J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2016/02/15/2016022054/justel

Titel
15 FEBRUARI 2016. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de beroepsorganisaties van kinesitherapeuten moeten voldoen om als representatief te worden erkend evenals van de nadere regelen betreffende de verkiezingen van vertegenwoordigers van de kinesitherapeuten in sommige beheersorganen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 19-02-2016 nummer :   2016022054 bladzijde : 12320       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2016-02-15/05
Inwerkingtreding : 19-02-2016

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2012022048       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-10

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. § 1. Om als representatief te worden erkend zoals bedoeld in artikelen 211, § 2, en 212 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, moeten de beroepsorganisaties van de kinesitherapeuten voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° statutair de verdediging van de beroepsbelangen van alle kinesitherapeuten tot hoofddoel hebben;
  2° zich statutair richten tot de kinesitherapeuten van ten minste twee gewesten, bedoeld in artikel 3 van de Belgische Grondwet;
  3° statutair van de aangesloten kinesitherapeuten jaarbijdragen innen gelijk aan minimaal het bedrag van wat wordt toegekend aan de ambtenaren van de federale overheid ingevolge de wet van 1 september 1980 betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector onverminderd de bepalingen die gelden voor kinesitherapeuten die minder dan vijf jaar gerepertorieerd zijn bij het Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering, hieronder "RIZIV" genoemd;
  4° aantonen dat wordt beantwoord aan de vorengenoemde bepalingen, minstens voor de twee kalenderjaren die voorafgaan aan het kalenderjaar waarin de datum waarop de kiezerslijst wordt opgesteld;
  5° voor het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar met de in 4° voorziene datum minstens 1.000 individueel aangesloten leden-kinesitherapeuten, gerepertorieerd bij het RIZIV, tellen die in orde zijn met de betaling van de in 3° bepaalde bijdrage.
  § 2. Een groepering van beroepsorganisaties van kinesitherapeuten - hieronder "groepering" genoemd - die een onderlinge overeenkomst sluiten met het oog op een gemeenschappelijke vertegenwoordiging in de organen van het RIZIV kan als representatief worden erkend indien voldaan is aan de volgende voorwaarden :
  A. 1° de beroepsorganisatie die het grootste aantal leden telt, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 1, 1°, 2°, 3° en 4° en de andere beroepsorganisatie(s) voldoet/voldoen aan de voorwaarde bedoeld in § 1, 3°, en toont/tonen aan dat ze minstens voor het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar met de in paragraaf 1,4° voorziene datum, de beroepsbelangen van alle kinesitherapeuten verdedigt/verdedigen;
  2° de onderlinge overeenkomst vermeldt de verdeling van de mandaten behaald bij de verkiezingen.
  B. voor het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar met de in paragraaf 1, 4° voorziene datum, telt de groepering minstens 1.000 individueel aangesloten leden-kinesitherapeuten, gerepertorieerd bij het RIZIV, die in orde zijn met de betaling van de in paragraaf 1, 3°, bepaalde bijdrage betalen.
  § 3. Voor de toepassing van § 1, 5°, en § 2, B, mag per kinesitherapeut slechts één lidmaatschap per beroepsorganisatie en/of per groepering in aanmerking genomen worden.
  § 4. De beroepsorganisaties of de groeperingen die als representatief willen erkend worden, zenden daartoe een aanvraag en de gegevens betreffende de voorwaarden vermeld in § 1 of § 2 aan de leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV samen met de naam waaronder ze aan de verkiezingen willen deelnemen, en, wat betreft de groepering bedoeld in § 2, een voor eensluidend verklaarde kopie van de onderlinge overeenkomst.
  De leidend ambtenaar neemt in overleg met de betrokken organisaties of groeperingen alle noodzakelijke maatregelen indien meerdere beroepsorganisaties of groeperingen onder dezelfde naam of onder verwarringstichtende namen aan de verkiezingen willen deelnemen.
  De gegevens die door de beroepsorganisaties of de groeperingen verstrekt zijn, worden gecontroleerd, meer bepaald via steekproeven, op hun administratieve zetel, door een gerechtsdeurwaarder aangeduid door de leidend ambtenaar van de Dienst Geneeskundige verzorging gepaard met twee attachés-sociale inspecteurs van verschillende taalrol aangeduid door de leidend ambtenaar van de Dienst voor Administratieve Controle van het RIZIV. Om de controles die ze betreffen, bij te wonen, kunnen de beroepsorganisaties of de groeperingen een gerechtsdeurwaarder aanduiden. De controle van de gegevens betreffende de leden van de beroepsorganisaties of groeperingen wordt gedaan op basis van de ledenlijsten die elektronisch en volgens een door de attachés-sociale inspecteurs vastgesteld uniek model, door de kandidaat- beroepsorganisaties of groeperingen opgeleverd worden. Dit model zal, uiterlijk op de datum waarop de kiezerslijst door Ons wordt opgesteld, op de website van het RIZIV worden geplaatst opdat men het kan downloaden.
  Deze ledenlijst(en) zullen minstens het in § 1, 5° vereiste minimumaantal aangesloten kinesitherapeuten bevatten alsook de volgende elementen :
  - in alfabetische orde, de naam, de voornaam en het RIZIV-identificatienummer van de leden;
  - de naam van de organisatie waarbij zij zijn aangesloten;
  - de datum waarop de bijdrage werd betaald voor het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de datum waarop de kiezerslijst wordt opgesteld, door Ons wordt vastgelegd;
  - de betaalde bedragen, opgesplitst per bijdragecategorie;
  - de verwijzing naar het betalingsbewijs of het desbetreffende boekhoudkundig bewijs;
  - het aantal kinesitherapeuten waarvan de gegevens worden vermeld.
  De processen-verbaal van deze controles worden overgemaakt aan de leidend ambtenaar van de Dienst voor Geneeskundige Verzorging. Hij beslist voor elke beroepsorganisatie of groepering of zij al dan niet aan de voorwaarden voldoet en geeft aan elke beroepsorganisatie en groepering kennis van zijn beslissing. Tegen de beslissing betreffende de representativiteit kan, binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de betekening ervan, beroep worden ingesteld bij de Minister bevoegd voor Sociale Zaken.
  § 5. Opdat de continuïteit van de werking van de in artikel 5 bedoelde organen wordt gewaarborgd, behouden de op grond van een verkiezing als representatief erkende beroepsorganisaties en groeperingen hun erkenning totdat de nieuwe mandaten op grond van de volgende verkiezing worden toegekend.
  § 6. De praktische organisatie met betrekking tot de uitvoering van dit artikel wordt bepaald door de Minister bevoegd voor Sociale Zaken.

  Art. 2. § 1. Het RIZIV stelt de kiezerslijst op de door Ons vastgestelde datum op.
  De beroepsorganisaties en/of de groeperingen die de in artikel 1, § 4, bedoelde aanvraag tot erkenning hebben ingediend en de kiezers, kunnen de kiezerslijst raadplegen op de website van het RIZIV.
  Kiezers die niet beschikken over een internettoegang kunnen de kiezerslijst raadplegen op schermen in de hoofdzetel en de provinciale diensten van het RIZIV.
  § 2. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst kan worden geraadpleegd op de website van het RIZIV, kan elke kinesitherapeut die, ten onrechte, is ingeschreven, niet juist is ingeschreven of niet op de kiezerslijst is ingeschreven, een bezwaarschrift indienen bij de leidend ambtenaar van de dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV. Hij moet zich uitspreken binnen 15 dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
  § 3. De praktische organisatie met betrekking tot de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld door de Minister bevoegd voor Sociale Zaken.

  Art. 3. § 1. De stemming is facultatief en geheim. De stem wordt uitgebracht voor een erkende beroepsorganisatie of een groepering van de kinesitherapeuten. De stemming geschiedt elektronisch op afstand. De broncode van het gebruikte softwareprogramma kan op het RIZIV worden geraadpleegd, op voorwaarde dat diegene die dit raadpleegt een vertrouwelijkheidsverbintenis ondertekent en het verbod om daarvan een kopie te nemen, in acht neemt.
  § 2. De stemmen worden geboekt op het RIZIV in aanwezigheid van getuigen die zijn aangewezen door de organisaties en de groeperingen die hebben deelgenomen aan de verkiezingen. Daartoe wordt een boekingbureau samengesteld hieronder het "bureau" genoemd - dat bestaat uit de leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV geholpen door twee door hem aangewezen ambtenaren van klasse A4 of klasse A3.
  § 3. In het proces-verbaal dat na de boeking door het bureau wordt opgesteld, worden inzonderheid de eventuele opmerkingen van de getuigen vermeld alsmede het aantal stemmen voor elke organisatie en/of groepering en het aantal blanco stemmen.
  § 4. De praktische organisatie met betrekking tot de uitvoering van dit artikel wordt vastgesteld door de Minister bevoegd voor Sociale Zaken.

  Art. 4. De verdeling van de mandaten onder de beroepsorganisaties en/of de groeperingen van kinesitherapeuten die krachtens artikel 1 als representatief worden erkend, geschiedt volgens het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging. Per mandaat dat in een bepaald orgaan moet worden toegewezen, is een aantal stemmen vereist dat gelijk is aan het resultaat van de deling van het totale aantal uitgebrachte stemmen door het aantal toe te wijzen mandaten; van de resterende mandaten wordt het eerste toegewezen aan de organisatie of de groepering die na de voormelde bewerking de grootste rest aan stemmen heeft, het tweede aan de organisatie of aan de groepering die de tweede grootste rest aan stemmen heeft, enz.... Bij gelijkheid van het aantal overblijvende stemmen wordt het mandaat toegewezen aan de representatieve organisatie of groepering die het kleinste aantal stemmen heeft behaald.

  Art. 5. De mandaten van de leden die vóór de inwerkingtreding van dit besluit benoemd zijn in de organen waarop de bepalingen van dit besluit van toepassing zijn, nemen een einde op het ogenblik dat de mandaten ingaan van de leden, benoemd op voordracht van de erkende beroepsverenigingen op basis van de uitslag van de voornoemde verkiezingen.

  Art. 6. De bepalingen van dit koninklijk besluit zijn van toepassing op de mandaten die de vertegenwoordigers van de beroepsorganisaties van kinesitherapeuten hebben in de organen die wettelijk deel van het RIZIV uitmaken.

  Art. 7. De termijnen waarbinnen uitvoering wordt gegeven aan de bepalingen van dit besluit worden vastgesteld door de Minister bevoegd voor Sociale Zaken. Tussen de datum bedoeld in artikel 2, § 1 en het beëindigen van de boeking bedoeld in artikel 3, § 3, mag evenwel niet meer dan vijf maanden liggen. Bij deze termijnen en in deze periode van vijf maanden wordt geen rekening gehouden met de periode vanaf 1 juli tot en met 31 augustus en met de periode vanaf 24 december tot en met 2 januari.

  Art. 8. Het koninklijk besluit van 8 februari 2012 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de beroepsorganisaties van kinesitherapeuten moeten voldoen om als representatief te worden erkend evenals van de nadere regelen betreffende de verkiezingen van vertegenwoordigers van de kinesitherapeuten in sommige beheersorganen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, wordt opgeheven.

  Art. 9. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  Art. 10. De minister die Sociale zaken onder zijn bevoegdheden heeft is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 15 februari 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. M. DE BLOCK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 211, § 2, vervangen bij de wet van 29 april 1996 en gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998, en op artikel 212, gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998;
   Gelet op het koninklijk besluit van 8 februari 2012 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de beroepsorganisaties van kinesitherapeuten moeten voldoen om als representatief te worden erkend evenals van de nadere regelen betreffende de verkiezingen van vertegenwoordigers van de kinesitherapeuten in sommige beheersorganen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;
   Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gegeven op 7 september 2015;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 5 oktober 2015;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 13 november 2015;
   Gelet op het advies 58.551/2 van de Raad van State, gegeven op 23 december 2015, bij toepassing van het artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   1. Het besluit dat U ter goedkeuring wordt voorgelegd vindt zijn wettelijke grond in artikel 211, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
   Het beoogt de regels vast te leggen voor de kinesitherapeutische verkiezingen. Artikel 1 van het besluit bevat de criteria en de regels voor de erkenning van de representatieve beroepsorganisaties van kinesitherapeuten en de groeperingen die zich kandidaat voor de verkiezingen wensen te stellen. In haar advies ter zake 58.551/2 van 23 december 2015 heeft de Afdeling Wetgeving van de Raad van State er de aandacht op gevestigd dat die voorwaarden toelaatbaar moeten kunnen worden geacht in het licht van de grondwettelijke beginselen van de gelijkheid en de niet-discriminatie. Dat houdt in dat, indien erdoor een onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende beroepsorganisaties van kinesitherapeuten, hiervoor een objectieve en redelijke verantwoording moet bestaan, welke verantwoording moet worden beoordeeld met betrekking tot het doel en de gevolgen van de ter beoordeling staande voorwaarden, in die zin dat het gelijkheidsbeginsel geschonden kan worden geacht wanneer zou vaststaan dat de aangewende middelen niet redelijkerwijze evenredig zijn met het beoogde doel.
   In het voorliggende ontwerp dient de vraag omtrent de toelaatbaarheid van de erkenningsvoorwaarden des te scherper te worden gesteld, ermee rekening houdend dat beroepsorganisaties welke niet werden erkend op grond van artikel 1, § 1, van het ontwerp, zijn aangewezen op het procédé van de groepering, als bedoeld in artikel 1, § 2, van het ontwerp. Het al dan niet voldoen aan de voorwaarden welke worden opgesomd in artikel 1, § 1, van het ontwerp, is met andere woorden determinerend voor het toe te passen regime van erkenning van de representativiteit, zodat de problematiek van de gelijkheid en de niet-discriminatie ook vanuit die optiek aan gewicht wint.
   Ingaand op de aanbeveling van de Afdeling Wetgeving van de Raad van State wordt dan ook de nodige verduidelijking gegeven omtrent de ontworpen erkenningsvoorwaarden en de eraan ten grondslag liggende motieven, gezien in het licht van de zo-even genoemde beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie.
   2. Zo is er vooreerst de voorwaarde bedoeld in artikel 1, § 1, 1°, van het koninklijk besluit, die stelt dat de beroepsorganisaties de beroepsbelangen van alle kinesitherapeuten tot hoofddoel moeten hebben, wat impliceert dat organisaties die de beroepsbelangen verdedigen van uitsluitend één categorie van kinesitherapeuten van erkenning worden uitgesloten. Dit vermijdt een fragmentarisatie van de vertegenwoordiging van het kinesitherapeutenkorps, met alle gevolgen vandien, zoals bijvoorbeeld de belemmering van de goede werking van de R.I.Z.I.V.-organen door beperkende, partiële of subcorporatistische benaderingen. De in artikel 1, § 1, 1°, gestelde vereiste moet integendeel garanderen dat de problemen van de gezondheidszorgverzekering in hun geheel en op een globale manier benaderd worden.
   3. Vervolgens is er de voorwaarde van artikel 1, § 1, 2°, van het besluit, die stelt dat de beroepsorganisaties zich moeten richten tot kinesitherapeuten van minstens twee Gewesten, zodat organisaties van kinesitherapeuten die zich enkel richten tot kinesitherapeuten van één Gewest niet als representatief kunnen worden erkend. Deze vereiste vindt haar verantwoording in het nationaal karakter van de verzekering voor geneeskundige verzorging. Naar analogie met de verantwoording vermeld in punt 2 hierboven moet inderdaad gesteld worden dat een goede werking van de R.I.Z.I.V.-organen impliceert dat een consensus tussen eventuele gewestelijke stromingen reeds uitgewerkt is nog vóór de beroepsorganisaties van kinesitherapeuten over bepaalde problemen een standpunt innemen in die organen. Belangrijk daarbij is dat de andere actoren in die organen ook nationaal functioneren. Deze vereiste is dus redelijk en verantwoord vermits ze bijdraagt tot het realiseren van een uniforme toepassing van de wetgeving inzake de gezondheidszorgverzekering in heel het land, bekommernis die expliciet is vermeld in artikel 16, § 2, van de in punt 1 genoemde wet.
   4. Ook de voorwaarde dat de beroepsorganisaties reeds gedurende twee jaar moeten beantwoorden aan de representativiteitsvoorwaarden vergt enige toelichting. Deze voorwaarde, opgenomen in artikel 1 § 1, 4°, van het besluit, moet inderdaad verhinderen dat beroepsorganisaties mandaten bekleden in de organen van het R.I.Z.I.V. zonder dat zij het bewijs zouden hebben geleverd van een daadwerkelijke en functionele representativiteit. Het doel van de kinesitherapeutische verkiezingen is inderdaad een realiteitsgetrouwe en werkzame vertegenwoordiging van de kinesitherapeuten in de R.I.Z.I.V.-organen te creëren, die enkel kan bewerkstelligd worden door organisaties die gedurende een voldoende lange tijd hebben aangetoond dat ze die rol ook effectief kunnen vervullen.
   5. De voorwaarde die in artikel 1, § 1, 3° wordt bepaald, moet worden gekoppeld aan de voorwaarde die in artikel 1, § 1, 5° is opgenomen. Een normaal functionerende beroepsorganisatie int immers regelmatige minimale bijdragen. Dankzij die vereiste kan worden vermeden dat organisaties die slechts kortstondige electoralistische ambities koesteren die met geen enkele realiteit op het terrein overeenstemmen, louter om electoralistische redenen verzonnen kandidaturen zouden indienen.
   6. De Raad van State stelt zich ook nog de vraag of er een ongelijkheid kan ontstaan uit de regeling voor de groeperingen zoals bedoeld in artikel 1, § 2, om de reden dat in dergelijke groepering de organisaties niet alle aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen. De genoemde bepaling houdt in dat twee organisaties een groepering kunnen vormen waarbij evenwel voor ogen moet worden gehouden dat één van de twee organisaties moet voldoen aan alle voorwaarden die opgelegd worden aan een organisatie die alleen aan de verkiezingen zou willen deelnemen. De tweede organisatie moet alleen bijdragen innen van haar aangeslotenen en sinds twee jaar de beroepsbelangen van kinesitherapeuten verdedigen. Er moet benadrukt worden dat een groepering slechts tot stand kan komen door middel van een onderlinge overeenkomst tussen de twee organisaties, wat derhalve afhangt van de vrije wil van de beide contractanten en dat onafgezien van het feit dat ze niet aan dezelfde voorwaarden moeten beantwoorden.
   Door deze techniek van de groepering wordt de mogelijkheid geboden om eventuele minderheden alsnog te laten deelnemen aan de verkiezingen en vertegenwoordigd te zijn in de R.I.Z.I.V.-organen.
   7. De Raad van State vraagt zich af of dat procedé, voor sommige voorwaarden waarvoor de reglementering naar de statuten van de kandidaat-organisaties verwijst, genoeg garanties biedt, opdat effectief aan die voorwaarden kan worden voldaan.
   De voorwaarden waarvoor de statuten een juridische referentie zijn, hebben betrekking op het hoofddoel van de activiteiten van de organisatie, namelijk het feit om haar activiteiten niet tot de zorgverleners van één enkel gewest te beperken en om een bijdrage bij de leden van de organisatie te innen. Die referentie vormt wat dat betreft een belangrijke juridische garantie. In de eerste reglementeringen over dergelijke verkiezingen konden andere bewijzen worden verstrekt. Die "bewijzen" konden echter uiterst moeilijk worden gecontroleerd met betrekking tot hun reële impact op het feit dat de desbetreffende voorwaarden daadwerkelijk werden vervuld.
   8. De Raad van State informeert naar het nut van het laatste streepje van artikel 1, paragraaf 4, vierde lid, waarin wordt vermeld dat de ledenlijst(en) "het aantal kinesitherapeuten moet(en) bevatten waarvan de gegevens worden vermeld", terwijl in het lid dat aan de streepjes voorafgaat al wordt geëist dat de ledenlijst(en) "minstens het aantal aangesloten kinesitherapeuten (...)" moet(en) bevatten. Die teksten betreffen in werkelijkheid twee verschillende zaken : het eerste lid betreft het feit dat het noodzakelijk is om op de lijst minstens 1.000 kinesitherapeuten te vermelden die bij de organisatie zijn aangesloten (zo niet is per definitie niet aan de voorwaarde voldaan). Aan de hand van het laatste streepje kan men zeer snel nagaan hoeveel namen er worden vermeld op de lijst, die er wel meer dan 1.000 kan bevatten.
   9. De Raad van State informeert naar het feit dat in artikel 1 geen beslissing wordt genomen over de manier waarop een kinesitherapeut die bij verschillende organisaties of groeperingen van kinesitherapeuten is aangesloten, in aanmerking zal worden genomen.
   De manier waarop de kinesitherapeut in aanmerking wordt genomen, wordt nochtans in artikel 1, § 3 gepreciseerd : " Voor de toepassing van § 1, 5°, en § 2, B, kan per kinesitherapeut slechts één lidmaatschap van één beroepsorganisatie en/of één groepering in aanmerking genomen worden."
   10. Ten slotte verzet de Raad van State zich tegen een inwerkingtreding van dit ontwerpbesluit op de dag van bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, behoudens toelaatbaar geachte reden.
   De organisatie van die verkiezingen vormt een voortdurende uitdaging, meer bepaald op het vlak van de datums. De begindatum is bij koninklijk besluit op 22 februari 2016 vastgesteld. Het gehele tijdschema voor de verkiezingen - dat geen enkele vertraging mag oplopen, omdat de termijn van de volledige procedure niet langer dan 5 maanden mag duren - moet nauwgezet in acht worden genomen, zo niet zou de hele procedure van nul moeten herbeginnen. Aangezien we controle over de bekendmaking hebben en het feit dat het besluit in werking treedt op de dag van de bekendmaking, kunnen we op die manier elk risico op ontsporing door eventuele obstakels die de bekendmaking zouden vertragen, vermijden. De ervaring van 2015, toen een algemeen ambtenaar van het RIZIV, teneinde op tijd te zijn, zich zelfs in extremis bij het koninklijk paleis heeft moeten aanbieden voor de ondertekening van de besluiten betreffende de verkiezingen van de tandartsen, is daar een nieuw bewijs van.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
   Mevr. M. DE BLOCK
   
   ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE
   Raad van State, afdeling Wetgeving
   advies 58.551/2 van 23 december 2015 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de beroepsorganisaties van kinesitherapeuten moeten voldoen om als representatief te worden erkend evenals van de nadere regelen betreffende de verkiezingen van vertegenwoordigers van de kinesitherapeuten in sommige beheersorganen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering'
   Op 25 november 2015 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Sociale Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de beroepsorganisaties van kinesitherapeuten moeten voldoen om als representatief te worden erkend evenals van de nadere regelen betreffende de verkiezingen van vertegenwoordigers van de kinesitherapeuten in sommige beheersorganen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering'.
   Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 23 december 2015 . De kamer was samengesteld uit Pierre Liénardy, kamervoorzitter, Martine Baguet en Luc Detroux, staatsraden, Yves De Cordt en Christian Behrendt, assessoren, en Bernadette Vigneron, griffier.
   Het verslag is opgesteld door Stéphane Tellier, auditeur.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 23 december 2015.
   *
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
   Onderzoek van het ontwerp
   Aanhef
   1. In de aanhef behoort te worden vermeld welke teksten van intern recht bij het ontworpen besluit worden opgeheven. In een nieuw tweede lid, dient dan ook melding te worden gemaakt van het koninklijk besluit van 8 februari 2012 `tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de beroepsorganisaties van kinesitherapeuten moeten voldoen om als representatief te worden erkend evenals van de nadere regelen betreffende de verkiezingen van vertegenwoordigers van de kinesitherapeuten in sommige beheersorganen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering', dat bij artikel 8 van het ontwerp wordt opgeheven.
   2. Het lid waarin naar het advies van de Raad van State wordt verwezen, dient te worden gesteld als volgt :
   "Gelet op advies 58.551/2 van de Raad van State, gegeven op 23 december 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State."
   Dispositief
   Artikel 1
   1. De afdeling Wetgeving van de Raad van State heeft in advies 29.060/1 van 8 juli 1999 over een ontwerp dat geleid heeft tot het koninklijk besluit van 7 december 1999 `tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de beroepsorganisaties van kinesitherapeuten moeten voldoen om als representatief te worden erkend evenals van de nadere regelen betreffende de verkiezingen van vertegenwoordigers van de kinesitherapeuten in sommige beheersorganen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering', de volgende opmerkingen gemaakt :
   "1.1. In artikel 1, § 1, van het ontwerp, worden de voorwaarden opgesomd waaraan de beroepsorganisaties van de kinesitherapeuten moeten voldoen om als representatief te worden erkend. Die voorwaarden moeten uiteraard toelaatbaar kunnen worden geacht in het licht van de grondwettelijke beginselen van de gelijkheid en de niet-discriminatie. Dat houdt in dat, indien erdoor een onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende beroepsorganisaties van kinesitherapeuten, hiervoor een objectieve en redelijke verantwoording moet bestaan, welke verantwoording moet worden beoordeeld met betrekking tot het doel en de gevolgen van de ter beoordeling staande voorwaarden, en dat bovendien het gelijkheidsbeginsel geschonden kan worden geacht wanneer zou vaststaan dat de aangewende middelen niet redelijkerwijze evenredig zijn met het beoogde doel.
   In het voorliggende ontwerp dient de vraag omtrent de toelaatbaarheid van de erkenningsvoorwaarden des te scherper te worden gesteld, ermee rekening houdend dat beroepsorganisaties die niet werden erkend op grond van artikel 1, § 1, van het ontwerp, zijn aangewezen op het procédé van de groepering, als bedoeld in artikel 1, § 2, van het ontwerp. Het al dan niet voldoen aan de voorwaarden die worden opgesomd in artikel 1, § 1, van het ontwerp, is met andere woorden determinerend voor het toe te passen regime van erkenning van de representativiteit, zodat de problematiek van de gelijkheid en de niet-discriminatie ook vanuit die optiek aan gewicht wint.
   Het zou dan ook aanbeveling verdienen bij het voorliggende ontwerp een verslag aan de Koning te voegen waarin dan de nodige verduidelijking kan worden gegeven omtrent de ontworpen erkenningsvoorwaarden en de eraan ten grondslag liggende motieven, gezien in het licht van de zo-even genoemde beginselen van de gelijkheid en de niet-discriminatie.
   In dat verslag zou dan bijvoorbeeld kunnen worden verduidelijkt waarom van de in artikel 1, § 1, van het ontwerp, bedoelde erkenning worden uitgesloten de organisaties die zich enkel tot de kinesitherapeuten van één gewest richten (zie artikel 1, § 1, A, 2, van het ontwerp), of bepaalde nieuw op te richten organisaties (zie artikel 1, § 1, A, 4, van het ontwerp), alsmede waarom de in artikel 1, § 1, A, 3, van het ontwerp bepaalde minimumledenbijdrage moet worden bepaald. Tevens zou het verslag aan de Koning er moeten doen van blijken waarom de beroepsorganisaties die van een groepering deel uitmaken niet alle aan dezelfde erkenningsvoorwaarden hoeven te voldoen, zodat er ook op dat punt een ongelijkheid kan ontstaan tussen de desbetreffende organisaties.
   1.2. Nog wat de voorwaarden betreft, vermeld in artikel 1, § 1, A, van het ontwerp, moet worden opgemerkt dat een aantal daarvan wordt omschreven met verwijzing naar de statuten van de organisatie (zie de punten 1 tot 3). Vraag is of dergelijke verwijzing in de praktijk voldoende garanties zal bieden opdat de desbetreffende voorwaarden ook effectief zullen worden gerealiseerd."
   Artikel 1, § 1, van het voorliggende ontwerpbesluit geeft aanleiding tot soortgelijke opmerkingen.
   2. In de Franse tekst van paragraaf 4, vierde lid, moeten de woorden "de membres" worden toegevoegd aan de woorden "Cette liste ou ces listes".
   3. In verband met paragraaf 4, vierde lid, vraagt de afdeling Wetgeving zich af wat het nut is van het laatste streepje, waar wordt bepaald dat de ledenlijsten "het aantal kinesitherapeuten waarvan de gegevens worden vermeld" moet bevatten, terwijl in het lid dat de streepjes bevat al eerder wordt voorgeschreven dat de ledenlijsten "minstens het [...] aantal aangesloten kinesitherapeuten (moet) bevatten (...)".
   4. In deze bepaling wordt niet voorgeschreven op welke manier rekening zal worden gehouden met een kinesitherapeut die aangesloten zou zijn bij meer dan één beroepsorganisatie of groepering van kinesitherapeuten.
   Het staat aan de Koning om die kwestie te regelen.
   Het ontwerp van ministerieel besluit 58.552/2 moet dienovereenkomstig worden herzien.
   Artikel 3
   Paragraaf 1 bepaalt dat de stemming elektronisch geschiedt.
   Het ontwerp dient aldus te worden aangevuld dat daarin de nadere regels worden bepaald met betrekking tot die wijze van stemming, inzonderheid door te specificeren of de stemming geschiedt van op afstand dan wel op de zetel van het RIZIV en door de maatregelen vast te stellen ter waarborging van de transparantie van het geselecteerde elektronische stemsysteem, zoals het publiek maken van de broncode van de gebruikte software.
   Artikel 8
   In de Franse tekst van deze bepaling moet de verschrijving worden weggewerkt in het opschrift van het koninklijk besluit van 8 februari 2012, waarnaar wordt verwezen in artikel 8 van het ontwerp, waarin het woord "dentistes" moet worden vervangen door het woord "kinésithérapeutes".
   Artikel 9
   Volgens de voorliggende bepaling is het de bedoeling dat het ontworpen besluit in werking treedt de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
   Tenzij er een specifieke reden bestaat om af te wijken van de gangbare termijn van inwerkingtreding, vastgesteld bij artikel 6 van de wet van 31 mei 1961 `betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen', dient in beginsel te worden afgezien van de onmiddellijke inwerkingtreding teneinde elkeen een redelijke termijn te geven om kennis te nemen van de nieuwe regels. Tenzij er een rechtens aanvaardbare reden bestaat om af te wijken van de normale regel inzake de inwerkingtreding van besluiten, dient artikel 9 uit het ontwerp te worden weggelaten.
   De griffier,
   Bernadette Vigneron
   De voorzitter,
   Pierre Liénardy

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie