J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2019/05/03/2019013365/justel

Titel
3 MEI 2019. - Decreet houdende de havenkapiteinsdienst

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 01-07-2019 nummer :   2019013365 bladzijde : 66529       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-05-03/36
Inwerkingtreding : 11-07-2019

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1999035415        1936050552        2004035825       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-23

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

  Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder:
  1° het decreet van 2 maart 1999: het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;
  2° havenbedrijf: een havenbedrijf als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999;
  3° havengebied: een havengebied als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 2 maart 1999;
  4° havenpolitieverordening: een door het havenbedrijf uitgevaardigd reglement van bijzondere administratieve politie inzake de goederenbehandeling en opslag, het in- en ontschepen van passagiers, de toegankelijkheid en de verkeersafwikkeling in het havengebied, en de vrijwaring van het milieu en de veiligheid van het havengebied;
  5° gezagvoerder: elke persoon aan wie het bevel over het vervoermiddel is toevertrouwd of die het feitelijke bevel voert;
  6° vervoermiddel: elk bemand of onbemand vaar- of voertuig over land, te water of in de lucht dat zich al dan niet op eigen krachten kan verplaatsen;
  7° lading: de vracht die door middel van een vervoermiddel wordt verplaatst, met inbegrip van het eventuele toebehoren en de verpakking.

  Art. 3. Dit decreet is van toepassing op de havenkapiteinsdienst die ressorteert onder een havenbedrijf.

  Art. 4. De havenkapiteinsdienst is belast met het nemen van alle maatregelen ter vrijwaring van de openbare orde, de rust, de veiligheid van de exploitatie van de haven en het milieu in het havengebied. De havenkapiteinsdienst houdt toezicht op en handhaaft de havenpolitieverordeningen.
  Het havenbedrijf legt de havenpolitieverordeningen ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. Het besluit van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring of weigering van de havenpolitieverordeningen wordt genomen binnen negentig dagen na ontvangst van het verzoek tot goedkeuring. Als binnen die termijn geen beslissing is genomen, wordt de goedkeuring geacht te zijn verworven. Nadat de goedkeuring is verworven of wordt geacht te zijn verworven, laat het havenbedrijf de vaststelling van havenpolitieverordeningen in het Belgisch Staatsblad bekendmaken. De havenpolitieverordeningen treden in werking op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
  Het havenbedrijf bepaalt de betrokkenheid van de havenkapiteinsdienst bij de uitoefening van de havenbestuurlijke bevoegdheden, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, die niet behoren tot de bijzondere administratieve politie in het havengebied.

  Art. 5. Het havenbedrijf bepaalt de werking van de havenkapiteinsdienst.
  Een havenbedrijf kan met andere instanties een overeenkomst sluiten met betrekking tot de samenwerking bij de uitvoering van politionele taken, onder meer wat de geografische afbakening van hun bevoegdheden of taakverdeling betreft. Een dergelijke overeenkomst, die in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd, heeft bindende kracht ten aanzien van derden.

  Art. 6. De personeelsleden van de havenkapiteinsdienst aan wie politionele bevoegdheden zijn toegekend, kunnen zowel statutaire als contractuele personeelsleden zijn.

  Art. 7. In het kader van de activiteiten, vermeld in artikel 4, eerste lid, treden de personeelsleden van het havenbedrijf die behoren tot de havenkapiteinsdienst, onafhankelijk van het havenbedrijf op.

  Art. 8. Indien in het kader van een activiteit als vermeld in artikel 4, eerste lid, door een handeling, door een beslissing of door verzuim van een personeelslid van het havenbedrijf dat behoort tot de havenkapiteinsdienst, schade is veroorzaakt, is dat personeelslid niet aansprakelijk, tenzij opzet of grove schuld van het betrokken personeelslid kan worden aangetoond.
  Het personeelslid is tot het vergoeden van de door zijn grove schuld of opzet veroorzaakte schade slechts gehouden tot een beperkt bedrag per schadeverwekkende gebeurtenis. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag, zonder dat dit hoger mag zijn dan 10.000 euro per schadeverwekkende gebeurtenis.

  Art. 9. Elke havenkapiteinsdienst staat onder het gezag en de leiding van een of meer havenkapiteins, eventueel bijgestaan in hun ambtsplichten door havenluitenants, haveninspecteurs en havenagenten. Het havenbedrijf legt de functies vast die door personeelsleden met de rang van havenluitenant, haveninspecteur of havenagent moeten worden bekleed.
  Als verschillende havenkapiteins benoemd of aangesteld zijn, wijst het havenbedrijf de havenkapitein aan, aan wie de andere havenkapiteins ondergeschikt zijn.

  Art. 10. § 1. De havenkapiteins zijn bevoegd om ter uitvoering van de havenpolitieverordeningen bevelen te geven, inbreuken vast te stellen en er proces-verbaal van op te stellen.
  Ze worden door het havenbedrijf benoemd of aangeworven, en ontslagen of uit hun functie ontheven. De beslissing van een havenbedrijf om een havenkapitein te ontslaan of uit zijn functie te ontheffen, is onderworpen aan de goedkeuring van de Vlaamse Regering. In afwachting van de goedkeuring daarvan wordt de havenkapitein tijdelijk uit zijn functie ontheven. Het besluit van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring of weigering van ontslag of ontheffing uit de functie wordt genomen binnen negentig kalenderdagen na de ontvangst van het per aangetekende brief verstuurde verzoek tot goedkeuring van het ontslag of de ontheffing uit de functie. Als de Vlaamse Regering binnen die termijn geen beslissing heeft genomen, wordt de goedkeuring geacht te zijn verworven en is het ontslag of de ontheffing uit de functie definitief. Als de Vlaamse Regering het ontslag of de ontheffing uit de functie heeft goedgekeurd of als de termijn van negentig dagen is verstreken zonder dat de Vlaamse Regering een beslissing heeft genomen, gaat dat ontslag of die ontheffing uit de functie in op de datum van de beslissing van het havenbedrijf.
  De vereiste van een beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in het -tweede lid, vindt evenwel geen toepassing indien het gaat om een personeelslid dat in dienst is genomen met een arbeidsovereenkomst en ten aanzien van wie het havenbedrijf zich gehouden ziet tot een ontslag om dringende reden.
  § 2. Naast de bijzondere politiebevoegdheden, vermeld in artikel 4, eerste lid, en onverminderd de ambtsplichten die aan alle andere bevoegde officieren en agenten van gerechtelijke politie zijn opgelegd, kunnen de havenkapiteins de overtredingen van alle andere wetten en reglementen dan die, vermeld in artikel 4, eerste lid, alsmede alle andere misdrijven binnen het havengebied, opsporen, vaststellen en er proces-verbaal van opstellen.
  § 3. De havenkapiteins zijn, in de uitoefening van hun ambtsplichten, officieren van gerechtelijke politie, hulpofficieren van de procureur des Konings.
  § 4. Om benoemd te worden tot of aangeworven te worden als havenkapitein moet de kandidaat voldoen aan één van de volgende voorwaarden:
  1° houder zijn of geweest zijn van een STCW'95-certificaat van master voor zeeschepen met een brutotonnage van 3000 of meer, en houder zijn van een bachelor- of masterdiploma in de nautische wetenschappen;
  2° houder zijn van een brevet van kapitein ter lange omvaart;
  3° houder zijn van een diploma van licentiaat of master in de nautische wetenschappen, ten minste 24 maanden effectieve vaart verricht hebben als hoofd van de wacht op zeeschepen met een brutotonnage van 3000 of meer, en gedurende ten minste drie jaar een door het havenbedrijf als relevant omschreven ambt hebben uitgeoefend;
  4° officier zijn of geweest zijn bij de marine, ten minste 24 maanden effectieve vaart verricht hebben op zeeschepen met een brutotonnage van 3000 of meer en er een functie hebben uitgeoefend die direct betrekking had op het vaarwezen of de veiligheid van het schip in effectieve vaart.
  Alvorens in dienst te treden leggen de havenkapiteins de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg.
  § 5. Het havenbedrijf bepaalt de tuchtstraffen of sancties voor een havenkapitein. Het havenbedrijf kan tuchtstraffen of sancties, met uitzondering van ontslag of ontheffing uit de functie met toepassing van artikel 10, § 1, wegens een fout die werd begaan in de uitoefening van het ambt van gerechtelijke politie, alleen opleggen na een advies van de procureur-generaal dat het voorstel van het havenbedrijf daartoe goedkeurt.

  Art. 11. Voor zover de aard en de uitgebreidheid van de bevoegdheden van de havenkapiteinsdienst dat vereisen, kan het havenbedrijf havenluitenants aanwerven of benoemen. De havenluitenants werken onder het gezag van een havenkapitein. Ze staan de havenkapitein bij in al zijn ambtsplichten. Ze brengen over alle vastgestelde misdrijven verslag uit bij de havenkapitein, die proces-verbaal opmaakt.

  Art. 12. Voor zover de aard en de uitgebreidheid van de bevoegdheden van de havenkapiteinsdienst dat vereisen, kan het havenbedrijf haveninspecteurs aanwerven of benoemen. De beslissing van een havenbedrijf om een haveninspecteur te ontslaan of uit zijn functie te ontheffen is onderworpen aan het advies van de havenkapitein die de leiding heeft over de havenkapiteinsdienst.
  De haveninspecteurs werken onder het gezag van een havenkapitein. Ze zijn bevoegd om ter uitvoering van de havenpolitieverordeningen bevelen te geven, inbreuken vast te stellen en er proces-verbaal van op te stellen.
  De haveninspecteurs zijn in de uitoefening van hun ambtsplichten in het kader van artikel 4, eerste lid, officieren van gerechtelijke politie.
  Om benoemd te worden tot of aangeworven te worden als haveninspecteur moet de kandidaat houder zijn van een master- of licentiaatsdiploma, of gedurende ten minste vijf jaar een door het havenbedrijf als relevant omschreven functie hebben uitgeoefend.
  Alvorens in dienst te treden leggen de haveninspecteurs de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg.
  De haveninspecteurs brengen over alle andere misdrijven dan die, vermeld in artikel 4, eerste lid, verslag uit bij de havenkapitein, die proces-verbaal kan opmaken.

  Art. 13. § 1. Voor zover de aard en de uitgebreidheid van de bevoegdheden van de havenkapiteinsdienst dat vereisen, kan het havenbedrijf havenagenten aanwerven of benoemen. De beslissing van een havenbedrijf om een havenagent te ontslaan of uit zijn functie te ontheffen is onderworpen aan het advies van de havenkapitein die de leiding heeft over de havenkapiteinsdienst. De havenagenten werken onder het gezag van een havenkapitein of een haveninspecteur.
  Alvorens in dienst te treden leggen de havenagenten de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg.
  § 2. De havenagenten zijn bevoegd om ter uitvoering van de havenpolitieverordeningen bevelen te geven, inbreuken vast te stellen en er proces-verbaal van op te stellen. Die politiebevoegdheid is beperkt tot het domein van de taakomschrijving die het havenbedrijf voor de havenagent heeft opgesteld.
  § 3. De havenagenten kunnen het vervoermiddel waarvan een overtreder vermoedelijk gebruik heeft gemaakt, aanhouden tot de tussenkomst van een havenkapitein of een haveninspecteur, die ze onmiddellijk op de hoogte brengen. Het vervoermiddel kan vervolgens onder de voorwaarden, vermeld in artikel 18, worden doorzocht.

  Art. 14. De processen-verbaal die de leden van de havenkapiteinsdienst, vermeld in artikel 10, 12 en 13, hebben opgemaakt, worden op de havenkapiteinsdienst geregistreerd en ter beschikking gesteld van de procureur des Konings. De processen-verbaal gelden tot bewijs van het tegendeel.
  De vaststellingen, gesteund op materiële bewijsmiddelen die door onbemande, automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet bewezen is, als het gaat om overtredingen van dit decreet. Als een overtreding werd vastgesteld door onbemande, automatisch werkende toestellen, wordt er melding van gemaakt in het proces-verbaal.

  Art. 15. Eenieder die een schending begaat van een louter administratieve verplichting, vervat in de havenpolitieverordening, wordt gestraft met een geldboete van 25 euro tot 1000 euro. De havenpolitieverordening bepaalt welke van haar voorschriften een administratieve verplichting inhouden.
  Eenieder die een uitdrukkelijk bevel van een havenkapitein, een haveninspecteur of een havenagent negeert, ofwel mondeling ofwel door middel van seinen, wordt gestraft met een geldboete van 50 euro tot 2500 euro.
  Andere opzettelijke of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid gepleegde gedragingen die in strijd zijn met de havenpolitieverordeningen, worden gestraft met een geldboete van 125 tot 25.000 euro.
  Als de gedragingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, de veiligheid, het milieu of de exploitatie van de haven in het gedrang brengen of kunnen brengen, worden ze gestraft met een geldboete van 250 euro tot 50.000 euro.
  In geval van herhaling van hetzelfde misdrijf worden de minimale en maximale straffen, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, verdubbeld.

  Art. 16. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn zonder uitzondering toepasselijk op de misdrijven, vermeld in artikel 15.

  Art. 17. § 1. Als een misdrijf als vermeld in artikel 15, eerste of tweede lid, of als een inbreuk op de verordening voor het verkeer van havenvoertuigen als vermeld in artikel 14bis, § 4, eerste lid, 1°, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens werd vastgesteld, kan de havenkapitein, de haveninspecteur of de havenagent de overtreder voorstellen het bedrag van een door de Vlaamse Regering vastgestelde geldboete onmiddellijk te betalen.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die onmiddellijke inning, waaronder het bedrag voor onmiddellijke inning van de geldboete, in verhouding tot de aard, de omvang en de ernst van de inbreuk. Het bedrag voor onmiddellijke inning van de geldboete voor een individuele inbreuk bedraagt maximaal 1000 euro. De Vlaamse Regering bepaalt ook het maximumbedrag dat in het kader van een onmiddellijke inning kan worden betaald in geval van de eendaadse of meerdaadse samenloop van misdrijven.
  De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de overtreder die geldboete moet betalen en de wijze waarop die betaling kan gebeuren.
  § 2. Voor zover het gaat om een misdrijf als vermeld in artikel 15, derde of vierde lid, of een inbreuk op de verordening voor het verkeer van havenvoertuigen als vermeld in artikel 14bis, § 4, eerste lid, 2°, van het decreet van 2 maart 1999 of voor zover het gaat om een misdrijf of een samenloop van misdrijven waarvoor geen onmiddellijke inning van de geldboete met toepassing van paragraaf 1 kan worden voorgesteld, kan de havenkapitein het bedrag van de geldboete bepalen. Die geldboete mag niet meer bedragen dan het maximumbedrag van de geldboete, vermeld in artikel 15, derde, vierde of vijfde lid, verhoogd met de opdeciemen, en moet in verhouding staan tot de aard, de omvang en de ernst van het misdrijf. De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de overtreder de geldboete uiterlijk moet betalen en de wijze waarop die betaling kan gebeuren. De betalingstermijn die de Vlaamse Regering heeft vastgesteld, bedraagt ten minste vijftien dagen en ten hoogste drie maanden.
  § 3. Indien de overtreder met inachtneming van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, overgaat tot de betaling van de daarin vermelde som, heeft die betaling verval van strafvordering tot gevolg, behalve indien het openbaar ministerie binnen drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de betaling, de overtreder op de hoogte brengt van zijn voornemen om een andere straf te vorderen dan de geldboete die de havenkapitein, de haveninspecteur of de havenagent heeft opgelegd en onverminderd het recht dat de benadeelde partij heeft om voor het strafgerecht de vergoeding van de veroorzaakte schade te eisen.
  Het recht om aan de overtreder de betaling van een geldboete voor te stellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen, kan niet worden uitgeoefend als de zaak reeds bij de rechtbank aanhangig is gemaakt of als de onderzoeksrechter het instellen van een onderzoek heeft gevorderd.
  Indien de overtreder niet tijdig overgaat tot betaling, wordt hij geacht de geldboete niet te hebben aanvaard en is er geen verval van strafvordering.
  § 4. De overtreder kan bovendien verplicht worden een borg te stellen of een bepaalde som te storten als waarborg voor de eventuele invordering van de geldboeten en/of van de schadevergoedingen waartoe hij kan worden veroordeeld.
  Bij onmogelijkheid of weigering om aan die verplichting te voldoen kan het vervoermiddel waarmee de overtreding begaan werd, door de havenkapiteins aangehouden worden.
  In dat geval wordt de gezagvoerder, dan wel de eigenaar of beheerder van het aangehouden vervoermiddel schriftelijk op de hoogte gebracht van de reden van de weigering tot vertrek. Het risico en de kosten voor het vervoermiddel blijven tijdens de duur van de aanhouding ten laste van de overtreder. De aanhouding van het vervoermiddel wordt opgeheven nadat het bewijs geleverd werd dat de borg werd gesteld of de som die als waarborg moet worden gegeven, werd gestort en de eventuele bewaringskosten van het vervoermiddel betaald werden.
  § 5. Indien het openbaar ministerie de strafvordering instelt en dat leidt tot een veroordeling van de betrokkene, wordt de geheven of de gewaarborgde som voor de geldboetes toegerekend op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten en op de uitgesproken geldboete. Het eventuele overschot wordt terugbetaald. Het in voorkomend geval aangehouden vervoermiddel wordt vrijgegeven na betaling van de gerechtskosten en de uitgesproken geldboete, en nadat het bewijs geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het vervoermiddel betaald zijn.
  In geval van vrijspraak wordt de geheven som terugbetaald of wordt de gewaarborgde som voor de geldboetes vrijgegeven, en wordt het in voorkomend geval aangehouden vervoermiddel teruggegeven.
  In geval van voorwaardelijke veroordeling wordt de geheven som terugbetaald of wordt de gewaarborgde som voor de geldboetes vrijgegeven na aftrek van de gerechtskosten. Het in voorkomend geval aangehouden vervoermiddel wordt teruggegeven nadat de gerechtskosten betaald zijn en het bewijs geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald zijn.
  De gewaarborgde som voor de geldboetes of het in beslag genomen voertuig wordt opnieuw vrijgegeven nadat het openbaar ministerie beslist heeft geen vervolging in te stellen, of als de strafvordering vervallen of verjaard is.
  § 6. De havenkapiteins houden op expliciet verzoek van de betrokken instantie ook een vervoermiddel aan ten laste waarvan geldboeten of andere schuldvorderingen van de Vlaamse Gemeenschap, van het Vlaamse Gewest of van een havenbedrijf die niet deugdelijk werden gewaarborgd, zijn blijven bestaan. In dat geval wordt de gezagvoerder, dan wel de eigenaar of beheerder van het aangehouden vervoermiddel schriftelijk op de hoogte gebracht van de reden waarom het vervoermiddel niet mag vertrekken.

  Art. 18. § 1. De havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten mogen op elk moment een vervoermiddel en/of lading, alsook plaatsen in publieke en private gebouwen die zich binnen het havengebied bevinden, betreden, onderzoeken en verzegelen, op voorwaarde dat die plaatsen geen woning uitmaken in de zin van artikel 15 van de Grondwet en de bepalingen van het internationaal zeerecht worden nageleefd. Ze mogen daarbij het benodigde materiaal meenemen en in beslag nemen. Ze mogen hierbij geen afbreuk doen aan de uitoefening van overheidsdiensten, noch aan de vereisten inzake inbeslagname van domeingoederen.
  Zonder afbreuk te doen aan de regelgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer kunnen de havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten vaststellingen doen met audiovisuele middelen.
  Bij de uitoefening van hun rechten, vermeld in deze paragraaf, mogen de havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten zich laten bijstaan door personen die ze daartoe op grond van hun deskundigheid hebben aangewezen.
  De havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten mogen zich alle nodige inlichtingen en documenten doen verstrekken, en kunnen inzage vorderen van alle noodzakelijke documenten, stukken, titels en andere informatiedragers. Ze mogen zich die informatiedragers laten voorleggen op de plaats die ze zelf aanwijzen. Ze mogen van de documenten en informatiedragers een afschrift vragen of nemen, of die tegen ontvangstbewijs bij zich houden of meenemen voor de periode die vereist is om hun taken uit te voeren. Ze kunnen de identiteit van personen controleren, hen verhoren en alle nuttige vaststellingen doen.
  Eenieder die een vervoermiddel, lading of gebouw als in dit artikel vermeld onder zijn beheer heeft, is ertoe gehouden zijn medewerking te verlenen aan de havenkapiteins, haveninspecteurs en havenagenten.
  Voor zover dat noodzakelijk is voor het onderzoek mogen de havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten vervoermiddelen onderzoeken of laten onderzoeken, of voor onderzoek aanhouden, daartoe naar een bepaalde plaats overbrengen of het bevel geven om het vervoermiddel te lossen of te laden.
  Ze kunnen alle ladingen onderzoeken, met inbegrip van ladingen die zich op kades, op publieke of private haventerreinen, of in opslagplaatsen bevinden en die bestemd zijn voor of afkomstig zijn van vervoer.
  Ze kunnen zaken meten of laten meten en ze analyseren of laten analyseren. Ze kunnen verpakkingen openen, monsters nemen en zaken tegen ontvangstbewijs voor verder onderzoek meenemen voor de tijd die nodig is om hun taken uit te voeren. Ze kunnen de technische middelen en het personeel die nodig zijn om de monsterneming of het onderzoek uit te voeren, opvorderen van de houder van de te onderzoeken zaken of ladingen. Ze mogen gedurende de tijd die noodzakelijk is voor het onderzoek het vervoer, het gebruik en de verwerking van zaken verbieden.
  De monsternemingen, metingen, beproevingen en analyses worden uitgevoerd door de bevoegde personeelsleden van de havenkapiteinsdienst of door daartoe erkende laboratoria of deskundigen. Als er voor een specifieke monsterneming, meting, beproeving of analyse geen erkenning bestaat, wordt die monsterneming, meting, beproeving of analyse uitgevoerd door de bevoegde personeelsleden van de havenkapiteinsdienst of door de geaccrediteerde laboratoria, volgens een referentiemeetmethode of, bij gebrek daaraan, volgens een methode die de door de Vlaamse Regering daarvoor aangewezen instantie aanvaardt. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor het uitvoeren van monsternemingen, metingen, beproevingen en analyses. Ze kan de regels bepalen voor de erkenning van laboratoria en deskundigen. Ze kan tevens de voorwaarden bepalen waaraan bij gebruik van de erkenning moet worden voldaan.
  De analysemethoden die worden aanvaard, worden verondersteld wetenschappelijk geldig te zijn tot bewijs van het tegendeel. Er wordt van uitgegaan dat de bevoegde personeelsleden van de havenkapiteinsdienst en de erkende laboratoria of deskundigen de monsterneming, de analyses van monsters en de bewaarprocedures hebben uitgevoerd in overeenstemming met de geldende normen, tot bewijs van het tegendeel. Indien wordt aangetoond dat eventuele onregelmatigheden niet tot een afwijkend analyseresultaat hebben geleid, blijven de resultaten van de analyses geldig. Personen tegen wie de analyseresultaten worden ingeroepen, hebben het recht om binnen veertien dagen nadat ze van de analyseresultaten op de hoogte werden gebracht, een tweede monster te laten onderzoeken door een erkend laboratorium of een erkende deskundige van hun keuze.
  Als er op basis van het onderzoek een inbreuk wordt vastgesteld, zijn de overtreders ertoe gehouden de uitgaven van de havenkapiteinsdienst als gevolg van de onderzoeksdaden, vermeld in deze paragraaf, terug te betalen, zelfs indien op de vaststelling geen strafrechtelijke veroordeling volgt.
  Behoudens in geval van onredelijke belemmering van de normale handelsexploitatie kunnen de rechtsonderhorigen die aan de onderzoeksdaden of bevelen, vermeld in deze paragraaf, worden onderworpen, geen aanspraak maken op enige vorm van schadeloosstelling.
  § 2. In geval van een ongeval of als de veiligheid, het milieu of de exploitatie van de haven in het gedrang komt, kunnen de havenkapiteins en de haveninspecteurs, bijgestaan door de havenagenten, veiligheidsmaatregelen opleggen ten aanzien van een gezagvoerder, dan wel de eigenaar of beheerder van een vervoermiddel en/of de lading waarvoor de veiligheidsmaatregelen zich opdringen. Indien de gezagvoerder, dan wel de eigenaar of beheerder afwezig is of weigert mee te werken aan de veiligheidsmaatregelen die de havenkapiteins en haveninspecteurs hebben opgelegd, kunnen de maatregelen gedwongen uitgevoerd worden op risico en op kosten van de betrokken gezagvoerder, dan wel de eigenaar of beheerder. Het desbetreffende vervoermiddel en/of de lading kunnen geheel of gedeeltelijk op risico en op kosten van de voornoemde personen worden aangehouden zolang de gemaakte kosten niet werden terugbetaald of zolang geen door de havenkapiteinsdienst aanvaarde waarborg werd verstrekt die voldoende is voor de dekking van alle gemaakte kosten, met inbegrip van de bewaringskosten.

  Art. 19. In artikel 14 van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens wordt de zinsnede "havenkapiteindienst opgericht overeenkomstig de wettelijke regeling van 15 mei 1936 op de havenkapiteindiensten" vervangen door het woord "havenkapiteinsdienst".

  Art. 20. In artikel 14bis, paragraaf 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt de zin "De artikelen 13 en 14, eerste en tweede lid, van de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins gelden voor de inbreuken op de verordening, vermeld in paragraaf 1." vervangen door de zin "Inbreuken op de verordening, vermeld in paragraaf 1, behoren tot de bevoegdheid van de havenkapiteinsdienst.".

  Art. 21. In artikel 18bis van het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht, ingevoegd bij het decreet van 23 -december 2016, wordt de zin "De werking en de organisatie van de havenkapiteinsdienst worden geregeld door de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins." opgeheven.

  Art. 22. De havenpolitieverordeningen die bestaan op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, blijven geldig tot ze vervangen worden door een verordening die op basis van artikel 4, tweede lid, van dit decreet is vastgesteld.

  Art. 23. De wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins, gewijzigd bij de wet van 3 mei 1999, het decreet van 16 juni 2006 en het decreet van 27 mei 2011, wordt opgeheven voor wat het Vlaamse Gewest betreft.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 3 mei 2019.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn,
B. WEYTS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:
   Decreet houdende de havenkapiteinsdienst

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Zitting 2018-2019 Stukken: - Voorstel van decreet : 1908 - Nr. 1. - Verslag : 1908 - Nr. 2. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1908 - Nr. 3. Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 24 april 2019.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie