J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2014/04/10/2014003159/justel

Titel
10 APRIL 2014. - Wet tot wijziging, met het oog op de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2011/85/EU, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat en houdende diverse bepalingen betreffende de begrotingsfondsen
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-04-2014 en tekstbijwerking tot 30-12-2015)

Bron : BEGROTING EN BEHEERSCONTROLE
Publicatie : 25-04-2014 nummer :   2014003159 bladzijde : 34843       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-04-10/07
Inwerkingtreding : 05-05-2014

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2003003367        1991003014       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat
Art. 3-12
HOOFDSTUK III. - Diverse bepalingen betreffende de begrotingsfonden
Afdeling 1. - Europese programmatie
Onderafdeling 1. - Opheffing van de organieke fondsen bedoeld in de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen
Art. 13-15
Onderafdeling 2. - Oprichting van het Federaal Europees Sociaal Fonds
Art. 16-17
Onderafdeling 3. - Oprichting van een Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen - Programmatie 2014-2020
Art. 18-19
Onderafdeling 4. - Oprichting van het Federaal Europees Fonds voor Asiel en Migratie (AMF) en Interne Veiligheid (ISF) Programmatie 2014-2020
Art. 20-21
Afdeling 2. - Oprichting van het BELINCOSOC-Fonds
Art. 22-23
Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen
Art. 24

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2011/85/EU van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten.

  HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat

  Art. 3. Artikel 3 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De bepalingen van Titel V/1 zijn toepasbaar op de diensten vermeld in artikel 2 en, in afwijking van artikel, 2, 3°, op de federale instellingen van de sociale zekerheid die behoren tot de institutionele sector S1314 in de zin van Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (ESR 2010).".

  Art. 4. In artikel 45 van dezelfde wet worden de woorden "31 oktober" vervangen door de woorden "15 oktober".

  Art. 5. Artikel 46 van dezelfde wet wordt aangevuld met een 6° en 7° als volgt :
  "6° een gevoeligheidsanalyse met een overzicht van de ontwikkelingen van de belangrijkste begrotingsvariabelen onder verschillende groei- en renteaannames;
  7° een opsomming van alle instellingen en fondsen die niet in de begroting zijn opgenomen maar die deel uitmaken van de consolidatiekring zoals bepaald door het Instituut voor de Nationale Rekeningen en een analyse van hun impact op het vorderingensaldo en op de overheidsschuld.".

  Art. 6. Artikel 111 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Uiterlijk vanaf de rekeningen over het begrotingsjaar 2020, wordt de algemene rekening van de Federale Staat voor certificering aan het Rekenhof voorgelegd.".

  Art. 7. In dezelfde wet wordt een Titel V/1 ingevoegd, luidende :
  "Diverse bepalingen ter gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2011/85/EU".

  Art. 8. In Titel V/1, ingevoegd bij artikel 7, wordt een artikel 124/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 124/1. § 1. De Federale Staat is ermee belast op een website de begrotingsgegevens te publiceren met betrekking tot de op kasbasis of op boekhoudkundige basis gerealiseerde uitgaven en ontvangsten van de verschillende subsectoren van de overheid.
  Deze publicatie gebeurt maandelijks voor het einde van de daaropvolgende maand voor de Federale Staat, de sociale zekerheid en de Gemeenschappen en Gewesten en driemaandelijks voor de lokale besturen voor het einde van het volgende kwartaal.
  Deze begrotingsgegevens bevatten de uitgaven en inkomsten van de instellingen die deel uitmaken van de consolidatiekring zoals bepaald door het Instituut voor de Nationale Rekeningen.
  De Federale Staat is er eveneens mee belast gedetailleerde afstemmingstabellen met de methode voor de overschakeling van gegevens op kasbasis of boekhoudkundige basis naar de op de ESR 2010-norm gebaseerde gegevens te publiceren.
  De organisatie van de publicatie van de begrotingsgegevens wordt in een samenwerkingsakkoord geregeld.
  § 2. De instellingen die deel uitmaken van de consolidatiekring van de federale overheid zoals bepaald door het Instituut voor de Nationale Rekeningen maken elke maand de noodzakelijke gegevens bedoeld in § 1, bij voorkeur op boekhoudkundige basis, over aan de minister van Begroting.
  De in artikel 3 bedoelde federale instellingen van sociale zekerheid maken maandelijks, in opdracht van de minister van Begroting en de minister van Sociale Zaken, de in § 1 bedoelde gegevens over.".

  Art. 9. In dezelfde Titel V/1 wordt een artikel 124/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 124/2. § 1. De begroting van de Federale Staat wordt opgemaakt op basis van de macro-economische prognoses van de economische begroting van het Instituut voor de Nationale Rekeningen bedoeld in artikel 108, g) van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen. De eventuele afwijkingen van deze prognoses worden expliciet vermeld en verantwoord in de algemene toelichting bij de begroting bedoeld in artikel 46.
  De betekenisvolle verschillen met de recentere prognoses van de Europese Commissie en indien nodig van andere onafhankelijke instanties worden in de in artikel 46 van deze wet bedoelde algemene toelichting bij de begroting beschreven en toegelicht.".

  Art. 10. In dezelfde Titel V/1 wordt een artikel 124/3 ingevoegd :
  "Art. 124/3. § 1. De begroting van de Federale Staat moet zich inschrijven in een begrotingskader voor de middellange termijn, dat de regeerperiode dekt en minimaal een periode van drie jaar bestrijkt. De jaarlijkse begroting wordt aangevuld met een meerjarige begrotingsplanning, op basis van het begrotingskader voor de middellange termijn.
  De meerjarige begrotingsplanning bevat volgende elementen :
  1° algemene en transparante meerjarige begrotingsdoelstellingen voor het overheidstekort, de overheidsschuld en eventuele andere samenvattende begrotingsindicatoren, zoals de uitgaven;
  2° prognoses voor elke belangrijke uitgaven- en ontvangstenpost van de overheid, bij ongewijzigd beleid;
  3° een beschrijving van de geplande beleidsmaatregelen voor de middellange termijn die gevolgen hebben voor de overheidsfinanciën, uitgesplitst naar de voornaamste ontvangsten- en uitgavenposten, waarbij wordt getoond op welke wijze de aanpassing aan de middellangetermijndoelstellingen voor de begroting wordt verwezenlijkt, afgezet tegen de prognoses bij ongewijzigd beleid;
  4° een beoordeling van de wijze waarop de voorgenomen beleidsmaatregelen in het licht van hun rechtstreekse langetermijnimpact op de overheidsfinanciën de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn zouden kunnen beïnvloeden.
  § 2. De meerjarige begrotingsplanning is gebaseerd op de economische prognoses van het Instituut voor de Nationale Rekeningen bedoeld in artikel 108, g), van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen.
  Het begrotingskader, de meerjarige begrotingsplanning en zijn eventuele actualiseringen worden samen met de algemene toelichting bij de begroting gepubliceerd.
  Elke afwijking van de jaarlijkse begroting ten opzichte van het begrotingskader wordt uitgelegd in de algemene toelichting bij de begroting.
  Een nieuwe regering mag het begrotingskader voor de middellange termijn dat door een voorgaande regering vastgelegd werd aanpassen aan haar nieuwe beleidsprioriteiten. In dit geval benadrukt de regering de verschillen met het voorgaand begrotingskader voor de middellange termijn.".

  Art. 11. In dezelfde titel V/1 wordt een artikel 124/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. 124/4. Om de drie jaar zal een onafhankelijke instantie de begrotingsprognoses die gehanteerd werden bij de opmaak van de begroting evalueren op basis van objectieve criteria. Indien uit de evaluatie een significante afwijking blijkt, nemen de diensten de nodige maatregelen om de methodologie van de toekomstige begrotingsprognoses te verbeteren en maken ze die openbaar.
  De onafhankelijke instantie zal in een samenwerkingsakkoord aangeduid worden.".

  Art. 12. In dezelfde titel V/1 wordt een artikel 124/5 ingevoegd, luidende :
  Art. 124/5. De Federale Staat publiceert relevante informatie over voorwaardelijke verplichtingen met mogelijk grote gevolgen voor de begroting, zoals onder meer overheidsgaranties, oninbare leningen en uit de exploitatie van overheidsbedrijven voortvloeiende verplichtingen, en informatie over participaties in kapitaal van particuliere en overheidsbedrijven, voor zover het om economisch significante bedragen gaat.".

  HOOFDSTUK III. - Diverse bepalingen betreffende de begrotingsfonden

  Afdeling 1. - Europese programmatie

  Onderafdeling 1. - Opheffing van de organieke fondsen bedoeld in de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen

  Art. 13. § 1. Het Fonds voor sociale economie wordt opgeheven.
  De op 31 december 2013 beschikbare middelen worden gedesaffecteerd en bij de algemene middelen van de Schatkist gevoegd.
  § 2. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt de rubriek 44-1 - Fonds voor sociale economie opgeheven.

  Art. 14. § 1. Het Belgisch Europees Sociaal Fonds wordt opgeheven.
  De op 31 december 2013 beschikbare middelen worden gedesaffecteerd en bij de algemene middelen van de Schatkist gevoegd.
  § 2. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt de rubriek 44-3 - Belgisch Europees Sociaal Fonds opgeheven.

  Art. 15. § 1. Het speciaal fonds tot dekking van de uitgaven in het kader van het driveprogramma wordt opgeheven.
  § 2. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt de rubriek 33-1 - Het speciaal Fonds tot dekking van de uitgaven in het kader van het driveprogramma opgeheven.

  Onderafdeling 2. - Oprichting van het Federaal Europees Sociaal Fonds

  Art. 16.
  <Opgeheven bij W 2015-12-26/03, art. 45, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 17.
  <Opgeheven bij W 2015-12-26/03, art. 45, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Onderafdeling 3. - Oprichting van een Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen - Programmatie 2014-2020

  Art. 18. Er wordt een fonds voor de Europese programmatie 2014-2020 opgericht. Het gaat om een begrotingsfonds in de zin van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat.
  In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt de rubriek 44 - Maatschappelijke Integratie aangevuld als volgt :
  "Benaming van het organiek begrotingsfonds :
  44-8 Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen - Programmatie 2014-2020
  Aard van de toegewezen ontvangsten :
  Bedragen gestort door de Europese Commissie in het kader, meer bepaald van de artikelen 146 en 148 van het verdrag van 25 maart 1957 tot oprichting van de Europese Gemeenschap, in uitvoering van de nieuwe programmatie 2014-2020 van het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen en de door derden terugbetaalde bedragen die ten onrechte werden uitgekeerd of als deelneming werden betaald.
  Aard van de toegestane uitgaven :
  - Overdracht van fondsen aan de promotoren en andere uitgaven ter uitvoering van projecten of initiatieven van de programmatie 2014-2020 van het Fonds voor Europese hulp aan de minstbedeelden voor het deel dat ten laste valt van de Europese Unie met betrekking tot de Federale Staat;
  - Personeels-, werkings- en investeringsuitgaven van de overheden van het fonds in het kader van technische assistentie.".

  Art. 19. Het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen - Programmatie 2014-2020 kan beschikken over een vastleggingsmachtiging waarvan het bedrag jaarlijks vastgelegd wordt in de algemene uitgavenbegroting.

  Onderafdeling 4. - Oprichting van het Federaal Europees Fonds voor Asiel en Migratie (AMF) en Interne Veiligheid (ISF) Programmatie 2014-2020

  Art. 20. Er wordt een fonds voor de Europese programmatie 2014-2020 opgericht. Het gaat om een begrotingsfonds in de zin van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat.
  In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt de rubriek 13 - Binnenlandse Zaken aangevuld als volgt :
  "Benaming van het organiek begrotingsfonds :
  13 -15 Federaal Europees Fonds voor Asiel en Migratie en Interne Veiligheid - Programmatie 2014-2020 Aard van de toegewezen ontvangsten :
  - Europese ontvangsten met betrekking tot de prefinanciering(en) of terugbetalingen van in het kader van de programmatie uitgevoerde projecten;
  - Door derden toegekende financiering.
  Aard van de toegestane uitgaven :
  - Prefinanciering van de uitgaven betreffende projecten uitgevoerd in het raam van de Europese programmatie voor het deel dat ten laste valt van de Europese Unie met betrekking tot de Federale Staat;
  - Personeels-, werkings- en investeringsuitgaven van de overheden van het fonds in het kader van technische assistentie.".

  Art. 21. Het Federaal Europees Fonds voor Asiel en Migratie en Interne Veiligheid - Programmatie 2014-2020 beschikt over een vastleggingsmachtiging waarvan het bedrag jaarlijks vastgelegd wordt in de algemene uitgavenbegroting.

  Afdeling 2. - Oprichting van het BELINCOSOC-Fonds

  Art. 22. Er wordt een fonds opgericht voor alle Europese of internationale projecten in het kader van de sociale bescherming die niet tot de Europese programmaties behoren. Het gaat om een begrotingsfonds in de zin van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat.
  In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt de rubriek 24 - Sociale Zekerheid aangevuld als volgt :
  "Benaming van het organiek begrotingsfonds :
  24-2 - BELINCOSOC-Fonds.
  Aard van de toegewezen ontvangsten :
  - Europese ontvangsten met betrekking tot de prefinanciering(en) van de Europese en internationale projecten en de door derden toegekende financiering in het kader van de sociale bescherming;
  - Internationale ontvangsten met betrekking tot de prefinanciering(en) van de internationale projecten in het kader van de sociale bescherming.
  Aard van de toegestane uitgaven :
  - Prefinanciering van de uitgaven betreffende projecten uitgevoerd in het raam van de Europese projecten die door de Europese Unie (mede)gefinancierd worden in het kader van de sociale bescherming;
  - Prefinanciering van de uitgaven betreffende projecten uitgevoerd in het raam van de internationale projecten die door internationale instellingen (mede) gefinancierd worden in het kader van de sociale bescherming.".

  Art. 23. Het BELINCOSOC-Fonds kan beschikken over een vastleggingsmachtiging waarvan het bedrag jaarlijks vastgelegd wordt in de algemene uitgavenbegroting.

  Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen

  Art. 24. In de wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 5/1. Vanaf het begrotingsjaar 2014 zijn de uitgaven waarvan het Europees deel wordt geprefinancierd en die niet door de Europese Unie worden terugbetaald ten laste van de kredieten van de ordonnancerende dienst voor de uitgave.".

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, beleven dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 10 april 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
E. DI RUPO
De Minister van Begroting,
O. CHASTEL
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 26-12-2015 GEPUBL. OP 30-12-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 16; 17)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Kamer van Volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 53-3409 - 2013/2014 Integraal verslag : 26 en 27 maart 2014 (*) Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5-2812 - 2013/2014 Handelingen van de Senaat : 3 april 2014

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie