J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 56 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2000/12/12/2000003721/justel

Titel
12 DECEMBER 2000. - Ministerieel besluit betreffende de algemene regels inzake de lineaire obligaties.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-12-2000 en tekstbijwerking tot 14-02-2020)

Bron : FINANCIEN
Publicatie : 20-12-2000 nummer :   2000003721 bladzijde : 42353       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2000-12-12/33
Inwerkingtreding : 01-12-2000 A26

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :1997003589       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1-5
HOOFDSTUK II. - Uitgifte van lineaire obligaties via aanbesteding na een offerteaanvraag.
Afdeling I. - De deelneming aan de aanbestedingen.
Art. 6
Afdeling II. - Emissiekalender.
Art. 7-8
Afdeling III. - De inhoud van de offertes.
Art. 9
Afdeling IV. - De indiening van de offertes.
Art. 10
Afdeling V. - De aanbesteding.
Art. 11
Afdeling VI. - De bekendmaking van de resultaten van de aanbesteding.
Art. 12
HOOFDSTUK III. - Inschrijvingen buiten mededinging.
Art. 13-15
HOOFDSTUK IV. - De vereffening van de bedragen uitgegeven door aanbesteding, inschrijvingen buiten mededinging, iedere werkwijze van vaste overname en offertes van verkoop tegen vaste prijs.
Art. 16-18
HOOFDSTUK V. - <MB 2002-03-22/34, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002> Omruilingen tegen effecten van de Staatsschuld.
Art. 19-23
HOOFDSTUK VI. - Algemene regels betreffende de andere wijzen van uitgifte van lineaire obligaties.
Art. 24
HOOFDSTUK VII. - Delegaties van bevoegdheden.
Art. 25
HOOFDSTUK VIII. - Opheffingsbepalingen.
Art. 26
HOOFDSTUK IX. - Inwerkingtreding.
Art. 27

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° [1 primary dealers : een korps van markthouders bedoeld in artikel 16 van het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten]1;
  2° [1 optional reverse inquiry facility : een aanbesteding op vraag van een of meerdere primary dealers om specifieke lineaire obligaties voor een beperkt bedrag uit te geven]1;
  3° kaderbesluit : het koninklijk besluit van 16 oktober 1997 betreffende de lineaire obligaties.
  ----------
  (1)<MB 2020-01-20/18, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2020>

  Art. 2. § 1. Het bedrag van de intresten te betalen op de vervaldatum van de intrestperiode van een lineaire obligatie tegen vaste rentevoet wordt berekend als volgt :
  C = Y x i/100 x d/12 , waarbij
  - C gelijk is aan het bedrag van de intresten;
  - Y gelijk is aan het nominale bedrag van de effecten;
  - i de nominale jaarlijkse rentevoet is van de effecten voor de betreffende intrestperiode;
  - d de gewone duur is van de coupons in volledige maanden, zoals conventioneel vastgelegd.
  § 2. De aanvangsdatum van een intrestperiode, hierna " D " genoemd, wordt meegerekend voor de berekening van het exacte aantal dagen dat in aanmerking wordt genomen voor de toepassing van de formules.
  De vervaldatum van intresten, hierna " E " genoemd, wordt niet meegerekend voor deze berekening.
  § 3. Voor een eerste of laatste coupon met een duur korter dan d (hierna " atypische coupon of atypische intrestperiode " genoemd), wordt de rentevoet i vermenigvuldigd met de breuk n/f, waarbij
  - n gelijk is aan het verschil tussen de D en de E van de atypische intrestperiode;
  - f gelijk is aan het verschil tussen :
  1° voor wat betreft een eerste korte coupon :
  - enerzijds, de notionele D verkregen door de E van de atypische coupon te verminderen met d;
  - en, anderzijds, de E van de atypische coupon;
  2° voor wat betreft een laatste korte coupon :
  - enerzijds, de D van de atypische coupon;
  - en, anderzijds, de notionele E verkregen door de voormelde D te vermeerderen met d.
  § 4. Voor een eerste of laatste coupon met een duur langer dan d, wordt de rentevoet i vermenigvuldigd met
  (l + c/f), waarbij
  1° voor een eerste lange coupon :
  a) c gelijk is aan het verschil tussen :
  - enerzijds, de D van de atypische intrestperiode;
  - en, anderzijds, de notionele E verkregen door de E van de atypische coupon te verminderen met d;
  b) f voor de atypische intrestperiode gelijk is aan het verschil tussen :
  - enerzijds de notionele D verkregen door de E van de atypische coupon te verminderen met tweemaal d;
  - en, anderzijds, de notionele E verkregen door de E van de atypische coupon te verminderen met d;
  2° voor een laatste lange coupon :
  a) c gelijk is aan het verschil tussen :
  - enerzijds de notionele D verkregen door de D van de atypische coupon te vermeerden met d;
  - en, anderzijds, de E van de atypische coupon;
  b) f gelijk is aan het verschil tussen :
  - enerzijds, de notionele D verkregen door de D van de atypische coupon te vermeerderen met eenmaal d;
  - en, anderzijds, de notionele E verkregen door de D van de atypische coupon te vermeerderen met tweemaal d.
  § 5. Indien de vervaldatum samenvalt met een sluitingsdag van " TARGET " (Trans-european Automate Realtime Gross-settlement Express Transfert system), dan worden de intresten betaald op de eerstvolgende Targetdag zonder dat daardoor enige verwijlintrest verschuldigd is.

  Art. 3. Het bedrag van de intresten te betalen op de vervaldatum van de intrestperiode van een lineaire obligatie met variabele rentevoet wordt berekend als volgt :
  C = Y x i/100 x n/360 , waarbij
  - C gelijk is aan het bedrag van de intresten;
  - Y gelijk is aan het nominale bedrag van de effecten;
  - i de nominale jaarlijkse rentevoet is van de effecten voor de betreffende intrestperiode;
  - n het exacte aantal kalenderdagen is tussen de aanvangsdatum van de intrestperiode (inbegrepen) en de vervaldatum van intresten (niet inbegrepen).

  Art. 4. De lineaire obligaties kunnen de vorm aannemen van een op naam gestelde inschrijving in een grootboek van de Staatsschuld volgens de modaliteiten vastgesteld door het koninklijk besluit van 23 januari 1991 betreffende de effecten van de Staatsschuld.
  De op naam gestelde inschrijvingen van lineaire obligaties kunnen worden omgezet in gedematerialiseerde effecten en omgekeerd, volgens de modaliteiten vastgesteld door het voormelde koninklijk besluit van 23 januari 1991.

  Art. 5.
  <Opgeheven bij MB 2014-09-04/13, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-10-2014>

  HOOFDSTUK II. - Uitgifte van lineaire obligaties via aanbesteding na een offerteaanvraag.

  Afdeling I. - De deelneming aan de aanbestedingen.

  Art. 6.De deelname aan de aanbestedingen gebeurt uitsluitend in eigen naam.
  Enkel de primary dealers [1 ...]1 zijn gerechtigd deel te nemen aan de aanbestedingen.
  Een primary dealer [1 ...]1 kan, indien daartoe aanleiding bestaat, tijdelijk van de aanbestedingen worden uitgesloten overeenkomstig de bepalingen van het lastenboek waaraan hij is onderworpen.
  ----------
  (1)<MB 2020-01-20/18, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2020>

  Afdeling II. - Emissiekalender.
  Bekendmaking van de offerteaanvraag

  Art. 7.Vóór één januari van ieder jaar wordt een indicatieve kalender van de uitgiften voor het volgende jaar bekendgemaakt op de Internetsite van [1 het Federaal Agentschap van de Schuld]1.
  De inhoud van de indicatieve kalender van de uitgiften wordt vastgelegd door de handleiding.
  ----------
  (1)<MB 2016-12-23/30, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 8. De offerteaanvraag wordt bekendgemaakt op de wijze en binnen een termijn verenigbaar met de gebruiken van de markt.
  De inhoud van de offerteaanvraag wordt vastgelegd door de handleiding.
  Een verzaking aan de offerteaanvraag overeenkomstig de leden 1 of 2 van artikel 6 van het kaderbesluit, wordt aangekondigd op de wijze en binnen een termijn verenigbaar met de gebruiken van de markt.
  (De inschrijvingsperiode voor de tranches van particulieren kan in het belang van de Schatkist ingekort worden.) <MB 2004-03-26/32, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 15-03-2004>

  Afdeling III. - De inhoud van de offertes.

  Art. 9. De offertes moeten worden opgesteld overeenkomstig de regelen vastgelegd in de handleiding. Offertes die hiermede niet in overeenstemming zijn kunnen worden verworpen.
  Het bedrag van de offerte is het nominale bedrag van de lineaire obligaties.
  De voorgestelde prijs wordt uitgedrukt in een percentage van de nominale waarde van de lineaire obligaties.

  Afdeling IV. - De indiening van de offertes.

  Art. 10.De offertes moeten ingediend worden bij het [1 Federaal Agentschap van de Schuld]1, volgens de richtlijnen die in de handleiding gegeven worden. <MB 2004-03-26/32, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 15-03-2004>
  De verantwoordelijkheid voor het gebruik van telecommunicatiemiddelen berust uitsluitend bij de inschrijver.
  Een ingediende offerte is bindend en onherroepelijk.
  ----------
  (1)<MB 2016-12-23/30, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Afdeling V. - De aanbesteding.

  Art. 11. De offertes worden toegewezen tegen de door de inschrijvers bij de aanbesteding voorgestelde prijzen.
  Al de offertes tegen inschrijvingsprijzen die hoger zijn dan de laagste in aanmerking genomen prijs worden toegewezen voor hun totaal bedrag.
  De offertes tegen de laagste in aanmerking genomen prijs kunnen ten belope van een naar evenredigheid verminderd bedrag worden toegewezen. In dat geval worden de aldus verminderde bedragen afgerond volgens de regels vastgesteld in de handleiding.
  Van de aanbesteding wordt een proces-verbaal opgesteld.

  Afdeling VI. - De bekendmaking van de resultaten van de aanbesteding.

  Art. 12.§ 1. De resultaten van de aanbesteding worden zo snel mogelijk na de aanbesteding bekendgemaakt.
  De inhoud van de meegedeelde resultaten wordt vastgelegd in de handleiding.
  § 2. (Indien de resultaten van de aanbesteding niet worden meegedeeld binnen de tijd voorzien door de handleiding, en [1 het Federaal Agentschap van de Schuld]1 beslist om over te gaan tot een alternatieve aanbestedingsprocedure, mag de Nationale Bank van Belgiė opnieuw inschrijvingen overeenkomstig artikel 13 indienen binnen de tijd bepaald door de Administratie der thesaurie.
  De handleiding bepaalt de regels van toepassing op de primary dealers en de recognized dealers.) <MB 2002-03-22/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<MB 2016-12-23/30, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK III. - Inschrijvingen buiten mededinging.

  Art. 13.Uiterlijk om 12 uur op de dag van de aanbesteding kan de Nationale Bank van Belgiė, voor rekening van buitenlandse centrale banken en hiermee gelijk te stellen instellingen en voor rekening van internationale financiėle instellingen waarvan Belgiė lid is, inschrijven tegen de gewogen gemiddelde prijs van de aanbesteding.
  Deze inschrijving buiten mededinging kan worden aangepast in functie van de noden van de Schatkist.
  [1 Deze inschrijving buiten mededinging is niet mogelijk voor de optional reverse inquiry facility.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-01-20/18, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2020>

  Art. 14.§ 1. De primary dealers kunnen inschrijven op lineaire obligaties tegen de gewogen gemiddelde prijs van de aanbesteding overeenkomstig de bepalingen van het lastenboek van de primary dealers.
  In geval van verzaking aan een uitnodiging tot het indienen van offertes, overeenkomstig artikel 6 van het kaderbesluit, kan aan de primary dealers worden toegestaan om inschrijvingen buiten mededinging in te dienen tegen de prijs en volgens de regels vastgesteld van geval tot geval.
  (Lid 3 opgeheven) <MB 2002-03-22/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  Het recht van de primary dealers om deel te nemen aan de inschrijvingen buiten mededinging kan worden geschorst of verminderd overeenkomstig de bepalingen van het lastenboek.
  § 2.[1 [3 De Deposito- en Consignatiekas kan]3 inschrijven op lineaire obligaties tegen de gewogen gemiddelde prijs van de aanbesteding in het kader van het portefeuillebeheer, overeenkomstig de voorwaarden vastgesteld door het Federaal Agentschap van de Schuld.]1
  (§ 3. Particulieren kunnen door bemiddeling van de plaatsende instellingen, bedoeld in artikel 7, § 2, van het kaderbesluit, voor een minimumbedrag van 200 euro inschrijven op de tranches voor particulieren tegen de gewogen gemiddelde prijs van de aanbesteding en dit volgens de richtlijnen vervat in de handleiding.
  In afwijking van het artikel 16 van hetzelfde besluit, betalen particulieren geen opgelopen interesten.
  Bij dergelijke inschrijvingen, wordt de eerstvolgende coupon berekend overeenkomstig artikel 2, § 3, van dit besluit.
  [1 ...]1.) <MB 2004-03-26/32, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 15-03-2004>
  [2 § 4. De inschrijvingen buiten mededinging, vermeld in de paragrafen 1 tot en met 3, zijn niet mogelijk voor de optional reverse inquiry facility.]2
  ----------
  (1)<MB 2016-12-23/30, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  (2)<MB 2020-01-20/18, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2020>
  (3)<MB 2020-01-20/18, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2020>

  Art. 15. Artikel 10 is van toepassing op de inschrijvingen bedoeld in de artikelen 13 en 14 van dit besluit.

  HOOFDSTUK IV. - De vereffening van de bedragen uitgegeven door aanbesteding, inschrijvingen buiten mededinging, iedere werkwijze van vaste overname en offertes van verkoop tegen vaste prijs.

  Art. 16. Het door de koper van lineaire obligaties tegen vaste rentevoet op de valutadatum van de uitgifte te betalen bedrag is de geboden prijs of de inschrijvingsprijs, vermeerderd met de opgelopen intresten berekend als volgt :
  I = Y x i/100 x n/b , waarbij
  - I gelijk is aan het bedrag van de opgelopen intresten;
  - Y gelijk is aan het nominale bedrag van de toe te kennen effecten;
  - i gelijk is aan het bedrag van de door de emittent op het einde van de op de valutadatum lopende intrestperiode verschuldigde intresten, uitgedrukt in een percentage van de nominale waarde;
  - n het exacte aantal kalenderdagen is tussen de aanvangsdatum van de op de valutadatum van de uitgifte lopende intrestperiode (inbegrepen) en de valutadatum van de uitgifte (niet inbegrepen);
  - b gelijk is aan het exacte aantal kalenderdagen tussen de aanvangsdatum van de op de valutadatum van de uitgifte lopende intrestperiode (inbegrepen) en de vervaldag van de intresten van deze periode (niet inbegrepen).
  Indien de valutadatum van de uitgifte samenvalt met een vervaldag van intresten, dan is geen opgelopen intrest verschuldigd door de koper.

  Art. 17. Het door de koper van lineaire obligaties met variabele rentevoet op de valutadatum van de uitgifte te betalen bedrag is de geboden prijs of de inschrijvingsprijs, vermeerderd met de opgelopen intresten berekend als volgt :
  I = Y x i/100 x n/360, waarbij
  - I gelijk is aan het bedrag van de opgelopen intresten;
  - Y gelijk is aan het nominale bedrag van de toe te kennen effecten;
  - i de nominale jaarlijkse rentevoet is van de toe te kennen effecten voor de op de valutadatum van de uitgifte lopende intrestperiode;
  - n het exacte aantal kalenderdagen is tussen de aanvangsdatum van de op de valutadatum van de uitgifte lopende intrestperiode (inbegrepen) en de valutadatum van de uitgifte (niet inbegrepen).
  Indien de valutadatum van de uitgifte samenvalt met een vervaldag van intresten, dan is de koper geen opgelopen intrest verschuldigd.

  Art. 18.§ 1. De intresten verschuldigd krachtens artikel 11, § 2, van het kaderbesluit worden vastgesteld in functie van de gebruiken van de markt.
  § 2. In geval van annulering van de effecten bedoeld in artikel 11, § 3, van het kaderbesluit, wordt de schadevergoeding berekend als volgt :
  1° een vergoeding die overeenkomt met 7 dagen intrest, tegen het rentetarief van de marginale beleningsfaciliteit van de Europese Centrale Bank die op de valutadatum toepasselijk is vermeerderd met 1,5 procent. Deze intrest wordt berekend over het bedrag dat wegens de ontbonden toewijzing of inschrijving buiten mededinging diende te worden betaald;
  2° in voorkomend geval, een som die overeenstemt met het positieve verschil tussen het bedrag dat wegens de ontbonden toewijzing of inschrijving diende betaald te worden en de waarde van de uitgegeven obligaties, op de basis van de door [1 het Federaal Agentschap van de Schuld]1 op de valutadatum bekendgemaakte referentiekoers.
  ----------
  (1)<MB 2016-12-23/30, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK V. - <MB 2002-03-22/34, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002> Omruilingen tegen effecten van de Staatsschuld.

  Art. 19.[1 De personeelsleden van het Federaal Agentschap van de Schuld die daartoe werden aangeduid, worden gemachtigd de omruilingen uit te voeren tegen de voorwaarden die zij bepalen en die worden vastgelegd in de handleiding.]1
  De indicatieve kalender van de omruilingen wordt bekendgemaakt op de Internetsite van het [1 Federaal Agentschap van de Schuld]1. <MB 2004-03-26/32, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 15-03-2004>
  ----------
  (1)<MB 2016-12-23/30, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 20.[1 Enkel de primary dealers en de Deposito- en Consignatiekas mogen deelnemen aan de omruilingen.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-01-20/18, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2020>

  Art. 21. (De omruiling) gebeurt op een volstrekt vrijwillige basis. <MB 2002-03-22/34, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

  Art. 22. De intresten op de uitgegeven lineaire obligaties (uitgegeven ingevolge de omruiling) worden betaald aan de Schatkist volgens de regels vastgesteld in de artikelen 16 en 17 van dit besluit in die zin dat onder " valutadatum van de uitgifte " " valutadatum van de omruiling " begrepen wordt. <MB 2002-03-22/34, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  Deze betaling gebeurt op de valutadatum van de omruiling door tussenkomst van de Nationale Bank van Belgiė via haar effectenclearingstelsel.

  Art. 23.<MB 2002-03-22/34, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien het nominaal bedrag van de effecten dat nodig is om de betaling te waarborgen van de omruiling niet is ingeschreven op de rekening van de inschrijver bij het effectenclearingstelsel van de Nationale Bank van Belgiė, uiterlijk op het uur van de laatste cyclus van de vereffening, overeenkomstig het clearingreglement, of indien de interesten op de uitgegeven lineaire obligaties niet betaald zijn op de valutadatum van de omruiling, is de omruiling van rechtswege ontbonden.
  De handleiding voorziet in de modaliteiten volgens dewelke, in overleg met de in gebreke blijvende tegenpartij en in functie van de gebruiken van de markt, aan de ontbinding van rechtswege kan verzaakt worden.
  Bij ontbinding van de omruiling, wordt toepassing gemaakt van de bepalingen van artikel 18, § 2, van dit besluit voor de berekening van de aan de [1 Schatkist]1 verschuldigde schadevergoeding.) <MB 2002-03-22/34, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<MB 2016-12-23/30, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK VI. - Algemene regels betreffende de andere wijzen van uitgifte van lineaire obligaties.

  Art. 24.(De uitgiftemodaliteiten van de lineaire obligaties via iedere werkwijze van vaste overname overeenkomstig de gebruiken van de markt of via offertes van verkoop tegen vaste prijs bedoeld in artikel 4, 4° en 5°, van het kaderbesluit, worden gepreciseerd :
  - in de handleiding betreffende de verrichting en/of
  - in de overeenkomsten betreffende de verrichting en, in voorkomend geval, ieder ander document dat ermee verband houdt.) <MB 2002-03-22/34, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  (Bij uitgifte overeenkomstig het eerste lid, kunnen particulieren voor een minimumbedrag van 200 euro intekenen op tranches voor particulieren tegen de weerhouden prijs door bemiddeling van de plaatsende instellingen, bedoeld in artikel 7, § 2, van het kaderbesluit alsook via de dienst van de grootboeken.
  Het uitgiftebesluit bepaalt de op deze particulieren toepasselijke betaaldatum. Indien deze datum afwijkt van deze van toepassing op de hoofdtranche, worden de gevolgen op de betaling van de eerstvolgende coupon geregeld overeenkomstig het eerste lid. De inschrijvingsperiode kan in het belang van de Schatkist ingekort worden.
  De inschrijvingen ontvangen op de sluitingsdag kunnen eventueel verdeeld worden; in dit geval zullen de door de inschrijvers te veel betaalde sommen hun terugbetaald worden zonder rentevergoeding.
  [1 ...]1.) <MB 2004-03-26/32, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 15-03-2004>
  De uitgiftemodaliteiten van lineaire obligaties voor de noden van de werking van het systeem van automatische ontlening van effecten door het effectenclearingstelsel van de Nationale Bank van Belgiė, worden geregeld door een specifieke conventie.
  ----------
  (1)<MB 2016-12-23/30, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK VII. - Delegaties van bevoegdheden.

  Art. 25.§ 1. [2 De personeelsleden van het Federaal Agentschap van de Schuld die daartoe werden aangeduid, worden gemachtigd om te beslissen :]2 :
  a) wat betreft de uitgifte van lineaire obligaties via aanbesteding na offerteaanvraag of via inschrijvingen buiten mededinging :
  1. over de inhoud en de wijzigingen aan de handleiding betreffende de uitgifte van de lineaire obligaties, genoodzaakt door de evolutie van de markten;
  2. over de vastlegging en de eventuele wijziging van de emissiekalender voorzien in artikel 7 van dit besluit;
  3. (over de offerteaanvraag of de verzaking van een offerteaanvraag betreffende een uitgifte van lineaire obligaties, alsook over de inschrijvingsperiode voor een tranche voor particulieren;) <MB 2004-03-26/32, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 15-03-2004>
  4. over de aanvaarding van de offertes met mededinging evenals de aanbesteding van lineaire obligaties;
  5. over de aanpassing van de inschrijving buiten mededinging van de Nationale Bank van Belgiė;
  6. over de schorsing of vermindering van het recht van de primary dealers (en van de plaatsende instellingen) om deel te nemen aan de inschrijvingen buiten mededinging; <MB 2004-03-26/32, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 15-03-2004>
  7. over het toekennen van uitstel van betaling krachtens artikel 11, § 2, van het kaderbesluit;
  8. over de annulering van de offertes in toepassing van artikel 18, § 2, van dit besluit;
  9. en over het opstellen en het ondertekenen van het proces-verbaal van de aanbesteding;
  b) wat betreft de andere wijzen van uitgifte van lineaire obligaties, bedoeld in artikel 24, (eerste en tweede lid) van dit besluit : <MB 2004-03-26/32, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 15-03-2004>
  1. over de technische en financiėle voorwaarden van deze uitgiftes;
  2. over de inhoud en de wijzigingen aan de handleiding, die specifiek is aan de uitgifteverrichting, genoodzaakt door de evolutie van de markten;
  c) (wat betreft de omruilingen :) <MB 2002-03-22/34, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  1. (over de inhoud en de wijzigingen aan de handleiding, genoodzaakt door de evolutie van de markten;) <MB 2002-03-22/34, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  2. (over de vastlegging en de eventuele wijziging van de indicatieve kalender van de omruilingen evenals over de effecten die betrokken zijn bij de omruilingen;) <MB 2002-03-22/34, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  3. over de verzaking aan de aangekondigde verrichting;
  4. over de aanvaarding van de inschrijvingen en de proportionele vermindering van het bedrag van de inschrijvingen, op de dag van de verrichting;
  5. over de annulering van de offertes krachtens artikel 23 van dit besluit;
  d) (wat betreft de splitsing [1 en de wedersamenstelling]1 van lineaire obligaties :
  1° over de eventuele vastlegging van de datum vanaf dewelke de lineaire obligaties gesplitst kunnen worden en over de schorsing van het recht van de markthouders om de splitsing [1 of de wedersamenstelling]1 van de lineaire obligaties aan te vragen met het oog op de vrijwaring van de liquiditeit van de secundaire markt van deze effecten;
  2° voor de toepassing van de artikelen 4, 7°, en 17, lid 1, van het kaderbesluit
  a) over de aanmaak van lineaire obligaties;
  b) over het verzoek tot [1 splitsing, wedersamenstelling of omzetting in BE-strips]1 aan de Nationale Bank van Belgiė;
  c) over het vastleggen van de financiėle voorwaarden van de tijdelijke terbeschikkingstelling aan de markthouders.) <MB 2002-03-22/34, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  § 2. Zij worden eveneens gemachtigd om iedere overeenkomst of document te ondertekenen vereist voor de toepassing van dit besluit.
  ----------
  (1)<MB 2011-06-21/02, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 28-06-2011>
  (2)<MB 2016-12-23/30, art. 10, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK VIII. - Opheffingsbepalingen.

  Art. 26. Het ministerieel besluit van 22 oktober 1997 betreffende de algemene regels inzake de lineaire obligaties, gewijzigd door de ministeriėle besluiten van 23 januari, 28 mei en 17 december 1997, 19 maart en 28 mei 1999, wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK IX. - Inwerkingtreding.

  Art. 27. Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 december 2000.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 12 december 2000.
D. REYNDERS.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Financiėn,
   Gelet op artikel 37 van de Gecoördineerde Grondwet;
   Gelet op de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium gewijzigd bij de wetten van 22 juli 1991, 28 juli 1992, 6 augustus 1993, 4 april 1995, 18 juni 1996, 15 juli en 30 oktober 1998, inzonderheid op hoofdstuk I;
   Gelet op de wet van 24 december 1999 houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2000, inzonderheid op artikel 8, § 1, 1°;
   Gelet op het koninklijk besluit van 23 januari 1991 betreffende de effecten van de Staatsschuld, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 juli 1991, 10 februari 1993, 30 september en 3 december 1997 en van 26 november 1998;
   Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende de organisatie van de secundaire buiten-beursmarkt van de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 december 1997, inzonderheid op artikel 8;
   Gelet op het koninklijk besluit van 16 oktober 1997 betreffende de lineaire obligaties, gewijzigd door het koninklijk besluit van 11 december 1998;
   Gelet op het ministerieel besluit van 22 oktober 1997 betreffende de algemene regels inzake de lineaire obligaties, gewijzigd bij de ministeriėle besluiten van 23 januari, 28 mei en 17 december 1998, 19 maart en 28 mei 1999;
   Overwegende dat het aangewezen is om het ministerieel besluit van 22 oktober 1997 betreffende de algemene regels inzake de lineaire obligaties aan te passen aan de voortdurende evolutie van de gebruiken van de markt inzonderheid door de mogelijkheid te voorzien om sommige technische bepalingen aan te passen via de uitgifteprospectus van de lineaire obligaties,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 20-01-2020 GEPUBL. OP 14-02-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 6; 13; 14; 20)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 23-12-2016 GEPUBL. OP 20-01-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 10; 12; 14; 18; 19; 20; 23; 24; 25)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 04-09-2014 GEPUBL. OP 23-09-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 5)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 21-06-2011 GEPUBL. OP 28-06-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 25)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 26-03-2004 GEPUBL. OP 09-04-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 8; 10; 14; 19; 24; 25)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 22-03-2002 GEPUBL. OP 04-04-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 14; 19; 21; 22; 23; 24; 25)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 56 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
    Franstalige versie