J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2021/02/02/2021040415/justel

Titel
2 FEBRUARI 2021. - Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 11-02-2021 nummer :   2021040415 bladzijde : 12984       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2021-02-02/06
Inwerkingtreding : 21-02-2021
Opheffing : 30-06-2021

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2018040258        2018014975        2019040805        1989011371        2013A11134       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
Afdeling 1. - Wijzigingen van boek IV van het Wetboek van economisch recht
Art. 2-8
Afdeling 2. - Wijzigingen van boek VII van het Wetboek van economisch recht
Art. 9-12
Afdeling 3. - Wijzigingen van boek XV van het Wetboek van economisch recht
Art. 13
Afdeling 4. - Wijzigingen van boek XVII van het Wetboek van economisch recht
Art. 14-17
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen
Art. 18-22
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens
Art. 23
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 6 december 2018 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie
Art. 24
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur
Art. 25-31
HOOFDSTUK 7. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 31 juli 2020 tot wijziging van de boeken I en IV van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid
Art. 32
HOOFDSTUK 8. - Overgangsbepaling
Art. 33
HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding
Art. 34-35

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
  Deze wet voorziet gedeeltelijk in de omzetting van richtlijn 2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van richtlijn 2007/64/EG.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht

  Afdeling 1. - Wijzigingen van boek IV van het Wetboek van economisch recht

  Art. 2. In artikel IV.24, § 2, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "artikel IV.17, § 2" vervangen door de woorden "artikel IV.17, § 3".

  Art. 3. In artikel IV.66, § 3, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "voor het Mededingingscollege" opgeheven.

  Art. 4. Artikel IV.80 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt vervangen als volgt :
  "Art. IV.80. § 1. Het Mededingingscollege kan de bij artikel IV.79, § 1, eerste lid, bedoelde geldboeten en dwangsommen opleggen in geval van inbreuk op artikel IV.10, § 4, en wegens niet-naleving van de beslissingen bedoeld in artikel IV.52, § 1, 8°.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, kan de geldboete wegens niet-naleving van een beslissing die betrekking heeft op misbruik van economische afhankelijkheid in de zin van artikel IV.2/1, niet meer bedragen dan 2 % van de omzet van de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging en beloopt de dwangsom tot 2 % van de gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen vanaf de dag bepaald door het Mededingingscollege.".

  Art. 5. In artikel IV.84, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden ", IV.80, § 2," ingevoegd tussen de woorden "artikel IV.79" en de woorden "en IV.82".

  Art. 6. In artikel IV.90 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "artikel IV.26, § 2, 13° " vervangen door de woorden "artikel IV.26, § 3, 13° ";
  2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "of door het Mededingingscollege opgelegde voorwaarden en verplichtingen inzake concentraties" ingevoegd tussen het woord "concentraties" en de woorden ", en in".

  Art. 7. In artikel IV.92, § 3, 6°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de Franse tekst, wordt het woord "plaignant" telkens vervangen door het woord "demandeur";
  2° het woord "zetel," wordt ingevoegd tussen het woord "geen" en het woord "inrichting".

  Art. 8. In artikel VII.3, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2018 en 27 mei 2020, wordt de bepaling onder 6° bis vervangen als volgt :
  "6° bis. de tijdelijke contracten middels dewelke de kredietgevers inzake consumentenkrediet gemachtigd zijn, tijdens de periode van 1 februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen toe te staan voor een maximale termijn van 3 maanden, met uitzondering van artikel VII.107, en de artikelen VII.148 tot VII.154, evenals hun uitvoeringsbesluiten.
  De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni 2021.
  Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede de verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten die werden afgesloten na 1 mei 2020.
  De volgende nadere regels zijn van toepassing:
  1° om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
  - de kredietnemer vraagt zelf een uitstel van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet;
  - er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer dan één maand op 1 januari 2021;
  - de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de naam van één van de andere personen werd aangegaan.
  - de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van het betrokken krediet bedraagt minstens 50 euro per maand.
  2° wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn vervuld, dient de betrokken kredietgever:
  - overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet.
  De kredietlooptijd wordt verlengd ten belope van de periode van uitstel.
  De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel.
  - de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31 maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten verschuldigd.
  3° indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een verklaring op eer door de kredietnemer.
  4° de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of verlenging van de nulstellingstermijn wordt niet beschouwd als een nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14 september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en nulstellingstermijn.
  De wijzigingen van de kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe einddatum van het krediet, dienen geregistreerd te worden in de Centrale voor Kredieten aan Particulieren.
  5° de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud.
  6° er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale uitvoering van het contract, berekend over de periode van het uitstel.
  7° de kredietgever zal de mogelijkheid tot betalingsuitstel onder de voornoemde voorwaarden kenbaar maken op zijn website.
  8° de bepalingen van artikel VII.133 zijn niet overeenkomstig van toepassing."

  Afdeling 2. - Wijzigingen van boek VII van het Wetboek van economisch recht

  Art. 9. In boek VII, titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 19 juli 2018, wordt een artikel VII.11/1 ingevoegd luidende :
  "Art. VII.11/1. Betalingsdienstaanbieders zorgen ervoor dat de elektronische brochure van de Europese Commissie "Uw rechten bij het doen van betalingen in Europa" gemakkelijk en kosteloos geraadpleegd kan worden :
  - op de websites van de betalingsdienstaanbieders, indien zij daarover beschikken, en
  - op papier in de bijkantoren en bij de agenten van de betalingsdienstaanbieders en bij de entiteiten waaraan zij hun activiteiten uitbesteden.
  Ten aanzien van personen met een beperking worden de bepalingen van dit artikel aan de hand van gepaste alternatieve middelen toegepast, zodat de informatie in een toegankelijk formaat beschikbaar kan worden gesteld.".

  Art. 10. In dezelfde titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, wordt een artikel VII.11/2 ingevoegd luidende :
  "Art. VII.11/2. Betalingsinstellingen zorgen ervoor dat agenten of bijkantoren die voor hun rekening handelen, de betalingsdienstgebruikers daarvan in kennis stellen.".

  Art. 11. Artikel VII.55/10, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 2018 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Indien het incident, bedoeld in artikel 53, § 2, van de wet van 11 maart 2018, gevolgen heeft of kan hebben voor de financiële belangen van zijn betalingsdienstgebruikers, stelt de betalingsdienstaanbieder zijn betalingsdienstgebruikers onverwijld van het incident in kennis en deelt hij hen mee welke maatregelen zij kunnen treffen om de mogelijke schadelijke gevolgen van het incident te beperken.".

  Art. 12. Artikel VII.145/2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 mei 2020, wordt vervangen als volgt :
  "VII.145/2. Voor de hypothecaire kredieten met roerende bestemming, zijn de kredietgevers gemachtigd om, tijdens de periode tussen 1 februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel te verlenen van terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede van de verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen voor een maximale termijn van 3 maanden.
  De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni 2021.
  Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten die werden afgesloten na 1 mei 2020.
  De volgende nadere regels zijn van toepassing :
  1° om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
  - de kredietnemer vraagt zelf uitstel van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet;
  - er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer dan één maand op 1 januari 2021;
  - de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de naam van één van de andere personen werd aangegaan.
  - de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van de betrokken lening of verkoop op afbetaling bedraagt minstens 50 euro per maand.
  2° wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn vervuld, dient de betrokken kredietgever:
  - overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet.
  De kredietlooptijd wordt verlengd met de periode van uitstel.
  De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel.
  - de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31 maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten verschuldigd.
  3° indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een verklaring op eer door de kredietnemer.
  4° de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of verlenging van de nulstellingstermijn worden niet beschouwd als een nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14 september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en nulstellingstermijn.
  Deze tijdelijke opschorting en de wijzigingen van de kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe einddatum van het krediet, dienen te worden geregistreerd in de Centrale voor Kredieten aan Particulieren.
  5° de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud.
  6° er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale uitvoering van het contract, berekend over de periode van het uitstel.
  7° de kredietgever zal de mogelijkheid tot betalingsuitstel onder de voornoemde voorwaarden kenbaar maken via zijn website.
  8° de bepalingen van artikel VII.133 zijn niet overeenkomstig van toepassing."

  Afdeling 3. - Wijzigingen van boek XV van het Wetboek van economisch recht

  Art. 13. In artikel XV.89, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, vervangen bij de wet van 19 juli 2018, en gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) een bepaling onder 4° /1 wordt ingevoegd, luidende :
  "4° /1 van artikel VII.11/1 betreffende de informatieverplichting van de Europese documentatie;";
  b) een bepaling onder 4° /2 wordt ingevoegd, luidende :
  "4° /2 van artikel VII.11/2 betreffende de informatieverplichting van de agenten of bijkantoren die handelen voor rekening van de betalingsinstellingen;";
  c) een bepaling onder 22° /1 wordt ingevoegd, luidende :
  "22° /1 van artikel 55/10, tweede lid, betreffende de informatieverplichting van de betalingsdienstaanbieder aangaande de gevolgen van de incidenten;".

  Afdeling 4. - Wijzigingen van boek XVII van het Wetboek van economisch recht

  Art. 14. In artikel XVII.43, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken van de beroepstermijn, de ontvankelijkheidsbeslissing onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit bericht binnen de tien dagen.".

  Art. 15. In artikel XVII.50 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken van de beroepstermijn, de homologatiebeschikking van het akkoord tot collectief herstel, samen met de tekst van dit akkoord, onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de referentie van die beschikking vermeldt en de link naar de pagina van de website waar de integrale tekst van de beschikking en het akkoord wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit bericht binnen de tien dagen.".

  Art. 16. In artikel XVII.55 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken van de beroepstermijn, de beslissing van de rechter over de grond, onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit bericht binnen de tien dagen.".

  Art. 17. In artikel XVII.62 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken van de beroepstermijn, de beslissing bedoeld in artikel XVII. 61, § 2, onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit bericht binnen de tien dagen.".

  HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen

  Art. 18. In artikel 2bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Blijven onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § 1, de motorrijtuigen die voor andere doeleinden bestemd zijn dan het zich enkel verplaatsen evenals de bromfietsen van klasse A zoals gedefinieerd in artikel 2, 2.17, 1), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.".

  Art. 19. Artikel 7, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden verzekeraars kunnen worden vrijgesteld van de verplichting om het internationaal verzekeringsbewijs aan de verzekeringnemer af te geven.".

  Art. 20. In artikel 19bis-6, § 1, van dezelfde wet, wordt de bepaling onder 2° ) vervangen als volgt :
  "2° ) de nummers van de verzekeringspolissen waardoor het gebruik van de voertuigen bedoeld in 1° ) wordt gedekt voor de risico's vermeld in tak 10 van bijlage I van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, uitgezonderd de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de vervoerder, de datum waarop de dekking is geëindigd en de datum waarop de waarborg is geschorst;".

  Art. 21. In artikel 19bis-8 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "kan bij het Fonds de hierna volgende inlichtingen betreffende de bij het ongeval betrokken motorrijtuigen bekomen" vervangen door de woorden "kan een toegang hebben tot het register, bedoeld in artikel 16bis-6 om de hierna volgende inlichtingen betreffende ieder bij het ongeval betrokken motorrijtuig te verkrijgen";
  2° de huidige tekst van paragraaf 2 vormt de paragraaf 1, tweede lid;
  3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 1° ) vervangen als volgt:
  "1° ) het verzoek betrekking heeft op een motorrijtuig dat gewoonlijk gestald is op het grondgebied van een Staat van de Europese Economische Ruimte."
  4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 2° ) vervangen als volgt :
  "2° ) het ongeval zich heeft voorgedaan op het grondgebied van een Staat van de Europese Economische Ruimte of van een derde Staat waarvan het nationaal bureau van verzekeraars bij het internationaal systeem aangesloten is waarvan het Bureau bedoeld in artikel 19bis-1 lid is.";
  5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. Met het oog op de strijd tegen niet-verzekering, beschikken de bevoegde leden van de politiediensten, bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, over elektronische toegang tot het register bedoeld in artikel 19bis-6. De raadpleging is beperkt tot de controle van de verzekeringssituatie van een bepaald voertuig.
  Voor het uitvoeren van preventie-, controle- en onderzoeksmissies, hebben toegang tot het register bedoeld in artikel 19bis-6 in het kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten :
  1° de leden van de politiediensten bedoeld in artikel 593 van het Wetboek van strafvordering belast met de uitvoering van opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;
  2° de personeelsleden van het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten en van zijn Dienst Enquêtes, bedoeld in artikel 593 van het wetboek van strafvordering;
  3° de personeelsleden van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en van zijn Dienst Enquêtes, bedoeld in artikel 593 van het wetboek van strafvordering;
  4° de leden en personeelsleden van het Controleorgaan op de politionele informatie en van zijn Dienst Onderzoeken, bedoeld in artikel 593 van het wetboek van strafvordering;
  5° de personeelsleden van de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie, bedoeld in artikel 593 van het wetboek van strafvordering;
  6° de magistraten van de zetel van alle strafgerechten en de magistraten van de politierechtbanken, de assessoren bij de strafuitvoeringsrechtbank en de griffies, het openbaar ministerie en de parketsecretariaten, de probatiecommissie en haar secretariaat, die een kennisbehoefte hebben en die nominatief en voorafgaandelijk door de hiërarchisch bevoegde autoriteit worden aangewezen;
  7° de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bedoeld in artikel 593 van het Wetboek van strafvordering.
  Voor de behoeften in verband met de wettelijke opdrachten van de personen bedoeld in het tweede lid, bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de relevante gegevens waartoe toegang wordt verleend.".

  Art. 22. Artikel 23 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Het eerste lid is niet van toepassing indien de voorwaarden die de Koning bepaalt, ter uitvoering van artikel 7, § 1, tweede lid, zijn vervuld.".

  HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens

  Art. 23. In artikel 19 van de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens, wordt paragraaf 2, vernietigd bij arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 47/2019 van 19 maart 2019, vervangen als volgt :
  " § 2. Aan de mandaten van de bestuurder van de proefbank, de voorzitter, de ondervoorzitter en de wapenmeesters van de bestuurscommissie die bij de inwerkingtreding van deze wet in functie zijn, wordt van rechtswege een einde gesteld.
  Zij oefenen hun mandaat verder uit tot er is voorzien in hun vervanging.
  De Koning stelt de in functie zijnde directeur van de proefbank weder tewerk uiterlijk op het moment van de benoeming van zijn vervanger, met behoud van de weddeschaal die op hem van toepassing is op de datum van inwerkingtreding van deze wet.".

  HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 6 december 2018 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie

  Art. 24. In artikel 57, tweede lid, van de wet van 6 december 2018 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie, worden de woorden "twee jaar" vervangen door de woorden "drie jaar".

  HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur

  Art. 25. In artikel 11, § 2, eerste lid, van de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur, worden de woorden "van het toelatingsexamen en" ingevoegd tussen de woorden "zijn vrijgesteld" en de woorden "van de stage.".

  Art. 26. Artikel 14, enig lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De persoon die vrijgesteld is van de stage legt een bekwaamheidsexamen af volgens de nadere regels bepaald door de Koning.".

  Art. 27. Artikelen 21 en 22 van dezelfde wet worden telkens aangevuld met een lid, luidende :
  "De Koning bepaalt de nadere regels van het bekwaamheidsexamen bedoeld in het tweede en derde lid.".

  Art. 28. In artikel 54, § 1, tweede lid, laatste zin, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "en die niet ingeschreven zijn in het openbaar register met de hoedanigheid van (intern) gecertificeerd accountant of van (intern) gecertificeerd belastingadviseur" ingevoegd tussen de woorden "en Fiscalisten" en de woorden "mag het bedrag".

  Art. 29. In artikel 80 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid, worden de woorden "mogen enkel" vervangen door de woorden "kunnen niet";
  2° in het derde lid, worden de woorden "uit te brengen" vervangen door de woorden "uitgebracht te hebben".

  Art. 30. In artikel 122 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende :
  "Het mandaat van de leden van de tuchtorganen en van de rechtskundig assessor bij het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten wordt verlengd tot de datum waarop de dossiers die hangende zijn bij die organen afgehandeld zijn. De dossiers in onderzoek die niet aanhangig zijn gemaakt bij een tuchtorgaan, worden overgemaakt aan de rechtskundig assessor bedoeld in artikel 90.";
  2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende :
  " § 2. De op de datum van inwerkingtreding van deze wet bij het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten hangende dossiers met betrekking tot het toezicht als bedoeld in de artikelen 28, §§ 1 en 2, en artikel 29, § 2, van de wet van 22 april 1999 worden overgemaakt aan en behandeld door het Instituut opgericht bij deze wet volgens de procedures en de nadere regels bepaald in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  De kwaliteitstoetsing en de opvolging ervan verricht onder het toezicht van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten en zijn organen als bedoeld in artikel 28, § 3, van de wet van 22 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten, worden na de datum van inwerkingtreding van deze wet voortgezet onder het toezicht van het Instituut opgericht bij deze wet en zijn organen.
  § 3. De dossiers met betrekking tot het toezicht als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet van 22 april 1999 die het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten nog niet heeft afgesloten op de datum van inwerkingtreding van deze wet, worden overgemaakt aan en behandeld door het Instituut opgericht bij deze wet volgens de procedures en de nadere regels bepaald in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  De toezichtdossiers bij het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten op de naleving van de bepalingen van boek II van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, van de besluiten en reglementen genomen tot uitvoering ervan, van de uitvoeringsmaatregelen van richtlijn 2015/849, van de Europese verordening betreffende geldovermakingen zoals bepaald in artikel 4, 5°, van de wet van 18 september 2017 en de waakzaamheidsplichten voorzien door de bindende bepalingen betreffende financiële embargo's worden na de datum van inwerkingtreding van deze wet voortgezet onder het toezicht van het Instituut opgericht bij deze wet, en zijn organen. De Raad van dit Instituut kan administratieve sancties uitspreken als bedoeld in artikel 116 van deze wet.".

  Art. 31. In artikel 124 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "De stagiair accountant of de stagiair belastingconsulent die op de datum van inwerkingtreding van deze wet, stage loopt onder het toezicht van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten, als voorzien in titel III, hoofdstuk 2, van de wet van 22 april 1999, zet met behoud van al zijn behaalde resultaten en vrijstellingen, de stage voort onder het toezicht van het Instituut, opgericht bij deze wet, volgens de procedures en de nadere regels bepaald in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. De lopende stageovereenkomsten goedgekeurd met toepassing van het artikel 25, 3°, van de wet van 22 april 1999 blijven na de inwerkingtreding van deze wet geldig.
  Met betrekking tot het toelatingsexamen voor de stage van gecertificeerd accountant of van gecertificeerd belastingadviseur als bedoeld in artikel 10, § 1, 6°, van deze wet, behouden de personen die vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet het toelatingsexamen als bedoeld in artikel 19, § 1, 4°, van de wet van 22 april 1999 hebben afgelegd of bepaalde onderdelen van dat toelatingsexamen, de behaalde resultaten en vrijstellingen van dat toelatingsexamen of de desbetreffende opleidingsonderdelen ervan.";
  2° in paragraaf 2 wordt de eerste zin aangevuld met de woorden ", onder voorbehoud van de regels bepaald in paragrafen 3 tot 5";
  3° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 3 tot 5, luidende :
  " § 3. De Stagecommissie, opgericht bij artikel 17 van het koninklijk besluit van 27 september 2015 betreffende het programma, de voorwaarden en de examenjury voor het praktisch bekwaamheidsexamen van de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten, zet de opdrachten met betrekking tot de stage van de boekhouders en van boekhouders-fiscalisten voort, die haar bij of krachtens de wet van 22 april 1999 werden toevertrouwd. Het mandaat van haar leden wordt verlengd tot de datum waarop de stage van alle personen bedoeld in paragraaf 2 beëindigd is.
  § 4. De uitvoerende kamers en kamers van beroep, bedoeld in artikel 45/1, § 2, van de wet van 22 april 1999, zetten de taken met betrekking tot de stage van de boekhouders en van de boekhouders-fiscalisten voort die hen zijn toevertrouwd door het koninklijk besluit van 27 september 2015 betreffende het programma, de voorwaarden en de examenjury voor het praktisch bekwaamheidsexamen van de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten, en door het stagereglement van 10 april 2015 van het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten. Het mandaat van de leden van die organen en van de rechtskundig assessor wordt verlengd tot de datum waarop de stage van alle personen bedoeld in artikel 124, § 2, beëindigd is.
  Wanneer echter een stagiair-boekhouder of een stagiair boekhouder-fiscalist naar tucht wordt verwezen, is artikel 122 van toepassing
  § 5. De Raad, die de in artikel 72 bedoelde bevoegdheden uitoefent, neemt alle taken over met betrekking tot de stage van de boekhouders en van de boekhouders-fiscalisten die tot de bevoegdheid behoorden van de Nationale Raad van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten.".

  HOOFDSTUK 7. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 31 juli 2020 tot wijziging van de boeken I en IV van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid

  Art. 32. Het koninklijk besluit van 31 juli 2020 tot wijziging van de boeken I en IV van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid wordt bekrachtigd met ingang van de datum van inwerkingtreding ervan.

  HOOFDSTUK 8. - Overgangsbepaling

  Art. 33. Artikel IV.90, § 2, derde lid, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, en zoals het gold op 12 mei 2019, blijft van toepassing op de opheffings- of wijzigingsverzoeken van voorwaarden en verplichtingen verbonden aan concentraties die werden ingediend vóór de inwerkingtreding van deze wet.

  HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding

  Art. 34. De artikelen 8 en 12 hebben uitwerking met ingang van 1 februari 2021 en treden buiten werking op 30 juni 2021.

  Art. 35. Artikel 24 heeft uitwerking met ingang van 27 december 2020.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 2 februari 2021.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
P.-Y. DERMAGNE
De Minister van Justitie en Noorzee,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Middenstand en K.M.O.'s,
D. CLARINVAL
De Staatssecretaris voor Consumentenbescherming,
E. DE BLEEKER
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
V. VAN QUICKENBORNE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers : (www.dekamer.be) Stukken : 55-1515 (2019/2020) Integraal Verslag : 28 januari 2021.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie