J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2014/12/19/2015035043/justel

Titel
19 DECEMBER 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 19 december 2014 houdende de Vlaamse vastgoedcodex

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 16-01-2015 nummer :   2015035043 bladzijde : 1905       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-12-19/74
Inwerkingtreding : 01-01-2015

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2004036227       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-9

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° decreet van 19 december 2014: het decreet van 19 december 2014 houdende de Vlaamse vastgoedcodex;
  2° Vlaamse Belastingdienst: het intern verzelfstandigd Agentschap opgericht door de Vlaamse Regering bij besluit van 11 juni 2004 tot oprichting van het agentschap Vlaamse Belastingdienst;

  Art. 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiėn en de begrotingen, wordt gemachtigd om de Vlaamse commissarissen, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 19 december 2014, aan te wijzen.

  Art. 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiėn en de begrotingen, wordt gemachtigd de werkwijze, vermeld in artikel 11, § 2, en artikel 17, § 2, van het decreet van 19 december 2014 te regelen. Daarbij worden de werkzaamheden zo geregeld en geprioriteerd dat rekening wordt gehouden met de noodwendigheden van de opdrachtgevers en de efficiėnte werking van de Vlaamse Belastingdienst.
  De behandeling van een dossier dat aan de Vlaamse Belastingdienst en zijn Vlaamse commissarissen is toevertrouwd, kan worden geweigerd in een of meer van de volgende gevallen:
  1° de onafhankelijkheid van de Vlaamse Belastingdienst of zijn Vlaamse commissarissen komt in het gedrang;
  2° de Vlaamse Belastingdienst krijgt tegenstrijdige opdrachten;
  3° het dossier of de opdracht is onvolledig of foutief;
  4° de te verlijden akte bevat bepalingen die strijdig zijn met de openbare orde of die derden kunnen misleiden;
  5° de Vlaamse Belastingdienst of zijn Vlaamse commissarissen zijn onbevoegd;
  Bij de behandeling van de dossiers en de opstelling van de akten geven de Vlaamse Belastingdienst en zijn Vlaamse commissarissen blijk van een volkomen onpartijdigheid.
  Naast het wettelijk geregelde beroepsgeheim, zijn de Vlaamse Belastingdienst binnen de context van de taken die het decreet van 19 december 2014 toewijst aan de Vlaamse Belastingdienst, alsook zijn Vlaamse commissarissen, gehouden tot discretieplicht. De discretieplicht verbiedt hun om inlichtingen mee te delen aan derden, behalve als die mededeling noodzakelijk of nuttig is voor de verrichtingen waarmee ze belast zijn.

  Art. 4. § 1. De minuten van de akten, vermeld in artikel 21 van het decreet van 19 december 2014, worden centraal bewaard door de Vlaamse Belastingdienst. Ze worden gerangschikt in de volgorde van hun inschrijving in het repertorium.
  § 2. De Vlaamse Belastingdienst mag geen minuut uit handen geven, behalve in de gevallen, bepaald bij de wet of het decreet, of krachtens een vonnis.
  Als een minuut uit handen moet worden gegeven, dan wordt daarvan een fotografische afdruk gemaakt. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg vergelijkt die fotografische afdruk met het origineel en maakt daarvan een proces-verbaal op. De fotografische afdruk wordt in de plaats gesteld van de minuut totdat de minuut wordt teruggegeven. De Vlaamse commissarissen mogen er grossen of uitgiften van afgeven, onder vermelding van het opgemaakte proces-verbaal.

  Art. 5. § 1. Het repertorium, vermeld in artikel 23 van het decreet van 19 december 2014, wordt centraal door de Vlaamse Belastingdienst bewaard en bijgehouden.
  Het repertorium is in kolommen ingedeeld, waarin dag voor dag, zonder openlatingen of tussenlijnen en volgens volgnummer, alle akten en processen-verbaal worden ingeschreven.
  § 2. Het repertorium wordt geviseerd door het hoofd van de Vlaamse Belastingdienst.
  § 3. In elk artikel van het repertorium worden de volgende gegevens vermeld:
  1° het volgnummer;
  2° de naam en eerste voornaam van de instrumenterend Vlaamse commissaris;
  3° de datum en aard van de akte;
  4° de naam, voornamen en woonplaats van de partijen;
  5° een bondige aanduiding van de onroerende goederen, voor zover dat van toepassing is;
  6° de vermelding van de registratie.
  Het nummer van het repertorium wordt bovenaan op elke minuut vermeld.
  Het repertorium wordt op het einde van het jaar afgesloten door de handtekening van het hoofd van de Vlaamse Belastingdienst.

  Art. 6. Met het oog op een efficiėnte en resultaatgerichte interne organisatie kan het hoofd van de Vlaamse Belastingdienst een deel van de gedelegeerde aangelegenheden verder subdelegeren aan personeelsleden van de Vlaamse Belastingdienst die onder zijn hiėrarchisch gezag staan, tot op het meest functionele niveau.

  Art. 7. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot oprichting van het agentschap Vlaamse Belastingdienst worden een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "7° het uitoefenen van de opdrachten en taken zoals vermeld in het decreet van 19 december 2014 ."

  Art. 8. De volgende regelgevende teksten treden in werking op 1 januari 2015:
  1° het decreet van 19 december 2014 houdende de Vlaamse vastgoedcodex;
  2° dit besluit.

  Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiėn en de begrotingen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 19 december 2014.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Begroting, Financiėn en Energie,
A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Vlaamse Regering,
   Gelet op het decreet van 19 december 2014 houdende de Vlaamse vastgoedcodex;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiėn, gegeven op 1 september 2014;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid bestaande in de behoefte aan een onmiddellijke en naadloze overgang van het federale naar het regionale niveau, van de dienstverlening verstrekt door de commissarissen, in het belang van de goede werking van de diverse overheden en entiteiten, zowel op het regionale als op het lokale bestuursniveau, die beroep doen op de diensten van de commissarissen, een dringende noodzakelijkheid die doet afzien van het inwinnen van het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State;
   Op voorstel van de Vlaamse minister van Begroting, Financiėn en Energie;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie