J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 200 uitvoeringbesluiten 7 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1998/12/21/1999000028/justel

Titel
21 DECEMBER 1998. - Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-02-1999 en tekstbijwerking tot 18-06-2018)

Bron : BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 03-02-1999 nummer :   1999000028 bladzijde : 3042       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 1998-12-21/40
Inwerkingtreding : 13-03-1999

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
TITEL I. - Definities.
Art. 2
TITEL II. - Verplichtingen van de organisatoren en van de overkoepelende sportbond.
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 3-4
HOOFDSTUK II. - Bijzondere verplichtingen van de organisatoren.
Art. 5-8, 8bis, 9-10, 10bis
HOOFDSTUK IIbis. [1 - Nadere regels betreffende de installatie en de werking van bewakingscamera's in de voetbalstadions.]1
Art. 10ter, 10quater, 10quinquies, 10sexies, 10septies, 10octies, 10novies, 10decies
HOOFDSTUK III. - Bijzondere verplichtingen voor de overkoepelende sportbond.
Art. 11
HOOFDSTUK IV. - Taken en bevoegdheden van de stewards.
Art. 12, 12/1, 12/2
Afdeling 1. - Bevoegdheden.
Art. 13
Afdeling 2. - Taken.
Art. 14-17
HOOFDSTUK V. - Sancties.
Art. 18
TITEL III. [1 - Feiten die het verloop van een internationale voetbalwedstrijd, nationale vrouwenvoetbalwedstrijd, nationale jeugdvoetbalwedstrijd of voetbalwedstrijd waaraan minstens een team uit de nationale afdelingen deelneemt, kunnen verstoren.]1
Art. 19-20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22-23, 23bis, 23ter, 24, 24bis, 24ter, 24quater
TITEL IV. [1 - Het opleggen van officiële waarschuwingen en effectieve sancties.]1
HOOFDSTUK I. - Vaststelling van de feiten.
Art. 25
HOOFDSTUK II. - Opleggen van sancties.
Afdeling 1. [1 - Officiële waarschuwing.]1
Art. 25/1
Afdeling 2. [1 - Effectieve sancties.]1
Art. 26-29
HOOFDSTUK III. - Kennisgeving van de beslissing.
Art. 30
HOOFDSTUK IV. - Hoger beroep. <W 2003-03-10/34, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003>
Art. 31
HOOFDSTUK V. - Verjaring van de administratieve vordering.
Art. 32
HOOFDSTUK VI. - Uitzonderingsbepalingen.
Art. 33-34
HOOFDSTUK VII. - Bijzondere bepalingen.
Art. 35-36
HOOFDSTUK VIII. - Verzachtende omstandigheden.
Art. 37, 37bis
TITEL V. - Misdrijven.
HOOFDSTUK I. - Misdrijven betreffende de onrechtmatige verdeling van toegangsbewijzen.
Art. 38-39
HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen.
Art. 40-41, 41bis, 42
TITEL VI. - Slot- en overgangsbepalingen.
Art. 43, 43bis, 44-45, 45bis, 46

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  TITEL I. - Definities.

  Art. 2.Voor de toepassing van deze wet, wordt verstaan onder :
  1° [2 voetbalwedstrijd: de variant van het voetbalspel die met twee ploegen van elf spelers op een grasveld of op een veld in synthetisch materiaal wordt gespeeld; deze voetbalwedstrijden situeren zich onder de koepel van een overkoepelende sportbond;]2
  2° nationale voetbalwedstrijd : de voetbalwedstrijd gedefinieerd in het 1° waaraan ten minste één club uit een [1 van de eerste twee nationale afdelingen]1 deelneemt;
  [2 2° /1. nationale afdeling: alle voetbalwedstrijden die worden gespeeld op andere niveaus dan die gespeeld op provinciaal niveau, met uitzondering van de wedstrijden van een damescategorie of een bepaalde leeftijdscategorie. De eerste afdeling is de hoogste in het klassement, de vijfde de laagste;]2
  3° [2 internationale wedstrijd: de in de bepaling onder 1° bepaalde voetbalwedstrijd waaraan ten minste één niet-Belgische ploeg deelneemt en die deelneemt aan een buitenlands kampioenschap of representatief is voor een vreemde natie. Indien een Belgische club deelneemt, behoort deze tot de nationale afdeling zoals bepaald in de bepaling onder 2° /1;]2
  4° organisator : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een nationale voetbalwedstrijd of een internationale voetbalwedstrijd [2 of iedere andere voetbalwedstrijd zoals hierna vermeld]2 geheel of ten dele organiseert of laat organiseren, op eigen initiatief of op initiatief van een derde;
  5° (steward : een natuurlijke persoon, aangeworven door de organisator krachtens artikel 7, om de toeschouwers te ontvangen en te begeleiden bij een nationale voetbalwedstrijd, een internationale voetbalwedstrijd of bij elk voetbalevenement zoals gedefinieerd in 10° ten einde het goede verloop van de wedstrijd of van het voetbalevenement met het oog op de veiligheid van de toeschouwers te waarborgen;) <W 2007-04-25/38, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  6° speelveld : de afgebakende ruimte waarop de deelnemers zich bewegen gedurende een voetbalwedstrijd;
  7° stadion : elke plaats waar een voetbalwedstrijd gespeeld wordt [2 ...]2; deze plaats wordt afgebakend door een buitenomheining die de perimeter ervan definieert; [2 bij afwezigheid van een buitenomheining doet de binnenomheining dienst als afbakening;]2
  8° tribune : plaats, grenzend aan het speelveld, bestemd om zittende of staande toeschouwers te ontvangen, en die oplopende rijen of een of meer onbeweegbare elementen omvat.
  (9° [2 perimeter: de ruimte aansluitend bij de buitenomheining van het stadion, of bij gebreke van een buitenomheining, bij de binnenomheining rond het speelveld, waarvan de geografische grenzen vastgesteld worden door de Koning, na raadpleging van de betrokken burgemeester, politiediensten en organisator, en die een straal van 5 000 meter vanaf respectievelijk de buiten- of binnenomheining niet mag overschrijden;]2
  (10° voetbalevenement : elke wedstrijd of training op gras, synthetische ondergrond of in zaal waaraan voetbalspelers deelnemen [2 alsook elk voetbal gerelateerd evenement georganiseerd op een voor het publiek toegankelijke besloten plaats door de in de bepaling onder 4° bedoelde organisator]2;
  11° veiligheidscapaciteit : capaciteit zoals overeengekomen tussen de betrokken partijen in de overeenkomst bedoeld in artikel 5 of opgelegd krachtens de veiligheidsnormen;) <W 2007-04-25/38, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  [2 12° supporters liaison officer (SLO): de natuurlijke persoon aangewezen om de communicatie tussen de club, supporters en administratieve overheid te verzekeren;
   13° gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke: referentiepersoon die gemachtigd wordt door de organisator om in te staan voor de controle op de stadioninfrastructuur en haar conformiteit met de veiligheidsnormen, het hiërarchisch gezag en de bestuursmacht uitoefent over de stewards, de briefing organiseert voor de stewards en de organisator vertegenwoordigt in de lokale adviesraad, het coördinatieforum en de voorbereidende vergaderingen voorzien in artikel 5 van deze wet. Hij is ook de referentiepersoon om aan de politiediensten alle inlichtingen betreffende de veiligheid in het stadion te verstrekken;
   14° nationale vrouwenvoetbalwedstrijd: de in de bepaling onder 1° bepaalde voetbalwedstrijd waaraan ten minste één club uit een van de hoogste twee nationale afdelingen vrouwenvoetbal deelneemt of de in 1° gedefineerde voetbalwedstrijd waaraan de vrouwenvoetbalploeg die representatief is voor de Belgische natie deelneemt;
   15° nationale jeugdvoetbalwedstrijd: de in de bepaling onder 1° bepaalde voetbalwedstrijd waaraan ten minste één club uit een van de hoogste twee nationale jeugdafdelingen deelneemt of de in 1° gedefineerde voetbalwedstrijd waaraan de jeugdvoetbalploeg die representatief is voor de Belgische natie deelneemt.]2
  ----------
  (1)<W 2016-06-27/22, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 05-08-2016>
  (2)<W 2018-06-03/01, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  TITEL II. - Verplichtingen van de organisatoren en van de overkoepelende sportbond.

  HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Art. 3. Onverminderd de door of krachtens de wet nader bepaalde maatregelen te treffen door de organisator van een voetbalwedstrijd en onverminderd de door de bevoegde overheden genomen maatregelen, rust op de organisator van elke voetbalwedstrijd de verplichting om alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te nemen om schade aan personen en goederen te voorkomen, daaronder begrepen alle praktische maatregelen tot voorkoming van wangedrag door de toeschouwers.
  Om de draagwijdte van deze verplichting te bepalen wordt onder meer rekening gehouden met overeenkomsten die aangegaan worden tussen de organisator enerzijds en de hulpdiensten en de bestuurlijke en politiële overheden of diensten anderzijds.

  Art. 4. Voor elke voetbalwedstrijd maakt de organisator uitsluitend gebruik van stadions of delen van stadions die aan de door de Koning bepaalde veiligheidsnormen voldoen.

  HOOFDSTUK II. - Bijzondere verplichtingen van de organisatoren.

  Art. 5.<W 2007-04-25/38, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007> De organisatoren van nationale voetbalwedstrijden die behoren tot het nationaal kampioenschap, [1 hetzij voetbalwedstrijden die behoren tot het kampioenschap van de derde nationale afdeling,]1 zijn ertoe gehouden om met betrekking tot hun verplichtingen uiterlijk [1 21 juli]1 van elk jaar een overeenkomst af te sluiten met de hulpdiensten en de bestuurlijke en politiële overheden of diensten, of op zijn minst acht dagen vóór het begin van het kampioenschap indien dit kampioenschap aanvangt vóór [1 21 juli]1.
  [1 ...]1
  De organisatoren van nationale en internationale voetbalwedstrijden [1 of van voetbalwedstrijden die behoren tot het kampioenschap van de derde nationale afdeling]1 die niet gehouden zijn om een overeenkomst af te sluiten krachtens het eerste lid, hebben de verplichting om bedoelde overeenkomst af te sluiten binnen een termijn vastgelegd door de burgemeester, met dien verstande dat de overeenkomst afgesloten dient te zijn op zijn minst [1 vijf]1 dagen vóór de wedstrijd waarop zij van toepassing is of vóór de eerste wedstrijd van de reeks van wedstrijden waarop zij toepassing vindt.
  Een origineel exemplaar van deze overeenkomst dient gezonden te worden aan de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, binnen de termijn gesteld in het [1 eerste en tweede lid]1.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 6.[1 Voor de coördinatie en de leiding van het veiligheidsbeleid duiden de organisatoren van een nationale voetbalwedstrijd, van een internationale voetbalwedstrijd of van voetbalwedstrijden die behoren tot het kampioenschap van de derde nationale afdeling een gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke aan.
   De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder een gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke in een afdeling lager dan de eerste drie nationale afdelingen verplicht kan worden gemaakt voor een voetbalwedstrijd waarvoor, na een door de Koning bepaalde risicoanalyse, een verhoogd veiligheidsrisico waargenomen is dat te vergelijken is met de risico's van nationale voetbalwedstrijden. Deze risicoanalyse omvat ten minste volgende elementen: een raming van het verwacht aantal toeschouwers, een overzicht van incidenten in het verleden en een overzicht van te verwachten problemen op basis van politionele informatie.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 4, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 7.[1 § 1. De organisatoren van een nationale voetbalwedstrijd of van een internationale voetbalwedstrijd werven stewards van het ene en het andere geslacht aan.
   De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden waaronder de aanwerving van stewards in een afdeling lager dan de eerste twee nationale afdelingen verplicht kan worden gemaakt voor een voetbalwedstrijd waarvoor, na een door de Koning bepaalde risicoanalyse, een verhoogd veiligheidsrisico waargenomen is dat te vergelijken is met de risico's van nationale voetbalwedstrijden. Deze risicoanalyse omvat ten minste volgende elementen: een raming van het verwacht aantal toeschouwers, een overzicht van incidenten in het verleden en een overzicht van te verwachten problemen op basis van politionele informatie.
   § 2. De organisatoren van voetbalwedstrijden die behoren tot het kampioenschap van de eerste twee nationale afdelingen wijzen een supporters liaison officer aan.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 8.[1 De Koning bepaalt het minimum aantal stewards en hun hiërarchische structuur, de bevoegdheden en taken van de gemandateerde veiligheidsverantwoordelijken en de supporters liaison officer, alsmede de minimale voorwaarden van rekrutering, opleiding en bekwaamheid waaraan de stewards, de gemandateerde veiligheidsverantwoordelijken en de supporters liaison officer moeten voldoen.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 8bis. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 13; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Ingeval van het niet respecteren van artikel 6, van de elementen en voorwaarden bepaald door de Koning in uitvoering van artikel 8 of van één of meerdere van de bepalingen van de overeenkomst, bedoeld in artikel 5, kan de burgemeester van de plaats waar het stadion zich bevindt, overgaan tot het beperken van de veiligheidscapaciteit, bedoeld in artikel 2, 11°.

  Art. 9.De organisatoren die meerdere nationale voetbalwedstrijden op hetzelfde speelveld organiseren, richten een lokale adviesraad voor de veiligheid bij voetbalwedstrijden op.
  De Koning bepaalt de taken, de samenstelling en de overige werkingsregels van deze lokale adviesraad. [1 De Koning bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de organisatie van een lokale adviesraad in een afdeling lager dan de eerste twee nationale afdelingen verplicht kan worden gemaakt.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 7, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 10.[1 § 1. De organisatoren van een nationale of internationale voetbalwedstrijd of van een voetbalwedstrijd waaraan minstens één ploeg uit de derde nationale afdeling deelneemt, nemen ten minste de volgende maatregelen:
   1° het opstellen van een reglement van inwendige orde, dat op een duidelijke en blijvende manier aan de toeschouwers wordt meegedeeld;
   2° het vaststellen van een regeling van burgerrechtelijke uitsluiting en een regeling inzake afgifte van voorwerpen in het reglement van inwendige orde;
   3° het controleren van de naleving van het reglement van inwendige orde;
   4° het nemen van actieve en passieve veiligheidsmaatregelen die de veiligheid van het publiek en de hulp- en politiediensten beogen door de beheersing van de beweging van toeschouwers, de scheiding van rivaliserende toeschouwers, en de concrete tenuitvoerlegging van het reglement van inwendige orde;
   5° het helpen toezien op de naleving van de stadionverboden;
   6° het nemen van maatregelen om de gastvrijheid en comfort in het stadion te verzekeren.
   § 2. De organisatoren van een nationale of internationale voetbalwedstrijd nemen minstens de volgende maatregelen:
   1° het installeren van bewakingscamera's volgens de nadere regels bepaald in titel II, hoofdstuk IIbis;
   2° het zorgen voor het ticketbeheer, waaronder in ieder geval begrepen is: het aanmaken van de toegangsbewijzen, de distributie ervan, de toegangscontrole en de controle op de geldigheid en op het regelmatig bezit van de toegangsbewijzen; de Koning kan hiertoe bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere regels vaststellen van het ticketbeheer;
   3° het uitwerken van een intern noodplan, dat onder meer de evacuatie organiseert; dit plan wordt in de eerste twee jaar dat een organisator onder het toepassingsgebied van deze wet valt, jaarlijks getest met alle betrokken partners; nadien wordt dit plan driejaarlijks getest met alle betrokken partners; de Koning bepaalt de minimale bepalingen van het intern noodplan en de nadere regels van de test.
   § 3. De Koning kan aanvullende concrete beschikkingen bepalen teneinde de veiligheid van de toeschouwers en het vreedzaam verloop van de wedstrijd te garanderen, die binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van het besluit houdende deze beschikkingen bij wet dienen te worden bekrachtigd. Bij gebrek aan bekrachtiging door een wet binnen twaalf maanden na publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad houdt dit besluit op uitwerking te hebben.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 8, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 10bis.<Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 15; Inwerkingtreding : 18-05-2007> In afwijking van [1 artikel 10, § 1, 4°]1, kunnen de organisatoren van een nationale voetbalwedstrijd of een internationale voetbalwedstrijd [1 of van voetbalwedstrijden waaraan minstens één ploeg uit de derde nationale afdeling deelneemt]1 in de overeenkomst, bedoeld in artikel 5, voorzien dat voor één of meerdere wedstrijden de scheiding van de rivaliserende toeschouwers niet van toepassing is. In voorkomend geval moet de overeenkomst de alternatieve veiligheidsmaatregelen bepalen.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  HOOFDSTUK IIbis. [1 - Nadere regels betreffende de installatie en de werking van bewakingscamera's in de voetbalstadions.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 10, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 10ter. [1 § 1. In afwijking van de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op elke nationale en internationale voetbalwedstrijd georganiseerd door een club behorend tot de eerste twee nationale afdelingen of de overkoepelende sportbond.
   § 2. De camera's en het registratiesysteem worden in werking gesteld naar aanleiding van elke wedstrijd, en dit gedurende de ganse periode tijdens dewelke het stadion toegankelijk is voor toeschouwers.
   Wanneer het stadion niet toegankelijk is voor het publiek, valt het gebruik van deze camera's onder de toepassing van de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's.
   § 3. De Koning kan aanvullende concrete beschikkingen bepalen betreffende de installatie en de werking van bewakingscamera's in de voetbalstadions.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 10quater. [1 § 1. Elk stadion gebruikt door een organisator, dient uitgerust te zijn met camera's die het mogelijk maken de volgende plaatsen in detail te observeren:
   1° het speelveld en diens aansluitende zone;
   2° alle staan- en zitplaatsen binnen de tribunes;
   3° alle controlepunten die toegang geven tot het stadion;
   4° elke andere plaats binnen het stadion zoals bepaald door de bevoegde bestuurlijke overheid in functie van het mogelijke risico en op advies van de bevoegde ordedienst.
   § 2. Het aantal camera's en de in § 1 bedoelde plaatsen worden vastgelegd en omschreven in de overeenkomst opgemaakt overeenkomstig artikel 5.
   § 3. Voor het bepalen van het aantal camera's wordt onder meer rekening gehouden met:
   1° de kwaliteit van de camera's;
   2° de afstand tussen de camera en het te filmen object;
   3° het verlichtingsniveau op de plaats waar dient te worden gefilmd;
   4° de lichtomstandigheden waardoor de stralen dienen te gaan;
   5° het type camera.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 12, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 10quinquies. [1 De camera's moeten een close-up kunnen tot stand brengen die toelaat eenieder te identificeren op de in artikel 10quater, § 1, bedoelde plaatsen, en dit ongeacht de weers- en lichtomstandigheden.
   Voor de camera's gericht op de staan- en zitplaatsen binnen de tribunes moet deze close-up minimaal mogelijk zijn in het gezicht van de aanwezigen, en dit op het moment dat zij naar het speelveld kijken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 10sexies. [1 § 1. De camera's moeten voorzien zijn van een systeem dat de beelden automatisch digitaal registreert en bewaart op een courant medium.
   De installatie moet toelaten de vastgelegde beelden onmiddellijk af te drukken en digitaal over te zenden aan de bevoegde politionele en gerechtelijke diensten.
   De kwaliteit van de afdruk dient derwijze te zijn dat de identificatie van personen mogelijk is.
   Het camerasysteem moet voldoende beveiligd zijn tegen elke vorm van externe manipulatie.
   § 2. Voor nationale en internationale voetbalwedstrijden georganiseerd door de organisator van een club uit de twee eerste nationale afdelingen of de overkoepelende sportbond, moet het mogelijk zijn om van alle camera's tegelijkertijd beelden te registreren, en dit uiterlijk binnen de zes maanden na de inwerkingtreding van deze bepaling. Het moet in elk geval mogelijk zijn om tegelijkertijd beelden te registreren van zowel de toeschouwers van de thuisclub als de bezoekende club.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 14, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 10septies. [1 Het camerasysteem wordt minstens gericht vanuit het commandolokaal van het stadion.
   De handleiding in de gebruikte landstaal met de gebruiksinstructies van de camera-installatie moet steeds in het commandolokaal ter beschikking zijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 15, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 10octies. [1 De camera's worden bediend door één of meerdere door de organisator schriftelijk aangewezen personen.
   De identiteit van deze personen wordt opgenomen in de in artikel 5 bedoeld overeenkomst.
   Het bekijken van de beelden in real time is uitsluitend toegestaan, opdat de bevoegde diensten zich preventief kunnen opstellen en onmiddellijk kunnen ingrijpen bij misdrijf, schade, overlast of verstoring van de openbare orde en deze diensten in hun optreden optimaal kunnen worden gestuurd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 10novies. [1 § 1. De organisator handelt als verantwoordelijke voor de verwerking van de beelden, geregistreerd krachtens artikel 10sexies. De verantwoordelijke voor de verwerking moet begrepen worden in de zin bedoeld in artikel 4, 7°, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
   Deze verwerking heeft tot doel de feiten, gesanctioneerd door deze wet, de misdrijven en de inbreuken op het reglement van inwendige orde uitgevaardigd door de organisator, te voorkomen en op te sporen, en hun sanctie mogelijk te maken door de identificatie van daders.
   § 2. Beelden die aanleiding geven tot een proces-verbaal opgemaakt naar aanleiding van de feiten, misdrijven en inbreuken bedoeld in het § 1, tweede lid, worden door de organisator bijgehouden voor een periode van zes maanden, behoudens inbeslagname van de beelden met toepassing van artikel 35 van het Wetboek van strafvordering. Alle overige beelden worden bijgehouden voor een periode van drie maanden.
   § 3. De organisator brengt aan de ingang van het stadion op een duidelijke en zichtbare wijze het reglement van inwendige orde aan, in hetwelk hij de informatie vermeldt opgesomd in artikel 14 van het Reglement 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 17, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 10decies. [1 Indien de organisator van de voetbalwedstrijd een club is die promoveert vanuit de derde nationale afdeling naar de tweede nationale afdeling, moet deze club vanaf de eerste thuiswedstrijd van het nieuwe seizoen volgend op de promotie voldoen aan de verplichtingen bedoeld in hoofdstuk II, titel III.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 18, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  HOOFDSTUK III. - Bijzondere verplichtingen voor de overkoepelende sportbond.

  Art. 11.[1 Naast de noodzakelijke maatregelen die hij moet nemen wanneer hij zelf optreedt als organisator van een nationale of internationale voetbalwedstrijd of van een voetbalwedstrijd waaraan minstens één ploeg uit de derde nationale afdeling deelneemt, dient de overkoepelende sportbond, wat de maatregelen bedoeld in Hoofdstuk II betreft, de volgende maatregelen te nemen:]1
  1° in elk geval een permanente coördinatie te verzekeren van de bijzondere verplichtingen van de organisatoren, overeenkomstig Titel II, Hoofdstuk II;
  2° voor zover dit nodig blijkt, middelen ter beschikking te stellen van de organisatoren om hen in staat te stellen hun bijzondere verplichtingen na te komen;
  3° voor zover de maatregelen vermeld onder 1° of 2° niet toereikend zijn, zelf rechtstreeks en actief aan de uitvoering ervan deel te nemen zodat de bijzondere verplichtingen worden uitgevoerd, en dit op gecoördineerde wijze.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 19, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  HOOFDSTUK IV. - Taken en bevoegdheden van de stewards.

  Art. 12.[1 § 1. Bij het uitoefenen van hun taken en bevoegdheden treden de stewards op in het stadion en binnen de perimeter. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder stadion verstaan de ruimte die slechts kan worden betreden mits het voorleggen van een toegangsbewijs.
   § 2. Voor de opdrachten bedoeld in artikel 15, vijfde lid, 16 en 17, eerste lid, en voor zover het wordt bepaald in de overeenkomst bedoeld in artikel 5, kunnen de stewards tussenkomen op heel het grondgebied tijdens en naar aanleiding van georganiseerde collectieve verplaatsingen van supporters.
   § 3. De stewards kunnen eveneens tussenkomen naar aanleiding van elk voetbalevenement. In dit geval dienen deze stewards te beantwoorden aan de minimale voorwaarden van rekrutering en opleiding als bepaald door en krachtens artikel 8. Deze stewards worden onder het gezag geplaatst van een behoorlijk gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke.
   § 4. Wanneer een voetbalevenement wordt georganiseerd in een stadion, kunnen de stewards hun in de artikelen 13 tot 17 bepaalde taken en bevoegdheden uitvoeren.
   § 5. Wanneer een voetbalevenement wordt georganiseerd buiten een stadion, kunnen de stewards de controle van de toegangsbewijzen en het onthaal van de toeschouwers verzekeren. Ze verstrekken aan het publiek alle nuttige informatie met betrekking tot de organisatie, de infrastructuur en de hulpdiensten.
   Ze delen aan de hulp- en politiediensten elke informatie mee betreffende de toeschouwers die de orde kunnen verstoren.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 20, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 12/1. [1 Wanneer er stewards worden ingezet voor een voetbalevenement, sluiten de organisatoren en de bevoegde burgemeester na advies te hebben ingewonnen bij de betrokken politiezones voorafgaandelijk een schriftelijke overeenkomst betreffende de inzet, de bevoegdheden en de taken van de gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke en van de stewards.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 12/2. [1 Zodra de gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke beschikt over de informatie betreffende de verplaatsing, het onthaal en de omkadering van de spelers, staff, scheidsrechters en de officiële delegatie op het Belgische grondgebied neemt hij contact op met de betrokken politiezones.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 22, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Afdeling 1. - Bevoegdheden.

  Art. 13.De stewards kunnen de toeschouwers van hetzelfde geslacht als het hunne verzoeken zich vrijwillig aan een oppervlakkige controle van kleding en bagage te onderwerpen, teneinde voorwerpen te detecteren waarvan het binnenbrengen in het stadion het verloop van de wedstrijd kan verstoren, de veiligheid van de toeschouwers in het gedrang kan brengen of de openbare orde kan verstoren [1 , alsook voorwerpen die door het reglement van inwendige orde worden verboden]1.
  De stewards kunnen om afgifte van die voorwerpen verzoeken.
  (Eenieder die zich tegen deze controle of afgifte verzet of bij wie is vastgesteld dat hij of zij in het bezit is van een wapen of een gevaarlijk voorwerp, of die het reglement van inwendige orde, zoals bedoeld in [1 artikel 10, § 1, 1°]1, niet naleeft, wordt door de stewards de toegang tot het stadion ontzegd. De toegang tot het stadion wordt door de stewards eveneens ontzegd aan eenieder waarvan zij weten dat hij of zij het voorwerp uitmaakt van een stadionverbod.) <W 2007-04-25/38, art. 17, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  (De stewards en de [1 gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke]1 kunnen aan de toeschouwers richtlijnen geven ten einde hun veiligheid te verzekeren of ten einde toe te zien op de toepassing van het reglement van inwendige orde.) <W 2007-04-25/38, art. 17, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 23, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Afdeling 2. - Taken.

  Art. 14.Indien nodig, vergezellen de stewards de scheidsrechters, lijnrechters [1 spelers, staff evenals de officiële delegatie van bij hun aankomst in het stadion tot aan hun vertrek]1.
  [1 Indien nodig vergezellen de stewards de in het eerste lid bedoelde personen tot aan het bepaalde ontmoetingspunt voor zover dit zich op het Belgische grondgebied situeert.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 15.De stewards nemen deel aan de controle op de naleving van het reglement van inwendige orde.
  Zij inspecteren de inrichtingen voor en na de wedstrijd; zij melden onmiddellijk elke tekortkoming aan de voorziene veiligheidsmaatregelen aan de [1 gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke]1 om dit terstond te verhelpen.
  (De organisator ziet erop toe dat de stewards verzekeren dat via de toegangs- en evacuatiewegen een vlotte doorgang mogelijk is naar uitgangen en parkings en dat de toegangs- en evacuatiewegen in, naar of van de tribunes en de toegangswegen tot het stadion, permanent vrijgehouden worden behoudens gerechtvaardigde reden om zich daar te bevinden.) <W 2007-04-25/38, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  (De organisator ziet erop toe dat er zich aan elke evacuatiepoort of poort die dienstig kan zijn als evacuatie-uitgang, permanent een steward bevindt, en dit gedurende de periode waarin het stadion toegankelijk is voor de toeschouwers en voor deze delen van het stadion waartoe de toeschouwers toegang hebben. De organisator verzekert dat deze steward, indien nodig, deze poort onmiddellijk, in de vluchtrichting en zonder sleutel kan openen.) <W 2007-04-25/38, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  De stewards zorgen voor het onthaal van de toeschouwers [1 zowel op de parking uitgebaat door de organisator van de wedstrijd als in het stadion]1 en voor de begeleiding naar hun plaatsen; ze zien erop toe dat het publiek geen toegang krijgt tot de niet voor het publiek toegankelijke zones.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 25, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 16. De stewards verstrekken aan het publiek alle nuttige informatie met betrekking tot de organisatie, de infrastructuur en de hulpdiensten.
  Ze delen aan de hulp- en politiediensten elke informatie mee betreffende de toeschouwers die de orde kunnen verstoren.

  Art. 17. De stewards nemen alle passende maatregelen in afwachting van het optreden van de hulp- en veiligheidsdiensten. Zij treden preventief op in elke situatie die de openbare orde kan bedreigen.

  HOOFDSTUK V. - Sancties.

  Art. 18.Overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV van deze wet kan een administratieve geldboete (van vijkhonderd euro tot tweehonderdvijftigduizend euro) worden opgelegd aan de organisator van een nationale voetbalwedstrijd of van een internationale voetbalwedstrijd [1 of van een voetbalwedstrijd waaraan minstens één ploeg uit de derde nationale afdeling deelneemt]1 die de verplichtingen voorgeschreven (door of krachtens de artikelen 5 of 10), voor zover deze op hem van toepassing zijn, niet naleeft. <W 2007-04-25/38, art. 19, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  (Overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV kan een administratieve geldboete van vijfhonderd euro tot tweehonderdvijftigduizend euro worden opgelegd aan de organisator van een voetbalwedstrijd die de verplichtingen voorgeschreven door of krachtens de artikelen 3 of 4, voorzover deze op hem van toepassing zijn, niet naleeft.) <W 2007-04-25/38, art. 19, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  Overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV van deze wet kan een administratieve geldboete (van vijfhonderd euro tot honderdvijfentwintigduizend euro) worden opgelegd aan de organisator van een nationale voetbalwedstrijd of een internationale voetbalwedstrijd [1 , van een voetbalwedstrijd waaraan minstens een ploeg uit de derde nationale afdeling deelneemt of aan de overkoepelende sportbond die de overige verplichtingen voorgeschreven, voor zover deze op hem van toepassing zijn,]1 door of krachtens Titel II niet naleeft. <W 2007-04-25/38, art. 19, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  (In afwijking van het eerste en derde lid bedraagt de minimumsanctie :
  1° vijfduizend euro ingeval van overtreding van artikel 5, eerste lid;
  2° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van artikel 5, tweede lid;
  3° vijfduizend euro ingeval van overtreding van artikel 6;
  4° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van [1 artikel 10, § 2, 1°]1;
  5° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van [1 artikel 10, § 2, 3°]1;
  6° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van artikel 15, vierde lid.) <W 2007-04-25/38, art. 19, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 26, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  TITEL III. [1 - Feiten die het verloop van een internationale voetbalwedstrijd, nationale vrouwenvoetbalwedstrijd, nationale jeugdvoetbalwedstrijd of voetbalwedstrijd waaraan minstens een team uit de nationale afdelingen deelneemt, kunnen verstoren.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 27, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 19.[1 Deze titel is van toepassing op feiten gepleegd gedurende de ganse periode tijdens welke het stadion waarin een internationale voetbalwedstrijd, nationale vrouwenvoetbalwedstrijd, nationale jeugdvoetbalwedstrijd of wedstrijd waaraan minstens een team uit de nationale afdelingen deelneemt plaatsvindt toegankelijk is voor de toeschouwers.
   De artikelen 20bis, 21, tweede lid, 2°, 21bis, 21ter, 23bis, eerste lid, en 23ter, eerste lid, zijn van toepassing op feiten, begaan in de perimeter, tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd.
   Artikel 23bis, tweede lid, is van toepassing op feiten, begaan alleen of in groep, op het grondgebied van het Koninkrijk, tijdens de periode die aanvangt achtenveertig uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt achtenveertig uur na het einde van de voetbalwedstrijd.
   Artikel 23ter, tweede lid, is van toepassing op feiten begaan op het grondgebied van het Koninkrijk, tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 20. <W 2007-04-25/38, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Eenieder die in het stadion zonder gerechtvaardigde reden één of meerdere voorwerpen gooit of schiet, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater.

  Art. 20bis. <ingevoegd bij W 2003-03-10/34, art. 7; Inwerkingtreding : 10-04-2003> Eenieder die zich bevindt in de perimeter omwille van en ter gelegenheid van een voetbalwedstrijd en die zonder gerechtvaardigde reden één of meer voorwerpen gooit of schiet naar een roerend goed, een onroerend goed of één of meer personen, zich bevindend in of buiten de perimeter, kan één of meer sancties oplopen (als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater). <W 2007-04-25/38, art. 22, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>

  Art. 21.<W 2007-04-25/38, art. 23, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Eenieder die het stadion of de perimeter onrechtmatig betreedt [1 poogt te betreden of er zich bevindt]1, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24 tot 24quater.
  Als onrechtmatig betreden worden beschouwd :
  1° het betreden van het stadion in overtreding van een administratief of gerechtelijk stadionverbod of een stadionverbod als beveiligingsmaatregel [1 of een burgerrechtelijke uitsluiting]1;
  2° het betreden van de perimeter in overtreding van een administratief of gerechtelijk perimeterverbod, behoudens gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om zich in de perimeter te bevinden blijkt, en in dit laatste geval met uitzondering van elke plaats in de perimeter waar betrokkene zich niet zou hebben bevonden mocht er geen voetbalwedstrijd georganiseerd geweest zijn;
  3° het betreden van het stadion wanneer de toegang hem daartoe werd ontzegd met toepassing van artikel 13, derde lid. In dit geval kan een persoon enkel één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 29, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 21bis.<Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 24; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, kan eenieder die in het stadion of de perimeter de richtlijnen of bevelen gegeven door de [1 gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke]1, door een steward in de uitvoering van zijn functie vastgelegd door de wet, of door een lid van de politiediensten of van de hulpdiensten, niet opvolgt, één of meer sancties oplopen zoals bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater.
  [1 Behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, kan eenieder die op het grondgebied van het Koninkrijk omwille van en ter gelegenheid van een voetbalwedstrijd de richtlijnen of bevelen gegeven door de gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke, door een steward in de uitoefening van zijn functie vastgelegd door de wet, of door een lid van de politiediensten of van de hulpdiensten, niet opvolgt, één of meer sancties oplopen zoals bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 30, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 21ter. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 25; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Eenieder die in het stadion of de perimeter bewust zijn materiële hulp aanreikt bij een onrechtmatige betreding zoals bepaald in artikel 21, tweede lid, 1°, kan één of meer sancties oplopen zoals bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater.

  Art. 22. (Behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, kan eenieder die bepaalde zones van het stadion betreedt of poogt te betreden zonder in het bezit te zijn van een geldig toegangsbewijs voor die zone of die plaatsen betreedt of poogt te betreden die voor het publiek niet toegankelijk zijn, een of meer sancties oplopen als (bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater).) <W 2003-03-10/34, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003> <W 2007-04-25/38, art. 26, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  Als plaatsen die voor het publiek niet toegankelijk zijn worden beschouwd :
  1° het speelveld en de aansluitende zones die zijn afgescheiden van het publiek;
  2° de muren, omheiningen (en andere middelen) bestemd tot het scheiden van de toeschouwers; <W 2007-04-25/38, art. 26, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  3° de door de Koning als niet toegankelijk voor het publiek omschreven zones.

  Art. 23. <W 2007-04-25/38, art. 27, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Eenieder die, alleen of in groep, in het stadion aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater.

  Art. 23bis.<W 2007-04-25/38, art. 28, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Eenieder die zich, alleen of in groep, in de perimeter bevindt omwille van en ter gelegenheid van een voetbalwedstrijd en aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater.
  Eenieder die zich, [1 alleen of]1 in groep, op het grondgebied bevindt van het Koninkrijk en omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 31, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 23ter.<ingevoegd bij W 2003-03-10/34, art. 11; Inwerkingtreding : 10-04-2003> Eenieder die pyrotechnische voorwerpen bedoeld om licht, rook of lawaai te produceren binnen brengt, poogt binnen te brengen of [1 in het bezit is van zulke voorwerpen of deze gebruikt in het stadion of in de perimeter]1, kan een of meer sancties oplopen als (bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater). <W 2007-04-25/38, art. 29, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  [1 Eenieder die pyrotechnische voorwerpen bedoeld om licht, rook of lawaai te produceren gebruikt op het grondgebied van het Koninkrijk omwille van en ter gelegenheid van een voetbalwedstrijd, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater.
   Voorgaande bepalingen zijn niet van toepassing op de organisator, die na positief advies van de hulpdiensten en de bestuurlijke en politiële overheden of diensten, gebruik maakt van pyrotechnische voorwerpen bedoeld om licht, rook of lawaai te produceren naar aanleiding van een voetbalwedstrijd.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 32, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 24.<W 2007-04-25/38, art. 30, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007> § 1. Overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV kan in geval van overtreding van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis en 23ter een administratieve geldboete van tweehonderd vijftig tot vijfduizend euro en een administratief stadionverbod voor een duur van drie maanden tot vijf jaar worden opgelegd, of één van deze sancties alleen.
  Een administratief stadionverbod kan gepaard gaan met een administratief perimeterverbod voor een duur gelijk aan de duur van het stadionverbod.
  Behoudens gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om zich in de perimeter te bevinden blijkt, en in dit laatste geval met uitzondering van elke plaats in de perimeter waar betrokkene zich niet zou hebben bevonden mocht er geen voetbalwedstrijd georganiseerd geweest zijn, is het administratief perimeterverbod van toepassing tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd.
  § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, bedraagt de minimumsanctie :
  1° een administratieve geldboete van duizend euro en een administratief stadionverbod van een jaar in geval van overtreding van artikel 21, tweede lid, 1°;
  2° een administratieve geldboete van duizend euro en een administratief stadionverbod van twee jaar in geval van overtreding van artikel 22, tweede lid, 1°;
  3° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van een jaar in geval van overtreding van artikel 23 ten aanzien van een of meer stewards, de [1 gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke]1 of één of meer leden van de hulpdiensten;
  4° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van negen maanden in geval van overtreding van artikel 23 ten aanzien van één of meerdere rivaliserende toeschouwers wanneer, overeenkomstig artikel 10bis, door de organisator geen supportersscheiding in plaats werd gesteld;
  5° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van een jaar voor diegene die een Bengaals vuur, zoals bedoeld als pyrotechnisch middel in artikel 23ter, aansteekt.
  [1 § 2/1. In afwijking van §§ 1 en 2 kan in plaats van een sanctie een waarschuwing worden opgelegd voor zover de betrokkene over geen enkel antecedent in het kader van deze wet beschikt op het moment van de feiten.]1
  § 3. In het geval, overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV, een administratief stadionverbod en een administratieve geldboete worden opgelegd [1 ...]1 en deze administratieve geldboete niet [1 integraal]1 wordt betaald binnen de voorziene termijn, wordt het administratief stadionverbod van rechtswege verlengd tot het moment waarop de geldboete [1 integraal]1 wordt betaald, en dit voor een periode van maximaal vijf jaar vanaf het moment waarop het initieel stadionverbod ten einde loopt.
  Deze verlenging eindigt van rechtswege vanaf ontvangst van [1 de integrale]1 betaling van de administratieve geldboete.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 33, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 24bis.
  <Opgeheven bij W 2018-06-03/01, art. 34, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 24ter.<Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 32; Inwerkingtreding : 18-05-2007> [2 ...]2 In het geval er, overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV, een administratief stadionverbod van twee jaar of meer wordt opgelegd, kan aan de overtreder een administratief verbod om het grondgebied te verlaten worden opgelegd voor een land waar een voetbalwedstrijd wordt gespeeld [2 waaraan een club van een Belgische nationale afdeling deelneemt,]2 waaraan de Belgische nationale ploeg deelneemt, of voor een Wereldkampioenschap of Europees kampioenschap voetbal, voor een duur die gelijk is aan deze van het administratief stadionverbod.
  Het administratief verbod het grondgebied te verlaten is van toepassing behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om naar dat land te reizen, blijkt.
  De ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, bepaalt voor welke club of clubs of voor welk kampioenschap het administratief verbod om het grondgebied te verlaten van toepassing is.
  De Koning bepaalt de criteria waarmee de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, moet rekening houden bij het bepalen van de club of clubs, of het kampioenschap, waarvoor [2 ...]2 een administratief verbod om het grondgebied te verlaten, wordt opgelegd.
  Dit administratief verbod het grondgebied te verlaten begint ten vroegste 48 uur vóór het begin van de wedstrijd of het tornooi te lopen tot maximum het einde van de wedstrijd of het tornooi.
  [2 De verplaatsing van de persoon tegen wie een verbod bestaat om het grondgebied te verlaten, kan worden vastgesteld door het bepalen van de identiteit van de betrokkene door de politiedienst van het land waarin de verplaatsing werd uitgevoerd of door elk ander bewijsmiddel dat toelaat de aanwezigheid in het buitenland te rapporteren.
   De vaststelling van de plaats of van de identiteit van de persoon door de buitenlandse politiedienst kan meegedeeld worden aan de Belgische politieambtenaar die een proces-verbaal zal opstellen met toepassing van dit artikel.
   Het niet-naleven van het administratief verbod om het grondgebied te verlaten wordt bij proces-verbaal vastgesteld door een politieambtenaar. Het origineel van dit proces-verbaal wordt overgezonden aan een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid.
   Overeenkomstig de procedure bepaald in titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 2, kan in geval van overtreding van dit artikel een administratieve geldboete van tweeduizend tot vijfduizend euro en een administratief stadionverbod van twee tot vijf jaar worden opgelegd.]2
  [2 ...]2
  ----------
  (1)<W 2016-07-21/04, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 30-07-2016>
  (2)<W 2018-06-03/01, art. 35, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 24quater. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 33; Inwerkingtreding : 18-05-2007> In geval van overtreding van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis, en 23ter kan een administratief stadionverbod voor een duur van drie maanden tot vijf jaar worden opgelegd aan de minderjarige boven de veertien jaar op het ogenblik van de feiten.

  TITEL IV. [1 - Het opleggen van officiële waarschuwingen en effectieve sancties.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 37, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  HOOFDSTUK I. - Vaststelling van de feiten.

  Art. 25.De feiten zoals gesanctioneerd (in de artikelen 18 en 24 tot 24quater) worden bij proces-verbaal vastgesteld door een politieambtenaar. De feiten zoals gesanctioneerd in artikel 18 kunnen ook bij proces-verbaal worden vastgesteld door een daartoe door de Koning aangewezen ambtenaar. <W 2007-04-25/38, art. 34, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  Het origineel van dit proces-verbaal wordt [1 binnen drie maanden te rekenen vanaf de vastelling van de feiten]1 (gestuurd aan een ambtenaar) bedoeld (in artikel 26, § 1 eerste lid). <W 2003-03-10/34, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003> <W 2007-04-25/38, art. 34, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  Voor de feiten bedoeld (in de artikelen 20 tot 23ter) wordt een afschrift van het proces-verbaal tezelfder tijd gestuurd aan de procureur des Konings. <W 2007-04-25/38, art. 34, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 36, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  HOOFDSTUK II. - Opleggen van sancties.

  Afdeling 1. [1 - Officiële waarschuwing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 38, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 25/1. [1 De politieambtenaar kan een officiële waarschuwing geven voor de feiten bedoeld in artikel 20 tot 23ter. Deze waarschuwing vermeldt welke feiten aan de betrokkene ten laste worden gelegd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 39, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Afdeling 2. [1 - Effectieve sancties.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-03/01, art. 40, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 26.(§ 1.) De administratieve sanctie wordt (opgelegd door een door de Koning aangewezen ambtenaar), met uitzondering van de ambtenaar die met toepassing van artikel 25 proces-verbaal heeft opgemaakt. <W 2003-03-10/34, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003> <W 2007-04-25/38, art. 35, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  (Wanneer een door de Koning aangewezen ambtenaar beslist) dat er reden is om de administratieve procedure aan te vatten, deelt hij de overtreder door middel van een ter post aangetekend brief mee : <W 2007-04-25/38, art. 35, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  1° de feiten waarvoor de procedure is opgestart;
  2° het feit dat de overtreder de gelegenheid heeft om binnen dertig dagen te rekenen van de datum van kennisgeving van de aangetekende brief, zijn verweermiddelen uiteen te zetten bij een ter post aangetekende brief, en dat hij (het recht heeft om bij die gelegenheid de in het eerste lid bedoelde ambtenaar expliciet om een mondelinge verdediging van zijn zaak te verzoeken); <W 2007-04-25/38, art. 35, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  3° het feit dat de overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan door een raadsman;
  4° het feit dat de overtreder het recht heeft zijn dossier te consulteren;
  5° een afschrift van het in artikel 25, eerste lid, bedoelde proces-verbaal, gevoegd als bijlage.
  (Een door de Koning aangewezen ambtenaar) bepaalt in voorkomend geval de dag waarop de betrokkene conform zijn verzoek krachtens het tweede lid, 2°, uitgenodigd wordt de mondelinge verdediging van zijn zaak voor te dragen. <W 2007-04-25/38, art. 35, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  (§ 2. Wanneer de administratieve procedure tegen een minderjarige overeenkomstig (artikel 24quater), wordt aangevat, wordt de in § 1, tweede lid, bedoelde aangetekende brief aan de minderjarige en aan zijn vader en moeder, zijn voogden of de personen die het gezag over hem uitoefenen, gestuurd. <W 2007-04-25/38, art. 35, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  De minderjarige wordt altijd gevraagd om zich mondeling te komen verdedigen.
  Een kopie van zijn verhoor wordt aan de minderjarige afgegeven, evenals aan zijn vader en moeder, zijn voogden of de personen die het gezag over hem uitoefenen wanneer deze tijdens het verhoor aanwezig waren.
  Indien de minderjarige geen advocaat heeft, wordt er hem één toegewezen.
  (Wanneer de feiten bij een in § 1, eerste lid, bedoelde ambtenaar aanhangig worden gemaakt) met toepassing van artikel 25, brengt hij onmiddellijk de stafhouder van de orde der advocaten op de hoogte. Het bericht wordt op hetzelfde tijdstip als de in het eerste lid bedoelde aangetekende brief, opgestuurd. <W 2007-04-25/38, art. 35, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  De stafhouder of het bureau voor juridische bijstand wijst ten laatste twee werkdagen na het bericht een advocaat aan. Die advocaat wordt belast met het begeleiden van de minderjarige tijdens heel de procedure. Een kopie van het bericht aan de stafhouder wordt bij het dossier van de procedure gevoegd.
  De stafhouder of het bureau voor juridische bijstand waakt erover dat indien er tegenstrijdigheid van belangen is, de betrokkene door een andere advocaat dan die op wie zijn vader en moeder, zijn voogden of de personen die het gezag over hem uitoefenen een beroep zouden hebben gedaan, wordt bijgestaan.) <W 2003-03-10/34, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003>
  (§ 3. De in het § 1, eerste lid, bedoelde ambtenaar kan een deel van de hem in de § 1, tweede en derde lid, en § 2, verleende bevoegdheden overdragen aan een ambtenaar van de [1 door de Koning aangewezen dienst]1 die minstens tot de klasse A1 behoort, met uitzondering van de ambtenaar die met toepassing van artikel 25 proces-verbaal heeft opgesteld.) <W 2004-12-27/30, art. 496, 003; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 41, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 27. Na afloop van de termijn bepaald (in artikel 26, § 1, tweede lid, 2°), of in voorkomend geval na de schriftelijke of mondelinge verdediging van de zaak door de overtreder of zijn raadsman, kan de ambtenaar bedoeld (in artikel 26, § 1 eerste lid), de overtreder een sanctie opleggen (op basis van de artikelen 18 of 24 tot 24quater). <W 2003-03-10/34, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003> <W 2007-04-25/38, art. 36, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>

  Art. 28. De beslissing tot het opleggen van een administratieve sanctie heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van een termijn van een maand, te rekenen vanaf de dag van kennisgeving, bedoeld in artikel 30.
  Het hoger beroep heeft schorsende kracht.

  Art. 29.[1 De beslissing tot het opleggen van een administratieve sanctie wordt met redenen omkleed. Zij vermeldt eveneens het bedrag van de administratieve geldboete, de duur van het administratief stadionverbod, de duur van het administratief perimeterverbod, en de duur van het administratief verbod het grondgebied te verlaten en de nadere regels van dit verbod, of één van die sancties alleen, en de bepalingen van artikel 24, § 3, van artikel 30, vierde lid, en van artikel 31.
   De administratieve sanctie staat in verhouding tot de ernst van de feiten die haar verantwoorden, en in verhouding tot de eventuele herhaling.
   De vaststelling van een overtreding of van meerdere samenlopende inbreuken op de verplichtingen opgelegd door of krachtens titel II, leidt hetzij tot een waarschuwing, hetzij tot een enkele administratieve geldboete die evenredig is aan de ernst van de feiten als geheel.
   De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op de artikelen 20 tot 23ter maakt het voorwerp uit van een enkele administratieve geldboete, een enkel administratief perimeterverbod en een enkel administratief verbod het grondgebied te verlaten, of van een van deze sancties, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.
   Indien de betrokken persoon reeds het voorwerp uitmaakt van een stadionverbod, een perimeterverbod of een verbod om het grondgebied te verlaten wanneer de administratieve beslissing uitvoerbare kracht verkrijgt, vangt het nieuwe stadionverbod, het perimeterverbod of het verbod om het grondgebied te verlaten aan de dag volgend op deze waarop het lopend verbod, een einde neemt.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 42, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  HOOFDSTUK III. - Kennisgeving van de beslissing.

  Art. 30.Van de beslissing wordt bij een ter post aangetekende brief kennis gegeven aan de overtreder en, bij schending (van de artikelen 20 tot 23ter), aan de procureur des Konings. <W 2007-04-25/38, art. 38, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  (Wanneer de beslissing genomen wordt overeenkomstig (artikel 24quater), wordt ze ook aan de vader en de moeder, de voogden of de personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, betekend.) <W 2003-03-10/34, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003> <W 2007-04-25/38, art. 38, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  (De beslissing wordt betekend uiterlijk binnen de tien werkdagen die volgen op het aflopen van de termijn bepaald in artikel 32.
  Naast de beslissing bevat de betekening in voorkomend geval een uitnodiging tot betaling van de administratieve geldboete opgelegd aan de overtreder binnen de termijn bepaald in artikel 28. [1 ...]1.) <W 2007-04-25/38, art. 38, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  [2 In geval van niet-betaling van de administratieve geldboete binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving van de beslissing, wordt de gedwongen terugvordering ervan geïnitieerd door de in artikel 26, § 1, eerste lid, bedoelde ambtenaar, behoudens beroep.]2
  ----------
  (1)<W 2011-04-14/06, art. 85, 005; Inwerkingtreding : 16-05-2011>
  (2)<W 2018-06-03/01, art. 43, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  HOOFDSTUK IV. - Hoger beroep. <W 2003-03-10/34, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003>

  Art. 31.(§ 1.) De overtreder die de beslissing van de (in artikel 26, § 1 eerste lid), bedoelde ambtenaar betwist, tekent op straffe van verval binnen een termijn van een maand vanaf de kennisgeving van de beslissing, bij wege van verzoekschrift, beroep aan bij de politierechtbank. <W 2003-03-10/34, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003>
  Tegen de beslissing van de politierechtbank staat geen hoger beroep open.
  Onverminderd de bepalingen in het eerste en tweede lid zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de politierechtbank en het buitengewoon hoger beroep.
  (§ 2. Indien de beslissing genomen wordt ten opzichte van een minderjarige die veertien jaar was op het ogenblik van de feiten, wordt het beroep bij de jeugdrechtbank ingediend.) <W 2003-03-10/34, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003>
  [1 Tegen de beslissing van de jeugdrechtbank kan geen hoger beroep worden ingesteld.
   Onverminderd de bepalingen van het eerste en tweede lid zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de jeugdrechtbank en op de buitengewone rechtsmiddelen.]1
  (§ 3. Wanneer in beroep een administratief stadionverbod wordt opgelegd, wordt het vonnis, op vraag van een door de Koning aangewezen ambtenaar bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, aan betrokkene betekend door een gerechtsdeurwaarder. Het stadionverbod gaat in op de dag volgend op de betekening. Indien de betrokken persoon op dat moment reeds het voorwerp uitmaakt van een stadionverbod, vangt het nieuwe stadionverbod aan de dag volgend op deze waarop het lopend stadionverbod een einde neemt.
  Wanneer in beroep enkel een administratieve geldboete wordt opgelegd, wordt het vonnis, op vraag van een door de Koning aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, aan betrokkene betekend door een gerechtsdeurwaarder, behoudens indien de geldboete werd betaald binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak.) <W 2007-04-25/38, art. 39, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 44, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  HOOFDSTUK V. - Verjaring van de administratieve vordering.

  Art. 32. De ambtenaar bedoeld (in artikel 26, § 1 eerste lid), kan geen administratieve sanctie opleggen na het verstrijken van een termijn van zes maanden, te rekenen van de dag waarop het feit werd gepleegd, de mogelijke beroepsprocedures niet inbegrepen. <W 2003-03-10/34, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003>

  HOOFDSTUK VI. - Uitzonderingsbepalingen.

  Art. 33. Dit hoofdstuk is van toepassing wanneer feiten, zoals gesanctioneerd in artikel 24 gepleegd worden door een overtreder die in België woonplaats noch hoofdverblijfplaats heeft.

  Art. 34. In geval van vaststelling van overtreding (van de artikelen 20 tot 23ter) kan, met instemming van de overtreder, onmiddellijk een som van (tweehonderdvijftig euro) geheven worden (door een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, of door een officier van gerechtelijke of van bestuurlijke politie, overeenkomstig de door de Koning bepaalde modaliteiten). <W 2007-04-25/38, art. 40, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  De beslissing tot het opleggen van de onmiddellijke heffing wordt (door een ambtenaar bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid) medegedeeld aan de procureur des Konings. <W 2007-04-25/38, art. 40, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  De Koning bepaalt de modaliteiten van heffing en indexatie van de som.
  De onmiddellijke betaling van de som doet de mogelijkheid vervallen de overtreder voor het betreffende feit een administratieve geldboete op te leggen.
  De betaling van de onmiddellijke heffing verhindert niet dat de procureur des Konings toepassing maakt van artikel 216bis of 216ter van het Wetboek van Strafvordering of de strafvervolging instelt. In geval van toepassing van artikel 216bis of 216ter van het Wetboek van Strafvordering wordt de onmiddellijk geheven som toegerekend op de door het openbaar ministerie vastgestelde som en wordt het eventuele overschot terugbetaald.
  In geval van veroordeling van de betrokkene wordt de onmiddellijk geheven som toegerekend op de aan de staat verschuldigde gerechtskosten en op de uitgesproken geldboete en wordt het eventuele overschot terugbetaald.
  In geval van vrijspraak wordt de onmiddellijk geheven som teruggegeven.
  In geval van voorwaardelijke veroordeling wordt de onmiddellijk geheven som teruggegeven na aftrek van de gerechtskosten.

  HOOFDSTUK VII. - Bijzondere bepalingen.

  Art. 35. De procureur des Konings beschikt over een termijn van een maand, te rekenen van de dag van ontvangst van het afschrift van het proces-verbaal bedoeld in artikel 25 om de ambtenaar bedoeld (in artikel 26, § 1 eerste lid), in te lichten dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd opgestart of een strafrechtelijke vervolging (of een vervolging in het kader van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming) werd ingesteld. Vóór het verstrijken van deze termijn kan de ambtenaar bedoeld in artikel 26, eerste lid, geen administratieve sanctie opleggen (op basis van de artikelen 24 tot 24quater), behoudens voorafgaande mededeling door de procureur des Konings dat deze geen gevolg aan het feit wenst te geven. <W 2003-03-10/34, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003> <W 2007-04-25/38, art. 41, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  De in het vorige lid vermelde mededeling door de procureur des Konings, doet de mogelijkheid vervallen voor de (in artikel 26, § 1 eerste lid), bedoelde ambtenaar om een administratieve sanctie op te leggen (op basis van de artikelen 24 tot 24quater). <W 2003-03-10/34, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003> <W 2007-04-25/38, art. 41, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>

  Art. 36. De mogelijkheid tot het instellen van de strafvordering (of een vervolging in het kader van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming) door de procureur des Konings voor feiten die sanctioneerbaar zijn op basis (van de artikelen 24 tot 24quater), maar die door de procureur des Konings worden gekwalificeerd als misdrijven, vervalt indien geen mededeling gebeurde in de zin van artikel 35, eerste lid, bij het verstrijken van de hiervoor bepaalde termijn van een maand. <W 2007-04-25/38, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>

  HOOFDSTUK VIII. - Verzachtende omstandigheden.

  Art. 37.[1 Indien er verzachtende omstandigheden zijn, kunnen de administratieve geldboetes, bepaald in artikel 18, worden verminderd tot beneden hun minimum, zonder dat zij lager kunnen zijn dan tweehonderdvijftig euro.
   Indien er verzachtende omstandigheden zijn, kunnen de in artikel 24 bepaalde administratieve geldboetes worden verminderd tot beneden het minimum, zonder dat ze lager kunnen zijn dan honderdvijfentwintig euro of tot een in artikel 24, § 2/1, bepaalde waarschuwing.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 45, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 37bis.[1 Indien er verzachtende omstandigheden zijn, kunnen de administratieve stadionverboden, bepaald in artikel 24, § 2, worden verminderd tot een waarschuwing zoals bepaald in artikel 24, § 2/1, of tot een administratief stadionverbod beneden het minimum zonder dat dit korter kan zijn dan drie maanden.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 46, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  TITEL V. - Misdrijven.

  HOOFDSTUK I. - Misdrijven betreffende de onrechtmatige verdeling van toegangsbewijzen.

  Art. 38.Wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maand tot drie jaar en een geldboete [1 van vijf tot vijfhonderd euro]1, of met een van deze straffen alleen, het verdelen [1 , verkopen of kopen]1 van een of meer geldige toegangsbewijzen voor een voetbalwedstrijd, hetzij in overtreding van het uitgiftesysteem ingesteld volgens de door of krachtens deze wet bepaalde toepassingsvoorwaarden, hetzij zonder uitdrukkelijke en voorafgaande toelating van de organisator, met de bedoeling hierdoor het verloop van een nationale of een internationale voetbalwedstrijd te verstoren of met een winstoogmerk [1 of het niet respecteren van de supportersscheiding zoals bepaald in artikel 10, § 1, 4°]1.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 47, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 39.De poging tot het misdrijf bepaald in artikel 38 is strafbaar met een gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en een geldboete [1 van vijf tot tweehonderdvijftig euro]1, of met een van die straffen alleen.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 48, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen.

  Art. 40. Ingeval van een veroordeling wegens overtreding van de artikelen 38 of 39 wordt de bijzondere verbeurdverklaring van de toegangsbewijzen voor een nationale of een internationale voetbalwedstrijd steeds uitgesproken, zelfs indien de toegangsbewijzen geen eigendom zijn van de veroordeelde.

  Art. 41.In geval van een veroordeling voor (een misdrijf, begaan omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd), kan door de rechter een gerechtelijk stadionverbod voor een duur van drie maanden tot tien jaar worden uitgesproken. <W 2007-04-25/38, art. 45, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  Het gerechtelijk stadionverbod kan [1 ...]1 een perimeterverbod of een verbod het grondgebied te verlaten impliceren op de wijze die door de rechter worden bepaald. <W 2007-04-25/38, art. 45, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 49, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 41bis.[1 Wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van vijfentwintig euro tot duizend euro, of met één van deze straffen alleen, elke persoon die, overeenkomstig artikel 24ter of 41, het voorwerp uitmaakt van een verbod om het grondgebied te verlaten en die minstens drie keer tijdens de periode van hetzelfde reisverbod dit niet heeft nageleefd.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 50, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 42. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de bij deze wet bepaalde misdrijven.

  TITEL VI. - Slot- en overgangsbepalingen.

  Art. 43.Kunnen worden medegedeeld aan een organisator en aan de lokale adviesraad van deze organisator, uitsluitend in het geval dat dit nodig is voor de uitoefening van hun verplichtingen : de bestuurlijke inlichtingen die de politiediensten inwinnen en de bestuurlijke documentatie die zij bijhouden met betrekking tot de gebeurtenissen of de groeperingen, die een concreet belang vertonen voor de uitoefening van hun opdrachten van bestuurlijke politie in het kader van de veiligheid bij voetbalwedstrijden, met uitsluiting van gepersonaliseerde gegevens.
  (In afwijking van het eerste lid, kunnen gepersonaliseerde gegevens door de politiediensten aan een [1 gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke]1 worden meegedeeld met het oog op het toepassen van de regeling van burgerrechtelijke uitsluiting zoals bepaald in [1 artikel 10, § 1, 2°]1.) <W 2007-04-25/38, art. 47, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  De organisator en de leden van de lokale adviesraad die deze inlichtingen en documentatie meedelen aan derden, worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het strafwetboek.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 51, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 43bis.<Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 48; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Teneinde het de organisatoren, overeenkomstig [1 artikel 10, § 1, 5°]1, mogelijk te maken te helpen toezien op de naleving van de stadionverboden, kunnen hun, via de [1 gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke]1, door de politiediensten foto's van de personen die het voorwerp uitmaken van een stadionverbod, worden meegedeeld. De identiteit van deze personen wordt duidelijk zichtbaar op deze foto's aangebracht. Deze foto's kunnen slechts worden bijgehouden gedurende de periode waarin het stadionverbod lopende is.
  De organisator, de [1 gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke]1 of de steward die deze inlichtingen en documentatie meedeelt aan derden, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 52, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 44.( (Bij vaststelling van een feit dat een administratieve sanctie oplevert in de zin van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis of 23ter), kan de verbaliserende politieambtenaar, officier van gerechtelijke of van bestuurlijke politie, na de overtreder gehoord te hebben, tenzij dit verhoor om veiligheidsredenen niet mogelijk is, beslissen onmiddellijk een stadionverbod als beveiligingsmaatregel op te leggen. Deze beslissing vervalt indien zij niet binnen veertien dagen wordt bevestigd door de ambtenaar bedoeld (in artikel 26, § 1 eerste lid).) <W 2003-03-10/34, art. 20, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003> <W 2007-04-25/38, art. 49, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  (Wanneer dit stadionverbod als beveiligingsmaatregel een minderjarige betreft, wordt de bevestiging van deze beslissing binnen de veertien dagen door de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid eveneens verzonden aan zijn vader en moeder, zijn voogden of de personen die het gezag over hem uitoefenen.) <W 2007-04-25/38, art. 49, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  (Bij vaststelling (van een misdrijf of een als misdrijf gekwalificeerd feit) stelt deze politieambtenaar,[1 ...]1 wanneer hij van oordeel is dat een stadionverbod als beveiligingsmaatregel dient te worden opgelegd, hiervan onmiddellijk de procureur des Konings in kennis. De procureur des Konings kan in dat geval een stadionverbod als beveiligingsmaatregel opleggen.) <W 2003-03-10/34, art. 20, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003> <W 2007-04-25/38, art. 49, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  De politieambtenaar stelt van dit alles proces-verbaal op en, bij vaststelling van een administratiefrechtelijk sanctioneerbaar feit, wordt vervolgens gehandeld overeenkomstig Titel IV.
  Het stadionverbod als beveiligingsmaatregel is slechts geldig voor een termijn van ten hoogste drie maanden te rekenen van de datum van de feiten, en houdt in elk geval op te bestaan indien een administratief of gerechtelijk stadionverbod wordt uitgesproken.
  De politieambtenaar deelt de betrokkene mee dat hij het voorwerp uitmaakt van een stadionverbod als beveiligingsmaatregel.
  De politieambtenaar vermeldt bovendien in zijn proces-verbaal tot vaststelling van de feiten :
  1° het feit dat de betrokkene gehoord werd, of niet gehoord kon worden, met opgave van de redenen waarom;
  2° het feit dat aan de betrokkene werd medegedeeld dat hem een stadionverbod als beveiligingsmaatregel is opgelegd;
  3° in voorkomend geval, de (in het derde lid) bedoelde beslissing van de procureur des Konings. <W 2007-04-25/38, art. 49, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 53, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 45.Elke beslissing waarbij een administratief of gerechtelijk stadionverbod of een stadionverbod als beveiligingsmaatregel wordt opgelegd, wordt medegedeeld aan een door de Koning aangewezen ambtenaar, volgens de modaliteiten bepaald door de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken.
  De ambtenaar kan, ter controle van de naleving van het opgelegde stadionverbod (en de naleving van de minimumvoorwaarden waaraan de kandidaat-stewards en de stewards moeten voldoen), uitsluitend die gegevens mededelen aan de overkoepelende sportbond of aan de organisator, die noodzakelijk zijn voor en beperkt zijn tot de identificatie van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een dergelijk stadionverbod. De Koning bepaalt, na advies van de [1 Gegevensbeschermingsautoriteit]1, de nadere regels daarvoor. <W 2003-03-10/34, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 10-04-2003>
  (Teneinde de controle op de naleving van het opgelegde stadionverbod te controleren, wordt, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten, na advies van de [1 Gegevensbeschermingsautoriteit]1, een centraal bestand van foto's aangelegd van personen die het voorwerp uitmaken van een stadionverbod. De persoon die het voorwerp uitmaakt van dergelijk stadionverbod wordt door een politieambtenaar uitgenodigd zich te melden op een politiekantoor om zich te laten fotograferen.
  De politiediensten zenden deze foto, of enige andere foto van betrokkene waarover de politie beschikt, aan de [1 gemandateerde veiligheidsverantwoordelijken]1, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten, na advies van de [1 Gegevensbeschermingsautoriteit]1.) <W 2007-04-25/38, art. 50, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 54, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 45bis.<ingevoegd bij W 2003-03-10/34, art. 22; Inwerkingtreding : 10-04-2003> De ambtenaar bedoeld in artikel 45 kan aan de overheden van elke Staat waarmee België daartoe een overeenkomst heeft afgesloten, die gegevens mededelen die noodzakelijk zijn voor de identificatie van personen aan wie in België een administratieve sanctie is opgelegd, of een administratief of gerechtelijk stadionverbod dan wel een stadionverbod als beveiligingsmaatregel, of van wie onmiddellijk een geldsom is geïnd. Ook de gegevens met betrekking tot de aard en de duur van de sanctie en met betrekking tot de feiten die aan de veroordeling ten grondslag hebben gelegen, kunnen worden medegedeeld.
  Wanneer de overeenkomst bedoeld in het eerste lid, wordt afgesloten met een Staat die niet behoort tot de Europese Unie, moet deze overeenkomst onderworpen worden aan het voorafgaand advies van de [1 Gegevensbeschermingsautoriteit]1.
  ----------
  (1)<W 2018-06-03/01, art. 55, 008; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 46. (opgeheven) <W 2007-04-25/38, art. 51, 004; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 21 december 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
L. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 03-06-2018 GEPUBL. OP 18-06-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 6; 7; 8; 9; 10; 10bis; 10ter; 10quater; 10quinquies; 10sexies; 10septies; 10octies; 10novies; 10decies; 11; 12; 12/1; 12/2; 13; 14; 15; 18; 19; 21; 21bis; 23bis; 23ter; 24; 24bis; 24ter; 25; 25/1; 26-29; 26; 29; 30; 31; 37; 37bis; 38; 39; 41; 41bis; 43; 43bis; 44; 45; 45bis)
  • originele versie
  • WET VAN 21-07-2016 GEPUBL. OP 29-07-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 19; 24ter)
  • originele versie
  • WET VAN 27-06-2016 GEPUBL. OP 26-07-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 19; 24ter)
  • originele versie
  • WET VAN 14-04-2011 GEPUBL. OP 06-05-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 30)
  • originele versie
  • WET VAN 25-04-2007 GEPUBL. OP 08-05-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 8BIS; 10; 10BIS; 12; 13; 15; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 18; 19; 20; 20BIS; 21; 21BIS; 21TE)
    (GEWIJZIGDE ART. : 22; 23; 23BIS; 23TER; 24; 24BIS; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 24TER; 24QUAT; 25; 26; 27; 29; 30; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 31; 34; 35; 36; 37; 37BIS; 41; 41BI)
    (GEWIJZIGDE ART. : 43; 43BIS; 44; 45; 46)
  • originele versie
  • WET VAN 27-12-2004 GEPUBL. OP 31-12-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 26)
  • originele versie
  • WET VAN 10-03-2003 GEPUBL. OP 31-03-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 7; 12; 19; 20BIS; 21; 22; 23BI)
    (GEWIJZIGDE ART. : 23TER; 24; 25; 26; 29; 30; 31; 34; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 41; 44; 45; 45BIS; 27; 32; 35)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Parlementaire verwijzingen : Gewone zitting 1997-1998. Kamer van volksvertegenwoordigers Parlementaire stukken. - Wetsontwerp, nr. 1572/1. - Amendementen, nrs. 1572/2 tot 1572/4. - Verslag, nr. 1572/5. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 1572/6. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 1572/7. Parlementaire handelingen. - Handelingen van de Kamer : 8 juli 1998. Senaat Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1-1060/1. - Amendementen, nrs. 1-1060/2. - Verslag, nr. 1-1060/3. - Verbeterde tekst, nr. 1-1060/4. - Beslissing om niet te amenderen, nr. 1-1060/5. Parlementaire handelingen. - Handelingen van de Senaat : 3 december 1998.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 200 uitvoeringbesluiten 7 gearchiveerde versies
    Franstalige versie