J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/06/18/2020015052/justel

Titel
18 JUNI 2020. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/42 betreffende de toekenning van een premie voor de creatieve en culturele instellingen zonder winstoogmerk getroffen door COVID-19-crisis

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 24-06-2020 nummer :   2020015052 bladzijde : 46505       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-06-18/05
Inwerkingtreding : 24-06-2020

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden en vorm van de steun
Art. 2-4
HOOFDSTUK 3. - Procedure voor het dossieronderzoek wat de steunaanvragen en -uitbetalingen betreft
Art. 5-8
HOOFDSTUK 4. - Controle en terugbetaling van de steun
Art. 9-11
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
Art. 12-13
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° creatieve en culturele instellingen zonder winstoogmerk: de rechtspersoon die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent als bedoeld in de bijlage bij dit besluit;
  2° de minister: de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Werk;
  3° verordening: de verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie L352 van 24 december 2013;
  4° BEW: Brussel Economie en Werkgelegenheid bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel;
  5° AVG: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
  5° tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun: de mededeling van de Commissie van 19 maart 2020 betreffende de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak, gewijzigd bij de mededeling van 3 april 2020.

  HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden en vorm van de steun

  Art. 2. De minister kent steun toe aan de creatieve en culturele instellingen zonder winstoogmerk die getroffen zijn door de noodmaatregelen die werden genomen om de verdere verspreiding van het COVID-19-virus in te dijken.
  De verordening bepaalt de toekenningsvoorwaarden voor de steun.

  Art. 3. De steun bestaat uit een eenmalige premie van 2.000 euro, die overeenkomstig de volgende voorwaarden aan de aanvrager wordt toegekend:
  1° een inkomstenverlies hebben geleden door de toepassing van de maatregelen die werden genomen om de verdere verspreiding van het COVID-19-virus in te dijken, en die de jaaromzet en de draagkracht met betrekking tot de vaste kosten beïnvloeden;
  2° op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over minstens een bedrijfszetel beschikken;
  3° een sociaal oogmerk hebben dat in de statuten is opgenomen en dat niet van economische en commerciële aard is;
  4° op 18 maart 2020 een activiteit uitoefenen die onder de NACE-codes van de bijlage bij dit besluit valt;
  5° op 18 maart 2020 ten hoogste vijf VTE's in loondienst hebben;
  6° niet over overgebrachte winsten of niet-toegewezen reserves beschikken van meer dan 2.000 euro bij de afsluiting van de rekeningen op 31 december 2019.

  Art. 4. Is uitgesloten van de steun of desgevallend gehouden tot de terugbetaling ervan, de aanvrager of de begunstigde:
  1° aan wie een sanctie wordt opgelegd op grond van artikel 10 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, of elke andere regelgeving die het vervangt of waardoor het wordt vervangen;
  2° die niet alle toepasselijke verplichtingen van het sociaal, arbeids- en milieurecht naleeft;
  3° tegen wie op 18 maart 2020 al een faillissements- of vereffeningsprocedure was opgestart, of die in staat van faillissement of van vereffening verkeert, zijn werkzaamheden heeft gestaakt, een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, ten aanzien van wie een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie loopt, of die in een vergelijkbare toestand verkeert ingevolge een soortgelijke procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;
  4° die opzettelijk valse of onjuiste inlichtingen verstrekt;
  5° die zich in een van de gevallen bevindt als bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, van de ordonnantie van 8 oktober 2015 houdende algemene regels betreffende de inhouding, de terugvordering en de niet-vereffening van subsidies op het vlak van werkgelegenheid en economie, zolang hij de subsidies als bedoeld in voornoemde ordonnantie niet terugbetaalt overeenkomstig de regels bedoeld in artikel 4 ervan;
  6° die al begunstigde is of zal zijn van een van de volgende maatregelen:
  de steun voorzien in het bijzonderemachtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/013 van 7 april 2020 betreffende de steun tot vergoeding van de ondernemingen getroffen door de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
  de steun voorzien in het bijzonderemachtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/007 van 16 april 2020 betreffende de steun tot vergoeding van erkende sociale inschakelingsondernemingen die getroffen zijn door de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
  de steun voorzien in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 april 2020 nr. 2020/012 van bijzondere machten betreffende de invoering van steunmaatregelen voor de erkende dienstenchequeondernemingen en hun werknemers naar aanleiding van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
  de steun voorzien in het bijzonderemachtenbesluit nr. 2020/030 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de steun aan ondernemingen die een terugval van hun activiteit ondergaan als gevolg van de gezondheidscrisis COVID-19.
  7° die in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis steun heeft aangevraagd bij een ander gewest, een gemeenschap of een instelling van openbaar nut die van een van deze entiteiten afhangt, en daartoe de voorwaarden vervult.
  Vanaf de datum van steunverlening moet de begunstigde de voorwaarden als bedoeld in het eerste lid gedurende drie jaar naleven.

  HOOFDSTUK 3. - Procedure voor het dossieronderzoek wat de steunaanvragen en -uitbetalingen betreft

  Art. 5. De aanvrager dient uiterlijk op 15 juli 2020 zijn steunaanvraag in bij BEW en vult daartoe het formulier in dat BEW op zijn website ter beschikking stelt.
  Op straffe van niet-ontvankelijkheid voegt de aanvrager de volgende gegevens bij zijn aanvraag:
  1° een verklaring op erewoord of een boekhoudkundig attest aangaande de daadwerkelijke terugval van zijn activiteiten;
  2° de op 31 december van het afgelopen boekjaar afgesloten en door de algemene vergadering goedgekeurde resultaatrekeningen en balansen in het geval dat ze niet door de Nationale Bank van België gepubliceerd werden;
  3° een verklaring betreffende andere ontvangen steun tegen de achtergrond van de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun en alle andere onder de verordening of andere de-minimisverordeningen vallende steun aan die de onderneming gedurende de twee voorafgaande belastingjaren en het lopende belastingjaar heeft ontvangen.

  Art. 6. De toekenningsbeslissing wordt binnen de maand van de ontvangst van de steunaanvraag door BEW betekend, met de vermelding dat de steun wordt verleend overeenkomstig de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun.

  Art. 7. De steun wordt vereffend in een enkele schijf.

  Art. 8. § 1. § 1. Het beheer en de controle van de aanvragen kan, om de in de aanvraag opgegeven gegevens te controleren of aan te vullen, de verwerking van de volgende categorieën van persoonsgegevens betreffen:
  1° de identificatie- en contactgegevens van de personen die namens de aanvragers de aanvraag indienen;
  2° de identificatie-, adres- en contactgegevens van de zelfstandige ondernemingen natuurlijk persoon die de premie aanvragen;
  3° de identificatiegegevens van de zelfstandige zaakvoerders van de aanvragers;
  4° de identificatiegegevens en gegevens betreffende de sociale zekerheidssituatie van de begunstigden van het overbruggingsrecht voor maart of april 2020;
  5° de gegevens betreffende strafrechtelijke en administratieve sancties en feiten van de aanvragers en begunstigden bedoeld in artikel 4, 1°.
  In het kader van het beheer en de controle van de aanvragen, is BEW gemachtigd om het rijksregisternummer te gebruiken, in overeenstemming met artikel 8, § 1, lid 3, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  § 2. BEW is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens bedoeld in § 1.
  BEW kan de persoonsgegevens, en andere gegevens, bekomen van de aanvrager of van een andere overheidsinstantie.
  § 3. De maximale bewaringstermijn voor persoonsgegevens die op grond van deze bepaling worden verwerkt, bedraagt drie jaar, behalve voor persoonsgegevens die eventueel nodig zouden zijn voor de behandeling van geschillen met de steunaanvrager, gedurende de tijd die nodig is om dergelijke geschillen te behandelen.

  HOOFDSTUK 4. - Controle en terugbetaling van de steun

  Art. 9. De gewestelijke werkgelegenheidsinspecteurs van het bestuur als bedoeld in artikel 1, 4° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 juni 2016 houdende bepaling van de met het toezicht en de controle belaste overheden in werkgelegenheidsaangelegenheden en houdende nadere regels met betrekking tot de werking van deze overheden, worden belast met het toezicht op en de controle van de naleving van dit besluit.

  Art. 10. Deze inspecteurs voeren deze controle of dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze reglementeringen.

  Art. 11. De bepalingen van de ordonnantie van 8 oktober 2015 houdende algemene regels betreffende de inhouding, de terugvordering en de niet-vereffening van subsidies op het vlak van werkgelegenheid en economie alsook de uitvoeringsmaatregelen ervan gelden voor de door dit besluit ingevoerde steun.

  HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen

  Art. 12. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 13. De minister bevoegd voor Werk wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGE.

  Art. N. - Activiteiten die in aanmerking komen voor de steun
  

  
NACE BEL 2008 codeBeschrijving
14110Vervaardiging van kleding van leer
14120Vervaardiging van werkkleding
14130Vervaardiging van andere bovenkleding
14140Vervaardiging van onderkleding
14191Vervaardiging van hoeden en petten
14199Vervaardiging van andere kleding en toebehoren, n.e.g.
14200Vervaardiging van artikelen van bont
14310Vervaardiging van gebreide en gehaakte kousen en sokken
14390Vervaardiging van andere gebreide en gehaakte kleding
15110Looien en bereiden van leer; bereiden en verven van bont
15120Vervaardiging van koffers, tassen en dergelijke en van zadel- en tuigmakerswerk
15200Vervaardiging van schoeisel
16292Vervaardiging van artikelen van kurk, riet of vlechtwerk
18110Krantendrukkerijen
18120Overige drukkerijen
18130Prepress- en premediadiensten
18140Binderijen en aanverwante diensten
18200Reproductie van opgenomen media
27402Vervaardiging van verlichtingsapparaten
32121Bewerken van diamant
32122Bewerken van edelstenen (m.u.v. diamant) en van halfedelstenen
32123Vervaardiging van sieraden
32124Vervaardiging van edelsmeedwerk
32129Vervaardiging van overige artikelen van edele metalen
32130Vervaardiging van imitatiesieraden en dergelijke artikelen
32200Vervaardiging van muziekinstrumenten
58110Uitgeverijen van boeken
58130Uitgeverijen van kranten
58140Uitgeverijen van tijdschriften
58190Overige uitgeverijen
58210Uitgeverijen van computerspellen
59111Productie van bioscoopfilms
59112Productie van televisiefilms
59113Productie van films, m.u.v. bioscoop- en televisiefilms
59114Productie van televisieprogramma's
59120Activiteiten in verband met films en video- en televisieprogramma's na de productie
59130Distributie van films en video- en televisieprogramma's
59140Vertoning van films
59201Maken van geluidsopnamen
59202Geluidsopnamestudio's
59203Uitgeverijen van muziekopnamen
59209Overige diensten in verband met het maken van geluidsopnamen
60100Uitzenden van radioprogramma's
60200Programmeren en uitzenden van televisieprogramma's
74101Ontwerpen van textielpatronen, kleding, juwelen, meubels en decoratieartikelen
74102Activiteiten van industriële designers
74103Activiteiten van grafische designers
74104Activiteiten van interieurdecorateurs
74105Activiteiten van decorateur-etalagisten
74109Overige activiteiten van gespecialiseerde designers
74201Activiteiten van fotografen, met uitzondering van persfotografen
74209Overige fotografische activiteiten
77294Verhuur en lease van textiel, kleding, sieraden en schoeisel
90011Beoefening van uitvoerende kunsten door zelfstandig werkende artiesten
90012Beoefening van uitvoerende kunsten door artistieke ensembles
90021Promotie en organisatie van uitvoerende kunstevenementen
90022Ontwerp en bouw van podia
90023Gespecialiseerde beeld-, verlichtings- en geluidstechnieken
90029Overige ondersteunende activiteiten voor de uitvoerende kunsten
90031Scheppende kunsten, m.u.v. ondersteunende diensten
90032Ondersteunende activiteiten voor scheppende kunsten
90041Exploitatie van schouwburgen, concertzalen en dergelijke
90042Exploitatie van culturele centra en multifunctionele zalen ten behoeve van culturele activiteiten
91011Bibliotheken,mediatheken en ludotheken
91012Openbare archieven
91020Musea
91030Exploitatie van monumenten en dergelijke toeristenattracties


  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 18 juni 2020.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering:
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
R. VERVOORT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Werk,
B. CLERFAYT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19, artikel 2, § 1;
   Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting, gegeven op 27 mei 2020;
   Gelet op de hoogdringendheid; dat de federale overheid op 18 maart 2020 immers maatregelen heeft getroffen om de verdere verspreiding van het COVID-19-virus in te dijken, waarvan de economische en sociale gevolgen het voortbestaan op zeer korte termijn van creatieve en culturele instellingen zonder winstoogmerk in het gedrang brengen;
   Overwegende dat de huidige en toekomstige maatregelen die worden genomen om de verspreiding van het virus onder de bevolking te beperken, niet enkel gedurende de verbodsperiode maar ook tijdens de weken erna, uiteraard een hele reeks activiteiten zullen belemmeren, de toegang tot of het bezoek aan locaties aanzienlijk zullen beperken en de voorbereiding van werken of activiteiten zullen verhinderen;
   Dat het past maatregelen te treffen om het voortbestaan van actoren te garanderen die culturele of creatieve activiteiten met een rechtstreeks of onrechtstreeks doel van algemeen belang verrichten;
   Dat deze ongunstige gevolgen op zeer korte termijn zullen worden gevoeld, zodat de noodmaatregel onverwijld uitwerking moet krijgen;
   Dat de steunmaatregel zo snel mogelijk moet worden uitbetaald; een spoedbehandeling is bijgevolg gerechtvaardigd;
   Gelet op het advies 67.554/1van de Raad van State, gegeven op 12 juni 2020, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Werk;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE REGERING
   Ter attentie van de leden van de Regering,
   De maatregelen afgekondigd door de federale overheid op 18 maart 2020 om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, houden in dat de levensvatbaarheid van culturele en creatieve organisaties zonder winstoogmerk op zeer korte termijn wordt bedreigd door de economische en sociale gevolgen van deze maatregelen.
   Hoewel de huidige crisis de economie in haar geheel treft, is de creatieve en culturele sector een van de zwaarst getroffen sectoren. Dit komt enerzijds door de beslissing van de Nationale Veiligheidsraad om alle culturele en recreatieve activiteiten te verbieden. Anderzijds hebben sommige structuren aanzienlijke verliezen geleden zonder de uitzonderlijke steunmaatregelen te kunnen genieten die door de verschillende machtsniveaus tot dusver werden ingevoerd in het kader van deze crisis.
   Op dit moment hebben Brusselse organisaties zonder winstoogmerk met een culturele en creatieve strekking nog geen steun van de overheid kunnen genieten. Voorgesteld wordt uit te gaan van het principe dat alle structuren met winstoogmerk in moeilijkheden reeds gebruik zouden maken van de bestaande uitzonderlijke premies.
   Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mag deze creatieve en culturele sector niet latten vallen want de menselijke, sociale, culturele en economische bijdrage ervan is noodzakelijk voor de stedelijke, sociale, culturele en economische ontwikkeling van ons Gewest. Het is noodzakelijk dat het Gewest bijzondere aandacht schenkt aan de creatieve en culturele sectoren die actief zijn op haar grondgebied.
   Om deze sector in stand te kunnen houden, moet snel worden opgetreden. Dit besluit beoogt daarom de invoering van een eenmalige premie van 2.000 euro voor culturele en creatieve organisaties zonder winstoogmerk.
   Deze steun wordt beperkt tot de organisaties die niet van een reeds door de Regering of door een ander machtsniveau voorziene steun gebruik hebben kunnen maken.
   De potentiële begunstigden zullen de premie kunnen genieten op voorwaarde dat ze beschikken over ten minste één exploitatiezetel op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Per begunstigde wordt slechts één premie toegekend.
   Het is bovendien noodzakelijk dat in de statuten van de begunstigde vermeld wordt dat de activiteiten zonder winstoogmerk werden verdergezet en dat in de op 31 december 2019 afgesloten balans geen overgedragen winsten of niet-toegewezen reserves van meer dan 2000 euro worden vermeld.
   Omwille van de leesbaarheid zijn de betrokken sectoren die in aanmerking komen voor de steun opgesomd in de bij het besluit gevoegde bijlage en zijn gebaseerd op de NACEBEL 2008-codes.
   Tot slot wordt de steun beperkt tot de organisaties die niet meer dan vijf voltijdse equivalenten tewerkstellen.
   Er worden verschillende uitsluitingsgronden ingevoerd. In dit verband kan bijvoorbeeld geen aanspraak worden gemaakt op de toekenning van de steun door organisaties die zijn bestraft wegens niet-naleving van artikel 10 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 tot vaststelling van de dringende maatregelen die werden genomen om de verspreiding van het
   COVID-19-virus te beperken of nog door organisaties die een faillissements- of vereffeningsprocedure hebben aangevat of hun activiteiten hebben stopgezet.
   Rekening houdend met het grote aantal potentiële begunstigden, zijn de procedures voor het aanvragen, verlenen en afbetalen van de steun gebaseerd op de procedures die reeds zijn ingevoerd in het kader van reeds toegekende premies op het gebied van werkgelegenheid en economie.
   Omwille van efficiëntie en administratieve vereenvoudiging zal daarom de voorkeur worden gegeven aan een volledig elektronische procedure om een vlotte verwerking van de dossiers te garanderen. Op deze manier kan het aantal automatische controles worden gemaximaliseerd, wat zowel de begunstigde als BEW veel tijd zal besparen.
   Ten slotte zijn er ook maatregelen getroffen voor de controle op en de terugbetaling van de steun, zodat de arbeidsinspecteurs van BEW kunnen toezien op de naleving van de toekenning van deze steun overeenkomstig de toepasselijke regelgeving.
   De minister van Begroting heeft op 27 mei 2020 zijn goedkeuring gehecht aan het ontwerp.
   Op 12 juni 2020, heeft de Raad van State over onderhavig ontwerpbesluit een spoedadvies verleend binnen 5 werkdagen. Dit advies met referentienummer 67.554/1 is in al zijn aanbevelingen in aanmerking genomen. Het kon niet bij dit verslag worden gevoegd omdat het slechts in een voorlopige, eentalige versie beschikbaar was.
   De Raad van State heeft een reeks opmerkingen gemaakt met betrekking tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wat betreft het ontwerpbesluit.
   In casu is de Raad van State van oordeel dat het voorgestelde ontwerpbesluit in zijn huidige vorm niet kan worden beschouwd als behorend tot de bevoegdheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Op grond waarvan de Raad van State, afdeling wetgeving, heeft nagelaten het ontwerp van bijzonderenmachtenbesluit te onderzoeken.
   In zijn advies onderzoekt de Raad van State de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de bevoegdheden die hem zijn overgedragen op het gebied van het economisch en tewerkstellingsbeleid zoals voorzien in artikel 6, § 1, VI, 1 ° en IX van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen alsook in culturele aangelegenheden zoals voorzien in artikel 4bis, 3°, van de bijzondere wet van 12 januari 1989.
   1. Economisch beleid
   Wat het economisch beleid betreft, is de Raad van State van oordeel dat, aangezien de begunstigden waarop de voorgenomen maatregel is gericht, in hun statuten een sociaal oogmerk hebben dat niet van economische en commerciële aard is en ze daardoor niet kunnen optreden als ondernemingen die een economische activiteit uitoefenen, de voorgenomen steunregeling niet onder de aan de gewesten overgedragen bevoegdheid kan vallen op het vlak van economisch beleid.
   Wat dit punt betreft en hoewel de auteurs van de wet niet de bedoeling hadden om de in artikel 6, § 1, paragraaf, VI, 1 ° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen voorziene bevoegdheid als grondslag te nemen, kan de Raad van State worden gevolgd aangezien de begunstigden van de voorgenomen steunregeling in hun statuten effectief een sociaal oogmerk dienen te hebben dat niet van economische en commerciële aard is.
   2. Culturele aangelegenheden
   Wat betreft de in de bijlage bij het ontwerpbesluit vermelde lijst met activiteiten, is de Raad van State in tweede instantie van mening dat de ontworpen regeling onder de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zou kunnen vallen inzake culturele aangelegenheden.
   In die zin bepaalt artikel 4bis, 3°, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, welk artikel is ingevoegd bij de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming, dat, onverminderd de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzake de culturele aangelegenheden bedoeld in artikel 127, § 1, eerste lid, 1°, van de Grondwet, en wat de schone kunsten, het cultureel patrimonium, de musea en de andere wetenschappelijk culturele instellingen bedoeld in artikel 4, 3°, en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 betreft, bevoegd is voor de biculturele aangelegenheden voor zover deze van gewestelijk belang zijn.
   Deze opmerking is aanvechtbaar aangezien tot dusver de organisaties met handelsactiviteiten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de structuren erkend door de Federatie Wallonië-Brussel baat hebben gehad bij de maatregelen die zijn genomen om de gevolgen van de COVID-19-pandemie te bestrijden. Brusselse non-profitorganisaties en uitzendkrachten uit de culturele sector konden van geen enkele steun gebruik maken. Vlaanderen van zijn kant sloot op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigde verenigingen uit en de voorwaarden voor de toekenning van het noodfonds van de Federatie Wallonië-Brussel hielden geen rekening met alle Brusselse organisaties. Dit betekent dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn creatieve en culturele sector moet steunen omdat de menselijke, sociale, culturele en economische bijdrage ervan noodzakelijk is voor de stedelijke, sociale, culturele en economische ontwikkeling van ons Gewest. Het Gewest moet daarom bijzondere aandacht besteden aan de creatieve en culturele sectoren die op zijn grondgebied actief zijn.
   Gelet op deze elementen moet dus worden benadrukt dat de voorgenomen steunregeling namelijk niet kan verzekeren dat haar rechtsgrondslag rechtstreeks valt onder de bevoegdheid inzake culturele aangelegenheden in de zin van artikel 4 van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen of in de zin van artikel 4bis, 3°, van de bijzondere wet van 12 januari 1989.
   In tegenstelling tot wat de Raad van State stelt, was het in eerste instantie niet de bedoeling van de auteurs om directe steun te verlenen aan de "cultuur op zich" maar eerder om steun te verlenen aan operatoren in de creatieve en culturele sector die actief zijn op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die geen steun hebben kunnen genieten van een ander machtsniveau.
   3. Tewerkstellingsbeleid
   Tot slot betwist de Raad van State dat voorliggend ontwerp een grondslag kan vinden in de gewestelijke bevoegdheid op het gebied van tewerkstellingsbeleid zoals voorzien in artikel 6, § 1, lid, IX van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Ter ondersteuning van de verklaringen wordt gewezen op een jurisprudentie van het Grondwettelijk Hof volgens dewelke "het tewerkstellingsbeleid veeleer is gericht op de werkzoekenden, ongeacht of zij al dan niet werkloos zijn, alsook op de programma's inzake de wedertewerkstelling van werklozen."
   Op dit punt kan de Raad van State niet gevolgd worden. Er dient te worden benadrukt dat het ontworpen besluit uitzonderlijke steun beoogt in te voeren in een even uitzonderlijke context, die tot doel heeft een sector te beschermen die aanzienlijke verliezen heeft geleden zonder de uitzonderlijke steun te kunnen genieten die tot dusver door de federale staat en andere machtsniveaus is voorzien in het kader van de COVID-19-pandemie. Door op deze manier te handelen wil het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de operatoren die zich met deze aangelegenheden bezighouden vrijwaren en dus ook de werkgelegenheid bij deze operatoren behouden.
   Er dient te worden benadrukt dat, volgens de laatste schattingen van de Nationale Bank van België, de effecten van de COVID-19-pandemie waarschijnlijk zullen leiden tot 186.000 extra werklozen. Op basis van de klassieke tendens van verdeling per gewest, namelijk 17% voor het Brussels Gewest, kan men stellen dat 31.620 extra werkzoekenden worden verwacht in 2020.
   Deze voorspellingen bevestigen het door View.brussels gemodelleerde scenario, dat schat dat er eind 2020 meer dan 30.000 niet-werkende werkzoekenden zullen zijn.
   Met meer dan 50% Brusselse werknemers is deze sector een grote tewerkstellingspool voor het Gewest. En de laatste jaren heeft de trend gezorgd voor het scheppen van arbeidsplaatsen.
   Uit de enquête van View.brussels blijkt dat deze sector het meest getroffen zou worden door de opheffing van de steunmaatregelen na juni 2020. Bovendien schatten de respondenten op deze enquête dat 47% van hun werknemers die tijdelijke werkloosheid genieten of hebben genoten zal overgaan op volledige werkloosheid. Ten slotte beschouwt bijna 30% van de bedrijven in de sector een faillissement als waarschijnlijk of zeer waarschijnlijk.
   Gelet op het bovenstaande kan er geen sprake zijn van het volgen van het advies van de Raad van State, aangezien het doel van de beoogde maatregel juist is om steun te verlenen aan de sector die het meest is blootgesteld aan het risico op verlies van werkgelegenheid.
   Door aldus anticiperend en preventief te handelen, beoogt de regering de toename van het aantal werkzoekenden te beperken, hetgeen, zoals de Raad van State benadrukt, de categorie is waarop het tewerkstellingsbeleid voornamelijk is gericht.
   Ter informatie van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
   
   De Minister van Werk,
   B. CLERFAYT

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie