J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŰlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2017/06/08/2017012702/justel

Titel
8 JUNI 2017. - Wet betreffende de co÷rdinatie van het deskundigenonderzoek en de versnelling van de procedure in verband met bepaalde vormen van foutloze aansprakelijkheid

Bron :
JUSTITIE
Publicatie : 21-06-2017 nummer :   2017012702 bladzijde : 66695       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2017-06-08/09
Inwerkingtreding : 01-07-2017

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :1878041750       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Co÷rdinatie van het deskundigenonderzoek
Art. 2-9
HOOFDSTUK 3. - Versnelling van de procedure in verband met bepaalde vormen van foutloze aansprakelijkheid
Art. 10-15

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Co÷rdinatie van het deskundigenonderzoek

  Art. 2. Artikel 964 van het Gerechtelijk Wetboek, opgeheven bij de wet van 15 mei 2007, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 964. Wanneer de rechter meerdere deskundigen aanstelt, kan hij een co÷rdinerende deskundige aanstellen.
  De co÷rdinerende deskundige heeft als opdracht de werkzaamheden van de door de rechter aangestelde deskundigen te co÷rdineren en te pogen alle partijen te verzoenen, overeenkomstig artikel 977.
  De co÷rdinerende deskundige bereidt in voorkomend geval de installatievergadering zoals voorzien in artikel 972 voor. Op die vergadering doet hij ook de nodige voorstellen voor het verder verloop van de werkzaamheden van de door de rechter aangestelde deskundigen en voor het pogen te verzoenen van alle partijen.
  De co÷rdinerende deskundige is onderworpen aan alle bepalingen van dit Wetboek die van toepassing zijn op de deskundigen.".

  Art. 3. In artikel 972 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007 en gewijzigd bij de wetten van 30 december 2009 en 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1░ in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "derde en vierde lid";
  2░ in dezelfde paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "vijfde lid" vervangen door de woorden "zesde lid";
  3░ in paragraaf 2, vijfde lid, laatste zin, worden de woorden "vijfde lid" vervangen door de woorden "zesde lid";
  4░ in dezelfde paragraaf 2, negende lid, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "derde en het vierde lid".

  Art. 4. In artikel 973, ž 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "De griffier geeft binnen acht dagen bij gewone brief kennis van de oproeping aan de partijen, hun raadslieden en de deskundige.
  In afwijking van het derde lid geeft de griffier binnen acht dagen kennis van de oproeping bij gerechtsbrief :
  1░ aan de partijen die verstek hebben laten gaan;
  2░ aan de gerechtsdeskundigen van wie de vervanging wordt gevraagd of betwist;
  3░ aan de gerechtsdeskundigen die het voorwerp zijn van een vraag tot uitbreiding of verlenging van hun opdracht, of van een betwisting van die vraag.";
  b) in het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden "het derde lid" vervangen door de woorden "het derde en vierde lid".

  Art. 5. In artikel 974, ž 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "derde en vierde lid".

  Art. 6. In artikel 979, ž 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de woorden "vijfde lid" vervangen door de woorden "zesde lid".

  Art. 7. In artikel 985, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 december 2009, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "derde en vierde lid".

  Art. 8. In artikel 991decies, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014, wordt een vierde streepje toegevoegd, luidende :
  "- wanneer het gaat om een co÷rdinerende deskundige wiens exclusieve opdracht beoogd is in artikel 964."

  Art. 9. In artikel 1369bis/10 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 mei 2007, worden de woorden "en derde" vervangen door de woorden "tot vierde".

  HOOFDSTUK 3. - Versnelling van de procedure in verband met bepaalde vormen van foutloze aansprakelijkheid

  Art. 10. In het vierde deel, boek IV, van het Gerechtelijk Wetboek wordt een hoofdstuk XXVI ingevoegd, luidende "Geschillen betreffende bepaalde vormen van foutloze aansprakelijkheid".

  Art. 11. In hoofdstuk XXVI, ingevoegd bij artikel 10, wordt een artikel 1385quinquiesdecies ingevoegd, luidende :
  "Art. 1385quinquiesdecies. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing in rechtsplegingen betreffende vorderingen tot schadevergoeding gegrond op foutloze aansprakelijkheid, met uitsluiting van de gevallen waar de vaststelling van deze aansprakelijkheid overigens de vaststelling van de fout van een derde vereist.".

  Art. 12. In hetzelfde hoofdstuk XXVI wordt een artikel 1385sexiesdecies ingevoegd, luidende :
  "Art. 1385sexiesdecies. In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede zin, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering wordt de vordering bedoeld in artikel 1385quinquiesdecies, niet geschorst gedurende de loop van een strafvordering die geheel of gedeeltelijk op dezelfde feiten is gegrond.".

  Art. 13. In hetzelfde hoofdstuk XXVI wordt een artikel 1385septiesdecies ingevoegd, luidende :
  "Art. 1385septiesdecies. ž 1. Indien een tegenvordering, een vordering tot tussenkomst, een vordering tot vrijwaring of enige andere tussenvordering wordt ingesteld, wordt over de vordering bedoeld in artikel 1385quinquiesdecies uitspraak gedaan zodra deze in staat van wijzen is, tenzij akkoord van de partijen of indien de rechter, op verzoek van een partij, op gemotiveerde wijze vaststelt dat de gezamenlijke behandeling van deze vordering en van ÚÚn of sommige van de tussenvorderingen noodzakelijk is voor de goede rechtsbedeling.
  ž 2. Het verzoekschrift met het oog op de gezamenlijke behandeling van de vorderingen, bedoeld in paragraaf 1, wordt neergelegd ter inleidende zitting of later neergelegd ter griffie, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn.
  Tenzij deze vraag werd behandeld op de inleidende zitting of verdaagd naar een nabije datum opdat erover wordt gepleit overeenkomstig artikel 735, brengt de griffier het verzoekschrift bij gewone brief ter kennis van de partijen en, in voorkomend geval, aan hun advocaat, en bij gerechtsbrief aan de niet verschenen partij. Deze partijen kunnen, binnen vijftien dagen na deze verzending, op dezelfde wijze hun opmerkingen ter griffie neerleggen.
  Binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in het tweede lid, doet de rechter uitspraak op stukken door middel van een beschikking. In voorkomend geval bepaalt hij de termijnen om conclusie te nemen, of een syntheseconclusie moet worden genomen en wijzigt zo nodig de rechtsdag.
  De conclusies die ter griffie zijn neergelegd of aan de andere partij gezonden na het verstrijken van de termijnen bedoeld in het derde lid, worden ambtshalve uit de debatten geweerd, behoudens andersluidend akkoord tussen de partijen. Op de rechtsdag kan de meest gerede partij een op tegenspraak gewezen vonnis vorderen.
  Tegen deze beschikking staat geen enkel rechtsmiddel open.".

  Art. 14. In hetzelfde hoofdstuk XXVI wordt een artikel 1385octiesdecies ingevoegd, luidende :
  "Art. 1385octiesdecies. Indien de vordering gegrond is op meer middelen dan enkel de foutloze aansprakelijkheid bedoeld in artikel 1385quinquiesdecies, doet de rechter op verzoek van een partij uitspraak over de vordering als deze in staat van wijzen is voor wat betreft dit laatste middel, ongeacht of de vordering wordt opgeschort voor zover zij op andere middelen is gebaseerd of niet, zelfs al is de vordering niet in staat van wijzen voor wat betreft de andere door die partij aangevoerde middelen.".

  Art. 15. Artikel 4, eerste lid, tweede zin, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, vervangen bij de wet van 13 april 2005, wordt aangevuld met de woorden ", in zoverre er gevaar bestaat voor onverenigbaarheid tussen de beslissing van de strafrechter en die van de burgerlijke rechter en onverminderd de uitzonderingen uitdrukkelijk bepaald door de wet".

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 8 juni 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De minister van Justitie,
K. GEENS
Met `s Lands zegel gezegeld :
De minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54 2402 Integraal Verslag : 18 mei 2017

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie