J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2011/04/07/2011031236/justel

Titel
7 APRIL 2011. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende wijziging van het besluit van 13 november 2008 tot bepaling van de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van de gemeente of van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen of van de medewerking van een architect
(NOTA : de volledige tekst werd vervangen bij ERRATUM, zie B.St. 20-06-2011, p. 36362-36376) Zie wijziging(en)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 11-05-2011 nummer :   2011031236 bladzijde : 27431       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2011-04-07/09
Inwerkingtreding : 21-05-2011

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2008031599       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-32

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 november 2008 tot bepaling van de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van de gemeente of van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen of van de medewerking van een architect wordt een 8°bis ingevoegd dat luidt als volgt :
  " 8°bis " beschermde delen van een beschermd goed " : bijzondere elementen of delen van een beschermd goed die specifiek beoogd worden door een beschermingsmaatregel ".

  Art. 2. Artikel 1, 9° van hetzelfde besluit wordt aangevuld door de volgende zin :
  " Als het betrokken gebouw een beschermd goed is, dient men onder " architecturaal aanzicht " echter het volgende te verstaan : het geheel van kenmerken zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van het gebouw die bijdragen tot de architecturale compositie, de volumetrie, de samenhang en de harmonie van het gebouw;".

  Art. 3. In de Franse tekst van artikel 1, 12° van hetzelfde besluit wordt het cijfer "2°" vervangen door "12°".

  Art. 4. Artikel 1 van hetzelfde besluit wordt als volgt aangevuld :
  " 15° " identieke restauratie " : binnen de grenzen van het begrip restauratie als bedoeld in artikel 98, § 1, 11° van het BWRO, het opknappen volgens de regels van de kunst van een deel of het geheel van een beschermd goed als het erom gaat het goed in kwestie of de betrokken delen ervan te behouden in de laatst gekende hedendaagse toestand, zonder hun aanzicht te wijzigen en zonder de geringste wijziging van hun volume of materialen;
  16° "historische restauratie" : binnen de grenzen van het begrip restauratie als bedoeld in artikel 98, § 1, 11° van het BWRO, het opknappen volgens de regels van de kunst van een deel of het geheel van een beschermd goed als het erom gaat het te herstellen in een gekende staat daterend van vóór de laatst gekende hedendaagse staat van het goed in kwestie of de betrokken delen ervan, wat eventueel een wijziging van hun huidige aanzicht met zich mee kan brengen;".

  Art. 5. In artikel 4, 4° van hetzelfde besluit worden de woorden "worden uitgevoerd zonder reliëfwijziging" vervangen door de woorden "nadat zij beëindigd zijn, geen reliëfwijziging veroorzaken".

  Art. 6. In artikel 7, 3°, f) van hetzelfde besluit wordt het woord "glascontainers" vervangen door de woorden "al dan niet ingegraven containers bestemd voor de inzameling van huishoudelijk of daarmee gelijkgesteld afval".

  Art. 7. In artikel 7, 5° van hetzelfde besluit worden de woorden "artikel 3.6°" vervangen door de woorden "artikel 6.6°".

  Art. 8. In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt een nieuw tweede lid ingevoegd dat luidt als volgt :
  "Wanneer de in het eerste lid, 3°, c), d), e), f), g) en h) bedoelde handelingen en werken plaatsvinden op minder dan 10 meter van een beschermd goed, blijven zij onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning, maar worden zij, in voorkomend geval, vrijgesteld van het krachtens artikel 237, § 1 van het BWRO vereiste advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, alsook van het advies van de gemachtigde ambtenaar of, in het geval van een aanvraag ingediend overeenkomstig artikel 175 van het BWRO, van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie. "

  Art. 9. In artikel 9, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) aan het einde van de eerste zin worden in de Franse tekst de woorden "du permis d'urbanisme" vervangen door de woorden "de permis d'urbanisme";
  b) op het einde van 2° worden de woorden "artikel 8" vervangen door de woorden "artikel 13";
  c) in de Nederlandse tekst van 2° wordt het woord "indeling" vervangen door het woord "verdeling".

  Art. 10. In hetzelfde besluit wordt na artikel 14 een artikel 14/1 ingevoegd dat luidt als volgt :
  " Art. 14/1. De bestemmingswijzigingen van een plat dak tot een terras worden vrijgesteld van het advies van de gemachtigde ambtenaar of, in het geval van een aanvraag ingediend overeenkomstig artikel 175 van het BWRO, van het advies van de gemeente, voor zover deze geen enkele afwijking van een bestemmingsplan, een stedenbouwkundige verordening of een verkavelingsvergunning met zich meebrengen. "

  Art. 11. In artikel 18, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden "artikel 11" vervangen door de woorden "artikel 17".

  Art. 12. In artikel 21 van hetzelfde besluit wordt de tekst van 3° vervangen door de volgende tekst :
  " 3° de plaatsing van zonne-, fotovoltaïsche of daarmee gelijkgestelde panelen die :
  -niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte
  - indien ze zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, voor zover ze in het dakvlak zijn ingewerkt of evenwijdig aan dit vlak op het dak zijn bevestigd, zonder daarbij meer dan 30 cm uit te springen of de grenzen van het dak te overschrijden;".

  Art. 13. In artikel 21, 5° eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden "en ze zich niet op minder dan 10 meter van een beschermd goed bevinden" toegevoegd na de woorden "vanaf de openbare ruimte".

  Art. 14. In artikel 21, 10° van hetzelfde besluit worden in de Franse tekst de woorden "située au rez-de-chaussée" vervangen door de woorden "situés au rez-de-chaussée".

  Art. 15. In artikel 21 van hetzelfde besluit wordt de volgende tekst toegevoegd :
  " 13° de wijziging van de bekleding van een plat dak alsook zijn eventuele ophoging om de installatie van een isolatie-inrichting of een groene bedaking toe te laten voor zover dit geen ophoging van de randen van de bedaking noch een ophoging van de acroteriemuren met zich meebrengt;
  14° de plaatsing van bewakingscamera's tegen een bestaande gevel of topgevel voor zover :
  - deze het architecturale aanzicht van het gebouw of dat van de mandelige gebouwen niet ontsieren;
  - ze dezelfde kleur hebben als de bekleding van de gevel of de topgevel;
  - ze een uitsprong hebben van minder dan 12 cm indien ze lager geplaatst worden dan 4 meter boven de grond. ".

  Art. 16. In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in 5° worden de woorden "of daarmee gelijkgestelde" toegevoegd na het woord "fotovoltaïsche";
  b) in 6° en 7° worden aan het begin van de zin de woorden "mits aan de onder 2° opgesomde voorwaarden is voldaan" ingevoegd.

  Art. 17. In artikel 25, 2° van hetzelfde besluit wordt bij het tweede streepje de volgende tweede zin toegevoegd :
  " In dat geval wordt de aanvraag evenwel vrijgesteld van het krachtens artikel 237, § 1 van het BWRO vereiste advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen ".

  Art. 18. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het 4° wordt vervangen door "de plaatsing van niet-lichtgevende reclame-inrichtingen waarvan de totale oppervlakte, per gebouw, kleiner is dan of gelijk is aan 1 m2 en die geplaatst worden op door handelszaken ingenomen gelijkvloerse verdiepingen";
  b) er wordt een 8° toegevoegd dat luidt als volgt : "de plaatsing van een reclame-inrichting van maximum 2 m2, die fysiek ingebouwd wordt in een wachthokje voor de gebruikers van het openbaar vervoer of in de toegangsreling van een ondergrondse openbaar vervoerslijn".

  Art. 19. In artikel 26, 3° van hetzelfde besluit worden de woorden "ze kleiner zijn dan 40 m2" vervangen door de woorden "ze kleiner zijn dan 40 m2 per aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning".

  Art. 20. In artikel 28 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt :
  " Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
  1° "operator" : het bedrijf dat instaat voor het bouwen, exploiteren, toezicht houden op of beschikbaar stellen van een elektronisch communicatienetwerk, zijnde actieve of passieve transmissiesystemen en, in voorkomend geval, de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen, voor zover zij worden gebruikt voor de transmissie van andere signalen dan radio-omroep- en televisiesignalen;
  2° "technische kast " : de kast die geplaatst is in de nabijheid van een telecommunicatieantenne of een antennesite en waarin technische onderdelen zitten die nodig zijn voor de goede werking van een telecommunicatieantenne of van een antennesite zoals de stroomverdeler, de noodbatterijen, de transmissie-onderdelen en de afkoelingssystemen;
  3° "technische installaties" : met uitzondering van de technische kasten, de technische uitrustingen die op een site in de nabijheid van telecommunicatieantennes zijn aangebracht en die nodig zijn voor de goede werking en de veiligheid van de site, zoals de op de grond bevestigde kabels, de kabelgoten die de op de grond bevestigde kabels bedekken, de roosters, de radiogeleide modulekasten, de verlichting, de veiligheidsrelingen indien deze verwijderbaar zijn, de beschermingssystemen tegen bliksem en de tegels om de mast te stabiliseren;
  4° "laag gebouw" : gebouw waarvan de hoogte berekend tussen het hoogst gelegen snijpunt van het gebouw met het natuurlijk bodemreliëf of het equivalent ervan en het niveau waarop een telecommunicatieantenne wordt geplaatst, minder dan 25 meter bedraagt;
  5° "middelhoog gebouw" : gebouw waarvan de hoogte berekend tussen het hoogst gelegen snijpunt van het gebouw met het natuurlijk bodemreliëf of het equivalent ervan en het niveau waarop een telecommunicatieantenne wordt geplaatst, tussen de 25 en 50 meter bedraagt;
  6° "hoog gebouw" : gebouw waarvan de hoogte berekend tussen het hoogst gelegen snijpunt van het gebouw met het natuurlijk bodemreliëf of het equivalent ervan en het niveau waarop een telecommunicatieantenne wordt geplaatst, meer dan 50 meter bedraagt. ".

  Art. 21. In artikel 29 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de tekst van het vierde streepje van 2° wordt vervangen door de volgende tekst :
  " - de aan deze antennes verbonden technische kasten en installaties in het gebouw of ondergronds worden aangebracht of vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning volgens artikel 30, 3°, 4° of 5°; ";
  b) de tekst van het eerste streepje van 3° wordt vervangen door de volgende tekst :
  " - deze antennes, met inbegrip van hun drager, een hoogte hebben van niet meer dan 1,5 meter indien zij geplaatst worden op een laag gebouw, van niet meer dan3 meter indien zij geplaatst worden op een middelhoog gebouw en van niet meer dan 4 meter indien zij geplaatst worden op een hoog gebouw; ";
  c) de tekst van het derde streepje van 3° wordt vervangen door de volgende tekst :
  " - ze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte indien zij geplaatst zijn op een laag of middelhoog gebouw; ";
  d) de tekst van het vierde streepje van 3° wordt vervangen door de volgende tekst :
  " - en de aan deze antennes verbonden technische kasten en installaties in het gebouw of ondergronds worden aangebracht of vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning volgens artikel 30, 3°, 4° of 5°; ";
  e) in de eerste zin van 4° worden de woorden "en hun technische installaties" geschrapt;
  f) in 5° worden de woorden "de plaatsing van de technische installaties" en "op voorwaarde dat deze installaties" respectievelijk vervangen door de woorden "de plaatsing van de technische kasten en de technische installaties" en "op voorwaarde dat deze kasten en installaties";
  g) in 6° worden de woorden "waar technische installaties ondergebracht zijn" vervangen door de woorden "waar technische kasten en technische installaties ondergebracht zijn";
  h) de tekst van 7° wordt vervangen door de volgende tekst :
  " 7° het verwijderen van de antennes voor telecommunicatie alsook van de draagmasten ervan en de eraan gekoppelde technische kasten en installaties, met inbegrip van de kiosken waar deze technische kasten en installaties ondergebracht zijn; ";
  i) in 8° worden de woorden "technische installaties in onder te brengen" vervangen door de woorden "technische kasten en technische installaties in onder te brengen".
  j) Er wordt een 9° toegevoegd dat luidt als volgt :"9° de plaatsing van schotelantennes of daarmee gelijkgestelde antennes bestemd voor de overbrenging of de ontvangst van radiogolven, met betrekking tot de telecommunicatie voor zover ze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte en ze een oppervlakte hebben van 40 dm2 of kleiner. "

  Art. 22. In artikel 30, 1° van hetzelfde besluit worden de woorden "de plaatsing van zend- en/of ontvangstantennes voor telecommunicatie, op een hiervoor reeds naar behoren bestemde en op de grond verankerde pyloon, uitgezonderd de openbare verlichtingspalen" vervangen door de woorden : "de plaatsing van zend- en/of ontvangstantennes voor telecommunicatie, op een naar behoren toegelaten en op de grond verankerde pyloon, uitgezonderd de openbare verlichtingspalen".

  Art. 23. In artikel 30, 2° van hetzelfde besluit worden de woorden "technische telecommunicatie-installaties" vervangen door de woorden "technische kasten en technische installaties voor telecommunicatie".

  Art. 24. In artikel 30 van hetzelfde besluit wordt een 3° toegevoegd dat luidt als volgt :
  " 3° de vervanging, op dezelfde plaats, van de naar behoren toegelaten technische kasten en technische installaties, verbonden met de antennes en geplaatst op een plat dak, door gelijkaardige of minder grote en minder hoge kasten of installaties, voor zover deze nieuwe technische kasten of installaties het architecturale aanzicht van het gebouw of van de mandelige gebouwen niet ontsieren;".

  Art. 25. In artikel 30 van hetzelfde besluit wordt een 4° toegevoegd dat luidt als volgt :
  " 4° de plaatsing van aan de antennes gekoppelde technische kasten op een plat dak of op het platte gedeelte van het dak, voor zover deze kasten geplaatst worden op de hoogste verdiepingen, op meer dan 4 meter van de buitengrenzen van het platte gedeelte van het dak waarop ze worden aangebracht, ze per operator maximum 3 % van de totale oppervlakte van het dak en in gecumuleerde oppervlakte van alle bestaande kasten maximum 10 % van de totale oppervlakte van het dak innemen en hun maximale hoogte, met inbegrip van hun drager, 1 meter bedraagt; ".

  Art. 26. In artikel 30 van hetzelfde besluit wordt een 5° toegevoegd dat luidt als volgt :
  " 5° de plaatsing van aan de antennes gekoppelde technische installaties op een plat dak of op het platte gedeelte van het dak, voor zover deze installaties geplaatst worden op de hoogste verdiepingen en ze meer dan 3/4 van de netto-oppervlakte van het dak waarop ze zijn aangebracht, vrijlaten, hierin begrepen alle soorten apparatuur en hun toebehoren die op dit dak geplaatst zijn, zoals verluchtings- en airconditioningsapparatuur, draagroosters voor deze elementen of kabelgoten;".

  Art. 27. In artikel 30 van hetzelfde besluit wordt een 6° toegevoegd dat luidt als volgt :
  " 6° de toevoeging op het dak van één enkele zend- en/of ontvangstantenne of van één enkele antennegroep op een reeds naar behoren toegelaten en hiervoor bestemde bestaande mast van maximum 6 meter hoog, op voorwaarde :
  - dat de mast geplaatst is op een middelhoog of hoog gebouw;
  - dat op de desbetreffende mast reeds één enkele antenne of antennegroep is aangebracht;
  - dat de hoogte van de toegevoegde antenne of antennegroep minder bedraagt dan of gelijk is aan 1,7 meter;
  - dat de buiging ten opzichte van de mast maximum 40 centimeter bedraagt;
  - dat de bestaande mast niet verhoogd wordt;
  - dat de toegevoegde antenne of antennegroep de hoogte van de mast niet overschrijdt. ".

  Art. 28. In artikel 32, 4° van hetzelfde besluit worden de woorden "op een speelplein, de plaatsing, de vervanging" vervangen door de woorden : "op een bestaand speelplein, de plaatsing, de vervanging".

  Art. 29. In de Nederlandse tekst van artikel 33, 2° van hetzelfde besluit worden de woorden "artikel 22, 1° en 2°" vervangen door de woorden "artikel 32, 1° en 2°".

  Art. 30. Titel III van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "TITEL III. - BEPALINGEN VAN TOEPASSING OP GOEDEREN DIE HET VOORWERP UITMAKEN VAN EEN BESCHERMINGSMAATREGEL
  HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
  Afdeling 1. - Toepassingsveld
  Art. 34. Deze titel is van toepassing op goederen die het voorwerp uitmaken van een beschermingsmaatregel.
  Afdeling 2. - Handelingen en werken voor identieke restauratie die zijn vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en landschappen, alsook van het advies van de gemeente, van de speciale regelen van openbaarmaking en van het advies van de overlegcommissie
  Art. 34/1. Voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, van een stedenbouwkundige verordening of van een verkavelingsvergunning, zijn de handelingen en werken voor identieke restauratie, in de zin van artikel 1, 15°, vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van het advies van de gemeente, van de speciale regelen van openbaarmaking en van het advies van de overlegcommissie.
  Afdeling 3. - Handelingen en werken voor historische restauratie die zijn vrijgesteld van het advies van de gemeente, van de speciale regelen van openbaarmaking en van het advies van de overlegcommissie
  Art. 34/2. Voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, van een stedenbouwkundige verordening of van een verkavelingsvergunning, zijn de handelingen en werken voor historische restauratie, in de zin van artikel 1, 16° vrijgesteld van het advies van de gemeente, van de speciale regelen van openbaarmaking en van het advies van de overlegcommissie.
  HOOFDSTUK II. - Tijdelijke installaties en werven
  Art. 35. Dit hoofdstuk is van toepassing op de tijdelijke installaties en werven.
  Afdeling 1. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de niet beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning
  Art. 35/1. Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk VIII en voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, van een stedenbouwkundige verordening of van een verkavelingsvergunning, zijn de volgende handelingen en werken die betrekking hebben op de niet beschermde delen van een beschermd goed, vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning :
  1° de tijdelijke werken, handelingen en wijzigingen die nodig zijn voor de uitvoering van de werf, met inbegrip van de steigers, tijdens de periode die nodig is om de werken uit te voeren;
  2° de plaatsing van werfpanelen of vastgoedpanelen;
  3° de plaatsing van installaties met een sociaal, cultureel, recreatief of evenementieel karakter, geplaatst voor een maximumduur van drie maanden, uitgezonderd reclame- en uithangborden;
  4° de plaatsing van versieringen ter gelegenheid van evenementen, cultuurmanifestaties of festiviteiten aangebracht voor een maximumduur van drie maanden, uitgezonderd reclame- en uithangborden;
  5° de plaatsing van versieringen aan de buitenzijde ter gelegenheid van tijdelijke tentoonstellingen zoals museumtentoonstellingen of theatervoorstellingen georganiseerd in een beschermd goed dat voor dat gebruik is bestemd en die aangebracht worden voor een maximumduur van een jaar;
  6° de plaatsing van installaties aan de binnenzijde van een museum of een andere tentoonstellingsruimte verbonden aan tentoonstellingen die ten hoogste een jaar duren;
  7° de ondergronds uitgevoerde handelingen en werken en de uitgravings- en aanaardingswerken uit te voeren in het kader van de wetgeving betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, voor zover deze handelingen en werken, nadat zij beëindigd zijn, geen reliëfwijziging veroorzaken.
  Afdeling 2. - Handelingen en werken die betrekking hebben op beschermde delen van een beschermd goed
  Onderafdeling 1. - Handelingen en werken vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning
  Art. 35/2. Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk VIII en voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, van een stedenbouwkundige verordening of van een verkavelingsvergunning, zijn de volgende handelingen en werken die betrekking hebben op de beschermde delen van een beschermd goed, vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning :
  1° de tijdelijke steigers die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werf of van studies en die niet langer aanwezig zijn dan de duur van de werken en geenszins langer dan drie maanden;
  2° de plaatsing van werfpanelen of vastgoedpanelen;
  3° de plaatsing van tijdelijke installaties met een sociaal, cultureel, recreatief of evenementieel karakter, met inbegrip van bijhorende reclameborden die voldoen aan de voorwaarden dat ze geplaatst zijn op een verharde bodem, dat ze niet zijn verankerd en slechts geplaatst worden voor een maximumduur van zeven dagen;
  4° de plaatsing van evenementsgebonden versieringen ter gelegenheid van cultuurmanifestaties of festiviteiten, aangebracht voor een maximumduur van drie maanden en op voorwaarde dat ze niet zijn verankerd, met uitzondering van reclame- en uithangborden;
  5° de plaatsing van versieringen aan de buitenzijde ter gelegenheid van tijdelijke tentoonstellingen zoals museumtentoonstellingen of theatervoorstellingen georganiseerd in een beschermd goed dat voor dat gebruik is bestemd en die aangebracht worden voor een maximumduur van een jaar;
  6° de plaatsing van installaties aan de binnenzijde van een museum of een andere tentoonstellingsruimte verbonden aan tentoonstellingen die ten hoogste een jaar duren.
  Onderafdeling 2. - Handelingen en werken vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en van het advies van de gemeente, van de speciale regelen van openbaarmaking en van het advies van de overlegcommissie
  Art. 35/3. Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk VIII en voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, van een stedenbouwkundige verordening of van een verkavelingsvergunning, zijn de volgende handelingen en werken die betrekking hebben op de beschermde delen van een beschermd goed en die niet vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning in toepassing van artikel 35/2, vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van het advies van de gemeente, van de speciale regelen van openbaarmaking en van het advies van de overlegcommissie :
  1° de plaatsing van versieringen ter gelegenheid van evenementen, cultuurmanifestaties of festiviteiten aangebracht voor een duur van ten hoogste drie maanden, uitgezonderd reclame- en uithangborden;
  2° de plaatsing van tijdelijke installaties met een sociaal, cultureel, recreatief of evenementieel karakter, geplaatst voor een duur van minstens zeven dagen en ten hoogste drie maanden, met inbegrip van reclameborden;
  3° de tijdelijke werken, handelingen en wijzigingen die nodig zijn voor de uitvoering van de werf, met inbegrip van de steigers, tijdens de periode die nodig is om de werken uit te voeren die niet langer aanwezig zijn dan de duur van de werken.
  HOOFDSTUK III. - Handelingen en werken aan wegen
  Art. 35/4. Dit hoofdstuk is van toepassing op de handelingen en werken aan wegen.
  Art. 35/5. Voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, van een stedenbouwkundige verordening of van een verkavelingsvergunning en ze geen aanvulling zijn van werken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is, worden de volgende handelingen en werken vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van het advies van de gemeente, van de speciale regelen van openbaarmaking en van het advies van de overlegcommissie :
  1° voor zover deze handelingen en werken geen wijziging inhouden van de essentiële kenmerken van het dwarsprofiel, de vernieuwing van de wegfundamenten en van het wegdek, bermen, kantstenen en stoepen, met uitzondering van de wijzigingen van wegverhardingen die in hoofdzaak zijn uitgevoerd in natuursteen;
  2° de plaatsing, vernieuwing of verplaatsing van de inrichtingen voor waterafvoer zoals greppels, straatkolken, riooldeksels, riolen en collectoren van minder dan 1,25 m binnendiameter;
  3° de plaatsing, vernieuwing of verplaatsing van kabels, buizen, bovenleidingen en dwarsbalken en leidingen die zich in de openbare ruimte bevinden, met inbegrip van de sleuven die voor deze werken vereist zijn.
  Art. 35/6. Voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, van een stedenbouwkundige verordening of van een verkavelingsvergunning, en ze geen aanvulling zijn van werken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is, of het voorwerp zijn van een herhaling over de lengte van de weg, worden de volgende handelingen en werken vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van het advies van de gemeente, van de speciale regelen van openbaarmaking en van het advies van de overlegcommissie :
  1° de kleine aanlegwerken van ruimten bestemd voor voetgangers en fietsers die de plaatselijke verruiming en de verbetering van het esthetisch aspect ervan of de veiligheid van de gebruikers beogen;
  2° de aanlegwerken van ruimten bestemd voor aanplantingen;
  3° het plaatsen, verplaatsen of verwijderen van volgende inrichtingen of elementen :
  a) de al dan niet verlichte verkeerstekens met inbegrip van het onderstel ervan, de portalen uitgezonderd, alsmede de beveiliging ervan tegen het verkeer;
  b) de vaste of mobiele voorzieningen ter beperking van het verkeer en het parkeren;
  c) de controle- of informatiesystemen voor het parkeren of het verkeer zoals parkeermeters, uurmeters, radars, camera's;
  d) de voorzieningen voor het parkeren van tweewielers, met uitzondering van de gesloten voorzieningen van meer dan 20 m2;
  e) de bijbehorende elementen van al dan niet ondergrondse technische installaties zoals elektrische bedieningskasten voor verkeerslichten of straatverlichting, praatpalen, hydranten, bedieningskasten voor teledistributie;
  f) de zitbanken, tafels, afvalbakken, al dan niet ingegraven containers bestemd voor de inzameling van het huishoudelijk of daarmee gelijkgesteld afval, telefooncellen, kleine fonteinen, plantenbakken, brievenbussen;
  g) de installaties voor openbare verlichting;
  h) de wachthokjes aan de halten van het openbaar vervoer, voor zover ze niet hoger zijn dan 2,80 meter, en hun uitrustingen;
  4° het aanbrengen of het wijzigen van verkeerstekens op de grond;
  5° het plaatsen of wijzigen van snelheidsvertragende inrichtingen;
  6° onverminderd het voorafgaand bekomen van een wegtoelating, het plaatsen van een niet overdekt seizoensterras in de horeca, voor zover de oppervlakte ervan niet meer dan 50 m2 bedraagt en er een hindernisvrije doorgang behouden blijft over minstens één derde van de breedte van de voor de voetgangers gereserveerde ruimte, met een minimum van 2 meter.
  HOOFDSTUK IV. Verbouwings- en inrichtingswerken binnen het gebouw
  Art. 35/7. Dit hoofdstuk is van toepassing op de verbouwings- en inrichtingswerken binnen het gebouw.
  Afdeling 1. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de niet beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning
  Art. 35/8. Voor zover deze handelingen en werken :
  1° niet afwijken van een bestemmingsplan, van een stedenbouwkundige verordening of van een verkavelingsvergunning;
  2° niet leiden tot een wijziging van de structuur van het goed en geen stabiliteitswerken inhouden;
  3° geen wijziging inhouden van het buitenaanzicht van het beschermd goed;
  4° geen gevolgen inhouden voor het aanzicht van de beschermde delen van het beschermd goed;
  wordt het plaatsen of wegnemen van binneninstallaties zoals sanitaire, elektrische, verwarmings-, isolerings-, verluchtings- of telecommunicatieinstallaties, wanneer het gaat om de niet beschermde delen van een beschermd goed, vrijgesteld van stedenbouwkundige vergunning.
  Art. 35/9. Voor zover deze handelingen en werken :
  1° niet afwijken van een bestemmingsplan, van een stedenbouwkundige verordening of van een verkavelingsvergunning;
  2° niet leiden tot een wijziging van de structuur van het goed en geen stabiliteitswerken inhouden;
  3° geen wijziging inhouden van het buitenaanzicht van het beschermd goed;
  4° geen gevolgen inhouden voor het aanzicht van de beschermde delen van het beschermd goed;
  5° niet ressorteren onder de handelingen en werken die een stedenbouwkundige vergunning vereisen voor de verandering van gebruik of van bestemming van het goed;
  6° geen wijziging inhouden van het aantal woningen of van de indeling van de woningen wanneer het om een woongebouw gaat of van het aantal kamers wanneer het een hotel betreft,
  worden de verbouwingswerken binnen het gebouw en de werken voor de inrichting van lokalen vrijgesteld van stedenbouwkundige vergunning, wanneer deze betrekking hebben op de niet beschermde delen van een beschermd goed.
  Afdeling 2. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de beschermde delen van een beschermd goed
  Onderafdeling 1. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen evenals van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie
  Art. 35/10. Voor zover deze handelingen en werken :
  1° niet afwijken van een bestemmingsplan, van een stedenbouwkundige verordening of van een verkavelingsvergunning;
  2° niet leiden tot een wijziging van de structuur van het goed en geen stabiliteitswerken inhouden;
  3° geen wijziging inhouden van het architecturaal aanzicht van het beschermd gebouw;
  4° niet ressorteren onder de handelingen en werken die een stedenbouwkundige vergunning vereisen voor de verandering van gebruik of van bestemming van het goed;
  5° geen wijziging inhouden van het aantal woningen of van de indeling van de woningen wanneer het om een woongebouw gaat of van het aantal kamers wanneer het een hotel betreft;
  6° de erfgoedkundige waarde van het goed niet aantasten;
  wordt het plaatsen of wegnemen van binneninstallaties zoals sanitaire, elektrische, verwarmings-, isolerings-, verluchtings- of telecommunicatieinstallaties vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, evenals van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie.
  Onderafdeling 2. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie
  Art. 35/11. Voor zover ze geen afwijking op een bestemmingsplan, een stedenbouwkundige verordening of een verkavelingsvergunning inhouden, ze noch speciale regelen van openbaarmaking, noch het advies van de overlegcommissie vereisen of deze slechts vereist zijn in toepassing van artikel 207 van het BWRO of in toepassing van de voorschriften van een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening of een bijzonder bestemmingsplan en indien er sprake is van een vergroting van de vloeroppervlakte, deze niet groter is dan 200 m2, worden de handelingen en werken inzake verbouwing en inrichting binnen het gebouw die niet bedoeld worden in vorig artikel, vrijgesteld van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie.
  HOOFDSTUK V. - De bestemmingsveranderingen en de gebruiksveranderingen onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning
  Art. 35/12. Dit hoofdstuk is van toepassing op de bestemmingsveranderingen en de gebruiksveranderingen onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning.
  Afdeling 1. - Handelingen en werken vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning
  Art. 35/13. Voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, van een stedenbouwkundige verordening of van een verkavelingsvergunning, worden de volgende handelingen en werken vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning :
  1° de wijziging van de bestemming van een deel van een woning om er de uitoefening van een vrij beroep mogelijk te maken, met inbegrip van de medische en paramedische beroepen, of de uitoefening van een bedrijf voor intellectuele dienstverlening die afzonderlijk wordt uitgeoefend, onverminderd het uitvoeringspersoneel, voor zover de voor deze activiteiten bestemde vloeroppervlakte minder is dan of gelijk is aan 75 m2 en dat deze activiteiten :
  - ofwel een aanvulling zijn bij het hoofdverblijf van de persoon die de activiteit uitoefent;
  - ofwel een aanvulling zijn bij het hoofdverblijf van één der vennoten of bestuurders van de rechtspersoon die deze activiteit uitoefent;
  2° de wijziging van in de bouw- of stedenbouwkundige vergunning vermelde bestemming van een of bepaalde voor huisvesting bestemde kamers op voorwaarde dat deze kamers voor huisvesting bestemd blijven en dat het aantal of de verdeling van de woningen niet gewijzigd zouden worden.
  Afdeling 2. - Handelingen en werken vrijgesteld van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie
  Art. 35/14. De bestemmingswijzigingen en de gebruikswijzigingen die onderworpen worden aan een vergunning, worden vrijgesteld van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie, voor zover :
  1° deze wijzigingen enkel betrekking hebben op niet beschermde delen van een beschermd goed;
  2° ze geen afwijking van een bestemmingsplan, een stedenbouwkundige verordening of een verkavelingsvergunning inhouden;
  3° deze wijzigingen noch het advies van de overlegcommissie noch speciale regelen van openbaarmaking vereisen, of deze slechts vereist zijn in toepassing van artikel 207 van het BWRO of in toepassing van de voorschriften van een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening of een bijzonder bestemmingsplan;
  4° de bij deze wijziging betrokken vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 200 m2;
  5° voor wat betreft het advies van de gemeente, het eensluidend advies van laatstgenoemde niet vereist is in toepassing van artikel 177, § 1, derde lid van het BWRO.
  Afdeling 3. - Handelingen en werken vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen
  Art. 35/15. Alle bestemmings- en gebruikswijzigingen die niet bedoeld worden in de eerste of de tweede afdeling en die geen werken vereisen, worden vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen.
  Afdeling 4. - Handelingen en werken vrijgesteld van de medewerking van een architect
  Art. 35/16. De medewerking van een architect is niet verplicht voor de aan een vergunning onderworpen wijziging van gebruik van een beschermd goed of voor de wijziging van bestemming van het geheel of van een deel van een beschermd goed indien voor deze wijziging geen werken vereist zijn of indien de verbouwingswerken binnen het gebouw en de werken voor de inrichting van lokalen geen stabiliteitswerken inhouden, noch neerkomen op restauratiewerken als bedoeld in artikel 98, § 1, 11° van het BWRO.
  HOOFDSTUK VI. - Afbraak zonder wederopbouw en demontage
  Art. 35/17. Dit hoofdstuk is van toepassing op de afbraak zonder wederopbouw en op demontages.
  Afdeling 1. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de niet-beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie
  Art. 35/18. Voor zover de afbraak of de demontage geen gevolgen inhoudt voor de stabiliteit van de behouden gebouwen, wordt de afbraak zonder wederopbouw of de demontage van bijgebouwen die een niet-beschermd deel van een beschermd goed uitmaken en waarvan de vloeroppervlakte niet meer dan 100 m2 bedraagt, vrijgesteld van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie
  Afdeling 2. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen evenals van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie
  Art. 35/19. Worden vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen evenals van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie :
  1° de verwijdering van elementen van een beschermd goed die op zichzelf de beschermingsmaatregel niet verantwoorden en die niet bijdragen tot de erfgoedkundige waarde van het beschermd goed, zoals lichte scheidingswanden, valse plafonds, antennes, of beplantingen;
  2° het demonteren van elementen van een beschermd goed, wanneer deze demontage nodig is voor de uitvoering van een voorafgaande studie in verband met het goed in kwestie of voor de restauratie van deze elementen.
  Afdeling 3. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de niet-beschermde delen van een beschermd goed of die betrekking hebben op de beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van de medewerking van een architect
  Art. 35/20. De medewerking van een architect is niet verplicht voor de handelingen en werken die, in toepassing van artikel 35/18 of artikel 35/19, 1°, vrijgesteld zijn van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen
  HOOFDSTUK VII. - Inrichtingen, constructies, verbouwingen en wijzigingen aan de buitenkant van het gebouw
  Art. 35/21. Dit hoofdstuk is van toepassing op de inrichtingen, constructies, verbouwingen en wijzigingen aan de buitenkant van het gebouw.
  Afdeling 1. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de niet-beschermde delen van een beschermd goed
  Onderafdeling 1. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de niet-beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning
  Art. 35/22. Voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, een stedenbouwkundige verordening of een verkavelingsvergunning, worden de volgende handelingen en werken die betrekking hebben op de niet-beschermde delen van een beschermd goed, vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning :
  1° op een dak met een helling van minder dan 45° ten opzichte van de waterpaslijn, de plaatsing van lichtkoepels, dakvensters of glasramen die in het vlak van het dak zijn gerealiseerd, voor zover, wanneer het om een hellend dak gaat, hun gecumuleerde oppervlakte niet meer bedraagt dan 20 % van de dakhelling;
  2° de plaatsing van zonne-, fotovoltaïsche of daarmee gelijkgestelde panelen op voorwaarde dat ze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;
  3° de plaatsing, tegen de gevel, van technisch of decoratief materieel voor huishoudelijk gebruik zoals huisnummers, bellen, diverse kasten met een verticale oppervlakte van minder dan 0,10 m2, steunen voor klimplanten of bloembakken, installatie voor buitenverlichting, brievenbussen, asbakken, evenals naamplaten voor vrije beroepen en gedenk- of historische platen, voor zover hun uitsprong minder bedraagt dan 12 cm;
  4° de verwijdering van schotelantennes of daarmee gelijkgestelde antennes;
  5° de plaatsing van schoorstenen of luchtkokers voor huishoudelijk gebruik, regenpijpen, markiezen, luiken, voor zover die inrichtingen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;
  6° de vervanging van ramen, glaswerk, winkelramen, inkomdeuren, inrij- en garagepoorten, voor zover :
  - de oorspronkelijke vormen, met inbegrip van de rondingen, zichtbare indelingen en de raamstijlen en -vleugels behouden blijven;
  - het architecturaal aanzicht van het gebouw niet gewijzigd wordt.
  Onderafdeling 2. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de niet-beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie
  Art. 35/23. Voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, een stedenbouwkundige verordening of een verkavelingsvergunning, worden de volgende handelingen en werken met betrekking tot de niet beschermde delen van een beschermd goed vrijgesteld van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie :
  1° het aanbrengen, wegwerken of wijzigen van openingen en ramen, voor zover :
  - deze openingen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;
  - de werken geen stabiliteitswerken inhouden;
  2° de plaatsing, vervanging of verwijdering van kasten voor rolluiken of zonneschermen gelegen op de gelijkvloerse verdieping van een handelszaak, voor zover deze niet meer dan 12 cm uitspringen ten opzichte van de gevel en de breedte van de inrichting die van de vensteropening niet overschrijdt;
  3° de wijziging van de kleur van de gevels die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;
  4° het aanbrengen van een deklaag en de wijziging van het materiaal voor de bekleding van de gevels die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;
  5° de wijziging van de bekleding van een plat dak alsook zijn eventuele ophoging om de installatie van een isolatie-inrichting of een groene bedaking toe te laten voor zover dit geen ophoging van de randen van de bedaking noch een ophoging van de acroteriemuren met zich meebrengt;
  6° de plaatsing van bewakingscamera's tegen een bestaande gevel of topgevel voor zover :
  - deze het architecturale aanzicht van het gebouw of dat van de mandelige gebouwen niet ontsieren;
  - ze dezelfde kleur hebben als de bekleding van de gevel of de topgevel;
  - ze een uitsprong hebben van minder dan 12 cm indien ze lager geplaatst worden dan 4 meter boven de grond.
  Onderafdeling 3. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de niet beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van de medewerking van een architect
  Art. 35/24. De medewerking van een architect is niet vereist voor de in artikel 35/23 of in artikel 35/27 bedoelde handelingen en werken.
  Afdeling 2. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de beschermde delen van een beschermd goed
  Onderafdeling 1. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, alsook van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie
  Art. 35/25. Voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, een stedenbouwkundige verordening of een verkavelingsvergunning, ze de structuur van het goed niet wijzigen en de stabiliteit ervan niet in gevaar brengen en geen wijziging inhouden van het architecturaal aanzicht van het beschermde gebouw, worden de volgende handelingen en werken met betrekking tot de beschermde delen van een beschermd goed vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, alsook van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie :
  1° de plaatsing van dakvensters in de dakhelling;
  2° de plaatsing van zonne-, fotovoltaïsche of daarmee gelijkgestelde panelen die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;
  3° de plaatsing, tegen de gevel, van naamplaten voor vrije beroepen, gedenk- of historische platen, technisch of decoratief materieel voor huishoudelijk gebruik zoals huisnummers, bellen, behuizing en bedrading, installaties voor buitenverlichting en brievenbussen;
  Onderafdeling 2. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie
  Art. 35/26. Voor zover ze niet afwijken van een bestemmingsplan, een stedenbouwkundige verordening of een verkavelingsvergunning, ze de structuur van het goed niet wijzigen en geen werken betreffende de stabiliteit inhouden, worden de volgende handelingen en werken met betrekking tot de beschermde delen van een beschermd goed vrijgesteld van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie :
  1° het aanbrengen, wegwerken of wijzigen van openingen en ramen, voor zover :
  - deze openingen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;
  - de werken niet de oplossing van een stabiliteitsprobleem inhouden;
  2° de plaatsing, vervanging of verwijdering van kasten voor rolluiken of zonneschermen gelegen op de gelijkvloerse verdieping van een handelszaak, voor zover deze niet meer dan 12 cm uitspringen ten opzichte van de gevel en de breedte van de inrichting de vensteropening niet overschrijdt;
  3° de wijziging van de kleur van de gevels die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;
  4° het aanbrengen van een deklaag of de wijziging van het materiaal voor de bekleding van de gevels die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;
  5° op een dak met een helling van minder dan 45° ten opzichte van de waterpaslijn, de plaatsing van lichtkoepels, dakvensters of glasramen die in het vlak van het dak zijn gerealiseerd, voor zover hun gecumuleerde oppervlakte, wanneer het om een hellend dak gaat, niet meer bedraagt dan 20 % van de oppervlakte van de dakhelling.
  Onderafdeling 3. - Handelingen en werken die betrekking hebben op de beschermde delen van een beschermd goed en vrijgesteld zijn van de medewerking van een architect
  Art. 35/27. De medewerking van een architect is niet vereist voor de volgende handelingen en werken met betrekking tot de beschermde delen van een beschermd goed :
  1° elk alleenstaand bijgebouw dat niet bestemd is voor bewoning, handel of industrie, onder de in artikel 21, 1°, b, vastgelegde voorwaarden;
  2° het optrekken van afsluitingen of van een scheidingsmuur tussen twee eigendommen;
  3° het plaatsen van antennes, masten, pylonen, windmolens en andere gelijksoortige structuren, alsook het plaatsen van schotelantennes of zonnecollectoren, voor zover ze niet de oplossing van een stabiliteitsprobleem inhouden;
  4° het bouwen van een niet overdekt zwembad of sportterrein;
  5° de onder artikel 98, § 1, 6° tot 10° van het BWRO vermelde handelingen en werken.
  HOOFDSTUK VIII. - Reclame- en uithangborden
  Art. 35/28. Dit hoofdstuk is van toepassing op de reclame- en uithangborden.
  Afdeling 1. - Handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning
  Art. 35/29. De plaatsing van stoepborden langs de weg wordt vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning.
  Afdeling 2. - Handelingen en werken vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen evenals van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie
  Art. 35/30. De plaatsing van in Titel VI, hoofdstuk 5, artikel 36 van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening of in een geldende gemeentelijke verordening bedoelde uithangborden, die geschiedt conform deze bepalingen, wordt vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, alsook van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie.
  Afdeling 3. - Handelingen en werken vrijgesteld van de medewerking van een architect
  Art. 35/31. De medewerking van een architect is niet vereist voor de plaatsing van reclame-inrichtingen en uithangborden.
  HOOFDSTUK IX. - Opgravingen en peilingen
  Art. 35/32. Dit hoofdstuk is van toepassing op opgravingen en peilingen.
  Art. 35/33. De in artikel 245 van het BWRO bedoelde opgravingen en peilingen worden vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, alsook van het advies van de gemeente.
  HOOFDSTUK X. - Aanleg van tuinen, groene ruimten en begraafplaatsen en het vellen van bomen
  Art. 35/34. Dit hoofdstuk is van toepassing op de aanleg van tuinen, groene ruimten en begraafplaatsen, alsmede op het vellen van bomen.
  Afdeling 1. - Handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning
  Art. 35/35. De volgende handelingen en werken worden vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning :
  1° het planten van bomen in een groep, wanneer het gaat om exemplaren van dezelfde soort;
  2° het snoeien van levende takken met een omtrek kleiner dan 10 cm.
  3° de uitroeiing van invasieve soorten in de zin van de wetgeving betreffende het natuurbehoud en waarvan de doormeter, gemeten op 1,50 m hoogte, niet meer bedraagt dan 40 centimeter;
  Afdeling 2. - Handelingen en werken die vrijgesteld zijn van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, alsook van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie
  Art. 35/36. De volgende handelingen en werken worden vrijgesteld van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, alsook van het advies van de gemeente, de speciale regelen van openbaarmaking en het advies van de overlegcommissie :
  1° in het gebied voor koeren en tuinen en in de achteruitbouwstrook en voor zover er geen wijziging van het bodemreliëf van meer dan 20 cm uit voortvloeit :
  a) de inrichtingen zoals wegen, terrassen, omheiningen evenals de plaatsing van voorzieningen voor huishoudelijk, recreatief of decoratief gebruik, overeenkomstig de bestemming van deze gebieden, zoals schommels, kleine zandbakken, aanleg van perkjes (eenjarige planten, winterharde planten), barbecues, vijvers en natuurlijke schuilplaatsen voor de fauna, maar uitgezonderd zwembaden, sport- of tennisterreinen en garages en voor zover :
  - in de achteruitbouwstrook, hun totale hoogte niet meer bedraagt dan 1 meter;
  - in het gebied voor koeren en tuinen, hun totale hoogte niet meer bedraagt dan 3 meter en het hellend vlak van 45° ten opzichte van de waterpaslijn dat loopt vanaf de top van de mandelige muren of, bij gebrek aan een muur, vanaf een hoogte van 1,50 meter loodrecht op de mandelige grens, niet overschrijdt;
  - in het geval van een vijver, deze zich in het gebied voor koeren en tuinen bevindt, de oppervlakte ervan niet meer dan 20 m2 bedraagt en gelegen is op een afstand van minstens 2 meter van de aanpalende eigendommen;
  b) de constructie van een nevengebouw, vrijstaand van het hoofd- of de bijgebouwen en dat niet voor bewoning bestemd is, voor zover het volledig gelegen is in het gebied voor koeren en tuinen, de oppervlakte ervan, met inbegrip van het projectievlak van het dak op de grond, niet meer dan 6 m2 bedraagt en de totale hoogte niet meer dan 3 meter bedraagt en het hellend vlak van 45° ten opzichte van de waterpaslijn dat loopt vanaf de top van de mandelige muren of, bij gebrek aan een muur, vanaf een hoogte van 1,50 meter loodrecht op de mandelige grens, niet overschrijdt.
  2° de inrichtingen overeenkomstig een bestemming van parkgebied, begraafplaats of bosgebied, zoals de wijziging van het wegdek, de wijziging van speeltuinen, de plaatsing en de vervanging van banken, tafels, vuilnisbakken, de restauratie van al dan niet verlichte fonteinen, het afschrapen, de restauratie en verbetering van de oevers van vijvers en waterlopen die niet als onderhoud kan worden beschouwd of de wijziging van het waterniveau van de vijvers, de reiniging en eventuele opslag van de afzetting, evenals de bouw of de restauratie van de kunstwerken die nodig zijn bij het beheer van het waterpeil;
  3° het vellen van dode of wegkwijnende bomen of van boomgroepen;
  4° het snoeien van takken, anders dan bij een gewoon onderhoud, het toppen en het knotten;
  5° het planten van bomen buiten groepen;
  6° in de mate dat zij niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte en het architecturaal aanzicht van het goed niet wijzigen, de bouw van een scheidingsmuur tussen twee eigendommen en het optrekken van afsluitingen;
  7° graafwerken, voor zover de toegangsputten buiten het beschermde goed gelegen zijn.
  8° het aanbrengen van een bewegwijzering die een goede circulatie verzekert en informatie aan de gebruikers van groengebieden als aanvulling bij een bewegwijzering die reeds is toegestaan door een vergunning voor het betreffende goed.

  Art. 31. De titel van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 november 2008 tot bepaling van de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van de gemeente of van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen of van de medewerking van een architect wordt vervangen door de volgende titel : "Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van de gemeente, van de koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van de overlegcommissie evenals van de speciale regelen van openbaarmaking of van de medewerking van een architect".

  Art. 32. De Minister die bevoegd is voor Ruimtelijke Ordening en Monumenten en Landschappen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 7 april 2011.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor de Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking,
Ch. PICQUE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en het beroep van architect, inzonderheid op artikel 4, derde lid;
   Gelet op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening goedgekeurd bij besluit van de Regering van 9 april 2004 en bekrachtigd door de ordonnantie van 13 mei 2004, gewijzigd door de ordonnanties van 14 mei 2009 en 6 mei 2010, inzonderheid op de artikelen 98, §§ 2 en 2/1, 154, 177, § 3, 207, § 1, vijfde lid en 237, § 2;
   Gelet op het besluit van 13 november 2008 tot bepaling van de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van de gemeente of van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen of van de medewerking van een architect;
   Gelet op het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van 8 september 2010;
   Gelet op de adviezen van de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie, uitgebracht op respectievelijk 8, 21 en 23 september 2010;
   Gelet op advies 49.230/4 van de Raad van State, uitgebracht op 2 maart 2011, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voordracht van de Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering die meer bepaald belast is met Ruimtelijke Ordening en Monumenten en Landschappen;
   Na beraadslaging,
   Besluit :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2011031320
PUBLICATIE :
2011-06-20
bladzijde : 36362

Erratum



Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Erratum Franstalige versie