J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 42 uitvoeringbesluiten 22 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/10/28/2020010455/justel

Titel
28 OKTOBER 2020. - Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-10-2020 en tekstbijwerking tot 26-08-2021)

Bron : BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 28-10-2020 nummer :   2020010455 bladzijde : 78132       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-10-28/01
Inwerkingtreding : 29-10-2020

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2020031557       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Organisatie van de arbeid
Art. 2-3, 3bis, 4
HOOFDSTUK 3. - Ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten
Art. 5-7, 7bis, 8, 8bis, 9-11
HOOFDSTUK 4. - Markten en organisatie van de openbare ruimte rond de winkelstraten en -centra
Art. 12-13
HOOFDSTUK 5. - Verplaatsingen en samenscholingen
Art. 14, 14bis, 15, 15bis, 16-18, 18bis
HOOFDSTUK 6. - Openbaar vervoer
Art. 19, 19bis
HOOFDSTUK 7. - Onderwijs
Art. 20
HOOFDSTUK 8. - Grenzen
Art. 21-22
HOOFDSTUK 9. - Individuele verantwoordelijkheden
Art. 23-25
HOOFDSTUK 10. - Sancties
Art. 26
HOOFDSTUK 11. - Slot- en opheffingsbepalingen
Art. 27-29, 29bis, 30-31
BIJLAGEN.
Art. N1-N3

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities

  Artikel 1.[1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
   1° "onderneming": elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft;
   2° "consument": elke natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die niet onder zijn commerciële, industriële, ambachtelijke activiteit of activiteit van een vrij beroep vallen;
   3° "protocol": het document bepaald door de bevoegde minister in overleg met de betrokken sector dat de regels bevat die de ondernemingen en verenigingen van de bedoelde sector dienen toe te passen bij de uitoefening van hun activiteiten;
   4° [3 "vervoerder", bedoeld in artikel 21 :
   -de openbare of private luchtvervoerder;
   - de openbare of private zeevervoerder;
   - de binnenvaartvervoerder;
   - de openbare of private trein- of busvervoerder voor het vervoer vanuit een land dat zich buiten de Europese Unie en de Schengenzone bevindt]3;
   5° "gouverneur": de provinciegouverneur of de krachtens artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen bevoegde overheid van de Brusselse agglomeratie;
   6° "huishouden": personen die onder hetzelfde dak wonen;
   7° [9 ...]9
   8° "grensarbeider": een werknemer die arbeid in loondienst verricht in een Lidstaat maar in een andere Lidstaat zijn woonplaats heeft waarnaar die werknemer in de regel dagelijks of ten minste éénmaal per week terugkeert;
   9° "personeelslid": elke persoon die werkt in of voor een onderneming, vereniging of dienst;
   10° [5 ...]5
   11° [5 ...]5
   12° [5 ...]5]1
  [2 13° [10 ...]10]2
  [4 14° "derde land": een land dat niet behoort tot de Europese Unie, noch tot de Schengenzone;]4
  [5 15° "een (mond)masker of elk ander alternatief in stof": een masker zonder uitlaatventiel, uit stof of wegwerpmateriaal, dat nauw aansluit op het gelaat, en de neus, mond en kin bedekt, bestemd om besmettingen bij contact tussen personen te voorkomen;]5
  [6 16° [11 ...]11
   17° [10 ...]10
   18° "CERM": het instrument bedoeld door het Overlegcomité tijdens diens vergadering van 23 april 2021 dat een lokale overheid in staat stelt een analyse te maken met betrekking tot de organisatie op haar grondgebied van een bepaald evenement in de ruime zin in het licht van de geldende sanitaire maatregelen, beschikbaar op de website "covideventriskmodel.be";
   19° "CIRM": het instrument bedoeld door het Overlegcomité tijdens diens vergadering van 23 april 2021 dat een lokale overheid in staat stelt een analyse te maken met betrekking tot een bepaalde infrastructuur op haar grondgebied voor de organisatie van evenementen in de ruime zin in het licht van de geldende sanitaire maatregelen, beschikbaar op de website "covideventriskmodel.be/cirm".]6
  [7 20° "openbare ruimte" : de openbare weg en de voor het publiek toegankelijke plaatsen, met inbegrip van plaatsen die afgesloten en overdekt zijn;
   21° [10 ...]10]7
  [8 22° [11 digitaal EU-COVID-certificaat" : een certificaat zoals bedoeld in de Verordening (EU) 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) teneinde het vrije verkeer tijdens de COVID-19-pandemie te faciliteren en in de Verordening (EU) 2021/954 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) ten aanzien van onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven of wonen tijdens de COVID-19-pandemie]11;
   23° [11 "vaccinatiecertificaat" : een digitaal EU-COVID-certificaat van vaccinatie of een certificaat van vaccinatie uitgereikt in een land dat niet behoort tot de Europese Unie dat als equivalent wordt beschouwd door de Europese Commissie op basis van de uitvoeringshandelingen of door België op basis van bilaterale akkoorden, waaruit blijkt dat sinds ten minste twee weken alle doses voorzien in de bijsluiter werden toegediend van een vaccin tegen het virus SARS-Cov-2 dat wordt vermeld op de website "info-coronavirus.be" van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Bij gebrek aan een equivalentiebeslissing van de Europese Commissie wordt eveneens een vaccinatiecertificaat aanvaard dat werd uitgereikt in een land dat niet behoort tot de Europese Unie en dat minimaal de volgende informatie bevat in het Nederlands, Frans, Duits of Engels :
   - gegevens waaruit valt te herleiden wie de persoon is die is gevaccineerd (naam, geboortedatum en/of ID-nummer);
   - gegevens waaruit blijkt dat sinds ten minste twee weken alle doses voorzien in de bijsluiter werden toegediend van een vaccin tegen het virus SARS-Cov-2 dat wordt vermeld op de website "info-coronavirus.be" van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
   - de merknaam en de naam van de fabrikant of handelsvergunninghouder van elk vaccin dat is toegediend;
   - de datum van toediening van elke dosis van het vaccin die werd toegediend;
   - de naam van het land waar het vaccin is toegediend
   - de afgever van het bewijs van vaccinatie met diens handtekening, stempel of een digitaal leesbare unieke certificaatidentificatiecode]11;
  [11 23bis° "testcertificaat" : een digitaal EU-COVID-certificaat of een ander certificaat in het Nederlands, Frans, Duits of Engels, dat aangeeft dat een NAAT test met negatief resultaat niet meer dan 72 uur voor aankomst op het Belgisch grondgebied werd uitgevoerd in een officieel laboratorium;]11
  [11 23ter° "herstelcertificaat" : een digitaal EU-COVID-certificaat van herstel of een certificaat van herstel uitgereikt in een land dat niet behoort tot de Europese Unie dat als equivalent wordt beschouwd door de Europese Commissie op basis van de uitvoeringshandelingen of door België op basis van bilaterale akkoorden;]11
   24° [11 "massa-evenement" : een evenement zoals bedoeld in artikel 15, § 3 ]11;
   25° "proef- en pilootproject" : een project zoals bedoeld in artikel 29bis;
   26° [11 "private bijeenkomst" : een bijeenkomst waarbij de toegang wordt beperkt tot een bepaald publiek door middel van individuele uitnodigingen]11.
  ----------
  (1)<MB 2020-11-01/01, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 02-11-2020>
  (2)<MB 2020-11-28/01, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
  (3)<MB 2021-01-14/01, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2021>
  (4)<MB 2021-01-26/01, art. 1, 011; Inwerkingtreding : 27-01-2021>
  (5)<MB 2021-02-06/01, art. 1, 013; Inwerkingtreding : 13-02-2021>
  (6)<MB 2021-05-07/02, art. 1, 019; Inwerkingtreding : 08-05-2021>
  (7)<MB 2021-06-04/01, art. 1, 020; Inwerkingtreding : 09-06-2021>
  (8)<MB 2021-06-23/01, art. 1, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>
  (9)<MB 2021-07-27/01, art. 1,1°, 022; Inwerkingtreding : 30-07-2021>
  (10)<MB 2021-07-27/01, art. 1,2°-3°, 022; Inwerkingtreding : 28-07-2021>
  (11)<MB 2021-08-25/01, art. 1, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  HOOFDSTUK 2. - Organisatie van de arbeid

  Art. 2.[1 § 1. [2 ...]2
   § 2. De ondernemingen, verenigingen en diensten, [2 ...]2 nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de naleving van de regels van social distancing te garanderen en een maximaal niveau van bescherming te bieden.
   Deze passende preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard zoals bepaald in de "Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan", die ter beschikking wordt gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.
   Deze passende preventiemaatregelen worden op het niveau van de onderneming, vereniging of dienst, [2 ...]2 uitgewerkt en genomen met inachtneming van de geldende regels van het sociaal overleg, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.
   Deze ondernemingen, verenigingen en diensten, informeren de personen die bij hen werkzaam zijn tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hun een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.
   Werkgevers, werknemers en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming, vereniging of dienst geldende preventiemaatregelen toe te passen.
   § 3. De sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en sociaal overleg zijn belast met het informeren en begeleiden van werkgevers en werknemers van de ondernemingen, verenigingen en diensten, [2 ...]2, en overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek met het toezien op de naleving van de verplichtingen die er gelden overeenkomstig [2 de tweede paragraaf]2.]1
  ----------
  (1)<MB 2021-06-23/01, art. 2, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>
  (2)<<MB 2021-08-25/01, art. 2, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 3.
  <Opgeheven bij MB 2021-07-27/01, art. 2, 022; Inwerkingtreding : 30-07-2021>

  Art. 3bis.[1 Personen die zich op de arbeidsplaats bevinden, leven de verplichtingen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken na zoals vastgesteld door de bevoegde overheden.
   Op de arbeidsplaatsen kunnen de preventieadviseurs-arbeidsartsen, evenals alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, aan de betrokken personen vragen het bewijs te leveren dat zij de verplichtingen naleven zoals vastgesteld door de bevoegde overheden. [3 ...]3
   Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder "arbeidsplaatsen": de arbeidsplaatsen zoals gedefinieerd in artikel 16, 10° van het Sociaal Strafwetboek.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2021-01-12/01, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 12-01-2021>
  (2)<MB 2021-01-26/01, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 27-01-2021>
  (3)<MB 2021-05-07/02, art. 2, 019; Inwerkingtreding : 08-05-2021>

  Art. 4. In het kader van de toepassing van de maatregelen voorgeschreven door dit besluit en voor zover de operationele behoeften het vereisen, worden de afwijkingen van de bepalingen betreffende de organisatie van de arbeids- en rusttijden voorgeschreven door Deel VI, Titel I van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten toegelaten voor de geldigheidsperiode van dit besluit.

  HOOFDSTUK 3. - Ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten

  Art. 5.[1 [4 Onverminderd artikel 8]4, oefenen de ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten hun activiteiten uit overeenkomstig het protocol of de daartoe op de website van de bevoegde overheidsdienst bekendgemaakte minimale algemene regels.
   In elk geval dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd:
   1° de onderneming of vereniging informeert de consumenten, personeelsleden en derden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen [6 ...]6;
   2° [7 ...]7
   3° [6 ...]6
   4° [9 ...]9
   5° [9 ...]9
   6° [9 ...]9
   7° [10 ...]10
   8° [10 ...]10
   9° de onderneming of vereniging stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de consumenten;
   10° de onderneming of vereniging neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
   11° de onderneming of vereniging zorgt voor een goede verluchting;
   12° een contactpersoon wordt aangeduid en bekendgemaakt, zodat consumenten en personeelsleden een mogelijke besmetting met het coronavirus COVID-19 kunnen melden met het oog op het vergemakkelijken van contact tracing;
   13° [6 de openbare ruimten, met inbegrip van de terrassen in de openbare ruimte, worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de lokale overheden]6;
   14° [6 ...]6
  [7 ...]7
   [4 ...]4
  [7 ...]7
   ----------
   (1)<MB 2020-11-28/01, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
   (2)<MB 2021-03-06/01, art. 1, 014; Inwerkingtreding : 08-03-2021>
   (3)<MB 2021-03-26/01, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 27-03-2021>
   (4)<MB 2021-04-24/01, art. 1, 017; Inwerkingtreding : 26-04-2021>
   (5)<MB 2021-05-07/02, art. 3, 019; Inwerkingtreding : 08-05-2021>
  (6)<MB 2021-06-04/01, art. 2, 020; Inwerkingtreding : 09-06-2021>
  (7)<MB 2021-06-23/01, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>
  (8)<MB 2021-07-27/01, art. 3, 022; Inwerkingtreding : 30-07-2021>
  (9)<MB 2021-07-27/01, art. 3, 022; Inwerkingtreding : 30-07-2021>
  (10)<MB 2021-08-25/01, art. 3, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 6.[1 § 1. Onder voorbehoud van paragraaf 2, dienen, bij het professioneel uitoefenen van horeca-activiteiten, de volgende minimale regels te worden nageleefd, onverminderd de toepasselijke protocollen :
   1° de uitbater informeert de klanten, personeelsleden en derden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen;
   2° de uitbater stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de klanten;
   3° de uitbater neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
   4° de openbare ruimten, met inbegrip van de terrassen in de openbare ruimte, worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de lokale overheden;
   5° de klanten en personeelsleden dragen een mondmasker of elk ander alternatief in stof overeenkomstig artikel 25.
   In de besloten ruimten van de eet- en drankgelegenheden van de horecasector is het gebruik van een luchtkwaliteitsmeter (CO2) verplicht en dient deze op een voor de bezoeker duidelijk zichtbare plaats te worden geïnstalleerd. De luchtkwaliteitsrichtnorm is 900 ppm CO2. Tussen 900 ppm en 1200 ppm dient de uitbater te beschikken over een actieplan om compenserende luchtkwaliteits- of luchtzuiveringsmaatregelen te verzekeren. Boven 1200 ppm dient de inrichting onmiddellijk te worden gesloten.
   De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de horeca-activiteiten bij :
   1° dienstverlening aan huis;
   2° private bijeenkomsten.
   § 2. Bij het professioneel uitoefenen van horeca-activiteiten tijdens de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd, onverminderd de toepasselijke protocollen :
   1° de regels bedoeld in paragraaf 1;
   2° de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafelgezelschappen wordt gegarandeerd, tenzij buiten voor zover de tafelgezelschappen worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
   3° een maximum van acht personen per tafel is toegestaan, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld;
   4° enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
   5° elke persoon moet aan de eigen tafel blijven zitten, onder voorbehoud van de bepalingen onder 6° en 7° en behalve voor het uitoefenen van cafésporten en kansspelen;
   6° buffetten zijn toegestaan;
   7° er is geen enkele bediening aan de bar toegestaan, met uitzondering van eenmanszaken;
   8° afhaalmaaltijden en -dranken kunnen worden aangeboden.
   In afwijking van het eerste lid, 3°, mag een huishouden een tafel delen, ongeacht de grootte van dat huishouden.
   De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de horeca-activiteiten bij :
   1° massa-evenementen;
   2° de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, eerste lid, met een publiek van minder dan 200 personen tot en met 30 september 2021, en van minder dan 500 personen vanaf 1 oktober 2021;
   3° de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, tweede lid met een publiek van minder dan 400 personen tot en met 30 september 2021, en van minder dan 750 personen vanaf 1 oktober 2021.
   § 3. Tot en met 30 september 2021 zijn dansfeesten enkel toegelaten in het kader van private bijeenkomsten en van de activiteiten bedoeld in paragraaf 2, derde lid ]1.
  ----------
  (1)<MB 2021-08-25/01, art. 4, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 7.[1 Het collectief gebruik van waterpijpen is verboden in voor het publiek toegankelijke plaatsen ]1.
  ----------
  (1)<MB 2021-06-04/01, art. 5, 020; Inwerkingtreding : 09-06-2021>

  Art. 7bis.
  <Opgeheven bij MB 2021-06-23/01, art. 5, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>

  Art. 8.[1 § 1. In de inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve en evenementensector dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd, onverminderd de toepasselijke protocollen :
   1° de uitbater of organisator informeert de bezoekers, personeelsleden en derden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen;
   2° [5 ...]5
   3° het bedekken van de mond en neus met een mondmasker in de onderneming of vereniging is verplicht in de voor het publiek toegankelijke ruimtes, en indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd wegens de aard van de uitgeoefende activiteit worden daarenboven ook andere persoonlijke beschermingsmiddelen sterk aanbevolen, onverminderd artikel 25;
   4° [5 ...]5
   5° de openbare ruimten, met inbegrip van de terrassen in de openbare ruimte, worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de lokale overheden;
   6° de uitbater of organisator stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de bezoekers;
   7° de uitbater of organisator neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
   8° de uitbater of organisator zorgt voor een goede verluchting;
   9° [5 ...]5
   [2 [5 ...]5.]2
   In fitnesscentra is het gebruik van een luchtkwaliteitsmeter (CO2) verplicht en dient deze op een voor de bezoeker duidelijk zichtbare plaats geïnstalleerd te worden. De luchtkwaliteitsrichtnorm is 900 ppm CO2. Tussen 900 ppm en 1200 ppm dient de uitbater te beschikken over een actieplan om compenserende luchtkwaliteits- of luchtzuiveringsmaatregelen te verzekeren. Boven 1200 ppm dient de inrichting onmiddellijk gesloten te worden.
  [3 In de besloten gemeenschappelijke ruimten van de inrichtingen behorende tot de sportieve sector, andere dan deze bedoeld in het [5 tweede lid]5, alsook in de besloten ruimten van de inrichtingen behorende tot de evenementensector is het gebruik van een luchtkwaliteitsmeter (CO2) verplicht en dient deze op een voor de bezoeker duidelijk zichtbare plaats te worden geïnstalleerd. De luchtkwaliteitsrichtnorm is 900 ppm CO2. Boven 900 ppm dient de uitbater te beschikken over een actieplan om compenserende luchtkwaliteits- of luchtzuiveringsmaatregelen te verzekeren.]3
  [4 De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing in geval van massa-evenementen.]4
   § 2. [5 § 2. De discotheken en dancings zijn gesloten voor het publiek tot en met 30 september 2021, behalve voor wat betreft de organisatie van de activiteiten die toegelaten zijn overeenkomstig dit besluit]5.
  ----------
  (1)<MB 2021-06-04/01, art. 7, 020; Inwerkingtreding : 09-06-2021>
  (2)<MB 2021-06-23/01, art. 6, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>
  (3)<MB 2021-07-27/01, art. 5,1°, 022; Inwerkingtreding : 01-09-2021>
  (4)<MB 2021-07-27/01, art. 5,2°, 022; Inwerkingtreding : 28-07-2021>
  (5)<MB 2021-08-25/01, art. 5, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 8bis.
  <Opgeheven bij MB 2021-04-24/01, art. 3, 017; Inwerkingtreding : 26-04-2021>

  Art. 9.[1 In de winkelcentra gelden bij het ontvangen van bezoekers minstens de volgende specifieke modaliteiten:
   1° de minimale regels bedoeld in artikel 5, tweede lid;
   2° [6 ...]6
   3° het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de bezoekers bij de in- en uitgang;
   4° het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties;
   5° [5 ...]5
   6° [6 ...]6]1
  [5 ...]5
  ----------
  (1)<MB 2020-11-28/01, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
  (2)<MB 2021-04-24/01, art. 4, 017; Inwerkingtreding : 26-04-2021>
  (3)<MB 2021-05-07/02, art. 6, 019; Inwerkingtreding : 08-05-2021>
  (4)<MB 2021-06-04/01, art. 8, 020; Inwerkingtreding : 09-06-2021>
  (5)<MB 2021-06-23/01, art. 7, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>
  (6)<MB 2021-07-27/01, art. 6, 022; Inwerkingtreding : 30-07-2021>

  Art. 10.
  <Opgeheven bij MB 2021-08-25/01, art. 6, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 11.
  <Opgeheven bij MB 2021-06-04/01, art. 10, 020; Inwerkingtreding : 09-06-2021>

  HOOFDSTUK 4. - Markten en organisatie van de openbare ruimte rond de winkelstraten en -centra

  Art. 12.[1 Onverminderd de artikelen 5 en 9 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de winkelcentra, winkelstraten en parkings door de bevoegde lokale overheid, in overeenstemming met de instructies van de minister van Binnenlandse Zaken, op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter [2 tussen [3 elk gezelschap]3]2.
  [3 ...]3.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-11-28/01, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
  (2)<MB 2021-07-27/01, art. 7, 022; Inwerkingtreding : 28-07-2021>
  (3)<MB 2021-08-25/01, art. 7, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 13.[1 Markten, met inbegrip van jaarmarkten, braderijen, brocante- en rommelmarkten, en kermissen kunnen enkel plaatsvinden na toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid en met naleving van de volgende regels :
   1° [2 ...]2
   2° [2 de markt- en kermiskramers, hun personeel en hun klanten dragen een mondmasker of elk alternatief in stof overeenkomstig artikel 25;]2
   3° [2 ...]2
   4° de markt- en kermiskramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten;
   5° de markt- en kermiskramers kunnen enkel voeding of dranken aanbieden met naleving van de regels voorzien in artikel 6;
   6° [2 ...]2
   7° [2 wanneer een markt, jaarmarkt, braderij, brocante- of rommelmarkt, of kermis een bezoekersaantal van meer dan 5000 bezoekers op eenzelfde moment ontvangt wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt of de kermis;]2
  [2 8° de uitbater ziet erop toe dat in de attractie de van toepassing zijnde social distancing gerespecteerd wordt tussen [3 de verschillende gezelschappen]3;
   9° de geldende regels met betrekking tot de sanitaire maatregelen, zoals het desinfecteren van de handen voor de attractie, het dragen van het mondmasker en de social distancing worden door middel van affiches in de stand of attractie in herinnering gebracht.]2
  [3 ...]3
   Onverminderd artikel 5 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten en de kermissen door de bevoegde lokale overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen [3 elk gezelschap]3, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de "Gids voor de opening van de handel ]1.
  ----------
  (1)<MB 2021-06-04/01, art. 11, 020; Inwerkingtreding : 09-06-2021>
  (2)<MB 2021-06-23/01, art. 9, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>
  (3)<MB 2021-08-25/01, art. 8, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  HOOFDSTUK 5. - Verplaatsingen en samenscholingen

  Art. 14.
  <Opgeheven bij MB 2021-06-23/01, art. 10, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>

  Art. 14bis.
  <Opgeheven bij MB 2021-08-25/01, art. 9, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 15.[1 § 1. Private bijeenkomsten mogen binnen worden georganiseerd voor een maximum van 200 personen tot en met 30 september 2021 en van 500 personen vanaf 1 oktober 2021, onverminderd de mogelijkheid om toepassing te maken van de bepalingen voorzien in paragraaf 2.
   Private bijeenkomsten mogen buiten worden georganiseerd voor een maximum van 400 personen tot en met 30 september 2021 en van 750 personen vanaf 1 oktober 2021, onverminderd de mogelijkheid om toepassing te maken van de bepalingen voorzien in paragraaf 2.
   § 2. Evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en trainingen, en congressen, mogen binnen worden georganiseerd voor een publiek van maximum 3000 personen. Wanneer 200 of meer personen tot en met 30 september 2021 en 500 of meer personen vanaf 1 oktober 2021 worden ontvangen, moeten de modaliteiten voorzien in de artikelen 6 en 8 en het toepasselijke protocol worden nageleefd, en moet de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 16 worden verkregen.
   Evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en trainingen, en congressen, mogen buiten worden georganiseerd voor een publiek van maximum 5000 personen. Wanneer 400 of meer personen tot en met 30 september 2021 en 750 of meer personen vanaf 1 oktober 2021 worden ontvangen, moeten de modaliteiten voorzien in de artikelen 6 en 8 en het toepasselijke protocol worden nageleefd, en moet de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 16 worden verkregen.
   In geval van compartimentering van het publiek kunnen de maximale aantallen bedoeld in het eerste en tweede lid worden overschreden, mits naleving van de volgende minimale regels en de toepasselijke protocollen :
   1° er is geen vermenging mogelijk van het publiek aanwezig in de verschillende compartimenten, voor, tijdens en na de activiteit;
   2° er wordt per compartiment een aparte in- en uitgang en sanitaire infrastructuur voorzien;
   3° de capaciteit van één compartiment is niet hoger dan het maximum aantal personen bedoeld in het eerste lid indien de activiteit binnen plaatsvindt, of het maximum aantal personen bedoeld in het tweede lid indien de activiteit buiten plaatsvindt;
   4° de capaciteit van alle compartimenten samen bedraagt niet meer dan één derde van de totale capaciteit van de infrastructuur.
   § 3. Massa-evenementen en proef- en pilootprojecten mogen binnen worden georganiseerd voor een publiek van minimum 200 personen tot en met 30 september 2021 en van minimum 500 personen vanaf 1 oktober 2021, en van maximum 75.000 personen per dag, medewerkers en organisatoren niet meegeteld, mits voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid en met naleving van de modaliteiten van het toepasselijk samenwerkingsakkoord.
   Massa-evenementen en proef- en pilootprojecten mogen buiten worden georganiseerd voor een publiek van minimum 400 personen tot en met 30 september 2021 en van minimum 750 personen vanaf 1 oktober 2021, en van maximum 75.000 personen per dag, medewerkers en organisatoren niet meegeteld, mits voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid en met naleving van de modaliteiten van het toepasselijke samenwerkingsakkoord.
   In iedere besloten ruimte van de infrastructuur waar het massa-evenement plaatsvindt, is het gebruik van een luchtkwaliteitsmeter (CO2) verplicht en dient deze in het midden van de ruimte op een voor de bezoeker duidelijk zichtbare plaats te worden geïnstalleerd. De luchtkwaliteitsrichtnorm is 900 ppm CO2. Boven 900 ppm dient de organisator te beschikken over een actieplan om compenserende luchtkwaliteits- of luchtzuiveringsmaatregelen te verzekeren.
   De aankomstzone tot het massa-evenement wordt zodanig georganiseerd dat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd.
   § 4. De handelsbeurzen zijn toegelaten met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 5 en in het toepasselijke protocol ]1.
  ----------
  (1)<MB 2021-08-25/01, art. 10, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 15bis.
  <Opgeheven bij MB 2021-08-25/01, art. 11, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 16.[1 De bevoegde lokale overheid gebruikt het CERM en, wanneer van toepassing, het CIRM, wanneer ze een toelatingsbeslissing neemt met betrekking tot de organisatie van de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, met uitzondering van :
   1° de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, eerste lid, met een publiek van minder dan 200 personen tot en met 30 september 2021, en van minder dan 500 personen vanaf 1 oktober 2021;
   2° de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, tweede lid, met een publiek van minder dan 400 personen tot en met 30 september 2021, en van minder dan 750 personen vanaf 1 oktober 2021.
   De activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, eerste lid, kunnen enkel worden toegelaten voor een publiek van maximum 100 % van de CIRM-capaciteit, zonder 3000 personen te overschrijden, onverminderd de mogelijkheid tot compartimentering van het publiek ]1.
  ----------
  (1)<MB 2021-08-25/01, art. 12, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 17.
  <Opgeheven bij MB 2020-12-11/04, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 12-12-2020>

  Art. 18.
  <Opgeheven bij MB 2021-06-04/01, art. 17, 020; Inwerkingtreding : 09-06-2021>

  Art. 18bis. [1 De bevoegde lokale overheid kan toestemming verlenen voor het laten plaatsvinden van kiesverrichtingen die een buitenlandse Natie voor diens stemgerechtigden wil organiseren in België in bepaalde inrichtingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2020-11-28/01, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
  

  HOOFDSTUK 6. - Openbaar vervoer

  Art. 19. Het openbaar vervoer blijft behouden.
  Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof, vanaf het betreden van de luchthaven, het station, op het perron of een halte, in de bus, de (pre)metro, de tram, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door een openbare overheid wordt georganiseerd. Wanneer het dragen van een masker of van een alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.
  In afwijking van het tweede lid is het rijdend personeel van de openbare vervoersmaatschappijen niet verplicht om de mond en de neus te bedekken, voor zover enerzijds de bestuurder goed geïsoleerd is in een cabine en anderzijds een affiche en/of zelfklever aan de gebruikers de reden aangeeft waarom de bestuurder geen masker draagt.

  Art. 19bis.[1 De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen neemt de nodige maatregelen om [3 ...]3 een maximale naleving van de preventiemaatregelen te garanderen in het station, op het perron of een halte, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door haar wordt georganiseerd, in samenwerking met de betrokken lokale overheid en de politie.
  [2 ...]2]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2021-03-26/01, art. 6, 016; Inwerkingtreding : 27-03-2021>
  (2)<MB 2021-04-24/01, art. 7, 017; Inwerkingtreding : 26-04-2021>
  (3)<MB 2021-06-23/01, art. 15, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>

  HOOFDSTUK 7. - Onderwijs

  Art. 20.De instellingen van hoger onderwijs en het volwassenenonderwijs mogen hun lessen en activiteiten voortzetten overeenkomstig de richtlijnen van de Gemeenschappen en de bijkomende maatregelen voorzien door de federale regering. Enkel indien de configuratie van de infrastructuur het toelaat, kunnen de Gemeenschappen beslissen om het deeltijds kunstonderwijs te laten plaatsvinden eventueel met beperkingen in het kader van de veiligheid.
  In het kader van het leerplichtonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs worden de specifieke voorwaarden voor de organisatie van lessen en scholen door de Ministers van Onderwijs vastgesteld op basis van het advies van experten, rekening houdend met de gezondheidscontext en de mogelijke ontwikkelingen daarvan. Deze voorwaarden hebben onder meer betrekking op het aantal dagen aanwezigheid op school, de normen die moeten worden nageleefd met betrekking tot het dragen van een mondmasker of andere veiligheidsuitrustingen binnen de inrichtingen, het gebruik van infrastructuren, de aanwezigheid van derden en de extramurale activiteiten. Indien er op lokaal niveau bijzondere maatregelen worden genomen, stellen de Ministers van Onderwijs een procedure vast, waarbij het advies van de experten wordt gevraagd en waarbij de bevoegde gemeentelijke overheid en de desbetreffende actoren worden betrokken.
  [1 Ook buiten de lesuren kunnen scholen of derden initiatieven nemen ter bestrijding van de leerachterstand of schooluitval volgens de protocollen die worden opgesteld door de bevoegde ministers van de Gemeenschappen.]1
  ----------
  (1)<MB 2021-01-26/01, art. 6, 011; Inwerkingtreding : 27-01-2021>

  HOOFDSTUK 8. - Grenzen

  Art. 21.§ 1. [13 Niet-essentiële reizen naar België zijn verboden voor personen die niet beschikken over de nationaliteit van een land van de Europese Unie of van de Schengenzone, en die hun hoofdverblijfplaats hebben in een derde land dat niet is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking.
   Reizen zoals bedoeld in bijlage 3 van dit besluit worden beschouwd als essentieel en zijn dus toegelaten.
   Voor de overeenkomstig het tweede lid toegelaten reizen is de reiziger ertoe gehouden in het bezit te zijn van een attest van essentiële reis. Dit attest wordt uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post indien wordt aangetoond dat de reis essentieel is.
   Indien gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is deze ertoe gehouden te controleren dat de reizigers bedoeld in het derde lid, voorafgaand aan de boarding, in het bezit zijn van dit attest. Bij gebrek aan dit attest, is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat de reiziger in het bezit is van dit attest.
   In afwijking van het derde lid, is een attest niet vereist indien het essentieel karakter van de reis blijkt uit de officiële documenten in het bezit van de reiziger.
   Bij gebrek aan dit attest van essentiële reis of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in dit attest, en indien het essentieel karakter van de reis evenmin blijkt uit de officiële documenten in het bezit van de reiziger, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
   Voor de toepassing van dit besluit worden Andorra, Monaco, San Marino en Vaticaanstad beschouwd als landen van de Europese Unie.]13
  [17 § 1bis. [20 De maatregelen bedoeld in § 1 zijn niet van toepassing op reizigers die in het bezit zijn van een vaccinatiecertificaat]20.
   Indien gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is deze ertoe gehouden te controleren dat de reizigers bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan de boarding, in het bezit zijn van een vaccinatiecertificaat. Bij gebrek aan dit vaccinatiecertificaat, is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren.
   Bij gebrek aan dit vaccinatiecertificaat of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in dit vaccinatiecertificaat, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.]17
  § 2. [15 [17 Onverminderd paragrafen 1 en 1bis]17 is het verboden voor personen die zich op enig moment in de afgelopen 14 dagen op [18 het grondgebied van een [19 derde]19 land dat op de website "info-coronavirus.be" van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als zone met heel hoog risico is aangemerkt]18 bevonden, om zich rechtstreeks, dan wel onrechtstreeks naar het Belgische grondgebied te verplaatsen, in zoverre zij niet beschikken over de Belgische nationaliteit of hun hoofdverblijfplaats niet hebben in België, met uitzondering van volgende toegelaten essentiële reizen:
   1° [16 de professionele reizen van vervoerspersoneel, vracht- en cargopersoneel en zeevarenden, de sleepbootbemanning, de loodsen en het industrieel personeel tewerkgesteld in de offshore windmolenparken, mits zij in het bezit zijn van een attest uitgereikt door de werkgever;]16;
   2° de reizen van diplomaten, personeel van internationale organisaties en door internationale organisaties uitgenodigde personen van wie fysieke aanwezigheid onontbeerlijk is voor de goede werking van deze organisaties, bij het uitoefenen van hun functie, mits zij in het bezit zijn van een attest van essentiële reis uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post;
  [18 3° de reizen van de echtgenoot, of partner van een persoon die beschikt over de Belgische nationaliteit of zijn hoofdverblijfplaats heeft in België voor zover zij onder hetzelfde dak wonen, evenals de reizen van hun kinderen die onder hetzelfde daken wonen, mits zij in het bezit zijn van een attest van essentiële reis uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post. De feitelijke partners moeten eveneens een aannemelijk bewijs leveren van een stabiele en duurzaam onderhouden relatie.
   4° doorreizen buiten de Schengenzone en de Europese Unie;
   5° doorreizen in België vanuit een land bedoeld in de eerste lid naar het land van nationaliteit of hoofdverblijfplaats, voor zover dit land zich binnen de Europese Unie of de Schengenzone bevindt;
   6° de reizen om dwingende humanitaire reden, mits zij in het bezit zijn van een attest van dwingende humanitaire reden, uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post, goedgekeurd door de Dienst Vreemdelingenzaken;]18
  [19 7° de reizen van personen van wie fysieke aanwezigheid onontbeerlijk is voor de nationale veiligheid, mits zij in het bezit zijn van een attest van essentiële reis uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post en goedgekeurd door de Dienst Vreemdelingenzaken.]19
  [19 Indien gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is deze ertoe gehouden te controleren dat de personen bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan de boarding, in het bezit zijn van dit attest of van een bewijs van toegelaten transit. Bij gebrek aan dit attest of aan een bewijs van toegelaten transit, is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren.]19
   Bij gebrek aan dit attest of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in dit attest, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.]15
  [18 Wanneer een [19 derde]19 land wordt aangemerkt als zone met heel hoog risico overeenkomstig het eerste lid, treedt het inreisverbod op het Belgisch grondgebied in werking op het moment zoals aangegeven op de website "info-coronavirus.be" en ten vroegste 24 uren na de publicatie op die website.]18
  § 2bis. [7 ...]7
  § 3. Voor de[13 ...]13 reizen naar België vanuit een land dat geen deel uitmaakt van de Schengenzone is de reiziger er toe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.
  Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen en te ondertekenen.
  De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek aan dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. [3 De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat het Passagier Lokalisatie Formulier werd ingevuld.]3
  Bij gebrek aan deze verklaring of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in deze verklaring kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
  § 4. In geval van een reis naar België vanuit een gebied in de Schengenzone is de reiziger ertoe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.
  Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan de vervoerder. De vervoerder is ertoe gehouden deze verklaring onverwijld te bezorgen aan Saniport.
  De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek van dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. [3 De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat het Passagier Lokalisatie Formulier werd ingevuld.]3
  § 5. In geval van een reis bedoeld in de paragrafen 3 en 4 waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is de reiziger, van wie het verblijf in België meer dan 48 uur duurt, en het voorafgaand verblijf buiten België meer dan 48 uur duurde, er persoonlijk toe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en te ondertekenen.
  Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan Saniport.
  [16 De uitzondering op de verplichting om het Passagier Lokalisatie Formulier in te vullen en te ondertekenen voorzien in het eerste lid voor de reizigers waarvan de reis geen gebruik van een vervoerder inhoudt en waarvan het verblijf in België niet langer duurt dan 48 uur of waarvan het voorafgaand verblijf buiten België niet langer heeft geduurd dan 48 uur, is niet van toepassing op de personen die zich op enig moment tijdens de 14 dagen voor hun aankomst in België bevonden hebben op het grondgebied van [19 een derde land dat als zone met heel hoog risico is aangemerkt overeenkomstig]19 paragraaf 2, eerste lid.]16
  [3 § 5bis. In aanvulling op de paragrafen 3, 4 en 5 is de reiziger ertoe gehouden om het bewijs van indiening van het overeenkomstig de paragrafen 3, 4 en 5 ingevulde Passagier Lokalisatie Formulier bij zich te dragen gedurende de integrale reis naar de eindbestemming in België en de daaropvolgende 48 uur. Indien het onmogelijk is dergelijk bewijs te bekomen, draagt de reiziger een kopie bij zich van het overeenkomstig de paragrafen 3, 4 en 5 ingevulde Passagier Lokalisatie Formulier gedurende de integrale reis naar de eindbestemming in België en de daaropvolgende 48 uur.]3
  § 6. De persoonsgegevens ingezameld via het Passagier Lokalisatie Formulier in uitvoering van paragrafen 3, 4 en 5 kunnen worden opgeslagen in de Gegevensbank I bedoeld in artikel 1, § 1, 6° van het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat,de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano, en worden verwerkt en uitgewisseld voor de verwerkingsdoeleinden bepaald in artikel 3 van dat samenwerkingsakkoord.
   § 7. [17 [20 In geval van een reis bedoeld in de paragrafen 3, 4 en 5 dient eenieder, vanaf de leeftijd van 12 jaar, die op het Belgisch grondgebied toekomt vanuit een grondgebied dat op de website "info-coronavirus.be" van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als rode zone of als zone met heel hoog risico is aangemerkt, en die geen hoofdverblijfplaats heeft in België, te beschikken over een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat. Desgevallend is de vervoerder ertoe gehouden te controleren dat deze personen, voorafgaand aan het instappen, een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat voorleggen. Bij gebrek aan vaccinatie-, test- of herstelcertificaat is de vervoerder ertoe gehouden het instappen te weigeren]20.
   Bij gebrek aan [20 ...]20 een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat of bij valse, misleidende of onvolledige informatie kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
   De uitzondering op de verplichting om te beschikken over [20 ...]20 een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat, zoals voorzien in het eerste lid voor de reizigers waarvan de reis geen gebruik van een vervoerder inhoudt en waarvan het verblijf in België niet langer duurt dan 48 uren of waarvan het voorafgaand verblijf buiten België niet langer heeft geduurd dan 48 uren, is niet van toepassing op de personen die zich op enig moment tijdens de 14 dagen voor hun aankomst in België bevonden hebben op het grondgebied van een [19 derde]19 land dat als zone met heel hoog risico is aangemerkt overeenkomstig paragraaf 2, eerste lid.]17
  [12 § 8. De verplichtingen voorzien in de paragrafen 5 en 7 zijn niet van toepassing op de reizen van de volgende categorieën van personen:
   1° voor zover zij in het kader van hun functie naar België reizen:
   - de transportwerkers of vervoeraanbieders, met inbegrip van vrachtwagenchauffeurs die goederen voor gebruik op het grondgebied vervoeren en zij die alleen maar op doorreis zijn;
   - [14 de zeevarenden, de sleepbootbemanning, de loodsen en het industrieel personeel tewerkgesteld in de offshore windmolenparken;]14
   - de "Border Force Officers" van het Verenigd -Koninkrijk;
   - de grensarbeiders;
   2° [16 de leerlingen, studenten en stagiairs die minstens één keer per week naar België reizen in het kader van hun grensoverschrijdende studies of stage]16;
   3° de personen die naar België reizen in het kader van grensoverschrijdend co-ouderschap.]12
  [16 De uitzonderingen voorzien in het eerste lid, 1°, vierde streepje, 2° en 3° zijn niet van toepassing op de personen die zich op enig moment tijdens de 14 dagen voor hun aankomst in België bevonden hebben op het grondgebied van [19 een derde land dat als zone met heel hoog risico is aangemerkt overeenkomstig]19 paragraaf 2, eerste lid. ]16
  ----------
  (1)<MB 2020-12-20/01, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 20-12-2020>
  (2)<MB 2020-12-19/01, art. 3,5°, 006; Inwerkingtreding : 25-12-2020>
  (3)<MB 2020-12-19/01, art. 3,2°,3°,4°, 006; Inwerkingtreding : 21-12-2020>
  (4)<MB 2020-12-19/01, art. 3,1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2021>
  (5)<MB 2020-12-21/01, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 21-12-2020>
  (6)<MB 2020-12-24/02, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 25-12-2020>
  (7)<MB 2021-01-12/01, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 12-01-2021>
  (8)<MB 2021-01-26/01, art. 7, 1°, 2°, 011; Inwerkingtreding : 27-01-2021>
  (9)<MB 2021-01-26/01, art. 7,3°, 011; Inwerkingtreding : 01-02-2021>
  (10)<MB 2021-01-29/03, art. 4, 012; Inwerkingtreding : 29-01-2021>
  (11)<MB 2021-02-06/01, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 13-02-2021>
  (12)<MB 2021-03-06/01, art. 7, 014; Inwerkingtreding : 08-03-2021>
  (13)<MB 2021-03-20/01, art. 3, 015; Inwerkingtreding : 19-04-2021>
  (14)<MB 2021-03-26/01, art. 7, 016; Inwerkingtreding : 27-03-2021>
  (15)<MB 2021-04-27/01, art. 1, 018; Inwerkingtreding : 28-04-2021>
  (16)<MB 2021-06-04/01, art. 18, 020; Inwerkingtreding : 09-06-2021>
  (17)<MB 2021-06-23/01, art. 16, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2021>
  (18)<MB 2021-06-23/01, art. 16,3°-5°, 021; Inwerkingtreding : 24-06-2021>
  (19)<MB 2021-07-27/01, art. 10, 022; Inwerkingtreding : 28-07-2021>
  (20)<MB 2021-08-25/01, art. 13, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 22.
  <Opgeheven bij MB 2021-07-27/01, art. 11, 022; Inwerkingtreding : 28-07-2021>

  HOOFDSTUK 9. - Individuele verantwoordelijkheden

  Art. 23.[1 § 1. Onverminderd andersluidende bepaling voorzien door een protocol of door dit besluit, neemt eenieder de nodige maatregelen om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.
   Het eerste lid is niet van toepassing :
   1° op personen die onder hetzelfde dak wonen onderling;
   2° op kinderen onderling tot en met de leeftijd van 12 jaar;
   3° op personen onderling die behoren tot eenzelfde gezelschap;
   4° op personen onderling die elkaar thuis ontmoeten;
   5° tussen begeleiders enerzijds en personen die nood hebben aan begeleiding anderzijds;
   6° tijdens massa-evenementen;
   7° tijdens de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, eerste lid, met een publiek van minder dan 200 personen tot en met 30 september 2021, en van minder dan 500 personen vanaf 1 oktober 2021;
   8° tijdens de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, tweede lid met een publiek van minder dan 400 personen tot en met 30 september 2021, en van minder dan 750 personen vanaf 1 oktober 2021;
   9° tijdens private bijeenkomsten;
   10° tijdens de burgerlijke huwelijken;
   11° tijdens de uitvaartceremonies;
   12° tijdens de collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging;
   13° tijdens de individuele uitoefening van de eredienst en de individuele uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging;
   14° tijdens het individueel of collectief bezoek aan een gebouw voor de eredienst of een gebouw voor niet-confessionele morele dienstverlening;
   15° indien dit onmogelijk is omwille van de aard van de activiteit.
   § 2. In afwijking van de eerste paragraaf respecteren de gebruikers van het openbaar vervoer de regels van social distancing in de mate van het mogelijke ]1.
  ----------
  (1)<MB 2021-08-25/01, art. 14, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 24. Het dragen van een mondmasker of elk ander alternatief in stof om de mond en neus te bedekken, is toegestaan voor gezondheidsdoeleinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.

  Art. 25.[1 § 1. Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof wanneer het onmogelijk is om de regels van social distancing na te leven, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 23, § 1, tweede lid.
   Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is in elk geval verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof op de volgende plaatsen :
   1° de winkels en de winkelcentra;
   2° de conferentiezalen;
   3° de auditoria, behoudens andersluidende bepaling in het kader van artikel 20;
   4° de gebouwen der eredienst en de gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening;
   5° de bibliotheken, de spelotheken en de mediatheken;
   6° de winkelstraten, de markten, de kermissen, en elke private of publieke druk bezochte plaats, zoals bepaald door de bevoegde lokale overheid en afgebakend met een aanplakking die de tijdstippen preciseert waarop de verplichting van toepassing is;
   7° de inrichtingen en plaatsen waar horeca-activiteiten worden uitgeoefend bedoeld in artikel 6, voor wat betreft het personeel;
   8° de inrichtingen en plaatsen waar horeca-activiteiten worden uitgeoefend bedoeld in artikel 6, voor wat betreft de klanten, tenzij gedurende het eten, drinken, aan tafel zitten of aan de bar zitten;
   9° de voor het publiek toegankelijke ruimtes van de inrichtingen bedoeld in artikel 8;
   10° bij verplaatsingen in de publieke en niet-publieke delen van de gerechtsgebouwen, alsook in de zittingszalen bij elke verplaatsing en, in de andere gevallen, overeenkomstig de richtlijnen van de kamervoorzitter;
   11° tijdens de handelsbeurzen, met inbegrip van de salons;
   12° tijdens betogingen;
   13° de markten, met inbegrip van jaarmarkten, braderijen, brocante- en rommelmarkten, en kermissen die meer dan 5000 personen op eenzelfde moment ontvangen;
   14° de plaatsen bedoeld in artikel 19.
   Het tweede lid is niet van toepassing tijdens :
   1° massa-evenementen;
   2° de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, eerste lid, met een publiek van minder dan 200 personen tot en met 30 september 2021, en van minder dan 500 personen vanaf 1 oktober 2021;
   3° de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, tweede lid, met een publiek van minder dan 400 personen tot en met 30 september 2021, en van minder dan 750 personen vanaf 1 oktober 2021;
   4° de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, tweede lid, met een publiek van 400 of meer personen tot en met 30 september 2021, en van 750 of meer personen vanaf 1 oktober 2021 voor zover het publiek verplicht is te blijven zitten, en dit zolang de persoon zit;
   5° de private bijeenkomsten, behalve voor wat betreft het tweede lid, 7°.
   § 2. Het mondmasker of elk alternatief in stof mag occasioneel worden afgezet om te eten en te drinken, en wanneer het dragen ervan onmogelijk is omwille van de aard van de activiteit.
   § 3. Wanneer het dragen van een mondmasker of elk alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.
   De personen die in de onmogelijkheid zijn een mondmasker, een alternatief in stof of een gelaatsscherm te dragen omwille van een beperking, gestaafd door middel van een medisch attest, moeten niet voldoen aan de bepalingen van dit besluit die deze verplichting voorzien ]1.
  ----------
  (1)<MB 2021-08-25/01, art. 15, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  HOOFDSTUK 10. - Sancties

  Art. 26.[1 Inbreuken op de bepalingen van de volgende artikelen worden beteugeld met de straffen bepaald door artikel 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid:
   - [2 artikelen [3 artikelen 5 tot en met 9]3]2, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer;
   - artikel 13, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer, en op de verplichtingen van de bevoegde gemeentelijke overheid;
   - artikelen [2 ...]2 15, [3 ...]3, 19, 21 en [3 25, § 1, tweede en derde lid en §§ 2 en 3]3.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-11-28/01, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
  (2)<MB 2021-07-27/01, art. 12, 022; Inwerkingtreding : 28-07-2021>
  (3)<MB 2021-08-25/01, art. 16, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  HOOFDSTUK 11. - Slot- en opheffingsbepalingen

  Art. 27.§ 1. De lokale overheden en de overheden van bestuurlijke politie zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
  De bevoegde lokale overheden kunnen, in overleg met de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten, aanvullende preventieve maatregelen nemen ten opzichte van deze voorzien in dit besluit. De burgemeester overlegt hieromtrent met de gouverneur.
  Wanneer de burgemeester of de gouverneur door het gezondheidsorganisme van de betrokken gefedereerde entiteit wordt ingelicht over een plaatselijke toename van de epidemie op diens grondgebied, of wanneer hij dit vaststelt, moet de burgemeester of de gouverneur bijkomende maatregelen nemen vereist door de situatie. De burgemeester informeert de gouverneur en de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten onmiddellijk over de aanvullende maatregelen, genomen op gemeentelijk niveau. Indien de beoogde maatregelen evenwel een impact hebben op de federale middelen of een impact hebben op naburige gemeenten of op nationaal niveau, is een overleg vereist overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen.
  De burgemeester is verantwoordelijk voor de organisatie van de mondelinge en visuele communicatie van de specifieke maatregelen genomen op het grondgebied van zijn gemeente.
  De minister van Binnenlandse Zaken geeft de instructies over de coördinatie.
  § 2. De politiediensten hebben als opdracht toe te zien op de naleving van dit besluit, zo nodig door het uitoefenen van dwang en geweld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37 van de wet op het politieambt.
  § 3. Naast de politiediensten vermeld in paragraaf 2 van dit artikel, hebben de statutaire en contractuele inspecteurs en controleurs van de dienst Inspectie van het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als opdracht toe te zien op de naleving van de verplichtingen vermeld in [3 de[4 artikelen 5 tot en met 9]4]3 van dit besluit, en dit overeenkomstig de artikelen 11, 11bis, 16 en 19 van wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten.
  [1 § 4. Naast de politiediensten bedoeld in paragraaf 2, hebben de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie als opdracht toe te zien op de naleving van [3 de artikelen 5 en 8]3.
   Dit toezicht, met inbegrip van de opsporing en vaststelling van de inbreuken op [3 de artikelen 5 en 8]3 bedoeld in artikel 26, gebeurt overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht, waarbij toepassing kan worden gemaakt van de procedures bedoeld in de artikelen XV.31 en XV.61 van hetzelfde Wetboek.
   Indien toepassing wordt gemaakt van de procedure bedoeld in artikel XV.61 van hetzelfde Wetboek, zijn het koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de transactie bij inbreuken op de bepalingen van het Wetboek van economisch recht en zijn uitvoeringsbesluiten van toepassing.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-11-28/01, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
  (2)<MB 2021-04-24/01, art. 8, 017; Inwerkingtreding : 26-04-2021>
  (3)<MB 2021-07-27/01, art. 13, 022; Inwerkingtreding : 28-07-2021>
  (4)<MB 2021-08-25/01, art. 17, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 28.[1 De maatregelen voorzien in dit besluit zijn van toepassing tot en met [2 31 oktober 2021]2, behoudens andersluidende bepaling.]1
  ----------
  (1)<MB 2021-06-23/01, art. 19, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>
  (2)<MB 2021-08-25/01, art. 18, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 29. Bepalingen van een protocol of gids die minder strikt zijn dan de regels van dit besluit worden buiten toepassing gelaten, onverminderd de toepassing van artikel 23, § 1.

  Art. 29bis.[1 De minister van Binnenlandse Zaken kan, na gemotiveerd advies van de bevoegde ministers, de betrokken lokale overheden en de federale minister van Volksgezondheid, toelating geven om af te wijken van de regels van dit besluit gedurende proef- en pilootprojecten [2 , met uitzondering van het maximum aantal personen bedoeld in [3 artikel 15, § 3]3]2.
   De organisatie van de proef- en pilootprojecten gebeurt overeenkomstig het protocol dat zal worden bepaald door de bevoegde ministers en de federale Minister van Volksgezondheid houdende een kader, kalender en stappenplan voor de organisatie van proef- en pilootprojecten, zowel binnen als buiten, overeenkomstig de afspraken in het Overlegcomité ter zake.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2021-04-24/01, art. 10, 017; Inwerkingtreding : 26-04-2021>
  (2)<MB 2021-06-23/01, art. 20, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>
  (3)<MB 2021-08-25/01, art. 19, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2021>

  Art. 30.[1 Het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt opgeheven, met uitzondering van artikel 32.
   Tot hun eventuele wijziging moeten de verwijzingen naar het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, begrepen worden als verwijzingen naar dit besluit.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-11-01/01, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 02-11-2020>

  Art. 31. Dit besluit treedt in werking op 29 oktober 2020.

  BIJLAGEN.

  Art. N1.
  <Opgeheven bij MB 2021-06-23/01, art. 21, 021; Inwerkingtreding : 27-06-2021>

  Art. N2.
  <opgeheven bij MB 2021-03-20/01, art. 5, 015; Inwerkingtreding : 19-04-2021>

  Art. N3.[1 Bijlage 3. Lijst van essentiële reizen vanuit een derde land naar België toepasselijk op reizigers die niet beschikken over de nationaliteit van een land van de Europese Unie of van de Schengenzone, en die hun hoofdverblijfplaats hebben in een derde land dat niet is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking
   [3 Voor de toepassing van artikel 21, § 1, van dit besluit worden de volgende reizen als essentieel beschouwd]3:
   1° de professionele reizen van gezondheidswerkers, onderzoekers op het gebied van gezondheid en beroepskrachten uit de ouderenzorg;
   2° de professionele reizen van grensarbeiders;
   3° de professionele reizen van seizoenarbeiders in de land- en tuinbouw;
   4° de professionele reizen van vervoerspersoneel;
   5° de reizen van diplomaten, personeel van internationale organisaties en instellingen en door internationale organisaties en instellingen uitgenodigde personen van wie fysieke aanwezigheid vereist is voor de goede werking van deze organisaties en instellingen, professionele reizen van militair personeel, van ordediensten, van de douane, van de inlichtingendiensten en magistraten, en van humanitaire hulpverleners en personeel van de civiele bescherming, bij het uitoefenen van hun functie;
   6° doorreizen buiten de Schengenzone en de Europese Unie;
   7° de reizen om dwingende gezinsredenen, namelijk:
   - de reizen die gerechtvaardigd zijn door gezinshereniging in de zin van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
   - de bezoeken aan een echtgenoot of partner, die niet onder hetzelfde dak woont, voor zover een aannemelijk bewijs geleverd kan worden van een stabiele en duurzaam onderhouden relatie;
   - de reizen in het kader van co-ouderschap (met inbegrip van een behandeling in het kader van medisch begeleide voortplanting);
   - de reizen in het kader van begrafenissen of crematies van verwanten in eerste en tweede graad;
   - de reizen in het kader van burgerlijke of religieuze huwelijken van verwanten in eerste en tweede graad;
   8° de professionele reizen van zeevarenden;
   9° de reizen om humanitaire reden (met inbegrip van de reizen om dwingende medische redenen of de verderzetting van een dringende medische behandeling alsook om bijstand of zorg te verlenen aan een oudere, minderjarige, gehandicapte of kwetsbare persoon);
   10° de reizen die studiegerelateerd zijn, met inbegrip van de reizen van leerlingen, studenten en stagiairs, die in het kader van hun studies een vorming volgen en onderzoekers met een gastovereenkomst;
   11° de reizen van gekwalificeerde personen, als hun werk vanuit economisch standpunt noodzakelijk is en niet kan worden uitgesteld; met inbegrip van de reizen van beroepssporters met een topsportstatuut en professionelen uit de cultuursector, wanneer ze beschikken over een gecombineerde vergunning, en journalisten, bij het uitoefenen van hun professionele activiteit;
  [2 12° de reizen van de echtgenoot of partner van een persoon die beschikt over de nationaliteit van een land van de Europese Unie of van de Schengenzone, voor zover zij onder hetzelfde dak wonen, evenals de reizen van hun kinderen die onder hetzelfde daken wonen. De feitelijke partners moeten eveneens een aannemelijk bewijs leveren van een stabiele en duurzaam onderhouden relatie.]2
   De reizen van de personen die een activiteit in loondienst komen uitoefenen in België, met inbegrip van jonge au pairs, ongeacht de duur van deze activiteit, op voorwaarde dat ze daartoe gemachtigd zijn door het bevoegde Gewest (arbeidsvergunning of bewijs dat de voorwaarden voor een vrijstelling vervuld zijn).
   De reizen van de personen die een zelfstandige activiteit komen uitoefenen in België, ongeacht de duur van deze activiteit, op voorwaarde dat ze daartoe gemachtigd zijn door het bevoegde gewest (geldige beroepskaart of bewijs dat de voorwaarden voor een vrijstelling vervuld zijn).]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2021-01-26/01, art. 10, 011; Inwerkingtreding : 27-01-2021>
  (2)<MB 2021-06-23/01, art. 22, 021; Inwerkingtreding : 24-06-2021>
  (3)<MB 2021-07-27/01, art. 14, 022; Inwerkingtreding : 28-07-2021>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 28 oktober 2020.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. VERLINDEN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Binnenlandse Zaken,
   Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
   Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
   Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
   Gelet op het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
   Gelet op artikel 8, § 2, 1° en 2°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 28 oktober 2020;
   Gelet op het akkoord van de Staatssecretaris voor begroting, gegeven op 28 oktober 2020;
   Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 28 oktober 2020;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die van dag op dag evolueren en waarvan de laatste de maatregelen hebben gerechtvaardigd die worden beslist; dat het zodoende dringend is om bepaalde maatregelen te nemen;
   Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden binnen de Nationale Veiligheidsraad, die is bijeengekomen op 10, 12, 17 en 27 maart 2020, op 15 en 24 april 2020, op 6, 13, 20 en 29 mei 2020, op 3, 24 en 30 juni 2020, op 10, 15, 23 en 27 juli 2020, op 20 augustus 2020, alsook op 23 september 2020;
   Overwegende de adviezen van de GEES en van CELEVAL;
   Overwegende het advies van de Hoge Gezondheidsraad van 9 juli 2020;
   Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
   Overwegende artikel 6, 1. c) van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
   Overwegende de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten;
   Overwegende de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en de uitvoeringsbesluiten;
   Overwegende het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano;
   Overwegende de wet van 9 oktober 2020 houdende instemming met het voormelde samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020;
   Overwegende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
   Overwegende het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
   Overwegende de "Gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
   Overwegende de "Gids om de verspreiding van COVID-19 op de werkplaats tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
   Overwegende de "Gids betreffende de opening van de horeca om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
   Overwegende de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren;
   Overwegende de Aanbeveling (EU) van 7 augustus 2020 van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de aanbeveling 2020/912 over de geleidelijke opheffing van de tijdelijke beperkingen van niet-essentiële reizen naar de EU;
   Overwegende de Aanbeveling (EU) van 2020/1475 van de Raad van 13 oktober 2020 betreffende een gecoördineerde aanpak van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie;
   Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
   Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
   Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande de coronavirus COVID-19 die de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
   Overwegende de inleidende toespraak van de directeur-generaal van de WHO van 12 oktober 2020 die aangaf dat het virus zich voornamelijk verspreidt tussen nauwe contacten en aanleiding geeft tot opflakkeringen van de epidemie die onder controle zouden kunnen worden gehouden door middel van gerichte maatregelen;
   Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 15 oktober 2020, die aangeeft dat de situatie in Europa zeer onrustwekkend is en dat de overdracht en besmettingsbronnen plaatsvinden in de huizen, binnen in publieke plaatsen en bij de personen die de zelfbeschermingsmaatregelen niet correct naleven;
   Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO van 26 oktober 2020, die aangeeft dat het hoogste aantal gevallen van COVID-19 werd gemeld in de week van 19 oktober 2020 en dat alles in het werk moet worden gesteld om de medewerkers van de zorgsector te beschermen; dat scholen en bedrijven kunnen openblijven maar daarvoor compromissen moeten worden gesloten; dat de directeur-generaal bevestigt dat het virus kan worden onderdrukt door snel en bewust in te grijpen;
   Overwegende dat de WHO heeft vastgesteld dat tal van landen een grootschalige besmetting konden verhinderen dankzij bewezen preventie- en bestrijdingsmaatregelen, en dat die maatregelen nog steeds het beste verdedigingsmiddel tegen COVID-19 zijn;
   Overwegende dat ons land sinds 13 oktober 2020 op nationaal niveau in alarmniveau 4 (zeer hoge alertheid) zit;
   Overwegende dat het daggemiddelde van de nieuwe besmettingen met het coronavirus COVID-19 in België over de voorbije zeven dagen gestegen is tot 13.858 bevestigde positieve gevallen op 28 oktober 2020;
   Overwegende dat deze nieuwe exponentiële evolutie tot gevolg heeft dat de bezettingsgraad van de ziekenhuizen, in het bijzonder van de diensten van de intensieve zorg, opnieuw kritiek wordt; dat op 28 oktober 2020 in totaal 5554 patiënten werden opgenomen in de Belgische ziekenhuizen; dat op diezelfde datum in totaal 911 patiënten werden opgenomen op de diensten van de intensieve zorg; dat de druk op de ziekenhuizen en op de continuïteit van de niet-COVID-19-zorg toeneemt en dat dit een aanzienlijk effect kan hebben op de volksgezondheid; dat sommige ziekenhuizen kampen met personeelsuitval wegens ziekte en dat dit kan leiden tot een tekort aan personeel in de zorgsector; dat de opvang van patiënten op het grondgebied meer en meer onder druk komt te staan;
   Overwegende het aantal besmettingsgevallen dat werd gedetecteerd en het aantal sterfgevallen dat zich heeft voorgedaan in België sinds 13 maart 2020; dat het aantal overlijdens in België momenteel gemiddeld 59 per dag bedraagt; dat één op vijf overlijdens in Europa vandaag veroorzaakt wordt door COVID-19;
   Overwegende dat ook andere lidstaten van de Europese Unie geconfronteerd worden met een verhoging van het aantal bevestigde besmettingen en maatregelen nemen om de verdere verspreiding van het virus te voorkomen door onderlinge contacten tussen personen te verminderen;
   Overwegende dat de epidemiologische situatie blijft verslechteren; dat een ongecontroleerde en exponentiële groei van de epidemie moet worden vermeden; dat dus wordt besloten om sommige maatregelen te behouden, andere te verstrengen en nieuwe te nemen;
   Overwegende dat het gevaar zich opnieuw uitstrekt over het gehele nationale grondgebied; dat het van belang is dat er een maximale coherentie bestaat bij het nemen van maatregelen voor de handhaving van de openbare orde, teneinde de efficiëntie ervan te maximaliseren; dat de lokale overheden evenwel de mogelijkheid hebben om in geval van een toename van de epidemie op hun grondgebied strengere maatregelen te nemen;
   Overwegende dat de burgemeester, wanneer hij vaststelt dat er activiteiten worden uitgeoefend in strijd met dit ministerieel besluit of met toepasselijke protocollen, een bestuurlijke sluiting van de betrokken inrichting kan bevelen in het belang van de openbare gezondheid;
   Overwegende dat het noodzakelijk is dat het zorgsysteem de mogelijkheid behoudt om niet COVID-19 patiënten te verzorgen en alle patiënten in de best mogelijke omstandigheden te ontvangen, dat de scholen maximaal openblijven, dat de economie maximaal blijft functioneren, en dat mensen niet vereenzamen;
   Overwegende dat de huidige epidemiologische situatie nog steeds een drastische beperking van de sociale contacten en van de toegelaten activiteiten vereist;
   Overwegende dat de experten van CELEVAL aanbevelen om het aantal personen waarmee nauwe contacten worden onderhouden te beperken tot één per maand, wat betekent dat de regels van de social distancing gedurende een bepaalde tijdsduur niet worden toegepast met deze persoon;
   Overwegende de urgentie en het risico voor de volksgezondheid die het coronavirus COVID-19 met zich meebrengt voor de Belgische bevolking;
   Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen treft;
   Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
   Overwegende dat dragen van mondmaskers is verplicht in bepaalde inrichtingen en bepaalde specifieke situaties, alsook in elke situatie waarin de regels van social distancing niet kunnen worden nageleefd, om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan; dat het alleen voor de strikt noodzakelijke tijd mag worden afgezet, met name om te drinken en te eten, om de neus te snuiten of om te liplezen voor doven en slechthorenden; dat het louter gebruik van een mondmasker echter niet volstaat en dat het steeds gepaard moet gaan met de andere preventiemaatregelen; dat de social distancing de belangrijkste en prioritaire preventiemaatregel blijft;
   Overwegende dat de burgers duidelijk geïnformeerd moeten worden over de plaatsen en het tijdstip waarop het mondmasker verplicht moet worden gedragen; dat er dan ook een aanplakking met vermelding van de uren wanneer deze maatregel van kracht is, moet worden geplaatst; dat de aangeduide periode effectief moet overeenkomen met de uren van verwachte volkstoeloop of van hoog transmissierisico;
   Overwegende dat het noodzakelijk is om bijzondere aandacht te besteden aan activiteiten die een aanzienlijk risico op verspreiding van het virus met zich meebrengen en om activiteiten te blijven verbieden die te nauwe contacten tussen individuen impliceren en/of een groot aantal personen samenbrengen;
   Overwegende dat het zich daartoe opdringt om het gebruik van de openbare ruimte tussen middernacht en 5 uur 's morgens tijdelijk te beperken om de besmettingsgraad en de overdracht van het virus te beperken;
   Overwegende dat dergelijke beperking op de fundamentele vrijheden proportioneel en in de tijd beperkt moet zijn; dat ze echter noodzakelijk is om het fundamentele recht op leven en op gezondheid van de bevolking te vrijwaren;
   Overwegende dat een gerichte en tijdelijke beperking van het gebruik van de openbare ruimte tussen middernacht en 5 uur 's morgens moet bijdragen tot het verminderen van feestelijkheden,
   samenkomsten en alcoholgebruik in omstandigheden waarbij de maatregelen van social distancing of het dragen van een mondmasker niet toegepast worden en aldus het aantal besmettingen en de overdracht van het virus te beperken;
   Overwegende dat dergelijke beperking niet van toepassing is op essentiële niet-uitstelbare verplaatsingen;
   Overwegende dat in de provincies Antwerpen en Luxemburg uit de feiten is gebleken dat een beperking op het gebruik van de openbare ruimte gedurende de nacht aanzienlijk heeft bijgedragen tot een sterke daling van het aantal feesten en samenscholingen; dat om ongewenst verplaatsingsgedrag te vermijden aldus een beperking op het gebruik van de openbare ruimte noodzakelijk is, om het sociaal leven zo te reorganiseren dat het risico op besmetting tot een minimum wordt beperkt op een zo kort mogelijke termijn; dat de beperking van het gebruik van de openbare ruimte in de nachtelijke uren er voor zorgt dat in het bijzonder jonge mensen geen feestjes of bijeenkomsten kunnen organiseren op een moment dat ze doorgaans vrij uitgelaten na het nuttigen van drank, de alertheid verliezen om de noodzakelijke fysieke afstand van minstens 1,5 meter in acht te nemen;
   Overwegende dat deze tijdelijke maatregel zich opdringt op het hele grondgebied van het Rijk, gelet op de meest recente epidemiologische gegevens, de zware druk op het zorgsysteem en om een verergering van de situatie in de thans minder zwaar getroffen provincies te voorkomen; dat een verbod op nationale schaal voor een beperkte duurtijd eveneens gerechtvaardigd is om de nefaste gevolgen te voorkomen die een kleinschaliger verbod zou kunnen genereren in termen van het verplaatsen van activiteiten of het omleiden van routes, tot op het ogenblik dat dit anderszins zou blijken;
   Overwegende dat bepaalde activiteiten het risico op besmetting kunnen verhogen, onder meer voor zover ze niet kunnen worden uitgeoefend met een masker op of voor zover ze eerder zullen leiden tot het aannemen van gedrag dat niet in overeenstemming is met de gouden regels, waaronder deze van de social distancing (eten in een restaurant, drinken in een bar, deelnemen aan familie-, studenten- of andere feesten, ...); dat dit de reden is waarom de meeste inrichtingen waar dit soort activiteiten plaatsvinden, gesloten moeten worden;
   Overwegende dat bovendien daartoe het aantal personen aanwezig in een winkel moet worden beperkt; dat contacten op bepaalde plaatsen, met name in de inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve en evenementensector moeten worden vermeden; dat de betrokken inrichtingen bijgevolg moeten worden gesloten; dat contacten tijdens sportwedstrijden en jeugdactiviteiten met personen die ouder zijn dan twaalf jaar en het aantal personen dat samenkomt bij bepaalde gelegenheden, zoals huwelijken of begrafenissen, moet worden beperkt; dat deze maatregelen gezien de huidige epidemiologische situatie proportioneel zijn;
   Overwegende dat, gezien wat voorafgaat, bepaalde bijeenkomsten in besloten of overdekte plaatsen, maar ook in open lucht, nog steeds een specifieke bedreiging vormen voor de volksgezondheid;
   Overwegende dat een politiemaatregel houdende een beperking en omkadering van samenscholingen van meer dan vier personen bijgevolg onontbeerlijk en proportioneel is;
   Overwegende dat deze situatie ook nog steeds een beperking noodzakelijk maakt van het maximaal aantal personen dat mag deelnemen aan bepaalde toegelaten samenscholingen;
   Overwegende dat telethuiswerk de regel blijft voor alle functies die zich ertoe lenen en in de mate dat de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten en de dienstverlening dit toelaat; dat deze maatregel onder meer toelaat om het aantal personen in het openbaar vervoer tijdens de spitsuren te verminderen en om op die manier te vermijden dat ze niet in de mogelijkheid zijn om de regels van de social distancing na te leven; dat het evenwel belangrijk is dat personeelsleden een band behouden met zowel hun collega's als de onderneming, vereniging of dienst waarin of waarvoor zij werken; dat de werkgever goed georganiseerde en beperkte terugkeermomenten kan inplannen voor de telethuiswerkers, met respect voor de sanitaire voorschriften; dat een overleg wordt opgezet met de werkgeversfederaties teneinde een responsabiliserende monitoring te bewerkstelligen, zodat de regel van telewerk toegepast zou worden waar dit moet;
   Overwegende dat, in het kader van de strijd tegen COVID?19 in België, een accurate opvolging nodig is van de gezondheidstoestand van personen die terugkeren uit steden, gemeenten, arrondissementen, regio's of landen, ook binnen het Schengengebied, de Europese Unie of het Verenigd Koninkrijk, waarvoor door CELEVAL op basis van objectieve epidemiologische criteria een hoog gezondheidsrisico werd vastgesteld;
   Overwegende dat het arsenaal aan maatregelen in dit ministerieel besluit de registratie van bepaalde persoonsgegevens omvat, teneinde de opvolging van contacten en de opsporing van bepaalde besmettingshaarden te vergemakkelijken; dat het derhalve de taak is van de personen die deze gegevens verwerken om ze te beschermen door alle passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de gegevens te waarborgen, met name om ongeoorloofde toegang tot deze gegevens te voorkomen; dat zij daartoe onder meer rekening kunnen houden met de aanbevelingen die de Gegevensbeschermingsautoriteit op haar website heeft gepubliceerd;
   Overwegende dat nog steeds een beroep wordt gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel en de geest van solidariteit van elke burger om de social distancing na te leven en om alle gezondheidsaanbevelingen toe te passen;
   Overwegende dat de hygiënemaatregelen essentieel blijven;
   Overwegende dat buitenactiviteiten waar mogelijk de voorkeur krijgen; dat, indien dit niet mogelijk is, de ruimtes voldoende moeten worden verlucht;
   Overwegende dat het nodig is dat bijkomende voorzorgsmaatregelen worden genomen voor wat betreft mensen die tot een risicogroep behoren;
   Overwegende dat de gezondheidssituatie op regelmatige basis wordt geëvalueerd; dat dit betekent dat striktere maatregelen nooit zijn uitgesloten;
   Overwegende dat de voorziene maatregelen van dien aard zijn om, enerzijds, het aantal acute besmettingen te verminderen en er bijgevolg voor te zorgen dat de diensten van de intensieve zorg de zwaarst getroffen patiënten in de beste omstandigheden kunnen ontvangen, en om, anderzijds, meer tijd te geven aan de wetenschappers om efficiënte behandelingen en vaccins te ontwikkelen; dat deze maatregelen eveneens de contact tracing kunnen vergemakkelijken;
   Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 25-08-2021 GEPUBL. OP 26-08-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 5; 6; 8; 10; 12; 13; 14bis; 15; 15bis; 16; 21; 23; 25; 26; 27; 28; 29bis)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 27-07-2021 GEPUBL. OP 28-07-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 5; 6; 8; 9; 12; 15; 16; 21; 22; 26; 27; N3)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 23-06-2021 GEPUBL. OP 24-06-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 5; 6; 7bis; 8; 9; 10; 13; 14; 14bis; 15; 15bis; 16; 19bis; 21; 23; 28; 29bis; N1; N3)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 04-06-2021 GEPUBL. OP 04-06-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 5; 6; 7; 7bis; 8; 9; 10; 11; 13; 14; 14bis; 15; 15bis; 16; 18; 21; 23; 25)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 07-05-2021 GEPUBL. OP 07-05-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3bis; 5; 6; 8; 9; 11; 13; 14; 15; 15bis; 16; 18; 23; 25; 28)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 27-04-2021 GEPUBL. OP 28-04-2021
    (GEWIJZIGD ART. : 21)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 24-04-2021 GEPUBL. OP 25-04-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 8; 8bis; 9; 13; 15; 19bis; 27; 28; 29bis)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 26-03-2021 GEPUBL. OP 26-03-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 8; 8bis; 15; 19bis; 21; 28)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 20-03-2021 GEPUBL. OP 21-03-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 15; 18; 21; 28; N2)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 06-03-2021 GEPUBL. OP 07-03-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 7bis; 8; 15; 15bis; 18; 21; 25)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 06-02-2021 GEPUBL. OP 07-02-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 6; 8; 15; 21; 28)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 29-01-2021 GEPUBL. OP 29-01-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 15; 18; 21)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 26-01-2021 GEPUBL. OP 26-01-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3bis; 8; 15; 20; 21; N1; N2; N3)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 14-01-2021 GEPUBL. OP 15-01-2021
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 12-01-2021 GEPUBL. OP 12-01-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 3bis; F5; 7; 8; 15bis; 21; 22; 28)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 24-12-2020 GEPUBL. OP 24-12-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 21)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 21-12-2020 GEPUBL. OP 21-12-2020
    (GEWIJZIGD ART. : 21)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 20-12-2020 GEPUBL. OP 20-12-2020
    (GEWIJZIGD ART. : 21)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 19-12-2020 GEPUBL. OP 20-12-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 8; 21; 22)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 11-12-2020 GEPUBL. OP 11-12-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 15; 17)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 28-11-2020 GEPUBL. OP 29-11-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 5; 7; 8; 9; 12; 13; 15; 15bis; 18bis; 26; 27; 28; N)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 01-11-2020 GEPUBL. OP 01-11-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 5; 6; 7bis; 8; 13; 15; 16; 17; 25; 28; 30; N)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 42 uitvoeringbesluiten 22 gearchiveerde versies
    Franstalige versie