J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2008/11/21/2008011556/justel

Titel
21 NOVEMBER 2008. - Wet tot omzetting van de Richtlijnen 2005/36/EG en 2006/100/EG en tot wijziging van de wetten van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect en 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van Architecten.

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 11-02-2009 nummer :   2008011556 bladzijde : 11596       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2008-11-21/50
Inwerkingtreding : 21-02-2009

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1963062602        1939022050       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling.
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect.
Art. 2-4
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van Architecten.
Art. 5-14
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling.
Art. 15
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling.

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
  Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2005/36/EG, van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties zoals gewijzigd bij de Richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemeniė.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect.

  Art. 2. In artikel 1 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 juli 1990, 29 maart 1995 en 8 oktober 2003, en bij de wet van 15 februari 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 worden de woorden " in de bijlage bij deze wet zoals deze is gewijzigd door de gepubliceerde bijwerkingen overeenkomstig artikel 7, § 2, van Richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten. " vervangen door de woorden " in bijlage 1, b, bij deze wet, zoals die is gewijzigd door de gepubliceerde bijwerkingen in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig artikel 21, 7, alinea 2, van de Richtlijn 2005/36/EG, van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, zoals gewijzigd bij de Richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemeniė. ";
  2° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende :
  " § 2/1. De Belgische Staat erkent de in bijlage 2, a, bedoelde opleidingstitels van architect die door de andere lidstaten zijn afgegeven ter afsluiting van een opleiding waarmee uiterlijk gedurende het in de genoemde bijlage opgenomen referentieacademiejaar is begonnen, ook al voldoen deze titels niet aan de in bijlage 1 a, bedoelde minimumeisen. De Belgische Staat kent aan deze titels hetzelfde rechtsgevolg toe met betrekking tot de toegang tot en de uitoefening van de beroepswerkzaamheden van architect op zijn grondgebied als aan de door hemzelf afgegeven opleidingstitels van architect.
  De verklaringen van de bevoegde autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland als bewijs van de respectieve gelijkwaardigheid van de na 8 mei 1945 door de bevoegde autoriteiten van de Duitse Democratische Republiek afgegeven opleidingstitels aan de in bijlage 2 a opgenomen titels, worden onder deze voorwaarden erkend. ";
  3° er wordt een paragraaf 2/2 ingevoegd, luidende :
  " § 2/2. Onverminderd paragraaf 2/1, zijn de verklaringen die aan onderdanen van de lidstaten zijn afgegeven door lidstaten die op de volgende tijdstippen een regeling kennen voor de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van architect, erkend :
  1° 1 januari 1995 voor Oostenrijk, Finland en Zweden;
  2° 1 mei 2004 voor Tsjechiė, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Sloveniė, Slowakije;
  3° 1 januari 2007 voor Bulgarije en Roemeniė;
  4° 5 augustus 1987 voor de overige lidstaten.
  De in het eerste lid bedoelde verklaringen bevestigen dat de houder ervan uiterlijk op deze datum toestemming heeft gekregen om de titel van architect te voeren, en dat hij in het kader van deze regeling de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van die verklaringen voorafgaan, gedurende tenminste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk heeft uitgeoefend. ";
  4° in paragraaf 4 worden de woorden " Richtlijn 85/384/EEG " vervangen door de woorden " Richtlijn 2005/36/EG ";
  5° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, luidende :
  " § 5. De artikelen 13 tot en met 17 van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties, zijn van toepassing op :
  1° de aanvrager die niet voldoet aan de eisen inzake daadwerkelijke en wettige beroepsuitoefening, zoals bedoeld in de paragrafen 2/1 en 2/2;
  2° de aanvrager die houder is van een opleidingstitel die niet is opgenomen in bijlage 1, b ;
  3° de aanvrager die houder is van een opleidingstitel van specialist die volgt op de opleiding leidend tot het bezit van een titel genoemd in bijlage 1, b, en alleen ten behoeve van de erkenning van het specialisme in kwestie, en onverminderd § 2 en onverminderd het in bijlage 2, b, bepaalde ten aanzien van de opleidingstitels afgeleverd door het voormalige Tsjechoslovakije, de Tsjechische republiek, Slowakije, de voormalige Sovjet-Unie, Estland, Letland, Litouwen, het voormalige Joegoslaviė en Sloveniė;
  4° de aanvrager die voldoet aan de eisen van artikel 2, § 3, van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties, waar met een opleidingstitel wordt gelijkgesteld elke in een derde land afgegeven opleidingstitel, wanneer de houder ervan in het beroep van architect een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de betrokken opleidingstitel heeft erkend en indien die lidstaat deze beroepservaring bevestigt; ";
  6° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, luidende :
  " § 6. De architecten, begunstigden van de erkenning van beroepskwalificaties, hebben het recht gebruik te maken van academische titels die hun verleend zijn in de lidstaat van oorsprong, en eventueel van de afkorting daarvan, in de taal van de lidstaat van herkomst. Deze titel wordt gevolgd door de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die de titel heeft verleend. Wanneer een academische titel van de lidstaat van oorsprong kan worden verward met een titel waarvoor een aanvullende opleiding is vereist die de begunstigde niet heeft gevolgd, kan de Orde van Architecten voorschrijven dat de begunstigde een academische titel van de lidstaat van oorsprong voert in een passende vorm ".

  Art. 3. In artikel 2 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, luidende :
  " § 5. De begunstigden van de erkenning van beroepskwalificaties moeten beschikken over de talenkennis die voor de uitoefening van het beroep van architect in Belgiė vereist is. "

  Art. 4. In dezelfde wet wordt de bijlage vervangen door de bijlagen 1a, 1b, 2a en 2b gevoegd bij deze wet.

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van Architecten.

  Art. 5. In artikel 5 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van Architecten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 1990, worden de woorden " tweede of derde lid " vervangen door de woorden " eerste of tweede lid van § 2 ".

  Art. 6. In artikel 8 van dezelfde wet gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1998 en 15 februari 2006 en de koninklijke besluiten van 12 september 1990 en 17 september 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bestaande tekst van het eerste lid zal paragraaf 1 vormen;
  2° de bestaande tekst van het tweede lid zal het eerste lid van paragraaf 2 vormen;
  3° de bestaande tekst van het derde lid, die het tweede lid van paragraaf 2 zal vormen, wordt vervangen als volgt :
  " In geval, in het kader van het vrij verrichten van diensten de onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, alsook IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland vanaf het ogenblik dat de Richtlijn 2005/36/EG op deze landen van toepassing is, zich voor het eerst naar Belgiė begeven om er tijdelijk en incidenteel het beroep van architect uit te oefenen, stellen deze vooraf door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid, de Orde van Architecten hiervan in kennis. Zij worden door de Orde van Architecten ingeschreven in het register van de dienstverrichting. ";
  4° in de bestaande tekst van het vierde lid, die het derde lid van paragraaf 2 zal vormen, wordt 3° vervangen als volgt :
  " 3° in het geval noch het beroep noch de opleiding die toegang verleent tot het beroep gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging, een attest waaruit blijkt dat de dienstverrichter het beroep van architect in de tien jaren die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende ten minste twee jaar heeft uitgeoefend; ";
  5° de bestaande tekst van het vierde lid, die het derde lid van paragraaf 2 zal vormen, wordt aangevuld als volgt :
  " 5° een bewijs van de nationaliteit van de dienstverrichter. ";
  6° in de bestaande tekst van het laatste lid, die het vijfde lid van § 2 zal vormen, worden de woorden " lid 2 en 3 van dit artikel " vervangen door de woorden " het eerste en het tweede lid ".

  Art. 7. In artikel 11, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, worden de woorden " ten minste vijfendertig jaar oud zijn " vervangen door de woorden " ten minste dertig en ten hoogste vijfenzestig jaar zijn ".

  Art. 8. In artikel 17 van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 17 september 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 oktober 2003, worden de woorden " eerste lid " vervangen door de woorden " § 1 " en worden de woorden " tweede lid " vervangen door de woorden " § 2, eerste lid ";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden " eerste en tweede lid " telkens vervangen door de woorden " § 1 en § 2, eerste lid " en worden de woorden " Richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten " vervangen door de woorden " Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties ".

  Art. 9. In artikel 20 van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 17 september 2000, worden de woorden " tweede en derde lid " vervangen door de woorden " § 2, eerste en tweede lid " en de woorden " derde lid " door de woorden " § 2, tweede lid ".

  Art. 10. In artikel 21 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2000, worden de woorden " tweede lid " vervangen door de woorden " § 2, eerste lid ";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 12 september 1990, worden de woorden " derde lid " vervangen door de woorden " tweede lid van § 2 ".

  Art. 11. In artikel 26, vierde lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 juli 2006, worden de woorden " Richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten " vervangen door de woorden " Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties ".

  Art. 12. Artikel 38 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 februari 2006, wordt aangevuld als volgt :
  " 10° nauw samenwerken en informatie uitwisselen met de bevoegde autoriteiten van, naar gelang het geval, de lidstaat van oorsprong of de ontvangende lidstaat volgens de bepalingen van titel V van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties. ".

  Art. 13. In artikel 38bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste, tweede en derde lid worden de woorden " derde lid " telkens vervangen door de woorden " § 2, tweede lid ";
  2° in het derde lid worden de woorden " voornoemde Richtlijn 85/384/EEG van de Raad " vervangen door de woorden " voornoemde Richtlijn 2005/36/EG ".

  Art. 14. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een artikel 49bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 49bis. De Koning bepaalt het bedrag van de zitpenningen en de vergoedingen, die worden toegekend :
  - aan de leden en hun plaatsvervangers van de raden van de Orde en van de nationale raad van de Orde van de Vlaamse Raad en de Franstalige en Duitstalige Raad, en van de raden van beroep, alsmede van de rechtskundige bijzitters en hun plaatsvervangers;
  - aan de leden van de Orde op wie de Orde een beroep doet in het kader van een commissie, een werkgroep of iedere andere opdracht in naam van de Orde;
  Zij ontvangen van de Orde geen andere vergoeding of zitpenning. Hun verplaatsingsonkosten voor rekening van de Orde worden terugbetaald, in overeenstemming met de terugbetalingstarieven die van toepassing zijn op de federale ambtenaren. "

  HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling.

  Art. 15. Onverminderd het bepaalde in artikel 4, is titel II van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties van toepassing op de dienstverrichters die zich naar het grondgebied van Belgiė begeven om er tijdelijk en incidenteel het gereglementeerd beroep van architect uit te oefenen.
  Voor de toepassing van deze titel, moet worden verstaan onder :
  - beroep : het beroep van architect
  - bevoegde Belgische autoriteit : de Orde van Architecten.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 21 november 2008.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van K.M.O.'s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid,
  Mevr. S. LARUELLE
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  J. VANDEURZEN

  BIJLAGE.

  Art. N. Bijlage 1a bij de wet van 21 november2008 tot omzetting van de richtlijnen 2005/36/EG en 2006/100/EG en tot wijziging van de wetten van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect en 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architect.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 11-02-2009, p. 11600-11627).

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie