J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1970/07/22/1970072201/justel

Titel
22 JULI 1970. - Koninklijk besluit betreffende de ambtskledij van de magistraten en de griffiers van de Rechterlijke Orde.

Publicatie : 12-08-1970 nummer :   1970072201 bladzijde : 8313
Dossiernummer : 1970-07-22/32
Inwerkingtreding : 01-09-1970

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken, rechtbanken van koophandel, vredegerechten en politierechtbanken.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Hoven van beroep en arbeidshoven.
Art. 2
HOOFDSTUK III. - Hof van cassatie.
Art. 3
HOOFDSTUK IV. - Algemene bepalingen.
Art. 4-6

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken, rechtbanken van koophandel, vredegerechten en politierechtbanken.

  Artikel 1. § 1. Op de gewone zittingen dragen de leden van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank, van de rechtbank van koophandel, van het parket van de procureur des Konings, van het parket van de arbeidsauditeur, de vrederechters en de rechters in de politierechtbank een toga van zwarte stof met wijde mouwen, met opslagen, kraag en mouwrand van zwarte zijde, een geplisseerde hangende bef van wit batist en een met zwart fluweel omzette baret van zwart lamé.
  De voorzitters, ondervoorzitters, procureurs des Konings, arbeidsauditeurs, eerste substituten en voorzitters in handelszaken dragen een met een zilveren boordsel omzette baret van zwarte zijde.
  § 2. Op de plechtige zittingen en ceremoniėn dragen die magistraten dezelfe toga, een van rode franjes voorziene zijden gordel met de vaderlandse kleuren en de met een zilveren boordsel omzette baret van zwarte zijde.
  De voorzitters, procureurs des Konings en arbeidsauditeurs dragen een met een dubbel zilveren boordsel omzette en aan de bovenrand van een zilveren bies voorziene baret van zwarte zijde.
  De ondervoorzitters, eerste substituten en voorzitters in handelszaken dragen een met een zilveren boordsel omzette en aan de bovenrand van een zilveren bies voorziene baret van zwarte zijde.
  § 3. Op de gewone zittingen dragen de hoofdgriffiers of de griffiers-hoofden van de griffie, de griffiers en de klerken-griffiers de voor de leden van de rechtbanken voorgeschreven kledij en een baret van effen zwarte wol.
  Op de plechtige zittingen en ceremoniėn dragen de hoofdgriffiers of de griffiers-hoofden van de griffie diezelfde kledij en een met een boordsel van zwart fluweel omzette baret van zwarte zijde, en de griffiers en klerken-griffiers diezelfde kledij en een baret van effen zwarte zijde.

  HOOFDSTUK II. - Hoven van beroep en arbeidshoven.

  Art. 2. § 1. Op de gewone zittingen dragen de leden van de hoven en van hun parketten een toga van zwarte stof met wijde mouwen, met opslagen, kraag en mouwrand van zwarte zijde, een geplisseerde hangende bef van wit batist en een baret van effen zwarte zijde.
  De eerste voorzitters, de kamervoorzitters, de procureurs-generaal en de eerste advocaten-generaal dragen een met een zwarte fluwelen boordsel met gulden bies omzette baret van zwarte zijde.
  § 2. Op de plechtige zittingen, de zittingen van de hoven van assisen en de ceremoniėn is de toga van rode stof en van hetzelfde model als de zwarte, met opslagen, kraag en mouwrand van zwarte zijde, de bef van witte kant en de baret van zwart fluweel en omzet met een zwart zijden boordsel met gulden bies.
  De opslagen van de toga van de eerste voorzitters en van de procureurs-generaal zijn met wit bont belegd. Die magistraten dragen een met een dubbel boordsel van zwarte zijde met gulden bies omzette en aan de bovenrand van een gulden bies voorziene baret van zwart fluweel.
  De kamervoorzitters en de eerste advocaten-generaal dragen een met een dubbel boordsel van zwarte zijde met gulden bies omzette en aan de bovenrand van een gulden bies voorziene baret van zwart fluweel.
  § 3. De hoofdgriffiers dragen dezelfde kledij als de leden van het Hof en een met een boordsel van zwart fluweel omzette baret van zwarte zijde.
  De griffiers en klerken-griffiers dragen diezelfde kledij en een baret van effen zwarte zijde.

  HOOFDSTUK III. - Hof van cassatie.

  Art. 3. § 1. Op de gewone zittingen dragen de leden van het Hof een toga van zwarte stof met wijde mouwen, met opslagen, kraag en mouwrand van zwarte zijde, een rode gordel, een geplisseerde hangende bef van wit batist en een baret van effen zwarte zijde.
  De baret van de eerste voorzitter, de voorzitter, de procureur-generaal en de eerste advocaat-generaal is aan de onderrand met een gulden boordsel omzet.
  § 2. Op de plechtige zittingen en de ceremoniėn is de toga van rode stof en van hetzelfde model als de zwarte, met opslagen, kraag en mouwrand van rode zijde, een bef van witte kant en een baret van zwart fluweel en omzet met een gulden boordsel.
  De opslagen van de toga van de eerste voorzitter en van de procureur-generaal zijn met wit bont belegd. De baret van deze magistraten is aan de onder- en aan de bovenrand met een gulden boordsel omzet.
  De voorzitter en de eerste advocaat-generaal dragen diezelfde baret, aan de onder- en aan de bovenrand met een gulden boordsel omzet.
  § 3. Op de gewone zittingen dragen de hoofdgriffier, de griffiers en de klerken-griffiers een toga van zwarte stof met wijde mouwen, met opslagen, kraag en mouwrand van zwarte zijde, een zwarte gordel en een baret van effen zwarte zijde. De baret van de hoofdgriffier is aan de onderrand met een boordsel van zwart fluweel omzet.
  Op de plechtige zittingen en de ceremoniėn dragen de hoofdgriffier, de griffiers en de klerken-griffiers een rode toga van hetzelfde model als de zwarte, met opslagen, kraag en mouwrand van rode zijde, een bef van witte kant en een op franjes van zwarte zijde uitlopende zwarte gordel. De hoofdgriffier draagt een met een zwart fluwelen boordsel met gulden bies omzette baret van zwarte zijde. De griffiers en klerken-griffiers dragen een met een boordsel van zwart fluweel omzette baret van zwarte zijde.

  HOOFDSTUK IV. - Algemene bepalingen.

  Art. 4. De leden van hoven en rechtbanken die doctor of licentiaat in de rechten zijn, dragen de schouderversiering, een stuk van dezelfde kleur als de toga in het midden gefronselde en aan beide uiteinden met wit bont geboorde stof, die op de borst en de rug neerhangt.

  Art. 5. Opgeheven worden :
  - het koninklijk besluit van 4 oktober 1832 betreffende de ambtskledij van de leden der hoven en rechtbanken, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 juni 1939;
  - het koninklijk besluit van 14 oktober 1832 betreffende de ambtskledij van de leden der hoven en rechtbanken van eerste aanleg;
  - het koninklijk besluit van 5 augustus 1845 betreffende de ambtskledij van de procureurs des Konings;
  - het koninklijk besluit van 1 augustus 1847 waarbij een onderscheidingsteken voor de procureurs des Konings, onderzoeksrechters en vrederechters wordt voorgeschreven;
  - het koninklijk besluit van 20 november 1870 vaststellende de ambtskledij van de adjunct-griffiers op openbare plechtigheden en op vergaderingen van hoven en rechtbanken;
  - het koninklijk besluit van 20 januari 1939 betreffende de ambtskledij van de leden der Rechterlijke Orde.

  Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 september 1970.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op artikel 353 van het Gerechtelijk Wetboek;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
   .....

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie