J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2015/12/17/2015031888/justel

Titel
17 DECEMBER 2015. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 maart 2011 tot vaststelling van de milieukwaliteitsnormen, de basiskwaliteitsnormen en de chemische normen voor de oppervlaktewateren tegen de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen en andere verontreinigende stoffen

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 08-01-2016 nummer :   2015031888 bladzijde : 456       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2015-12-17/27
Inwerkingtreding : 18-01-2016

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2011031165       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Voorwerp en begripsomschrijvingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Milieukwaliteitsnormen
Art. 3
HOOFDSTUK 3. - Programma's voor de monitoring van de chemische toestand van de oppervlaktewateren
Art. 4-8
HOOFDSTUK 4. - Specifieke bepalingen voor de presentatie van de resultaten van de monitoring voor bepaalde stoffen
Art. 9
HOOFDSTUK 5. - Aandachtstoffenlijst
Art. 10
HOOFDSTUK 6. - Slotsbepalingen
Art. 11-12
BIJLAGEN.
Art. N1-N3

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Voorwerp en begripsomschrijvingen

  Artikel 1. Dit besluit zet Richtlijn 2013/39/UE van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG en Richtlijn 2008/105/EG wat betreft prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid om.

  Art. 2. In artikel 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 maart 2011 tot vaststelling van de milieukwaliteitsnormen, de basiskwaliteitsnormen en de chemische normen voor de oppervlaktewateren tegen de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen en andere verontreinigende stoffen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "en van artikel 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 december 2011 tot vaststelling van technische specificaties voor de chemische analyse en monitoring van de watertoestand" toegevoegd tussen de woorden "ordonnantie" en "zijn op voorliggend besluit van toepassing";
  2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 9° en 10°, luidende:
  9° "matrix" : een compartiment van het aquatische milieu, dat wil zeggen water, sediment of biota;
  10° "biotataxon": een specifiek aquatisch taxon met een taxonomische rang van "subphylum", "klasse" of daaraan gelijkwaardige rang.

  HOOFDSTUK 2. - Milieukwaliteitsnormen

  Art. 3. In artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, worden twee nieuwe leden toegevoegd, luidende:
  "Niettemin voor de stoffen met nummer 2, 5, 15, 20, 22, 23, 28 in deel A van bijlage 2, zijn de herziene MKN van toepassing vanaf 22 december 2015, met de bedoeling tegen 22 december 2021 ten aanzien van deze stoffen een goede chemische toestand van het oppervlaktewater te bereiken door middel van het maatregelenprogramma bedoeld in artikelen 41 tot 47 van de ordonnantie die in het stroomgebiedbeheerplan van 2015 opgenomen is.
  Voor de nieuwe geselecteerde stoffen met nummer 34 tot en met 45 in deel A van bijlage 2, zijn de MKN van toepassing vanaf 22 december 2018 met de bedoeling tegen 22 december 2027 ten aanzien van die stoffen een goede chemische toestand van het oppervlaktewater te bereiken en te voorkomen dat de chemische toestand van de oppervlaktewaterlichamen ten aanzien van die stoffen verslechtert".
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: "Voor alle stoffen van deel A van bijlage 2, worden de MKN-water toegepast met uitzondering van de stoffen met nummer 5, 15, 16, 17, 21, 28, 34, 35, 37, 43 en 44 voorwelke de MKN voor biota met toepassing zijn.
  Het Instituut kan evenwel ervoor kiezen om een MKN toe te passen voor een andere matrix dan die vermeld in lid 1, of wanneer relevant, voor een andere biotataxon dan die vermeld in deel A van bijlage 2. Als er toepassing is gemaakt van deze mogelijkheid, passen de relevante MKN toe die zijn vastgesteld in deel A van bijlage 2, of stellen, indien voor de matrix of biotataxon geen MKN is opgenomen, zelf een MKN vast die minstens hetzelfde beschermingsniveau biedt als de MKN die in deel A van bijlage 2 is vastgesteld.
  Het Instituut kan alleen de in de tweede lid bedoelde mogelijkheid gebruikmaken indien de voor de gekozen matrix of biotataxon toegepaste analysemethode voldoet aan de in artikel 6 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 december 2011 tot vaststelling van technische specificaties voor de chemische analyse en monitoring van de watertoestand vastgestelde minimale prestatiekenmerken. Wanneer voor geen enkele matrix aan deze kenmerken wordt voldaan, zorgen het Instituut ervoor dat de monitoring wordt uitgevoerd met behulp van de beste beschikbare technieken die geen buitensporige kosten met zich brengen en dat de analysemethode minstens even goed presteert als die welke beschikbaar is voor de in lid 1 van dit artikel vermelde matrix voor de desbetreffende stof.
  Indien een MKN voor biota of sediment wordt gebruikt en indien er een potentieel risico voor of via het aquatische milieu door acute blootstelling is vastgesteld op basis van gemeten of geraamde concentraties of emissies, wordt de monitoring van het oppervlaktewater ook uitgevoerd door de MAC-MKN zoals vastgesteld in deel A van bijlage 2 toe te passen, voor zover zulke MKN zijn vastgesteld."
  3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
  " § 3. Het Instituut treft regelingen voor de analyse van langetermijntendensen met betrekking tot de concentraties van de in deel A van bijlage 2 vermelde prioritaire stoffen die de neiging hebben te accumuleren in sediment en/of biota, en schenkt daarbij bijzondere aandacht aan de stoffen met nummer 2, 5, 6, 7, 12, 15, 16, 17, 18, 20, 21, 26, 28, 30, 34, 35, 36, 37, 43 en 44, op basis van de monitoring van de oppervlaktewatertoestand, uitgevoerd overeenkomstig artikel 37 van de ordonnantie. De Minister neemt, met inachtneming van artikelen 63 en 64 van de ordonnantie, maatregelen die erop gericht zijn dat dergelijke concentraties niet significant toenemen in sediment en/of de betrokken biota.
  De noodzakelijke controles in de sedimenten en/of de biota zijn uitgevoerd om de drie jaar zodat zij voldoende gegevens voor een betrouwbare analyse van langetermijntendensen opleveren, tenzij technische kennis en het oordeel van deskundigen een ander interval rechtvaardigen.".

  HOOFDSTUK 3. - Programma's voor de monitoring van de chemische toestand van de oppervlaktewateren

  Art. 4. In hetzelfde besluit, artikel 6 waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. Voor wat betreft de nieuw geselecteerde prioritaire stoffen met nummer 34 tot 45 in deel A van bijlage 2, stelt de Regering, op voorstel van het Instituut, een aanvullend monitoringprogramma en een voorlopig maatregelenprogramma vast en legt zij die voor aan de Commissie tegen 22 december 2018. Tegen 22 december 2021, keurt de Regering een definitief maatregelenprogramma goed overeenkomstig artikel 43 van de ordonnantie en wordt dat programma zo spoedig mogelijk na die datum en uiterlijk op 22 december 2024 uitgevoerd en volledig operationeel gemaakt.".

  Art. 5. Artikel 7, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 7. § 1. Onverminderd de toepassing van paragrafen 2 et 3, en met naleving van punt 1.3.4 van bijlage III van de ordonnantie, voert het Instituut de monsternemingen in de waterkolom die moeten toelaten de naleving van alle normen die voorkomen onder bijlagen 2, 3 en 4 te controleren uit volgens een periodiciteit en meetfrequentie die voldoende gegevens voor een betrouwbare beoordeling van de chemische en fysisch-chemische toestand kunnen bieden. Als richtsnoer geldt dat de controle van de in bijlage 2 vastgestelde normen jaarlijks minstens 12 keer per jaar wordt uitgevoerd, die van de in bijlage 3 vastgestelde normen jaarlijks met een voldoende meetfrequentie afhankelijk van de parameters en de in bijlage 4 vastgestelde normen minstens 5 keer jaarlijks of elke drie jaar afhankelijk van de parameters, tenzij technische kennis en het oordeel van deskundigen een ander interval rechtvaardigen.
  § 2. Voor stoffen waarvoor een MKN voor sediment en/of biota wordt toegepast, controleert het Instituut de stof jaarlijks ten minste één keer per jaar in de betrokken matrix, tenzij de technische kennis en het oordeel van deskundigen een ander interval rechtvaardigen.
  § 3. Het Instituut kan de stoffen met de nummers 5, 21, 28, 30, 35, 37, 43 en 44 in deel A van bijlage 2 minder intensief monitoren dan vereist voor prioritaire stoffen krachtens paragrafen 1 en 2 van dit artikel en punt 1.3.4. van bijlage III van de ordonnantie, op voorwaarde dat de monitoring representatief is en reeds een statistisch robuust referentiekader beschikbaar is met betrekking tot de aanwezigheid van die stoffen in het aquatische milieu. Als richtsnoer geldt dat de monitoring overeenkomstig laatste lid van artikel 4, § 3, van dit besluit, elke drie jaar wordt uitgevoerd, tenzij technische kennis en het oordeel van deskundigen een ander interval rechtvaardigen.".

  Art. 6. In hetzelfde besluit, artikel 8 waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. Bovendien, kan het Instituut aan de Regering de aanwijzing van aan lozingspunten grenzende mengzones voorstellen in naleving van de voorwaarden voorzien in deze paragraaf. In die mengzones mogen de concentraties van één of meer stoffen die zijn opgenomen in deel A van bijlage 2 de desbetreffende MKN overschrijden, mits dit geen gevolgen heeft voor de naleving van deze normen in de rest van het betrokken oppervlaktewaterlichaam.
  De omvang van elke mengzone is beperkt tot de nabijheid van het lozingspunt en is proportioneel rekening houdend met de concentraties van de verontreinigende stoffen op het lozingspunt en de voorwaarden voor de emissies van verontreinigende stoffen in de voorafgaande reguleringen, zoals toestemming en/of vergunningen en in overeenstemming met de toepassing van de best beschikbare technieken, met name nadat die voorafgaande reguleringen en vergunningen zijn herzien.
  Wanneer die paragraaf wordt toegepast, bevat het overeenkomstig artikel 55 van de ordonnantie bijgewerkt stroomgebiedsbeheerplan een beschrijving van de aanpak en de methoden die zijn toegepast om zulke zones af te bakenen, en tevens de maatregelen die zijn genomen met het oog op het verkleinen van de omvang van de mengzones in de toekomst, zoals maatregelen krachtens artikel 44, § 2, 7° en 11° van de ordonnantie of een herziening van toestemming en/of vergunningen.".

  Art. 7. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 9. De resultaten van de monitoring die overeenkomstig dit besluit uitgevoerd is zijn bijgewerkt en gepubliceerd op de internetsite over het waterbeleid bedoeld in artikel 51, § 2, van de ordonnantie.".

  Art. 8. Artikel 11, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld door wat volgt : "Het laboratorium voldoet bovendien aan de criteria van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 december 2011 tot vaststelling van technische specificaties voor de chemische analyse en monitoring van de watertoestand.".

  HOOFDSTUK 4. - Specifieke bepalingen voor de presentatie van de resultaten van de monitoring voor bepaalde stoffen

  Art. 9. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 10. § 1. Onverminderd de doelstellingen en verplichten van artikelen 11 en 44, § 2, 11°, van de ordonnantie, de voorschriften van punt 1.4.3 van bijlage III van die ordonnantie betreffende de weergave van de algemene chemische toestand en het aannemen van een verminderingsprogramma krachtens artikel 14 van dit besluit, kan het overeenkomstig artikel 55 van de ordonnantie bijgewerkt stroomgebiedsbeheerplan aanvullende kaarten opnemen waarin de informatie over de chemische toestand van één of meer van de bepaalde stoffen afzonderlijk van informatie voor de overige in deel A van bijlage 2 vermelde stoffen wordt weergegeven.
  Deze stoffen die afzonderlijk kunnen weergegeven zijn de stoffen met nummer:
  - 5, 21, 28, 30, 35, 37, 43 en 44 (stoffen die zich gedragen als alomtegenwoordige PBT's),
  - 34 tot en met 45 (nieuw geselecteerde stoffen), en
  - 2, 5, 15, 20, 22, 23 en 28 (stoffen waarvoor herziene, strengere MKN zijn vastgesteld).
  Het stroomgebiedsbeheerplan kan ook de grootte van een afwijking van de MKN-waarde voor de in de tweede lid bedoelde stoffen weergeven.
  Wanneer dit artikel wordt toegepast, streeft het Instituut ernaar dat die dergelijke bijkomende kaarten op het niveau van het stroomgebied en op Europees niveau onderling vergelijkbaar zijn.
  § 2. Indien de berekende gemiddelde waarde van een meetresultaat, uitgevoerd met behulp van de best beschikbare techniek die geen buitensporige kosten met zich meebrengt, aangemerkt wordt als "lager dan de bepalingsgrens", en de "bepalingsgrens" van die techniek de MKN overschrijdt, wordt het resultaat voor de stof die wordt gemeten, niet in aanmerking genomen bij de beoordeling van de algemene chemische toestand van dat waterlichaam in overeenstemming met artikel 7, § 2, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 december 2011 tot vaststelling van technische specificaties voor de chemische analyse en monitoring van de watertoestand.".

  HOOFDSTUK 5. - Aandachtstoffenlijst

  Art. 10. In hetzelfde besluit, wordt een hoofdstuk 6/1 met als opschrift "Hoofdstuk 6/1 - Aandachtstoffenlijst" toegevoegd, houdende een artikel 16bis luidende:
  "Art. 16bis. § 1. Het Instituut voert een monitoring van elke stof op de aandachtstoffenlijst zoals goedgekeurd door de Europese Commissie via het Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/495 tot vaststelling van een aandachtstoffenlijst van in de hele Unie te monitoren stoffen op het gebied van het waterbeleid overeenkomstig Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad, door ten minste één controle over een periode van ten minste twaalf maanden uit te voeren, op één geselecteerde representatieve meetstation gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 2. Voor de eerste aandachtstoffenlijst die met name Diclofenac, 17-beta-estradiol (E2) en 17-alpha-ethinylestradiol (EE2) omvat, begint de monitoringperiode binnen zes maanden na de opstelling van de aandachtstoffenlijst. Voor iedere stof die latere lijsten wordt opgenomen door de Commissie, start de monitoring binnen de zes maanden na de opneming daarvan op de lijst.
  § 3. Het Instituut kan beslissen geen aanvullende monitoring in het kader van het aandachtstoffenlijstmechanisme uit te voeren voor een specifieke stof mits:
  - hij voor die stof voldoende, vergelijkbare, representatieve en recente uit bestaande monitoringprogramma's of -studies verkregen monitoringgegevens verstrekt; en
  - die stof werd gemonitord volgens een methode die voldoet aan de vereisten van de technische richtsnoeren die door de Commissie overeenkomstig artikel 8ter, lid 5, van richtlijn 2008/105/EC zijn ontwikkeld.
  § 4. Het Instituut meldt de resultaten van de eerste overeenkomstig dit artikel uitgevoerde monitoring aan de Commissie binnen 21 maanden na de opstelling van de aandachtstoffenlijst, en daarna om de twaalf maanden zolang de stof op de lijst wordt gehouden.
  Voor elke stof die is opgenomen in de latere lijsten brengt het Instituut binnen 21 maanden nadat de stof is opgenomen op de aandachtstoffenlijst en elke daaropvolgende twaalf maanden zolang de stof op de lijst wordt gehouden, verslag uit aan de Commissie over de resultaten van de monitoring.
  Het Instituut meldt ook informatie over de representativiteit van het meetstation en de monitoringstrategie"."

  HOOFDSTUK 6. - Slotsbepalingen

  Art. 11. In hetzelfde besluit, worden de bijlagen 1, 2 en 3 vervangen door de bijlagen die in dit besluit vermeld zijn.

  Art. 12. De minister die bevoegd is voor het Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - Lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-01-2016, p. 461-464)

  Art. N2. Bijlage 2. - Milieukwaliteitsnormen voor prioritaire stoffen en bepaalde andere verontreinigende stoffen
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-01-2016, p. 465-472)

  Art. N3. Bijlage 3. - Basiskwaliteitsnormen voor oppervlaktewateren (fysico-chemische kwaliteit en enkele andere specifieke verontreinigende stoffen)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-01-2016, p. 474)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 17 december 2015.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
R. VERVOORT
De Minister van Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie,
Mme C. FREMAULT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met name artikel 20;
   Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, met name artikel 8, eerste lid;
   Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989 tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, bekrachtigd bij de wet van 16 juni 1989 houdende diverse institutionele hervormingen, artikel 3, § 3;
   Gelet op de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid, met name de artikelen 11 en 37, §§ 1 en 2, 43, 44 gewijzigd bij de ordonnantie van 28 oktober 2010, 45 et 55, eerste lid;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 maart 2011 tot vaststelling van de milieukwaliteitsnormen, de basiskwaliteitsnormen en de chemische normen voor de oppervlaktewateren tegen de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen en andere verontreinigende stoffen;
   Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, via het Comité van watergebruikers, gegeven op 11 juni 2015;
   Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 16 juni 2015;
   Gelet op de gendertest uitgevoerd op 12 augustus 2015 overeenkomstig de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
   Gelet op advies nr. 58.218/1 van de Raad van State, gegeven op 26 oktober 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 november 2015;
   Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting van 17 december 2015.
   Overwegende de Richtlijn 2013/39/UE van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG en Richtlijn 2008/105/EG wat betreft prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid;
   Op voorstel van de Minister bevoegd voor Waterbeleid;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie