J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2013/07/19/2013204726/justel

Titel
19 JULI 2013. - Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen inzake bewijskracht
(NOTA : Bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij KB 2013-04-10/23, art. 60) Zie wijziging(en)

Bron : SOCIALE ZEKERHEID
Publicatie : 16-08-2013 nummer :   2013204726 bladzijde : 54614       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-07-19/45
Inwerkingtreding : 01-01-2012

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1967111042        1967111041        1967111040        1964070807        1999022439        1999022462       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-10

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 maart 2013, wordt een artikel 12/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 12/1. De documenten bedoeld in deze wet of in de uitvoeringsbesluiten ervan mogen, zodra beschikbaar, in elektronische versie worden ingediend voor zover deze bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen. "

  Art. 2. In het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 maart 2013, wordt een artikel 45/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 45/1. Onverminderd het artikel 21, tweede lid, van dit koninklijk besluit, mogen de documenten bedoeld in dit besluit of in de uitvoeringsbesluiten ervan, zodra beschikbaar, in elektronische versie worden ingediend voor zover deze bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen. "

  Art. 3. In het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der geneesheren, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, wordt een artikel 30/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 30/1. De documenten bedoeld in dit besluit of in de uitvoeringsbesluiten ervan mogen, zodra beschikbaar, in elektronische versie worden ingediend voor zover deze bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen. "

  Art. 4. In het koninklijk besluit nr. 80 van 10 november 1967 betreffende de Orde der apothekers, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, wordt een artikel 30/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 30/1. De documenten bedoeld in dit besluit of in de uitvoeringsbesluiten ervan mogen, zodra beschikbaar, in elektronische versie worden ingediend voor zover deze bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen. "

  Art. 5. Artikel 9bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de wet van 22 februari 1998 en gewijzigd bij de wetten van 9 juli 2004, 27 december 2004, 1 maart 2007 en 19 mei 2010 wordt vervangen als volgt :
  " De documenten met betrekking tot de verzekering voor geneeskundige verzorging bedoeld in deze wet of in de uitvoeringsbesluiten ervan mogen, zodra beschikbaar, in elektronische versie worden ingediend voor zover deze bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen.
  Het Verzekeringscomité legt per verordening bedoeld in artikel 22, 11°, in voorkomend geval, na advies van de bevoegde overeenkomsten- of akkoordencommissie, de technische toepassingsregels van het vorige lid vast. "

  Art. 6. In de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 8/1. De documenten bedoeld in deze wet of in de uitvoeringsbesluiten ervan mogen, zodra beschikbaar, in elektronische versie worden ingediend voor zover deze bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen. "

  Art. 7. Het koninklijk besluit van 27 april 1999 betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners, de verzekeringsinstellingen, het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en andere natuurlijke of rechtspersonen met toepassing van gecoördineerde wet van 14 juli 1994 en haar uitvoeringsbesluiten opgeslagen, verwerkte, weergegeven of meegedeelde gegevens, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 april 2007, wordt opgeheven.

  Art. 8. De protocollen inzake de bewijskracht opgemaakt met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 april 1999 betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners, de verzekeringsinstellingen, het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en andere natuurlijke of rechtspersonen met toepassing van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 en haar uitvoeringsbesluiten opgeslagen, verwerkte, weergegeven of meegedeelde gegevens behouden hun volle uitwerking tot op de datum waarop de toepassingsregels, bedoeld in artikel 9bis, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 5 van dit besluit, in werking treden.

  Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012.

  Art. 10. De minister bevoegd voor Sociale Zaken en de minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, op 19 juli 2013.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de Grondwet, artikel 108;
   Gelet op de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen, artikel 32 en artikel 36/1, § 1, ingevoegd bij de wet van 19 maart 2013;
   Gelet op de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening;
   Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;
   Gelet op het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der geneesheren;
   Gelet op het koninklijk besluit nr. 80 van 10 november 1967 betreffende de Orde der apothekers;
   Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994;
   Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 27 april 1999 betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners, de verzekeringsinstellingen, het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en andere natuurlijke of rechtspersonen met toepassing van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 en haar uitvoeringsbesluiten opgeslagen, verwerkte, weergegeven of meegedeelde gegevens;
   Gelet op het advies van het Beheerscomité van het eHealth-platform, gegeven op 5 april 2011;
   Gelet op het advies van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, gegeven op 15 juni 2011;
   Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, gegeven op 27 juni 2011;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 juli 2011;
   Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 16 augustus 2011;
   Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om een effectbeoordeling inzake duurzame ontwikkeling uit te voeren, waarbij besloten is dat een effectbeoordeling niet vereist is;
   Gelet op het advies 53.329/1 van de Raad van State, gegeven op 6 juni 2013 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2013022510
PUBLICATIE :
2013-10-07
bladzijde : 69628

Addendum



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 10-04-2014 GEPUBL. OP 30-04-2014
    (GEWIJZIGD ART. : BEKRACHTIGING)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       Het koninklijk besluit waarvan ik de eer heb het aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft als hoofddoel transversale bepalingen vast te leggen op grond waarvan papieren documenten bedoeld door of krachtens diverse reglementeringen in het kader van de gezondheidszorg door hun elektronische equivalenten kunnen worden vervangen.
       De nodige gegevens voor de toepassing van deze diverse reglementeringen worden immers steeds vaker op elektronische wijze ingezameld, verwerkt en bewaard. Dit roept vragen op met betrekking tot de bewijskracht.
       Dit koninklijk besluit legt de voorwaarden vast waaronder bewijskracht kan worden verleend aan de elektronische versies van de documenten bedoeld door of krachtens diverse reglementeringen in het kader van de gezondheidszorg (identificatie en authentisering van de auteur, integriteit en nauwkeurige en zekere datering van het elektronische document). Daartoe wordt er een beroep gedaan op artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen.
       Concreet bestaan de wijzigingen doorgevoerd door dit koninklijk besluit, genomen in uitvoering van onder meer artikel 32 van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen, in de toevoeging van nieuwe artikelen in diverse reglementeringen van de gezondheidszorgsector, en meer bepaald in de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening, het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der geneesheren, de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 en de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen.
       De documenten bedoeld door of krachtens deze verschillende reglementeringen kunnen uiteraard pas in elektronische vorm worden ingediend zodra de daartoe noodzakelijke elektronische stromen beschikbaar zijn.
       ARTIKELSGEWIJZE COMMENTAAR
       Art. 1.
       De documenten bedoeld in de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening of in de uitvoeringsbesluiten ervan moeten in elektronische versie kunnen worden ingediend zodra die beschikbaar is. Dit kan echter pas gebeuren als deze versie bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen.
       Art. 2.
       De documenten bedoeld in het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen of in de uitvoeringsbesluiten ervan moeten in elektronische versie kunnen worden ingediend zodra die beschikbaar is. Dit kan echter pas gebeuren als deze versie bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen.
       Art. 3.
       De documenten bedoeld in het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der geneesheren of in de uitvoeringsbesluiten ervan moeten in elektronische versie kunnen worden ingediend zodra die beschikbaar is. Dit kan echter pas gebeuren als deze versie bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen.
       Art. 4.
       De documenten bedoeld in het koninklijk besluit nr. 80 van 10 november 1967 betreffende de Orde der apothekers of in de uitvoeringsbesluiten ervan moeten in elektronische versie kunnen worden ingediend zodra die beschikbaar is. Dit kan echter pas gebeuren als deze versie bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen.
       Art. 5.
       De documenten bedoeld in de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 of in de uitvoeringsbesluiten ervan moeten in elektronische versie kunnen worden ingediend zodra die beschikbaar is. Dit kan echter pas gebeuren als deze versie bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen.
       De technische toepassingsregels, in uitvoering van de regels vastgelegd door dit koninklijk besluit, worden door het Verzekeringscomité vastgesteld per verordening bedoeld in artikel 22, 11°, in voorkomend geval, na advies van de bevoegde overeenkomsten- of akkoordencommissie.
       Art. 6.
       De documenten bedoeld in de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen of in de uitvoeringsbesluiten ervan moeten in elektronische versie kunnen worden ingediend zodra die beschikbaar is. Dit kan echter pas gebeuren als deze versie bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen.
       Art. 7.
       Deze bepaling heft het koninklijk besluit van 27 april 1999 betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners, de verzekeringsinstellingen, het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en andere natuurlijke of rechtspersonen met toepassing van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 en haar uitvoeringsbesluiten opgeslagen, verwerkte, weergegeven of meegedeelde gegevens op. Dit besluit legde de voorwaarden vast waaronder bewijskracht kon worden verleend aan de gegevens waarover de zorgverleners en zorginstellingen beschikken en die zijn opgeslagen of bewaard door middel van een elektronische, fotografische, optische of elke andere techniek, of die worden meegedeeld op een andere dan op een papieren drager, evenals hun weergave op papier of op elke andere leesbare drager.
       Art. 8.
       Voor wat betreft de protocollen inzake bewijskracht opgemaakt met toepassing van artikel 2 van het voormelde koninklijk besluit van 27 april 1999, wordt bepaald dat ze hun volle uitwerking behouden tot op de datum waarop de toepassingsregels, bedoeld in artikel 9bis, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 in werking treden.
       Art. 9.
       Deze bepaling stelt de datum van inwerkingtreding van dit koninklijk besluit vast op 1 januari 2012.
       In dit besluit wordt met de door de Raad van State gemaakte opmerkingen in zijn advies nr. 53.329/1 van 6 juni 2013 rekening gehouden.
       Ik heb de eer te zijn,
       Sire,
       van Uwe Majesteit,
       de zeer eerbiedige
       en getrouwe dienaar,
       De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
       Mevr. L. ONKELINX
       
       RAAD VAN STATE - afdeling Wetgeving - advies 53.329/1 van 6 juni 2013 (ingevoegd bij addendum, B.S. 07-10-2013, p. 69628-69633)
       over een ontwerp van koninklijk besluit 'houdende diverse bepalingen inzake bewijskracht'
       Op 8 mei 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Volksgezondheid verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit houdende diverse bepalingen inzake bewijskracht'.
       Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 23 mei 2013. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wilfried VAN VAERENBERGH en Jeroen VAN NIEUWENHOVE, staatsraden, Marc RIGAUX, assessor, en Greet VERBERCKMOES, griffier.
       Het verslag is uitgebracht door Tim CORTHAUT, auditeur.
       De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter.
       Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 6 juni 2013.
       STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP
       1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe een aantal wetten en wetskrachtige koninklijke besluiten binnen het domein van het gezondheidsbeleid te wijzigen teneinde de bewijswaarde te regelen van de daarin bedoelde documenten die in elektronische vorm worden ingediend (artikelen 1 tot 6 van het ontwerp). Daarbij wordt telkens bepaald dat de betrokken documenten in een elektronische versie mogen worden ingediend « voor zover deze bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36bis van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform ».
       De in artikel 5 van het ontwerp beoogde vervanging van artikel 9bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994', noopt tot de opheffing van het koninklijk besluit van 27 april 1999 (1), bedoeld in artikel 7 van het ontwerp. Tevens wordt in een overgangsregeling voorzien met betrekking tot de protocollen die inzake de bewijswaarde zijn tot stand gebracht met toepassing van artikel 2 van het op te heffen koninklijk besluit van 27 april 1999 (artikel 8 van het ontwerp).
       Aan de ontworpen regeling wordt met ingang van 1 maart 2012 uitwerking gegeven (artikel 9 van het ontwerp).
       2.1. De artikelen 1 tot 6 van het ontwerp lijken enkel rechtsgrond te kunnen vinden in artikel 32 van de wet van 21 augustus 2008 'houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen' (2). In die wetsbepaling wordt aan de Koning de bevoegdheid verleend om, zonder de algemene draagwijdte van de bepalingen te wijzigen, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de van kracht zijnde wettelijke bepalingen op te heffen, aan te vullen, te wijzigen of te vervangen, voor zover zij betrekking hebben op processen die een uitwisseling van persoonsgegevens op papieren drager inhouden en de opheffing, de aanvulling, de wijziging of de vervanging noodzakelijk is om deze uitwisseling van persoonsgegevens voortaan op elektronische wijze te laten geschieden met tussenkomst van het eHealth-platform.
       In de artikelen 1 tot 6 van het ontwerp wordt telkens gerefereerd aan « artikel 36bis » van de wet van 21 augustus 2008. In dat verband valt evenwel op te merken dat artikel 59 van de reeds genoemde wet van 19 maart 2013 een artikel 36/1 heeft ingevoegd in de wet van 21 augustus 2008, maar dat in de laatstgenoemde wet geen artikel 36bis voorkomt. In artikel 36/1 van de wet van 21 augustus 2008 wordt de bewijswaarde geregeld van elektronische gegevens die beheerd worden in het kader van het in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 'tot hervorming der instellingen' bedoelde gezondheidsbeleid, evenals van de weergave ervan op papier. Dienvolgens mag ervan worden uitgegaan dat de steller van het ontwerp naar deze laatste wetsbepaling beoogt te verwijzen telkens in het ontwerp melding wordt gemaakt van « artikel 36bis van de wet van 21 augustus 2008 ».
       Artikel 36/1 van de wet van 21 augustus 2008 heeft een ruimere draagwijdte dan artikel 32 van dezelfde wet. De in artikel 36/1 beoogde documenten hebben immers betrekking op alle elektronische gegevens die beheerd worden in het kader van het in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 bedoelde gezondheidsbeleid, zodat artikel 36/1 derhalve niet beperkt blijft tot de gegevens die met tussenkomst van het eHealth-platform worden uitgewisseld. Tevens worden in artikel 36/1 alle elektronische « gegevens » beoogd en dus niet louter de « persoonsgegevens » waarvan in artikel 32 van de wet melding wordt gemaakt. (3)
       Vastgesteld moet worden dat de delegatie van bevoegdheden aan de Koning die in artikel 32 van de wet van 21 augustus 2008 voorkomt, beperkt wordt tot de gevallen van uitwisseling van persoonsgegevens via het eHealth-platform. Voor de artikelen 1 tot 6 van het ontwerp kan derhalve maar rechtsgrond worden gevonden in artikel 32 van de wet van 21 augustus 2008, in zoverre de erin bedoelde documenten gegevens bevatten die al dan niet uitsluitend (4) bestemd zijn om te kunnen worden uitgewisseld met tussenkomst van het eHealth-platform. Het is met dat voorbehoud dat artikel 32 van de wet van 21 augustus 2008 kan worden geacht een voldoende rechtsgrond te bieden voor de artikelen 1 tot 6 van het ontwerp.
       2.2. De opheffings- en overgangsbepalingen van respectievelijk de artikelen 7 en 8 van het ontwerp kunnen worden geacht rechtsgrond te vinden in artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008, gelezen in samenhang met de algemene bevoegdheid waarover de Koning met toepassing van artikel 108 van de Grondwet beschikt om wetten uit te voeren.
       ALGEMENE OPMERKINGEN
       3. In zoverre de ontworpen regeling mede betrekking heeft op elektronische gegevens die overeenkomstig artikel 36/1 van de wet van 21 augustus 2008 kunnen worden uitgewisseld op een andere wijze dan met tussenkomst van het eHealth-platform, dient erop te worden toegezien dat er geen contradicties ontstaan met andere wetsbepalingen die een regeling bevatten inzake de bewijswaarde van elektronische gegevens. De Raad van State, afdeling Wetgeving, verwijst in dat verband naar de gelijkaardige opmerking die hij heeft geformuleerd in advies 53.222/1 van 21 mei 2013 over een wetsvoorstel 'tot wijziging van de wetgeving wat de invoering van het recht van de elektronische economie betreft'. (5)
       4. In het ontwerp wordt stelselmatig verwezen naar « artikel 36bis van de wet van 21 augustus 2008 ». Die verwijzing moet worden gelezen als een verwijzing naar « artikel 36/1 van de wet van 21 augustus 2008 », zodat het ontwerp op dat punt systematisch zal moeten worden aangepast (zie ook sub 2.1).
       Vraag is daarenboven of de steller van het ontwerp effectief de bedoeling heeft te verwijzen naar artikel 36/1 van de betrokken wet, dan wel enkel naar één van de twee paragrafen van die bepaling.
       In artikel 36/1, § 1, van de wet, worden de voorwaarden opgesomd waaraan elektronische gegevens die beheerd worden in het kader van het in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 bedoelde gezondheidsbeleid, evenals hun weergave op papier, moeten voldoen opdat deze dezelfde bewijswaarde zouden hebben als ze zouden hebben indien ze op een papieren drager zouden worden meegedeeld. In artikel 36/1, § 2, van de wet, wordt bepaald dat de Koning, na advies van het eHealth-platform, kan bepalen onder welke voorwaarden gegevens die door middel van fotografische en optische techniek worden opgeslagen, verwerkt of meegedeeld, evenals hun weergave op papier of op elke andere leesbare drager, voor de toepassing in de gezondheidszorg, dezelfde bewijswaarde hebben als de originele gegevens.
       Hierover ondervraagd, bevestigde de gemachtigde dat de verwijzingen die in de diverse bepalingen van het ontwerp voorkomen specifiek betrekking hebben op artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008. De betrokken verwijzingen dienen derhalve telkens in die zin te worden aangevuld.
       5. In de Nederlandse tekst van het ontwerp wordt de term « bewijskracht » telkens best vervangen door « bewijswaarde », zijnde de term die ook wordt gebruikt in artikel 36/1 van de wet van 21 augustus 2008.
       ONDERZOEK VAN DE TEKST
       OPSCHRIFT
       6. Het opschrift van het ontwerp zou aan zeggingskracht winnen door het te redigeren als volgt:
       « Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen inzake de bewijswaarde van de persoonsgegevens uitgewisseld met tussenkomst van het eHealth-platform ».
       AANHEF
       7. Rekening houdend met hetgeen sub 2.2 is opgemerkt, late men de aanhef van het ontwerp aanvangen met een nieuw toe te voegen lid, luidende:
       « Gelet op de Grondwet, artikel 108; ».
       8. Mede gelet op hetgeen sub 2.1 is opgemerkt, redigere men het eerste lid van de aanhef - dat het tweede lid moet worden - als volgt:
       « Gelet op de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen, artikel 32 en artikel 36/1, § 1, ingevoegd bij de wet van 19 maart 2013; ».
       9. Het is niet zinvol in de aanhef de wijzigingen te vermelden die vroeger aangebracht zijn in de te wijzigen of op te heffen regelingen. Het is evenmin nodig de nummers van de artikelen te vermelden waarop de wijziging of opheffing betrekking heeft. Een wijziging kan immers eveneens bestaan in de toevoeging van nieuwe bepalingen aan de gewijzigde tekst. Bovendien zullen de betrokken artikelen en de vermelding van hun vroegere wijzigingen herkenbaar zijn bij het lezen van de wijzigingsbepalingen. (6)
       In het lid van de aanhef van het ontwerp waarin wordt verwezen naar de wet 'betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994' moet derhalve de zinsnede « , op artikel 9bis ingevoegd bij de wet van 22 februari 1998 en gewijzigd bij de wetten van 9 juli 2004, 27 december 2004, 1 maart 2007 en 19 mei 2010 » worden geschrapt.
       In het lid van de aanhef waarin wordt gerefereerd aan het op te heffen koninklijk besluit van 27 april 1999 dienen de woorden « , gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 april 2007 » te worden weggelaten.
       10. In de aanhef moet een lid worden toegevoegd, luidende:
       « Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om een effectbeoordeling inzake duurzame ontwikkeling uit te voeren, waarbij besloten is dat een effectbeoordeling niet vereist is. »
       DISPOSITIEF
       Artikel 1
       11. Men schrijve in de inleidende zin van artikel 1 van het ontwerp : « (...) betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 maart 2013, wordt een artikel 12/1 ingevoegd, luidende : ».
       Ook in de inleidende zin van artikel 2 van het ontwerp dient op dezelfde wijze melding te worden gemaakt van de wijzigende wet van 19 maart 2013.
       12. Wat de verwijzing betreft naar « artikel 36bis » van de wet van 21 augustus 2008 en de vermelding van het opschrift van die wet, kan worden volstaan met een verwijzing naar de opmerkingen sub 2.1 en 4. Rekening houdend hiermee dient de tekst van het ontworpen artikel 12/1 van de wet van 8 juli 1964 'betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening' te worden aangepast, maar ook de tekst van de ontworpen bepalingen onder de artikelen 2 tot 6 van het ontwerp. Bovendien dient in de Nederlandse tekst van die bepalingen en van die van de ontworpen bepaling onder artikel 1 van het ontwerp, het woord « bewijskracht » te worden vervangen door « bewijswaarde ».
       Artikel 3
       13. In de inleidende zin van artikel 3 van het ontwerp schrijve men « (...) betreffende de Orde der geneesheren, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, wordt een artikel 30/1 ingevoegd, luidende : ».
       De inleidende zin van artikel 4 van het ontwerp moet op dezelfde wijze worden aangepast.
       Artikel 5
       14. In het ontworpen 9bis, tweede lid, van de wet 'betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994' wordt het Verzekeringscomité opgedragen « per verordening bedoeld in artikel 22, 11°, in voorkomend geval, na advies van de bevoegde overeenkomsten- of akkoordencommissie, de toepassingsmodaliteiten van het vorige lid vast te stellen ».
       In dat verband moet worden opgemerkt dat het verlenen van normatieve bevoegdheid aan een openbare instelling enkel kan worden gebillijkt om praktische redenen en in zoverre die delegaties een zeer beperkte of een hoofdzakelijk technische draagwijdte hebben, en er mag van worden uitgegaan dat de instelling die de betrokken reglementering dient toe te passen of er toezicht op uitoefent, ook het best geplaatst is om deze met kennis van zaken uit te werken. Enkel indien de in het ontworpen artikel 9bis, tweede lid, van de gecoördineerde wet, vervatte bevoegdheidsdelegatie beantwoordt aan de voornoemde voorwaarden, kan deze in het ontwerp behouden blijven. In het andere geval dienen de beoogde toepassingsregels (niet : toepassingsmodaliteiten) in beginsel in het ontwerp te worden vastgesteld.
       Artikel 8
       15. Artikel 8 beoogt de specifieke protocollen die met toepassing van artikel 2 van het op te heffen koninklijk besluit van 27 april 1999 zijn opgemaakt, hun volle uitwerking te laten behouden « tot op de datum van de vervanging ervan overeenkomstig artikel 5 van dit besluit ».
       De omschrijving van de datum tot wanneer die protocollen hun uitwerking behouden is te weinig precies. De betrokken protocollen worden immers niet « overeenkomstig artikel 5 » van het ontwerp vervangen : artikel 5 van het ontwerp beoogt enkel artikel 9bis van de gecoördineerde wet te vervangen. De zinsnede « tot op de datum van de vervanging ervan overeenkomstig artikel 5 van dit besluit », aan het einde van artikel 8 van het ontwerp, wordt daarom best vervangen door de zinsnede « tot op de datum waarop de toepassingsregels, bedoeld in artikel 9bis, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 5 van dit besluit, in werking treden ».
       Artikel 9
       16. In artikel 9 van het ontwerp wordt bepaald dat het ontworpen besluit uitwerking heeft met ingang van 1 maart 2012. Door de gemachtigde werd verduidelijkt dat de keuze van deze datum samenhangt met de bedoeling om de datum van inwerkingtreding van het voorliggende ontwerp en die van de wet die geleid heeft tot het invoegen van artikel 36/1 in de wet van 21 augustus 2008 te laten samenvallen. Daarbij werd er aanvankelijk van uitgegaan dat die datum 1 maart 2012 zou zijn. Artikel 59 van de reeds genoemde wet van 19 maart 2013, dat artikel 36/1 heeft ingevoegd in de wet van 21 augustus 2008, heeft uiteindelijk met ingang van 1 januari 2012 uitwerking gekregen. (7) Zoals door de gemachtigde is bevestigd, blijft het de bedoeling om de inwerkingtreding van de ontworpen regeling af te stemmen op de inwerkingtreding van artikel 36/1 van de wet van 21 augustus 2008 en dient het ontworpen besluit daartoe geen uitwerking te krijgen met ingang van 1 maart 2012, doch wel reeds met ingang van 1 januari 2012.
       Dergelijke terugwerkende kracht doet evenwel een probleem rijzen aangezien de artikelen 1 tot 6 van het ontwerp rechtsgrond vinden in artikel 32 van de wet van 21 augustus 2008 en deze bepalingen overeenkomstig artikel 32, § 2, van die wet dienen te worden bekrachtigd voor « het einde van de dertiende maand volgend op de inwerkingtreding ervan ». Bij ontstentenis van bekrachtiging vóór die datum houden de betrokken artikelen op uitwerking te hebben.
       Door aan de ontworpen regeling uitwerking te verlenen met ingang van 1 januari 2012 wordt het door artikel 32, § 2, van de wet van 21 augustus 2008 voorgeschreven vereiste van bekrachtiging onwerkbaar. Dat kan worden verholpen door af te zien van de retroactiviteit van de artikelen 1 tot 6 van het ontwerp, wat evenwel niet lijkt te stroken met de bedoeling van de steller van het ontwerp. Een andere mogelijkheid bestaat erin dat de regering een wetgevend initiatief zou nemen om het bekrachtigingsvereiste, zoals vervat in artikel 32, § 2, van de wet van 21 augustus 2008, aan te passen, rekening houdend met de in het ontwerp opgenomen uitvoeringsbepalingen van het voornoemde artikel 32, § 1. (8) Tot slot kan ook nog worden overwogen om het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit om te werken tot een voorontwerp van wet en dit bij de bevoegde parlementaire vergadering in te dienen. (9)
       17. Afgezien van het sub 16 vermelde probleem van verenigbaarheid met artikel 32, § 2, van de wet van 21 augustus 2008, kan de in artikel 9 van het ontwerp beoogde terugwerkende kracht worden gebillijkt in zoverre de ontworpen regeling een regularisatie inhoudt van het gebruik van documenten in een elektronische versie onder de voorwaarden, vermeld in de artikelen 1 tot 6 van het ontwerp. Daarbij dient er wel op te worden toegezien dat erdoor de bewijswaarde van bepaalde gegevens niet in het gedrang wordt gebracht.(10)
       De Griffier,
       Mevr. G. Verberckmoes.
       De Voorzitter,
       Marnix Van Dalle.
       _______
       Nota's
       (1) Koninklijk besluit van 27 april 1999 'betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners, de verzekeringsinstellingen, het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en andere natuurlijke of rechtspersonen met toepassing van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 en haar uitvoeringsbesluiten opgeslagen, verwerkte, weergegeven of meegedeelde gegevens'.
       (2) Het opschrift van de wet van 21 augustus 2008 werd bij artikel 56 van de wet van 19 maart 2013 'houdende diverse bepalingen inzake gezondheid (I)' aangevuld met de woorden « en diverse bepalingen ». In de tekst van het ontwerp dient derhalve stelselmatig melding te worden gemaakt van het aldus aangevulde opschrift van de betrokken wet.
       (3) Zoals door de gemachtigde werd bevestigd, zullen de in artikel 36/1 van de wet van 21 augustus 2008 bedoelde documenten in de praktijk vrijwel steeds ook op persoonsgegevens in de zin van artikel 32 van die wet betrekking hebben, gelet op de aard van de informatie die via het eHealth-platform wordt uitgewisseld.
       (4) Een bredere of andere gegevensuitwisseling dan die met tussenkomst van het eHealth-platform is niet onverenigbaar met artikel 32 van de wet van 21 augustus 2008, mits de betrokken gegevens ook noodzakelijk zijn om met tussenkomst van het eHealth-platform te kunnen worden uitgewisseld. De gemachtigde bevestigde in dat verband trouwens dat in de praktijk de elektronische gegevensuitwisseling enkel met tussenkomst van het eHealth-platform zal gebeuren aangezien dat systeem gratis wordt aangeboden en het platform als enige in zijn soort diensten zoals time stamps en user access management aanbiedt.
       (5) Meer in het bijzonder werd er in dat advies op gewezen dat, in zoverre de uitsluitingsregeling van het voorgestelde artikel XII.24, § 3, van het Wetboek van economisch recht, een ruimer toepassingsveld zou hebben dan enkel het eHealth-platform, hierdoor documenten zouden kunnen zijn beoogd die niet onder de uitsluitingsbepaling van het voorgestelde artikel XII.24, § 3, zouden vallen, zodat de voorgestelde titel 2 van het wetboek alsnog van toepassing zou worden op de voornoemde documenten, alhoewel zulks misschien niet de bedoeling is ten aanzien van bepaalde overheidssystemen inzake elektronische gegevensuitwisseling.
       (6) Zie Beginselen van de wetgevingstechniek. Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, aanbeveling nr. 30, te raadplegen op de internetsite van de Raad van State (www.raadvst-consetat.be).
       (7) Zie artikel 60, tweede lid, van de voornoemde wet van 13 maart 2013.
       (8) De aanpassing van artikel 32, § 2, van de wet van 21 augustus 2008 en de bekrachtiging van de in het ontwerp opgenomen uitvoeringsbepalingen kunnen in voorkomend geval bij dezelfde wet gebeuren.
       (9) Dat voorontwerp van wet dient dan niet beperkt te blijven tot uitsluitend de artikelen 1 tot 6 van het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit, maar omvat ook best de overige bepalingen ervan, rekening houdend met het verband dat bestaat tussen artikel 5 van het ontwerp, enerzijds, en de artikelen 7 en 8 (zie sub 1).
       (10) Zo rijst de vraag of de bewijswaarde van bepaalde gegevens niet in het gedrang dreigt te komen doordat het huidige artikel 9bis van de wet 'betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994' en artikel 2 van het op te heffen koninklijk besluit van 27 april 1999 een ruimer toepassingsgebied hebben dan artikel 36/1, § 1, van de wet 21 augustus 2008, in die zin dat ook gescande documenten zoals bedoeld in artikel 36/1, § 2, van die wet, onder de oude regeling vielen. Met de artikelen 5 en 7 van het ontwerp lijkt immers de regeling voor gescande documenten met ingang van 1 maart 2012 (lees : 1 januari 2012) ongedaan te worden gemaakt zonder dat er een alternatief voor in de plaats komt. Er is inderdaad nog geen koninklijk besluit ter uitvoering van artikel 36/1, § 2, van de wet van 21 augustus 2008 tot stand gebracht, terwijl met toepassing van artikel 8 van het ontwerp evenmin nog protocollen van toepassing kunnen blijven betreffende gegevens die niet langer onder de rechtsgrond van artikel 9bis van de gecoördineerde wet vallen.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel
    Erratum Franstalige versie