J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2015/12/16/2015003461/justel

Titel
16 DECEMBER 2015. - Wet tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen, door de Belgische financiŽle instellingen en de FOD FinanciŽn, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-2015 en tekstbijwerking tot 22-12-2017) Zie wijziging(en)

Bron : FINANCIEN
Publicatie : 31-12-2015 nummer :   2015003461 bladzijde : 81477       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2015-12-16/26
Inwerkingtreding :
10-01-2016
19-06-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Werkingsfeer
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Begripsbepalingen
Art. 3-4
HOOFDSTUK III. - Verplichtingen voor een rapporterende financiŽle instelling om inlichtingen mee te delen betreffende te rapporteren rekeningen en betalingen gedaan aan niet-participerende financiŽle instellingen
Art. 5-12
HOOFDSTUK IV. - Vertrouwelijkheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer
Art. 13-17
HOOFDSTUK V. - Sancties
Art. 18-19
HOOFDSTUK VI. - Diverse
Art. 20-21
BIJLAGEN.
Art. N1-N3

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Werkingsfeer

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  Art. 2. De wet regelt de verplichtingen van de Belgische financiŽle instellingen en van de FOD FinanciŽn met betrekking tot de inlichtingen die aan een bevoegde autoriteit van een ander rechtsgebied moeten medegedeeld worden in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen die georganiseerd is overeenkomstig richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU betreffende de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied, de Gezamenlijke overeenkomst tussen de Raad van Europa en de OESO van 25 januari 1988 inzake wederzijdse administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden (hierna de multilaterale overeenkomst genoemd), een bilaterale overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, of een bilateraal verdrag inzake de uitwisseling van fiscale inlichtingen, teneinde de naleving van de internationale fiscale verplichtingen te verbeteren.

  HOOFDSTUK II. - Begripsbepalingen

  Art. 3. Voor de toepassing van de wet hebben de erin voorkomende termen en uitdrukkingen de betekenis zoals omschreven in de bijlagen I, II en III bij de wet, die een integrerend deel uitmaken van de wet.

  Art. 4. Elke term of uitdrukking die niet omschreven wordt in de Bijlagen, heeft de betekenis welke die uitdrukking volgens de Belgische wetgeving heeft op het tijdstip dat de wet wordt toegepast, waarbij elke definitie die voorkomt in de belastingwetgeving voorrang heeft op een definitie die is opgenomen in een andere wetgeving.

  HOOFDSTUK III. - Verplichtingen voor een rapporterende financiŽle instelling om inlichtingen mee te delen betreffende te rapporteren rekeningen en betalingen gedaan aan niet-participerende financiŽle instellingen

  Art. 5. ß 1. Een rapporterende financiŽle instelling moet automatisch aan de Belgische bevoegde autoriteit de hierna genoemde inlichtingen meedelen aangaande elke bij die instelling geopende te rapporteren rekening.
  ß 2. Voor elke te rapporteren rekening moet iedere rapporterende financiŽle instelling het volgende meedelen :
  (a) in het geval van een natuurlijke persoon die rekeninghouder is : de naam, het adres, het (de) rechtsgebied(en) waarvan die persoon inwoner is, het of de TIN(s), de geboortedatum en -plaats van ieder te rapporteren persoon;
  (b) in het geval van een entiteit die rekeninghouder en een te rapporteren persoon is : de naam, het adres, het (de) rechtsgebied(en) waarvan die persoon inwoner is, het of de TIN(s) van die entiteit;
  (c) in het geval van een entiteit die rekeninghouder is en waarvoor na toepassing van de zorgvuldigheidsverplichtingen, die zijn uiteengezet in Bijlage II wat de Verenigde Staten betreft en in Bijlage III wat een ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied betreft, blijkt dat een of meer uiteindelijk belanghebbenden, te rapporteren personen blijken te zijn :
  i. de naam, het adres, het of de TIN(s) van die entiteit en het (de) rechtsgebied(en) waarvan zij inwoner is, alsmede
  ii. de naam, het adres, het of de TIN(s) en de geboorteplaats en -datum van iedere te rapporteren persoon en het (de) rechtsgebied(en) waarvan hij inwoner is;
  (d) het rekeningnummer (in IBAN-formaat indien dat bestaat) of het functioneel equivalent daarvan bij het ontbreken van een rekeningnummer;
  (e) de naam en (eventueel) het identificatienummer van de rapporterende financiŽle instelling; het GIIN-nummer (Global Intermediary Identification Number) van de rapporterende financiŽle instelling wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied is;
  (f) het saldo of de waarde (met inbegrip van de geldswaarde wanneer het om een kapitaalverzekering of om een lijfrenteverzekering gaat) op het einde van het desbetreffende kalenderjaar of van een andere passende referentieperiode; indien de rekening in de loop van dat jaar of die periode afgesloten werd, de afsluiting van de rekening of, wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, het laatste saldo of de laatste waarde vůůr de afsluiting van de rekening;
  (g) in het geval van een effectenrekening :
  i. het totale brutobedrag van de interest, het totale brutobedrag van de dividenden en het totale brutobedrag van de overige inkomsten die zijn voortgebracht door de op de rekening aangehouden activa, of die in de loop van het kalenderjaar of van een andere passende referentieperiode op de rekening, of ter zake van de rekening, gestort of gecrediteerd werden wanneer de rapporterende financiŽle instelling voor rekening van de rekeninghouder opgetreden is als bewaarder van de voornoemde interest, dividenden of overige inkomsten; en
  ii. de totale bruto-opbrengst uit de verkoop, de afkoop of de terugbetaling van een financieel actief dat in de loop van het kalenderjaar of van een andere passende referentieperiode op de rekening gestort of gecrediteerd werd en ter zake waarvan de rapporterende financiŽle instelling opgetreden is als bewaarder, makelaar, naamlener of als een andere vertegenwoordiger van de rekeninghouder;
  (h) in het geval van een depositorekening, het totale brutobedrag van de interest die in de loop van het kalenderjaar of van een andere passende referentieperiode op de rekening gestort of gecrediteerd werd; en
  (i) in het geval van een rekening die niet in paragraaf 2, (g) of 2, (h) omschreven is, het totale brutobedrag dat tijdens het kalenderjaar of tijdens een andere passende referentieperiode aan de rekeninghouder gestort of gecrediteerd werd en waarvan de rapporterende financiŽle instelling de schuldenaar is, daaronder begrepen het totale bedrag van alle terugbetalingen die gedurende het kalenderjaar of een andere passende referentieperiode aan de rekeninghouder werden gedaan.
  ß 3. De inlichtingen die zijn bedoeld in paragraaf 2, (f) tot (i), moeten voor elk bedrag de valuta vermelden waarin het aan de Belgische bevoegde autoriteit medegedeeld wordt. Het rekeningsaldo of de waarde van de rekening moeten worden medegedeeld in de valuta waarin de rekening uitgedrukt is. Wanneer de rekening in meerdere valuta uitgedrukt is, mag de rapporterende financiŽle instelling ervoor kiezen om het rekeningsaldo of de waarde van de rekening te rapporteren in ťťn van de valuta waarin de rekening is uitgedrukt en moet ze de gekozen valuta vermelden. Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, mogen het rekeningsaldo of de waarde van de rekening, niettegenstaande wat voorafgaat, in VS-dollars meegedeeld worden, ongeacht de valuta waarin de rekening is uitgedrukt. De valuta waarin de rekening is uitgedrukt worden omgerekend aan de hand van de wisselkoers op de laatste dag van het kalenderjaar of van een andere passende referentieperiode waarop de inlichtingen betrekking hebben.
  ß 4. Elke rapporterende financiŽle instelling past de zorgvuldigheidsverplichtingen toe, die zijn uiteengezet in Bijlage II wat de Verenigde Staten betreft en in Bijlage III wat een ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied betreft, teneinde de in dit artikel vermelde inlichtingen mee te delen voor elke te rapporteren rekening en de inlichtingen die betrekking hebben op niet te rapporteren rekeningen uit te sluiten.

  Art. 6. ß 1. Onverminderd artikel 5, ß 2, moet, wanneer het gaat om een te rapporteren rekening die een bestaande rekening is, het TIN enkel meegedeeld worden indien het voorkomt in de dossiers van de rapporterende financiŽle instelling. De geboortedatum moet enkel worden medegedeeld voor zover de rapporterende financiŽle instelling daarnaast, op grond van enige bepaling van het Belgisch recht, nog verplicht is zich die informatie te verschaffen en voor zover die informatie deel uitmaakt van de door de rapporterende financiŽle instelling bewaarde gegevens. Een rapporterende financiŽle instelling moet evenwel redelijke inspanningen doen om met betrekking tot bestaande rekeningen het TIN en de geboortedatum te verkrijgen vůůr het einde van het tweede kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin die rekeningen geÔdentificeerd werden als zijnde te rapporteren rekeningen.
  ß 2. Niettegenstaande paragraaf 2 van artikel 5 moet het TIN niet worden meegedeeld indien :
  (i) door het desbetreffende aan rapportering onderworpen rechtsgebied geen TIN toegekend werd
  of indien
  (ii) het intern recht van het desbetreffende aan rapportering onderworpen rechtsgebied niet oplegt dat de door dat rechtsgebied toegekende TIN moeten ingezameld worden.
  ß 3. Niettegenstaande artikel 5, ß 2, moet de geboorteplaats niet worden medegedeeld behalve voor zover de rapporterende financiŽle instelling daarnaast, op grond van enige bepaling van het Belgisch recht, verplicht is zich die informatie te verschaffen en voor zover die informatie deel uitmaakt van de door de rapporterende financiŽle instelling bewaarde en elektronisch doorzoekbare gegevens.

  Art. 7. ß 1. Een rekening wordt beschouwd als een te rapporteren rekening vanaf de datum waarop ze als dusdanig geÔdentificeerd wordt bij de toepassing van de zorgvuldigheidsverplichtingen die zijn uiteengezet in Bijlage II wat de Verenigde Staten betreft en in Bijlage III wat een ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied betreft.
  ß 2. Het saldo of de waarde van een rekening stemt overeen met het saldo of de waarde daarvan op de laatste dag van het kalenderjaar of van een andere passende referentieperiode.
  ß 3. Wanneer een saldo of een drempelwaarde moet bepaald worden op de laatste dag van een kalenderjaar, moet het desbetreffende saldo of de desbetreffende drempelwaarde bepaald worden op de laatste dag van de rapporteringsperiode die eindigt op het einde van dat kalenderjaar of gedurende dat kalenderjaar.

  Art. 8. ß 1. Voor het naleven van de in artikel 5 gedefinieerde verplichtingen worden het bedrag en de aard van de betalingen die met betrekking tot een te rapporteren rekening werden gedaan, vastgesteld in overeenstemming met de principes van de Belgische belastingwetgeving.
  ß 2. Voor de jaren die vernoemd zijn in de artikelen 9 en 10, wat respectievelijk de Verenigde Staten en de andere lidstaten van de Europese Unie betreft, en voor de bij koninklijk besluit gespecificeerde jaren voor wat elk ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied betreft, en voor alle daaropvolgende jaren, worden de door de wet beoogde inlichtingen medegedeeld binnen de zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarop ze betrekking hebben. In afwijking op deze regel moeten, wat de Verenigde Staten betreft, de inlichtingen die betrekking hebben op de periode van 1 juli 2014 tot 31 december 2014 medegedeeld worden 10 dagen na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
  ß 3. De rapporterende financiŽle instellingen zamelen de door de wet beoogde inlichtingen in op de manier bepaald in de wet en proberen juiste en volledige inlichtingen mee te delen. Wanneer de bevoegde autoriteit van een ander rechtsgebied redenen heeft om aan te nemen dat administratieve of andere fouten mogelijk geleid hebben tot het mededelen van onjuiste of onvolledige informatie, kan de Belgische bevoegde autoriteit eisen dat de desbetreffende rapporterende financiŽle instelling de inlichtingen verifieert en haar verbeterde en/of volledige inlichtingen verstrekt binnen een termijn van ťťn maand vanaf de derde werkdag die volgt op het versturen van die vraag, met dien verstande dat deze termijn kan verlengd worden omwille van billijke redenen. Voor de toepassing van deze paragraaf betekent de uitdrukking "werkdag" alle dagen, met uitzondering van de zaterdagen, zondagen en feestdagen.
  ß 4. De inlichtingen worden op elektronische wijze aan de Belgische bevoegde autoriteit meegedeeld via de verbindingsdienst die daartoe binnen de FOD FinanciŽn is aangewezen. De verbindingsdienst deelt de voornoemde inlichtingen enkel mee aan de Belgische bevoegde autoriteit.

  Art. 9. ß 1. Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn :
  (a) worden de in artikel 5, ß 2, (a) tot (f), bedoelde inlichtingen meegedeeld voor de periode van 1 juli 2014 tot 31 december 2014;
  (b) worden de in artikel 5, ß 2, (a) tot (i), bedoelde inlichtingen, met uitzondering van de in ß 2, (g), (ii), bedoelde bruto-opbrengst, meegedeeld voor het jaar 2015;
  (c) worden de in artikel 5, ß 2, (a) tot (i), bedoelde inlichtingen meegedeeld voor het jaar 2016 en de volgende jaren.
  ß 2. Ter zake van een te rapporteren rekening die op 30 juni 2014 door een rapporterende financiŽle instelling wordt beheerd, is de rapporterende financiŽle instelling, ongeacht ß 1, enkel dan verplicht om het TIN van een te rapporteren persoon mee te delen voor de jaren 2014 tot 2016, indien dat TIN in haar dossiers voorkomt. Indien dat niet het geval is, verkrijgt de rapporterende financiŽle instelling de geboortedatum van de betrokken persoon en neemt ze die op in de uitgewisselde informatie, indien die datum voorkomt in haar dossiers. Vanaf het jaar 2017 wordt de verplichting om het Amerikaanse TIN te verkrijgen en op te nemen in de uitgewisselde informatie onvoorwaardelijk.
  ß 3. Niettegenstaande ß 1 moet de geboorteplaats niet medegedeeld worden wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn.
  ß 4. Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, moet elke rapporterende financiŽle instelling voor elk van de jaren 2015 en 2016 de naam meedelen van elke niet-participerende financiŽle instelling waaraan zij betalingen gedaan heeft alsmede het totale bedrag van die betalingen. Elke rapporterende financiŽle instelling past de zorgvuldigheidsverplichtingen toe die, voor wat de Verenigde Staten betreft, omschreven zijn in Bijlage II bij de wet, teneinde vast te stellen of een financiŽle instelling een niet-participerende financiŽle instelling is.
  ß 5. Ongeacht de voorgaande paragrafen wordt de verplichting om de inlichtingen mee te delen bij koninklijk besluit uitgesteld naar een latere datum in het geval dat de Belgische bevoegde autoriteit of de Amerikaanse bevoegde autoriteit de andere bevoegde autoriteit niet in kennis heeft gesteld van het feit dat ze er zeker van is dat de Verenigde Staten of BelgiŽ, naargelang het geval, gezorgd heeft voor de vereiste infrastructuur voor een werkzame uitwisseling en gezorgd heeft voor de passende waarborgen dat de inlichtingen vertrouwelijk zullen blijven en uitsluitend voor belastingdoeleinden gebruikt zullen worden.

  Art. 10. Wanneer het aan rapportering onderworpen rechtsgebied een andere lidstaat van de Europese Unie is, worden de door de wet beoogde inlichtingen voor de eerste keer meegedeeld wat het jaar 2016 betreft.

  Art. 11. ß 1. De wet is niet langer van toepassing, ten opzichte van een of meer aan rapportering onderworpen rechtsgebieden, vanaf de eerste dag van de maand die volgt op het einde van een tijdperk van 12 maanden volgend op de datum waarop BelgiŽ, of een aan rapportering onderworpen rechtsgebied, overeenkomstig een administratief akkoord, kennis gegeven heeft van de beŽindiging van zijn deelname aan dat akkoord, of van de beŽindiging van zijn deelname aan dat akkoord ten opzichte van een of meer specifieke, aan rapportering onderworpen rechtsgebieden of ten opzichte van BelgiŽ, naargelang het geval. In dergelijke gevallen blijven alle inlichtingen die overeenkomstig de wet aan de Belgische bevoegde autoriteit werden verstrekt met betrekking tot het (de) aan rapportering onderworpen rechtsgebied(en), onderworpen aan de wet nadat de wet opgehouden is van toepassing te zijn voor wat dat rechtsgebied of die rechtsgebieden betreft.
  ß 2. Wanneer de wet, overeenkomstig paragraaf 1, niet langer van toepassing is ten opzichte van een rechtsgebied, zal het einde van de toepassing van die wet door vermelding in het Belgisch Staatsblad bekend gemaakt worden.

  Art. 12.ß 1. De rapporterende financiŽle instellingen mogen een beroep doen op derde dienstverleners om de in de wet bepaalde rapporterings- en zorgvuldigheidsverplichtingen na te komen maar de rapporterende financiŽle instellingen blijven desalniettemin verantwoordelijk voor die verplichtingen.
  ß 2. De rapporterende financiŽle instellingen verifiŽren de identiteit van de rekeninghouder door middel van een bewijskrachtig document, waarvan een kopie wordt genomen op papier of op een elektronische drager. [1 De kopieŽn van de identificatiegegevens moeten minstens zeven jaar bewaard worden, te rekenen vanaf 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de rekening wordt afgesloten. De registraties, borderellen en documenten van de transacties die op de te rapporteren rekening zijn verricht, moeten minstens zeven jaar bewaard worden, te rekenen vanaf 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar van het uitvoeren van de transactie.]1
  ß 3. Voor natuurlijke personen hebben de identificatie en de identiteitsverificatie betrekking op hun naam, voornaam, geboortedatum en geboorteplaats. Daarnaast moet tevens, in de mate van het mogelijke, relevante informatie worden ingewonnen over het adres van de geÔdentificeerde personen. Voor rechtspersonen, trusts, fiducieŽn en soortgelijke juridische constructies hebben de identificatie en de identiteitsverificatie betrekking op de maatschappelijke naam, de maatschappelijke zetel, de bestuurders en de bepalingen die de bevoegdheid regelen om de rechtspersoon, trust, fiducie of soortgelijke juridische constructie te verbinden.
  ß 4. De rapporterende financiŽle instellingen bewaren de elektronische gegevensbestanden die zij aan de Belgische bevoegde autoriteit hebben meegedeeld gedurende zeven jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin zij die gegevensbestanden aan die autoriteit hebben meegedeeld. Na afloop van die termijn worden de gegevensbestanden gewist.
  ß 5. De Belgische financiŽle instellingen moeten de belastingadministratie, zonder verplaatsing en voor nazicht alle boeken en documenten bezorgen die nodig zijn om te bepalen of zij voldoen aan de door de wet bepaalde rapporterings- en zorgvuldigheidsverplichtingen. Zij moeten tevens de dossiers inzake de analyse, programma's en exploitatie van het gebruikte systeem overleggen, alsmede de gegevensdragers en alle gegevens die zij bevatten. Ongeacht de bevoegdheden die door enige andere wetgeving aan de administratie worden toegekend, mogen bovenvermelde onderzoeken zonder voorafgaande kennisgeving uitgevoerd worden tijdens het kalenderjaar in de loop waarvan de Belgische financiŽle instellingen de inlichtingen aan de Belgische bevoegde autoriteit moeten mededelen en binnen een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de voornoemde inlichtingen moeten medegedeeld worden.
  ß 6. Niettegenstaande ß 5 mag onderzoek worden verricht binnen een bijkomende termijn van vier jaar wanneer de belastingadministratie over aanwijzingen beschikt dat een Belgische financiŽle instelling de door de wet bepaalde rapporterings- en zorgvuldigheidsverplichtingen niet heeft nageleefd met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, of wanneer de bevoegde autoriteit van een ander rechtsgebied de Belgische bevoegde autoriteit ervan in kennis heeft gesteld dat zij redenen heeft om aan te nemen dat onjuiste of onvolledige inlichtingen werden meegedeeld of dat een Belgische financiŽle instelling niet voldoet aan de verplichtingen die op haar rusten in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot financiŽle rekeningen. Voorafgaand aan het onderzoek moet de belastingadministratie de betrokken financiŽle instelling schriftelijk en gedetailleerd op de hoogte brengen van de bestaande aanwijzingen van fraude of van de kennisgeving die zij van de bevoegde autoriteiten van een ander rechtsgebied ontvangen heeft, naargelang het geval.
  ----------
  (1)<W 2017-12-17/03, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  HOOFDSTUK IV. - Vertrouwelijkheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer

  Art. 13. ß 1. De verwerking van de door deze wet beoogde inlichtingen valt onder de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  ß 2. Voor de toepassing van de wet van 8 december 1992, worden elke rapporterende financiŽle instelling, en de FOD FinanciŽn beschouwd als "verantwoordelijke voor de verwerking" van "persoonsgegevens" wat de door deze wet beoogde inlichtingen aangaande natuurlijke personen betreft.

  Art. 14. ß 1. Elke rapporterende financiŽle instelling stelt iedere betrokken natuurlijke persoon ervan in kennis dat er op hem betrekking hebbende persoonsgegevens aan de Belgische bevoegde autoriteit zullen medegedeeld worden. Die informatie omvat :
  (a) de doeleinden van de mededeling van de persoonsgegevens;
  (b) de eindbestemmeling of de eindbestemmelingen van de persoonsgegevens;
  (c) de te rapporteren rekeningen waarvoor persoonsgegevens worden medegedeeld;
  (d) het bestaan van een recht om, op verzoek, ingelicht te worden van de specifieke gegevens die medegedeeld zijn of zullen worden aangaande een te rapporteren rekening en de toepassingsregels voor de uitoefening van dat recht;
  (e) het bestaan van een recht op verbetering van de persoonsgegevens die hem aanbelangen en de toepassingsregels voor de uitoefening van dat recht.
  ß 2. De rapporterende financiŽle instelling verstrekt de in ß 1 bedoelde informatie aan de natuurlijke persoon uiterlijk op de dag die voorafgaat aan de dag waarop de door de wet beoogde inlichtingen voor de eerste keer worden medegedeeld wat die persoon betreft.
  ß 3. De in ß 1 bedoelde informatie wordt tevens aan een natuurlijke persoon verstrekt uiterlijk op de dag die voorafgaat aan de dag waarop de inlichtingen in het kader van de wet worden medegedeeld met betrekking tot een kalenderjaar tijdens hetwelk :
  (a) een eindbestemmeling of de eindbestemmeling van de persoonsgegevens wijzigt wat die natuurlijke persoon betreft;
  (b) de lijst met te rapporteren rekeningen waarvoor persoonsgegevens worden medegedeeld gewijzigd wordt wat die natuurlijke persoon betreft;
  (c) de natuurlijke persoon opnieuw een te rapporteren persoon is, nadat hij gedurende ťťn of meer kalenderjaren niet langer een persoon was waarover gerapporteerd wordt.
  ß 4. De praktische toepassingsregels van het recht op verbetering worden omschreven door de rapporterende financiŽle instelling, in overeenstemming met artikel 12 van voornoemde wet van 8 december 1992. Wanneer uit een verzoek om verbetering blijkt dat er onjuiste gegevens met betrekking tot een natuurlijke persoon aan de Belgische bevoegde autoriteit werden toegezonden, stuurt de rapporterende financiŽle instelling, overeenkomstig de toepassingsregels die zijn bepaald in artikel 8, ß 4, aan die autoriteit een aanvullend bestand met de verbeterde gegevens aangaande die natuurlijke persoon.
  ß 5. Elke rapporterende financiŽle instelling brengt elke natuurlijke persoon onverwijld op de hoogte van elk lek in de beveiliging dat gevolgen zou kunnen hebben voor de bescherming van de hem betreffende persoonsgegevens en dat plaatsgevonden heeft tijdens de in het kader van de wet voorziene verwerking van de gegevens door die instelling. Ze licht tevens onverwijld de Belgische bevoegde autoriteit in van dit lek in de beveiliging.

  Art. 15. ß 1. De ambtenaren van de overheidsadministratie waartoe de Belgische bevoegde autoriteit behoort, oefenen hun ambt uit wanneer zij de door de wet beoogde inlichtingen meedelen aan de bevoegde autoriteit van een ander rechtsgebied. De bepalingen met betrekking tot het beroepsgeheim van de ambtenaren van de FOD FinanciŽn zijn van toepassing op alles waarvan de bedoelde ambtenaren kennis gekregen hebben in het kader van de verwerking van de door de wet beoogde inlichtingen.
  ß 2. De voorschriften van de wet van 3 augustus 2012 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de FOD FinanciŽn in het kader van zijn opdrachten, zijn van toepassing op de verwerking van die inlichtingen, in het bijzonder afdeling 9 die handelt over de machtiging voor toegang tot de gegevens.
  ß 3. De FOD FinanciŽn bewaart de elektronische gegevensbestanden die aan de bevoegde autoriteit van een ander rechtsgebied worden meegedeeld gedurende zeven jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin die gegevensbestanden aan die autoriteit werden meegedeeld. Op het einde van die termijn worden de gegevensbestanden gewist.
  ß 4. De Belgische bevoegde autoriteit brengt het secretariaat van het in de multilaterale Overeenkomst aangewezen coŲrdinerend lichaam en de bevoegde autoriteit van een rechtsgebied dat geen Partij is bij de multilaterale Overeenkomst onverwijld op de hoogte van elk lek in de beveiliging dat gevolgen zou kunnen hebben voor de bescherming van de persoonsgegevens die betrekking hebben op een inwoner van dat rechtsgebied, of op een Amerikaans staatsburger wanneer het de Verenigde Staten betreft, en dat plaatsgevonden heeft tijdens de verwerking van de gegevens door een rapporterende financiŽle instelling of door de FOD FinanciŽn.

  Art. 16. ß 1. De bepalingen van de artikelen 21 en 22 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, zijn van toepassing op de toezendingen van door de wet beoogde inlichtingen aan een rechtsgebied dat geen lid is van de Europese Unie.
  ß 2. In de mate dat die toezendingen deel uitmaken van een wederzijdse uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden en een voorwaarde zijn opdat BelgiŽ vergelijkbare inlichtingen kan verkrijgen, waardoor de fiscale verplichtingen waaraan de belastingplichtigen, die in BelgiŽ aan belasting onderworpen zijn, beter kunnen worden nageleefd, zijn die toezendingen noodzakelijk ter bescherming van een zwaarwegend algemeen belang van BelgiŽ. In die mate gebeuren die toezendingen in overeenstemming met artikel 22, ß 1, eerste lid, van de voornoemde wet van 8 december 1992 wanneer zij bestemd zijn voor een rechtsgebied dat geen lid is van de Europese Unie en doorgaans niet beschouwd wordt als een rechtsgebied dat waarborgen biedt voor een adequaat beschermingsniveau.
  ß 3. Niettegenstaande de andere bepalingen van de wet, wordt de toepassing van de wet uitgesteld of geschorst voor een rechtsgebied dat geen lid is van de Europese Unie, wanneer bewezen is dat bedoeld rechtsgebied geen infrastructuur ontwikkeld heeft die garandeert dat de op zijn grondgebied gevestigde financiŽle instellingen en zijn belastingadministratie de inwoners van BelgiŽ op voldoende wijze informeren over de op hen betrekking hebbende inlichtingen die door dat rechtsgebied zullen worden medegedeeld in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen aangaande financiŽle rekeningen. De toepassing van de wet wordt uitgesteld of geschorst door de Koning nadat de Belgische bevoegde autoriteit een schriftelijke opzegging aan de bevoegde autoriteit van het betrokken rechtsgebied toegezonden heeft. Het uitstel of de schorsing wordt van kracht op de datum van de bekendmaking van het koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 17. ß 1. De inlichtingen die aan een aan rapportering onderworpen rechtsgebied worden doorgegeven, zijn onderworpen aan de verplichtingen inzake vertrouwelijkheid en aan de andere beschermingsmaatregelen die zijn bepaald in het verdrag inzake belastingaangelegenheden dat de automatische uitwisseling van inlichtingen tussen BelgiŽ en dat rechtsgebied mogelijk maakt en in het administratief akkoord dat die uitwisseling organiseert, daaronder begrepen de bepalingen die het gebruik van de uitgewisselde inlichtingen beperken.
  ß 2. Niettegenstaande de bepalingen van een verdrag inzake belastingaangelegenheden is het evenwel zo dat de Belgische bevoegde autoriteit :
  - over het algemeen, en op voorwaarde van wederkerigheid, kan toestaan dat een rechtsgebied waaraan de inlichtingen worden doorgegeven die inlichtingen als bewijsmiddel gebruikt voor de strafrechtelijke rechtbanken wanneer die inlichtingen bijdragen tot het instellen van strafvervolgingen inzake fiscale fraude;
  - onder voorbehoud van wat is bepaald onder het eerste streepje, niet kan toestaan dat een rechtsgebied waaraan de inlichtingen worden doorgegeven, die inlichtingen gebruikt voor andere doeleinden dan het vestigen of het invorderen van de in het verdrag vermelde belastingen, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van die belastingen, de beslissing in beroepszaken die betrekking hebben op die belastingen, of het toezicht daarop; en
  - niet kan toestaan dat een rechtsgebied waaraan de inlichtingen worden doorgegeven die inlichtingen meedeelt aan een derde rechtsgebied.

  HOOFDSTUK V. - Sancties

  Art. 18. ß 1. Er is een administratieve geldboete van 1.000 EUR per betrokken te rapporteren rekening van toepassing op elke Belgische financiŽle instelling die zich ervan onthoudt of die weigert automatisch de inlichtingen aangaande ťťn of meer te rapporteren rekeningen mee te delen zoals door de wet vereist is, die ze meedeelt buiten de vastgelegde termijn, die de voorgeschreven toepassingsregels voor het meedelen van de inlichtingen, met name de zorgvuldigheidsverplichtingen, niet naleeft of die onjuiste of onvolledige inlichtingen meedeelt.
  ß 2. Er is een administratieve geldboete van 2.500 EUR van toepassing op elke Belgische financiŽle instelling voor elke andere inbreuk op de bepalingen van de wet, met uitzondering van inbreuken op de bepalingen van artikel 14, die bestraft worden overeenkomstig de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  ß 3. De geldboetes waarin bovenstaande paragrafen voorzien, zijn niet van toepassing wanneer een inbreuk het gevolg is van omstandigheden buiten de wil van de rapporterende financiŽle instelling.
  ß 4. Wanneer een inbreuk gepleegd wordt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, wordt het in de bovenstaande paragrafen vastgelegd bedrag van de geldboete verdubbeld.
  ß 5. De administratieve geldboetes waarin dit artikel voorziet, worden gevestigd en ingevorderd overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op de administratieve geldboetes als bedoeld in artikel 445 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.

  Art. 19. ß 1. Elke in artikel 18 bedoelde inbreuk die gepleegd wordt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, zal bestraft worden overeenkomstig artikel 449 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
  ß 2. Wie valsheid in openbare geschriften, handelsgeschriften of private geschriften pleegt, of wie van zulk vals geschrift gebruik maakt met het oog op het plegen van een in artikel 18 bedoelde inbreuk, zal bestraft worden overeenkomstig artikel 450, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
  ß 3. Alle bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn van toepassing op de door dit artikel beoogde inbreuken. De wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboetes, is eveneens van toepassing op die inbreuken.
  ß 4. De bepalingen van de artikelen 458 tot 463 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 zijn van toepassing op de door dit artikel beoogde inbreuken.

  HOOFDSTUK VI. - Diverse

  Art. 20. De wet treedt in werking :
  - 10 dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad wat de inlichtingen betreft die bestemd zijn voor de Verenigde Staten en voor die welke bestemd zijn voor een andere lidstaat van de Europese Unie, en
  - op de datum die de Koning vaststelt wat de inlichtingen betreft die bestemd zijn voor elk ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding voorzien in het artikel 20 tweede streepje vastgesteld op 19-06-2017 door KB 2017-06-14/03, art. 3)

  Art. 21. De Koning is belast met het wijzigen van een verwijzing door deze wet naar een bepaling naar Belgisch recht, wanneer een wijziging van de bepalingen naar Belgisch recht over een identiek onderwerp de verwijzing ongeldig maakt.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. BIJLAGE I : BEGRIPSBEPALINGEN
  A. ALGEMENE BEGRIPSBEPALINGEN
  1. Onder "richtlijn" wordt verstaan richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied.
  2. Onder "administratief akkoord" wordt verstaan elk akkoord dat door de Belgische regering of door de Belgische bevoegde autoriteit gesloten werd met de regering of met de bevoegde autoriteit van een andere Staat overeenkomstig een verdrag tussen BelgiŽ en die andere Staat en die voor BelgiŽ voorziet in de verplichting om de inlichtingen die vermeld zijn in artikel 5 van hoofdstuk III van deze wet automatisch mede te delen.
  3. Onder "Belgische bevoegde autoriteit" wordt verstaan de federale Minister van FinanciŽn of zijn gemachtigde vertegenwoordiger.
  4. Onder "bevoegde autoriteit van een ander rechtsgebied" wordt verstaan de bevoegde autoriteit die als dusdanig werd aangewezen door dat ander rechtsgebied of door zijn gemachtigde vertegenwoordiger.
  5. Onder "financiŽle instelling" wordt verstaan iedere persoon die een activiteit uitoefent als :
  a) bewaarinstelling;
  b) instelling die deposito's neemt;
  c) beleggingsentiteit;
  d) omschreven verzekeringsmaatschappij.
  6. Onder "Belgische financiŽle instelling" wordt verstaan iedere financiŽle instelling die een inwoner is van BelgiŽ, met uitzondering van elk filiaal van die financiŽle instelling dat zich buiten het grondgebied van BelgiŽ bevindt, en elk filiaal van een financiŽle instelling die geen inwoner is van BelgiŽ, indien dat filiaal zich in BelgiŽ bevindt.
  7. Onder "financiŽle instelling in een deelnemend rechtsgebied" wordt verstaan iedere financiŽle instelling die een inwoner is van een deelnemend rechtsgebied, met uitzondering van elk filiaal van zulke financiŽle instelling dat zich buiten een deelnemend rechtsgebied bevindt, en elk filiaal van een financiŽle instelling die geen inwoner is van een deelnemend rechtsgebied, indien dat filiaal zich in dat rechtsgebied bevindt.
  Wanneer de Verenigde Staten het deelnemend rechtsgebied zijn, slaat de uitdrukking niet op een financiŽle instelling die opgericht of geregistreerd is in Amerikaans Samoa, de Commonwealth van de Noordelijke Marianen, Guam, de Commonwealth van Porto Rico of de Amerikaanse Maagdeneilanden.
  8. Onder "bewaarinstelling" wordt verstaan iedere entiteit die voor rekening van derden financiŽle activa in bewaring houdt als een wezenlijk deel van haar bedrijfsactiviteiten. Een instelling houdt financiŽle activa voor rekening van derden als wezenlijk deel van haar bedrijfsactiviteiten, wanneer haar bruto-inkomsten die verband houden met het houden van financiŽle activa en het verlenen van de bijbehorende financiŽle diensten gelijk zijn aan of groter zijn dan 20 % van de bruto-inkomsten van de entiteit gedurende :
  - de periode van drie jaar die eindigt op 31 december (of de laatste dag van een boekjaar indien dat niet gelijk loopt met het kalenderjaar) voorafgaand aan het jaar waarin de vaststelling geschiedt; of
  - de bestaansperiode van de entiteit, indien deze korter is dan drie jaar.
  9. Onder "instelling die deposito's neemt" wordt verstaan iedere entiteit die deposito's aanvaardt in het kader van de normale uitoefening van een bankbedrijf of van een daarmee vergelijkbaar bedrijf.
  10. Onder "beleggingsentiteit" wordt verstaan iedere entiteit :
  a) met als voornaamste bedrijfsactiviteit het voor of namens een klant uitvoeren van een of meer van de volgende activiteiten of transacties :
  i. handel in geldmarktinstrumenten (cheques, wissels, depositobewijzen, derivaten, enz.), vreemde valuta's, wisselkoersen, rentepercentage- en indexinstrumenten, overdraagbare effecten of goederentermijnhandel;
  ii. individueel of collectief portefeuillebeheer; of
  iii. andere vormen van het beleggen, administreren of beheren van financiŽle activa of geld ten behoeve van derden, of
  b) met een bruto-inkomen dat hoofdzakelijk is toe te rekenen aan beleggen, herbeleggen of handel in financiŽle activa, indien de entiteit wordt beheerd door een andere entiteit die een instelling is die deposito's neemt, een bewaarinstelling, een omschreven verzekerings-maatschappij of een beleggingsentiteit omschreven in alinea a) hierboven.
  Een entiteit wordt beschouwd als een entiteit met als voornaamste bedrijfsactiviteit het uitvoeren van een of meer van de in paragraaf 10, alinea a) omschreven activiteiten, of de bruto-inkomsten van een entiteit zijn hoofdzakelijk toe te rekenen aan beleggen, herbeleggen of handel in financiŽle activa voor de in paragraaf 10, alinea b) bedoelde doelen, indien de bruto-inkomsten van de entiteit die verband houden met deze activiteiten gelijk zijn aan of groter zijn dan 50 % van de bruto-inkomsten van de entiteit gedurende :
  - de periode van drie jaar die eindigt op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de vaststelling geschiedt; of
  - de bestaansperiode van de entiteit, indien deze korter is dan drie jaar.
  De uitdrukking "beleggingsentiteit" omvat niet een entiteit die een NFBE of een actieve NFE is omdat die entiteit voldoet aan een van de criteria die zijn bedoeld in deel V, sectie B, paragraaf 4, alinea's e) tot h) van Bijlage II en in deel V, sectie D, paragraaf 3, alinea's d) tot g) van bijlage III.
  Deze paragraaf 10 moet worden uitgelegd op een wijze die verenigbaar is met de omschrijving van de uitdrukking "financiŽle instelling" in de aanbevelingen van de Financial Action Task Force.
  11. Onder "financiŽle activa" wordt verstaan effecten (bijvoorbeeld een aandeel in een vennootschap; een partnerschap of een uiteindelijk belang in een breed opgezet of een beursgenoteerd samenwerkingsverband (partnership), of een trust; een andere obligatie of een ander schuldbewijs), een partnerschapsbelang, commodity, swap (bijvoorbeeld renteswaps, valutaswaps, basisswaps, interest rate caps, interest rate floors, commodity swaps, equity swaps, equity index swaps en soortgelijke overeenkomsten), een verzekeringsovereenkomst of lijfrenteverzekering of ieder belang (inclusief een termijncontract of optie) in een effect, commodity, swap, verzekeringsovereenkomst of lijfrente-verzekering. De uitdrukking "financiŽle activa" omvat niet een direct belang, buiten de vreemd vermogenssfeer, in een onroerend goed.
  12. Onder "omschreven verzekerings-maatschappij" wordt verstaan elke verzekeringsmaatschappij (of de houdstermaatschappij van een verzekeringsmaatschappij) die een kapitaalverzekering of lijfrenteverzekering aanbiedt of verplicht is tot het betalen van uitkeringen uit hoofde van een kapitaalverzekering of lijfrenteverzekering.
  B. RAPPORTERENDE FINANCIELE INSTELLING EN NIET-RAPPORTERENDE FINANCIELE INSTELLING
  1. Onder "rapporterende financiŽle instelling" wordt verstaan elke Belgische financiŽle instelling die geen niet-rapporterende financiŽle instelling is.
  2. Onder "niet-rapporterende financiŽle instelling" wordt verstaan elke Belgische financiŽle instelling die :
  a) een overheidsinstantie is, een internationale organisatie of een centrale bank, behalve waar het een betaling betreft die voortvloeit uit een verplichting in het kader van een commerciŽle financiŽle activiteit van een soort die wordt uitgeoefend door een omschreven verzekeringsmaatschappij, een instelling die deposito's neemt of een bewaarinstelling;
  b) een pensioenfonds met brede deelname, een pensioenfonds met beperkte deelname, een pensioenfonds van een overheidsinstantie, een internationale organisatie of een centrale bank, een gemeenschappelijk beleggingsfonds dat beoogd wordt door artikel 14516 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 en dat werd opgericht voor het beleggen van gelden via een collectieve spaarrekening als onderdeel van een fiscaal begunstigd pensioenspaarplan of een gekwalificeerde uitgever van een kredietkaart;
  Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn betekent de uitdrukking "niet-rapporterende financiŽle instelling" in elk geval een in BelgiŽ gevestigd pensioenfonds zoals bedoeld in artikel 3, alinea 1, k van de op 27 november 2006 ondertekende Overeenkomst tussen de Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van het Koninkrijk BelgiŽ tot het vermijden van dubbele belasting en van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, op voorwaarde dat het fonds in aanmerking komt voor de voordelen waarin de Overeenkomst voorziet voor inkomsten die het pensioenfonds behaalt uit bronnen binnen de Verenigde Staten (of in aanmerking zou komen voor zulke voordelen indien het zulke inkomsten zou behalen).
  c) elke andere entiteit met een laag risico om te worden gebruikt voor belastingontduiking, die in wezen gelijkaardige kenmerken heeft als een van de entiteiten omschreven in paragraaf 2, alinea's a) en b) van deze sectie B, en die door de Koning omschreven is als niet-rapporterende financiŽle instelling;
  d) een vrijgesteld collectief beleggingsvehikel;
  e) een trust die is opgericht naar het recht van een rapportering onderworpen rechtsgebied voor zover de trustee van die trust een rapporterende financiŽle instelling is en alle informatie rapporteert die vereist is overeenkomstig de wet met betrekking tot alle te rapporteren rekeningen van de trust; of
  f) wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, een financiŽle instelling met een plaatselijk klantenbestand die aan de volgende vereisten voldoet :
  i. de financiŽle instelling moet vergund en gereguleerd zijn zoals een financiŽle instelling naar Belgisch recht;
  ii. de financiŽle instelling mag geen vaste bedrijfsinrichting buiten het Belgisch grondgebied hebben. Voor de toepassing van deze bepaling omvat een vaste bedrijfsinrichting niet een locatie waarvoor geen reclame gemaakt wordt bij het publiek en van waaruit de financiŽle instelling enkel werkzaamheden op het vlak van administratieve ondersteuning verricht;
  iii. de financiŽle instelling mag geen klanten of rekeninghouders werven buiten het Belgisch grondgebied. Voor de toepassing van deze bepaling wordt een financiŽle instelling niet geacht klanten of rekeninghouders te hebben geworven buiten het Belgisch grondgebied om de enkele reden dat die financiŽle instelling :
  - een website exploiteert, op voorwaarde dat die website niet specifiek vermeldt dat de financiŽle instelling financiŽle rekeningen of diensten aanbiedt aan niet-inwoners en ook anderszins geen Amerikaanse klanten of rekeninghouders beoogt of werft, of
  - reclame maakt in gedrukte media die voornamelijk in BelgiŽ verdeeld worden of op radio of tv-zenders die voornamelijk in BelgiŽ uitzenden, maar die occasioneel ook in andere landen verdeeld of uitgezonden wordt, op voorwaarde dat die reclame niet specifiek vermeldt dat de financiŽle instelling financiŽle rekeningen of diensten aanbiedt aan niet-inwoners en ook anderszins geen Amerikaanse klanten of Amerikaanse rekeninghouders beoogt of werft;
  iv. de financiŽle instelling wordt door de Belgische wetgeving verplicht om de identiteit op te geven van rekeninghouders die inwoner zijn teneinde inlichtingen te verstrekken, een bronbelasting in te houden met betrekking tot financiŽle rekeningen die aangehouden worden door inwoners van BelgiŽ of om te voldoen aan de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC)-;
  v. ten minste 98 % van de waarde van de financiŽle rekeningen die door de financiŽle instelling beheerd worden moet worden aangehouden door inwoners (met inbegrip van inwoners die entiteiten zijn) van BelgiŽ of van een lidstaat van de Europese Unie;
  vi. met aanvang op of vůůr 1 juli 2014, of op de datum waarop ze een niet-rapporterende financiŽle instelling wordt, moet de financiŽle instelling een beleid voeren en procedures toepassen die volledig aansluiten bij die welke zijn uiteengezet in bijlage I van het FATCA-verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk BelgiŽ en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, dit om te voorkomen dat de financiŽle instelling een financiŽle rekening aanhoudt van een niet-participerende financiŽle instelling en om te controleren of de financiŽle instelling een financiŽle rekening opent of aanhoudt voor een te rapporteren persoon die geen inwoner van BelgiŽ is (daaronder begrepen een Amerikaans persoon die inwoner van BelgiŽ was wanneer de financiŽle rekening geopend werd maar vervolgens opgehouden is een inwoner van BelgiŽ te zijn) of voor een passieve NFBE waarvan de uiteindelijk belanghebbenden inwoner van de Verenigde Staten of Amerikaanse staatsburgers zijn die geen inwoner zijn van BelgiŽ;
  vii. dat beleid en die procedures dienen erin te voorzien dat, indien een financiŽle rekening geÔdentificeerd wordt, die wordt aangehouden door een te rapporteren persoon die geen inwoner is van BelgiŽ of door een passieve NFBE waarvan de uiteindelijk belanghebbenden inwoners van de Verenigde Staten of Amerikaanse staatsburgers zijn die geen inwoner zijn van BelgiŽ, de financiŽle instelling die financiŽle rekening moet rapporteren zoals dat vereist zou zijn indien de financiŽle instelling een rapporterende financiŽle instelling zou zijn (met inbegrip van het naleven van de toepasselijke registratievoorschriften op de FATCA-website van de IRS), of die financiŽle rekening moet sluiten;
  viii. elke bestaande rekening die wordt aangehouden door een natuurlijke persoon die geen inwoner is van BelgiŽ of door een entiteit, moet door genoemde financiŽle instelling gecontroleerd worden overeenkomstig de in bijlage II uiteengezette procedures die van toepassing zijn op bestaande rekeningen, teneinde elke te rapporteren rekening te identificeren die door een niet-participerende financiŽle instelling wordt aangehouden. Wanneer dergelijke rekening ontdekt wordt moet de financiŽle instelling die rekening rapporteren zoals dat vereist zou zijn indien de financiŽle instelling een rapporterende financiŽle instelling zou zijn (met inbegrip van het naleven van de toepasselijke registratievoorschriften op de FATCA-website van de IRS) of moet ze die rekening sluiten;
  ix. elke gelieerde entiteit van de financiŽle instelling die een financiŽle instelling is, moet naar Belgisch recht opgericht of gereguleerd zijn en, met uitzondering van de pensioenfondsen die beschreven zijn in paragraaf 2, alinea b), van deze sectie B, voldoen aan de in deze alinea f) uiteengezette criteria; en
  x. de financiŽle instelling mag geen discriminerend beleid voeren of discriminerende praktijken hanteren inzake het openen of aanhouden van financiŽle rekeningen voor natuurlijke personen die te rapporteren personen en inwoners van BelgiŽ zijn; of
  g) wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, een plaatselijke bank die aan volgende vereisten voldoet :
  i. de financiŽle instelling werkt alleen in de hoedanigheid van (en is vergund en gereguleerd naar Belgisch recht als) :
  - bank, of
  - kredietvereniging of een soortgelijke coŲperatieve kredietorganisatie die geŽxploiteerd wordt zonder winstoogmerk,
  ii. het bedrijf van de financiŽle instelling bestaat voornamelijk uit het ontvangen van deposito's van en het verstrekken van leningen aan :
  - onafhankelijke particuliere klanten voor zover het een bank betreft, en
  - leden, voor zover het een kredietvereniging of een soortgelijke coŲperatieve kredietorganisatie betreft, op voorwaarde dat geen enkel lid een deelneming van meer dan 5% in die kredietvereniging of in die coŲperatieve kredietorganisatie heeft;
  iii. de financiŽle instelling voldoet aan de vereisten die zijn uiteengezet in alinea f), punten ii en iii van deze paragraaf 2, op voorwaarde dat, naast de beperkingen aangaande de website die in alinea f), punt iii beschreven zijn, het niet mogelijk is om een financiŽle rekening te openen op de website;
  iv. de financiŽle instelling heeft niet meer dan 175 miljoen VS-dollars aan activa op haar balans, en de gelieerde entiteiten hebben samen met de financiŽle instelling in totaal niet meer dan 500 miljoen VS-dollars aan activa op hun geconsolideerde of gecombineerde balansen; en
  v. elke gelieerde entiteit moet in BelgiŽ opgericht of geregistreerd zijn en elke gelieerde entiteit die een financiŽle instelling is moet voldoen aan de in deze alinea g) uiteengezette vereisten, behalve wanneer het gaat om een gelieerde entiteit die een pensioenfonds met brede deelname is, een pensioenfonds met beperkte deelname, een pensioenfonds, wat BelgiŽ betreft, omschreven is in artikel 3, alinea 1, k) van de Overeenkomst tussen BelgiŽ en de Verenigde Staten van Amerika tot het vermijden van dubbele belasting en van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen van 27 november 2006 of een Belgisch spaarfonds zoals omschreven in alinea b), punten i en ii van deze paragraaf 2, of wanneer het gaat om een financiŽle instelling die enkel lagewaarderekeningen heeft, zoals beschreven in alinea h) van deze paragraaf 2;
  h) wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, een Belgische financiŽle instelling die enkel lagewaarderekeningen heeft en die aan volgende vereisten voldoet :
  i. de financiŽle instelling is geen beleggingsentiteit;
  ii. wanneer de in bijlage II uiteengezette regels voor de samenvoeging van rekeningen en het omrekenen van valuta worden toegepast is er geen enkele financiŽle rekening die door de financiŽle instelling of door een gelieerde entiteit wordt beheerd met een saldo of waarde hoger dan 50.000 VS-dollars; en
  iii. de financiŽle instelling heeft niet meer dan 50 miljoen VS-dollars aan activa op haar balans, en de gelieerde entiteiten hebben samen met de financiŽle instelling in totaal niet meer dan 50 miljoen VS-dollars aan activa op hun geconsolideerde of gecombineerde balansen;
  j) wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, een Belgische financiŽle instelling die een gesponsorde beleggingsentiteit is zoals omschreven in punt i hierna of een gesponsorde gecontroleerde buitenlandse vennootschap zoals omschreven in punt ii hierna, met een sponsorende entiteit die voldoet aan de vereisten die zijn opgenomen in punt iii hierna :
  i. een financiŽle instelling is een gesponsorde beleggingsentiteit wanneer :
  - ze een in BelgiŽ gevestigde beleggingsentiteit is niet zijnde een gekwalificeerd tussenpersoon (qualified intermediary) of niet zijnde een bronbelasting inhoudend buitenlands samenwerkingsverband (withholding foreign partnership) of een bronbelasting inhoudende buitenlandse trust (withholding foreign trust) op grond van de relevante voorschriften van de US Treasury, en
  - een entiteit met die financiŽle instelling een akkoord heeft gesloten om voor haar op te treden als sponsorende entiteit.
  ii. een financiŽle instelling is een gesponsorde gecontroleerde buitenlandse vennootschap wanneer :
  - de financiŽle instelling een naar Belgisch recht opgerichte gecontroleerde buitenlandse vennootschap is die niet een gekwalificeerd tussenpersoon is of niet een bronbelasting inhoudend buitenlands samenwerkingsverband of een bronbelasting inhoudende buitenlandse trust is op grond van de relevante voorschriften van de US Treasury,
  - de financiŽle instelling volledig in het bezit is, onmiddellijk of middellijk, van een rapporterende Amerikaanse financiŽle instelling die ermee akkoord gaat om als sponsorende entiteit op te treden voor de financiŽle instelling, of die van een filiaal van de financiŽle instelling eist om zulks te doen, en
  - de financiŽle instelling met de sponsorende entiteit een gemeenschappelijk elektronisch boekhoudsysteem deelt dat deze laatste in staat stelt om alle rekeninghouders en begunstigden van de financiŽle instelling te identificeren en toegang te krijgen tot alle rekening- en klantinformatie die door de financiŽle instelling wordt bijgehouden, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, informatie aangaande klantidentificatie, documentatie over klanten, het rekeningsaldo, en alle betalingen die aan de rekeninghouder of de begunstigde van de rekening werden gedaan;
  iii. de sponsorende entiteit voldoet aan volgende criteria :
  - ze is bevoegd om namens de financiŽle instelling op te treden (bijvoorbeeld als fondsbeheerder, trustee, bestuurder of leidinggevende vennoot) om te voldoen aan de geldende registratievereisten die te lezen zijn op de IRS-website voor FATCA- registratie;
  - ze is bij de IRS als sponsorende entiteit geregistreerd op de op de IRS-website voor FATCA- registratie;
  - wanneer ze Amerikaanse te rapporteren rekeningen identificeert die met de financiŽle instelling verbonden zijn, registreert ze de financiŽle instelling uiterlijk op 31 december 2015 op de IRS-website voor FATCA- registratie of, wanneer die later valt, 90 dagen na de datum waarop die Amerikaanse te rapporteren rekening voor de eerste keer geÔdentificeerd wordt;
  - ze gaat akkoord om namens de financiŽle instelling alle zorgvuldigheids-, inhoudings-, rapporterings- en andere vereisten na te komen die de financiŽle instelling had moeten nakomen indien ze een rapporterende financiŽle instelling zou zijn;
  - ze vermeldt de naam en het identificatienummer van de financiŽle instelling (dat werd verkregen door het volgen van de geldende registratievereisten op de IRS-website voor FATCA-registratie) in alle documenten die namens de financiŽle instelling worden ingevuld; en
  - haar hoedanigheid van sponsor werd niet herroepen;
  j) wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, een Belgische financiŽle instelling die een gesponsord besloten beleggingsinstrument is die aan volgende vereisten voldoet :
  i. ze is enkel een financiŽle instelling omdat ze een beleggingsentiteit is en niet een gekwalificeerd tussenpersoon, noch een bronbelasting inhoudend buitenlands samenwerkingsverband, noch een bronbelasting inhoudende buitenlandse trust op grond van de relevante voorschriften van de US Treasury;
  ii. de sponsorende entiteit is een Amerikaanse rapporterende financiŽle instelling, een onder model 1 vallende rapporterende BFI of een participerende BFI, is bevoegd om op te treden namens de financiŽle instelling (bijvoorbeeld als professioneel fondsbeheerder, trustee of leidinggevende vennoot), en gaat akkoord om namens de financiŽle instelling alle zorgvuldigheids-, inhoudings-, rapporterings- en andere vereisten na te komen die de financiŽle instelling had moeten nakomen indien ze een rapporterende financiŽle instelling zou zijn;
  iii. ze presenteert zich niet als een beleggingsvehikel voor niet-gelieerde partijen;
  iv. hoogstens twintig natuurlijke personen bezitten alle schuldvorderingen en deelnemingsbewijzen in de financiŽle instelling (zonder rekening te houden met schuldvorderingen die in het bezit zijn van participerende BFI's en als FATCA-conform beschouwde BFI's en met deelnemingsbewijzen die in het bezit zijn van een entiteit wanneer die entiteit 100% van de deelnemingsbewijzen in de financiŽle instelling bezit en zelf een gesponsorde financiŽle instelling is, zoals beschreven in deze alinea j), en
  v. de sponsorende entiteit voldoet aan de volgende vereisten :
  - ze is als sponsorende entiteit bij de IRS geregistreerd op de IRS-website voor FATCA- registratie;
  - ze gaat akkoord om namens de financiŽle instelling alle zorgvuldigheids-, inhoudings-, rapporterings- en andere vereisten na te komen die de financiŽle instelling had moeten nakomen indien ze een rapporterende Belgische financiŽle instelling zou zijn. Daarnaast houdt ze gedurende zes jaar de documentatie bij die ze aangaande de financiŽle instelling verzameld heeft;
  - ze vermeldt de naam van de financiŽle instelling in alle documenten die namens de financiŽle instelling worden ingevuld; en
  - haar hoedanigheid van sponsor werd niet herroepen;
  k) wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, een in BelgiŽ gevestigde beleggingsentiteit die enkel een financiŽle instelling is omdat zij :
  - beleggingsadvies geeft en optreedt namens, of
  - portefeuilles beheert voor en optreedt namens een klant met het oog op het beleggen, het beheren of het besturen van fondsen die namens de klant in deposito werden gegeven bij een financiŽle instelling, niet zijnde een niet-participerende financiŽle instelling.
  3. Onder "overheidsinstantie" wordt verstaan de regering van een rechtsgebied, een staatkundig onderdeel van een rechtsgebied of elk agentschap dat, of elke instantie die, volledig daartoe behoort. Deze categorie bestaat uit de integrale delen en de entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend van een rechtsgebied. Ze omvat met name de Belgische regering, de staatkundige onderdelen van BelgiŽ (met inbegrip van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de bestuurlijke arrondissementen en de gemeenten) en elk agentschap dat, of elke instantie die daartoe behoort :
  a) Onder "integraal deel" wordt verstaan elke persoon, organisatie, agentschap, bureau, fonds, instantie of ander lichaam, ongeacht de daaraan gegeven benaming, die of dat een bestuursautoriteit van het rechtsgebied vormt. De netto-inkomsten van de bestuursautoriteit moeten worden gecrediteerd naar de eigen rekening of op andere rekeningen van het rechtsgebied, zonder dat een deel ervan ten goede komt van een privťpersoon. Een integraal deel slaat niet op een persoon die een staatshoofd, een hoge ambtenaar of een bestuurder is en die als privťpersoon of ten persoonlijken titel handelt.
  b) Onder "entiteit waarover zeggenschap wordt uitgeoefend" wordt verstaan een entiteit die formeel apart staat of die een afzonderlijke juridische entiteit vormt, op voorwaarde dat :
  i. de entiteit volledig behoort tot en volledig onder de zeggenschap staat van een of meer overheidsinstanties, rechtstreeks of via ťťn of meer entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend;
  ii. de netto inkomsten van de entiteit worden gecrediteerd naar de eigen rekening of de rekeningen van een of meer overheidsinstanties, zonder dat een deel ervan ten goede komt van een privťpersoon, en
  iii. de activa van de entiteit bij ontbinding toekomen aan een of meer overheidsinstanties.
  c) Inkomsten komen niet ten goede van privťpersonen als deze personen de beoogde begunstigden zijn van een overheidsprogramma, en de onder dat programma vallende activiteiten worden uitgevoerd voor het grote publiek met het oog op het gemeenschappelijk welzijn of betrekking hebben op de administratie van een fase van de overheid. Niettegenstaande het voorgaande worden inkomsten evenwel beschouwd als ten goede komend van privťpersonen wanneer ze voortkomen uit het gebruik van een overheidsinstantie voor het voeren van een commercieel bedrijf, zoals commerciŽle bankactiviteiten, dat financiŽle diensten verleent aan privťpersonen.
  4. Onder "internationale organisatie" wordt verstaan iedere internationale organisatie of een agentschap of instantie daarvan dat/die daar volledig toe behoort. Deze categorie omvat elke intergouvernementele organisatie (met inbegrip van een supranationale organisatie) :
  a) die voornamelijk bestaat uit regeringen;
  b) die een zetelakkoord of een in wezen soortgelijke overeenkomst gesloten heeft met BelgiŽ; en
  c) waarvan de inkomsten niet ten goede komen van privťpersonen.
  5. Onder "centrale bank" wordt verstaan de Nationale Bank van BelgiŽ.
  6. Onder "pensioenfonds met brede deelname" wordt verstaan een fonds dat opgericht werd voor het betalen van pensioen-, invaliditeits- of overlijdensuitkeringen, of een combinatie daarvan, aan begunstigden die huidige of voormalige werknemers zijn (of personen die door de werknemers zijn aangewezen) van een of meer werkgevers, als tegenprestatie voor geleverde diensten, op voorwaarde dat het fonds :
  a) geen enkele begunstigde heeft met een recht van meer dan 5 % van de activa van het fonds;
  b) onderworpen is aan overheidsreglementering en informatie verstrekt aan de belastingautoriteiten, en
  c) aan minstens ťťn van volgende voorwaarden voldoet :
  i. het fonds is algemeen vrijgesteld van belasting op inkomsten uit beleggingen, ofwel wordt voor die inkomsten uitstel van belastingheffing verleend, ofwel worden ze tegen een verlaagd tarief belast, vanwege de hoedanigheid die het fonds heeft als pensioenregeling;
  ii. het fonds ontvangt ten minste 50 % van zijn totale bijdragen van de werkgevers die het financieren (met uitzondering van overdrachten van activa van andere regelingen omschreven in paragrafen 6 tot 8 van deze sectie B, of van pensioenrekeningen omschreven in sectie C, paragraaf 15, alinea a));
  iii. uitkeringen uit of onttrekkingen aan het fonds zijn alleen toegestaan wanneer er zich specifieke gebeurtenissen voordoen die te maken hebben met pensioen, invaliditeit of overlijden (met uitzondering van uitkeringen die worden overgedragen aan andere pensioenfondsen die zijn omschreven in de paragrafen 6 tot 8 van deze sectie B of aan de pensioenrekeningen die zijn omschreven in sectie C, paragraaf 15, alinea a)), of wanneer er sancties van toepassing zijn op uitkeringen of onttrekkingen die vůůr die specifieke gebeurtenissen werden gedaan; of
  iv. de bijdragen van werknemers aan het fonds (met uitzondering van sommige toegestane bijdragen) worden beperkt in functie van verworven inkomsten van de werknemer of mogen niet meer bedragen dan 50.000 VS-dollars per jaar onder toepassing van de regels inzake de aggregatie van de saldi van rekeningen en het omrekenen van valuta die zijn omschreven in bijlage II, deel V, sectie C voor wat de Verenigde Staten betreft en in bijlage III, deel V, sectie E voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft.
  Ongeacht wat voorafgaat omvat de uitdrukking "pensioenfonds met brede deelname" een pensioenfonds dat werd opgericht om uitkeringen te verstrekken, niet alleen aan begunstigden die huidige of voormalige werknemers zijn (of personen die door die werknemers zijn aangewezen), maar ook aan zelfstandigen, op voorwaarde dat zulk fonds voldoet aan de andere, hierboven opgesomde voorwaarden.
  7. Onder "pensioenfonds met beperkte deelname" wordt verstaan een fonds opgericht voor het betalen van pensioen-, invaliditeits- of overlijdensuitkeringen aan begunstigden die huidige of voormalige werknemers zijn (of personen die door de werknemers zijn aangewezen) van een of meer werkgevers, als tegenprestatie voor geleverde diensten, op voorwaarde dat :
  a) het fonds minder dan 50 deelnemers heeft;
  b) het fonds wordt gefinancierd door een of meer werkgevers die geen beleggingsentiteit of passieve NFE's zijn (of passieve NFBE's wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn);
  c) de bijdragen van de werknemer respectievelijk de werkgever aan het fonds (anders dan overdrachten van activa van pensioenrekeningen omschreven in sectie C, paragraaf 15, alinea a)) beperkt zijn in functie van de verworven inkomsten respectievelijk de beloning van de werknemer;
  d) de deelnemers die geen inwoner zijn van het rechtsgebied waar het fonds is opgericht niet meer dan 20 % van de activa van het fonds in hun bezit mogen hebben; en
  e) het fonds onderworpen is aan overheidsreglementering en informatie verstrekt aan de belastingautoriteiten.
  8. Onder "pensioenfonds van een overheidsinstantie, een internationale organisatie of een centrale bank" wordt verstaan een fonds dat is opgericht door een overheidsinstantie, een internationale organisatie of een centrale bank en pensioen-, invaliditeits- of overlijdensuitkeringen uitkeert aan begunstigden of deelnemers die huidige of voormalige werknemers zijn (of personen die door de werknemers zijn aangewezen), of die geen huidige of voormalige werknemers zijn, indien de uitkeringen aan die begunstigden of deelnemers een tegenprestatie zijn voor persoonlijke diensten die aan de overheidsinstantie, de internationale organisatie of de centrale bank geleverd werden.
  9. Onder "gekwalificeerde uitgever van een kredietkaart" wordt verstaan een financiŽle instelling die aan de volgende voorwaarden voldoet :
  a) de financiŽle instelling is enkel een financiŽle instelling omdat ze een uitgever van kredietkaarten is die alleen deposito's aanvaardt wanneer een klant een betaling doet die het saldo overschrijdt dat met betrekking tot de kredietkaart verschuldigd is en het teveel betaalde bedrag niet onmiddellijk aan de klant teruggestort wordt; en
  b) uiterlijk op 1 juli 2014 voor wat de Verenigde Staten betreft, op 1 januari 2016 voor wat een andere lidstaat van de Europese Unie betreft en op de bij Koninklijk Besluit voorziene datum voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft, voert de financiŽle instelling een beleid en past ze procedures toe die ofwel voorkomen dat een klant een betaling verricht van meer dan 50.000 VS-dollars of van een gelijkwaardig bedrag in Euro, ofwel garanderen dat elke betaling die dat bedrag te boven gaat binnen 60 dagen aan de klant wordt teruggestort, waarbij voor elk geval de regels inzake de aggregatie van de saldi van rekeningen en het omrekenen van valuta worden toegepast die omschreven zijn in deel V, sectie C van bijlage II voor wat de Verenigde Staten betreft en in deel V, sectie E van bijlage III voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft. In dit verband heeft een door een klant te veel betaald bedrag geen betrekking op creditsaldi die verband houden met betwiste afboekingen van de rekening, maar wel op creditsaldi die het resultaat zijn van teruggestorte goederen.
  10. Onder "vrijgesteld collectief beleggingsvehikel" wordt verstaan een beleggingsentiteit die gereguleerd is als een collectief beleggingsvehikel, op voorwaarde dat alle deelnemingen in dat vehikel worden aangehouden door of via een of meer entiteiten zoals beschreven in paragraaf 2 van deze sectie B of door natuurlijke personen of entiteiten die geen te rapporteren personen zijn [1 met uitzondering van een passieve NFE waarvan een of meer uiteindelijk belanghebbenden te rapporteren personen zijn]1. Onder die uitdrukking wordt ook verstaan de alternatieve collectieve beleggingsvehikels met een veranderlijk aantal rechten van deelneming waarvan de lijst is opgesteld op grond van artikel 3 van het Koninklijk Besluit van 7 december 2007 met betrekking tot institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 2į van de wet van 20 juli 2004 bedoelde categorie van toegelaten beleggingen.
  Een beleggingsentiteit die gereguleerd wordt als een collectief beleggingsvehikel ontsnapt niet aan de hoedanigheid van vrijgesteld collectief beleggingsvehikel wegens het enkele feit dat het collectief beleggingsvehikel fysieke aandelen aan toonder heeft uitgegeven, op voorwaarde dat :
  a) het collectief beleggingsvehikel geen fysieke aandelen aan toonder heeft uitgegeven of uitgeeft na 31 december 2012 voor wat de Verenigde Staten betreft, na 31 december 2015 voor wat een andere lidstaat van de EU betreft, en na de bij Koninklijk Besluit voorziene datum voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft;
  b) het collectief beleggingsvehikel al die aandelen intrekt bij afkoop;
  c) het collectief beleggingsvehikel de zorgvuldigheidsprocedures uitvoert waarin is voorzien door Bijlage II voor wat de Verenigde Staten betreft en door bijlage III voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft, en alle informatie bezorgt die aangaande die aandelen moet medegedeeld worden wanneer deze worden aangeboden voor terugkoop of voor een andere betaling; en
  d) het collectief beleggingsvehikel een beleid voert en procedures volgt die ervoor moeten zorgen dat die aandelen zo snel mogelijk teruggekocht of ingetrokken worden, en in elk geval vůůr 1 januari 2017 voor wat de Verenigde Staten betreft, vůůr 1 januari 2018 voor wat een andere lidstaat van de EU betreft en vůůr de bij Koninklijk Besluit voorziene datum voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft.
  C. FINANCIELE REKENING
  1. Onder "financiŽle rekening" wordt verstaan een rekening die wordt aangehouden bij een financiŽle instelling en omvat een depositorekening, een effectenrekening en :
  a) in het geval van een beleggingsentiteit, alle aandelenbelangen of schuldvorderingen in de financiŽle instelling. Ongeacht wat voorafgaat slaat de uitdrukking "financiŽle rekening"niet op een aandelenbelang of schuldvordering in een entiteit die een beleggingsentiteit is louter omdat zij
  i. beleggingsadvies geeft aan en optreedt namens een klant, of
  ii. portefeuilles beheert voor en optreedt namens een klant met het oog op het beleggen, het beheren of het administreren van financiŽle activa die op naam van de klant bij een andere financiŽle instelling dan die entiteit zijn gedeponeerd;
  b) in het geval van een Belgische financiŽle instelling die niet wordt beoogd in alinea a) hierboven, elk aandelenbelang of elke schuldvordering in die instelling, indien de desbetreffende categorie van belangen gecreŽerd werd met het doel om de door deze wet voorgeschreven rapportering te vermijden; en
  c) elke kapitaalverzekering en elke lijfrenteverzekering die door een Belgische financiŽle instelling gesloten of beheerd wordt, niet zijnde een direct ingaande, niet-overdraagbare, niet aan een belegging gekoppelde lijfrente die verstrekt wordt aan een natuurlijke persoon en die dient voor het te gelde maken van een pensioen- of invaliditeitsuitkering uit hoofde van een rekening die een uitgezonderde rekening is.
  Voor de toepassing van de alinea's a) en b) van deze paragraaf 1 slaat de uitdrukking "elk aandelenbelang of elke schuldvordering" niet op aandelen die regelmatig verhandeld worden op een erkende effectenbeurs wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn. Een aandeel wordt geacht "regelmatig verhandeld" te worden wanneer er bij voortduur een beduidend aantal transacties met betrekking tot die aandelen verricht wordt, en de uitdrukking "erkende effectenbeurs" betekent een beurs die officieel erkend is door en onder toezicht staat van een regeringsautoriteit van de Staat waar ze zich bevindt en op dewelke jaarlijks een beduidende waarde aan aandelen verhandeld wordt. Een aandelenbelang in een financiŽle instelling wordt niet regelmatig verhandeld wanneer de houder van dat aandelenbelang (niet zijnde een financiŽle instelling die optreedt als tussenpersoon) ingeschreven is in het register van de aandelen op naam van die financiŽle instelling. Voorgaande zin is niet van toepassing op aandelenbelangen die reeds vůůr 1 juli 2014 ingeschreven waren in het register van de aandelen op naam van de financiŽle instelling, en wat de aandelenbelangen betreft die op of na 1 juli 2014 in dat register ingeschreven werden, is een financiŽle instelling niet verplicht om voorgaande zin toe te passen vůůr 1 januari 2016.
  Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn omvat de uitdrukking "financiŽle rekening" voor de toepassing van alinea b) van deze paragraaf 1 enkel elk aandelenbelang of elke schuldvordering (niet zijnde de aandelen die regelmatig verhandeld worden op een erkende effectenbeurs) in die instelling wanneer :
  - de waarde van het aandelenbelang of van de schuldvordering, rechtstreeks of onrechtstreeks, voornamelijk berekend wordt aan de hand van activa die aanleiding geven tot betalingen uit bronnen in de Verenigde Staten en wanneer
  - de desbetreffende categorie van belangen gecreŽerd werd met het doel om de door de wet voorgeschreven verplichtingen te ontlopen.
  De uitdrukking "financiŽle rekening" omvat geen uitgezonderde rekeningen.
  2. De uitdrukking "depositorekening" omvat elke bedrijfsrekening, betaalrekening, spaarrekening of termijnrekening en de rekeningen waarvan het bestaan bewezen is door een depositobewijs, een stortingsbewijs, een beleggingscertificaat, een schuldbewijs of een ander daarmee vergelijkbaar instrument aangehouden door een financiŽle instelling in het kader van de normale uitoefening van een bankbedrijf of een soortgelijk bedrijf. Onder een depositorekening wordt voorts verstaan de bedragen die door de verzekeringsmaatschappijen worden aangehouden uit hoofde van een contract dat terugbetaling van de hoofdsom garandeert of van een vergelijkbare overeenkomst voor het betalen of ontvangen van interest over dat bedrag.
  3. Onder "effectenrekening" (bewaarrekening) wordt verstaan een rekening (anders dan een verzekeringsovereenkomst of lijfrente-verzekering) die geopend werd ten gunste van een derde en waarop ťťn of meer financiŽle activa staan.
  4. In het geval van een samenwerkingsverband dat een financiŽle instelling is, wordt onder "aandelenbelang" verstaan een kapitaalbelang of een winstaandeel in het samenwerkingsverband. In het geval van een trust die een financiŽle instelling is, wordt een "aandelenbelang" geacht te worden aangehouden door elke persoon die aanzien wordt als insteller (settlor) of begunstigde van de volledige trust of een deel ervan of door elke derde natuurlijke persoon die uiteindelijk de feitelijke zeggenschap uitoefent over de trust. Een te rapporteren persoon wordt beschouwd als de begunstigde van een trust indien de persoon gerechtigd is rechtstreeks of onrechtstreeks (bijvoorbeeld via een naamlener (nominee)) een verplichte of een discretionaire uitkering te ontvangen uit de trust.
  5. Onder "verzekeringsovereenkomst" wordt verstaan een overeenkomst (anders dan een lijfrenteverzekering) uit hoofde waarvan de uitgevende instantie zich verbindt tot het betalen van een geldbedrag wanneer zich een omschreven gebeurtenis voordoet aangaande overlijden, ziekte, ongeval, burgerlijke aansprakelijkheid of vermogensrisico's.
  6. Onder "lijfrenteverzekering" wordt verstaan een overeenkomst uit hoofde waarvan de uitgevende instantie zich ertoe verbindt uitkeringen te verstrekken gedurende een bepaalde tijdspanne die geheel of gedeeltelijk wordt vastgesteld op basis van de levensverwachting van een of meer natuurlijke personen. De uitdrukking omvat tevens elke overeenkomst die door de wet, de regelgeving of de praktijk van het rechtsgebied waar de overeenkomst werd gesloten beschouwd wordt als een lijfrenteverzekering en uit hoofde waarvan de uitgevende instantie zich ertoe verbindt om gedurende een aantal jaren uitkeringen te verstrekken.
  7. Onder "kapitaalverzekering" wordt verstaan een verzekeringsovereenkomst (niet zijnde een herverzekeringsovereenkomst tussen twee verzekeringsmaatschappijen) met een geldswaarde.
  Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn slaat de uitdrukking "kapitaalverzekering" voor de toepassing van deze sectie C enkel op een verzekeringsovereenkomst (niet zijnde een herverzekeringsovereenkomst tussen twee verzekeringsmaatschappijen) met een geldswaarde van meer dan 50.000 VS-dollars.
  8. Onder "geldswaarde" wordt verstaan het hoogste van de twee hierna vermelde bedragen :
  - het bedrag waarop de polishouder aanspraak kan maken bij afkoop of beŽindiging van de overeenkomst (berekend zonder aftrek van eventuele kosten voor afkoop of voor het belenen van de polis);
  - het bedrag dat de polishouder kan lenen uit hoofde van of ter zake van de overeenkomst.
  Niettegenstaande wat voorafgaat slaat de uitdrukking "geldswaarde" niet op een bedrag dat uit hoofde van een verzekeringsovereenkomst verschuldigd is :
  - uitsluitend wegens het overlijden van een persoon die verzekerd is op grond van een levensverzekeringsovereenkomst.
  - als een invaliditeits-, ongevals- of ziekte-uitkering of een andere uitkering wegens economische verliezen door het plaatsvinden van een verzekerde gebeurtenis;
  - als een terugbetaling aan de polishouder van een premie (verminderd met de kost van de verzekeringslasten, ongeacht of die opgelegd zijn of niet) die voorheen in het kader van een verzekeringsovereenkomst (niet zijnde een aan beleggingen gekoppelde levensverzekeringsovereenkomst of lijfrenteverzekering) betaald was wegens de annulering of de beŽindiging van de verzekeringsovereenkomst, een verminderde blootstelling aan het risico tijdens de looptijd van de verzekeringsovereenkomst of voortvloeiend uit de correctie van een boekhoudkundige fout of van een soortgelijke vergissing;
  - als resultaatdeling voor de polishouder (met uitzondering van het dividend dat betaald wordt bij de beŽindiging van de overeenkomst) mits die resultaatdeling verband houdt met een verzekeringsovereenkomst volgens welke de enige verschuldigde uitkeringen die zijn welke zijn uiteengezet in alinea b) hierboven; of
  - als een teruggave van een voorschotpremie of een vooruitbetaalde premie voor een verzekeringsovereenkomst waarvoor de premie op zijn minst jaarlijks betaalbaar is als het bedrag van het voorschot of de vooruitbetaling niet hoger is dan de volgende jaarlijkse premie die volgens de overeenkomst verschuldigd wordt.
  Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn omvat de uitdrukking "geldswaarde", niettegenstaande hetgeen voorafgaat, niet een bedrag dat uit hoofde van een verzekeringsovereenkomst verschuldigd is :
  - als een invaliditeits-, ongevals- of ziekte-uitkering of een andere uitkering wegens economische verliezen door het plaatsvinden van de verzekerde gebeurtenis
  - als een terugbetaling aan de polishouder van een premie die voorheen in het kader van een verzekeringsovereenkomst (niet zijnde een levensverzekeringsovereenkomst) betaald was wegens de annulering of de beŽindiging van de verzekeringsovereenkomst, een verminderde blootstelling aan het risico tijdens de looptijd van de verzekeringsovereenkomst of voortvloeiend uit de correctie van een onjuiste premie of van een soortgelijke fout;
  - als resultaatdeling die aan de polishouder verschuldigd is in functie van het geaccepteerde risico van de betrokken overeenkomst of groep van overeenkomsten.
  9. Onder "bestaande rekening" wordt verstaan :
  a) een financiŽle rekening die door een rapporterende financiŽle instelling beheerd wordt op 30 juni 2014 voor wat de Verenigde Staten betreft, op 31 december 2015 voor wat een andere lidstaat van de Europese Unie betreft en op de bij Koninklijk Besluit voorziene datum voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft;
  b) elke financiŽle rekening van een rekeninghouder, ongeacht de datum waarop de financiŽle rekening is geopend, indien :
  i. de rekeninghouder ook bij de rapporterende financiŽle instelling (of bij een gelieerde entiteit die eveneens een rapporterende financiŽle instelling is) een financiŽle rekening aanhoudt die een bestaande rekening is krachtens alinea a) van deze paragraaf 9;
  ii. de twee voornoemde financiŽle rekeningen en alle andere financiŽle rekeningen van de rekeninghouder die overeenkomstig deze alinea b) aanzien worden als een bestaande rekening, door de rapporterende financiŽle instelling (en, in voorkomend geval, de gelieerde entiteit) beschouwd worden als ťťn enkele financiŽle rekening om te voldoen aan de regels die zijn bepaald in bijlage II voor wat de Verenigde Staten betreft en in bijlage III voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft om gebruik te maken van eigen verklaringen van de rekeninghouder en met het oog op de bepaling van het saldo of de waarde van elk van de financiŽle rekeningen bij de toepassing van een van de rekeningdrempels;
  iii. met betrekking tot een financiŽle rekening die onderworpen is aan de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC), de rapporterende financiŽle instelling op de financiŽle rekening de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) mag toepassen die toegepast werden op de bestaande rekening zoals beschreven in alinea a) van deze paragraaf 9;
  iv. de rekeninghouder voor het openen van de financiŽle rekening geen nieuwe, aanvullende of gewijzigde klanteninformatie hoeft te verstrekken voor andere doeleinden dan die van de wet.
  10. Onder "nieuwe rekening" wordt verstaan een financiŽle rekening die bij een rapporterende financiŽle instelling wordt geopend op of na 1 juli 2014 voor wat de Verenigde Staten betreft, op of na 1 januari 2016 voor wat een andere lidstaat van de Europese Unie betreft en op of na de bij Koninklijk Besluit voorziene datum voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft, tenzij die financiŽle rekening behandeld wordt als een bestaande rekening conform paragraaf 9, alinea b) van deze sectie C.
  11. Onder "bestaande rekening van een natuurlijke persoon" wordt verstaan een bestaande rekening die door ťťn of meer natuurlijke personen wordt aangehouden.
  12. Onder "nieuwe rekening van een natuurlijke persoon" wordt verstaan een nieuwe rekening die door ťťn of meer natuurlijke personen wordt aangehouden.
  13. Onder "bestaande entiteitsrekening" wordt verstaan een bestaande rekening die door ťťn of meer entiteiten wordt aangehouden.
  14. Onder "nieuwe entiteitsrekening" wordt verstaan een nieuwe rekening die door ťťn of meer entiteiten wordt aangehouden.
  15. Onder "uitgezonderde rekening" wordt verstaan een of meer van volgende rekeningen :
  a) Een pensioenrekening die aan de volgende, door de Belgische wetgeving opgelegde voorwaarden voldoet :
  i. de rekening is aan regels gebonden als een persoonlijke pensioenrekening of maakt deel uit van een geregistreerde of gereguleerde pensioenregeling die voorziet in het verstrekken van pensioenuitkeringen (met inbegrip van invaliditeits- of overlijdensuitkeringen);
  ii. de rekening geniet belastingvoordelen (d.w.z. bijdragen aan de rekening die anders aan de belasting onderworpen zouden zijn op grond van de Belgische wetgeving, zijn aftrekbaar of uitgesloten van het bruto-inkomen van de rekeninghouder, ofwel worden ze belast tegen een verlaagd tarief, ofwel wordt de belastingheffing ter zake van de door die rekening voortgebrachte beleggingsinkomsten uitgesteld, ofwel worden die beleggingsinkomsten belast tegen een verlaagd tarief);
  iii. minstens ťťn keer per jaar moet informatie aangaande de rekening medegedeeld worden aan de belastingautoriteiten;
  iv. opnames zijn enkel mogelijk vanaf het bereiken van een vastgestelde pensioenleeftijd of wanneer zich een invaliditeit of een overlijden voordoet, of er gelden sancties op opnames die worden gedaan voordat een van deze gebeurtenissen zich voordoet; en
  v. (i) de jaarlijkse bijdragen zijn beperkt tot 50.000 VS-dollars of minder (of het gelijkwaardig bedrag uitgedrukt in Euro), of
  (ii) er is een plafond ingesteld van 1.000.000 VS-dollars of minder (of het gelijkwaardig bedrag uitgedrukt in Euro) dat geldt voor het totaal bedrag aan bijdragen dat tijdens de levensduur van de polishouder betaald werd;
  waarbij telkens de regels inzake de aggregatie van de saldi van rekeningen en het omrekenen van valuta gevolgd worden die zijn uiteengezet in deel V, sectie C van Bijlage II voor wat de Verenigde Staten betreft en in deel V, sectie E van bijlage III voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft.
  Een financiŽle rekening die voor het overige voldoet aan de in deze alinea a) uiteengezette criteria, mag niet aanzien worden als een rekening die niet aan die criteria voldoet om de loutere reden dat ze activa of middelen zou kunnen ontvangen die zijn overgedragen uit ťťn of meer financiŽle rekeningen die voldoen aan de eisen die zijn omschreven in de alinea's a) of b) van deze paragraaf 15 of uit ťťn of meer pensioenfondsen die voldoen aan de eisen die zijn omschreven in sectie B, paragrafen 6 tot 8 sectie. Deze categorie omvat met name volgende rekeningen :
  - Bedrijfsgebonden pensioenen onderschreven door de werkgever of door de zelfstandige zoals omschreven in of voor de toepassing van de Belgische wetgeving :
  - de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
  - de programmawet van 24 december 2002 betreffende de aanvullende pensioenen van zelfstandigen;
  - de Titel 4 van de wet van 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen, betreffende het aanvullend pensioen voor bedrijfsleiders;
  - de gecoŲrdineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
  - de artikelen 43 tot 61, 71 en 77 van het Koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit;
  - de artikelen 34, 52,3į, b, 52,7į bis, 59, 1451,1į, 1453 en 195 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
  Al die bedrijfsgebonden pensioenen zijn uitgezonderde rekeningen, zelfs indien niet voldaan is aan de onder a), v. vermelde criteria, want die pensioenen zijn op grond van de Belgische wetgeving aan gelijkwaardige criteria onderworpen.
  - de rekeningen voor pensioensparen of de levensverzekeringsovereenkomsten voor de toepassing van artikel 1451, 5į en de artikelen 1458 tot 14516 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;
  - de producten voor langetermijnsparen voor de toepassing van de artikelen 1451, 2į en 1454 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
  b) Een rekening die niet in verband staat met pensioneren aan volgende voorwaarden voldoet :
  i. de rekening is gereguleerd als beleggingsvehikel voor andere doeleinden dan pensioen en wordt regelmatig verhandeld op een erkende effectenbeurs, of is gereguleerd als spaarvehikel voor andere doeleinden dan pensioen;
  ii. de rekening geniet belastingvoordelen (bijdragen aan de rekening die anders aan de belasting onderworpen zouden zijn, zijn aftrekbaar of uitgesloten van het bruto-inkomen van de rekeninghouder, ofwel worden ze belast tegen een verlaagd tarief, ofwel wordt de belastingheffing ter zake van de door die rekening voortgebrachte beleggingsinkomsten uitgesteld, ofwel worden die beleggingsinkomsten belast tegen een verlaagd tarief);
  iii. opnames zijn enkel mogelijk als wordt voldaan aan specifieke criteria die te maken hebben met het doel van de beleggings- of spaarrekening (bijvoorbeeld het betalen van vergoedingen voor medische kosten of onderwijskosten), of er gelden sancties voor opnames die worden gedaan voordat aan deze criteria voldaan is; en
  iv. de jaarlijkse bijdragen zijn beperkt tot 50.000 VS-dollars of minder (of het gelijkwaardig bedrag uitgedrukt in Euro) met toepassing van de regels inzake de aggregatie van de saldi van rekeningen en het omrekenen van valuta die zijn uiteengezet in deel V, sectie C van bijlage II voor wat de Verenigde Staten betreft en in deel V, sectie E van bijlage III voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft.
  Een financiŽle rekening die voor het overige voldoet aan de in deze alinea b) uiteengezette criteria, mag niet aanzien worden als een rekening die niet aan die criteria voldoet om de loutere reden dat ze activa of middelen zou kunnen ontvangen die zijn overgedragen uit ťťn of meer financiŽle rekeningen die voldoen aan de eisen die zijn omschreven in de alinea's a) of b) van deze paragraaf 15 of uit ťťn of meer pensioenfondsen die voldoen aan de eisen die zijn omschreven in sectie B, paragrafen 6 tot 8.
  c) Een levensverzekeringsovereenkomst met een dekkingstermijn die verstrijkt voordat de verzekerde de leeftijd van 90 jaar heeft bereikt, mits de overeenkomst voldoet aan de volgende vereisten :
  i. de periodieke premies, die niet in de loop van de tijd afnemen, moeten ten minste ťťn keer per jaar betaald worden gedurende de looptijd van de overeenkomst of tot de verzekerde de leeftijd van 90 jaar bereikt indien deze periode korter is;
  ii. niemand kan de contractuele uitkeringen genieten (door opname, lening of anderszins) zonder de overeenkomst te beŽindigen;
  iii. het bedrag (met uitzondering van een uitkering bij overlijden) dat moet betaald worden bij annulering of beŽindiging van de overeenkomst mag niet hoger zijn dan het totaal van de premies die voor de overeenkomst betaald werden, te verminderen met het bedrag van de uitgaven voor sterfte, ziekte en onkosten (al dan niet daadwerkelijk opgelegd) voor de periode of perioden tijdens dewelke het contract gelopen heeft en van alle bedragen die werden betaald voorafgaand aan de annulering of beŽindiging van de overeenkomst; en
  iv. de overeenkomst is niet in het bezit van iemand die het onder bezwarende titel verkregen heeft.
  d) Een rekening die alleen wordt aangehouden door een nalatenschap indien de documentatie voor deze rekening een kopie bevat van het testament van de overledene of van de overlijdensakte.
  e) Een rekening die is geopend in verband met een van onderstaande gebeurtenissen :
  i. een rechterlijke beslissing of arrest.
  ii. de verkoop, de ruil, of de leasing van een onroerend of roerend goed, op voorwaarde dat de rekening aan volgende vereisten voldoet :
  (i) de rekening wordt louter gefinancierd met een aanbetaling, waarborgsom, deposito van een bedrag dat groot genoeg is om een verplichting zeker te stellen die rechtstreeks verband houdt met de transactie, of met een soortgelijke betaling, of ze wordt gefinancierd met financiŽle activa, gestort op de rekening in verband met de verkoop, ruil, of leasing van het goed;
  (ii) de rekening is uitsluitend geopend en wordt uitsluitend gebruikt om ervoor te zorgen dat de koper zijn verplichting om de koopprijs van het goed te betalen nakomt, dat de verkoper een eventuele voorwaardelijke verplichting betaalt, of dat de verhuurder of de huurder schade vergoedt met betrekking tot het geleasede goed, zoals overeengekomen in het huurcontract;
  (iii) wanneer het goed verkocht, geruild of overgedragen wordt of wanneer het huurcontract afloopt, zullen de activa van de rekening, met inbegrip van de opbrengst daarvan, worden betaald of anderszins worden uitgekeerd aan de koper, de verkoper, de verhuurder of de huurder (met inbegrip van wat vereist is om hun verplichtingen na te komen);
  (iv) de rekening is geen marge- of soortgelijke rekening die geopend is naar aanleiding van een verkoop of een ruil van een financieel actief; en
  (v) de rekening is niet verbonden aan een rekening die omschreven is in alinea f) van deze paragraaf 15;
  iii. een verplichting van een Belgische financiŽle instelling die een door een onroerend goed gewaarborgde lening beheert om een deel van een betaling opzij te zetten uitsluitend om de betaling van belastingen of van verzekeringspremies ter zake van het onroerend goed op een later tijdstip te vergemakkelijken;
  iv. een verplichting van een Belgische financiŽle instelling om de betaling van belastingen op een later tijdstip te vergemakkelijken.
  f) Een depositorekening die voldoet aan de volgende vereisten :
  - de rekening bestaat alleen omdat een klant een betaling doet die hoger is dan het opeisbaar saldo ter zake van een kredietkaart of een andere hernieuwbare kredietfaciliteit en het te veel betaalde bedrag wordt niet onmiddellijk aan de klant terugbetaald; en
  - uiterlijk op 1 januari 2016 voor wat een lidstaat van de Europese Unie betreft of op de bij Koninklijk Besluit voorziene datum voor wat een ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied betreft, voert de financiŽle instelling een beleid en past ze procedures toe die moeten voorkomen dat een klant meer dan 50.000 VS-dollars, of het gelijkwaardig bedrag uitgedrukt in Euro, teveel betaalt ofwel ervoor moeten zorgen dat de klant dat teveel betaald bedrag binnen 60 dagen terugbetaald krijgt, waarbij in beide gevallen de regels inzake de aggregatie van de saldi van rekeningen en het omrekenen van valuta worden toegepast die omschreven zijn in deel V, sectie E van bijlage III voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft. In dit verband heeft een door een klant teveel betaald bedrag geen betrekking op creditsaldi in verband met betwiste afboekingen van de rekening, maar wel op creditsaldi die ontstaan door teruggestuurde goederen.
  Ongeacht hetgeen voorafgaat is een depositorekening zoals bedoeld in deze alinea f) als dusdanig geen uitgezonderde rekening wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn.
  g) Het aandelenregister dat bijgehouden wordt overeenkomstig artikel 357 van het Wetboek van Vennootschappen, en de registers van aandelen op naam, van de winstbewijzen op naam en van de obligaties op naam die bijgehouden worden overeenkomstig artikel 463 van hetzelfde wetboek.
  h) Participatieplannen die onder de toepassing vallen van de Wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen.
  i) Aandelenopties zoals bedoeld in de Wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
  j) Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, een in BelgiŽ aangehouden financiŽle rekening die niet onder de definitie van financiŽle rekening valt in een verdrag dat tussen de Verenigde Staten en een deelnemend rechtsgebied werd gesloten, op voorwaarde dat die rekening in BelgiŽ aan dezelfde vereisten en aan hetzelfde toezicht onderworpen is ten opzichte van de wetgeving van dat deelnemend rechtsgebied als wanneer die rekening in dat deelnemend rechtsgebied zou geopend zijn en zou aangehouden worden door een financiŽle instelling uit dat deelnemend rechtsgebied; of
  k) elke andere rekening met een laag risico om te worden gebruikt voor belastingontduiking, die in wezen gelijkaardige kenmerken heeft als de rekeningen die zijn omschreven in de alinea's a) tot f) van deze paragraaf 15 en die bij koninklijk besluit gedefinieerd is als uitgezonderde rekening, overeenkomstig de doelstellingen van de wet.
  D. TE RAPPORTEREN REKENING
  1. Onder "te rapporteren rekening" wordt verstaan een financiŽle rekening die bij een Belgische financiŽle instelling geopend is en in het bezit is van een of meer te rapporteren personen of van een passieve NFE (of van een passieve NFBE wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn) waarvan een of meer uiteindelijk belanghebbenden te rapporteren personen zijn, op voorwaarde dat ze als zodanig geÔdentificeerd zijn op grond van de zorgvuldigheidsprocedures zoals bedoeld in bijlage II voor wat de Verenigde Staten betreft en in bijlage III voor wat de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden betreft.
  2. Onder "te rapporteren persoon" wordt verstaan een persoon van een aan rapportering onderworpen rechtsgebied, niet zijnde :
  (i) een onderneming waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op ťťn of meer erkende effectenbeurzen;
  (ii) een onderneming die een gelieerde entiteit is van een onder (i) omschreven onderneming;
  (iii) een overheidsinstantie;
  (iv) een internationale organisatie;
  (v) een centrale bank; of
  (vi) een financiŽle instelling.
  Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn betekent de uitdrukking "te rapporteren persoon", niettegenstaande het voorgaande, een Amerikaans persoon, niet zijnde :
  (i) een vennootschap waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op ťťn of meer erkende effectenbeurzen;
  (ii) een onderneming die deel uitmaakt van dezelfde uitgebreide groep van gelieerde ondernemingen - zoals gedefinieerd in sectie 1471(e)(2) van de U.S. Internal Revenue Code - als een in clausule (i) hierboven bedoelde vennootschap,
  (iii) de Verenigde Staten of elke daartoe behorende rechtspersoon van publiek recht;
  (iv) elke staat van de Verenigde Staten, elk Amerikaans territorium, elk staatkundig onderdeel van elk van de voorgaanden of elke rechtspersoon van publiek recht dat of die volledig tot een van de voorgaanden behoort;
  (v) elke organisatie die op grond van sectie 501 (a) van de U.S. Internal Revenue Code belastingvrijstelling geniet of elk individueel pensioenplan zoals gedefinieerd in sectie 7701 (a) (37) van de U.S. Internal Revenue Code;
  (vi) elke bank zoals gedefinieerd in sectie 581 van de U.S. Internal Revenue Code;
  (vii) elke beleggingstrust voor onroerend goed (real estate investment trust) zoals gedefinieerd in sectie 856 van de U.S. Internal Revenue Code;
  (viii) elke gereguleerde beleggingsonderneming (regulated investment company) zoals gedefinieerd in sectie 851 van de U.S. Internal Revenue Code of elke entiteit die op grond van de Investment Company Act van 1940 (15 U.S.C 80a-64) geregistreerd is bij de Securities and Exchange Commission;
  (ix) elk gemeenschappelijk beleggingsfonds, zoals gedefinieerd in sectie 584 (a) van de U.S. Internal Revenue Code;
  (x) elke trust die belastingvrijstelling geniet op grond van sectie 664 (c) van de U.S. Internal Revenue Code of die beschreven is in sectie 4.947 (a) (1) van de U.S. Internal Revenue Code;
  (xi) elke handelaar in effecten, goederen, of afgeleide financiŽle instrumenten (daaronder begrepen contracten op basis van een theoretische hoofdsom, termijncontracten (futures), forwards en opties) die als zodanig geregistreerd is volgens de wetten van de Verenigde Staten of van een staat daarvan;
  (xii) elke makelaar zoals gedefinieerd in sectie 6045 (c) van de U.S. Internal Revenue Code;
  (xiii) elke trust die belastingvrijstelling geniet bij toepassing van een maatregel zoals bedoeld in artikel 403 b) of 457 (g) van de U.S. Internal Revenue Code.
  Onder "Amerikaans persoon" wordt verstaan een natuurlijke persoon die Amerikaans staatsburger of inwoner van de Verenigde Staten is, een samenwerkingsverband (partnership) of een vennootschap die in de Verenigde Staten of krachtens de wetgeving van de Verenigde Staten (of van een Staat van de Verenigde Staten) opgericht is; een trust indien :
  (i) een in de Verenigde Staten gevestigde rechtbank volgens de van toepassing zijnde wetgeving bevoegd zou zijn om verordeningen of vonnissen uit te vaardigen over nagenoeg alle kwesties die te maken hebben met het beheer van de trust, en
  (ii) een of meer Amerikaanse natuurlijke personen, samenwerkingsverbanden (partnerships) of te rapporteren vennootschappen de bevoegdheid hebben om zeggenschap uit te oefenen over alle belangrijke beslissingen van de trust, of de nalatenschap van een overledene die staatsburger of inwoner van de Verenigde Staten was.
  3. Onder "persoon uit een aan rapportering onderworpen rechtsgebied" wordt verstaan een natuurlijke persoon of een entiteit die in een aan rapportering onderworpen rechtsgebied gevestigd is op grond van het fiscaal recht van dat rechtsgebied, of de nalatenschap van een overledene die inwoner was van een aan rapportering onderworpen rechtsgebied. Voor dit doel moet een entiteit zoals een samenwerkingsverband (partnership), een samenwerkingsverband met beperkte aansprakelijkheid of een soortgelijke juridische constructie die geen woonplaats heeft voor de toepassing van de fiscale wetgeving, beschouwd worden als zijnde gevestigd in het rechtsgebied waar haar plaats van werkelijke leiding gelegen is.
  4. Onder "rechtsgebied" wordt verstaan een land of een territorium.
  5. Onder "aan rapportering onderworpen rechtsgebied" wordt verstaan een andere lidstaat van de Europese Unie, de Verenigde Staten of een ander rechtsgebied waarmee BelgiŽ een administratief akkoord heeft gesloten en dat opgenomen is in een gepubliceerde lijst
  6. [2 Onder "deelnemend rechtsgebied" wordt verstaan:]2
  a) elke andere lidstaat van de Europese Unie; of
  b) elk ander rechtsgebied
  i. [2 waarmee een akkoord werd gesloten dat aan een ander rechtsgebied de verplichting oplegt om de in artikel 5, ß 2, van deze wet vermelde informatie te verstrekken aan de bevoegde Belgische autoriteit, en]2
  ii. [2 dat voorkomt in een lijst die gepubliceerd werd en genotifieerd werd aan de Europese Commissie;]2
  c) elk ander rechtsgebied
  i. waarmee de Europese Unie een akkoord gesloten heeft dat aan dat ander rechtsgebied de verplichting oplegt om de in artikel 4, paragraaf 2 van deze wet vermelde informatie te verstrekken en
  ii. dat opgenomen is in een door de Europese Commissie gepubliceerde lijst.
  Niettegenstaande het voorgaande wordt onder "deelnemend rechtsgebied" ten opzichte van de Verenigde Staten verstaan een rechtsgebied dat daadwerkelijk een akkoord gesloten heeft met de Verenigde Staten met als doel de toepassing van de Amerikaanse FATCA-wet (Foreign Account Tax Compliance Act) te vergemakkelijken, en dat opgenomen is in een door de Amerikaanse belastingadministratie gepubliceerde lijst.
  7.Onder "uiteindelijk belanghebbenden" wordt verstaan de natuurlijke personen die zeggenschap uitoefenen over een entiteit. In het geval van een trust betekent deze uitdrukking de insteller(s) (settlors) van een trust, de trustee(s), de persoon of de personen die belast zijn met het toezicht op de trustee (protectors), in voorkomend geval de begunstigde(n) of categorie(Žn) van begunstigden en elke andere natuurlijke persoon die de uiteindelijke feitelijke zeggenschap uitoefent over de trust; in het geval van andere juridische overeenkomsten dan een trust betekent de uitdrukking personen in dezelfde of een vergelijkbare positie. De uitdrukking "uiteindelijk belanghebbenden"moet worden uitgelegd op een wijze die verenigbaar is met de aanbevelingen van de Financial Action Task Force.
  E. DIVERSEN
  1. Onder "rekeninghouder" wordt verstaan de persoon die door de financiŽle instelling die de rekening beheert is geregistreerd of wordt geÔdentificeerd als de houder van een financiŽle rekening. Een persoon, niet zijnde een financiŽle instelling, die als vertegenwoordiger, bewaarder, gevolmachtigde, ondertekenaar, beleggingsadviseur of tussenpersoon een financiŽle rekening aanhoudt namens of voor rekening van een derde, wordt voor de toepassing van de wet niet aangemerkt als de houder van de rekening, maar die derde wordt aangemerkt als de houder van de rekening. In het geval van een kapitaalverzekering of een lijfrenteverzekering wordt als rekeninghouder aangemerkt de persoon die gerechtigd is tot de geldswaarde of tot wijziging van de begunstigde van de polis. Indien niemand gerechtigd is tot de geldswaarde of de begunstigde mag wijzigen, is de rekeninghouder de persoon die in het contract aangeduid wordt als begunstigde alsmede de persoon die op grond van het contract een verworven recht op uitkering geniet. Aan het eind van de looptijd van een kapitaalverzekering of lijfrenteverzekering wordt elke persoon die volgens de polis recht heeft op een uitkering beschouwd als rekeninghouder.
  Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn slaat de uitdrukking "financiŽle instelling" voor de toepassing van de tweede zin van deze paragraaf 1 niet op een financiŽle instelling die opgericht of geregistreerd is binnen het territorium van Amerikaans Samoa, het Gemenebest van de Noordelijke Marianeneilanden, Guam, het Gemenebest van Puerto Rico of de Amerikaanse Maagdeneilanden.
  2. Onder "antiwitwas en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC)-" wordt verstaan de zorgvuldigheidsprocedures die de rapporterende financiŽle instelling ten opzichte van haar klanten moet naleven uit hoofde van de bepalingen ter bestrijding van het witwassen van geld of daarmee vergelijkbare vereisten waaraan die instelling overeenkomstig het Belgisch recht moet voldoen (AML/KYC).
  3. Onder "entiteit" wordt verstaan een rechtspersoon of een juridische overeenkomst, zoals een kapitaalvennootschap, een samenwerkingsverband, een trust of een stichting.
  4. Een entiteit is een "gelieerde entiteit" van een andere entiteit indien :
  - een van de twee entiteiten de andere beheerst;
  - beide entiteiten onder een gemeenschappelijke zeggenschap vallen; of
  - de twee entiteiten beleggingsentiteiten zijn zoals beschreven in sectie A, paragraaf 10, alinea b) en onder een gemeenschappelijk beheer staan dat voldoet aan de zorgvuldigheidsverplichtingen die aan die beleggingsentiteiten zijn opgelegd. Daartoe wordt onder zeggenschap mede verstaan de directe of indirecte eigendom van meer dan 50 % van het aantal stemmen of van het vermogen in een entiteit.
  Niettegenstaande het voorgaande mag BelgiŽ, wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, een entiteit beschouwen als niet zijnde gelieerd met een andere entiteit wanneer de twee entiteiten geen deel uitmaken van dezelfde uitgebreide groep van gelieerde ondernemingen zoals bedoeld in sectie 1471, (e), (2) van de US Internal Revenue Code.
  5. Onder "TIN" wordt verstaan het fiscaal identificatienummer van het aan rapportering onderworpen rechtsgebied (of een functioneel equivalent bij gebrek aan een fiscaal identificatienummer).
  6. Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn wordt onder "niet-participerende financiŽle instelling" verstaan een niet-participerende buitenlandse financiŽle instelling ("BFI") zoals bedoeld in de voorschriften van de U.S. Treasury, maar met uitzondering van elke Belgische financiŽle instelling en elke financiŽle instelling uit een deelnemend rechtsgebied, niet zijnde een financiŽle instelling die door de Verenigde Staten behandeld wordt als een niet-participerende financiŽle instelling die nog steeds aanzienlijke inbreuken pleegt op de verplichtingen inzake rapportering en zorgvuldigheid na een tijdvak van 18 maanden volgend op de datum waarop de Amerikaanse bevoegde autoriteit voor de eerste keer kennis gaf van die inbreuk aan de Belgische bevoegde autoriteit of aan de bevoegde autoriteit van een rechtsgebied dat een deelnemend rechtsgebied is ten opzichte van de Verenigde Staten.
  7. Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, wordt onder "model I rapporterende BFI" verstaan een financiŽle instelling waarvoor een niet-Amerikaanse regering, of een rechtspersoon naar publiek recht daarvan, ermee akkoord gaat om informatie te verkrijgen en uit te wisselen op grond van een Model 1 IGA en die geen financiŽle instelling is die in het kader van het Model 1 IGA beschouwd wordt als een niet-participerende financiŽle instelling. Voor de toepassing van deze definitie wordt onder "Model 1 IGA" verstaan een regeling die is gesloten tussen de Verenigde Staten of het Treasury Department en een niet-Amerikaanse regering of ťťn of meer daartoe behorende rechtspersonen naar publiek recht, met als doel de Amerikaanse FATCA-wet toe te passen door financiŽle instellingen te laten rapporteren aan die niet-Amerikaanse regering of aan een rechtspersoon naar publiek recht daarvan en door vervolgens die gerapporteerde informatie op automatische wijze uit te wisselen met de IRS.
  8. Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn wordt onder "participerende BFI" verstaan een financiŽle instelling die ermee akkoord gegaan is om te voldoen aan de vereisten van een BFI-verdrag, daaronder begrepen een in een Model 2 IGA beschreven financiŽle instelling die ermee akkoord gegaan is om te voldoen aan de vereisten van een BFI-verdrag. De uitdrukking "participerende BFI"omvat ook een als gekwalificeerd tussenpersoon erkend filiaal van een Amerikaanse rapporterende financiŽle instelling, tenzij dat filiaal een Model 1 Rapporterende BFI is. Voor de toepassing van deze definitie wordt onder "BFI-verdrag" verstaan een verdrag dat de vereisten uiteenzet waaraan een financiŽle instelling moet voldoen om te worden beschouwd als zijnde in overeenstemming met de voorschriften van sectie 1471, (b) van de US Internal Revenue Code. Daarnaast wordt, voor de toepassing van deze definitie, onder "Model 2 IGA"verstaan een regeling die is gesloten tussen de Verenigde Staten of het Treasury Department en een niet-Amerikaanse regering of ťťn of meer daartoe behorende rechtspersonen naar publiek recht, met als doel de toepassing van de FATCA-wet te vergemakkelijken door financiŽle instellingen rechtstreeks te laten rapporteren aan de Amerikaanse belastingadministratie (IRS) overeenkomstig de vereisten van een BFI-verdrag en daarnaast ook nog informatie uit te wisselen tussen die niet-Amerikaanse regering of een daartoe behorende rechtspersoon naar publiek recht en de IRS.
  9. Wanneer de Verenigde Staten het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, mag een rapporterende financiŽle instelling, ongeacht de in deze Bijlage I opgenomen definities, een definitie gebruiken uit de relevante voorschriften van de US Treasury in plaats van een daarmee overeenstemmende definitie uit deze bijlage, op voorwaarde dat zulk gebruik niet ingaat tegen het doel van deze wet tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen door de Belgische financiŽle instellingen en de FOD FinanciŽn in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden.
  ----------
  (1)<W 2017-12-17/03, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (2)<W 2017-12-17/03, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. N2. BIJLAGE II : NORMEN INZAKE ZORGVULDIGHEID DIE VAN TOEPASSING ZIJN WANNEER DE VERENIGDE STATEN HET AAN RAPPORTERING ONDERWORPEN RECHTSGEBIED ZIJN
  Voor de toepassing van deze wet mogen de rapporterende financiŽle instellingen, als alternatief voor de in elk deel van deze Bijlage II omschreven procedures, de in de overeenkomstige voorschriften van de US Treasury beschreven procedures toepassen om vast te stellen of een rekening een te rapporteren rekening is dan wel een rekening die wordt aangehouden door een niet-participerende financiŽle instelling. De rapporterende financiŽle instellingen mogen die keuze afzonderlijk maken voor elk deel van deze Bijlage II, hetzij voor alle relevante financiŽle rekeningen, hetzij voor een duidelijk geÔdentificeerde groep van rekeningen afzonderlijk (bijvoorbeeld op grond van de bedrijfssector of rekening houdend met de locatie waar de rekening wordt aangehouden).
  Deel I. Zorgvuldigheidsprocedures voor bestaande rekeningen van natuurlijke personen De volgende procedures zijn van toepassing om onder de bestaande rekeningen van natuurlijke personen de te rapporteren rekeningen te identificeren.
  A. REKENINGEN DIE NIET GECONTROLEERD, GEIDENTIFICEERD OF GERAPPORTEERD MOETEN WORDEN.
  Tenzij de rapporterende financiŽle instelling anders verkiest, hetzij voor alle bestaande rekeningen van natuurlijke personen, hetzij voor elke duidelijk omschreven groep van rekeningen afzonderlijk, moeten de volgende bestaande rekeningen van natuurlijke personen niet gecontroleerd, geÔdentificeerd of gerapporteerd worden als te rapporteren rekeningen.
  1. Onder voorbehoud van sectie E, paragraaf 2 van dit deel I, een bestaande rekening van natuurlijke personen met een saldo of waarde op 30 juni 2014 van ten hoogste 50.000 VS-dollars.
  2. Onder voorbehoud van sectie E, paragraaf 2 van dit deel I, een bestaande rekening van natuurlijke personen die een kapitaalverzekering of een lijfrenteverzekering is met een saldo of waarde op 30 juni 2014 van ten hoogste 250.000 VS-dollars.
  3. Een bestaande rekening van natuurlijke personen die een kapitaalverzekering of een lijfrenteverzekering is, in de mate waarin de wetgeving of regelgeving die in BelgiŽ of in de Verenigde Staten in werking is belet dat kapitaalverzekeringen of lijfrenteverzekeringen verkocht worden aan inwoners van de Verenigde Staten (bijvoorbeeld wanneer de desbetreffende financiŽle instelling niet beschikt over de door de Amerikaanse wetgeving vereiste registratie en de Belgische wetgeving rapportering of inhouding van bronbelasting vereist met betrekking tot verzekeringsproducten die door inwoners van BelgiŽ worden aangehouden).
  4. Een depositorekening met een saldo van ten hoogste 50.000 VS-dollars.
  B. LAGEWAARDEREKENINGEN.
  De volgende procedures zijn van toepassing op de bestaande rekeningen van natuurlijke personen met een saldo of waarde op 30 juni 2014 hoger dan 50.000 VS-dollars (250.000 VS-dollars voor een kapitaalverzekering of voor een lijfrenteverzekering), maar niet hoger dan 1.000.000 VS-dollars ("lagewaarderekeningen").
  1. Elektronisch zoeken.
  De rapporterende financiŽle instelling moet de door haar bijgehouden elektronisch doorzoekbare gegevens controleren op ťťn of meer van de volgende verwijzingen naar de Verenigde Staten :
  a) identificatie van de rekeninghouder als Amerikaans staatsburger of als inwoner van de Verenigde Staten;
  b) ondubbelzinnig bewijs van een in de Verenigde Staten gelegen geboorteplaats;
  c) een huidig Amerikaans correspondentie- of verblijfsadres (met inbegrip van Amerikaanse postbussen);
  d) een huidig Amerikaans telefoonnummer;
  e) een doorlopend overschrijvingsorder naar een rekening die in de Verenigde Staten wordt aangehouden;
  f) een momenteel geldende volmacht of delegatie van handtekening die is toegekend aan een persoon met een adres in de Verenigde Staten; of
  g) een "in-care-of" adres of een "hold mail" adres hebben dat het enige adres is waarover de rapporterende Belgische financiŽle instelling in haar dossier beschikt voor de rekeninghouder. In het geval van een bestaande rekening van natuurlijke personen die een lagewaarderekening is, wordt een buiten de Verenigde Staten gelegen "in-care-of" adres of een "hold mail" adres niet aanzien als een verwijzing naar de Verenigde Staten.
  2. Indien bij het elektronisch doorzoeken van de gegevens geen van de in dit deel I, sectie B, paragraaf 1 genoemde verwijzingen naar de Verenigde Staten wordt aangetroffen, is geen verdere actie vereist tot er zich een wijziging in de omstandigheden voordoet, die ertoe leidt dat een of meer verwijzingen naar de Verenigde Staten in verband worden gebracht met die rekening of dat die rekening een hoge waarderekening wordt zoals beschreven in sectie D van dit deel I.
  3. Indien er bij het elektronisch doorzoeken van de gegevens een in dit deel I, sectie B, paragraaf 1 opgesomde verwijzing naar de Verenigde Staten wordt aangetroffen, of indien een wijziging in de omstandigheden ertoe leidt dat een of meer verwijzingen naar de Verenigde Staten in verband gebracht worden met die rekening, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening beschouwen als een te rapporteren rekening, tenzij ze ervoor kiest paragraaf 4 van sectie B van dit deel I toe te passen en een van de in die paragraaf genoemde uitzonderingen op die rekening van toepassing is.
  4. Zelfs als er verwijzingen naar de Verenigde Staten worden aangetroffen overeenkomstig sectie B, paragraaf 1 van dit deel I, is een rapporterende financiŽle instelling in volgende gevallen niet verplicht om een rekening te beschouwen als een te rapporteren rekening indien :
  a) wanneer de informatie over de rekeninghouder ondubbelzinnig wijst op een geboorteplaats in de Verenigde Staten, en de rapporterende financiŽle instelling een afschrift krijgt (of reeds eerder een afschrift onderzocht en bewaard heeft) van volgende documenten :
  i. een eigen verklaring van de rekeninghouder dat hij noch een Amerikaans staatsburger noch een fiscaal inwoner van de Verenigde Staten is (die verklaring kan worden ingevuld op het formulier W-8 van de IRS of op een ander overeengekomen soortgelijk formulier);
  ii. een niet-Amerikaans paspoort of een ander door een openbare overheid uitgegeven identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de rekeninghouder staatsburger is of de nationaliteit heeft van een ander land dan de Verenigde Staten; en
  iii. een exemplaar van het attest van verlies van de Amerikaanse nationaliteit dat voor de rekeninghouder werd opgemaakt of de geldige reden waarvoor :
  - de rekeninghouder niet over dergelijk attest beschikt, ondanks het feit dat hij afziet van het Amerikaans staatsburgerschap, of
  - de rekeninghouder het Amerikaans staatsburgerschap niet verkregen heeft bij zijn geboorte.
  b) Wanneer de informatie over de rekeninghouder een actueel Amerikaans correspondentieadres of adres van de woonplaats bevat, of een of meer Amerikaanse telefoonnummers bevat die de enige telefoonnummers zijn die verband houden met die rekening, en de rapporterende financiŽle instelling een afschrift krijgt (of reeds eerder een afschrift onderzocht en bewaard heeft) van volgende documenten :
  i. een eigen verklaring van de rekeninghouder dat hij noch een Amerikaans staatsburger noch een fiscaal inwoner van de Verenigde Staten is (die verklaring kan worden ingevuld op het formulier W-8 van de IRS of op een ander overeengekomen soortgelijk formulier); en
  ii. een bewijsstuk, zoals omschreven in deze Bijlage II, deel V, sectie D, waaruit blijkt dat de rekeninghouder noch een Amerikaans staatsburger noch een inwoner van de Verenigde Staten is.
  c) Wanneer de informatie over de rekeninghouder een doorlopend overschrijvingsorder bevat naar een rekening die in de Verenigde Staten wordt aangehouden, krijgt de rapporterende financiŽle instelling een afschrift (of heeft ze reeds eerder een afschrift onderzocht en bewaard) van volgende documenten :
  i. een eigen verklaring van de rekeninghouder dat hij noch een Amerikaans staatsburger noch een fiscaal inwoner van de Verenigde Staten is (die verklaring kan worden ingevuld op het formulier W-8 van de IRS of op een ander overeengekomen soortgelijk formulier) en
  ii. een bewijsstuk, zoals omschreven in deze Bijlage II, deel V, sectie D, waaruit blijkt dat de rekeninghouder noch een Amerikaans staatsburger noch een inwoner van de Verenigde Staten is.
  d) Wanneer de informatie over de rekeninghouder een momenteel geldende volmacht of delegatie van handtekening bevat die is toegekend aan een persoon met een adres in de Verenigde Staten, ofwel een "in-care-of" adres of een "hold mail" adres bevat dat het enige gekende adres is voor de rekeninghouder, ofwel een of meer Amerikaanse telefoonnummers bevat (naast een niet-Amerikaans telefoonnummer dat verband houdt met de rekening), krijgt de rapporterende financiŽle instelling een afschrift (of heeft ze reeds eerder een afschrift onderzocht en bewaard) van volgende documenten) :
  i. een eigen verklaring van de rekeninghouder dat hij noch een Amerikaans staatsburger noch een fiscaal inwoner van de Verenigde Staten is (die verklaring kan worden ingevuld op het formulier W-8 van de IRS of op een ander overeengekomen soortgelijk formulier); of
  ii. een bewijsstuk, zoals omschreven in deze Bijlage II, deel V, sectie D, waaruit blijkt dat de rekeninghouder noch een Amerikaans staatsburger noch een inwoner van de Verenigde Staten is.
  C. BIJKOMENDE PROCEDURES DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP BESTAANDE REKENINGEN VAN NATUURLIJKE PERSONEN DIE LAGEWAARDEREKENINGEN ZIJN.
  1. Tegen 30 juni 2016 moeten de bestaande rekeningen van natuurlijke personen die lagewaarderekeningen zijn, onderzocht zijn op verwijzingen naar de Verenigde Staten.
  2. Wanneer met betrekking tot een lagewaarderekening de omstandigheden zodanig wijzigen zijn dat er een of meer van de in dit deel I, sectie B, paragraaf 1 opgesomde verwijzingen naar de Verenigde Staten met die rekening in verband gebracht worden, moet de rapporterende financiŽle instelling die rekening beschouwen als een te rapporteren rekening, tenzij paragraaf 4 van sectie B van dit deel I van toepassing is.
  3. Behalve voor depositorekeningen zoals omschreven in dit deel I, sectie A, paragraaf 4, wordt elke bestaande rekening van een natuurlijke persoon, die conform dit deel I geÔdentificeerd werd als een te rapporteren rekening, in alle daaropvolgende jaren beschouwd als een te rapporteren rekening, tenzij de rekeninghouder ophoudt een te rapporteren persoon te zijn.
  D. UITGEBREIDE CONTROLEPROCEDURE VOOR HOGEWAARDEREKENINGEN.
  De volgende uitgebreide controleprocedures zijn van toepassing op bestaande rekeningen van natuurlijke personen met een saldo of waarde hoger dan 1.000.000 VS-dollars op 30 juni 2014 of op 31 december 2015 of op 31 december van een volgend jaar ("hogewaarderekeningen").
  1. Controleren van elektronische gegevensbestanden.
  De rapporterende financiŽle instelling moet de door haar bijgehouden elektronisch doorzoekbare gegevens controleren op elk van de in sectie B, paragraaf 1 van dit deel I beschreven verwijzingen naar de Verenigde Staten.
  2. Onderzoek van papieren dossiers.
  Wanneer de elektronisch doorzoekbare gegevensbestanden van de rapporterende financiŽle instelling velden bevatten waarin alle in dit deel I, sectie D, paragraaf 3 beschreven inlichtingen zijn opgenomen en het mogelijk maken de inhoud ervan te begrijpen, is geen onderzoek van het papieren dossier vereist. Als deze gegevensbestanden niet al deze informatie bevatten, moet de rapporterende financiŽle instelling, ter zake van een hogewaarderekening, ook het actuele stamdossier van de klant controleren en - voor zover daarin niet alle gegevens opgenomen zijn - ook de hierna genoemde documenten, die met de rekening verband houden en die in de loop van de vijf laatste jaren door de rapporterende Belgische financiŽle instelling verkregen werden, controleren op de verwijzingen naar de Verenigde Staten die beschreven zijn in sectie B, paragraaf 1 van dit deel I :
  a) de meest recente bewijsstukken die aangaande de rekening werden verzameld;
  b) het meest recente contract of document aangaande het openen van de rekening;
  c) de meest recente documentatie die door de rapporterende financiŽle instelling werd verkregen bij toepassing van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) of om andere wettelijke redenen;
  d) elke momenteel geldende volmacht of delegatie van handtekening; en
  e) elk momenteel geldend doorlopend overschrijvingsorder.
  3. Uitzondering die van toepassing is wanneer de elektronische gegevensbestanden voldoende informatie bevatten.
  Een rapporterende financiŽle instelling is niet verplicht het in paragraaf 2 van sectie D van dit deel I omschreven onderzoek van de papieren dossiers te verrichten wanneer haar elektronisch doorzoekbare informatie de volgende gegevens bevat :
  a) de nationaliteit of de woonstaat van de rekeninghouder;
  b) het adres van de woonplaats en het correspondentieadres van de rekeninghouder die zich in het dossier bij de rapporterende Belgische financiŽle instelling bevinden;
  c) eventueel het telefoonnummer of de telefoonnummers van de rekeninghouder dat (die) zich in het dossier bij de rapporterende Belgische financiŽle instelling bevindt (bevinden);
  d) een eventueel doorlopend overschrijvingsorder van de rekening naar een andere rekening (daaronder begrepen een rekening bij een ander filiaal van de rapporterende financiŽle instelling of bij een andere financiŽle instelling);
  e) een eventueel "in-care-of" adres of "hold mail" adres voor de rekeninghouder; en
  f) een eventuele volmacht of delegatie van handtekening met betrekking tot de rekening.
  4. Inlichtingen inwinnen bij de relatiebeheerder om een grondig inzicht in de rekening te verwerven.
  Naast de hierboven beschreven onderzoeken van de elektronische gegevensbestanden en de papieren dossiers, moet de rapporterende financiŽle instelling elke hogewaarderekening (met inbegrip van de eventueel daarmee samengevoegde financiŽle rekeningen) die toegewezen is aan een relatiebeheerder behandelen als een te rapporteren rekening wanneer die relatiebeheerder op de hoogte is van het feit dat de rekeninghouder een te rapporteren persoon is.
  5. Gevolgen van het aantreffen van verwijzingen naar de Verenigde Staten
  a) Wanneer geen van de in dit deel I, sectie B, paragraaf 1 opgesomde verwijzingen naar de Verenigde Staten wordt aangetroffen bij de hierboven beschreven uitgebreide controle van hogewaarderekeningen, en er na toepassing van paragraaf 4 van sectie D van dit deel I niet kan worden aangetoond dat de rekening wordt aangehouden door een te rapporteren persoon, moet er geen verder initiatief genomen worden totdat een wijziging in de omstandigheden ertoe leidt dat een of meer verwijzingen naar de Verenigde Staten in verband gebracht worden met de rekening.
  b) Wanneer een van de in dit deel I, sectie B, paragraaf 1 opgesomde verwijzingen naar de Verenigde Staten wordt aangetroffen bij de hierboven beschreven uitgebreide controle van hogewaarderekeningen, of wanneer er zich een latere wijziging in de omstandigheden voordoet die ertoe leidt dat een of meer verwijzingen naar de Verenigde Staten met de rekening in verband worden gebracht, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening beschouwen als een te rapporteren rekening, tenzij zij ervoor kiest om paragraaf 4 van sectie B van dit deel I toe te passen en een van de in die paragraaf genoemde uitzonderingen op die rekening van toepassing is.
  c) Behalve voor depositorekeningen zoals beschreven in dit deel I, sectie A, paragraaf 4, wordt elke bestaande rekening van een natuurlijke persoon, die krachtens dit deel I geÔdentificeerd werd als een te rapporteren rekening, in alle daaropvolgende jaren behandeld als een Amerikaanse te rapporteren rekening, tenzij de rekeninghouder ophoudt een te rapporteren persoon te zijn.
  E. BIJKOMENDE PROCEDURES DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP HOGEWAARDE-REKENINGEN.
  1. Wanneer een bestaande rekening van een natuurlijke persoon op 30 juni 2014 een hogewaarderekening is, moet de rapporterende financiŽle instelling uiterlijk op 30 juni 2015 de in sectie D van dit deel I beschreven uitgebreide controleprocedures op die rekening toepassen. Indien die rekening op basis van die controle uiterlijk op 31 december 2014 geÔdentificeerd wordt als een te rapporteren rekening, moet de rapporterende financiŽle instelling de vereiste inlichtingen met betrekking tot 2014 verstrekken in het eerste verslag over de rekening en daarna eenmaal per jaar. Wanneer een rekening na 31 december 2014 en uiterlijk op 30 juni 2015 geÔdentificeerd wordt als een te rapporteren rekening, moet de rapporterende financiŽle instelling geen inlichtingen omtrent die rekening verstrekken met betrekking tot 2014, maar daarna moet ze wel jaarlijks inlichtingen omtrent die rekening verstrekken.
  2. Wanneer een bestaande rekening van een natuurlijke persoon op 30 juni 2014 geen hogewaarderekening is, maar op de laatste dag van 2015 of in de loop van enig daaropvolgend kalenderjaar een hogewaarderekening wordt, moet de rapporterende financiŽle instelling de in sectie D van dit deel I beschreven uitgebreide controleprocedures op die rekening toepassen binnen een termijn van zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de rekening een hogewaarderekening geworden is. Wanneer die rekening op basis van die controle geÔdentificeerd wordt als een te rapporteren rekening, moet de rapporterende financiŽle instelling de vereiste inlichtingen over die rekening verstrekken voor het jaar waarin de rekening geÔdentificeerd werd als een te rapporteren rekening en dat ook voor de daaropvolgende jaren eenmaal per jaar doen, tenzij de rekeninghouder ophoudt een te rapporteren persoon te zijn.
  3. Nadat een rapporterende financiŽle instelling de in sectie D van dit deel I beschreven uitgebreide controleprocedures heeft toegepast op een hogewaarderekening, is zij niet verplicht om die procedures in de volgende jaren opnieuw toe te passen op dezelfde hogewaarderekening, met uitzondering van het inwinnen van inlichtingen bij de relatiebeheerder zoals beschreven in paragraaf 4 van sectie D van dit deel I.
  4. Wanneer er zich met betrekking tot een hogewaarderekening een wijziging in de omstandigheden voordoet waardoor een of meer van de in dit deel I, sectie B, paragraaf 1 beschreven verwijzingen naar de Verenigde Staten met de rekening in verband worden gebracht, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening beschouwen als een te rapporteren rekening, tenzij zij ervoor kiest om paragraaf 4 van sectie B van dit deel I toe te passen en een van de in die paragraaf genoemde uitzonderingen op die rekening van toepassing is.
  5. Een rapporterende financiŽle instelling moet procedures toepassen die ervoor moeten zorgen dat een relatiebeheerder elke wijziging in de omstandigheden van een rekening herkent. Wanneer een relatiebeheerder bijvoorbeeld in kennis wordt gesteld van het feit dat de rekeninghouder een nieuw correspondentieadres in de Verenigde Staten heeft, moet de rapporterende financiŽle instelling het nieuwe adres beschouwen als een wijziging in de omstandigheden en moet ze de vereiste documenten verkrijgen van de rekeninghouder indien ze ervoor kiest om paragraaf 4 van sectie B van dit deel I toe te passen.
  F. BESTAANDE REKENINGEN VAN NATUURLIJKE PERSONEN WAAROVER DOCUMENTATIE WERD VERSTREKT VOOR SOMMIGE ANDERE DOELEINDEN.
  Een rapporterende financiŽle instelling die reeds eerder documentatie verkreeg van een rekeninghouder ten bewijze van het feit dat deze noch Amerikaans staatsburger noch inwoner van de Verenigde Staten is om zodoende haar verplichtingen na te komen als gekwalificeerd tussenpersoon, als bronbelasting inhoudend buitenlands samenwerkingsverband of als bronbelasting inhoudende buitenlandse trust, of om te voldoen aan haar verplichtingen overeenkomstig titel 26, hoofdstuk 61 van het wetboek van de Verenigde Staten, is niet verplicht om de procedures te volgen die beschreven zijn in sectie B, paragraaf 1 van dit deel I, (voor lagewaarderekeningen) of in sectie D, paragrafen 1 tot 3 van dit deel I, (voor hogewaarderekeningen).
  Deel II. Zorgvuldigheidsprocedures voor nieuwe rekeningen van natuurlijke personen De volgende regels en procedures zijn van toepassing om onder de financiŽle rekeningen die worden aangehouden door natuurlijke personen en die geopend werden op of na 1 juli 2014 ("nieuwe rekeningen van natuurlijke personen"), de te rapporteren rekeningen te identificeren.
  A. REKENINGEN DIE NIET GECONTROLEERD, GEIDENTIFICEERD OF GERAPPORTEERD MOETEN WORDEN.
  Tenzij de rapporterende financiŽle instelling daar anders over beslist, hetzij voor alle nieuwe rekeningen van natuurlijke personen, hetzij voor een duidelijk omschreven groep van zulke rekeningen afzonderlijk, moeten de volgende nieuwe rekeningen van natuurlijke personen niet gecontroleerd, geÔdentificeerd of gerapporteerd worden als te rapporteren rekeningen :
  1. Een depositorekening, tenzij het saldo op het einde van enig kalenderjaar of van een andere passende rapporteringsperiode hoger is dan 50.000 VS-dollars.
  2. Een kapitaalverzekering, tenzij de geldswaarde op het einde van enig kalenderjaar of van een andere passende rapporteringsperiode hoger is dan 50.000 VS-dollars.
  B. ANDERE NIEUWE REKENINGEN VAN NATUURLIJKE PERSONEN.
  Wat de nieuwe rekeningen van natuurlijke personen betreft die niet in sectie A van dit deel II beschreven zijn, moet de rapporterende financiŽle instelling bij het openen van de rekening (of binnen een termijn van 90 dagen na het einde van het kalenderjaar waarin de rekening niet langer voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in sectie A van dit deel II) een eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgen (die deel kan uitmaken van de documenten die bij het openen van de rekening zijn opgemaakt), die haar moeten toelaten om te bepalen of de rekeninghouder fiscaal inwoner is van de Verenigde Staten (waarbij een Amerikaanse staatsburger beschouwd wordt als een fiscaal inwoner van de Verenigde Staten, zelfs als de rekeninghouder tevens fiscaal inwoner is van een ander rechtsgebied), en de gegrondheid van die eigen verklaring van de rekeninghouder bevestigen op basis van de informatie die ze bij het openen van de rekening heeft verkregen, daaronder begrepen alle documentatie die op grond van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) werd ingezameld.
  1. Wanneer uit de eigen verklaring van de rekeninghouder blijkt dat deze een fiscaal inwoner is van de Verenigde Staten, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening beschouwen als een te rapporteren rekening en een eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgen die het Amerikaanse TIN van de rekeninghouder vermeldt (die verklaring kan worden ingevuld op het formulier W-9 van de IRS of op een ander overeengekomen soortgelijk formulier).
  2. Wanneer er zich met betrekking tot een nieuwe rekening van een natuurlijke persoon een wijziging in de omstandigheden voordoet waardoor de rapporterende financiŽle instelling vaststelt, of redenen heeft om aan te nemen, dat de oorspronkelijke eigen verklaring van de rekeninghouder onjuist of onbetrouwbaar is, kan die rapporterende financiŽle instelling die oorspronkelijke eigen verklaring van de rekeninghouder niet gebruiken en moet ze een geldige eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgen waaruit blijkt of de rekeninghouder een Amerikaans staatsburger of een fiscaal inwoner van de Verenigde Staten is. Als de rapporterende financiŽle instelling niet in staat is om een geldige eigen verklaring van de rekeninghouder te verkrijgen, moet ze de rekening beschouwen als een te rapporteren rekening.
  Deel III. Zorgvuldigheidsprocedures voor bestaande entiteitsrekeningen De volgende regels en procedures zijn van toepassing om onder de bestaande rekeningen die worden aangehouden door entiteiten ("bestaande entiteitsrekeningen") de te rapporteren rekeningen en de rekeningen die worden aangehouden door niet-participerende financiŽle instellingen te identificeren.
  A. ENTITEITSREKENINGEN DIE NIET GECONTROLEERD, GEŌDENTIFICEERD OF GERAPPORTEERD MOETEN WORDEN.
  Tenzij de rapporterende financiŽle instelling daar anders over beslist, hetzij voor alle bestaande entiteitsrekeningen, hetzij voor een duidelijk geÔdentificeerde groep van zulke rekeningen afzonderlijk, moet een bestaande entiteitsrekening waarvan het saldo of de waarde op 30 juni 2014 niet meer bedraagt dan 250.000 VS-dollars niet gecontroleerd, geÔdentificeerd of gerapporteerd worden als te rapporteren rekeningen zolang het saldo of de waarde ervan niet meer bedraagt dan 1.000.000 VS-dollars.
  B. ENTITEITSREKENINGEN DIE GECONTROLEERD MOETEN WORDEN.
  Een bestaande entiteitsrekening waarvan het saldo of de waarde op 30 juni 2014 meer bedraagt dan 250.000 VS-dollars en een bestaande entiteitsrekening waarvan het saldo of de waarde op 30 juni 2014 niet meer bedraagt dan 250.000 VS-dollars maar waarvan het saldo of de waarde op de laatste dag van 2015 of tijdens enig daaropvolgend kalenderjaar meer bedraagt dan 1.000.000 VS-dollars, moeten gecontroleerd worden overeenkomstig de procedures die zijn uiteengezet in sectie D van dit deel III.
  C. ENTITEITSREKENINGEN DIE GERAPPORTEERD MOETEN WORDEN.
  Wanneer het gaat om bestaande entiteitsrekeningen zoals beschreven in sectie B van dit deel III, worden enkel de volgende rekeningen beschouwd als te rapporteren rekeningen :
  - de rekeningen die worden aangehouden door een of meer entiteiten die te rapporteren personen zijn, of
  - de rekeningen die worden aangehouden door passieve niet-financiŽle buitenlandse entiteiten (NFBE) waarvan een of meer uiteindelijk belanghebbenden staatsburgers of inwoners van de Verenigde Staten zijn.
  Daarnaast worden rekeningen die worden aangehouden door niet-participerende financiŽle instellingen beschouwd als rekeningen waarvan het totaal aan betalingen zoals omschreven in artikel 9, paragraaf 3 van deze wet, gerapporteerd moet worden aan de Belgische bevoegde autoriteit.
  D. CONTROLEPROCEDURES VOOR HET IDENTIFICEREN VAN ENTITEITSREKENINGEN DIE GERAPPORTEERD MOETEN WORDEN.
  Voor de in sectie B van dit deel III beschreven bestaande entiteitsrekeningen, moet de rapporterende financiŽle instelling de volgende controleprocedures toepassen om te bepalen of de rekening aangehouden wordt door een of meer te rapporteren personen, door passieve NFBE's waarvan een of meer uiteindelijk belanghebbenden staatsburgers of inwoners van de Verenigde Staten zijn of door niet-participerende financiŽle instellingen :
  1. Vaststellen of de entiteit een te rapporteren persoon is.
  a) De informatie onderzoeken die werd verkregen voor reglementaire doeleinden of voor de relatie met de klant (met inbegrip van inlichtingen die werden ingezameld in het kader van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) om na te gaan of die informatie erop wijst dat de rekeninghouder een Amerikaans persoon is. Te dien einde behoren de Amerikaanse plaats van oprichting of organisatie, of een adres in de Verenigde Staten tot de inlichtingen die erop wijzen dat de rekeninghouder een Amerikaans persoon is.
  b) Indien de verkregen informatie erop wijst dat de rekeninghouder een Amerikaans persoon is, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening behandelen als een te rapporteren rekening, tenzij ze een eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgt (die kan ingevuld worden op een formulier W-8 of W-9 van de IRS of op een ander overeengekomen soortgelijk formulier), of tenzij ze op basis van informatie waarover zij beschikt of die openbaar beschikbaar is, met voldoende zekerheid vaststelt dat de rekeninghouder geen te rapporteren persoon is.
  2. Vaststellen of een entiteit die geen Amerikaans persoon is een financiŽle instelling is.
  a) De informatie onderzoeken die werd verkregen ten voor reglementaire doeleinden of voor de relatie met de klant (met inbegrip van inlichtingen die werden ingezameld in het kader van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) om na te gaan of de informatie erop wijst dat de rekeninghouder een financiŽle instelling is.
  b) Indien de verkregen informatie erop wijst dat de rekeninghouder een financiŽle instelling is, of indien de rapporterende financiŽle instelling het "Global Intermediary Identification Number" van de rekeninghouder waarneemt in de door het IRS gepubliceerde lijst van BFI's, is de rekening geen te rapporteren rekening.
  3. Bepalen of een financiŽle instelling een niet-participerende financiŽle instelling is waarvan de ontvangen betalingen onderworpen zijn aan de gebundelde rapportering waarin artikel 9, paragraaf 3 van deze wet voorziet.
  a) Onverminderd sectie D, paragraaf 3, alinea b) van dit deel III kan een rapporterende financiŽle instelling bepalen dat de rekeninghouder een Belgische financiŽle instelling of een financiŽle instelling van een deelnemend rechtsgebied is, wanneer de rapporterende financiŽle instelling met voldoende zekerheid bepaalt dat de rekeninghouder die status heeft op grond van zijn "Global Intermediary Identification Number" op de door de IRS gepubliceerde lijst van BFI's of op grond van alle andere informatie die openbaar beschikbaar is of in het bezit is van de rapporterende financiŽle instelling. In dat geval is er met betrekking tot de rekening geen verdere controle, identificatie of rapportering vereist.
  b) Indien de rekeninghouder een Belgische financiŽle instelling of een financiŽle instelling van een deelnemend rechtsgebied is, die door de IRS beschouwd wordt als een niet-participerende financiŽle instelling, is de rekening geen te rapporteren rekening, maar moeten de betalingen aan die rekeninghouder gerapporteerd worden overeenkomstig artikel 9, paragraaf 3 van deze wet.
  c) Indien de rekeninghouder geen Belgische financiŽle instelling of geen financiŽle instelling van een deelnemend rechtsgebied is, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekeninghouder behandelen als een niet-participerende financiŽle instelling waarvan de ontvangen betalingen gerapporteerd moeten worden ingevolge artikel 9, paragraaf 3 van deze wet, tenzij de rapporterende financiŽle instelling :
  i. een eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgt (die kan ingevuld worden op een formulier W-8 van de IRS of op een ander overeengekomen soortgelijk formulier) waarin deze aangeeft een als FATCA-conform beschouwde BFI of een van rapportering vrijgestelde uiteindelijk gerechtigde te zijn in de betekenis die aan die uitdrukkingen gegeven wordt in de relevante voorschriften van de US Treasury; of
  ii. het "Global Intermediary Identification Number" van de rekeninghouder waarneemt in de door de IRS gepubliceerde lijst van BFIs, wanneer het gaat om een participerende BFI of een geregistreerde, als FATCA-conform beschouwde BFI.
  4. Vaststellen of een door een NFBE aangehouden rekening een te rapporteren rekening is.
  Wanneer het gaat om een rekeninghouder van een bestaande rekening die niet als een Amerikaans persoon of als een financiŽle instelling geÔdentificeerd is, moet de rapporterende financiŽle instelling nagaan :
  (i) of de rekeninghouder een entiteit is waarover zeggenschap wordt uitgeoefend,
  (ii) of de rekeninghouder een passieve NFBE is, en
  (iii) of een uiteindelijk belanghebbende van de rekeninghouder een Amerikaans staatsburger of inwoner van de Verenigde Staten is.
  Bij het doen van deze vaststellingen moet de rapporterende financiŽle instelling de in sectie D, paragraaf 4, alinea a) tot d) van dit deel III uiteengezette richtlijnen volgen in de volgorde die, gelet op de omstandigheden, het meest aangewezen is.
  a) Om de uiteindelijk belanghebbenden te identificeren van een entiteit die rekeninghouder is, mag een rapporterende financiŽle instelling zich verlaten op de informatie die in het kader van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) ingezameld en bijgehouden werd.
  b) Om te bepalen of de rekeninghouder een passieve NFBE is, moet de rapporterende financiŽle instelling een eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgen (die kan ingevuld worden op een formulier W-8 of W-9 van de IRS of op een ander overeengekomen soortgelijk formulier) om diens status vast te stellen, tenzij ze op basis van informatie waarover zij beschikt, of die openbaar beschikbaar is, met voldoende zekerheid vaststelt dat de rekeninghouder een actieve NFBE is.
  c) Om te bepalen of een uiteindelijk belanghebbende van een passieve NFBE een Amerikaans staatsburger of een fiscaal inwoner van de Verenigde Staten is, mag een rapporterende financiŽle instelling zich verlaten op :
  i. informatie die in het kader van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) ingezameld en bijgehouden werd wanneer het gaat om een bestaande entiteitsrekening die wordt aangehouden door een of meer NFBE's en die een saldo of waarde heeft van ten hoogste 1.000.000 VS-dollars; of
  ii. een eigen verklaring van de rekeninghouder of van de uiteindelijk belanghebbende (die kan ingevuld worden op een formulier W-8 of W-9 van de IRS of op een ander overeengekomen soortgelijk formulier) wanneer het gaat om een bestaande entiteitsrekening die wordt aangehouden door een of meer NFBE's en die een saldo of waarde heeft van meer dan 1.000.000 VS-dollars.
  d) Wanneer een uiteindelijk belanghebbende van een passieve NFBE een Amerikaans staatsburger of inwoner van de Verenigde Staten is, moet de rekening behandeld worden als een te rapporteren rekening.
  E. TIJDSTIPPEN VOOR DE CONTROLES EN AANVULLENDE PROCEDURES DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP BESTAANDE ENTITEITSREKENINGEN.
  1. De controle van bestaande entiteitsrekeningen met waarvan het saldo of de waarde op 30 juni 2014 meer bedraagt dan 250.000 VS-dollars, moet uiterlijk tegen 30 juni 2016 afgerond zijn.
  2. De controle van bestaande entiteitsrekeningen waarvan het saldo of de waarde op 30 juni 2014 niet hoger dan 250.000 VS-dollars, maar op 31 december van 2015 of van enig volgend jaar meer bedraagt dan 1.000.000 VS-dollars, moet afgerond zijn binnen een termijn van zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin het saldo of de waarde meer bedraagt dan 1.000.000 VS-dollars.
  3. Wanneer er zich met betrekking tot een bestaande entiteitsrekening een wijziging in de omstandigheden voordoet, waardoor de rapporterende financiŽle instelling weet, of redenen heeft om aan te nemen dat de eigen verklaring van de rekeninghouder of elk ander document dat verband houdt met de rekening onjuist of onbetrouwbaar is, moet die rapporterende financiŽle instelling de status van de rekening opnieuw vaststellen overeenkomstig de in dit deel III, sectie D uiteengezette procedures.
  Deel IV. Zorgvuldigheidsprocedures voor nieuwe entiteitsrekeningen Volgende regels en procedures zijn van toepassing om onder de financiŽle rekeningen die worden aangehouden door entiteiten en die op of na 1 juli 2014 geopend werden ("nieuwe entiteitsrekeningen"), de te rapporteren rekeningen en de rekeningen die worden aangehouden door niet-participerende financiŽle instellingen te identificeren.
  A. ENTITEITSREKENINGEN DIE NIET GECONTROLEERD, GEŌDENTIFICEERD OF GERAPPORTEERD MOETEN WORDEN.
  Tenzij de rapporterende financiŽle instelling er anders over beslist, hetzij voor alle nieuwe entiteitsrekeningen, hetzij voor elke duidelijk geÔdentificeerde groep van zulke rekeningen afzonderlijk, moet een kredietkaartrekening of een doorlopende kredietfaciliteit die beschouwd wordt als een nieuwe entiteitsrekening niet gecontroleerd, geÔdentificeerd of gerapporteerd worden, op voorwaarde dat de rapporterende financiŽle instelling die zulke rekening aanhoudt een beleid en procedures implementeert om te vermijden dat het aan de rekeninghouder verschuldigde saldo hoger wordt dan 50.000 VS-dollars.
  B. ANDERE NIEUWE ENTITEITSREKENINGEN.
  Met betrekking tot de nieuwe entiteitsrekeningen die niet in sectie A van dit deel IV omschreven zijn, moet de rapporterende financiŽle instelling bepalen of de rekeninghouder :
  (i) een te rapporteren persoon is;
  (ii) een Belgische financiŽle instelling of een financiŽle instelling van een ander deelnemend rechtsgebied is;
  (iii) een participerende BFI, een als FATCA-conform beschouwde BFI of een vrijgestelde uiteindelijk gerechtigde is, in de betekenis die aan deze uitdrukkingen wordt gegeven in de relevante voorschriften van de US Treasury; of
  (iv) een actieve of passieve NFBE is.
  1. Onverminderd paragraaf 2 van sectie B van dit deel IV, kan een rapporterende financiŽle instelling bepalen dat de rekeninghouder een actieve NFBE, een Belgische financiŽle instelling of een financiŽle instelling van een deelnemend rechtsgebied is wanneer zij met voldoende zekerheid vaststelt dat de rekeninghouder die status heeft op grond van zijn "Global Intermediary Identification Number" of van andere informatie die openbaar beschikbaar is of, in voorkomend geval, in het bezit is van de rapporterende financiŽle instelling.
  2. Indien de rekeninghouder een Belgische financiŽle instelling of een financiŽle instelling van een deelnemend rechtsgebied is, die door de IRS beschouwd wordt als een niet-participerende financiŽle instelling, is de rekening geen te rapporteren rekening, maar moeten de betalingen aan de rekeninghouder worden gerapporteerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, paragraaf 3 van deze wet.
  3. In al de andere gevallen moet de rapporterende financiŽle instelling een eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgen om diens status vast te stellen. Op basis van die verklaring zijn volgende regels van toepassing :
  a) Wanneer de rekeninghouder een te rapporteren persoon is moet de financiŽle instelling de rekening als een te rapporteren rekening beschouwen.
  b) Wanneer de rekeninghouder een passieve NFBE is moet de rapporterende financiŽle instelling de uiteindelijk belanghebbenden identificeren zoals bepaald onder de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC). Zij moet tevens bepalen of een van die uiteindelijk belanghebbenden een Amerikaans staatsburger of inwoner van de Verenigde Staten is en moet daarbij uitgaan van een eigen verklaring van de rekeninghouder of van een van die uiteindelijk belanghebbenden. Wanneer een van die uiteindelijk belanghebbenden een Amerikaans staatsburger of inwoner van de Verenigde Staten is, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening als een te rapporteren rekening behandelen.
  c) Wanneer de rekeninghouder
  (i) een niet te rapporteren persoon is;
  (ii) een Belgische financiŽle instelling of een instelling van een ander deelnemend rechtsgebied is, ongeacht sectie B, paragraaf 3, alinea d) van dit deel IV;
  (iii) een participerende BFI, een als FATCA-conform beschouwde BFI of een vrijgestelde uiteindelijk gerechtigde is, in de betekenis die aan deze uitdrukkingen wordt gegeven in de relevante voorschriften van de US Treasury;
  (iv) een actieve NFBE is; of
  (v) een passieve NFBE is waarvan geen van de uiteindelijk belanghebbenden een Amerikaans staatsburger of een inwoner van de Verenigde Staten is,
  is de rekening geen te rapporteren rekening en is er met betrekking tot die rekening geen rapportering vereist.
  d) Wanneer de rekeninghouder een niet-participerende financiŽle instelling is (daaronder begrepen een Belgische financiŽle instelling of een financiŽle instelling van een deelnemend rechtsgebied die door de IRS als een niet-participerende financiŽle instelling behandeld wordt), is de rekening geen te rapporteren rekening maar moeten betalingen aan de rekeninghouder worden gerapporteerd zoals beschreven in artikel 9, paragraaf 3 van deze wet.
  Deel V. Bijzondere zorgvuldigheidsregels en definities A. VERTROUWEN OP EIGEN VERKLARINGEN VAN DE REKENINGHOUDERS EN BEWIJSSTUKKEN.
  Een rapporterende financiŽle instelling mag niet vertrouwen op een eigen verklaring van een rekeninghouders of op bewijsstukken wanneer ze weet, of redenen heeft om aan te nemen, dat die verklaring of dat bewijsstukken onjuist of onbetrouwbaar is.
  B. DEFINITIES
  1. Antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC).
  Onder "antiwitwas- en ken-uw-klantprocedure (AML/KYC)" worden verstaan de zorgvuldigheidsprocedures die een rapporterende financiŽle instelling moet naleven krachtens de bepalingen ter bestrijding van het witwassen van geld of ingevolge soortgelijke Belgische regelgeving waaraan die rapporterende financiŽle instelling onderworpen is.
  2. NFBE.
  Onder "NFBE" (niet financiŽle buitenlandse entiteit) wordt verstaan elke niet-Amerikaanse entiteit die geen BFI is in de zin van de relevante voorschriften van de US Treasury, of elke entiteit die in paragraaf 4, alinea j) van sectie B van dit deel V omschreven is; de uitdrukking "NFBE" omvat ook elke niet-Amerikaanse entiteit die op het grondgebied van BelgiŽ of van een ander deelnemend rechtsgebied gevestigd is en geen financiŽle instelling is.
  3. Passieve NFBE.
  Onder "passieve NFBE" wordt verstaan elke NFBE die :
  (i) geen actieve NFBE is, of
  (ii) geen bronbelasting inhoudend buitenlands samenwerkingsverband of een bronbelasting inhoudende buitenlandse trust is op grond van de relevante voorschriften van de US Treasury.
  4. Actieve NFBE.
  Onder "actieve NFBE" wordt verstaan elke NFBE die aan een van de volgende criteria voldoet :
  a) minder dan 50 % van de bruto-inkomsten van de NFBE in het voorgaande kalenderjaar of een andere relevante boekhoudkundige rapporteringsperiode bestaat uit passieve inkomsten en minder dan 50% van de activa van de NFBE gedurende het voorgaande kalenderjaar of een andere relevante boekhoudkundige rapporteringsperiode, bestaat uit activa die passieve inkomsten voortbrengen of die worden aangehouden om passieve inkomsten te verkrijgen;
  b) de aandelen van de NFBE worden regelmatig verhandeld op een gereglementeerde effectenbeurs of de NFBE is een gelieerde entiteit van een entiteit waarvan de aandelen regelmatig verhandeld worden op een gereglementeerde effectenbeurs;
  c) de NFBE is opgericht op het grondgebied van Amerikaans Samoa, het Gemenebest van de Noordelijke Marianeneilanden, Guam, het Gemenebest van Puerto Rico, of de Amerikaanse Maagdeneilanden, en alle eigenaars van de begunstigde zijn daadwerkelijk inwoners van dat grondgebied;
  d) de NFBE is een regering (niet zijnde de regering van de Verenigde Staten), een staatkundig onderdeel daarvan (met dien verstande dat de uitdrukking een Staat, een provincie, een county of een gemeente omvat), of een overheidsinstantie die taken vervult van die regering of van zulk staatkundig onderdeel daarvan, de regering van Amerikaans Samoa, van het Gemenebest van de Noordelijke Marianeneilanden, van Guam, van het Gemenebest van Puerto Rico of van de Amerikaanse Maagdeneilanden, een internationale organisatie, een niet-Amerikaanse centrale uitgiftebank, of een entiteit die volledig in het bezit is van een of meer van de voorgaande instanties;
  e) de activiteiten van de NFBE bestaan voornamelijk uit het (geheel of gedeeltelijk) aanhouden van de aandelen die uitgegeven zijn door een of meer dochterondernemingen waarvan de handels- of bedrijfsactiviteiten andere zijn dan die van een financiŽle instelling, of uit het verschaffen van financiering of diensten aan die dochterondernemingen. Een entiteit komt niet in aanmerking voor de status van NFBE indien ze fungeert (of zich presenteert) als een beleggingsfonds, zoals een private equity fonds, een durfkapitaalfonds, een overnamefonds dat met schulden wordt gefinancierd of elk ander beleggingsvehikel dat als doel heeft ondernemingen te verwerven of te financieren en daarin vervolgens bij wijze van belegging belangen aan te houden onder de vorm van financiŽle activa;
  f) de NFBE oefent nog geen bedrijfsactiviteiten uit en heeft dat ook in het verleden nooit gedaan, maar ze investeert vermogen in activa teneinde bedrijfsactiviteiten uit te oefenen niet zijnde die van een financiŽle instelling, met dien verstande dat de NFBE 24 maanden na de datum van haar oprichting niet in aanmerking komt voor deze uitzondering;
  g) de NFBE was gedurende de vijf voorgaande jaren geen financiŽle instelling en is bezig met de liquidatie van haar activa of met een reorganisatie teneinde transacties en activiteiten voort te zetten of te hervatten die niet die van een financiŽle instelling zijn;
  h) de NFBE is voornamelijk betrokken bij de financiering van gelieerde entiteiten die geen financiŽle instellingen zijn en bij hedgingtransacties met of voor die gelieerde entiteiten en ze verschaft geen financiering of hedgingdiensten aan entiteiten die geen gelieerde entiteiten zijn, mits de groep waartoe die gelieerde entiteiten behoren voornamelijk betrokken is bij bedrijfsactiveiten die geen bedrijfsactiviteiten van een financiŽle instelling zijn;
  i) de NFBE is een "uitgezonderde NFBE" (excepted NFFE) zoals omschreven in de relevante voorschriften van de US Treasury; of
  j) de NFBE voldoet aan alle volgende vereisten :
  i. zij is opgericht in het rechtsgebied waarvan ze inwoner is en wordt daar uitsluitend voor godsdienstige, liefdadige, wetenschappelijke, artistieke, culturele, sportieve of educatieve doeleinden geŽxploiteerd; of zij is opgericht in het rechtsgebied waarvan ze inwoner is en wordt daar geŽxploiteerd als een beroepsfederatie, een werkgeversorganisatie, een kamer van koophandel, een vakbond, een land-of tuinbouworganisatie, een burgerorganisatie of een organisatie waarvan het enige doel de bevordering van het maatschappelijk welzijn is;
  ii. zij is vrijgesteld van de vennootschapsbelasting in het rechtsgebied waarvan ze inwoner is;
  iii. zij heeft geen aandeelhouders of leden die een eigendoms- of gebruiksrecht kunnen laten gelden ter zake van haar inkomsten of activa;
  iv. de van toepassing zijnde wetgeving van het rechtsgebied waarvan de NFBE inwoner is of de oprichtingsdocumenten van de NFBE, laten niet toe dat er inkomsten of activa van de NFBE worden verdeeld aan of gebruikt ten behoeve van een natuurlijke persoon of een niet-liefdadige entiteit op een andere wijze dan in het kader van de liefdadige activiteiten van de NFBE, of ter betaling van een redelijke vergoeding voor door de entiteit verleende diensten of ter betaling, tegen de marktprijs, van door de entiteit verworven goederen; en
  v. de van toepassing zijnde wetgeving van het rechtsgebied waarvan de entiteit inwoner is of de oprichtingsdocumenten van de entiteit vereisen dat, bij liquidatie of ontbinding van de entiteit, al haar activa worden verdeeld aan een overheidsinstantie of aan een andere niet winstgevende organisatie, of toevallen aan de regering van het rechtsgebied of van het land waarvan de entiteit inwoner is of aan een staatkundig onderdeel daarvan.
  5. Fiscaal inwoner.
  Onder "fiscaal inwoner" wordt verstaan elke persoon of elke entiteit die als inwoner beschouwd wordt voor de toepassing van de belastingwetgeving van het betrokken rechtsgebied.
  C. AGGREGATIE VAN SALDI EN REGELS MET BETREKKING TOT HET OMREKENEN VAN VALUTA.
  1. Aggregatie van saldi van rekeningen van natuurlijke personen.
  Om het totale saldo of de totale waarde te bepalen van financiŽle rekeningen die worden aangehouden door een natuurlijke persoon, moet een rapporterende financiŽle instelling alle door haar of door een gelieerde entiteit beheerde financiŽle rekeningen samenvoegen, maar uitsluitend voor zover de geautomatiseerde systemen van de rapporterende financiŽle instelling de financiŽle rekeningen aan elkaar koppelen aan de hand van een gegevenselement zoals een klantnummer of fiscaal identificatienummer, en aldus saldi of waarden van rekeningen kunnen samenvoegen. Voor de toepassing van deze regels wordt het volledige saldo of de volledige waarde van een gezamenlijk aangehouden rekening toegerekend aan elke houder van die rekening.
  2. Aggregatie van entiteitsrekeningen.
  Om het totale saldo of de totale waarde te bepalen van financiŽle rekeningen die worden aangehouden door een entiteit, moet een rapporterende financiŽle instelling alle bij haar of bij een gelieerde entiteit aangehouden financiŽle rekeningen in aanmerking nemen, voor zover haar geautomatiseerde systemen de rekeningen aan elkaar koppelen aan de hand van een gegevenselement zoals een klantnummer of fiscaal identificatienummer, en het aldus mogelijk maken om saldi of waarden van rekeningen samen te voegen.
  3. Bijzondere aggregatieregel die geldt voor relatiebeheerders.
  Om het totale saldo of de totale waarde te bepalen van financiŽle rekeningen die worden aangehouden door een persoon teneinde vast te stellen of een financiŽle rekening een hogewaarderekening is, moet een rapporterende financiŽle instelling eveneens de saldi van alle rekeningen samenvoegen wanneer het gaat om financiŽle rekeningen waarvan een relatiebeheerder weet, of redenen heeft om aan te nemen, dat die rekeningen onmiddellijk of middellijk in het bezit zijn van, beheerd worden door, of geopend zijn (anders dan als gevolmachtigde) door dezelfde persoon.
  4. Regels met betrekking tot het omrekenen van valuta.
  Om het saldo of de waarde te bepalen van financiŽle rekeningen die zijn uitgedrukt in andere valuta dan de Amerikaanse dollar, moet een rapporterende financiŽle instelling de in deze Bijlage II vastgelegde en in Amerikaanse dollar uitgedrukte drempelbedragen omzetten in die andere valuta en daarbij een gepubliceerde wisselkoers gebruiken zoals die werd gepubliceerd op de laatste dag van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de rapporterende financiŽle instelling het saldo of de waarde bepaalt.
  D. BEWIJSSTUKKEN.
  Voor de toepassing van deze Bijlage II omvatten aannemelijke bewijsstukken alles wat hierna volgt :
  1. Een verklaring omtrent de woonplaats, afgegeven door een daartoe bevoegde overheidsinstantie (bijvoorbeeld een regering, een agentschap daarvan of een gemeente) van het rechtsgebied waarvan de begunstigde beweert een inwoner te zijn.
  2. Met betrekking tot een natuurlijke persoon, elk geldig identiteitsbewijs, afgegeven door een daartoe bevoegde overheidsinstantie (bijvoorbeeld een regering, een agentschap daarvan of een gemeente) waarop de naam van de natuurlijke persoon voorkomt en dat gewoonlijk gebruikt wordt voor identificatiedoeleinden.
  3. Met betrekking tot een entiteit, alle officiŽle documenten afgegeven door een daartoe bevoegde overheidsinstantie (bijvoorbeeld een regering, een agentschap daarvan of een gemeente) waarop de naam van de entiteit voorkomt en dat daarnaast het adres vermeldt van haar hoofdkantoor in het rechtsgebied (of op het grondgebied van Amerikaans Samoa, het Gemenebest van de Noordelijke Marianeneilanden, Guam, het Gemenebest van Puerto Rico, of de Amerikaanse Maagdeneilanden) waarvan de entiteit beweert een inwoner te zijn, of in het rechtsgebied (of op het grondgebied van Amerikaans Samoa, het Gemenebest van de Noordelijke Marianeneilanden, Guam, het Gemenebest van Puerto Rico, of de Amerikaanse Maagdeneilanden) waar de entiteit opgericht werd of volgens wiens recht ze geregeld wordt.
  4. Met betrekking tot een financiŽle rekening die wordt geopend in een rechtsgebied met anti-witwasregels die door de IRS zijn goedgekeurd in het kader van een Qualified Intermediary-overeenkomst (in de betekenis volgens dewelke die uitdrukkingen zijn omschreven in de relevante voorschriften van de US Treasury), alle documenten, met uitzondering van een formulier W-8 of W-9, waarnaar door dat rechtsgebied wordt verwezen in de bijlagen bij de Qualified Intermediary-overeenkomst die kunnen dienen voor het identificeren van natuurlijke personen of entiteiten.
  5. Elk financieel overzicht, elk verslag van derden omtrent kredietwaardigheid, elke faillissementsaanvraag, of elk verslag van de US Securities and Exchange Commission.
  E. ALTERNATIEVE PROCEDURES VOOR FINANCIELE REKENINGEN DIE WORDEN AANGEHOUDEN DOOR EEN BEGUNSTIGDE NATUURLIJKE PERSOON VAN EEN KAPITAALVERZEKERING.
  Een rapporterende financiŽle instelling mag ervan uitgaan dat een begunstigde natuurlijke persoon (niet zijnde de eigenaar) van een kapitaalverzekering die een uitkering bij overlijden ontvangt geen te rapporteren persoon is en ze mag dergelijke financiŽle rekening beschouwen als een andere dan een te rapporteren rekening, tenzij de rapporterende financiŽle instelling over feitelijke kennis beschikt, of redenen heeft om aan te nemen, dat de begunstigde een te rapporteren persoon is. Een rapporterende financiŽle instelling heeft redenen om aan te nemen dat een begunstigde van een kapitaalverzekering een te rapporteren persoon is, wanneer de inlichtingen die ze heeft ingezameld en in verband heeft gebracht met de begunstigde, verwijzingen naar de Verenigde Staten bevatten, zoals beschreven in deel I, sectie B, paragraaf 1 van deze Bijlage II. Wanneer een rapporterende financiŽle instelling weet, of redenen heeft om aan te nemen, dat de begunstigde een te rapporteren persoon is, moet ze de procedures volgen die zijn uiteengezet in deel I, sectie B, paragraaf 3 van deze Bijlage II.
  F. VERTROUWEN OP DERDEN.
  BelgiŽ staat de rapporterende financiŽle instellingen toe om te vertrouwen op de door derden nageleefde zorgvuldigheidsprocedures, voor zover daarin is voorzien in de relevante voorschriften van de US Treasury.

  Art. N3. BIJLAGE III : NORMEN INZAKE ZORGVULDIGHEID DIE VAN TOEPASSING ZIJN WANNEER EEN AAN RAPPORTERING ONDERWORPEN RECHTSGEBIED EEN ANDER RECHTSGEBIED IS DAN DE VERENIGDE STATEN
  DEEL I. : Zorgvuldigheidsprocedures voor bestaande rekeningen van natuurlijke personen De volgende procedures zijn van toepassing om onder de bestaande rekeningen van natuurlijke personen de te rapporteren rekeningen te identificeren.
  A. REKENINGEN DIE NIET GECONTROLEERD, GEŌDENTIFICEERD OF GERAPPORTEERD MOETEN WORDEN.
  Een bestaande rekening van natuurlijke personen die een kapitaalverzekering of een lijfrenteverzekering is, moet niet gecontroleerd, geÔdentificeerd of gerapporteerd worden op voorwaarde dat de wet de rapporterende financiŽle instelling daadwerkelijk belet om dergelijke verzekeringen te verkopen aan inwoners van een aan rapportering onderworpen rechtsgebied.
  B. LAGEWAARDEREKENINGEN.
  De volgende procedures zijn van toepassing op de bestaande rekeningen van natuurlijke personen waarvan het totale saldo of de totale waarde niet meer bedraagt dan het equivalent in EUR van 1.000.000 VS-dollars en dit op 31 december van het jaar 2015 wat de lidstaten van de Europese Unie betreft, of op 31 december van het bij Koninklijk Besluit bepaalde jaar wat elk ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied betreft. ("lagewaarderekeningen").
  1. Woonadres.
  Indien de rapporterende financiŽle instelling in haar dossiers over een actueel woonadres van de natuurlijke persoon/rekeninghouder beschikt dat gefundeerd is op bewijsstukken, kan zij, om te bepalen of die rekeninghouder een te rapporteren persoon is, die rekeninghouder beschouwen als een fiscaal inwoner van het rechtsgebied waar het adres gelegen is.
  2. Elektronisch zoeken.
  Indien de rapporterende financiŽle instelling geen gebruik maakt van een op bewijsstukken gefundeerd actueel woonadres van de natuurlijke persoon/rekeninghouder, zoals vermeld in sectie B, paragraaf 1, moet zij de door haar bijgehouden elektronisch doorzoekbare gegevens controleren op ťťn of meer van de volgende verwijzingen en de richtlijnen toepassen die zijn uiteengezet in paragraaf 3 tot 6 van deze sectie B :
  a) identificatie van de rekeninghouder als inwoner van een aan rapportering onderworpen rechtsgebied;
  b) een actueel correspondentie- of woonadres (met inbegrip van een postbus) in een aan rapportering onderworpen rechtsgebied;
  c) een of meer telefoonnummers in een aan rapportering onderworpen rechtsgebied en geen telefoonnummer in het rechtsgebied van de rapporterende financiŽle instelling;
  d) een doorlopend overschrijvingsorder (behalve van een depositorekening) naar een rekening die beheerd wordt in een aan rapportering onderworpen rechtsgebied;
  e) een momenteel geldende volmacht of handtekeningsbevoegdheid die is toegekend aan een persoon met een adres in een aan rapportering onderworpen rechtsgebied; of
  f) een "in-care-of" adres of een "hold mail" adres in een aan rapportering onderworpen rechtsgebied indien de rapporterende financiŽle instelling niet over een ander geregistreerd adres van de rekeninghouder beschikt.
  3. Indien bij het elektronisch onderzoek geen van de in sectie B, paragraaf 2 genoemde verwijzingen wordt aangetroffen, is geen verdere actie vereist tot er zich een wijziging in de omstandigheden voordoet, die ertoe leidt dat er een of meer verwijzingen in verband gebracht worden met die rekening of dat die rekening een hogewaarderekening wordt.
  4. Als er bij het elektronisch onderzoek een van de in sectie B, paragraaf 2, alinea a) tot e) opgesomde verwijzingen wordt aangetroffen, of indien een wijziging in de omstandigheden ertoe leidt dat een of meer verwijzingen in verband gebracht worden met die rekening, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekeninghouder behandelen als een fiscaal inwoner, van elk aan rapportering onderworpen rechtsgebied waarvoor een verwijzing wordt aangetroffen, tenzij ze ervoor kiest om sectie B, paragraaf 6 toe te passen en een van de in die paragraaf genoemde uitzonderingen op die rekening van toepassing is.
  5. Indien er in het elektronische dossiers een "in-care-of" adres of een "hold mail" adres voorkomt en er geen ander adres, noch een van de andere in deze sectie B, paragraaf 2, alinea a) tot e) genoemde verwijzingen naar de rekeninghouder wordt gevonden, moet de rapporterende financiŽle instelling in de naar omstandigheden meest geschikte volgorde het in sectie C, paragraaf 2 van dit deel I omschreven onderzoek van papieren dossiers uitvoeren, of trachten om van de rekeninghouder een eigen verklaring of bewijsstukken te verkrijgen tot staving van het fiscale woonadres of de fiscale woonadressen (de woonplaats voor de toepassing van de belastingwetgeving) van die rekeninghouder voor de toepassing van de belastingwetgeving vast te stellen. Indien het doorzoeken van de papieren dossiers geen verwijzingen oplevert en er geen eigen verklaring of bewijsstukken van de rekeninghouder worden verkregen, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening als ongedocumenteerde rekening rapporteren aan de bevoegde autoriteit van het aan rapportering onderworpen rechtsgebied waarvan zij afhangt.
  6. Zelfs als er verwijzingen worden aangetroffen die vermeld zijn in sectie B, paragraaf 1, is een rapporterende financiŽle instelling niet verplicht om een rekeninghouder als een inwoner van een aan rapportering onderworpen rechtsgebied te beschouwen in volgende gevallen :
  a) Wanneer de informatie over de rekeninghouder een actueel correspondentie- of woonadres in het aan rapportering onderworpen rechtsgebied bevat, een of meer telefoonnummers in het aan rapportering onderworpen rechtsgebied (en geen telefoonnummer in het rechtsgebied van de rapporterende financiŽle instelling) bevat, of doorlopende overschrijvingsorders (die betrekking hebben op andere financiŽle rekeningen dan depositorekeningen) bevat naar een rekening die wordt beheerd in een aan rapportering onderworpen rechtsgebied, en de rapporterende financiŽle instelling in het bezit komt (of reeds eerder een afschrift onderzocht en bijgehouden heeft) van volgende documenten :
  i. een eigen verklaring van de rekeninghouder van het rechtsgebied of de rechtsgebieden waarvan die rekeninghouder een inwoner is, anders dan het aan rapportering onderworpen rechtsgebied; en
  ii. een bewijsstuk waaruit blijkt dat de rekeninghouder niet aan rapportering onderworpen is.
  b) Wanneer de informatie over de rekeninghouder een momenteel geldende volmacht of handtekeningsbevoegdheid bevat die is toegekend aan een persoon waarvan een adres in het aan rapportering onderworpen rechtsgebied gelegen is, en de rapporterende financiŽle instelling in het bezit komt (of reeds eerder een afschrift onderzocht en bijgehouden heeft) van
  i. een eigen verklaring van de rekeninghouder van het rechtsgebied of de rechtsgebieden waarvan die rekeninghouder een inwoner is, anders dan het aan rapportering onderworpen rechtsgebied, of
  ii. een bewijsstuk waaruit blijkt dat de rekeninghouder niet aan rapportering onderworpen is.
  C. UITGEBREIDE CONTROLEPROCEDURES VOOR HOGEWAARDEREKENINGEN.
  De volgende uitgebreide controleprocedures zijn van toepassing op bestaande rekeningen van natuurlijke personen waarvan het saldo of de waarde meer bedraagt dan het equivalent in EUR van 1.000.000 VS-dollars op 31 december 2015 wanneer de rekeninghouder een inwoner van een lidstaat van de Europese Unie is, of op 31 december van het bij Koninklijk Besluit bepaalde jaar wanneer de rekeninghouder een inwoner van een ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied is ("hogewaarderekeningen").
  1. Elektronisch zoeken.
  Met betrekking tot hogewaarderekeningen moet de rapporterende financiŽle instelling de door haar bijgehouden elektronisch doorzoekbare gegevens controleren op elk van de in subparagraaf B (2) van dit deel I omschreven verwijzingen.
  2. Onderzoek van papieren dossiers.
  Wanneer de elektronisch doorzoekbare gegevensbestanden van de rapporterende financiŽle instelling velden bevatten waarin al de in deze sectie C, paragraaf 3 beschreven inlichtingen zijn opgenomen en het mogelijk maken de inhoud ervan te begrijpen, is geen onderzoek van het papieren dossier vereist. Als de elektronische gegevensbestanden niet al deze informatie bevatten, moet de rapporterende financiŽle instelling, ter zake van een hogewaarderekening, ook het actuele stamdossier van de klant controleren en - voor zover daarin niet alle gegevens opgenomen zijn - de volgende documenten die met de rekening verband houden en die gedurende de vijf laatste jaren door de rapporterende financiŽle instelling verkregen werden, controleren op de verwijzingen die beschreven zijn in sectie B, paragraaf 2 van dit deel I :
  a) de meest recente bewijsstukken die aangaande de rekening werden verzameld;
  b) het meest recente contract of documentatie aangaande het openen van de rekening;
  c) de meest recente documentatie die door de rapporterende financiŽle instelling werd verkregen bij toepassing van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) of om andere wettelijke redenen;
  d) alle momenteel geldende formulieren inzake volmacht of handtekeningsbevoegdheid; en
  e) elke momenteel geldend doorlopend overschrijvingsorder (behalve van een depositorekening).
  3. Uitzondering wanneer de gegevensbestanden voldoende informatie bevatten.
  Een rapporterende financiŽle instelling is niet verplicht het in paragraaf 2 van deze sectie C omschreven onderzoek van de papieren dossiers te verrichten wanneer haar elektronisch doorzoekbare informatie de volgende gegevens bevat :
  a) de toestand van de rekeninghouder wat de woonplaats betreft;
  b) het adres van de woonplaats en het correspondentieadres van de rekeninghouder die zich in het dossier bij de rapporterende financiŽle instelling bevindt;
  c) eventueel het telefoonnummer of de telefoonnummers van de rekeninghouder dat (die) zich in het dossier bij de rapporterende financiŽle instelling bevindt (bevinden);
  d) in geval van andere financiŽle rekeningen dan depositorekeningen : een doorlopend overschrijvingsorder van de rekening naar een andere rekening (daaronder begrepen een rekening bij een ander filiaal van de rapporterende financiŽle instelling of bij een andere financiŽle instelling);
  e) een "in-care-of" adres of een "hold mail" adres voor de rekeninghouder; en
  f) een eventuele volmacht of handtekeningsbevoegdheid met betrekking tot de rekening.
  4. Inlichtingen inwinnen bij de relatiebeheerder om een grondig inzicht in de rekening te verwerven.
  Naast de onderzoeken van de elektronische gegevensbestanden en van de papieren dossiers, die hierboven in sectie C, paragrafen 1 en 2 beschreven zijn, moet de rapporterende financiŽle instelling elke hogewaarderekening die toegewezen is aan een relatiebeheerder (met inbegrip van de eventueel daarmee samengevoegde financiŽle rekeningen) behandelen als een te rapporteren rekening wanneer de relatiebeheerder op de hoogte is van het feit dat de rekeninghouder een te rapporteren persoon is.
  5. Gevolgen van het aantreffen van verwijzingen.
  a) Wanneer geen van de in sectie B, paragraaf 2 opgesomde verwijzingen wordt aangetroffen bij de in sectie C uiteengezette uitgebreide controle van hogewaarderekeningen, en er na toepassing van paragraaf 4 van deze sectie C niet kan worden aangetoond dat de rekening wordt aangehouden door een te rapporteren persoon, moet er geen verder initiatief genomen worden totdat een wijziging in de omstandigheden ertoe leidt dat een of meer verwijzingen in verband gebracht worden met de rekening.
  b) Wanneer bij de hierboven beschreven uitgebreide controle van hogewaarderekeningen een van de in sectie B, paragraaf 2, alinea a) tot e) van dit deel I opgesomde verwijzingen wordt aangetroffen, of wanneer er zich een latere wijziging in de omstandigheden voordoet die ertoe leidt dat een of meer verwijzingen naar de rekening met de rekening in verband worden gebracht, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening beschouwen als een te rapporteren rekening voor elk van de aan rapportering onderworpen rechtsgebieden waarvoor een verwijzing aangetroffen werd, tenzij zij ervoor kiest om sectie B, paragraaf 6 van dit deel I toe te passen en een van de in die paragraaf genoemde uitzonderingen op die rekening van toepassing is.
  c) Wanneer bij de in sectie C uiteengezette uitgebreide controle van hogewaarderekeningen een "in-care-of" adres of een "hold mail" adres voor de rekeninghouder wordt aangetroffen en er geen ander adres of geen van de andere in dit deel I, sectie B, paragraaf 2, alinea a) tot e) genoemde verwijzingen wordt aangetroffen, moet de rapporterende financiŽle instelling van de rekeninghouder een eigen verklaring of een bewijsstuk verkrijgen tot staving van diens fiscale woonadres(sen). Indien de rapporterende financiŽle instelling die eigen verklaring of dat bewijsstuk niet kan verkrijgen, moet zij de rekening als ongedocumenteerde rekening rapporteren aan de bevoegde autoriteit van het aan rapportering onderworpen rechtsgebied waarvan zij afhangt.
  6. Wanneer een bestaande rekening van een natuurlijke persoon geen hogewaarderekening is op 31 december 2015 (wanneer de rekeninghouder een inwoner van een lidstaat van de Europese Unie is) of op 31 december van het bij Koninklijk Besluit bepaalde jaar (wanneer de rekeninghouder een inwoner van een ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied is), maar op de laatste dag van enig daaropvolgend kalenderjaar een hogewaarderekening wordt, moet de rapporterende financiŽle instelling de in deze sectie C beschreven uitgebreide controleprocedures op die rekening toepassen in de loop van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de rekening een hogewaarderekening geworden is. Wanneer die rekening op basis van die controle geÔdentificeerd wordt als een te rapporteren rekening, moet de rapporterende financiŽle instelling de vereiste inlichtingen over die rekening voor het jaar waarin de rekening geÔdentificeerd werd als een te rapporteren rekening en voor de daaropvolgende jaren eenmaal per jaar rapporteren, tenzij de rekeninghouder ophoudt een te rapporteren persoon te zijn.
  7. Nadat een rapporterende financiŽle instelling de in deze sectie C beschreven uitgebreide controleprocedures heeft toegepast op een hogewaarderekening, is zij niet langer verplicht die procedures - met uitzondering van het in deze sectie C, paragraaf 4 beschreven onderzoek bij de relatiebeheerder - in de volgende jaren opnieuw toe te passen. In dit laatste geval moet de rapporterende financiŽle instelling de controleprocedures jaarlijks opnieuw toepassen totdat de rekening niet langer ongedocumenteerd is.
  8. Wanneer er zich met betrekking tot een hogewaarderekening een wijziging in de omstandigheden voordoet waardoor een of meer van de in dit deel I, sectie B, paragraaf 2 beschreven verwijzingen met de rekening in verband worden gebracht, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening beschouwen als een te rapporteren rekening voor elk aan rapportering onderworpen rechtsgebied waarvoor een verwijzing geÔdentificeerd werd, tenzij zij ervoor kiest om paragraaf 6 van sectie B van dit deel I toe te passen en een van de uitzonderingen in deze paragraaf op die rekening van toepassing is.
  9. Een rapporterende financiŽle instelling moet procedures toepassen die ervoor zorgen dat een relatiebeheerder elke wijziging in de omstandigheden van een rekening herkent. Wanneer een relatiebeheerder bijvoorbeeld in kennis wordt gesteld van het feit dat de rekeninghouder een nieuw correspondentieadres in een aan rapportering onderworpen rechtsgebied heeft, moet de rapporterende financiŽle instelling het nieuwe adres beschouwen als een wijziging in de omstandigheden en moet ze, indien ze ervoor kiest om dit deel I, sectie B, paragraaf 6 toe te passen, de vereiste documenten verkrijgen van de rekeninghouder.
  D. EINDDATA
  De controle van de bestaande hogewaarderekeningen van natuurlijke personen moet afgerond zijn uiterlijk op 31 december 2016 wanneer de rekeninghouder een inwoner van een lidstaat van de Europese Unie is, of uiterlijk op de bij Koninklijk Besluit bepaalde datum in de andere gevallen. De controle van de bestaande lagewaarderekeningen moet afgerond zijn uiterlijk op 31 december 2017 wanneer de rekeninghouder een inwoner van een lidstaat van de Europese Unie is, of uiterlijk op de bij Koninklijk Besluit bepaalde datum voor elk ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied.
  Elke bestaande rekening van een natuurlijk persoon die geÔdentificeerd wordt als een te rapporteren rekening conform dit deel, wordt alle daaropvolgende jaren beschouwd als een te rapporteren rekening, tenzij de rekeninghouder ophoudt een te rapporteren persoon te zijn.
  DEEL II. : Zorgvuldigheidsprocedures voor nieuwe rekeningen van natuurlijke personen De volgende procedures zijn van toepassing om onder de nieuwe rekeningen van natuurlijke personen, de te rapporteren rekeningen te identificeren.
  A. Wat de nieuwe rekeningen van natuurlijke personen betreft moet de rapporterende financiŽle instelling bij het openen van de rekening een eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgen (die deel kan uitmaken van de documenten in het kader van het openen van de rekening), die het haar mogelijk maken om het fiscale woonadres of de fiscale woonadressen van de rekeninghouder te bepalen. Daarnaast moet ze ook de gegrondheid van die eigen verklaring van de rekeninghouder bevestigen op basis van de inlichtingen die ze bij het openen van de rekening heeft verkregen daaronder begrepen de documenten die zijn ingewonnen bij toepassing van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC).
  B. Wanneer uit de eigen verklaring van de rekeninghouder blijkt dat deze een fiscaal inwoner is van een aan rapportering onderworpen rechtsgebied, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening behandelen als een te rapporteren rekening en moet de eigen verklaring het TIN van de rekeninghouder voor dat aan rapportering onderworpen rechtsgebied vermelden (onder voorbehoud van artikel 6, paragraaf 2 van deze wet) en diens geboortedatum.
  C. Wanneer er zich met betrekking tot een nieuwe rekening van een natuurlijke persoon een wijziging in de omstandigheden voordoet waardoor de rapporterende financiŽle instelling vaststelt, of redenen heeft om aan te nemen dat de oorspronkelijke eigen verklaring van de rekeninghouder onjuist of onbetrouwbaar is, kan die instelling geen gebruik maken van de oorspronkelijke eigen verklaring van de rekeninghouder en moet ze een geldige eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgen waarin melding wordt gemaakt van het fiscale woonadres of de fiscale woonadressen van de rekeninghouder.
  DEEL III. : Zorgvuldigheidsprocedures voor bestaande entiteitsrekeningen Volgende procedures zijn van toepassing om onder de bestaande entiteitsrekeningen de te rapporteren rekeningen te identificeren.
  A. ENTITEITSREKENINGEN DIE NIET GECONTROLEERD, GEŌDENTIFICEERD OF GERAPPORTEERD MOETEN WORDEN.
  Tenzij de rapporterende financiŽle instelling anders beslist, hetzij voor alle bestaande entiteitsrekeningen, hetzij voor elke duidelijk geÔdentificeerde groep van dergelijke rekeningen afzonderlijk, moet een bestaande entiteitsrekening waarvan het saldo of de waarde op 31 december 2015 (wanneer de rekeninghouder een inwoner van een lidstaat van de Europese Unie is) of op 31 december van het bij Koninklijk Besluit bepaalde jaar (in de andere gevallen) niet meer bedraagt dan het equivalent in EUR van 250.000 VS-dollars, niet gecontroleerd, geÔdentificeerd of gerapporteerd worden als te rapporteren rekeningen zolang het saldo of de waarde ervan niet hoger is dan dat bedrag op de laatste dag van een volgend kalenderjaar.
  B. ENTITEITSREKENINGEN DIE GECONTROLEERD MOETEN WORDEN.
  Een bestaande entiteitsrekening waarvan het saldo of de waarde op 31 december 2015 (wanneer de rekeninghouder een inwoner van een lidstaat van de Europese Unie is), of op 31 december van het bij Koninklijk Besluit bepaalde jaar (in de andere gevallen) meer bedraagt dan 250.000 VS-dollars, en een bestaande entiteitsrekening waarvan het saldo of de waarde niet hoger is dan dat bedrag op de voormelde data maar wel hoger is dan dat bedrag op de laatste dag van enig daaropvolgend kalenderjaar, moeten gecontroleerd worden overeenkomstig de procedures die zijn uiteengezet in sectie D van dit deel III.
  C. ENTITEITSREKENINGEN DIE GERAPPORTEERD MOETEN WORDEN.
  Wanneer het gaat om bestaande entiteitsrekeningen zoals beschreven in sectie B van dit deel III, moeten enkel de volgende rekeningen beschouwd worden als te rapporteren rekeningen : de rekeningen die worden aangehouden door een of meer entiteiten die te rapporteren personen zijn, of de rekeningen die worden aangehouden door passieve NFE's waarvan een of meer uiteindelijk belanghebbenden te rapporteren personen zijn.
  D. CONTROLEPROCEDURES VOOR HET IDENTIFICEREN VAN ENTITEITSREKENINGEN DIE GERAPPORTEERD MOETEN WORDEN.
  Voor bestaande entiteitsrekeningen die in sectie B van dit deel III worden beschreven, moet de rapporterende financiŽle instelling de volgende controleprocedures toepassen om te bepalen of de rekening aangehouden wordt door een of meer te rapporteren personen of door passieve NFE's waarvan een of meer uiteindelijk belanghebbenden te rapporteren personen zijn :
  1. Vaststellen of de entiteit een te rapporteren persoon is.
  a) De informatie onderzoeken die werd verkregen voor regelgevende doeleinden of voor de relatie met de klant (met inbegrip van inlichtingen die werden ingezameld in het kader van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) om na te gaan of die informatie erop wijst dat de rekeninghouder inwoner is van een aan rapportering onderworpen rechtsgebied. Te dien einde behoren de plaats van oprichting of organisatie, of een adres in een aan rapportering onderworpen rechtsgebied tot de inlichtingen die erop wijzen dat de rekeninghouder inwoner is van een aan rapportering onderworpen rechtsgebied.
  b) Indien de verkregen informatie erop wijst dat de rekeninghouder inwoner van een aan rapportering onderworpen rechtsgebied is, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening behandelen als een te rapporteren rekening, tenzij ze een eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgt of op basis van informatie waarover zij beschikt of die openbaar beschikbaar is, met voldoende zekerheid vaststelt dat de rekeninghouder geen te rapporteren persoon is.
  2. Vaststellen of de entiteit een passieve NFE is met een of meer uiteindelijk belanghebbenden die te rapporteren personen zijn.
  Wanneer het gaat om een rekeninghouder van een bestaande entiteitsrekening (met inbegrip van een entiteit die een te rapporteren persoon is), moet de rapporterende financiŽle instelling vaststellen of de rekeninghouder een passieve NFE is waarvan een of meer uiteindelijk belanghebbenden te rapporteren personen zijn. Indien dat het geval is, moet de rekening beschouwd worden als een te rapporteren rekening. Bij het doen van deze vaststellingen moet de rapporterende financiŽle instelling de in de alinea's a) tot c) hierna uiteengezette richtlijnen volgen in de volgorde die, gelet op de omstandigheden, het meest aangewezen is.
  a) Bepalen of de rekeninghouder een passieve NFE is. Om te bepalen of de rekeninghouder een passieve NFE is moet de rapporterende financiŽle instelling een eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgen om diens status vast te stellen, tenzij ze op basis van informatie waarover zij beschikt, of die openbaar beschikbaar is, met voldoende zekerheid vaststelt dat de rekeninghouder een actieve NFE is of een financiŽle instelling, niet zijnde een beleggingsentiteit zoals omschreven in, sectie A, paragraaf 10, alinea b) Bijlage I, die geen financiŽle instelling van een deelnemend rechtsgebied is.
  b) De uiteindelijk belanghebbenden van een rekeninghouder identificeren. Om te bepalen welke personen de uiteindelijk belanghebbenden van een rekeninghouder zijn mag een rapporterende financiŽle instelling zich verlaten op de informatie die op grond van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) ingezameld en bijgehouden werd.
  c) Bepalen of een uiteindelijk belanghebbende van een passieve NFE een te rapporteren persoon is. Om te bepalen of een uiteindelijk belanghebbende van een passieve NFE een te rapporteren persoon is, mag een rapporterende financiŽle instelling zich verlaten op :
  i. inlichtingen die op grond van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) ingezameld en bijgehouden werden wanneer het gaat om een bestaande entiteitsrekening die wordt aangehouden door een of meer NFE's en waarvan het saldo of de waarde niet meer bedraagt dan het equivalent in EUR van 1.000.000 VS-dollars, of
  ii. een eigen verklaring van de rekeninghouder of van de uiteindelijk belanghebbende van het (de) rechtsgebied(en) waarvan die uiteindelijk belanghebbende een fiscaal inwoner is.
  E. TIJDSTIPPEN VOOR DE CONTROLES EN AANVULLENDE PROCEDURES DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP BESTAANDE ENTITEITSREKENINGEN
  1. De controle van bestaande entiteitsrekeningen waarvan het totale saldo of de totale waarde op 31 december 2015 (wanneer de rekeninghouder een inwoner van een lidstaat van de Europese Unie is) of op 31 december van het bij Koninklijk Besluit bepaalde jaar (wanneer de rekeninghouder een inwoner van een ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied is) meer bedraagt dan het equivalent in EUR van 250.000 VS-dollars, moet afgerond zijn op 31 december 2017 wanneer de rekeninghouder een inwoner van een lidstaat van de Europese Unie is en op 31 december van het tweede jaar dat volgt op het bij Koninklijk Besluit bepaalde jaar voor elk van de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden.
  2. De controle van bestaande entiteitsrekeningen waarvan het totale saldo of de totale waarde op 31 december 2015 (wanneer de rekeninghouder een inwoner van een lidstaat van de Europese Unie is) of op 31 december van het bij Koninklijk Besluit bepaalde jaar (wanneer de rekeninghouder een inwoner van een ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied is) niet meer bedraagt dan het equivalent in EUR van 250.000 VS-dollars, maar op 31 december van enig volgend jaar wel meer bedraagt dan dat bedrag, moet afgerond zijn in het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin het saldo of de waarde van de rekening hoger was dan het genoemd bedrag.
  3. Wanneer er zich met betrekking tot een bestaande entiteitsrekening een wijziging in de omstandigheden voordoet, waardoor de rapporterende financiŽle instelling weet, of redenen heeft om aan te nemen dat de eigen verklaring van de rekeninghouder of een ander document dat verband houdt met de rekening onjuist of onbetrouwbaar is, moet die instelling de status van de rekening opnieuw vaststellen overeenkomstig de in dit deel III, sectie D uiteengezette procedures.
  DEEL IV. : Zorgvuldigheidsprocedures voor bestaande entiteitsrekeningen Volgende procedures zijn van toepassing om onder de nieuwe entiteitsrekeningen de te rapporteren rekeningen te identificeren.
  A. CONTROLEPROCEDURES VOOR HET IDENTIFICEREN VAN ENTITEITSREKENINGEN DIE GERAPPORTEERD MOETEN WORDEN.
  Voor nieuwe entiteitsrekeningen moet de rapporterende financiŽle instelling de volgende controleprocedures toepassen om vast te stellen of de rekening aangehouden wordt door een of meer te rapporteren personen of door passieve NFE's waarvan een of meer uiteindelijk belanghebbenden te rapporteren personen zijn :
  1. Bepalen of de entiteit een te rapporteren persoon is.
  a) Een eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgen (die deel kan uitmaken van de documenten in het kader van het openen van de rekening), die de rapporterende financiŽle instelling moet toelaten om het fiscale woonadres of de fiscale woonadressen van de rekeninghouder te bepalen; daarnaast nog de gegrondheid van die eigen verklaring van de rekeninghouder bevestigen op basis van de inlichtingen die ze verkregen heeft in het kader van het openen van de rekening, daaronder begrepen alle documenten die op grond van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) werden ingezameld. Indien de entiteit verklaart dat zij geen fiscaal woonadres heeft, kan de rapporterende financiŽle instelling zich voor het bepalen van de woonplaats van de rekeninghouder baseren op het adres van het hoofdkantoor van de entiteit.
  b) wanneer uit de eigen verklaring van de rekeninghouder blijkt dat deze een inwoner is van een aan rapportering onderworpen rechtsgebied, moet de rapporterende financiŽle instelling de rekening beschouwen als een te rapporteren rekening, tenzij ze op basis van informatie waarover zij beschikt, of die openbaar beschikbaar is, met voldoende zekerheid vaststelt dat de rekeninghouder geen te rapporteren persoon is met betrekking tot dat aan rapportering onderworpen rechtsgebied.
  2. Bepalen of de entiteit een passieve NFE is met een of meer uiteindelijk belanghebbenden die te rapporteren personen zijn.
  Wanneer het gaat om een rekeninghouder van een nieuwe entiteitsrekening (met inbegrip van een entiteit die een te rapporteren persoon is), moet de rapporterende financiŽle instelling bepalen of de rekeninghouder een passieve NFE is waarvan een of meer uiteindelijk belanghebbenden te rapporteren personen zijn. Indien dat het geval is, moet de rekening beschouwd worden als een te rapporteren rekening. Bij het doen van deze vaststellingen moet de rapporterende financiŽle instelling de in de alinea's a) tot c) hierna uiteengezette richtlijnen volgen in de volgorde die, gelet op de omstandigheden, het meest aangewezen is.
  a) Bepalen of de rekeninghouder een passieve NFE is. Om te bepalen of de rekeninghouder een passieve NFE is moet de rapporterende financiŽle instelling een eigen verklaring van de rekeninghouder verkrijgen om diens status vast te stellen, tenzij ze op basis van informatie waarover zij beschikt, of die openbaar beschikbaar is, met voldoende zekerheid vaststelt dat de rekeninghouder een actieve NFE is of een financiŽle instelling, niet zijnde een beleggingsentiteit beschreven in sectie A, paragraaf 10, alinea b) van bijlage, die geen financiŽle instelling van een deelnemend rechtsgebied is.
  b) Identificeren van de uiteindelijk belanghebbenden van een rekeninghouder. Voor het bepalen van de uiteindelijk belanghebbenden van een rekeninghouder, mag een rapporterende financiŽle instelling zich verlaten op de informatie die op grond van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) ingezameld en bijgehouden werd.
  c) Bepalen of een uiteindelijk belanghebbende van een passieve NFE een te rapporteren persoon is. Om te bepalen of een uiteindelijk belanghebbende van een passieve NFE een te rapporteren persoon is, mag een rapporterende financiŽle instelling zich verlaten op een eigen verklaring van de rekeninghouder of van de uiteindelijk belanghebbende.
  DEEL V. : Bijzondere zorgvuldigheidsregels Volgende bijkomende regels zijn van toepassing bij het uitvoeren van de hierboven beschreven zorgvuldigheidsprocedures :
  A. VERTROUWEN OP EIGEN VERKLARINGEN VAN DE REKENINGHOUDERS EN OP BEWIJSSTUKKEN.
  Een rapporterende financiŽle instelling mag niet vertrouwen op een eigen verklaring van de rekeninghouders of op bewijsstukken wanneer ze weet, of redenen heeft om aan te nemen, dat die verklaring of dat bewijsstuk onjuist of onbetrouwbaar is.
  B. ALTERNATIEVE PROCEDURES VOOR FINANCIELE REKENINGEN DIE WORDEN AANGEHOUDEN DOOR EEN BEGUNSTIGDE NATUURLIJKE PERSOON VAN EEN KAPITAALVERZEKERING OF EEN LIJFRENTEVERZEKERING.
  Een rapporterende financiŽle instelling mag ervan uitgaan dat de begunstigde (niet zijnde de eigenaar) van een kapitaalverzekering of van een lijfrenteverzekering die een uitkering bij overlijden ontvangt geen te rapporteren persoon is en ze mag een dergelijke financiŽle rekening beschouwen als een andere dan een te rapporteren rekening, tenzij de rapporterende financiŽle instelling over feitelijke kennis beschikt, of redenen heeft om aan te nemen, dat de begunstigde een te rapporteren persoon is. Een rapporterende financiŽle instelling heeft redenen om aan te nemen dat de begunstigde van het kapitaal van een kapitaalverzekering of van een lijfrenteverzekering een te rapporteren persoon is wanneer de inlichtingen die ze heeft ingezameld en in verband heeft gebracht met de begunstigde verwijzingen bevatten zoals bedoeld in deel III, sectie B. Wanneer een rapporterende financiŽle instelling over feitelijke kennis beschikt, of redenen heeft om aan te nemen, dat de begunstigde een te rapporteren persoon is, moet ze de procedures volgen die zijn uiteengezet in deel III, sectie B.
  C. ALTERNATIEVE PROCEDURES VOOR FINANCIELE REKENINGEN DIE WORDEN AANGEHOUDEN DOOR EEN BEGUNSTIGDE NATUURLIJKE PERSOON VAN EEN STELSEL VAN GROEPSKAPITAALVERZEKERINGEN OF GROEPSLIJFRENTEVERZEKERINGEN.
  Een financiŽle rekening die een belang is van een lid in een groepskapitaalverzekering of in een groepslijfrenteverzekering mag door een rapporterende financiŽle instelling beschouwd worden als een financiŽle rekening die geen te rapporteren rekening is, tot de datum waarop een bedrag betaalbaar wordt aan de werknemer/certificaathouder of aan de begunstigde, wanneer die financiŽle rekening aan de volgende eisen voldoet :
  i. de groepskapitaalverzekering of de groepslijfrenteverzekering wordt onderschreven door een werkgever en heeft betrekking op ten minste 25 werknemers/certificaathouders;
  ii. de werknemers/certificaathouders hebben recht op elk bedrag dat verband houdt met hun deelname in het contract en ze mogen de begunstigden aanduiden van het kapitaal dat bij hun overlijden zal uitgekeerd worden; en
  iii. het totale bedrag dat aan een werknemer/certificaathouder of aan een begunstigde kan uitgekeerd worden bedraagt niet meer dan het bedrag in EUR dat overeenstemt met 1 000 000 VS-dollars.
  Een "groepskapitaalverzekering" is een kapitaalverzekering die :
  i. dekking biedt aan natuurlijke personen die zijn aangesloten via een werkgever, een beroepsvereniging, een vakbond of een andere vereniging of groep; en
  ii. voor ieder lid van de groep (of lid van een categorie van de groep) een premie in rekening brengt die bepaald wordt onafhankelijk van andere individuele gezondheidskenmerken dan leeftijd, geslacht en rookgedrag van het lid (of categorie leden) van de groep.
  Een "groepslijfrenteverzekering" is een lijfrenteverzekering waarvan de rechthebbenden natuurlijke personen zijn die zijn aangesloten via een werkgever, een beroepsvereniging, een vakbond of een andere vereniging of groep.
  D. AANVULLENDE DEFINITIES
  1. Onder "NFE" wordt verstaan een entiteit die geen financiŽle instelling is.
  2. Onder "passieve NFE" wordt verstaan een NFE niet zijnde :
  i. een actieve NFE of
  ii. een in sectie A, paragraaf 10, alinea b) van bijlage I omschreven beleggingsentiteit die geen financiŽle instelling van een deelnemend rechtsgebied is.
  3. Onder "actieve NFE" wordt verstaan een NFE die voldoet aan een van de volgende criteria :
  a) minder dan 50 % van de bruto-inkomsten van de NFE in het voorgaande kalenderjaar of een andere relevante boekhoudkundige rapporteringsperiode, zijn passieve inkomsten en minder dan 50 % van de activa van de NFE gedurende het voorgaande kalenderjaar of een andere relevante boekhoudkundige rapporteringsperiode zijn activa die passieve inkomsten voortbrengen of die met dat doel worden aangehouden;
  b) de aandelen van de NFE worden regelmatig verhandeld op een gereglementeerde effectenbeurs of de NFE is een gelieerde entiteit van een entiteit waarvan de aandelen regelmatig verhandeld worden op een gereglementeerde effectenbeurs;
  c) de NFE is een overheidsinstantie, een internationale organisatie, een centrale bank of een entiteit die volledig in het bezit is van een of meer van de voorgaande instanties;
  d) de activiteiten van de NFBE bestaan voornamelijk uit het (geheel of gedeeltelijk) aanhouden van de aandelen die geplaatst zijn door een of meer dochterondernemingen waarvan de handels- of bedrijfsactiviteiten andere zijn dan die van een financiŽle instelling, of uit het verschaffen van financiering of diensten aan die dochterondernemingen. Een entiteit komt niet in aanmerking voor de status van NFBE indien ze fungeert (of zich presenteert) als een beleggingsfonds, zoals een private equity fonds, een durfkapitaalfonds, een overnamefonds dat met schulden wordt gefinancierd of elk ander beleggingsvehikel dat als doel heeft ondernemingen te verwerven of te financieren en daarin vervolgens bij wijze van belegging belangen aan te houden activa;
  e) de NFBE oefent nog geen bedrijfsactiviteiten uit en heeft dat ook in het verleden nooit gedaan, maar ze investeert vermogen in activa teneinde bedrijfsactiviteiten uit te oefenen niet zijnde die van een financiŽle instelling, met dien verstande dat de NFBE 24 maanden na de datum van haar oprichting niet in aanmerking komt voor deze uitzondering;
  f) de NFBE was gedurende de vijf voorgaande jaren geen financiŽle instelling en is bezig met de liquidatie van haar activa of met een reorganisatie teneinde transacties en activiteiten voort te zetten of te hervatten die niet die van een financiŽle instelling zijn;
  g) de NFBE is voornamelijk betrokken bij de financiering van gelieerde entiteiten die geen financiŽle instellingen zijn en bij hedgingtransacties met of voor die gelieerde entiteiten en ze verschaft geen financiering of hedgingdiensten aan entiteiten die geen gelieerde entiteiten zijn, mits de groep waartoe die gelieerde entiteiten behoren voornamelijk betrokken is bij bedrijfsactiveiten die geen bedrijfsactiviteiten van een financiŽle instelling zijn; of
  h) de NFE voldoet aan alle volgende vereisten :
  i. zij is opgericht in het rechtsgebied waarvan ze inwoner is en wordt daar uitsluitend voor godsdienstige, liefdadige, wetenschappelijke, artistieke, culturele, sportieve of educatieve doeleinden geŽxploiteerd; of zij is opgericht in het rechtsgebied waarvan ze inwoner is en wordt daar geŽxploiteerd als een beroepsfederatie, een werkgeversorganisatie, een kamer van koophandel, een vakbond, een land-of tuinbouworganisatie, een burgerorganisatie of een organisatie waarvan het enige doel de bevordering van het maatschappelijk welzijn is;
  ii. zij is vrijgesteld van de vennootschapsbelasting in het rechtsgebied waarvan ze inwoner is;
  iii. zij heeft geen aandeelhouders of leden die als eigenaar of rechthebbende aanspraak kunnen maken op haar inkomsten of activa;
  iv. de van toepassing zijnde wetgeving van het rechtsgebied waarvan de NFE inwoner is of de oprichtingsdocumenten van de NFE, laten niet toe dat er inkomsten of activa van de NFE worden verdeeld aan of gebruikt ten behoeve van een privťpersoon of een niet-liefdadige entiteit op een andere wijze dan in het kader van de liefdadige activiteiten van de NFE, of ter betaling van een redelijke vergoeding voor door de entiteit verleende diensten of ter betaling, tegen de marktprijs, van door de entiteit verworven goederen; en
  v. de van toepassing zijnde wetgeving van het rechtsgebied waarvan de NFE inwoner is of de oprichtingsdocumenten van de NFE vereisen dat, bij liquidatie of ontbinding van de entiteit, al haar activa worden verdeeld aan een overheidsinstantie of aan een andere liefdadigheidsorganisatie, of toevallen aan de regering van de woonstaat van de NFE of aan een staatkundig onderdeel daarvan.
  4. Onder "fiscaal inwoner" wordt verstaan elke persoon of elke entiteit die als inwoner beschouwd wordt voor de toepassing van de belastingwetgeving van het betrokken rechtsgebied.
  5. Onder "fiscale woonplaats" wordt verstaan de woonplaats die in aanmerking genomen wordt voor de toepassing van de belastingwetgeving van het betrokken rechtsgebied.
  E. AGGREGATIE VAN SALDI EN REGELS MET BETREKKING TOT HET OMREKENEN VAN VALUTA.
  1. Aggregatie van de saldi van rekeningen van natuurlijke personen.
  Om het totale saldo of de totale waarde te bepalen van financiŽle rekeningen die worden aangehouden door een natuurlijke persoon, moet een rapporterende financiŽle instelling alle door haar of door een gelieerde entiteit beheerde financiŽle rekeningen aggregeren, maar uitsluitend voor zover de geautomatiseerde systemen van de rapporterende financiŽle instelling die financiŽle rekeningen aan elkaar koppelen aan de hand van een gegevenselement zoals een klantnummer of fiscaal identificatienummer, en aldus saldi of waarden van rekeningen kunnen samenvoegen. Voor de toepassing van deze regels wordt het volledige saldo of de volledige waarde van een gezamenlijk aangehouden rekening toegerekend aan elke houder van die rekening.
  2. Aggregatie van de saldi van entiteitsrekeningen.
  Om het totale saldo of de totale waarde te bepalen van financiŽle rekeningen die worden aangehouden door een entiteit, moet een rapporterende financiŽle instelling rekening houden met alle bij haar of bij een gelieerde entiteit aangehouden financiŽle rekeningen, voor zover de geautomatiseerde systemen van die instelling die rekeningen aan elkaar koppelen aan de hand van een gegevenselement zoals een klantnummer of fiscaal identificatienummer, en aldus saldi of waarden van rekeningen kunnen samenvoegen. Voor de toepassing van deze regels wordt het volledige saldo of de volledige waarde van een gezamenlijk aangehouden rekening toegerekend aan elke houder van die rekening.
  3. Bijzondere aggregatieregel die geldt voor relatiebeheerders.
  Om het totale saldo of de totale waarde te bepalen van financiŽle rekeningen die worden aangehouden door een persoon teneinde vast te stellen of een financiŽle rekening een hogewaarderekening is, moet een rapporterende financiŽle instelling eveneens de saldi van alle rekeningen samenvoegen wanneer het gaat om financiŽle rekeningen waarvan een relatiebeheerder weet, of redenen heeft om aan te nemen, dat ze onmiddellijk of middellijk in het bezit zijn van, onder de zeggenschap staan van, of geopend zijn (anders dan als gevolmachtigde) door dezelfde persoon.
  F. BEWIJSSTUKKEN
  Voor de toepassing van deze wet omvatten aannemelijke bewijsstukken alles wat hierna volgt :
  a) Een verklaring omtrent de woonplaats, afgegeven door een daartoe bevoegde overheidsinstantie (bijvoorbeeld een regering, een agentschap daarvan of een gemeente) van het rechtsgebied waarvan de begunstigde beweert een inwoner te zijn.
  b) Met betrekking tot een natuurlijke persoon, elk geldig identiteitsbewijs, afgegeven door een daartoe bevoegde overheidsinstantie (bijvoorbeeld een regering, een agentschap daarvan of een gemeente) waarop de naam van de natuurlijke persoon voorkomt en dat gewoonlijk gebruikt wordt voor identificatiedoeleinden.
  c) Met betrekking tot een entiteit, alle officiŽle documenten afgegeven door een daartoe bevoegde overheidsinstantie (bijvoorbeeld een regering, een agentschap daarvan of een gemeente) waarop de naam van de entiteit voorkomt en dat daarnaast het adres vermeldt van haar hoofdkantoor in het rechtsgebied waarvan ze beweert inwoner te zijn of in het rechtsgebied waar de entiteit opgericht werd of volgens wiens recht ze geregeld wordt.
  d) Elk financieel overzicht, elk verslag van derden omtrent kredietwaardigheid, elke faillissementsaanvraag, of elk verslag van de effectentoezichthouder
  Met betrekking tot een bestaande entiteitsrekening, mogen rapporterende financiŽle instellingen als bewijsstuk gebruiken iedere op de rekeninghouder betrekking hebbende indeling in de dossiers van de rapporterende financiŽle instelling die is vastgesteld op basis van een gestandaardiseerd bedrijfscoderingssysteem en dat door de rapporterende financiŽle instelling geregistreerd werd in het kader van de antiwitwas- en ken-uw-klantprocedures (AML/KYC) of andere regelgevende doeleinden (andere dan fiscale doeleinden) en door de rapporterende financiŽle instelling werd uitgevoerd vůůr de datum waarop de financiŽle rekening bij de bestaande rekeningen ingedeeld werd, op voorwaarde dat de rapporterende financiŽle instelling niet weet of geen redenen heeft om aan te nemen dat deze indeling onjuist of weinig betrouwbaar is. Een "gestandaardiseerd bedrijfscoderingssysteem" is een coderingssysteem voor het indelen van bedrijven per bedrijfstak voor andere doeleinden dan fiscale doeleinden.
  G. AANVULLENDE REGELS INZAKE RAPPORTERING EN ZORGVULDIGHEIDSVEREISTEN VOOR INFORMATIE OVER FINANCIELE REKENINGEN.
  1. Wijziging in de omstandigheden
  Een "wijziging in de omstandigheden" omvat elke wijziging die leidt tot de toevoeging van informatie over de status van een persoon of die in strijd is met de status van die persoon. Bovendien omvat een wijziging in de omstandigheden elke wijziging of toevoeging van informatie betreffende de rekening van de rekeninghouder (met inbegrip van de toevoeging of vervanging van een rekeninghouder of enige andere wijziging dienaangaande) of de wijziging of toevoeging van informatie betreffende een rekening die verband houdt is met de desbetreffende rekening (met toepassing van de aggregatieregels omschreven in deel V, sectie C van deze bijlage indien die verandering of die toevoeging van informatie van invloed is op de status van de rekeninghouder).
  Indien een rapporterende financiŽle instelling zich gebaseerd heeft op de toets inzake het woonadres omschreven in sectie B, paragraaf 1 van deel I van deze bijlage, en indien er is sprake van een verandering in de omstandigheden waardoor de rapporterende financiŽle instelling te weten komt, of redenen heeft om aan te nemen, dat het oorspronkelijk bewijsstuk (of een andere gelijkwaardig document) onjuist of onbetrouwbaar is, moet de rapporterende financiŽle instelling uiterlijk op de laatste dag van het desbetreffende kalenderjaar of van een andere passende referentieperiode, - of 90 dagen nadat ze over die wijziging in de omstandigheden ingelicht werd of ze ontdekt heeft - een eigen verklaring van de rekeninghouder en een nieuw bewijsstuk verkrijgen tot staving van de fiscale woonplaats(en) van de rekeninghouder. Indien de rapporterende financiŽle instelling de eigen verklaring van de rekeninghouder en het nieuwe bewijsstuk niet uiterlijk op die datum kan verkrijgen, moet de rapporterende financiŽle instelling de elektronische zoekprocedure gebruiken zoals omschreven in deel I, sectie B, paragraaf 2 van deze bijlage.
  2. Eigen verklaring van de rekeninghouder voor nieuwe entiteitsrekeningen
  Met betrekking tot nieuwe entiteitsrekeningen kan een rapporterende financiŽle instelling zich uitsluitend baseren op een eigen verklaring van de rekeninghouder of van de uiteindelijk belanghebbende om vast te stellen of een uiteindelijk belanghebbende van een passieve NFE een te rapporteren persoon is.
  3. Vestigingsplaats van een financiŽle instelling
  Een financiŽle instelling "woont" in een deelnemend rechtsgebied, indien zij onder de bevoegdheid van dat rechtsgebied valt (met andere woorden, indien het deelnemend rechtsgebied aan de financiŽle instelling kan opleggen dat ze haar rapporteringsverplichting nakomt). Wanneer een financiŽle instelling fiscaal inwoner is van een deelnemend rechtsgebied, geldt in het algemeen dat zij onder de bevoegdheid van dat rechtsgebied valt, en dus een financiŽle instelling van dat deelnemend rechtsgebied is. In het geval van een trust die een financiŽle instelling is (ongeacht of hij al dan niet fiscaal inwoner is van een deelnemend rechtsgebied), wordt die trust geacht onder de bevoegdheid van dat rechtsgebied te vallen indien een of meer van zijn trustees inwoner zijn van dat rechtsgebied, tenzij de trust alle informatie, die krachtens deze wet met betrekking tot te rapporteren rekeningen van de trust moet worden vermeld, aan een ander deelnemend rechtsgebied verstrekt omdat hij fiscaal inwoner is van dat ander rechtsgebied. Wanneer een financiŽle instelling (niet zijnde een trust) evenwel geen fiscale woonplaats heeft (bijvoorbeeld wanneer zij als fiscaal transparant beschouwd wordt, of wanneer zij in een rechtsgebied gevestigd is dat de inkomsten niet belast), wordt zij geacht onder de bevoegdheid van een deelnemend rechtsgebied te vallen en is zij dus een financiŽle instelling van een deelnemend rechtsgebied indien :
  a) zij als vennootschap opgericht is in overeenstemming met de wetgeving van het deelnemend rechtsgebied;
  b) haar plaats van leiding (inclusief van de werkelijke leiding) zich in het deelnemend rechtsgebied bevindt; of
  c) zij in het deelnemend rechtsgebied onder financieel toezicht valt.
  Wanneer een financiŽle instelling (niet zijnde een trust) een inwoner is van twee of meer deelnemende rechtsgebieden, is die financiŽle instelling onderworpen aan de rapporterings- en zorgvuldigheidsverplichtingen van het deelnemend rechtsgebied waar zij de financiŽle rekening(en) beheert.
  4. Beheerde rekening
  In het algemeen zou een rekening beschouwd moeten worden als zijnde beheerd door :
  - in het geval van een effectenrekening, door de financiŽle instelling die de activa op de rekening bewaart (met inbegrip van een financiŽle instelling die de activa namens een makelaar aanhoudt voor een rekeninghouder bij die instelling);
  - in het geval van een depositorekening, door de financiŽle instelling die verplicht is tot het doen van betalingen met betrekking tot die rekening (behalve wanneer het gaat om een gevolmachtigde van een financiŽle instelling, ongeacht of die gevolmachtigde al dan niet een financiŽle instelling is);
  - in het geval van aandelen in of schuldvorderingen die bij een financiŽle instelling gedeponeerd zijn en die een financiŽle rekening vormen, door die desbetreffende financiŽle instelling;
  - in het geval van een kapitaalverzekering of een lijfrenteverzekering, door de financiŽle instelling die verplicht is tot het doen van betalingen met betrekking tot die verzekering.
  5. Trusts die passieve NFE's zijn
  Een entiteit zoals een samenwerkingsverband, een samenwerkingsverband met beperkte aansprakelijkheid of een soortgelijke juridische constructie zonder fiscale woonplaats overeenkomstig sectie D, paragraaf 3 van bijlage I, wordt beschouwd als een inwoner van het rechtsgebied waar de plaats van de werkelijke leiding ervan is gelegen. In dit verband wordt een rechtspersoon of juridische constructie gezien als "soortgelijk" aan een samenwerkingsverband of een samenwerkingsverband met beperkte aansprakelijkheid, wanneer die rechtspersoon of die juridische constructie in een aan rapportering onderworpen rechtsgebied niet beschouwd wordt als een fiscale eenheid op grond van de belastingwetgeving van dat rechtsgebied. Om dubbele rapportering te vermijden (gelet op de ruime reikwijdte van de term "uiteindelijk belanghebbende" in het geval van trusts), is het toegestaan om een trust die een passieve NFE is, niet te beschouwen als een soortgelijke juridische constructie.
  6. Adres van het hoofdkantoor van een entiteit
  Een van de in sectie F van deze bijlage uiteengezette regels bepaalt dat, met betrekking tot een entiteit, het officiŽle document het adres bevat van het hoofdkantoor van de entiteit in het rechtsgebied waarvan zij stelt een inwoner te zijn of in het rechtsgebied waar de entiteit opgericht werd of volgens wiens recht ze geregeld wordt. Het adres van het hoofdkantoor van de entiteit is in het algemeen de plaats waar zich de werkelijke leiding ervan bevindt. Het adres van een financiŽle instelling waar de entiteit een rekening geopend heeft, een postbusadres, of een adres dat uitsluitend wordt gebruikt als postadres is niet het adres van het hoofdkantoor van de entiteit, tenzij dit adres het enige adres is dat door de entiteit wordt gebruikt en dat in de statutaire documenten van de entiteit staat vermeld als haar geregistreerde adres. Verder is een adres dat wordt opgegeven als "hold mail" adres niet het adres van het hoofdkantoor van de entiteit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 16 december 2015.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van FinanciŽn,
J. VAN OVERTVELDT
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
originele versie
  • WET VAN 17-12-2017 GEPUBL. OP 22-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; N1)
  • -------------------------------------INWERKINGTREDING DOOR-------------------------------------
    originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 14-06-2017 GEPUBL. OP 19-06-2017

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) :{BR}Stukken : 54 - 1448{BR}

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie