J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 8 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2016/06/17/2016021052/justel

Titel
17 JUNI 2016. - Wet betreffende de concessieovereenkomsten
(NOTA : art. 32/1 gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W 2019-04-07/03, art. 14, 003; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-07-2016 en tekstbijwerking tot 16-04-2019) Zie wijziging(en)

Bron : KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER
Publicatie : 14-07-2016 nummer :   2016021052 bladzijde : 44178       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-06-17/18
Inwerkingtreding : 30-06-2017

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1991014096        2006021341       

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL 1. - Inleidende bepaling en definities
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities
Inleidende bepaling
Art. 1
Definities
Art. 2
TITEL 2. - Toepassingsgebied
HOOFDSTUK 1. - Beginselen
Art. 3
HOOFDSTUK 2. - Uitsluitingen Op basis van een exclusief recht verleende concessies voor diensten
Art. 4
Concessies op grond van andere regelgevingen
Art. 5
Uitsluiting van bepaalde diensten
Art. 6
Specifieke uitsluitingen op het gebied van water
Art. 7
Specifieke uitsluitingen op het gebied van elektronische communicatie
Art. 8
Concessies tussen aanbestedende overheden
Art. 9
Overeenkomsten uitsluitend tussen aanbestedende overheden
Art. 10
Activiteiten in een derde land
Art. 11
Concessies gegund aan een verbonden onderneming
Art. 12
Concessies gegund aan een gezamenlijke onderneming of aan een aanbestedende entiteit die deel uitmaakt van een gezamenlijke onderneming
Art. 13
Activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan mededinging
Art. 14
Concessies op defensie- en veiligheidsgebied waarvoor specifieke procedurevoorschriften van toepassing zijn
Art. 15
Andere uitsluitingen op het gebied van concessies inzake defensie en veiligheid
Art. 16
Bescherming van essentiële nationale veiligheidsbelangen
Art. 17
HOOFDSTUK 3. - Gemengde concessies en overeenkomsten of die betrekking hebben op verschillende activiteiten
Gemengde concessies
Art. 18
Beginselen
Art. 19
Gemengde overeenkomsten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn
Art. 20
Overeenkomsten die betrekking hebben op verschillende activiteiten bedoeld in bijlage II of in titel 3 van de wet overheidsopdrachten
Art. 21
Overeenkomsten voor activiteiten als bedoeld in bijlage II en andere activiteiten
Art. 22
Overeenkomsten die de in bijlage II bedoelde werkzaamheden omvattenalsook activiteiten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn
Art. 23
TITEL 3. - Algemene bepalingen
Beginselen van gelijke behandeling, niet-discriminatie en transparantie
Art. 24
Verbod op mededingingsvertekenende handelingen
Art. 25
Belangenconflicten
Art. 26
Sociaal, milieu- en arbeidsrecht
Art. 27
Prijs
Art. 28
Betalingen
Art. 29
Ondernemers
Art. 30
Vertrouwelijkheid
Art. 31
Communicatiemiddelen
Art. 32, 32/1, 32/2
Voorbehouden concessies
Art. 33
Lichte regeling voor sociale diensten en andere specifieke diensten
Art. 34
Raming van de waarde van concessies
Art. 35
Bijkomende regels met betrekking tot de geraamde waarde van concessieovereenkomsten
Art. 36
Looptijd van concessies
Art. 37
TITEL 4. - Bepalingen die van toepassing zijn op de plaatsing van concessies
HOOFDSTUK 1. - Beginselen
Organisatie van de plaatsingsprocedure
Art. 38
HOOFDSTUK 2. - Voorbereiding
Voorafgaande consultaties
Art. 39
Voorafgaande betrokkenheid van een kandidaat of inschrijver
Art. 40
Functionele en technische specificaties
Art. 41
HOOFDSTUK 3. - Bekendmaking en transparantie
Concessieaankondiging
Art. 42
Afwijkingen op de verplichting tot bekendmaking
Art. 43
Aankondiging van gegunde concessie
Art. 44
Elektronische beschikbaarheid van concessiedocumenten
Art. 45
HOOFDSTUK 4. - Gunning van concessies
Procedurele waarborgen
Art. 46
Termijnen voor de ontvangst van aanvragen tot deelneming en offertes
Art. 47
Selectievoorwaarden
Art. 48
Draagkracht van derden
Art. 49
Verplichte uitsluitingsgronden die verband houden met een strafrechtelijke veroordeling
Art. 50
Verplichte uitsluitingsgronden die verband houden met fiscale en socialezekerheidsverplichtingen
Art. 51
Facultatieve uitsluitingsgronden
Art. 52
Corrigerende maatregelen
Art. 53
Bepalingen van toepassing op combinaties van ondernemingen en de controle van de uitsluitingsgronden
Art. 54
Gunningscriteria
Art. 55
Sluiting van de concessie
Art. 56
TITEL 5. - Regels betreffende de uitvoering van concessieovereenkomsten
Algemene uitvoeringsregels
Art. 57
Uitvoeringsvoorwaarden voor de concessie-overeenkomsten
Art. 58
TITEL 6. - Toezicht en rapportage
Art. 59
TITEL 7. - Slot-, overgangs- en opheffingsbepalingen
HOOFDSTUK 1. - Diverse bepalingen
Berekeningen van de termijnen
Art. 60
CPV-nomenclatuur
Art. 61
Energie-efficiëntie
Art. 62
Bevoegdheden
Art. 63
Ministerraad
Art. 64
Machtigingen aan de Koning
Art. 65
Overeenstemming met organieke en statutaire bepalingen
Art. 66
HOOFDSTUK 2. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen Gedeeltelijke opheffing van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
Art. 67
Erkenning
Art. 68
HOOFDSTUK 3. [1 - Overgangsbepalingen en inwerkingtreding]1
Overgangsbepalingen - Elektronische facturering
Art. 68/1
Inwerkingtreding
Art. 69
BIJLAGEN.
Art. N1-N5

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL 1. - Inleidende bepaling en definities

  HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities

  Inleidende bepaling

  Artikel 1.§ 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
  Ze voorziet in de gedeeltelijke omzetting van :
  1° artikel 7 van richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen;
  2° artikel 6 van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG;
  3° richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten;
  [1 4° richtlijn 2014/55/EU van 16 april 2014 van het Europees Parlement en de Raad inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten.]1
  § 2. Deze wet bepaalt de beginselen en basisregels die van toepassing zijn op de plaatsing en de uitvoering van de in artikel 3 bedoelde concessies.
  ----------
  (1)<W 2019-04-07/03, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 26-04-2019>

  Definities

  Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° aanbestedende overheid :
  a) de Staat;
  b) de Gewesten, de Gemeenschappen en de lokale overheidsinstanties;
  c) de publiekrechtelijke instellingen en personen die, ongeacht hun vorm en aard, op de datum van de beslissing om een concessie uit te schrijven :
  i. opgericht zijn met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn, en
  ii. rechtspersoonlijkheid hebben, en
  iii. op een van de volgende wijzen afhangen van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen, als bedoeld in onderhavig punt c) :
  - ofwel omdat hun werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd worden door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);
  - ofwel omdat hun beheer onderworpen is aan het toezicht van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);
  - ofwel omdat meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aangewezen zijn door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);
  d) de verenigingen bestaande uit een of meer aanbestedende overheden als bedoeld in 1°, a), b) of c);
  2° overheidsbedrijf : elke onderneming die een activiteit bedoeld in bijlage II van deze wet uitoefent waarop de aanbestedende overheden rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of de op de onderneming van toepassing zijnde voorschriften. De overheersende invloed wordt vermoed wanneer deze overheden, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van de onderneming :
  a) de meerderheid van het maatschappelijk kapitaal bezitten, of
  b) over de meerderheid van de stemmen beschikken die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of
  c) meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kunnen aanwijzen;
  3° persoon die bijzondere of exclusieve rechten geniet : de persoon die werkt op grond van bijzondere of exclusieve rechten, welke hem zijn verleend voor de uitoefening van een in bijlage II bedoelde activiteit.
  Bijzondere of exclusieve rechten zijn rechten die door een bevoegde overheid worden verleend op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een in bijlage II van deze wet bedoelde activiteit aan één enkele ondernemer (exclusief echt) of aan meerdere ondernemers (bijzondere rechten) voorbehouden blijft, waardoor de mogelijkheden van andere ondernemers om dezelfde activiteit uit te oefenen wezenlijk nadelig worden beïnvloed.
  De rechten toegekend door middel van een procedure die het voorwerp was van een gepaste bekendmaking, volgens objectieve criteria, vormen geen "bijzondere of exclusieve rechten" in de zin van dit punt. Deze procedures zijn onder meer de volgende :
  a) de procedures voor de plaatsing van een opdracht of concessieovereenkomst met voorafgaande oproep tot mededinging, overeenkomstig de wet overheidsopdrachten, de wet defensie en veiligheid of deze wet;
  b) procedures ingevolge andere rechtshandelingen van de Europese Unie, opgesomd in bijlage III van deze wet, die een toereikende voorafgaande transparantie waarborgen met het oog op het toekennen van vergunningen op basis van objectieve criteria;
  4° aanbestedende entiteit : de aanbestedende overheden wanneer ze een concessie verlenen in het kader van de uitoefening van een van de in bijlage II bedoelde activiteiten, de overheidsbedrijven bedoeld in punt 2° en de personen die bijzondere of exclusieve rechten genieten bedoeld in punt 3° ;
  5° aanbesteder : de aanbestedende overheden die geen activiteit bedoeld in bijlage II uitoefenen en de aanbestedende entiteiten bedoeld in punt 4° ;
  6° ondernemer : elke natuurlijke of rechtspersoon of elk openbaar lichaam of een combinatie van deze personen of lichamen, met inbegrip van de tijdelijke samenwerkingsverbanden van ondernemingen, die de uitvoering van werken of een werk, de levering van producten of de verrichting van diensten op de markt aanbiedt;
  7° concessies : de concessies voor werken of diensten als gedefinieerd onder a) en b) :
  a) concessie voor werken : een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel waarbij een of meer aanbesteders werken laten uitvoeren door een of meer ondernemers, waarvoor de tegenprestatie bestaat hetzij uitsluitend in het recht het werk dat het voorwerp van de overeenkomst vormt te exploiteren, hetzij in dit recht en een betaling.
  i. Onder "uitvoering van werken" wordt verstaan : de uitvoering of het ontwerp en de uitvoering van werken die betrekking hebben op een van de in bijlage I bedoelde werkzaamheden, of van een werk, dan wel het verwezenlijken, met welke middelen dan ook, van een werk dat voldoet aan de eisen van de aanbesteder die een beslissende invloed uitoefent op het soort werk of op het ontwerp van het werk;
  ii. Onder "werk" wordt verstaan : het product van een geheel van bouw- of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen; of
  b) concessie voor diensten : een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel waarbij een of meer aanbesteders de verrichting van diensten met uitzondering van de uitvoering van werken als bedoeld in punt a), laten verrichten en beheren door een of meer ondernemers, waarvoor de tegenprestatie bestaat hetzij uitsluitend in het recht de diensten die het voorwerp van het contract vormen te exploiteren, hetzij in dit recht en een betaling.
  De gunning van een concessie voor werken of voor diensten houdt de overdracht aan de concessiehouder in van het operationeel risico dat inherent is aan de exploitatie van de werken of diensten en dat het vraagrisico of het aanbodrisico of beide omvat. De concessiehouder wordt geacht het operationeel risico op zich te nemen wanneer er onder normale exploitatieomstandigheden geen garantie bestaat dat de gedane investeringen of de kosten die gemaakt zijn bij het exploiteren van de werken of diensten die het voorwerp van de concessie vormen, kunnen worden terugverdiend. Het deel van het aan de concessiehouder overgedragen risico behelst een werkelijke blootstelling aan de grillen van de markt, hetgeen betekent dat elk potentieel door de concessiehouder te lijden verlies niet louter nominaal of te verwaarlozen is;
  8° kandidaat : een ondernemer die verzocht heeft deel te nemen of is uitgenodigd om deel te nemen aan een plaatsingsprocedure van een concessie;
  9° inschrijver : een ondernemer die een offerte indient;
  10° concessiehouder : de ondernemer met wie een concessieovereenkomst is gesloten;
  11° schriftelijk : elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens meegedeeld, met inbegrip van met elektronische middelen overgebrachte en opgeslagen informatie;
  12° elektronische middelen : elektronische apparatuur voor de verwerking (met inbegrip van digitale compressie) en opslag van gegevens die worden verspreid, overgebracht en ontvangen door draden, straalverbindingen, optische middelen of andere elektromagnetische middelen;
  13° concessiedocument : alle documenten die door de aanbesteder worden opgesteld of vermeld ter omschrijving of ter bepaling van onderdelen van de concessie of de plaatsingsprocedure, met inbegrip van de concessieaankondiging, de technische en functionele specificaties, de voorgestelde concessievoorwaarden, de formats voor de indiening van documenten door kandidaten en inschrijvers, informatie over algemeen toepasselijke verplichtingen en alle overige aanvullende documenten;
  14° innovatie : de toepassing van een nieuw of aanzienlijk verbeterd product, een nieuwe of aanzienlijk verbeterde dienst of een nieuw of aanzienlijk verbeterd proces, waaronder doch niet uitsluitend productie- of bouwprocessen, een nieuwe verkoopmethode of een nieuwe organisatiemethode in de bedrijfsvoering, de organisatie op de werkvloer of de externe betrekkingen, onder meer om maatschappelijke problemen te helpen oplossen of de Europese 2020-strategie te ondersteunen;
  15° plaatsing : procedure voor het toekennen van een concessie, die in voorkomend geval de volgende aspecten omvat : de voorafgaande marktconsultatie, de bekendmaking, de selectie, de gunning en de sluiting van de concessie;
  16° gunning van de concessie : de beslissing van de aanbesteder om de gekozen inschrijver aan te wijzen;
  17° sluiting van de concessie : de totstandkoming van de contractuele band tussen de aanbesteder en de concessiehouder;
  18° Gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten : de op overheidsopdrachten toepasselijke referentienomenclatuur, die voor concessies wordt gebruikt, als vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2195/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten, afgekort "CPV";
  19° perceel : de onderverdeling van een concessie, die apart kan worden gegund, in principe met het oog op een gescheiden uitvoering;
  20° optie : een bijkomend element dat niet strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de concessie, dat hetzij op vraag van de aanbesteder, hetzij op initiatief van de inschrijver wordt ingediend;
  21° wet overheidsopdrachten : de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten;
  22° wet defensie en veiligheid : de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied;
  23° Verdrag : het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
  24° lidstaat : een lidstaat van de Europese Unie of in zoverre het akkoord over de Europese Economische Ruimte het voorziet, een Staat die dit akkoord heeft ondertekend;
  [1 25° elektronische factuur: een factuur die is opgesteld, verzonden en ontvangen in een gestructureerde elektronische vorm die automatische en elektronische verwerking ervan mogelijk maakt;
   26° kernelementen van een elektronische factuur: een verzameling van essentiële gegevenscomponenten die een elektronische factuur moet bevatten om grensoverschrijdende interoperabiliteit mogelijk te maken, met inbegrip van de gegevens die nodig zijn om de naleving van de wettelijke voorschriften te waarborgen.]1
  ----------
  (1)<W 2019-04-07/03, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 26-04-2019>

  TITEL 2. - Toepassingsgebied

  HOOFDSTUK 1. - Beginselen

  Art. 3.§ 1. Deze wet is van toepassing op de plaatsing en de uitvoering van concessies voor werken en diensten.
  Wat de concessies voor diensten betreft is deze wet echter alleen van toepassing op de concessies met een waarde die gelijk is aan of hoger is dan de door de Koning bepaalde drempel.
  Daarenboven is deze wet, wat de concessies voor werken betreft die worden geplaatst door personen die bijzondere of exclusieve rechten genieten of door overheidsbedrijven wanneer deze laatste niet optreden in het kader van hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie, alleen van toepassing voor zover de waarde van de concessie gelijk is aan of hoger dan de door de Koning bepaalde drempel.
  De in het tweede en derde lid bedoelde drempels zijn identiek aan elkaar.
  [1 In afwijking van het tweede en derde lid, zijn de artikelen 2, 25° en 26°, 31, § 4, 32/1, 32/2 en 68/1 van toepassing op alle concessies voor werken of diensten, onafhankelijk van hun waarde.]1
  Een niet limitatieve lijst van de publiekrechtelijke instellingen bedoeld in artikel 2, 1°, c) en van de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 2, 2°, wordt door de Koning opgesteld.
  De in aanmerking te nemen waarde is de geraamde waarde zoals bedoeld in artikel 35.
  § 2. Deze wet is niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten of andere juridische instrumenten waarbij de overdracht van bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor het verrichten van taken van openbaar belang tussen aanbestedende overheden of aanbestedende entiteiten of groepen van aanbestedende overheden of aanbestedende entiteiten georganiseerd wordt en die niet voorzien in een vergoeding van contractuele prestaties.
  § 3. Deze wet is niet van toepassing op niet-economische diensten van algemeen belang.
  ----------
  (1)<W 2019-04-07/03, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 26-04-2019>

  HOOFDSTUK 2. - Uitsluitingen Op basis van een exclusief recht verleende concessies voor diensten

  Art. 4. Deze wet is niet van toepassing op :
  1° concessies voor diensten die aan een aanbestedende overheid of een vereniging van aanbestedende overheden worden gegund op basis van een exclusief recht;
  2° concessies voor diensten die aan een ondernemer worden gegund op basis van een exclusief recht dat werd verleend overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de rechtshandelingen van de Unie tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften betreffende de toegang tot de markt die van toepassing zijn op de in bijlage II bedoelde activiteiten. Indien de sectorale regelgeving van de Unie niet in sectorspecifieke transparantieverplichtingen voorziet, is artikel 44 evenwel van toepassing.
  Wanneer aan een ondernemer een exclusief recht wordt verleend voor de uitoefening van één van de in bijlage II bedoelde activiteiten, stelt de overheid die dit recht heeft verleend het in artikel 163, § 2, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten bedoelde aanspreekpunt onverwijld in kennis hiervan, zodat dit laatste de Europese Commissie daarvan binnen een maand na de verlening van dat exclusief recht in kennis kan stellen;
  3° concessies voor loterijen, die onder CPV-code 92351100-7 vallen, en die door een lidstaat aan een ondernemer worden gegund op basis van een exclusief recht. De toekenning van een dergelijk exclusief recht gebeurt op grond van een bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
  De in dit artikel bedoelde uitsluitende rechten mogen niet worden geïnterpreteerd in de betekenis vermeld in artikel 2, 3°.

  Concessies op grond van andere regelgevingen

  Art. 5. § 1. Deze wet is niet van toepassing op concessies voor luchtvervoerdiensten op basis van de verlening van een exploitatievergunning in de zin van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad, noch op concessies betreffende openbaar personenvervoer per spoor en over de weg in de zin van Verordening (EG) nr. 1370/2007.
  § 2. Deze wet is evenmin van toepassing op :
  1° concessies die aanbesteders moeten plaatsen overeenkomstig andere procedures dan die van deze wet, en waarin voorzien is bij :
  a) een juridisch instrument dat internationaalrechtelijke verplichtingen schept, zoals een overeenkomstig de Europese verdragen tot stand gekomen internationale overeenkomst tussen een lidstaat en een of meer derde landen of deelgebieden daarvan met betrekking tot werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor de gezamenlijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten. De aanbesteders melden alle bovenvermelde juridische instrumenten aan het aanspreekpunt bedoeld in artikel 163, § 2, van de wet inzake overheidsopdrachten, dat de Europese Commissie hierover inlicht.
  b) een internationale organisatie.
  2° concessies die door de aanbesteder worden geplaatst overeenkomstig de plaatsingsregels van een internationale organisatie of een internationale financiële instelling, indien de betrokken concessies volledig door deze organisatie of instelling worden gefinancierd. In het geval van concessies die voor het grootste deel mede door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling gefinancierd worden, komen de partijen overeen welke plaatsingsprocedures worden toegepast.
  De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de concessies geplaatst in het domein van defensie en veiligheid.

  Uitsluiting van bepaalde diensten

  Art. 6. Vallen niet onder de toepassing van deze wet, concessies voor diensten betreffende :
  1° de verwerving of huur, ongeacht de financiële voorwaarden ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende goederen of betreffende rechten hierop;
  2° de aankoop, ontwikkeling, productie of coproductie van programmamateriaal bestemd voor audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten, die worden gegund door aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten, of concessies betreffende zendtijd of de levering van programma's die worden gegund aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten;
  3° arbitrage- en bemiddelingsdiensten;
  4° een van de volgende juridische diensten :
  a) de vertegenwoordiging in rechte van een cliënt door een advocaat als bedoeld in artikel 1 van richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten, en dit in het kader van :
  i. een arbitrage- of bemiddelingsprocedure in een lidstaat, een derde land of voor een internationale arbitrage- of bemiddelingsinstantie, of
  ii. een procedure voor een rechter of overheidsinstantie van een lidstaat of een derde land of voor een internationale rechter of instantie;
  b) juridisch advies dat wordt gegeven ter voorbereiding van de procedures als bedoeld in dit punt, onder a), of indien er concrete aanwijzingen zijn en er een grote kans bestaat dat over de kwestie waarop het advies betrekking heeft, een dergelijke procedure zal worden gevoerd, mits het advies door een advocaat is gegeven in de zin van artikel 1 van de voormelde richtlijn 77/249/EEG;
  c) het waarmerken en voor echt verklaren van documenten door een notaris;
  d) juridische dienstverlening door bewindvoerders of aangewezen voogden, of andere juridische dienstverlening waarvan de aanbieders door een rechterlijke instantie van de betrokken lidstaat of van rechtswege zijn aangewezen om specifieke taken te verrichten onder toezicht van deze rechterlijke instanties;
  e) andere juridische diensten die in het Rijk al dan niet incidenteel verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag;
  5° financiële diensten met betrekking tot de uitgifte, aankoop, verkoop of overdracht van effecten of andere financiële instrumenten, als bedoeld in richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG en van Richtlijn 2000/12/EG en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG, alsook door de centrale banken verleende diensten en activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van het Europees Financieel Stabilisatiefonds en het Europees Stabiliteitsmechanisme;
  6° leningen, al dan niet in samenhang met de uitgifte, aankoop, verkoop of overdracht van effecten of andere financiële instrumenten;
  7° diensten inzake civiele verdediging, civiele bescherming en risicopreventie die door non-profitorganisaties of -verenigingen worden verleend en die onder de volgende CPV-codes vallen : 75250000-3, 75251000-0, 75251100-1, 75251110-4, 75251120-7, 75252000-7, 75222000-8, 98113100-9 en 85143000-3, met uitzondering van ziekenvervoer per ambulance;
  8° diensten inzake politieke campagnes die onder de CPV-codes 79341400-0, 92111230-3 en 92111240-6 vallen, indien deze worden gegund door een politieke partij in het kader van een verkiezingscampagne;
  9° onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten. Vallen evenwel onder de toepassing van deze wet, concessies voor diensten die onder de CPV-codes 73000000-2 tot 73120000-9, 73300000-5, 73420000-2 en 73430000-5 vallen, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
  a) de baten komen uitsluitend toe aan de aanbesteder voor gebruik ervan bij de uitoefening van diens eigen werkzaamheden, en
  b) de verleende dienst wordt volledig door de aanbesteder betaald.
  In de bepaling onder 2° hebben de begrippen "audiovisuele mediadiensten" en "aanbieders van mediadiensten" dezelfde betekenis als in de artikelen 1.3/1 en 1.6/1 van de wet van 30 maart 1995 betreffende de elektronische-communicatienetwerken en -diensten en audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, het artikel 2, 26° en 27°, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, en het artikel 1, 48° en 49° van het gecoördineerde decreet van 26 maart 2009 van de Franse Gemeenschap betreffende de audiovisuele mediadiensten. Het begrip "Programma" beantwoordt aan de definitie in artikel 1, 5., van de voormelde wet van 30 maart 1995, artikel 2, 31°, van het voormelde decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 27 maart 2009 en artikel 1, 36°, van het voormelde gecoördineerde decreet van 26 maart 2009 van de Franse Gemeenschap, maar omvat ook radioprogramma's en radioprogramma materieel. Voorts wordt voor de toepassing van deze bepaling onder "programmamaterieel" hetzelfde verstaan als onder "programma".

  Specifieke uitsluitingen op het gebied van water

  Art. 7. Deze wet is niet van toepassing op concessies die worden gegund voor :
  1° de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van drinkwater;
  2° de drinkwatertoevoer naar deze netten.
  Deze wet is evenmin van toepassing op concessies die betrekking hebben op een van of beide onderstaande onderwerpen, indien zij verband houden met een in het eerste lid bedoelde activiteit :
  1° waterbouwtechnische projecten, bevloeiing of drainage voor zover de voor drinkwatervoorziening bestemde hoeveelheid water groter is dan twintig procent van de totale hoeveelheid water die door middel van deze projecten of deze bevloeiings- of drainage-installaties ter beschikking wordt gesteld; of
  2° de afvoer of behandeling van afvalwater.

  Specifieke uitsluitingen op het gebied van elektronische communicatie

  Art. 8. Deze wet is niet van toepassing op concessies die hoofdzakelijk tot doel hebben aanbestedende overheden in staat te stellen openbare elektronische communicatienetwerken beschikbaar te stellen of te exploiteren of aan het publiek een of meer elektronische communicatiediensten te verlenen.
  Voor de toepassing van het onderhavige artikel hebben de begrippen "openbare elektronische communicatienetwerken" en "elektronische communicatiediensten" dezelfde betekenis als in de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.

  Concessies tussen aanbestedende overheden

  Art. 9. § 1. Een concessie die door een aanbestedende overheid geplaatst wordt bij een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon, valt niet onder de toepassing van deze wet, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de aanbestedende overheid oefent op de betrokken rechtspersoon toezicht uit zoals op haar eigen diensten;
  2° meer dan tachtig procent van de activiteiten van deze gecontroleerde rechtspersoon behelst de uitvoering van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende overheid of door andere, door diezelfde aanbestedende overheid gecontroleerde rechtspersonen; en
  3° er is geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de Europese verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.
  Een aanbestedende overheid wordt geacht op een rechtspersoon toezicht zoals op haar eigen diensten uit te oefenen in de zin van het eerste lid, punt 1°, indien zij zowel op strategische doelstellingen als op belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een beslissende invloed uitoefent.
  Dit toezicht kan ook worden uitgeoefend door een andere rechtspersoon, die zelf op dezelfde wijze door de aanbestedende overheid wordt gecontroleerd.
  § 2. De uitsluiting bedoeld in paragraaf 1 is eveneens van toepassing wanneer een gecontroleerde rechtspersoon die een aanbestedende overheid is, een concessie plaatst bij zijn controlerende aanbestedende overheid, of bij een andere rechtspersoon die door dezelfde aanbestedende overheid wordt gecontroleerd, mits er geen directe participatie van privékapitaal is in de rechtspersoon bij wie de concessie wordt geplaatst, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de Europese verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.
  § 3. Een aanbestedende overheid die geen controle uitoefent op een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon in de zin van paragraaf 1, kan niettemin een concessie plaatsen bij die rechtspersoon zonder deze wet toe te passen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de aanbestedende overheid oefent, samen met andere aanbestedende overheden, op de betrokken rechtspersoon toezicht uit zoals op hun eigen diensten;
  2° meer dan tachtig procent van de activiteiten van die rechtspersoon behelst de uitvoering van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende overheden of door andere, door diezelfde aanbestedende overheden gecontroleerde rechtspersonen; en
  3° er is geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de Europese Verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.
  Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, oefenen de aanbestedende overheden gezamenlijk toezicht uit op een rechtspersoon indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de besluitvormingsorganen van de gecontroleerde rechtspersoon zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van alle deelnemende aanbestedende overheden. Individuele vertegenwoordigers kunnen verscheidene of alle deelnemende aanbestedende overheden vertegenwoordigen;
  2° deze aanbestedende overheden zijn in staat gezamenlijk beslissende invloed uit te oefenen op de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon; en
  3° de gecontroleerde rechtspersoon mag geen belangen nastreven die in strijd zijn met de belangen van de controlerende aanbestedende overheden.
  § 4. Het activiteitenpercentage als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, en in paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde totale omzet, of een geschikte alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf zoals de kosten die door de betrokken rechtspersoon of aanbestedende overheid zijn gemaakt met betrekking tot diensten, leveringen en werken over de laatste drie jaren voorafgaand aan de gunning van de concessie.
  Wanneer vanwege de datum van oprichting of aanvang van de activiteiten van de betrokken rechtspersoon of aanbestedende overheid, of vanwege een reorganisatie van zijn of haar activiteiten, de omzet of een alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf zoals over de laatste drie jaren gemaakte kosten niet beschikbaar of niet langer relevant is, volstaat het om met name door middel van bedrijfsprognoses aan te tonen dat de meting van de activiteiten aannemelijk is.

  Overeenkomsten uitsluitend tussen aanbestedende overheden

  Art. 10. Een overeenkomst die uitsluitend tussen twee of meer aanbestedende overheden wordt gesloten, valt buiten het toepassingsgebied van deze wet, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de overeenkomst voorziet in of geeft uitvoering aan een samenwerking tussen de deelnemende aanbestedende overheden om te bewerkstelligen dat de openbare diensten die zij moeten uitvoeren, worden verleend met het oog op de verwezenlijking van hun gemeenschappelijke doelstellingen;
  2° de invulling van die samenwerking berust uitsluitend op overwegingen in verband met het openbaar belang; en
  3° de deelnemende aanbestedende overheden nemen op de open markt minder dan twintig procent van de onder die samenwerking vallende activiteiten voor hun rekening. Dit activiteitenpercentage wordt bepaald overeenkomstig artikel 9, § 4.

  Activiteiten in een derde land

  Art. 11. Deze wet is niet van toepassing op concessies die door een aanbestedende entiteit worden verleend voor de uitoefening van de in bijlage II bedoelde activiteiten in een derde land, in omstandigheden waarbij er geen sprake is van materiële uitbating van een netwerk of van een geografisch gebied binnen de Europese Unie.

  Concessies gegund aan een verbonden onderneming

  Art. 12. § 1. Onverminderd de artikelen 9 en 10 en mits aan de voorwaarden van paragraaf 2 is voldaan, is deze wet niet van toepassing op concessies :
  1° die een aanbestedende entiteit gunt aan een met haar verbonden onderneming; of
  2° die een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit meerdere aanbestedende entiteiten, voor de uitoefening van de in bijlage II bedoelde activiteiten gunt aan een met een van deze aanbestedende entiteiten verbonden onderneming.
  § 2. Paragraaf 1 is van toepassing op :
  1° concessies voor diensten, mits ten minste tachtig procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming over de laatste drie jaar heeft behaald, rekening houdend met alle diensten die zij heeft verleend, afkomstig is van het verlenen van diensten aan de aanbestedende entiteit of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is;
  2° concessies voor werken, mits ten minste tachtig procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming over de laatste drie jaar heeft behaald, rekening houdend met alle werken die zij heeft uitgevoerd, afkomstig is van het uitvoeren van werken voor de aanbestedende entiteit of voor andere ondernemingen waarmee zij verbonden is.
  § 3. Wanneer vanwege de datum van oprichting of aanvang van de activiteiten van een verbonden onderneming de omzet over de laatste drie jaren niet beschikbaar is, volstaat het dat deze onderneming, met name door middel van bedrijfsprognoses, aantoont dat de in paragraaf 2, 1° of 2°, bedoelde omzet aannemelijk is.
  § 4. Wanneer dezelfde of soortgelijke diensten of werken worden verricht door meer dan een onderneming die verbonden is met de aanbestedende entiteit waarmee zij een economische groep vormen, wordt bij de berekening van de in paragraaf 2 bedoelde percentages rekening gehouden met de totale omzet die voortvloeit uit het verrichten van respectievelijk diensten of werken door deze verbonden ondernemingen.
  § 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "verbonden onderneming" elke onderneming verstaan waarvan de jaarrekening geconsolideerd is met die van de aanbestedende entiteit overeenkomstig de bepalingen van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen.
  Indien het entiteiten betreft die niet onder de voormelde richtlijn 2013/34/EU vallen, wordt onder "verbonden onderneming" verstaan, elke onderneming die :
  1° al dan niet rechtstreeks onderworpen kan zijn aan een overheersende invloed van de aanbestedende entiteit;
  2° een overheersende invloed op de aanbestedende entiteit kan uitoefenen; of
  3° gezamenlijk met de aanbestedende entiteit aan de overheersende invloed van een andere onderneming is onderworpen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of in de onderneming geldende voorschriften.
  Voor de toepassing van deze paragraaf heeft het begrip "overheersende invloed" dezelfde betekenis als in artikel 2, 2°.
  § 6. De aanbestedende entiteiten verstrekken de Europese Commissie desgevraagd de namen van de betrokken ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen, de aard en de waarde van de desbetreffende concessies en alle overige gegevens die de Commissie noodzakelijk acht voor het bewijs dat de betrekkingen tussen de aanbestedende entiteit en de onderneming of de gezamenlijke onderneming waaraan de concessie wordt gegund, voldoen aan de vereisten van dit artikel.

  Concessies gegund aan een gezamenlijke onderneming of aan een aanbestedende entiteit die deel uitmaakt van een gezamenlijke onderneming

  Art. 13. Niettegenstaande de artikelen 9 en 10 en mits de gezamenlijke onderneming is opgericht om de betrokken activiteit gedurende een periode van ten minste drie jaar uit te oefenen en het instrument tot oprichting van deze gezamenlijke onderneming bepaalt dat de aanbestedende entiteiten waaruit zij bestaat, daar deel van uitmaken voor ten minste dezelfde termijn, is deze wet niet van toepassing op concessies die :
  1° door een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit een aantal aanbestedende entiteiten, voor de uitoefening van de in bijlage II bedoelde activiteiten worden gegund aan een van die aanbestedende entiteiten; of
  2° door een aanbestedende entiteit worden gegund aan deze gezamenlijke onderneming waarvan zij deel uitmaakt.
  De aanbestedende entiteiten verstrekken de Europese Commissie desgevraagd de namen van de betrokken ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen, de aard en de waarde van de desbetreffende concessies en alle overige gegevens die de Commissie noodzakelijk acht voor het bewijs dat de betrekkingen tussen de aanbestedende entiteit en de onderneming of de gezamenlijke onderneming waaraan de concessie wordt gegund, voldoen aan de vereisten van dit artikel.

  Activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan mededinging

  Art. 14. Deze wet is niet van toepassing op concessies die betrekking hebben op een van de in bijlage II bedoelde activiteiten, indien na afloop van een procedure inzake vrijstellingsaanvragen krachtens artikel 116 van de wet inzake overheidsopdrachten, door de Europese Commissie werd vastgesteld dat de activiteit rechtstreeks blootstaat aan mededinging.

  Concessies op defensie- en veiligheidsgebied waarvoor specifieke procedurevoorschriften van toepassing zijn

  Art. 15. Deze wet is niet van toepassing op concessies op defensie- en veiligheidsgebied als bedoeld in de wet defensie en veiligheid, waarvoor specifieke procedurevoorschriften van toepassing zijn :
  1° uit hoofde van een tussen een of meer lidstaten en een of meer derde landen gesloten internationale overeenkomst of regeling;
  2° uit hoofde van een in verband met de legering van strijdkrachten gesloten internationale overeenkomst of regeling die betrekking heeft op ondernemingen in een lidstaat of in een derde land, of
  3° van een internationale organisatie die aankopen doet voor eigen doeleinden, noch op concessies die door een lidstaat overeenkomstig deze voorschriften moeten worden gegund.

  Andere uitsluitingen op het gebied van concessies inzake defensie en veiligheid

  Art. 16. Deze wet is evenmin van toepassing op de volgende concessies op defensie- en veiligheidsgebied als bedoeld in de wet defensie en veiligheid :
  1° concessies waarbij de toepassing van deze wet het Rijk ertoe zou verplichten informatie te verstrekken waarvan hij de openbaarmaking in strijd acht met zijn essentiële veiligheidsbelangen, of indien de gunning en de uitvoering van de concessie geheim zijn verklaard of gepaard moeten gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen overeenkomstig de in het Rijk geldende wettelijke, reglementaire of administratieve bepalingen, voor zover vastgesteld werd dat de bescherming van de betrokken essentiële belangen niet kan worden gewaarborgd met minder ingrijpende maatregelen, bijvoorbeeld zoals die als bedoeld in artikel 17;
  2° concessies die worden gegund in het kader van een samenwerkingsprogramma op basis van onderzoek en ontwikkeling dat door minimaal twee lidstaten samen wordt uitgevoerd met het oog op de ontwikkeling van een nieuw product en, in voorkomend geval, de latere fasen van de gehele levenscyclus van dit product of een deel daarvan. Bij de verwezenlijking van een dergelijk samenwerkingsprogramma tussen uitsluitend lidstaten melden deze lidstaten bij de Europese Commissie welk percentage de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in de totale kosten van het programma vertegenwoordigen, de overeenkomst die is gesloten inzake kostenverdeling en het voorgenomen aandeel van de aankopen per lidstaat, in voorkomend geval;
  3° concessies die door een regering aan een andere regering worden gegund voor werken en diensten die rechtstreeks verband houden met militair materiaal of gevoelig materiaal, of werken en diensten voor specifiek militaire doeleinden, of gevoelige werken en gevoelige diensten;
  4° concessies gegund in een derde land, wanneer strijdkrachten worden ingezet buiten het grondgebied van de Europese Unie, indien de operationele omstandigheden vereisen dat deze concessies worden gesloten met ondernemers die in het operatiegebied zijn gevestigd; en
  5° concessies die anderszins krachtens deze wet zijn vrijgesteld.

  Bescherming van essentiële nationale veiligheidsbelangen

  Art. 17. Deze wet is niet van toepassing op concessies die niet anderszins op grond van artikel 16 zijn vrijgesteld, voor zover de bescherming van de essentiële nationale veiligheidsbelangen niet kan worden gewaarborgd met minder ingrijpende maatregelen, bijvoorbeeld door eisen te stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie die de aanbesteder in het kader van een in deze wet bedoelde plaatsingsprocedure van een concessie, beschikbaar stelt.

  HOOFDSTUK 3. - Gemengde concessies en overeenkomsten of die betrekking hebben op verschillende activiteiten

  Gemengde concessies

  Art. 18. De concessies die zowel betrekking hebben op werken als op diensten worden gegund overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het soort concessie dat het hoofdvoorwerp van de betrokken overeenkomst vormt.
  Bij gemengde concessies die gedeeltelijk bestaan uit in artikel 34 en bijlage V bedoelde diensten en gedeeltelijk uit andere diensten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald door de diensten waarvan de geraamde waarde het hoogst is.

  Beginselen

  Art. 19. § 1. Indien de verschillende onderdelen van een bepaalde overeenkomst objectief niet van elkaar te scheiden zijn, wordt de toepasselijke wettelijke regeling voor hun plaatsing bepaald door het hoofdvoorwerp van de overeenkomst.
  Indien deze overeenkomsten zowel elementen van een concessie voor diensten als van overeenkomsten voor leveringen bevatten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald door de diensten, respectievelijk de leveringen waarvan de geraamde waarde het hoogst is.
  In de gevallen waarin deze overeenkomsten zowel elementen van een concessie als van overheidsopdrachten of andere elementen bevatten die onder artikel 346 van het Verdrag of van de wet defensie en veiligheid vallen, is artikel 20, § 2, van toepassing.
  § 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde overeenkomst objectief van elkaar te scheiden zijn, zijn de paragrafen 3 of 4 van toepassing.
  § 3. Wanneer een overeenkomst elementen van concessies die onder deze wet vallen, en andere elementen bevat, kunnen de aanbesteders besluiten voor de verschillende onderdelen afzonderlijke overeenkomsten of één enkele overeenkomst te gunnen.
  Wanneer de aanbesteders besluiten voor de verschillende onderdelen afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, wordt het besluit betreffende de wettelijke regeling voor de plaatsing van elke afzonderlijke overeenkomst, genomen op grond van de kenmerken van het betrokken onderdeel.
  Wanneer de aanbesteders besluiten om één enkele overeenkomst te gunnen, dan zijn, behalve in de gevallen bedoeld in paragraaf 4 en in artikel 20, § 3, derde lid, de in deze wet bepaalde plaatsingsregels van toepassing op de daaruit voortvloeiende gemengde overeenkomst, ongeacht de waarde van de onderdelen die anders onder een andere wettelijke regeling zouden vallen en ongeacht de wettelijke regeling waaronder deze onderdelen normaal gevallen zouden zijn.
  § 4. Wanneer een gemengde overeenkomst zowel elementen van concessies als elementen van onder titel 2 van de wet overheidsopdrachten vallende overheidsopdrachten of van onder titel 3 van de wet overheidsopdrachten vallende opdrachten bevat, wordt deze overeenkomst respectievelijk geplaatst overeenkomstig de bepalingen van titel 2 of titel 3 van de wet overheidsopdrachten.

  Gemengde overeenkomsten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn

  Art. 20. § 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde overeenkomsten die betrekking hebben op een onder deze wet vallende concessie, alsook overheidsopdrachten of andere elementen die onder artikel 346 van het Verdrag vallen of die onderworpen zijn aan de titels 2 of 3 of aan de titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid.
  § 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een dergelijke overeenkomst objectief niet van elkaar te scheiden zijn, kan de overeenkomst worden gegund zonder deze wet toe te passen indien deze elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag van toepassing is of die betrekking hebben op de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk. In het tegenovergestelde geval kan de aanbesteder besluiten de overeenkomst te gunnen overeenkomstig deze wet of de wet defensie en veiligheid.
  § 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een dergelijke overeenkomst objectief van elkaar te scheiden zijn, kunnen de aanbesteders besluiten voor de verschillende onderdelen afzonderlijke overeenkomsten te gunnen of één enkele overeenkomst te gunnen.
  Wanneer de aanbesteders besluiten voor verschillende onderdelen afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, wordt het besluit betreffende de wettelijke regeling die op de plaatsing van elke afzonderlijke overeenkomst van toepassing is, genomen op grond van de kenmerken van het betrokken onderdeel.
  Wanneer de aanbesteders besluiten één enkele overeenkomst te gunnen, gelden de volgende criteria voor het bepalen van de wettelijke regeling die van toepassing is op de plaatsing van de daaruit voortvloeiende gemengde overeenkomst :
  1° wanneer een bepaald onderdeel van een overeenkomst valt onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, kan de overeenkomst worden gegund zonder deze wet toe te passen maar overeenkomstig titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, mits de gunning als één enkele overeenkomst objectief gerechtvaardigd is;
  2° wanneer een bepaald onderdeel van een overeenkomst valt onder de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid, kan de overeenkomst overeenkomstig deze wet of de wet defensie en veiligheid worden gegund, mits de gunning als één enkele overeenkomst objectief gerechtvaardigd is.
  Het besluit om één enkele overeenkomst te gunnen mag evenwel niet bedoeld zijn om overeenkomsten uit te sluiten van de toepassing van deze wet of van de wet defensie en veiligheid.

  Overeenkomsten die betrekking hebben op verschillende activiteiten bedoeld in bijlage II of in titel 3 van de wet overheidsopdrachten

  Art. 21. Wanneer een overeenkomst betrekking heeft op verschillende activiteiten, waarvan er een onder ofwel bijlage II van deze wet, ofwel titel 3 van de wet overheidsopdrachten valt, worden de toepasselijke bepalingen respectievelijk vastgesteld op grond van artikel 22 van deze wet en artikel 105 van de wet overheidsopdrachten.
  Wanneer een overeenkomst betrekking heeft op verschillende activiteiten, waarvan er een onder bijlage II van deze wet of onder titel 3 van de wet overheidsopdrachten valt en een andere onder artikel 346 van het Verdrag of die onderworpen zijn aan de titels 2 of 3 of aan de titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, worden de toepasselijke bepalingen respectievelijk vastgesteld op grond van artikel 23 van deze wet en artikel 107 van de wet overheidsopdrachten.

  Overeenkomsten voor activiteiten als bedoeld in bijlage II en andere activiteiten

  Art. 22. § 1. Dit artikel is van toepassing op overeenkomsten die betrekking hebben op verschillende activiteiten waarvan er een onder bijlage II valt.
  Indien een van de betrokken activiteiten evenwel onder artikel 346 van het Verdrag valt of onderworpen zijn aan de titels 2 of 3 of aan de titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid valt, is artikel 23 van toepassing.
  § 2. De aanbestedende entiteiten kunnen besluiten per afzonderlijke activiteit afzonderlijke overeenkomsten te gunnen of één enkele overeenkomst te gunnen.
  § 3. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, wordt het besluit betreffende de regels die voor de plaatsing van elke afzonderlijke overeenkomst gelden, genomen op grond van de kenmerken van de afzonderlijke activiteit waarop deze overeenkomsten betrekking hebben.
  § 4. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten één enkele overeenkomst te gunnen die betrekking heeft op verschillende activiteiten, valt die onder de regels die van toepassing zijn op de activiteit waarop de overeenkomst hoofdzakelijk betrekking heeft.
  Wanneer het objectief onmogelijk is te bepalen op welke activiteit deze enige overeenkomst hoofdzakelijk betrekking heeft, worden de toepasselijke regels voor zijn plaatsing als volgt bepaald :
  1° de concessie wordt gegund overeenkomstig de bepalingen van deze wet die toepasselijk zijn op door aanbestedende overheden gegunde concessies, indien een van de activiteiten waarop de overeenkomst betrekking heeft, valt onder de bepalingen van deze wet die van toepassing zijn op door aanbestedende overheden gegunde concessies, en de andere valt onder de bepalingen van deze wet die van toepassing zijn op door aanbestedende entiteiten gegunde concessies;
  2° de overeenkomst wordt overeenkomstig titel 2 van de wet overheidsopdrachten gegund, indien een van de activiteiten waarop ze betrekking heeft, onder deze wet valt en de andere activiteit onder titel 2 van de wet overheidsopdrachten valt;
  3° de overeenkomst wordt overeenkomstig deze wet gegund, indien een van de activiteiten waarop ze betrekking heeft, onder deze wet valt en de andere activiteit noch onder deze wet, noch onder titel 2 of titel 3 van de wet overheidsopdrachten valt.
  § 5. Het besluit om één overeenkomst of verschillende afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, mag niet ingegeven zijn door het oogmerk om de overeenkomst of de overeenkomsten uit te sluiten van de toepassing van deze wet of, in voorkomend geval, van titel 2 of 3 van de wet overheidsopdrachten.

  Overeenkomsten die de in bijlage II bedoelde werkzaamheden omvattenalsook activiteiten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn

  Art. 23. § 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde overeenkomsten die betrekking hebben op verschillende activiteiten waarvan er één onder bijlage II valt en een andere onder artikel 346 van het Verdrag of onder titel 2 of 3 of titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid.
  § 2. De aanbestedende entiteiten kunnen besluiten per afzonderlijke activiteit afzonderlijke overeenkomsten te gunnen of één enkele overeenkomst te gunnen.
  § 3. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten voor de verschillende activiteiten afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, wordt het besluit betreffende de wettelijke regeling die op de plaatsing van elk van deze afzonderlijke overeenkomsten van toepassing is, genomen op grond van de kenmerken van elke betrokken activiteit.
  § 4. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten één enkele overeenkomst te gunnen, wordt de toepasselijke regeling voor haar plaatsing bepaald door de volgende voorschriften :
  1° in het geval van overeenkomsten die betrekking hebben op een onder deze wet vallende activiteit en een andere activiteit die onder artikel 346 van het Verdrag valt, kunnen de aanbestedende entiteiten besluiten de overeenkomst te gunnen zonder toepassing van deze wet;
  2° in het geval van overeenkomsten die betrekking hebben op een onder deze wet vallende activiteit en een andere activiteit die onder de titel 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid valt, gunnen de aanbestedende entiteiten de overeenkomst overeenkomstig deze wet of overeenkomstig de wet defensie en veiligheid, onverminderd de in de wet defensie en veiligheid vermelde drempels en uitzonderingen.
  Overeenkomsten als bedoeld in 2°, die daarnaast opdrachten of andere elementen bevatten die onder artikel 346 van het Verdrag of onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid vallen, kunnen worden gegund zonder deze wet toe te passen.
  Voor de toepassing van deze paragraaf geldt evenwel als voorwaarde dat de gunning van één enkele overeenkomst objectief gerechtvaardigd is en dat het besluit om één enkele overeenkomst te gunnen niet is ingegeven door het oogmerk om overeenkomsten uit te sluiten van de toepassing van deze wet.
  § 5. Het besluit om één overeenkomst of verschillende afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, mag niet ingegeven zijn door het oogmerk om de overeenkomst of de overeenkomsten uit te sluiten van de toepassing van deze wet of van de wet defensie en veiligheid.

  TITEL 3. - Algemene bepalingen

   Beginselen van gelijke behandeling, niet-discriminatie en transparantie

  Art. 24. De aanbesteders zorgen voor de plaatsing en uitvoering van concessies overeenkomstig de beginselen van niet-discriminatie en gelijke behandeling van de ondernemers en handelen op transparante en evenredige wijze.
  Voor zover de bijlagen 1, 2, 4 en 5 en de algemene opmerkingen bij aanhangsel I van de Europese Unie bij de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van 15 april 1994 van toepassing zijn, geven aanbesteders aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de ondertekenende partijen geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de Europese Unie geven.

  Verbod op mededingingsvertekenende handelingen

  Art. 25. § 1. Een aanbesteder mag geen concessie opstellen met het doel om deze uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze wet of om de mededinging op kunstmatige wijze te beperken. De mededinging wordt geacht kunstmatig te zijn beperkt indien een concessie is ontworpen met het doel bepaalde ondernemers of werken, leveringen of diensten ten onrechte te bevoordelen of benadelen.
  § 2. Ondernemers stellen geen handelingen, sluiten geen overeenkomsten of maken geen afspraken die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen.
  Offertes of aanvragen tot deelneming die met een dergelijke handeling, overeenkomst of afspraak zijn ingediend, mogen worden geweerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 52.
  Indien een dergelijke handeling, overeenkomst of afspraak evenwel tot het sluiten van een concessie heeft geleid, treft de aanbesteder de maatregelen voor contractuele inbreuken, tenzij hij, bij een met redenen omklede beslissing, anders beschikt.

  Belangenconflicten

  Art. 26. § 1. De aanbesteder treft de nodige maatregelen om tijdens de plaatsing en de uitvoering van de concessie belangenconflicten doeltreffend te voorkomen, te onderkennen en op te lossen, teneinde vertekening van de mededinging te vermijden, de gelijke behandeling van alle ondernemers te waarborgen en de transparantie van de plaatsingsprocedure te waarborgen.
  Het begrip belangenconflict beoogt iedere situatie waarin een bij de plaatsing of de uitvoering betrokken ambtenaar, openbare gezagsdrager of andere persoon die op welke wijze ook aan de aanbesteder verbonden is, alsook elke persoon die bij de plaatsing of op het resultaat ervan invloed kan hebben, rechtstreeks of onrechtstreeks financiële, economische of andere persoonlijke belangen heeft die geacht kunnen worden zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid bij de plaatsing of de uitvoering van de concessie in het gedrang te brengen.
  De Koning kan ook andere situaties benoemen als belangenconflicten.
  § 2. Het is elke ambtenaar, openbare gezagsdrager of iedere andere persoon die op welke wijze ook aan de aanbesteder verbonden is, verboden, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks tussen te komen bij de plaatsing of de uitvoering van een concessie zodra hij daardoor, persoonlijk of via een tussenpersoon, zou kunnen terechtkomen in een belangenconflict met een kandidaat of inschrijver. In uitzonderlijke omstandigheden is dit verbod evenwel niet van toepassing, indien het de aanbesteder zou beletten te voorzien in zijn behoeften.
  § 3. Een belangenconflict wordt alleszins vermoed te bestaan :
  1° zodra de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, bloed- of aanverwant is in de rechte lijn tot de derde graad en in de zijlijn tot de vierde graad van een van de kandidaten of inschrijvers of van iedere andere natuurlijke persoon die voor rekening van een van hen een vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent, dan wel wettelijk samenwoont met een van deze personen;
  2° indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zelf of via een tussenpersoon eigenaar, mede-eigenaar of werkend vennoot is van een van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen dan wel in rechte of in feite, zelf of in voorkomend geval via een tussenpersoon, een vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent.
  De ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon die zich in een belangenconflict bevindt, is verplicht zichzelf te wraken. Hij stelt de aanbesteder er schriftelijk en onverwijld van in kennis.
  § 4. Indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager, de natuurlijke persoon of rechtspersoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zelf of via een tussenpersoon, een of meer aandelen of deelbewijzen ter waarde van ten minste vijf procent van het maatschappelijk kapitaal van een van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen bezit, is hij verplicht de aanbesteder daarvan in kennis te stellen.

  Sociaal, milieu- en arbeidsrecht

  Art. 27. Ondernemers zijn ertoe gehouden alle toepasselijke verplichtingen op het gebied van het milieu- sociaal en arbeidsrecht uit hoofde van het recht van de Europese Unie, het nationaal recht, de collectieve arbeidsovereenkomsten of de in bijlage IV vermelde bepalingen van internationaal milieu-, sociaal en arbeidsrecht, na te leven en te doen naleven door elke persoon die handelt als onderaannemer in welke fase ook, en door elke persoon die personeel tewerkstelt voor de uitvoering van de concessie.
  Onverminderd de toepassing van de sancties bedoeld in andere wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen, treft de aanbesteder de in de artikelen 46 en 50 tot 52 genoemde maatregelen, wanneer hij vaststelt dat door de kandidaten, inschrijvers of concessiehouders inbreuken op de in het eerste lid bedoelde verplichtingen worden begaan, of, indien de concessie reeds is gesloten, past hij de sancties voor contractuele inbreuken toe.

  Prijs

  Art. 28. § 1. Wanneer de concessie een prijs voorziet, is deze forfaitair, behoudens een in de concessiedocumenten behoorlijk gemotiveerde uitzondering.
  § 2. De forfaitaire grondslag is geen belemmering voor de herziening van de prijs in het licht van bepaalde economische of sociale factoren, op voorwaarde dat de concessieovereenkomst een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige prijsherzieningsclausule bevat.
  De prijsherzieningsclausule moet tegemoetkomen aan de prijsevolutie van de hoofdcomponenten van de kosten en investeringen. De Koning bepaalt de nadere regels van deze prijsherziening.
  Indien de concessiehouder een beroep doet op onderaannemers, dan moet, in voorkomend geval, de herziening ook op hun prijzen worden toegepast volgens de door de Koning te bepalen nadere regels en in de mate die overeenstemt met de aard van de door hen uitgevoerde prestaties.
  Artikel 57 van de wet van 30 maart 1976 betreffende de economische herstelmaatregelen is niet van toepassing op de concessieovereenkomsten en evenmin op de door de concessiehouder met de onderaannemers gesloten overeenkomsten en de tussen onderaannemers gesloten overeenkomsten.
  § 3. De forfaitaire grondslag van de door de aanbesteder betaalde prijs vormt evenmin een belemmering voor een herziening van de concessie in het geval een ontwrichting van het contractueel evenwicht van deze laatste en dit onverminderd de toepassing van artikel 57. De Koning bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de toepassing van het herzieningsmechanisme.

  Betalingen

  Art. 29. De aanbesteder mag alleen betalingen doen voor verstrekte en aanvaarde prestaties. Als zodanig worden beschouwd, volgens wat in de concessiedocumenten is bepaald, de voorraden die aangelegd zijn voor de uitvoering van de concessie en die door de aanbesteder zijn goedgekeurd.
  De Koning bepaalt de gevallen en materiële en procedurele voorwaarden waarin, in afwijking van het eerste lid, voorschotten kunnen worden toegestaan door de aanbesteder.

  Ondernemers

  Art. 30. § 1. Ondernemers die krachtens de wetgeving van de lidstaat waar zij gevestigd zijn, gerechtigd zijn de betrokken dienst te leveren, mogen niet worden afgewezen louter op grond van het feit dat zij krachtens in België van toepassing zijnde wet- of regelgeving, een natuurlijke persoon dan wel een rechtspersoon moeten zijn.
  De aanbesteders mogen in de concessiedocumenten evenwel bepalen dat rechtspersonen verplicht zijn in de offerte of in de aanvraag tot deelneming de namen en beroepskwalificaties te vermelden van de personen die met de uitvoering van de concessie worden belast.
  § 2. Combinaties van ondernemers, waaronder tijdelijke samenwerkingsverbanden, mogen deelnemen aan plaatsingsprocedures van concessies. Zij mogen evenwel niet worden verplicht een bepaalde rechtsvorm aan te nemen voor het indienen van een aanvraag tot deelneming of een offerte.
  De aanbesteders kunnen in de concessiedocumenten verduidelijken op welke wijze combinaties van ondernemers aan de voorwaarden op het gebied van economische en financiële draagkracht en technische en beroepsbekwaamheid als bedoeld in artikel 48 moeten voldoen, mits dit objectief gerechtvaardigd en proportioneel is.
  De Koning kan nadere regels bepalen op het vlak van de toepassing door de aanbesteders van de in artikel 48 bedoelde selectievoorwaarden ten aanzien van combinaties van ondernemers.
  Alle aan combinaties van ondernemers opgelegde voorwaarden voor de uitvoering van een concessie die afwijken van de voorwaarden die aan individuele deelnemers zijn opgelegd, moeten eveneens objectief gerechtvaardigd en proportioneel zijn.
  § 3. Niettegenstaande de paragrafen 1 en 2 mogen aanbesteders van combinaties van ondernemers eisen dat zij een bepaalde rechtsvorm aannemen nadat de concessie aan hen is gegund, voor zover dit nodig is voor de goede uitvoering van de concessie.

  Vertrouwelijkheid

  Art. 31.§ 1. Zolang de aanbesteder geen beslissing heeft genomen over, naargelang het geval, de selectie van de kandidaten of deelnemers, de evaluatie van de offertes, de gunning van de concessie of de beslissing om af te zien van het plaatsen van de concessie, hebben de kandidaten,, deelnemers, inschrijvers en derden geen toegang tot de documenten betreffende de plaatsingsprocedure, met name de aanvragen tot deelneming, de offertes en de interne documenten van de aanbesteder.
  Indien echter de aanbesteder heeft bepaald dat de plaatsingsprocedure onderhandelingen omvat, kan hij evenwel afwijken van het eerste lid om vertrouwelijke informatie die door een kandidaat of inschrijver werd verstrekt mee te delen aan de andere deelnemers van de procedure, mits de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de betrokken kandidaat of inschrijver.
  § 2. Onverminderd de verplichtingen inzake de bekendmaking van gegunde concessies en de informatieverstrekking aan kandidaten, deelnemers en inschrijvers, maakt de aanbesteder informatie die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt, met inbegrip van eventuele fabrieks- of bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke aspecten van de offerte, niet bekend.
  Hetzelfde geldt voor elke persoon die in het kader van zijn functie of de hem toevertrouwde opdrachten, op de hoogte is van dergelijke vertrouwelijke informatie.
  Deze paragraaf staat de openbaarmaking van de niet-vertrouwelijke onderdelen van gegunde overeenkomsten, met inbegrip van eventuele latere wijzigingen, niet in de weg.
  § 3. De aanbesteder kan aan de ondernemers eisen stellen die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die hij beschikbaar stelt, te beschermen.
  [1 § 4. De persoonsgegevens die werden verkregen met het oog op de verwerking van de facturen mogen uitsluitend voor dat doel of daarmee vergelijkbare doeleinden worden gebruikt. De regelingen voor de bekendmaking van persoonsgegevens die in verband met elektronische facturering zijn vergaard, moeten stroken met het doel van die bekendmaking en met het beginsel van de bescherming van de privacy.]1
  ----------
  (1)<W 2019-04-07/03, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 26-04-2019>

  Communicatiemiddelen

  Art. 32. Onverminderd artikel 45 maken de aanbesteders voor elke mededeling en uitwisseling van informatie met de ondernemers, kandidaten, inschrijvers en concessiehouders gebruik van elektronische middelen, tenzij in de door de Koning bepaalde gevallen.
  De gekozen communicatiemiddelen moeten algemeen beschikbaar en niet-discriminerend zijn en mogen de toegang van ondernemers tot de plaatsingsprocedure van een concessie niet beperken. De voor mededelingen langs elektronische weg gebruikte middelen, en de technische kenmerken daarvan, moeten in combinatie met algemeen gebruikte informatie- en communicatietechnologieproducten kunnen functioneren.
  Bij alle mededelingen, uitwisseling en opslag van informatie zorgen aanbesteders ervoor dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de kandidaturen en de offertes gewaarborgd zijn. Zij nemen pas na het verstrijken van de termijn voor de indiening kennis van de inhoud van de kandidaturen en offertes.

  Art. 32/1.

[1 Elektronische facturering.
   Art. 32/1. De ondernemers moeten hun facturen elektronisch naar de aanbesteders versturen. Deze laatsten vermelden deze verplichting in de concessiedocumenten.
   De aanbesteders ontvangen en verwerken de elektronische facturen die naar hen worden verstuurd.
   Het eerste lid is niet van toepassing op concessies geplaatst door autonome overheidsbedrijven als bedoeld in artikel 54/1 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven of door personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten. Het eerste lid is evenmin van toepassing op de concessies die worden geplaatst in het kader van ontwikkelingssamenwerking, die worden geplaatst door diplomatieke vertegenwoordigingen of consulaten of die worden geplaatst in het kader van de deelname aan een internationale tentoonstelling van het Internationaal Bureau van Tentoonstellingen.
   Dit artikel is niet van toepassing op concessies waarvan het geraamde bedrag lager is dan of gelijk is aan het bedrag bepaald door de Koning.]1


  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-04-07/03, art. 14, 003; Inwerkingtreding : onbepaald>
  

  Art. 32/2. [1 De elektronische facturen moeten voldoen aan de Europese norm voor elektronische facturering EN 16931-1:2017 en CEN/TS 16931-2:2017.
   Indien de Europese Commissie overeenkomstig artikel 5 van richtlijn 2014/55/EU een geactualiseerde norm vaststelt moet de verwijzing naar de Europese norm voor elektronische facturering EN 16931-1:2017 en CEN/TS 16931-2:2017 worden gelezen als een verwijzing naar de geactualiseerde norm.
   Een elektronische factuur bevat minimaal de volgende kernelementen:
   1° proces- en factuurkenmerken;
   2° factuurperiode;
   3° informatie over de verkoper;
   4° informatie over de koper;
   5° informatie over de begunstigde van de betaling;
   6° informatie over de fiscaal vertegenwoordiger van de verkoper;
   7° verwijzing naar de overeenkomst;
   8° leveringsdetails;
   9° betalingsinstructies;
   10° informatie over kortingen of toeslagen;
   11° informatie over de factuurposten;
   12° totalen op de factuur;
   13° uitsplitsing van de btw per tarief.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-04-07/03, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 26-04-2019>
  

  Voorbehouden concessies

  Art. 33. Een aanbesteder kan, overeenkomstig de beginselen van het Verdrag, de toegang tot de plaatsingsprocedure van een concessie voorbehouden aan beschermde werkplaatsen en aan ondernemers waarvan het hoofddoel de maatschappelijke en professionele integratie van personen met een handicap of kansarmen is, of de uitvoering van deze concessies voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid, mits ten minste dertig procent van de werknemers van deze werkplaatsen, ondernemingen of programma's werknemers met een handicap of kansarme werknemers zijn.
  De concessieaankondiging of, in geval van de in artikel 34 bedoelde diensten, de vooraankondiging, moet vermelden dat de concessie wordt voorbehouden met verwijzing naar dit artikel.

  Lichte regeling voor sociale diensten en andere specifieke diensten

  Art. 34. § 1. Met uitsluiting van de overige bepalingen die door de titel 4 zijn opgelegd, is de plaatsing van concessies voor sociale en andere specifieke diensten die voorkomen op de lijst van bijlage V, uitsluitend onderworpen aan de verplichtingen inzake de bekendmaking van een vooraankondiging en een aankondiging van gegunde concessie, bedoeld in de artikelen 42, tweede lid, en 44.
  § 2. Indien mogelijk raadpleegt de aanbesteder verschillende ondernemers naar keuze en nodigt hij hen uit om een offerte in te dienen binnen de redelijke termijn die hij bepaalt, rekening houdend met de complexiteit van de concessieovereenkomst en met de tijd nodig voor het indienen van een offerte. Hij organiseert een procedure met naleving van de bepalingen van titel 3. Op basis van de gunningscriteria die hij in de concessiedocumenten heeft vastgesteld, gunt hij de concessie aan een ondernemer :
  1° wiens offerte voldoet aan de door de aanbesteder in het concessiedocument vastgestelde minimumeisen;
  2° die niet uitgesloten is of kan worden van deelname aan de procedure krachtens de artikelen 50 en 51, rekening houdende met de artikelen 53 en 54.
  De gunningscriteria worden bepaald en toegepast overeenkomstig de bepalingen van artikel 55. Niettemin dient de aanbesteder geen gunningscriteria te bepalen wanneer slechts één enkele ondernemer kan worden geraadpleegd, omdat er geen mededinging is om één van de in artikel 43, § 1, 2°, bedoelde redenen.
  De aanbesteder behandelt de ondernemers die hij uitnodigt om een offerte in te dienen, en, in voorkomend geval, om te onderhandelen, op gelijke wijze. De aanbesteder kan onderhandelen. Het voorwerp van de concessie en de gunningscriteria worden niet gewijzigd. De eventueel opgelegde minimale eisen mogen uitzonderlijk worden gewijzigd in de loop van deze onderhandelingen, mits eerbiediging van de beginselen van gelijkheid en transparantie.
  De bepalingen van artikel 56 betreffende de sluiting van concessieovereenkomsten zijn van toepassing.

  Raming van de waarde van concessies

  Art. 35. De waarde van een concessie wordt gevormd door de totale tijdens de looptijd van de overeenkomst te behalen omzet van de concessiehouder, exclusief belasting op de toegevoegde waarde, zoals deze door de aanbesteder is geraamd, als tegenprestatie voor de werken en diensten die het voorwerp van de concessie uitmaken, en ook voor de bijkomende leveringen die in het kader van deze werken en diensten zijn verricht.
  Deze raming dient geldig te zijn op het ogenblik waarop de concessieaankondiging wordt verzonden of, indien deze aankondiging niet vereist is, op het ogenblik waarop de uitnodigingen om deel te nemen aan de plaatsingsprocedure van de concessie worden verzonden.
  Indien de waarde van de concessie op het ogenblik van de gunning meer dan twintig procent hoger is dan het geraamde bedrag, is voor de toepassing van artikel 3 de passende waarde de waarde van de concessie op het ogenblik van de gunning.
  De geraamde waarde van de concessie wordt berekend volgens een objectieve methode die wordt gespecificeerd in de concessiedocumenten. Bij de berekening van de geraamde waarde van de concessie houden de aanbesteders met name rekening met :
  1° de waarde van elke vorm van optie en de eventuele verlenging van de looptijd van de concessie;
  2° de inkomsten uit de betaling van andere honoraria en boeten door de gebruikers van de werken of diensten dan die welke worden geïnd namens de aanbesteder;
  3° de betalingen of financiële voordelen, in welke vorm dan ook, die door de aanbesteder of een andere overheidsinstantie worden verstrekt aan de concessiehouder, met inbegrip van de compensatie voor de nakoming van een verplichting van openbare dienst en overheidsinvesteringssubsidies;
  4° de waarde van subsidies of andere financiële voordelen, in welke vorm dan ook, van derden voor de uitvoering van de concessie;
  5° de inkomsten uit verkopen van activa die deel uitmaken van de concessie;
  6° de waarde van alle leveringen en diensten die door de aanbesteders aan de concessiehouder ter beschikking worden gesteld, mits deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werken of de verlening van de diensten;
  7° alle prijzen voor of betalingen aan kandidaten of inschrijvers.

  Bijkomende regels met betrekking tot de geraamde waarde van concessieovereenkomsten

  Art. 36. De wijze waarop de geraamde waarde van een concessie wordt berekend, mag niet gekozen zijn vanuit het oogmerk de Europese bekendmaking of de toepassing van deze wet te omzeilen. Een concessie mag niet worden gesplitst om de Europese bekendmaking of de toepassing van deze wet te omzeilen, tenzij objectieve redenen dit rechtvaardigen.
  Indien een voorgenomen werk of dienst aanleiding kan geven tot concessies die in afzonderlijke percelen worden gegund, wordt de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag genomen om de drempel voor de bekendmaking of de toepassing van deze wet te bepalen.
  Wanneer de samengetelde waarde van de percelen gelijk is aan of hoger is dan de in artikel 3, § 1, lid 4, bedoelde drempel, is de Europese bekendmaking van toepassing, alsook de andere bepalingen van deze wet indien deze drempel het toepassingsgebied ervan bepaalt, en dit voor de plaatsing van elk perceel afzonderlijk.

  Looptijd van concessies

  Art. 37. § 1. De looptijd van concessies wordt beperkt. De looptijd wordt door de aanbesteder geraamd op basis van de gevraagde werken of diensten.
  § 2. Voor concessies die langer duren dan vijf jaar, wordt de maximale looptijd van de concessie beperkt tot de periode waarin van een concessiehouder redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij de investeringen die hij heeft gemaakt voor de exploitatie van de werken of diensten, samen met een rendement op het geïnvesteerde vermogen terugverdient, rekening houdend met de investeringen die nodig zijn om de specifieke contractuele doelstellingen te halen.
  Voor de berekening worden zowel de initiële investeringen als de investeringen tijdens de looptijd van de concessie in aanmerking genomen.

  TITEL 4. - Bepalingen die van toepassing zijn op de plaatsing van concessies

  HOOFDSTUK 1. - Beginselen

  Organisatie van de plaatsingsprocedure

  Art. 38. De aanbesteder mag vrij de procedure die tot de keuze van de concessiehouder leidt, naar eigen goeddunken organiseren, mits de bepalingen van deze wet worden nageleefd.
  De plaatsingsprocedure van een concessie moet zodanig worden opgesteld dat de in de artikelen 24, eerste lid en 25, paragraaf 1, genoemde beginselen worden geëerbiedigd. Met name verstrekt de aanbesteder tijdens de plaatsingsprocedure van een concessie geen informatie op een discriminerende wijze die sommige kandidaten of inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

  HOOFDSTUK 2. - Voorbereiding

  Voorafgaande consultaties

  Art. 39. De aanbesteder mag vóór het aanvatten van een plaatsingsprocedure marktconsultaties houden om de minimumeisen van de concessie, de waarde en de looptijd ervan te bepalen, om de plaatsingsprocedure van de concessie voor te bereiden, alsook om de ondernemers op de hoogte te brengen van zijn plannen en eisen.
  Met dit doel mag de aanbesteder bijvoorbeeld het advies van onafhankelijke deskundigen, private of publieke instellingen of van marktdeelnemers inwinnen of ontvangen.
  Voorafgaande marktconsultaties mogen worden gebruikt bij de planning en het verloop van de plaatsingsprocedure, mits dit niet leidt tot een vervalsing van de mededinging en geen aanleiding geeft tot een schending van de beginselen van niet-discriminatie en transparantie.

  Voorafgaande betrokkenheid van een kandidaat of inschrijver

  Art. 40. § 1. Wanneer een kandidaat of inschrijver, of een met een kandidaat of inschrijver verbonden onderneming de aanbesteder heeft geïnformeerd of geadviseerd, al dan niet in het kader van artikel 39, of anderszins betrokken is geweest bij de voorbereiding van de concessie of van de plaatsingsprocedure ervan, neemt de aanbesteder passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de mededinging niet wordt vervalst door de deelneming van die kandidaat of inschrijver.
  In de zin van dit artikel wordt onder "verbonden onderneming" verstaan, elke onderneming waarop een persoon bedoeld in het eerste lid rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kan uitoefenen, of elke onderneming die een overheersende invloed kan uitoefenen op die persoon of die, zoals hij, onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere onderneming uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
  De overheersende invloed wordt vermoed wanneer een onderneming, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van een andere onderneming :
  1° de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming bezit, of
  2° beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of
  3° meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan aanwijzen.
  § 2. De betrokken kandidaat of inschrijver wordt slechts van de procedure uitgesloten indien er geen andere middelen voorhanden zijn om de naleving van het beginsel van gelijke behandeling te verzekeren. Alvorens te kunnen worden uitgesloten, moet de kandidaat of inschrijver evenwel de kans krijgen om door middel van een schriftelijke verantwoording te bewijzen dat zijn voorafgaande betrokkenheid de mededinging niet kan vertekenen.

  Functionele en technische specificaties

  Art. 41. § 1. De technische en functionele specificaties omschrijven de vereiste kenmerken van de werken of diensten die het voorwerp van de concessieovereenkomst vormen.
  Ze worden vermeld in de concessiedocumenten.
  Die kenmerken kunnen ook verwijzen naar het specifieke productie- of uitvoeringsproces van de gevraagde werken of diensten, mits ze samenhangen met het voorwerp van de overeenkomst en in verhouding staan tot de waarde en doelstellingen ervan.
  Deze kenmerken kunnen onder meer slaan op het kwaliteitsniveau, prestaties op het gebied van het milieu, de energie-efficiëntie en het klimaat, de geschiktheid van het ontwerp voor alle eisen, met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en conformiteitsbeoordeling, prestaties, veiligheid of afmetingen, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, markering en etikettering, of gebruiksaanwijzingen.
  Voor alle werken of diensten die bedoeld zijn om door natuurlijke personen te worden gebruikt, moeten deze technische specificaties, uitgezonderd in behoorlijk gemotiveerde gevallen, zodanig worden opgesteld dat rekening wordt gehouden met de criteria inzake toegankelijkheid voor personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers. Indien door middel van een rechtshandeling van de Europese Unie verplichte toegankelijkheidsvoorschriften zijn vastgesteld, worden de technische specificaties bepaald door een verwijzing naar die normen.
  § 2. De technische specificaties bieden de ondernemers gelijke toegang tot de plaatsingsprocedure en mogen er niet toe leiden dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van concessies voor mededinging worden opgeworpen.
  § 3. De technische en functionele specificaties mogen geen verwijzing bevatten naar een bepaald fabricaat of een bepaalde herkomst of een bijzondere werkwijze die kenmerkend is voor de producten of diensten van een bepaalde ondernemer, noch naar een merk, een octrooi, een type of een bepaalde productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten zouden worden bevoordeeld of uitgesloten.
  Deze vermelding of verwijzing is bij wijze van uitzondering alleen toegestaan :
  1° hetzij wanneer geen voldoende nauwkeurige en begrijpelijke omschrijving van het voorwerp van de overeenkomst mogelijk is;
  2° hetzij indien dit door het voorwerp van de overeenkomst gerechtvaardigd is.
  In de in punt 1° bedoelde gevallen moet de vermelding of verwijzing vergezeld gaan van de woorden "of gelijkwaardig".
  § 4. Aanbesteders kunnen een offerte niet afwijzen met als reden dat de aangeboden werken of diensten niet voldoen aan de technische en functionele specificaties waarnaar ze hebben verwezen, indien de inschrijver in zijn offerte met elk passend middel aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze aan de technische en functionele specificaties voldoen.

  HOOFDSTUK 3. - Bekendmaking en transparantie

  Concessieaankondiging

  Art. 42. De aanbesteders laten een concessieaankondiging bekendmaken, behalve in de in artikel 43 bedoelde gevallen.
  Aanbesteders die een concessie wensen te plaatsen voor de in artikel 34 bedoelde diensten, maken hun voornemen hiertoe bekend door een vooraankondiging bekend te maken.
  De Koning bepaalt welke vermeldingen de in het eerste en tweede lid bedoelde concessieaankondigingen en vooraankondigingen moeten bevatten, alsook de wijze van bekendmaking ervan, zowel op Belgisch als op Europees niveau.

  Afwijkingen op de verplichting tot bekendmaking

  Art. 43. § 1. In afwijking van artikel 42, eerste lid, zijn aanbesteders niet verplicht een concessieaankondiging bekend te maken in de volgende gevallen :
  1° wanneer de geraamde waarde van de concessie voor werken die door een aanbestedende overheid of door een overheidsbedrijf in het kader van zijn taken van openbare dienst, wordt geplaatst, zonder belasting over de toegevoegde waarde, niet hoger is dan het door de Koning vastgelegde bedrag;
  2° wanneer de werken of diensten die het voorwerp van de concessie uitmaken, alleen door een bepaalde ondernemer kunnen worden verricht, om een van de volgende redenen :
  a) de concessie heeft als doel het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of een unieke artistieke prestatie;
  b) mededinging ontbreekt om technische redenen;
  c) het bestaan van een exclusief recht;
  d) de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en andere exclusieve rechten dan die welke zijn gedefinieerd in artikel 2, 3°.
  De in de punten b) tot d) genoemde uitzonderingen gelden alleen indien er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de concessie;
  3° wanneer er als reactie op een vorige aankondiging van concessieovereenkomst geen aanvraag tot deelneming of geen geschikte aanvraag tot deelneming, geen offertes of geen geschikte offertes zijn ingediend, mits de initiële voorwaarden van de concessieovereenkomst niet wezenlijk worden gewijzigd en aan de Europese Commissie een verslag wordt toegezonden wanneer zij daarom verzoekt. Een offerte wordt ongeschikt bevonden indien zij niet relevant is voor de concessie, omdat zij, zonder ingrijpende wijzigingen, klaarblijkelijk niet voorziet in de behoeften en eisen van de aanbesteder, zoals omschreven in de concessiedocumenten. Een aanvraag tot deelneming wordt ongeschikt bevonden wanneer de betrokken kandidaat overeenkomstig de artikelen 50, 51 of 52 moet of kan worden uitgesloten, of niet aan de overeenkomstig artikel 48 door de aanbesteder bepaalde selectievoorwaarden voldoet, of nog wanneer de aanvraag tot deelneming een offerte bevat die ongeschikt wordt bevonden om de hierboven aangegeven reden.
  § 2. In het geval bedoeld in paragraaf 1, 1°, past de aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf de in onderhavige paragraaf voorziene procedure toe. Enkel de bepalingen van onderhavige titel 4 waarnaar deze paragraaf verwijst, zijn van toepassing.
  Indien mogelijk raadpleegt de aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf verschillende ondernemers naar keuze en nodigt hen uit om een offerte in te dienen binnen een redelijke termijn die hij bepaalt, rekening houdend met de complexiteit van de concessie en met de tijd nodig voor de indiening van de offerte. Hij organiseert een procedure met naleving van de bepalingen van titel 3. Op basis van de gunningscriteria die hij in het concessiedocument heeft vastgesteld, gunt hij de concessie aan een ondernemer :
  1° wiens offerte voldoet aan de in het concessiedocument vastgestelde minimumeisen, indien deze door de aanbesteder werden opgelegd;
  2° die niet uitgesloten is of kan worden uitgesloten van deelname aan de procedure krachtens de artikelen 50 en 51, rekening houdende met de artikelen 53 en 54;
  3° die voldoet aan de selectievoorwaarden indien de aanbesteder deze in het concessiedocument heeft vastgesteld.
  Indien de aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf selectievoorwaarden bepaalt, gebeurt dit overeenkomstig de bepalingen van artikel 48.
  De gunningscriteria worden vastgelegd en toegepast overeenkomstig de bepalingen van artikel 55.
  Niettemin moet de aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf geen gunningscriteria bepalen wanneer slechts één enkele ondernemer kan worden geraadpleegd, omdat er geen mededinging is om één van de in paragraaf 1, 2°, bedoelde redenen.
  Hij behandelt de ondernemers die hij uitnodigt om een offerte in te dienen, en, in voorkomend geval, om te onderhandelen, op gelijke wijze. De aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf kan onderhandelen. In het kader van deze onderhandelingen kunnen het voorwerp van de concessie, de eventuele selectie- en de gunningscriteria niet worden gewijzigd. De eventuele minimumeisen mogen uitzonderlijk gewijzigd worden in de loop van deze onderhandelingen, mits inachtneming van de beginselen van gelijkheid en transparantie.
  De bepalingen van artikel 56 betreffende de afsluiting van een concessieovereenkomst zijn van toepassing.
  De aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf publiceert een bericht van gunning van de concessieovereenkomst op Belgisch niveau overeenkomstig artikel 44, § 2.
  § 3. In het geval bedoeld paragraaf 1, 2°, kan de aanbesteder onmiddellijk onderhandelen met de enige ondernemer, met naleving van de bepalingen van titel 3 en van de bepalingen van titel 4, met uitzondering van de artikelen 48 en 55.
  § 4. In het geval bedoeld in paragraaf 1, 3°, organiseert de aanbesteder een nieuwe procedure voor de plaatsing van een concessieovereenkomst met naleving van de bepalingen van titel 3 en van de bepalingen van titel 4, zonder verplichting tot nieuwe concessieaankondiging.

  Aankondiging van gegunde concessie

  Art. 44. § 1. De aanbesteders sturen uiterlijk achtenveertig dagen na de sluiting van de concessie een aankondiging van gegunde concessie door voor bekendmaking. Deze omvat de resultaten van de gunningsprocedure van deze concessie.
  Wat betreft de in artikel 34 bedoelde concessies, kunnen de aankondigingen van gegunde concessies evenwel per kwartaal worden gebundeld. In dat geval worden de gebundelde aankondigingen ten laatste dertig dagen na het einde van elk kwartaal verstuurd.
  § 2. De Koning bepaalt welke vermeldingen aankondigingen van gegunde concessies moeten bevatten, alsook de wijze van bekendmaking ervan, zowel op Belgisch als op Europees niveau.
  § 3. Bepaalde informatie met betrekking tot de plaatsing van concessies hoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking ervan de rechtshandhaving in de weg zou staan, of op een andere wijze in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van een bepaalde publieke of particuliere ondernemer, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.

  Elektronische beschikbaarheid van concessiedocumenten

  Art. 45. De aanbesteders bieden met elektronische middelen kosteloze, vrije, rechtstreekse en volledige toegang tot de concessiedocumenten, vanaf de datum van bekendmaking van een concessieaankondiging of, indien de concessieaankondiging geen uitnodiging tot indiening van een offerte omvat, vanaf de datum waarop een uitnodiging tot indiening van een offerte is verzonden. De tekst van de concessieaankondiging of van de uitnodiging vermeldt het internetadres waar de concessiedocumenten toegankelijk zijn.
  Indien, in behoorlijk gemotiveerde gevallen, wegens uitzonderlijke veiligheids- of technische redenen of wegens het bijzonder gevoelige karakter van commerciële gegevens waarvoor een zeer hoog beschermingsniveau nodig is, geen kosteloze, vrije, rechtstreekse en volledige toegang met elektronische middelen tot bepaalde concessiedocumenten kan worden geboden, vermelden aanbesteders in de aankondiging of in de uitnodiging tot indiening van een offerte dat de betrokken concessiedocumenten met andere middelen dan elektronische zullen worden toegezonden en wordt de termijn voor de indiening van offertes verlengd. Deze andere middelen moeten eveneens een gratis toegang aanbieden.
  Mits tijdig aangevraagd verstrekken de aanbesteders of de bevoegde diensten alle kandidaten of inschrijvers die aan de plaatsingsprocedure van de concessie deelnemen, nadere inlichtingen over de concessiedocumenten, uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de offertes.

  HOOFDSTUK 4. - Gunning van concessies

  Procedurele waarborgen

  Art. 46. § 1. Concessies worden gegund op basis van de door de aanbesteder overeenkomstig artikel 55 vastgestelde gunningscriteria, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de offerte is regelmatig en voldoet met name aan de minimumeisen die, in voorkomend geval, door de aanbesteder zijn vastgesteld in de concessiedocumenten. De minimumeisen bevatten de kenmerken en voorwaarden, met name op technisch, materieel, functioneel of juridisch vlak, waaraan elke offerte moet voldoen of moet omvatten;
  2° de inschrijver voldoet aan de selectievoorwaarden die door de aanbesteder in het concessiedocument zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 48 en, in voorkomend geval, de niet-discriminerende objectieve criteria bedoeld in paragraaf 3;
  3° de inschrijver is niet uitgesloten van deelname aan de plaatsingsprocedure krachtens de artikelen 50 tot 52 en onder voorbehoud van artikel 53.
  Indien de aanbesteder vaststelt dat de beste offerte op basis van de gunningscriteria voorziet in voorwaarden voor de uitvoering of exploitatie van de concessie die niet voldoen aan de in artikel 27 vermelde verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal of arbeidsrecht, beslist hij om de concessie niet te gunnen aan de inschrijver van die offerte, tenminste wanneer het een verplichting betreft waarvan de niet-naleving ook strafrechtelijk beteugeld wordt. In de overige gevallen waarbij hij vaststelt dat deze offerte niet voldoet aan de voormelde verplichtingen, kan hij hetzelfde doen.
  De Koning kan de nadere bijkomende regels bepalen op het vlak van het in het eerste lid, 1°, bedoelde regelmatigheidsonderzoek.
  § 2. De aanbesteders zijn verplicht om een omschrijving van de concessie alsook de kwalitatieve selectievoorwaarden op te nemen in de concessieaankondiging. Ze nemen de minimumeisen en een beschrijving van de gunningscriteria op in de concessieaankondiging, de uitnodiging tot indiening van een offerte of de overige concessiedocumenten.
  § 3. De aanbesteder kan het aantal kandidaten of inschrijvers beperken tot een passend aantal, op voorwaarde dat dit gebeurt op transparante wijze en op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria. Het aantal kandidaten of inschrijvers dat wordt uitgenodigd om de plaatsingsprocedure voort te zetten, dient voldoende te zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen.
  § 4. De aanbesteder deelt alle deelnemers de beschrijving van de organisatie van de plaatsingsprocedure mee, alsook een indicatief tijdschema voor de indiening van de offertes. Elke eventuele wijziging wordt aan alle deelnemers meegedeeld, en voor zover zij betrekking heeft op elementen van de concessieaankondiging, aan alle ondernemers bekendgemaakt.
  § 5. De aanbesteder garandeert een passende documentatie van de verschillende fasen van de plaatsingsprocedure op de manier die hij geschikt acht, onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 31, §§ 1 en 2, met betrekking tot de vertrouwelijkheid.
  § 6. De aanbesteder kan met de inschrijvers onderhandelingen voeren. Het voorwerp van de concessie, de minimumeisen en de gunningscriteria mogen niet worden gewijzigd in de loop van de onderhandelingen.
  § 7. De Koning kan de bepalingen van dit artikel aanvullen en nader omschrijven, met name wat betreft de minimuminhoud van de concessiedocumenten.

  Termijnen voor de ontvangst van aanvragen tot deelneming en offertes

  Art. 47. Bij de vaststelling van de termijnen voor de ontvangst van aanvragen tot deelneming of offertes moeten aanbesteders inzonderheid rekening houden met de complexiteit van de concessie en de voor de opstelling van offertes of aanvragen tot deelneming benodigde tijd, onverminderd de in dit artikel vastgestelde minimumtermijnen.
  Wanneer aanvragen tot deelneming of offertes pas kunnen worden ingediend na een bezoek van de locatie of na raadpleging ter plaatse van documenten die tot staving dienen van de concessiedocumenten, worden de termijnen voor de ontvangst van aanvragen tot deelneming of offertes zodanig bepaald dat alle betrokken ondernemers kunnen beschikken over alle voor het opstellen van de aanvragen tot deelneming of offertes benodigde informatie, en zijn deze termijnen in elk geval langer dan de in het derde en vierde lid bepaalde minimumtermijnen.
  De minimumtermijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming, al dan niet vergezeld van de offertes, voor de concessie bedraagt ten minste dertig dagen vanaf de verzenddatum van de concessieaankondiging.
  Wanneer de procedure in opeenvolgende fasen verloopt, bedraagt de termijn voor de ontvangst van de eerste offerte ten minste tweeëntwintig dagen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot indiening van een offerte.
  De termijn voor de ontvangst van offertes kan met vijf dagen worden verkort indien de aanbesteder aanvaardt dat offertes overeenkomstig artikel 32 langs elektronische weg kunnen worden ingediend.

  Selectievoorwaarden

  Art. 48. § 1. De aanbesteders bepalen de selectievoorwaarden van de kandidaten of inschrijvers in de concessieaankondiging. Die voorwaarden :
  1° hebben betrekking op de beroepsbekwaamheid of de technische bekwaamheid en/of de economische of financiële draagkracht van de kandidaten of inschrijvers;
  2° zijn niet-discriminerend en staan in verhouding tot het voorwerp van de concessie;
  3° houden verband met en staan in verhouding tot de noodzaak ervoor te zorgen dat de concessiehouder de concessie kan uitvoeren, rekening houdend met het voorwerp van de concessie en de doelstelling om voor een daadwerkelijke mededinging te zorgen.
  Binnen de voormelde grenzen kunnen de aanbesteders milieugerelateerde of sociale selectievoorwaarden opnemen.
  § 2. De aanbesteders vermelden in de concessieaankondiging welke bewijsstukken de kandidaten of inschrijvers moeten verstrekken om aan te tonen dat zij aan de selectievoorwaarden voldoen.
  Zij leggen het gebruik van een document van voorlopig bewijs op en zorgen ervoor, op onpartijdige en transparante wijze, met inachtneming van het beginsel van gelijke behandeling :
  1° dat de geselecteerde kandidaten voldoen aan de selectievoorwaarden en, in voorkomend geval, aan de regels en criteria voor de beperking van het aantal geselecteerde kandidaten; en
  2° dat de concessie niet wordt gegund aan een inschrijver die niet voldoet aan de selectievoorwaarden.
  § 3. Met inachtneming van het beginsel van gelijke behandeling kunnen aanbesteders de inlichtingen en documenten die kandidaten of inschrijvers hen in de aanvraag tot deelneming of de offerte verstrekken, laten aanvullen, verduidelijken of verbeteren, om aan te tonen dat ze aan de selectievoorwaarden voldoen.
  § 4. De Koning kan de nadere regels voor het vaststellen van de selectievoorwaarden nader omschrijven, alsook deze inzake het bewijs dat voldaan is aan de selectievoorwaarden.

  Draagkracht van derden

  Art. 49. Om te voldoen aan de in artikel 48 bedoelde kwalitatieve selectievoorwaarden, kan een ondernemer in voorkomend geval en voor een bepaalde concessie steunen op de draagkracht van andere instanties, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die instanties. Indien een ondernemer een beroep wenst te doen op de draagkracht van andere instanties, bewijst hij ten behoeve van de aanbesteder dat hij gedurende de hele concessieperiode zal beschikken over de nodige middelen, bijvoorbeeld door een door deze instanties aangegane verbintenis over te leggen. Wat betreft de financiële draagkracht kan de aanbesteder eisen dat de ondernemer en de andere betrokken instanties gezamenlijk instaan voor de uitvoering van de overeenkomst.
  Onder dezelfde voorwaarden en mits hetzelfde voorbehoud kan een combinatie van ondernemers zoals bedoeld in artikel 30 een beroep doen op de draagkracht van leden van de combinatie of van andere instanties.

  Verplichte uitsluitingsgronden die verband houden met een strafrechtelijke veroordeling

  Art. 50. § 1. Tenzij in het geval waarbij de kandidaat of inschrijver, overeenkomstig artikel 53, aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen en behalve om dwingende redenen van algemeen belang, sluit de aanbestedende overheid een kandidaat of inschrijver van deelname aan de plaatsingsprocedure uit, in welk stadium van de procedure ook, wanneer zij heeft vastgesteld of anderszins ervan op de hoogte is dat deze kandidaat of inschrijver door een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde veroordeeld is om een van de volgende misdrijven :
  1° deelneming aan een criminele organisatie;
  2° corruptie;
  3° fraude;
  4° terroristische misdrijven of strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten, of uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit;
  5° het witwassen van geld of de financiering van terrorisme;
  6° kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel;
  7° het tewerkstellen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, dit laatste voor zover het een concessie betreft die wordt geplaatst voor andere activiteiten dan deze bedoeld in bijlage II.
  De Koning kan de voormelde inbreuken preciseren.
  In afwijking van het eerste lid sluit de aanbestedende overheid zelfs bij afwezigheid van een in kracht van gewijsde gegane veroordeling, een kandidaat of inschrijver die illegaal verblijvende onderdanen van derde landen heeft tewerkgesteld uit, zodra deze inbreuk is vastgesteld door een administratieve of rechterlijke beslissing, met inbegrip van een in uitvoering van artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek opgestelde schriftelijke kennisgeving. Deze afwijking doet geen afbreuk aan de in artikel 53 bedoelde mogelijkheid voor de kandidaat of inschrijver om desgevallend corrigerende maatregelen in te roepen.
  De verplichting tot uitsluiting van de kandidaat of inschrijver is ook van toepassing wanneer de bij onherroepelijk vonnis veroordeelde persoon lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van deze kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft. In het geval het een in het derde lid bedoelde inbreuk betreft en bij gebrek aan het voormelde onherroepelijk vonnis, is dezelfde verplichting tot uitsluiting van toepassing, wanneer de betrokken persoon in een administratieve of rechterlijke beslissing staat aangeduid als zijnde een persoon bij wie een inbreuk is vastgesteld op het vlak van het tewerkstellen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft.
  § 2. De in de paragraaf 1, eerste lid, bedoelde uitsluitingen gelden slechts voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van de veroordeling of, wat betreft het in punt 7 bedoelde geval, vanaf de beëindiging van de inbreuk.
  Wanneer zij zich in een geval van verplichte uitsluiting bevinden op de dag die volgt op de uiterste datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de indiening van de offertes, mogen ondernemers niet deelnemen aan concessies, behalve in de uitzonderingsgevallen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid.
  § 3. Overheidsbedrijven en personen die bijzondere of exclusieve rechten genieten, kunnen dit artikel toepassen. In deze gevallen zijn in voorkomend geval ook de bepalingen van de artikelen 53 en 54 van toepassing.

  Verplichte uitsluitingsgronden die verband houden met fiscale en socialezekerheidsverplichtingen

  Art. 51. § 1. Behalve om dwingende redenen van algemeen belang en behoudens de in paragraaf 3 vermelde gevallen, sluit de aanbestedende overheid, in welk stadium van de plaatsingsprocedure ook, een kandidaat of inschrijver uit wanneer deze niet voldoet aan zijn verplichtingen tot betaling van belastingen of socialezekerheidsbijdragen, behalve :
  1° wanneer het onbetaald gebleven bedrag niet hoger is dan het door de Koning te bepalen bedrag; of
  2° wanneer de kandidaat of inschrijver kan aantonen dat hij op een aanbestedende overheid of een overheidsbedrijf een of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn. Deze schuldvorderingen moeten ten minste gelijk zijn aan de achterstallige afbetaling van de fiscale of sociale schulden verminderd met het door de Koning in uitvoering van de bepaling in punt 1° vastgestelde bedrag.
  Indien de aanbestedende overheid vaststelt dat de fiscale dan wel sociale schulden hoger zijn dan het in het eerste lid, 1°, vermelde bedrag, vraagt ze de kandidaat of inschrijver of deze zich in de in het eerste lid, 2°, bedoelde situatie bevindt.
  Indien de aanbestedende overheid vaststelt dat de kandidaat of inschrijver niet voldoet aan zijn verplichtingen tot betaling van belastingen of sociale zekerheidsbijdragen, geeft ze elke ondernemer de kans om zijn verplichtingen na te komen. Ze biedt de ondernemer een termijn van vijf werkdagen om het bewijs van zijn regularisatie te leveren. Die regularisatie mag slechts eenmaal worden doorgevoerd.
  § 2. De Koning bepaalt de in aanmerking te nemen fiscale of sociale schulden.
  § 3. Dit artikel is niet langer van toepassing indien de kandidaat of inschrijver zijn verplichtingen is nagekomen door de verschuldigde belastingen of socialezekerheidsbijdragen, met inbegrip van lopende rente of boeten, in voorkomend geval, te betalen of een bindende regeling tot betaling daarvan aan te gaan, voor zover deze betaling of het sluiten van deze bindende regeling heeft plaatsgevonden vóór het indienen van een aanvraag tot deelneming of een offerte, al naargelang het soort gebruikte plaatsingsprocedure.
  § 4. De overheidsbedrijven en de personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten kunnen dit artikel toepassen. In dit geval zijn de bepalingen van de artikelen 53 en 54 eventueel van toepassing.

  Facultatieve uitsluitingsgronden

  Art. 52. Tenzij in het geval waarbij de kandidaat of inschrijver, overeenkomstig artikel 53, bewijst toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, kan de aanbesteder, in elk stadium van de plaatsingsprocedure, een kandidaat of inschrijver uitsluiten in de volgende gevallen :
  1° wanneer de aanbestedende overheid met elk passend middel kan aantonen dat de kandidaat of inschrijver de in artikel 27 bedoelde toepasselijke verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht, heeft geschonden;
  2° wanneer de kandidaat of inschrijver in staat van faillissement of van vereffening verkeert, zijn werkzaamheden heeft gestaakt, een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, het voorwerp uitmaakt van een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie, of in een vergelijkbare toestand verkeert ingevolge een soortgelijke procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;
  3° wanneer de aanbestedende overheid met elk passend middel kan aantonen dat de kandidaat of inschrijver een ernstige beroepsfout heeft begaan, waardoor zijn integriteit in twijfel kan worden getrokken;
  4° wanneer de aanbestedende overheid over voldoende plausibele aanwijzingen beschikt om te besluiten dat de kandidaat of inschrijver handelingen zou hebben gesteld, overeenkomsten zou hebben gesloten of afspraken zou hebben gemaakt teneinde de mededinging te vertekenen in de zin van artikel 25;
  5° wanneer een belangenconflict in de zin van artikel 26 niet kan worden verholpen met andere minder ingrijpende maatregelen;
  6° wanneer zich wegens de eerdere betrokkenheid van de kandidaat of inschrijver bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure een vertekening van de mededinging als bedoeld in artikel 40 heeft voorgedaan die niet met minder ingrijpende maatregelen kan worden verholpen;
  7° wanneer de kandidaat of inschrijver blijk heeft gegeven van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijke verplichting tijdens een eerdere concessie of een eerdere overeenkomst met een aanbesteder in de zin van deze wet of de wet overheidsopdrachten, en dit geleid heeft tot de stopzetting van de concessie, schadevergoedingen, het nemen van ambtshalve maatregelen of andere vergelijkbare sancties;
  8° wanneer de kandidaat of inschrijver zich schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van informatie die nodig is voor de controle op het ontbreken van uitsluitingsgronden of de naleving van de selectievoorwaarden, die informatie heeft achtergehouden, of niet in staat is de vereiste bewijsstukken over te leggen;
  9° wanneer de kandidaat of inschrijver heeft getracht om het besluitvormingsproces van de aanbesteder onrechtmatig te beïnvloeden, om vertrouwelijke informatie te verkrijgen die hem onrechtmatige voordelen in de plaatsingsprocedure kan bezorgen, of door nalatigheid misleidende informatie heeft verstrekt die een belangrijke invloed kan hebben op beslissingen inzake uitsluiting, selectie of gunning;
  10° in het geval van concessies op defensie- en veiligheidsgebied als bedoeld in de wet defensie en veiligheid, wanneer is vastgesteld, op basis van welk bewijsmiddel ook, in voorkomend geval met beschermde gegevensbronnen, dat de kandidaat of inschrijver niet de betrouwbaarheid vertoont die nodig is om risico's voor de veiligheid van België uit te sluiten.
  De in het eerste lid vermelde uitsluitingen van deelname aan concessies gelden slechts voor een periode van drie jaar vanaf de datum van de betrokken gebeurtenis.
  Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, is de aanbestedende overheid niet gehouden tot nazicht van de facultatieve uitsluitingsgronden in hoofde van de personen die lid zijn van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid hebben.

  Corrigerende maatregelen

  Art. 53. Elke kandidaat of inschrijver die zich in een van de in de artikelen 50 of 52 bedoelde situaties bevindt, mag bewijzen dat de maatregelen die hij heeft genomen voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond. Indien de aanbesteder dat bewijs toereikend acht, wordt de betrokken kandidaat of inschrijver niet uitgesloten van de plaatsingsprocedure.
  Hiertoe bewijst de kandidaat of inschrijver, op eigen initiatief, dat hij eventuele schade als gevolg van strafrechtelijke inbreuken of fouten heeft betaald of heeft toegezegd te zullen vergoeden, dat hij de feiten en omstandigheden heeft opgehelderd door actief mee te werken met de autoriteiten die belast zijn met het onderzoek, en dat hij concrete technische, organisatorische en personeelsmaatregelen heeft genomen die geschikt zijn om verdere strafrechtelijke inbreuken of fouten te voorkomen.
  De door de kandidaat of inschrijver genomen maatregelen worden beoordeeld met inachtneming van de ernst en de bijzondere omstandigheden van de strafrechtelijke inbreuk of fout. Wanneer de maatregelen onvoldoende worden geacht, moet dit vermeld worden in de met redenen omklede beslissing tot uitsluiting.
  Een ondernemer die bij onherroepelijk vonnis is uitgesloten van deelneming aan plaatsingsprocedures van opdrachten of van concessies mag gedurende de duur van de uitsluiting als gevolg van dat vonnis geen gebruik maken van de in dit artikel geboden mogelijkheid in de lidstaten waar het vonnis van kracht is.

  Bepalingen van toepassing op combinaties van ondernemingen en de controle van de uitsluitingsgronden

  Art. 54. § 1. Indien de kandidaat of inschrijver een combinatie van ondernemers is, zijn de artikelen 50 tot 53 van toepassing op ieder lid van die combinatie.
  Indien de kandidaat of inschrijver, of de combinatie van ondernemers die kandidaat of inschrijver is, een beroep doet op de draagkracht van derden om te voldoen aan de selectievoorwaarden, zijn de artikelen 50 tot 53 ook van toepassing op deze derde of derden.
  § 2. De Koning bepaalt de nadere regels voor de controle van de uitsluitingsgronden bedoeld in de artikelen 50 tot 52.

  Gunningscriteria

  Art. 55. § 1. Concessies worden gegund op basis van objectieve criteria die voldoen aan de in de artikelen 24, eerste lid, 25, § 1 en 38 genoemde beginselen en die ervoor zorgen dat de offertes onder voorwaarden van daadwerkelijke mededinging worden beoordeeld, waardoor een algeheel economisch voordeel voor de aanbesteder kan worden vastgesteld.
  § 2. Deze criteria houden verband met het voorwerp van de concessie en verschaffen de aanbesteder geen onbeperkte keuzevrijheid. Zij kunnen onder meer sociale, innovatiegerelateerde of milieucriteria omvatten.
  Deze criteria gaan vergezeld van eisen die het mogelijk maken de door de inschrijvers verstrekte informatie daadwerkelijk te controleren.
  De aanbesteder gaat na of de offertes beantwoorden aan de eisen gesteld bij de gunningscriteria en beoordeelt ze op basis van de gunningscriteria.
  § 3. De gunningscriteria worden vermeld in de concessieaankondiging, de uitnodiging tot indiening van een offerte of de concessiedocumenten, in afnemende volgorde van belangrijkheid.
  Niettegenstaande het eerste lid kan de aanbesteder, wanneer hij een offerte ontvangt waarin een innovatieve oplossing met een uitzonderlijk hoog functioneel prestatieniveau wordt voorgesteld die door een zorgvuldig handelende aanbesteder niet kon worden voorzien, bij wijze van uitzondering de volgorde van de gunningscriteria wijzigen om rekening te houden met deze innovatieve oplossing. In dat geval stelt de aanbesteder alle inschrijvers op de hoogte van de wijziging van de volgorde van belangrijkheid van deze criteria en verzendt hij een nieuwe uitnodiging tot indiening van een offerte, met inachtneming van de in artikel 47, vierde lid, bedoelde minimumtermijnen. Indien de gunningscriteria al zijn opgenomen in de concessieaankondiging, maakt de aanbesteder een nieuwe concessieaankondiging bekend met inachtneming van de in artikel 47, derde lid, bedoelde minimumtermijnen.
  Een wijziging van de volgorde van de criteria mag niet leiden tot discriminatie.

  Sluiting van de concessie

  Art. 56. De aanbesteder bepaalt de nadere regels voor de sluiting van de concessie in de concessiedocumenten.
  Het volgen van een plaatsingsprocedure van een concessie houdt geen verplichting in tot het gunnen of het sluiten van de concessie. De aanbesteder kan zowel afzien van het gunnen of het sluiten van de concessie als de procedure herbeginnen, desnoods op een andere wijze. Indien de concessie is onderverdeeld in meerdere percelen heeft de aanbesteder het recht er slechts enkele te gunnen en eventueel te besluiten de andere op te nemen in één of meer nieuwe concessies, die desnoods op een andere wijze zullen worden geplaatst.

  TITEL 5. - Regels betreffende de uitvoering van concessieovereenkomsten

  Algemene uitvoeringsregels

  Art. 57.[1 § 1. Voor de concessies die worden geplaatst door aanbestedende overheden en overheidsbedrijven in het kader van hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie bepaalt de Koning de algemene uitvoeringsregels, met inbegrip van de regels inzake onderaanneming en, voor de door Hem te bepalen voormelde concessies, de regels inzake het nazicht op het ontbreken van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers alsook de regels omtrent de wijziging van concessies gedurende de looptijd ervan en de bepalingen omtrent het einde van de concessie.
   Voor de door Hem te bepalen concessies als bedoeld in het eerste lid, kan de Koning :
   1° de keten van onderaannemers beperken overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels;
   2° de voorwaarden inzake de erkenning van aannemers overeenkomstig de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken en haar uitvoeringsbesluiten uitbreiden naar alle onderaannemers van de keten.
   Voor de concessies die worden geplaatst door personen die bijzondere of exclusieve rechten genieten of door overheidsbedrijven wanneer deze laatste niet optreden in het kader van hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie, bepaalt de Koning, op het vlak van de uitvoering, de regels inzake wijzigingen aan de concessie, onderaanneming en de bepalingen omtrent het beëindigen van de concessie.
   § 2. Concessies kunnen slechts worden gewijzigd in de door de Koning bepaalde gevallen en volgens de door Hem te bepalen voorwaarden en nadere regels.]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-31/11, art. 56, 002; Inwerkingtreding : 30-06-2017>

  Uitvoeringsvoorwaarden voor de concessie-overeenkomsten

  Art. 58. De aanbesteders bepalen de uitvoeringsvoorwaarden van concessies en de exploitatievoorwaarden van werken en diensten in de concessiedocumenten.
  Ze kunnen voorzien in bijzondere voorwaarden, met name wanneer de concessiehouder een combinatie van ondernemers is, mits deze verband houden met het voorwerp van de opdracht in de zin van artikel 55, § 2, en vermeld zijn in de concessieaankondiging of in de overige concessiedocumenten.
  Deze voorwaarden kunnen verband houden met economische, innovatie- of milieugerelateerde dan wel sociale of arbeidsgerelateerde overwegingen.

  TITEL 6. - Toezicht en rapportage

  Art. 59. § 1. Deze titel is van toepassing op de concessies waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger is dan de in artikel 3, § 1, lid 4, bedoelde drempel.
  § 2. De Koning stelt een aanspreekpunt in voor de samenwerking met de Europese Commissie wat betreft de toepassing van deze titel en van de wetten en besluiten inzake concessies.
  § 3. Het aanspreekpunt is belast, op vraag van de Europese Commissie, met het opstellen van een rapport dat bestemd is voor de Europese Commissie. Dit rapport bevat de resultaten van steekproefsgewijze monitoringactiviteiten inzake de toepassing van de regels betreffende het plaatsen van concessies betreffende :
  - de institutionele organisatie en de betrokken toezichthoudende instanties;
  - de preventie, opsporing en adequate melding van gevallen van fraude, omkoping, belangenvermenging en andere ernstige onregelmatigheden in het kader van de plaatsing van concessies;
  - in voorkomend geval, de meest voorkomende factoren die tot verkeerde toepassing of rechtsonzekerheid leiden, met inbegrip van mogelijke structurele of terugkerende problemen bij de toepassing van de regels;
  - de mate van deelname van kleine en middelgrote ondernemingen, hierna "kmo's", aan de gunningsprocedures van de in de eerste paragraaf bedoelde opdrachten voor concessies;
  - het ter beschikking stellen aan aanbesteders en ondernemers, in het bijzonder kmo's, van informatie over de toepassing van wetten, besluiten en omzendbrieven inzake concessies, alsook over de interpretatie ervan;
  Voor de toepassing van het eerste lid geldt voor "kmo" de ondernemingen waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen euro niet overschrijdt.
  § 4. De Koning kan de in paragraaf 3 bedoelde gegevens die in aanmerking moeten genomen worden bepalen en, in voorkomend geval, door het in paragraaf 2 bedoelde aanspreekpunt kunnen worden opgevraagd bij de aanbesteders die onder de Federale Staat vallen.
  § 5. Op vraag van het aanspreekpunt bezorgen de gemeenschaps- en gewestregeringen hem de resultaten van de steekproefsgewijze monitoringactiviteiten en de informatie, als bedoeld in paragraaf 3, die op hen betrekking heeft.
  Daartoe kunnen de gemeenschaps- en gewestregeringen, ieder wat hen betreft, alle nuttige inlichtingen en informatie opvragen bij de aanbesteders die onder hun bevoegdheden vallen.
  § 6. Het aanspreekpunt is belast met de bekendmaking van de resultaten van de monitoringactiviteiten door middel van passende informatiemiddelen.

  TITEL 7. - Slot-, overgangs- en opheffingsbepalingen

  HOOFDSTUK 1. - Diverse bepalingen

  Berekeningen van de termijnen

  Art. 60. Behoudens tegengestelde bepaling gebeurt de berekening van de termijnen krachtens deze wet overeenkomstig de verordening 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden.

  CPV-nomenclatuur

  Art. 61. De referenties naar de in het kader van de gunning van concessies gebruikte nomenclaturen zijn gebaseerd op de CPV.

  Energie-efficiëntie

  Art. 62. § 1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de concessies van de aanbestedende overheden en dit, zelfs indien ze uitgesloten zijn van het materieel toepassingsgebied van de wet krachtens hoofdstuk 2 van titel 2, maar slechts voor zover het concessies betreft die worden geplaatst voor andere activiteiten dan deze bedoeld in bijlage II.
  § 2. De Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen verwerven wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, uitsluitend producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties. Hetzelfde geldt ten aanzien van de publiekrechtelijke instellingen waarvan ofwel de werkzaamheden in hoofdzaak door een van de eerstgenoemde overheden gefinancierd wordt, ofwel het beheer onderworpen is aan het toezicht van een van die overheden, ofwel de leden van de directie, van de raad van bestuur of van de raad van toezicht voor meer dan de helft door een van die overheden zijn aangewezen. Wat de van de Gewesten of van de Gemeenschappen afhangende publiekrechtelijke instellingen betreft is de verplichting echter slechts van toepassing voor zover het bestuursinstellingen betreft waarvan de werkingssfeer overeenstemt met deze van het Gewest of van de Gemeenschap.
  Voor de toepassing van dit artikel, worden de aanbestedende overheden die onderworpen zijn aan de in het eerste lid bedoelde verplichting, "centrale overheden" genoemd.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "het verwerven van een gebouw" ook de huur en het verwerven van zakelijke rechten op een gebouw verstaan.
  De aanbestedende overheden waarop het eerste lid niet toepasselijk is, overwegen wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, de verwerving van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties.
  Als voorwaarde voor de verwerving van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties geldt dat die in overeenstemming zijn met de kosteneffectiviteit, de economische haalbaarheid, de duurzaamheid in een breder verband, de technische geschiktheid, alsmede met de aanwezigheid van voldoende concurrentie.
  Alle aanbestedende overheden overwegen bij het plaatsen van concessies voor diensten de mogelijkheid energieprestatiecontracten voor de lange termijn te sluiten die energiebesparingen op de lange termijn opleveren.
  § 3. De Koning stelt de nadere regels vast voor de toepassing van paragraaf 2. Daartoe bepaalt Hij onder meer de minimumeisen inzake energie-efficiëntieprestatie voor de door Hem te bepalen producten, diensten en gebouwen.

  Bevoegdheden

  Art. 63. Elke minister kan, binnen de grenzen van zijn bevoegdheden, de beslissingen nemen inzake de plaatsing en uitvoering van concessies voor rekening van de federale overheid en van de instellingen die onder zijn hiërarchisch gezag staan.
  Voor de andere publiekrechtelijke personen dan deze bedoeld in het eerste lid worden de bevoegdheden voor het plaatsen en uitvoeren van concessies uitgeoefend door de overheden en organen bevoegd krachtens de bepalingen van een wet, decreet, ordonnantie, reglement of statuut.
  De bevoegdheden toegekend krachtens het eerste en tweede lid kunnen, voor de bevoegde overheden en organen bedoeld in deze leden, die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren, worden overgedragen binnen de grenzen vastgesteld door de Koning, behalve wanneer een bijzondere wettelijke bepaling deze overdracht regelt.

  Ministerraad

  Art. 64. De koninklijke besluiten welke in uitvoering of met toepassing van deze wet worden vastgesteld, worden in Ministerraad overlegd.

  Machtigingen aan de Koning

  Art. 65. De Koning kan de maatregelen nemen, met inbegrip van de opheffing, aanvulling, wijziging of vervanging van wetsbepalingen, die nodig zijn om de omzetting te verzekeren van de verplichte bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag en de internationale akten die genomen werden krachtens het verdrag en die de concessies betreffen bedoeld in deze wet.
  De maatregelen maken het voorwerp uit van een verslag dat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt voorgelegd.
  De Koning kan tevens de bepalingen van deze wet opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen om te voorzien in de omzetting van niet-verplichte bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag en de internationale akten die genomen werden krachtens dit Verdrag en die betrekking hebben op de concessies bedoeld in deze wet.
  De in het vorige lid vermelde maatregelen maken het voorwerp uit van een wettelijke bekrachtiging binnen de twee jaar na hun inwerkingtreding.

  Overeenstemming met organieke en statutaire bepalingen

  Art. 66. De Koning kan de organieke en statutaire bepalingen in overeenstemming brengen met de bepalingen van deze wet wat de in respectievelijk artikel 2, 1° en 2°, bedoelde aanbestedende overheden en overheidsbedrijven betreft die, krachtens een wet of besluit, onder het hiërarchische gezag of het toezicht van een federale minister staan.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen Gedeeltelijke opheffing van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten

  Art. 67. In de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, worden opgeheven :
  1° artikel 3, 12° ;
  2° artikel 45, tweede lid;
  3° artikel 60, § 2, tweede lid;
  4° de onderafdeling V. "Concessies voor openbare werken", van de afdeling III "Gunningswijzen" van hoofdstuk IV "Gunningsprocedures" van titel 2 "Overheidsopdrachten".

  Erkenning

  Art. 68. De volgende wijzigingen worden aangebracht aan de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken :
  a) in artikel 1, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  "2° de wet betreffende de overheidsopdrachten : de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten";
  b) in artikel 1 wordt een 2° bis ingevoegd, luidende :
  "2° bis de wet defensie en veiligheid : de wet van 13 augustus 2011 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in het domein van defensie en veiligheid";
  c) in artikel 1 wordt een 2° ter ingevoegd, luidende :
  "2° ter de wet betreffende de concessieovereenkomsten : de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten";
  d) artikel 2 wordt vervangen als volgt :
  "Art. 2. Onderhavige wet is van toepassing op :
  1° de overheidsopdrachten voor werken zoals bepaald in artikel 2, 18°, van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, die geplaatst worden door de aanbestedende overheden en de overheidsbedrijven zoals bepaald in artikel 2, 1° en 2° van diezelfde wet;
  2° de overheidsopdrachten voor werken zoals bepaald in artikel 3, 2°, van de wet defensie en veiligheid die geplaatst worden door de aanbestedende overheden en de overheidsbedrijven zoals bepaald in artikel 2, 1° en 2° van diezelfde wet;
  3° de concessies van werken zoals bepaald in artikel 2, 7°, a), van de wet betreffende de concessies, die geplaatst worden door de aanbestedende overheden en de overheidsbedrijven zoals bepaald in artikel 2, 1° en 2° van diezelfde wet;
  4° de opdrachten en concessies voor werken die gesubsidieerd worden ten belope van tenminste vijfentwintig procent of rechtstreeks gefinancierd worden onder welke vorm ook door publiekrechtelijke personen op wie de wet betreffende de overheidsopdrachten, de wet defensie en veiligheid en de wet betreffende de concessieovereenkomsten van toepassing zijn.";
  e) artikel 3 wordt vervangen als volgt :
  "Art. 3. De overheidsopdrachten en de concessies voor werken bedoeld in artikel 2, waarvan de geraamde waarde een bij koninklijk besluit vastgesteld bedrag overschrijden, kunnen slechts uitgevoerd worden door ondernemers, zowel publiek- als privaatrechtelijke, die op het moment van de sluiting van de opdracht of van de concessieovereenkomst :
  1° hetzij te dien einde erkend zijn;
  2° hetzij het bewijs geleverd hebben dat zij de voorwaarden opgelegd door of krachtens deze wet vervullen.
  De opdrachten en de concessies voor werken bedoeld in artikel 2, waarvan de geraamde waarde het bedrag bedoeld in het eerste lid niet overschrijdt, kunnen slechts uitgevoerd worden door ondernemers, zowel publiek- als privaatrechtelijke, die op het moment van de sluiting voldoen aan de voorwaarden voorzien in artikel 4, § 1, 1°, 4° en 7°, van deze wet.";
  f) in artikel 4, § 1, 4°, wordt de a) vervangen als volgt :
  "a) niet, bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan veroordeeld zijn voor :
  - deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis, van het Strafwetboek of in artikel 2 van Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit;
  - omkoping als bedoeld in de artikelen 246 en 250 van het Strafwetboek of in de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn en van artikel 2, lid 1, van Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privésector;
  - fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
  - terroristisch misdrijf of strafbaar feit in verband met terroristische activiteiten als bedoeld in de artikelen 137 van het Strafwetboek of in de zin van respectievelijk de artikelen 1 en 3 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad, dan wel uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit als bedoeld in artikel 4 van genoemd kaderbesluit;
  - witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme of in de zin van artikel 1 van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme;
  - kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel als bedoeld in artikel 433quinquies van het Strafwetboek of in artikel 2 van de richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en van de Raad inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan;
  - elk ander misdrijf dat door zijn aard de beroepsmoraal van de aannemer aantast.";
  g) in artikel 4, § 1, 4°, b), worden de woorden "en de concessies" ingevoegd tussen de woorden "overheidsopdrachten" en "op basis van het artikel";
  h) in artikel 6, worden, in de Nederlandse versie, de woorden "voor aanneming" opgeheven en worden de woorden "of een concessie" ingevoegd tussen de woorden "opdracht" en "van werken";
  i) in artikel 6 worden de woorden "gegund aan" vervangen door de woorden "afgesloten met";
  j) artikel 7, § 3, wordt aangevuld met de woorden "of van de concessie";
  k) in artikel 11, worden de woorden "de tijdelijke verenigingen" vervangen door de woorden "de tijdelijke handelsvennootschappen" en de woorden "de tijdelijke vereniging" door de woorden "de tijdelijke handelsvennootschap";
  l) in artikel 19, § 1, 1°, a), worden de woorden "en concessies" ingevoegd tussen "de woorden "van de opdrachten" en "geplaatst";
  m) artikel 19, § 1, 1°, worden de d) en e) vervangen als volgt :
  "d) niet-naleving van het verbod op handelingen, overeenkomsten of afspraken die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen, zoals respectievelijk voorzien in artikel 5 van de wet betreffende de overheidsopdrachten, in artikel 10 van de wet defensie en veiligheid en in artikel 25, § 2, van de wet betreffende de concessies, met inbegrip van de daden van omkoping die strafbaar worden gesteld door de artikelen 246, 247, 250 en 251 van het Strafwetboek;
  e) het niet-nakomen tijdens de uitvoering van een overheidsopdracht van een van de verplichtingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet betreffende de overheidsopdrachten; in artikel 41, §§ 1 en 3, van de wet defensie en veiligheid en in artikel 27, eerste lid, van de wet betreffende de concessies;";
  n) in artikel 19, § 3, worden de woorden "en concessies" ingevoegd tussen de woorden "overheidsopdrachten" en "in de gevallen bepaald";
  o) in artikel 20 worden de woorden "en van concessies" ingevoegd na de woorden "die uitgesloten zijn van overheidsopdrachten".

  HOOFDSTUK 3. [1 - Overgangsbepalingen en inwerkingtreding]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-04-07/03, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 26-04-2019>
  

  Overgangsbepalingen - Elektronische facturering

  Art. 68/1. [1 De ondernemers kunnen hun facturen elektronisch versturen naar de aanbesteders.
   De aanbesteders ontvangen en verwerken de elektronische facturen die naar hen worden verstuurd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-04-07/03, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-04-2019>
  

  Inwerkingtreding

  Art. 69.Met uitzondering van dit artikel, dat in werking treedt op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, bepaalt de Koning de datum van inwerkingtreding van deze wet.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 30-06-2017 door KB 2017-06-25/01, art. 77)

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - Lijst van de activiteiten als bedoeld in de definitie van de concessie voor werken
  

  
NACE (1) CPV-code
SECTION F BOUWNIJVERHEID
  
Afdeling Groep Klasse Omschrijving Opmerkingen
  
45   Bouwnijverheid Deze afdeling omvat :
  nieuwbouw, restauratiewerk en gewone reparaties.
45000000
 45.1  Het bouwrijp maken van terreinen  45100000
  45.11 Slopen van gebouwen; grondverzet Deze klasse omvat :
  - het slopen van gebouwen en andere bouwwerken;
  - het ruimen van bouwterreinen,
  - grondverzet : graven, ophogen, egaliseren en nivelleren van bouwterreinen, graven van sleuven en geulen, verwijderen van rotsen, grondverzet met behulp van explosieven enz.
  - het geschikt maken van terreinen voor mijnbouw :
  - verwijderen van deklagen en overige werkzaamheden in verband met de ontsluiting van delfstoffen en de voorbereiding van de ontginning.
  Deze klasse omvat voorts :
  - de drainage van bouwterreinen.
  de drainage van land- en bosbouwgrond.
45110000
  45.12 Proefboren en boren Deze klasse omvat :
  - het proefboren en het nemen van bodemmonsters ten behoeve van de bouw of voor geofysische, geologische of dergelijke doeleinden.
  Deze klasse omvat niet :
  - het boren van putten voor de aardolie- of aardgaswinning, zie 11.20;
  - het boren van waterputten, zie 45.25;
  - het delven van mijnschachten, zie 45.25;
  de aardolie- en aardgasexploratie en geofysisch, geologisch en seismisch onderzoek, zie 74.20.
45120000
 45.2  Burgerlijke en utiliteitsbouw; weg- en waterbouw  45200000
  45.21 Algemene bouwkundige en civieltechnische werken Deze klasse omvat :
  - de bouw van alle soorten gebouwen; de uitvoering van civieltechnische werken;
  - bruggen, inclusief die voor verhoogde wegen, viaducten, tunnels en ondergrondse doorgangen;
  - pijpleidingen, kabels en hoogspanningsleidingen over lange afstand;
  - pijpleidingen, kabels en hoogspanningsleidingen in de bebouwde kom;
  - bijkomende werken;
  - het monteren en optrekken van geprefabriceerde constructies ter plaatse.
  Deze klasse omvat niet :
  - diensten in verband met aardolie- en aardgaswinning, zie 11.20;
  - het optrekken van volledige geprefabriceerde constructies van zelfvervaardigde onderdelen, niet van beton, zie 20, 26, 28;
  - bouwwerkzaamheden aan of in stadions, zwembaden, sporthallen, tennisbanen, golfterreinen en andere sportaccommodaties, andere dan het optrekken van gebouwen, zie 45.23;
  - installatiewerkzaamheden, zie 45.3;
  - de afwerking van gebouwen, zie 45.4;
  - architecten en ingenieurs, zie 74.20;
  - projectbeheer voor de bouw, zie 74.20.
45210000
  behalve :
  45213316
  45220000
  45231000
  45232000
  45.22 Dakbedekking en bouw van dakconstructies Deze klasse omvat :
  - de bouw van daken;
  - dakbedekking;
  - het waterdicht maken.
45261000
  45.23 Bouw van autowegen en andere wegen, vliegvelden en sportfaciliteiten Deze klasse omvat :
  - de bouw van autowegen, straten en andere wegen en paden voor voertuigen en voetgangers;
  - de bouw van spoorwegen;
  - de bouw van start- en landingsbanen;
  - bouwwerkzaamheden aan of in stadions, zwembaden, sporthallen, tennisbanen, golfterreinen en andere sportaccommodaties, andere dan het optrekken van gebouwen;
  - het schilderen van markeringen op wegen en parkeerplaatsen.
  Deze klasse omvat niet :
  - voorafgaand grondverzet, zie 45.11.
45212212 en DA03
  45230000
  behalve :
  45231000
  45232000
  45234115
  45.24 Waterbouw Deze klasse omvat :
  - het verrichten of aanleggen van : -waterwegen, haven- en rivierwerken, jachthavens, sluizen, enz.;
  - dammen en dijken;
  - baggerwerk;
  - werkzaamheden onder water.
45240000
  45.25 Overige gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw Deze klasse omvat :
  - gespecialiseerde bouwwerkzaamheden ten behoeve van diverse bouw werken, waarvoor specifieke ervaring of een speciale uitrusting nodig is;
  - bouw van funderingen, inclusief heien;
  - boren en aanleggen van waterputten, delven van mijnschachten;
  - opbouw van niet zelf vervaardigde elementen van staal;
  - buigen van staal;
  - metselen, inclusief zetten van natuursteen;
  - optrekken en afbreken van steigers en werkplatforms, inclusief verhuur van steigers en werkplatforms;
  - bouw van schoorstenen en industriële ovens.
  Deze klasse omvat niet :
  de verhuur van steigers zonder optrekken en afbreken, zie 71.32.
45250000
  45262000
 45.3  Bouwinstallatie  45300000
  45.31 Elektrische installatie Deze klasse omvat :
  de installatie in gebouwen en andere bouwwerken van :
  - elektrische bedrading en toebehoren;
  - telecommunicatiesystemen;
  - elektrischeverwarmingssystemen;
  - antennes;
  - brandalarmsystemen;
  - inbraakalarmsystemen;
  - liften en roltrappen;
  - bliksemafleiders enz.
45213316
  45310000
  behalve :
  45316000
  45.32 Isolatie Deze klasse omvat :
  - het aanbrengen in gebouwen en andere bouwwerken van isolatie materiaal (warmte, geluid, trillingen).
  Deze klasse omvat niet :
  het waterdicht maken, zie 45.22.
45320000
  45.33 Loodgieterswerk Deze klasse omvat :
  - de installatie in gebouwen en andere bouwwerken van :
  - waterleidingen en artikelen voor sanitair gebruik;
  - gasaansluitingen;
  - apparatuur en leidingen voor verwarming, ventilatie, koeling en klimaatregeling;
  - sprinklerinstallaties.
  Deze klasse omvat niet :
  de installatie van elektrischeverwarmingsinstallaties, zie 45.31.
45330000
  45.34 Overige bouwinstallatie Deze klasse omvat :
  - de installatie van verlichtings- en signaleringssystemen voor wegen, spoorwegen, luchthavens en havens;
  de installatie in en aan gebouwen en andere bouwwerken van toebehoren, niet elders geklasseerd.
45234115
  45316000
  45340000
 45.4  Afwerking van gebouwen  45400000
  45.41 Stukadoorswerk Deze klasse omvat :
  het aanbrengen van pleister- en stukadoorswerk (inclusief het aanbrengen van een hechtgrond) aan de binnen- of buitenzijde van gebouwen en andere bouwwerken.
45410000
  45.42 Schrijnwerk Deze klasse omvat :
  - het plaatsen van niet zelf vervaardigde deuren, vensters, kozijnen, inbouwkeukens, trappen, winkelinrichtingen en dergelijke, van hout of van ander materiaal;
  - de binnenafwerking, zoals plafonds, wandbekleding van hout, verplaatsbare tussenwanden enz.
  Deze klasse omvat niet :
  het leggen van parket of andere houten vloerbedekking, zie 45.43.
45420000
  45.43 Vloer- en wandafwerking Deze klasse omvat :
  - het aanbrengen in gebouwen en andere bouwwerken van :
  - vloer- of wandtegels van keramische stoffen, beton of gehouwen steen;
  - parket of andere houten vloerbedekking, tapijt en vloerbedekking van linoleum,
  - rubber of kunststof;
  - vloerbedekking en wandbekleding van terrazzo, marmer, graniet of lei;
  - behang.
45430000
  45.44 Schilderen en glaszetten Deze klasse omvat :
  - het schilderen van het binnen- en buitenwerk van gebouwen;
  - het schilderen van wegen- en waterbouwkundige werken;
  - het aanbrengen van glas, spiegels enz.
  Deze klasse omvat niet :
  de installatie van vensters, zie 45.42.
45440000
  45.45 Overige werkzaamheden in verband met de afwerking van gebouwen Deze klasse omvat :
  - de installatie van particuliere zwembaden;
  - gevelreiniging met behulp van stoom, door middel van zandstralen enz.;
  - overige werkzaamheden in verband met de afwerking van gebouwen, n.e.g.
  Deze klasse omvat niet :
  - het reinigen van het interieur van gebouwen en andere bouwwerken, zie 74.70.
45212212 en DA04
  45450000
 45.5  Verhuur van bouw- of sloopmachines met bedieningspersoneel  45500000
  45.50 Verhuur van bouw- of sloopmachines met bedieningspersoneel Deze klasse omvat niet :
  - de verhuur van bouw- en sloopmachines zonder bedieningspersoneel, zie 71.32.
45500000

(1) Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1). Bij verschillen tussen CPV en NACE is de CPV-nomenclatuur van toepassing.

  Art. N2. Bijlage 2. - Activiteiten uitgeoefend door aanbestedende entiteiten
  1. Wat gas en warmte betreft :
  a) de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbaredienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van gas of warmte;
  b) de gas- of warmtetoevoer aan deze netten.
  De toevoer van gas of warmte aan netten bestemd voor openbaredienstverlening door een overheidsbedrijf of een persoon die bijzondere of exclusieve geniet, wordt niet als een in artikel 2, 4°, van deze wet bedoelde activiteit beschouwd, wanneer alle volgende voorwaarden zijn vervuld :
  i) de productie van gas of warmte door de aanbestedende instantie is het onvermijdelijke resultaat van de uitoefening van een andere activiteit dan de in dit punt of in de punten 2 en 3 van deze bijlage bedoelde activiteiten;
  ii) de toevoer aan het openbare net heeft uitsluitend tot doel deze productie op economisch verantwoorde wijze te exploiteren en stemt overeen met ten hoogste 20 % van de omzet van de aanbestedende instantie berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.
  De toevoer van gas omvat de opwekking/productie van en de groothandel en kleinhandel in gas. De productie van gas in de vorm van winning valt echter onder punt 4 van deze bijlage.
  2. Wat elektriciteit betreft :
  a) de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbaredienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van elektriciteit;
  b) de elektriciteitstoevoer aan deze vaste netten.
  Elektriciteitstoevoer omvat de productie van en de groothandel en kleinhandel in elektriciteit.
  De toevoer van elektriciteit aan netten bestemd voor openbaredienstverlening door een overheidsbedrijf of een persoon die bijzondere of exclusieve geniet, wordt niet als een in artikel 2, 4°, van deze wet bedoelde activiteit beschouwd, wanneer alle volgende voorwaarden zijn vervuld :
  i) de elektriciteitsproductie door de aanbestedende instantie vindt plaats omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit dan de in de punten 1 en 3 van deze bijlage bedoelde activiteiten;
  ii) de toevoer aan het openbare net hangt slechts van het eigen verbruik van de aanbestedende instantie af en heeft niet meer bedragen dan 30 % van de totale energieproductie van de aanbestedende instantie berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaar, met inbegrip van het lopende jaar.
  3. Activiteiten die het ter beschikking stellen of exploiteren van netten bestemd voor openbaredienstverlening op het gebied van vervoer per trein, automatische systemen, tram, trolleybus of autobus of kabel beogen.
  Ten aanzien van vervoerdiensten wordt een net geacht te bestaan indien de dienst wordt verricht onder door een bevoegde instantie van een lidstaat gestelde operationele voorwaarden, zoals de te volgen routes, de beschikbaar te stellen capaciteit of de frequentie van de dienst.
  4. Activiteiten die de exploitatie van een geografisch gebied beogen met het oog op de terbeschikkingstelling aan lucht-, zee- of riviervervoerders van luchthaven-, zeehaven-, binnenhaven- of andere aanlandingsfaciliteiten.
  5. Activiteiten betreffende de verrichting van :
  a. postdiensten;
  b. andere diensten dan postdiensten, op voorwaarde dat dergelijke diensten worden aangeboden door een instantie die ook postdiensten in de zin van dit punt, onder ii), aanbiedt, en dat met betrekking tot de onder de tweede alinea, onder ii), vallende diensten niet is voldaan aan de in artikel 34, lid 1, van Richtlijn 2014/25/EU genoemde voorwaarden.
  Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder :
  i) "postzending" : geadresseerde zending in de definitieve vorm waarin zij moet worden verstuurd, ongeacht het gewicht. Naast brievenpost worden bijvoorbeeld als postzending aangemerkt : boeken, catalogi, kranten, tijdschriften en postpakketten die goederen met of zonder handelswaarde bevatten, ongeacht het gewicht;
  ii) "postdiensten" : diensten welke bestaan in het ophalen, sorteren, vervoeren en bestellen van postzendingen. Deze diensten omvatten zowel diensten die binnen als diensten die buiten het toepassingsgebied van de overeenkomstig Richtlijn 97/67/EG ingestelde universele dienst vallen;
  iii) "andere diensten dan postdiensten" : diensten die op de volgende gebieden worden geleverd :
  1. beheer van postdiensten (diensten die zowel voor als na de zending worden geleverd, inclusief "mailroom management services");
  2. diensten die geen betrekking hebben op onder a) vallende postdiensten, zoals niet-geadresseerde direct mail.
  6. Activiteiten die de exploitatie van een geografisch gebied beogen met het oog op :
  a. de winning van olie of gas;
  b. de prospectie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen.

  Art. N3. Bijlage 3. - Lijst van de in artikel 2, 3°, van de Wet bedoelde rechtshandelingen
  In deze bijlage worden de procedures opgesomd die voor toereikende voorafgaande transparantie zorgen, voor het verlenen van vergunningen op basis van andere wetgevingshandelingen van de Europese Unie die geen "bijzondere of uitsluitende rechten" in de zin van deze richtlijn vormen :
  a) het verlenen van een vergunning om aardgasinstallaties te exploiteren in overeenstemming met de procedures vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2009/73/EG;
  b) een vergunning of uitnodiging tot het doen van een offerte voor de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie in overeenstemming met Richtlijn 2009/72/EG;
  c) het verlenen van vergunningen met betrekking tot een postdienst die niet is voorbehouden en niet zal worden voorbehouden, in overeenstemming met de procedures vastgesteld in artikel 9 van Richtlijn 97/67/EG;
  d) een procedure voor het verlenen van een vergunning voor activiteiten die de exploitatie van koolwaterstoffen inhouden, in overeenstemming met Richtlijn 94/22/EG;
  e) openbaredienstcontracten in de zin van Verordening (EG) nr. 1370/2007 voor het aanbieden van openbare personenvervoersdiensten per bus, tram, spoor of metro, die overeenkomstig artikel 5, lid 3, van die verordening op basis van een aanbestedingsprocedure zijn gegund, mits de duur ervan in overeenstemming is met artikel 4, lid 3 of lid 4, van de verordening.

  Art. N4. Bijlage 4. - Lijst van de in artikel 27 van de Wet bedoelde internationale overeenkomsten
  IAO-Verdrag 87 betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht;
  IAO-Verdrag 98 betreffende de toepassing van de beginselen van het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen;
  IAO-Verdrag 29 betreffende de gedwongen of verplichte arbeid;
  IAO-Verdrag 105 betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid;
  IAO-Verdrag 138 betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces;
  IAO-Verdrag nr. 111 betreffende discriminatie in arbeid en beroep;
  IAO-Verdrag 100 betreffende gelijke beloning;
  IAO-Verdrag 182 over de ernstigste vormen van kinderarbeid;
  Verdrag van Wenen ter bescherming van de ozonlaag en het bijbehorende Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken;
  Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan (Verdrag van Bazel);
  Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen (POPs-verdrag van Stockholm);
  Verdrag inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel (UNEP/FAO) (PIC-Verdrag), en de 3 regionale protocollen.

  Art. N5. Bijlage 5. - Diensten die onder de soepelere regeling van artikel 34 van de Wet vallen
  

  
Beschrijving CPV-Code
79611000-0; 75200000-8; 75231200-6; 75231240-8; 79622000-0 [Diensten voor de terbeschikkingstelling van huishoudelijke hulp]; 79624000-4 [Diensten voor de terbeschikkingstelling van verpleegkundig personeel] en 79625000-1 [Diensten voor de terbeschikkingstelling van medisch personeel] van 85000000-9 tot en met 85323000-9; 85143000-3
  98133100-5, 98133000-4, 98200000-5 en 98500000-8 [Particuliere huishoudens met personeel] en 98513000-2 tot en met 98514000-9 [Personeelsdiensten voor huishoudens, Uitzendkrachtdiensten voor huishoudens, Kantoorpersoneelsdiensten voor huishoudens, Tijdelijk personeel voor huishoudens, Thuishulpdiensten en Huishoudelijke diensten]
Gezondheidszorg en maatschappelijke en aanverwante dienstverlening
85321000-5 en 85322000-2, 75000000-6 [Diensten voor openbaar bestuur, defensie en sociale verzekering], 75121000-0, 75122000-7, 75124000-1; van 79995000-5 tot en met 79995200-7; van 80000000-4 [Diensten voor onderwijs en opleiding] tot en met 80660000-8; van 92000000-1 tot en met 92342200-2; van 92360000-2 tot en met 92700000-8;
  79950000-8 [Organiseren van tentoonstellingen, beurzen en congressen], 79951000-5 [Organiseren van seminars], 79952000-2 [Diensten voor het organiseren van evenementen], 79952100-3 [Diensten voor het organiseren van culturele evenementen], 79953000-9 [Diensten voor het organiseren van festivals], 79954000-6 [Diensten voor het organiseren van feesten], 79955000-3 [Diensten voor het organiseren van modeshows], 79956000-0 [Diensten voor het organiseren van beurzen en tentoonstellingen
Administratieve, sociale, onderwijs-, gezondheidszorg- en culturele diensten
75300000-9 Diensten voor verplichte sociale verzekering
75310000-2, 75311000-9, 75312000-6,
  75313000-3, 75313100-4, 75314000-0,
  75320000-5, 75330000-8, 75340000-1
Uitkeringsdiensten
98000000-3; 98120000-0; 98132000-7; 98133110-8 et 98130000-3 Overige gemeenschaps-, sociale en persoonlijke diensten, met name diensten verleend door vakbonden, door politieke organisaties, door jongerenverenigingen, alsmede diverse diensten door ledenverenigingen
98131000-0 Religieuze diensten
55100000-1 tot en met 55410000-7; 55521000-8 tot en met 55521200-0
  [55521000-8 Cateringdiensten voor particulieren, 55521100-9
  Warmemaaltijddiensten, 55521200-0 Maaltijdbezorgingsdiensten].
  55520000-1 Cateringdiensten, 55522000-5 Catering voor transportbedrijven, 55523000-2 Catering voor ondernemingen of instellingen, uitgezonderd transportbedrijven, 55524000-9 Catering voor scholen
  55510000-8 Kantinediensten, 55511000-5 Diensten voor kantines en andere niet-openbare cafetaria's, 55512000-2 Kantinebeheer, 55523100-3 Verstrekken van schoolmaaltijden
Hotels en restaurants
79100000-5 tot en met 79140000-7; 75231100-5 Juridische dienstverlening, voor zover niet uitgesloten overeenkomstig artikel 6, 4°
75100000-7 tot en met 75120000-3; 75123000-4; 75125000-8 tot en met 75131000-3 Andere administratieve diensten en overheidsdiensten
75200000-8 tot en met 75231000-4 Diensten ten behoeve van de gemeenschap
75231210-9 tot en met 75231230-5; 75240000-0 tot en met 75252000-7; 794300000-7; 98113100-9 Gevangenis- en aanverwante diensten, diensten voor openbare orde en reddingsdiensten, voor zover niet uitgesloten ingevolge artikel 6, 7°
79700000-1 tot en met 79721000-4 [Opsporings- en beveiligingsdiensten, Beveiligingsdiensten, Diensten voor alarmbewaking, Bewakingsdiensten, Surveillancediensten, Diensten voor opsporingssysteem, Diensten voor het opsporen van voortvluchtigen, Patrouillediensten, Diensten voor het verstrekken van identificatiebadges, Onderzoeksdiensten en Diensten van detectivebureau]
  79722000-1 [Grafologische diensten], 79723000-8 [Diensten voor afvalanalyse]
Opsporings- en beveiligingsdiensten
64000000-6 [Post- en telecommunicatiediensten], 64100000-7 [Post- en koeriersdiensten], 64110000-0 [Postdiensten], 64111000-7 [Postdiensten voor kranten en tijdschriften], 64112000-4 [Brievenpostdienst], 64113000-1 [Pakketpostdienst], 64114000-8 [Postkantoordiensten], 64115000-5 [Verhuur van postbussen], 64116000-2 [Poste-restantediensten], 64122000-7 [Interne kantoorbodediensten] Postdiensten
50116510-9 [Coveren van banden], 71550000-8 [Smederijdiensten] Diverse diensten
98900000-2 [Diensten verleend door extraterritoriale organisaties en instanties] en 98910000-5 [Diensten specifiek voor internationale organisaties] Internationale diensten


Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 17 juni 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
Ch. MICHEL
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie,
K. PEETERS
De Minister van Defensie,
S. VANDEPUT
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
originele versie
  • WET VAN 07-04-2019 GEPUBL. OP 16-04-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 31; 32/1; 32/2; 68/1)
  • originele versie
  • WET VAN 31-07-2017 GEPUBL. OP 11-08-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 57)
  • -------------------------------------INWERKINGTREDING DOOR-------------------------------------
    originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 25-06-2017 GEPUBL. OP 29-06-2017

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 54-1708 - 2015/2016 : 001 : Wetsontwerp. 002 : Verslag. 003 : Tekst aangenomen door de commissie. 004 : Amendementen. 005 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd Zie ook : Integraal verslag : 26 mei 2016.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 8 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie