J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2015/12/18/2015003464/justel

Titel
18 DECEMBER 2015. - [&§8243;Wet houdende diverse financiėle bepalingen, houdende de oprichting van een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie &§8243;Sociale activiteiten&§8243;, houdende wijziging van de wet van 11 mei 1995 inzake de tenuitvoerlegging van de besluiten van de Veiligheidsraad van de Organisatie van de Verenigde Naties en houdende een bepaling inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen&§8243;]

Bron :
FINANCIEN
Publicatie : 29-12-2015 nummer :   2015003464 bladzijde : 79809       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2015-12-18/17
Inwerkingtreding : 08-01-2016

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2014003077        2014003078        2014003081        2014003082        2014003214        1998003685        2005009962        1999A09646        2002013438        1995015117        2008003450        2013003445        1998003158        2014003194        2013A11134        2002003392       

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL 1. - Algemene bepaling
Art. 1
TITEL 2. - Financiėle bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
Afdeling 1. - Diverse bepalingen
Art. 2-44
Afdeling 2. - Bijzondere bepaling bail-in
Art. 45-46
HOOFDSTUK 2. - Dagelijks bestuur van het Beschermingsfonds voor deposito's en financiėle instrumenten
Art. 47
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek economisch recht inzake de afrondingsregels op 5 cent
Art. 48-55
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė
Art. 56-61
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiėle bepalingen
Art. 62-63
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het Wetboek van vennootschappen wat betreft de ruil, hergroepering of splitsing van aandelen
Art. 64
HOOFDSTUK 7. - Bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen
Art. 65
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder
Art. 66
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiėle stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiėle stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten
Art. 67
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten
Art. 68
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van de wet van 11 mei 1995 inzake de tenuitvoerlegging van de besluiten van de Veiligheidsraad van de Organisatie van de Verenigde Naties
Art. 69-71
TITEL 3. - Oprichting van een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie "sociale activiteiten"
ENIG HOOFDSTUK. - Oprichting van een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie "Sociale activiteiten", belast met de organisatie van de activiteiten van het restaurant en het kinderdagverblijf van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Art. 72
TITEL 4. - Bepaling inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen
ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 16 december 2002 houdende oprichting van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen
Art. 73

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  TITEL 2. - Financiėle bepalingen

  HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen

  Afdeling 1. - Diverse bepalingen

  Art. 2. In artikel 3 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° een bepaling onder 10° /1 wordt ingevoegd, luidende :
  "10° /1 Verordening nr. 806/2014 : Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010;";
  2° een bepaling onder 10° /2 wordt ingevoegd, luidende :
  "10° /2 gemeenschappelijke afwikkelingsraad : de raad opgericht bij artikel 42 van Verordening nr. 806/2014;";
  3° een bepaling onder 27° /1 wordt ingevoegd, luidende :
  "27° /1 verbonden personen : echtgenoten, partners die volgens hun nationaal recht als gelijkwaardig met een echtgenoot of echtgenote worden aangemerkt en bloedverwanten in de eerste graad;";
  4° de bepaling onder 52° wordt vervangen als volgt :
  "52° afwikkelingsautoriteit : de Bank of de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, volgens de bevoegdheidsverdeling vastgelegd door of krachtens Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010;".

  Art. 3. In artikel 3, 29°, en in artikel 13, § 1, van Bijlage IV van dezelfde wet, wordt het woord "kredietinstelling" telkens vervangen door het woord "instelling".

  Art. 4. In artikel 24 van dezelfde wet wordt paragraaf 3 vervangen als volgt :
  " § 3. De functie van voorzitter van de raad van bestuur wordt uitgeoefend door een persoon die geen lid is van het directiecomité.".

  Art. 5. In artikel 25 van dezelfde wet wordt paragraaf 3 vervangen als volgt :
  " § 3. De functie van voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan wordt uitgeoefend door een persoon die geen lid is van het directiecomité.".

  Art. 6. In artikel 26, tweede lid, 3°, van dezelfde wet worden de woorden "voorzitter van het directiecomité" vervangen door de woorden "lid van het directiecomité".

  Art. 7. In artikel 46 van dezelfde wet worden de woorden "artikel 17" vervangen door de woorden "de artikelen 9 en 18".

  Art. 8. In artikel 52 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 17" vervangen door de woorden "de artikelen 9 en 18";
  2° in het derde lid worden de woorden "conform artikel 48, tweede lid," vervangen door de woorden "conform artikel 46, tweede lid,".

  Art. 9. In artikel 54 van dezelfde wet, vervangen bij artikel 396 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de laatste zin van het derde lid wordt opgeheven;
  2° aan het begin van het vierde lid wordt een zin ingevoegd, luidende :
  "De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de toezichthouder en betaald door de voornoemde houder.".

  Art. 10. In artikel 56, § 1, van dezelfde wet worden de woorden ", met inbegrip van de specifieke organisatieregeling bedoeld in Onderafdeling V van Afdeling VI van Hoofdstuk II van Titel I," ingevoegd tussen de woorden "de instelling" en de woorden "en de overeenstemming ervan".

  Art. 11. In artikel 59 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de woorden ", met inbegrip van de specifieke organisatieregeling bedoeld in Onderafdeling V van Afdeling VI van Hoofdstuk II van Titel I.";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden ", met inbegrip van de specifieke organisatieregeling bedoeld in Onderafdeling V van Afdeling VI van Hoofdstuk II van Titel I," ingevoegd tussen de woorden "de in artikel 21 bedoelde organisatieregeling" en de woorden "en over de maatregelen".

  Art. 12. In artikel 62 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 5 worden de woorden "externe functies in andere handelsvennootschappen" vervangen door "externe functies, voor zover ze worden uitgeoefend in andere handels-vennootschappen dan de kredietinstelling en";
  2° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. De leden van het directiecomité, of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de kredietinstelling, mogen geen mandaat uitoefenen dat een deelname aan het dagelijks bestuur inhoudt, tenzij in een vennootschap als bedoeld in artikel 89, lid 1 van Verordening nr. 575/2013, waarmee de kredietinstelling nauwe banden heeft, in een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten in de zin van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, in de instellingen voor belegging in schuldvorderingen en in een burgerlijke patrimoniumvennootschap waarin zij of met hen verbonden personen een significant belang bezitten. Wanneer de kredietinstelling significant is in de zin van artikel 3, 30° zijn de in paragraaf 2 bedoelde externe functies, voor zover ze worden uitgeoefend in andere handelsvennootschappen dan de kredietinstelling en onverminderd de paragrafen 1 en 3, bovendien beperkt tot twee mandaten die geen deelname aan het dagelijks bestuur mogen impliceren, tenzij het mandaat in de kredietinstelling wordt uitgeoefend ter vertegenwoordiging van een lidstaat.";
  3° in paragraaf 7 worden de woorden "paragrafen 5 en 6" vervangen door de woorden "paragraaf 5, tweede zin, en paragraaf 6, tweede zin";
  4° in het eerste lid van paragraaf 9 worden de woorden "de groep waarvan een onderneming een nauwe band heeft met de kredietinstelling of haar moederonderneming" vervangen door de woorden "een andere groep"
  5° het derde lid van paragraaf 9 wordt vervangen als volgt :
  "Voor de toepassing van dit artikel kan de toezichthouder aan de hand van de statuten nagaan of externe functies al dan niet worden uitgeoefend in handelsvennootschappen, in het bijzonder wat externe functies in patrimoniumvennootschappen betreft.".

  Art. 13. In artikel 72, § 1, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "Kredietinstellingen mogen rechtstreeks of onrechtstreeks leningen, kredieten of borgstellingen verlenen :
  1° aan de leden van hun wettelijk bestuursorgaan en de leden van hun directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, aan de personen belast met de effectieve leiding;
  2° aan de in artikel 9 bedoelde personen evenals aan de leden van hun verschillende organen en aan de personen die deelnemen aan hun effectieve leiding;
  3° aan de ondernemingen of instellingen waarin de in 1° bedoelde personen een gekwalificeerde deelneming bezitten of een functie zoals bedoeld in 1° uitoefenen;
  4° aan personen die verbonden zijn met de in 1° bedoelde personen.;
  2° de paragraaf wordt aangevuld met een vierde lid, luidende :
  "De in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgevingen aan het wettelijk bestuursorgaan en de toezichthouder dienen niet plaats te vinden wanneer het geheel van leningen, kredieten of borgstellingen aan een bepaalde persoon, onderneming of instelling het bedrag van 100.000 euro niet overschrijdt.".

  Art. 14. Artikel 90 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Dit artikel is van toepassing op de uitoefening van werkzaamheden in een derde land.".

  Art. 15. In artikel 95 van dezelfde wet worden de woorden "Deel 2, Titel 2, Hoofdstuk 2 van Verordening nr. 575/2013"vervangen door de woorden "Deel 1, Titel 2, Hoofdstuk 2 van Verordening nr. 575/2013".

  Art. 16. In artikel 96, § 1, 3°, van dezelfde wet wordt het woord "kredietinstellingen" vervangen door het woord "instellingen".

  Art. 17. In artikel 96 van dezelfde wet wordt paragraaf 3 vervangen als volgt :
  " § 3. Een moederkredietinstelling, een financiėle moederholding naar Belgisch recht of een gemengde financiėle moederholding naar Belgisch recht, op geconsolideerde basis, die tegelijkertijd onderworpen is aan een vereiste om een tier 1-kernkapitaalbuffer voor mondiaal systeemrelevante instellingen (MSI's) aan te houden en aan een vereiste om een tier 1-kernkapitaalbuffer voor binnenlandse systeemrelevante instellingen (BSI's) aan te houden overeenkomstig de artikelen 13 en 14 van Bijlage IV, moet enkel voldoen aan het hoogste vereiste.".

  Art. 18. In artikel 96 van dezelfde wet wordt paragraaf 4 vervangen als volgt :
  " § 4. Een moederkredietinstelling, een financiėle moederholding naar Belgisch recht of een gemengde financiėle moederholding naar Belgisch recht, op geconsolideerde basis, die tegelijkertijd onderworpen is aan het in paragraaf 3 bedoelde vereiste en aan een vereiste om een tier 1-kernkapitaalbuffer voor systeem- of macro-prudentiėle risico's aan te houden overeenkomstig de artikelen 16 tot 22 van Bijlage IV, moet enkel voldoen aan het hoogste vereiste.".

  Art. 19. In artikel 96, § 5, van dezelfde wet worden de woorden "vereiste om een tier 1-kernkapitaalbuffer voor binnenlandse systeemrelevante kredietinstellingen (BSI's) aan te houden" vervangen door de woorden "vereiste om een tier 1-kernkapitaalbuffer voor binnenlandse systeemrelevante instellingen (BSI's) aan te houden".

  Art. 20. In artikel 96 van dezelfde wet wordt paragraaf 6 vervangen als volgt :
  " § 6. Wanneer een kredietinstelling, een financiėle moederholding naar Belgisch recht of een gemengde financiėle moederholding naar Belgisch recht deel uitmaakt van een groep of een subgroep waartoe een mondiaal systeemrelevante instelling (MSI) of een binnenlandse systeemrelevante instelling (BSI) behoort, mag het in paragraaf 1 bedoeld globaal vereiste om een tier 1-kernkapitaalbuffer voor deze instelling aan te houden niet lager zijn dan de som van :
  - de vereisten om een tier 1-kernkapitaalconserveringsbuffer aan te houden, als bedoeld in artikel 1 van Bijlage IV;
  - de vereisten om een instellingspecifieke contracyclische tier 1-kernkapitaalbuffer aan te houden, als bedoeld in de artikelen 3 tot 10 van Bijlage IV;
  - het bedrag dat voortvloeit uit de vereisten om een tier 1-kernkapitaalbuffer voor binnenlandse systeemrelevante instellingen (BSI's) aan te houden, als bepaald in artikel 14 van Bijlage IV, en de vereisten om een tier 1-kernkapitaalbuffer voor systeem- of macro-prudentiėle risico's aan te houden, als bedoeld in de artikelen 16 tot 22 van Bijlage IV, volgens de modaliteiten bepaald in paragraaf 5, die op individuele basis en, in voorkomend geval, op gesubconsolideerde basis van toepassing zijn.".

  Art. 21. In artikel 112 van dezelfde wet worden de woorden "bepaalt de Bank de nadere regels inzake :" vervangen door de woorden "kan de Bank de nadere regels bepalen inzake :".

  Art. 22. Artikel 113 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 113. § 1. De toezichthouder kan de volgende instellingen vrijstellen van de verplichtingen krachtens deze Afdeling :
  1° de instellingen die lid zijn van een institutioneel beschermingsstelsel, waaronder wordt verstaan een door bepaalde kredietinstellingen op vrijwillige basis ingestelde onderlinge waarborgregeling;
  2° de kredietinstellingen bedoeld in artikel 239, § 1.
  § 2. Wanneer de toezichthouder een vrijstelling verleent met toepassing van paragraaf 1, past hij de in deze Afdeling bepaalde vereisten toe op basis van de algemene situatie van respectievelijk het institutioneel beschermingsstelsel en de vrijgestelde leden ervan, of de centrale instelling en de bij deze instelling aangesloten kredietinstellingen als bedoeld in artikel 239.
  § 3. De instellingen die krachtens artikel 6, leden 4 en 5, onder b), van de GTM-verordening onder het rechtstreeks toezicht van de Europese Centrale Bank staan of de instellingen waarvan de werkzaamheden een belangrijk deel van het Belgische financiėle stelsel uitmaken, kunnen niet worden vrijgesteld uit hoofde van paragraaf 1. Voor de toepassing van deze paragraaf worden de werkzaamheden van een instelling geacht een belangrijk deel van het Belgische financiėle stelsel uit te maken indien voldaan is aan een van de volgende voorwaarden :
  1° de totale waarde van haar activa is groter dan 30.000.000.000 EUR; of
  2° de verhouding tussen haar totale activa en het bruto binnenlands product is groter dan 20 %.
  § 4. De toezichthouder kan een kredietinstelling toestaan af te wijken van de verplichtingen van deze Afdeling inzake de inhoud van het herstelplan, de frequentie van actualisering van het plan of de informatieverstrekking door de kredietinstelling alsmede van de termijn bepaald in artikel 114, § 2, of in artikel 416, voor zover een dergelijke afwijking verantwoord is in het licht van de impact die het in gebreke blijven en de vereffening van de kredietinstelling in het kader van een vereffeningsprocedure kunnen hebben op de financiėle markten, op andere kredietinstellingen, op de financieringvoorwaarden en op de economie in het algemeen. Hierbij houdt de toezichthouder in het bijzonder rekening met de aard van de werkzaamheden van de kredietinstelling, haar aandeelhoudersstructuur, rechtsvorm, risicoprofiel, omvang en juridisch statuut, verwevenheid met andere kredietinstellingen of het financiėle stelsel in het algemeen, de perimeter en complexiteit van haar werkzaamheden en de eventuele uitoefening van beleggingsdiensten- of activiteiten.
  De toezichthouder kan een afwijking toegekend met toepassing van het eerste lid te allen tijde weer intrekken. Hij beoordeelt de noodzaak en de opportuniteit van het behoud van de toegekende afwijkingen ten minste eenmaal per jaar en na een wijziging in de juridische of organisatiestructuur, de werkzaamheden of de financiėle positie van de betrokken kredietinstelling.
  § 5. De met toepassing van paragraaf 4 toegekende afwijkingen mogen in geen geval betrekking hebben op de verplichtingen inzake de progressieve schaal van drempelwaarden voor de proportie van bezwaarde activa, als bedoeld in artikel 110, § 2, tweede en derde lid.".

  Art. 23. In artikel 212 van dezelfde wet worden de woorden "62, §§ 1 tot 4, § 5, eerste zin, en §§ 6 tot 8," vervangen door de woorden "62, §§ 1 tot 4, § 5, eerste zin, en §§ 6 tot 9,".

  Art. 24. In dezelfde wet wordt een artikel 225/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 225/1. De erkende commissaris brengt bij het wettelijk bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité indien een dergelijk comité werd opgericht, tijdig verslag uit over belangrijke zaken die bij de uitoefening van zijn wettelijke controle van de jaarrekening aan het licht zijn gekomen, en meer bepaald over ernstige tekortkomingen in de interne controle met betrekking tot de financiėle verslaggeving.".

  Art. 25. Artikel 229 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 229. § 1. De afwikkelingsautoriteit kan de kredietinstellingen bedoeld in artikel 239, § 1, vrijstellen van de verplichtingen van dit Hoofdstuk.
  § 2. Wanneer de afwikkelingsautoriteit een vrijstelling verleent met toepassing van paragraaf 1, past zij de in dit Hoofdstuk bepaalde vereisten toe op basis van de algemene situatie van de centrale instelling en de bij deze instelling aangesloten kredietinstellingen als bedoeld in artikel 239.
  § 3. De instellingen die krachtens artikel 6, leden 4 en 5, onder b), van de GTM-verordening onder het rechtstreeks toezicht van de Europese Centrale Bank staan of waarvan de werkzaamheden een belangrijk deel van het Belgische financiėle stelsel uitmaken, kunnen niet worden vrijgesteld uit hoofde van paragraaf 1. Voor de toepassing van deze paragraaf worden de werkzaamheden van een instelling geacht een belangrijk deel van het Belgische financiėle stelsel uit te maken indien voldaan is aan een van de volgende voorwaarden :
  1° de totale waarde van haar activa is groter dan 30.000.000.000 EUR; of
  2° de verhouding tussen haar totale activa en het bruto binnenlands product is groter dan 20 %.
  § 4. De afwikkelingsautoriteit kan afwijken van de verplichtingen krachtens dit Hoofdstuk inzake de inhoud van het afwikkelingsplan, de frequentie van actualisering van het plan of de informatieverstrekking door de kredietinstelling, voor zover een dergelijke afwijking verantwoord is in het licht van de impact die het in gebreke blijven en de vereffening van de kredietinstelling in het kader van een vereffeningsprocedure kunnen hebben op de financiėle markten, op andere kredietinstellingen, op de financieringsvoorwaarden en op de economie in het algemeen. Hierbij houdt de toezichthouder in het bijzonder rekening met de aard van de werkzaamheden van de kredietinstelling, haar aandeelhoudersstructuur, rechtsvorm, risicoprofiel, omvang en juridisch statuut, verwevenheid met andere kredietinstellingen of het financiėle stelsel in het algemeen, de perimeter en complexiteit van haar werkzaamheden en de eventuele uitoefening van beleggingsdiensten- of activiteiten.".

  Art. 26. Artikel 237 van dezelfde wet, waarvan de huidige leden de paragraaf 1 vormen wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. Voorts brengt de toezichthouder de afwikkelingsautoriteit op de hoogte van de maatregelen die met toepassing van de artikelen 234 tot 236 zijn getroffen evenals van de vaststelling dat de in de artikelen 234, § 1, en 236, § 1, bedoelde omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot de toepassing van de maatregelen waarin deze bepalingen voorzien, zich hebben voorgedaan.".

  Art. 27. In artikel 280, § 1, van dezelfde wet wordt de bepaling onder 3° aangevuld met de woorden ", voor zover de essentiėle verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, inzonderheid de betalings- en leveringsverplichtingen en de zekerheidsstelling, verder worden nageleefd".

  Art. 28. In artikel 286 van dezelfde wet wordt paragraaf 3 vervangen als volgt :
  " § 3. De bepalingen van Titel VIII hebben voorrang op de bepalingen van de wet van 15 december 2004 betreffende financiėle zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke zekerheids-overeenkomsten en leningen met betrekking tot financiėle instrumenten.".

  Art. 29. Artikel 287 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 287. § 1. Voor zover de essentiėle verplichtingen die uit de overeenkomst voortvloeien, inzonderheid de betalings- en leveringsverplichtingen en de zekerheidsstelling, verder worden nageleefd, en onverminderd paragraaf 2, mag de toepassing van de afwikkelingsinstrumenten, de uitoefening van de afwikkelingsbevoegdheden, of het nemen van maatregelen als bedoeld in de artikelen 116, § 2, 232, tweede lid, 234, 235, 236 en 250 in verband met een kredietinstelling, zelfs krachtens een door die kredietinstelling gesloten overeenkomst,
  1° niet beschouwd worden als een wanprestatie in de zin van de voornoemde wet van 15 december 2004 of als een insolventie-procedure in de zin van de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen;
  2° niet toelaten verval van termijnbepaling in te roepen, noch enig recht van beėindiging, opschorting of verrekening uit te oefenen, noch enige zakelijke zekerheid op de activa van de kredietinstelling te gelde te maken.
  De in de eerste lid bedoelde beperkingen zijn ook van toepassing op overeenkomsten gesloten door dochterondernemingen van de kredietinstelling, die verplichtingen bevatten die door de kredietinstelling of door een entiteit van dezelfde groep als de kredietinstelling, worden gewaarborgd of anderszins ondersteund, en op overeenkomsten gesloten door een entiteit van de groep die "cross default"-clausules bevatten.
  § 2. Een opschorting of een beperking uit hoofde van artikel 280, § 1 maakt voor de toepassing van paragraaf 1 van dit artikel geen wanprestatie uit, in het bijzonder in de zin van de voornoemde wet van 15 december 2004.
  § 3. De bepalingen van dit artikel worden beschouwd als bepalingen van bijzonder dwingend recht in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad.".

  Art. 30. In artikel 295 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt :
  "3° wanneer de aandelen of andere eigendoms- of schuldinstrumenten van de kredietinstelling tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, op de website van de FSMA; en".

  Art. 31. Artikel 333, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende :
  "7° artikel 59, met dien verstande dat de leiders van het bijkantoor als het directiecomité worden beschouwd.".

  Art. 32. In artikel 335, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder, 2° worden de woorden "artikel 55, § 1, eerste lid" vervangen door de woorden "artikel 55, eerste lid";
  2° een bepaling onder 3° /1 wordt ingevoegd, luidende :
  "3° /1 de artikelen 67 tot 71;"
  3° een bepaling onder 5° /1 wordt ingevoegd, luidende :
  "5° /1 Bijlage II;".

  Art. 33. In het derde lid van artikel 338 van dezelfde wet worden de woorden "324, § 1, tweede lid, § 2, vierde en vijfde lid en § 3" vervangen door de woorden "326, § 1, tweede lid, § 2, vierde en vijfde lid en § 3".

  Art. 34. In dezelfde wet wordt een artikel 379/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 379/1. § 1. Onverminderd de artikelen 17 tot 21 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, zijn de op de dag van haar faillietverklaring door een kredietinstelling verrichte betalingen, transacties en handelingen en de op die dag aan dergelijke instelling gedane betalingen geldig indien zij het tijdstip van het vonnis van faillietverklaring voorafgaan of werden verricht zonder van het faillissement van de kredietinstelling af te weten.
  Voor de toepassing van het eerste lid worden de instellingen belast met de verrekening of de vereffening tussen kredietinstellingen van betalingen of van financiėle transacties, met kredietinstellingen gelijkgesteld.
  § 2. De Koning kan de toepassing van dit artikel, voor de transacties en betalingen die Hij bepaalt, uitbreiden tot andere categorieėn van instellingen uit de financiėle sector.".

  Art. 35. In artikel 412 van dezelfde wet worden de woorden "artikel 92, § 3 van Verordening nr. 575/2013" vervangen door de woorden "artikel 92, lid 3 van Verordening nr. 575/2013".

  Art. 36. In artikel 413 en in het opschrift van Afdeling II, Hoofdstuk II van Bijlage IV van dezelfde wet, wordt het woord "kredietinstellingen" telkens vervangen door het woord "instellingen".

  Art. 37. In Titel III van Boek IX van dezelfde wet wordt een artikel 420/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 420/1. In afwachting van de inwerkingtreding van de artikelen 11 tot 15 van Bijlage IV wordt onder "binnenlandse systeemrelevante kredietinstelling" verstaan de kredietinstellingen, de financiėle holdings en de gemengde financiėle holdings die voorheen door de Bank als systeemrelevante instellingen werden beschouwd met toepassing van artikel 36/3, § 2 van de wet van 22 februari 1998 zoals die bepaling bestond onmiddellijk voor de wijziging ervan bij artikel 64 van de wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen.
  Bovendien kan de Bank, eveneens in afwachting van de inwerkingtreding van de artikelen 11 tot 15 van Bijlage IV, andere kredietinstellingen, financiėle holdings en gemengde financiėle holdings als mondiaal systeemrelevante instellingen (MSI's) of binnenlandse systeemrelevante instellingen (BSI's) beschouwen op grond van de criteria die respectievelijk bedoeld zijn in de artikelen 13, § 1, en 14, § 1, van Bijlage IV.".

  Art. 38. In Titel III van Boek IX van dezelfde wet wordt een artikel 420/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 420/2. Tot 1 januari 2016 vormt de vaststelling van het percentage van de kredietinstellingspecifieke contracyclische tier 1-kernkapitaalbuffer voor de relevante risicoblootstellingen op tegenpartijen die op het Belgische grondgebied zijn gevestigd, waarin voorzien is in artikel 5 van Bijlage IV, een mogelijkheid in hoofde van de Bank.".

  Art. 39. In het tweede lid van artikel 12 in Bijlage II bij dezelfde wet worden de woorden "artikel 554, derde en vierde lid" vervangen door de woorden "artikel 554, vijfde lid".

  Art. 40. In artikel 2 van Bijlage IV van dezelfde wet worden de woorden "systeemrelevante kredietinstellingen" vervangen door de woorden "systeemrelevante instellingen".

  Art. 41. Artikel 11 van Bijlage IV van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  a) "MSI" : een mondiaal systeemrelevante instelling als bedoeld in artikel 12, tweede lid van deze Bijlage;
  b) "BSI" : een binnenlandse systeemrelevante instelling als bedoeld in artikel 12, eerste lid van deze Bijlage.".

  Art. 42. Artikel 12 van Bijlage IV van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 12. De kredietinstellingen, de financiėle moederholdings of de gemengde financiėle moederholdings naar Belgisch recht waarvan het in gebreke blijven een grote invloed zou hebben op respectievelijk Belgiė, de markt en de economie van een of meer lidstaten, en op de wereldwijde financiėle markt, worden door de Bank aangemerkt als "BSI's" of "MSI's".
  Een MSI is een moederkredietinstelling, een financiėle moederholding of een gemengde financiėle moederholding, die geen dochter mag zijn van een onderneming die onder een lidstaat valt en die zelf de hoedanigheid van moederkredietinstelling, financiėle moederholding of gemengde financiėle moederholding heeft.".

  Art. 43. In artikel 14, § 1, van Bijlage IV van dezelfde wet wordt het woord "onderneming" vervangen door het woord "instelling".

  Art. 44. In artikel 14, § 2, van Bijlage IV van dezelfde wet wordt het woord "onderneming" vervangen door het woord "instelling".

  Afdeling 2. - Bijzondere bepaling bail-in

  Art. 45. Artikel 255, § 2, van dezelfde wet, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De afschrijving of omzetting van schulden van een kredietinstelling verricht met toepassing van het instrument van interne versterking, komt de medeschuldenaars en de derden die een persoonlijke of zakelijke zekerheid hebben gesteld, niet ten goede.".

  Art. 46. In dezelfde wet wordt een artikel 354/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 354/1. De afschrijving of omzetting van schulden van een instelling of een entiteit die onder een buitenlands recht ressorteert, verricht met toepassing van een instrument van interne versterking, komt de medeschuldenaars en de derden die een door het Belgisch recht beheerste persoonlijke of zakelijke zekerheid hebben gesteld, niet ten goede.".

  HOOFDSTUK 2. - Dagelijks bestuur van het Beschermingsfonds voor deposito's en financiėle instrumenten

  Art. 47. Artikel 11 van de wet van 17 december 1998 tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiėle instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiėle instrumenten, wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek economisch recht inzake de afrondingsregels op 5 cent

  Art. 48. In artikel VI.2, 10°, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, worden de woorden "indien de consument betaalt in speciėn" vervangen door de woorden "overeenkomstig de artikelen VI.7/1 en VI.7/2".

  Art. 49. In artikel VI.7/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, wordt het eerste streepje vervangen als volgt :
  "- de betaling plaatsvindt in de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming;".

  Art. 50. Artikel VI.7/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, wordt gewijzigd als volgt :
  1° in paragraaf 3 worden de woorden "voor betalingen in speciėn" opgeheven;
  2° in paragraaf 4 worden de woorden "in speciėn" opgeheven.

  Art. 51. In artikel VI.7/3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, worden woorden "van zijn schuld" vervangen door de woorden "en de onderneming van hun schuld".

  Art. 52. In artikel XIV.3, 9°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, worden de woorden "indien de consument betaalt in speciėn" vervangen door de woorden "overeenkomstig de artikelen XIV.8/1 en XIV.8/2".

  Art. 53. Artikel XIV.8/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, wordt gewijzigd als volgt :
  1° het eerste streepje wordt vervangen als volgt :
  "- de betaling plaatsvindt in de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument en de beoefenaar van een vrij beroep,";
  2° het derde streepje wordt opgeheven.

  Art. 54. Artikel XIV.8/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, wordt gewijzigd als volgt :
  1° in paragraaf 3 worden de woorden "voor betalingen in speciėn" opgeheven;
  2° in paragraaf 4 worden de woorden "in speciėn" opgeheven.

  Art. 55. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel XIV.8/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. XIV.8/3. De betaling van het te betalen totaalbedrag dat in overeenstemming met artikel XIV.8/2 werd afgerond, bevrijdt de consument en de beoefenaar van een vrij beroep van hun schuld.
  In afwijking van artikel 1235 van het Burgerlijk Wetboek kan het verschil tussen het overeenkomstig artikel XIV.8/2 afgeronde en betaalde totaalbedrag en het totaalbedrag vóór afronding niet worden teruggevorderd.".

  HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė

  Art. 56. In artikel 21ter van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė, ingevoegd bij wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, 7°, wordt het woord "of" vervangen door het woord "van";
  2° in dezelfde paragraaf wordt de bepaling onder 6° opgeheven.;
  3° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende :
  " § 2/1. De voorzitter van de Autoriteit voor Financiėle Diensten en Markten woont de vergaderingen van het Afwikkelingscollege met raadgevende stem bij.";
  4° in paragraaf 4, 3°, worden de woorden "in hoofde van de leden van het Afwikkelingscollege of" ingevoegd tussen de woorden "de maatregelen die moeten worden genomen om belangenconflicten" en de woorden "tussen het Afwikkelingscollege en de andere organen en diensten van de Bank te vermijden".

  Art. 57. In artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, tweede lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, dat zelf bij de wet van 3 augustus 2012 is bekrachtigd, worden de woorden "het toezicht van de Bank krachtens artikelen 8, 12 of 12bis" vervangen door de woorden "het toezicht van de Bank of in een instelling naar Belgisch recht of naar buitenlands recht gevestigd in Belgiė of in een dochteronderneming van een van deze instellingen en onderworpen aan het toezicht van de Europese Centrale Bank";
  2° in § 2, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, dat zelf bij de wet van 3 augustus 2012 is bekrachtigd, en vervolgens bij de wet van 25 april 2015 gewijzigd, worden de woorden ", de leden van het Afwikkelingscollege" opgeheven en worden de woorden "van een instelling onderworpen aan het toezicht van de Bank krachtens artikelen 8, of 12bis" vervangen door de woorden "van een instelling onderworpen aan het toezicht van de Bank of van een instelling naar Belgisch recht of naar buitenlands recht gevestigd in Belgiė of in een dochteronderneming van een van deze instellingen en onderworpen aan het toezicht van de Europese Centrale Bank".

  Art. 58. In artikel 36/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, wordt de bepaling onder 22°, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 november 2013 en vernummerd bij de wet van 25 april 2014, vernummerd als 21° /1.

  Art. 59. In artikel 36/8 van dezelfde wet wordt § 1, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, vervangen door de wet van 19 april 2014 en gewijzigd door de wet van 25 april 2014, vervangen als volgt :
  " § 1. De Sanctiecommissie oordeelt over het opleggen van de administratieve geldboetes waarin voorzien is door de wetten die van toepassing zijn op de instellingen waarop zij toezicht houdt, evenals over het opleggen van de administratieve geldboetes waarin voorzien is in de artikelen 50/1 en 50/2 van de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen.".

  Art. 60. In artikel 36/14, § 1, 14°, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de woorden "de Administratie van de Thesaurie", vervangen door de woorden " de Algemene Administratie van de Thesaurie".

  Art. 61. In dezelfde wet worden de woorden "de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen" telkens vervangen door de woorden "de Algemene Administratie van de inning en invordering van de Federale overheidsdienst Financiėn".

  HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiėle bepalingen

  Art. 62. In artikel 114 van de wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiėle bepalingen, wordt de laatste zin vervangen door de volgende zin :
  "Het betreft de institutionele eenheden die het Instituut voor de Nationale Rekeningen opneemt in een lijst met de eenheden van de publieke sector en publiceert op zijn website.".

  Art. 63. In artikel 117, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden "bepaald in artikel 115" vervangen door de woorden" bepaald in artikel 115, eerste lid" en worden de woorden "bedoeld in artikel 115" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 115, eerste lid".

  HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het Wetboek van vennootschappen wat betreft de ruil, hergroepering of splitsing van aandelen

  Art. 64. Artikel 478 van het Wetboek van vennootschappen, gewijzigd bij de wet van 14 december 2005, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
  " § 3. Elke ruil, hergroepering of splitsing van aandelen vindt plaats volgens de voorwaarden en de modaliteiten die in de statuten zijn bepaald, onverminderd artikel 462. Bij gebrek aan statutaire bepalingen die deze verrichtingen regelen, mogen ze door de algemene vergadering worden toegestaan onder de voorwaarden bedoeld in artikel 558.".

  HOOFDSTUK 7. - Bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen

  Art. 65. Bekrachtigd worden met ingang van hun respectieve dag van inwerkingtreding :
  1. het koninklijk besluit van 26 februari 2014 houdende uitvoering van artikel 9, tweede lid van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen tot vaststelling van de procedure voor de voorafgaande adviesaanvraag;
  2. het koninklijk besluit van 28 februari 2014 houdende uitvoering van artikel 9, eerste lid van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen tot vaststelling van de geschikte projecten voor financiering in het kader van een thematische volkslening;
  3. het koninklijk besluit van 28 februari 2014 tot wijziging van diverse koninklijke besluiten betreffende de jaarrekening van bepaalde ondernemingen;
  4. het koninklijk besluit van 28 februari 2014 tot bepaling van de voorwaarden van toegankelijkheid voor particuliere beleggers in de zin van artikel 4, derde lid, g, artikel 4, vierde lid, f, en artikel 5, eerste lid, h, van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen;
  5. het koninklijk besluit van 26 april 2014 tot goedkeuring van het reglement van de Autoriteit voor Financiėle Diensten en Markten van 15 april 2014 betreffende de door de kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen voorafgaandelijk en periodiek te verstrekken informatie in het kader van de thematische volksleningen.

  HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder

  Art. 66. In de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder wordt een artikel 11/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 11/1. Met als enig doel de verplichtingen opgelegd door deze wet na te komen, hebben de effectenbeheerder van de Deposito- en Consignatiekas en de erkende kredietinstellingen, gemandateerd door deze effectenbeheerder, de toelating om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen te gebruiken om de rechthebbenden te identificeren en terug te betalen.".

  HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiėle stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiėle stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten

  Art. 67. In het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiėle stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiėle stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 4/1. Met als enig doel de verplichtingen opgelegd door dit koninklijk besluit na te komen, hebben de deelnemers bedoeld in artikel 4 de toelating om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen over te maken aan het Garantiefonds. Het fonds mag dit identificatienummer gebruiken om de cliėnten te identificeren en terug te betalen.".

  HOOFDSTUK 10. - Wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten

  Art. 68. In hoofdstuk II, afdeling 8, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten wordt een artikel 37quinquies ingevoegd, luidende :
  "Art. 37quinquies § 1er. De FSMA staat in voor de taken die aan een bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zouden worden toevertrouwd door elke Europese wetgeving die een reglementering invoert voor de indices die als benchmarks worden gebruikt voor financiėle instrumenten en financiėle overeenkomsten (hierna "de Europese benchmarkwetgeving") en ziet toe op de naleving van die Europese wetgeving en van de op basis of in uitvoering van die wetgeving genomen bepalingen.
  Teneinde te voldoen aan de verplichtingen die voor de Belgische Staat voortvloeien uit de Europese benchmarkwetgeving kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en genomen op advies van de FSMA, alle nuttige maatregelen nemen om deze wetgeving, naar gelang het geval, ten uitvoer te leggen of om te zetten en om meer algemeen te garanderen dat zij effectief wordt toegepast.
  § 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en genomen op advies van de FSMA, tevens alle nuttige maatregelen nemen om :
  1° in het Belgisch recht te voorzien in een statuut van beheerder die benchmarks of bepaalde categorieėn van benchmarks aanbiedt en inzonderheid te voorzien in een vergunningsplicht voor de uitoefening van de activiteit die bestaat uit het aanbieden van benchmarks of van bepaalde categorieėn van benchmarks, alsook de voorwaarden voor de toekenning van en de procedures met betrekking tot die vergunning, de aan dat statuut inherente verplichtingen met betrekking tot de voorwaarden voor de uitoefening van de activiteit en in verband met de kwaliteit van de door de beheerder gebruikte inputgegevens te bepalen;
  2° specifieke vereisten vast te stellen voor de contribuanten aan benchmarks of aan bepaalde categorieėn van benchmarks, inclusief inzake inputgegevens, methodologie, governance, controles en verplicht aanleveren;
  3° de toezichtsregeling uit te werken en te voorzien in herstelmaatregelen, in maatregelen met betrekking tot de oplegging van dwangsommen en in sancties voor niet-naleving van de ter uitvoering van deze paragraaf gedefinieerde regels.
  Voor de toepassing van het voorgaande lid, kan de Koning rekening houden met bepaalde onderdelen van de Europese benchmarkwetgeving en daarnaar in Zijn besluit verwijzen vóór de in die wetgeving bepaalde datum vanaf welke ze moet worden toegepast, desgevallend mits de eventuele aanpassingen die Hij vaststelt.
  De in uitvoering van deze paragraaf genomen regels treden buiten werking de dag voor de datum vanaf welke de Europese benchmarkwetgeving moet worden toegepast. Tenzij de FSMA ze eerder intrekt of schorst, blijven de op grond van deze regels verleende vergunningen niettemin geldig totdat de FSMA beslist tot goedkeuring of weigering van een op grond van een overgangsbepaling van de Europese benchmarkwetgeving ingediende vergunningsaanvraag of registratie-aanvraag.
  § 3. De in uitvoering van paragrafen 1 en 2 genomen besluiten kunnen de geldende wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen. Dit geldt in het bijzonder voor de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten. In de mate dat deze besluiten wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen, worden ze geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twee jaar na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging heeft uitwerking op de datum van inwerkingtreding van de besluiten. De door dit lid aan de Koning verleende bevoegdheden vervallen op 31 december 2016.
  § 4. De FSMA ziet toe op de naleving van de in uitvoering van dit artikel genomen regels.

  HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van de wet van 11 mei 1995 inzake de tenuitvoerlegging van de besluiten van de Veiligheidsraad van de Organisatie van de Verenigde Naties

  Art. 69. In de wet van 11 mei 1995 inzake de tenuitvoerlegging van de besluiten van de Veiligheidsraad van de Organisatie van de Verenigde Naties wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 1/1. Met het oog op de onmiddellijke uitvoering van de financiėle sancties bedoeld in de resoluties aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in het kader van Hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties en onverminderd de specifieke beperkende maatregelen genomen in toepassing van de verordeningen van de Raad van de Europese Unie, kan de minister van Financiėn, na overleg met de bevoegde gerechtelijke overheid, besluiten alle of een deel van de tegoeden en andere financiėle middelen van de in de resolutie bedoelde personen, entiteiten en groeperingen te bevriezen. Dit vanaf het tijdstip van de inwerkingtreding van de resoluties tot het tijdstip dat de resoluties en de lijsten van personen, entiteiten en groeperingen vastgesteld overeenkomstig de resoluties, elke wijziging inbegrepen, in het Europees recht worden omgezet.".

  Art. 70. In dezelfde wet wordt een artikel 1/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 1/2. De minister van Financiėn is bevoegd voor de organisatie en het treffen van elke maatregel die tot doel heeft de uitvoering van artikel 1/1 te verzekeren, inzonderheid de bekendmaking van de lijsten van de beoogde personen, entiteiten en groeperingen overeenkomstig de door de Verenigde Naties ter zake aangenomen resoluties.".

  Art. 71. In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "en de minister van Financiėn" ingevoegd tussen de woorden "de Koning" en de woorden "krachtens deze wet";
  2° in het eerste lid wordt het woord "neemt." vervangen door het woord "nemen.";
  3° in het tweede lid worden de woorden "en de minister van Financiėn" ingevoegd tussen de woorden "De Koning" en de woorden "geeft onverwijld kennis aan";
  4° in het tweede lid wordt het woord "geeft" vervangen door het woord "geven".

  TITEL 3. - Oprichting van een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie "sociale activiteiten"

  ENIG HOOFDSTUK. - Oprichting van een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie "Sociale activiteiten", belast met de organisatie van de activiteiten van het restaurant en het kinderdagverblijf van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

  Art. 72. Een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie "Sociale activiteiten" wordt opgericht, in overeenstemming met artikel 77 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, voor het beheer van het restaurant en het kinderdagverblijf van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
  De Koning wordt met de uitvoering van dit artikel belast.

  TITEL 4. - Bepaling inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen

  ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 16 december 2002 houdende oprichting van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen

  Art. 73. In artikel 4, eerste lid, 4°, van de wet van 16 december 2002 houdende oprichting van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen worden de woorden "gelijkheid van mannen en vrouwen" telkens vervangen door het woord "gendergelijkheid".

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 18 december 2015.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Financiėn,
J. VAN OVERTVELDT
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 54 - 1459

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie