J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
17 DECEMBER 2013. - Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, met betrekking tot de uitoefening van de opdrachten van de Justitiehuizen

Bron :
JUSTITIE
Publicatie : 17-06-2014 nummer :   2014A09302 bladzijde : 45544       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-12-17/15
Inwerkingtreding : 17-12-2013

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-9

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Definities
  Voor de toepassing van het huidige samenwerkingsakkoord wordt verstaan onder :
  1° partijen : de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap;
  2° federale instanties : de opdrachtgevers van de Justitiehuizen die behoren tot de federale overheid en de gerechtelijke overheid, meer bepaald het directoraat-generaal penitentiaire inrichtingen van de federale overheidsdienst Justitie, de strafinrichtingen, parketten-generaal, de parketten, de onderzoeksrechters, de onderzoeksgerechten, de jeugdrechters, de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg, de vonnisgerechten, de hoven van beroep, de probatiecommissies, de commissies tot bescherming van de maatschappij en de strafuitvoeringsrechtbanken;
  3° opdrachten : de opdrachten die de Justitiehuizen uitoefenen in het kader van de gerechtelijke procedure of de uitvoering van gerechtelijke beslissingen en die hen worden toevertrouwd door de federale instanties, zijnde de burgerrechtelijke opdrachten, de strafrechtelijke opdrachten, de penitentiaire opdrachten, het slachtofferonthaal en de eerstelijnswerking.
  In het bijzonder betreft het momenteel de opdrachten :
  - opgesomd in artikel 2 van het koninklijk besluit van 13 juni 1999 houdende de organisatie van de dienst Justitiehuizen van het ministerie van Justitie;
  - bedoeld in de artikelen 37quater en 37quinquies van het Strafwetboek;
  - omschreven in de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten.
  4° Nationaal Centrum voor elektronisch toezicht : de dienst die bevoegd is voor de uitwerking en de opvolging van het elektronisch toezicht, hierna NCET genoemd.

  Art. 2. Interministeriële Conferentie voor de Justitiehuizen
  Er wordt een Interministeriële Conferentie voor de Justitiehuizen opgericht, hierna IMCJH genoemd.
  De partijen verbinden er zich toe om in het kader van IMCJH overleg te plegen over problemen die verband houden met de uitoefening van de opdrachten van de Justitiehuizen.
  De partijen verbinden er zich toe om in het kader van IMCJH voorafgaand overleg te plegen over :
  - de wijziging van de opdrachten van de Justitiehuizen;
  - alle initiatieven van de partijen die een impact hebben of kunnen hebben op de uitvoeringscapaciteit van de Justitiehuizen in de uitoefening van hun opdrachten.

  Art. 3. Overkoepelend overleg
  § 1. Onverminderd artikel 2 wordt een overlegorgaan opgericht dat tot taak heeft om de Justitiehuizen en de federale instanties samen te brengen en hun samenwerking te evalueren en te optimaliseren, evenals aanbevelingen aangaande het beleid inzake de tenuitvoerlegging van straffen en het slachtofferonthaal te formuleren.
  § 2. Het overkoepelend overlegorgaan is samengesteld als volgt :
  - de bevoegde leden van de gemeenschapsregeringen of hun vertegenwoordiger;
  - de federale minister van Justitie of zijn vertegenwoordiger;
  - de eerste voorzitters van de hoven van beroep of hun vertegenwoordiger;
  - de procureurs-generaal of hun vertegenwoordiger;
  - vier vertegenwoordigers van de parketten van eerste aanleg, volgens een paritaire verdeling naar taalaanhorigheid, aangewezen door de Raad van procureurs des Konings.
  § 3. De leden van de gemeenschapsregeringen of hun respectieve vertegenwoordigers laten zich vergezellen door een vertegenwoordiger van de Justitiehuizen. De federale minister van Justitie laat zich vergezellen door een vertegenwoordiger van de Strafinrichtingen. De andere personen kunnen zich laten vergezellen door een deskundige van hun keuze.
  § 4. De federale minister van Justitie en de leden van de gemeenschapsregeringen of hun respectieve vertegenwoordigers nemen, volgens een beurtrol en voor een periode van twee jaar, het voorzitterschap waar. De federale minister van Justitie neemt als eerste het voorzitterschap waar.
  § 5. Het overkoepelend overlegorgaan komt samen op bijeenroeping van de voorzitter of op verzoek van één van de leden. Het komt minstens één keer per jaar samen en telkens de omstandigheden dit vereisen.
  § 6. Met het oog op de behandeling van specifieke agendapunten kan de voorzitter, ambtshalve of op verzoek van een lid, beslissen om andere personen uit te nodigen waarvan de deelname aan de vergadering nuttig wordt geacht.
  § 7. De Federale Staat voorziet in een secretariaatsondersteuning.

  Art. 4. Lokaal overleg
  § 1. Er worden overlegorganen opgericht op het niveau van de gerechtelijke arrondissementen die tot taak hebben om de lokale Justitiehuizen en de lokale federale instanties samen te brengen en hun samenwerking te evalueren.
  § 2. Een lokaal overlegorgaan is samengesteld als volgt :
  - de hiërarchische overste van de directeurs van de Justitiehuizen gelegen in het gerechtelijk arrondissement of zijn vertegenwoordiger;
  - de directeurs van de Justitiehuizen gelegen in het gerechtelijk arrondissement of hun vertegenwoordiger;
  - de directeurs van de strafinrichtingen waarvan de gedetineerden die er zich bevinden onder de bevoegdheid vallen van de strafuitvoeringsrechtbank van het rechtsgebied waarin het gerechtelijk arrondissement is gelegen, of hun vertegenwoordiger;
  - de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement of zijn vertegenwoordiger;
  - de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement of zijn vertegenwoordiger;
  - de procureur-generaal bij het hof van Beroep of zijn vertegenwoordiger.
  De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg kan zich laten vergezellen of vertegenwoordigen door een lid van zijn rechtbank. De andere personen kunnen zich laten vergezellen door een deskundige of medewerker van hun keuze.
  § 3. De hiërarchische overste van de directeurs van de Justitiehuizen gelegen in het gerechtelijk arrondissement of zijn vertegenwoordiger neemt het voorzitterschap waar.
  § 4. Het lokaal overlegorgaan komt samen op bijeenroeping van de voorzitter of op verzoek van één van de leden. Het komt minstens één keer per jaar samen en telkens de omstandigheden dit vereisen.
  § 5. Met het oog op de behandeling van specifieke agendapunten kan de voorzitter, ambtshalve of op verzoek van een lid, beslissen om andere personen uit te nodigen waarvan de deelname aan de vergadering nuttig wordt geacht.
  § 6. De Gemeenschappen voorzien in een secretariaatsondersteuning.

  Art. 5. Expertisenetwerken
  De Federale Staat verbindt er zich toe om in samenspraak met de gerechtelijke overheid een vertegenwoordiging te voorzien van de Justitiehuizen in de expertisenetwerken van het College van procureurs-generaal, bedoeld in artikel 143bis, § 3, zevende lid, Gerechtelijk Wetboek, die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de opdrachten van de Justitiehuizen.

  Art. 6. Informatie-uitwisseling
  De partijen verbinden er zich toe om samen te werken en de doorstroming van informatie tussen de federale instanties en de Justitiehuizen te optimaliseren, met het oog op een efficiënte uitoefening van hun respectievelijke bevoegdheden.
  De Federale Staat verbindt er zich toe om de Justitiehuizen alle informatie ter beschikking te stellen die noodzakelijk is voor de uitoefening van hun opdrachten. Daartoe wordt de Justitiehuizen toegang verleend tot de huidige en toekomstige informatiesystemen van de federale instanties, overeenkomstig de regels die door de partijen in het kader van de IMCJH worden uitgewerkt.
  De Federale Staat verbindt er zich toe om alle gegevens die zijn opgenomen in het bestaande informatiesysteem van de Justitiehuizen over te dragen aan de Gemeenschappen.

  Art. 7. Toegang tot de gerechtelijke en administratieve dossiers
  De Federale Staat verbindt er zich toe om, in overleg met de gerechtelijke overheid, een structurele en algemene regeling uit te werken op grond waarvan de Justitiehuizen toegang wordt verleend tot de informatie uit de gerechtelijke en administratieve dossiers die noodzakelijk is voor de uitoefening van hun opdrachten.

  Art. 8. Registratie
  § 1. De Gemeenschappen verbinden er zich toe om de opdrachten die hen worden toevertrouwd door de federale instanties te registreren en de informatie-uitwisseling tussen de Justitiehuizen te garanderen.
  § 2. Minstens worden volgende gegevens geregistreerd :
  - de identificatiegegevens van de justitiabele;
  - de feiten;
  - de opdrachtgever;
  - de aard en de termijn van de opdracht;
  - de eventuele opgelegde voorwaarden.
  § 3. In het kader van IMCJH kan worden overeengekomen om bijkomende gegevens te registreren en modaliteiten op te stellen voor de informatie-uitwisseling tussen de Justitiehuizen.

  Art. 9. Het NCET
  De Federale Staat verbindt er zich toe om het NCET alle informatie ter beschikking te stellen die noodzakelijk is voor de uitoefening van haar bevoegdheden.
  Daartoe wordt het NCET toegang verleend tot de huidige en toekomstige informatiesystemen van het directoraat-generaal penitentiaire inrichtingen van de federale overheidsdienst Justitie, de parketten en de strafuitvoeringsrechtbanken, overeenkomstig de regels die door de partijen in het kader van de IMCJH worden uitgewerkt.
  De Federale Staat verbindt er zich toe om alle gegevens die zijn opgenomen in het bestaande informatiesysteem van het NCET over te dragen aan de Gemeenschappen. De Gemeenschappen verbinden zich ertoe samen met de Federale Staat een platform voor informatie-uitwisseling op te richten.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gedaan te Brussel, op 17 december 2013.
Voor de Federale Staat :
De Eerste Minister,
E. DI RUPO
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Voor de Vlaamse Gemeenschap :
De Minister-President,
K. PEETERS
De Minister van Welzijn,
J. VANDEURZEN
Voor de Franse Gemeenschap :
De Minister-President,
R. DEMOTTE
Voor de Duitstalige Gemeenchap :
De minister-President,
K.-H. LAMBERTZ

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid artikel 5, § 1, III, artikel 6, § 3bis, 4°, en artikel 92bis, § 4undecies; ingevoegd bij de bijzondere wet van 6 januari 2014;
   Gelet op de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, laatst gewijzigd bij de wet van 19 april 2014;
   Gelet op de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, inzonderheid artikel 47/10;
   Overwegende dat de uitoefening van de opdrachten van de Justitiehuizen in het kader van de gerechtelijke procedure of de uitvoering van gerechtelijke beslissingen is toegewezen aan de Gemeenschappen;
   Overwegende dat de Federale Staat bevoegd blijft voor de gerechtelijke procedures alsook voor de uitvoering van de gerechtelijke beslissingen;
   Overwegende dat de bepaling van de gevallen waarin een mandaterende gerechtelijke of administratieve overheid de mogelijkheid heeft om een maatschappelijke enquête of een beknopt voorlichtingsrapport te laten opmaken, of een persoon aan controle en begeleiding te onderwerpen, deel blijft uitmaken van de bevoegdheid van de federale overheid;
   Overwegende dat de Justitiehuizen die in het kader van hun burgerlijke en strafrechtelijke opdrachten instaan voor de uitvoering van deze onderzoeken, controles en begeleidingen, onontbeerlijke opdrachten uitvoeren voor de federale mandaterende instanties en deelnemen aan de opmaak en de uitvoering van gerechtelijke beslissingen;
   Overwegende dat de Justitiehuizen bovendien ook gevat worden om de gerechtelijke overheid bij te staan in de ondersteuning van de slachtoffers gedurende het verloop van de gerechtelijke procedures;
   Overwegende dat bijgevolg nood zal zijn aan permanente overleg- en samenwerkingsmechanismen zodat de Justitiehuizen enerzijds hun opdrachten zo efficiënt en kwaliteitsvol mogelijk kunnen blijven uitoefenen en anderzijds hun specifieke karakter en meerwaarde kunnen behouden;
   Overwegende dat het dan ook wenselijk is dat de Federale Staat en de Gemeenschappen in een samenwerkingsakkoord de essentiële voorwaarden vastleggen waaronder de uitoefening van de opdrachten van de Justitiehuizen doeltreffend kan worden verzekerd.
   De Federale Staat, vertegenwoordigd door zijn regering in de persoon van de eerste minister en de minister van Justitie;
   De Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar regering in de persoon van de minister-president en de minister van Welzijn;
   De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar regering in de persoon van de minister-president;
   De Duitstalige Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar regering in de persoon van de minister-president;
   Zijn overeengekomen wat volgt :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie