J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2017/07/21/2017020569/justel

Titel
21 JULI 2017. - Wet tot aanpassing van diverse wetgevingen aan de richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, gewijzigd door de richtlijn 2013/55/EU Zie wijziging(en)

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 10-08-2017 nummer :   2017020569 bladzijde : 78311       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2017-07-21/32
Inwerkingtreding : 11-08-2017

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1963062602        1994018040        1939022050        2003011313        2013011368        1999016119       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect
Art. 2-5
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een orde van architecten
Art. 6-10
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog
Art. 11-14
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
Art. 15-23
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert
Art. 24-29
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar
Art. 30-35
HOOFDSTUK 8. - Slotbepaling
Art. 36

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
  Ze voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 tot wijziging van de richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect

  Art. 2. In artikel 1 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 juli 1990, 29 maart 1995 en 8 oktober 2003, en bij de wetten van 15 februari 2006 en 21 november 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Onverminderd de §§ 1 en 4 en de artikelen 7 en 12 van deze wet, mogen de onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie alsook de andere staten waarop richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, laatst gewijzigd bij richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013, van toepassing is, hierna "de lidstaten" genoemd, in België de titel van architect voeren als zij in het bezit zijn van een diploma, een certificaat of een andere titel zoals bedoeld in bijlage 1b bij deze wet, zoals bijgewerkt in de gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het nemen van een gedelegeerde handeling wordt vermeld op de website business.belgium.be en de website van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.";
  2° in paragraaf 2/1 worden de woorden "De Belgische Staat" vervangen door de woorden "De Belgische bevoegde autoriteit";
  3° dezelfde paragraaf 2/1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Het eerste lid is eveneens van toepassing op de in bijlage 1b opgesomde opleidingstitels van architect indien de opleiding is aangevangen vóór 18 januari 2016.";
  4° er wordt een paragraaf 2/3 ingevoegd, luidende :
  " § 2/3. De Belgische bevoegde autoriteit verbindt aan de volgende opleidingstitel wat de toegang tot en uitoefening van de betrokken beroepswerkzaamheden betreft, dezelfde gevolgen als aan de opleidingstitels die zij aflevert : opleidingstitel na afsluiting van de driejarige opleiding aan de "Fachhochschulen" van de Bondsrepubliek Duitsland die sinds 5 augustus 1985 bestaat en niet later dan 17 januari 2014 is aangevangen, die voldoet aan de eisen van bijlage 1a, § 2, en in die lidstaat toegang geeft tot de werkzaamheden die onder de beroepstitel van architect vallen, voor zover deze opleiding wordt aangevuld met een periode van beroepservaring van vier jaar in de Bondsrepubliek Duitsland, waarvan het bewijs wordt geleverd door een certificaat dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit waarbij de architect die voor de bepalingen van deze richtlijn in aanmerking wil komen, op de ledenlijst is ingeschreven.";
  5° paragraaf 3 wordt opgeheven;
  6° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. De Belgische bevoegde autoriteit onderzoekt de diploma's, certificaten en andere titels met betrekking tot het onder de voornoemde richtlijn 2005/36/EG vallende gebied die werden verworven in een derde land, als die diploma's, certificaten of andere titels in één van de lidstaten werden erkend, alsook de in één van de lidstaten verworven opleiding en/of beroepservaring.";
  7° in paragraaf 5, worden de woorden "De artikelen 13 tot en met 17 van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties, zijn van toepassing op :" vervangen door de woorden : "De artikelen 5/9 en 13 tot en met 16 van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties, zijn van toepassing op :";
  8° in paragraaf 5, 1°, worden de woorden "die niet voldoet aan de eisen inzake daadwerkelijke en wettige beroepsuitoefening, zoals bedoeld in de paragrafen 2/1 en 2/2" vervangen door de woorden "die houder is van een opleidingstitel maar die niet voldoet aan de eisen inzake daadwerkelijke en wettige beroepsuitoefening, zoals bedoeld in de paragrafen 2/1 tot en met 2/3".";
  9° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende :
  " § 7. De bepalingen betreffende het waarschuwingsmechanisme en elektronische procedures bedoeld in de artikelen 27/1 en 27/2 van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties zijn van toepassing.".

  Art. 3. In artikel 2 van dezelfde wet, wordt paragraaf 5, ingevoegd bij de wet van 21 november 2008, aangevuld met de volgende leden :
  "De controles bedoeld om de talenkennis bedoeld in het eerste lid na te gaan kunnen worden opgelegd indien er een ernstige en concrete twijfel over bestaat of de beroepsbeoefenaar over voldoende talenkennis beschikt voor de beroepswerkzaamheden die hij wil uitoefenen.
  Deze controles mogen slechts worden uitgevoerd na de erkenning van de beroepskwalificatie.
  De Orde van architecten verzekert zich ervan dat de controle evenredig is met de uit te oefenen activiteit.".

  Art. 4. In artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 juli 1990 en van 29 maart 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "De architecten van derde landen mogen in België het beroep van architect uitoefenen en het voordeel genieten van de bepalingen van deze wet, voor zover de wederkerigheid in hun land van oorsprong aangenomen is. De voorwaarden van de wederkerigheid zullen geregeld worden door diplomatieke overeenkomsten.";
  2° in het tweede lid worden de woorden "van vreemde nationaliteit andere dan onderdanen van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap of van een andere Staat die partij is bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte" vervangen door de woorden "van derde landen".

  Art. 5. In dezelfde wet worden de bijlagen 1a, 1b, 2a en 2b vervangen door de bijlagen 1a, 1b, 2a en 2b, gevoegd bij deze wet.

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een orde van architecten

  Art. 6. In artikel 8 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een orde van architecten, gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1998, 15 februari 2006 en 21 november 2008 en de koninklijke besluiten van 12 september 1990 en 17 september 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, worden de woorden "de Belgen en de onderdanen van andere Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap of een andere staat die partij is bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte, alsmede de andere vreemdelingen" vervangen door de woorden "de onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie alsook de andere staten waarop richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, laatst gewijzigd bij richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 van toepassing is, hierna "de lidstaten" genoemd die gemachtigd zijn tot het uitoefenen van het beroep van architect krachtens artikel 1 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, alsmede de onderdanen van derde landen";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "vreemdelingen niet-onderdanen van de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap of een andere staat die partij is bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte" vervangen door de woorden "onderdanen van derde landen";
  3° in paragraaf 2, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Wanneer de onderdanen van de lidstaten zich in het kader van het vrij verrichten van diensten, voor het eerst naar België begeven om er tijdelijk en incidenteel het beroep van architect uit te oefenen, stellen zij de Orde van Architecten hiervan vooraf in kennis door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid. Zij voegen daar in het bijzonder een attest van verzekering inzake beroepsaansprakelijkheid, met inbegrip van de tienjarige aansprakelijkheid, aan toe. Dit attest kan afgegeven worden door een verzekeringsmaatschappij uit een andere lidstaat, indien het vermeldt dat de verzekeraar zich gericht heeft naar de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften in voege in België wat de aard en de omvang van de dekking betreft. Deze onderdanen worden door de Orde van Architecten ingeschreven in het register van de dienstverrichting. De verklaring wordt eenmaal per jaar verlengd indien de dienstverrichter voornemens is om gedurende dat jaar in België tijdelijke of incidentele diensten te verrichten. De dienstverrichter mag de verklaring met alle middelen aanleveren.";
  4° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zin "Bij deze verklaring dienen te worden gevoegd :" vervangen als volgt :
  "Bij de eerste dienstverrichting of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan, moet deze verklaring vergezeld zijn van :";
  5° in paragraaf 2, hetzelfde derde lid, 2° worden de woorden "opgenomen in de bijlage" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 1, §§ 2 tot en met 2/3,";
  6° in paragraaf 2, hetzelfde lid, 3°, wordt het woord "twee" vervangen door "één";
  7° in paragraaf 2, hetzelfde lid, wordt de bepaling onder 4° opgeheven;
  8° paragraaf 2 wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  "De dienst bedoeld in het tweede lid wordt verricht onder de beroepstitel van de lidstaat van vestiging, wanneer voor de betrokken beroepswerkzaamheid in die lidstaat een dergelijke titel bestaat. Deze titel wordt vermeld in de officiële taal of één van de officiële talen van de lidstaat van vestiging, teneinde verwarring met de Belgische beroepstitel te vermijden. Wanneer de betrokken beroepstitel in de lidstaat van vestiging niet bestaat, vermeldt de dienstverrichter zijn opleidingstitel in de officiële taal of één van de officiële talen van die lidstaat. Niettemin, als de dienstverrichter over een diploma, certificaat of andere akten beschikt, bedoeld in artikel 1, §§ 1 tot en met 2/3, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, wordt de dienst dan verricht onder de titel van architect. Voor de toepassing van dit lid wordt verstaan onder lidstaat van vestiging, één van de lidstaten als bedoeld in paragraaf 1 met uitzondering van België, waar de dienstverrichter wettelijk gevestigd is.
  Bovendien wanneer de dienstverrichter niet over een diploma, certificaat of andere akten beschikt bedoeld in artikel 1, §§ 1 tot en met 2/3, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, kan de Orde, volgens de voorwaarden en nadere regels voorzien in artikel 9, § 4, van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties, voor de eerste dienstverrichting de beroepskwalificaties van de dienstverrichter controleren en, in voorkomend geval hem een proeve van bekwaamheid opleggen.
  De bepalingen inzake de gedeeltelijke toegang bedoeld in artikel 5/9 van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties, zijn van toepassing indien de dienstverrichter het beroep van architect gedeeltelijk wenst uit te oefenen. De bepalingen betreffende het waarschuwingsmechanisme, de centrale toegang tot informatie en elektronische procedures bedoeld in de artikelen 27/1 en 27/2 van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties zijn van toepassing.".

  Art. 7. In artikel 11, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 1990, alsook bij de wetten van 10 februari 1998, van 1 maart 2007 en van 21 november 2008, worden de woorden "een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap of een andere staat die partij is bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte" vervangen door de woorden "één van de lidstaten".

  Art. 8. In artikel 21, § 3, vijfde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2000 alsook bij de wetten van 10 februari 1998 en van 21 november 2008, worden de woorden "van de Europese Economische Gemeenschap of een andere staat die partij is bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte" opgeheven.

  Art. 9. In artikel 38, 7°, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2000 en de wet van 15 februari 2006, worden de woorden "een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte" vervangen door de woorden "de lidstaten".

  Art. 10. Artikel 52 van de dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 1990 en de wetten van 10 februari 1998 en 22 december 2009, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 52. § 1. De Raden van de Orde kennen automatisch een vrijstelling van de stage bedoeld in artikel 50 toe aan de onderdanen van de lidstaten die een diploma, certificaat of andere akten bezitten, bedoeld in artikel 1, §§ 2 tot en met 2/3, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect. Ze kennen dergelijke vrijstelling ook toe wanneer ze vaststellen dat de diploma's, certificaten of andere titels voldoen aan de voorwaarden vermeld in bijlage 1a van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect.
  Het eerste lid is niet van toepassing op diploma's, certificaten of andere akten afgeleverd door een Belgische instelling bedoeld in bijlage 1b en 2a van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect.
  § 2. De Raden van de Orde kunnen volgens de voorwaarden bepaald door de Koning, een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van stage verlenen aan de volgende personen :
  1° de onderdanen van lidstaten die in het buitenland prestaties hebben geleverd die gelijkwaardig met de stage worden geacht;
  2° de onderdanen van derde landen die het beroep in het buitenland gedurende meer dan twee jaar hebben uitgeoefend.
  In dat geval zijn de voor de tuchtstraffen geldende regels inzake rechtspleging en beroep van toepassing.".

  HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog

  Art. 11. In artikel 1, 1°, van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 januari 1997 en bij het koninklijk besluit van 20 januari 2005, wordt de bepaling onder g) vervangen als volgt :
  "g) een opleidingstitel bedoeld in Titel III, Hoofdstuk I, van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties, hierna te noemen "de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties", afgeleverd door een andere lidstaat en die beantwoordt aan de voorwaarden vastgelegd in dit hoofdstuk, of een opleidingstitel gelijkgesteld aan een dergelijke titel in toepassing van artikel 2, § 3, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.
  De onderdanen van een lidstaat die een opleidingstitel bedoeld in deze bepaling, hebben verworven, zijn onderworpen aan alle voorwaarden en genieten van alle rechten voorzien in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties onverminderd de bepalingen voorzien door of op basis van deze wet.
  Onder lidstaat wordt in de zin van deze wet verstaan, de lidstaat zoals bedoeld in artikel 2, § 1, l), van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.".

  Art. 12. In artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 januari 1997 en bij de wet van 22 december 2009, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt :
  " § 2. De personen bedoeld in § 1 sturen de Psychologencommissie een kopie van het in artikel 1, 1°, a) tot en met f) bedoelde diploma of van de in artikel 1, 1°, g) bedoelde opleidingstitel.".

  Art. 13. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk V ingevoegd, luidende "Hoofdstuk V. Slotbepaling".

  Art. 14. In hoofdstuk V, ingevoegd bij artikel 4, wordt een artikel 21 ingevoegd, luidende :
  "Art. 21. De Koning kan de bepalingen van deze wet en de besluiten genomen in uitvoering ervan opheffen, wijzigen, aanvullen of vervangen om de omzetting in nationaal recht van de richtlijn betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties te verzekeren.".

  HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen

  Art. 15. In artikel 1/1 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, ingevoegd bij de wet van 25 februari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
  "1° lidstaat : de lidstaat zoals bedoeld in artikel 2, § 1, l), van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties;";
  2° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende :
  "3° de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties : de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties.".

  Art. 16. In de artikelen 3 en 44 van dezelfde wet worden de woorden "toegetreden staten" vervangen door het woord "lidstaten".
  In de artikelen 3, 4 en 44 van dezelfde wet worden de woorden "toegetreden staat" vervangen door het woord "lidstaat".

  Art. 17. In artikel 16 van dezelfde wet, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 februari 2003 en 19 november 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt paragraaf 1, eerste lid;
  2° het tweede lid wordt paragraaf 1, tweede lid;
  3° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Paragraaf 1 doet geen afbreuk aan het recht van de personen aan wie de hoedanigheid van accountant en/of belastingconsulent is verleend in toepassing van artikel 19bis om eveneens gebruik te maken van hun opleidingstitel die hen verleend is in de lidstaat van oorsprong en eventueel van de afkorting daarvan, in de taal van deze Staat. Deze titel moet gevolgd worden door de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die de titel heeft verleend.
  De personen die tijdelijk en occasioneel de activiteit van accountant in België uitoefenen in toepassing van artikel 37bis, kunnen ook de opleidingstitel die hen verleend is in de lidstaat van oorsprong voeren, alsook eventueel de afkorting ervan in de taal van deze lidstaat. Deze titel dient te worden gevolgd door de naam en de plaats van de instelling of de examencommissie die de titel heeft verleend.";
  4° het vierde en het vijfde lid worden opgeheven.

  Art. 18. In artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 februari 2003, bij de wetten van 2 juni 2013 en 15 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "van de Europese Gemeenschap of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte" opgeheven;
  2° in de bepaling onder 7° worden de woorden "van de Europese Gemeenschap of van een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte" opgeheven.

  Art. 19. In artikel 19bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 februari 2003 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 november 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Ter ondersteuning van hun verzoek om verlening van de hoedanigheid van accountant en/of belastingconsulent, kunnen de onderdanen van een lidstaat eveneens een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in Titel III, Hoofdstuk I, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, afgeleverd door een andere lidstaat, doen gelden die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in dit hoofdstuk, of een opleidingstitel gelijkgesteld aan een dergelijke titel in toepassing van artikel 2, § 3, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties. De onderdanen van een lidstaat die een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in deze paragraaf, hebben verworven, zijn onderworpen aan alle voorwaarden en genieten van alle rechten voorzien in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, onverminderd de bepalingen voorzien in of op basis van deze wet.";
  2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  "De houders van een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in § 1 zijn vrijgesteld van stage.";
  3° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  "Zij moeten zich evenwel, in toepassing van artikel 16, § 3, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, onderwerpen aan een bekwaamheidsproef, georganiseerd door het Instituut wanneer hun opleiding op het vlak van boekhouding, fiscaliteit,
  vennootschapsrecht, deontologie en andere vakken waarvan de kennis noodzakelijk is voor de uitoefening van het beroep van accountant en/of belastingconsulent in België, belangrijke verschillen vertoont inzake inhoud ten aanzien van de opleiding die bestreken is door de in België vereiste opleidingstitel.";
  4° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "uitsluitend van de beroepskennis" vervangen door de woorden "van de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties";
  5° paragraaf 2, vijfde lid, wordt aangevuld met de woorden "en de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties";
  6° in paragraaf 2 wordt het zesde lid vervangen als volgt :
  "Indien overwogen wordt om de aanvrager een bekwaamheidsproef te laten afleggen, wordt er eerst nagegaan of de beroepskennis, vaardigheden en -competenties die de aanvrager tijdens zijn beroepservaring als accountant of als belastingconsulent in een lidstaat of derde land heeft verworven, van dien aard zijn, dat het wezenlijke verschil in de opleiding daardoor geheel of gedeeltelijk wordt ondervangen.";
  7° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Het Instituut informeert de aanvrager over de beslissing hem aan een bekwaamheidsproef te onderwerpen door vermelding van :
  1° het vereiste kwalificatieniveau en het niveau volgens de onderverdeling in artikel 13 van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties waarover de aanvrager beschikt;
  2° de wezenlijke verschillen die de bekwaamheidsproef rechtvaardigen en de redenen waarom ze niet gecompenseerd kunnen worden door beroepskennis, vaardigheden en -competenties, welke zijn verworven door de aanvrager door beroepservaring of levenslang leren, en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd.";
  8° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Het Instituut stuurt een ontvangstbevestiging binnen één maand na de ontvangst van het dossier van de aanvrager en deelt in voorkomend geval mee welk document of documenten ontbreken.
  De procedure voor het onderzoek van een in toepassing van dit artikel ingediende aanvraag moet zo spoedig mogelijk, en in ieder geval uiterlijk vier maanden na de indiening van het volledige dossier van de aanvrager door een met redenen omkleed besluit worden afgesloten.
  Tegen dit besluit, of tegen het uitblijven ervan, kan beroep ingesteld worden bij de commissie van beroep bedoeld in artikel 7 van de wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten.".

  Art. 20. Artikel 37bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 19 november 2009, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 37bis. § 1. De onderdanen van een lidstaat zijn gemachtigd om tijdelijk en occasioneel de activiteit van accountant uit te oefenen zonder de voorwaarden te moeten vervullen van de artikelen 19 en 19bis volgens de modaliteiten voorzien in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties en van § 2 indien zij :
  1° op wettige wijze zijn gevestigd in een andere lidstaat om er hetzelfde beroep uit te oefenen en;
  2° het beroep van accountant gedurende de tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende tenminste een jaar hebben uitgeoefend in één of meer lidstaten, indien het beroep niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging.
  Het tijdelijk en occasioneel karakter van de dienstverrichting wordt door het Instituut per geval beoordeeld, met name in functie van de duur, de frequentie, de regelmaat en de continuïteit.
  § 2. In toepassing van artikel 9 van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties stellen de personen bedoeld in § 1 die zich voor het eerst naar België begeven om er tijdelijk en occasioneel het beroep van accountant uit te oefenen, het Instituut hiervan vooraf in kennis door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of andere middelen van persoonlijke of collectieve bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid.
  Deze verklaring wordt eenmaal per jaar hernieuwd indien de dienstverrichter voornemens is om diensten te verrichten in België op een tijdelijke en occasionele manier tijdens het desbetreffende jaar.
  Bovendien, bij de eerste dienstverrichting of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgegaan in de door de documenten gestaafde situatie, bezorgt de dienstverrichter ook de documenten voorzien in artikel 9, § 2, a) tot d), van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.

  Art. 21. In artikel 46 van dezelfde wet, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 februari 2003 en van 19 november 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt paragraaf 1, eerste lid;
  2° het tweede lid wordt paragraaf 1, tweede lid;
  3° het derde lid wordt paragraaf 1, derde lid;
  4° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Paragraaf 1 doet geen afbreuk aan het recht van personen aan wie de hoedanigheid van boekhouder(-fiscalist) verleend is in toepassing van artikel 50bis om eveneens gebruik te maken van hun opleidingstitel en eventueel van de afkorting ervan van de lidstaat van oorsprong, in de taal van die staat. Deze titel moet gevolgd worden door de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die de titel heeft verleend.
  De personen die tijdelijk en occasioneel de activiteit van boekhouder(-fiscalist) in België uitoefenen in toepassing van artikel 52bis, kunnen ook de opleidingstitel die hen verleend is in de lidstaat van oorsprong voeren, alsook eventueel de afkorting ervan, in de taal van deze staat. Deze titel dient te worden gevolgd door de naam en de plaats van de instelling of de examencommissie die de titel heeft verleend."
  5° het vijfde en zesde lid worden opgeheven;
  6° het zevende, achtste en negende lid worden respectievelijk paragraaf 3, eerste lid, paragraaf 3, tweede lid, en paragraaf 3, derde lid;
  7° in het zevende lid, thans paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "toegetreden staat" vervangen door het woord "lidstaat".

  Art. 22. In artikel 50bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 februari 2003 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 november 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Ter ondersteuning van hun verzoek om verlening van de hoedanigheid van boekhouder(-fiscalist), kunnen de onderdanen van een lidstaat eveneens een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in Titel III, Hoofdstuk I, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, afgeleverd door een andere lidstaat, doen gelden die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in dit hoofdstuk, of een opleidingstitel gelijkgesteld aan een dergelijke titel in toepassing van artikel 2, § 3, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties. De onderdanen van een lidstaat die een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in deze paragraaf, hebben verworven, zijn onderworpen aan alle voorwaarden en genieten van alle rechten voorzien in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, onverminderd de bepalingen voorzien in of op basis van deze wet.";
  2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  "De houders van een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in § 1 zijn vrijgesteld van stage.";
  3° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  "Zij moeten zich evenwel, in toepassing van artikel 16, § 3, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, onderwerpen aan een bekwaamheidsproef, georganiseerd door het Beroepsinstituut, wanneer hun opleiding op het vlak van boekhouding, fiscaliteit, vennootschapsrecht, deontologie en andere vakken waarvan de kennis noodzakelijk is voor de uitoefening van het beroep van boekhouder(-fiscalist) in België, belangrijke verschillen vertoont inzake inhoud ten aanzien van de opleiding die bestreken is door de in België vereiste opleidingstitel.";
  4° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "uitsluitend van de beroepskennis" vervangen door de woorden "van de beroepskennis, vaardigheden en -competenties";
  5° in paragraaf 2, vijfde lid, worden de woorden "Instituut vastgelegd met inachtneming van het gemeenschapsrecht" vervangen door de woorden "Beroepsinstituut vastgelegd met inachtneming van het gemeenschapsrecht en de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.";
  6° in paragraaf 2 wordt het zesde lid vervangen als volgt :
  "Indien overwogen wordt om de aanvrager een bekwaamheidsproef te laten afleggen, wordt er eerst nagegaan of de beroepskennis, vaardigheden en -competenties die de aanvrager als boekhouder(-fiscalist) in een lidstaat of derde land heeft verworven, van dien aard zijn, dat het wezenlijke verschil in de opleiding daardoor geheel of gedeeltelijk wordt ondervangen.";
  7° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Het Beroepsinstituut informeert de aanvrager over de beslissing hem aan een bekwaamheidsproef te onderwerpen door vermelding van :
  1° het vereiste kwalificatieniveau en het niveau volgens de onderverdeling in artikel 13 van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties waarover de aanvrager beschikt;
  2° de wezenlijke verschillen die de bekwaamheidsproef rechtvaardigen en de redenen waarom ze niet gecompenseerd kunnen worden door de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties, welke zijn verworven door de aanvrager door beroepservaring of levenslang leren, en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd.";
  8° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Het Beroepsinstituut stuurt een ontvangstbevestiging binnen één maand na de ontvangst van het dossier van de aanvrager en deelt in voorkomend geval mee welk document of documenten ontbreken.
  De procedure voor het onderzoek van een in toepassing van dit artikel ingediende aanvraag moet zo spoedig mogelijk, en in ieder geval uiterlijk vier maanden na de indiening van het volledige dossier van de aanvrager door een met redenen omkleed besluit worden afgesloten.
  Tegen dit besluit, of tegen het uitblijven ervan, kan beroep worden aangetekend bij de Kamer van beroep bedoeld in artikel 45/1, § 2.".

  Art. 23. Artikel 52bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 19 november 2009 wordt vervangen als volgt :
  "Art. 52bis. § 1. De onderdanen van een lidstaat zijn gemachtigd om tijdelijk en occasioneel de activiteit van boekhouder(-fiscalist) uit te oefenen zonder de voorwaarden te moeten vervullen van artikel 50bis volgens de nadere regels voorzien in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties en van § 2 indien zij :
  1° op wettige wijze zijn gevestigd in een andere lidstaat om er hetzelfde beroep uit te oefenen en;
  2° het beroep van boekhouder(-fiscalist) gedurende de tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende tenminste een jaar hebben uitgeoefend in één of meer lidstaten, indien het beroep niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging.
  Het tijdelijk en occasioneel karakter van de dienstverrichting wordt door het Beroepsinstituut per geval beoordeeld, met name in functie van de duur, de frequentie, de regelmaat en de continuïteit.
  § 2. In toepassing van artikel 9 van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificatie stellen de personen bedoeld in § 1 die zich voor het eerst naar België begeven om er tijdelijk en occasioneel het beroep van boekhouder(-fiscalist) uit te oefenen, het Instituut hiervan vooraf in kennis door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of andere middelen van persoonlijke of collectieve bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid.
  Deze verklaring wordt eenmaal per jaar hernieuwd indien de dienstverrichter voornemens is om diensten te verrichten in België op een tijdelijke en occasionele manier tijdens het desbetreffende jaar.
  Bovendien, bij de eerste dienstverrichting of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, bezorgt de dienstverrichter ook de documenten voorzien in artikel 9, § 2, a) tot d), van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.

  HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert

  Art. 24. In de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006 en de wet van 18 juli 2013, wordt een hoofdstuk I/1 ingevoegd, luidende "Hoofdstuk I/1. - Definities".

  Art. 25. In hoofdstuk I/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 24, wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 1/1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties : de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties;
  2° lidstaat : de lidstaat zoals bedoeld in artikel 2, § 1, l), van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.".

  Art. 26. In artikel 2, 1°, van dezelfde wet wordt de bepaling onder h) vervangen als volgt :
  "h) een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in Titel III, Hoofdstuk I, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, afgeleverd door een andere lidstaat en die beantwoordt aan de voorwaarden vastgelegd in dit hoofdstuk, of een opleidingstitel gelijkgesteld aan een dergelijke titel in toepassing van artikel 2, § 3, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.
  De onderdanen van een lidstaat die een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in deze bepaling hebben verworven, zijn onderworpen aan alle voorwaarden en genieten van alle rechten voorzien in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, onverminderd de bepalingen voorzien door of op basis van deze wet.
  De diploma's waarvan sprake in a) tot e) hierboven, moeten afgeleverd worden door onderwijs- of opleidingsinstellingen georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door het Rijk of de Gemeenschappen.".

  Art. 27. In dezelfde wet, wordt een artikel 2/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 2/3. § 1. De onderdanen van een lidstaat zijn gemachtigd om tijdelijk en incidenteel het beroep van landmeter-expert uit te oefenen zonder de voorwaarden te moeten vervullen van artikel 2 volgens de nadere regels voorzien in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties en in § 2 indien zij :
  1° op wettige wijze zijn gevestigd in een andere lidstaat om er hetzelfde beroep uit te oefenen en;
  2° het beroep van landmeter-expert, gedurende de tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende ten minste een jaar hebben uitgeoefend in één of meerdere lidstaten, indien het beroep niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging.
  Het tijdelijke en incidentele karakter van de dienstverrichting wordt door de Federale Raad van landmeters-experten per geval beoordeeld, met name in functie van de duur, de frequentie, de regelmaat en de continuïteit.
  § 2. In toepassing van artikel 9 van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties stellen de personen bedoeld in § 1 die zich voor het eerst naar België begeven om er tijdelijk en incidenteel het beroep van landmeter-expert uit te oefenen, de Federale Raad van landmeters-experten hiervan vooraf in kennis door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of andere middelen van persoonlijke of collectieve bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid. Bij overlegging mag het attest van verzekering niet meer dan drie maanden oud zijn.
  Deze verklaring wordt eenmaal per jaar hernieuwd indien de dienstverrichter voornemens is om diensten te verrichten in België op een tijdelijke en incidentele manier tijdens het desbetreffende jaar. De dienstverrichter mag de verklaring met alle middelen aanleveren.
  Bovendien bij de eerste dienstverrichting of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, bezorgt de dienstverrichter ook de documenten voorzien in artikel 9, § 2, a) tot d), van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.

  Art. 28. In dezelfde wet wordt een artikel 2/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. 2/4. De Koning kan de bepalingen van deze wet en de besluiten genomen in uitvoering ervan opheffen, wijzigen, aanvullen of vervangen om de omzetting in nationaal recht van de richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties te verzekeren.".

  Art. 29. In artikel 7, § 1, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden "van de Europese Gemeenschap of van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte" opgeheven.

  HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar

  Art. 30. In artikel 2 van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt :
  "3° lidstaat : de lidstaat zoals bedoeld in artikel 2, § 1, l), van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties;";
  2° artikel 2 wordt aangevuld met de bepaling onder 10°, luidende :
  "10° de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties : de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties.".

  Art. 31. In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, 1. a), worden de woorden "een diploma" vervangen door de woorden "een bekwaamheidsattest of van een opleidingstitel";
  2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
  " § 5. De onderdanen van een lidstaat die een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in § 2, 1.a) hebben verworven, zijn onderworpen aan alle voorwaarden en genieten van alle rechten voorzien in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, onverminderd de bepalingen voorzien door of op basis van deze wet.".

  Art. 32. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt
  "Art. 9. § 1. De onderdanen van een lidstaat zijn gemachtigd om tijdelijk en incidenteel het beroep van vastgoedmakelaar uit te oefenen zonder de voorwaarden te moeten vervullen van artikel 5, maar onder voorbehoud van de naleving van de deontologische regels die rechtstreeks verband houden met de beroepskwalificaties, volgens de nadere regels voorzien in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties en in § 2 indien zij :
  1° op wettige wijze zijn gevestigd in een andere lidstaat om er hetzelfde beroep uit te oefenen en;
  2° het beroep van vastgoedmakelaar gedurende de tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende ten minste een jaar hebben uitgeoefend in één of meerdere lidstaten, indien het beroep niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging.
  Het tijdelijke en incidentele karakter van de dienstverrichting wordt door de Uitvoerende Kamer per geval beoordeeld, met name in functie van de duur, de frequentie, de regelmaat en de continuïteit.
  § 2. In toepassing van artikel 9 van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties stellen de personen bedoeld in § 1 die zich voor het eerst naar België begeven om er tijdelijk en incidenteel het beroep van vastgoedmakelaar uit te oefenen, het Instituut hiervan vooraf in kennis door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of andere middelen van persoonlijke of collectieve bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid.
  Deze verklaring wordt eenmaal per jaar hernieuwd indien de dienstverrichter voornemens is om diensten te verrichten in België op een tijdelijke en incidentele manier tijdens het desbetreffende jaar. De dienstverrichter mag de verklaring met alle middelen aanleveren.
  Bovendien bij de eerste dienstverrichting of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, bezorgt de dienstverrichter ook de documenten voorzien in artikel 9, § 2, a) tot d), van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.
  De attesten afgeleverd door verzekeringsmaatschappijen uit andere lidstaten worden als gelijkwaardig aanvaard. Deze attesten vermelden dat de verzekeraar zich in orde heeft gesteld met de in België van kracht zijnde wetten en voorschriften voor wat betreft de voorwaarden en de reikwijdte van de dekking. Ze mogen bij overlegging niet ouder zijn dan drie maanden.".

  Art. 33. In dezelfde wet, wordt een afdeling 2/1 ingevoegd, luidende :
  "Afdeling 2/1. Vrijheid van vestiging en vrij verrichten van diensten - Europese beroepskaart".

  Art. 34. In afdeling 2/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 33, wordt een artikel 9/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 9/1. § 1. De onderdanen van een lidstaat die houder zijn van een opleidingstitel bedoeld in artikel 5, § 2, 1.a), die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald door de Koning en werd afgeleverd in België, kunnen aan het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars vragen om, via het door de Commissie ter beschikking gestelde instrument dat een IMI-bestand aanmaakt :
  1° ofwel alle nodige voorbereidende stappen uit te voeren voor het onderzoek van hun individuele dossier voor het bekomen van een Europese beroepskaart om zich te vestigen in een andere lidstaat;
  2° ofwel de Europese beroepskaart af te geven om het beroep tijdelijk en incidenteel in een andere lidstaat uit te oefenen.
  § 2. De onderdanen van een lidstaat die houder zijn van een bekwaamheidsattest of van een opleidingstitel bedoeld in artikel 5, § 2, 1.a), dat of die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald door de Koning en afgeleverd is door een andere lidstaat, kunnen een aanvraag om Europese beroepskaart indienen om het beroep in België uit te oefenen ofwel in het kader van de vrijheid van vestiging, ofwel in het kader van de vrije dienstverrichting.
  § 3. Overeenkomstig de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties zijn de voorwaarden voor het bekomen van een Europese beroepskaart dezelfde als degene die vastgelegd worden voor de erkenning van de beroepskwalificaties. De procedure wordt bepaald door de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties en door de uitvoeringsverordening (EU) 2015/983 van de Commissie van 24 juni 2015 betreffende de procedure voor de afgifte van de Europese beroepskaart en de toepassing van het waarschuwingsmechanisme, overeenkomstig Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad.
  § 4. De bevoegde Uitvoerende Kamer neemt de beslissingen over het al dan niet afleveren van een Europese beroepskaart. Tegen haar beslissing of tegen het uitblijven van een beslissing binnen de termijnen vastgelegd voor het onderzoek van een aanvraag om erkenning van beroepskwalificaties, kan beroep worden aangetekend bij de bevoegde Kamer van Beroep of in laatste instantie bij het Hof van Cassatie volgens dezelfde regels als die voorzien voor elk beroep tegen een beslissing inzake een aanvraag tot erkenning van beroepskwalificaties. Wanneer de aanvraag voor een Europese beroepskaart ingediend wordt door een onderdaan die geen vestiging heeft in België en die het beroep in een andere lidstaat wil uitoefenen, is de bevoegde Uitvoerende Kamer die van zijn verblijfplaats.

  Art. 35. In dezelfde wet, wordt een artikel 9/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 9/2. De Koning kan de bepalingen van deze wet en de besluiten genomen in uitvoering ervan opheffen, wijzigen, aanvullen of vervangen om de omzetting in nationaal recht van de richtlijn betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties te verzekeren.".

  HOOFDSTUK 8. - Slotbepaling

  Art. 36. Deze wet treedt in werking de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van hoofdstuk 7 waarvan de datum van inwerkingtreding bepaald wordt door de Koning.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 30 tot 35 vastgesteld op 19-10-2017 door KB 2017-10-09/04, art. 6)

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 21 juli 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
K. PEETERS
De Minister van Middenstand,
W. BORSUS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
-------------------------------------INWERKINGTREDING DOOR-------------------------------------
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 09-10-2017 GEPUBL. OP 18-10-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 30-35)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54 2502. Integraal Verslag : 6 juli 2017.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
    Franstalige versie