fabrikant, type, fabrieksnummer, bouwjaar).
  § 2. De netbeheerder die de meetinrichting betreffende zijn toegangspunt wenst te gebruiken in het kader van het proces van toekenning van groene certificaten, deelt het mee aan de netbeheerder. Laatstgenoemde registreert die informatie om te kunnen voldoen aan de desbetreffende bepalingen van dit T.R.GAS.

  HOOFDSTUK III. - Voorschriften betreffende de meet- of telgegevens.

  Afdeling 3.1. - Gemeten en berekende gebruiksprofielen.

  Art. 157. § 1. Een onderscheid wordt gemaakt tussen twee soorten gebruiksprofielen :
  - gemeten gebruiksprofielen : ze worden vastgesteld op grond van de door de meetinrichting afgelezen gashoeveelheid die afgenomen of geïnjecteerd is voor elke elementaire periode;
  - berekende gebruiksprofielen : ze worden vastgesteld op grond van de door de meetinrichting afgelezen periodieke temperatuurgegevens en van de toepassing van een synthetisch gebruiksprofiel toegekend voor elk toegangspunt.
  § 2. Voor alle toegangspunten waar een gemeten gebruiksprofiel wordt telegelezen, dient dit profiel als basis voor het in afdeling 3.6 van deze titel bedoelde allocatie/reconciliatieproces.
  § 3. Wanneer de gemeten gebruiksprofielen niet beschikbaar zijn, zijn de berekende gebruiksprofielen van toepassing.

  Art. 158. Voor de afnemers van wie het verbruik op grond van berekende gebruiksprofielen geraamd wordt, organiseert de leverancier in overleg met de bevrachter met wie hij verbonden is de gasinjectie die overeenstemt met het verbruik voortvloeiend uit het relevante gebruik van de beschikbare berekende gebruiksprofielen en uit zijn betere kennis van het werkelijke gebruiksprofiel van zijn afnemers. Hij neemt de nodige maatregelen opdat deze kennis hem in staat zou stellen zijn verplichtingen inzake het evenwicht van het distributienet na te komen, zoals omschreven in artikel 125, onverminderd de bepalingen die op het transmissienet van toepassing zijn krachtens de Netcode voortvloeiend uit de federale wetgeving, onder meer inzake evenwichtsafwijking.

  Afdeling 3.2. - Bijzondere voorschriften betreffende het gemeten gebruiksprofiel.

  Art. 159. § 1. Wat betreft de meetinrichtingen betreffende de toegangspunten van bestaande aansluitingen met een jaarlijks gebruik hoger dan één miljoen m3(n), wordt het gebruiksprofiel geregistreerd door teleopname.
  § 2. Wat betreft meetinrichtingen betreffende lagere gebruiken voorziet de netbeheerder eventueel op aanvraag van de netgebruiker of van de leverancier en volgens overeen te komen modaliteiten in de registratie door teleopname. In dit geval sluiten de netgebruiker en de netbeheerder altijd een aansluitingscontract betreffende het betrokken toegangspunt.
  Na advies van de "CWaPE" kan de Minister van Energie het criterium omschreven in § 1 wijzigen om het aantal betrokken toegangspunten te verhogen.

  Art. 160. § 1. Voor toegangspunten van nieuwe aansluitingen of aansluitingen die aangepast worden, met een geschat jaarverbruik groter dan één miljoen m3(n) plaatst de distributienetbeheerder op het toegangspunt een meetinrichting met registratie door teleopname.
  § 2. Na advies van de "CWaPE" kan de Minister van Energie het criterium omschreven in § 1 wijzigen om het aantal betrokken toegangspunten te verhogen.

  Art. 161. Als de netgebruiker verschillende leveranciers gelijktijdig kiest, wordt zijn gebruiksprofiel geregistreerd door teleopname.

  Art. 162. § 1. De verzameling van de meet- of telgegevens wordt uitgevoerd in conformiteit met het door de netbeheerder vastgestelde communicatieprotocol.
  § 2. Een elementaire periode zoals bepaald in artikel 136 is verbonden met de gasdag. De eerste periode van een dag gaat dus in om 6 u., lokaal uur.
  § 3. Het tijdsinterval in absolute waarde gemeten tussen het begin (of het einde) van een elementaire periode zoals beschouwd door de meetinrichting en het begin (of einde) van dezelfde elementaire periode berekend op grond van een absolute tijdsreferentie mag niet hoger zijn dan 10 seconden.

  Art. 163. Met inachtneming van de bepalingen van het aansluitingscontract registreert de meetinrichting de volgende gegevens per meetperiode :
  - de identificatie van de meetperiode;
  - de afgenomen en/of geïnjecteerde gashoeveelheid.

  Art. 164. Met het oog op de teleopname van de meetinrichting zorgt de netbeheerder voor de uitvoering van de meest gepaste telecommunicatieverbinding op grond van technisch-economische criteria.

  Afdeling 3.3. - Bijzondere bepalingen betreffende het berekende gebruiksprofiel.

  Art. 165. § 1. De toegangspunten met een vermogen van 160 m3(n)/uur of meer die niet ingedeeld zijn in de categorieën bedoeld in de artikelen 159 en 160, worden maandelijks opgemeten
  § 2. De toegangspunten met een vermogen van minder dan 160 m3(n)/uur worden maandelijks opgemeten, behalve specifiek akkoord tussen de netgebruiker en de netbeheerder.
  § 3. Het verbruik of, in voorkomend geval de injectie, van de toegangspunten bedoeld in § 2 wordt door de netbeheerder bepaald bij elke verandering van leverancier of afnemer en in elk geval 12 maanden na de laatste opmeting van de teller. De teller wordt ook minstens één keer tijdens een periode van 24 maanden fysisch gemeten door de netbeheerder, voor zover hij toegang heeft tot de meetinrichting.

  Art. 166. § 1. De netbeheerder kent aan elke toegangspunt dat niet in de artikelen 159 en 160 wordt bedoeld een synthetisch gebruiksprofiel toe dat zo goed mogelijk overeenstemt met de betrokken categorie van netgebruiker.
  § 2. Het synthetisch gebruiksprofiel bedoeld in § 1 brengt en deel van de jaarlijkse afname/injectie onder bij elke elementaire periode bedoeld in artikel 136.
  § 3. De synthetische gebruiksprofielen worden in onderlinge overeenstemming door de gezamenlijke netbeheerders opgesteld en aan de CWaPE, leveranciers en bevrachters overgelegd met een commentaar over de in overweging genomen hypotheses.
  § 4. Er wordt een voldoend aantal synthetische gebruiksprofielen vastgelegd om een aanvaardbare evaluatie van de gasstromen mogelijk te maken.
  § 5. De synthetische gebruiksprofielen worden jaarlijks herzien op grond van de lijst van de tel- of meetgegevens.

  Afdeling 3.4. - Verwerking van de meet- of telgegevens.

  Art. 167. Op grond o.a. van de gegevens uit het transmissiebedrijf bepaalt de netbeheerder de omzetting van gas in energie (kWh) met de nauwkeurigheidsgraad vereist in de vigerende regelingen en normen.

  Art. 168. De in artikel 163 bedoelde gegevens worden in elektronische vorm omgezet door de netbeheerder en de volgende gegevens worden eraan toegevoegd :
  - de identificatie van het toegangspunt;
  - de plaatsbepaling van de meetinrichting;
  - de identificatie van de leverancier en, desgevallend, van de bevrachter.

  Art. 169. De dataverwerking moet zodanig gebeuren dat de in artikel 167 bedoelde nauwkeurigheidsgraad van die data niet wordt aangetast.

  Afdeling 3.5. - Onbeschikbare of onbetrouwbare gegevens.

  Art. 170. § 1. Indien de netbeheerder niet kan beschikken over de werkelijke meet- of telgegevens of wanneer hij van oordeel is dat de beschikbare resultaten niet betrouwbaar of foutief zijn, worden de betrokken meet- of telresultaten in het validatieproces vervangen door waarden die op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria billijk zijn. Wanneer ze betrekking hebben op een meetinrichting gebruikt voor de toekenning van groene certificaten, deelt de netbeheerder die waarden samen met de verantwoording met aan de netgebruiker en aan de CWaPE.
  § 2. De onbetrouwbare of foutieve gegevens worden gecorrigeerd op basis van één of meerdere schattingsprocedures zoals :
  - redundante metingen;
  - andere meetresultaten die de betrokken netgebruiker ter beschikking heeft;
  - vergelijking met de gegevens van een periode die als equivalent wordt beschouwd.
  § 3. Indien bij de validering van de meet- of tellingsgegevens blijkt dat een bijkomende fysieke meteraflezing noodzakelijk is, zijn de in de afdelingen 3.7 en 3.8 van deze Code bedoelde termijnen betreffende de gegevensoverdracht van toepassing vanaf de dag waarop die bijkomende aflezing wordt uitgevoerd.

  Art. 171. In voorkomend geval na toepassing van de bepalingen van artikel 170 kan de netbeheerder elke vorm van controle uitvoeren op de meet- of telgegevens die hij nuttig acht met het oog op hun effectieve validering.

  Afdeling 3.6. - Allocatie en reconciliatie.

  Art. 172. § 1. Een overblijvende gashoeveelheid, hierna "residu" genoemd, omschreven als het verschil tussen de gemeten gashoeveelheid die geïnjecteerd wordt in het distributienet en de raming van de verkregen hoeveelheid, wordt berekend per geaggregeerd ontvangststation en per elementaire periode door de hoeveelheden voortvloeiend uit de gemeten en berekende gebruiksprofielen op te tellen. Dat "residu" wordt per geaggregeerd ontvangststation en per elementaire periode toegekend aan de leveranciers naar rata van de som van de berekende gebruiksprofielen van hun respectieve netgebruikers, overeenkomstig de door de CWaPE toegestane allocatiewijze.
  § 2. Rekening houdend met de resultaten van de allocatie van "residu" kent de netbeheerder elke leverancier per ontvangststation en per elementaire periode de aan zijn netgebruikers geleverde energie toe.

  Art. 173. De in artikel 172 bedoelde allocatie van energie moet maandelijks worden verbeterd op grond van de echte verbruiken die tijdens die maand afgelezen zijn overeenkomstig de door de CWaPE toegestane maandelijkse reconciliatiewijze.

  Art. 174. De definitieve reconciliatie van een maand gebeurt per geaggregeerd ontvangststation uiterlijk vijftien maanden na die maand. Daarbij wordt het eindresidu van die maand vastgesteld overeenkomstig de door de CWaPE toegestane definitieve reconciliatiewijze. Dat eindresidu is ten laste van de betrokken netbeheerders.

  Afdeling 3.7. - Ter beschikking te stellen meet- of telgegevens in geval van gemeten gebruiksprofielen.

  Art. 175. § 1. De netbeheerder stelt de niet-gevalideerde meet- of telgegevens betreffende de betrokken elementaire periode, per toegangspunt, zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen het uur na de elementaire afname/injectieperiode ter beschikking van elke leverancier voor alle betrokken toegangspunten.
  § 2. Elke maand stelt de netbeheerder de gevalideerde meet- of tellingsgevens per elementaire periode en voor alle toegangspunten ter beschikking van elke leverancier uiterlijk op de twintigste werkdag na de betrokken maand.

  Art. 176. § 1. De netbeheerder stelt de niet-gevalideerde meet- of telgegevens, per elementaire periode, gehergroepeerd per leverancier en per geaggregeerd ontvangststation zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen het uur na de elementaire afname/injectieperiode ter beschikking van de bevrachters. De netbeheerder stelt de niet-gevalideerde meet- of tellingsgegevens met vermelding van de betrokken bevrachters, per toegangspunt, zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen het uur na de elementaire afname/injectieperiode ter beschikking van het betrokken transmissiebedrijf.
  § 2. Elke maand stelt de netbeheerder de gevalideerde meet- of telgegevens, gehergroepeerd per leverancier en per geaggregeerd ontvangststation met vermelding van de betrokken bevrachters ter beschikking van de bevrachters uiterlijk de twintigste werkdag van de volgende maand. Elke maand stelt de netbeheerder de gevalideerde meet- of telgegevens van de vorige maand per elementaire periode en per toegangspunt ter beschikking van het betrokken transmissiebedrijf uiterlijk op de twintigste werkdag van de volgende maand.

  Afdeling 3.8. - Ter beschikking te stellen meet- of tel-, allocatie- en reconciliatiegegevens in geval van berekende gebruiksprofielen.

  Art. 177. § 1. De netbeheerder stelt maandelijks uitgelezen gevalideerde meet- of tellingsgegevens voor alle betrokken toegangspunten ter beschikking van elke leverancier uiterlijk op de twintigste werkdag na de uitlezing. De netbeheerder moet de uitlezingsdatum altijd vermelden.
  § 2. De netbeheerder stelt jaarlijks uitgelezen gevalideerde meet- of tellingsgegevens voor alle betrokken toegangspunten ter beschikking van elke leverancier uiterlijk op de twintigste werkdag na de uitlezing. De netbeheerder moet de uitlezingsdatum altijd vermelden.

  Art. 178. Binnen veertig werkdagen na de betrokken maand stelt de netbeheerder de in artikel 172 bedoelde allocatiegegevens per elementaire periode ter beschikking van de leverancier voor de betrokken toegangspunten.

  Art. 179. Binnen veertig werkdagen na de betrokken maand stelt de netbeheerder de allocatiegegevens van de afgelopen maand per elementaire periode en gehergroepeerd per betrokken leverancier en ontvangststation ter beschikking van de bevrachters. De netbeheerder stelt ook de allocatiegegevens van de maand per elementaire periode en gehergroepeerd per betrokken bevrachter en geaggregeerd ontvangststation ter beschikking van het betrokken transmissiebedrijf binnen veertig werkdagen na de betrokken maand.

  Art. 180. Vanaf 1 april 2008 en uiterlijk op de dertigste werkdag na een bepaalde maand stelt de netbeheerder de reconciliatiegegevens per geaggregeerd ontvangststation voor de betrokken toegangspunten, die in de loop van die maand zijn uitgelezen ter beschikking van de leverancier. Hij stelt die gegevens ook ter beschikking van de bij die reconciliatie betrokken partijen.

  Art. 181. § 1. Het totaal van het jaarlijkse en maandelijkse standaardverbruik per geaggregeerd ontvangststation, type synthetisch gebruiksprofiel en bevrachter wordt uiterlijk drie werkdagen vóór het einde van de maand door de netbeheerder ter inzage van het transmissiebedrijf gelegd.
  § 2. Het totaal van het jaarlijkse en maandelijkse standaardverbruik per geaggregeerd ontvangststation, type synthetisch gebruiksprofiel en leverancier wordt uiterlijk drie werkdagen vóór het einde van de maand door de netbeheerder ter inzage van de bevrachters gelegd.
  § 3. Het totaal van het jaarlijkse en maandelijkse standaardverbruik per geaggregeerd ontvangststation en type synthetisch gebruiksprofiel wordt uiterlijk drie werkdagen vóór het einde van de maand door de netbeheerder ter inzage van de leveranciers gelegd.

  Art. 182. De resultaten van de in artikel 174 bedoelde eindreconciliatie van één maand waarin op zijn minst de in het distributienet geïnjecteerde totale energiehoeveelheid, de totale hoeveelheid verbruikte energie en het eindresidu van bedoelde maand opgenomen zijn, worden vóór het einde van de vijftiende maand na bedoelde maand samen met een samenvattende toelichtingsnota aan de CWaPE overgemaakt.

  Afdeling 3.9. - Historische gegevens.

  Art. 183. § 1. Elke netgebruiker of elke door hem gemandateerde tussenpersoon kan hoogstens één keer per jaar zijn verbruiksgegevens van de drie laatste jaren gratis op gewoon verzoek verkrijgen bij de netbeheerder, na mededeling van zijn EAN-code.
  § 2. De in § 1 bedoelde verbruiksgegevens worden uiterlijk twintig dagen na de aanvraag door de netbeheerder ter inzage gelegd van de aanvrager op voorwaarde dat betrokken netgebruiker tijdens de referentieperiode op hetzelfde toegangspunt actief was en dat de gegevens beschikbaar zijn.
  § 3. De gegevens worden op duidelijk en eenvormig ingedeeld, per EAN-code en per periode, volgens een in onderlinge overeenstemming vastgelegd formaat waarin de volgende gegevens voorkomen :
  - voor de telegelezen netgebruikers, het verbruik per elementaire periode;
  - voor de netgebruikers die maandelijks worden uitgelezen, het maandelijks verbruik en de data van de opnames;
  - voor de netgebruikers die jaarlijks worden uitgelezen, het jaarlijks verbruik en de data van de opnames.

  Art. 184. Als een netgebruiker van leverancier verandert, worden de beschikbare historische verbruiksgegevens per elementaire periode, per maand of per jaar naargelang van het type netgebruiker gratis ter inzage gelegd van de nieuwe leverancier. De aanvraag tot leverancierswijziging geldt tegelijkertijd als aanvraag tot terinzagelegging van de historische verbruiksgegevens, tenzij betrokken netgebruiker dit weigert door middel van een schriftelijke mededeling gericht aan de netbeheerder.

  Afdeling 3.10. - Opslag, archivering en beveiliging van de data.

  Art. 185. De netbeheerder slaat zowel de onbewerkte als de eventueel gewijzigde meet- of telgegevens op een niet vluchtige informatiedrager op.

  Art. 186. De netbeheerder archiveert de in artikel 185 vermelde gegevens gedurende een periode van minstens vijf jaar.

  Art. 187. § 1. De door de netbeheerder centraal beheerde meet- of tellingsgegevens zijn, overeenkomstig de vigerende wettelijke bepalingen, beveiligd tegen kennisneming door derden.
  § 2. Onverminderd de gebruiksrechten die voor de netbeheerder noodzakelijk zijn om zijn opdrachten te vervullen, is de netgebruiker eigenaar van de meet- en telgegevens betreffende de betrokken toegangspunten. Hij bezit ongehinderd alle gebruiks- en exploitatierechten.

  Afdeling 3.11. - Klachten en rechtzettingen.

  Art. 188. De meet- of tellingsgegevens mogen enkel worden betwist door de rechtstreeks betrokken partijen alsook door de CWaPE, met name in het kader van de procedure voor de toekenning van groene certificaten. Een aanvraag tot rechtzetting is pas ontvankelijk als de netbeheerder daarvan schriftelijk op de hoogte wordt gebracht ten minste één maand nadat de gegevens ter kennis van de aanklager zijn gesteld overeenkomstig de afdelingen 3.7 en 3.8 van deze Code, of volgens het protocol omschreven in artikel 8.

  Art. 189. Behoudens kwade trouw kan een eventuele rechtzetting van de meetgegevens en van de daaruit voortvloeiende facturatie slechts betrekking hebben op een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan de laatste meteraflezing.

  HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen.

  Art. 190. § 1. De vigerende telfrequenties bij de bekendmaking van dit T.R. GAS die niet conform zouden zijn met de bepalingen van artikel 165 mogen ongewijzigd blijven zolang de partijen geen aanvraag tot in conformiteit brengen hebben gesteld.
  § 2. Tijdens de periode waarin de gemeten gebruiksprofielen niet beschikbaar zijn, worden de allocaties en reconciliaties verricht op grond van de berekende gebruiksprofielen die in onderlinge overeenstemming tussen de partijen zijn vastgesteld.

  Art. 191. Indien de netgebruiker of de leverancier een kortere termijn wenst voor de opheffing van de in artikel 190 bedoelde niet-conformiteit, moet hij zich richten tot de netbeheerder. Die zal op grond van objectieve en niet-discriminerende criteria oordelen of de aangevraagde aanpassing kan worden uitgevoerd en onder welke voorwaarden. In geval van positieve evaluatie zal de netbeheerder de aanpassing uitvoeren.

  TITEL VI. - Samenwerkingscode.

  HOOFDSTUK I. - Algemeen.

  Art. 192. Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen alsmede de bevoegdheden van de CREG is de Samenwerkingscode van toepassing op de verhoudingen tussen de netbeheerders wiens netten gekoppeld zijn en tussen een netbeheerder en het transmissiebedrijf op het net waarvan het net van de netbeheerder is aangesloten.

  HOOFDSTUK II. - Aansluiting van een distributienet op een transmissienet.

  Art. 193. § 1. De netbeheerder sluit met het transmissiebedrijf waarop zijn net aangesloten is, een samenwerkingsovereenkomst waarin o.a. de respectieve rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden zijn vastgesteld alsook de procedures in verband met alle aspecten van de exploitatie die een invloed kunnen hebben op de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van de netten of van de aansluitingswerken of installaties van de betrokken netgebruikers of op de vertrouwelijkheid van de uitgewisselde gegevens.
  § 2. De samenwerkingsovereenkomst bevat de akkoorden tussen de netbeheerder en het transmissiebedrijf over de toegangspunten en de ontvangststations die er zijn gevestigd. De samenwerkingsovereenkomst bevat voor elk ontvangststation minstens de volgende gegevens :
  - de eigenaar van het station;
  - de technisch exploitant van het station;
  - het geïnstalleerde vermogen en de desbetreffende aanpassingsmodaliteiten;
  - het door het transmissiebedrijf ter beschikking gestelde vermogen, alsook de minimum- en maximumdrukken en -temperaturen van het geleverde gas;
  - de uitwisselingsgrenzen, -wijze en -frequentie betreffende de waarden van de energetische inhoud per eenheid gasvolume;
  - de informatiestromen tussen de partijen en de frequentie daarvan;
  - de door de partijen te verstrekken diensten.
  § 3. De tekst van elke samenwerkingsovereenkomst betreffende een net dat minstens gedeeltelijk in het Waalse Gewest gelegen is, alsook van elk verder aanhangsels bij deze overeenkomst wordt vóór zijn inwerkingtreding aan de CWaPE meegedeeld.

  Art. 194. Elke versterking of uitbreiding van een bestaand ontvangststation worden samen beslist door de netbeheerder en het transmissiebedrijf waarop zijn net aangesloten is op grond van technisch-economische criteria en met het oog op een optimale ontwikkeling van de betrokken netten. Die versterkingen of uitbreidingen maken het voorwerp uit van aanhangsels bij het samenwerkingsakkoord.

  Art. 195. § 1. Op aanvraag van een netbeheerder of van een transmissiebedrijf kunnen verschillende ontvangststations die één of meerdere distributienetten bevoorraden, na overleg en in overeenstemming met de netbeheerders en het betrokken transmissiebedrijf gehergroepeerd worden in één fictief "geaggregeerd ontvangststation".
  Wanneer een erkend ontvangststation meerdere distributienetten bevoorraadt, wordt de netbeheerder die het beheer daarvan coördineert, in onderlinge overeenstemming en in overeenstemming met het transmissiebedrijf aangewezen door de betrokken netbeheerders. Deze netbeheerder wordt "lead netbeheerder" genoemd.
  § 3. Elke netbeheerder is verantwoordelijk voor de transmissie van de meetgegevens, zoals omschreven in dit T.R.GAS, aan de leveranciers die actief zijn op de toegangspunten van zijn distributienet.
  De netbeheerders wiens net of netgedeelte wordt bevoorraad door een erkend ontvangststation bedoeld in § 2, bezorgen op tijd minstens de in dit T.R.GAS bepaalde informatie hetzij aan het transmissiebedrijf, hetzij aan de "lead netbeheerder" die het beheer van dat geaggregeerd ontvangstation coördineert; ze blijven verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bezorgde informatie. De "lead netbeheerder" die het beheer van het geaggregeerde station coördineert zal de informatie die hij heeft verkregen van de door het transmissiebedrijf bevoorrade netbeheerders overmaken aan genoemd bedrijf.

  Art. 196. De netbeheerders en transmissiebedrijven bepalen in onderling overleg de wijze en frequentie van uitwisseling van de informatie over o.a. de energetische inhoud van het gas per volume-eenheid en de afnamevooruitzichten betreffende de al dan niet geaggregeerde ontvangstations; ze maken daar gewag van in het samenwerkingsakkoord.

  Art. 197. De afnamen of injecties op uurbasis van de netgebruikers worden geacht tegelijkertijd uitgevoerd te worden op het ontvangststation.

  HOOFDSTUK III. - Interconnecties van distributienetten.

  Art. 198. § 1. Wanneer de netbeheerders sluiten hun netten aan op elkaar, moeten de installaties op het interconnectiepunt :
  - voldoen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de leidingen voor aardgasdistributie;
  - voorzien zijn van de noodzakelijke onderbrekingsinrichtingen en andere apparaten om in alle omstandigheden de stromen op elk net te kunnen beheren.
  § 2. Wat betreft elk interconnectiepunt wordt een samenwerkingsakkoord met alle operationele bepalingen gesloten tussen de betrokken netbeheerders.

  Art. 199. In afwijking van artikel 134 beslissen de op elkaar aangesloten netbeheerders in onderlinge overeenstemming over de noodzaak om een meetapparaat op het interconnectiepunt aan te leggen alsook over de vaststelling van de energiehoeveelheden vanuit de aardgasstromen en over de terbeschikkingstelling van die gegevens.

  TITEL VII. - Slotbepaling.

  Art. 200. Het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2004 betreffende het technisch reglement voor het beheer van de gasdistributienetten en de toegang daartoe wordt opgeheven op de dag van inwerkingtreding van dit besluit.

  Art. 201. De Minister bevoegd voor het Energiebeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.

  Art. 202. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Namen, 12 juli 2007.
  De Minister-President,
  E. DI RUPO
  De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling,
  A. ANTOINE

  BIJLAGE.

  Art. N. BIJLAGE I. Schema van een aansluitingswerk.
  (Schema niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 21-08-2007, p. 43859).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 12 juli 2007 betreffende het technisch reglement voor het beheer van de distributienetten alsook de toegang daartoe.
  Namen, 12 juli 2007.
  De Minister-President,
  E. DI RUPO
  De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling,
  A. ANTOINE.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Waalse Regering,
   Gelet op het decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt, inzonderheid op de artikelen 14, 16, 17 en 29;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2004 betreffende het technisch reglement voor het beheer van de gasdistributienetten en de toegang daartoe;
   Gelet op de kennisgeving aan de Europese Gemeenschap van 21 maart 2007, nr. 207-0162-B;
   Gelet op het advies 42.781/4 van de Raad van State, gegeven op 5 juni 2007, overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van de Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 14 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie