J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/11/08/2020043563/justel

Titel
8 NOVEMBER 2020. - Koninklijk besluit tot uitvoering van uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen

Bron :
MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 18-11-2020 nummer :   2020043563 bladzijde : 81343       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-11-08/02
Inwerkingtreding : 31-12-2020

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2016014116        2016014383        2001014030       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-3
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen van toepassing op UAS-vluchtuitvoeringen in alle categorieën
Art. 4-6
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen van toepassing op UAS- vluchtuitvoeringen in de categorie "open"
Art. 7-12
HOOFDSTUK 4. - Bepalingen van toepassing op UAS- vluchtuitvoeringen in de categorie "specifiek"
Art. 13-17
HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepalingen
Afdeling 1. - Overgang van het Belgische systeem naar het Europese systeem
Art. 18-20
Afdeling 2. - Overgangsperiode bepaald in artikel 22 van verordening (EU) 2019/947 die de "beperkte open categorie" heet
Art. 21
HOOFDSTUK 6. - Diverse en slotbepalingen
Art. 22-27

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit gelden de definities van verordening (EU) 2018/11391 en van verordening (EU) 2019/947.
  Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° verordening (EU) 2019/947: de uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen;
  2° DGLV : het Directoraat-generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
  3° directeur-generaal : de directeur-generaal van het DGLV of zijn gemachtigde;
  4° minister : de minister bevoegd voor de luchtvaart;
  5° verordening (EU) 2016/679 : verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.

  Art. 2. Voor de tenuitvoerlegging van verordening (EU) 2019/947 wordt rekening gehouden met de aanvaardbare nalevingswijzen (AMC) zoals vastgesteld en gepubliceerd door het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA).

  Art. 3. Het DGLV wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit zoals bedoeld in artikel 17 van verordening (EU) 2019/947.

  HOOFDSTUK 2. - Bepalingen van toepassing op UAS-vluchtuitvoeringen in alle categorieën

  Art. 4. § 1. De aanvraag tot registratie van een UAS-exploitant zoals bedoeld in artikel 14, lid 6 van verordening (EU) 2019/947 wordt aan het DGLV gericht.
  De directeur-generaal bepaalt het formaat van het unieke registratienummer voor UAS-exploitanten.
  § 2. De aanvraag tot registratie van een UAS zoals bedoeld in artikel 14, lid 7 van verordening (EU) 2019/947 wordt aan het DGLV gericht.
  Een uniek registratienummer wordt toegekend aan elke UAS geregistreerd in toepassing van het eerste lid. Dit bestaat uit het kenmerk van de Belgische nationaliteit, namelijk de letters OO, gevolgd door het inschrijvingskenmerk dat bestaat uit een groep van ten minste vier tekens bestaande uit letters, cijfers of een combinatie van letters en cijfers.
  Het nationaliteitskenmerk wordt door een horizontale lijn van het inschrijvingskenmerk gescheiden.
  § 3. Binnen het DGLV wordt een register opgemaakt met het oog op de in de paragraaf 1 bedoelde registratie en wordt een register opgemaakt voor de in de paragraaf 2 bedoelde registratie.
  De gegevens in deze registers, zoals opgesomd in artikel 14, leden 2 en 3 van verordening (EU) 2019/947, kunnen worden gebruikt voor de volgende doeleinden :
  1° het toezicht en de controle op de veiligheid van de luchtvaart en de naleving van de voorwaarden om toegang te krijgen tot de in toepassing van artikel 5 vastgestelde geografische UAS-zones mogelijk maken;
  2° de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de sanctionering van inbreuken op verordening (EU) 2019/947 en dit besluit mogelijk maken;
  3° de samenwerking met de Europese bevoegde autoriteiten en het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart zoals voorzien in de Europese verordeningen terzake;
  4° de rechtstreekse tussenkomst voor de bescherming tegen en het voorkomen van gevaren voor de openbare veiligheid mogelijk maken;
  5° het opmaken van statistieken op basis van geanonimiseerde gegevens mogelijk maken.
  § 4. Voor zover deze onontbeerlijk zijn voor de uitoefening van de door of krachtens de wet opgedragen taken kunnen de gegevens in de registers worden ter beschikking gesteld aan:
  1° de politiediensten bedoeld in de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;
  2° skeyes;
  3° het Ministerie van Landsverdediging;
  4° de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
  5° de Federale Overheidsdienst Justitie.
  Behoudens voor de politiediensten vermeld onder 1° kunnen de gegevens uit de registers enkel ter beschikking worden gesteld voor één van de in paragraaf 3 bedoelde doeleinden.
  § 5. Het DGLV is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de verordening (EU) 2016/679.
  § 6. Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van verordening (EU) 2016/679, worden de persoonsgegevens in de registers bedoeld in paragraaf 3, niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn die één jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren en, in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de administratieve en rechterlijke procedures en rechtsmiddelen en de integrale betaling van alle hiermee verbonden bedragen niet mag overschrijden.

  Art. 5. § 1. De minister of zijn gemachtigde stelt op eigen initiatief of overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 2 en volgende de geografische UAS- zones vast zoals bedoeld in artikel 15 van verordening (EU) 2019/947 .
  § 2. Elke overheidsinstantie of iedere rechtspersoon die zich op een belang kan beroepen voor de afbakening van een geografische UAS-zone kan een aanvraag bij het DGLV indienen.
  Deze aanvraag bevat minstens :
  1° een formulier met alle gegevens die nodig zijn voor de afbakening van deze geografische UAS-zone en, in het bijzonder, een beschrijving van het te beschermen belang, de redenen waarom het moet worden beschermd (veiligheid, beveiliging, inachtneming van de privacy of milieubescherming), de voorgestelde voorwaarden om toegang tot de zone te krijgen (periodiciteit, beperking tot bepaalde UAS uitgerust met bijzondere functies, voorafgaande melding, voorafgaande vluchtvergunning van de beheerder van de zone...), wat de geografische coördinaten (3D) van de te beschermen zone zijn.
  2° een risicobeoordeling die met name de volgende aspecten verantwoordt :
  a. de redenen waarom de zone moet worden afgebakend;
  b. het nut van de beoogde maatregelen ter bescherming van de voorgestelde zone, waarbij rekening wordt gehouden met het belang dat de UAS-exploitanten hebben bij het vliegen in de betrokken zone;
  c. de gevolgen van de afbakening van deze zone voor de veiligheid van de luchtvaart en van de personen op de grond, en met name dat de afbakening van zo'n zone het mogelijk zal maken een hoog niveau van luchtvaartveiligheid te behouden.
  § 3. Bij ontvangst van de aanvraag onderzoekt het DGLV de gegrondheid ervan en legt het de aanvraag ter consultatie voor aan de partijen die hierbij een belang hebben gelet op de lokalisatie van de zone. Dit kan bijvoorbeeld de verlener van luchtverkeersdiensten (skeyes), het ministerie van Landsverdediging, het Belgian Air Navigation Committee (BELANC) of de Belgian Civil Drone Council, het overlegorgaan bedoeld in artikel 27 van dit besluit, zijn.
  Na analyse en consultatie van de belanghebbende partijen brengt het DGLV een advies uit over de afbakening van de aangevraagde geografische UAS-zone.
  In het kader van de in lid 1 bedoelde analyse en het in lid 2 bedoelde advies houdt het DGLV met name rekening met :
  1° de criteria bepaald in artikel 15 van de verordening (EU) 2019/947;
  2° het advies of de aanbevelingen van de federale en/of eventuele gewestelijke administraties die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van de criteria bedoeld in artikel 15 van de verordening (EU) 2019/947;
  3° de nationale beleidscriteria met betrekking tot de definitie en/of het beheer van zowel het civiele als het militaire luchtruim.
  Dit advies wordt aan de minister toegezonden.
  De minister of zijn gemachtigde beslist, op basis van het advies van het DGLV, over de wenselijkheid van de afbakening van de betrokken geografische UAS-zone en stelt de voorwaarden vast om toegang tot deze zone te krijgen.
  § 4. In geval van nood of indien de in de voorgaande paragrafen bedoelde procedure niet tijdig kan worden uitgevoerd om een andere reden dan een te late of onvolledige indiening van een aanvraag, wordt een tijdelijke geografische UAS-zone vastgesteld door de publicatie van een NOTAM, overeenkomstig de regels die daarop van toepassing zijn, of op een andere geschikte wijze bepaald door de directeur-generaal.
  § 5. De directeur-generaal maakt, op de door hem vastgestelde wijze, de geografische UAS-zone bekend en de voorwaarden om toegang tot deze zone te krijgen zoals vastgesteld door de minister of zijn gemachtigde.
  De bekendmaking van de geografische UAS-zones, bedoeld in paragraaf 3, kan met name gebeuren in de luchtvaartgids (AIP) en/of via een elektronische applicatie in de vorm van een webpagina of website en/of in de vorm van een mobiele applicatie die door het DGLV of door een door het DGLV aangewezen entiteit ter beschikking van het publiek wordt gesteld.
  § 6. De minister of zijn gemachtigde kan een geografische UAS-zone schrappen als :
  1° het te beschermen belang is verdwenen;
  2° blijkt dat de oprichting van deze geografische UAS-zone de veiligheid van de luchtvaart in gevaar brengt;
  3° blijkt dat het behoud van deze geografische UAS-zone in strijd is met het algemeen belang.
  De minister of zijn gemachtigde kan een of meer voorwaarden van een geografische UAS-zone opschorten of wijzigen, bijvoorbeeld als blijkt dat de entiteit die verantwoordelijk is voor de toepassing ervan niet voldoet aan deze voorwaarden of er onevenredig veel gebruik van maakt.

  Art. 6. De directeur-generaal bepaalt de vorm en de modaliteiten voor de indiening van de aanvragen zoals bedoeld in de artikelen 4, §§ 1 en 2, en 5, § 2 van dit besluit.
  Het DGLV kan meer bepaald een elektronische applicatie ter beschikking stellen in de vorm van een webpagina of een mobiele applicatie voor de indiening van de aanvragen. In voorkomend geval bepaalt de directeur-generaal ook de procedure die bij onbeschikbaarheid van deze elektronische toepassing moet worden gevolgd.

  HOOFDSTUK 3. - Bepalingen van toepassing op UAS- vluchtuitvoeringen in de categorie "open"

  Art. 7. In toepassing van artikel 9, lid 3, a) van de verordening (EU) 2019/947 is de vereiste minimumleeftijd voor piloten op afstand bij een vluchtuitvoering met een UAS in de subcategorie A1 (UAS.OPEN.020) en/of de subcategorie A3 (UAS.OPEN.040) van de categorie "open" 14 jaar.
  De minimumleeftijd voor piloten op afstand bij een vluchtuitvoering met een UAS in de subcategorie A2 (UAS.OPEN.030) van de categorie "open" blijft 16 jaar.

  Art. 8. Op basis van de door het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart gepubliceerde aanvaardbare nalevingswijzen (AMC), bepaalt de directeur-generaal:
  1° de gedetailleerde inhoud van de online opleiding en de vragen van het online theorie-examen zoals bepaald in punt UAS.OPEN.020, 4), b), van deel A van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947
  2° de vragen van het aanvullend theorie-examen zoals bepaald in punt UAS.OPEN.030, 2), c), van deel A van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947.

  Art. 9. § 1. De directeur-generaal bepaalt de procedures voor de praktische organisatie van de theorie-examens voorzien in punt UAS.OPEN.020, 4), b), en UAS.OPEN.030, 2), c), van deel A van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947. Deze omvatten met name de maatregelen om de integriteit van de examens te waarborgen, met inbegrip van de procedures om de identiteit van de kandidaat te verifiëren.
  § 2. Indien wordt vastgesteld dat de kandidaat tijdens het examen de examenprocedures niet naleeft, zakt de kandidaat voor het examen.
  De directeur-generaal verbiedt kandidaten die worden betrapt op bedrog, gedurende een periode van ten hoogste 12 maanden, een ander examen af te leggen.

  Art. 10. De kandidaat piloot, die UAS-vluchtuitvoeringen in de subcategorie A2 wenst uit te voeren, verstrekt aan het DGLV bij zijn inschrijving voor het aanvullende theorie-examen zoals bedoeld in punt UAS.OPEN.030, 2), c), van deel A van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947:
  1° een kopie van het bewijs van voltooiing van de in punt UAS.OPEN.020, 4), b) bedoelde online opleiding;
  2° een verklaring, waarvan de vorm door het DGLV is bepaald, en waarin de kandidaat verklaart de in punt UAS.OPEN.030, 2), b), van deel A van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947 bedoelde praktische zelfopleiding te hebben voltooid.

  Art. 11. § 1. De minister of zijn gemachtigde kan voor een duur van maximaal 24 maanden elke vluchtuitvoering met een UAS verbieden aan een piloot op afstand die met opzet of uit onachtzaamheid de bepalingen van punt UAS.OPEN.060 van deel A van de bijlage bij de genoemde verordening heeft geschonden.
  De minister of zijn gemachtigde kan een in punt UAS.OPEN.030, 2), van deel A van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947 bedoeld vaardigheidscertificaat van piloot op afstand schorsen, voor een duur van maximaal 24 maanden, of intrekken, indien de houder met opzet of uit onachtzaamheid de bepalingen van punt UAS.OPEN.060 van deel A van de bijlage bij de genoemde verordening heeft geschonden.
  § 2. De minister of zijn gemachtigde kan voor een duur van maximaal 24 maanden elke exploitatie verbieden aan een UAS-exploitant die met opzet of uit onachtzaamheid de bepalingen van artikel 4 van verordening (EU) 2019/947 en de bepalingen van deel A van de bijlage bij de genoemde verordening heeft overtreden.

  Art. 12. Elke UAS-exploitant die uitsluitend vluchtuitvoeringen behorend tot de categorie "open" uitvoert, sluit een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid af voor lichamelijk letsel en materiële schade aan derden.
  Indien de gebruikte UAS een maximale startmassa van 20kg of meer heeft, is de UAS-exploitant verzekerd conform de bepalingen van verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen.

  HOOFDSTUK 4. - Bepalingen van toepassing op UAS- vluchtuitvoeringen in de categorie "specifiek"

  Art. 13. Om de vaardigheden van piloten op afstand te beoordelen in het raam van de vluchtuitvoeringen die in toepassing van artikel 12 van verordening (EU) 2019/947 aan een vergunning zijn onderworpen, zal het DGLV in het bijzonder rekening houden met het door de piloot op afstand verkregen attest van bestuurder van een RPA of bewijs van bevoegdheid als bestuurder van een RPA, afgegeven overeenkomstig het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim.
  Op basis van de beoordeling van het operationele risico en de operationele kenmerken van de geplande vluchtuitvoeringen kan de directeur-generaal maatregelen eisen om de risico's te verminderen indien de geplande vluchtuitvoeringen niet waren toegelaten in het kader van het koninklijk besluit van 10 april 2016 en/of indien de vereiste vaardigheden niet voldeden aan de opleidingsvereisten van het koninklijk besluit van 10 april 2016.

  Art. 14. § 1. De minister of zijn gemachtigde kan entiteiten aanwijzen voor de organisatie van de opleiding en de controle van de vaardigheden van piloten op afstand in het kader van deel B van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947 indien deze entiteiten voldoen aan de onderstaande voorwaarden :
  1° de aanvrager is een rechtspersoon en heeft een verantwoordelijke beheerder, die erop toeziet dat alle taken conform de vastgestelde procedures worden uitgevoerd;
  2° het personeel dat belast is met de taken inzake de opleiding en de beoordeling van de vaardigheden :
  a. beschikt over de vereiste vaardigheden om deze taken uit te voeren;
  b. is onpartijdig en neemt niet deel aan de beoordelingen indien het van oordeel is dat zijn objectiviteit kan zijn aangetast;
  c. beschikt over de theoretische en/of praktische kennis die nodig is om de verstrekte opleiding te waarborgen;
  d. beschikt over een voldoende kennis van de eisen die worden gesteld aan de beoordeling van de theoretische en/of praktische vaardigheden die het uitvoert alsook over een afdoende ervaring met deze processen;
  e. bezit het vermogen om verklaringen, registers en verslagen te beheren waaruit blijkt dat beoordelingen van relevante theoretische en/of praktische vaardigheden werden uitgevoerd en dat de conclusies van die beoordelingen juist zijn; en
  f. respecteert de vertrouwelijkheid van de aan hen verstrekte informatie, behalve in antwoord op elk verzoek van het DGLV.
  3° de aanvrager beschikt over de uitrusting, zowel materieel als immaterieel, om de opleiding in de voor de aangeboden opleiding vereiste omstandigheden te verstrekken;
  4° de aanvrager stelt een handboek ter beschikking dat ten minste de volgende elementen omvat :
  a. het aangewezen personeel dat belast is met de opleiding en de beoordeling van de vaardigheden, met inbegrip van :
  i. de beschrijving van de vaardigheden van elk personeelslid;
  ii. de taken en verantwoordelijkheden van het personeel;
  iii. een organisatieschema met de bijbehorende verantwoordelijkheidsketens;
  b. de procedures en processen die worden gebruikt voor de opleiding en de beoordeling van de vaardigheden, met inbegrip van het opleidingsprogramma dat betrekking heeft op de vaardigheid waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
  c. een beschrijving van het UAS en alle andere apparatuur en instrumenten die voor de opleiding en de beoordeling van praktische vaardigheden worden gebruikt;
  d. een beschrijving van de opleidings- en beoordelingsfaciliteiten, met inbegrip van de fysieke locatie;
  e. een model van het beoordelingsverslag;
  f. een procedure voor wijzigingen aan het handboek en de kennisgeving van dergelijke wijzigingen aan het DGLV;
  Elke aangewezen entiteit verbindt zich ertoe om te allen tijde de bepalingen van dit artikel en van het handboek na te leven. Dit wordt bevestigd in de vorm van een verklaring die door de voor die entiteit verantwoordelijke beheerder wordt ondertekend.
  § 2. Elke aangewezen entiteit stelt na het uitvoeren van de beoordeling van de vaardigheden een beoordelingsverslag op dat ten minste de volgende elementen bevat :
  1° de identiteit van de leerling-piloot op afstand;
  2° de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor de beoordeling van de vaardigheden van de leerling-piloot op afstand;
  3° de identificatie van de opleiding waarvoor de beoordeling van de vaardigheden werd uitgevoerd;
  4° de cijfers, beoordeeld op 10, voor elk van de getoetste vaardigheden;
  5° een algemene beoordeling van de vaardigheden van de leerling-piloot op afstand;
  De beoordeling wordt ondertekend en gedateerd door de persoon die verantwoordelijk is voor de beoordeling van de vaardigheden.
  De beoordeling wordt door de aangewezen entiteit geregistreerd en aan de kandidaat afgegeven. Er wordt ook een kopie aan het DGLV toegezonden in een door de directeur-generaal vastgestelde vorm.
  Op basis van deze beoordeling, kan de directeur- generaal aan de kandidaat een certificaat afleveren.
  § 3. De geldigheidsduur van een aanwijzing als entiteit voor de organisatie van de opleiding en het toezicht op de vaardigheden van piloten op afstand in het kader van deel B van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947 bedraagt één jaar, te rekenen vanaf de datum van verlening van de aanwijzing.
  Deze aanwijzing kan voor dezelfde periode worden verlengd indien de aangewezen entiteit nog steeds voldoet aan de voorwaarden bepaald in paragraaf 1.
  § 4. De aanwijzing kan door de directeur-generaal worden geschorst, beperkt of ingetrokken in één van de volgende gevallen :
  1° de aangewezen entiteit toont niet aan dat zij voldoet aan de voorschriften, eisen of enige wijziging in de toepasselijke eisen, criteria of beoordelingsnormen;
  2° er zijn aanwijzingen dat de aangewezen entiteit geen voldoende toezicht kan handhaven over de activiteiten die onder haar aanwijzing vallen;
  3° de aangewezen entiteit voldoet niet langer aan de eisen voor aanwijzing;
  4° de aangewezen entiteit laat het DGLV niet toe zijn toezichtsbevoegdheid uit te oefenen.
  § 5. Het DGLV kan te allen tijde audits of inspecties uitvoeren om de naleving van dit artikel te controleren.
  De aangewezen entiteit, haar vertegenwoordigers of haar personeel verlenen de ambtenaren van het DGLV vrije toegang tot de organisatie, de opleidingen, de terreinen en de gebouwen waar of waarin de opleiding wordt gegeven.
  Het personeel dat verantwoordelijk is voor de aangewezen entiteit en voor de opleidingen is beschikbaar tijdens de toezichthoudende activiteiten.
  Indien er tekortkomingen op de bepalingen van dit besluit worden vastgesteld, stelt het DGLV de aangewezen entiteit daarvan in kennis.
  De aangewezen entiteit moet dan de nodige corrigerende maatregelen nemen in overeenstemming met de door het DGLV vastgestelde voorwaarden.
  § 6. De lijst van aangewezen entiteiten, met voor elk van hen de opleidingen waarvoor zij zijn aangewezen, wordt gepubliceerd op de website van het DGLV of op iedere andere openbare drager.
  § 7. De minister kan nadere regels bepalen van toepassing op de aangewezen entiteiten.
  De minister kan ook regels van toepassing op de in aanhangsel 3 van de bijlage van verordening (EU) 2019/947 bedoelde erkende entiteiten bepalen.

  Art. 15. De directeur-generaal bepaalt de vorm en de modaliteiten voor :
  1° de indiening van de aanvragen zoals bedoeld in de artikelen 5, § 2 en 13, § 1 van verordening (EU) 2019/947 en punt UAS.LUC.010, 2) van Deel C van de bijlage bij dezelfde verordening;
  2° de indiening van de verklaringen zoals bedoeld in artikel 5, § 5 van verordening (EU) 2019/947;
  3° de bezorging van de afschriften zoals bedoeld in artikel 13, § 3 van verordening (EU) 2019/947.
  Het DGLV kan de UAS-exploitanten met name een elektronische applicatie in de vorm van een webpagina en/of een mobiele applicatie voor de indiening van verklaringen ter beschikking stellen. In voorkomend geval bepaalt de directeur-generaal ook de procedure die bij onbeschikbaarheid van deze elektronische toepassing moet worden gevolgd.

  Art. 16. De minister of zijn gemachtigde kan voor een duur die hijzelf bepaalt, elke vluchtuitvoering onder dekking van een in punt UAS.SPEC.020 van deel B van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947 bepaalde exploitatieverklaring verbieden, indien de UAS-exploitant met opzet of uit onachtzaamheid zich niet schikt of schikte naar de eisen van de genoemde verordening en/of in het standaardscenario vastgelegde voorwaarden waarvoor de UAS-exploitant een verklaring had ingediend of een dergelijke verklaring had moeten indienen als hij geen houder was van een certificaat van exploitant van lichte UAS (LUC).
  De minister of zijn gemachtigde kan het toepassingsgebied van een exploitatievergunning beperken, deze vergunning schorsen of intrekken zoals bepaald in punt UAS.SPEC.040 van deel B van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947, indien de UAS-exploitant met opzet of uit onachtzaamheid zich niet schikt of schikte naar de eisen van de genoemde verordening en/of naar de in de vergunning vastgelegde voorwaarden, of een dergelijke vergunning had moeten verkrijgen indien hij geen houder was van een certificaat van exploitant van lichte UAS (LUC).
  De minister of zijn gemachtigde kan het toepassingsgebied van een certificaat van exploitant van lichte UAS (LUC) zoals bepaald in deel C van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947 beperken of dit certificaat schorsen of intrekken indien de houder met opzet of uit onachtzaamheid de bepalingen van deel C van de bijlage bij die verordening heeft geschonden.

  Art. 17. Elke UAS-exploitant die vluchtuitvoeringen behorend tot de categorie "specifiek" uitvoert, is verzekerd conform de bepalingen van verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen.

  HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepalingen

  Afdeling 1. - Overgang van het Belgische systeem naar het Europese systeem

  Art. 18. § 1. Een piloot op afstand die houder is van een geldig attest van bestuurder van een RPA, afgegeven overeenkomstig het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim, ontvangt een bewijs van voltooiing van de online opleiding bedoeld in punt UAS.OPEN.020, 4), b), van deel A van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947, indien hij de opleiding volgt en slaagt voor het online theorie-examen dat enkel betrekking heeft op verordening (EU) 2019/947, georganiseerd door het DGLV.
  Een piloot op afstand die houder is van een geldig bewijs van bevoegdheid als bestuurder van een RPA, afgegeven overeenkomstig het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim, en die de in het eerste lid bedoelde opleiding gevolgd heeft en geslaagd is voor het in het eerste lid bedoelde online-theorie-examen ontvangt:
  1° een bewijs van voltooiing van de online opleiding bedoeld in punt UAS.OPEN.020, 4), b), van deel A van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947; en,
  2° een vaardigheidscertificaat van piloot op afstand, vermeld in punt UAS.OPEN.030, 2), van deel A van de bijlage bij Verordening (EU) 2019/947.
  § 2. De directeur-generaal bepaalt, op basis van de door het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart gepubliceerde aanvaardbare nalevingswijzen (AMC), de gedetailleerde inhoud van de online opleiding en de vragen van het online theorie-examen bedoeld in paragraaf 1.
  De directeur-generaal bepaalt de procedures voor de praktische organisatie van deze online opleiding en dit examen. Deze omvatten meer bepaald de maatregelen om de integriteit van de examens te waarborgen, met inbegrip van de procedures om de identiteit van de kandidaat te verifiëren.
  De kandidaat wordt geacht te zijn geslaagd voor het in paragraaf 1 bedoelde online theorie-examen indien hij ten minste 75 % correcte antwoorden gaf.

  Art. 19. Attesten van bestuurder van een RPA, bewijzen van bevoegdheid als bestuurder van een RPA, verklaringen van klasse 1b en toelatingen van klasse 1a en de daaraan bijgevoegde documenten blijven geldig tot hun vervaldatum en uiterlijk tot en met 1 januari 2022 onder de voorwaarden die van toepassing waren op het ogenblik van de afgifte ervan.

  Art. 20. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 23, lid 4 van verordening (EU) 2019/947, kan de minister nationale standaardscenario's bepalen.

  Afdeling 2. - Overgangsperiode bepaald in artikel 22 van verordening (EU) 2019/947 die de "beperkte open categorie" heet

  Art. 21. Tijdens de in artikel 22 van verordening (EU) 2019/947 bedoelde overgangsperiode moet een piloot op afstand die een onbemand luchtvaartuig gebruikt dat niet voldoet aan de eisen van verordening (EU) 2019/945 en :
  1° waarvan de maximale startmassa minder dan 500 g bedraagt, een vaardigheidsniveau hebben dat gelijk is aan het niveau bepaald in punt UAS.OPEN.020, 4), b), van deel A van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947;
  2° waarvan de maximale startmassa minder dan 2 kg bedraagt, een vaardigheidsniveau hebben dat gelijk is aan het niveau bepaald in punt UAS.OPEN.030, 2), van deel A van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947;
  3° waarvan de maximale startmassa meer dan 2 kg en minder dan 25 kg bedraagt, een vaardigheidsniveau hebben dat gelijk is aan het niveau bepaald in punt UAS.OPEN.020, 4), b), van deel A van de bijlage bij verordening (EU) 2019/947.

  HOOFDSTUK 6. - Diverse en slotbepalingen

  Art. 22. In toepassing van artikel 16, lid 4 van verordening (EU) 2019/947 mogen de modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen namens hun leden overgaan tot de registraties bedoeld in artikel 4.
  De minister bepaalt de regels die van toepassing zijn op de vluchtuitvoeringen in het kader van modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen.

  Art. 23. In het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen, wordt een artikel 12/1 ingevoegd luidende :
  "ONBEMANDE LUCHT.V.A.ARTUIGEN (UAS) - VERORDENING (EU) 2019/947
  Art. 12/1. De verschuldigde vergoeding voor :
  1° de registratie van een gecertificeerde UAS bedraagt 100 EUR;
  2° de indiening van een exploitatieverklaring voor een standaardscenario en waar nodig de afgifte van een bevestiging van de ontvangst en van de volledigheid die nodig is om UAS-vluchtuitvoeringen in de categorie "specifiek" te mogen uitvoeren en het toezicht op deze activiteiten, bedraagt 150 EUR per jaar;
  3° de afgifte van een exploitatievergunning die nodig is om UAS-vluchtuitvoeringen in de categorie "specifiek" te mogen uitvoeren, bedraagt 500 EUR;
  4° het toezicht op de activiteiten die onderworpen zijn aan de in 3° bedoelde exploitatievergunning bedraagt 150 EUR per jaar aan het einde van het eerste jaar volgend op de afgifte van een exploitatievergunning;
  5° de wijziging of verlenging van een exploitatievergunning bedoeld in 3°, bedraagt 150 EUR;
  6° het verzenden van een bevestiging die de in een andere lidstaat geregistreerde UAS-exploitant toestaat zijn activiteiten in het Belgische luchtruim te beginnen, bedraagt 250 EUR per aanvraag;
  7° de afgifte van een certificaat van exploitant van lichte UAS (LUC) bedraagt 1.500 EUR;
  8° het toezicht op de activiteiten van de houder van een certificaat van exploitant van lichte UAS (LUC) bedraagt 750 EUR per jaar aan het einde van het eerste jaar volgend op de afgifte van een certificaat van exploitant van lichte UAS (LUC);
  9° de wijziging van een certificaat van exploitant van lichte UAS (LUC) bedraagt 500 EUR;
  10° de aanwijzing of erkenning van een entiteit als een aangewezen of erkende entiteit voor opleiding bedraagt 1.000 EUR;
  11° de verlenging van de aanwijzing of erkenning als een aangewezen of erkende entiteit voor opleiding bedraagt 150 EUR ;
  12° de wijziging van de aanwijzing of erkenning als een aangewezen of erkende entiteit voor opleiding bedraagt 150 EUR.
  In hetzelfde besluit, worden artikelen 2, § 7, 3, § 7, 7, § 7, 8, § 5 en 9, § 6 opgeheven.

  Art. 24. De Belgian Civil Drone Council wordt als adviesorgaan voor de professionele UAS-sector in België erkend.
  Dit adviesorgaan is samengesteld uit vertegenwoordigers van overheidsdiensten en/of leden van de Belgische professionele UAS-sector. De deelname van de leden is gebaseerd op een door de kandidaat ingediende aanvraag tot lidmaatschap.
  Dit adviesorgaan kan niet-bindende voorstellen of aanbevelingen doen aan elke overheidsinstantie en in het bijzonder aan het DGLV of aan de sector.

  Art. 25. § 1. Het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim en de bijlagen daarbij worden opgeheven met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
  § 2. Het ministerieel besluit van 30 november 2016 tot toekenning van delegatie aan de directeur-generaal van het directoraat-generaal Luchtvaart in het kader van het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim wordt opgeheven.

  Art. 26. Dit besluit treedt in werking op 31 december 2020.

  Art. 27. De minister bevoegd voor de luchtvaart is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, op 8 november 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Mobiliteit,
G. GILKINET

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, artikelen 2 en 5, § 1;
   Gelet op de uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim;
   Gelet op het ministerieel besluit van 30 november 2016 tot toekenning van delegatie aan de directeur-generaal van het directoraat-generaal Luchtvaart in het kader van het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim;
   Gelet op het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen;
   Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 april 2020;
   Gelet op advies 67.037/4 van de Raad van State, gegeven op 22 april 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op het advies DA200004 van het Controleorgaan op de politionele informatie gegeven op 18 juni 2020;
   Gelet op het advies nr. 56/2020 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 23 juni 2020;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 27 juli 2020;
   Overwegende de verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad, artikel 56, § 8;
   Overwegende dat de verordening (EU) 2019/947 de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (hierna "UAS") bepaalt;
   Overwegende dat in toepassing van artikel 2, § 3 van de verordening (EU) 2018/1139 deze regels niet van toepassing zijn op UAS, hun motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur en apparatuur om een luchtvaartuig op afstand te bedienen, terwijl ze worden ingezet voor militaire, douane-, politie-, opsporings- en reddings-, brandbestrijdings-, grenscontrole-, kustbewakings- of soortgelijke activiteiten of diensten onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van een lidstaat, die in het algemeen belang worden verricht door of uit naam van een orgaan waaraan overheidsbevoegdheden zijn verleend, en het personeel en de organisaties die betrokken zijn bij de activiteiten en diensten die worden verricht door deze UAS;
   Overwegende dat sommige van de aldus vastgestelde regels moeten worden aangevuld met nationale bepalingen om ze in België ten uitvoer te leggen;
   Overwegende dat het Directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer over de nodige bevoegdheden beschikt om de verplichtingen die voortvloeien uit verordening (EU) 2019/947 ten uitvoer te leggen;
   Overwegende dat artikel 14 van Verordening (EU) 2019/947 voortaan de registratie van UAS-exploitanten en de registratie van UAS die aan certificering onderworpen zijn, verplicht stelt, zodat het noodzakelijk is de nodige registers op te zetten en bestaande registraties te schrappen om verwarring te voorkomen;
   Overwegende dat bepaalde gebieden zoals luchthavens en andere vliegvelden, installaties en faciliteiten zoals strafinrichtingen, industriële installaties of natuurbeschermingsgebieden bijzonder gevoelig kunnen zijn voor sommige of alle vormen van UAS-vluchtuitvoeringen;
   Overwegende dat het noodzakelijk kan zijn de UAS-vluchtuitvoeringen om redenen van veiligheid, openbare beveiliging, milieubescherming of de bescherming van de privacy en persoonsgegevens aan bepaalde voorwaarden te onderwerpen, door de oprichting van UAS geografische zones ;
   Overwegende dat de verordening (EU) 2019/947 gebaseerd is op evenredige risicobeperkende eisen, al naargelang het niveau van het risico, de vluchtuitvoeringskenmerken van de UAS en de kenmerken van het exploitatiegebied;
   Overwegende dat drie categorieën vluchtuitvoeringen, de categorieën "open", "specifiek" en "gecertificeerd", worden vastgesteld op basis van het geïdentificeerd risiconiveau;
   Overwegende dat de categorie "open" de laagste risico's vertoont en niet onderworpen is aan de standaardprocedures inzake naleving van de luchtvaartregelgeving (certificering, voorafgaande toestemming...);
   Overwegende dat de categorie "open" bedoeld is voor zowel professionele als amateurgebruikers, moet de toegang tot deze categorie voor iedereen worden vergemakkelijkt en moet een zo groot mogelijk aantal mensen worden aangemoedigd om de opgelegde minimumregels na te leven;
   Overwegende dat artikel 9, lid 3, a), van verordening (EU) nr. 2019/947 de lidstaten toestaat de minimumleeftijd voor piloten op afstand in de categorie "Open" met maximaal vier jaar te verlagen;
   Overwegende dat de activiteiten in de categorie "Open" zowel voor recreatieve als voor professionele doeleinden zullen worden uitgevoerd;
   Overwegende dat de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op speelgoed alleen betrekking hebben op kinderen jonger dan 14 jaar, is het wenselijk de minimumleeftijd in de subcategorieën A1 en A3 te verlagen tot 14 jaar om jongeren tussen 14 en 16 jaar in staat te stellen binnen een duidelijk wettelijk kader te vliegen en zo de nodige ervaring op te verkrijgen alvorens andere activiteiten uit te voeren;
   Overwegende dat operaties in subcategorie A2 in de nabijheid van personen worden uitgevoerd, wat een verhoogd risico voor derden inhoudt, en dat de opleidingsvoorwaarden met name het vermogen vereisen om technische en operationele maatregelen ter beperking van risico's op de grond te begrijpen en uit te voeren, lijkt het passend om de minimumleeftijd van piloten op afstand op 16 jaar te handhaven voor subcategorie A2, om ervoor te zorgen dat zij de risico's in kwestie kunnen inschatten;
   Overwegende dat de categorie "specifiek" andere types vluchtuitvoeringen omvat die een groter risico inhouden, moet het DGLV enige controle kunnen uitoefenen op de aldus beoogde vluchtuitvoeringen;
   Overwegende dat verordening (EU) 2019/947 regels en procedures invoert die onbekend zijn in het Belgische regelgevingskader, zullen piloten op afstand en UAS-exploitanten zich moeten aanpassen;
   Overwegende dat om een vlotte overgang en de continuïteit van de activiteiten op 31 december 2020 te garanderen het noodzakelijk is om de geldigheid van attesten en bewijzen van bestuurder van een RPA, verklaringen en toelatingen van klasse 1 onder de huidige operationele omstandigheden te handhaven tot uiterlijk 1 januari 2022;
   Overwegende dat de handhaving van de genoemde nationale bepalingen niet belet dat UAS-exploitanten activiteiten in de categorie "open" en/of "specifiek" verrichten indien zij voldoen aan de voorwaarden voor het verrichten van UAS-operaties in die categorie;
   Op de voordracht van de Minister van Mobiliteit,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   1Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de verordeningen EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en verordening EEG) nr. 3922/91 van de Raad

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie