J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 9 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2017/07/18/2017204094/justel

Titel
18 JULI 2017. - Wet betreffende de oprichting van het statuut van nationale solidariteit, de toekenning van een herstelpensioen en de terugbetaling van medische zorg ingevolge daden van terrorisme
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-08-2017 en tekstbijwerking tot 08-02-2019)

Bron : SOCIALE ZEKERHEID.LANDSVERDEDIGING
Publicatie : 04-08-2017 nummer :   2017204094 bladzijde : 77667       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2017-07-18/07
Inwerkingtreding : 22-03-2016

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1921081901        1954031513        1985021108       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Definities
Art. 2
HOOFDSTUK 3. - Toepassingsgebied
Art. 3-4
HOOFDSTUK 4. - Toekenning van een herstelpensioen aan de rechtstreekse slachtoffers en aan hun rechthebbenden
Art. 5-9
HOOFDSTUK 5. - Terugbetaling van de medische zorg aan de slachtoffers
Art. 10-12
HOOFDSTUK 6. - Toekenning van het statuut van nationale solidariteit aan de slachtoffers van daden van terrorisme
Art. 13-17
HOOFDSTUK 7. - Procedure
Afdeling 1. - Het indienen van de aanvragen
Art. 18
Afdeling 2. - Het onderzoek van de aanvragen
Art. 19
Afdeling 3. - De herziening van de herstelpensioenen
Art. 20-23
Afdeling 4. - Bemiddelingsprocedure
Art. 24-25
Afdeling 5. - De uitbetaling van de herstelpensioenen
Art. 26
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994
Art. 27
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen
Art. 28
HOOFDSTUK 10. - Geschillen en beroepen
Art. 29
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
Art. 30-31
HOOFDSTUK 12. - Harmonisatie van de pensioenen voor de burgerlijke en militaire oorlogsslachtoffers
Art. 32-37
HOOFDSTUK 13. - Inwerkingtreding
Art. 38

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Definities

  Art. 2. In de zin van deze wet dient verstaan te worden onder :
  1° daad van terrorisme : een daad van terrorisme bedoeld in artikel 42bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen en zijn uitvoeringsbesluiten;
  2° schadelijk feit : de aantasting van de fysieke en/of psychische integriteit van een persoon die het rechtstreekse en noodzakelijke gevolg is van de in België of in het buitenland gepleegde daden van terrorisme;
  3° menselijke schade : de fysieke en/of psychische letsels, de verergering van letsels die vreemd zijn aan het schadelijke feit en het overlijden die het rechtstreekse en noodzakelijke gevolg zijn van het schadelijke feit;
  4° slachtoffer : de persoon die een vastgestelde menselijke schade heeft geleden;
  a) rechtstreeks slachtoffer : het slachtoffer dat zich op het ogenblik van de daad van terrorisme bevond op de plaats van de daad van terrorisme;
  b) onrechtstreeks slachtoffer : het slachtoffer dat ofwel een erfgerechtigde tot in de tweede graad van het rechtstreekse slachtoffer is in de zin van artikel 731 van het Burgerlijk Wetboek, ofwel een aanverwant tot in de tweede graad van het rechtstreekse slachtoffer is, alsook de persoon die op het ogenblijk van het schadelijke feit een duurzame affectieve band met het rechtstreekse slachtoffer kan bewijzen;
  5° rechthebbende :
  a) de overlevende echtgenoot of de overlevende wettelijk of feitelijk samenwonende partner van het rechtstreekse slachtoffer;
  b) de kinderen ten laste op het ogenblik van de daad van terrorisme van het rechtstreekse slachtoffer, overleden door de terroristische daad;
  6° feitelijk samenwonende partner: de persoon die voorafgaand aan het schadelijke feit op permanente en affectieve wijze samenwoont met het rechtstreekse slachtoffer, bij wie zij of hij zijn hoofdverblijfplaats heeft. Het bewijs van samenwoning en hoofdverblijfplaats wordt geleverd aan de hand van een uittreksel uit het bevolkingsregister;
  7° algemene wet: de wet van 15 maart 1954 betreffende de herstelpensioenen voor de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden;
  8° minister : de minister die bevoegd is voor de oorlogsslachtoffers;
  9° Directie-generaal Oorlogsslachtoffers : de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid;
  10° Gerechtelijk-geneeskundige dienst: de Gerechtelijk-geneeskundige dienst van het Bestuur van de medische expertise van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu;
  11° Commissie: de Commissie voor geneeskundige verzorging bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 19 september 1985 tot vaststelling van de wijze waarop de Staat door bemiddeling van het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oudstrijders en oorlogsslachtoffers voorziet in de kosteloze verzorging van de oorlogsinvaliden en gelijkgestelden, alsmede van de oorlogswezen.

  HOOFDSTUK 3. - Toepassingsgebied

  Art. 3.Deze wet is van toepassing indien het slachtoffer en zijn rechthebbenden de Belgische nationaliteit bezitten op de dag van het schadelijke feit en op het ogenblik van de beslissing van de toekenning van het statuut van nationale solidariteit of van het herstelpensioen.
  [1 Deze wet is]1 ook van toepassing op de slachtoffers en de rechthebbenden die de Belgische nationaliteit niet bezitten, maar die op het moment van het schadelijke feit hun gewone verblijfplaats in België hadden in de zin van artikel 4 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht.
  [1 Deze wet is ook van toepassing op de slachtoffers en de rechthebbenden die niet de Belgische nationaliteit bezitten en die niet hun gewone verblijfplaats in België hadden als bedoeld in het tweede lid. De Koning bepaalt de praktische nadere regels volgens dewelke de bepalingen van deze wet van toepassing zijn. De kosten voortvloeiend uit de toekenning van de financiële voordelen die voortkomen uit de toekenning van het statuut van nationale solidariteit aan de slachtoffers bedoeld bij het huidige lid, worden toegerekend op het Fonds bedoeld in de artikelen 28 en 42bis, vijfde lid, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen.
   Het in derde lid bedoelde slachtoffer kan bij voorrang het statuut en de bijkomende voordelen aanvragen bedoeld bij deze wet.
   Onverminderd het vierde lid, kunnen de in deze wet bedoelde voordelen niet worden gecumuleerd met een gelijkaardig solidariteitsmechanisme van de Staat van nationaliteit of van de gewone verblijfplaats indien het slachtoffer verkiest hierop een beroep te doen.]1
  ----------
  (1)<W 2019-01-15/13, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 22-03-2016>

  Art. 4. Deze wet is van toepassing op de slachtoffers van daden van terrorisme, met uitzondering van :
  1° de daders, de mededaders en de medeplichtigen van de daden van terrorisme;
  2° diegenen die naar aanleiding van een in Titel Iter van het Strafwetboek bedoeld misdrijf schade hebben berokkend aan een andere persoon.

  HOOFDSTUK 4. - Toekenning van een herstelpensioen aan de rechtstreekse slachtoffers en aan hun rechthebbenden

  Art. 5. Er wordt een herstelpensioen toegekend aan de rechtstreekse slachtoffers van daden van terrorisme die voldoen aan de in deze wet vastgestelde voorwaarden en aan wie ingevolge hun menselijke schade een invaliditeitsgraad van 10 % of meer werd toegekend. Het herstelpensioen wordt toegekend overeenkomstig de voorwaarden bepaald bij hoofdstuk II van de algemene wet, met uitzondering van de pensioenverhoging bedoeld in artikel 6, § 3 en § 3bis, van de algemene wet.
  Overlijdens van de rechtstreekse slachtoffers geven voor de rechthebbenden recht op de in de artikelen 12, § 1, 13, § 1, eerste lid, 14, 14bis, 17bis en 17ter van hoofdstuk II van de algemene wet bepaalde pensioenen en vergoedingen. De Koning bepaalt hoe de pensioenen en vergoedingen tussen de rechthebbenden worden verdeeld indien er meerdere rechthebbenden zijn.

  Art. 6. Het in artikel 5 bedoelde herstelpensioen vormt een residuaire schadeloosstelling : elke vergoeding waarop hetzelfde schadelijke feit recht geeft, wordt hierop in mindering gebracht, met uitzondering van de vergoeding die het gevolg is van een individuele verzekering.
  Indien het in de vorm van rente betaalde vergoedingen betreft, worden enkel de bedragen die vervallen na de datum waarop het genot van het herstelpensioen een aanvang neemt in mindering gebracht.
  Indien het een vergoeding in kapitaal betreft, wordt deze fictief in rente omgezet, aanvangend op de datum van de menselijke schade volgens de geldende barema's, en wordt de in het tweede lid bedoelde regel toegepast.
  De Staat wordt in de rechten en rechtsvorderingen die de slachtoffers of hun rechthebbenden kunnen uitoefenen ten gevolge van de geleden menselijke schade gesubrogeerd ten belope van de bedragen die werden betaald in uitvoering van deze wet.

  Art. 7. § 1. Ongeacht de leeftijd van het slachtoffer wordt de invaliditeitsgraad vijf jaar na de initiële beslissing tot toekenning van het herstelpensioen door de Gerechtelijk-geneeskundige dienst herzien. Deze termijn gaat in op de dag waarop deze beslissing uitvoerbaar wordt.
  De vijfjaarlijkse herziening is eveneens van toepassing op de slachtoffers waaraan de Gerechtelijk-geneeskundige dienst een invaliditeitsgraad van minder dan 10 % heeft toegekend.
  § 2. Wanneer het herstelpensioen wordt toegekend voor verschillende fysieke en/of psychische letsels waarover door verschillende beslissingen geoordeeld werd, geeft elk van deze beslissingen apart aanleiding tot een herziening binnen de bij de eerste paragraaf bepaalde termijn.
  § 3. Bij de vijfjaarlijkse herziening beslist de Gerechtelijk-geneeskundige dienst of de invaliditeit die aan een slachtoffer wordt toegekend blijvend is of een periodieke herziening noodzakelijk is. De Gerechtelijk-geneeskundige dienst legt de datum van de volgende herziening vast.
  § 4. Het medisch onderzoek waaraan het slachtoffer onderworpen wordt bij de herziening van het tijdelijke herstelpensioen, wordt uitgevoerd door andere artsen dan diegenen die de verzoeker tevoren onderzocht hebben.

  Art. 8. Het herstelpensioen gaat ten vroegste in op de eerste dag van de maand waarin het schadelijke feit zich voordoet of op de eerste dag van de maand waarin het slachtoffer overlijdt indien het een rechthebbende betreft, op voorwaarde dat er niet meer dan vierentwintig maanden verlopen zijn tussen de datum van het schadelijke feit of de datum van het overlijden van het slachtoffer enerzijds en de datum van de aanvraag van het herstelpensioen anderzijds.
  De termijn van vierentwintig maanden begint pas te lopen vanaf het moment dat het slachtoffer bij machte is zijn rechten uit te oefenen.
  Indien er meer dan vierentwintig maanden verlopen zijn tussen de datum van het schadelijke feit of de datum van het overlijden van het slachtoffer, enerzijds, en de datum van de aanvraag van het herstelpensioen, anderzijds, gaat het herstelpensioen ten vroegste in op de eerste dag van de maand waarin het herstelpensioen wordt aangevraagd.
  Op advies van de Gerechtelijk-geneeskundige dienst kan de minister een latere datum vaststellen in geval van een stijgende invaliditeitsschaal of een degressieve invaliditeitsschaal bepalen.

  Art. 9. In afwijking van artikel 8, wanneer het herstelpensioen betrekking heeft op een schadelijk feit dat zich voorgedaan heeft voor de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, gaat het herstelpensioen in op de eerste dag van de maand waarin het schadelijke feit zich voordoet of op de eerste dag van de maand waarin het slachtoffer overlijdt indien het een rechthebbende betreft, maar ten vroegste op de datum van inwerkingtreding van deze wet.

  HOOFDSTUK 5. - Terugbetaling van de medische zorg aan de slachtoffers

  Art. 10.§ 1. De rechtstreekse slachtoffers hebben recht op de terugbetaling van de medische, paramedische, farmaceutische en hospitalisatiekosten, orthopedische toestellen en protheses, benodigd door het schadelijke feit, onder dezelfde voorwaarden als deze die bepaald zijn ten voordele van de oorlogsinvaliden en gelijkgestelden in uitvoering van artikel 1 van de wet van 1 juli 1969 tot vaststelling van het recht van de oorlogsinvaliden en oorlogswezen op geneeskundige verzorging op kosten van de Staat.
  De Koning kan de nadere regels bepalen voor de terugbetaling van de in verband met gezondheidszorg betaalde reiskosten als gevolg van het schadelijke feit, wanneer het voordeel van het gratis openbaar vervoer slechts deels tegemoetkomt aan de behoeften van het slachtoffer.
  § 2. De rechtstreekse slachtoffers en de onrechtstreekse slachtoffers hebben recht op de terugbetaling van psychologische zorg, medische, paramedische, farmaceutische en hospitalisatiekosten benodigd door een schadelijk feit, onder dezelfde voorwaarden als deze die bepaald zijn ten voordele van de oorlogsinvaliden en gelijkgestelden in uitvoering van artikel 1 van de wet van 1 juli 1969 tot vaststelling van het recht van de oorlogsinvaliden en oorlogswezen op geneeskundige verzorging op kosten van de Staat, voor zover deze kosten verband houden met psychische en/of psychosomatische stoornissen die door het schadelijke feit worden veroorzaakt.
  § 3. De Koning kan bepalen welke bewijsstukken dienen te worden voorgelegd om deze terugbetalingen te verkrijgen.
  Voor de terugbetaling van psychologische zorg kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de maximumbedragen van tussenkomst, het aantal, de frequentie en de nadere regels van de voor terugbetaling toegelaten zorg bepalen.
  Als een slachtoffer een beroep moet doen op een niet geconventioneerde zorgverlener of als hem of haar een geneeskundige verstrekking moet worden verleend waarin niet is voorzien in de nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen, opgesteld in uitvoering van de wetgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, [1 kan de minister die bevoegd is voor Sociale Zaken, op advies van de Commissie, een terugbetaling toekennen die redelijkerwijs wordt vastgesteld met het oog op het herstel van het slachtoffer. Onder zijn verantwoordelijkheid en onder zijn toezicht kan de minister de door deze alinea toegekende bevoegdheden delegeren aan de administrateur-generaal van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.]1
  § 4. De identiteit van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde personen wordt door de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers meegedeeld aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en aan de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
  Indien de persoon aangesloten is bij een verzekeringsinstelling, deelt het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering zijn identiteit aan deze verzekeringsinstelling mee opdat die de door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen verschuldigde terugbetalingen kan toekennen.
  Indien de persoon bij geen enkele verzekeringsinstelling is aangesloten, maakt het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering deze informatie over aan de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, zodat die alle verschuldigde terugbetalingen rechtstreeks kan toekennen.
  § 5. De verzekeringsinstelling kent de tegemoetkomingen toe verschuldigd bij titel III van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Zij dient, voor rekening van haar lid, de nodige documenten in bij de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, zodat dit lid de aanvullende vergoedingen, toegekend conform de paragrafen 1, 2 en 3, kan verkrijgen.
  § 6. De bevoegdheden van de Commissie voor geneeskundige verzorging worden onverkort toepasselijk op de terugbetalingen bepaald bij dit artikel.
  § 7. De bij dit hoofdstuk bepaalde terugbetalingen worden residuaal toegekend: elke vergoeding waarop hetzelfde schadelijke feit recht geeft, wordt hierop in mindering gebracht, met uitzondering van de vergoeding die het gevolg is van een individuele verzekering.
  De bij dit hoofdstuk bepaalde terugbetalingen worden toegekend in afwachting dat de vergoeding waartoe hetzelfde schadelijke feit aanleiding geeft, effectief werd toegekend. De verzekeringsinstelling en de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering treden van rechtswege in de rechten van ten belope van slachtoffer, tot het bedrag van de krachtens dit hoofdstuk toegekende terugbetalingen.
  ----------
  (1)<W 2019-01-15/13, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 22-03-2016>

  Art. 11. Het recht op terugbetaling van de medische zorg gaat in op de datum van het schadelijke feit, maar ten vroegste op de datum van inwerkingtreding van deze wet.

  Art. 12. De bevoegdheid met betrekking tot de terugbetaling van de medische zorg wordt door de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering uitgeoefend.

  HOOFDSTUK 6. - Toekenning van het statuut van nationale solidariteit aan de slachtoffers van daden van terrorisme

  Art. 13. Er wordt een statuut van nationale solidariteit gecreëerd voor de slachtoffers van daden van terrorisme.
  Dit statuut wordt toegekend aan de slachtoffers.

  Art. 14. Het statuut van nationale solidariteit wordt ten persoonlijke titel toegekend.
  Het statuut van nationale solidariteit kan ook postuum worden toegekend aan een rechtstreeks slachtoffer overleden als gevolg van een daad van terrorisme.

  Art. 15. Voor de toekenning van het statuut van nationale solidariteit oordeelt de minister op stukken.

  Art. 16. Elke beslissing om het statuut van nationale solidariteit toe te kennen, leidt tot de uitreiking van een kaart van nationale solidariteit waarvan de Koning het model bepaalt.

  Art. 17. De slachtoffers aan wie het statuut van nationale solidariteit wordt verleend, worden betrokken bij het eerbetoon dat het Rijk hun betuigt.
  De Koning bepaalt de nadere toepassingsregels van dit artikel.

  HOOFDSTUK 7. - Procedure

  Afdeling 1. - Het indienen van de aanvragen

  Art. 18. § 1. De aanvragen voor de toekenning van het statuut van nationale solidariteit en de aanvragen van het herstelpensioen ingevolge deze wet worden ingediend bij de Commissie voor de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders.
  De Commissie voor de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders mag, in het kader van de toepassing van deze wet, alle gegevens bedoeld in de artikelen 34 tot 34ter van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, aan de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers meedelen.
  De aanvraag van het herstelpensioen ingevolge deze wet houdt automatisch de aanvraag voor de toekenning van het statuut van nationale solidariteit in.
  § 2. De aanvraag, ondertekend door het slachtoffer of zijn rechthebbende, vermeldt :
  1° de precieze omschrijving van het schadelijke feit en de plaats en de datum ervan;
  2° de omstandigheden waarin de menselijke schade zich voorgedaan heeft;
  3° de beschrijving van de geleden menselijke schade.
  Bij de aanvraag worden alle nuttige bewijsstukken gevoegd.
  De verzoeker bewijst met alle mogelijke rechtsmiddelen dat hij voldoet aan de in deze wet bepaalde voorwaarden. De Koning bepaalt de nadere toepassingsregels van dit lid.

  Afdeling 2. - Het onderzoek van de aanvragen

  Art. 19. § 1. De aanvragen van het herstelpensioen voor rechtstreekse slachtoffers worden door de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers onderzocht.
  Wanneer de aanvraag van meet af aan klaarblijkelijk niet ontvankelijk of ongegrond blijkt, verwerpt de minister deze aanvraag op voorstel van de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers zonder dat de tussenkomst van de Gerechtelijk-geneeskundige dienst gevraagd wordt. In de andere gevallen onderwerpt de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers de verzoeker van ambtswege aan een geneeskundig onderzoek door de Gerechtelijk-geneeskundige dienst.
  Wanneer de schade bestaat uit fysieke en/of psychische letsels of in de verergering ervan, bepaalt de Gerechtelijk-geneeskundige dienst ervan :
  1° de etiologie en de pathogenie;
  2° het geneeskundig oorzakelijk verband;
  3° de graad en de duur van de invaliditeit voortvloeiend uit de menselijke schade.
  De minister beslist, op voorstel van de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers, of het herstelpensioen toegekend wordt. In voorkomend geval vermeldt het voorstel welke invaliditeitsgraad moet worden verleend op grond van het verslag van het geneeskundig onderzoek.
  § 2. De aanvragen van een herstelpensioen voor de rechthebbenden worden door de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers onderzocht.
  Wanneer de aanvraag van meet af aan klaarblijkelijk niet ontvankelijk of ongegrond blijkt, stelt de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers aan de minister voor om de aanvraag af te wijzen, zonder dat de tussenkomst van de Gerechtelijk-geneeskundige dienst gevraagd wordt.
  Zo de aanvraag ontvankelijk en gegrond is en indien blijkt uit de gegevens van het dossier dat er sprake is van een schadelijk feit en het overlijden het rechtstreekse en noodzakelijke gevolg is van het schadelijke feit, kent de minister, op voorstel van de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers en zonder dat de tussenkomst van de Gerechtelijk-geneeskundige dienst wordt gevraagd, het herstelpensioen toe.
  Zo de aanvraag ontvankelijk en gegrond is en indien blijkt uit de gegevens van het dossier dat er sprake is van een schadelijk feit, maar dat het niet zeker is dat het overlijden het rechtstreekse en noodzakelijke gevolg is van het schadelijke feit, maakt de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers het dossier van de verzoeker aan de Gerechtelijk-geneeskundige dienst over.
  Bij een overlijden bepaalt de Gerechtelijk-geneeskundige dienst :
  1° de geneeskundig aanvaardbare oorzaken ervan;
  2° het geneeskundig oorzakelijk verband tussen de daad van terrorisme en het overlijden.
  Wanneer evenwel het overlijden voortvloeit uit een fysiek en/of psychisch letsel dat vooraf aanleiding heeft gegeven tot een herstelpensioen ten laste van de Staat krachtens deze wet, beperkt de taak van de Gerechtelijk-geneeskundige dienst zich ertoe het geneeskundig oorzakelijk verband tussen het fysiek en/of psychisch letsel en het overlijden te bepalen, alsmede de mate waarin het overlijden te wijten is aan het fysiek en/of psychisch letsel.
  De Directie-generaal Oorlogsslachtoffers legt aan de minister een voorstel van beslissing voor betreffende de toekenning van het herstelpensioen.
  § 3. Bij de in artikel 7 bedoelde vijfjaarlijkse herziening behoudt of verhoogt de minister het herstelpensioen zonder verdere procedure, overeenkomstig de besluiten van de Gerechtelijk-geneeskundige dienst.
  Zo daarentegen uit de besluiten van de Gerechtelijk-geneeskundige dienst blijkt dat het herstelpensioen zou moeten worden verminderd of opgeheven, legt de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers aan de minister een voorstel van beslissing voor.
  § 4. De Koning kan bijzondere toepassingsregels voor het onderzoek van de in dit artikel bedoelde aanvragen vastleggen.

  Afdeling 3. - De herziening van de herstelpensioenen

  Art. 20. § 1. Het rechtstreekse slachtoffer kan te allen tijde een aanvraag tot herziening indienen op grond van verergering, van verwikkeling of van naverschijnselen van fysieke en/of psychische letsels waarvoor een herstelpensioen werd toegekend.
  § 2. Onder dezelfde voorwaarden kunnen de herziening van hun geval aanvragen :
  1° zij die afgewezen werden omdat de invaliditeitsgraad onvoldoende was om een aanspraak op een herstelpensioen te rechtvaardigen of omdat het vastgestelde fysieke en/of psychische letsel, erkend als te wijten aan het schadelijke feit, geen invaliditeit tot gevolg had;
  2° zij die het genot van een tijdelijk herstelpensioen hebben verloren, omdat de invaliditeitsgraad niet meer het vereiste minimum bereikte.
  § 3. De aanvrager van de herziening wordt medisch alleen onderzocht op de kwalen of fysieke en/of psychische letsels te wijten aan het schadelijke feit waarvoor hij de herziening uitdrukkelijk aangevraagd heeft.
  § 4. De invaliditeitsgraad wordt niet herzien, tenzij uit het geneeskundig onderzoek blijkt dat de invaliditeit minstens 5 % meer bedraagt dan de voorheen erkende invaliditeitsgraad of dat de invaliditeitsgraad op 10 % of meer moet worden gebracht.
  § 5. Voor de toepassing van de paragrafen 3 en 4, wordt de nieuwe invaliditeitsgraad berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van de algemene wet en wordt de nieuwe invaliditeitsgraad eventueel afgerond op het onmiddellijk hogere veelvoud van 5, overeenkomstig artikel 6, § 1, of artikel 7, § 2, van de algemene wet.
  De procedure is deze die bepaald is bij artikel 19, § 3.
  § 6. De Koning kan bijzondere toepassingsregels voor het onderzoek van de in deze afdeling bedoelde aanvragen vastleggen.

  Art. 21. De aanvragen tot herziening worden ingediend bij de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers. Bij de aanvraag tot herziening wordt, op straffe van nietigheid, een omstandig geneeskundig attest gevoegd, dat de aard van de ingeroepen verergering, verwikkeling of naverschijnselen uiteenzet.
  De aanvraag tot herziening heeft uitwerking vanaf de eerste dag van de maand tijdens welke zij is ingediend.

  Art. 22. Wanneer in de invaliditeitsschaal bedoeld in artikel 7, § 1, van de algemene wet wijzigingen worden aangebracht, worden de uitvoerbare beslissingen die niet in overeenstemming zijn met die wijzigingen herzien, hetzij op initiatief van de minister, hetzij op aanvraag van de belanghebbende, ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de inwerkingtreding van de wijziging.
  De herzieningsbeslissing wordt door de minister genomen. Zij heeft uitwerking vanaf de eerste dag van het kwartaal dat volgt op datgene tijdens hetwelk de wijziging werd bekendgemaakt.
  Er wordt evenwel niet tot herziening overgegaan, indien deze een vermindering van de vroeger toegekende invaliditeitsgraad tot gevolg zou hebben.

  Art. 23. De uitvoerbare beslissingen, genomen door de minister krachtens de artikelen 19, 20 en 22, zijn voor herziening vatbaar, hetzij wegens dwaling omtrent het feit of het recht, hetzij ingevolge overlegging van nieuwe gegevens die een herziening rechtvaardigen.
  De herziening geschiedt hetzij op initiatief van de minister, hetzij op het verzoek van de belanghebbende, dat aan de minister wordt betekend. Behalve wanneer zij gegrond is op de overlegging van nieuwe gegevens, wordt de herziening, op straffe van verval, uitgelokt binnen een termijn van tien jaar, te rekenen van de dag waarop de beslissing uitvoerbaar is geworden.
  Wanneer de herziening geschiedt op initiatief van de minister, kan deze laatste bevelen dat de uitbetaling van de krachtens deze wet verleende herstelpensioenen, verhogingen en uitkeringen geheel of gedeeltelijk wordt geschorst.
  De herziening heeft uitwerking vanaf de eerste dag van de maand tijdens welke de aanvraag tot herziening werd ingediend. Zij kan echter, op een met redenen omklede beslissing, terugwerkende kracht hebben tot een vroegere datum :
  1° in geval van dwaling vanwege de overheid;
  2° in geval van bedrieglijke handelingen of van valse of willens en wetens onvolledige verklaringen vanwege de gerechtigden.
  De aan verzoekers ten onrechte uitgekeerde sommen zijn slechts terugvorderbaar in de in het vierde lid, 2°, bedoelde gevallen.

  Afdeling 4. - Bemiddelingsprocedure

  Art. 24. § 1. De Koning organiseert, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een minnelijke, facultatieve en kosteloze bemiddelingsprocedure in het kader van de toepassing van deze wet, die door elk slachtoffer of elke rechthebbende kan gevoerd worden, los van elke aansprakelijkheidsvordering. Ten minste een vertegenwoordiger van de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers, een vertegenwoordiger van de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst en de voorzitter van de Commissie voor de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, zijn plaatsvervanger, of de secretaris of een door de voorzitter aangestelde adjunct-secretaris van deze Commissie, zoals bedoeld in artikel 30, § 2, tweede, vierde en zesde lid, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, worden bij deze procedure betrokken.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en nadere regels voor de toepassing van deze afdeling.
  § 2. Deze bemiddeling oefent zich uit zonder afbreuk te doen aan de bij de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen bedoelde bevoegdheden van de federale ombudsmannen.

  Art. 25. De beroepsprocedures bij de medische kamers van beroep bepaald bij het koninklijk besluit van 11 april 1975 tot herinrichting van de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst zijn van toepassing in het kader van deze wet. Binnen het verband van de bij deze wet voorziene opdrachten hebben de artsen van de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst toegang tot de medische dossiers samengesteld ter gelegenheid van andere expertisen betreffende de vergoeding van de schade geleden wegens terreurdaden.
  De bij de algemene wet bepaalde beroepsprocedures bij de hogere beroepscommissie van de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers zijn van toepassing in het kader van deze wet.

  Afdeling 5. - De uitbetaling van de herstelpensioenen

  Art. 26. De bij deze wet bepaalde herstelpensioenen worden uitbetaald door de Federale Pensioendienst volgens de nadere regels voor beëindiging, onoverdraagbaarheid en onvatbaarheid voor beslag die gelden voor de pensioenen van de burgerlijke oorlogsslachtoffers die krachtens de algemene wet worden toegekend.
  De krachtens deze wet toegekende herstelpensioenen, pensioenverhogingen en vergoedingen variëren volgens de algemene consumentenprijsindex onder dezelfde voorwaarden als deze die voor de krachtens de algemene wet toegekende herstelpensioenen, pensioenverhogingen en vergoedingen bepaald worden.

  HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

  Art. 27. Artikel 136, § 2, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 mei 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Voor de in titel IV bedoelde prestaties is deze paragraaf niet van toepassing op de vergoedingen toegekend in toepassing van de wet van 18 juli 2017 betreffende de oprichting van het statuut van nationale solidariteit, de toekenning van een herstelpensioen en de terugbetaling van medische zorg ingevolge daden van terrorisme. ".

  HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen

  Art. 28. Artikel 30, § 2, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, vervangen bij de wet van 31 mei 2016, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De in artikel 42bis bedoelde kamers gespecialiseerd in de behandeling van zaken van slachtoffers van terroristische daden, vormen een aparte afdeling van de Commissie, genaamd "Afdeling Terrorisme." ".

  HOOFDSTUK 10. - Geschillen en beroepen

  Art. 29. De geschillen over de rechten ontstaan uit deze wet, behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten.
  Beroep tegen een beslissing van de minister of diens gemachtigde wordt ingesteld binnen drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving ervan.
  De voor arbeidsgerechten ingeleide vordering werkt niet schorsend.
  In de zaken waarin een medisch expert wordt aangewezen, worden de voorschotten, de erelonen en de kosten van deze expert, die vervat zijn in de nota die wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, aangeduid met toepassing van het door de Koning vastgestelde tarief.

  HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen

  Art. 30. Wat betreft de diverse voordelen, een belastingvrijstelling voor het pensioen en gratis openbaar vervoer, die worden toegekend aan de burgerlijke oorlogsslachtoffers en hun rechthebbenden, worden de begunstigden van een herstelpensioen bedoeld bij hoofdstuk 4 gelijkgesteld met de burgerlijke oorlogsslachtoffers bedoeld in de algemene wet.
  De opdracht en werking van de Sociale Actie, zoals bepaald in de wet van 8 augustus 1981 tot oprichting van het Instituut voor veteranen - het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers en van de Hoge Raad voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers, worden uitgebreid naar de slachtoffers van daden van terrorisme erkend in uitvoering van deze wet.

  Art. 31. Onder zijn verantwoordelijkheid en controle kan de minister de door deze wet toegekende bevoegdheden overdragen aan ambtenaren van de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers.

  HOOFDSTUK 12. - Harmonisatie van de pensioenen voor de burgerlijke en militaire oorlogsslachtoffers

  Art. 32. In artikel 6bis van de algemene wet, ingevoegd bij de wet van 23 december 1970 en gewijzigd bij de wetten van 15 juli 1976, 30 december 1977, 11 juli 1979 en 7 juni 1989, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "vastgesteld in evenredige verhouding tot" vervangen door de woorden "gelijkgeschakeld met";
  2° de tabel met de periodes en verhoudingen van de enige bedragen van de pensioenen voor de in artikel 6 bedoelde invaliden wordt aangevuld als volgt :
  a) wat betreft de in artikel 6, § 1, bedoelde invaliden :
  " Invaliditeitspercentage : 10 tot 100
  Periode en verhouding : 100 met ingang van 1 juli 2017 ";
  b) wat betreft de in artikel 6, § 2, bedoelde invaliden :
  " Invaliditeitspercentage : 10 tot 100
  Periode en verhouding : 100 met ingang van 1 juli 2017 ";
  c) wat betreft de in artikel 6, § 3, bedoelde invaliden :
  " Invaliditeitspercentage : 10 tot 100
  Periode en verhouding : 100 met ingang van 1 juli 2017 ";
  d) wat betreft de in artikel 6, § 3bis, bedoelde invaliden :
  " Invaliditeitspercentage : 10 tot 100
  Periode en verhouding : 100 met ingang van 1 juli 2017 ".
  e) wat betreft de in artikel 6, § 1, bedoelde invaliden die gedeporteerd werden voor de verplichte tewerkstelling :
  " Invaliditeitspercentage : 10 tot 100
  Periode en verhouding : 100 met ingang van 1 juli 2017 ".
  f) wat betreft de in artikel 6, § 2, bedoelde invaliden die gedeporteerd werden voor de verplichte tewerkstelling in de zin van rubriek e) van dit artikel :
  " Invaliditeitspercentage : 10 tot 100
  Periode en verhouding : 100 met ingang van 1 juli 2017 ".
  Artikel 6bis, § 2, wordt opgeheven.

  Art. 33. In artikel 6ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 juni 1982, worden de woorden "vastgesteld in evenredige verhouding tot" vervangen door de woorden "gelijkgeschakeld met".

  Art. 34. Artikel 15 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 mei 1975, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
  " § 3. De bedragen van de pensioenen van de in de paragrafen 1 tot 2ter bedoelde ascendenten worden vastgelegd op 100 % van de enige bedragen van de pensioenen toegekend aan de ascendenten gerechtigden op de wetten op de vergoedingspensioenen, gecoördineerd op 5 oktober 1948. ".

  Art. 35. In artikel 2bis, § 1, van de wetten op het herstel te verlenen aan de burgerlijke oorlogsslachtoffers, gecoördineerd op 19 augustus 1921, ingevoegd bij de wet van 23 december 1970, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "vastgesteld in evenredige verhouding tot" worden vervangen door de woorden "gelijkgeschakeld met";
  2° de tabel met de periodes en verhoudingen van de enige bedragen van de uitkeringen aan in artikel 2, § 1, derde en vierde lid, bedoelde invaliden wordt aangevuld als volgt :
  a) wat betreft de in artikel 2, § 1, derde lid, bedoelde invaliden :
  " Invaliditeitspercentage : 10 tot 100
  Periode en verhouding : 100 met ingang van 1 juli 2017 ";
  b) wat betreft de in artikel 2, § 1, vierde lid, bedoelde invaliden :
  " Invaliditeitspercentage : 10 tot 100
  Periode en verhouding : 100 met ingang van 1 juli 2017. ".

  Art. 36. § 1. De jaarlijkse bedragen van de pensioenen toegekend aan de overlevende echtgenoten bedoeld in artikel 12, § 4, 1°, 1°bis, 1°ter en 1°quater, van de algemene wet worden bepaald op 100 % van de unieke bedragen van de pensioenen toegekend aan dezelfde categorieën van overlevende echtgenoten begunstigde van de wetten op de vergoedingspensioenen gecoördineerd op 5 oktober 1948.
  § 2. De jaarlijkse bedragen van de pensioenen toegekend aan de kinderen bedoeld in artikel 12, § 4, 2°, van de algemene wet zijn identiek aan de jaarlijkse bedragen van de pensioenen toegekend aan de overlevende echtgenoten zoals bepaald in paragraaf 1.

  Art. 37. Artikelen 32 tot 36 doen geen afbreuk aan de verdere toekenning van de herstelpensioenen voor de burgerlijke slachtoffers van de oorlogen 1914-1918 en 1940-1945 die nu betaald worden en waarvan het bedrag hoger is dan dat van de overeenkomstige vergoedingspensioenen voor de militaire slachtoffers van de oorlog 1940-1945.

  HOOFDSTUK 13. - Inwerkingtreding

  Art. 38. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 22 maart 2016, met uitzondering van :
  1° artikel 24, dat zes maanden na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad in werking zal treden;
  2° artikelen 32 tot 37, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2017.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 18 juli 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
M. DE BLOCK
De Minister van Defensie,
S. VANDEPUT
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 15-01-2019 GEPUBL. OP 08-02-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 10)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2016-2017. Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken 54-2334/7.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 9 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie