J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2016/10/25/2016003373/justel

Titel
25 OKTOBER 2016. - Wet betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-11-2016 en tekstbijwerking tot 06-05-2020) Zie wijziging(en)

Bron : FINANCIEN
Publicatie : 18-11-2016 nummer :   2016003373 bladzijde : 76915       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2016-10-25/04
Inwerkingtreding : 28-11-2016

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1995003337        1996003329        1996003791        1999003063        2007003240        2009003476        2006009492        2014003225        1999A09646        2006023149        2007003184        2006003247        2014011239        2013A11134        2002003392        2012003296        2014003229        2014003264       

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL 1. - Doel en definities
Art. 1-2
TITEL 2. - Toegang tot de uitoefening van beleggingsactiviteite en tot het beleggingsdienstenbedrijf
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied
Art. 3-5
HOOFDSTUK 2. - Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht
Art. 6-9
HOOFDSTUK 3. - Beleggingsondernemingen naar buitenlands recht
Afdeling 1. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in Belgiė van beleggingsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren
Art. 10-11
Afdeling 2. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in Belgiė van beleggingsondernemingen die niet onder [1 Richtlijn 2014/65/EU]1 vallen
Art. 12
Afdeling 3. - Bijkantoren in Belgiė van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen
Art. 13
Afdeling 4. - Dienstverrichtingen in Belgiė van beleggingsondernemingingen die ressorteren onder een derde land
Art. 14, 14/1, 14/2
HOOFDSTUK 4. - Samenwerking tussen toezichthoudend overheden
Art. 15
TITEL 3. - Statuut van en toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
HOOFDSTUK 1. - Vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht
Afdeling 1. - Vergunningsprocedure
Art. 16-19
Afdeling 2. - Vergunningsvoorwaarden
Onderafdeling 1. - Rechtsvorm
Art. 20
Onderafdeling 2. - Aanvangskapitaal
Art. 21
Onderafdeling 3. - Aandeelhouders of vennoten
Art. 22
Onderafdeling 4. - Leiding
Art. 23-24
Onderafdeling 5. - Organisatie
Art. 25, 25/1, 25/2, 25/3, 26, 26/1, 26/2, 27
Onderafdeling 6. - Hoofdbestuur
Art. 28
Onderafdeling 7. - Beleggersbescherming
Art. 29
Afdeling 3. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden
Onderafdeling 1. - Minimum eigen vermogen
Art. 30
Onderafdeling 2. - Wijzigingen in de kapitaalstructuur
Art. 31-33
Onderafdeling 3. - Leiding en leiders
Art. 34, 34/1, 35, 35/1, 36-37
Onderafdeling 4. - Fusies en overdrachten
Art. 38-39
Onderafdeling 5. - Verplichtingen en verbodsbepalingen
Art. 40-44, 44/1, 44/2, 45
Onderafdeling 6. - Opening van dochterondernemingen of bijkantoren in het buitenland
Art. 46-50
Onderafdeling 7. - Vrij verrichten van diensten in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte
Art. 51-53
Onderafdeling 8. - De reglementaire normen en verplichtingen
Art. 54
Onderafdeling 9. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels
Art. 55
Afdeling 4. - Toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht
Art. 56, 56/1, 57-62
Afdeling 5. - Intrekking van een vergunning,uitzonderingsmaatregelen, dwangsommen en bestuursrechtelijke sancties
Art. 63-69
HOOFDSTUK 2. - Buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
Afdeling 1. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in Belgiė van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren
Art. 70
Onderafdeling 1. - Verplichtingen en verbodsbepalingen
Art. 71
Onderafdeling 2. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels
Art. 72-73
Onderafdeling 3. - Toezicht
Art. 74-75
Onderafdeling 4. - Uitzonderingsmaatregelen, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties
Art. 76-82
Afdeling 2. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in Belgiė van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die niet onder [1 Richtlijn 2014/65/EU]1 vallen
Art. 83
Afdeling 3. - Bijkantoren in Belgiė van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van derde landen
Onderafdeling 1. - Vergunning
Art. 84
Onderafdeling 2. - Bedrijfsuitoefening
Art. 85
Onderafdeling 3. - Toezicht
Art. 86
Onderafdeling 4. - Intrekking van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en strafbepalingen
Art. 87
Afdeling 4.
Art. 88-94
HOOFDSTUK 3. - Samenwerking tussen nationale autoriteiten
Art. 95
TITEL 4. - Beleggersbeschermingsregelingen
Art. 96-101
TITEL 5. - Bemiddelaars inzake valutahandel
Art. 102-103
TITEL 6. - Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en informatieverstrekking
HOOFDSTUK 1. - Samenwerking tussen overheden
Art. 104-105
HOOFDSTUK 2. - Informatieverstrekking
Art. 106
TITEL 7. - Strafrechtelijke sancties
Art. 107-111
TITEL 8. - Diverse bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Overgangsbepalingen
Art. 112-115
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
Art. 116-184
HOOFDSTUK 3. - Opheffingsbepalingen
Art. 185-188

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL 1. - Doel en definities

  Artikel 1.§ 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
  § 2. Deze wet regelt:
  1° de toegang tot de beleggingsactiviteiten en tot de verlening van beleggingsdiensten;
  2° de vergunningsprocedure, de vergunningsvoorwaarden, de bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden voor en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  3° de beleggersbeschermingsregeling waaraan de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van AICB's en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging moeten deelnemen;
  4° de toegang tot de deviezenhandel.
  § 3. Deze wet zorgt voor de gedeeltelijke omzetting van de volgende Richtlijnen:
  - Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG;
  - [1 richtlijn 2014/65/EU van het europees parlement en de raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiėle instrumenten en tot wijziging van richtlijn 2002/92/eg en richtlijn 2011/61/eu]1;
  - Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiėle entiteiten in een financieel conglomeraat;
  - Richtlijn 97/9/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 1997 inzake de beleggerscompensatiestelsels.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 200, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 2.Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:
  1° beleggingsdiensten en -activiteiten: iedere hierna genoemde dienst of activiteit die betrekking heeft op financiėle instrumenten:
  1. het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiėle instrumenten, met inbegrip van het met elkaar in contact brengen van twee of meer beleggers waardoor tussen deze beleggers een verrichting tot stand kan komen;
  2. het uitvoeren van orders voor rekening van cliėnten;
  3. het handelen voor eigen rekening;
  4. vermogensbeheer;
  5. beleggingsadvies;
  6. het overnemen van financiėle instrumenten en/of plaatsen van financiėle instrumenten met plaatsingsgarantie;
  7. het plaatsen van financiėle instrumenten zonder plaatsingsgarantie;
  8. het uitbaten van multilaterale handelsfaciliteiten;
  [1 9. het uitbaten van georganiseerde handelsfaciliteiten (OTF);]1
  2° nevendienst: iedere hierna genoemde dienst:
  1. [1 bewaring en beheer van financiėle instrumenten voor rekening van cliėnten, met inbegrip van bewaarneming en daarmee samenhangende diensten zoals contanten- en/of zekerhedenbeheer, en met uitsluiting van het aanhouden van effectenrekeningen bovenaan de houderschapsketen;]1
  2. het verstrekken van kredieten of leningen aan een belegger om deze in staat te stellen een transactie in één of meer financiėle instrumenten te verrichten, bij welke transactie de onderneming die het krediet of de lening verstrekt, betrokken is;
  3. advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen;
  4. valutawisseldiensten voor zover deze samenhangen met het verrichten van beleggingsdiensten;
  5. onderzoek op beleggingsgebied en financiėle analyse of andere vormen van algemene aanbevelingen in verband met transacties in financiėle instrumenten;
  6. diensten in verband met het overnemen van financiėle instrumenten;
  7. de hierboven bedoelde beleggingsdiensten en -activiteiten alsmede nevendiensten die verband houden met de onderliggende waarde van de derivaten, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, e), f), g) en j) van de wet van 2 augustus 2002, wanneer verstrekt in samenhang met de verstrekking van beleggings- en nevendiensten;
  3° financieel instrument: de instrumenten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid,1°, van de wet van 2 augustus 2002;
  4° effecten: de effecten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid, 31°, van de wet van 2 augustus 2002;
  5° geldmarktinstrumenten: de instrumenten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid, 32°, van de wet van 2 augustus 2002;
  6° uitvoering van orders voor rekening van cliėnten: optreden om overeenkomsten te sluiten tot verkoop of aankoop van één of meer financiėle instrumenten voor rekening van cliėnten [1 , met inbegrip van het sluiten van overeenkomsten tot verkoop van door een beleggingsonderneming of kredietinstelling uitgegeven financiėle instrumenten op het tijdstip van de uitgifte ervan]1;
  7° handelen voor eigen rekening: met eigen kapitaal handelen in één of meer financiėle instrumenten, hetgeen resulteert in het uitvoeren van transacties;
  8° vermogensbeheer: het per cliėnt op discretionaire basis beheren van portefeuilles op grond van een door de cliėnten gegeven opdracht, voor zover die portefeuilles één of meer financiėle instrumenten bevatten;
  9° beleggingsadvies: het doen van gepersonaliseerde aanbevelingen aan een cliėnt, hetzij op diens verzoek hetzij op initiatief van de beleggingsonderneming, met betrekking tot één of meer verrichtingen die betrekking hebben op financiėle instrumenten;
  10° gepersonaliseerde aanbeveling: een aanbeveling die wordt voorgesteld als een aanbeveling die geschikt is voor de betrokken persoon, of berust op een afweging van diens persoonlijke omstandigheden en als oogmerk heeft dat één van de volgende reeks stappen wordt gezet:
  - een bepaald financieel instrument wordt gekocht, verkocht, geruild, te gelde gemaakt, gehouden, overgenomen of er wordt daarop ingetekend;
  - een aan een bepaald financieel instrument verbonden recht wordt uitgeoefend of juist niet uitgeoefend om een financieel instrument te kopen, te verkopen, te ruilen, te gelde te maken of daarop in te tekenen.
  Een aanbeveling is geen gepersonaliseerde aanbeveling als deze uitsluitend via distributiekanalen, in de zin van artikel 2, eerste lid, 26°, van de wet van 2 augustus 2002, of aan het publiek wordt gedaan;
  11° cliėnt: iedere natuurlijke of rechtspersoon voor wie een beleggingsonderneming beleggingsdiensten en/of nevendiensten verricht;
  12° professionele cliėnt: de professionele cliėnten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid, 28°, van de wet van 2 augustus 2002;
  13° niet-professionele cliėnt: de cliėnt die niet als een professionele cliėnt wordt behandeld;
  14° [1 multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF): een MTF als gedefinieerd in artikel 3, 10°, van de wet van 21 november 2017;]1
  15° [1 systematische internaliseerder: een systematische internaliseerder als gedefinieerd in artikel 3, 29°, van de wet van 21 november 2017;]1
  16° [1 market maker: een market maker als gedefinieerd in artikel 3, 26°, van de wet van 21 november 2017;]1
  17° lidstaat: een Staat die partij is bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte (EER);
  18° derde land: een Staat die geen partij is bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte;
  19° lidstaat van herkomst:
  a. indien de beleggingsonderneming een natuurlijke persoon is, de lidstaat waar deze persoon zijn hoofdkantoor heeft;
  b. indien de beleggingsonderneming een rechtspersoon is, de lidstaat waar haar statutaire zetel is gelegen;
  c. indien de beleggingsonderneming overeenkomstig haar nationale wetgeving geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar haar hoofdkantoor is gelegen;
  20° lidstaat van ontvangst: de lidstaat die niet de lidstaat van herkomst is en waar de beleggingsonderneming een bijkantoor heeft of diensten en/of activiteiten verricht;
  21° bevoegde autoriteit: de FSMA, de Bank of de buitenlandse autoriteiten die elke lidstaat overeenkomstig [1 artikel 67 van de Richtlijn 2014/65/EU]1 aanwijst, tenzij in de Richtlijn anders is gespecifieerd;
  22° kredietinstelling: iedere instelling bedoeld in Boek II en in de Titels I en II van Boek III van de wet van 25 april 2014;
  23° beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging: een beheervennootschap in de zin van artikel 3, 12° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvordering;
  24° beheerder van AICB's: een beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging in de zin van artikel 3, 13°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;
  25° verbonden agent: een natuurlijke of rechtspersoon die, onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van slechts één beleggingsonderneming voor rekening waarvan hij optreedt de beleggings- en/of nevendiensten bij cliėnten of potentiėle cliėnten promoot, instructies of orders van cliėnten met betrekking tot beleggingsdiensten of financiėle instrumenten ontvangt en doorgeeft, financiėle instrumenten plaatst en/of advies verstrekt aan cliėnten of potentiėle cliėnten met betrekking tot deze financiėle instrumenten of diensten;
  26° bijkantoor: een bedrijfszetel die niet het hoofdkantoor is en die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een beleggingsonderneming en beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten verricht, en ook nevendiensten kan verrichten waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft gekregen; alle bedrijfszetels in eenzelfde lidstaat van een beleggingsonderneming met hoofdkantoor in een andere lidstaat worden als één enkel bijkantoor beschouwd;
  27° gekwalificeerde deelneming: het rechtstreeks of onrechtstreeks bezit van ten minste 10 % van het kapitaal van een vennootschap of van de stemrechten die zijn verbonden aan de door deze vennootschap uitgegeven effecten, dan wel elke andere mogelijkheid om een invloed van betekenis uit te oefenen op het beleid van de vennootschap waarin wordt deelgenomen; de stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten; er wordt geen rekening gehouden met stemrechten of aandelen die worden gehouden als gevolg van het vast overnemen van financiėle instrumenten en/of het plaatsen van financiėle instrumenten met plaatsingsgarantie, tenzij die rechten worden uitgeoefend of anderszins worden gebruikt om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de uitgevende instelling, en mits ze binnen één jaar na hun verwerving worden overgedragen;
  28° de begrippen controle, deelneming, deelnemingsverhouding, moederonderneming, dochteronderneming en verbonden onderneming: de omschrijving die van die begrippen wordt gegeven in de uitvoeringsbesluiten van artikel 55;
  [1 28° /1 groep: een moederonderneming en al haar dochterondernemingen;]1
  29° nauwe banden: een situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:
  a) een situatie waarin een deelnemingsverhouding bestaat of
  b) een situatie waarin ondernemingen verbonden ondernemingen zijn of
  c) een band van dezelfde aard als bedoeld in bovenstaande litterae a) en b) tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon;
  30° financiėle instelling: alle ondernemingen bedoeld in artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014; voor de toepassing van de artikelen 59 en 60 worden met een financiėle instelling gelijkgesteld, de instellingen voor postcheque- en girodiensten, de beheervennootschappen van AICB's, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de vereffeningsinstellingen bedoeld in artikel 2, 17°, van de wet van 2 augustus 2002 en de instellingen waarvan het bedrijf bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele beheer van diensten die verstrekt worden door dergelijke vereffeningsinstellingen;
  31° [1 marktexploitant: een marktexploitant als gedefinieerd in artikel 3, 3°, van de wet van 21 november 2017;]1
  32° [1 gereglementeerde markt: een gereglementeerde markt als gedefinieerd in artikel 3, 7°, van de wet van 21 november 2017;]1
  33° [1 Richtlijn 2014/65/EU: Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiėle instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU;]1
  34° Richtlijn 2009/65/EG: de Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (herschikking);
  35° Richtlijn 2009/138/EG: de Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);
  36° Richtlijn 2011/61/EU: de Richtlijn 2011/61/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010;
  37° Richtlijn 2013/36/EU: de Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG;
  38° [1 ...]1
  39° Verordening (EU) Nr. 575/2013: Verordening (EU) Nr. 573/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiėle vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;
  40° wet van 2 augustus 2002: de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten;
  41° wet van 22 maart 2006: de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiėle instrumenten;
  42° [2 wet van 11 maart 2018 : de wet van 11 maart 2018 op het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen;]2
  43° wet van 3 augustus 2012: de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
  44° wet van 19 april 2014: de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;
  45° wet van 25 april 2014: de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen;
  46° gedragsregels: de regels bedoeld in artikel 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002;
  47° Bank: de Nationale Bank van Belgiė, bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė;
  48° FSMA: Autoriteit voor Financiėle Diensten en Markten als bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002;
  49° toezichthoudende overheid:
  - de Bank, voor het toezicht op de Belgische of buitenlandse beursvennootschappen als bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid, van de wet van 25 april 2014;
  - de FSMA, voor het toezicht op de Belgische of buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  50° consoliderende toezichthouder: de bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op geconsolideerde basis op moederbeleggings-ondernemingen in de Europese Unie en beleggingsondernemingen die onder de zeggenschap staan van een financiėle moederholding in de Europese Unie;
  51° Europese Autoriteit voor effecten en markten: de Europese Autoriteit voor effecten en markten opgericht bij Verordening nr. 1095/2010 [1 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie]1;
  52° Europese Bankautoriteit: de Europese Bankautoriteit opgericht bij Verordening nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie;
  53° onafhankelijke controlefunctie: de interneauditfunctie, de compliancefunctie of de risicobeheerfunctie, als respectievelijk bedoeld in [1 artikel 25/3]1;
  54° buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsbeheer: de beleggingsondernemingen naar buitenlands recht, ongeacht of het daarbij gaat om het recht van een lidstaat of van een derde land, die, conform het recht waaronder zij ressorteren, niet gemachtigd zijn om de diensten te verstrekken of de activiteiten te verrichten die in het Belgisch recht zijn voorbehouden aan de beursvennootschappen conform artikel 6;
  55° buitenlandse beursvennootschappen: de beleggingsondernemingen naar buitenlands recht als gedefinieerd in artikel 589 van de wet van 25 april 2014;
  56° Garantiefonds: het Garantiefonds voor financiėle diensten opgericht bij artikel 3 van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiėle stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiėle stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten;
  57° werkdag: een dag die noch een zaterdag, noch een zondag, noch een wettelijke feestdag is;
  [1 58° georganiseerde handelsfaciliteit (organised trading facility of OTF): een multilateraal systeem, anders dan een gereglementeerde markt of een MTF, waarin meerdere koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiėle producten, emissierechten en derivaten op zodanige wijze met elkaar kunnen interageren dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van Titel II van de wet 21 november 2017 ;
   59° algoritmische handel: handel in financiėle instrumenten waarbij een computeralgoritme automatisch individuele parameters van orders bepaalt, onder meer of het order moet worden geļnitieerd, het tijdstip, de prijs of de omvang van het order, of hoe het order moet worden beheerd nadat het is ingevoerd, met weinig of geen menselijk ingrijpen; een systeem dat alleen wordt gebruikt voor de routering van orders naar een of meer handelsplatforms, dan wel voor het verwerken van orders waarbij geen sprake is van bepaling van handelsparameters, voor de bevestiging van orders of voor de posttransactionele verwerking van uitgevoerde transacties, valt niet onder deze definitie;
   60° techniek van hoogfrequentie algoritmische handel: elke algoritmische handelstechniek die wordt gekenmerkt door:
   a) infrastructuur die bedoeld is om netwerk- en andere soorten latenties te minimaliseren, daaronder begrepen ten minste één van de volgende faciliteiten voor het invoeren van algoritmische orders: colocatie, proximity hosting of directe elektronische toegang met hoge snelheid;
   b) het initiėren, genereren, geleiden of uitvoeren van orders door het systeem, zonder menselijk ingrijpen, voor afzonderlijke handelstransacties of orders; en
   c) een groot aantal berichten (orders, noteringen of annuleringen) binnen de handelsdag;
   61° directe elektronische toegang: een voorziening waarbij een lid of deelnemer of cliėnt van een handelsplatform een persoon toestaat gebruik te maken van zijn handelscode, zodat de betrokken persoon in staat is orders met betrekking tot een financieel instrument langs elektronische weg direct aan een handelsplatform door te geven, met inbegrip van een voorziening waarbij de persoon van de infrastructuur van het lid of de deelnemer of de cliėnt gebruik maakt, alsook alle verbindingssystemen die door het lid of de deelnemer of de cliėnt beschikbaar worden gesteld om de orders door te geven (directe markttoegang) en regelingen waarbij deze infrastructuur niet wordt gebruikt door deze persoon (gesponsorde toegang);
   62° gestructureerd deposito: een deposito zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt c), van Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad dat op de vervaldatum volledig wordt terugbetaald, waarbij een rente of premie wordt uitbetaald of in het gedrang komt volgens een formule waarin rekening wordt gehouden met factoren als:
   a) een index of een combinatie van indexen, met uitzondering van deposito's met een variabele rente waarvan het rendement rechtstreeks gekoppeld is aan een rente-index zoals Euribor of Libor;
   b) een financieel instrument of een combinatie van financiėle instrumenten;
   c) een grondstof of een combinatie van grondstoffen of andere materiėle of niet-materiėle niet-fungibele activa; of
   d) een buitenlandse wisselkoers of een combinatie van buitenlandse wisselkoersen;
   63° onderneming uit een derde land: een onderneming die zou gelden als een kredietinstelling die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht, of als een beleggingsonderneming, als haar hoofdkantoor of statutaire zetel zich binnen de Europese Unie zou bevinden;
   64° Verordening (EU) nr. 600/2014: Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiėle instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;
   65° Richtlijn 2003/87/EG: Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad;
   66° Richtlijn 2009/72/EG: Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG;
   67° Richtlijn 2009/73/EG: Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG;
   68° Verordening (EG) nr. 714/2009: Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003;
   69° Verordening (EG) nr. 715/2009: Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005;
   70° Verordening (EU) nr. 596/2014: Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie;
   71° Gedelegeerde richtlijn 2017/593: Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593 van de Commissie van 7 april 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het vrijwaren van financiėle instrumenten en geldmiddelen die aan cliėnten toebehoren, productgovernanceverplichtingen en de regels die van toepassing zijn op het betalen of het ontvangen van provisies, commissies en geldelijke of niet-geldelijke tegemoetkomingen;
   72° Gedelegeerde verordening 2017/565: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 houdende aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn;
   73° wet van 21 november 2017: wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiėle instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 201, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (2)<W 2018-03-11/07, art. 256, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2018>

  TITEL 2. - Toegang tot de uitoefening van beleggingsactiviteite en tot het beleggingsdienstenbedrijf

  HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied

  Art. 3.§ 1. Onverminderd de uitzonderingen zoals bedoeld in artikel 4, gelden de bepalingen van deze titel voor de ondernemingen naar Belgisch recht waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten of aanbieden van een of meer beleggingsdiensten voor derden en/of het uitoefenen van een of meer beleggingsactiviteiten, alsook voor de ondernemingen naar buitenlands recht die dit bedrijf in Belgiė uitoefenen.
  Deze ondernemingen worden hierna "beleggingsondernemingen" genoemd.
  § 2. [1 In afwijking van paragraaf 1 mogen de in artikel 2, 1°, 8 en 9, bedoelde beleggingsdiensten ook worden uitgeoefend door een marktexploitant.
   De marktexploitanten die voornemens zijn een beleggingsdienst te verlenen als bedoeld in artikel 2, 1°, 8 en 9, dienen hiervoor de voorafgaande toestemming te krijgen van de FSMA.
   De FSMA verleent haar toestemming uitsluitend als blijkt dat de marktexploitant de volgende bepalingen naleeft:
   1° artikel 499 van de wet van 25 april 2014;
   2° de artikelen 500, 514 tot 518 van de wet van 25 april 2014;
   3° artikel 501 van de wet van 25 april 2014, wat de toepassing van artikel 19, § 2, van deze wet betreft;
   4° artikel 502 van de wet van 25 april 2014, wat de toepassing van de artikelen 21, § 1, 1°, 2°, 3°, 7°, 9°, § 1bis en § 2 en 23, eerste en tweede lid van deze wet betreft;
   5° artikel 503 van de wet van 25 april 2014, wat de toepassing van de artikelen 24, § 3 en 25, § 3, van deze wet betreft, tenzij een situatie die door deze bepalingen verboden is, door de marktexploitant wordt gerechtvaardigd en door de FSMA wordt goedgekeurd;
   6° artikel 510 van de wet van 25 april 2014, wat de toepassing van artikel 41 van deze wet betreft;
   7° artikel 511 van de wet van 25 april 2014;
   8° de artikelen 46, 48 en 50 van de wet van 21 november 2017.
   Bovendien verleent de FSMA haar toestemming niet als er objectieve en aantoonbare redenen zijn om aan te nemen dat het wettelijk bestuursorgaan van de marktexploitant een bedreiging kan vormen voor de efficiėnte, gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering ervan en voor een passende inaanmerkingneming van de belangen van zijn cliėnten en de integriteit van de markt.
   De marktexploitant bezorgt de FSMA een programma van werkzaamheden dat beantwoordt aan de voorwaarden die door de FSMA zijn vastgesteld en waarin met name de omvang is vermeld van de verrichtingen die hij voornemens is uit te voeren, alsook zijn organisatiestructuur en welke nauwe banden hij heeft met andere personen. Daarnaast verstrekt de marktexploitant de FSMA alle nodige inlichtingen om haar aanvraag te beoordelen.
   De FSMA neemt een beslissing binnen zes maanden na indiening van een volledig dossier.
   De artikelen 47 tot 53, 56 tot 58 en hoofdstuk III van deze titel zijn mutatis mutandis van toepassing op de marktexploitanten bedoeld in paragraaf 2, alsook de volgende bepalingen van de wet van 25 april 2014:
   1° artikel 520 wat de toepassing van artikel 56, §§ 1, 2 en 3, tweede zin, van de wet van 25 april 2014 betreft. Dit artikel is evenwel enkel van toepassing voor de beoordeling van de organisatieregelingen die van toepassing zijn verklaard op de marktoperatoren;
   2° artikel 522;
   3° artikel 525, wat de toepassing van artikel 59, § 1, van de wet van 25 april 2014 betreft;
   4° de artikelen 529/1 en 530.
   Artikel 64 is mutatis mutandis van toepassing als de FSMA vaststelt dat niet langer aan voormelde voorwaarden is voldaan.]1
  § 3. [1 ...]1
  § 4. [1 De FSMA stelt een lijst op van de marktexploitanten en de beleggingsondernemingen die toestemming hebben gekregen om een MTF of een OTF te exploiteren, en vermeldt daarbij om welke MTF's en OTF's het gaat. De FSMA publiceert die lijst en de daarin aangebrachte wijzigingen op haar website, en maakt deze lijst over aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 202, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 4.[1 § 1. Deze titel geldt niet voor:
   1° de kredietinstellingen bedoeld in Boek II en in de Titels I en II van Boek III van de wet van 25 april 2014. Artikel 9, §§ 1, 3 en 4, is echter wel van toepassing op deze instellingen;
   2° de verzekeringsondernemingen en de ondernemingen die werkzaamheden van herverzekering en retrocessie uitoefenen bedoeld in Richtlijn 2009/138/EG wanneer zij de in die richtlijn bedoelde werkzaamheden uitoefenen;
   3° de ondernemingen die uitsluitend beleggingsdiensten en -activiteiten verrichten voor hun moederonderneming, hun dochterondernemingen of een andere dochteronderneming van hun moederonderneming;
   4° de personen die een beleggingsdienst of -activiteit als incidentele activiteit verrichten in het kader van een beroepswerkzaamheid, indien deze werkzaamheid aan wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften of aan een beroepscode is onderworpen en het verrichten van de dienst of de activiteit op grond daarvan niet is uitgesloten;
   5° personen die voor eigen rekening handelen in andere financiėle instrumenten dan grondstoffenderivaten of emissierechten, of derivaten daarvan, en die geen andere beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten met betrekking tot andere financiėle instrumenten dan grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan, tenzij deze personen:
   a) market makers zijn;
   b) leden zijn van of deelnemers zijn in een gereglementeerde markt of een MTF of directe elektronische markttoegang hebben tot een handelsplatform met uitzondering van de niet-financiėle entiteiten die transacties uitvoeren op een handelsplatform waarvan de bijdrage tot de vermindering van de risico's die rechtstreeks verband houden met de commerciėle activiteit of de treasuryfinancieringsactiviteit van die niet-financiėle entiteiten of hun groepen, objectief kan worden vastgesteld;
   c) een techniek van hoogfrequentie algoritmische handel toepassen; of
   d) voor eigen rekening handelen wanneer zij orders van cliėnten uitvoeren.
   Personen die krachtens de bepalingen onder 2°, 9° of 10°, zijn vrijgesteld, hoeven niet aan de in dit punt vastgelegde voorwaarden te voldoen om te worden vrijgesteld;
   6° de ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten en -activiteiten uitsluitend bestaan in het beheer van een werknemersparticipatieplan;
   7° de ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten en -activiteiten bestaan in het verstrekken van zowel de diensten en activiteiten bedoeld onder 3° als die bedoeld onder 6° ;
   8° leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken, andere nationale instellingen met een soortgelijke functie, andere overheidsinstellingen die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld of bij dat beheer betrokken zijn in de Europese Unie, alsook internationale financiėle instellingen die door twee of meer lidstaten zijn opgericht, en die tot doel hebben middelen bijeen te brengen en financiėle bijstand te verlenen ten behoeve van hun leden die te maken hebben met of bedreigd worden door ernstige financiėle problemen;
   9° de instellingen voor collectieve belegging en pensioenfondsen, ongeacht of hiervoor op het niveau van de Europese Unie gecoördineerde bepalingen gelden, alsmede de bewaarders en beheerders van deze instellingen;
   10° personen die:
   a) voor eigen rekening handelen, met inbegrip van market makers, in grondstoffenderivaten, emissierechten of derivaten daarvan, met uitzondering van personen die voor eigen rekening handelen bij het uitvoeren van orders van cliėnten; of
   b) andere beleggingsdiensten dan handel voor eigen rekening in grondstoffenderivaten, emissierechten of derivaten daarvan verlenen aan de cliėnten of de leveranciers van hun hoofdbedrijf,
   mits:
   i). dit in elk van deze gevallen afzonderlijk en op geaggregeerde basis een nevenactiviteit van hun hoofdbedrijf is, op groepsbasis beschouwd, en mits dit hoofdbedrijf niet bestaat in het verlenen van beleggingsdiensten in de zin van artikel 2, 1°, van deze wet of bankactiviteiten in de zin van artikel 4 van de wet van 25 april 2014, of het optreden als market maker met betrekking tot grondstoffenderivaten;
   ii). deze personen geen techniek voor hoogfrequentie algoritmische handel toepassen; en dat
   iii). deze personen de FSMA er jaarlijks van in kennis stellen dat zij van deze vrijstelling gebruik maken en zij de FSMA op verzoek meedelen op welke basis zij van mening zijn dat hun activiteit overeenkomstig de punten a) en b) een nevenactiviteit is van hun hoofdbedrijf;
   11° personen die tijdens het uitoefenen van een andere, niet onder deze wet vallende beroepsactiviteit beleggingsadvies verstrekken mits er niet specifiek voor deze adviesverstrekking wordt betaald;
   12° exploitanten met nalevingsverplichtingen krachtens Richtlijn 2003/87/EG, die bij het handelen in emissierechten geen orders van cliėnten uitvoeren, en die geen beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten, anders dan handel voor eigen rekening, op voorwaarde dat deze personen geen techniek voor hoogfrequente algoritmische handel toepassen;
   13° transmissiesysteembeheerders als omschreven in artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2009/72/EG of artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2009/73/EG, bij de uitvoering van hun taken op grond van voornoemde richtlijnen, of Verordening (EG) nr. 714/2009 of Verordening (EG) nr. 715/2009 of overeenkomstig die Verordeningen vastgestelde netwerkcodes of richtsnoeren, personen die in hun naam als dienstverlener optreden teneinde hun taak op grond van die wetgevingshandelingen of overeenkomstig die Verordeningen vastgestelde netwerkcodes of richtsnoeren uit te voeren, en exploitanten of beheerders van een mechanisme voor de balancering van de energiestromen, dan wel van een pijpleidingennetwerk of van een systeem om de energielevering en -afname in evenwicht te houden, wanneer zij deze taken uitoefenen.
   Deze vrijstelling is enkel van toepassing op personen die bij de in dit punt genoemde activiteiten betrokken zijn, wanneer zij beleggingsactiviteiten verrichten of beleggingsdiensten verlenen in verband met grondstoffenderivaten met het oog op bovengenoemde activiteiten. Deze vrijstelling is niet van toepassing op de exploitatie van een secundaire markt, inclusief een platform voor secundaire handel in financiėle transmissierechten;
   14° centrale effectenbewaarinstellingen (Central securities depositaries - CSD's) die worden gereguleerd op grond van het Europees Unierecht, voor zover zij door dat Unierecht worden gereguleerd.
   § 2. De in deze titel verleende rechten gelden niet voor het verlenen van diensten waarbij als tegenpartij wordt opgetreden bij transacties uitgevoerd door overheidsinstellingen die zich met de overheidsschuld bezighouden, of door leden van het Europese stelsel van centrale banken in het kader van de uitoefening van hun taken overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), Protocol nr. 4 betreffende de Statuten van het Europese stelsel van centrale banken en van de Europese centrale bank, of bij de uitoefening van vergelijkbare taken.
   § 3. De overeenkomstig paragraaf 1 vrijgestelde personen conformeren zich aan de artikelen 69 en 70 van de wet van 21 november 2017.
   § 4. De leden of deelnemers van gereglementeerde markten of MTF's aan wie een in paragraaf 1, 2°, 9°, 10° of 12°, bedoelde vrijstelling is verleend, conformeren zich aan de vereisten waarvan sprake in artikel 26/2, in artikel 65/3 van de wet van 25 april 2014 en in de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
   § 5. De Koning kan de volgende personen vrijstellen van de toepassing van deze Titel:
   1° personen die geen beleggingsdiensten mogen verlenen, met uitzondering van het ontvangen en doorgeven van orders in effecten en rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging en/of het verstrekken van beleggingsadvies over deze financiėle instrumenten,
   op voorwaarde dat deze personen:
   a) niet gemachtigd zijn om gelden en/of effecten aan te houden die toebehoren aan hun cliėnten, zodat zij ten aanzien van hun cliėnten nooit in een debiteurenpositie dreigen te verkeren; en
   b) bij het verlenen van deze diensten, uitsluitend orders mogen doorgeven aan:
   i). beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU;
   ii). kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU;
   iii). bijkantoren van beleggingsondernemingen of kredietinstellingen waaraan in een derde land een vergunning is verleend en die onderworpen zijn en zich houden aan prudentiėle regels die als minstens even streng worden beschouwd als de regels van Richtlijn 2014/65/EU, Verordening (EU) nr. 575/2013 of Richtlijn 2013/36/EU;
   iv). instellingen voor collectieve belegging die ingevolge de wetgeving van een lidstaat rechten van deelneming bij het publiek mogen plaatsen en aan de beheerders van dergelijke instellingen; of
   v). beleggingsmaatschappijen met vast kapitaal zoals gedefinieerd in artikel 17, lid 7, van Richtlijn 2012/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 54, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken, waarvan de effecten op een gereglementeerde markt van een lidstaat genoteerd zijn of verhandeld worden;
   2° personen die geen diensten als bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid, a) en b), van de wet van 25 april 2014, mogen verstrekken en die uitsluitend beleggingsdiensten in grondstoffen, emissierechten en/of derivaten daarvan verlenen met als enig oogmerk de commerciėle risico's van hun cliėnten af te dekken, mits deze cliėnten uitsluitend lokale elektriciteitsbedrijven zijn als omschreven in artikel 2, punt 35, van Richtlijn 2009/72/EG en/of aardgasbedrijven zijn als omschreven in artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2009/73/EG, en mits deze cliėnten samen 100 procent van het kapitaal of van de stemrechten van deze personen hebben, gezamenlijk zeggenschap uitoefenen en op grond van paragraaf 1, 10°, zijn vrijgesteld wanneer zij deze beleggingsdiensten zelf verlenen; en/of
   personen die uitsluitend beleggingsdiensten in emissierechten en/of derivaten daarvan verlenen met als enig oogmerk de commerciėle risico's van hun cliėnten af te dekken, mits deze cliėnten uitsluitend exploitanten zijn als omschreven in artikel 3, punt f), van Richtlijn 2003/87/EG, en mits deze cliėnten samen 100 procent van het kapitaal of van de stemrechten van deze personen hebben, gezamenlijk zeggenschap uitoefenen en op grond van paragraaf 1, 10°, zijn vrijgesteld wanneer zij deze beleggingsdiensten zelf verlenen.
   Die personen worden enkel vrijgesteld als zij vereisten naleven die analoog zijn aan de vereisten op grond van de volgende bepalingen van deze wet en aan de artikelen 27 tot 28 van de wet van 2 augustus 2002:
   - artikel 22;
   - artikel 23, § 1, derde lid, §§ 2 en 3;
   - artikel 25, § 1, 1°, 3°, 6° en 10° en § 2;
   - artikel 25/1, § 1, eerste en tweede lid en § 3;
   - artikel 25/2, § 1, 3° en §§ 5 tot 7;
   - artikel 26, §§ 2 en 5;
   - artikel 32, § 1;
   - artikel 34, §§ 1, 2, 6 en 7;
   - artikel 35, §§ 4 en 5;
   - en artikel 36, § 1, § 5, tweede en derde lid, § 6, tweede en derde lid, §§ 7, 9 en 10; en
   - artikel 45;
   alsook de bepalingen van de besluiten en reglementen en van de overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU vastgestelde overeenkomstige gedelegeerde handelingen, die ter uitvoering daarvan zijn genomen.
   De Koning kan aanvullende vereisten opleggen.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 203, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 5.
  <Opgeheven bij W 2017-11-21/08, art. 204, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  HOOFDSTUK 2. - Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht

  Art. 6. § 1. Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht moeten, vooraleer hun werkzaamheden aan te vatten, één van de volgende vergunningen verkrijgen van de toezichthouder, ongeacht de plaats waar zij hun werkzaamheden zullen uitoefenen:
  1° een vergunning als beursvennootschap;
  2° een vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  § 2. Onverminderd de voorschriften inzake kapitaal, mag de vergunning als beursvennootschap gelden voor alle beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten en nevendiensten als bedoeld in artikel 2.
  § 3. De vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag enkel gelden voor de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 2, 1°, 1, 2, 4, en 5, en voor de nevendiensten als bedoeld in artikel 2, 2°, 3, 5 en 7.
  Om hun eigen middelen te beleggen mogen zij posities houden in financiėle instrumenten, buiten de handelsportefeuille.
  § 4. Er kan geen vergunning als beleggingsonderneming worden verstrekt voor het uitsluitend verrichten van nevendiensten.
  § 5. De vergunning als beursvennootschap wordt verleend door de Bank conform de regels en voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 492 tot 496 van de wet van 25 april 2014.
  De Bank spreekt zich uit over de vergunningsaanvraag op advies van de FSMA conform artikel 494 van de wet van 25 april 2014.
  De vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt verleend door de FSMA conform de regels en voorwaarden die zijn vastgelegd in titel III.

  Art. 7. De toezichthoudende overheden stellen een lijst op van de beleggingsondernemingen waaraan krachtens deze afdeling een vergunning werd verleend. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op hun website in onderling overleg bekendgemaakt. De FSMA brengt de lijst en de wijzigingen daarin ter kennis van de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
  De lijst van de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht bevat volgende rubrieken:
  a. beursvennootschappen;
  b. vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  De lijst vermeldt de beleggingsdiensten en de andere diensten die de beleggingsondernemingen mogen verrichten.
  In de lijst wordt tevens aangegeven of de beursvennootschap bevoegd is om op te treden als bewaarder voor financiėle instrumenten van verzekeringsondernemingen, voor instellingen voor collectieve belegging en voor kredietinstellingen voor zover deze laatste handelen voor rekening van hun cliėnten, aangezien dit de activiteit is als bedoeld in artikel 499, § 2, van de wet van 25 april 2014.
  De lijst kan worden onderverdeeld in subrubrieken en kan andere diensten vermelden.
  Een bijlage bij deze lijst vermeldt de financiėle holdings naar Belgisch recht zoals bepaald bij artikel 59, § 1, 2°.

  Art. 8.Wanneer een vergunning is verleend aan een beleggingsonderneming naar Belgisch recht die een rechtstreekse of onrechtstreekse dochteronderneming is van één of meer moederondernemingen die ressorteren onder het recht van één of meer derde landen, wordt in de kennisgeving aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten ook de identiteit opgegeven van deze moederonderneming(en) en, in voorkomend geval, de financiėle structuur van de groep die de beleggingsonderneming controleert waaraan een vergunning is verleend. De FSMA stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van het verlenen van een dergelijke vergunning.
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 191, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 9. § 1. Alleen de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht, de kredietinstellingen en de in Belgiė krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggingsondernemingen mogen in Belgiė openbaar gebruik maken van de term "beleggingsonderneming", inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame.
  § 2. Alleen de beursvennootschappen en de in Belgiė krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan de vergunning de in artikel 2, 1°, 3, 6, 7 of 8 bedoelde beleggingsdienst dekt, mogen in Belgiė openbaar gebruik maken van de term "beursvennootschap", inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame.
  § 3. Alleen de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beursvennootschappen en de kredietinstellingen, alsook de in Belgiė krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan de vergunning de in artikel 2, 1°, 4, bedoelde beleggingsdienst dekt, mogen in Belgiė openbaar gebruik maken van de woorden "vermogensbeheerder", "vermogensbeheer" of enig andere term die naar deze werkzaamheid verwijst, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame.
  § 4. Alleen de volgende vennootschappen en instellingen mogen in Belgiė openbaar gebruik maken van de woorden "beleggings-adviseur","beleggingsadvies" of enig andere term die naar deze werkzaamheid verwijst, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame:
  a) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  b) de beursvennootschappen;
  c) de kredietinstellingen;
  d) de in Belgiė krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan de vergunning de in artikel 2, 1°, 5, bedoelde beleggingsdienst dekt;
  e) de makelaars in bank- en beleggingsdiensten als bedoeld in de wet van 22 maart 2006.

  HOOFDSTUK 3. - Beleggingsondernemingen naar buitenlands recht

  Afdeling 1. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in Belgiė van beleggingsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren

  Art. 10.§ 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en op grond van hun nationaal recht in hun lidstaat van herkomst beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten en nevendiensten mogen verrichten, mogen, via de vestiging van een bijkantoor [1 of door het gebruik van een in Belgiė gevestigde verbonden agent]1, deze diensten in Belgiė aanvatten zodra de toezichthoudende overheid er hen van in kennis heeft gesteld dat zij als bijkantoor van een beleggingsonderneming uit de Europese Economische Ruimte zijn geregistreerd.
  Nevendiensten mogen alleen tezamen met een beleggingsdienst en/of een beleggingsactiviteit worden verricht.
  § 2. De registratie van de bijkantoren van buitenlandse beursvennootschappen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat als bedoeld in paragraaf 1, wordt door de Bank ter kennis gebracht van deze ondernemingen conform artikel 590 van de wet van 25 april 2014.
  De FSMA wordt onmiddellijk in kennis gesteld van deze kennisgevingen van registraties van bijkantoren die door de Bank zijn verricht.
  § 3. De registratie van de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat als bedoeld in paragraaf 1, wordt door de FSMA ter kennis gebracht van deze ondernemingen met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs.
  Deze kennisgeving geschiedt uiterlijk twee maanden nadat de toezichthoudende autoriteiten voor de beleggingsondernemingen van de lidstaat van herkomst van de beleggingsonderneming, het op grond van de Europeesrechtelijke regels ter zake vereiste informatiedossier hebben meegedeeld. Bij gebreke van ontvangst van een kennisgeving binnen de vastgestelde termijn mag zij haar bijkantoor openen en de voornoemde werkzaamheden aanvatten. Zij stelt de FSMA hiervan in kennis.
  § 4. De FSMA stelt elk jaar de lijst op van de geregistreerde bijkantoren en maakt die alsook alle wijzigingen die hierin tijdens het jaar zijn aangebracht, bekend op zijn website. Ook de Bank publiceert op haar website een lijst van de beleggingsondernemingen waarvoor zij bevoegd is.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 205, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 11.De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en op grond van hun nationaal recht in hun lidstaat van herkomst beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten en nevendiensten mogen verrichten, mogen deze werkzaamheden in Belgiė aanvatten in het kader van het vrij verrichten van diensten, zodra de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst aan de FSMA mededeling heeft gedaan van de op grond van de Europeesrechtelijke regels ter zake vereiste kennisgeving.
  [1 ...]1
  Nevendiensten mogen alleen tezamen met een beleggingsdienst en/of beleggingsactiviteit worden verricht.
  De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en haar in kennis hebben gesteld van hun voornemen om in Belgiė de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 2, 1° en de beleggingsactiviteiten als bedoeld in ditzelfde artikel te verrichten. Op haar website publiceert de FSMA deze lijst en alle wijzigingen die er in de loop van het jaar in worden aangebracht. Ook de Bank publiceert op haar website een lijst van de beleggingsondernemingen waarvoor zij bevoegd is.
  De FSMA vraagt bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst informatie op met betrekking tot de identiteitsgegevens van de verbonden agenten waarvan de beleggingsonderneming voornemens is gebruik te maken. Zij maakt deze gegevens bekend op haar website.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 206, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Afdeling 2. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in Belgiė van beleggingsondernemingen die niet onder [1 Richtlijn 2014/65/EU]1 vallen
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 207, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 12.De artikelen 10 tot 11 zijn niet van toepassing op de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat die niet in het toepassingsgebied van [1 Richtlijn 2014/65/EU vallen op grond van artikel 2, § 1, l) en m)]1 en artikel 3 van deze richtlijn.
  Voor de bijkantoren en de dienstverrichtingen in Belgiė van deze ondernemingen zijn de bepalingen van afdelingen 3 en 4 van toepassing.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 208, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Afdeling 3. - Bijkantoren in Belgiė van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen

  Art. 13.§ 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land en voornemens zijn om in Belgiė beleggingsdiensten aan te bieden of te verstrekken en/of om er beleggingsactiviteiten te verrichten via het oprichten van bijkantoren, moeten vooraf een vergunning verkrijgen van de toezichthouder.
  [1 Ingeval een in de Europese Unie gevestigde of gesitueerde [2 niet-professionele of professionele cliėnt]2 uitsluitend op eigen initiatief de verlening van een beleggingsdienst of de verrichting van een beleggingsactiviteit door een onderneming uit een derde land initieert, is de vergunningsvereiste op grond van het eerste lid noch van toepassing op de verlening van die dienst of de verrichting van die activiteit door de onderneming uit het derde land voor die persoon, noch op een relatie die specifiek verband houdt met de verlening van die dienst of de verrichting van die activiteit.
   Een door dergelijke cliėnten genomen initiatief geeft de onderneming uit het derde land niet het recht om op andere wijze dan via het bijkantoor nieuwe categorieėn van beleggingsproducten of beleggingsdiensten aan die clėnt aan te bieden.]1
  § 2. De bijkantoren van buitenlandse beursvennootschappen die ressorteren onder het recht van een derde land moeten een vergunning verkrijgen van de Bank conform artikel 603 van de wet van 25 april 2014.
  De bijkantoren van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een derde land moeten een vergunning verkrijgen van de FSMA conform de regels en voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 84.
  § 3. De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de bijkantoren waaraan een vergunning is verleend en publiceert die op haar website, evenals alle wijzigingen die er in de loop van het jaar in worden aangebracht. Ook de Bank publiceert op haar website een lijst van de bijkantoren waarvoor zij bevoegd is.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 209, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (2)<W 2019-05-02/25, art. 192, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Afdeling 4. - Dienstverrichtingen in Belgiė van beleggingsondernemingingen die ressorteren onder een derde land

  Art. 14.[1 § 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land en die in hun land van herkomst daadwerkelijk beleggingsdiensten verlenen, mogen zonder vestiging enkel aan volgende beleggers deze diensten in Belgiė aanbieden of verlenen:
   1° de in aanmerking komende tegenpartijen als bepaald ter uitvoering van artikel 26, achtste lid, van de wet van 2 augustus 2002;
   2° de als professioneel beschouwde cliėnten overeenkomstig de bepalingen naar Belgisch recht tot omzetting van Afdeling I van bijlage II van Richtlijn 2014/65/EU;
   3° de in Belgiė gevestigde personen die de nationaliteit hebben van het land van herkomst van de betrokken beleggingsonderneming of van een land waar deze beleggingsonderneming een bijkantoor heeft, voor zover de beleggingsonderneming voor wat betreft de in Belgiė aangeboden of verleende beleggingsdiensten in het land van herkomst of in het betrokken land van vestiging onderworpen is aan een gelijkwaardig toezicht als Belgische beleggingsondernemingen.
   § 2. De in de eerste paragraaf bedoelde ondernemingen dienen zich vooraf bij de FSMA bekend te maken, met opgave van de voorgenomen beleggingsdiensten die ze voornemens zijn te verrichten, alsook van de categorieėn van beleggers aan wie ze voornemens zijn deze diensten te verlenen.
   Onverminderd de internationale akkoorden die Belgiė binden, kan de FSMA het verlenen van beleggingsdiensten in Belgiė verbieden aan een beleggingsonderneming die ressorteert onder het recht van een Staat die niet dezelfde toegangsmogelijkheden tot zijn markt aan de beleggingsondernemingen onder Belgisch recht biedt.
   § 3. De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de in dit artikel bedoelde beleggingsondernemingen die in Belgiė de diensten verlenen bedoeld in artikel 2, 1°, van deze wet. Op haar website publiceert de FSMA deze lijst en alle wijzigingen die er in de loop van het jaar in worden aangebracht. Ook de Bank publiceert op haar website een lijst van de beleggingsondernemingen waarvoor zij bevoegd is.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 210, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 14/1. [1 § 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, moeten bij de uitoefening van hun activiteiten in Belgiė, naast hun naam, hun land van herkomst en hun zetel vermelden.
   § 2. De bepalingen van deze afdeling doen geen afbreuk aan de naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen, met inbegrip van de gedragsregels, die in Belgiė van toepassing zijn op de beleggingsondernemingen en hun verrichtingen.
   § 3. De FSMA mag de in artikel 14 bedoelde buitenlandse beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, gelasten haar alle inlichtingen te verstrekken over hun dienstverlening in Belgiė om na te gaan of de in paragraaf 2 bedoelde bepalingen waarvoor zij bevoegd is, worden nageleefd. De FSMA mag de certificatie of de aanpassing van deze inlichtingen gelasten aan de buitenlandse toezichthoudende autoriteiten van de betrokken beleggingsonderneming, haar externe revisor of de erkende auditor die belast is met de certificatie van haar rekeningen.
   § 4. Wanneer de FSMA vaststelt dat een in artikel 14 bedoelde buitenlandse beleggingsonderneming die ressorteert onder het recht van een derde land, in Belgiė niet handelt in overeenstemming met de op haar toepasselijke bepalingen of de belangen van haar cliėnten in gevaar brengt, maant zij de onderneming aan de vastgestelde toestand binnen de door haar bepaalde termijn recht te zetten.
   Indien de toestand na deze termijn niet is verholpen, brengt de FSMA haar bemerkingen ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van het land van herkomst van de beleggingsonderneming.
   Wanneer de overtredingen blijven aanhouden, kan de FSMA na de buitenlandse toezichthoudende autoriteiten hiervan in kennis te hebben gesteld, de voortzetting van alle of een deel van de werkzaamheden van de beleggingsonderneming in Belgiė schorsen of verbieden.
   Wanneer de betrokken beleggingsonderneming niet onder toezicht staat van een toezichthoudende autoriteit, kan de FSMA, indien de toestand na het verstrijken van de krachtens het eerste lid bepaalde termijn niet is verholpen, onmiddellijk overgaan tot het schorsen of verbieden van alle of een deel van de werkzaamheden van de beleggingsonderneming in Belgiė.
   Artikel 64, § 2, is van toepassing op de in dit artikel bedoelde beslissingen.
   § 5. Artikel 68 is van toepassing op de in artikel 14 bedoelde buitenlandse beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land.
   § 6. Artikel 107, § 1, is van toepassing op wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert die indruisen tegen het verbod of de schorsing bedoeld in paragraaf 4.
   Artikel 108 is van toepassing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-21/08, art. 211, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  

  Art. 14/2. [1 De artikelen 14 en 14/1 zijn van toepassing onverminderd de artikelen 46 tot 49 van Verordening (EU) nr. 600/2014.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-21/08, art. 212, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  

  HOOFDSTUK 4. - Samenwerking tussen toezichthoudend overheden

  Art. 15. Met het oog op een efficiėnt en gecoördineerd toezicht op de beleggingsondernemingen sluiten de Bank en de FSMA een protocol dat op hun respectieve websites wordt bekend gemaakt.
  Dit protocol bepaalt de modaliteiten van de samenwerking tussen de Bank en de FSMA in alle gevallen waar de wet een advies, raadpleging, informatie of ander contact tussen de twee instellingen voorziet of waar overleg tussen beide instellingen noodzakelijk is om een eenvormige toepassing van de wetgeving te verzekeren.

  TITEL 3. - Statuut van en toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies

  HOOFDSTUK 1. - Vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht

  Afdeling 1. - Vergunningsprocedure

  Art. 16. De vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt afgeleverd door de FSMA.
  De aanvragers duiden aan welke in artikel 2 bedoelde beleggingsdiensten en -activiteiten en nevendiensten zij voornemens zijn te verrichten of aan te bieden. Daarbij verduidelijken zij op welke financiėle instrumenten deze diensten en activiteiten betrekking hebben. Bij de vergunningsaanvraag wordt een programma van werkzaamheden gevoegd dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waarin met name de aard en de omvang van de voorgenomen verrichtingen alsook de organisatiestructuur van de onderneming worden vermeld en de nauwe banden die zij heeft met andere personen. De aanvragers moeten alle inlichtingen verstrekken die nodig zijn om hun aanvraag te kunnen beoordelen.
  Het tweede lid is eveneens van toepassing op de aanvragen van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die reeds over een vergunning beschikken, die ertoe strekken bijkomende diensten en activiteiten bedoeld in artikel 2 waarvoor zij nog geen vergunning hebben te mogen verrichten. De artikelen 7 en 17 tot 19 zijn van toepassing.

  Art. 17. Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die hetzij de dochteronderneming is van een beursvennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een beurs-vennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een beursvennootschap, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de Bank.
  Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die hetzij de dochter-onderneming is van een andere beleggings-onderneming, van een kredietinstelling, een verzekerings-onderneming, een herverzekerings-onderneming, een beheerder van AICB's of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, hetzij de dochteronderneming van de moeder-onderneming van een andere beleggings-onderneming, van een kredietinstelling, een verzekerings-onderneming, een herverzekerings-onderneming, een beheerder van AICB's of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een andere beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beheerder van AICB's of een beheer-vennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de nationale toezichthoudende overheden die in deze andere lidstaten bevoegd zijn voor het toezicht op de beleggingsondernemingen, kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen, beheerders van AICB's of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, waaraan zij krachtens hun recht een vergunning of toelating hebben verleend.
  De FSMA raadpleegt eveneens vooraf de Bank of de in het tweede lid bedoelde toezichthoudende overheden voor het beoordelen van de geschiktheid van de aandeelhouders en de leiding overeenkomstig de artikelen 22 en 23, wanneer deze aandeelhouder, al naargelang het geval, een in het eerste of tweede lid bedoelde onderneming is en de bij de leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies betrokken persoon eveneens betrokken is bij de leiding van een van de, al naargelang het geval, in het eerste of tweede lid bedoelde ondernemingen. Deze overheden delen elkaar alle informatie mee die relevant is voor het beoordelen van de geschiktheid van de in dit lid bedoelde aandeelhouders en bij de leiding betrokken personen.

  Art. 18. De FSMA verleent de aangevraagde vergunning aan vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die voldoen aan de voorwaarden van afdeling II. Zij spreekt zich uit over de vergunning binnen de zes maanden na de indiening van een volledige aanvraag.
  De beslissingen inzake vergunning vermelden de beleggingsdiensten en -activiteiten evenals de nevendiensten die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag verrichten.
  De beslissingen inzake vergunning worden binnen vijftien dagen met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de aanvragers.

  Art. 19. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kan de FSMA de vergunning van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beperken tot bepaalde diensten of activiteiten of tot bepaalde financiėle instrumenten, alsook in haar vergunning voor het verrichten van bepaalde diensten of activiteiten met betrekking tot bepaalde financiėle instrumenten voorwaarden stellen.

  Afdeling 2. - Vergunningsvoorwaarden

  Onderafdeling 1. - Rechtsvorm

  Art. 20. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht moeten worden opgericht in de rechtsvorm van een handelsvennootschap, met uitzondering van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die is opgericht door één enkele persoon.

  Onderafdeling 2. - Aanvangskapitaal

  Art. 21. § 1. Om een vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te verkrijgen moet het volstort gedeelte van het kapitaal 125.000 euro bedragen.
  § 2. Voor bestaande instellingen die een vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aanvragen, worden voor de toepassing van § 1 de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen resultaat gelijkgesteld met kapitaal.

  Onderafdeling 3. - Aandeelhouders of vennoten

  Art. 22. De FSMA verleent pas een vergunning nadat zij in kennis is gesteld van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersonen die, alleen of in onderling overleg handelend, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming bezitten in het kapitaal van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. De kennisgeving moet vermelden welke kapitaalfracties en hoeveel stemrechten deze personen bezitten.
  De vergunning wordt geweigerd wanneer de FSMA gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, redenen heeft om aan te nemen dat de in het eerste lid bedoelde natuurlijke of rechtspersonen niet geschikt zijn.
  Wanneer er nauwe banden bestaan tussen de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere natuurlijke of rechtspersonen, wordt de vergunning pas verleend indien deze banden de juiste uitoefening van de toezichthoudende taak van de FSMA niet belemmeren.
  De FSMA weigert de vergunning indien de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een derde land die van toepassing zijn op één of meer natuurlijke of rechtspersonen met wie de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nauwe banden heeft, of moeilijkheden in verband met de toepassing van die bepalingen, een belemmering vormen voor de juiste uitoefening van haar toezichthoudende taken.

  Onderafdeling 4. - Leiding

  Art. 23.§ 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, evenals de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties, zijn uitsluitend natuurlijke personen.
  De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken [1 , en genoeg tijd besteden aan de vervulling van hun taken]1.
  [1 De leden van het wettelijk bestuursorgaan beschikken gezamenlijk over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring om inzicht te hebben in de bedrijfsactiviteiten van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, met inbegrip van de voornaamste risico's die zij loopt.]1
  [2 De FSMA kan, bij reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64, van de wet van 2 augustus 2002, de minimale voorwaarden verduidelijken waaraan moet worden voldaan met betrekking tot het vereiste inzake de passende deskundigheid, inclusief de modaliteiten van de beoordelingsprocedure van dat vereiste.]2
  § 2. De effectieve leiding van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moet aan ten minste twee natuurlijke personen worden toevertrouwd.
  § 3. [1 De FSMA verleent geen vergunning indien er objectieve en aantoonbare redenen zijn om aan te nemen dat het wettelijk bestuursorgaan een bedreiging zou kunnen vormen voor het efficiėnt, gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, en voor de passende inaanmerkingneming van de belangen van haar cliėnten en de integriteit van de markt.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 213, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (2)<W 2017-12-05/04, art. 53, 003; Inwerkingtreding : 28-12-2017>

  Art. 24. Artikel 20 van de wet van 25 april 2014 is van toepassing.

  Onderafdeling 5. - Organisatie

  Art. 25.(NOTA : de geplande veranderingen bij art. 54 2017-12-05/04 worden overschreven) [1 § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moeten beschikken over een solide en passende regeling voor de bedrijfsorganisatie, waaronder toezichtsmaatregelen, om een efficiėnt, gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap te garanderen en de integriteit van de markt en de belangen van de cliėnten te bevorderen, die met name berust op:
   1° een passende beleidsstructuur die op het hoogste niveau gebaseerd is op een duidelijk onderscheid tussen, enerzijds, de effectieve leiding van de vennootschap en, anderzijds, het toezicht [2 op die leiding en die binnen de vennootschap]2 voorziet in een passende functiescheiding en in een duidelijk omschreven, transparante en coherente regeling voor de toewijzing van verantwoordelijkheden;
   2° een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle, waarvan de werking minstens jaarlijks dient te worden beoordeeld, wat met name de organisatie van een controlesysteem impliceert dat een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het financiėle verslaggevingsproces, zodat de jaarrekening in overeenstemming is met de geldende boekhoudreglementering;
   3° doeltreffende procedures voor de identificatie, de meting, het beheer en de opvolging van en de interne verslaggeving over de belangrijke risico's die de vennootschap mogelijk loopt, inclusief de voorkoming van belangenconflicten;
   4° een passende onafhankelijke interneauditfunctie, risicobeheerfunctie en compliancefunctie;
   5° een passend integriteitsbeleid, dat geregeld wordt geactualiseerd;
   6° een beloningsbeleid dat een gezond en doeltreffend risicobeheer garandeert, alsook een vergoedingsbeleid voor de personen die bij de dienstverlening aan cliėnten betrokken zijn, dat verantwoord ondernemerschap en een billijke behandeling van cliėnten aanmoedigt en belangenconflicten in de betrekkingen met de cliėnten voorkomt;
   7° voor de werkzaamheden van de vennootschap passende controle- en beveiligingsmaatregelen op informaticagebied, inclusief deugdelijke beveiligingsmechanismen om de beveiliging en authentificatie van de middelen voor de informatieoverdracht te garanderen, het risico op datacorruptie en ongeoorloofde toegang tot een minimum te beperken, en te voorkomen dat informatie uitlekt door de vertrouwelijkheid van de gegevens te allen tijde te bewaren;
   8° een passend intern waarschuwingssysteem dat met name voorziet in een specifieke, onafhankelijke en autonome melding van inbreuken op de normen en de gedragscodes van de vennootschap;
   9° de invoering van passende maatregelen om de continuļteit van hun beleggingsdiensten en beleggingsactiviteiten te garanderen;
   10° een beleid op het gebied van diensten, activiteiten, producten en verrichtingen die worden aangeboden of verstrekt, in overeenstemming met de risicotolerantie van de vennootschap en de kenmerken en behoeften van de cliėnten van de vennootschap aan wie deze worden aangeboden of verstrekt, in voorkomend geval, met inbegrip van de uitvoering van passende stresstests.
   De bepalingen onder 6° en 10° zijn ook van toepassing op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wanneer zij aan cliėnten verkopen verrichten of advies verstrekken in verband met gestructureerde deposito's.
   § 2. De in paragraaf 1 bedoelde organisatieregeling is uitputtend uitgewerkt en is passend voor de aard, schaal en complexiteit van de risico's die inherent zijn aan het bedrijfsmodel en aan de werkzaamheden van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   § 3. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies stelt een governancememorandum op dat voor de betrokken vennootschap en, in voorkomend geval, de groep of subgroep waarvan zij de uiteindelijke moederonderneming is, de volledige in paragraaf 1 en artikel 26 bedoelde interne organisatieregeling bevat.
   Indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies deel uitmaakt van een groep die onder het toezicht van de FSMA staat, kan het memorandum dat op het niveau van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt opgesteld, deel uitmaken van het memorandum van die groep.
   § 4. In de artikelen 25/1 tot 26/2 wordt bepaald wat, in specifieke domeinen, de reikwijdte is van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde algemene verplichtingen.
   § 5. Als de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, mogen die banden geen belemmering vormen voor een individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op de vennootschap.
   Als de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die ressorteert onder het recht van een derde land, mogen de voor die persoon geldende wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen of hun uitvoering, geen belemmering vormen voor een individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op de vennootschap.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 214, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (2)<W 2019-05-02/25, art. 193, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 25/1. [1 § 1. Het wettelijk bestuursorgaan draagt de algemene verantwoordelijkheid voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   Hiertoe bepaalt en controleert het wettelijk bestuursorgaan met name:
   1° de strategie en de doelstellingen van de vennootschap;
   2° het risicobeleid;
   3° de in artikel 25 bedoelde organisatieregeling van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
   4° de organisatie van de vennootschap voor het verlenen van beleggingsdiensten, het verrichten van beleggingsactiviteiten, het verlenen van nevendiensten, en het commercialiseren van gestructureerde deposito's en het verstrekken van advies aan cliėnten in verband met gestructureerde deposito's, zoals onder meer de vereiste vaardigheden, kennis en deskundigheid van het personeel, de middelen, procedures en regelingen voor het verlenen van diensten en het verrichten van activiteiten door de vennootschap, rekening houdend met de aard, schaal en complexiteit van haar bedrijfsactiviteiten en alle vereisten waaraan de vennootschap moet voldoen.
   Het wettelijk bestuursorgaan keurt het in artikel 25, § 3, bedoelde governancememorandum van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies goed.
   § 2. De statuten van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die zijn opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap, kunnen de raad van bestuur toestaan alle of een deel van de in artikel 522, § 1, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde bevoegdheden over te dragen aan een in deze raad opgericht directiecomité, waarvan hij de leden benoemt en ontslaat en de bezoldiging vaststelt.
   Deze bevoegdheidsdelegatie kan evenwel noch slaan op de vaststelling van het algemeen beleid, noch op de handelingen die bij andere bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen aan de raad van bestuur zijn voorbehouden.
   § 3. De voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan in zijn toezichtsfunctie mag geen effectief leider zijn van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, tenzij dat door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt verantwoord en door de FSMA wordt goedgekeurd op grond van de omvang en het risicoprofiel van de vennootschap.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-21/08, art. 215, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  

  Art. 25/2. [1 § 1. Onverminderd de taken van het wettelijk bestuursorgaan richten de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies binnen dit orgaan de volgende comités op:
   1° een auditcomité;
   2° een remuneratiecomité;
   3° een benoemingscomité,
   die uitsluitend zijn samengesteld uit leden van het wettelijk bestuursorgaan die er geen uitvoerend lid van zijn en waarvan minstens één lid onafhankelijk is in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen; een lid mag niet in meer dan twee van voornoemde comités zetelen.
   § 2. Naast de vereisten van paragraaf 1 beschikken de leden van het auditcomité over een collectieve deskundigheid op het gebied van de werkzaamheden van de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en op het gebied van boekhouding en audit, en minstens één lid van het auditcomité beschikt over deskundigheid op het gebied van boekhouding en/of audit.
   Onverminderd de wettelijke taken van het wettelijk bestuursorgaan, heeft het auditcomité minstens de volgende taken:
   1° monitoring van het financiėle verslaggevingsproces;
   2° monitoring van de doeltreffendheid van de systemen voor interne controle en risicobeheer van de vennootschap;
   3° monitoring van de interne audit en zijn activiteiten;
   4° monitoring van de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening.
   Het auditcomité brengt bij het wettelijk bestuursorgaan geregeld verslag uit over de uitoefening van zijn taken, en ten minste wanneer het wettelijk bestuursorgaan de in artikel 55 bedoelde jaarrekening, geconsolideerde jaarrekening en periodieke staten opstelt die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies respectievelijk aan het einde van het boekjaar en aan het einde van het eerste halfjaar overmaakt.
   De FSMA kan, bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, de in voornoemde lijst opgesomde elementen op technische punten preciseren en aanvullen.
   § 3. Naast de in paragraaf 1 vermelde vereisten, is het remuneratiecomité zodanig samengesteld dat het een gedegen en onafhankelijk oordeel kan geven over het beloningsbeleid en de beloningspraktijken en de prikkels die daarvan uitgaan voor het risicobeheer, de eigenvermogensbehoeften en de liquiditeitspositie.
   Het remuneratiecomité is belast met de voorbereiding van beslissingen over beloning, met name beslissingen die gevolgen hebben voor de risico's en het risicobeheer van de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, en die het wettelijk bestuursorgaan in het kader van zijn toezichtsfunctie moet nemen. Bij de voorbereiding van dergelijke beslissingen houdt het remuneratiecomité rekening met de langetermijnbelangen van aandeelhouders, beleggers en andere belanghebbenden van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   Het tweede lid is ook van toepassing op beslissingen over de beloning van de personen die verantwoordelijk zijn voor de onafhankelijke controlefuncties. Bovendien oefent het remuneratiecomité rechtstreeks toezicht uit op de beloning van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.
   § 4. Paragrafen 1 tot 3 doen geen afbreuk aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen over het auditcomité en het remuneratiecomité in genoteerde vennootschappen in de zin van artikel 4 van dit Wetboek.
   § 5. Het benoemingscomité is zodanig samengesteld dat het een gedegen en onafhankelijk oordeel kan geven over de samenstelling en de werking van de bestuurs- en beleidsorganen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in het bijzonder over de individuele en collectieve deskundigheid van hun leden, en over hun integriteit, reputatie, onafhankelijkheid van geest en beschikbaarheid.
   Het benoemingscomité is belast met:
   1° het aanwijzen en aanbevelen, voor goedkeuring door de algemene vergadering, of, in voorkomend geval, door het wettelijk bestuursorgaan, van kandidaten voor het invullen van vacatures in het wettelijk bestuursorgaan, het nagaan hoe de kennis, vaardigheden, diversiteit en ervaring in het wettelijk bestuursorgaan zijn verdeeld, het opstellen van een beschrijving van de taken en bekwaamheden die voor een bepaalde benoeming zijn vereist, en het beoordelen hoeveel tijd er aan die taken moet worden besteed.
   Verder stelt het benoemingscomité een streefcijfer vast voor de vertegenwoordiging van het ondervertegenwoordigde geslacht in het wettelijk bestuursorgaan en stippelt het een beleid uit om het aantal vertegenwoordigers van dit geslacht in het wettelijk bestuursorgaan te vergroten en op die manier het streefcijfer te halen. Het streefcijfer, de beleidslijn en de tenuitvoerlegging ervan worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 435, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013;
   2° het periodiek, en minimaal jaarlijks, evalueren van de structuur, omvang, samenstelling en prestaties van het wettelijk bestuursorgaan en het formuleren van aanbevelingen aan het wettelijk bestuursorgaan met betrekking tot eventuele wijzigingen;
   3° het periodiek, en minimaal jaarlijks, beoordelen van de kennis, vaardigheden, ervaring, mate van betrokkenheid, met name de regelmatige aanwezigheid, van de individuele leden van het wettelijk bestuursorgaan en van het wettelijk bestuursorgaan als geheel, en daar verslag over uitbrengen aan dit orgaan;
   4° het periodiek toetsen van het beleid van het wettelijk bestuursorgaan voor de selectie en benoeming van de uitvoerende leden ervan, en het formuleren van aanbevelingen aan het wettelijk bestuursorgaan.
   Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden ziet het benoemingscomité erop toe dat één persoon of een kleine groep van personen de besluitvorming van het wettelijk bestuursorgaan niet domineren op een wijze die de belangen van de instelling in haar geheel schade berokkent.
   Het benoemingscomité kan gebruik maken van alle vormen van hulpmiddelen die het geschikt acht voor de uitvoering van zijn opdracht, zoals het inwinnen van extern advies, en ontvangt hiertoe toereikende financiėle middelen.
   § 6. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die niet significant zijn wat hun interne organisatie betreft of wat de aard, de reikwijdte, de complexiteit of het grensoverschrijdende karakter van hun activiteiten betreft, en die aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoen, zijn vrijgesteld van de verplichting om over de in paragraaf 1 bedoelde comités te beschikken:
   1° gemiddeld aantal werknemers gedurende het betrokken boekjaar van minder dan 250 personen;
   2° balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro;
   3° jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro.
   § 7. De FSMA kan aan een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die een dochter of een kleindochter is van een gemengde financiėle holding, een verzekeringsholding, een financiėle holding, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een andere beleggingsonderneming, of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, volledige of gedeeltelijke afwijkingen toestaan van de bepalingen van dit artikel en specifieke voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze afwijkingen, voor zover er binnen de betrokken groepen of subgroepen comités zijn opgericht in de zin van paragraaf 1, die bevoegd zijn voor de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en voldoen aan de vereisten van deze wet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-21/08, art. 216, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  

  Art. 25/3. [1 § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nemen de nodige maatregelen om blijvend over de volgende passende onafhankelijke controlefuncties te kunnen beschikken:
   1° compliance;
   2° risicobeheer;
   3° interne audit,
   die worden uitgeoefend door personen die onafhankelijk zijn van de bedrijfseenheden van de vennootschappen en over de nodige bevoegdheden beschikken om hun functie naar behoren te kunnen uitoefenen. De beloning van deze personen wordt vastgesteld volgens de verwezenlijking van de doelstellingen waarop hun functie gericht is, onafhankelijk van de resultaten van de werkzaamheden waarop toezicht wordt gehouden.
   § 2. Bij haar beoordeling van het passende karakter van de in paragraaf 1 bedoelde functies houdt de FSMA rekening met de bepalingen van artikel 25, § 2.
   § 3. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikt over een passende onafhankelijke compliancefunctie om de naleving door de vennootschap, de leden van haar wettelijk bestuursorgaan, haar effectieve leiding, haar werknemers, haar gevolmachtigden en haar verbonden agenten te verzekeren van de wettelijke en reglementaire regels inzake integriteit en gedrag die van toepassing zijn op het bedrijf van de vennootschap.
   Het eerste lid doet geen afbreuk aan de bepalingen van artikel 87bis van de wet van 2 augustus 2002.
   De personen die belast zijn met de compliancefunctie, brengen minstens eenmaal per jaar verslag uit aan het wettelijk bestuursorgaan.
   § 4. De FSMA kan, onverminderd de bepalingen van artikel 25, § 1 en paragrafen 1 tot 3, nader bepalen wat moet worden verstaan onder een passende beleidsstructuur, een passende interne controle, een passende onafhankelijke interneauditfunctie, een passende risicobeheerfunctie en een passende onafhankelijke compliancefunctie, en nadere regels uitwerken overeenkomstig de Europese wetgeving.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-21/08, art. 217, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  

  Art. 26.§ 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies leggen passende beleidslijnen en procedures vast om de naleving van de wettelijke [1 en reglementaire]1 voorschriften inzake beleggingsdiensten en -activiteiten door de onderneming, hun bestuurders, effectieve leiding, werknemers, verbonden agenten en gevolmachtigden te verzekeren.
  Zij werken passende regels uit voor de rechtstreekse en onrechtstreekse persoonlijke verrichtingen in financiėle instrumenten die worden uitgevoerd door de in het eerste lid bedoelde personen.
  [1 Op advies van de FSMA kan de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen bepalen]1. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrekking hebben op:
  - de relevante personen op wie deze regels en verplichtingen van toepassing zijn;
  - de persoonlijke verrichtingen die in strijd worden geacht met de wet;
  - de modaliteiten waaronder de relevante personen hun persoonlijke verrichtingen dienen mee te delen aan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  - de wijze waarop de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies gegevens over de persoonlijke verrichtingen dienen te bewaren.
  § 2. De vennootschappen voor vermogens-beheer en beleggingsadvies nemen passende organisatorische en administratieve maatregelen om te voorkomen dat belangenconflicten inzake beleggingsdiensten en -activiteiten tussen de onderneming, hun bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of een met hen verbonden onderneming, enerzijds, en hun cliėnteel anderzijds, of tussen hun cliėnten onderling, de belangen van deze laatsten zouden schaden.
  [1 Op advies van de FSMA kan de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen bepalen]1. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrekking hebben op de organisatorische regels die in acht moeten worden genomen ter voorkoming van belangenconflicten en wanneer de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies onderzoek op beleggingsgebied produceert en verspreidt.
  § 3. [1 ...]1
  § 4. Wanneer een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies operationele taken die van kritiek belang zijn voor een continue en bevredigende dienstverlening inzake beleggingsdiensten en -activiteiten, aan derden uitbesteedt, neemt zij passende maatregelen om het hiermee gepaard gaande operationeel risico te beperken.
  De in het eerste lid bedoelde uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan het passende karakter van de interne controleprocedures van de onderneming en aan het vermogen van de FSMA om te controleren of de onderneming haar wettelijke verplichtingen nakomt.
  [1 ...]1
  § 5. [1 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies houden de gegevens bij over alle door hen verleende beleggingsdiensten, verrichte beleggingsactiviteiten en uitgevoerde verrichtingen, om de FSMA in staat te stellen haar toezichtsbevoegdheden uit te oefenen conform deze wet, de wet van 2 augustus 2002, de wet van 21 november 2017, de ter uitvoering van voornoemde wetten genomen besluiten en reglementen, Verordening (EU) nr. 600/2014, Verordening (EU) nr. 596/2014 en Gedelegeerde Verordening 2017/565, en inzonderheid na te gaan of de onderneming haar verplichtingen tegenover haar cliėnteel of potentieel cliėnteel en met betrekking tot de marktintegriteit nakomt.
   Het bijhouden van gegevens omvat het opnemen van telefoongesprekken of elektronische communicatie die ten minste met het verstrekken van diensten betreffende het ontvangen, doorgeven en uitvoeren van cliėntenorders verband houden.
   Daartoe neemt iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies alle redelijke maatregelen voor de opname of opslag van voornoemde telefoongesprekken en elektronische communicatie die tot stand zijn gekomen met, verstuurd zijn vanaf of ontvangen zijn door apparatuur die door de vennootschap ter beschikking is gesteld van een werknemer of contractant, of waarvan het gebruik door een werknemer of contractant wordt goedgekeurd of toegestaan door de vennootschap.
   Cliėnten kunnen hun orders langs andere kanalen plaatsen; deze mededelingen moeten evenwel gebeuren met gebruikmaking van duurzame dragers, zoals brieven, faxen, e-mails of documentatie over orders die tijdens bijeenkomsten door de betrokken cliėnten zijn geplaatst. In het bijzonder kan de inhoud van relevante rechtstreekse gesprekken met een cliėnt worden geregistreerd door middel van notulen of notities. Aldus geplaatste orders worden gelijkgesteld met telefonisch ontvangen orders.
   Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies neemt alle redelijke maatregelen om te voorkomen dat een werknemer of contractant relevante telefoongesprekken en elektronische communicatie tot stand brengt, verstuurt of ontvangt op privéapparatuur waarvan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies geen gegevens kan opnemen of kopiėren.
   Gegevens die overeenkomstig deze paragraaf zijn opgenomen, worden vijf jaar bewaard en, indien de FSMA daarom verzoekt, tot maximaal zeven jaar.]1
  § 6. [1 Paragrafen 1, 2 en 5 zijn ook van toepassing op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wanneer deze verkopen verrichten of advies verstrekken aan cliėnten in verband met gestructureerde deposito's.]1
  § 7. De FSMA kan nadere bepalingen van dit artikel vaststellen met een reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van 2 augustus 2002.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 218, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 26/1. [1 § 1. Een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die financiėle instrumenten ontwikkelt voor verkoop aan cliėnten, zorgt voor het onderhoud, de exploitatie en de toetsing van een proces voor de goedkeuring van elk financieel instrument en significante aanpassingen van bestaande financiėle instrumenten voor zij in de handel worden gebracht of onder cliėnten in omloop worden gebracht.
   In het kader van dat productgoedkeuringsproces wordt, voor elk financieel instrument, een geļdentificeerde doelgroep van eindcliėnten binnen de relevante categorie van cliėnten gespecificeerd, en wordt gewaarborgd dat alle desbetreffende risico's voor een dergelijke geļdentificeerde doelmarkt zijn geėvalueerd, en dat de geplande distributiestrategie op de geļdentificeerde doelgroep is afgestemd.
   § 2. Wanneer een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies financiėle instrumenten aanbiedt of aanbeveelt die zij niet zelf ontwikkelt, beschikt zij over adequate regelingen om alle nuttige informatie over het financieel instrument en het goedkeuringsproces ervan, inclusief de geļdentificeerde doelmarkt, te verkrijgen, de kenmerken van elk financieel instrument te begrijpen, en de beoogde doelgroep ervan te identificeren.
   De in dit artikel bedoelde maatregelen, processen en regelingen laten alle andere vereisten van deze wet, de wet van 2 augustus 2002, Verordening (EU) nr. 600/2014 en Gedelegeerde Verordening 2017/565 onverlet, met inbegrip van de vereisten inzake openbaarmaking, geschiktheid of passendheid, vaststelling en beheer van belangenconflicten, en inducements.
   § 3. Op advies van de FSMA bepaalt de Koning de regels voor de tenuitvoerlegging van de in dit artikel bedoelde regels, inzonderheid om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit Richtlijn 2014/65/EU en Gedelegeerde richtlijn 2017/593.
   § 4. Dit artikel is ook van toepassing op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wanneer deze verkopen verrichten of advies verstrekken aan cliėnten in verband met gestructureerde deposito's.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-21/08, art. 219, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  

  Art. 26/2. [1 Op advies van de FSMA bepaalt de Koning de organisatorische vereisten die van toepassing zijn op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die zich met algoritmische handel bezighouden, en/of die directe elektronische toegang tot een handelsplatform aanbieden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-21/08, art. 220, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  

  Art. 27.§ 1. [1 De FSMA kan bepalen]1 welke minimuminformatie de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies publiek moeten maken over hun solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere risicoposities, hun beleid voor kapitaalbehoeften, onder verwijzing naar de vereisten bedoeld in artikel 54, alsook over hun beloningsbeleid als bedoeld in [1 artikel 25, § 1, 6°]1. [1 In dat geval bepaalt zij tevens]1 de minimale frequentie en de wijze van bekendmaking van deze informatie.
  § 2. De vennootschappen voor vermogens-beheer en beleggingsadvies voorzien de noodzakelijke regels en procedures om te voldoen aan de informatieverplichtingen bedoeld in § 1. Ze evalueren het passend karakter van hun publiciteitsmaatregelen, daarin begrepen de controle van de gepubliceerde gegevens alsook de frequentie van de informatieverschaffing.
  § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voorzien de noodzakelijke regels en procedures teneinde te evalueren of de informatie die zij publiceren over hun organisatie, hun financiėle positie en hun risicostaat aan de marktdeelnemers een volledig inzicht in hun risicoprofiel verschaffen.
  § 4. De in dit artikel bedoelde reglementen worden genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002.
  § 5. In bijzondere gevallen kan de FSMA binnen de perken van de Europese wetgeving afwijkingen toestaan van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel genomen reglementen.
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 195, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Onderafdeling 6. - Hoofdbestuur

  Art. 28. Het hoofdbestuur van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moet in Belgiė zijn gevestigd.

  Onderafdeling 7. - Beleggersbescherming

  Art. 29.De vennootschappen voor vermogens-beheer en beleggingsadvies moeten aansluiten bij de beleggersbeschermingsregeling [1 als bedoeld in titel IV]1.
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 196, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Afdeling 3. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden

  Onderafdeling 1. - Minimum eigen vermogen

  Art. 30. § 1. Het eigen vermogen van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag niet dalen onder het bedrag van het overeenkomstig artikel 21 vastgestelde aanvangskapitaal.
  In coöperatieve vennootschappen mogen geen aandelen worden terugbetaald als dit voor de onderneming tot gevolg zou hebben dat de eigen vermogenscoėfficiėnten, als vastgesteld met toepassing van artikel 54, niet meer zouden worden gehaald.
  § 2. Wanneer het eigen vermogen niet meer het peil bereikt zoals vastgesteld bij § 1 kan de FSMA een termijn vaststellen waarbinnen dit opnieuw op het betrokken peil moet worden gebracht.

  Onderafdeling 2. - Wijzigingen in de kapitaalstructuur

  Art. 31.§ 1. Onverminderd artikel 59 en onverminderd de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht te verwerven of te vergroten, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 20 %, 30 % of 50 % zou bereiken of overschrijden, dan wel de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn dochteronderneming zou worden, de FSMA daarvan vooraf schriftelijk kennis geven met vermelding van de omvang van de beoogde deelneming en de in paragraaf 3, derde lid, bedoelde relevante informatie.
  § 2. De FSMA zendt de kandidaatverwerver snel en in elk geval binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving en van alle in paragraaf 1 bedoelde informatie, alsook na de eventuele ontvangst, op een later tijdstip, van de in het derde lid bedoelde informatie, een schriftelijke ontvangstbevestiging. Zij vermeldt daarin de datum waarop de beoordelingsperiode afloopt.
  De beoordelingsperiode waarover de FSMA beschikt om de in paragraaf 3 bedoelde beoordeling uit te voeren, bedraagt ten hoogste zestig werkdagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangstbevestiging van de kennisgeving en van alle documenten die bij de kennisgeving gevoegd moeten worden conform de in paragraaf 3, derde lid, bedoelde lijst.
  De FSMA kan tijdens de beoordelingsperiode, doch niet na de vijftigste werkdag daarvan, aanvullende informatie opvragen die noodzakelijk is om haar beoordeling af te ronden. Dit verzoek wordt schriftelijk gedaan en vermeldt welke aanvullende informatie nodig is.
  De beoordelingsperiode wordt onderbroken vanaf de datum van het verzoek van de FSMA om informatie tot de ontvangst van een antwoord daarop van de kandidaat-verwerver. De onderbreking duurt ten hoogste twintig werkdagen. Hoewel het de FSMA na het verstrijken van de uiterste datum vastgelegd conform het vorige lid, vrij staat om ter vervollediging of verduidelijking bijkomende verzoeken om informatie te formuleren, hebben deze verzoeken evenwel geen onderbreking van de beoordelingsperiode tot gevolg.
  [1 De FSMA kan de in het vierde lid bedoelde onderbreking verlengen tot ten hoogste dertig werkdagen:
   1° ) indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke of rechtspersoon is die buiten de Europese Unie is gevestigd of aan een reglementering van een derde land is onderworpen; of
   2° ) indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke of rechtspersoon is die niet aan toezicht is onderworpen ingevolge Richtlijn 2013/36/EU, Richtlijn 2009/65/EG, Richtlijn 2009/138/EG of Richtlijn 2014/68/EU.]1
  § 3. De FSMA kan zich in de loop van de beoordelingsperiode bedoeld in paragraaf 2, verzetten tegen de voorgenomen verwerving indien zij, uitgaande van de in het tweede lid vastgestelde criteria, om gegronde redenen niet overtuigd is van de geschiktheid van de kandidaat-verwerver gelet op de noodzaak om een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te waarborgen, of indien de informatie die de kandidaat-verwerver heeft verstrekt onvolledig is.
  Bij de beoordeling van de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving en informatie, en van de in paragraaf 2 bedoelde aanvullende informatie, toetst de FSMA, met het oog op een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die het doelwit is van de verwerving en rekening houdend met de vermoedelijke invloed van de kandidaat-verwerver op de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de [1 passendheid]1 van de kandidaat-verwerver en de financiėle soliditeit van de voorgenomen verwerving aan alle onderstaande criteria:
  a) de reputatie van de kandidaat-verwerver;
  b) de betrouwbaarheid en deskundigheid van elke in artikel 23 bedoelde persoon die het bedrijf van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies als gevolg van de voorgenomen verwerving feitelijk gaat leiden;
  c) de financiėle soliditeit van de kandidaat-verwerver, met name met betrekking tot de aard van de werkzaamheden die verricht en beoogd worden in de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die het doelwit is van de verwerving;
  d) of de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zal kunnen voldoen en blijven voldoen aan de prudentiėle voorschriften op grond van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, met name of de groep waarvan zij deel gaat uitmaken zo gestructureerd is dat effectief toezicht en effectieve uitwisseling van informatie tussen de bevoegde overheden mogelijk zijn, en dat de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de bevoegde overheden kan worden bepaald;
  e) of er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd dan wel dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van artikel 1 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiėle stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten.
  De FSMA publiceert op haar website een lijst met de voor de beoordeling vereiste relevante informatie die in verhouding staat tot en is afgestemd op de aard van de kandidaat-verwerver en de voorgenomen verwerving en die haar samen met de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving moet worden verstrekt.
  Indien de FSMA na voltooiing van de beoordeling besluit zich te verzetten tegen de voorgenomen verwerving, stelt zij de kandidaat-verwerver daarvan schriftelijk in kennis binnen twee werkdagen en zonder de beoordelingsperiode te overschrijden. Op verzoek van de kandidaat-verwerver kan een passende motivering van het besluit voor het publiek toegankelijk worden gemaakt.
  Indien de FSMA zich binnen de beoordelingsperiode niet heeft verzet tegen de voorgenomen verwerving, wordt deze geacht te zijn goedgekeurd.
  De FSMA mag voor de voltooiing van de voorgenomen verwerving een maximumtermijn vaststellen en deze termijn zo nodig verlengen.
  § 4. Voor het verrichten van de in paragraaf 3 bedoelde beoordeling werkt de FSMA in onderling overleg samen met iedere andere betrokken bevoegde overheid of, al naargelang het geval, met de Bank, indien de kandidaat-verwerver een van de volgende personen is:
  a) een kredietinstelling, een beursvennootschap, een verzekerings-onderneming, een herverzekeringsonder-neming, een beleggingsonderneming, een beheerder van AICB's of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaraan een vergunning is verleend door de Bank of door een bevoegde overheid in een andere lidstaat; of
  b) de moederonderneming van een van de in de bepaling onder a) bedoelde ondernemingen; of
  c) een natuurlijke of rechtspersoon die de controle heeft over een van de in de bepaling onder a) bedoelde ondernemingen.
  In de in het voormelde lid bedoelde gevallen vermeldt de FSMA in haar besluit steeds de eventuele standpunten en bedenkingen van de overheid die bevoegd is voor de kandidaat-verwerver of, al naargelang het geval, van de Bank.
  Indien de prudentiėle beoordeling van een voorgenomen verwerving tot de bevoegdheid behoort van een in een andere lidstaat competente toezichthouder op krediet-instellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen, beleggings-ondernemingen, beheerders van AICB's of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, of van de Bank wisselt de FSMA met deze toezichthouder of met de Bank zo spoedig mogelijk alle informatie uit die relevant of van essentieel belang is voor de beoordeling. Daartoe verstrekt zij deze toezichthouder op verzoek alle relevante informatie en uit eigen beweging alle essentiėle informatie.
  § 5. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die heeft besloten om niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse gekwalificeerde deelneming in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te bezitten, stelt de FSMA daarvan vooraf schriftelijk in kennis met vermelding van het bedrag van de voorgenomen deelneming. Een dergelijke persoon stelt de FSMA evenzo in kennis van zijn beslissing om de omvang van zijn gekwalificeerde deelneming zodanig te verkleinen dat het percentage van de door hem gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal onder de drempel van 20 %, 30 % of 50 % daalt of dat de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies ophoudt zijn dochteronderneming te zijn.
  § 6. [1 ...]1
  § 7. Onverminderd artikel 59 en onverminderd de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een deelneming heeft verworven in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht, dan wel zijn deelneming in een vennootschap voor vermogenssbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht rechtstreeks of onrechtstreeks heeft vergroot, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 5 % van de stemrechten of het kapitaal bereikt of overschrijdt zonder dat hij aldus een gekwalificeerde deelneming verkrijgt, de FSMA daarvan schriftelijk kennis geven binnen een termijn van tien werkdagen na de verwerving.
  Iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming bezit van meer dan 5 % van de stemrechten of het kapitaal in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, die geen gekwalificeerde deelneming was, dient binnen een termijn van tien werkdagen eenzelfde kennisgeving te verrichten.
  De kennisgevingen bedoeld in het eerste en tweede lid vermelden de exacte identiteit van de verwerver of verwervers, het aantal verworven of vervreemde aandelen en het percentage van de stemrechten en van het kapitaal van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die na de verwerving of vervreemding worden gehouden, alsook de vereiste informatie als opgegeven in de lijst die de FSMA conform paragraaf 3, derde lid, op haar website publiceert.
  § 8. Zodra zij daarvan kennis hebben, stellen de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de FSMA in kennis van de verwervingen of vervreemdingen van hun aandelen die een stijging boven of daling onder een van de drempels bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, tot gevolg hebben.
  Onder dezelfde voorwaarden delen zij de FSMA ten minste eens per jaar de identiteit mee van de alleen of in onderling overleg handelende aandeelhouders of vennoten die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezitten in hun kapitaal, alsook welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten zij aldus bezitten. Zij delen de FSMA evenzo mee voor hoeveel aandelen en voor hoeveel hieraan verbonden stemrechten zij een kennisgeving van verwerving of vervreemding hebben ontvangen overeenkomstig artikel 515 van het Wetboek van Vennootschappen, ingeval een dergelijke kennisgeving aan de FSMA niet statutair is voorgeschreven.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 221, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 32.[1 § 1.]1 Indien de FSMA grond heeft om aan te nemen dat de invloed van een natuurlijke of rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezit in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een gezond en voorzichtig beleid van deze beleggingsonderneming kan belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen:
  1° de uitoefening schorsen van de aan de aandelen verbonden stemrechten die in bezit zijn van de betrokken aandeelhouder of vennoot; zij kan, op verzoek van elke belanghebbende, toestaan dat de door haar bevolen maatregelen worden opgeheven; haar beslissing wordt op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de betrokken aandeelhouder of vennoot; haar beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht; de FSMA kan haar beslissing openbaar maken;
  2° de betrokken aandeelhouder of vennoot aanmanen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de aandeelhoudersrechten in zijn bezit over te dragen.
  Als zij binnen de vastgestelde termijn niet worden overgedragen, kan de FSMA bevelen de aandeelhoudersrechten te sekwestreren bij de instelling of de persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter kennis van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die het register van de aandelen op naam dienovereenkomstig wijzigt en de uitoefening van de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege het sekwester. Het sekwester handelt in het belang van een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en in het belang van de houder van de gesekwestreerde aandeelhoudersrechten. Het oefent alle rechten uit die aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het sekwester als dividend of anderszins int, worden slechts aan de voornoemde houder overgemaakt indien hij gevolg heeft gegeven aan de in het eerste lid, 2°, bedoelde aanmaning. Om in te schrijven op kapitaalverhogingen of andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om te kiezen voor dividenduitkering in aandelen van de vennootschap, om in te gaan op openbare overname- of ruilaanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol te storten, is de instemming van de voornoemde houder vereist. De aandeelhoudersrechten die zijn verworven in het kader van dergelijke verrichtingen worden van rechtswege toegevoegd aan het voornoemde sekwester. De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de FSMA en betaald door de voornoemde houder. Het sekwester kan deze vergoeding aftrekken van de bedragen die hem worden gestort in zijn hoedanigheid van sekwester of die hem worden gestort door de voornoemde houder in het vooruitzicht of na uitvoering van de hierboven bedoelde verrichtingen.
  Indien na afloop van de overeenkomstig het eerste lid, 2°, eerste zin, vastgestelde termijn, stemrechten werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of door een andere persoon, buiten het sekwester, die optreedt voor rekening van deze houder, niettegenstaande een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het eerste lid, 1°, kan de [2 ondernemingsrechtbank]2 van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, op verzoek van de FSMA alle of een deel van de beslissingen van de algemene vergadering nietig verklaren wanneer het aanwezigheids- of meerderheidsquorum dat is vereist voor de genoemde beslissingen, buiten de onwettig uitgeoefende stemrechten niet zou zijn bereikt.
  [1 § 2. Indien een deelneming wordt verworven of vergroot ondanks het in artikel 31, § 3, bedoelde verzet van de FSMA, kan de voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 van het rechtsgebied waar de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, de in artikel 516, § 1, van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde maatregelen nemen, alsook alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering die in voornoemde gevallen zou zijn gehouden, nietig verklaren.
   De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de FSMA.
   Artikel 516, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen is van toepassing.
   § 3. De FSMA neemt soortgelijke maatregelen als bedoeld in paragraaf 1 ten aanzien van de personen die de in artikel 31, §§ 1 of 5, bedoelde voorafgaande kennisgevingen niet hebben verricht.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 222, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 006; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Art. 33.
  <Opgeheven bij W 2017-11-21/08, art. 223, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Onderafdeling 3. - Leiding en leiders

  Art. 34.[1 § 1. Het wettelijk bestuursorgaan beoordeelt periodiek en minstens eenmaal per jaar de doeltreffendheid van de in de artikelen 25 tot 25/3 bedoelde organisatieregeling van de vennootschap, met inbegrip van de in de artikelen 26 tot 26/2 bedoelde specifieke organisatieregeling en de overeenstemming ervan met de wettelijke en reglementaire bepalingen. Het ziet erop toe dat de personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap, in voorkomend geval het directiecomité, de nodige maatregelen nemen om eventuele tekortkomingen aan te pakken.
   Het wettelijk bestuursorgaan monitort en beoordeelt periodiek de adequaatheid en de implementatie van de strategische doelstellingen van de vennootschap bij het verlenen van beleggingsdiensten, het verrichten van beleggingsactiviteiten, het verlenen van nevendiensten, de verkoop van gestructureerde deposito's en het verstrekken van advies aan cliėnten in verband met gestructureerde deposito's en de adequaatheid van de beleidsregels voor het verlenen van diensten aan cliėnten, en onderneemt passende stappen om eventuele tekortkomingen aan te pakken.
   § 2. Het wettelijk bestuursorgaan oefent effectief toezicht uit op de personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap, in voorkomend geval het directiecomité, en is verantwoordelijk voor het toezicht op de door die personen genomen beslissingen.
   Elk lid van het wettelijk bestuursorgaan handelt eerlijk, integer en met onafhankelijkheid van geest om daadwerkelijk de besluiten van de personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap, in voorkomend geval het directiecomité, te beoordelen en deze, zo nodig, aan te vechten, en om daadwerkelijk toe te zien en controle uit te oefenen op de besluitvorming van het management.
   De leden van het wettelijk bestuursorgaan hebben passende toegang tot alle informatie en documenten die nodig zijn om de besluitvorming van het management van de vennootschap te controleren en te monitoren.
   § 3. Het wettelijk bestuursorgaan beoordeelt in het bijzonder de goede werking van de in artikel 25/3 bedoelde onafhankelijke controlefuncties.
   § 4. In het jaarverslag van het wettelijk bestuursorgaan wordt aangetoond dat de leden van de in artikel 25/2 bedoelde comités over de nodige individuele en collectieve deskundigheid beschikken.
   § 5. Het wettelijk bestuursorgaan waakt erover dat het in artikel 25, § 3, bedoelde governancememorandum wordt geactualiseerd en dat het geactualiseerde governancememorandum aan de FSMA wordt overgemaakt.
   § 6. Het wettelijk bestuursorgaan ziet toe op de integriteit van de boekhoud- en financiėleverslaggevingssystemen, met inbegrip van de regelingen voor de operationele en financiėle controle. Het beoordeelt de werking van de interne controle minstens eenmaal per jaar en waakt erover dat deze controle een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het financiėleverslaggevingsproces, zodat de jaarrekening en de financiėle informatie in overeenstemming is met de geldende boekhoudreglementering.
   § 7. Het wettelijk bestuursorgaan houdt toezicht op de procedure voor de bekendmaking en de mededeling van gegevens die door of krachtens deze wet is vereist.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 224, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 34/1. [1 Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijk bestuursorgaan inzake vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijk bestuursorgaan, de nodige maatregelen voor de naleving en de tenuitvoerlegging van het bepaalde bij de artikelen 25 tot 25/3, met inbegrip van de in de artikelen 26 tot 26/2 bedoelde specifieke organisatieregeling.
   De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, rapporteren minstens eenmaal per jaar aan het wettelijk bestuursorgaan en aan de FSMA over de naleving van de bepalingen van het eerste lid en over de maatregelen die, in voorkomend geval, worden genomen om eventuele tekortkomingen aan te pakken. Het verslag rechtvaardigt waarom deze maatregelen voldoen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-21/08, art. 225, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  

  Art. 35.(NOTA : de geplande veranderingen bij art. 55 2017-12-05/04 worden overschreven) § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies brengen de FSMA voorafgaandelijk op de hoogte van het voorstel tot benoeming van de leden van het wettelijk bestuursorgaan en van de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de personen belast met de effectieve leiding, evenals van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.
  In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste informatieverstrekking delen de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan de FSMA alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, overeenkomstig artikel 23 over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of hun ontslag.
  § 2. De benoeming van de in paragraaf 1 bedoelde personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de FSMA.
  Wanneer het de benoeming betreft van een persoon die voor het eerst voor een functie als bedoeld in paragraaf 1 wordt voorgedragen bij een instelling die onder het toezicht staat van de FSMA overeenkomstig artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002, raadpleegt de FSMA eerst de Bank.
  De Bank deelt haar advies mee aan de FSMA binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies.
  § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies informeren de FSMA over de eventuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk bestuursorgaan en tussen de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval tussen de leden van het directiecomité.
  Belangrijke wijzigingen in de taakverdeling als bedoeld in het eerste lid, geven aanleiding tot de toepassing van de paragrafen 1 en 2.
  [1 § 4. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en, in voorkomend geval, hun benoemingscomité zorgen voor een breed scala van kenmerken en vaardigheden bij de werving van leden voor het wettelijk bestuursorgaan en voeren derhalve een beleid ter bevordering van diversiteit binnen dat orgaan.
   § 5. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wijden voldoende personele en financiėle middelen aan de introductie en opleiding van leden van het wettelijk bestuursorgaan.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 226, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 35/1. [1 De personen die verantwoordelijk zijn voor de in artikel 25/3 bedoelde onafhankelijke controlefuncties, kunnen niet zonder voorafgaande goedkeuring van het wettelijk bestuursorgaan uit hun functie worden verwijderd.
   De vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies stelt de FSMA hier voorafgaandelijk van in kennis.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-21/08, art. 227, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  

  Art. 36.[1 § 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan, de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen belast met de effectieve leiding, besteden de nodige tijd aan de uitoefening van hun functies in de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   § 2. Onverminderd paragraaf 1 en de artikelen 25 tot 26 mogen de bestuurders, zaakvoerders of directeuren van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en alle personen die, onder welke benaming of in welke hoedanigheid ook, deelnemen aan het bestuur of het beleid van de onderneming, al dan niet ter vertegenwoordiging van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, op de voorwaarden en binnen de grenzen vastgesteld in dit artikel, mandaten als bestuurder of zaakvoerder waarnemen in dan wel deelnemen aan het bestuur of het beleid van een handelsvennootschap of een vennootschap met handelsvorm, een onderneming met een andere Belgische of buitenlandse rechtsvorm, of een Belgische of buitenlandse openbare instelling met industriėle, commerciėle of financiėle werkzaamheden.
   § 3. De externe functies als bedoeld in § 2 worden beheerst door de interne regels die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moet invoeren en doen naleven teneinde:
   1° te vermijden dat personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, door de uitoefening van die functies, niet langer voldoende beschikbaar zijn om deze leiding waar te nemen;
   2° te voorkomen dat bij de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies belangenconflicten zouden optreden alsook risico's die gepaard gaan met de uitoefening van die functies, onder andere op het vlak van transacties van ingewijden;
   3° te zorgen voor een passende openbaarmaking van die functies.
   De FSMA bepaalt, bij reglement goedgekeurd door de Koning, hoe die verplichtingen ten uitvoer worden gelegd.
   § 4. De mandatarissen van een vennootschap die worden benoemd op de voordracht van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, moeten personen zijn die deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dan wel personen die zij aanwijst.
   § 5. De bestuurders die niet deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, mogen geen bestuurder zijn van een vennootschap waarin de vennootschap een deelneming bezit, tenzij zij niet deelnemen aan het dagelijks bestuur.
   Onverminderd de paragrafen 1 en 3 zijn de in paragraaf 2 bedoelde externe functies bovendien beperkt, voor zover ze worden uitgeoefend in andere handelsvennootschappen dan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, tenzij het mandaat in de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt uitgeoefend ter vertegenwoordiging van een lidstaat, tot het volgend aantal mandaten:
   1° hetzij drie mandaten die geen deelname aan het dagelijks bestuur mogen impliceren; of
   2° een mandaat dat een deelname aan het dagelijks bestuur impliceert en een mandaat dat geen deelname aan het dagelijks bestuur mag impliceren.
   De in het tweede lid bedoelde regel is niet van toepassing op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die niet significant zijn wat hun interne organisatie of de aard, de reikwijdte, de complexiteit of het grensoverschrijdende karakter van hun activiteiten betreft, en die aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoen:
   1° gemiddeld aantal werknemers gedurende het betrokken boekjaar van minder dan 250 personen;
   2° balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro;
   3° jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro.
   § 6. De personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen geen mandaat uitoefenen dat een deelname aan het dagelijks bestuur inhoudt, tenzij in een vennootschap als bedoeld in artikel 41, § 3, waarmee de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nauwe banden heeft, of in een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten in de zin van de wet van 3 augustus 2012 of van de wet van 19 april 2014, of in een patrimonium-vennootschap waarin zij of hun familie, in het kader van het normale beheer van hun vermogen, een significant belang bezitten.
   Onverminderd de paragrafen 1 en 3 zijn de in paragraaf 2 bedoelde externe functies bovendien beperkt, voor zover ze worden uitgeoefend in andere handelsvennootschappen dan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beperkt tot twee mandaten die geen deelname aan het dagelijks bestuur mogen impliceren, tenzij het mandaat in de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt uitgeoefend ter vertegenwoordiging van een lidstaat.
   De in het tweede lid bedoelde regel is niet van toepassing op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die niet significant zijn wat hun interne organisatie of de aard, de reikwijdte, de complexiteit of het grensoverschrijdende karakter van hun activiteiten betreft, en die aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoen:
   1° gemiddeld aantal werknemers gedurende het betrokken boekjaar van minder dan 250 personen;
   2° balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro;
   3° jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro.
   § 7. In individuele gevallen kan de FSMA een afwijking toestaan van het maximum aantal mandaten waarin is voorzien in paragrafen 5 en 6, door toe te staan dat een bijkomend mandaat wordt uitgeoefend dat geen deelname aan het dagelijks bestuur impliceert. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit regelmatig op de hoogte van het gebruik dat zij van deze afwijkingsbevoegdheid maakt.
   § 8. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies notifiėren zonder uitstel aan de FSMA de functies uitgeoefend buiten de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies door de in paragraaf 2 bedoelde personen met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen voorzien in dit artikel.
   § 9. Voor de toepassing van paragrafen 5, tweede lid, en 6, tweede lid, wordt de uitoefening van verschillende mandaten, die al dan niet een deelname aan het dagelijks bestuur impliceren, in ondernemingen die deel uitmaken van de groep waartoe de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies behoort of van een andere groep, als één enkel mandaat beschouwd.
   Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "groep" een geheel van ondernemingen verstaan dat wordt gevormd door een moederonderneming, haar dochterondernemingen, de ondernemingen waarin de moederonderneming of haar dochterondernemingen rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhouden in de zin van artikel 3, 26°, van deze wet, alsook de ondernemingen waarmee een consortium wordt gevormd, en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of waarin deze een deelneming aanhouden in de zin van artikel 3, 26°, van deze wet.
   § 10. Voor de toepassing van dit artikel kan de FSMA aan de hand van de statuten nagaan of al dan niet externe functies worden uitgeoefend in handelsvennootschappen, in het bijzonder wat externe functies in patrimoniumvennootschappen betreft.".
   § 11. In afwijking van paragraaf 5 mag een lid van het wettelijk bestuursorgaan van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dat niet deelneemt aan de effectieve leiding van die vennootschap en dat benoemd is naar aanleiding van de verwerving van een deelneming of de overname van de activiteiten van een vennootschap waarin diezelfde persoon deelneemt aan de effectieve leiding, het mandaat dat hij bij deze laatste vennootschap uitoefent op de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven uitoefenen tot het verstrijkt, voor zover dat mandaat niet langer dan 6 jaar na de voornoemde verwerving of overname wordt uitgeoefend.
   § 12. [2 In afwijking van paragraaf 6 mogen de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, tot 3 januari 2021 hun lopende mandaten blijven uitoefenen die een deelname inhouden aan het dagelijks bestuur van een vennootschap waarvan zij de enige leiders zijn en waarvan het bedrijf beperkt is tot het verlenen van beheerdiensten aan de in artikel 36, § 6, bedoelde vennootschappen.]2]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 228, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (2)<W 2019-05-02/25, art. 197, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 37. In geval van faillissement van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn, met betrekking tot de boedel, alle betalingen nietig en zonder gevolg die deze vennootschap, hetzij in contanten, hetzij anderszins, heeft gedaan aan haar bestuurders of zaakvoerders in de vorm van tantičmes of andere winstdeelnemingen, tijdens de twee jaren die het tijdstip voorafgaan dat door de rechtbank is vastgesteld als het ogenblik waarop zij haar betalingen heeft gestaakt.
  Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de rechtbank erkent dat geen enkele ernstige en duidelijke fout van deze personen tot het faillissement heeft bijgedragen.

  Onderafdeling 4. - Fusies en overdrachten

  Art. 38. De toestemming van de FSMA is vereist:
  1° voor fusies van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, of van dergelijke vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere beleggingsondernemingen of andere in de financiėle sector bedrijvige instellingen;
  2° wanneer tussen vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of tussen dergelijke vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere beleggingsondernemingen of andere in de financiėle sector bedrijvige instellingen, het bedrijf of het net integraal of gedeeltelijk wordt overgedragen.
  De FSMA kan haar toestemming enkel weigeren binnen drie maanden nadat zij van het project in kennis is gesteld, om redenen die verband houden met het gezond en voorzichtig beleid van de betrokken vennootschap(pen) voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Als zij niet binnen voornoemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen.

  Art. 39. Iedere gehele of gedeeltelijke overdracht tussen vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of tussen dergelijke vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere beleggingsondernemingen of andere in de financiėle sector bedrijvige instellingen, van rechten en verplichtingen die voortkomen uit verrichtingen van de betrokken vennootschappen of ondernemingen, waarvoor toestemming is verleend overeenkomstig artikel 38, is aan derden tegenstelbaar zodra de toestemming van de FSMA is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

  Onderafdeling 5. - Verplichtingen en verbodsbepalingen

  Art. 40. Buiten de diensten en activiteiten die zij overeenkomstig hun vergunning mogen verrichten, en buiten de werkzaamheden die zich in dit kader situeren of hier rechtstreeks bij aansluiten of bijkomend of aanvullend zijn, mogen vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies geen andere werkzaamheden verrichten, tenzij met de toestemming van de FSMA.

  Art. 41. § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen bezitten, in welke vorm ook, in één of meer ondernemingen, onder de voorwaarden en binnen de grenzen zoals vastgesteld bij dit artikel.
  § 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ondernemingen verstaan, de handelsvennootschappen, de vennootschappen met handelsvorm, de verenigingen in deelneming, de economische samenwerkingsverbanden en de Europese economische samenwerkingsverbanden.
  § 3. De vennootschappen voor vermogens-beheer en beleggingsadvies mogen deelnemingen houden in:
  1° Belgische of buitenlandse krediet-instellingen;
  2° Belgische of buitenlandse beleggingsondernemingen;
  3° vereffeningsinstellingen of met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen als bedoeld in het koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 36/26 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė;
  4° Belgische of buitenlandse verzekerings-ondernemingen of herverzekerings-ondernemingen;
  5° Belgische of buitenlandse beheervennoot-schappen van instellingen voor collectieve belegging, als bedoeld in de wet van 3 augustus 2012;
  6° Belgische of buitenlandse beheer-vennootschappen van AICB's als bedoeld in de wet van 19 april 2014;
  7° andere Belgische of buitenlandse ondernemingen met als hoofdbedrijf het verrichten van de werkzaamheden bedoeld in artikel 40 of de werkzaamheden van de in 1° tot en met 6° bedoelde ondernemingen, alsook in vennootschappen die zijn opgericht om het kapitaal van dergelijke ondernemingen in onder te brengen;
  8° Belgische of buitenlandse ondernemingen met als hoofdbedrijf het verrichten van nevendiensten van het bedrijf van instellingen als bedoeld in 1° tot en met 6°.
  § 4. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen deelnemingen bezitten in andere gevallen dan bedoeld in paragraaf 3, voor zover het om deelnemingen gaat die geen gekwalificeerde deelneming vormen, of elke post ten hoogste 15 pct. en het totale bedrag van deze posten ten hoogste 45 pct. van het eigen vermogen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bedraagt. Deze grenzen kunnen evenwel bij koninklijk besluit worden verhoogd, op advies van de FSMA, maar een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag per post nooit voor meer dan 15 pct. van haar eigen vermogen gekwalificeerde deelnemingen bezitten en het totaal van deze deelnemingen mag nooit 60 pct. van haar eigen vermogen overschrijden.
  Voor de toepassing van de begrenzing per post overeenkomstig het eerste lid, worden de deelnemingen die zijn uitgegeven door vennootschappen die, ongeacht hun statuut en hun rechtsvorm, ten aanzien van het risico een samenhangend geheel vormen, als één enkele post beschouwd; tot bewijs van het tegendeel moeten verbonden ondernemingen ten aanzien van het risico als een samenhangend geheel worden beschouwd.
  Onverminderd het eerste lid moeten voor de toepassing van de artikelen 30 en 54, integraal van het eigen vermogen worden afgetrokken:
  a) de deelnemingen in ondernemingen die een gekwalificeerde deelneming bezitten in de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of in een dochteronderneming hiervan;
  b) de deelnemingen in ondernemingen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen die dergelijke gekwalificeerde deelnemingen bezitten.
  § 5. In bijzondere gevallen kan de FSMA het tijdelijk bezit van deelnemingen toestaan ongeacht de voorwaarden en beperkingen als bedoeld in § 4.
  Indien een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, als gevolg van toestemmingen overeenkomstig het eerste lid, in andere gevallen dan bedoeld in paragraaf 3, een gekwalificeerde deelneming bezit waarvan het bedrag hoger ligt dan het bij paragraaf 4 voorgeschreven percentage van het eigen vermogen van de onderneming of indien het totaal van dergelijke deelnemingen hoger ligt dan het bij dezelfde paragraaf 4 voorgeschreven percentage van het eigen vermogen, wordt voor de toepassing van de artikelen 30 en 54 het overschrijdende bedrag afgetrokken van het eigen vermogen. Bij overschrijding van beide voornoemde grenzen wordt de grootste overschrijding van het eigen vermogen afgetrokken.
  § 6. De in dit artikel vermelde besluiten worden genomen na raadpleging van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies via hun representatieve beroepsverenigingen.
  § 7. De voorschriften van dit artikel doen geen afbreuk aan de met toepassing van artikel 54 uitgevaardigde reglementaire voorschriften.

  Art. 42. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen geen gelddeposito's ontvangen.

  Art. 43. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen geen leningen, noch kredieten toestaan.

  Art. 44.§ 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen geen beroep doen op in Belgiė gevestigde tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten die niet zijn ingeschreven overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 22 maart 2006.
  Indien zij een beroep wensen te doen op een in een andere lidstaat gevestigde verbonden agent dienen zij zich ervan te vergewissen dat deze persoon in de betrokken lidstaat is ingeschreven [1 in het register bedoeld in artikel 29, lid 3, van richtlijn 2014/65/EU]1. Zij vergewissen zich van de beperkingen die in de betrokken lidstaat van toepassing zijn op de verbonden agenten.
  [1 ...]1
  § 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die samenwerken met een verbonden agent blijven volledig en onvoorwaardelijk verantwoordelijk voor elke handeling of elk verzuim van deze verbonden agent die voor hun rekening optreedt.
  De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zien erop toe dat de verbonden agenten waarmee zij samenwerken kenbaar maken in welke hoedanigheid zij optreden voordat zij zaken doen met een cliėnt.
  § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dienen de werkzaamheden van de verbonden agenten te controleren. Zij treffen daarbij afdoende maatregelen ter voorkoming van eventuele negatieve gevolgen die de gebeurlijke bijkomende activiteiten van de verbonden agenten zouden hebben op de werkzaamheden die deze voor hun rekening verrichten.
  § 4. De FMSA kan de bepalingen van dit artikel aanvullen met reglementen genomen met toepassing van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van 2 augustus 2002. Deze reglementen kunnen inzonderheid de verplichtingen bepalen die op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies rusten die samenwerken met verbonden agenten.
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 198, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 44/1. [1 § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die, namens verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, beleggen in aandelen van vennootschappen die op een gereglementeerde markt zijn genoteerd, voldoen aan de in paragraaf 2 uiteengezette vereisten, of maken een duidelijke en gemotiveerde toelichting openbaar over de redenen waarom zij ervoor hebben gekozen niet aan een of meer van die vereisten te voldoen.
   § 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies ontwikkelen een betrokkenheidsbeleid waarin wordt beschreven hoe zij aandeelhoudersbetrokkenheid in hun beleggingsstrategie integreren, en maken dat beleid openbaar. In dat beleid wordt beschreven hoe zij (i) toezicht uitoefenen op de vennootschappen waarin is belegd, ten aanzien van relevante aangelegenheden waaronder toezicht op de strategie, de financiėle en niet-financiėle prestaties en risico's, de kapitaalstructuur, maatschappelijke en ecologische effecten, en corporate governance, (ii) een dialoog voeren met de vennootschappen waarin is belegd, (iii) stemrechten en andere aan aandelen verbonden rechten uitoefenen, (iv) samenwerken met andere aandeelhouders, (v) communiceren met relevante belanghebbenden van de vennootschappen waarin is belegd, en (vi) feitelijke en potentiėle belangenconflicten in verband met hun betrokkenheid beheersen.
   De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies maken elk jaar openbaar hoe hun betrokkenheidsbeleid is uitgevoerd, met onder meer een algemene beschrijving van stemgedrag, een toelichting bij de belangrijkste stemmingen en het gebruik van de diensten van volmachtadviseurs. Zij maken openbaar hoe zij hebben gestemd op de algemene vergaderingen van vennootschappen waarvan zij aandelen bezitten. Stemmingen die wegens het onderwerp van de stemming of de grootte van het belang in de vennootschap onbetekenend zijn, mogen uit deze openbaarmaking worden weggelaten.
   § 3. De in paragraaf 2 bedoelde informatie is gratis beschikbaar op de website van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   § 4. De bepalingen van artikel 27, § 4, van de wet van 2 augustus 2002, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook de overeenkomstige gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig richtlijn 2014/65/EU, zijn ook van toepassing op betrokkenheidsactiviteiten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2020-04-28/06, art. 28, 007; Inwerkingtreding : 16-05-2020>
  

  Art. 44/2. [1 § 1. De in artikel 44/1 bedoelde vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies maken aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening waarmee zij de in artikel 101/2 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of in artikel 95, § 3, tweede lid, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening bedoelde overeenkomsten zijn aangegaan jaarlijks bekend hoe hun beleggingsstrategie en de uitvoering daarvan in overeenstemming zijn met deze overeenkomst en bijdragen aan de middellange- tot langetermijnprestaties van de activa van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of de instelling voor collectieve belegging. Die bekendmaking omvat rapportage over de voornaamste materiėle middellange- tot langetermijnrisico's die aan de beleggingen zijn verbonden, de samenstelling, de omloopsnelheid en de aan de omloopsnelheid van de portefeuille verbonden kosten, het gebruik van volmachtadviseurs voor betrokkenheidsactiviteiten en hun beleid inzake effectenleningen en hoe dat in voorkomend geval wordt toegepast ten behoeve van hun betrokkenheidsactiviteiten, met name tijdens de algemene vergadering van de vennootschappen waarin is belegd. Die bekendmaking omvat ook informatie over of en zo ja, hoe zij beleggingsbeslissingen nemen op basis van een beoordeling van de middellange- tot langetermijnprestaties, waaronder de niet-financiėle prestaties, van de vennootschap waarin is belegd, en over of en zo ja, welke belangenconflicten er in verband met betrokkenheidsactiviteiten zijn ontstaan en hoe de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies daarmee zijn omgegaan.
   § 2. De in paragraaf 1 bedoelde informatie moet openbaar worden gemaakt samen met de in artikel 27ter, § 7, van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde periodieke mededelingen.
   Indien de ingevolge paragraaf 1 bekendgemaakte informatie reeds voor het publiek beschikbaar is, hoeft de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de informatie niet rechtstreeks aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening te verstrekken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2020-04-28/06, art. 29, 007; Inwerkingtreding : 16-05-2020>
  

  Art. 45. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waaraan een vergunning is verleend moeten te allen tijde voldoen aan de voorwaarden voor de initiėle vergunningverlening.
  Zij dienen de FSMA op de hoogte te brengen van elke betekenisvolle wijziging met betrekking tot de voorwaarden voor de initiėle vergunningverlening.

  Onderafdeling 6. - Opening van dochterondernemingen of bijkantoren in het buitenland

  Art. 46. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die voornemens is om rechtstreeks of via de tussenkomst van een financiėle holding of van een gemengde financiėle holding in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die werkzaam is als kredietinstelling of beleggingsonderneming, stelt de FSMA daarvan in kennis. Bij deze kennisgeving wordt informatie gevoegd over de werkzaamheden, de organisatie, de aandeelhoudersstructuur en de bestuurders van de betrokken onderneming.

  Art. 47.§ 1. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies [1 die een bijkantoor wenst te vestigen op het grondgebied van een andere lidstaat, of die gebruik wenst te maken van verbonden agenten die zijn gevestigd in een andere lidstaat waar zij geen bijkantoor heeft gevestigd]1 om er alle of een deel van de in artikel 2 opgesomde beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten of nevendiensten te verrichten die haar in Belgiė zijn toegestaan, stelt de FSMA daarvan in kennis.
  Zij verstrekt hierbij de volgende gegevens:
  1° de lidstaten op het grondgebied waarvan zij voornemens is een bijkantoor te vestigen [1 of de lidstaten waar zij geen bijkantoor heeft gevestigd maar voornemens is gebruik te maken van daar gevestigde verbonden agenten]1;
  2° [1 een programma van werkzaamheden waarin onder meer de beleggings-diensten en/of beleggingsactiviteiten alsook de nevendiensten die het bijkantoor zal verlenen en/of verrichten, en, als zij een bijkantoor heeft gevestigd, de organisatiestructuur van dat bijkantoor worden vermeld en waarin wordt aangegeven of het bijkantoor voornemens is gebruik te maken van verbonden agenten, alsook de identiteit van die verbonden agenten wordt vermeld;]1
  [1 2° /1 indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voornemens is gebruik te maken van verbonden agenten in een lidstaat waar zij geen bijkantoor heeft gevestigd, een beschrijving van het beoogde gebruik van de verbonden agent(en) en een organisatiestructuur, met opgave van rapportagelijnen, waarbij wordt aangegeven hoe de agent(en) in de bedrijfsstructuur van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies past (passen);]1
  3° het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd;
  4° de naam van de effectieve leiders van het bijkantoor [1 of van de verbonden agent]1 en, in voorkomend geval, van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor.
  [1 Ingeval een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies gebruik maakt van een in een andere lidstaat gevestigde verbonden agent, wordt die verbonden agent gelijkgesteld aan het bijkantoor, indien er een is gevestigd, en wordt hij in elk geval onderworpen aan de bepalingen van deze wet met betrekking tot bijkantoren.]1
  § 2. [1 ...]1
  § 3. De FSMA kan zich verzetten tegen de uitvoering van het project bij beslissing die is ingegeven door de nadelige gevolgen van de opening van een bijkantoor op de administratieve structuur of de financiėle positie van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  § 4. De beslissing van de FSMA moet, uiterlijk drie maanden na ontvangst van het volledige dossier met alle in § 1, tweede lid, bedoelde gegevens, met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis worden gebracht van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Indien de FSMA haar beslissing niet binnen deze termijn ter kennis heeft gebracht, wordt zij geacht geen bezwaar te maken tegen het project van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  § 5. [1 ...]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 229, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 48.[1 Tenzij de FSMA,]1 gelet op de voorgenomen werkzaamheden, redenen heeft om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de administratieve structuur of van de financiėle positie van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, [1 doet zij,]1 binnen drie maanden na ontvangst van alle gegevens, mededeling van deze gegevens aan de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst [1 die overeenkomstig artikel 79, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU als contactpunt is aangewezen,]1 en stelt zij de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies hiervan in kennis.
  De FSMA doet aan de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst mededeling van de gegevens over het erkende compensatiestelsel waarvan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies lid is overeenkomstig Richtlijn 97/9/EG. Eventuele wijzigingen in de gegevens worden door de FSMA aan de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst gemeld.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 230, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 49.
  <Opgeheven bij W 2017-11-21/08, art. 231, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 50. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die in het buitenland een bijkantoor heeft geopend stelt, in geval van wijziging van de overeenkomstig artikel 47, § 1, tweede lid, verstrekte gegevens, ten minste één maand vóór de doorvoering van de wijziging de FSMA schriftelijk van deze wijziging in kennis.
  Indien het een bijkantoor betreft geopend in een lidstaat, stelt de FSMA de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst van deze wijziging in kennis.
  Artikel 47, §§ 2 en 3, is in voorkomend geval van toepassing, alsook artikel 48, naar gelang van de wijzigingen in de in artikel 47 bedoelde gegevens of in de geldende beleggersbeschermings-regeling.

  Onderafdeling 7. - Vrij verrichten van diensten in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte

  Art. 51.[1 Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die voor de eerste maal alle of een deel van de in artikel 2 opgesomde beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten of nevendiensten op het grondgebied van een andere lidstaat wil verrichten die haar in Belgiė zijn toegestaan of die de soort van aldaar verrichte diensten of activiteiten wenst uit te breiden, verstrekt de FSMA de volgende informatie:
   1° de lidstaat waarin zij voornemens is werkzaamheden uit te oefenen;
   2° een programma van werkzaamheden waarin met name wordt aangegeven welke beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten alsmede nevendiensten zij voornemens is op het grondgebied van die lidstaat te verlenen of te verrichten, en of zij voornemens is om gebruik te maken van in Belgiė gevestigde verbonden agenten.
   Indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voornemens is gebruik te maken van verbonden agenten, stelt zij de FSMA in kennis van hun identiteitsgegevens.
   Indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voornemens is gebruik te maken van in Belgiė gevestigde verbonden agenten op het grondgebied van de lidstaat waar zij voornemens is diensten te verlenen, deelt de FSMA, uiterlijk een maand na ontvangst van alle informatie, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst die overeenkomstig artikel 79, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU als contactpunt is aangewezen, de identiteitsgegevens mee van de verbonden agenten die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voornemens is te gebruiken om in die lidstaat beleggingsdiensten te verlenen en beleggingsactiviteiten te verrichten. De lidstaat van ontvangst maakt die informatie openbaar.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 232, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 52.In het in artikel 51 bedoelde geval doet de FSMA deze informatie binnen een maand na de ontvangst ervan toekomen aan de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst [1 die overeenkomstig artikel 79, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU als contactpunt is aangewezen]1, waarna de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kan aanvangen met het verrichten van de betrokken beleggingsdiensten in de lidstaat van ontvangst.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 233, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 53. In geval van wijziging van de overeenkomstig artikel 51 verstrekte gegevens stelt de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de FSMA schriftelijk van de desbetreffende wijziging in kennis, zulks ten minste een maand voordat de wijziging plaatsvindt.
  De FSMA doet de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst mededeling van die wijziging.

  Onderafdeling 8. - De reglementaire normen en verplichtingen

  Art. 54. § 1. De FSMA bepaalt bij reglement, overeenkomstig de Europeesrechtelijke bepalingen, de normen inzake solvabiliteit, liquiditeit en risicoconcentratie, en andere begrenzingsnormen, die door alle vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moeten worden nageleefd.
  De in deze paragraaf bedoelde normen kunnen zowel van kwantitatieve als van kwalitatieve aard zijn.
  § 2. Onverminderd het bepaalde bij paragraaf 1, moet iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikken over een voor haar werkzaamheden en voorgenomen werkzaamheden passend beleid inzake kapitaalbehoeften. De personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend geval het directiecomité, werken daartoe onder toezicht van het wettelijk bestuursorgaan een beleid uit dat de huidige en toekomstige kapitaalbehoeften van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies identificeert en vastlegt, rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden, de eraan verbonden risico's, en het beleid van de onderneming inzake risicobeheer.
  De vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies evalueert regelmatig haar beleid inzake kapitaalbehoeften en past dit beleid zonodig aan. De FSMA kan bij reglement de frequentie van deze evaluatie nader bepalen.
  § 3. Wanneer de FSMA van oordeel is dat het beleid van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies inzake haar kapitaalbehoeften niet beantwoordt aan het risicoprofiel van de onderneming, kan zij, onverminderd het bepaalde bij artikel 64, in het licht van de doelstellingen van deze wet vereisten opleggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en risicoposities, ter aanvulling van deze bedoeld in de eerste paragraaf. Zij kan bij reglement de criteria en procedures bepalen die zij daarbij in acht neemt.
  § 4. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit, de Europese Commissie en de Raad in kennis van de informatie vereist door de Europese Richtlijnen die verband houden met de toepassing van de in dit artikel bedoelde reglementen.
  § 5. De in dit artikel bedoelde reglementen worden genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002.
  § 6. In bijzondere gevallen kan de FSMA binnen de perken van de Europese wetgeving afwijkingen toestaan van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel genomen reglementen.

  Onderafdeling 9. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels

  Art. 55. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies leggen periodiek aan de FSMA een gedetailleerde financiėle staat voor. Die staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels vastgesteld door de FSMA die ook de rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de FSMA voorschrijven dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg wordt verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze titel of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd.
  De effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend geval het directiecomité, verklaart aan de FSMA dat voornoemde periodieke staten die zij aan het einde van het eerste halfjaar en aan het einde van het boekjaar overmaakt, in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen. Daartoe is vereist dat de periodieke staten volledig zijn, d.i. alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en juist zijn, d.i. de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld. Zij bevestigt het nodige gedaan te hebben opdat de voornoemde staten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA opgemaakt zijn, en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening, of, voor de periodieke rapporteringsstaten die geen betrekking hebben op het einde van het boekjaar, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar.
  De Koning bepaalt, op advies van de FSMA volgens welke regels de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies:
  1° hun boekhouding voeren, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opmaken en openbaar maken;
  2° hun geconsolideerde jaarrekening opmaken, controleren en openbaar maken en het jaar- en controleverslag over deze geconsolideerde jaarrekening opmaken en openbaar maken.
  De bestuurders of de zaakvoerders zijn, hetzij jegens de vennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van de overtreding van de ter uitvoering van het derde lid genomen bepalingen.
  Het vierde lid is eveneens van toepassing op de leden van het directiecomité.
  Wat overtredingen betreft waaraan zij geen deel hebben gehad, worden de bestuurders, de zaakvoerders en de leden van het directiecomité slechts ontheven van de aansprakelijkheid bedoeld in het vierde en het vijfde lid indien hun geen schuld kan worden verweten en zij die overtredingen, naargelang het geval, hebben aangeklaagd op de eerste algemene vergadering of op de eerstkomende zitting van de raad van bestuur nadat zij er kennis van hebben gekregen.
  In bijzondere gevallen kan de FSMA afwijkingen toestaan van de in het eerste en het derde lid bedoelde besluiten en reglementen.

  Afdeling 4. - Toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht

  Art. 56.§ 1. De FSMA ziet erop toe dat iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  § 2. De FSMA beoordeelt inzonderheid het passende karakter van de beleidsstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies als bedoeld in de artikelen 25 en 26, en het passende karakter van het beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies inzake haar kapitaalbehoeften als bedoeld in artikel 54, § 2. Zij stelt de frequentie en de omvang van deze beoordeling vast en houdt daarbij rekening met het belang van de werkzaamheden van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voor het financiėle stelsel, en met de aard, omvang en complexiteit ervan alsmede met het evenredigheidsbeginsel. De beoordeling wordt minimaal eenmaal per jaar bijgewerkt.
  § 3. De FSMA kan zich alle inlichtingen doen verstrekken over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die zij controleert [1 evenals alle opnames van telefoonverkeer en elektronische communicatie of ander dataverkeer die in het bezit zijn van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies]1.
  Zij kan ter plaatse inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in bezit van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies:
  1° om na te gaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen op het statuut van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn nageleefd en of de boekhouding en jaarrekening, alsook de haar door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voorgelegde staten en inlichtingen, juist en waarheidsgetrouw zijn;
  2° om het passende karakter te toetsen van de beleidstructuren, de administratieve en boekhoudkundige organisatie, de interne controle en het beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies inzake haar kapitaalbehoeften; om het passende karakter te toetsen van de beleidstructuren, de administratieve en boekhoudkundige organisatie, de interne controle en het beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies inzake haar kapitaalbehoeften;
  3° om zich ervan te vergewissen dat het beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies gezond en voorzichtig is en dat haar positie of haar verrichtingen haar liquiditeit, rendabiliteit of solvabiliteit niet in het gedrang kunnen brengen.
  § 4. De Koning bepaalt welke vergoeding de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan de FSMA moeten betalen om de kosten van toezicht te dekken.
  [1 § 5. De bepalingen van de artikelen 79 tot 86 van de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing voor de uitoefening van de bevoegdheden die aan de FSMA zijn toegekend door en krachtens deze wet.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 234, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 56/1.[1 Onverminderd artikel 26, § 4, tweede lid kan de FSMA in geval van uitbesteding ook haar in artikel 56, paragraaf 3, tweede lid bedoelde inspectieprerogatieven uitoefenen bij ondernemingen waarop een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies een beroep doet [2 in hun hoedanigheid van dienstverlener]2, teneinde na te gaan of de voorwaarden waaronder die diensten worden verleend geen afbreuk doen aan de naleving door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies van haar wettelijke en reglementaire verplichtingen. De prerogatieven bedoeld in de artikelen 56, § 3 en 58 kunnen, naar analogie, ook worden uitgeoefend ten aanzien van die dienstverleners.
   De bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat waar de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder hun toezichtsbevoegdheid vallen, een beroep doen op in Belgiė gevestigde dienstverlenende ondernemingen, mogen ten aanzien van die dienstverleners de in het eerste lid bedoelde prerogatieven uitoefenen, in voorkomend geval met inschakeling van personen die zij daartoe machtigen. Als zij daar om verzoeken, kan de FSMA haar prerogatieven namens die autoriteiten uitoefenen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-21/08, art. 235, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (2)<W 2019-05-02/25, art. 199, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 57. Relaties tussen een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en een bepaalde cliėnt behoren niet tot de bevoegdheid van de FSMA, tenzij het toezicht op de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dit vergt.

  Art. 58. De FSMA kan bij de bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht die in een andere lidstaat zijn gevestigd, na voorafgaande kennisgeving aan de overheden die toezicht houden op de beleggingsondernemingen van dat land, de in artikel 56, § 3, tweede lid, bedoelde inspecties, met als doel ter plaatse gegevens te verzamelen of te toetsen over de leiding en het beleid van het bijkantoor, alsook alle gegevens die het toezicht op de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kunnen vergemakkelijken.
  Met hetzelfde doel en na kennisgeving aan de in het eerste lid bedoelde overheden kan zij een deskundige die zij aanstelt, gelasten met alle nuttige controles en onderzoeken. De bezoldiging en de kosten van deze deskundige worden door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies gedragen.
  Evenzo kan zij deze overheden verzoeken bepaalde van de in het eerste lid bedoelde controles en onderzoeken te verrichten.

  Art. 59. § 1. Voor de toepassing van dit artikel:
  1° wordt voor de definitie van de begrippen "exclusieve of gezamenlijke controle" en "consortium" verwezen naar de reglementering op de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de beleggingsondernemingen die met toepassing van artikel 55, derde lid, is uitgevaardigd;
  2° moet onder "financiėle holding" worden verstaan, een financiėle instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk één of meer kredietinstellingen, beleggingsondernemingen of financiėle instellingen zijn en waarvan ten minste één een kredietinstelling of een beleggingsonderneming is, en die geen gemengde financiėle holding is in de zin van artikel 60.
  Groepen van ondernemingen met een kredietinstelling, een beursvennootschap, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming zijn voor hun toezicht op geconsolideerde basis onderworpen aan de bepalingen van de Afdelingen I, II en IV van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV of van Onderafdeling I van Afdeling IV van Boek XII, Titel II, Hoofdstuk III van de wet van 25 april 2014 of van de bepalingen van Titel VI, Hoofdstukken I en II van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings-of herverzekeringsondernemingen.
  Groepen van ondernemingen met een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en zonder kredietinstelling, beursvennootschap, verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming zijn onderworpen aan de bepalingen van dit artikel.
  § 2. Wanneer een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies een moederonderneming is, is zij onderworpen aan het toezicht op geconsolideerde basis door de FSMA, voor het geheel dat zij samen met haar Belgische en buitenlandse dochter-ondernemingen vormt.
  Het toezicht op geconsolideerde basis slaat op de financiėle positie, de grenzen en de voorwaarden als bedoeld in artikel 41 op het beleid, de organisatie en de interne controle procedures, als bedoeld in de artikelen 25 en 26, voor het geconsolideerde geheel, en op de invloed van de geconsolideerde ondernemingen op andere ondernemingen. De Koning kan het toezicht op geconsolideerde basis uitbreiden tot andere gebieden als bedoeld in de richtlijnen van de Europese Unie.
  De in de artikelen 27 en 54, §§ 1 tot en met 3, bedoelde normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd op basis van de geconsolideerde positie van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en haar dochterondernemingen. Het bepaalde bij artikel 54, paragrafen 5 en 6, is alsdan van overeenkomstige toepassing.
  Voor het toezicht op geconsolideerde basis leggen de betrokken vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies periodiek aan de FSMA een geconsolideerde financiėle staat voor. De FSMA bepaalt, na raadpleging van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies via hun representatieve beroepsverenigingen, volgens welke regels deze staat moet worden opgemaakt en inzonderheid volgens welke regels de consolidatiekring wordt bepaald, consolidatie moet worden toegepast en hoe vaak deze staten moeten worden voorgelegd.
  Wanneer zij dit voor het prudentiėle toezicht noodzakelijk acht, kan de FSMA eisen dat de vennootschappen die geen dochteronderneming zijn maar waarin de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies deelneemt of waarmee zij een andere kapitaalbinding heeft, in de consolidatie worden opgenomen.
  De FSMA kan voorschrijven of eisen dat de betrokken vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, hun dochterondernemingen en alle andere geconsolideerde ondernemingen haar alle inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor haar toezicht op geconsolideerde basis. Voor dit toezicht kan de FSMA, ter plaatse, in alle geconsolideerde ondernemingen, de inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen in het kader van het toezicht op geconsolideerde basis of, op kosten van de betrokken vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, erkende revisoren of, in voorkomend geval, door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee gelasten. De FSMA verricht deze toetsing of laat die pas verrichten bij een onderneming die in een andere lidstaat is gevestigd nadat zij de toezichthoudende overheid van deze Staat hiervan in kennis heeft gesteld en voor zover de betrokken overheid die toetsing niet zelf dan wel via een revisor of een deskundige verricht. Indien de FSMA de toetsing niet zelf verricht, kan zij niettemin aan de verificatie deelnemen zo zij dit wenselijk acht.
  Het toezicht op geconsolideerde basis heeft niet tot gevolg dat de FSMA op elke geconsolideerde onderneming individueel toezicht houdt.
  Het toezicht op geconsolideerde basis doet geen afbreuk aan het individuele toezicht van elke geconsolideerde vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Er kan evenwel rekening worden gehouden met de implicaties van het toezicht op geconsolideerde basis bij de bepaling van de inhoud en de modaliteiten van het individueel toezicht van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of het toezicht op subgeconsolideerde basis van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die de dochteronderneming is van een andere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden Belgische vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die door een buitenlandse beleggingsonderneming zijn geconsolideerd, verplicht kunnen worden bepaalde inlichtingen te verstrekken aan de buitenlandse overheid die bevoegd is voor het toezicht op deze beleggingsonderneming op geconsolideerde basis en waarbij deze overheid zelf of via de door haar gemachtigde revisoren of deskundigen, de verstrekte inlichtingen ter plaatse kan toetsen.
  § 3. Wanneer een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies een consortium vormt met een of meer andere ondernemingen, valt zij onder het toezicht op geconsolideerde basis die geldt voor alle ondernemingen van het consortium en hun dochterondernemingen.
  De voorschriften van § 2 zijn van toepassing.
  § 4. Voor iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarvan de moederonderneming een Belgische of buitenlandse financiėle holding uit een lidstaat is, geschiedt het toezicht op basis van de geconsolideerde financiėle positie van de financiėle holding. Dit toezicht wordt uitgeoefend door de FSMA, tenzij er zich onder de dochterondernemingen een kredietinstelling, een verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of een beursvennootschap bevindt, in welk geval het toezicht wordt uitgeoefend door de Bank. Dit toezicht slaat op de in het tweede en derde lid van paragraaf 2 bedoelde aspecten. De Koning kan de regels van dit toezicht bepalen, aanpassen en aanvullen, met opgave van alle andere voorschriften van deze wet die ter zake van toepassing zijn op financiėle holdings.
  Voor iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarvan de moederonderneming een financiėle holding van buiten de Europese Economische Ruimte is, geschiedt het toezicht op basis van de geconsolideerde financiėle positie van de financiėle holding volgens de regels bepaald door de Koning.
  § 5. Ondernemingen die uitsluitend of samen met andere de controle hebben over een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en de dochterondernemingen van deze ondernemingen moeten, indien die ondernemingen niet vallen binnen het toepassingsgebied van de paragrafen 2, 3 en 4 betreffende het toezicht op geconsolideerde basis of binnen het toepassingsgebied van artikel 60 betreffende het aanvullend groepstoezicht, de FSMA en de bevoegde buitenlandse overheden alle gegevens en inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarover deze ondernemingen de controle hebben.
  Dergelijke informatieplicht geldt ook voor ondernemingen die, hoewel zij dochter-ondernemingen zijn van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of een financiėle holding, niet in het toezicht op geconsolideerde basis zijn opgenomen. Wanneer de betrokken dochteronderneming een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies is, kan de FSMA of de buitenlandse overheid die bevoegd is voor het toezicht op genoemde dochteronderneming, eisen dat de moederonderneming-vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of de moederonderneming-financiėle holding de vereiste inlichtingen en gegevens verstrekt die voor het toezicht op genoemde dochteronderneming dienstig zijn.
  De Koning bepaalt:
  a) de voorwaarden en modaliteiten voor de verplichtingen die voortvloeien uit het eerste en het tweede lid alsook voor de toetsing ter plaatse van de hierin bedoelde gegevens en inlichtingen;
  b) onverminderd artikel 107, welke maatregelen en sancties van de artikelen 68 en 69 van toepassing zijn wanneer de in het eerste en tweede lid bedoelde ondernemingen hun verplichtingen niet nakomen.
  § 6. De bevoegde overheden van de lidstaat van ontvangst kunnen de FSMA in haar hoedanigheid van consoliderende toezichthouder of in haar hoedanigheid van bevoegde overheid van de lidstaat van herkomst verzoeken een bijkantoor van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies als significant aan te merken.
  Het verzoek vermeldt de redenen waarom het bijkantoor als significant moet worden aangemerkt, en met name:
  a) wat de vermoedelijke gevolgen van een opschorting of beėindiging van de werkzaamheden van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voor de liquiditeit van de markt en de betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen in de lidstaat van ontvangst zullen zijn; en
  b) de omvang en het belang van het bijkantoor, wat het aantal cliėnten betreft, binnen het financiėle stelsel in de lidstaat van ontvangst.
  De bevoegde overheden van de lidstaat van herkomst en van de lidstaat van ontvangst, alsmede desgevallend de consoliderende toezichthouder, stellen alles in het werk om tot een gezamenlijk besluit te komen over de kwalificatie van een bijkantoor als significant.
  Als binnen de twee maanden na ontvangst van een verzoek geen gezamenlijk besluit wordt genomen, dient de FSMA de besluiten van de bevoegde overheden van de lidstaat van ontvangst, genomen uiterlijk twee maanden daarna, of het bijkantoor significant is, te aanvaarden.
  De hiervoor bedoelde besluiten genomen door de FSMA in haar hoedanigheid van consoliderende toezichthouder of in haar hoedanigheid van bevoegde overheid van de lidstaat van herkomst, worden op schrift gesteld met volledige opgaaf van redenen, worden aan de betrokken bevoegde overheden overgezonden, worden als definitief erkend en worden door de bevoegde overheden in de betrokken lidstaten toegepast.
  § 7. Indien de FSMA consoliderende toezichthouder is, richt zij colleges van toezichthouders op om het toezicht op de dochterondernemingen en de significatieve bijkantoren te vergemakkelijken en zorgt zij voor passende coördinatie en samenwerking met relevante bevoegde overheden van derde landen.
  § 8. Indien de FSMA toezichthouder is van een dochteronderneming van een moederbeleggingsonderneming in de Europese Unie of van een financiėle moederholding in de Europese Unie, of ten gevolge van een verzoek als bedoeld in artikel 75, § 3, van een significant bijkantoor van een beleggingsonderneming die onder een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte ressorteert, kan zij deelnemen aan een college van toezichthouders, opgericht door de bevoegde consoliderende toezichthouders of de bevoegde toezichthouder van de lidstaat van herkomst.
  § 9. De Koning regelt tevens het toezicht op geconsolideerde basis, in voorkomend geval overeenkomstig de bepalingen van de Richtlijn 2013/36/EU en van de Verordening (EU) Nr. 575/2013.
  § 10. In bijzondere gevallen kan de FSMA afwijkingen toestaan van de met toepassing van de krachtens dit artikel genomen besluiten en reglementen. In dat geval stelt ze de Europese Commissie en de Europese Bankautoriteit daarvan in kennis.

  Art. 60. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
  1° "groep": een geheel van ondernemingen dat gevormd wordt door een moederondememing, haar dochterondernemingen, de ondernemingen waarin de moederonderneming of haar dochterondememingen rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhouden, alsook de ondernemingen waarmee een consortium wordt gevormd en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of waarin deze laatste ondernemingen een deelneming aanhouden;
  2° "financiėle dienstengroep": een groep of subgroep waarvan ten minste één van de dochterondernemingen een gereglementeerde onderneming is en die aan de volgende voorwaarden voldoet:
  a) wanneer een gereglementeerde onderneming aan het hoofd van de groep of subgroep staat:
  i) is deze onderneming een moederonderneming van een onderneming in de financiėle sector, een onderneming die houder is van een deelneming in een onderneming in de financiėle sector, dan wel een onderneming die met een onderneming in de financiėle sector verbonden is onder de vorm van een consortium;
  ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en is ten minste één van de entiteiten in de groep een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
  iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant; of
  b) wanneer aan het hoofd van de groep of subgroep geen gereglementeerde onderneming staat:
  i) vinden de activiteiten van de groep of subgroep in hoofdzaak plaats in de financiėle sector;
  ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep is een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
  iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant;
  De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder de begrippen "in hoofdzaak" en "significant";
  3° "gereglementeerde onderneming": een rechtspersoon die hetzij een beleggings-onderneming is als gedefinieerd in artikel 3, hetzij een kredietinstelling als gedefinieerd in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014, hetzij een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming als gedefinieerd in artikel 5, 1° en 2° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, hetzij een beheerder van AICB's, hetzij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, en elke andere onderneming opgericht naar buitenlands recht die, indien ze haar maatschappelijke zetel in Belgiė zou hebben, een toelating dient te verkrijgen voor de uitoefening van het bedrijf van beleggingsonderneming, van beheerder van AICB's of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;
  4° "financiėle sector": een sector die bestaat uit een of meer van de volgende ondernemingen:
  a) een gereglementeerde onderneming die een kredietinstelling is, een financiėle instelling in de zin van artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 4, lid 1, punt 18), van Verordening (EU) Nr. 575/2013; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiėle sector, die "de banksector" wordt genoemd;
  b) een gereglementeerde onderneming die een verzekerings- of herverzekerings-onderneming is, een verzekeringsholding in de zin van artikel 338, 5° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiėle sector, die "de verzekeringssector" wordt genoemd;
  c) een gereglementeerde onderneming die een beleggingsonderneming is, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 2, 2°, een financiėle instelling in de zin van artikel 2, 7° ; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiėle sector, die "de beleggings-dienstensector" wordt genoemd;
  5° "gemengde financiėle holding": een moederonderneming, andere dan een gereglementeerde onderneming, aan het hoofd van een financiėle dienstengroep;
  6° "moederonderneming", "dochteronder-neming", "controle", "consortium", "deelneming": de begrippen in de zin van de omschrijving die ervan wordt gegeven in artikelen 2, 28° en 59, artikel 3, § 1, 26° en de Afdelingen I, II en IV van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, of artikel 338, 1°, 2° en 3° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
  § 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht:
  1° die aan het hoofd staan van een financiėle dienstengroep; of
  2° waarvan de moederonderneming een gemengde financiėle holding met hoofdkantoor in een lidstaat is,
  zijn onderworpen aan een aanvullend groepstoezicht overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf.
  Indien verschillende gereglementeerde ondernemingen dochterondernemingen van de in het eerste lid, 2°, bedoelde gemengde financiėle holding zijn, betreft het aanvullend toezicht op de financiėle dienstengroep uitsluitend de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht, voor zover de FSMA bevoegd is voor het aanvullend toezicht op de financiėle dienstengroep.
  Wanneer een gereglementeerde onderneming naar Belgisch recht aan het hoofd staat van een financiėle dienstengroep wordt het aanvullende groepstoezicht uitgeoefend door de toezichthoudende overheid verantwoordelijk voor het toezicht op de betrokken gereglementeerde onderneming.
  Het aanvullende toezicht slaat op de financiėle positie van de financiėle dienstengroep in het algemeen en de solvabiliteit van de groep in het bijzonder, de risicoconcentratie, de intragroep-verrichtingen, en de interne controleprocedures en de risicobeheer-procedures voor het geheel van de groep.
  De Koning bepaalt de normen die in uitvoering van het tweede en derde lid van toepassing zijn.
  Alle ondernemingen van de financiėle dienstengroep die behoren tot de financiėle sector worden in het aanvullende groepstoezicht opgenomen, volgens de nadere regels die de Koning bepaalt.
  De Koning kan het aanvullende groepstoezicht uitbreiden tot andere domeinen en tot groepsondernemingen buiten de financiėle sector, conform de Europese regelgeving.
  De FSMA kan voorschrijven dat de in het aanvullende groepstoezicht opgenomen gereglementeerde en niet gereglementeerde ondernemingen haar alle inlichtingen dienen te verstrekken die nuttig zijn voor haar aanvullend groepstoezicht. Voor dit toezicht kan de FSMA ter plaatse in alle in het aanvullende groepstoezicht opgenomen ondernemingen de inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen, of, op kosten van de betrokken gereglementeerde onderneming, erkende revisoren, of in voorkomend geval door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee belasten. De FSMA verricht deze toetsing of laat die verrichten bij een onderneming die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, nadat zij de bevoegde toezichthoudende overheid van die andere Staat hiervan in kennis heeft gesteld en voorzover deze laatste die toetsing niet zelf verricht of toestaat dat een revisor of deskundige deze verricht. Indien de toezichthoudende overheid de toetsing niet zelf verricht, kan zij niettemin aan de verificatie deelnemen zo zij dit wenselijk acht.
  Het aanvullende groepstoezicht heeft niet tot gevolg dat de FSMA op elke in dit toezicht opgenomen onderneming individueel toezicht uitoefent. Het aanvullende groepstoezicht doet evenmin afbreuk aan het toezicht op vennootschappelijke en op geconsolideerde basis overeenkomstig de andere bepalingen van deze wet.
  De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden Belgische ondernemingen, die deel uit maken van een financiėle dienstengroep en opgenomen zijn in het aanvullende groepstoezicht dat wordt uitgeoefend door een buitenlandse toezichthoudende overheid, verplicht kunnen worden bepaalde inlichtingen te verstrekken aan die toezichthoudende overheid voor de uitoefening van diens aanvullend groepstoezicht, en waarbij deze overheid zelf of via door haar gemachtigde revisoren of deskundigen de verstrekte inlichtingen ter plaatse kan toetsen.
  § 3. De Koning bepaalt de regels voor het aanvullende groepstoezicht overeenkomstig de bepalingen van de Richtlijn 2002/87/EG van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekerings-ondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad.
  § 4. In bijzondere gevallen kan de FSMA, met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel, met redenen omklede afwijkingen toestaan van de krachtens dit artikel genomen besluiten en reglementen, voorzover dergelijke afwijkingen gelden voor alle gereglementeerde ondernemingen die zich in gelijkwaardige omstandigheden bevinden. Gebruik van deze bevoegdheid mag niet indruisen tegen de bepalingen van Europees recht.

  Art. 61. § 1. De commissarissen die, overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen, belast zijn met het toezicht op de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, brengen op eigen initiatief verslag uit bij de FSMA zodra zij, in het kader van hun opdracht bij een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of in het kader van een revisorale opdracht bij een met de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies verbonden vennootschap:
  a) beslissingen, feiten of ontwikkelingen vaststellen die de positie van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies financieel of op het vlak van haar administratieve en boekhoudkundige organisatie of van haar interne controle, op betekenisvolle wijze kunnen beļnvloeden;
  b) beslissingen of feiten vaststellen die kunnen wijzen op een overtreding van het Wetboek van Vennootschappen, de statuten, dit boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;
  c) andere beslissingen of feiten vaststellen die kunnen leiden tot een weigering van de certificering van de jaarrekening of tot het formuleren van voorbehoud;
  d) beslissingen of feiten vaststellen met betrekking tot de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die van aard zijn de bedrijfscontinuļteit ervan aan te tasten.
  § 2. Tegen commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in paragraaf 1, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.

  Art. 62. De FSMA kan een door haar aangesteld erkend revisor of de commissarissen belast met het toezicht op de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen, vragen om haar, op kosten van die entiteiten, bijzondere verslagen te bezorgen over de onderwerpen die zij bepaalt.

  Afdeling 5. - Intrekking van een vergunning,uitzonderingsmaatregelen, dwangsommen en bestuursrechtelijke sancties

  Art. 63. Bij beslissing die met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, trekt de FSMA de vergunning in van vennootschappen van vermogensbeheer en beleggingsadvies die hun bedrijf niet binnen twaalf maanden na het verlenen van een vergunning hebben aangevat, die afstand doen van hun vergunning of hun bedrijf hebben stopgezet. Zij wijzigt de vergunning van de vennootschappen van vermogensbeheer en beleggingsadvies die gedeeltelijk afstand doen van hun vergunning.

  Art. 64.§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat:
  - [1 een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of van Verordening (EU) nr. 600/2014]1;
  - het beleid of de financiėle positie van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de goede afloop van haar verbintenissen in het gedrang dreigt te brengen of niet voldoende waarborgen biedt voor haar solvabiliteit, liquiditeit of rendabiliteit;
  - de beleidsstructuren, administratieve of boekhoudkundige organisatie of interne controle van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies ernstige leemten vertonen;
  - een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies haar vergunning verworven heeft door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze, stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen. Indien na afloop van deze termijn de toestand niet is verholpen, kan de FSMA:
  1° een speciale commissaris aanstellen.
  In dit geval is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, inclusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beleid, zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist; de FSMA kan evenwel de verrichtingen waarvoor een toestemming is vereist, beperken.
  De speciale commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht aan alle organen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, inclusief de algemene vergadering voorleggen. De bezoldiging van de speciale commissaris wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  De leden van de bestuurs- en de beleids-organen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciale commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of voor derden voortvloeit.
  Indien de FSMA de aanstelling van een speciale commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft openbaar gemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming is vereist, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciale commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciale commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt.
  De FSMA kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen;
  2° aanvullende vereisten opleggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere begrenzingen, buiten deze bedoeld in artikel 54;
  3° van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies eisen dat ze de variabele beloning tot een bepaald percentage van hun totale netto bedrijfsresultaten beperken als deze beloning niet met het in stand houden van een solide eigen vermogen te verenigen is of dat zij hun nettowinsten aanwenden om het eigen vermogen te versterken;
  4° voor de termijn die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden; deze schorsing kan, in de door de FSMA bepaalde mate, de volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de lopende overeenkomsten tot gevolg hebben.
  De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of voor derden voortvloeit.
  Indien de FSMA de schorsing of het verbod in het Belgisch Staatsblad heeft openbaar gemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig.
  De FSMA kan een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies tevens gelasten de deelnemingen over te dragen die zij bezit overeenkomstig artikel 41; artikel 32, tweede lid, is van toepassing;
  5° de vervanging gelasten van bestuurders of zaakvoerders van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de voltallige bestuurs- en beleidsorganen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies één of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naar gelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
  De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  De FSMA kan op elk tijdstip de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet meer de nodige waarborgen biedt;
  6° de vergunning geheel of gedeeltelijk herroepen.
  Bij uiterste hoogdringendheid en inzonderheid bij ernstig gevaar voor de beleggers, kan de FSMA de in deze paragraaf bedoelde maatregelen nemen zonder dat vooraf een hersteltermijn wordt vastgesteld.
  § 2. De in § 1 bedoelde beslissingen van de FSMA hebben voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies uitwerking vanaf de datum van hun kennisgeving met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs en, voor derden, vanaf de datum van hun bekendmaking overeenkomstig de voorschriften van § 1.
  [1 Als deze maatregelen zijn genomen ingevolge een overtreding van de verplichtingen die zijn opgelegd door Verordening (EU) nr. 600/2014, door deze wet voor de omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, of door bepalingen die zijn genomen op grond van of ter uitvoering van deze Verordening of deze bepalingen, publiceert de FSMA de genomen maatregelen als bedoeld in paragraaf 1, 1°, 4°, 5° en 6, conform artikel 72, § 3, vierde tot zevende lid, van de wet van 2 augustus 2002.
   Als de FSMA een maatregel publiceert conform het vorige lid, brengt zij dit ter kennis van ESMA. Daarbij verstrekt de FSMA ESMA tevens algemene informatie over de maatregelen die worden genomen voor dit type inbreuk.]1
  § 3. Wanneer de FSMA kennis heeft van het feit dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies een bijzonder mechanisme heeft ingesteld met als doel of gevolg fiscale fraude door derden te bevorderen, zijn paragraaf 1, eerste en tweede lid, 4°, en paragraaf 2 van toepassing.
  § 4. Paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2 zijn niet van toepassing bij herroeping van de vergunning van een failliet verklaarde vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  § 5. De [2 ondernemingsrechtbank]2 spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in § 1, tweede lid, 1° en 4°.
  De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Indien verantwoord om ernstige redenen kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Ingeval de geschorste of vernietigde handeling of beslissing waren openbaar gemaakt, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt.
  Wanneer de nietigheid de rechten kan benadelen die een derde te goeder trouw ten aanzien van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies heeft verworven, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onder voorbehoud van het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding.
  De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, dan wel hem bekend zijn.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 236, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 006; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Art. 65.Wanneer de overheden die toezicht houden op beleggingsondernemingen van een andere lidstaat, waar een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of er beleggings- of nevendiensten verricht bedoeld in artikel 2 in het kader van het vrij verrichten van diensten, de FSMA ervan in kennis stellen dat de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen die deze Staat heeft vastgesteld met toepassing van [1 Richtlijn 2014/65/EU]1 en waarop genoemde overheden toezien, worden overtreden, neemt de FSMA zo spoedig mogelijk de wegens deze overtredingen vereiste maatregelen, als bedoeld in artikel 64, § 1. Zij brengt dit ter kennis van de voornoemde overheden. Artikel 64, § 2, is van toepassing.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 237, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 66. De FSMA stelt onmiddellijk de overheden in kennis die toezicht houden op de beleggingsondernemingen van de andere lidstaten waar een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of beleggings- of nevendiensten verricht bedoeld in artikel 2, in het kader van het vrij verrichten van diensten, welke beslissingen zij overeenkomstig de artikelen 63 en 64 heeft genomen.

  Art. 67. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarvan de vergunning is ingetrokken of herroepen op grond van de artikelen 63 en 64, blijven onderworpen aan deze titel en de ter uitvoering ervan getroffen besluiten en reglementen tot de verbintenissen van de vennootschap zijn vereffend desgevallend uit hoofde van aan beleggers verschuldigde gelden en financiėle instrumenten, tenzij de FSMA hen vrijstelt van bepaalde voorschriften.
  Het eerste lid is niet van toepassing bij de herroeping van de vergunning van een failliet verklaarde vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  De FSMA brengt de Europese Autoriteit voor effecten en markten op de hoogte van de intrekking of herroeping van een vergunning op grond van de artikelen 63 en 64.

  Art. 68.Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen kan de FSMA openbaar maken dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een financiėle holding, een gemengde holding in de zin van artikel 3, 40°, van de wet van 25 april 2014 of een gemengde financiėle holding, geen gevolg heeft gegeven aan de aanmaningen die zij gekregen heeft om zich binnen de termijn die zij vaststelt te conformeren aan de voorschriften van deze titel of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen [1 , of van Verordening 600/2014 of de op grond of ter uitvoering van deze verordening genomen bepalingen]1. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken onderneming.
  De FSMA stelt de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de openbaarmaking zoals bedoeld in het eerste lid.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 238, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 69.§ 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA voor een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een financiėle holding, een gemengde holding als bedoeld in artikel 68 of een gemengde financiėle holding een termijn bepalen:
  a) waarbinnen zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van deze titel of zijn uitvoeringsbesluiten, of [1 aan Verordening 600/2014 of de op grond of ter uitvoering van deze verordening genomen bepalingen, of]1
  b) waarbinnen zij de nodige aanpassingen moet aanbrengen in haar beleidsstructuur, haar beleid inzake kapitaalbehoeften, haar administratieve en boekhoudkundige organisatie of haar interne controle;
  c) waarbinnen zij zich moet conformeren aan de bepalingen van Titel II van Verordening Nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters.
  Indien de betrokken vennootschap in gebreke blijft bij het verstrijken van de termijn kan de FSMA, na de onderneming gehoord of tenminste opgeroepen te hebben, haar een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of van maximum 50.000 euro per dag vertraging.
  § 2. Onverminderd andere maatregelen bepaald door deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in andere wetten of reglementen, kan de FSMA, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet of op de maatregelen genomen in uitvoering ervan [1 of van Verordening 600/2014 of de op grond of ter uitvoering van deze verordening genomen bepalingen]1 of indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van Titel II van Verordening Nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters, een administratieve boete opleggen aan een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een financiėle holding, een gemengde holding als bedoeld in artikel 68 of een gemengde financiėle holding, naar Belgisch of buitenlands recht en gevestigd in Belgiė, die niet minder mag bedragen dan 2.500 euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten.
  [1 In geval van een inbreuk op de bepalingen van Verordening 600/2014, op de bepalingen van deze wet tot omzetting van Richtlijn 2014/65/EU of op de bepalingen genomen op basis van of ter uitvoering van deze verordening of deze bepalingen, kan de FSMA ook een administratieve geldboete opleggen aan een of meerdere leden van het wettelijk bestuursorgaan en aan elke persoon die belast is met de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   In afwijking van het eerste lid gelden de volgende maximumbedragen in geval van een inbreuk op de bepalingen als bedoeld in het tweede lid: voor natuurlijke personen 5 000 000 euro, en voor rechtspersonen 5 000 000 euro of, indien dit hoger is, tien procent van de totale jaaromzet. Als de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies.]1
  § 3. De dwangsommen en boeten die met toepassing van de §§ 1 en 2 worden opgelegd, worden ingevorderd ten bate van de schatkist door de Algemene Administratie van de inning en de invordering.
  Wanneer de FSMA een maatregel die zij oplegt in overeenstemming met paragrafen 1 en 2 openbaar maakt, stelt ze de Europese Autoriteit voor effecten en markten daarvan tegelijktertijd in kennis.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 239, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  HOOFDSTUK 2. - Buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies

  Afdeling 1. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in Belgiė van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren

  Art. 70. Deze afdeling is van toepassing op de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die hun activiteiten in Belgiė mogen verrichten conform artikelen 10 en 11.

  Onderafdeling 1. - Verplichtingen en verbodsbepalingen

  Art. 71. Onverminderd de voorschriften bepaald door en krachtens de wet van 2 augustus 2002 en onverminderd andere bepalingen die de FSMA bevoegdheid verlenen ten aanzien van de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, is artikel 26, § 5, van toepassing op de bijkantoren van die vennootschappen, met betrekking tot door die bijkantoren uitgevoerde verrichtingen.

  Onderafdeling 2. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels

  Art. 72. De bijkantoren van de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, bezorgen de FSMA, in de vorm en volgens de frequentie die zij vaststelt, voor statistische doeleinden bestemde periodieke staten over hun verrichtingen in Belgiė.
  De FSMA kan die bijkantoren gelasten haar, in de vorm en volgens de frequentie die zij vaststelt, gegevens mee te delen van dezelfde aard als de gegevens die aan de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht worden gevraagd, over materies die niet tot de bevoegdheid van de toezichthoudende overheden van de lidstaat van herkomst behoren.
  De buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, kunnen ook worden verplicht om gegevens die aan de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht worden gevraagd, mee te delen aan de Bank en aan de Europese Centrale Bank.

  Art. 73.[1 Artikel 55, derde lid]1, is van toepassing op de bijkantoren van de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat.
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 200, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Onderafdeling 3. - Toezicht

  Art. 74.Onverminderd de bevoegdheden bepaald door en krachtens de wet van 2 augustus 2002, staan de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, onder het toezicht van de FSMA met betrekking tot het bepaalde in de artikelen 71 tot 73 voor de door die bepalingen geviseerde materies waarvoor de FSMA bevoegd is.
  [1 De FSMA ziet er eveneens op toe dat diensten die worden verleend door bijkantoren van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, voldoen aan de eisen van de artikelen 14 tot 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014.]1
  De artikelen 56, §§ 3 en 4, en 57 zijn dienovereenkomstig van toepassing.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 240, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 75.§ 1. Op verzoek van de toezichthoudende overheden van de lidstaat van herkomst van de buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kan de FSMA, als een vorm van bijstand aan deze overheden, bij de bijkantoren van die vennootschappen inspecties verrichten, die kunnen slaan op zowel de in artikel 74 als de in artikel 58, eerste lid, bedoelde materies.
  De kosten voor de in het eerste lid bedoelde inspecties en controles worden gedragen door de overheid die erom verzoekt.
  § 2. De buitenlandse overheden die bevoegd zijn voor het prudentieel toezicht op de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die in Belgiė een bijkantoor hebben geopend, mogen, na voorafgaande kennisgeving aan de FSMA, in het kader van de uitoefening van hun verantwoordelijkheden, in dat bijkantoor zelf inspecties ter plaatse verrichten of op hun kosten controles laten uitvoeren door deskundigen die zij aanstellen.
  [1 Deze overheden hebben eveneens toegang tot de in artikel 26, § 5, bedoelde gegevens die zijn bijgehouden door de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ingevolge artikel 71 onder hun bevoegdheid vallen.]1
  § 3. De FSMA kan de bevoegde consoliderende toezichthouder of anders de bevoegde overheid van de lidstaat van herkomst verzoeken een bijkantoor van een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat, als significant aan te merken in de zin van artikel 59, § 6.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 241, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Onderafdeling 4. - Uitzonderingsmaatregelen, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties

  Art. 76.§ 1. Wanneer de FSMA duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat die op Belgisch grondgebied door middel van een bijkantoor of van het vrij verrichten van diensten werkzaamheden uitoefent, de verplichtingen schendt die uit de ter uitvoering van de [1 richtlijn 2014/65/EU]1 vastgestelde bepalingen voortvloeien, waarbij aan FSMA geen bevoegdheden worden verleend, stelt zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bevindingen in kennis.
  Indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in weerwil van de door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst getroffen maatregelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend zijn, blijft handelen op een wijze die de belangen van beleggers in Belgiė of de ordelijke werking van de markten kennelijk schaadt, kan de FSMA na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, maatregelen treffen om de beleggers en de goede werking van de markten te beschermen. Ten aanzien van bijkantoren gaat het om de in artikel 64, § 1, 1°, 4° en 5° en § 2, bedoelde maatregelen; ten aanzien van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die bedrijvig zijn via het verrichten van diensten betreft het de in artikel 64, § 1, 4° en § 2, bedoelde maatregelen. De Europese Commissie en de Europese Autoriteit voor effecten en markten worden onverwijld van deze maatregelen in kennis gesteld.
  § 2. Indien de FSMA vaststelt dat een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die in Belgiė een bijkantoor heeft, zich niet conformeert aan de in Belgiė geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die met toepassing van de in § 1 vermelde richtlijn tot de bevoegdheidssfeer van de FSMA behoren, maant zij de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen.
  Indien de betrokken vennootschap niet het nodige doet, neemt de FSMA alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de betrokken vennootschap een eind maakt aan deze onregelmatige situatie. Van de strekking van deze maatregelen wordt mededeling gedaan aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst.
  Wanneer de overtredingen van een bijkantoor beoogd in het eerste lid blijven aanhouden, kan de FSMA, na de autoriteiten van de lidstaat van herkomst hiervan in kennis te hebben gesteld, de in artikel 64, § 1, 1°, 4° en 5°, bedoelde maatregelen treffen. Artikel 64, §§ 2 en 3, is ook van toepassing. Artikel 64, § 3, geldt eveneens voor de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat die in Belgļe werkzaam zijn via het vrij verrichten van diensten. De Europese Commissie en de Europese Autoriteit voor effecten en markten worden onverwijld van deze maatregelen in kennis gesteld.
  § 3. De FSMA kan de zaak naar de Europese Autoriteit voor effecten en markten verwijzen, zoals bepaald bij artikel 77, § 1, van de wet van 2 augustus 2002.
  § 4. Het bepaalde in paragraaf 2 van dit artikel, behalve de laatste zin, is eveneens van toepassing wanneer een bijkantoor van een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat verplichtingen schendt die niet uit de ter uitvoering van de richtlijn 2004/39/EG vastgestelde bepalingen voortvloeien, maar die wel tot de bevoegdheid behoren van de FSMA.
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 201, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 77. Bij intrekking of herroeping van de vergunning van een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat door de toezichthoudende autoriteiten van haar lidstaat van herkomst, beveelt de FSMA, na deze autoriteiten hiervan in kennis te hebben gesteld, de sluiting van het bijkantoor dat deze onderneming in Belgiė heeft gevestigd. Zij kan een voorlopige zaakvoerder aanstellen die waakt over de tegoeden en de financiėle instrumenten van het bijkantoor in afwachting van een uitspraak omtrent hun bestemming en die gemachtigd is in het belang van de schuldeisers alle bewarende maatregelen te treffen.

  Art. 78. De FSMA kan de autoriteiten die toezicht houden op een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat, meedelen om welke redenen zij van oordeel is dat de positie van het bijkantoor van deze onderneming in Belgiė niet de nodige waarborgen biedt voor een goede administratieve of boekhoudkundige organisatie of interne controle.

  Art. 79. Artikel 68 is van toepassing op de in deze afdeling bedoelde vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.

  Art. 80. Artikel 69, eerste lid, a), en tweede en derde lid, is van toepassing op de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en met een bijkantoor op het Belgisch grondgebied.

  Art. 81. Artikel 107, § 1, is van toepassing op:
  1° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de bepalingen waarvan sprake in artikel 73 en de in uitvoering van die bepalingen getroffen besluiten overtreedt;
  2° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert zonder daartoe toestemming te hebben gekregen van de speciale commissaris als bedoeld in artikel 64, § 1, 1°, in de gevallen waarvan sprake in artikel 76, §§ 1 en 2;
  3° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert die indruisen tegen een schorsingsbevel of een verbod als bedoeld in artikel 64, § 1, 4°, in de gevallen als bedoeld in artikel 76, §§ 2 en 3;

  Art. 82. Artikel 108 is van toepassing op de misdrijven geviseerd door artikel 81.

  Afdeling 2. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in Belgiė van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die niet onder [1 Richtlijn 2014/65/EU]1 vallen
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 242, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 83.De buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die niet onder de toepassing van [1 Richtlijn 2014/65/EU vallen krachtens artikel 2, § 1, l) en m)]1, en artikel 3 van die Richtlijn, zijn onderworpen aan de bepalingen van afdelingen 3 en 4 van dit hoofdstuk.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 243, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Afdeling 3. - Bijkantoren in Belgiė van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van derde landen

  Onderafdeling 1. - Vergunning

  Art. 84.[1 § 1. Een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een derde land en om een vergunning van de FSMA verzoekt overeenkomst artikel 13, § 2, tweede lid, stelt de FSMA in kennis van het volgende:
   1° de naam van de autoriteit die in het betrokken derde land verantwoordelijk is voor het toezicht op de vennootschap. Wanneer er meer dan een autoriteit verantwoordelijk is voor dat toezicht, worden nadere bijzonderheden over hun respectieve bevoegdheidsterreinen verstrekt;
   2° alle relevante bijzonderheden over de vennootschap (naam, rechtsvorm, statutaire zetel en adres, leden van het leidinggevend orgaan en relevante aandeelhouders) en een programma van werkzaamheden waarin de aangeboden beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten alsook nevendiensten en de organisatiestructuur van het bijkantoor worden vermeld, en een beschrijving wordt gegeven van elke uitbesteding van belangrijke operationele taken;
   3° de naam van de bestuurders van het bijkantoor en de relevante documenten om aan te tonen dat aan de vereisten die zijn vastgesteld in artikel 23 is voldaan;
   4° informatie over het aanvangskapitaal dat vrij beschikbaar is voor het bijkantoor.
   § 2. De FSMA verleent de gevraagde vergunning aan de bijkantoren die aan de volgende voorwaarden voldoen:
   1° het bijkantoor moet beschikken over een dotatie ten belope van minimum 125 000 euro. De FSMA beoordeelt de bestanddelen van die dotatie;
   2° wat de identiteit van de aandeelhouders of vennoten van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies betreft, is artikel 22 van toepassing;
   3° de verantwoordelijken voor het bestuur van het bijkantoor conformeren zich aan de artikelen 23 tot 26;
   4° indien de verplichtingen van de in deze afdeling bedoelde bijkantoren niet door een beleggersbeschermingsregeling op een tenminste evenwaardige wijze zijn gedekt als in het kader van de overeenstemmende Belgische beleggersbeschermingsregeling, is artikel 29 van toepassing;
   5° het verlenen van diensten waarvoor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een derde land, een vergunning aanvraagt, is onderworpen aan een vergunning van en toezicht door het derde land waar de vennootschap is gevestigd en aan de betrokken vennootschap is op geldige wijze een vergunning verleend, waarbij de bevoegde autoriteit terdege rekening houdt met de aanbevelingen van de Financiėle Actiegroep (Financial Action Task Force) in het kader van de bestrijding van het witwassen van geld en van terrorismefinanciering;
   6° tussen de bevoegde toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de vennootschap is gevestigd en de FSMA bestaan samenwerkingsovereenkomsten die onder meer voorzien in bepalingen die de uitwisseling van informatie regelen met het oog op de handhaving van de integriteit van de markt en de bescherming van de beleggers;
   7° het derde land waar de vennootschap uit een derde land is gevestigd, heeft met Belgiė een overeenkomst gesloten die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-modelverdrag inzake dubbele belasting naar inkomen en vermogen, en die doeltreffende informatie-uitwisseling over fiscale aangelegenheden, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten, waarborgt;
   8° het bijkantoor is in staat de in artikel 85 bedoelde bepalingen in acht te nemen.
   De FSMA spreekt zich binnen zes maanden na de indiening van een volledig dossier over de aanvraag uit. Alvorens zich over de vergunningsaanvraag van een bijkantoor uit te spreken, raadpleegt de FSMA de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van het derde land.
   De beslissing van de FSMA over de vergunning vermeldt de beleggingsdiensten en beleggingsactiviteiten evenals de nevendiensten die het bijkantoor in Belgiė mag verrichten.
   De vergunningsbeslissingen worden binnen vijftien dagen met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de aanvragers.
   Artikel 7 is van toepassing, aangezien de door deze onderafdeling geviseerde bijkantoren worden vermeld in een speciale rubriek van de in dat artikel bedoelde lijst.
   § 3. Zonder afbreuk te doen aan de internationale overeenkomsten die Belgiė binden, kan de FSMA een vergunning weigeren aan het bijkantoor van een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een derde land dat niet dezelfde toegangsmogelijkheden tot zijn markt biedt aan vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 244, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Onderafdeling 2. - Bedrijfsuitoefening

  Art. 85.[1 De in deze afdeling bedoelde bijkantoren voldoen aan de volgende bepalingen, onder toezicht van de FSMA, alsook aan de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen:
   1° de artikelen 25, § 1, 9°, en 26 tot 26/2 van deze wet;
   2° de artikelen 26, zevende tot negende lid, 27, 27bis, 27ter, §§ 1 tot 3 en 5 tot 8, 27quater, § 1, en 28 van de wet van 2 augustus 2002;
   3° de artikelen 46, 48, 50, 51 en 52 van de wet van 21 november 2017;
   4° de artikelen 3 tot 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 245, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Onderafdeling 3. - Toezicht

  Art. 86. De artikelen 56, §§ 1 tot 3, en 57 zijn van toepassing.

  Onderafdeling 4. - Intrekking van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en strafbepalingen

  Art. 87.[1 Bij beslissing die met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, trekt de FSMA de vergunning in van vennootschappen van vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een derde land, en die binnen een termijn van twaalf maanden geen gebruik van de vergunning hebben gemaakt, uitdrukkelijk te kennen geven geen gebruik van de vergunning te zullen maken, of tijdens de zes voorafgaande maanden geen beleggingsdiensten hebben verleend of beleggingsactiviteiten hebben verricht.
   De volgende bepalingen van deze wet zijn van toepassing:
   1° de artikelen 64, 67, 68 en 69;
   2° de artikelen 107 en 108.]1
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 246, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Afdeling 4.
  <Opgeheven bij W 2017-11-21/08, art. 247, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 88.
  <Opgeheven bij W 2017-11-21/08, art. 247, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 89.
  <Opgeheven bij W 2017-11-21/08, art. 247, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 90.
  <Opgeheven bij W 2017-11-21/08, art. 247, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 91.
  <Opgeheven bij W 2017-11-21/08, art. 247, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 92.
  <Opgeheven bij W 2017-11-21/08, art. 247, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 93.
  <Opgeheven bij W 2017-11-21/08, art. 247, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 94.
  <Opgeheven bij W 2017-11-21/08, art. 247, 002; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  HOOFDSTUK 3. - Samenwerking tussen nationale autoriteiten

  Art. 95.Vooraleer er uitspraak gedaan wordt over de opening van een faillissementsprocedure of over een voorlopige ontneming van beheer in de zin van artikel 8 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 ten aanzien van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, richt de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 een verzoek om advies aan de FSMA. De griffier geeft dit verzoek onverwijld door. Hij stelt de procureur des Konings ervan in kennis.
  De FSMA wordt schriftelijk om advies verzocht. Bij deze aanvraag worden de nodige documenten ter informatie gevoegd.
  De FSMA brengt haar advies uit binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek om advies. Ingeval een procedure betrekking heeft op een beleggingsonderneming waarbij de FSMA vermoedt dat zich belangrijke verwikkelingen kunnen voordoen op het vlak van het systeemrisico of waarvoor een voorafgaande coördinatie met de buitenlandse overheden vereist is, beschikt de FSMA over een ruimere termijn om haar advies uit te brengen, met dien verstande dat de totale termijn niet meer dan dertig dagen mag bedragen. Indien de FSMA van oordeel is gebruik te moeten maken van deze uitzonderlijke termijn, brengt zij dit ter kennis van de rechterlijke instantie die een uitspraak moet doen. De termijn waarover de FSMA beschikt om een advies uit te brengen schorst de termijn waarbinnen de rechterlijke instantie uitspraak moet doen. Indien de FSMA geen advies verstrekt binnen de vastgestelde termijn, kan de rechtbank uitspraak doen over het verzoek.
  De FSMA verstrekt haar advies schriftelijk. Het wordt door ongeacht welk middel bezorgd aan de griffier, die het doorgeeft aan de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 en aan de procureur des Konings. Het advies wordt toegevoegd aan het dossier.
  ----------
  (1)<W 2018-04-15/14, art. 252, 006; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  TITEL 4. - Beleggersbeschermingsregelingen

  Art. 96. De in Belgiė gevestigde vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van AICB's als bedoeld in artikel 35 van de wet van 19 april 2014 en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 205 van de wet van 3 augustus 2012 moeten deelnemen aan een collectieve beleggersbeschermingsregeling waaraan zij een bijdrage betalen en die tot doel heeft aan bepaalde categorieėn van beleggers een schadeloosstelling toe te kennen wanneer het faillissement van een dergelijke vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beheervennootschap van AICB's of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging wordt uitgesproken, of wanneer de FSMA de in artikel 97 bedoelde beslissing heeft genomen ten aanzien van een dergelijke vennootschap.
  Het eerste lid geldt niet voor de bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en van beheer-vennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, noch voor de bijkantoren van buitenlandse beheer-vennootschappen van AICB's. Het geldt evenmin voor de bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een derde land en waarvan de verplichtingen door een beleggersbeschermings-regeling van dat land op een ten minste evenwaardige wijze zijn gedekt als in het kader van de in het eerste lid bedoelde beleggersbeschermingsregeling.
  Het Garantiefonds neemt het beheer en de verrichtingen van de beleggersbeschermings-regeling waar.

  Art. 97. De FSMA informeert het Garantiefonds zo spoedig mogelijk ingeval zij problemen op het spoor komt die waarschijnlijk tot de interventie van de beleggersbeschermingsregeling zullen leiden.
  Behalve in de gevallen waarin het faillissement is uitgesproken, neemt de FSMA de beslissing waarmee wordt vastgesteld dat, om redenen die rechtstreeks verband houden met haar financiėle positie, een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een beheervennootschap van AICB's of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht niet in staat lijkt om aan de beleggers de gelddeposito's of de financiėle instrumenten terug te geven of terug te betalen, en dat de vennootschap dat ook in een nabije toekomst niet zal kunnen doen. Deze vaststelling geschiedt zo spoedig mogelijk en alleszins uiterlijk vijf werkdagen nadat voor het eerst is vastgesteld dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een beheervennootschap van AICB's of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging heeft nagelaten om gelddeposito's of financiėle instrumenten terug te geven.
  Het Garantiefonds zorgt voor de in artikel 96 bedoelde schadeloosstelling binnen drie maanden nadat de vordering van de belegger in aanmerking is genomen en het bedrag van die vordering is vastgesteld. De FSMA kan deze termijn met ten hoogste drie maanden verlengen. Die verlenging mag alleen worden toegestaan in zeer uitzonderlijke omstandigheden en specifieke gevallen.
  De in gebreke gebleven vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beheer-vennootschap van AICB's, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of, als deze failliet zijn, de curator deelt te allen tijde en op vraag van het Garantiefonds alle gegevens mee die laatstgenoemde nodig heeft om de in artikel 96 bedoelde schadeloosstelling van beleggers te kunnen garanderen. De Koning kan de nadere regels bepalen voor de uitwisseling van de gegevens tussen de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschap van AICB's, de beheer-vennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de curator, enerzijds, en het Garantiefonds, anderzijds.
  Indien er twijfels rijzen over de juistheid van de gegevens die het Garantiefonds heeft ontvangen ter uitvoering van het vorige lid, kijkt de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschap van AICB's, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de curator deze op zijn verzoek na en deelt hem, desgevallend, de verbeterde gegevens mee.

  Art. 98. Onverminderd eventuele franchises overeenkomstig het Europees recht, voorzien de door het Garantiefonds ingestelde beleggersbeschermingsregeling in een schadeloosstelling voor elk geval waarin financiėle instrumenten niet worden teruggegeven of terugbetaald, die te goeder trouw worden toevertrouwd zonder weet te hebben van het verbod voor die vennootschappen om gelddeposito's of financiėle instrumenten van cliėnten in ontvangst te nemen, te houden of te bewaren, tot een maximumbedrag van 20.000 euro per belegger en per vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beheervennootschap van AICB's of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die aan de beleggerbeschermingsregeling deelneemt, ongeacht de valuta waarin die financiėle instrumenten zijn uitgedrukt.
  Het deel gelddeposito's van de door het Garantiefonds ingestelde beleggers-beschermingsregeling voorziet, ten belope van een maximumbedrag van 100.000 euro per belegger en per vennootschap voor vermogens-beheer en beleggingsadvies, beheer-vennootschap van AICB's of beheer-vennootschap van instellingen voor collectieve belegging die aan deze regeling deelneemt, in de terugbetaling van de gelddeposito's, die te goeder trouw worden toevertrouwd zonder weet te hebben van het verbod voor die vennootschappen om gelddeposito's van cliėnten in ontvangst te nemen, te houden of te bewaren, ongeacht de valuta waarin die zijn uitgedrukt, op voorwaarde dat deze gelddeposito's niet reeds zijn gedekt door de depositobeschermings-regeling als bedoeld in de artikelen 380 tot 384/1 van de wet van 25 april 2014.

  Art. 99. De Koning kan bepalen welke informatie de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van AICB's en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging aan de beleggers moeten verstrekken over de dekking van hun tegoeden ingevolge voornoemde regeling.

  Art. 100. Het Garantiefonds neemt de nodige maatregelen en treft de nodige voorzieningen om de bijkantoren van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van AICB's en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, in staat te stellen deel te nemen aan de beleggers-beschermingsregeling die het beheert, met de bedoeling, binnen de grenzen van die regeling, de waarborgen verstrekt door de regeling waaraan de vennootschap in haar Staat deelneemt, aan te vullen.
  Indien het bijkantoor dat de mogelijkheid van het eerste lid heeft benut, zijn verplichtingen tegenover de beleggersbeschermingsregeling niet nakomt, wendt het Garantiefonds zich in samenwerking met de FSMA tot de bevoegde overheid die de vergunning heeft verleend aan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschap van AICB's of de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaronder het bijkantoor ressorteert. Indien de toestand niet binnen twaalf maanden wordt verholpen, kan het Garantiefonds, op eensluidend advies van deze overheid, het bijkantoor uitsluiten na afloop van een opzeggingstermijn van twaalf maanden. De termijnverbintenissen van voor de uitsluiting blijven door de beschermingsregeling gedekt tot ze vervallen. De andere tegoeden die voor de uitsluiting werden gehouden, blijven nog twaalf maanden gedekt. De beleggers worden door het bijkantoor of, zo niet, door de FSMA op de hoogte gebracht van het verval van de dekking.

  Art. 101. De Koning kan, op advies van de FSMA, de waarderings- en berekeningswijze vaststellen voor de initiėle bijdrage die aan de beleggersbeschermingsregeling moet worden gestort door de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van AICB's en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voor het eerst toetreden en waarvoor onvoldoende bijdragen worden ingebracht, afkomstig van een regeling waaraan zij vroeger hebben deelgenomen.

  TITEL 5. - Bemiddelaars inzake valutahandel

  Art. 102.[1 Zijn enkel gemachtigd om in Belgiė voor eigen rekening of als commissionair dan wel als lasthebber deviezen te verhandelen, ongeacht of het om termijnverrichtingen dan wel om contantverrichtingen gaat :
   1° de Nationale Bank van Belgiė en de Europese Centrale Bank;
   2° de kredietinstellingen naar Belgisch recht;
   3° de buitenlandse kredietinstellingen die hun werkzaamheden in Belgiė mogen uitoefenen krachtens de wet van 25 april 2014;
   4° de beursvennootschappen naar Belgisch recht bedoeld in titel II van boek XII van de wet van 25 april 2014;
   5° de buitenlandse beursvennootschappen die hun werkzaamheden in Belgiė mogen uitoefenen krachtens Boek XII, Titel III van de wet van 25 april 2014;
   6° de betalingsinstellingen naar Belgisch recht waaraan de Bank een vergunning heeft verleend conform artikel 9 van de wet van 11 maart 2018;
   7° de betalingsinstellingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die hun werkzaamheden in Belgiė mogen uitoefenen krachtens de wet van 11 maart 2018;
   8° de instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht waaraan de Bank een vergunning heeft verleend overeenkomstig artikel 169 van de wet van 11 maart 2018;
   9° de instellingen voor elektronisch geld die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die hun werkzaamheden in Belgiė mogen uitoefenen krachtens de wet van 11 maart 2018;
   10° de naamloze vennootschap van publiek recht bpost.
   Voor de bemiddelaars bedoeld in het eerste lid, 7° en 9°, geldt het eerste lid enkel voor valutawisseldiensten die nauw samenhangen met het aanbieden van betalingsdiensten en/of de uitgifte van elektronisch geld.
   Buiten de in het eerste lid bedoelde personen kunnen de personen die overeenkomstig artikel 103 geregistreerd zijn ook verrichtingen uitvoeren voor de contante aankoop of verkoop van deviezen, met name in contanten of met cheques in deviezen dan wel met gebruik van een krediet- of betaalkaart.]1
  ----------
  (1)<W 2018-03-11/07, art. 257, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2018>

  Art. 103. De Koning bepaalt:
  1° de regels betreffende de registratie van de in Belgiė gevestigde personen die beroepshalve verrichtingen uitvoeren als bedoeld in artikel 102, tweede lid en de regeling alsook het toezicht die op hen van toepassing zijn;
  2° de regels waaraan de in artikel 102, tweede lid, bedoelde deviezenverrichtingen zijn onderworpen.
  De personen bedoeld in het eerste lid dienen over de noodzakelijke professionele betrouw-baarheid en de passende ervaring te beschikken voor de uitoefening van de werkzaamheden omschreven in artikel 102, tweede lid. Zij mogen zich niet in één van de gevallen bevinden als beschreven in artikel 20 van de wet van 25 april 2014.
  Wanneer het een vennootschap betreft, gelden de voornoemde voorwaarden voor de personen die de feitelijke leiding hebben.
  De registratie van de vennootschap wordt geweigerd indien de personen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een al dan niet stemrecht-verlenende deelneming hebben van ten minste 5 pct. in het kapitaal van de vennootschap niet geschikt zijn, gelet op een gezond en voorzichtig beleid.
  De Koning kan bepalen dat de registratie wordt geweigerd, herroepen of geschorst wanneer de personen bedoeld in het eerste lid, 1°, niet voldoen aan de wettelijke voorwaarden of de andere voorwaarden die Hij bepaalt.
  De Koning regelt de procedure van registratie, alsook van schorsing en herroeping van de registratie.
  De FSMA kan aan de instellingen als bedoeld in artikel 102, eerste lid, 1° tot 8°, vragen haar inlichtingen te verstrekken, binnen de termijn die zij vaststelt, betreffende de door die instellingen met deze personen verrichte transacties.

  TITEL 6. - Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en informatieverstrekking

  HOOFDSTUK 1. - Samenwerking tussen overheden

  Art. 104. De FSMA kan, zoals bepaald bij artikel 77, § 1, van de wet van 2 augustus 2002, situaties naar de Europese Autoriteit voor effecten en markten verwijzen waarin een verzoek in verband met toezichtsactiviteiten, verificatie ter plaatse, onderzoek en informatie-uitwisseling werd afgewezen, of niet binnen een redelijke termijn gehonoreerd werd.

  Art. 105. Met de goedkeuring van de minister van Financiėn kan de FSMA, op basis van het wederkerigheidsbeginsel, met de toezichthoudende overheden van het land van herkomst van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Unie, en met de toezichthoudende overheden voor de andere bijkantoren van deze onderneming die buiten Belgiė gevestigd zijn, overeenkomen welke verplichtingen en verbodsbepalingen voor het bijkantoor van deze vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in Belgiė gelden, hoe het toezicht wordt opgevat en uitgeoefend en op welke wijze de samenwerking en de informatie-uitwisseling met deze overheden worden georganiseerd.
  Om regels en modaliteiten te kunnen vaststellen die beter aansluiten bij de aard en spreiding van de werkzaamheden van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en het toezicht, mogen de overeenkomsten afwijken van de bepalingen van afdeling 3 van het huidig hoofdstuk.
  Voor zover er een algemeen toezicht bestaat dat voldoet aan de criteria vastgesteld krachtens afdeling 3 van het huidig hoofdstuk, mogen deze overeenkomsten vrijstelling verlenen van de toepassing van bepaalde voorschriften van deze afdeling en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  De in dit artikel bedoelde overeenkomsten mogen voor de bijkantoren van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in een derde land waarop zij betrekking hebben, geen gunstiger regels bevatten dan voor de in Belgiė gevestigde bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat.
  De overeenkomsten moeten een opzeggingsclausule met opzegging van ten hoogste zes maanden bevatten.
  De FSMA publiceert in haar jaarverslag de lijst en de inhoud van de op grond van dit artikel gesloten overeenkomsten.

  HOOFDSTUK 2. - Informatieverstrekking

  Art. 106. De FSMA verstrekt op haar website de volgende informatie:
  1° de wetgeving op het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, en de besluiten, reglementen en circulaires genomen in uitvoering of met toepassing van deze wetgeving;
  2° een omzettingstabel van de bepalingen van de Europese richtlijnen inzake prudentieel toezicht op beleggingsondernemingen, met opgaaf van de weerhouden opties;
  3° de toetsingscriteria en de methodiek die zij gebruikt bij haar beoordeling als bedoeld in artikel 56, § 2;
  4° geaggregeerde statistische gegevens over de belangrijkste aspecten inzake toepassing van de in 1° bedoelde wetgeving;
  5° andere informatie, als voorgeschreven bij besluiten en reglementen genomen in uitvoering van deze wet.
  De in het eerste lid bedoelde informatie wordt in voorkomend geval op de website bekendgemaakt op de wijze als overeengekomen tussen de landen van de Europese Economische Ruimte. De FSMA zorgt voor een geregelde actualisering van de op haar website verstrekte informatie.

  TITEL 7. - Strafrechtelijke sancties

  Art. 107. § 1. Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met een geldboete van 50 euro tot 10.000 euro of met één van die straffen alleen wordt gestraft:
  1° wie het bedrijf uitoefent van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3 zonder daartoe te zijn vergund of geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van de huidige wet of wanneer afstand is gedaan van die vergunning of registratie of die vergunning of registratie is ingetrokken, herroepen, geschorst of geschrapt;
  2° wie zich niet conformeert aan artikel 9;
  3° wie met opzet de kennisgevingen als bedoeld in artikel 31, §§ 1 en 5, niet verricht, wie het in artikel 31, § 3, bedoelde verzet negeert of wie de in artikel 32, eerste lid, 1°, bedoelde schorsing negeert;
  4° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de artikelen 36, 44, 55, eerste lid, eerste en derde zin, en tweede lid, 59, § 2, vierde lid, eerste zin, en § 5, eerste en tweede lid, en 60, § 2, achtste lid, overtreedt;
  5° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur van een beleggingsonderneming die in het buitenland een bijkantoor opent of diensten verstrekt, zonder de kennisgevingen te hebben verricht bepaald in de artikelen 47 of 51 of die zich niet conformeert aan de artikelen 50 en 53;
  6° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de in artikel 55, eerste lid, tweede zin, en derde lid, 59, § 2, vierde lid, en negende lid, § 4, en § 5, derde lid, en § 9, 60, § 2, vijfde en laatste lid, en § 3;
  7° wie zich niet conformeert aan de artikelen 102, eerste lid en 103;
  8° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert zonder daartoe de toestemming te hebben verkregen van de speciaal commissaris als bedoeld in artikel 64, § 1, 1°, of die indruisen tegen een schorsingsbeslissing overeenkomstig artikel 64, § 1, 4° ;
  9° wie de onderzoeken en controles verhindert waartoe hij verplicht is in het land of in het buitenland, dan wel weigert de gegevens te verstrekken waartoe hij verplicht is op grond van titels III en V, of wie bewust onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekt.
  § 2. Overtredingen van de artikelen 24 en 45 worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met een geldboete van 1.000 euro tot 10.000 euro.
  § 3. Elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die zich niet schikt naar de bepalingen van de met toepassing van artikel 54 getroffen reglementen wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 50 euro tot 10.000 euro of met één van deze straffen alleen.

  Art. 108. De voorschriften van het eerste boek van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de misdrijven die door deze titel worden bestraft.

  Art. 109. De ondernemingen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de geldboetes waartoe hun bestuurders, zaakvoerders, directeuren of lasthebbers met toepassing van de voorschriften van deze titel worden veroordeeld.

  Art. 110. Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van de overtreding van deze titel of één van de in artikel 24 bedoelde wetgevingen, tegen bestuurders, directeuren, zaakvoerders, lasthebbers, verantwoordelijken voor onafhankelijke controlefuncties van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van een overtreding van huidige titel tegen iedere andere natuurlijke of rechtspersoon, moet ter kennis worden gebracht van de FSMA door de gerechtelijke of bestuursrechtelijke overheid waar dit aanhangig is gemaakt.
  Iedere strafrechtelijke vordering op grond van in het eerste lid bedoelde misdrijven moet ter kennis worden gebracht van de FSMA door het openbaar ministerie.

  Art. 111. De FSMA is gerechtigd in elke stand van het geding tussen te komen voor de strafrechter bij wie een door deze wet bestraft misdrijf aanhangig is, zonder dat zij daarom het bestaan van enig nadeel hoeft aan te tonen.
  De tussenkomst geschiedt volgens de regels die gelden voor de burgerlijke partij.

  TITEL 8. - Diverse bepalingen

  HOOFDSTUK 1. - Overgangsbepalingen

  Art. 112. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die op de datum van inwerkingtreding van deze wet over een vergunning beschikken, behouden die voor de beleggingsdiensten en/of -activiteiten en de nevendiensten als bedoeld in artikel 2 die overeenstemmen met hun huidige vergunning.

  Art. 113. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een lidstaat, en zijn geregistreerd op de lijsten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van het koninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen, worden van rechtswege geregistreerd op de lijsten als bedoeld in de artikelen 10, § 4, en 11, § 2.
  De bijkantoren van de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, en op de datum van inwerkingtreding van deze wet over een vergunning beschikken, behouden die voor de beleggingsdiensten en/of -activiteiten en de nevendiensten als bedoeld in artikel 2 die overeenstemmen met hun huidige vergunning.
  De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, en zijn geregistreerd op de lijst als bedoeld in artikel 25, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen, worden van rechtswege geregistreerd op de lijsten als bedoeld in artikel 14, § 2, derde lid.

  Art. 114. § 1. De koninklijke besluiten, de reglementen van de FSMA en alle andere handelingen van reglementaire aard die ter uitvoering van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen zijn vastgesteld, blijven van toepassing voor zover de bepalingen van deze wet voorzien in de algemene of specifieke juridische machtigingen die nodig zijn voor deze reglementaire handelingen, en hun inhoud niet in strijd is met deze wet.
  § 2. De door de FSMA verleende machtigingen en afwijkingen en alle handelingen met individuele draagwijdte die eerder zijn vastgesteld op grond van voornoemde wet van 6 april 1995 of van de reglementaire handelingen die ter uitvoering ervan zijn vastgesteld, blijven geldig, tenzij zij overeenkomstig deze wet worden herroepen of gewijzigd.

  Art. 115. Voor de toepassing van de artikelen 96 tot 101 dienen de woorden "het Garantiefonds" te worden begrepen als het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's, levensverzekeringen en kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en het Beschermingsfonds voor deposito's en financiėle instrumenten, in functie van hun respectieve opdrachten opgenomen in het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiėle stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiėle stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, en in de wet van 17 december 1998 tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiėle instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiėle instrumenten.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen

  Art. 116. In de artikelen 92, § 3, 2°, 108, 1°, 145, 1°, 224, eerste lid, 311, eerste lid, 399, eerste lid, 422, eerste en derde lid, 449, eerste lid, 468, zesde lid, 1°, 600, eerste lid, 771, 798, eerste lid en 869 van het Wetboek van Vennootschappen, worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" telkens vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".

  Art. 117. In artikel 88, tweede lid van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "artikel 1, § 3, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "artikel 2, 5° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten".

  Art. 118. In artikel 92, § 3, 4° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden "artikel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 45 van deze wet" vervangen door de woorden "artikel 3 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 4 van deze wet".

  Art. 119. In artikel 107, § 1, vierde lid van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "artikel 1, § 3, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "artikel 2, 5° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten".

  Art. 120. In artikel 108, 3° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden "artikel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 45 van deze wet" vervangen door de woorden "artikel 3 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 4 van deze wet".

  Art. 121. In artikel 141 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden "artikel 47, § 1, 1°, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "artikel 6, § 1, 1°, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".

  Art. 122. In artikel 145, 3°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".

  Art. 123. In artikel 430, § 2, 1° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "ondernemingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "kredietinstellingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".

  Art. 124. In artikel 468, zesde lid, 2° van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".

  Art. 125. In artikel 629, § 2, 1° en 630, § 2, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "ondernemingen die worden beheerst door de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" telkens vervangen door de woorden "kredietinstellingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".

  Art. 126. In artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2106, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepalingen onder 10°, a), 34° en 41°, worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" telkens vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 49°, luidende:
  "49° wet van 25 oktober 2016 : wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies";
  3° in het tweede lid, worden de woorden "wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "wet van 25 oktober 2016".

  Art. 127. In artikel 19, § 3, derde lid van dezelfde wet, worden de woorden "artikel 67, § 7, tweede en derde lid, van voornoemde wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 32, tweede en derde lid van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 128. In artikel 27, § 6, vierde streepje van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "artikel 42 van de wet van 25 april 2014 en artikel 62bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "de artikelen 42 en 510 van de wet van 25 april 2014, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 42 van toepassing verklaart op de beurs-vennootschappen, en artikel 26 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 129. In dezelfde wet, wordt een artikel 28quater ingevoegd, luidende:
  "Art. 28quater. De Koning kan, na advies van de FSMA en de BNB, bepalen welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de beleggingsondernemingen die ten aanzien van professionele cliėnten, actief zijn in het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiėle instrumenten waarbij deze activiteit gericht is op het met elkaar in contact brengen van deze professionele cliėnten waardoor er tussen hen een verrichting tot stand kan komen.
  Dit besluit kan inzonderheid de gedragsregels en onverenigbaarheidsregels bepalen die van toepassing zijn op deze ondernemingen evenals de regels voor de administratieve en boekhoudkundige verwerking van deze verrichtingen.".

  Art. 130. In artikel 31, § 5, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007, worden de woorden "artikel 77bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "de artikelen 65, §§ 1 en 2, en 528 van de wet van 25 april 2015, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 65, §§ 1 en 2, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen".

  Art. 131. In artikel 45, § 1, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 3°, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder f), worden de woorden "de artikelen 21, 41, 42, 64 en 65, evenals artikel 66 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de wet van 25 april 2014 en de artikelen 62 en 62bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "de artikelen 21, 41, 42, 64 en 65 § 3, evenals artikel 66 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de wet van 25 april 2014, de artikelen 502, 510, 527 en 528, evenals 530 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de diezelfde wet voor zover de artikelen 502 en 528, eerste lid van die wet de voormelde artikelen 21 en 65, § 3, van toepassing verklaren op de beursvennootschappen en de artikelen 25 en 26 van de wet van 25 oktober 2016";
  b) de bepaling onder g) wordt vervangen als volgt:
  "g. de artikelen 65, §§ 1 en 2, en 528, eerste lid van de wet van 25 april 2014, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 65, §§ 1 en 2, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen".
  2° de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden "en tegen het onrechtmatige gebruik van benamingen die zijn voorbehouden aan ondernemingen die door de FSMA of de Bank zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd".

  Art. 132. In artikel 75, § 1, 1°, tweede lid van dezelfde wet, worden de woorden "artikel 95, §§ 5bis en 5ter, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "artikel 59, §§ 6 en 7, van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 133. In artikel 86bis, § 1, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 2°, worden de woorden "artikel 137 of aan artikel 139 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "artikel 102 of aan artikel 103 van de wet van 25 oktober 2016".
  b) het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende:
  "6° in Belgiė openbaar gebruik maakt van benamingen of titels voert die krachtens de wettelijke of reglementaire bepalingen zijn voorbehouden aan ondernemingen die door de FSMA of de Bank zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd, zonder zelf te zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd conform de geldende wettelijke of reglementaire bepalingen of na afstand te hebben gedaan van deze vergunning, inschrijving of registratie, dan wel nadat die vergunning, inschrijving of registratie werd ingetrokken, geschrapt of herroepen."

  Art. 134. In artikel 121, § 1, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 29 juni 2016, worden de woorden "artikel 109, § 1, tweede lid, of § 2, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "artikel 69, § 1, tweede lid, of § 2, van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 135. In de artikelen 4, 1°, a) en d), en 5°, 8, eerste lid, 4°, 9, 1° et 2°, 10, § 1, derde lid, 12, § 1, 2° en § 2, 2° van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiėle instrumenten, worden de woorden "bankwet" telkens vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014".

  Art. 136. In artikel 4 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° onder de bepaling 1°, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
  "b) de beleggingsdiensten en activiteiten in de zin van artikel 2, 1°, 1, 5 en 7 van de wet van 25 oktober 2016 ";
  2° in de bepaling onder 5°, worden de woorden "artikel 44 van de wet op de beleggingsdiensten" vervangen door de woorden "artikel 3 van de wet van 25 oktober 2016";
  3° de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt:
  "7° wet van 25 april 2014: wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  4° de bepaling onder 9° wordt vervangen als volgt:
  "9° wet van 25 oktober 2016: wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".

  Art. 137. In artikel 5, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vijfde lid, worden de woorden "artikel 46, 23° van de wet op de beleggingsdiensten. De voorschriften bepaald door en krachtens artikel 110 van dezelfde wet zijn van toepassing" vervangen door de woorden "artikel 2, 26° van de wet van 25 oktober 2016. De voorschriften bepaald door artikelen 10, en 70 tot 82 van de wet van 25 oktober 2016 en door artikelen 590, 592 tot 600 van de wet van 25 april 2014 zijn van toepassing";
  2° in het zesde lid, worden de woorden "artikel 79 van de wet op de beleggingsdiensten" vervangen door de woorden "artikel 44 van de wet van 25 oktober 2016 of van artikel 537 van de wet van 25 april 2014".

  Art. 138. In artikel 11, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Bovendien moet hij de volgende verplichtingen naleven:
  1° de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 4, 1°, b), zijn beperkt tot effecten en tot rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging;
  2° hij mag op geen enkel ogenblik in contanten of op rekening gelden en financiėle instrumenten ontvangen en bijhouden, of in een debetpositie staan ten aanzien van de spaarder of belegger; hij mag geen mandaat of volmacht hebben op rekening van zijn cliėnten, tenzij van inwonende gezinsleden, noch zelf waarden of rekeningboekjes van cliėnten bijhouden of in open bewaargeving houden.".

  Art. 139. In artikel 12, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
  "3° het verstrekken:
  - voor eigen rekening, van beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 2, 1° van de wet van 25 oktober 2016 en, voor rekening van derden, van dergelijke beleggingsdiensten met uitzondering van de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 4, 1°, en
  - voor eigen rekening, van nevendiensten als bedoeld in artikel 2, 2° van de wet van 25 oktober 2016
  Bovendien mag een makelaar in bank- en beleggingsdiensten niet optreden als tussenpersoon voor de nevendiensten als bedoeld in artikel 2, 2°, 1) van de wet van 25 oktober 2016".
  b) in de bepaling onder 4° worden de woorden "de artikelen 137 tot en met 139 bis van de wet op de beleggingsdiensten" vervangen door de woorden "artikel 102 en 103 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 140. In artikel 56, eerste lid van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 avril 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder b) worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  2° in de bepaling onder e) worden de woorden "in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "in boek XII, titel II van de wet van 25 april 2014";
  3° in de bepaling onder f), worden de woorden "in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden `in titel III van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies";
  4° in de bepaling onder g), worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel III, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van 25 oktober 2016";
  5° in de bepaling onder h), worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de wet van 25 oktober 2016";
  6° in de bepaling onder i), worden de woorden "krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 141. In artikel 68bis, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 avril 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  b) in de bepaling onder 4° worden de woorden "als bedoeld in artikel 47 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, voor de deposito's ontvangen overeenkomstig artikel 77, § 1, tweede lid, van de voornoemde wet" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beurs-vennootschappen, voor de deposito's ontvangen overeenkomstig artikel 533 van de voornoemde wet";
  c) in de bepaling onder 5° worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".

  Art. 142. In artikel 25 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, vervangen bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen is van toepassing" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beurs-vennootschappen".

  Art. 143. In artikel 10, § 1, van de wet van 1 april 2007 op de openbare overname-biedingen, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 2° worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  b) in de bepaling onder 5° worden de woorden "bedoeld in boek II, titel II van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "bedoeld in boek XII, titel II van de voornoemde wet van 25 april 2014";
  c) in de bepaling onder 6°, worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel III van de voornoemde wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies";
  d) in de bepaling onder 7° worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel IV van de voornoemde wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de voornoemde wet van 25 oktober 2016";
  e) in de bepaling onder 8° worden de woorden "krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV van de voornoemde wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de voornoemde wet van 25 oktober 2016".

  Art. 144. Artikelen 117 en 119 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiėle instrumenten worden opgeheven.

  Art. 145. Artikel 120 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 120. Artikel 12, § 1, 3° van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 oktober 2016, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Een makelaar in bank- en beleggingsdiensten kan bovendien in afwijking van het eerste lid, voor eigen rekening diensten van beleggingsadvies aanbieden bedoeld in artikel 2, 1°, 5) van de wet van ..., met betrekking tot effecten en rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging.
  De Koning kan specifieke organisatorische regels evenals gedragsregels opleggen aan de makelaars in bank- en beleggingsdiensten die voor eigen rekening diensten van beleggingsadvies aanbieden."".

  Art. 146. Artikel 40, § 1, van de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 november 2012, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
  "Artikel 21, § 7, eerste lid, is van toepassing op de betalingsinstellingen als bedoeld in artikel 39 die hun werkzaamheden in Belgiė verrichten via bijkantoren. De betalingsinstellingen als bedoeld in artikel 39 die in Belgiė deviezenverrichtingen uitvoeren als bedoeld in artikel 103 van de wet van ... betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, via bijkantoren, worden, wat de uitvoering van deviezenverrichtingen betreft, echter op de lijst van de in Belgiė geregistreerde wisselkantoren opgenomen met de vermelding "betalingsinstelling die werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 103 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies". Daartoe stellen de betrokken betalingsinstellingen de FSMA ervan in kennis dat zij dergelijke deviezenverrichtingen uitvoeren.".

  Art. 147. In artikel 48, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "De Bank kan deze rechtspersonen niet vrijstellen van de toepassing van de artikelen 21, paragrafen 1 tot 6 en 8, en 22.".

  Art. 148. In artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 39° worden de woorden "in boek II, titel II tot en met IV, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "in titel II van de wet van 25 oktober 2016";
  2° in de bepaling onder 47° worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  3° de bepaling onder 48° wordt vervangen als volgt:
  "48° wet van 25 oktober 2016 : de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".

  Art. 149. In artikel 42, § 1, 4°, a) van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016.

  Art. 150. In artikel 50, § 2, 3° van dezelfde wet worden de woorden "die onder de wet van 6 april 1995 vallen" vervangen door de woorden "die onder boek XII van de wet van 25 april 2014 vallen".

  Art. 151. In artikel 71, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder e) worden de woorden "in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "in boek XII, titel II van de wet van 25 april 2014";
  2° in de bepaling onder f) worden de woorden "in boek II, titel II van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "in titel III van de wet van 25 oktober 2016";
  3° in de bepaling onder g) worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel III van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van 25 oktober 2016";
  4° in de bepaling onder h) worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de wet van 25 oktober 2016";
  5° in de bepaling onder i) worden de woorden "krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 152. In artikel 85, § 2 en 154, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "artikel 53 van de wet van 6 april 1995" telkens vervangen door de woorden "artikel 7, tweede lid, a) van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 153. In artikel 187 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "als bedoeld in boek II, titel II tot en met IV van de wet van 6 april 1995 die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995 te verrichten" vervangen door de woorden "als bedoeld in titel II van de wet van ... die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016 te verrichten";
  b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "artikel 46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 154. In artikel 202, § 1, 4°, a) van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2014,worden de woorden "artikel 46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 155. In artikel 205 van dezelfde wet worden de woorden "titel V van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "titel IV van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 156. In artikel 221, eerste lid van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "Artikel 62bis van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "Artikel 26 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 157. In artikel 241 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 2° worden de woorden "artikel 95bis van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016";
  2° in paragraaf 1, tweede lid worden de woorden "artikel 95 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "aan de Onderafdeling I van Afdeling IV van Boek XII, titel II, Hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de wet van 25 oktober 2016";
  3° in paragraaf 5, eerste lid worden de woorden "artikel 95bis van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "van de Onderafdeling II van Afdeling IV van Boek XII, titel II, Hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 158. In artikel 5, 51° van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, vervangen bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".

  Art. 159. In artikel 3 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 75° worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  2° de bepaling onder 76° wordt vervangen als volgt:
  "76° wet van 25 oktober 2016 : de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".

  Art. 160. In artikel 33, eerste lid van dezelfde wet worden de woorden "artikel 62bis van de wet van 6 april 1995"vervangen door de woorden "artikel 26 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 161. In artikel 35 van dezelfde wet worden de woorden "titel V van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "titel IV van de wet van ...............".

  Art. 162. In artikel 108, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "wet van 25 oktober 2016".

  Art. 163. In artikel 209, § 1, eerste lid, 2°, a) van dezelfde wet worden de woorden "artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 164. In artikel 248, § 2, eerste lid van dezelfde wet worden de woorden "artikel 53 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 7, tweede lid, a) van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 165. In artikel 307 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "als bedoeld in boek II, titel II tot en met IV van de wet van 6 april 1995 die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995 te verrichten" vervangen door de woorden "als bedoeld in titel II van de wet van 25 oktober 2016 die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 2, 1°, 4, van de wet van 25 oktober 2016 te verrichten";
  2° in de bepaling onder 2° worden de woorden "artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 166. In artikel 320, § 1, eerste lid, 2°, a) van dezelfde wet worden de woorden "artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 167. In artikel 345 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid, 2° worden de woorden "artikel 95bis van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016";
  b) in het tweede lid worden de woorden "artikel 95 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "aan de bepalingen van onderafdeling I van de afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de wet van 25 oktober 2016";
  2° in paragraaf 5, eerste lid worden de woorden "artikel 95bis van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "van de onderafdeling II van afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 168. In de artikelen I. 9, 71° en 82°, XV. 57/1, eerste lid, en XV. 67/3, § 1, eerste en tweede lid, en § 2, eerste lid van het Wetboek van economisch recht, worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" telkens vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen".

  Art. 169. In artikel I. 9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 2°, a) worden de woorden "artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoots-chappen";
  2° de bepaling onder 83° wordt vervangen als volgt:
  "83° wet van 25 oktober 2016 : wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".

  Art. 170. In artikel III. 25, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, worden de woorden "de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".

  Art. 171. In artikel III.95, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, worden de woorden "die vallen onder de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen die vallen onder de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen en de beleggingsondernemingen die vallen onder de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".

  Art. 172. In artikel VI. 55, § 1, 4°, b) van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".

  Art. 173. In artikel VII. 3, § 3, 5° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "in de wet van 6 april 1995 of met een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen waarbij een belegger transacties kan verrichten op één of meer van de financiėle instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "in de wet van 25 oktober 2016 of met een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen waarbij een belegger transacties kan verrichten op één of meer van de financiėle instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002".

  Art. 174. In artikel VII. 173 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de woorden "artikel 53 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 7 van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 175. In artikel VII. 176, § 3, 2° van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "artikel 53 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 13, § 3, van de wet van 25 oktober 2016".

  Art. 176. In artikel XI. 248, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "in de artikelen 13 en 65 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "in de artikelen 14 en 312 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen ".

  Art. 177. In artikel XI. 250, tweede lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de bepalingen onder a) en b) vervangen als volgt:
  "a) artikel 107 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  b) de artikelen 348 en 349 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen; ".

  Art. 178. In artikel 4, 3° van de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiėle planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° onder de bepaling a) worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  2° onder de bepaling b) worden de woorden "artikel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "artikel 3 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".

  Art. 179. In artikel 12, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen".

  Art. 180. In artikel 18, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 46, 9° van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "artikel 2, 9° van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".

  Art. 181. In artikel 22, § 2, 4° van dezelfde wet worden de woorden "als bedoeld in de artikelen 137 en 139 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "als bedoeld in de artikelen 102 en 103 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".

  Art. 182. In artikel 26, § 2, eerste lid, d) van dezelfde wet worden de woorden "als bedoeld in artikel 46, 9°, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 2, 9°, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".

  Art. 183. In artikel 2, 37° van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".

  Art. 184. De Koning kan de verwijzingen aanpassen in andere wetgevingen, waarin wordt verwezen naar wettelijke bepalingen die zijn opgenomen in de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen of de uitvoeringsbesluiten ervan, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.

  HOOFDSTUK 3. - Opheffingsbepalingen

  Art. 185. De wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen wordt opgeheven.

  Art. 186. Het koninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggings-ondernemingen wordt opgeheven.

  Art. 187. Het koninklijk besluit van 17 juni 1996 tot verruiming van de grenzen waarbinnen de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen aandelen en deelnemingen mogen bezitten, wordt opgeheven.

  Art. 188. Het koninklijk besluit van 29 januari 1999 tot aanwijzing van de beleggingsondernemingen die moeten deelnemen aan een collectieve beschermings-regeling voor financiėle instrumenten, wordt opgeheven

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 25 oktober 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Financiėn,
J. VAN OVERTVELDT
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 02-06-2021 GEPUBL. OP 18-06-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 25; 64; 76; 85; 107)
  • originele versie
  • WET VAN 28-04-2020 GEPUBL. OP 06-05-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 44/1; 44/2)
  • originele versie
  • WET VAN 02-05-2019 GEPUBL. OP 21-05-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 13; 25; 26; 27; 29; 36; 44; 56/1; 73; 76)
  • originele versie
  • WET VAN 03-04-2019 GEPUBL. OP 10-04-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 14; 14/1) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • WET VAN 15-04-2018 GEPUBL. OP 27-04-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 32; 64; 95)
  • originele versie
  • WET VAN 11-03-2018 GEPUBL. OP 26-03-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 102)
  • originele versie
  • WET VAN 05-12-2017 GEPUBL. OP 18-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 25; 35)
  • originele versie
  • WET VAN 21-11-2017 GEPUBL. OP 07-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 4; 5; 10; 11; 12; 13; 14; 14/1; 14/2; 23; 25; 25/1; 25/2; 25/3; 26; 26/1; 26/2; 31; 32; 33; 34; 34/1; 35; 35/1; 36; 47; 48; 49; 51; 52; 56; 56/1; 64; 65; 68; 69; 74; 75; 83; 84; 85; 87)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be): Stukken : 54-2060.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
    Franstalige versie