J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2014/03/27/2014011254/justel

Titel
27 MAART 2014. - Wet houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie (I)

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 28-04-2014 nummer :   2014011254 bladzijde : 35043       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-03-27/35
Inwerkingtreding : 08-05-2014

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2007014032        2005A11238        2003014009        2005011238       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Voorwerp
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector
Art. 2-9
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie
Art. 10-40
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 januari 2007 tot vaststelling van het administratief statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie
Art. 41

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Voorwerp

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
  Deze wet vormt de gedeeltelijke omzetting in Belgisch recht van :
  1° Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten;
  2° Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten;
  3° Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector

  Art. 2. In artikel 14 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2005, 16 maart 2007, 18 mei 2009, 13 december 2010, 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de woorden ", en van Verordening (EU) nr. 611/2013 van de Commissie van 24 juni 2013 betreffende maatregelen voor het melden van inbreuken in verband met persoonsgegevens op grond van Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende privacy en elektronische communicatie";
  b) er wordt een bepaling onder 4° /1 ingevoegd, luidende :
  "4° /1 in geval van geschil tussen aanbieders van telecommunicatienetwerken, -diensten of -apparatuur, of in geval van een geschil tussen postoperatoren, of in geval van een geschil tussen in de wet van 30 maart 1995 betreffende de elektronische-communicatienetwerken en -diensten en audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bedoelde aanbieders van elektronische-communicatiediensten of -netwerken of omroeporganisaties, het nemen van een administratieve beslissing op vraag van alle betrokken partijen, binnen een termijn van vier maanden en volgens de procedure vastgesteld door de Koning;";
  2° paragraaf 2, eerste lid, 3°, wordt aangevuld met de bepalingen onder h) en i), luidende :
  "h) de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  i) de federale overheidsdienst die belast is met statistiek en economische informatie.".

  Art. 3. In artikel 16 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de zin "Hij kan de dossiers naar zich toetrekken." opgeheven;
  2° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden "alsook, voor de materie beoogd in de artikelen 11, § 1, 2° en 39, § 1, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, aan een of meer personeelsleden van niveau A".

  Art. 4. Artikel 17, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "De bijzondere opdracht van de bijzondere opdrachthouder moet slaan op strategische onderwerpen. Onder `bijzondere opdracht" wordt verstaan de tijdelijke aanstelling in een volwaardige functie die vereisten stelt op het vlak van expertise en aantoonbare ervaring van strategische aard vereist.
  De bijzondere opdrachthouder kan een beroep doen op de diensten van het Instituut om hem te helpen in de uitvoering van zijn taken.".

  Art. 5. In artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "in voorkomend geval" ingevoegd tussen de woorden "deelt hij" en de woorden "zijn grieven mee aan de betrokkene";
  2° in paragraaf 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid worden de woorden "beveelt hij de stopzetting ervan, hetzij onmiddellijk, hetzij binnen de redelijke termijn die hij bepaalt." vervangen door de woorden "kan hij in een of meer besluiten, een of meer van de volgende maatregelen aannemen :
  1° het bevel om een eind te maken aan de overtreding, hetzij onmiddellijk, hetzij binnen de redelijke termijn die hij bepaalt, voor zover deze overtreding niet is stopgezet;";
  b) in het tweede lid worden de woorden "Het bevel tot stopzetting kan gepaard gaan met één of meerdere van de volgende maatregelen :" opgeheven;
  c) in het tweede lid wordt het nummer "1° " vervangen door het nummer "1° /1".

  Art. 6. In artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 mei 2011, worden de bepalingen onder 1° tot 6° opgeheven.

  Art. 7. In artikel 23 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009 en 10 juli 2012, wordt de tweede paragraaf aangevuld met de woorden "of de vernietiging van zijn benoeming".

  Art. 8. In artikel 24, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 maart 2007, worden de woorden "26 december 1956 op de postdienst" vervangen door de woorden "6 juli 1971 houdende oprichting van bpost en betreffende sommige postdiensten".

  Art. 9. In artikel 34, vierde lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de tweede zin wordt aangevuld met de woorden "en een verslag over het toezicht bedoeld in artikel 21.";
  2° de derde zin wordt aangevuld met de woorden "uiterlijk op 1 juni van het daaropvolgende jaar.".

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie

  Art. 10. In artikel 2, 22°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de woorden "alsook voor toegang tot hulpdiensten" opgeheven.

  Art. 11. In artikel 9, § 7, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2006 en gewijzigd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, worden de woorden ", voor het onderzoek bij de ombudsdienst voor telecommunicatie naar de identiteit van elke persoon die kwaadwillig gebruik heeft gemaakt van een elektronische-communicatienetwerk of -dienst" ingevoegd tussen de woorden "naar de nooddiensten" en de woorden "evenals met het oog op de vervulling";
  2° in het tweede lid wordt het woord "oproeper" vervangen door het woord "eindgebruiker".

  Art. 12. In artikel 15 van dezelfde wet wordt vóór het eerste lid een lid toegevoegd, luidende :
  "Het is verboden schadelijke storing te veroorzaken.".

  Art. 13. In artikel 18, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepalingen onder 3°, 8° en 9° worden opgeheven;
  2° de paragraaf wordt aangevuld met de bepaling onder 10°, luidende :
  "10° in voorkomend geval, de voorwaarden met betrekking tot de vergoeding van de vorige gebruikers van de betrokken frequentieband.";
  3° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In afwijking van het eerste lid worden door het Instituut de voorwaarden vastgesteld voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden die verband houden met :
  1° de technische en operationele voorwaarden ter voorkoming van schadelijke storingen en ter beperking van blootstelling van het publiek aan elektromagnetische velden;
  2° de verplichtingen uit hoofde van de relevante internationale overeenkomsten aangaande het gebruik van radiofrequenties;
  3° specifieke verplichtingen voor experimenteel gebruik van radiofrequenties.".

  Art. 14. In artikel 25 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "De operatoren nemen de nodige maatregelen om de stabiliteit en de hoogte van de pylonen van de antennesites, alsook andere onderdelen van de antennesites die zij bouwen, laten bouwen of wijzigen, geschikt te maken voor gedeeld gebruik met andere operatoren die erom hebben verzocht, behoudens wanneer zulks onmogelijk zou zijn omwille van redenen die door het Instituut erkend worden. Het Instituut kan het gedeeld gebruik verplichten met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.
  In voorkomend geval kan het Instituut de maatregelen opleggen die het nodig acht ter vrijwaring van het algemeen belang en voor een vlot systeem van informatie-uitwisseling inzake sites en hun gedeeld gebruik.";
  2° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het derde lid wordt aangevuld met de woorden ", op basis van een overeenkomst waarvan de bepalingen redelijk, proportioneel en niet-discriminerend zijn.";
  b) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In geval van onenigheid, kan het Instituut een advies verschaffen betreffende het redelijk, proportioneel en niet-discriminerend karakter van de voorziene overeenkomst.";
  3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
  " § 5. De operatoren onderhandelen over een overeenkomst inzake gedeeld gebruik van antennesites, waarvan de bepalingen redelijk, proportioneel en niet-discriminerend zijn.
  Operatoren kunnen andere operatoren het gedeeld gebruik van een antennesite maar weigeren op grond van redenen welke als behoorlijk gerechtvaardigd door het Instituut worden erkend.
  Elke weigering kan door het Instituut worden geëvalueerd op aanvraag van de verzoeker ingediend per aangetekend schrijven binnen de 15 werkdagen vanaf de ontvangst van de weigering.
  Het Instituut beschikt over twee maanden te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek, om het ongerechtvaardigde karakter van de weigering te beoordelen. Indien het Instituut zich binnen deze termijn niet uitspreekt, wordt het verzoek geacht terecht te zijn geweigerd.";
  4° paragraaf 7 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In de contracten die operatoren afsluiten met de in het eerste lid bedoelde derden, is elke bepaling die tot gevolg zou hebben dat het gedeeld gebruik van de betreffende site aan een of meerdere andere operatoren wordt verboden of bemoeilijkt, met inbegrip van elke bepaling die er op gericht is een wederkerigheidsvoorwaarde op te leggen, in welke vorm ook, nietig.".

  Art. 15. In artikel 26 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de Franse tekst wordt het lid aangevuld met de woorden "et à l'Institut";
  b) de woorden "en het Instituut" worden ingevoegd tussen de woorden "de overige operatoren" en de woorden "hiervan op de hoogte";
  2° tussen het eerste en het tweede lid worden twee leden ingevoegd, luidende :
  "In voorkomend geval is de eerst bedoelde operator ertoe gehouden om voorafgaandelijk aan het indienen van de bedoelde stedenbouwkundige aanvraag over de technische en financiële voorwaarden van het gedeeld gebruik van betreffende antennesite met de overige operatoren te onderhandelen en een overeenkomst te sluiten volgens de beginselen vastgesteld in artikel 25, § 5.
  Na het sluiten van deze overeenkomst dienen de betrokken operatoren bij de bevoegde overheid samen een aanvraag in voor een stedenbouwkundige vergunning.";
  3° het vroegere tweede lid, dat het vierde wordt, wordt vervangen als volgt :
  "De overige operatoren maken binnen de maand na de kennisgeving aan de eerst bedoelde operator hun intenties bekend om de betreffende antennesite of het deel van deze site gedeeld te gebruiken.".

  Art. 16. Artikel 28 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 28. Onverminderd de toepassing van artikel 25 kan het Instituut, na een publieke consultatie gevoerd te hebben :
  1° een operator verplichten om in te stemmen met redelijke toegangsverzoeken tot andere sites dan die vermeld in Afdeling 1, met name van gebouwen die geen antennesites zijn in de zin van Afdeling 1, evenals van hun toegang, bekabeling, ondersteuningsgebouwen, kabelgoten, leidingen, mangaten en straatkasten;
  2° iedere eigenaar of uitbater van bekabeling van elektronische-communicatienetwerken die zich binnen een gebouw bevinden, te verplichten om akkoord te gaan met redelijke toegangsverzoeken tot deze bekabeling uitgaande van een operator, omwille van het feit dat hun duplicatie economisch inefficiënt of fysiek onuitvoerbaar zou zijn.
  Deze toegang wordt verleend in het gebouw of tot aan het eerste punt van samenkomst of distributie indien dit zich buiten het gebouw bevindt, hierbij elk risico vermijdend van onderlinge storingen.
  Een overeenkomst betreffende de toegang wordt afgesloten tussen ofwel de operatoren bedoeld in het eerste lid, 1°, ofwel tussen de eigenaar of uitbater van bekabeling en de operatoren bedoeld in het eerste lid, 2°. Deze overeenkomst bepaalt de technische en financiële voorwaarden van de toegang.
  Elke overeenkomst verzekert dat de toegang verstrekt wordt onder objectieve, transparante en niet discriminerende voorwaarden. Ze wordt aan het Instituut gecommuniceerd op zijn verzoek.".

  Art. 17. In artikel 30, § 1/3, van dezelfde wet, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende :
  "De operator kan uiterlijk op 15 november van elk jaar aan het Instituut zijn wil meedelen om via één enkele betaling het saldo van de enige heffing te vereffenen. De operator betaalt uiterlijk 15 december van datzelfde jaar het saldo, op basis van een afrekening die door het Instituut wordt opgesteld.".

  Art. 18. In artikel 34 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "radioamateurs gebruikte radioapparatuur indien die : " worden vervangen door de woorden "radioamateurs, houders van de hoogste vergunning, gebruikte radioapparatuur indien deze apparatuur :";
  2° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 8° en 9°, luidende :
  "8° apparatuur gehouden in verzamelingen of tentoonstellingen, op voorwaarde dat ze het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaande machtiging door het Instituut;
  9° apparatuur nog niet beschikbaar op de markt of die nieuwe technologieën gebruikt, op voorwaarde dat ze het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaande machtiging door het Instituut.".

  Art. 19. Artikel 36, § 1, van dezelfde wet, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Een fabrikant of een persoon die verantwoordelijk is voor het op de Belgische markt brengen van apparatuur mag niet zonder technische redenen verhinderen of bemoeilijken dat op alle daartoe geschikte interfaces zulke apparatuur wordt aangesloten en gebruik maakt van radiofrequenties waarvoor gebruiksrechten zijn toegekend door het Instituut overeenkomstig artikel 18.".

  Art. 20. Artikel 39 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
  " § 5. De Koning kan het slagen voor een examen opleggen voor het gebruik van bepaalde categorieën van zenders. Hij kan het Instituut delegeren om de voorwaarden en de praktische organisatie van deze examens vast te leggen.".

  Art. 21. In artikel 59 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 mei 2009 en bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de paragrafen 4 en 5 worden vervangen als volgt :
  " § 4. Elk nieuw referentieaanbod wordt, voordat het gepubliceerd wordt, door het Instituut goedgekeurd, dat de aanpassingen die het nodig acht kan opleggen.
  § 5. Het Instituut kan de wijzigingen aan het referentieaanbod opleggen die het nodig acht teneinde de maatregelen op te leggen waarin deze wet voorziet.";
  2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 6 en 7, luidende :
  " § 6. Wanneer de auteur van een referentieaanbod dit wenst te wijzigen, notificeert hij het Instituut de gewenste wijziging ten minste 90 dagen voor de voorziene datum van de inwerkingtreding.
  Binnen die termijn kan het Instituut aan de auteur van de voorgestelde wijziging van het referentieaanbod notificeren dat het een beslissing aangaande de voorgestelde wijziging zal nemen. Deze notificatie schort de inwerkingtreding van de voorgestelde wijziging op.
  Het Instituut kan aanpassingen die het nodig acht opleggen aan de gewenste wijziging, of ze weigeren.
  Het Instituut bepaalt de modaliteiten voor de inwerkingtreding van de wijziging in zijn beslissing.
  § 7. Het referentieaanbod is gratis in elektronische vorm beschikbaar op een vrij toegankelijke website. Het Instituut bepaalt de modaliteiten van deze publicatie en van de aan de begunstigden van het referentieaanbod te leveren inlichtingen.
  De publicatie van een referentieaanbod vormt geen belemmering voor redelijke verzoeken om toegang waarin dat aanbod niet voorziet.".

  Art. 22. In artikel 100, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden "van ambtswege" opgeheven.

  Art. 23. In artikel 101, tweede lid, van dezelfde wet, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  "2° met het bedrag dat is vastgesteld na afloop van de open procedure van aanwijzing, geïndexeerd aan de hand van de gezondheidsindex, voor elke aanbieder die aangewezen is volgens een open mechanisme van aanwijzing, voor zover dit bedrag het resultaat van de berekening van de nettokosten door het Instituut overeenkomstig artikel 100 niet overstijgt. Indien het Instituut na de berekening bepaald in artikel 100 vaststelt dat het bedrag dat is vastgesteld na afloop van de open procedure hoger is dan de nettokosten die berekend zijn overeenkomstig de methode van de bijlage, wordt het bedrag van de vergoeding tot het aldus door het Instituut bepaalde bedrag teruggebracht, geïndexeerd aan de hand van de gezondheidsindex.".

  Art. 24. In artikel 107 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009, 31 mei 2009, 14 november 2011 en 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1/1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het vijfde lid, worden de woorden "nemen, in voorkomend geval, in samenspraak met de ondernemingen die de onderliggende openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden, alle redelijke en nodige, ook preventieve, maatregelen om een ononderbroken toegang tot de nooddiensten" vervangen door de woorden "verschaffen toegang tot de nooddiensten";
  b) het zesde lid wordt opgeheven;
  c) in het zevende lid, worden de woorden "bepaalt het Instituut de wijze" vervangen door de woorden "kan het Instituut de wijze bepalen";
  2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "De operatoren betrokken bij een noodoproep naar een nooddienst die ter plaatse hulp biedt, indien nodig met onderlinge coördinatie, leveren gratis aan de beheerscentrales van deze nooddienst de identificatiegegevens van de oproeper zodra deze de oproep ontvangen.";
  b) het vierde lid wordt aangevuld als volgt :
  "Het Instituut kan in overleg met de betrokken nooddiensten de criteria voor de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de verstrekte locatiegegevens over de oproeper vaststellen.";
  3° in paragraaf 2/1 wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Deze tekstberichten worden gelijkgesteld met noodoproepen.".

  Art. 25. Artikel 108, § 1, e), van dezelfde wet, wordt aangevuld met een streepje luidende :
  "- de faciliteiten, aangeboden krachtens, naargelang het geval, de gedragscode, bedoeld in artikel 121/1, of het besluit bedoeld in artikel 121/2, alsook de manier waarop deze faciliteiten kunnen worden aangevraagd.".

  Art. 26. In artikel 110, § 4, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2005 en 31 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "berekend over de periode bepaald door het Instituut. Wanneer de operator het meest gunstige tariefplan aan de abonnee meldt, verstrekt hij tevens op de door de abonnee gewenste wijze, volgens de nadere regels vastgesteld door het Instituut, de gegevens van het daartoe gebruikte gebruiksprofiel.";
  2° tussen het eerste en het tweede lid worden drie leden ingevoegd, luidende :
  "Voor internettoegangsproducten worden de tariefplannen vermeld waarmee het volume gedownloade data dat uit het gebruikspatroon blijkt, kan worden verwerkt, eventueel met een lagere prijs, zelfs wanneer met die tariefplannen een lagere downloadsnelheid gepaard gaat. Tevens worden voor elk van de voormelde tariefplannen de downloadsnelheid, andere relevante kenmerken en de mogelijke gevolgen vermeld wanneer de klant een gecombineerd aanbod afneemt.
  Indien een abonnee bij de operator ingetekend heeft op twee of meer tariefplannen die overeenstemmen met verschillende diensten, zoals vaste telefonie, mobiele diensten, breedbandinternettoegang en/of televisiediensten, wordt in voorkomend geval als tariefplan een gecombineerd aanbod vermeld waarin deze verschillende diensten in een enkel tariefplan geïntegreerd zijn, wanneer dat gecombineerde aanbod goedkoper uitvalt dan de som van de aparte tariefplannen waarop de klant ingetekend heeft.
  Het Instituut bepaalt, na een openbare raadpleging te hebben gevoerd, de nadere regels van de verplichtingen, bepaald in de vorige twee leden en dit binnen een termijn van drie maanden. Het Instituut voorziet minstens in een termijn van zes maanden na de publicatie van de voormelde nadere regels voor de implementatie van de betreffende verplichtingen.".

  Art. 27. In artikel 110/1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden "berekend over de periode bepaald door het Instituut".

  Art. 28. In artikel 111, § 3, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 juli 2012, wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin :
  "Het Instituut bepaalt de periode die in aanmerking genomen wordt om het gebruiksprofiel te berekenen en het formaat en de methode volgens dewelke de consument en de eindgebruiker kennis kunnen nemen van hun gebruikspatroon.".

  Art. 29. In dezelfde wet wordt een artikel 111/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. 111/4. De consument heeft het recht minstens eenmaal per jaar kosteloos en zonder schadevergoeding een andere tariefformule te kiezen bij dezelfde operator. Wanneer de consument gebruik maakt van dat recht ten aanzien van een contract betreffende één afzonderlijke elektronische-communicatiedienst of ten aanzien van gezamenlijk aan hem aangeboden elektronische-communicatiediensten en hij geen wijziging aanbrengt aan het aantal van deze afgenomen elektronische-communicatiediensten, blijft de looptijd van het op dat tijdstip vigerende contract van toepassing, niettegenstaande elk andersluidend contractueel beding.".

  Art. 30. In artikel 114 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
  2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zin "Ook de aanbieders van software ten behoeve van de elektronische communicatie zijn hier jegens hun klanten toe verplicht." opgeheven.

  Art. 31. In artikel 114/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden "In geval van een inbreuk op de veiligheid van een openbaar elektronische-communicatiedienst in verband met persoonsgegevens" vervangen door de woorden "In geval van inbreuk in verband met persoonsgegevens";
  b) in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden "het Instituut" vervangen door de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer";
  c) in het eerste lid wordt de eerste zin aangevuld met de woorden ", die op haar beurt het Instituut hierover onverwijld inlicht";
  d) het eerste lid wordt aangevuld met de zin "De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer onderzoekt of de onderneming deze verplichting nakomt en brengt het Instituut op de hoogte wanneer ze van oordeel is dat dit niet het geval is.";
  e) in het derde lid worden de woorden "op verzoek van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer," ingevoegd tussen de woorden "het Instituut haar," en de woorden "na te hebben onderzocht";
  f) in het vierde lid worden de woorden "het Instituut" vervangen door de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer";
  2° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid, worden de woorden ", het voor deze kennisgeving toepasselijke formaat, alsmede de manier waarop de kennisgeving geschiedt" opgeheven;
  b) een lid wordt ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid, luidende :
  "Onder voorbehoud van eventuele technische maatregelen van toepassing afkomstig van de Europese Commissie conform artikel 4, punt 5, van Richtlijn 2002/58/EG, en na advies van het Instituut, kan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer richtsnoeren aannemen en, desgevallend, instructies uitvaardigen die het formaat bepalen voor deze kennisgeving en de procedure van overbrenging.";
  c) in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "zodat het Instituut kan nagaan of de bepalingen van deze paragraaf werden nageleefd" vervangen door de woorden "zodat de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het Instituut kunnen nagaan of de bepalingen van paragraaf 3 werden nageleefd".

  Art. 32. In artikel 121/1, 1°, van dezelfde wet, worden de woorden "zes maanden" vervangen door de woorden "achttien maanden".

  Art. 33. In artikel 122, § 3, eerste lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "het gebruikspatroon bedoeld in artikel 110, § 4, eerste lid, artikel 110/1 en artikel 111, § 3, tweede lid, op te stellen," worden ingevoegd tussen de woorden "van de eigen elektronische-communicatiediensten" en de woorden "of diensten met verkeersgegevens";
  2° in de bepaling onder 4° worden de woorden "voor het opstellen van het gebruikspatroon bedoeld in artikel 110, § 4, eerste lid, artikel 110/1 en artikel 111, § 3, tweede lid," ingevoegd tussen de woorden "of locatiegegevens" en de woorden "of voor de marketingactie".

  Art. 34. In artikel 125, § 1, 4°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de woorden ", van de procureur des Konings, op verzoek van het diensthoofd bedoeld in artikel 3, 8°, van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst," ingevoegd tussen de woorden "de onderzoeksrechter" en de woorden "en/of in het kader".

  Art. 35. In artikel 127, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "de oproeper" vervangen door de woorden "de eindgebruiker";
  2° in het tweede lid worden de woorden "de methode voor de bepaling van de bijdrage in de kosten voor investering, exploitatie en onderhoud van die maatregelen, die ten laste komt van de operatoren van elektronische-communicatienetwerken en -diensten," vervangen door de woorden "de tarieven voor de vergoeding van de medewerking van de operatoren aan de in het eerste lid, 2°, bedoelde verrichtingen".

  Art. 36. In artikel 134 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009, 31 mei 2011 en 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "De procedureregels voorzien minstens in de kennisgeving van de klacht of het dossier tot vaststelling van een inbreuk op de Ethische Code voor de telecommunicatie aan de vermoedelijke overtreder of overtreders, een redelijke periode waarbinnen deze hun verdediging kunnen voorbereiden en het recht om schriftelijk en mondeling standpunt in te nemen ten aanzien van de beweerde inbreuk.";
  b) het vierde lid wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  "Het secretariaat kan ook, overeenkomstig de instructies die zijn gegeven door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie en gepubliceerd op haar website, een klacht voor bemiddeling doorsturen naar de Ombudsdienst voor telecommunicatie of voor bemiddeling of verder onderzoek doorsturen naar de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. Het doorsturen van een klacht voor bemiddeling doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie om overeenkomstig paragraaf 2 een inbreuk op de Ethische Code voor de telecommunicatie vast te stellen en overeenkomstig paragraaf 3 te bestraffen.";
  c) tussen het vierde en het vijfde lid worden vier leden ingevoegd, luidende :
  "De Ombudsdienst voor telecommunicatie en de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie brengen, volgens de nadere bepalingen die zijn vastgelegd in een samenwerkingsprotocol, de Ethische Commissie voor de telecommunicatie op de hoogte van het resultaat van de bemiddeling of het verdere onderzoek betreffende elke overgezonden klacht. Wanneer het secretariaat op de hoogte wordt gebracht van het resultaat van de bemiddeling of het verdere onderzoek, kan het de klacht seponeren. Het secretariaat licht de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, volgens de nadere regels die zijn vastgelegd in het huishoudelijk reglement, in over de geseponeerde klachten. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan de besluiten van het secretariaat tot seponering evoceren en aan het secretariaat vragen het dossier alsnog op een zitting van de Ethische Commissie of van een van haar kamers te brengen.
  Het secretariaat van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan eveneens een onderzoek instellen op eigen initiatief.
  Het secretariaat van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan op eigen initiatief de procedure opstarten om vermoedelijke inbreuken op de Ethische Code voor de telecommunicatie die het meent vast te stellen voor beoordeling en bestraffing te brengen voor de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. Het secretariaat kan tevens soortgelijke klachten betreffende eenzelfde dienst via een elektronische-communicatienetwerk op gebundelde wijze voor beoordeling en bestraffing brengen voor de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
  Vooraleer het secretariaat van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie partijen uitnodigt op een hoorzitting voor de Ethische Commissie, stelt het een verslag op over het dossier, deelt het dat verslag mee aan de partijen en geeft het de partijen de gelegenheid een schriftelijke repliek in te dienen op het verslag.";
  d) in het zesde lid wordt de zin "De kosten worden gedragen door de dienstenaanbieder, indien hij gesanctioneerd wordt" vervangen door de zin "De kosten worden, in voorkomend geval hoofdelijk en ondeelbaar, gedragen door de persoon of de personen die overeenkomstig paragraaf 3 door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie veroordeeld werden.";
  2° in paragraaf 2, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  "De Ethische Code voor de telecommunicatie duidt de nummerreeksen aan waarvoor het is toegestaan om van de oproeper of de afnemer van de dienst naast de prijs voor de communicatie ook een betaling voor de inhoud te vragen en omschrijft de voorwaarden waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden. De Ethische Code voor de telecommunicatie kan bepalen welke verplichting aan welke persoon die tussenkomt in het aanbod of de verkoop van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken, opgelegd wordt of kan eenzelfde verplichting aan meerdere van die personen opleggen. De Ethische Code voor de telecommunicatie kan bepalen welke informatie door welke persoon bekendgemaakt moet worden en op welke wijze, vooraleer er van de oproeper of de afnemer van de dienst een betaling voor de inhoud gevraagd kan worden. De Ethische Code voor de telecommunicatie stelt eveneens de nadere regels vast volgens dewelke er meegewerkt moet worden aan het onderzoek van een vermoedelijke inbreuk en aan de uitvoering van de beslissingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. De voorwaarden van de Ethische Code voor de telecommunicatie gelden onverminderd de toepassing van de bepalingen van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming en van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij.";
  b) het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "Tenzij de Ethische Code voor de telecommunicatie anders bepaalt, zijn de personen die betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aanbieden en de operatoren of personen die daartoe betaalnummers ter beschikking stellen verplicht de bepalingen van de Ethische Code voor de telecommunicatie in acht te nemen.";
  c) tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "De Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan eveneens, op verzoek van een belanghebbende, bij wijze van advies bepalen onder welke nummerreeks of nummerreeksen bepaald in de Ethische Code voor de telecommunicatie een door de verzoeker behoorlijk omschreven nieuw type van diensten moet worden aangeboden.";
  d) het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  "De Ethische Commissie voor de telecommunicatie of een van haar kamers spreekt zich uit over de naleving van de Ethische Code voor de telecommunicatie na een klacht van de belanghebbende of na een procedure opgestart op initiatief van het secretariaat en nadat het kennis genomen heeft van het verslag van het secretariaat over het dossier en van de repliek van de vermoedelijke overtreder(s) op het verslag.";
  e) het vijfde lid wordt opgeheven;
  3° in paragraaf 3 worden het eerste, tweede en derde lid vervangen als volgt :
  "De inbreuken op de Ethische Code voor de telecommunicatie kunnen door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of één van haar kamers worden bestraft met een of meer van de volgende maatregelen :
  1° een administratieve geldboete van 125 euro tot 250.000 euro;
  2° een schorsing van de betrokken dienst tot één jaar;
  3° de opheffing van de betrokken dienst of van het betrokken nummer;
  4° het verbod om nieuwe diensten aan te bieden.
  Bij het uitspreken van de sancties houdt de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of een van haar kamers rekening met de ernst van de inbreuk, het herhaaldelijk karakter van inbreuken alsook met het al dan niet opzettelijke karakter ervan.";
  4° in paragraaf 4 worden de woorden "de overtreder nalaat" vervangen door de woorden "de overtreder(s) nala(a)t(en)".

  Art. 37. Artikel 134/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 mei 2011 en gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 134/1. § 1. In dringende gevallen kan de voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of diens plaatsvervanger alle passende voorlopige maatregelen nemen wanneer hij kennis krijgt van een feit dat op het eerste gezicht een ernstige inbreuk op de Ethische Code voor de telecommunicatie vormt en dat een moeilijk te herstellen, ernstig nadeel of schade toebrengt aan of dreigt toe te brengen aan een grote groep van eindgebruikers.
  De voorzitter of diens plaatsvervanger kan onder andere onmiddellijk aan de persoon die een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk aanbiedt of de persoon of operator die daartoe betaalnummers ter beschikking stelt opleggen om deze dienst op te schorten totdat de Ethische Commissie voor de telecommunicatie definitief uitspraak heeft gedaan over de naleving van de Ethische Code voor de telecommunicatie of totdat de persoon die de betrokken dienst aanbiedt of de persoon of operator die daartoe betaalnummers ter beschikking stelt de dienst heeft aangepast zoals de voorzitter of diens plaatsvervanger het heeft bepaald.
  § 2. De betrokken persoon of personen worden voorafgaandelijk aan het opleggen van de in paragraaf 1 bedoelde maatregel op de hoogte gebracht en uitgenodigd om de dienst onmiddellijk en vrijwillig op te schorten of aan te passen.
  Indien de persoon die een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk aanbiedt of de persoon of operator die daartoe betaalnummers ter beschikking stelt niet bereikt kan worden of geen gevolg geeft aan de uitnodiging van de voorzitter of diens plaatsvervanger, kan deze laatste de operatoren die toegang verlenen tot de betrokken dienst verplichten om de toegang tot de betrokken nummers te blokkeren en, in voorkomend geval, bevelen de interconnectie- of andere vergoedingen niet uit te keren aan de persoon die de betrokken betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk aanbiedt of de persoon of operator die daartoe betaalnummers ter beschikking stelt of bevelen deze vergoedingen te kantonneren bij de Deposito- en Consignatiekas, totdat de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of één van haar kamers definitief uitspraak heeft gedaan over de naleving van de Ethische Code voor de telecommunicatie en de bestemming van de ingehouden of gekantonneerde vergoedingen.".

  Art. 38. In artikel 145, § 1 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt het woord "15," ingevoegd tussen de woorden "de artikelen" en het woord "32".

  Art. 39. In artikel 38 van de bijlage bij dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Desgevallend kunnen de personen bedoeld in het eerste lid ook de volgende korting genieten bij de operator bij wie ze de in het eerste lid vermelde korting genieten :
  - een korting ten belope van 3,10 euro per periode van een maand op de gesprekskosten verstrekt door dezelfde operator.";
  2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 4 en 5, luidende :
  " § 4. De aanbieders als bedoeld in artikel 74 bieden de begunstigden van sociale tarieven de mogelijkheid om, afzonderlijk of in het kader van een bundel, in te tekenen op andere diensten dan deze beoogd in paragrafen 1 tot 3, zonder dat deze begunstigden moeten afzien van de kortingen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3.
  De aanbieders bedoeld in artikel 74 mogen de kortingen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 toepassen op de bundels waarin andere diensten vervat zitten dan deze waarvoor sociale tarieven gelden. In dat geval heeft de berekening van de nettokosten in verband met de verstrekking van dergelijke gebundelde aanbiedingen, conform artikel 45/1 van de bijlage, enkel betrekking op de diensten bedoeld in de paragrafen 1 tot 3.
  Het tarief dat wordt gefactureerd voor elk van de andere diensten waarop de begunstigde van sociale tarieven afzonderlijk intekent mag niet hoger zijn dan het tarief dat wordt gefactureerd voor dezelfde dienst aan de gebruikers die geen sociale tarieven genieten.
  Desgevallend mag het tarief dat wordt gefactureerd voor het geheel van de diensten waarop de begunstigde van sociale tarieven intekent niet hoger zijn dan dat van het bijbehorende gebundelde aanbod dat op de markt wordt aangeboden aan de gebruikers die geen sociale tarieven genieten.
  § 5. Naast de informatie bedoeld in artikel 110, paragraaf 4, moeten de in artikel 74 bedoelde aanbieders, voor het nemen van een abonnement, aan de begunstigden van sociale telefoontarieven voorstellen om de tariefverminderingen waarvan sprake in de paragrafen 1 tot 3 toe te passen op het aanbod dat financieel het interessantst is rekening houdende met de diensten waarop deze begunstigden zich willen abonneren.".

  Art. 40. In artikel 45/1, vijfde lid, van de bijlage bij dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, worden de woorden "de Koning, op voorstel van het Instituut," vervangen door de woorden "het Instituut".

  HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 januari 2007 tot vaststelling van het administratief statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie

  Art. 41. Artikel 82, § 3/1, van het koninklijk besluit van 11 januari 2007 tot vaststelling van het administratief statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 16 november 2009, wordt opgeheven.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 27 maart 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
J. VANDE LANOTTE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   (I) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53-3318. Integraal Verslag : 20 februari 2014. Senaat (www.senaat.be) : Stukken : 5-2501. Handelingen van de Senaat : 13 maart 2014.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie