J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 2 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2016/07/06/2016022324/justel

Titel
6 JULI 2016. - Wet tot toekenning van een premie aan sommige begunstigden van een minimumpensioen en tot verhoging van sommige minimumpensioenen, in het werknemers- en zelfstandigenstelsel
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-07-2016 en tekstbijwerking tot 25-01-2019)

Bron : SOCIALE ZEKERHEID
Publicatie : 28-07-2016 nummer :   2016022324 bladzijde : 46221       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-07-06/04
Inwerkingtreding : 01-12-2016

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1984022160        1966061301        1981000209       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Definities
Art. 2
HOOFDSTUK 3. - Toekenning van een premie
Art. 3-7
HOOFDSTUK 4. - Verhoging van sommige minimumpensioenen
Afdeling 1. - Verhoging van sommige gewaarborgde minimumpensioenen in het werknemersstelsel
Art. 8-12
Afdeling 2. - Verhoging van sommige minimumpensioenen in het zelfstandigenstelsel
Art. 13
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
Art. 14

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Definities

  Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
  1° de wet van 8 augustus 1980: de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980;
  2° de wet van 10 februari 1981: de herstelwet van 10 februari 1981 inzake de pensioenen van de sociale sector;
  3° de wet van 15 mei 1984: de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen;
  4° het gewaarborgd minimumpensioen in het werknemersstelsel: het rustpensioen of het overlevingspensioen toegekend overeenkomstig, naargelang het geval, de artikelen 152 of 153 van de wet van 8 augustus 1980 of de artikelen 33, 33bis, 34 of 34bis van de wet van 10 februari 1981;
  5° het minimumpensioen in het zelfstandigenstelsel: het rustpensioen of het overlevingspensioen toegekend overeenkomstig, naargelang het geval, de artikelen 131,131bis of 131ter van de wet van 15 mei 1984.

  HOOFDSTUK 3. - Toekenning van een premie

  Art. 3. Een éénmalige premie wordt toegekend:
  1° aan de begunstigden van een gewaarborgd minimumpensioen in het werknemersstelsel voor zover de breuk gebruikt voor de berekening van het gewaarborgd minimumpensioen ten laste van de pensioenregeling van werknemers toegekend, naargelang het geval, overeenkomstig de artikelen 152 of 153 van de wet van 8 augustus 1980 of de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de wet van 10 februari 1981, desgevallend opgeteld met de breuk van het pensioen van dezelfde aard toegekend in het zelfstandigenstelsel, op dezelfde noemer gebracht, de eenheid bereikt;
  2° aan de begunstigden van een minimumpensioen in het zelfstandigenstelsel voor zover de breuk gebruikt voor de berekening van het minimumpensioen ten laste van de pensioenregeling voor zelfstandigen, desgevallend, opgeteld met de breuk gebruikt of die zou gebruikt moeten worden voor de berekening van het gewaarborgd minimumpensioen van dezelfde aard ten laste van de pensioenregeling voor werknemers toegekend, naargelang het geval, overeenkomstig de artikelen 152 of 153 van de wet van 8 augustus 1980 of de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de wet van 10 februari 1981, op dezelfde noemer gebracht, de eenheid bereikt.
  De Koning kan de breuk vereist voor de toepassing van het eerste lid, 1° en 2° terugbrengen zonder dat deze lager kan zijn dan 43/45 of een gelijkwaardige breuk.

  Art. 4. De premie wordt betaald in december 2016 voor zover, naargelang het geval, het gewaarborgd minimumpensioen in het werknemersstelsel of het minimumpensioen in het zelfstandigenstelsel dat het rechtvaardigt betaald wordt in december.
  De premie bedraagt 0,7 % van het bedrag van, naargelang het geval, elk gewaarborgd minimumpensioen in het werknemersstelsel of elk minimumpensioen in het zelfstandigenstelsel, maandelijks betaald in de loop van het jaar 2016.
  De Koning kan het percentage bedoeld in het tweede lid verhogen zonder dat dit percentage 10 % kan overschrijden.

  Art. 5. De premie bedoeld in artikel 3, eerste lid, is te beschouwen als een belastbare uitkering, als bedoeld in artikel 23, § 1, 5°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.

  Art. 6. De premie bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt niet in overweging genomen voor de toepassing van artikel 52 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en van de artikelen 108 en 109 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen.

  Art. 7. In artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet van 13 juni 1966 betreffende de rust- en overlevingspensioenen voor arbeiders, bedienden, zeevarenden onder Belgische vlag, mijnwerkers en vrijwillig verzekerden, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 1° wordt aangevuld met de bepaling onder j), luidende:
  "j) de premie bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van de wet van 6 juli 2016 tot toekenning van een premie aan sommige begunstigden van een minimumpensioen en tot verhoging van sommige minimumpensioenen, in het werknemers- en zelfstandigenstelsel;";
  2° in de bepaling onder 2°, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
  "b) de Federale Pensioendienst wat betreft de in 1°, a, c, d, e, h, i, j en, in voorkomend geval, f en g bedoelde voordelen.".

  HOOFDSTUK 4. - Verhoging van sommige minimumpensioenen

  Afdeling 1. - Verhoging van sommige gewaarborgde minimumpensioenen in het werknemersstelsel

  Art. 8.Voor de rust- en overlevingspensioenen toegekend voor een volledige loopbaan op basis van respectievelijk artikel 152 of artikel 153 van de wet van 8 augustus 1980 worden de bedragen vastgesteld in deze artikelen [1 [2 majorés de 2,1%]2]1.
  De Koning kan het in het eerste lid bedoelde percentage verhogen zonder dat dit percentage 10 % kan overschrijden.
  ----------
  (1)<KB 2017-12-21/03, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (2)<KB 2019-01-15/08, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-03-2019>

  Art. 9. Artikel 33 van de wet van 10 februari 1981, gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Voor de werknemers bedoeld in het eerste lid wordt het bedrag van het rustpensioen toegekend ten laste van de pensioenregeling van werknemers vastgesteld op basis van de bedragen bedoeld in artikel 152 van de voormelde wet van 8 augustus 1980 verhoogd met 0,7 %, voor zover de breuk gebruikt voor de berekening van het gewaarborgd minimumpensioen ten laste van de pensioenregeling van werknemers, desgevallend opgeteld met de breuk van het rustpensioen toegekend in het zelfstandigenstelsel, op dezelfde noemer gebracht, de eenheid bereikt.
  De Koning kan:
  1° de breuk vereist voor de toepassing van het derde lid verlagen zonder dat deze lager kan zijn dan 43/45 of een gelijkwaardige breuk;
  2° het in het derde lid bedoelde percentage verhogen zonder dat dit percentage 10 % kan overschrijden.".

  Art. 10. Artikel 33bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004 en gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Voor de werknemers bedoeld in het eerste lid wordt het bedrag van het rustpensioen toegekend ten laste van de pensioenregeling van werknemers vastgesteld op basis van de bedragen bedoeld in artikel 152 van de voormelde wet van 8 augustus 1980 verhoogd met 0,7 %, voor zover de breuk gebruikt voor de berekening van het gewaarborgd minimumpensioen ten laste van de pensioenregeling van werknemers, desgevallend opgeteld met de breuk van het rustpensioen toegekend in het zelfstandigenstelsel, op dezelfde noemer gebracht, de eenheid bereikt.
  De Koning kan:
  1° de breuk vereist voor de toepassing van het derde lid verlagen zonder dat deze lager kan zijn dan 43/45 of een gelijkwaardige breuk;
  2° het in het derde lid bedoelde percentage verhogen zonder dat dit percentage 10 % kan overschrijden.".

  Art. 11. Artikel 34 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Voor de overlevingspensioenen bedoeld in het eerste lid wordt het bedrag van het overlevingspensioen toegekend ten laste van de pensioenregeling van werknemers vastgesteld op basis van het bedrag bedoeld in artikel 153 van de voormelde wet van 8 augustus 1980 verhoogd met 0,7 %, voor zover de breuk gebruikt voor de berekening van het gewaarborgd minimumpensioen ten laste van de pensioenregeling van werknemers, desgevallend opgeteld met de breuk van het overlevingspensioen toegekend in het zelfstandigenstelsel, op dezelfde noemer gebracht, de eenheid bereikt.
  De Koning kan:
  1° de breuk vereist voor de toepassing van het derde lid verlagen zonder dat deze lager kan zijn dan 43/45 of een gelijkwaardige breuk;
  2° het in het derde lid bedoelde percentage verhogen zonder dat dit percentage 10 % kan overschrijden.".

  Art. 12. Artikel 34bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004 en gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Voor de overlevingspensioenen bedoeld in het eerste lid wordt het bedrag van het overlevingspensioen toegekend ten laste van de pensioenregeling van werknemers vastgesteld op basis van het bedrag bedoeld in artikel 153 van de voormelde wet van 8 augustus 1980 verhoogd met 0,7 %, voor zover de breuk gebruikt voor de berekening van het gewaarborgd minimumpensioen ten laste van de pensioenregeling van werknemers, desgevallend opgeteld met de breuk van het overlevingspensioen toegekend in het zelfstandigenstelsel, op dezelfde noemer gebracht, de eenheid bereikt.
  De Koning kan:
  1° de breuk vereist voor de toepassing van het derde lid verlagen zonder dat deze lager kan zijn dan 43/45 of een gelijkwaardige breuk;
  2° het in het derde lid bedoelde percentage verhogen zonder dat dit percentage 10 % kan overschrijden.".

  Afdeling 2. - Verhoging van sommige minimumpensioenen in het zelfstandigenstelsel

  Art. 13. In de wet van 15 mei 1984, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 maart 2016, wordt een artikel 131quater ingevoegd, luidende:
  "Artikel 131quater. Vanaf 1 januari 2017 worden de rust- en overlevingspensioenen toegekend krachtens, naar gelang het geval, artikel 131, 131bis of 131ter verhoogd met 0,7 % voor zover de breuk die in aanmerking genomen werd voor de berekening van het rust- of overlevingspensioen in de pensioenregeling voor zelfstandigen, desgevallend vermeerderd met de breuk gebruikt of die gebruikt zou moeten worden voor de berekening van het gewaarborgd minimumpensioen van dezelfde aard ten laste van de pensioenregeling voor werknemers toegekend, naargelang het geval, overeenkomstig de artikelen 152 of 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 of de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake de pensioenen van de sociale sector, op dezelfde noemer gebracht, de eenheid bereikt.
  De Koning kan:
  1° de breuk vereist voor de toepassing van het eerste lid verlagen zonder dat deze lager kan zijn dan 43/45 of een gelijkwaardige breuk;
  2° het in het eerste lid bedoelde percentage verhogen zonder dat dit percentage 10 % kan overschrijden.".

  HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding

  Art. 14. Deze wet treedt in werking op 1 december 2016, met uitzondering van hoofdstuk 4, dat in werking treedt op 1 januari 2017.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 6 juli 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Pensioenen,
D. BACQUELAINE
De Minister van Zelfstandigen,
W. BORSUS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 15-01-2019 GEPUBL. OP 25-01-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 8)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 21-12-2017 GEPUBL. OP 28-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 8)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 0118 - 54-1890 Integraal verslag : 30 juni 2016.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie