J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
24 MAART 2016. - Samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende oprichting van een bemiddelende instantie in het kader van de elektronische tolheffingssystemen op het grondgebied van de drie gewesten

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST.WAALSE OVERHEIDSDIENST
Publicatie : 10-06-2016 nummer :   2016202971 bladzijde : 35515       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-03-24/26
Inwerkingtreding : 01-04-2016

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2014A31338       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Oprichting van de bemiddelende instantie
Art. 2
HOOFDSTUK III. - Opdrachten
Art. 3-5
HOOFDSTUK IV. - Samenstelling
Art. 6
HOOFDSTUK V. - Procedure
Art. 7-10
HOOFDSTUK VI. - Aanwezigheidsquorum en wijze van beraadslaging
Art. 11
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen
Art. 12-13

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit samenwerkingsakkoord, wordt verstaan onder :
  1° concessiehouder : de publieke of private rechtspersoon die het beheer van de weg of een gedeelte van de weg van de wegbeheerder in concessie heeft gekregen;
  2° beschikking 2009/750/EG : de beschikking van de Europese Commissie van 6 oktober 2009 tot definiëring van de Europese elektronische tolheffingsdienst en de bijbehorende technische onderdelen;
  3° lidstaat : elke lidstaat die de adressaat is van de beschikking 2009/750/EG;
  4° partijen : de dienstverlener(s), de tolheffende instantie(s) en/of Viapass in het kader van een geschil dat tussen hen rijst;
  5° tol of tolheffing : elke elektronische heffing die wordt geheven voor een afgebakend tolgebied binnen België;
  6° tolheffende instantie : de instantie die een elektronisch tolheffingssysteem heeft uitgebouwd en voor de kilometerheffing specifiek :
  - het gewest in het geval dat de kilometerheffing wordt geheven als belasting op de niet geconcedeerde wegen;
  - de concessiehouder in het geval dat de kilometerheffing wordt geheven als concessietolgeld op de geconcedeerde wegen;
  7° dienstverlener : elke door een tolheffende instantie op haar tolgebied aanvaarde juridische entiteit, die een dienst aanbiedt van elektronische registratie van afgelegde kilometers en/of berekening van de verschuldigde tolheffing op deze geregistreerde afstand en/of facturatie aan heffingsplichtigen, inning, en afdracht aan de tolheffende instantie(s), van de tolheffing op basis van door een elektronische registratievoorziening geregistreerde gegevens, evenals elke juridische entiteit die een acceptatieproces heeft opgestart om als zodanig te kunnen optreden;
  8° tolgebied : een deel van het Belgisch wegennet met inbegrip van structuren zoals een tunnel, een brug, of een veerpont waarvoor door een tolheffende instantie tol wordt geïnd of waarop tol kan worden geïnd, maar het tarief nul eurocent bedraagt;
  9° Viapass : het interregionaal samenwerkingsverband opgericht bij het samenwerkingsakkoord van 31 januari 2014 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest "betreffende de invoering van de kilometerheffing op het grondgebied van de drie gewesten en tot oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven Interregionaal Samenwerkingsverband Viapass onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen".

  HOOFDSTUK II. - Oprichting van de bemiddelende instantie

  Art. 2. Een onafhankelijke bemiddelende instantie belast met de opdrachten zoals gedefinieerd in artikelen 3 tot 5 van het voorliggend samenwerkingsakkoord wordt opgericht.
  Haar zetel is gevestigd in het administratief arrondissement van Brussel-Hoofdstad.

  HOOFDSTUK III. - Opdrachten

  Art. 3. De bemiddelende instantie neemt kennis van de geschillen tussen, enerzijds, de dienstverleners en, anderzijds, de tolheffende instantie(s) en/of Viapass, in het kader van hun onderhandelingen of contractuele relaties.
  De bemiddelende instantie is met name bevoegd om te onderzoeken of de contractuele voorwaarden die door de tolheffende instanties worden opgelegd aan verschillende dienstverleners niet-discriminerend zijn en de kosten en risico's van de partijen bij de overeenkomst op rechtvaardige wijze weerspiegelen.

  Art. 4. De bemiddelende instantie wisselt informatie uit met de bemiddelende instanties van andere lidstaten over haar werkzaamheden, richtsnoeren en praktijken.

  Art. 5. Zonder afbreuk te doen aan artikel 10, stelt de bemiddelende instantie een jaarlijks activiteitenverslag op dat wordt bekendgemaakt.

  HOOFDSTUK IV. - Samenstelling

  Art. 6. § 1. De bemiddelende instantie is samengesteld uit drie leden, aangeduid door de drie gewestparlementen. Het betreft :
  1° één lid benoemd door het Vlaamse Parlement;
  2° één lid benoemd door het Parlement van het Waalse Gewest;
  3° één lid benoemd door het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  De bemiddelende instantie wordt voorgezeten door één van de leden die de titel van voorzitter voert. Het voorzitterschap wordt beurtelings uitgeoefend per periode van 2 jaar.
  § 2. De leden zijn onafhankelijk en ontvangen van geen enkele autoriteit instructies in het kader van de uitvoering van hun opdrachten. Ze kunnen niet ontheven worden van hun taak, omwille van daden die ze stellen of meningen die ze uiten in het kader van hun functies, behoudens in geval hun daden of de uiting van hun meningen beantwoorden aan een strafrechtelijke inbreuk.
  § 3. Voor de in het Duits behandelde zaken, worden de leden bijgestaan door het personeelslid bedoeld in artikel 11, § 2, lid 4 van het samenwerkingsakkoord van 3 februari 2011 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap houdende oprichting van een gemeenschappelijke ombudsdienst voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, dat over een grondige kennis van het Duits beschikt.

  HOOFDSTUK V. - Procedure

  Art. 7. § 1. Een geschil wordt bij de bemiddelende instantie aanhangig gemaakt door een dienstverlener, een tolheffende instantie of Viapass in volgende gevallen :
  1° wanneer zij stoten op moeilijkheden bij de contractuele onderhandelingen die ze voeren om een overeenkomst te sluiten die aan de dienstverlener toegang zou verlenen tot de tolgebieden van de tolheffende instanties;
  2° wanneer zij stoten op moeilijkheden in de loop van de uitvoering van de overeenkomst die de partijen verbindt en die aan de dienstverlener toegang heeft verleend tot de tolgebieden van de tolheffende instanties.
  Het aanhangig maken bij de bemiddelende instantie doet geen afbreuk aan de rechtsmacht van de hoven en rechtbanken.
  Het aanhangig maken van het geschil bij de bemiddelende instantie dient vergezeld te zijn van alle documenten die nuttig zijn voor de bemiddeling.
  § 2. Zodra een geschil per aangetekend schrijven met ontvangstmelding bij de bemiddelende instantie aanhangig wordt gemaakt, meldt zij ontvangst van het verzoek tot bemiddeling aan diegene of diegenen die het hebben ingediend en nodigt hen uit tot het overschrijven van een bedrag van maximaal 5.000 euro op een rekening bepaald door de instantie. Op straffe van onontvankelijkheid van het verzoek tot bemiddeling, moet dit bedrag worden voldaan door diegene of diegenen die het geschil aanhangig hebben gemaakt bij de instantie, binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de uitnodiging tot betaling. Dit bedrag heeft als doel de kosten die betrekking hebben op de dossierbehandeling op forfaitaire wijze te dekken.
  Het bedrag wordt initieel bepaald op 5.000 euro en kan worden aangepast krachtens een uitvoerend samenwerkingsakkoord zoals bedoeld in art. 92 bis, § 1, laatste lid van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 ter hervorming van de instellingen.
  § 3. De bemiddelende instantie maakt een kopie van het verzoekschrift over aan de andere betrokken partijen die het geschil niet aanhangig hebben gemaakt bij de bemiddelende instantie.
  § 4. Binnen een termijn van één maand vanaf het aanhangig maken, brengt de bemiddelende instantie ter kennis of zij over de voor de bemiddeling nodige documenten beschikt. De bemiddelende instantie kan de partijen evenals derden die betrokken zijn bij de dienstverlening ten allen tijde om iedere relevante aanvullende informatie vragen. De bemiddelende instantie kan deze personen gelasten om, binnen een dwingende termijn die zij bepaalt, antwoord te geven.
  § 5. De bemiddelende instantie kan een beroep doen op onafhankelijke experten, al dan niet op vraag van de partijen.
  De expertisekosten gedragen door de partij, die om de expertise verzocht.
  Wanneer meerdere partijen om een expertise verzoeken, worden de kosten gedeeld door deze partijen in gelijke delen.
  Als de vraag afkomstig is van de bemiddelende instantie worden de kosten verdeeld volgens volgende verdeelsleutel :
  - Vlaams Gewest: 54 %;
  - Waalse Gewest: 40 %;
  - Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 6 %.
  § 6. Op vraag van de partijen, dienen zij te worden gehoord door de bemiddelende instantie.

  Art. 8. De bemiddelende instantie tracht de afwijkende standpunten van de partijen te verzoenen. Met dat doel kan zij aanbevelingen doen of voorstellen van standpunt aanbrengen aan de tolheffende instanties, Viapass of de dienstverlener(s).
  Bij gebrek aan een verzoening tussen de partijen, verleent de instantie een gemotiveerd en niet bindend advies ten laatste zes maanden na indiening van het verzoek om bemiddeling.

  Art. 9. De bemiddelende instantie stelt een reglement van inwendige orde op. Dat wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  Het reglement van inwendige orde bepaalt onder andere de modaliteiten voor de oproeping van de leden welke op verzoek van de Voorzitter moet plaatsvinden. De agenda van de vergaderingen en alle ter voorbereiding ervan nuttige documenten worden meegedeeld aan de leden samen met de oproeping.

  Art. 10. § 1. De leden van de bemiddelende instantie zijn tot geheimhouding verplicht. Zonder afbreuk te doen aan de hen door de wet opgelegde verplichtingen, kunnen de leden van de bemiddelende instantie de feiten waarvan zij kennis nemen uit hoofde van hun functie niet openbaar maken. Zij kunnen door de partijen niet als getuige worden geroepen in een burgerlijke of administratieve procedure betreffende de feiten waarvan zij kennis hebben genomen in de loop van de bemiddelingsprocedure voor de bemiddelende instantie.
  Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op de leden van de bemiddelende instantie.
  § 2. De documenten opgesteld en de gedane communicaties voor de bemiddelende instantie en voor de noden van de bemiddeling zijn vertrouwelijk. Deze kunnen niet worden gebruikt in een gerechtelijke, administratieve of arbitrale procedure, of iedere andere procedure, die tot doel heeft geschillen te beslechten en zijn niet ontvankelijk als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke erkenning. De vertrouwelijkheidsplicht kan slechts worden opgeheven mits het akkoord van de partijen.
  De vertrouwelijke documenten die desondanks worden bekendgemaakt of waarop de partij zich beroept met schending van de vertrouwelijkheidsplicht worden van ambtswege geweerd uit de debatten.
  § 3. De derden en de experten bedoeld in artikel 7, § 4 en § 5, zijn gehouden tot de vertrouwelijkheidsplicht zoals bedoeld in § 1 van dit artikel.

  HOOFDSTUK VI. - Aanwezigheidsquorum en wijze van beraadslaging

  Art. 11. De bemiddelende instantie kan slechts rechtsgeldig zetelen indien de drie leden aanwezig zijn.
  Het advies en de aanbeveling bedoeld in artikel.

  HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen

  Art. 12. Artikel 19, § 3, 10°, van het samenwerkingsakkoord van 31 januari 2014 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest "betreffende de invoering van de kilometerheffing op het grondgebied van de drie gewesten en tot oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven Interregionaal Samenwerkingsverband "Viapass" onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen" wordt opgeheven.

  Art. 13. Het voorliggend akkoord heeft uitwerking met ingang van 1 april 2016.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gedaan te Brussel, op 24 maart 2016, in 3 originele exemplaren, In het Nederlands en het Frans.
Voor het Vlaamse Gewest :
De Minister-President van de Vlaamse Regering, en Vlaamse Minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed,
G. BOURGEOIS
De Vice-minister-President van de Vlaamse Regering en Vlaamse Minister van Begroting, Financiën en Energie,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Vlaamse Minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn,
B. WEYTS
De Vlaamse Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,
Mevr. J. SCHAUVLIEGE
Pour la Région wallonne :
Le Ministre-Président,
P. MAGNETTE
Le Ministre des Travaux publics, de la Santé, de l'Action sociale et du Patrimoine,
M. PREVOT
Le Ministre du Budget, de la Fonction publique et de Simplification administrative,
C. LACROIX
Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
De Minister-President van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
R. VERVOORT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting en Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL
De Brusselse Minister van Mobiliteit en Openbare Werken,
P. SMET
De Brusselse Minister van Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie,
Mevr. C. FREMAULT

Begin Eerste woord Laatste woord
Inhoudstafel
Franstalige versie