J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2014/05/05/2014203384/justel

Titel
5 MEI 2014. - Wet houdende verankering van het principe van de unieke gegevensinzameling in de werking van de diensten en instanties die behoren tot of taken uitvoeren voor de overheid en tot vereenvoudiging en gelijkschakeling van elektronische en papieren formulieren

Bron :
KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER
Publicatie : 04-06-2014 nummer :   2014203384 bladzijde : 42601       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-05-05/06
Inwerkingtreding : 14-06-2014

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1990022014        2012002044       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-14

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze wet heeft tot doel de administratieve verplichtingen van burgers en rechtspersonen te vereenvoudigen door te waarborgen dat gegevens die reeds beschikbaar zijn in een authentieke bron niet opnieuw moeten worden meegedeeld aan een federale overheidsdienst en te komen tot een volledige gelijkschakeling tussen elektronische en papieren formulieren.

  Art. 3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
  1° "federale instantie": alle hierna vermelde diensten:
  a. de rijksbesturen en andere rijksdiensten bedoeld in artikel 1, 1°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken;
  b. de diensten behorende tot het ministerie van Defensie;
  c. de diensten bedoeld in artikel 2, 2 ° en 3°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;
  d. de rechterlijke orde, met inbegrip van de diensten die de leden ervan bijstaan;
  e. de rechtspersonen van publiek recht bedoeld in artikel 1, 3°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken;
  f. de natuurlijke personen of rechtspersonen aan wie bij wet taken van openbare dienst of algemeen belang zijn toevertrouwd en die niet vallen onder het toepassingsgebied van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
  2° "dienstenintegrator": de instanties bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 15 augustus 2012 houdende organisatie en oprichting van een federale dienstenintegrator;
  3° "authentieke bron": de gegevensbanken bedoeld in artikel 2, 6°, van de wet van 15 augustus 2012 houdende organisatie en oprichting van een federale dienstenintegrator;
  4° "formulier": elk document, ongeacht de drager, dat in het kader van een administratieve procedure wordt gebruikt en waarmee een externe of interne gebruiker aanvragen kan richten aan een federale instantie of hiermee informatie kan uitwisselen;
  5° "bepalingen inzake de unieke gegevensinzameling": artikel 11 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en artikel 8, §§ 3 tot 5, van de wet van 15 augustus 2012 houdende oprichting en organisatie van een federale dienstenintegrator, zoals gewijzigd door deze wet;
  6° "toezichthouder": de publiekrechtelijke instelling bedoeld in artikel 28 van de Richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en in artikel 8.3 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007, die thans bestaat uit de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, ingesteld door artikel 23 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, alsook uit de sectorale comités ingesteld door artikel 31bis van dezelfde wet van 8 december 1992, de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, ingesteld door artikel 10 van het decreet van het Vlaamse Parlement van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, de Commissie Wallonië-Brussel voor het toezicht op de gegevensuitwisselingen, ingesteld door artikel 22 van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap over het opstarten van een gemeenschappelijk initiatief om gegevens te delen en over het gemeenschappelijk beheer van dit initiatief, en iedere andere gelijkaardige instantie opgericht bij wet, decreet of ordonnantie.

  Art. 4. § 1. Bij de identificatie van natuurlijke personen maken alle federale instanties voor de uitvoering van hun wettelijke opdrachten en de realisatie van de in artikel 2 vastgestelde doelstellingen verplicht, op basis van een machtiging verstrekt in uitvoering van artikel 8 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, gebruik van het Rijksregisternummer toegekend in uitvoering van artikel 2, laatste lid, van dezelfde wet, of van het identificatienummer van de Kruispuntbank toegekend in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, indien het gegevens betreft die betrekking hebben op een natuurlijk persoon die niet in voormeld Rijksregister opgenomen is.
  § 2. Bij de identificatie van rechtspersonen of ondernemingen maken alle federale instanties, voor de uitvoering van hun wettelijke opdrachten, gebruik van het ondernemingsnummer toegekend in uitvoering van artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen.
  § 3. In het kader van de vervulling van een wettelijke informatieplicht maken alle natuurlijke en rechtspersonen gebruik van het Rijksregisternummer toegekend in uitvoering van artikel 2, laatste lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, het identificatienummer van de Kruispuntbank toegekend in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid en het ondernemingsnummer toegekend in uitvoering van artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen.
  § 4. De Koning kan deze verplichting uitbreiden tot andere unieke sleutels voor het identificeren van andere objecten of entiteiten in authentieke bronnen.

  Art. 5. § 1. De toezichthouder staat toe dat het Rijksregisternummer wordt gebruikt telkens als over een gegevensstroom of verwerking van persoonsgegevens wordt beslist. Deze beslissing geldt als machtiging in uitvoering van artikel 8 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen.
  De toezichthouders kunnen het gebruik van een ander identificatienummer opleggen.
  § 2. De met toepassing van de bepalingen inzake de unieke gegevensinzameling verkregen gegevens mogen door de betrokken instanties slechts gebruikt worden ter uitvoering van hun wettelijke opdrachten. Zij mogen niet aan derden worden meegedeeld.
  § 3. Worden niet beschouwd als derden voor de toepassing van § 2:
  - de personen op wie die informatiegegevens betrekking hebben en hun wettelijke vertegenwoordigers of lasthebbers;
  - de andere bij de uitvoering van de wettelijke opdracht gemachtigde openbare overheden en instellingen.

  Art. 6. Onverminderd de bevoegdheden toegekend aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of de magistraten in toepassing van respectievelijk artikel 32 van de wet van 8 december 1992 op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgevens, het Gerechtelijk Wetboek of het Wetboek van strafvordering, wordt aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de magistraten en de griffiers, voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten, op eenvoudig verzoek onverwijld toegang verleend tot de logins en registraties van de elektronisch uitgewisselde berichten en krijgen zij hiervan de afschriften of uittreksels welke zij nodig achten. Deze afschriften of uittreksels kunnen elektronisch aangevraagd en doorgestuurd worden.

  Art. 7. Onverminderd de toepassing van de artikelen 9 en 10 van de wet van 8 december 1992 op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens stellen de dienstenintegratoren elektronisch de volgende gegevens ter beschikking van het publiek:
  1° de lijst van de beschikbare gegevensstromen met een omschrijving van de gegevens die ze omvatten;
  2° de machtigingen met betrekking tot de onder 1° vermelde gegevensstromen.

  Art. 8. § 1. Alle nieuwe elektronische of papieren formulieren uitgaande van een federale instantie en die bestemd zijn voor een burger of onderneming worden meegedeeld aan de Dienst voor administratieve vereenvoudiging van de FOD Kanselarij van de Eerste minister.
  § 2. De Dienst verifieert of bij het ontwerpen van het formulier de bepalingen van artikel 4 en de bepalingen inzake de unieke gegevensinzameling werden nageleefd en publiceert elektronisch de lijst van de geverifieerde formulieren. Deze verificatie heeft eveneens betrekking op de bijlagen of stukken die bij het formulier moeten worden gevoegd.
  Op verzoek van de betrokken federale instantie kunnen de in het eerste lid bedoelde verificaties vóór de ingebruikname van het formulier gebeuren.
  § 3. De burgers of de ondernemingen kunnen formulieren die volgens hen strijdig zijn met de bepalingen van artikel 4 of de bepalingen inzake de unieke gegevensinzameling via het kafkameldpunt melden aan de Dienst voor administratieve vereenvoudiging. Deze Dienst onderzoekt deze melding en indien deze terecht is, vraagt aan de betrokken instantie het betreffende formulier binnen een redelijke termijn aan te passen. Het doorgestuurde verzoek tot aanpassing wordt elektronisch gepubliceerd op de website van de Dienst.

  Art. 9. § 1. Elektronische formulieren en hun bijlagen worden geacht dezelfde waarde te hebben als papieren formulieren, voor zover is voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1° de elektronische gegevens vermelden de identiteit van de opsteller ervan geauthenticeerd hetzij door middel van het identiteitscertificaat op de elektronische identiteitskaart hetzij door middel van een ander certificaat dat voldoet aan de bepalingen van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten of aan de bepalingen van de wet van 24 februari 2003 betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid en betreffende de elektronische communicatie tussen ondernemingen en de federale overheid;
  2° de elektronische gegevens kunnen nauwgezet worden gekoppeld aan een referentiedatum en een referentietijdstip;
  3° de elektronische gegevens kunnen niet onmerkbaar meer worden gewijzigd na de vermelding van de identiteit van de in 1° bedoelde opsteller en na de koppeling aan een referentiedatum en een referentietijdstip die in het 2° worden bedoeld;
  4° de elektronische gegevens voldoen, voor zover zij door meerdere personen zijn opgesteld, aan de in 1°, 2° en 3° vermelde vereisten voor iedere opsteller wat de gegevens betreft die hij heeft opgesteld;
  5° de elektronische gegevens kunnen worden gelezen gedurende minstens de periode die door de toepasselijke reglementering wordt opgelegd.
  § 2. De formulieren worden vooringevuld met de beschikbare gegevens.
  § 3. De vereiste de melding "gelezen en goedgekeurd" of elke andere door de wet verplichte met de hand geschreven melding aan te brengen wordt geacht vervuld te zijn door middel van het elektronisch aanbrengen van de melding.
  § 4. De vereiste inzake de verzending in verschillende exemplaren wordt geacht vervuld te zijn zodra de stukken langs elektronische weg zijn bezorgd.
  § 5. De vereiste inzake het bezorgen van een bericht van ontvangst kan rechtsgeldig vervuld worden langs elektronische weg.
  § 6. De Koning kan nadere regels vaststellen inzake het vervangen van papieren door elektronische formulieren.

  Art. 10. § 1. De Koning kan, zonder de algemene draagwijdte van de bepalingen te wijzigen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de van kracht zijnde wettelijke bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen die in strijd zijn met de artikelen 4 en 9 of met de bepalingen inzake de unieke gegevensinzameling.
  Indien een besluit genomen met toepassing van het eerste lid een invloed kan hebben op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of de uitvoeringsbesluiten ervan, verleent de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer vooraf haar advies.
  § 2. De krachtens dit artikel genomen koninklijke besluiten die niet bij wet zijn bekrachtigd op de eerste dag van de vierentwintigste maand na die waarin ze zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, houden op uitwerking te hebben.

  Art. 11. In de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid wordt een artikel 3ter ingevoegd, luidende:
  "Art.3ter. De Kruispuntbank maakt, waar nodig, voor elke geïntegreerde dienst afspraken met andere dienstenintegratoren over:
  1° wie welke authenticatie van de identiteit, verificaties en controles verricht aan de hand van welke middelen en daarover de verantwoordelijkheid draagt;
  2° hoe tussen de betrokken instanties de resultaten van de verrichte authenticaties van de identiteit, verificaties en controles op een veilige wijze elektronisch worden bewaard en uitgewisseld;
  3° wie welke registratie van toegang, poging tot toegang tot de diensten van de dienstenintegratoren of enige andere verwerking van gegevens via een dienstenintegrator bijhoudt;
  4° hoe ervoor wordt gezorgd dat bij onderzoek, op initiatief van een betrokken instantie of een controle-orgaan of naar aanleiding van een klacht, een volledige reconstructie kan geschieden die ertoe strekt te bepalen welke natuurlijke persoon welke dienst heeft gebruikt met betrekking tot welke persoon, wanneer en voor welke doeleinden;
  5° de bewaringstermijn van de geregistreerde gegevens, die minstens tien jaar moet bedragen, evenals de wijze waarop deze kunnen worden geraadpleegd door degenen die hiertoe gerechtigd zijn.".

  Art. 12. Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11. Alle instellingen van sociale zekerheid winnen de sociale gegevens die ze nodig hebben in in het netwerk, als ze daar beschikbaar zijn.
  Ze zijn er bovendien toe gehouden zich tot de Kruispuntbank te richten wanneer ze de juistheid nagaan van de sociale gegevens die in het netwerk beschikbaar zijn.
  De instellingen van sociale zekerheid zamelen sociale gegevens waarover ze beschikken in uitvoering van het eerste lid niet meer in bij de betrokkene, zijn lasthebber of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
  Zodra de betrokkene, zijn lasthebber of zijn wettelijke vertegenwoordiger vaststelt dat een instelling van sociale zekerheid over onvolledige of onjuiste sociale gegevens beschikt bij het uitvoeren van zijn opdracht, meldt hij de nodige verbeteringen of aanvullingen onverwijld aan de betrokken instelling van sociale zekerheid.
  De toepassing van de bepalingen van dit artikel kan, onverminderd de toepassing van de geldende regels inzake verjaring en stuiting, er in geen geval toe leiden dat onterecht ontvangen rechten of uitkeringen die gesteund zijn op onvolledige of onjuiste sociale gegevens niet van de burger of de onderneming kunnen worden teruggevorderd of dat verschuldigde betalingen die gesteund zijn op onvolledige of onjuiste sociale gegevens niet door de burger of de onderneming moeten worden betaald.".

  Art. 13. Artikel 8 van de wet van 15 augustus 2012 houdende oprichting en organisatie van een federale dienstenintegrator wordt aangevuld met de §§ 3 tot 5 luidende:
  " § 3. De participerende overheidsdiensten zamelen, nadat zij hiervoor de nodige machtigingen verworven hebben, de elektronisch beschikbare gegevens die worden aangeboden via de federale dienstenintegrator in bij deze laatste.
  De participerende overheidsdiensten zamelen gegevens waarover ze beschikken in uitvoering van het eerste lid niet meer in bij de betrokkene, zijn lasthebber of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
  Participerende overheidsdiensten die beschikken over een rechtstreekse toegang tot een authentieke bron hergebruiken de gegevens die erin beschikbaar zijn en mogen deze gegevens niet langer inwinnen bij de betrokkene, zijn lasthebber of wettelijke vertegenwoordiger.
  § 4. Zodra de betrokkene, zijn lasthebber of wettelijke vertegenwoordiger vaststelt dat de participerende overheidsdiensten of de federale dienstenintegrator over onvolledige of onjuiste gegevens beschikken over de betrokkene, meldt hij de nodige verbeteringen of aanvullingen onverwijld aan de participerende overheidsdienst of aan de federale dienstenintegrator.
  § 5. De toepassing van de bepalingen van dit artikel kan, onverminderd de toepassing van de geldende regels inzake verjaring en stuiting, er in geen geval toe leiden dat onterecht ontvangen rechten of uitkeringen die gesteund zijn op onvolledige of onjuiste gegevens niet van de burger of de onderneming kunnen worden teruggevorderd of dat verschuldigde betalingen die gesteund zijn op onvolledige of onjuiste gegevens niet door de burger of de onderneming moeten worden betaald.".

  Art. 14. De federale instanties die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet nog geen gebruik maken van de in artikel 4 vermelde nummers of van de gegevensuitwisseling via een dienstenintegrator, krijgen als overgangsmaatregel tot 1 januari 2016 de tijd om zich naar de door deze wet bepaalde vereisten te schikken en hiertoe de wettelijk vereiste machtigingen aan te vragen.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 5 mei 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting en Administratieve Vereenvoudiging,
O. CHASTEL
De Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken,
K. GEENS
De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten,
H. BOGAERT
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers : (www.dekamer.be) : Stukken : 53 3387 Integraal verslag : 20 maart 2014. Senaat (www.senate.be) Stukken : 5-2784 - Nr. 1 (Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat)

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie