J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2016/12/11/2016012257/justel

Titel
11 DECEMBER 2016. - Wet houdende diverse bepalingen inzake detachering van werknemers

Bron :
WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
Publicatie : 20-12-2016 nummer :   2016012257 bladzijde : 87449       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-12-11/03
Inwerkingtreding : 30-12-2016

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2010009590        2002012455        2010A09589        1978102310        1981001048        1965041207       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Bescherming van werknemers gedetacheerd vanuit BelgiŽ naar een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of naar Zwitserland
Art. 3-4
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 5 maart 2002 tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in BelgiŽ werknemers ter beschikking stellen
Art. 5-10
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers
Art. 11-18
Afdeling 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten
Art. 19-21
Afdeling 4. - Wijzigingen van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers
Art. 22
Afdeling 5. - Wijzigingen van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht
Art. 23
Afdeling 6. - Wijzigingen van het Sociaal Strafwetboek
Art. 24-40
HOOFDSTUK 4. - Andere bepalingen
Art. 41

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  Art. 2. Bij deze wet wordt richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening") omgezet.

  HOOFDSTUK 2. - Bescherming van werknemers gedetacheerd vanuit BelgiŽ naar een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of naar Zwitserland

  Art. 3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder werknemer gedetacheerd naar een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland : de werknemer die, voor rekening van zijn werkgever gevestigd in BelgiŽ, gewoonlijk werkt in BelgiŽ, maar tijdelijk arbeidsprestaties verricht in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.

  Art. 4. De werknemer die gedetacheerd is naar een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland en die gerechtelijke of administratieve procedures opstart of heeft opgestart in BelgiŽ of in een ander land tegen zijn werkgever teneinde de rechten op te eisen die hij geniet krachtens richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en/of krachtens richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening"), mag vanwege zijn werkgever geen enkel nadeel ondervinden naar aanleiding van het opstarten van dergelijke gerechtelijke of administratieve procedures.

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen

  Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 5 maart 2002 tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in BelgiŽ werknemers ter beschikking stellen

  Art. 5. Het opschrift van de wet van 5 maart 2002 tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in BelgiŽ werknemers ter beschikking stellen, wordt vervangen als volgt :
  "Wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in BelgiŽ en de naleving ervan".

  Art. 6. In hoofdstuk I van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in BelgiŽ en de naleving ervan wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende :
  "Artikel 1/1. Deze wet is de omzetting van :
  1į de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten;
  2į de richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening").".

  Art. 7. In hoofdstuk I van dezelfde wet wordt artikel 2 vervangen als volgt :
  "Art. 2. Voor de toepassing van deze wet moet worden begrepen onder :
  1į werknemers : de personen die, op basis van een overeenkomst, arbeidsprestaties verrichten tegen loon en onder het gezag van een andere persoon;
  2į gedetacheerde werknemers : de personen bedoeld in de bepaling onder 1į die tijdelijk arbeidsprestaties verrichten in BelgiŽ en die, hetzij gewoonlijk werken op het grondgebied van ťťn of meer andere landen dan BelgiŽ, hetzij zijn aangeworven in een ander land dan BelgiŽ.
  Om te bepalen of deze personen tijdelijk arbeidsprestaties verrichten in BelgiŽ, moeten alle feitelijke elementen die hun werk en situatie kenmerken, worden onderzocht. Deze feitelijke elementen kunnen met name omvatten :
  a) het werk dat voor een bepaalde periode wordt verricht in BelgiŽ;
  b) de datum waarop de detachering begint;
  c) de situatie voor de werknemer die wordt tewerkgesteld in BelgiŽ en die op die manier wordt gedetacheerd in een ander land dan die waar of van waaruit hij gewoonlijk zijn arbeid verricht in de zin van Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I) en/of de wet van 14 juli 1987 houdende goedkeuring van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, van het Protocol en van twee Gemeenschappelijke Verklaringen, opgemaakt te Rome op 19 juni 1980;
  d) het feit dat de werknemer die op die manier wordt tewerkgesteld in BelgiŽ, na de beŽindiging van de werkzaamheden of de dienstverrichting waarvoor hij was gedetacheerd naar BelgiŽ, terugkeert of geacht wordt zijn activiteit te hernemen in het land van waaruit hij werd gedetacheerd;
  e) de aard van de activiteiten;
  f) de werkgever die de werknemer detacheert, zorgt voor het vervoer, de kost en inwoon of accommodatie of dat deze door hem wordt terugbetaald en waar dit het geval is, op welke wijze hierin is voorzien of op welke manier dit wordt terugbetaald;
  g) alle eerdere tijdvakken waarin dezelfde of een andere gedetacheerde werknemer de betrokken werkzaamheden heeft verricht.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de lijst van feitelijke elementen bepaald in 2į aanvullen;
  3į werkgevers : de natuurlijke personen of rechtspersonen die werknemers bedoeld in de bepaling onder 2į tewerkstellen en van wie de onderneming in een ander land dan BelgiŽ daadwerkelijk substantiŽle activiteiten verricht, namelijk activiteiten andere dan uitsluitend intern beheer of administratieve activiteiten.
  Om vast te stellen of deze onderneming daadwerkelijk substantiŽle activiteiten verricht, wordt een algemene beoordeling uitgevoerd van alle feitelijke elementen die, gedurende een langere periode, kenmerkend zijn voor de activiteiten die deze onderneming verricht in de lidstaat waar zij is gevestigd en, zo nodig, in BelgiŽ. Deze elementen kunnen met name omvatten :
  a) de plaats waar de onderneming haar statutaire zetel heeft en haar administratie wordt verricht, waar zij kantoren heeft, belastingen en socialezekerheidspremies betaalt, en waar zij, indien van toepassing, overeenkomstig het nationale recht een vergunning voor de uitoefening van een beroep heeft of is ingeschreven bij kamers van koophandel of beroepsorganisaties;
  b) de plaats waar gedetacheerde werknemers worden aangeworven en van waaruit ze worden gedetacheerd;
  c) het recht dat van toepassing is op de overeenkomsten van de onderneming met haar werknemers, enerzijds, en haar klanten, anderzijds;
  d) de plaats waar de onderneming haar belangrijkste ondernemingsactiviteiten ontplooit en waar zij administratief personeel heeft;
  e) het aantal uitgevoerde overeenkomsten en/of de grootte van de omzet in het land van vestiging, rekening houdend met onder andere de specifieke situatie van nieuwe ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de lijst van feitelijke elementen bepaald in 3į aanvullen.
  4į verbindingspersoon : natuurlijke persoon die wordt aangewezen door de werkgever om, voor rekening van deze laatste, het contact te verzekeren met de ambtenaren aangewezen door de Koning en met wie contact kan worden opgenomen door deze laatsten om elk document of advies te bezorgen of in ontvangst te nemen dat betrekking heeft op de tewerkstelling van de werknemers gedetacheerd in BelgiŽ zoals bijvoorbeeld de documenten bepaald bij of krachtens artikel 7/1, ßß 1 en 2, in artikel 6quinquies en 6sexies van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten en in artikel 15bis, ßß 2 en 3, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.".

  Art. 8. In hoofdstuk II van dezelfde wet wordt een artikel 7/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 7/1. ß 1. De werkgevers moeten aan de ambtenaren aangewezen door de Koning, op hun verzoek, bezorgen :
  1į een kopie van de arbeidsovereenkomst van de gedetacheerde werknemer of een gelijkwaardig document in de zin van richtlijn 91/533/EEG van de Raad van 14 oktober 1991 betreffende de verplichting van de werkgever de werknemer te informeren over de voorwaarden die op zijn arbeidsovereenkomst of -verhouding van toepassing zijn;
  2į de informatie met betrekking tot de vreemde valuta die dienst doet als betaling van het loon, de voordelen in geld of in natura verbonden aan de tewerkstelling in het buitenland, de voorwaarden van de repatriŽring van de gedetacheerde werknemer;
  3į de arbeidstijdenoverzichten die begin, einde en duur van de dagelijkse arbeidstijd van de gedetacheerde werknemer aangeven;
  4į de betalingsbewijzen van de lonen van de gedetacheerde werknemer.
  De Koning kan de lijst vermeld in deze paragraaf aanvullen.
  ß 2. In afwijking van artikel 36 van het Sociaal Strafwetboek, moeten de werkgevers aan de ambtenaren aangewezen door de Koning, op hun verzoek, een vertaling bezorgen, hetzij in ťťn van de landstalen, hetzij in het Engels, van de documenten bepaald bij of krachtens paragraaf 1.
  ß 3. De werkgevers kunnen door de Koning, volgens de voorwaarden die Hij bepaalt, rekening houdende met de beperkte duur van hun activiteiten in BelgiŽ of de bijzondere aard van deze activiteiten, worden vrijgesteld van de verplichting om de documenten bedoeld in de paragrafen 1 en 2 te bezorgen.
  ß 4. Na de tewerkstelling van de gedetacheerde werknemers in BelgiŽ zijn de werkgevers ertoe gehouden gedurende een periode van ťťn jaar aan de ambtenaren aangewezen door de Koning, op hun vraag, de documenten te bezorgen bedoeld in de paragrafen 1 en 2.
  ß 5. De documenten bedoeld in de paragrafen 1, 2 en 4 kunnen op papieren drager of in elektronische vorm worden bezorgd.".

  Art. 9. In hoofdstuk II van dezelfde wet wordt een artikel 7/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 7/2. Voorafgaandelijk aan de tewerkstelling van de in BelgiŽ gedetacheerde werknemers, moet de werkgever een verbindingspersoon aanwijzen en, volgens de nadere regels bepaald door de Koning, deze aanwijzing meedelen aan de ambtenaren die Hij aanwijst.".

  Art. 10. In hoofdstuk II van dezelfde wet, wordt artikel 8, derde lid, ingevoegd bij de wet van 27 april 2007, opgeheven.

  Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers

  Art. 11. In hoofdstuk II van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers worden de volgende wijzigingen aangebracht in artikel 15bis :
  1į de paragrafen 1 tot 4 worden vervangen als volgt :
  " ß 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
  1į werkgevers : de werkgevers, in de zin van artikel 1, van wie de onderneming in een ander land dan BelgiŽ daadwerkelijk substantiŽle activiteiten verricht, namelijk activiteiten andere dan uitsluitend intern beheer of administratieve activiteiten, in de zin van artikel 2, 3į, van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in BelgiŽ en de naleving ervan, en die op het Belgische grondgebied ťťn of meerdere werknemers in de zin van de bepaling onder 2į van deze paragraaf tewerkstellen;
  2į werknemers : de werknemers in de zin van artikel 1 die tijdelijk arbeidsprestaties verrichten in BelgiŽ en die, hetzij gewoonlijk werken op het grondgebied van ťťn of meer andere landen dan BelgiŽ, hetzij zijn aangeworven in een ander land dan BelgiŽ;
  ß 2. De werkgevers zijn gedurende een door de Koning bepaalde periode vrijgesteld van het opstellen van de afrekening bedoeld in artikel 15 voor zover zij, gedurende de periode van tewerkstelling bedoeld in paragraaf 1, 1į, van dit artikel, aan de door de Koning aangewezen ambtenaren, op hun verzoek, bezorgen :
  1į een kopie van de documenten betreffende het loon bepaald door de wetgeving van het land waar de werkgever gevestigd is en welke vergelijkbaar zijn met de in artikel 15 bedoelde afrekening en/of;
  2į in afwijking van artikel 36 van het Sociaal Strafwetboek, een vertaling, hetzij in ťťn van de landstalen, hetzij in het Engels, van de documenten bedoeld in de bepaling onder 1į.
  Zij kunnen door de Koning, volgens de voorwaarden die Hij bepaalt, rekening houdende met de beperkte duur van hun activiteiten in BelgiŽ of de bijzondere aard van deze activiteiten, worden vrijgesteld van de verplichting om de documenten bedoeld in het eerste lid, 1į en 2į, te bezorgen.
  ß 3. Na afloop van de tewerkstellingsperiode bedoeld in paragraaf 1, 1į, zijn de werkgevers ertoe gehouden, gedurende een periode van ťťn jaar, de documenten bedoeld in paragraaf 2 te bezorgen aan de door de Koning aangewezen ambtenaren.
  ß 4. Wanneer de werkgevers die ertoe gehouden zijn, de in paragraaf 2 bedoelde documenten niet bezorgen overeenkomstig dezelfde paragraaf en paragraaf 3, wanneer het verzoek werd gedaan, zijn zij ertoe gehouden de in artikel 15 bedoelde afrekening op te stellen en bij te houden.";
  2į een paragraaf 6 wordt toegevoegd, luidende :
  " ß 6. De documenten bedoeld in paragraaf 2, 1į en 2į, en in paragraaf 3 kunnen op papieren drager of in elektronische vorm worden bezorgd.".

  Art. 12. In hoofdstuk VI/1 van dezelfde wet wordt tussen afdeling 1 en afdeling 2 een afdeling 1/1 ingevoegd met als opschrift "Bijzondere regeling die uitsluitend betrekking heeft op de hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse contractant, in geval van activiteiten in de bouwsector".

  Art. 13. In afdeling 1/1, ingevoegd door artikel 12, wordt een artikel 35/6/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/6/1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
  1į activiteiten in de bouwsector : de werken of diensten vermeld :
  - in het koninklijk besluit dat de bevoegdheid bepaalt van het Paritair Comitť voor het bouwbedrijf;
  - in het koninklijk besluit dat de bevoegdheid bepaalt van respectievelijk het Paritair Comitť voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, het Paritair Comitť voor de schoonmaak, het Paritair Comitť voor de stoffering en de houtbewerking en het Paritair Subcomitť voor de elektriciens : installatie en distributie, en die tevens worden beschouwd als werken in onroerende staat in de zin van artikel 20, ß 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde;
  2į rechtstreekse contractant : de opdrachtgever, de aannemer en de intermediaire aannemer, hoofdelijk aansprakelijk binnen de beperkingen en voorwaarden vastgesteld door deze afdeling;
  3į opdrachtgever : eenieder die aan een aannemer opdracht geeft om tegen een prijs activiteiten in de bouwsector uit te voeren of te doen uitvoeren;
  4į aannemer : eenieder die er zich jegens een opdrachtgever rechtstreeks toe verbindt om tegen een prijs activiteiten in de bouwsector uit te voeren of te doen uitvoeren ten voordele van deze opdrachtgever;
  5į intermediaire aannemer : iedere onderaannemer ten overstaan van de na hem komende onderaannemer;
  6į onderaannemer : eenieder die er zich jegens, naargelang het geval, een aannemer of een intermediaire aannemer rechtstreeks toe verbindt, in welk stadium ook, tegen een prijs activiteiten in de bouwsector uit te voeren of te doen uitvoeren die toevertrouwd zijn aan deze aannemer of deze intermediaire aannemer;
  7į inspectie : de ambtenaren die zijn aangewezen om toezicht uit te oefenen op de naleving van deze wet;
  8į gemelde werkgever : de tewerkstellende aannemer of de tewerkstellende onderaannemer op wie de in artikel 49/3 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde schriftelijke kennisgeving betrekking heeft;
  9į verschuldigd loon : het loon dat verschuldigd is aan de werknemer maar dat nog niet werd betaald, noch door zijn werkgever, noch door degene die gehouden is om het te betalen voor rekening van deze werkgever, met uitzondering van de vergoedingen waarop de werknemer recht heeft ingevolge de beŽindiging van zijn arbeidsovereenkomst.".

  Art. 14. In afdeling 1/1, ingevoegd door artikel 12, wordt een artikel 35/6/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/6/2. In afwijking van afdeling 1 wordt de hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse contractant in geval van activiteiten in de bouwsector bedoeld in artikel 35/6/3 uitsluitend geregeld door deze afdeling.
  De artikelen 1200 tot 1216 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de door deze afdeling bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid.".

  Art. 15. In afdeling 1/1, ingevoegd door artikel 12, wordt een artikel 35/6/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/6/3. ß 1. De opdrachtgever die voor activiteiten in de bouwsector een beroep doet op een aannemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer die tewerkgesteld wordt door deze aannemer en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die deze werknemer heeft verricht voor die opdrachtgever.
  In afwijking van het eerste lid is de opdrachtgever niet hoofdelijk aansprakelijk, indien hij in het bezit is van een schriftelijke verklaring, ondertekend door hem en door zijn aannemer, waarin :
  - genoemde opdrachtgever aan zijn aannemer de coŲrdinaten meedeelt van de internetsite van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg waarin de inlichtingen betreffende het verschuldigd loon zijn opgenomen, en;
  - de aannemer van genoemde opdrachtgever bevestigt dat hij het verschuldigd loon aan de werknemers van deze aannemer betaalt en zal betalen.
  In afwijking van het tweede lid is de opdrachtgever, die voor activiteiten in de bouwsector een beroep doet op een aannemer, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer die tewerkgesteld wordt door deze aannemer en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die deze werknemer heeft verricht voor die opdrachtgever en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties verricht vanaf het verstrijken van een termijn van 14 werkdagen die aanvangt op het ogenblik waarop deze opdrachtgever kennis heeft van het feit dat zijn aannemer niet het volledig of gedeeltelijk loon betaalt dat verschuldigd is aan de werknemers van dezelfde aannemer. Dergelijke kennis is, onder andere, bewezen wanneer de opdrachtgever in kennis gesteld wordt door de inspectie overeenkomstig artikel 49/3 van het Sociaal Strafwetboek.
  Deze paragraaf is niet van toepassing op de opdrachtgever die een natuurlijke persoon is en die activiteiten in de bouwsector uitsluitend voor privťdoeleinden laat uitvoeren.
  ß 2. De aannemer, bij gebrek aan keten van onderaannemers, of de intermediaire aannemer, in geval van een dergelijke keten, die voor activiteiten in de bouwsector een beroep doen op een onderaannemer zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer die tewerkgesteld wordt door deze onderaannemer en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die de betrokken werknemer heeft verricht, naargelang het geval, voor die aannemer of voor die intermediaire aannemer.
  In afwijking van het eerste lid zijn de aannemer en de intermediaire aannemer niet hoofdelijk aansprakelijk indien zij in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring, ondertekend door hen en door hun onderaannemer, waarin :
  - naargelang het geval, genoemde aannemer en genoemde intermediaire aannemer aan hun onderaannemer de coŲrdinaten meedelen van de internetsite van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg waarin de inlichtingen betreffende het verschuldigd loon zijn opgenomen, en;
  - de onderaannemer van genoemde aannemer of genoemde intermediaire aannemer bevestigt dat hij het verschuldigd loon aan zijn werknemers betaalt en zal betalen.
  In afwijking van het tweede lid zijn de aannemer, bij gebrek aan een keten van onderaannemers, en de intermediaire aannemer, in geval van een dergelijke keten, die voor activiteiten in de bouwsector een beroep doen op een onderaannemer, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer die tewerkgesteld wordt door deze onderaannemer en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die deze werknemer heeft verricht, naargelang het geval, voor die aannemer of voor die intermediaire aannemer en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties verricht vanaf het verstrijken van een termijn van 14 werkdagen die aanvangt op het ogenblik waarop zij kennis hebben van het feit dat hun onderaannemer niet het volledige of gedeeltelijke loon betaalt dat verschuldigd is aan deze werknemer. Dergelijke kennis is, onder andere, bewezen wanneer de aannemer en de intermediaire aannemer in kennis gesteld worden door de inspectie overeenkomstig artikel 49/3 van het Sociaal Strafwetboek.
  ß 3. Voor de toepassing van de artikelen 3 tot 6, 10, 13 tot 16, 18 en 23, worden de hoofdelijk aansprakelijke personen, bedoeld in dit artikel, gelijkgesteld met de werkgever.".

  Art. 16. In afdeling 1/1, ingevoegd door artikel 12, wordt een artikel 35/6/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/6/4. De gemelde werkgever plakt een afschrift van de in artikel 49/3 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde schriftelijke kennisgeving aan op de plaats bedoeld in genoemd artikel 49/3.
  De hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in de artikelen 35/6/1 tot 35/6/3 plakken, op de plaats bedoeld in artikel 49/3 van hetzelfde Wetboek, een afschrift van de ontvangen kennisgeving aan, indien de gemelde werkgever de aanplakking bedoeld in het eerste lid van dit artikel niet heeft verricht.".

  Art. 17. In dezelfde afdeling 1/1 wordt een artikel 35/6/5 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/6/5. De volgende organisaties kunnen in de rechtsgeschillen waartoe de toepassing van deze afdeling aanleiding kan geven, in rechte optreden ter verdediging van de rechten van de werknemers, met toestemming van deze laatsten :
  1į de representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties, bedoeld in artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comitťs;
  2į de representatieve vakorganisaties bedoeld in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
  3į de representatieve vakorganisaties in het aangewezen orgaan van vakbondsoverleg voor de administraties, diensten of instellingen waarop de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel niet van toepassing is;
  Het optreden van deze organisaties doet geen afbreuk aan het recht van de werknemers om zelf op te treden, zich bij de vordering aan te sluiten of in het geding tussen te komen.".

  Art. 18. In artikel 35/8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 11 februari 2013, worden de woorden "afdeling 1" vervangen door de woorden "afdelingen 1 en 1/1".

  Afdeling 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten

  Art. 19. In hoofdstuk IIbis van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten wordt artikel 6ter vervangen als volgt :
  "Art. 6ter. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
  1į werkgevers : de werkgevers, in de zin van artikel 1, van wie de onderneming in een ander land dan BelgiŽ daadwerkelijk substantiŽle activiteiten verricht, namelijk activiteiten andere dan uitsluitend intern beheer of administratieve activiteiten, in de zin van artikel 2, 3į, van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in BelgiŽ en de naleving ervan, en die op het Belgisch grondgebied ťťn of meerdere werknemers in de zin van de bepaling onder 2į van dit artikel tewerkstellen;
  2į werknemers : de werknemers in de zin van artikel 1 die tijdelijk arbeidsprestaties verrichten in BelgiŽ en die, hetzij gewoonlijk werken op het grondgebied van ťťn of meer andere landen dan BelgiŽ, hetzij zijn aangeworven in een ander land dan BelgiŽ.".

  Art. 20. In hoofdstuk IIbis van hetzelfde koninklijk besluit wordt artikel 6quinquies vervangen door wat volgt :
  "Art. 6quinquies. De werkgevers zijn gedurende een door de Koning bepaalde periode vrijgesteld van het opstellen en het bijhouden van de individuele rekening bedoeld in artikel 4, ß 1, van dit besluit voor zover zij, gedurende de periode van tewerkstelling bedoeld in artikel 6ter, aan de door de Koning aangewezen ambtenaren, op hun verzoek, bezorgen :
  1į een kopie van de documenten betreffende het loon bepaald door de wetgeving van het land waar de werkgever gevestigd is en welke vergelijkbaar zijn met de in artikel 4, ß 1, bedoelde individuele rekening en/of;
  2į in afwijking van artikel 36 van het Sociaal Strafwetboek, een vertaling, hetzij in ťťn van de landstalen, hetzij in het Engels, van de documenten bedoeld in de bepaling onder 1į.
  De werkgevers bedoeld in het eerste lid kunnen door de Koning, volgens de voorwaarden die Hij bepaalt, rekening houdende met de beperkte duur van hun activiteiten in BelgiŽ of de bijzondere aard van deze activiteiten, worden vrijgesteld van de verplichting om de documenten bedoeld in het eerste lid, 1į en 2į, te bezorgen.
  De documenten bedoeld in het eerste lid, 1į en 2į, kunnen op papieren drager of in elektronische vorm worden bezorgd.".

  Art. 21. In hoofdstuk IIbis van hetzelfde koninklijk besluit wordt artikel 6sexies vervangen als volgt :
  "Art. 6sexies. ß 1. Na afloop van de tewerkstellingsperiode bedoeld in artikel 6ter zijn de werkgevers, gedurende een periode van ťťn jaar, ertoe gehouden de documenten bedoeld in artikel 6quinquies, eerste lid, 1į en 2į, op papieren drager of in elektronische vorm, te bezorgen aan de door de Koning aangewezen ambtenaren, op hun verzoek.
  ß 2. Wanneer de werkgevers de in artikel 6quinquies bedoelde documenten niet bezorgen overeenkomstig dit artikel en overeenkomstig ß 1 van dit artikel, wanneer het verzoek werd gedaan, zijn zij ertoe gehouden de in artikel 4, ß 1, bedoelde individuele rekening op te stellen en bij te houden.".

  Afdeling 4. - Wijzigingen van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers

  Art. 22. In artikel 22, ß 2, a), veertiende streepje, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, ingevoegd bij de wet van 6 juni 2010, worden de woorden "van de geÔnde bedragen van de administratieve geldboeten" vervangen door de woorden "van de door de Belgische instanties geÔnde bedragen van de administratieve financiŽle sancties en van de administratieve geldboeten".

  Afdeling 5. - Wijzigingen van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht

  Art. 23. In artikel 2, ßß 1, 3 en 5, van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht, gewijzigd bij de wetten van 29 maart 2012 en 30 juli 2013, wordt het cijfer "49/2" telkens vervangen door het cijfer "49/3".

  Afdeling 6. - Wijzigingen van het Sociaal Strafwetboek

  Art. 24. In boek 1, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 1, van het Sociaal Strafwetboek wordt in artikel 21, gewijzigd bij de wetten van 29 maart 2012 en 11 februari 2013, de bepaling onder 4į /3 ingevoegd, luidende :
  "4į /3. aan de hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in de artikelen 35/6/1 tot 35/6/3 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, de in artikel 49/3 van dit Wetboek bedoelde schriftelijke kennisgeving te verrichten.".

  Art. 25. In boek 1, titel 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 3/3 ingevoegd, luidende : "Afdeling 3/3. Bijzondere bevoegdheid van de sociaal inspecteurs op het vlak van de bijzondere hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse contractant in geval van activiteiten in de bouwsector".

  Art. 26. In afdeling 3/3, ingevoegd bij artikel 25, wordt een artikel 49/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 49/3. Schriftelijke kennisgeving op het vlak van de bijzondere hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse contractant in geval van activiteiten in de bouwsector.
  De sociaal inspecteurs kunnen de opdrachtgevers bedoeld in artikel 35/6/3, ß 1, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, schriftelijk in kennis stellen dat hun aannemer zijn verplichting niet nakomt om het verschuldigd loon te betalen aan de werknemers van deze aannemer.
  De sociaal inspecteurs kunnen, naargelang het geval, de aannemers en de intermediaire aannemers bedoeld in artikel 35/6/3, ß 2, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, schriftelijk in kennis stellen dat hun rechtstreekse onderaannemers hun verplichting niet nakomen om het verschuldigd loon te betalen aan de werknemers van deze onderaannemers.
  Deze kennisgeving vermeldt :
  1į het aantal en de identiteit van de werknemers waarvan de sociaal inspecteurs hebben vastgesteld dat zij prestaties hebben geleverd in het raam van de activiteiten in de bouwsector die, naargelang het geval :
  - de opdrachtgever, die de kennisgeving heeft ontvangen, rechtstreeks laat uitvoeren via zijn aannemer die werkgever is van voormelde werknemers;
  - de aannemer of de intermediaire aannemer, die de kennisgeving heeft ontvangen, rechtstreeks laat uitvoeren via zijn onderaannemer die werkgever is van voormelde werknemers;
  2į de identiteit en het adres van, naargelang het geval, de tewerkstellende aannemer of onderaannemer bedoeld in 1į die zijn verplichting niet is nagekomen om het verschuldigd loon te betalen aan zijn werknemers;
  3į het loon waarop de betrokken werknemers recht hebben ten laste van hun werkgever maar dat niet werd uitbetaald door deze werkgever;
  4į de plaats of de plaatsen waar de activiteiten in de bouwsector worden uitgevoerd door de werknemers bedoeld in 1į ;
  5į de identiteit en het adres van de opdrachtgever, de aannemer of de intermediaire aannemer, die de kennisgeving heeft ontvangen.
  Een afschrift van deze kennisgeving wordt overgezonden aan de bij deze kennisgeving betrokken werkgever.".

  Art. 27. In boek 1, titel 4, hoofdstuk 3, afdeling 6, van het Sociaal Strafwetboek, worden in artikel 89 de volgende wijzigingen aangebracht :
  1į de woorden "de administratie van het kadaster, registratie en domeinen" worden vervangen door de woorden "de administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen";
  2į in het derde lid worden de woorden "de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat" vervangen door de woorden "de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949".

  Art. 28. In boek 1, titel 4, hoofdstuk 3, van het Sociaal Strafwetboek wordt een afdeling 7 ingevoegd, luidende "Bijzondere bepalingen inzake de grensoverschrijdende handhaving van administratieve financiŽle sancties en geldboeten".

  Art. 29. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/1. Kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete aan een in een andere EU-lidstaat gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in BelgiŽ geldende regels inzake detachering van werknemers.
  ß 1. De bevoegde administratie kan, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, bij de bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat een verzoek tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete indienen.
  Het moet hierbij gaan om een administratieve geldboete die :
  1. door de bevoegde administratie overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek is opgelegd of, in voorkomend geval, door de arbeidsgerechten is bevestigd;
  2. door de bevoegde administratie niet ter kennis kan worden gebracht aan de in een andere EU-lidstaat gevestigde dienstverrichter overeenkomstig artikel 85 van dit wetboek.
  ß 2. De bevoegde administratie dient geen verzoek tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete in, indien en zo lang als de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete in BelgiŽ wordt betwist of aangevochten.
  ß 3. De bevoegde administratie doet zonder onnodige vertraging het verzoek tot kennisgeving via het IMI-systeem door middel van een uniform instrument en verstrekt daarin ten minste de volgende gegevens :
  a) de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  b) een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  c) het instrument dat de handhaving in BelgiŽ toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten - met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard - met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve geldboete;
  d) de naam, het adres en andere contactgegevens van de bevoegde administratie en;
  e) het doel van de kennisgeving en de termijn waarbinnen de kennisgeving moet worden gedaan.".

  Art. 30. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/2. Invordering van de administratieve geldboete opgelegd aan een in een andere EU-lidstaat gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in BelgiŽ geldende regels inzake detachering van werknemers.
  ß 1. De administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen kan, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, bij de bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat een verzoek tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete indienen.
  Het moet hierbij gaan om een administratieve geldboete die :
  1. door de bevoegde administratie overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek is opgelegd of, in voorkomend geval, door de arbeidsgerechten is bevestigd;
  2. waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld;
  3. door de administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen niet kan worden ingevorderd van de in een andere EU-lidstaat gevestigde dienstverrichter overeenkomstig artikel 89, derde lid.
  ß 2. De administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen dient geen verzoek tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete in, indien en zo lang de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete, evenals de onderliggende vordering en/of het instrument dat de handhaving in BelgiŽ toelaat, in BelgiŽ worden betwist of aangevochten.
  ß 3. De administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen doet zonder onnodige vertraging het verzoek tot invordering via het IMI-systeem door middel van een uniform instrument en verstrekt daarin ten minste de volgende gegevens :
  a) de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  b) een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  c) het instrument dat de handhaving in BelgiŽ toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten - met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard - met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve geldboete;
  d) de naam, het adres en andere contactgegevens van de bevoegde administratie en van de administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen;
  e) de datum waarop het vonnis of arrest of de beslissing voor tenuitvoerlegging vatbaar of definitief is geworden, een beschrijving van de aard en het bedrag van de administratieve geldboete, alle gegevens die voor het handhavingsproces relevant zijn - met inbegrip van het feit of het vonnis of arrest of de beslissing aan de verweerder(s) betekend is en/of bij verstek is gewezen, alsmede een bevestiging van de administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen dat tegen de geldboete geen beroep meer kan worden aangetekend - evenals de onderliggende vordering op basis waarvan het verzoek wordt ingediend, en de verschillende componenten ervan.".

  Art. 31. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/3. Verzoek van een andere EU-lidstaat tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete opgelegd aan een in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in de betreffende lidstaat geldende regels inzake detachering van werknemers.
  ß 1. De bevoegde administratie neemt, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, kennis van ieder verzoek van een bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete opgelegd aan een in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in de betreffende lidstaat geldende regels inzake detachering van werknemers.
  Het moet hierbij gaan om een administratieve financiŽle sanctie en/of boete die :
  1. overeenkomstig de wetten en procedures van de verzoekende lidstaat door een bevoegde instantie is opgelegd of door een administratieve of gerechtelijke instantie of, in voorkomend geval, door arbeidsgerechten is bevestigd;
  2. door de verzoekende instantie van een andere EU-lidstaat niet ter kennis kan worden gebracht aan de in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter overeenkomstig de in die EU-lidstaat geldende nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve gebruiken.
  ß 2. De bevoegde administratie gaat na of :
  1. het via het IMI-systeem ontvangen verzoek vergezeld is van de relevante documenten, desgevallend met inbegrip van het vonnis of arrest of de onherroepelijke beslissing, of een gewaarmerkt afschrift daarvan;
  2. deze administratieve financiŽle sanctie of boete onder de toepassing valt van voormelde richtlijn;
  3. het verzoek volledig is, strookt met de onderliggende beslissing en de in artikel 16, leden 1 en 2, van voormelde richtlijn vermelde gegevens bevat en met name :
  a) de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  b) een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  c) het instrument dat de handhaving in de verzoekende lidstaat toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten - met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard - met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve financiŽle sanctie en/of boete;
  d) de naam, het adres en andere contactgegevens van de voor de beoordeling van de administratieve financiŽle sanctie en/of boete bevoegde instantie en van de bevoegde instantie - als die van de eerstgenoemde instantie verschilt - waar nadere informatie kan worden verkregen over de administratieve financiŽle sanctie en/of boete of over de mogelijkheden om de betalingsverplichting of de beslissing tot betalingsverplichting te betwisten en;
  e) het doel van de kennisgeving en de termijn waarbinnen de kennisgeving moet worden gedaan.
  ß 3. In bevestigend geval, gaat zij over tot de kennisgeving van de beslissing bij een ter post aangetekende brief.
  De bevoegde administratie doet de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete, alsmede van de desbetreffende documenten, aan de in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter binnen de maand na ontvangst van het verzoek daartoe van een bevoegde instantie van de andere EU-lidstaat.
  De beslissing die aldus door de bevoegde administratie ter kennis werd gebracht aan de in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter, heeft uitvoerbare kracht. Zij wordt geacht hetzelfde effect te sorteren als wanneer de kennisgeving door de verzoekende lidstaat was gedaan.
  ß 4. De bevoegde administratie kan weigeren om gevolg te geven aan het verzoek tot kennisgeving wanneer :
  1. het verzoek van de andere EU-lidstaat de in ß 2, 3, a) t.e.m. e), vermelde gegevens niet bevat;
  2. het verzoek van de andere EU-lidstaat onvolledig is;
  3. het verzoek onmiskenbaar niet strookt met de onderliggende beslissing.
  ß 5. De bevoegde administratie stelt de verzoekende instantie van de andere EU-lidstaat zo snel mogelijk in kennis van :
  1. de maatregelen die zij naar aanleiding van het verzoek tot kennisgeving heeft genomen en, meer in het bijzonder, de datum waarop de geadresseerde in kennis werd gebracht;
  2. de weigeringsgronden, in het geval dat zij de kennisgeving weigert van de beslissing tot oplegging van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete.".

  Art. 32. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/4. Verzoek van een andere EU-lidstaat tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete opgelegd aan een in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in de betreffende lidstaat geldende regels inzake detachering van werknemers.
  ß 1. De bevoegde administratie neemt, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, kennis van ieder verzoek van een bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat tot invordering van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete opgelegd aan een in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in de betreffende lidstaat geldende regels inzake detachering van werknemers.
  Het moet hierbij gaan om een administratieve financiŽle sanctie en/of boete die :
  1. overeenkomstig de wetten en procedures van de verzoekende lidstaat door een bevoegde instantie is opgelegd of door een administratieve of gerechtelijke instantie of, in voorkomend geval, door arbeidsgerechten is bevestigd;
  2. waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld;
  3. door de verzoekende instantie van een andere EU-lidstaat niet kan worden ingevorderd van de in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter overeenkomstig de in die EU-lidstaat geldende nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve gebruiken.
  ß 2. De bevoegde administratie gaat na of :
  1. het via het IMI-systeem ontvangen verzoek vergezeld is van de relevante documenten in verband met de invordering van die administratieve financiŽle sanctie en/of boete, desgevallend met inbegrip van het vonnis of arrest of de definitieve beslissing, of een gewaarmerkt afschrift daarvan, die de wettelijke basis en titel vormt voor de tenuitvoerlegging van het invorderingsverzoek;
  2. de in te vorderen financiŽle sanctie of boete onder de toepassing valt van voormelde richtlijn;
  3. het verzoek volledig is, strookt met de onderliggende beslissing en de in artikel 16, leden 1 en 2, van voormelde richtlijn vermelde gegevens bevat en met name :
  a) de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  b) een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  c) het instrument dat de handhaving in de verzoekende lidstaat toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten - met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard - met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve financiŽle sanctie en/of boete;
  d) de naam, het adres en andere contactgegevens van de voor de beoordeling van de administratieve sanctie en/of boete bevoegde instantie en van de bevoegde instantie - als die van de eerstgenoemde instantie verschilt - waar nadere informatie kan worden verkregen over de administratieve financiŽle sanctie en/of boete of over de mogelijkheden om de betalingsverplichting of de beslissing tot betalingsverplichting te betwisten, en;
  e) de datum waarop het vonnis of arrest of de beslissing voor tenuitvoerlegging vatbaar of definitief is geworden, een beschrijving van de aard en het bedrag van de administratieve financiŽle sanctie en/of boete, alle gegevens die voor het handhavingsproces relevant zijn - met inbegrip van het feit of het vonnis of arrest of de beslissing aan de verweerder(s) betekend is en/of bij verstek is gewezen, alsmede een bevestiging van de verzoekende instantie dat tegen de administratieve financiŽle sanctie en/of boete geen beroep meer kan worden aangetekend - evenals de onderliggende vordering op basis waarvan het verzoek wordt ingediend, en de verschillende componenten ervan;
  4. de in te vorderen administratieve financiŽle sanctie en/of boete minstens 350 euro bedraagt of het equivalent van dat bedrag;
  ß 3. In bevestigend geval, maakt zij het verzoek tot invordering overeenkomstig artikel 89, eerste lid, aanhangig bij de administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen, met het oog op de invordering van het bedrag van deze administratieve financiŽle sanctie en/of boete.
  Deze invordering gebeurt op basis van de in voormelde richtlijn voorziene titel ontvangen via het IMI-systeem.
  Deze invordering gebeurt overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
  ß 4. De administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen doet de kennisgeving van het verzoek tot invordering van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete, alsmede van de desbetreffende documenten, aan de in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter binnen de maand na ontvangst van het verzoek daartoe van een bevoegde instantie van de andere EU-lidstaat.
  ß 5. De administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen kan weigeren om gevolg te geven aan het invorderingsverzoek indien :
  1. het verzoek van de andere EU-lidstaat de in ß 2, 3, a) t.e.m. e), vermelde gegevens niet bevat;
  2. het verzoek onvolledig is;
  3. het verzoek onmiskenbaar niet strookt met de onderliggende beslissing;
  4. de in te vorderen administratieve financiŽle sanctie en/of boete minder bedraagt dan 350 euro of het equivalent van dat bedrag;
  5. uit onderzoek duidelijk blijkt dat de verwachte kosten of middelen van de invordering van de boete niet in verhouding staan tot het in te vorderen bedrag of grote moeilijkheden zouden opleveren;
  6. de in de Belgische Grondwet opgenomen grondrechten en vrijheden van verweerders en de rechtsbeginselen die op hen van toepassing zijn, niet zijn nageleefd.
  ß 6. De administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen stelt de verzoekende instantie van de andere EU-lidstaat zo snel mogelijk in kennis van :
  1. de maatregelen die zij naar aanleiding van het verzoek tot invordering heeft genomen en, meer in het bijzonder, de datum waarop de geadresseerde in kennis werd gebracht;
  2. de weigeringsgronden, in het geval dat zij de uitvoering weigert van een verzoek tot invordering van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete.".

  Art. 33. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/5 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/5. Schorsing van de procedure tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete opgelegd aan een in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter en van de procedure tot invordering van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete opgelegd aan een in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter.
  Indien de betrokken dienstverrichter of een belanghebbende partij in de loop van de procedure tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete die beschreven wordt in artikel 91/3, of in de loop van de procedure tot invordering van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete die beschreven wordt in artikel 91/4, de administratieve sanctie en/of boete en/of de onderliggende vordering aanvecht of er beroep tegen instelt, wordt deze procedure geschorst in afwachting van een beslissing van het bevoegde orgaan of instantie in de verzoekende lidstaat.
  Het aanvechten of het instellen van beroep dient te geschieden bij de bevoegde instantie of autoriteit in de verzoekende lidstaat.".

  Art. 34. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/6 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/6. Praktische modaliteiten van de procedure tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete opgelegd aan een in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter en van de procedure tot invordering van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete opgelegd aan een in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter.
  ß 1. De bedragen die ingevorderd worden in het kader van de procedure tot invordering van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete die beschreven wordt in artikel 91/4, komen toe aan de Belgische Schatkist.
  De verschuldigde bedragen worden door de administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en invordering van niet-fiscale schuldvorderingen ingevorderd in euro.
  In voorkomend geval zet de administratie van de FOD FinanciŽn belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen de administratieve financiŽle sanctie en/of boete om in euro volgens de wisselkoers die op de datum van het opleggen van de administratieve financiŽle sanctie en/of boete van toepassing was.
  ß 2. BelgiŽ ziet ten aanzien van de andere EU-lidstaat die het verzoek tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete of het verzoek tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiŽle sanctie en/of boete ingediend heeft, af van de vergoeding van de kosten die voortvloeien uit de procedure tot kennisgeving die beschreven wordt in artikel 91/3, en uit de procedure tot invordering die beschreven wordt in artikel 91/4.".

  Art. 35. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, worden in artikel 171/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012 en gewijzigd bij de wet van 11 februari 2013, de woorden "artikel 35/4 en 35/12" vervangen door de woorden "artikel 35/4, 35/6/4 en 35/12".

  Art. 36. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van het Sociaal Strafwetboek wordt een artikel 171/2/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 171/2/1. De niet-betaling van het loon door de hoofdelijk aansprakelijke rechtstreekse contractant in geval van activiteiten in de bouwsector.
  Met een sanctie van niveau 2 worden gestraft, de hoofdelijk aansprakelijke opdrachtgever, aannemer en intermediaire aannemer, bedoeld in afdeling 1/1 van hoofdstuk VI/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, die het verschuldigd loon, waarvoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn overeenkomstig dezelfde afdeling, niet hebben betaald.".

  Art. 37. In boek 2 van hetzelfde Strafwetboek wordt een hoofdstuk 5/1 ingevoegd met als opschrift :
  "De mededeling van de aanwijzing van een verbindingspersoon in geval van detachering van werknemers in BelgiŽ".

  Art. 38. In hoofdstuk 5/1 van hetzelfde Strafwetboek, ingevoegd door artikel 37 van deze wet, wordt een artikel 184/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 184/1. Het gebrek aan mededeling van de aanwijzing van een verbindingspersoon in geval van detachering van werknemers in BelgiŽ.
  Met een sanctie van niveau 2 wordt gestraft de werkgever in de zin van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in BelgiŽ en de naleving ervan, die niet overgaat tot de mededeling van de aanwijzing van de verbindingspersoon in de zin van dezelfde wet, voorzien overeenkomstig zijn artikel 7/2, aan de door de Koning aangewezen ambtenaren.".

  Art. 39. In boek 2, hoofdstuk 6 van hetzelfde Strafwetboek, wordt een afdeling 6 ingevoegd, luidende :
  "Andere documenten van sociale aard opgevraagd in geval van detachering van werknemers".

  Art. 40. In afdeling 6 van hetzelfde hoofdstuk 6, ingevoegd door artikel 39 van deze wet, wordt een artikel 188/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 188/2. Het gebrek aan verzending van documenten van sociale aard opgevraagd in geval van detachering van werknemers.
  Met een sanctie van niveau 2 wordt gestraft, de werkgever in de zin van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in BelgiŽ en de naleving ervan, die aan de door de Koning aangewezen ambtenaren niet de documenten zendt die door hen werden opgevraagd door of krachtens artikel 7/1 van deze wet.
  Wat de inbreuk bedoeld in het eerste lid betreft, wordt de boete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".

  HOOFDSTUK 4. - Andere bepalingen

  Art. 41. In elke wettelijke of reglementaire bepaling die een verwijzing bevat naar het opschrift "wet van 5 maart 2002 tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in BelgiŽ werknemers ter beschikking stellen" kan de Koning dat opschrift vervangen door wat volgt : "Wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in BelgiŽ en de naleving ervan".

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 11 december 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
K. PEETERS
De Minister van Justitie,
K. GEENS
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE BLOCK
De Minister van FinanciŽn,
J. VAN OVERTVELDT
De Staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude,
P. DE BACKER
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : Doc 54 2091 (2016/2017) : 001 : Wetsontwerp. 002 en 003 : Amendementen. 004 : Verslag. 005 : Tekst aangenomen door de commissie. 006 : Amendementen. 007 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd. Integraal verslag : 24 november 2016.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie