J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
17 JULI 2017. - Samenwerkingsakkoord tussen het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de erkende plaatselijke geloofsgemeenschappen van de erkende erediensten, waarvan de gebiedsomschrijving het grondgebied van meer dan één gewest bestrijkt

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST.WAALSE OVERHEIDSDIENST
Publicatie : 30-11-2017 nummer :   2017206135 bladzijde : 104397       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2017-07-17/04
Inwerkingtreding : 01-01-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-6

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de werking van en het toezicht op het bestuur van de eredienst van een erkende plaatselijke geloofsgemeenschap, opgericht op het grondgebied van meer dan een deelstaat (hierna: de interfederale erkende plaatselijke geloofsgemeenschap), zijn de regels van de deelstaat waar het gebouw van de eredienst van de geloofsgemeenschap zich bevindt, van toepassing.

  Art. 2. De verplichtingen van de gemeenten en de provincies ten opzichte van de besturen van de eredienst van de interfederale erkende plaatselijke geloofsgemeenschappen, ten opzichte van de bedienaars van de eredienst van die geloofsgemeenschappen, zijn de verplichtingen vermeld in artikel 92 en 106 van het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkfabrieken.

  Art. 3. § 1. Voor de financieringsverplichtingen ten opzichte van de besturen van de eredienst van de interfederale erkende plaatselijke geloofsgemeenschappen, blijven de verdeelsleutels die zijn bepaald op het ogenblik van de erkenning, van toepassing. Hetzelfde geldt voor de verplichtingen tegenover de bedienaars van de eredienst van die geloofsgemeenschappen.
  De gemeente of provincie waarin het hoofdgebouw van de eredienst van de plaatselijke geloofsgemeenschap zich bevindt, wint naargelang het geval het advies in van de andere betrokken gemeenten of provincies bij elk meerjarenplan van het betrokken bestuur van de eredienst en, in voorkomend geval, elke wijziging ervan, en bij elk budget en elke budgetwijziging.
  Doet ze dat niet, dan komen alle verplichtingen ten laste van de gemeente of provincie waarin het hoofdgebouw van de eredienst van de geloofsgemeenschap zich bevindt. De gemeente of provincie waarin het hoofdgebouw van de eredienst van de geloofsgemeenschap zich bevindt, brengt de andere betrokken gemeenten of provincies op de hoogte van de jaarrekeningen van het betrokken bestuur van de eredienst.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, worden vanaf 1 januari 2017 alle financiële verplichtingen ten opzichte van de kathedrale kerkfabriek van Sint-Rumoldus in Mechelen, ten opzichte van het bisdom wat betreft het aartsbisschoppelijk paleis en het oude refugium van Sint-Truiden, en ten opzichte van de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen gedragen door de provincie Antwerpen en worden alle financiële verplichtingen ten opzichte van de kerkfabriek van Sint-Michiel en Sint-Goedele te Brussel, ten opzichte van de aartsbisschop voor zijn residentie in Brussel, ten opzichte van de Sint-Michiel-en-Sint-Goedele-kathedraal in Brussel vanaf 1 januari 2017 gedragen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

  Art. 4. In afwijking van de wet van 18 germinal jaar X, van het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkfabrieken en van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot uitvoering van de wet van 5 april 1962 houdende erkenning van de wijzigingen aan het aartsbisdom Mechelen en van de oprichting van het bisdom Antwerpen, zijn de begrotingen en jaarrekeningen van de kathedrale kerkfabriek van Sint-Rombout in Mechelen uit de periode tussen 1 januari 2002 en de datum van inwerkingtreding van deze samenwerkingsovereenkomst onderworpen aan de goedkeuring van de Vlaamse Regering.
  In afwijking van de wet van 18 germinal jaar X, van het keizerlijk decreet van 30 december1809 op de kerkfabrieken en van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot uitvoering van de wet van 5 april 1962 houdende erkenning van de wijzigingen aan het aartsbisdom Mechelen en van de oprichting van het bisdom Antwerpen, zijn de begrotingen en jaarrekeningen van de kathedrale kerkfabriek van Sint-Michiel-en-Sint-Goedele in Brussel uit de periode tussen 1 januari 2002 en de datum van inwerkingtreding van deze samenwerkingsovereenkomst onderworpen aan de goedkeuring van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

  Art. 5. Na de inwerkingtreding van dit samenwerkingsakkoord kan geen enkele nieuwe interfederale plaatselijke geloofsgemeenschap erkend worden.

  Art. 6. Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking op 1 januari 2017 met uitzondering van artikel 3, § 1, paragrafen 2 en 3, dat op 1 januari 2018 van kracht gaat.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Opgemaakt te Brussel, op 17 juli 2017, in 5 originele exemplaren.
Voor het Vlaams Gewest :
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding,
L. HOMANS
Voor het Waals Gewest :
De Minister-President,
P. MAGNETTE
De Minister van de Plaatselijke Besturen en Stedenbeleid,
P.-Y. DERMAGNE
Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Plaatselijke Besturen,
R. VERVOORT
Voor het Duitse Gewest :
De Minister-President van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap,
O. PAASCH
De Viceminister-President en Minister van Cultuur, Werkgelegenheid en Toerisme,
I. WEYKMANS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 6°, ingevoegd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001, en artikel 92bis, § 2, h), ingevoegd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 maart 2004;
   Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, meer bepaald op artikel 42, eerste lid en 83quinquies;
   Gelet op het Waals decreet van 27 mei 2004 met betrekking tot de uitoefening door de Duitstalige Gemeenschap van bepaalde bevoegdheden van het Waals Gewest inzake ondergeschikte besturen;
   Gelet op het decreet van 1 juni 2004 met betrekking tot de uitoefening door de Duitstalige Gemeenschap van bepaalde bevoegdheden van het Waals Gewest inzake ondergeschikte besturen;
   Overwegende de bevoegdheid van de gewestelijke overheden met betrekking tot de oprichting van de gemeenschappen en de daaraan gekoppelde organieke wetgeving;
   Overwegende dat deze gewestelijke aangelegenheid sinds 1 januari 2005 een bevoegdheid is van de Duitstalige Gemeenschap voor het Duits taalgebied;
   Overwegende het samenwerkingsakkoord van 30 mei 1994 tussen de federale overheid, de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaams Gewest, de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de verplichte overheveling zonder schadeloosstelling van het personeel en de goederen, rechten en verplichtingen van de provincie Brabant naar de provincie Vlaams-Brabant, de provincie Waals-Brabant, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Gemeenschapscommissies bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, en naar de federale overheid, artikel 46;
   Overwegende het samenwerkingsakkoord van 27 mei 2004 tussen de Federale Overheid, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de erkenning van de erediensten, de wedden en pensioenen van de bedienaars der erediensten, de kerkfabrieken en de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten, gewijzigd door het samenwerkingsakkoord van 2 juli 2008;
   Overwegende de wet van 18 germinal jaar X, "relative à l'organisation des cultes", artikel 71;
   Overwegende het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkfabrieken, artikel 111;
   Overwegende de wet van 4 maart 1870 op het tijdelijke der erediensten, hoofdstuk II;
   Overwegende de wet van 5 april 1962 houdende erkenning van de wijzigingen aan het aartsbisdom Mechelen en van de oprichting van het bisdom Antwerpen, artikel 2 en 4, gewijzigd bij de wet van 26 juni 1967 en van 10 maart 1999;
   Overwegende het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot uitvoering van de wet van 5 april 1962 houdende erkenning van de wijzigingen aan het aartsbisdom Mechelen en van de oprichting van het bisdom Antwerpen en van de wet van 4 maart 1870 op de temporaliën van de erediensten, artikel 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 oktober 1995;
   Gelet op het overleg in de commissie vermeld in artikel 5 van het samenwerkingsakkoord van 2 juli 2008;
   Overwegende dat de gebiedsomschrijving van het Aartsbisdom Mechelen-Brussel, als erkend door de wet van 5 april 1962 en haar laatste wijzigingen, de provincie Vlaams-Brabant, de provincie Waals-Brabant, het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en het administratief arrondissement Mechelen gelegen in de provincie Antwerpen omvat, met uitzondering van de kantons Lier en Heist-op-den-Berg;
   Overwegende dat de Aartsbisschop van Mechelen-Brussel overeenkomstig artikel 2 van de wet van 5 april 1962 twee evenwaardige residenties heeft: een residentie in Mechelen en een residentie in Brussel, alsook twee kathedrale kerken: Sint-Rombout in Mechelen en Sint-Michiel en Sint-Goedele in Brussel; dat beide kerken door een kathedrale kerkfabriek worden beheerd;
   Overwegende dat geen woning ter beschikking van de bisschop wordt gesteld voor zijn residentie in Brussel;
   Overwegende dat de provincie Antwerpen een aartsbisschoppelijk paleis als residentie van de bisschop ter beschikking heeft gesteld, waarvan het zogenaamde refugium van Sint-Truiden deel uitmaakt;
   Overwegende dat de provincies Antwerpen en Brabant, bij overeenkomst van 24 augustus 1971 waarmee de bestendige deputaties hebben ingestemd, over de verdeling van de kosten die voortvloeien uit de twee residenties hebben beslist;
   Overwegende dat vanaf 1 januari 1995, de provinciale lasten met betrekking tot beide kathedrale kerkfabrieken en beide residenties gedragen worden door de provincie VlaamsBrabant, de provincie Waals-Brabant, de provincie Antwerpen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
   Overwegende dat de gebiedsomschrijving van andere plaatselijke geloofsgemeenschappen van een erkende eredienst het grondgebied van meer dan één gewest bestrijkt,
   Het Vlaams Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van haar minister-president en van de Vlaamse viceminister-president belast met Binnenlandse Zaken, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding;
   Het Waals Gewest, vertegenwoordigd door de Waalse Regering in de persoon van haar minister-president en de Waalse minister van Lokale Overheden, Huisvesting en Sportinfrastructuur;
   Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, in de persoon van haar minister-president;
   De Duitstalige Gemeenschap vertegenwoordigd door de Duitstalige Regering in de persoon van haar Minister-President en Duitstalige Minister van Cultuur, Werkgelegenheid en Toerisme,
   Hun eigen bevoegdheden gezamenlijk uitoefenend, zijn overeengekomen hetgeen volgt :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie