J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2009/05/18/2009011237/justel

Titel
18 MEI 2009. - Wet houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 04-06-2009 nummer :   2009011237 bladzijde : 39917       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2009-05-18/04
Inwerkingtreding : 14-06-2009

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2005A11238        2006202314        2003014009        2005011238       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector
Art. 2-7
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie
Art. 8-32
HOOFDSTUK 3. - Diverse bepalingen
Art. 33
HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepalingen en bepalingen betreffende de inwerkingtreding
Art. 34-35

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
  Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van :
  -Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (" Kaderrichtlijn ") (PbEG 24 april 2002, L 108/33);
  - Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (" Machtigingsrichtlijn ") (PbEG 24 april 2002, L 108/21);
  - Richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (" Toegangsrichtlijn ") (PbEG 24 april 2002, L 108/7);
  - Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en diensten (" Universeledienstrichtlijn ") (PbEG 24 april 2002, L 108/51);
  - Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PbEG, 31 juli 2002, L 201/37);
  - Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (PbEG 7 april 1999, L 91/10).

  HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector

  Art. 2. Artikel 14, § 2, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003, 13 juni 2005, 20 juli 2005, 20 juli 2006, 21 december 2006, 16 maart 2007 en 25 april 2007 wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende :
  " 6° mag, mits de redenen voor de nietigverklaring worden geëerbiedigd en de omvang van het toepassingsgebied niet wordt gewijzigd, overgaan tot de vervanging van een door een rechterlijke autoriteit vernietigd besluit wanneer, wegens die nietigverklaring, één of meer doelstellingen beoogd in de artikelen 6 tot 8 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie niet langer worden gehaald. "

  Art. 3. In artikel 17, § 3, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " twee jaar " vervangen door de woorden " één jaar ".

  Art. 4. In artikel 20, § 1, van dezelfde wet worden de woorden " zonder dat deze twee maanden mag overschrijden " vervangen door de woorden " zonder dat deze initieel twee maanden mag overschrijden. De totale termijn van deze voorlopige maatregelen mag maximaal vier maanden bedragen, mits de Raad de noodzaak van de verlenging van de initiële termijn motiveert. "

  Art. 5. Artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Onder voorbehoud van artikel 21/1, deelt de Raad, in geval van een overtreding op de wetgeving of reglementering waarvan de naleving door het Instituut wordt gecontroleerd, zijn grieven mee aan de overtreder, alsook het beoogde bedrag van de administratieve boete die aan de schatkist toekomt ten bedrage van maximaal 5.000 euro voor natuurlijke personen of van maximaal 5 % van de omzet van de overtreder gedurende het jongste volledige referentiejaar in de sector voor elektronische communicatie in België voor rechtspersonen.
  § 2. De Raad stelt de termijn vast waarover de overtreder beschikt om het dossier te raadplegen en zijn schriftelijke opmerkingen voor te leggen. Deze termijn mag niet korter zijn dan tien werkdagen.
  § 3. De overtreder wordt uitgenodigd om te verschijnen op de datum die door de Raad wordt vastgesteld en per aangetekende brief wordt meegedeeld. Hij mag zich laten vertegenwoordigen door de raadsman van zijn keuze.
  § 4. De Raad kan elke persoon horen die een nuttige bijdrage kan leveren tot zijn informatie, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de overtreder.
  § 5. De Raad neemt een besluit binnen zestig dagen na de sluiting van de debatten.
  Dit besluit wordt per aangetekende brief aan de betrokkene en aan de Minister meegedeeld, en gepubliceerd op de website van het Instituut. "

  Art. 6. In dezelfde wet wordt een artikel 21/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 21/1. § 1. In afwijking van artikel 21 richt de Raad wanneer hij een overtreding vaststelt van de verplichtingen die worden opgelegd door of krachtens de artikelen 9, §§ 1 en 3, 11, § 3, 18, § 1, 51, § 2, eerste lid, 56, § 2 en 57 tot 65, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, aan de overtreder een ontwerpbesluit tot het opleggen van een administratieve geldboete, waarbij deze laatste wordt verzocht een eind te maken aan de overtreding binnen de termijn vastgesteld door de Raad. Deze termijn mag echter niet korter zijn dan één maand vanaf de notificatie van het ontwerpbesluit, behalve met de overeenstemming van de overtreder.
  § 2. De overtreder beschikt over minstens twintig dagen om het dossier te raadplegen en zijn schriftelijke opmerkingen voor te leggen. De Raad kan deze termijn verlengen.
  In geval van herhaalde overtredingen kan het Instituut een kortere termijn bepalen.
  § 3. Indien de overtreder na afloop van de in § 1 beoogde termijn die hem is toegekend, geen eind heeft gemaakt aan de overtreding, kan de Raad hem de in artikel 21, § 1, bedoelde administratieve boete opleggen.
  Artikel 21, §§ 3 en 4, is van toepassing op het besluit bedoeld in het eerste lid.
  § 4. Wanneer de overtredingen zwaar zijn of herhaaldelijk voorkomen en de overeenkomstig § 1 en § 3 genomen maatregelen niet hebben geleid tot de stopzetting ervan, kan de Raad, na de overtreder gehoord te hebben, de volledige of gedeeltelijke stopzetting bevelen van de exploitatie van het netwerk of van de levering van de telecommunicatiedienst, alsook van de verkoop of het gebruik van alle betreffende diensten of producten. "
  § 5. Het besluit bedoeld in § 4 wordt meegedeeld aan de overtreder binnen de week nadat het werd aangenomen.
  De Raad kent de overtreder een redelijke termijn toe om zich te voegen naar de maatregel. "

  Art. 7. Artikel 23, § 3, van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden :
  " Wanneer het vertrouwelijke karakter van de gegevens die verstrekt worden door de onderneming, of van bepaalde van die gegevens, twijfelachtig lijkt, verzoekt het Instituut de onderneming uit te leggen om welke redenen volgens haar de betrokken informatie als vertrouwelijk moet worden beschouwd in de zin van artikel 6, § 1, 7°, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur.
  Indien de onderneming nalaat de gevraagde motivering te verstrekken, of wanneer de onderneming de informatie waarvan sprake als vertrouwelijk beschouwt in de zin van artikel 6, § 1, 7°, van de wet van 11 april 1994, mag het Instituut die informatie, op gemotiveerde wijze en nadat het de betrokken onderneming gehoord heeft, verspreiden, op voorwaarde dat die informatie niet vertrouwelijk is uit de aard van de zaak of krachtens de wet. "

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie

  Art. 8. In artikel 2 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2005, 27 december 2005, 20 juli 2006, 21 december 2006 en van 25 april 2007 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 58° wordt vervangen als volgt :
  " 58° " nooddienst " : elke overheidsdienst of dienst van openbaar nut zoals geviseerd in artikel 107, § 1, eerste lid, of vastgesteld door de Koning overeenkomstig artikel 107, § 1, tweede lid, 1° ";
  2° in de bepaling onder 59° worden de woorden " 107, § 1, 2° " vervangen door de woorden " 107, § 1, tweede lid, 2° ";
  3° in de bepaling onder 65° wordt het woord " lager, " ingevoegd tussen de woorden " alle instellingen van het " en " secundair ".

  Art. 9. In artikel 26, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden " inzake gedeeld gebruik wezenlijk " ingevoegd tussen de woorden " voor een " en " deel van een site ".

  Art. 10. Aan artikel 29 van dezelfde wet wordt een § 3 toegevoegd, luidende :
  " § 3. Het Instituut publiceert jaarlijks een uitvoerig overzicht van de administratieve kosten van het Instituut en van het totale bedrag aan geïnde rechten.
  De nadere regels van dit overzicht zullen worden vastgelegd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. "

  Art. 11. In artikel 33, § 1, van dezelfde wet wordt in fine de volgende zin toegevoegd :
  " Indien het Instituut een verbod of beperking tot het op de markt brengen oplegt, meldt het dit onverwijld aan de Europese Commissie. "

  Art. 12. In artikel 51 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid van paragraaf 1 worden de woorden " ter bevordering van een passende toegang overeenkomstig het bepaalde in deze titel en " ingevoegd tussen het woord " ingrijpen " en de woorden " ter waarborging ";
  2° in het eerste lid van paragraaf 2 worden de woorden " steeds en op eigen initiatief " ingevoegd tussen de woorden " het Instituut " en de woorden " aan operatoren ";
  3° het tweede lid van paragraaf 2 wordt aangevuld met de woorden " of te waarborgen dat de personen bedoeld in artikel 115, alsook de openbare besturen, politiediensten en de internationale instellingen bereikbaar zijn of blijven. "

  Art. 13. In artikel 52, tweede lid, van dezelfde wet wordt het woord " toegang " vervangen door het woord " interconnectie ".

  Art. 14. In artikel 53 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden " of een overeenkomst inzake toegang ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " en elke overeenkomst inzake toegang " ingevoegd tussen de woorden " Elke interconnectieovereenkomst " en het woord " wordt ".

  Art. 15. In artikel 55 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° er wordt een paragraaf 4/1 ingevoegd, luidende :
  " § 4/1. Het Instituut zendt zijn beslissingen waarvoor naar deze paragraaf wordt verwezen, vooraf aan de Raad voor de Mededinging, die binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de toezending van de ontwerpbeslissing door het Instituut, een advies uitbrengt met betrekking tot de vraag of de voorgenomen beslissingen van het Instituut in overeenstemming zijn met de door het mededingingsrecht beoogde doelstellingen. Zodra die termijn verstreken is, geldt het stilzwijgen van de Raad voor de Mededinging als goedkeuring van de voormelde ontwerpbeslissing. ";
  2° in paragraaf 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden " te rekenen vanaf de toezending van de ontwerpbeslissingen door het Instituut ", voorafgegaan en gevolgd door een komma, worden ingevoegd tussen de woorden " 30 kalenderdagen " en de woorden " een bindend advies ";
  b) het woord " voorgenomen " wordt ingevoegd tussen de woorden " of de " en het woord " beslissingen ";
  c) het woord " beslissing " wordt vervangen door het woord " ontwerpbeslissing ".

  Art. 16. In artikel 56 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt :
  " 3° de voorschriften te doen naleven inzake toegang van eindgebruikers uit andere lidstaten tot Belgisch niet-geografische nummers, nummeroverdraagbaarheid, alsook op het stuk van de Europese toegangscodes de oproepen te behandelen bestemd voor de Europese telefoonnummeringsruimte; ";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden " de Koning, na advies van het Instituut ",vervangen door de woorden " het Instituut ".

  Art. 17. In artikel 58 van dezelfde wet wordt het getal " 4 " vervangen door het getal " 4/1 ".

  Art. 18. In artikel 59 van dezelfde wet wordt het getal " 4 " vervangen door het getal " 4/1 ".

  Art. 19. In artikel 60, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " volgens de nadere regels bepaald door de Koning, en " geschrapt en wordt het getal " 4 " vervangen door het getal " 4/1 ";
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : " Het Instituut bepaalt welk model en boekhoudkundige methode door de in het eerste lid bedoelde operator gehanteerd moet worden. ";
  3° in de tweede zin van het vierde lid worden de woorden " Op basis van de conclusie van " vervangen door de woorden " Volgend op ".

  Art. 20. In artikel 61, § 1, eerste lid, van dezelfde wet wordt het getal " 4 " vervangen door het getal " 4/1 ".

  Art. 21. In artikel 62 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt in het eerste lid het getal " 4 " vervangen door het getal " 4/1 ";
  2° in paragraaf 4 worden de woorden " Op basis van de conclusie van " vervangen door de woorden " Volgend op ".

  Art. 22. Artikel 63, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Wanneer het Instituut overweegt het aanbod van deze functies op te leggen betrekt het met name de factoren bedoeld in artikel 61, § 2, in zijn overwegingen. ";

  Art. 23. In artikel 64 van dezelfde wet wordt paragraaf 2, tweede lid, opgeheven.

  Art. 24. In artikel 65, eerste lid, van dezelfde wet wordt het getal " 4 " vervangen door het getal " 4/1 ".

  Art. 25. In artikel 107 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In paragraaf 1 wordt een als volgt luidend nieuw eerste lid ingevoegd :
  " Voor de toepassing van deze wet worden de volgende diensten als nooddiensten beschouwd :
  a. de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden :
  1° de medische spoeddienst;
  2° de brandweerdiensten;
  3° de politiediensten;
  4° de civiele bescherming;
  b. de nooddiensten die op afstand hulp bieden :
  1° het antigifcentrum;
  2° de zelfmoordpreventie;
  3° de teleonthaalcentra;
  4° de kindertelefoondiensten;
  5° het Europees centrum voor vermiste en seksueel misbruikte kinderen. ";
  2° In paragraaf 1 wordt in onderdeel 1° van het vroegere eerste lid dat het tweede lid wordt tussen het woord " de " en het woord " openbare diensten " het woord " andere " ingevoegd;
  3° § 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De beheerscentrales van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden krijgen gratis van de betrokken operatoren, voorzover dat technisch haalbaar is, de identificatiegegevens van de oproeper.
  Deze verplichting is eveneens van toepassing wanneer de beheerscentrales van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden geëxploiteerd worden door een organisatie die vanwege de overheid met deze opdracht is belast.
  De ontvangen identificatie van de oproeper kan, door de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden of de organisatie die vanwege de overheid is belast met de exploitatie van de beheerscentrales van deze nooddiensten en aan de hand van administratieve en technische maatregelen die worden goedgekeurd door de minister, op advies van het Instituut en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, worden aangewend om kwaadwillige oproepen of het misbruik van de noodnummers te bestrijden. Deze maatregelen mogen echter niet tot gevolg hebben dat de toegang tot het noodnummer van de desbetreffende nooddienst vanaf een welbepaalde aansluiting onmogelijk is tijdens een ononderbroken periode die langer is dan vierentwintig uur.
  De beheerscentrales van de nooddiensten die op afstand hulp bieden krijgen, teneinde noodoproepen te kunnen behandelen en kwaadwillige oproepen te kunnen bestrijden, van de betrokken operatoren gratis de voor de operatoren in hun netwerk beschikbare identificatie van de oproepende lijn, zelfs indien de gebruiker stappen ondernomen heeft om de verzending van de identificatie te verhinderen. Het formaat van de identificatie van de oproepende lijn dat geleverd wordt, dient in overeenstemming te zijn met de toepasselijke ETSI standaarden en wordt gedefinieerd door het Instituut in overleg met de nooddiensten en de operatoren.
  De ontvangen identificatie van de oproepende lijn kan door de nooddiensten die op afstand hulp bieden en aan de hand van administratieve en technische maatregelen die worden goedgekeurd door de minister, op advies van het Instituut en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, worden aangewend om kwaadwillige oproepen te bestrijden. Deze maatregelen mogen echter niet tot gevolg hebben dat de toegang tot het noodnummer van de desbetreffende nooddienst vanaf een welbepaalde aansluiting onmogelijk is tijdens een ononderbroken periode die langer is dan vierentwintig uur. ";
  4° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 4 en 5, luidende :
  " § 4. Wanneer operatoren nieuwe technieken of technologieën implementeren in hun netwerken, waardoor technische aanpassingen vereist zijn aan de beheerscentrales van de nooddiensten om de gegevens die door de operatoren dienen te worden, aangeleverd in overeenstemming met de in de tweede paragraaf bepaalde verplichting, te kunnen verwerken, worden de kosten voor deze aanpassingen gedragen door de operatoren. De kosten die de operatoren dienen te dragen betreffen naast de kosten voor aanpassingen binnen hun eigen netwerk, enkel de investerings-, exploitatie- en onderhoudskosten die rechtstreeks toegewezen kunnen worden aan de uitbouw van centrale interfaces in de beheerscentrales van de nooddiensten die aangewend worden bij het nakomen van de in de tweede paragraaf bepaalde verplichting.
  De investerings-, exploitatie- en onderhoudskosten met betrekking tot de databank met de identificatiegegevens van de abonnees van de vaste telefoondienst en de toegangslijnen die gebruikt worden om deze databank te consulteren zijn inbegrepen in de kosten waarvan sprake in het vorige lid.
  Indien een operator eigen commerciële diensten aanbiedt voor het aanleveren van lokalisatiegegevens aan abonnees dan is de nauwkeurigheid van de locatiegegevens die deel uitmaken van de identificatie van de oproeper bij een noodoproep en welke geleverd dienen te worden aan de nooddiensten die ter plaatse hulp leveren in overeenstemming met de tweede paragraaf en de snelheid waarmee deze overgemaakt worden aan de betrokken nooddienst ten minste gelijk aan de beste kwaliteit die door die operator commercieel wordt aangeboden.
  De verplichtingen vervat in deze paragraaf zijn eveneens van toepassing wanneer de beheerscentrales van nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, geëxploiteerd worden door een organisatie die vanwege de overheid met deze opdracht is belast.
  § 5. Er wordt een fonds voor de nooddiensten opgericht, bestemd om de kosten zoals bepaald in § 4 voor de nooddiensten, te beheren en te vergoeden. Aan dit fonds wordt rechtspersoonlijkheid toegekend en het wordt beheerd door het Instituut.
  De kosten voor de aanpassing van de beheerscentrales en de systemen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun opdracht naar aanleiding van de invoering van een nieuwe techniek of technologie, worden verdeeld over de betrokken vaste operatoren pro rata het aantal netwerkaansluitpunten en over de betrokken mobiele operatoren pro rata het aantal actieve gebruikers waarlangs door elk van deze operatoren op 1 september van het voorgaande jaar diensten werden aangeboden. Onder netwerkaansluitpunt wordt voor de toepassing van dit lid verstaan het fysieke punt waarop een eindgebruiker de toegang tot een openbaar elektronisch communicatienetwerk wordt geboden; in het geval van netwerken met schakelings- of routeringsfuncties wordt het netwerkaansluitpunt bepaald door middel van een specifiek netwerkadres. Voor het eerste jaar dat voor een bepaalde nieuwe techniek of technologie bijgedragen moet worden door de betrokken operatoren, wordt de bijdrage verdeeld over de betrokken vaste operatoren pro rata het aantal netwerkaansluitpunten en over de betrokken mobiele operatoren pro rata het aantal actieve gebruikers waarlangs door elk van deze operatoren op 1 september van datzelfde jaar diensten werden aangeboden.
  De operatoren die gehouden zijn om bij te dragen, verhalen hun aandeel in de kosten op de operatoren die geheel of gedeeltelijk via de desbetreffende operator hun wettelijke verplichtingen betreffende samenwerking met de nooddiensten nakomen.
  De beheerskosten van het fonds voor de nooddiensten worden gedragen door de operatoren die bijdragen aan het fonds, pro rata hun bijdrage bepaald in het vorige lid.
  De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de Minister bevoegd voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden en de Minister bevoegd voor de elektronische communicatie, na advies van het Instituut, de nadere regels van de werking van dit fonds. De Koning bepaalt vooraf bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op objectieve en doorzichtige wijze de parameters op basis waarvan de kosten worden berekend. De berekening en het bedrag van de kosten worden geverifieerd en goedgekeurd door het Instituut volgens de principes vastgelegd door de Koning. Het totale bedrag van de bijdragen van de operatoren aan het fonds mag nooit hoger zijn dan de goedgekeurde kosten. De Koning legt bij een regeling vast om overcompensatie te vermijden en desgevallend terug te betalen. "

  Art. 26. In artikel 110, § 1, van dezelfde wet worden de woorden " met een maximum van vijf nummers " ingevoegd tussen de woorden " de abonnees " en het woord " gratis ".

  Art. 27. In artikel 123, § 5, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° De woorden " de medische hulpdienst of de politiediensten " worden vervangen door de woorden " de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden ";
  2° De woorden " op verzoek van de betrokken beheercentrales en met als doel de behandeling van de noodoproep mogelijk te maken " worden vervangen door de woorden " met als doel de behandeling van de noodoproep door de betrokken beheercentrales mogelijk te maken ".

  Art. 28. In artikel 130, § 3, van dezelfde wet wordt het woord " gebruiker " vervangen door het woord " eindgebruiker ".

  Art. 29. In artikel 130, § 7, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Het eerste lid wordt opgeheven;
  2° In het tweede lid worden de woorden " met het oog op het beantwoorden van noodoproepen " vervangen door de woorden " met als doel de behandeling van noodoproepen door de betrokken beheercentrales van de nooddiensten ".

  Art. 30. In artikel 134, § 2, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  " De Ethische Code voor de telecommunicatie stelt eveneens de nadere regels vast volgens dewelke de operatoren hun medewerking verlenen aan het onderzoek van een vermoedelijke inbreuk door een persoon die een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk aanbiedt en aan de uitvoering van de beslissingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. ";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " De personen die betalende diensten via elektronische communicatienetwerken aanbieden en de operatoren, wat betreft de medewerking bedoeld in het tweede lid, zijn verplicht de bepalingen van de Ethische Code voor de telecommunicatie in acht te nemen. "

  Art. 31. In artikel 141, eerste lid, 7°, van dezelfde wet wordt het getal " 52 ", voorafgegaan door een komma, ingevoegd tussen het getal " 51 " en het woord " en ".

  Art. 32. Artikel 24 van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie wordt vervangen als volgt " De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van het Instituut, de modaliteiten vastleggen inzake geografische spreiding van het aantal publieke telefoontoestellen. Bij gebrek aan dergelijk koninklijk besluit, is de aanbieder vrij om de verdeling van de openbare telefoontoestellen zelf te bepalen rekening houdend met artikel 23. "

  HOOFDSTUK 3. - Diverse bepalingen

  Art. 33. Artikel 93 van de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepalingen en bepalingen betreffende de inwerkingtreding

  Art. 34. § 1. Tot op het ogenblik waarop artikel 107, § 5, eerst lid, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, ingevoegd door artikel 25, 4°, in werking treedt, worden de kosten waarvan sprake in artikel 107, § 4, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie die betrekking hebben op de nakoming door de mobiele operatoren van hun verplichtingen zoals omschreven door artikel 107, § 2, van diezelfde wet, gedragen door deze mobiele operatoren.
  De initiële verdeling van de kosten tussen de mobiele operatoren gebeurt pro rata het aantal actieve gebruikers van elk van deze mobiele operatoren op 1 september 2008. Onder actieve gebruiker wordt voor de toepassing van dit lid verstaan een gebruiker die de afgelopen drie maanden gebruik gemaakt heeft van één of meerdere van de basisdiensten van het mobiele netwerk.
  § 2. Tot op het ogenblik waarop artikel 107, § 5, eerst lid, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, ingevoegd door artikel 25, 4°, in werking treedt, worden de kosten waarvan sprake in artikel 107, § 4, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie die betrekking hebben op de nakoming door de vaste operatoren van hun verplichtingen zoals omschreven door artikel 107, § 2, van diezelfde wet, gedragen door de vaste operatoren die rechtstreeks gegevens verstrekken aan de nooddiensten.
  De initiële verdeling van de kosten tussen de vaste operatoren waarvan sprake in het vorige lid gebeurt pro rata het aantal netwerkaansluitpunten waarlangs door elk van deze operatoren op 1 september 2008 diensten werden aangeboden. Onder netwerkaansluitpunt wordt voor de toepassing van dit lid verstaan het fysieke punt waarop een eindgebruiker de toegang tot een openbaar elektronisch communicatienetwerk wordt geboden; in het geval van netwerken met schakelings- of routeringsfuncties wordt het netwerkaansluitpunt bepaald door middel van een specifiek netwerkadres.
  De operatoren die op basis van deze paragraaf gehouden zijn om bij te dragen, verhalen hun aandeel in de kosten op de operatoren die geheel of gedeeltelijk via de desbetreffende operator hun wettelijke verplichtingen betreffende samenwerking met de nooddiensten nakomen.
  § 3. Tot op het ogenblik waarop artikel 107, § 5, eerste lid, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie ingevoegd door artikel 25, 4°, in werking treedt, worden de kosten waarvan sprake in artikel 107, § 4, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie die betrekking hebben op de nakoming door zowel de vaste als de mobiele operatoren van hun verplichtingen zoals omschreven door artikel 107, § 2, van diezelfde wet, gezamenlijk gedragen door de vaste en mobiele operatoren pro rata hun respectievelijk vaste en mobiel aandeel in de totale kosten.

  Art. 35. Artikel 107, § 5, eerste lid, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, dat wordt ingevoegd door artikel 25, treedt in werking de eerste dag van de vijfde maand volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 18 mei 2009.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen,
  V. VAN QUICKENBORNE
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
  

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Gewone zitting 2008-2009. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp, nr. 1813/1. - Amendementen, nr. 1813/2. - Verslag namens de Commissie, nr. 1813/3. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 1813/4. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 1813/5. Integraal Verslag : 19 maart 2009. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat, nr. 4-1248/1.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie