J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 4 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2012/08/03/2012003255/justel

Titel
3 AUGUSTUS 2012. - Wet betreffende diverse maatregelen ter vergemakkelijking van de mobilisering van schuldvorderingen in de financiële sector
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-08-2012 en tekstbijwerking tot 14-05-2019)

Bron : FINANCIEN.ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE.JUSTITIE
Publicatie : 24-08-2012 nummer :   2012003255 bladzijde : 50674       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2012-08-03/23
Inwerkingtreding : 03-09-2012

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1992011249        1991011178        2005003036       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Definities
Art. 2
HOOFDSTUK 3. - Mobilisering van bankvorderingen
Afdeling 1. - Overheidsopdrachten
Art. 3
Afdeling 1bis. [1 Overdraagbaarheid van bankvorderingen]1
Art. 3bis, 3ter
Afdeling 2. - Niet door een hypotheek gewaarborgde kredietopeningen
Art. 4
Afdeling 3. - Andere dan hypothecaire zekerheden voor toekomstige schulden of voor alle sommen
Art. 5
Afdeling 4. - Schuldvergelijking en bepaalde andere excepties
Art. 6
Afdeling 5. - Vormvereisten en toebehoren
Art. 7
Afdeling 6. - Belgische covered bonds
Art. 8-9
Afdeling 7. - Toepassing in de tijd
Art. 10
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen aan de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet
Art. 11-20
Afdeling 2. - Wijziging in de wet op het consumentenkrediet
Art. 21
Afdeling 3. - Wijzigingen in de wet betreffende financiële zekerheden
Art. 22

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Definities

  Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° " de wet betreffende financiële zekerheden " : de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten;
  2° " bankvordering " : een bankvordering in de zin van artikel 3, 10°, van de wet betreffende financiële zekerheden;
  3° " publiekrechtelijke of financiële rechtspersoon " : een instelling in de zin van artikel 3, 11°, van de wet betreffende financiële zekerheden en een Belgische of buitenlandse mobiliseringsinstelling;
  4° een " financiële instelling " : een instelling in de zin van artikel 3, 12°, van de wet betreffende financiële zekerheden;
  5° een " mobiliseringsinstelling " :
  a) een instelling die bij de FSMA is ingeschreven als openbare instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen; of
  b) een instelling die is ingeschreven op de lijst van institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen bij de Federale Overheidsdienst Financiën, [1 overeenkomstig artikel 108 van de wet van 3 augustus 2012]1; of
  c) de andere, Belgische of buitenlandse, instellingen :
  (i) die autonoom de effectisering vervullen en verwezenlijken en die welke deelnemen aan dergelijke operaties door de tenlasteneming van alle of van een deel van de geëffectiseerde risico's (verwervende instellingen genoemd) of door de uitgifte van roerende waarden ter financiering hiervan (de uitgifte-instellingen genoemd); of
  (ii) die schuldvorderingen of andere goederen verwerven door roerende waarden uit te geven waarvan de waarde of het rendement afhangt van die schuldvorderingen of goederen of die op basis van een dekking door die schuldvorderingen of goederen een waarborg uitgeven ten gunste van de houders van roerende waarden;
  6° [1 "de wet van 25 april 2014" : de wet van 25 april 2014 op het statuut en het toezicht op kredietinstellingen;]1
  [1 6° /1 "de wet van 3 augustus 2012" : de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
   6° /2 "de wet van 11 juli 2013" : de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft; en]1
  7° een " effectisering " : de operatie waardoor een mobiliseringsinstelling, rechtstreeks of door tussenkomst van een andere instelling, de risico's verwerft of draagt die gekoppeld zijn aan schuldvorderingen, andere goederen of verbintenissen die worden aangegaan door derden of die inherent zijn aan alle of een deel van de activiteiten verricht door derden door de inzameling van financiële middelen waarvan het rendement afhangt van die onderliggende risico's.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 47, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  HOOFDSTUK 3. - Mobilisering van bankvorderingen

  Afdeling 1. - Overheidsopdrachten

  Art. 3. Artikelen 23 en 41 juncto 23 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en artikelen 43 en 55 juncto 43 van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten zijn niet van toepassing in geval van overdracht of verpanding van een bankvordering voortvloeiend uit overheidsopdrachten met betrekking tot het toestaan van een lening of een krediet aan een aanbestedende overheid of een overheidsbedrijf, wanneer die overdracht of verpanding geschiedt door of aan een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling. De overdracht of de verpanding is tegenstelbaar aan de schuldenaar van de bankvordering vanaf het ogenblik dat de overdracht, respectievelijk de verpanding, aan de aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf bij deurwaardersexploot werd betekend of ter kennis werd gebracht per aangetekende brief. De betekening of kennisgeving moet uiterlijk tegelijk met het verzoek tot betaling van de overnemer of van de pandhoudende schuldeiser gebeuren. Verschillende overgedragen of in pand gegeven schuldvorderingen kunnen betekend worden door middel van hetzelfde deurwaardersexploot of ter kennis worden gebracht door middel van dezelfde aangetekende brief. De aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf stelt de overnemers van bankvorderingen en pandhoudende schuldeisers, bij een aangetekende brief, in kennis van de beslagen onder derden of verzetten waarvan zij in kennis is gesteld op verzoek van de bevoorrechte schuldeisers.

  Afdeling 1bis. [1 Overdraagbaarheid van bankvorderingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-12-05/04, art. 95, 004; Inwerkingtreding : 28-12-2017>
  

  Art. 3bis. [1 Een bankvordering is vrij overdraagbaar door de schuldeiser behoudens in de mate van beperkingen uitdrukkelijk voorzien door de wet of beperkingen uitdrukkelijk bedongen door de krediet- of leningsovereenkomst waaruit de bankvordering voortvloeit]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-12-05/04, art. 96, 004; Inwerkingtreding : 28-12-2017>
  

  Art. 3ter. [1 § 1. Artikel 3bis is van toepassing op alle overeenkomsten die werden gesloten voor de inwerkingtreding van deze wet en op de bankvorderingen en daaraan verbonden waarborgen, ongeacht of ze voor de inwerkingtreding van deze wet zijn ontstaan of overgedragen
   § 2. Dit artikel doet geen afbreuk aan rechten definitief verworven door derden voor de inwerkingtreding van deze wet. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-12-05/04, art. 97, 004; Inwerkingtreding : 28-12-2017>
  

  Afdeling 2. - Niet door een hypotheek gewaarborgde kredietopeningen

  Art. 4.Indien een kredietopening niet wordt gewaarborgd door een hypotheek, een voorrecht op een onroerend goed, een hypothecair mandaat of een hypotheekbelofte [1 in de zin van artikel 81ter van de Hypotheekwet van 16 december 1851]1, zijn de volgende bepalingen van toepassing :
  1° een bankvordering die het gevolg is van een voorschot dat is toegestaan in het kader van een kredietopening, kan worden overgedragen;
  2° in geval van een overdracht zoals vermeld in punt 1° geniet de overnemer eveneens, ten belope van de overgedragen bankvordering, de voorrechten en zekerheden die de kredietopening waarborgen, onverminderd het bedrag dat verschuldigd zal blijven krachtens de kredietopening;
  3° behoudens andersluidende overeenkomst tussen de overdrager en de overnemer, wordt de overgedragen bankvordering waarvan sprake is in punt 1° bij voorrang betaald ten opzichte van de bankvorderingen uit hoofde van voorschotten die na deze overdracht worden toegestaan in het kader van de kredietopening; de bankvorderingen uit hoofde van voorschotten die zijn ontstaan vóór of op de datum van de overdracht, worden betaald in dezelfde rang als de overgedragen bankvorderingen, tenzij de overdrager en de overnemer contractueel een rangregeling of een achterstelling zijn overeengekomen;
  4° het recht op gebruik van de kredietopening wordt geschorst ten belope van het bedrag van het overgedragen voorschot dat verschuldigd blijft door de kredietnemer;
  5° de overdrager kan op elk ogenblik eisen dat de overnemer hem informeert over het verschuldigde bedrag waarvan sprake is in punt 4.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 48, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Afdeling 3. - Andere dan hypothecaire zekerheden voor toekomstige schulden of voor alle sommen

  Art. 5.Wanneer een zelfde voorrecht, pand, pand op een handelszaak of persoonlijke zekerheid dient als waarborg voor verscheidene bankvorderingen, kan, behoudens andersluidende overeenkomst, elke gewaarborgde schuldvordering overgedragen worden en geniet elke overnemer het voordeel van de voorrechten en zekerheden ten belope van de overgedragen schuldvordering. [1 Onverminderd de artikelen 81ter tot 81undecies van de Hypotheekwet van 16 december 1851]1, kunnen de rangregelingen en achterstellingen vastgesteld om de volgorde van de betalingen van die bankvorderingen te regelen, met inbegrip van dergelijke regelingen of achterstellingen ten gunste van een bijzonder vermogen van een kredietinstelling die Belgische covered bonds heeft uitgegeven, van rechtswege worden tegengesteld aan alle andere derden dan de schuldenaars van de achtergestelde bankvorderingen of de schuldenaars van de persoonlijke zekerheden, en zullen ze kunnen worden tegengesteld aan de betrokken schuldenaars, zodra die daarvan op de hoogte zijn gebracht. Een dergelijke rangregeling of achterstelling mag geen afbreuk doen aan de rechten die derden hadden verworven vóór de datum van de overdracht of, in voorkomend geval, vóór de datum van de rangregeling of achterstelling, tenzij met het uitdrukkelijk akkoord van die derden.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 49, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Afdeling 4. - Schuldvergelijking en bepaalde andere excepties

  Art. 6.§ 1. Wanneer de overdracht of de inpandgeving van een schuldvordering op een kredietinstelling of een financiële instelling gekoppeld [1 aan de in artikel 4 van de wet van 25 april 2014 vermelde diensten]1 ter kennis van deze instelling is gebracht of door haar is erkend, kan die instelling zich ten aanzien van de overnemer of de pandhoudende schuldeiser, niettegenstaande enigerlei band van samenhang, niet meer beroepen op :
  1° de wettelijke of conventionele schuldvergelijking van de overgedragen of in pand gegeven schuldvordering, indien de voorwaarden van de schuldvergelijking pas na de kennisgeving of de erkenning zijn vervuld;
  2° de exceptie van niet-uitvoering waardoor de betaling van de overgedragen of in pand gegeven schuldvordering zou zijn geschorst of verminderd, indien de voorwaarden van de exceptie van niet-uitvoering pas na de kennisgeving of de erkenning zijn vervuld.
  § 2. Wanneer de overdracht of de inpandgeving van een bankvordering door of aan een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling ter kennis van de schuldenaar is gebracht of door hem is erkend, kan deze laatste zich, niettegenstaande enigerlei band van samenhang, niet meer beroepen op de wettelijke of conventionele schuldvergelijking van de overgedragen of in pand gegeven schuldvordering ten opzichte van de overnemer of de pandhoudende schuldeiser, indien de voorwaarden van de schuldvergelijking pas na de kennisgeving of de erkenning zijn vervuld.
  Na de overdracht of de inpandgeving van een bankvordering door of aan een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling, kan de schuldenaar, ongeacht of hij vooraf al dan niet in kennis is gesteld van de overdracht of de inpandgeving of deze al dan niet heeft erkend, zich niet meer beroepen op de wettelijke of conventionele schuldvergelijking, niettegenstaande enigerlei band van samenhang, ten aanzien van de overnemer of van de pandhoudende schuldeiser, indien de voorwaarden van de schuldvergelijking pas naar aanleiding van of ten gevolge van de insolvabiliteitsprocedure of van een samenloop met betrekking tot de overdrager of de pandgever zijn vervuld.
  § 3. Wanneer de overdracht of de inpandgeving van een bankvordering door of aan een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling ter kennis werd gebracht van de schuldenaar of werd erkend door hem, kan deze laatste zich ten aanzien van de overdrager of de pandhoudende schuldeiser, niettegenstaande enigerlei band van samenhang, niet meer beroepen op de exceptie van niet-uitvoering waardoor de betaling van de overgedragen of in pand gegeven schuldvordering zou zijn geschorst of verminderd, indien de voorwaarden van de exceptie van niet-uitvoering pas na de kennisgeving of de erkenning zijn vervuld.
  Na de overdracht of de inpandgeving van een bankvordering door of aan een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling, kan de schuldenaar, ongeacht of hij vooraf al dan niet in kennis is gesteld van de overdracht of de inpandgeving of deze al dan niet heeft erkend, zich niet meer beroepen op de exceptie van niet-uitvoering, niettegenstaande enigerlei band van samenhang, ten aanzien van de overdrager of de pandhoudende schuldeiser, indien de voorwaarden van de exceptie van niet-uitvoering pas naar aanleiding van of ten gevolge van de insolvabiliteitsprocedure of van een samenloop met betrekking tot de overdrager of de pandgever zijn vervuld.
  § 4. Niet van toepassing zijn :
  1° § 1, in het geval dat de overdrager of de pandgever een publiekrechtelijke of financiële rechtspersoon is en de kredietinstelling of de financiële instelling zich kan beroepen op een nettingovereenkomst in de zin van de wet betreffende financiële zekerheden die deel uitmaakt van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst in de zin van de wet betreffende financiële zekerheden of van een overeenkomst die een zakelijke zekerheid bevat;
  2° §§ 2 en 3 in het geval dat de schuldenaar van de overgedragen of in pand gegeven schuldvordering zich kan beroepen op [1 artikel VII.104 van het Wetboek van economisch recht]1;
  3° § 2 wat de conventionele schuldvergelijking betreft, in het geval dat de schuldenaar een publiekrechtelijke of financiële rechtspersoon is die zich kan beroepen op een nettingovereenkomst in de zin van de wet betreffende financiële zekerheden die deel uitmaakt van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van een overeenkomst die een zakelijke zekerheid bevat.
  § 5. De bepalingen van §§ 1 tot 5 vormen geen beletsel voor de schuldvergelijking waarop men zich zou beroepen of die zou worden verricht met het oog op de tegeldemaking van een verpanding of van een andere zakelijke zekerheid die de te compenseren schuldvordering zou bezwaren.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 50, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Afdeling 5. - Vormvereisten en toebehoren

  Art. 7.§ 1. [2 Onverminderd artikel 271/8, eerste lid, van de wet van 3 augustus 2012, wanneer een bankvordering wordt overgedragen aan of door een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling, zijn artikelen [3 8.22]3 van het Burgerlijk Wetboek, VII.103 van het Wetboek van economisch recht, artikel 8 van boek II, titel I, hoofdstuk II van het Wetboek van koophandel en artikel 23, tweede lid van boek III, titel XVII, afdeling 1, van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing op deze overdracht. Dezelfde bepalingen zijn niet van toepassing op een inpandgeving van een schuldvordering ten gunste van of door een dergelijke instelling.]2
  § 2. [2 Onverminderd artikel 271/8, tweede lid, van de wet van 3 augustus 2012, wanneer een bankvordering wordt overgedragen aan of door een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling, verwerft de overnemer, door de loutere naleving van de voorschriften van boek III, titel VI, hoofdstuk VIII van het Burgerlijk Wetboek, alle rechten die het gevolg zijn van de verzekeringsovereenkomsten waarover de overdrager beschikt als waarborg voor of in verband met de overgedragen schuldvorderingen. Een inpandgeving van dezelfde rechten ten gunste van of door een dergelijke instelling of bijzonder vermogen geschiedt door de loutere naleving van de bepalingen in artikel 7 van de wet betreffende financiële zekerheden.]2
  § 3. Een lastgeving tot vestiging van een pand op een handelszaak wordt, behoudens uitdrukkelijke andersluidende bepaling in de lastgeving, van rechtswege geacht bedongen te zijn ten gunste van de erfopvolgers ten bijzondere of ten algemene titel van de houder van de gewaarborgde bankvordering, met inbegrip van de overnemers van de bankvordering. [2 ...]2
  Wanneer een bankvordering wordt overgedragen aan of door een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling, verwerft de overnemer, behoudens andersluidende overeenkomst tussen de overdrager en de overnemer, de rechten die de overdrager geniet ten titel van de lastgeving ten belope van de overgedragen schuldvordering. De overnemer kan, behoudens andersluidende overeenkomst tussen de overdrager en de overnemer, deze rechten uitoefenen ten aanzien van de lastgever en ten aanzien van de in de lastgeving aangewezen lasthebbers. Op basis van de lastgeving kan het pand op een handelszaak worden gevestigd ten gunste van de overnemer voordat de lastgever(s) en de schuldenaar van de overgedragen verbintenissen kennis krijgen van de overdracht.
  Wanneer één of meer door een mandaat gewaarborgde schuldvorderingen, voor de vestiging van dit pand op de handelszaak, worden overgedragen aan of door een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling, waarborgt het in uitvoering van het mandaat gevestigde pand, behoudens andersluidende overeenkomst tussen de overdrager en de overnemer, niet alleen de in de hypotheekakte beschreven bestaande en toekomstige schuldvorderingen van de overdrager, maar ook van rechtswege de schuldvorderingen die eerder werden overgedragen door de overdrager aan de overnemer. Het pand kan naar keuze worden ingeschreven alleen op naam van de overdrager, op naam van de overdrager en de overnemer, of alleen op naam van de overnemer. Ongeacht de keuze van inschrijvingswijze geniet de overnemer krachtens het pand rechten ten belope van de schuldvordering(en) die aan hem werd (of werden) overgedragen en kan hij deze rechten uitoefenen ten aanzien van degene die het pand verleent en ten aanzien van derden.
  [2 § 4. De bepalingen van artikel 5 en artikel 3 § 3 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot pandrechten die geregistreerd zijn of waarvan registratie wordt beoogd overeenkomstig boek III, titel XVII, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek en de termen inschrijving of ingeschreven verwijzen naar de in die afdeling bepaalde registratie.
   § 5. Wanneer een of meer gewaarborgde schuldvorderingen voor de registratie zijn overgedragen aan of door een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling, kan een pand of voorrecht dat geregistreerd wordt overeenkomstig artikel 107 eerste of derde lid van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot de opheffing van diverse bepalingen, naar keuze geregistreerd worden alleen op naam van de overdrager, op naam van de overdrager en de overnemer, of alleen op naam van de overnemer. Ongeacht de keuze van de registratiewijze geniet de overnemer krachtens het pand rechten ten belope van de schuldvordering(en) die aan hem zijn overgedragen en hij kan deze rechten uitoefenen ten aanzien van degene die het pand verleent en ten aanzien van derden.]2
  ----------
  (1)<W 2013-07-11/19, art. 98, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (2)<W 2016-12-25/12, art. 51, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (3)<W 2019-04-13/28, art. 53, 005; Inwerkingtreding : 01-11-2020>

  Afdeling 6. - Belgische covered bonds

  Art. 8.§ 1. De overdracht van bankvorderingen, financiële instrumenten en hun toebehoren of andere daarop betrekking hebbende rechten door of aan een kredietinstelling die Belgische covered bonds uitgeeft, die krachtens een overeenkomst van overdracht wordt bepaald als een overdracht tegen een prijs :
  1° wordt beschouwd als een verkoop van die activa indien de overdracht geschiedt in het kader van of met het oog op de uitgifte van Belgische covered bonds of van een programma voor uitgifte van Belgische covered bonds;
  2° is geldig en tegenstelbaar aan derden en kan dus uitwerking krijgen, zelfs in geval van een insolvabiliteitsprocedure of van beslag of in geval van samenloop, indien de overdracht de opening van een insolvabiliteitsprocedure, een beslag of een samenloop voorafgaat of, indien de overdracht na dit moment is geschied, indien de tegenpartij zich op het moment waarop de overeenkomst werd gesloten kan beroepen op een gewettigde onwetendheid over het feit dat een dergelijke procedure of situatie eerder heeft plaatsgevonden.
  § 2. Een registratie van een bestanddeel van de activa zoals vermeld in [1 artikel 15, § 2 van bijlage III bij de wet van 25 april 2014]1 door een kredietinstelling die Belgische covered bonds uitgeeft, is geldig en tegenstelbaar aan derden en kan dus uitwerking krijgen indien de registratie :
  a) de opening van een insolvabiliteitsprocedure, een beslag of een samenloop voorafgaat; of
  b) werd verricht op de dag van de opening van de insolvabiliteitsprocedure voor zover de instelling zich kan beroepen op een gewettigde onwetendheid over de opening van de insolvabiliteitsprocedure.
  § 3. Artikelen 8, achtste lid, 17 en 18 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 zijn niet van toepassing op de overdrachten waarvan sprake is in § 1 noch op de registraties vermeld in § 2.
  § 4. Aan de tegenstelbaarheid van een overdracht of van een registratie van activa zoals bedoeld in §§ 1 en 2 kan slechts afbreuk worden gedaan door toepassing van artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek of van artikel 20 van de faillissementswet van 8 augustus 1997.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 52, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 9.§ 1. De registratie van een bankvordering [1 overeenkomstig artikel 15, § 2 van bijlage III bij de wet van 25 april 2014]1 of de verwijdering van een schuldvordering uit dit register voor een wederbelegging in het algemene vermogen van de kredietinstelling die de Belgische covered bonds uitgeeft waarvoor het register wordt gehouden, wordt voor de toepassing van de bepalingen vervat in artikelen 2 tot 7 op dezelfde manier behandeld als een overdracht van deze schuldvorderingen. Het bijzondere vermogen heeft dan de hoedanigheid van overnemer in geval van registratie en de hoedanigheid van overdrager in geval van verwijdering uit het register.
  § 2. Indien de verwijdering uit het register plaatsvindt na een overdracht van bankvorderingen aan een andere overnemer dan de kredietinstelling die de Belgische covered bonds uitgeeft waarvoor het register wordt gehouden, zijn de bepalingen van de artikelen 2 tot 7 van toepassing op de overdracht aan de overnemer en maakt de verwijdering een loutere uitvoeringsdaad uit met betrekking tot deze overdracht.
  § 3. De registratie of de verwijdering van een actief uit het register maakt op zichzelf het bewijs uit van de registratie of van de verwijdering van het betrokken actief uit het bijzondere vermogen waarop dit register betrekking heeft, alsook van de datum van deze registratie of van deze verwijdering, indien het register wordt gehouden [1 overeenkomstig de bepalingen van artikel 15, § 2 van bijlage III bij de wet van 25 april 2014 en de betrokken uitvoeringsbesluiten, genomen op grond van artikel 15, § 2 van bijlage III bij de wet van 25 april 2014]1.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 53, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Afdeling 7. - Toepassing in de tijd

  Art. 10. § 1. De artikelen van hoofdstuk 3 zijn van toepassing op alle overeenkomsten die werden gesloten vóór de inwerkingtreding van deze wet, op de schuldvorderingen die er het gevolg van zijn en op de zekerheden en waarborgen, met inbegrip van de onherroepbare mandaten, die werden verleend of die dateren van vóór de inwerkingtreding ervan. De artikelen 3, 4, 5 en 7 zijn niet van toepassing op de overdrachten of inpandgevingen van bankvorderingen die :
  1° dateren van vóór de inwerkingtreding van deze wet; of
  2° plaatsvinden na de inwerkingtreding van deze wet maar ter uitvoering van overeenkomsten die werden gesloten vóór deze datum,
  behalve indien de overnemer en de overdrager, of de pandhoudende schuldeiser en de pandgever van schuldvorderingen, na de inwerkingtreding van deze wet contractueel overeenkomen dat artikelen 3, 4, 5 of 7 van toepassing zijn.
  § 2. Paragraaf 1 doet geen afbreuk aan reeds verkregen rechten van derden.

  HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen

  Afdeling 1. - Wijzigingen aan de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet

  Art. 11. In artikel 50 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet, gewijzigd bij de wet van 13 april 1995, worden de woorden " , alle schuldvorderingen waarvoor een recht werd bedongen om een hypotheekgarantie te eisen, met inbegrip van een hypothecair mandaat of een hypotheekbelofte " ingevoegd tussen de woorden " hypotheek " en " alsmede ".

  Art. 12. In artikel 51 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 13 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Wanneer een schuldvordering waarvan sprake is in artikel 50 wordt overgedragen of in pand gegeven door of aan een instelling of, in voorkomend geval, aan of door een bijzonder vermogen of een compartiment van een instelling dat, op het ogenblik van de overdracht of van de inpandgeving :
  1° een mobiliseringsinstelling is in de zin van artikel 2 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende diverse maatregelen ter vergemakkelijking van de mobilisering van schuldvorderingen in de financiële sector; of
  2° een Belgische kredietinstelling is in de zin van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, met inbegrip van, in voorkomend geval, een bijzonder vermogen van een kredietinstelling die Belgische covered bonds uitgeeft in de zin van deze wet;
  3° een financiële instelling in de zin van artikel 3, 12°, van de wet betreffende de financiële zekerheden;
  zijn artikelen 5 en 92, derde lid, van de hypotheekwet van 16 december 1851 niet van toepassing op deze overdracht of op deze inpandgeving. De overdrager of de pandgevende schuldenaar van de schuldvordering moet, op verzoek van derden, de nodige informatie verstrekken betreffende de identiteit van de overnemer of van de pandhoudende schuldeiser. ";
  2° in § 2, eerste lid, worden de woorden " of in het kader van een kredietopening bedongen met het recht om een hypotheekgarantie te eisen, met inbegrip van een hypothecair mandaat of een hypotheekbelofte " ingevoegd tussen de woorden " kredietopening " en " kan worden overgedragen ";
  3° in § 2, tweede lid, worden de woorden " en, behoudens andersluidende overeenkomst tussen de overdrager en de overnemer, de rechten om een hypotheekgarantie te eisen " ingevoegd tussen de woorden " waarborgen " en " , ongeacht het bedrag ";
  4° in § 2, wordt het tweede lid aangevuld met de woorden " De voorschotten die vóór of op datum van de overdracht zijn toegestaan, worden betaald in gelijke rang met de overgedragen voorschotten, behalve indien de overdrager en de overnemer een andere rangregeling of achterstelling zijn overeengekomen. Artikel 5 van de hypotheekwet van 16 december 1851 is niet van toepassing op een dergelijke rangregeling of achterstelling. Een dergelijke rangregeling of achterstelling mag geen afbreuk doen aan de rechten die door derden werden verworven vóór de datum van de overdracht of, in voorkomend geval, vóór de datum van de rangregeling of achterstelling, met inbegrip van de rechten van de overnemer of van de pandhoudende schuldeiser van bestaande schuldvorderingen met betrekking tot voorschotten die vooraf werden overgedragen of in pand gegeven, behoudens uitdrukkelijk akkoord van deze derden. ";
  5° in § 3, worden de woorden " De akte van toestemming tot doorhaling of vermindering wordt " aan het begin van de § vervangen door de woorden " Onverminderd artikel 92, tweede lid, van de hypotheekwet van 16 december 1851, wordt de akte van toestemming tot doorhaling of vermindering ";
  6° wordt het artikel aangevuld door een § 4, luidende :
  " § 4. Behoudens andersluidende overeenkomst, waarborgt een hypotheek verleend voor bestaande en toekomstige schulden, die bepaald of bepaalbaar zijn op grond van de in de hypotheekakte voorkomende beschrijving van de gewaarborgde schuldvorderingen, eveneens van rechtswege de schuldvorderingen die overeenstemmen met deze beschrijving en die eerder door de hypothecaire schuldeiser werden overgedragen aan een instelling, aan een compartiment van een instelling of een bijzonder vermogen, zoals vermeld in § 1, op voorwaarde dat de schuldenaar van de schuldvordering nog niet in kennis werd gesteld van deze overdracht en evenmin werd erkend door deze schuldenaar op het ogenblik van de hypotheekvestiging.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing op overgedragen schuldvorderingen die, op het ogenblik van de overdracht, niet worden gewaarborgd door een hypotheek, een voorrecht op een onroerend goed of een recht om een hypotheekgarantie te eisen, met inbegrip van een hypothecair mandaat of een hypotheekbelofte. ".

  Art. 13. In artikel 51bis, § 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 13 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " ongeacht of dit al dan niet in het kader van een kredietopening gebeurt " worden ingevoegd tussen de woorden " eenzelfde hypotheek " en " meerdere schuldvorderingen waarborgt ";
  2° het woord " overeenkomstig " wordt vervangen door de woorden " aan een instelling of aan een compartiment van een instelling, zoals bepaald in ";
  3° het woord " overgedragen " wordt ingevoegd tussen de woorden " deze " en " schuldvordering ";
  4° artikel 51bis, § 3, wordt aangevuld met de woorden " De schuldvorderingen ontstaan vóór of op de datum van de overdracht worden betaald in gelijke rang met de overgedragen schuldvorderingen, behalve indien de overdrager en de overnemer een andere rangregeling of een achterstelling zijn overeengekomen. Artikel 5 van de hypotheekwet van 16 december 1851 is niet van toepassing op een dergelijke rangregeling of achterstelling. Een dergelijke rangregeling of achterstelling mag geen afbreuk doen aan de rechten die door derden werden verworven vóór de datum van de overdracht of, in voorkomend geval, vóór de datum van de rangregeling of achterstelling, met inbegrip van de rechten van de overnemer of van de pandhoudende schuldeiser van bestaande schuldvorderingen met betrekking tot voorschotten die vooraf werden overgedragen of in pand gegeven, behoudens uitdrukkelijk akkoord van deze derden. ".

  Art. 14. In titel III van dezelfde wet, wordt een artikel 51ter ingevoegd, luidende :
  " Artikel 51ter. § 1. Een hypothecair mandaat wordt, behoudens uitdrukkelijk andersluidend beding in het mandaat, van rechtswege geacht te zijn bedongen ten gunste van de erfopvolgers ten bijzondere of ten algemene titel van de houder van de gewaarborgde schuldvordering, met inbegrip van de overnemers van de schuldvordering. Een hypotheekbelofte wordt, behoudens uitdrukkelijk andersluidend beding, van rechtswege geacht te zijn bedongen ten gunste van de erfopvolgers ten bijzondere of ten algemene titel van de houder van de gewaarborgde schuldvordering, met inbegrip van de overnemers van de schuldvordering.
  § 2. Wanneer een schuldvordering wordt overgedragen overeenkomstig artikel 51, § 1, verwerft de overnemer, behoudens andersluidende overeenkomst tussen de overdrager en de overnemer, de rechten die de overdrager geniet ten titel van een hypothecair mandaat of van een hypotheekbelofte, ten belope van de overgedragen schuldvordering. De overnemer mag, behoudens andersluidende overeenkomst tussen de overdrager en de overnemer, deze rechten uitoefenen ten aanzien van de lastgever en ten aanzien van de in het mandaat aangewezen lasthebbers of ten aanzien van hen die de hypotheekbelofte hebben verstrekt. Op grond van het mandaat of de hypotheekbelofte mag de hypotheek worden gevestigd ten gunste van de overnemer voordat de lastgever(s) en de schuldenaar van de overgedragen verbintenissen kennis hadden van de overdracht.
  § 3. Wanneer een of meer schuldvorderingen die worden gewaarborgd door een hypothecair mandaat of een hypotheekbelofte, vóór de hypotheekvestiging worden overgedragen aan een instelling, een compartiment van een instelling of een bijzonder vermogen, waarvan sprake is in artikel 51, § 1, waarborgt de hypotheek die wordt gevestigd ter uitvoering van het mandaat of van de hypotheekbelofte, behoudens andersluidende overeenkomst tussen de overdrager en de overnemer, niet alleen de in de hypotheekakte beschreven bestaande en toekomstige schuldvorderingen van de overdrager, maar ook van rechtswege de schuldvorderingen die eerder werden overgedragen door de overdrager aan de overnemer. De hypotheek kan naar keuze worden ingeschreven alleen op naam van de overdrager, op naam van de overdrager en de overnemer, of alleen op naam van de overnemer. Ongeacht de keuze van inschrijvingswijze, geniet de overnemer de hypothecaire rechten ten belope van de schuldvordering(en) die aan hem werd (of werden) overgedragen en kan hij deze rechten uitoefenen ten aanzien van degene die de hypotheek verleent en ten aanzien van derden.
  § 4. Wanneer een hypotheek wordt gevestigd ter uitvoering van een hypothecair mandaat of van een hypotheekbelofte, worden de schuldvorderingen die vóór of na de hypotheekvestiging zijn overgedragen aan een instelling, een bijzonder vermogen of aan een compartiment van een instelling, waarvan sprake is in artikel 51, § 1, bij voorrang betaald ten opzichte van de schuldvorderingen die zijn ontstaan na de datum van de overdracht, ongeacht of de schuldvordering al dan niet geschiedt in het kader van een kredietopening. De schuldvorderingen die vóór of op datum van de overdracht zijn ontstaan, worden betaald in gelijke rang met de overgedragen schuldvorderingen, behalve indien de overdrager en de overnemer een andere rangregeling of achterstelling zijn overeengekomen. Artikel 5 van de hypotheekwet van 16 december 1851 is niet van toepassing op de rangregeling of de achterstelling krachtens deze § . Een dergelijke rangregeling of achterstelling mag geen afbreuk doen aan de rechten die door derden werden verworven vóór de datum van de overdracht of, in voorkomend geval, vóór de datum van de rangregeling of achterstelling, met inbegrip van de rechten van de overnemer of van de pandhoudende schuldeiser van bestaande schuldvorderingen die vooraf werden overgedragen of in pand gegeven, behoudens uitdrukkelijk akkoord van deze derden. ".

  Art. 15. In dezelfde titel wordt een artikel 51quater ingevoegd, luidende :
  " Artikel 51quater. Wanneer ter vervanging van een hypothecair mandaat, een hypotheekbelofte of een bestaande hypotheek, een nieuw hypothecair mandaat of een nieuwe hypotheekbelofte wordt verleend of een nieuwe hypotheek wordt gevestigd, wordt een dergelijk hypothecair mandaat, een dergelijke hypotheekbelofte of een dergelijke hypotheek, behoudens andersluidende overeenkomst gesloten tussen de overdrager en de overnemer, of tussen de pandgever en de pandhoudende schuldeiser, en in dezelfde mate als deze bestaande zekerheden, van rechtswege geacht te zijn verleend of gevestigd ten gunste van de overnemer of van de pandhoudende schuldeiser van de schuldvorderingen die worden gewaarborgd door het bestaande hypothecaire mandaat, de bestaande hypotheekbelofte of de bestaande hypotheek en die vóór de vervanging werden overgedragen of in pand gegeven aan of door een instelling, een bijzonder vermogen of een compartiment van een instelling, zoals vermeld in artikel 51, § 1. ".

  Art. 16. In dezelfde titel wordt een artikel 51quinquies ingevoegd, luidende :
  " Artikel 51quinquies. § 1. Wanneer een schuldvordering die werd overgedragen aan een instelling, een bijzonder vermogen of een compartiment van een instelling, waarvan sprake is in artikel 51, § 1, wordt overgedragen door deze instelling, dit bijzonder vermogen of dit compartiment van een instelling :
  1° verwerft de overnemer eveneens de rechten die de instelling, het bijzondere vermogen of het compartiment bezit overeenkomstig artikelen 50 tot 51quater, met inbegrip van de rechten die betrekking hebben op de voorrechten, hypotheken, hypotheekbeloften en hypothecaire mandaten of de hypotheken die worden gevestigd krachtens een mandaat of een hypotheekbelofte;
  2° behoudt de schuldvordering haar rang die wordt bepaald afhankelijk van artikelen 51bis, § 3, en 51ter, § 4, behoudens andersluidend beding in de overeenkomst van overdracht. Artikel 5 van de hypotheekwet van 16 december 1851 is niet van toepassing op een dergelijke rangregeling of achterstelling.
  § 2. Wanneer een schuldvordering in pand wordt gegeven ten gunste van of door een instelling, een bijzonder vermogen of een compartiment van een instelling, waarvan sprake is in artikel 51, § 1 :
  1° omvat het pand, behoudens andersluidend beding in de pandakte, de rechten van de pandgever met betrekking tot het hypothecair mandaat, de hypotheekbelofte of de hypotheek gevestigd krachtens het hypothecair mandaat of de hypotheekbelofte;
  2° kan de pandhoudende schuldeiser, behoudens andersluidend beding in de pandakte, ten aanzien van derden, van de lastgever en de in het mandaat aangewezen lasthebbers alsook ten aanzien van degene die de hypotheekbelofte heeft verstrekt, de rechten van de pandgever uitoefenen betreffende het hypothecair mandaat of de hypotheekbelofte of de hypotheek gevestigd krachtens het hypothecair mandaat of de hypotheekbelofte die ten gunste van hem in pand zijn gegeven. De hypotheek kan naar keuze worden ingeschreven alleen op naam van de pandgever, op naam van de pandgever en de overdrager die de schuldvordering heeft overgedragen aan de pandgever, of alleen op naam van de overdrager van de schuldvordering. ".

  Art. 17. In dezelfde titel wordt een artikel 51sexies ingevoegd, luidende :
  " Artikel 51sexies. Wanneer een schuldvordering die opgenomen is in een hypothecaire grosse aan toonder of aan order, wordt overgedragen of in pand gegeven ten gunste van of door een instelling, een bijzonder vermogen of een compartiment van een instelling, waarvan sprake is in artikel 51, § 1, zijn de bepalingen van artikelen 50 tot en met 51quinquies van toepassing op die overdracht of op die inpandgeving, zonder dat een endossement of een afgifte van de titel aan de overnemer of aan de pandhoudende schuldeiser nodig is. ".

  Art. 18. In dezelfde titel wordt een artikel 51septies ingevoegd, luidende :
  " Artikel 51septies. § 1. Een registratie van een schuldvordering overeenkomstig artikel 64/20, § 2, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen of de schrapping van een schuldvordering uit dit register voor een wederbelegging in het algemene vermogen van de instelling die de Belgische covered bonds uitgeeft waarvoor het register wordt gehouden, wordt op dezelfde manier behandeld als een overdracht van die schuldvorderingen voor de toepassing van de bepalingen in artikelen 51 tot 51sexies van deze wet. Het bijzondere vermogen heeft dan de hoedanigheid van overnemer in geval van registratie en de hoedanigheid van overdrager in geval van schrapping uit het register.
  § 2. In geval van schrapping uit het register wegens overdracht van schuldvordering aan een andere overnemer dan een kredietinstelling die de Belgische covered bonds uitgeeft waarvoor het register wordt gehouden, zijn de bepalingen van artikelen 51 tot 51sexies van deze wet van toepassing op de overdracht aan de overnemer en maakt de schrapping een loutere uitvoeringsdaad uit met betrekking tot deze overdracht. ".

  Art. 19. In artikel 53 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 13 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " het geheel of een gedeelte van " worden ingevoegd tussen de woorden " verkoop van " en " de hypothecaire bedrijvigheid ";
  2° de woorden " of van de gehele of een gedeelte van de portefeuille van deze schuldvorderingen " worden ingevoegd tussen de woorden " hypothecaire bedrijvigheid " en " , door een onderneming ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
  " Artikelen 51, 51bis, § 3, 51ter, 51quater, 51quinquies en 51sexies zijn eveneens van toepassing wanneer de betrokken overdracht overeenkomstig dit artikel 53 wordt verricht door of aan een onderneming die valt onder Titel II van deze wet. "

  Art. 20. § 1. Onder voorbehoud van §§ 2 en 3, zijn de artikelen van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet, zoals gewijzigd of ingevoerd door deze wet, van toepassing op alle overeenkomsten gesloten vóór de inwerkingtreding van deze wet, op de schuldvorderingen die er het gevolg van zijn en de zekerheden, met inbegrip van de hypothecaire mandaten en de hypotheekbeloften, alsook de overdrachten of inpandgevingen waarvan sprake is in artikel 51, § 1, die werden verleend of dateren van vóór de inwerkingtreding ervan.
  § 2. Met uitzondering van § 3, zijn de wijzigingen in artikel 51bis, § 3, en de nieuwe artikelen 51ter, §§ 2 tot 4, 51quater, 51quinquies en 51sexies van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet niet van toepassing op de overdrachten of inpandgevingen van schuldvorderingen die :
  1° dateren van vóór de inwerkingtreding van deze wet; of
  2° plaatsvinden na de inwerkingtreding van deze wet maar ter uitvoering van overeenkomsten die werden gesloten vóór die datum.
  § 3. Niettegenstaande § 2 zijn de wijzigingen in artikel 51bis, § 3, en de nieuwe bepalingen van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet vermeld in § 2, van toepassing op de overdrachten en inpandgevingen van schuldvorderingen verricht ter uitvoering van overeenkomsten die werden gesloten vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet, ongeacht of de overdrachten of inpandgevingen plaatsvinden vóór of na de inwerkingtreding van deze wet, indien de overnemer en de overdrager, of de pandhoudende schuldeiser en de pandgever van schuldvorderingen, na de inwerkingtreding van deze wet contractueel overeenkomen dat die bepalingen van toepassing zijn.
  § 4. De §§ 1 tot 3 doen geen afbreuk aan de rechten die vooraf werden verworven door derden.

  Afdeling 2. - Wijziging in de wet op het consumentenkrediet

  Art. 21. In artikel 25 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, gewijzigd bij de wet van 13 juni 2010, worden de woorden " die de geëigende toelating hebben gekregen om dergelijke beleggingen uit te voeren " opgeheven.

  Afdeling 3. - Wijzigingen in de wet betreffende financiële zekerheden

  Art. 22. In artikel 4/1, § 1, van de wet betreffende financiële zekerheden, ingevoegd bij de wet van 26 september 2011, wordt de eerste zin vervangen als volgt :
  " Onverminderd titel III van de wet betreffende het hypothecair krediet, zijn de artikelen 5 en 92, derde lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851 niet van toepassing wanneer een bankvordering, gewaarborgd door een hypotheek of door een onroerend voorrecht, in pand wordt gegeven of wordt overgedragen bij overeenkomst overeenkomstig deze wet, en wanneer artikel 51 § 1 van de wet betreffende hypothecair krediet niet van toepassing is op dat pand of die overdracht. ".
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
S. VANACKERE
De Minister van Economie,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 13-04-2019 GEPUBL. OP 14-05-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • originele versie
  • WET VAN 05-12-2017 GEPUBL. OP 18-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 3bis; 3ter)
  • originele versie
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 30-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 5; 6; 7; 8; 9)
  • originele versie
  • WET VAN 11-07-2013 GEPUBL. OP 02-08-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 7)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Parlementaire werkzaamheden : Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53 2341/(2011/2012) : 001 : Wetsontwerp. 002 : Amendementen. 003 : Verslag. 004 : Tekst aangenomen door de commissie. 005 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 18 juli 2012. Stukken van de Senaat : 5-1763 - 2011/2012 : 001 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat. 002 : Verslag. 003 : Beslissing om niet te amenderen. Handelingen van de Senaat : 19 juli 2012

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 4 gearchiveerde versies
    Franstalige versie