J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 14 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2013/12/01/2013009534/justel

Titel
1 DECEMBER 2013. - Wet tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-12-2013 en tekstbijwerking tot 25-04-2017)

Bron : JUSTITIE
Publicatie : 10-12-2013 nummer :   2013009534 bladzijde : 97957       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-12-01/01
Inwerkingtreding : 01-04-2014

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1978101005        1971072002        1975070206        1970071602        1970121405        1969070707        1953040302        1970071508        1891081950        1967101058        1935061501        1803031601       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 2-38, 38/1, 39-105
HOOFDSTUK 3. - Aanpassingen van het bijvoegsel van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 106-108
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting
Art. 109-110
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 7 juli 1969 tot vaststelling van de personeelsformatie van de arbeidshoven en -rechtbanken
Art. 111
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 15 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van koophandel en tot wijziging van de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek
Art. 112-113
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 16 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de politierechtbanken
Art. 114-115
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 14 december 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de plaatsvervangende rechters in de arbeidsrechtbanken en in de rechtbanken van koophandel
Art. 116
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 20 juli 1971 tot vaststelling van de personeelsformatie van de vredegerechten
Art. 117
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg
Art. 118
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van diverse wetten
Art. 119-128
HOOFDSTUK 12. - [1 Advocaten]1
Art. 129-134
HOOFDSTUK 13. - Justitiehuizen
Art. 135
HOOFDSTUK 14. - Overgangsmaatregelen
Afdeling 1. - Algemeen
Art. 136-137
Afdeling 2. - Bevoegdheid
Art. 138-142, 142/1, 143, 143/1, 143/2, 144-146
Afdeling 3. - Magistraten
Art. 147-148, 148/1, 149, 149/1, 150-154, 154/1, 155, 155/1
Afdeling 4. - Gerechtspersoneel
Art. 156-158, 158/1, 158/2, 158/3, 159, 159/1
Afdeling 5. - Andere overgangsbepalingen
Art. 160-162, 162/1
HOOFDSTUK 15. - Inwerkingtreding
Art. 163-164

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek

  Art. 2. In artikel 58bis van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden " toegevoegd vrederechter ", " toegevoegd rechter in de politierechtbank ", " en toegevoegd rechter ", " toegevoegd substituut-procureur des Konings, ", " en toegevoegd substituut-arbeidsauditeur " opgeheven;
  b) in de bepaling onder 2° worden de woorden " voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, " ingevoegd tussen de woorden " van koophandel, " en de woorden " procureur des Konings ";
  c) in de bepaling onder 3° worden de woorden " afdelingsvoorzitter of " ingevoegd tussen de woorden " mandaten van " en het woord " ondervoorzitter " en worden de woorden " ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, afdelingsprocureur, afdelingsauditeur, " ingevoegd tussen de woorden " rechtbank van koophandel " en de woorden " eerste substituut-procureur des Konings ".

  Art. 3. Artikel 59 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  " De vrederechter-titularis benoemd in een kanton wordt in subsidiaire orde benoemd in elk kanton van het gerechtelijk arrondissement waarin hij krachtens de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken kan worden benoemd.
  Naargelang van de behoeften van de dienst wijst de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, en na de betrokken magistraat te hebben gehoord, een of meer vrederechters aan om dit ambt gelijktijdig in een of meer kantons van het gerechtelijk arrondissement uit te oefenen.
  De aanwijzingsbeschikking geeft de redenen van de aanwijzing op en bepaalt de nadere regels ervan. ".

  Art. 4.Artikel 60 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 juli 1994, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 60. Er zijn politierechtbanken, bestaande uit één of meer afdelingen. Een of meer rechters oefenen er hun ambt uit in de gebiedsomschrijving bepaald in het bijvoegsel bij dit Wetboek. Een vrederechter kan bovendien tot rechter in de politierechtbank worden benoemd.
  De politierechtbanken en hun afdelingen bestaan uit een of meer kamers.
  In het gerechtelijk arrondissement Brussel worden de rechters in de politierechtbank die worden benoemd in de personeelsformatie van de Nederlandstalige politierechtbank of de politierechtbank [1 te Halle en te Vilvoorde]1, in subsidiaire orde in de andere Nederlandstalige politierechtbanken te Brussel benoemd. ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 97, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 5. In artikel 64, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord " gerecht " vervangen door de woorden " vredegerecht of afdeling van de politierechtbank ".

  Art. 6. Artikel 65 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 11 juli 1994, wordt vervangen als volgt
  " Art. 65. § 1. Naargelang van de behoeften van de dienst wijst de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, tijdelijk en met zijn of hun instemming, een of meer vrederechters aan om de functie uit te oefenen van rechter in de politierechtbank, of een of meer rechters in de politierechtbank om de functie uit te oefenen van vrederechter in het gerechtelijk arrondissement.
  Naargelang van de behoeften van de dienst in het gerechtelijk arrondissement Brussel wijst de voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, tijdelijk een of meer werkende of plaatsvervangende rechters in de politierechtbank aan, zonder dat zijn of hun instemming vereist is maar na hem of hen te hebben gehoord, om tegelijkertijd een ambt uit te oefenen in een andere politierechtbank van het arrondissement.
  Naargelang van de behoeften van de dienst kan met instemming van de betrokkene of betrokkenen de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en op advies van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank een of meer rechters in de politierechtbank, of een of meer vrederechters opdragen tegelijkertijd een ambt uit te oefenen in een andere politierechtbank van het rechtsgebied of in een ander vredegerecht van het rechtsgebied gelegen in een ander arrondissement dan dat waarin hij benoemd is.
  § 2. De aanwijzings- of opdrachtbeschikking geeft de redenen van de aanwijzing of opdracht op en bepaalt de nadere regels ervan.
  De aanwijzing of de opdracht eindigt wanneer de reden ervan vervalt; voor de zaken waarover de debatten aan de gang zijn of die in beraad zijn, blijft de aanwijzing of de opdracht echter gelden tot aan het vonnis. ".

  Art. 7. Artikel 65bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 maart 2001, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 65bis. Met uitzondering van de gerechtelijke arrondissementen Brussel en Eupen is er in elk arrondissement een voorzitter en ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank.
  Het voorzitterschap wordt afwisselend waargenomen door een vrederechter en door een rechter in de politierechtbank. De ondervoorzitter is respectievelijk vrederechter of rechter in de politierechtbank, naar gelang de voorzitter rechter in de politierechtbank dan wel vrederechter is. ".

  Art. 8.In artikel 66 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1970, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " De zittingen worden op de zetel of afdeling van het gerecht gehouden. Het aantal, de dagen en de duur van de gewone zittingen worden in een bijzonder reglement vastgesteld :
  1° voor de politierechtbank, door de voorzitter of ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank die de hoedanigheid heeft van politierechter, na advies van de procureur des Konings en van de stafhouder(s) van de Orde of Ordes van Advocaten van het arrondissement;
  2° voor het vredegerecht, door de voorzitter of ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank die de hoedanigheid heeft van vrederechter, na advies van de betrokken vrederechter en van de stafhouder(s) van de Orde of Ordes van Advocaten van het arrondissement.
  [1 In de gerechtelijke arrondissementen Brussel en Eupen is het advies van de politierechtbank eveneens vereist.]1
  Het bijzonder reglement wordt publiek bekendgemaakt. ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 99, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 9. Artikel 68 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
  " Art. 68. De voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank is belast met de algemene leiding en de organisatie van de politierechtbank.
  Hij verdeelt de zaken overeenkomstig het zaakverdelingsreglement en het bijzonder reglement van de rechtbank.
  Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan hij een deel van de zaken die aan een kamer zijn toegewezen, onder de andere kamers van de afdeling verdelen.
  Onder een behoefte van de dienst kan worden begrepen de verdeling van de werklast, de onbeschikbaarheid van een rechter, een vereiste deskundigheid, de goede rechtsbedeling of andere daarmee vergelijkbare objectieve redenen.
  De voorzitter verdeelt de rechters over de afdelingen. Indien hij een rechter aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken rechter en omkleedt hij zijn beslissing met redenen. ".

  Art. 10. Artikel 69 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2001, wordt opgeheven.

  Art. 11. Artikel 70 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1970, wordt opgeheven.

  Art. 12. Artikel 71 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
  " Art. 71. Naargelang van de behoeften van de dienst wijst de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank een van de plaatsvervangende rechters aan als vervanger van de vrederechter of van de rechter in de politierechtbank.
  In de aanwijzingsbeschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een plaatsvervanger en worden de nadere regels van de aanwijzing omschreven. ".

  Art. 13.In artikel 72 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste en tweede lid worden opgeheven;
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " In gevallen van overmacht kan de Koning, op advies van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en van de procureur des Konings, de zetel van het vredegerecht tijdelijk verplaatsen naar een andere gemeente van het arrondissement. ";
  [1 2/1° in het vierde lid worden de woorden "De vorige bepalingen zijn van toepassing" vervangen door de woorden "Dit artikel is van toepassing.]1
  3° het vijfde lid wordt opgeheven.
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 100, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 14. In artikel 72bis, eerste en tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 2012, worden de woorden " voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg bedoeld in dit hoofdstuk " telkens vervangen door de woorden " voorzitter bedoeld in dit hoofdstuk ".

  Art. 15. In het tweede deel, boek I, titel I, hoofdstuk I, afdeling II, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 72ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 72ter. Voor de politierechtbanken en de vredegerechten waarvan de zetel gevestigd is in het gerechtelijke arrondissement Eupen, worden de opdrachten van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank bedoeld in dit hoofdstuk, uitgeoefend door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement. ".

  Art. 16. Artikel 73, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt :
  " Er is een rechtbank van eerste aanleg, een arbeidsrechtbank en een rechtbank van koophandel, waarvan de gebiedsomschrijving is vastgesteld in het bijvoegsel van dit Wetboek. ".

  Art. 17. In artikel 74 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " In ieder arrondissement is er een arrondissementsrechtbank die bestaat uit de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, de voorzitter van de arbeidsrechtbank, de voorzitter van de rechtbank van koophandel en de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of een door hen aangewezen rechter.
  Bij staking van stemmen, beslist de voorzitter van de arrondissementsrechtbank. ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " of uit de rechters die hen in die respectieve rechtbanken vervangen " vervangen door de woorden " of uit een door hen aangewezen rechter ".

  Art. 18. In artikel 76 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " De rechtbank van eerste aanleg bestaat " vervangen door de woorden " De rechtbank van eerste aanleg en, in voorkomend geval, zijn afdelingen bestaan " en worden de woorden " bij de rechtbank " vervangen door de woorden " bij de afdeling van de rechtbank ";
  2° in het tweede lid wordt het woord " afdelingen " vervangen door het woord " secties ";
  3° het woord " afdeling " wordt telkens vervangen door het woord " sectie ".

  Art. 19. Artikel 77, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt :
  " In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken bestaat ze daarenboven uit een of meer afdelingsvoorzitters en ondervoorzitters. ".

  Art. 20. In artikel 80 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2006, wordt het derde lid opgeheven.

  Art. 21. Artikel 82, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
  " In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken, bestaat zij bovendien uit een of meer afdelingsvoorzitters, ondervoorzitters en een of meer rechters in de arbeidsrechtbank. ".

  Art. 22.[1 In artikel 85 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
   1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
   "In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken, bestaat zij bovendien uit een of meer afdelingsvoorzitters, ondervoorzitters en een of meer rechters in de rechtbank van koophandel.";
   2° in het derde lid worden de woorden "De rechters in handelszaken kiezen" vervangen door de woorden "In elk arrondissement kiezen de rechters in handelszaken".]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 101, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 23. In het tweede deel, boek I, titel I, hoofdstuk II van hetzelfde Wetboek, worden de afdeling VIbis, alsook artikel 86bis, ingevoegd bij de wet van 10 februari 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 mei 2003, opgeheven.

  Art. 24. In artikel 87 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :
  " In de aanwijzingsbeschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een plaatsvervanger en worden de nadere regels van de aanwijzing omschreven. ".

  Art. 25.In artikel 88 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Het bijzonder reglement voor elke rechtbank wordt bij beschikking van de voorzitter van de rechtbank vastgesteld na advies van, naar gelang van het geval, de eerste voorzitter van het hof van beroep of de eerste voorzitter van het arbeidshof, van de procureur-generaal en, naar gelang van het geval, van de procureur des Konings of van de arbeidsauditeur, van de hoofdgriffier van de rechtbank en van de stafhouders van de Orde of Ordes van advocaten van het arrondissement. Het advies van de voorzitter van de arbeidsrechtbank is eveneens vereist voor de in artikel 76, zesde lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamers. Het bijzonder reglement wordt publiek bekendgemaakt. ";
  2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Incidenten in verband met de verdeling van de zaken onder de afdelingen, secties, kamers of rechters van een zelfde rechtbank worden op de volgende manier geregeld : ";
  [1 2/1° in § 2, tweede lid, eerste zin, worden de woorden "de sectie," ingevoegd tussen de woorden "uitgelokt, legt" en de woorden "de afdeling, de kamer".]1
  3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden " De procureur gehoord " vervangen door de woorden " Na advies van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur " en worden de woorden " rechtbank van eerste aanleg " vervangen door het woord " rechtbank ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 102, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 26.Artikel 90 van het hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 90. De voorzitter is belast met de algemene leiding en de organisatie van de rechtbank.
  In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken staat een afdelingsvoorzitter de voorzitter bij in de leiding van de rechtbank en haar afdelingen.
  De voorzitter verdeelt de zaken overeenkomstig het zaakverdelingsreglement en het bijzonder reglement van de rechtbank. Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan hij een deel van de zaken die aan een kamer zijn toegewezen, onder de andere kamers van de afdeling verdelen.
  Onder een behoefte van de dienst kan worden begrepen de verdeling van de werklast, de onbeschikbaarheid van een rechter, een vereiste deskundigheid, de goede rechtsbedeling of [1 andere daarmee]1 vergelijkbare objectieve reden.
  De voorzitter verdeelt de rechters over de afdelingen. Indien hij een rechter aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken rechter en omkleedt hij zijn beslissing met redenen. ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 103, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 27. In het tweede deel, boek I, titel I, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van afdeling IX vervangen als volgt : " Opdracht en aanwijzing van rechters ".

  Art. 28. In artikel 98 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 februari 1998, worden het eerste tot het vijfde lid vervangen als volgt :
  " Wanneer de behoeften van de dienst binnen de rechtbank van eerste aanleg het rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, via een beschikking, een rechter in de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied van het hof van beroep, die deze opdracht aanvaardt, opdragen er tijdelijk het ambt van rechter uit te oefenen.
  Wanneer de behoeften van de dienst binnen de rechtbank van koophandel het rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, via een beschikking, een rechter in de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep, die deze opdracht aanvaardt, opdragen er tijdelijk het ambt van rechter uit te oefenen.
  In dezelfde omstandigheden kan de eerste voorzitter ook een rechter van het rechtsgebied van het hof van beroep die deze opdracht aanvaardt via een beschikking opdragen zijn ambt bijkomend en voor een bepaalde termijn uit te oefenen in een rechtbank van eerste aanleg of een rechtbank van koophandel die in dat rechtsgebied ligt.
  Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen kunnen, in het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik, naargelang het geval, respectievelijk de eerste voorzitter van het hof van beroep of de eerste voorzitter van het arbeidshof, de rechters in de rechtbank van eerste aanleg, de rechters in de rechtbank van koophandel en de rechters in de arbeidsrechtbanken, met hun instemming en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op gebruik der taal in gerechtszaken, opdracht geven, zowel in de rechtbank van eerste aanleg als in de rechtbank van koophandel of de arbeidsrechtbank van het gerechtelijk arrondissement Eupen. Naargelang van het geval kunnen de eerste voorzitter van het hof van beroep of de eerste voorzitter van het arbeidshof respectievelijk rechters in de rechtbank van koophandel en in de arbeidsrechtbank van Eupen met hun instemming opdracht geven, hetzij in een rechtbank van koophandel of in een rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied, hetzij in een arbeidsrechtbank van het rechtsgebied.
  In de beschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een rechter van een andere rechtbank van het rechtsgebied en worden de nadere regels van de opdracht omschreven. ".

  Art. 29. In artikel 99 van hetzelfde Wetboek worden de woorden " of plaatsvervangende rechter " opgeheven.

  Art. 30. In het tweede deel, boek I, titel I, hoofdstuk II, afdeling IX, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 99ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 99ter. Naargelang van de behoeften van de dienst kan de eerste voorzitter van het hof van beroep een rechter in de rechtbank van eerste aanleg of een rechter in de rechtbank van koophandel, benoemd in het rechtsgebied, met zijn instemming opdragen zijn ambt uit te oefenen in het hof van beroep.
  Naargelang van de behoeften van de dienst kan de eerste voorzitter van het arbeidshof een rechter in de arbeidsrechtbank, benoemd in het rechtsgebied, met zijn instemming opdragen zijn ambt uit te oefenen in het arbeidshof.
  In de beschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een rechter en worden de nadere regels van de opdracht omschreven. ".

  Art. 31. In de Franse tekst van het tweede deel, boek I, titel I, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van afdeling X vervangen als volgt : " Nominations simultanées dans plusieurs tribunaux ".

  Art. 32.Artikel 100 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 15 juli 1970 en 22 december 1998, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 100. § 1. De rechters benoemd in een rechtbank van eerste aanleg worden, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in subsidiaire orde benoemd in de andere rechtbanken van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep.
  De substituten benoemd in een parket van de procureur des Konings worden, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in subsidiaire orde benoemd in de andere parketten van de procureur des Konings van het rechtsgebied.
  § 2. De aanwijzing van een magistraat buiten het rechtscollege of het parket in de personeelsformatie waarvan hij in hoofdorde wordt benoemd, wordt in onderling overleg tussen de betrokken korpschefs geregeld nadat de betrokkene werd gehoord. De gemeenschappelijke beslissing bepaalt de nadere regels van de aanwijzing.
  De aanwijzingsbeschikking omschrijft de redenen waarom het noodzakelijk is een beroep te doen op een magistraat benoemd in hoofdorde in de personeelsformatie van een andere rechtbank of parket en omschrijft de nadere regels van de aanwijzing. De aanwijzing geldt voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.
  De instemming van de aangewezen magistraat is niet vereist.
  Ingeval de korpschefs weigeren of bij gebreke van een akkoord over de nadere regels van de aanwijzing, beslist, naar gelang van het geval, de eerste voorzitter van het hof van beroep of de procureur-generaal bij het hof van beroep op grond van een met redenen omkleed advies van de korpschefs die betrokken zijn bij deze aanwijzing.
  § 3. Een magistraat benoemd overeenkomstig § 1 wordt niet benoemd in de personeelsformatie van de rechtscolleges of van de parketten waarin hij in subsidiaire orde wordt benoemd.
  § 4. De rechters benoemd in de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Waals-Brabant en de rechters benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Waals-Brabant worden in subsidiaire orde benoemd in de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel. De rechters benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Leuven en de rechters benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
  De substituten benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel, daaronder begrepen de substituten bedoeld in artikel 150, § 3, worden, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Waals-Brabant of bij de parketten van de procureur des Konings te Leuven en te Halle-Vilvoorde. De substituten van de procureur des Konings benoemd te Waals-Brabant worden in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel [1 , de substituten benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel en te Halle-Vilvoorde en de substituten benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Halle-Vilvoorde worden in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel en te Leuven]1.
  De rechters benoemd in de Franstalige rechtbank van koophandel te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van koophandel [1 te Nijvel]1 en de rechters benoemd in de rechtbank van koophandel [1 te Nijvel]1 worden in subsidiaire orde benoemd in de Franstalige rechtbank van koophandel te Brussel. De rechters benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van koophandel te Leuven en de rechters benoemd in de rechtbank van koophandel te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel.
  De rechters benoemd in de Franstalige arbeidsrechtbank te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de arbeidsrechtbank [1 te Nijvel]1 en de rechters benoemd in de arbeidsrechtbank [1 te Nijvel]1 worden in subsidiaire orde benoemd in de Franstalige arbeidsrechtbank te Brussel. De rechters benoemd in de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de arbeidsrechtbank te Leuven en de rechters benoemd in de arbeidsrechtbank te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd in de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel.
  De substituten van de arbeidsauditeur benoemd te Brussel worden met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken respectievelijk in subsidiaire orde benoemd in het arbeidsauditoraat [1 te Nijvel]1 of in de arbeidsauditoraten te Leuven en te Halle-Vilvoorde. [1 De substituten van de arbeidsauditeur benoemd te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd bij het arbeidsauditoraat te Brussel en te Halle-Vilvoorde en de substituten van de arbeidsauditeur benoemd bij het arbeidsauditoraat te Halle-Vilvoorde worden in subsidiaire orde benoemd bij het arbeidsauditoraat te Brussel en te Leuven.]1
  § 5. De aanwijzing van een in § 4 bedoelde magistraat buiten het rechtscollege of het parket in de personeelsformatie waarvan hij in hoofdorde wordt benoemd, wordt geregeld overeenkomstig § 2.
  § 6. Een overeenkomstig § 4 benoemde magistraat wordt niet benoemd in de personeelsformatie van het rechtscollege of van het parket waarin hij in subsidiaire orde wordt benoemd. ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 104, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 33. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 100/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 100/1. In het gerechtelijk arrondissement Eupen worden de rechters die benoemd zijn in een rechtbank, in subsidiaire orde benoemd in de andere rechtbanken, bedoeld in dit hoofdstuk, van het arrondissement. ".

  Art. 34. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 100/2 ingevoegd, luidende :
  " Art. 100/2. In het arrondissement Eupen wordt een enkele voorzitter aangewezen voor de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel. Hij oefent binnen deze rechtbanken de bevoegdheden uit die de wet toekent aan de voorzitter van de rechtbank. ".

  Art. 35. In artikel 102, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2005 en 29 december 2010, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :
  " In de aanwijzingsbeschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een plaatsvervanger en worden de nadere regels van de aanwijzing omschreven. ".

  Art. 36. In artikel 106 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 december 2006, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " Het bijzonder reglement van het hof van beroep en dat van het arbeidshof worden door de eerste voorzitter vastgesteld, op advies van de procureur-generaal, van de hoofdgriffier en van de vergadering van de stafhouders van de balies van het rechtsgebied van het hof van beroep, voorgezeten door de eerste voorzitter van het hof van beroep. De stafhouders kunnen evenwel hun advies schriftelijk aan de eerste voorzitter van het hof van beroep toezenden. Het advies van de eerste voorzitter van het arbeidshof is eveneens vereist voor de in artikel 101, derde lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer. ".

  Art. 37. Artikel 113bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 februari 1998, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  " Naargelang van de behoeften van de dienst kunnen de eerste voorzitters van de hoven van beroep en van de arbeidshoven, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in onderling overleg beslissen respectievelijk een magistraat van een hof van beroep of van een arbeidshof, die daarmee instemt, opdracht te geven in een ander hof van beroep of een ander arbeidshof.
  Naargelang van de behoeften van de dienst kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, een raadsheer bij het hof van beroep met zijn instemming opdragen het ambt van rechter uit te oefenen in een rechtbank van eerste aanleg of in een rechtbank van koophandel en kan de eerste voorzitter bij het arbeidshof een raadsheer bij dit hof opdragen het ambt van rechter uit te oefenen in een arbeidsrechtbank.
  In de beschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een raadsheer en worden de nadere regels van de opdracht omschreven. ".

  Art. 38. In artikel 116 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 21 december 2009, worden de woorden " hetzij in de hoofdplaats van andere gerechtelijke arrondissementen " vervangen door de woorden " hetzij in een afdeling van een gerechtelijk arrondissement ".

  Art. 38/1. [1 In artikel 132 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "door de Koning vastgesteld, op advies van de eerste voorzitter" vervangen door de woorden "door de eerste voorzitter vastgesteld, op advies".]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-08/02, art. 105, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 39. Artikel 150 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet 19 juli 2012, wordt aangevuld met een § 4, luidende :
  " § 4. Onverminderd artikel 137 zijn er in het gerechtelijk arrondissement Henegouwen twee procureurs des Konings :
  1° de procureur des Konings van Charleroi oefent in de kantons van Beaumont-Chimay-Merbes-le-Château, Binche, Charleroi, Châtelet, Fontaine-l'Evêque, Seneffe en Thuin en onder het gezag van de procureur-generaal, het ambt van openbaar ministerie uit bij de afdelingen van de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en de politierechtbank die gelegen zijn in dat grondgebied;
  2° de procureur des Konings van Bergen oefent in de overige kantons van de provincie Henegouwen en onder het gezag van de procureur-generaal, het ambt van openbaar ministerie uit bij de afdelingen van de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en de politierechtbank die gelegen zijn in dat grondgebied.
  De procureur des Konings van Bergen oefent het ambt van openbaar ministerie uit bij de arrondissementsrechtbank.
  Binnen het grondgebied dat hem in het eerste lid is toegewezen, oefent elkeen de taken uit die de wetten en besluiten toekennen aan de procureur des Konings van een arrondissement. In de gevallen waarin de wet bepaalt dat de procureur des Konings een advies geeft aan de rechtbanken, geeft elk van beide procureurs een advies. ".

  Art. 40. In artikel 151 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " en door een of meer toegevoegde substituten aan wie opdracht is gegeven overeenkomstig artikel 326, eerste lid " opgeheven;
  2° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin : " In de gevallen bepaald bij de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken staat een afdelingsprocureur de procureur des Konings bij in de leiding van het parket en zijn afdelingen. ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De procureur des Konings verdeelt de substituten over de afdelingen. Indien de procureur des Konings een substituut aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken substituut en motiveert hij zijn beslissing. ".

  Art. 41. In artikel 153 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 april 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° eerste lid, tweede zin, wordt opgeheven;
  2° het tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin : " In de gevallen bepaald bij de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken staat een afdelingsauditeur de arbeidsauditeur bij in de leiding van het auditoraat en zijn afdelingen. ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De arbeidsauditeur verdeelt de substituten over de afdelingen. Indien de arbeidsauditeur een substituut aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken substituut en motiveert hij zijn beslissing. ".

  Art. 42. Artikel 156 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 18 juli 1991, wordt hersteld als volgt :
  " Art. 156. In het gerechtelijk arrondissement Eupen oefent de procureur des Konings de bevoegdheden uit van arbeidsauditeur. De substituten van de procureur des Konings worden in subsidiaire orde benoemd tot substituut-arbeidsauditeur en de substituut-arbeidsauditeur wordt in subsidiaire orde benoemd tot substituut van de procureur des Konings. ".

  Art. 43. Artikel 159 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 25 april 2007, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  " Onverminderd de artikelen 164 en 173 wordt het gerechtspersoneel van niveau A en B benoemd in een arrondissement. Het gerechtspersoneel van niveau C en D wordt benoemd in het arrondissement, dan wel in een of twee afdelingen indien de rechtbank uit meerdere afdelingen bestaat. In de vredegerechten wordt het gerechtspersoneel van niveau C en D benoemd in een kanton. Door de benoeming in het arrondissement is het gerechtspersoneel van niveau A en B in de vredegerechten van rechtswege benoemd in alle kantons.
  De hoofdgriffier van de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank kan een personeelslid van niveau A en B met zijn instemming aanwijzen in een ander arrondissement.
  De hoofdgriffier kan een personeelslid van niveau C of D met zijn instemming aanwijzen in een andere afdeling. De hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement kan een personeelslid van niveau C of D, met zijn instemming, aanwijzen in een ander kanton van het arrondissement of in een afdeling van de politierechtbank. ".

  Art. 44. In artikel 164 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Er is een hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met uitzondering in Brussel en Eupen in elk arrondissement voor de politierechtbank en vredegerechten. ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter " opgeheven;
  3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  " In het arrondissement Brussel is er een hoofdgriffier, in elk vredegerecht en in elke politierechtbank.
  In het arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en de vredegerechten. ".

  Art. 45. Artikel 167 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " De hoofdgriffier kan een of meer griffiers-hoofden van dienst aanwijzen als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 168. ".

  Art. 46. In artikel 173 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord " Onverminderd " wordt vervangen door de woorden " Er is een hoofdsecretaris in elk parketsecretariaat. Onverminderd ";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " In het arrondissement Eupen oefent de hoofdsecretaris van het parket bij de rechtbank van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdsecretaris bij het arbeidsauditoraat. ".

  Art. 47. Artikel 175 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " De hoofdsecretaris kan een of meer secretarissen-hoofden van dienst aanwijzen als afdelingssecretaris om hem bij te staan bij de leiding van een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 176. ".

  Art. 48.In artikel 177 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° [1 ...]1 ";
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  " De hoofdsecretaris kan een personeelslid van niveau C of D, met zijn instemming, aanwijzen in een andere afdeling. ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De hoofdsecretaris van het arbeidsauditoraat kan een personeelslid van niveau A en B met zijn instemming aanwijzen in een ander arrondissement. ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 106, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 49. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 178/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 178/1. In het gerechtelijk arrondissement Eupen wordt het gerechtspersoneel bedoeld in hoofdstuk III en V, gelijktijdig benoemd in de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en de vredegerechten. De hoofdgriffier wijst het rechtscollege aan waarin die personeelsleden hun ambt vervullen.
  Het in hoofdstuk IV en V bedoelde gerechtspersoneel wordt gelijktijdig benoemd in het parketsecretariaat van de procureur des Konings en dat van de arbeidsauditeur. De hoofdsecretaris wijst het parketsecretariaat aan waarin die personeelsleden hun ambt vervullen. ".

  Art. 50.In artikel 186 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het huidige eerste lid wordt voorafgegaan door de woorden " § 1. ";
  2° het huidige tweede en derde lid wordt vervangen als volgt :
  " De Koning kan, bij zaakverdelingsreglement in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de hoven van beroep, de arbeidshoven, de rechtbanken van eerste aanleg, de arbeidsrechtbanken, de rechtbanken van koophandel of de politierechtbanken in twee of meer afdelingen verdelen en de plaatsen aanwijzen waar die afdeling zitting en haar griffie houdt.
  In voorkomend geval bepaalt Hij het grondgebied van elke afdeling en voor welke categorieën van zaken die afdeling haar rechtsmacht uitoefent. Het zaakverdelingsreglement kan de territoriale bevoegdheid van de afdeling uitbreiden tot een deel of het geheel van het grondgebied van het arrondissement. Het kan in geen geval leiden tot de afschaffing van bestaande zittingsplaatsen.
  Het zaakverdelingsreglement van het hof wordt op voorstel van de eerste voorzitter vastgesteld na advies van de procureur-generaal, de hoofdgriffier en de vergadering van de stafhouders van de balies van het rechtsgebied van het hof van beroep, voorgezeten door de eerste voorzitter. Indien het nodig blijkt, kan het zaakverdelingsreglement eveneens voorzien in de nadere regels om gedecentraliseerde zittingen van het hof te houden in het rechtsgebied.
  Het zaakverdelingsreglement van de rechtbank wordt op voorstel van de voorzitter vastgesteld na advies, naar gelang van het geval, van de procureur des Konings, de arbeidsauditeur, de hoofdgriffier en de stafhouder(s) van de Orde of Ordes van advocaten.
  Voor de politierechtbank wordt het zaakverdelingsreglement voorgesteld door de ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank indien de voorzitter een vrederechter is.
  Indien de Koning bij een zaakverdelingsreglement een afdeling exclusief bevoegd maakt voor bepaalde categorieën van zaken, waakt Hij er over dat de toegang tot justitie en de kwaliteit van de dienstverlening gewaarborgd blijven. Het reglement dat een afdeling exclusief bevoegd maakt, kan in burgerlijke zaken enkel betrekking hebben op bevoegdheden bedoeld in :
  a) voor de rechtbank van eerste aanleg : de artikelen 569, 2° tot 42°, 570, 571 en 572;
  b) voor de rechtbank van koophandel : de artikelen 573, 2°, 574, 3°, 4°, 7°, 8°, 9°, 11° tot 19°, 575, 576 en 577;
  c) voor de arbeidsrechtbank : de [1 artikelen 578, 579, 582, 3° tot 14° ]1, en 583.
  Het reglement dat een afdeling exclusief bevoegd maakt, kan in strafzaken enkel betrekking hebben op :
  1° cybercriminaliteit;
  2° socio-economische zaken;
  3° financiële en fiscale zaken;
  4° internationale drugshandel;
  5° wapenhandel;
  6° schijnhuwelijken, gedwongen huwelijken, schijn-wettelijke samenwoningen en gedwongen wettelijke samenwoningen;
  7° terrorisme;
  8° mensenhandel;
  9° milieu;
  10° stedenbouw;
  11° telecommunicatie;
  12° militaire misdrijven;
  13° intellectuele eigendom;
  14° landbouw;
  15° uitlevering;
  16° douane en accijnzen;
  17° hormonen;
  18° doping;
  19° voedselveiligheid;
  20° dierenwelzijn. ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. De neerlegging van stukken ter griffie met het oog op de aanhangigmaking en behandeling van een vordering kan gebeuren in elke afdeling van de bevoegde rechtbank. De stukken worden door de griffie overgezonden aan de bevoegde afdeling en de griffie deelt de partijen die de stukken hebben neergelegd mee welke afdeling bevoegd is.
  Geen nietigheid, onregelmatigheid of onontvankelijkheid van de vordering kan met betrekking tot de in dit artikel bedoelde bevoegdheidsverdeling tussen afdelingen of met betrekking tot het zaakverdelingsreglement worden ingeroepen.
  De vorderingen of misdrijven die samenhangen met vorderingen of misdrijven die op grond van dit artikel uitsluitend tot de bevoegdheid van een bepaalde afdeling behoren, worden uitsluitend behandeld door deze afdeling. ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 107, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 51.In artikel 186bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Voor de toepassing van deze titel treedt de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank op als korpschef van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank van zijn gerechtelijk arrondissement. ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " van de vrederechters, de rechters in de politierechtbank " vervangen door de woorden " van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank " en worden de woorden " , de toegevoegde vrederechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank " en de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
  3° in het derde lid worden de woorden " en de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
  4° in het vierde lid, worden de woorden " en de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
  5° in het vijfde lid worden de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
  6° in het zesde lid worden de woorden " en [1 toegevoegde rechters van de vredegerechten]1 " en in de Franse tekst de woorden " et les juges de paix de complément " opgeheven;
  7° tussen het zevende en het achtste lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  " In het gerechtelijk arrondissement Eupen treedt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg op als korpschef van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank. ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 108, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 52. In het tweede deel, boek I, titel VI, hoofdstuk I, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 186ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 186ter. Om tot voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank te worden aangewezen, moet de kandidaat :
  1° hetzij sedert ten minste vijftien jaar juridische functies uitoefenen, waarvan de laatste vijf jaar als lid van de zittende magistratuur of magistraat van het openbaar ministerie;
  2° hetzij de bij artikel 259octies voorgeschreven gerechtelijke stage hebben doorgemaakt en sedert ten minste zeven jaar het ambt van lid van de zittende magistratuur of magistraat van het openbaar ministerie uitoefenen.
  Om tot ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank te worden aangewezen, moet de kandidaat sedert ten minste drie jaar vrederechter of rechter in een politierechtbank zijn. ".

  Art. 53. In artikel 187, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991 en gewijzigd bij de wetten van 6 mei 1997 en 22 december 1998, worden de woorden " vrederechter, rechter in de politierechtbank " vervangen door de woorden " vrederechter of rechter in de politierechtbank " en worden de woorden " of toegevoegd rechter " opgeheven.

  Art. 54. In artikel 187ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 april 2005, worden de woorden " vijfde lid " vervangen door de woorden " artikel 186, § 1, tiende lid ".

  Art. 55. In artikel 190, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1998, worden de woorden " of toegevoegd rechter " opgeheven.

  Art. 56. In artikel 191 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 22 december 2003, worden de woorden " of toegevoegd rechter " opgeheven.

  Art. 57. In artikel 191ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 april 2005, worden de woorden " vijfde lid " vervangen door de woorden " artikel 186, § 1, tiende lid ".

  Art. 58. In artikel 194, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998, worden de woorden " , toegevoegd substituut-procureur des Konings, substituut-arbeidsauditeur of toegevoegd substituut-arbeidsauditeur " vervangen door de woorden " of substituut-arbeidsauditeur ".

  Art. 59. In artikel 194ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 april 2005, worden de woorden " vijfde lid " vervangen door de woorden " artikel 186, § 1, tiende lid ".

  Art. 60. In het artikel 216bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 mei 2003 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt de tweede zin opgeheven.

  Art. 61.In artikel 259quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in paragraaf 1, [1 ...]1, 1°, worden de woorden " in het arbeidshof en de ondervoorzitters van de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel " vervangen door de woorden " in het arbeidshof, de ondervoorzitters van de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel en de ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank. ";
  b) paragraaf 1, [1 ...]1, wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende :
  " 3° de afdelingsvoorzitter bij een rechtbank wordt voor een hernieuwbare periode van drie jaar aangewezen door de algemene vergadering uit twee kandidaten op een met redenen omklede voordracht van de voorzitter van de rechtbank uit magistraten van de zetel die zich bij hem kandidaat hebben gesteld.
  De Koning wijst een afdelingsprocureur of afdelingsauditeur aan voor een hernieuwbare periode van drie jaar op een met redenen omklede voordracht door de korpschef van twee parketmagistraten die zich bij hem kandidaat hebben gesteld.
  De afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur, of afdelingsauditeur, kan voor de duur van zijn mandaat worden vervangen, in voorkomend geval in overtal. ";
  c) paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " De afdelingsvoorzitters, afdelingsprocureurs, afdelingsauditeurs en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank worden niet vast aangewezen in hun adjunct-mandaat. ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 109, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 62.In artikel 259sexies, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 januari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 4° worden de woorden " rechters of de toegevoegde rechters in de rechtbanken van eerste aanleg " vervangen door de woorden " rechters in de rechtbanken van eerste aanleg of raadsheren in het hof van beroep ";
  b) in dezelfde bepaling onder 4° wordt het vierde lid en het vijfde lid vervangen als volgt :
  " Om te worden aangewezen als rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, moet het bewijs worden geleverd van vijf jaar ervaring als werkend magistraat, waarvan drie jaar als rechter in de rechtbank van eerste aanleg of raadsheer bij het hof van beroep en de voortgezette gespecialiseerde opleiding hebben gevolgd, die georganiseerd wordt i[1 door het Instituut voor gerechtelijke opleiding]1.
  De rechter in de strafuitvoeringsrechtbank kan voor de duur van zijn mandaat worden vervangen door middel van een benoeming of, in voorkomend geval, van een aanwijzing in overtal. ";
  c) in de bepaling onder 5°, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " De substituten-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken worden door de Koning aangewezen op met redenen omklede voordracht van de procureur-generaal bij het hof van beroep uit de substituten-procureurs des Konings en de substituten-procureur-generaal [1 en]1 de advocaten-generaal bij het hof van beroep die zich kandidaat hebben gesteld. ";
  d) in de bepaling onder 5° wordt het vijfde lid vervangen als volgt :
  " De parketmagistraat gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken kan voor de duur van zijn mandaat worden vervangen door middel van een benoeming of, in voorkomend geval, van een aanwijzing in overtal. ".
  [1 e) in de 5° wordt het vierde lid vervangen als volgt :
   "De substituten-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken worden aangewezen uit de magistraten bedoeld in het eerste lid die minimum vijf jaar ervaring hebben, waarvan drie jaar als substituut van de procureur des Konings, substituut van de procureur-generaal of advocaat-generaal bij het hof van beroep en die een voortgezette gespecialiseerde opleiding hebben gevolgd, georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding."]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 110, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 63.Artikel 259septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " In geval van met redenen omklede behoeften kan een onderzoeksrechter, een rechter in de jeugdrechtbank of een beslagrechter echter met zijn instemming, na gunstig advies van de betrokken korpschefs en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken bij beschikking van de eerste voorzitter, de opdracht worden gegeven zijn ambt gelijktijdig en voor een beperkte periode uit te oefenen in een andere rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied. In de beschikking van de eerste voorzitter wordt vermeld waarom deze opdracht [1 onontbeerlijk]1 is en worden de nadere regels van de opdracht bepaald. ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 111, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 64. In artikel 259novies, §§ 5, 6 en 8, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en vervangen bij de wet van 18 december 2006, worden de woorden " of de voorzitter van de algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank " telkens opgeheven.

  Art. 65.[1 In artikel 259decies, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
   1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
   "De evaluatie geschiedt bij volstrekte meerderheid van stemmen door de korpschef en twee magistraten, verkozen door de algemene vergadering, de korpsvergadering of de algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank. De beoordelaars moeten ten minste de beoordeling "goed" hebben. De twee magistraten worden verkozen voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar uit de leden van het rechtscollege of van het openbaar ministerie bij dat rechtscollege of door de algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank. Telt het rechtscollege of het openbaar ministerie bij een rechtscollege of de algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank minder dan vijf leden in de personeelsformatie, dan geschiedt de evaluatie door de korpschef.";
   2° het derde lid wordt opgeheven;
   3° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
   "Voor wat het gerechtelijk arrondissement Brussel betreft worden twee algemene vergaderingen van vrederechters en rechters in de politierechtbank opgericht volgens de taal van het diploma van de betrokken vrederechter of rechter in de politierechtbank.";
   4° het vijfde lid wordt opgeheven."]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 112, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 66. In artikel 262, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, " opgeheven.

  Art. 67. In artikel 263, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, " opgeheven.

  Art. 68. In artikel 264, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " van de eerste voorzitter, van de voorzitter, van de oudst benoemde politierechter of de vrederechter " vervangen door de woorden " van de eerste voorzitter of van de voorzitter ".

  Art. 69. In artikel 268, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " , de oudst benoemde politierechter of de vrederechter " opgeheven.

  Art. 70. In artikel 270, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter " opgeheven.

  Art. 71. In artikel 271, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, " opgeheven.

  Art. 72. In artikel 272, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, " opgeheven.

  Art. 73. In artikel 274, § 4, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " opgeheven.

  Art. 74. In artikel 287ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997 en vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, derde lid, 1°, worden de woorden " Naargelang het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter van het gerecht " vervangen door de woorden " De korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, ";
  2° in § 3, eerste lid, worden de woorden " de al naar gelang van het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " de korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, " en worden de woorden " Naargelang van het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " De korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, ";
  3° in dezelfde § 3, tweede lid, worden de woorden " naargelang het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " de korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, ".

  Art. 75. In artikel 288, vijfde en zesde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " , toegevoegde rechters " telkens opgeheven.

  Art. 76. In artikel 291, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de woorden " , toegevoegde rechters " opgeheven.

  Art. 77. In artikel 301 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " , toegevoegde rechters " opgeheven.

  Art. 78. In artikel 304 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de woorden " de toegevoegde rechter, " opgeheven.

  Art. 79. In artikel 312 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd door de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het streepje " -De voorzitter van de rechtbank; " en het streepje " -De ondervoorzitters, naar orde van hun dienstouderdom als ondervoorzitter; " wordt een streepje ingevoegd, luidende : " -De afdelingsvoorzitters, naar orde van dienstouderdom als afdelingsvoorzitter; ";
  2° in het derde streepje worden de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
  3° tussen het streepje " - De procureur des Konings of de arbeidsauditeur " en het streepje " - De eerste substituten-procureur des Konings of de eerste substituten-arbeidsauditeurs, naar orde van hun dienstouderdom als eerste substituut ", wordt een streepje ingevoegd luidende : " - De afdelingsprocureurs of afdelingsauditeur, naar orde van hun dienstouderdom als afdelingsprocureur of afdelingsauditeur; ";
  4° in het zevende streepje worden de woorden" , de toegevoegde substituut-procureurs des konings en de toegevoegde substituut- arbeidsauditeurs " en de woorden " of de toegevoegde substituut " opgeheven.

  Art. 80. In artikel 312bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997 en vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen de zin " In de vredegerechten wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt : " en het streepje " - De vrederechter; " worden twee streepjes ingevoegd luidende :
  " - De voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank;
  - De ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
  2° het streepje " - De toegevoegde vrederechter; " wordt opgeheven.

  Art. 81. In artikel 312ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997 en vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen de zin " In de politierechtbanken wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt : " en het streepje " - de rechters, in de volgorde van hun benoeming; " worden twee streepjes ingevoegd, luidende :
  " - de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank;
  - de ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
  2° het streepje " - de toegevoegde rechters in dezelfde volgorde; " wordt opgeheven.

  Art. 82. In artikel 314 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het vierde lid worden de woorden " De ondervoorzitters " vervangen door de woorden " De afdelingsvoorzitters, afdelingsprocureurs en afdelingsauditeur hebben rang voor de ondervoorzitters. De ondervoorzitters ";
  2° in hetzelfde vierde lid worden de woorden " ondervoorzitters, de rechters " telkens vervangen door de woorden " ondervoorzitters en de rechters " en worden de woorden " en de toegevoegde rechters " telkens opgeheven;
  3° tussen het vierde en het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  " De voorzitters en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank hebben dezelfde rang als respectievelijk de voorzitters en afdelingsvoorzitters van de rechtbanken, rekening gehouden met hun anciënniteit. ".

  Art. 83.[1 In artikel 315 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
   1° het derde lid wordt opgeheven;
   2° in het vijfde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "tweede en vierde lid" vervangen door de woorden "tweede en derde lid.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 113, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 84. In artikel 322 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1998 en 17 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste en tweede lid worden de woorden " , door een toegevoegd rechter " telkens opgeheven;
  2° in het derde lid worden de woorden " , een toegevoegd rechter " opgeheven;
  3° in het vierde lid worden de woorden " , een toegevoegd of " opgeheven.

  Art. 85. In artikel 323 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 juli 1994, worden de woorden " een vrederechter of " ingevoegd tussen de woorden " vervangen door " en de woorden " een plaatsvervangende ".

  Art. 86. In artikel 323bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2000 en gewijzigd bij de wet van 3 mei 2003, worden de woorden " de vrederechters, de rechters in de politierechtbank " vervangen door de woorden " de vrederechters en de rechters in de politierechtbank " en worden de woorden " , de toegevoegde vrederechters en de toegevoegde rechters in een politierechtbank " opgeheven.

  Art. 87. In artikel 326 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 12 april 2004 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de inleidende zin vervangen als volgt :
  " Onverminderd artikel 100, § 2, eerste lid, wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de procureur- generaal voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar opdracht geven aan : ";
  3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord " eensluidend " opgeheven;
  4° in paragraaf 4, tweede lid, wordt het woord " eensluidend " opgeheven;
  5° paragraaf 7 wordt vervangen als volgt :
  " § 7. In de gevallen bedoeld in § 2, kan de magistraat slechts opdracht worden gegeven nadat hij is gehoord. In de gevallen bedoeld in §§ 4 en 5, kan de opdracht aan de magistraat slechts met zijn toestemming gegeven worden. Ingeval de ontstentenis van deze toestemming kennelijk de continuïteit van de dienst in gevaar brengt, kan de minister van Justitie, na eensluidend advies van de procureur- generaal en zonder de toestemming van de betrokken magistraat van het openbaar ministerie tot de opdracht besluiten. Deze laatste wordt echter vooraf gehoord. ".

  Art. 88.In artikel 328 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden " de vrederechter of de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank " vervangen door de woorden " of de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ";
  2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  " Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter, op advies van de hoofdgriffier en in voorkomend geval van de voorzitter, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, opdracht geven aan :
  1° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een andere griffie van het rechtsgebied voor een periode van ten hoogste een jaar. De opdracht kan worden [1 hernieuwd]1 ingeval de betrokkene daarin toestemt;
  2° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een andere griffie van het arrondissement voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar;
  3° een personeelslid van niveau C of D, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een andere griffie van de afdeling, of in een andere griffie van het arrondissement Brussel, Waals-Brabant of Leuven voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.
  De opdrachtbeschikking geeft de redenen van de opdracht op en bepaalt de nadere regels ervan. Indien de toestemming niet vereist is, wordt de betrokken persoon op voorhand gehoord door de eerste voorzitter. ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 114, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 89. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 328/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 328/1. Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de procureur-generaal, op advies van de hoofdsecretaris en, in voorkomend geval, van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, opdracht geven aan :
  1° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van het rechtsgebied voor een periode van ten hoogste een jaar. De opdracht kan worden hernieuwd ingeval de betrokkene daarin toestemt;
  2° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van het arrondissement voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar;
  3° een personeelslid van niveau C of D, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van de afdeling, of in een ander parketsecretariaat van het arrondissement Brussel, Waals-Brabant of Leuven voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.
  De opdrachtbeschikking geeft de redenen van de opdracht op en bepaalt de nadere regels ervan. Indien de toestemming niet vereist is, wordt de betrokken persoon vooraf gehoord door de procureur-generaal. ".

  Art. 90. In artikel 330quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 juni 2006 en vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " Het gerechtspersoneel bij een hof, een rechtbank, een afdeling, een kanton, een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst kan op zijn verzoek, door mutatie in een gelijke vakklasse of graad, definitief worden overgeplaatst naar een ander hof, een andere rechtbank, een andere afdeling, een ander kanton, een andere griffie, een ander parketsecretariaat of een andere steundienst, voor zover daar een plaats openstaat. ";
  2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden " een griffie, een parketsecretariaat " vervangen door de woorden " een hof, een rechtbank, een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst ".

  Art. 91. In artikel 331, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 25 april 2007 en gewijzigd door de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 5°, worden de woorden " de voorzitters van de vredegerechten en rechters in de politierechtbank " ingevoegd tussen de woorden " voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg en van koophandel, " en het woord " de referendarissen ";
  2° in de bepalingen onder 8° en 10°, worden de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
  3° in de bepaling onder 14° worden de woorden " voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg " vervangen door de woorden " voorzitter van vrederechters en rechters in de politierechtbank ";
  4° in de bepaling onder 15° worden de woorden " de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ";
  5° dezelfde bepaling onder 15° wordt aangevuld met de woorden " ,de hoofdgriffiers, en in voorkomend geval het gerechtspersoneel van niveau A bij de vredegerechten en politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel, zonder vergunning van respectievelijk de vrederechter van het gerecht waaraan zij verbonden zijn of van de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank; ".

  Art. 92.In artikel 340 van het hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1993 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Bij elk hof, elke rechtbank en in elk arrondissement wat betreft de vrederechters, en de rechters in de politierechtbank, wordt een algemene vergadering opgericht.
  De algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank heeft haar zetel op de politierechtbank. ";
  2° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 6° opgeheven;
  3° in § 3, vijfde lid, worden de woorden " of de voorzitter van de algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken " opgeheven.
  [1 4° in § 5, eerste lid, 4°, worden de woorden "319, tweede lid" vervangen door de woorden "319, eerste lid, tweede zin, of 319, tweede lid, tweede zin".]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 115, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 93. In artikel 341, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 7°, worden de woorden " , 60 en 69 " vervangen door de woorden " en 60 ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " Toegevoegde rechters en rechters " vervangen door de woorden " Rechters ".

  Art. 94. In artikel 347, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 mei 2003, worden de woorden " toegevoegde substituut-procureurs des Konings, de toegevoegde substituut-arbeidsauditeurs, de " opgeheven.

  Art. 95.In de tabel opgenomen in artikel 355 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2002 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen de woorden " voorzitter van de rechtbank, procureur des Konings en arbeidsauditeur 50 .565,67 EUR " en de woorden " Ondervoorzitter en eerste substituut " worden de woorden " Afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur, en afdelingsauditeur, 46 .960,31 EUR " ingevoegd;
  2° tussen de woorden " Rechter, toegevoegd rechter, substituut en toegevoegd substituut 38 .793,06 EUR " en de woorden " Vredegerechten en politierechtbanken bedoeld in artikel 3 van het bijvoegsel bij dit Wetboek : " worden de woorden " Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt 50 .565,67 EUR Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt 46 .960,31 EUR. " ingevoegd;
  3° de woorden " Rechter, toegevoegd rechter, substituut en toegevoegd substituut " worden telkens vervangen door de woorden " Rechter en substituut ";
  4° [1 de woorden "Vrederechter, rechter in de politierechtbank en toegevoegd rechter" worden vervangen door de woorden "Ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, vrederechter en rechter in de politierechtbank".]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 116, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 96. In artikel 357 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 6° opgeheven;
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " en aan de toegevoegde substituut-procureurs des Konings " opgeheven.

  Art. 97.In artikel 360 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° [1 in het eerste lid worden de woorden "van de vrederechters, van de rechters in de politierechtbank, van de toegevoegde vrederechters en van de toegevoegde rechters in de politierechtbank" vervangen door de woorden "van de ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbank".]1
  2° in het tweede lid worden de woorden " voor de toegevoegde rechters in die rechtbanken, " en de woorden " , de toegevoegde substituten-procureur des Konings en de toegevoegde substituten-arbeidsauditeur " opgeheven.
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 117, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 98.[1 In de tabel opgenomen in artikel 360bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 juli 1991 en vervangen bij de wet van 27 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
   1° de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt" worden telkens vervangen door de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank, van de rechtbank van koophandel en voorzitter van de vrederechters en rechters in politierechtbanken waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt";
   2° de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel waarvan het rechtsgebied minder dan 250.000 inwoners telt, procureur des Konings en arbeidsauditeur bij die rechtbanken" wordt telkens vervangen door de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank, van de rechtbank van koophandel en voorzitter van vrederechters en rechters in politierechtbanken waarvan het rechtsgebied minder dan 250.000 inwoners telt, procureur des Konings en arbeidsauditeur bij die rechtbanken, afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur, afdelingsauditeur";
   3° de woorden "toegevoegd rechter in die rechtbanken," en de woorden "toegevoegd substituut-procureur des Konings en toegevoegd substituut-arbeidsauditeur" worden telkens opgeheven en worden de woorden "vrederechter, toegevoegd vrederechter, rechter in de politierechtbank en toegevoegd rechter in de politierechtbank" telkens vervangen door de woorden "ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, vrederechter en rechter in de politierechtbank".]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 118, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 99. In artikel 363, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1998 en 21 juni 2001, wordt de zin " Voor de toepassing van het eerste lid worden de toegevoegde rechters bedoeld in artikel 86bis, de toegevoegde substituten van de procureur des Konings en de toegevoegde substituten van het arbeidsauditoraat geacht hun administratieve standplaats te hebben op de zetel van het hof van beroep of van het arbeidshof van het rechtsgebied waar ze zijn benoemd. " opgeheven.

  Art. 100. In artikel 410, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 juli 2002 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 1°, tweede streepje worden de woorden " van de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg en van de voorzitters van de rechtbanken van koophandel, van de toegevoegde rechters bij de rechtbank van eerste aanleg en van de toegevoegde rechters bij de rechtbank van koophandel " vervangen door de woorden " van de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg, van de voorzitters van de rechtbanken van koophandel en van de voorzitters van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank, ";
  b) in de bepaling onder 1°, derde streepje, worden de woorden " en van de toegevoegde rechters bij de arbeidsrechtbank " opgeheven;
  c) in de bepaling 1°, vierde streepje, worden de woorden " , van de vrederechters, van de rechters in de politierechtbanken, van de toegevoegde vrederechters en van de toegevoegde rechters bij de politierechtbanken " vervangen door de woorden " en, in de gerechtelijke arrondissementen Eupen en Brussel, van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbanken; ";
  d) de bepaling onder 1° wordt aangevuld met een streepje, luidende :
  " - met uitzondering van de gerechtelijke arrondissementen Brussel en Eupen, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ten aanzien van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbanken; ";
  e) in de bepaling onder 2°, tweede streepje, worden de woorden " van de procureurs des Konings, van de arbeidsauditeurs, van de toegevoegde substituten procureur des Konings en de toegevoegde substituten arbeidsauditeur " vervangen door de woorden " van de procureurs des Konings en van de arbeidsauditeurs ".

  Art. 101. In artikel 412, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 juli 2002 en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2006 en 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 1°, eerste streepje, worden de woorden " voorzitters van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank " ingevoegd tussen het woord " koophandel, " en de woorden " de vrederechters " en worden de woorden " , de toegevoegde vrederechters, de rechters in de politierechtbanken en de toegevoegde rechters bij de politierechtbanken " vervangen door de woorden " en de rechters in de politierechtbanken ";
  b) in de bepaling onder 1°, tweede streepje, worden de woorden " en de toegevoegde rechters bij de arbeidsrechtbanken " opgeheven;
  c) in de bepaling onder 3°, vierde streepje, worden de woorden " , hierbij inbegrepen de toegevoegde substituten procureur des Konings en de toegevoegde substituten arbeidsauditeur, " opgeheven.

  Art. 102. In artikel 415, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 juli 2002 en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2006 en 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, zesde streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van eerste aanleg " opgeheven;
  2° in paragraaf 2, zevende streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de arbeidsrechtbanken " opgeheven;
  3° in paragraaf 2, achtste streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van koophandel " opgeheven;
  4° in paragraaf 2 wordt tussen het achtste streepje en het negende streepje een streepje ingevoegd, luidende :
  " - aan de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
  5° in paragraaf 2, negende streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
  6° in paragraaf 2, tiende streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde rechters in de politierechtbanken " opgeheven;
  7° paragraaf 3 wordt aangevuld met een streepje, luidende :
  " - aan de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
  8° in paragraaf 4, eerste streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van eerste aanleg " opgeheven;
  9° in paragraaf 4, tweede streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van koophandel " opgeheven;
  10° in paragraaf 4, derde streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
  11° in paragraaf 4, vierde streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde rechters in de politierechtbanken " opgeheven;
  12° in paragraaf 5, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de arbeidsrechtbanken " opgeheven;
  13° in paragraaf 7, worden de streepjes 6 en 7 opgeheven.

  Art. 103. In artikel 633, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " Veurne, Brugge " vervangen door het woord " West-Vlaanderen ";
  2° in tweede lid worden de woorden " , Brugge en Veurne " vervangen door de woorden " en West-Vlaanderen ";
  3° in derde lid wordt het woord " Dendermonde " vervangen door het woord " Oost-Vlaanderen ".

  Art. 104. Artikel 636 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 16 juli 2004, wordt hersteld als volgt :
  " Art. 636. Indien een rechtbank verdeeld is in afdelingen en de wet de territoriale bevoegdheid toewijst aan een rechtbank die gevestigd is in de zetel van een hof van beroep, dan is de afdeling die gevestigd is in de zetel van een hof van beroep territoriaal bevoegd, voor zover deze afdeling ook over de nodige volstrekte bevoegdheid beschikt. Indien dit laatste niet het geval is, is de bevoegde afdeling deze met de nodige volstrekte bevoegdheid die het dichtst gevestigd is bij de zetel van het hof van beroep. ".

  Art. 105. In artikel 770, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 26 april 2007, wordt het derde lid opgeheven.

  HOOFDSTUK 3. - Aanpassingen van het bijvoegsel van het Gerechtelijk Wetboek

  Art. 106. Artikel 2 van het bijvoegsel bij hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 maart 1999, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 2. In elk hierboven vermeld kanton wordt een vrederechter benoemd. ".

  Art. 107. Artikel 3 van het bijvoegsel bij hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 juli 1994 en gewijzigd bij de wetten van 25 maart 1999 en 27 april 2001, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 3. Er wordt een politierechtbank opgericht in de hierna bepaalde plaatsen en rechtsgebieden.
  1. te Antwerpen.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen.
  2. te Hasselt.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Limburg.
  3. te Brussel.
  De Franstalige en Nederlandstalige rechtbanken hebben rechtsmacht over het grondgebied van de twee kantons Anderlecht, van de zes kantons Brussel, van het kanton Elsene, van de kantons Etterbeek, Jette, Oudergem, van de twee kantons Schaarbeek, van de kantons Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Noode, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel en Vorst.
  4. te Vilvoorde.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van de kantons Asse, Grimbergen, Meise, Overijse-Zaventem en Vilvoorde.
  5. te Halle.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van de kantons Halle, Herne-Sint-Pieters-Leeuw, Kraainem-Sint-Genesius-Rode en Lennik.
  6. te Leuven.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Leuven.
  7. te Nijvel.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Waals-Brabant.
  8. te Gent
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen.
  9. te Brugge.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement West-Vlaanderen.
  10. te Luik.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Luik.
  11. te Eupen.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Eupen.
  12. te Aarlen.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Luxemburg.
  13. te Namen.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Namen.
  14. te Bergen en te Charleroi.
  Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Henegouwen.

  Art. 108. Artikel 4 van het bijvoegsel bij het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 25 maart 1999, en gewijzigd bij de wetten van 11 maart 2003 en 20 december 2005, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 4. 1. De gerechtelijke kantons van de provincie Antwerpen vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Antwerpen heeft rechtsmacht over het arrondissement Antwerpen.
  2. De gerechtelijke kantons van de provincie Limburg vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Hasselt heeft rechtsmacht over het arrondissement Limburg.
  De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Antwerpen hebben rechtsmacht over de arrondissementen Antwerpen en Limburg.
  3. De kantons Eigenbrakel, Geldenaken-Perwijs, Nijvel, Tubeke en de twee kantons van Waver vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel, met zetel te Nijvel hebben rechtsmacht over het arrondissement Waals Brabant.
  4. De twee kantons van Anderlecht, het kanton Asse, de zes kantons van Brussel, het kanton Elsene, de kantons Etterbeek, Grimbergen, Halle, Herne-Sint-Pieters-Leeuw, Jette, Kraainem-Sint-Genesius-Rode, Lennik, Meise, Oudergem en Overijse-Zaventem, de twee kantons Schaarbeek, de kantons Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel, Vilvoorde en Vorst vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De zetel van de Nederlandstalige en Franstalige arrondissementsrechtbanken, rechtbanken van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbanken en van de rechtbanken van koophandel is gevestigd te Brussel. De rechtbanken hebben rechtsmacht over het arrondissement Brussel.
  5. De kantons Aarschot, Diest, Haacht, Landen-Zoutleeuw, de drie kantons van Leuven en het kanton Tienen vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel, met zetel te Leuven hebben rechtsmacht over het arrondissement Leuven.
  6. De gerechtelijke kantons van de provincie Oost-Vlaanderen vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Gent heeft rechtsmacht over het arrondissement Oost-Vlaanderen.
  7. De gerechtelijke kantons van de provincie West-Vlaanderen vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Brugge heeft rechtsmacht over het arrondissement West-Vlaanderen.
  De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Gent hebben rechtsmacht over de arrondissementen Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen.
  8. De gerechtelijke kantons van de provincie Luik, de kantons Sankt Vith en Eupen uitgezonderd, vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Luik heeft rechtsmacht over het arrondissement Luik.
  9. De kantons Eupen en Sankt Vith vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel, met zetel te Eupen hebben rechtsmacht over het arrondissement Eupen.
  10. De gerechtelijke kantons van de provincie Luxemburg vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Aarlen heeft rechtsmacht over het arrondissement Luxemburg.
  11. De gerechtelijke kantons van de provincie Namen vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Namen heeft rechtsmacht over het arrondissement Namen.
  De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Luik hebben rechtsmacht over de arrondissementen Luik, Luxemburg, en Namen.
  12. De gerechtelijke kantons van de provincie Henegouwen vormen een gerechtelijk arrondissement.
  De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Bergen en te Charleroi heeft rechtsmacht over het arrondissement Henegouwen.
  De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Bergen en te Charleroi hebben rechtsmacht over het arrondissement Henegouwen.

  HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting

  Art. 109. De tabel III " Rechtbanken van eerste aanleg " gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, vervangen bij de wet van 20 juli 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt vervangen door de volgende tabel :
  

  
[1 ArrondissementKader rechtbank
  - rechters
Mandaten VoorzitterMandaten AfdelingsvoorzitterMandaten OndervoorzitterPlaatsvervangende rechtersKader Parket
  Substituten
Mandaat Procureur des KoningsMandaten AfdelingsprocureurMandaten eerste-substituten-
  procureur des Konings
Antwerpen107131423941323
Limburg40123836127
Brussel Nederlandstalig41107719-05
Brussel Franstalig122102119951025
Halle-Vilvoorde-----24106
Leuven25103622105
Waals-Brabant27103619105
Oost-Vlaanderen95131325851320
West-Vlaanderen6914721621413
Eupen610124101
Luik7913921691315
Luxemburg241301220130
Namen311221029125
Henegouwen Zetel Charleroi971312 401111
Henegouwen Zetel Bergen    2544129]1
(1)<W 2014-01-06/64, art. 54, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014>

Art. 110. De tabel " aantal eerste substituten procureurs des Konings in de rechtbanken van eerste aanleg ", gevoegd bij dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juli 1998 en gewijzigd bij de wetten van 11 maart 2004 en 14 december 2004, wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 7 juli 1969 tot vaststelling van de personeelsformatie van de arbeidshoven en -rechtbanken

  Art. 111. De tabel " Arbeidsrechtbanken " opgenomen in artikel 1 van wet van 7 juli 1969 tot vaststelling van de personeelsformatie van de arbeidshoven en -rechtbanken, vervangen bij de wet van 6 juli 1976 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen door de volgende tabel :
  

  
[1 Zetel(1)(2)(3)(4)(5)(6)(7)(8)(9)(10)(11)
Antwerpen31121211221344
Brussel Nederlandstalig91013--11112
Brussel Franstalig22103151-31227
Halle-Vilvoorde----4101---
Leuven41003100105
Nijvel41003100105
Gent28122201211438
Eupen10001000002
Luik27130211301330
Mons - Charleroi21112141121226
(1) cadre tribunal du travail : Rechters dont-waarvan (2) mandaten Voorzitter (3) mandaten Afdelingsvoorzitter (4) mandaten Ondervoorzitter (5) kader arbeidsauditoraat : Substituten-arbeidsauditeur dont - waarvan (6) mandaten Arbeidsauditeur (7) mandaten Afdelingsauditeur (8) mandaten 1e substituut-Arbeidsauditeur (9) Hoofdgriffier (10) Griffiers-hoofd van dienst (11) Griffiers
(1)<W 2014-01-06/64, art. 55, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014>

HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 15 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van koophandel en tot wijziging van de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek

  Art. 112. De tabel opgenomen in artikel 1 van de wet van 15 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van koophandel en tot wijziging van de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 20 juli 1998 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen door de volgende tabel :
  

  
[1 ZettelKader RechtersMandaten VoorzitterMandaten AfdelingsvoorzitterMandaten OndervoorzitterHoofdgriffierGreffiers-hoofd van dienstGriffiers
Antwerpen321211238
Brussel Nederlandstalig111011111
Brussel Franstalig141011216
Leuven41 0104
Nijvel41 0104
Gent281211337
Eupen10 0002
Luik161301322
Bergen - Charleroi101101115]1
(1)<W 2014-01-06/64, art. 56, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014>

Art. 113. De tabel opgenomen in artikel 2 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 13 april 2005, wordt vervangen door de volgende tabel :
  

  
[1 ArrondissementRechters in handelszaken
Antwerpen235
Limburg55
Brussel Nederlandstalig84
Brussel Franstalig106
Louvain30
Waals-Brabant32
Oost-Vlaanderen114
West-Vlaanderen125
Luik78
Eupen6
Luxemburg30
Namen45
Henegouwen95]1
(1)<W 2014-01-06/64, art. 57, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014>

HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 16 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de politierechtbanken

  Art. 114. De tabel die voorkomt in het enig artikel van de wet van 16 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de politierechtbanken, vervangen bij de wet van 22 mei 2006 en gewijzigd bij de wetten van 5 augustus 2006, en 25 april 2007, wordt vervangen door de volgende tabel :
  

  
[1 RechtbankRechtersHoofdgriffiersGriffiers-hoofd van dienstGriffiers
Antwerepn19-323
Limburg7-211
Brussel Nederlandstalig31 3
Brussel Franstalig111113
Halle-Vilvoorde5114
Lenven4 -5
Waals Brabant3 -3
Oost-Vlaanderen14 517
West-Vlaanderen12-414
Eupen1- 2
Luik12-312
Luxemburg3-33
Namen5-26
Henegouwen12-314]1
(1)<W 2014-01-06/64, art. 58, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014>

Art. 115. In dezelfde wet wordt een artikel 2 ingevoegd, luidende :
  " Art. 2. De kaders van de mandaten van voorzitters en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, alsmede het kader van de hoofdgriffiers van de vredegerechten en de politierechtbanken, wordt als volgt bepaald : "
  

  
Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbankOndervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbankHoofdgriffier van de vrede-
  gerechten en de politierechtbanken
Griffiers hoofden van dienstArrondissement
1113Antwerpen
1112Limburg
1111Leuven
1111Waals Brabant
1113Oost-Vlaanderen
1112West-Vlaanderen
1112Luik
1111Luxemburg
1111Namen
1113Henegouwen

HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 14 december 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de plaatsvervangende rechters in de arbeidsrechtbanken en in de rechtbanken van koophandel

  Art. 116. De tabel opgenomen in het enig artikel van de wet van 14 december 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de plaatsvervangende rechters in de arbeidsrechtbanken en in de rechtbanken van koophandel, gewijzigd bij de wetten van 25 juli 1974, 23 september 1985 en 18 april 1989, wordt vervangen door de volgende tabel :
  

  
[1 ZetelArbeidsrechtbankenRechtbanken van koophandel
Antwerpen1935
Brussel Nederlandstalig410
Brussel Franstalig1113
Leuven24
Nijvel24
Gent2339
Eupen22
Luik2131
Bergen - Charleroi1417]1
(1)<W 2014-01-06/64, art. 59, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014>

HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 20 juli 1971 tot vaststelling van de personeelsformatie van de vredegerechten

  Art. 117. De tabel opgenomen in het enig artikel van de wet van 20 juli 1971 tot vaststelling van de personeelsformatie van de vredegerechten, vervangen door de wet van 25 april 2007, wordt vervangen door de volgende tabel :
  

  
ArrondissementGriffier
Antwerpen87
Limburg36
Brussel62
Leuven22
Waals-Brabant16
Oost-Vlaanderen66
West-Vlaanderen55
Eupen3
Luik55
Luxemburg13
Namen23
Henegouwen66

HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg

  Art. 118. De tabel opgenomen in het enig artikel van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt vervangen door de volgende tabel :
  

  
[1 ArrondissementHoofdgriffierGriffier-hoofd van dienstGriffier
Antwerpen18108
Limburg1435
Brussel Nederlandstalig1345
Brussel Franstalig18125
Leuven1321
Waals-Brabant1222
Oost-Vlaanderen1792
West-Vlaanderen1766
Eupen105
Luik1577
Luxemburg1324
Namen1329
Henegouwen1897]1
(1)<W 2014-01-06/64, art. 60, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014>

HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van diverse wetten

  Art. 119. In artikel 1 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, gewijzigd bij de wetten van 23 september 1985 en 19 juli 2012, worden de woorden " die hun zetel hebben in de provincies Henegouwen, Luxemburg en Namen en in de arrondissementen Nijvel, Luik, Hoei en Verviers " vervangen door de woorden " die hun rechtsmacht uitoefenen over de arrondissementen Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant ".

  Art. 120. In artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 23 september 1985 en 19 juli 2012 worden de woorden " die hun zetel hebben in de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Limburg en in het arrondissement Leuven " vervangen door de woorden " die hun rechtsmacht uitoefenen over de arrondissementen Antwerpen, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Limburg en Leuven ".

  Art. 121. In artikel 25, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 23 september 1985 worden de woorden " te Verviers en " opgeheven.

  Art. 122. In artikel 43 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden " of van toegevoegd rechter in een vredegerecht of een politierechtbank " opgeheven;
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord " Doornik " vervangen door het woord " Bergen ";
  3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden " te Tongeren " vervangen door de woorden " die rechtsmacht uitoefenen over het arrondissement Limburg ";
  4° in paragraaf 3 worden de woorden " of tot toegevoegd rechter in een vredegerecht of een politierechtbank " opgeheven;
  5° in paragraaf 4 worden de woorden " werkende, plaatsvervangende of toegevoegde vrederechters " vervangen door de woorden " werkende en plaatsvervangende vrederechters ";
  6° in paragraaf 4bis worden de woorden " of toegevoegde " opgeheven.

  Art. 123. Artikel 45bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 23 september 1985 en gewijzigd bij de wet van 13 april 2005, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 45bis. In het arrondissement Eupen kan niemand worden benoemd tot voorzitter, ondervoorzitter, rechter of plaatsvervangend rechter in de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank, tot procureur des Konings, substituut-procureur des Konings of substituut-arbeidsauditeur, tot vrederechter of plaatsvervangend vrederechter, tot rechter of plaatsvervangend rechter in een politierechtbank tenzij hij het bewijs levert van de kennis van het Duits en bovendien door zijn diploma bewijst dat hij de examens van de licentie in de rechten in het Frans heeft afgelegd of het bewijs levert van de kennis van het Frans. ".

  Art. 124. In artikel 53 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord " Doornik " vervangen door het woord " Bergen ";
  2° in paragraaf 2, derde lid, wordt het woord " Tongeren " vervangen door het woord " Hasselt ";
  3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. In het arrondissement Eupen kan niemand tot griffier bij de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank, bij een vredegerecht, bij een politierechtbank of, in oorlogstijd, bij een militaire rechtbank worden benoemd tenzij hij het bewijs levert van de kennis van de Duitse en van de Franse taal.
  Bovendien moeten twee griffiers bij het hof van beroep dat zijn zetel heeft te Luik en een griffier bij het arbeidshof dat zijn zetel te Luik heeft het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal. ".

  Art. 125.[1 In artikel 5, § 1, van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999, wordt de zin "De notarissen met standplaats in het gerechtelijk arrondissement Verviers of in het gerechtelijk arrondissement Eupen oefenen evenwel hun ambt uit in het gebied van die twee arrondissementen." vervangen door de zin "De notarissen met standplaats in de kantons Limburg-Aubel, Malmedy-Spa-Stavelot, Verviers-Herve en het tweede kanton Verviers of in het gerechtelijk arrondissement Eupen oefenen evenwel ook hun ambt uit in de hier genoemde gebiedsomschrijvingen."]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 119, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 126. Artikel 31 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet 4 mei 1999, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 31. Het getal en de spreiding van de notariskantoren in een arrondissement, evenals de standplaatsen ervan worden door de Koning derwijze bepaald dat er niet meer dan één notaris is per 9 000 inwoners.
  Vermindering van het aantal plaatsen met toepassing van het eerste lid geschiedt naar gelang van de vacatures; een plaats die openvalt in een arrondissement waar het aantal hoger is, kan evenwel niet worden opgeheven dan op eensluidend en met redenen omkleed advies van de tuchtkamer en van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Die adviezen moeten ingewonnen telkens wanneer er een plaats openvalt en binnen een termijn van één maand na de aanvraag worden uitgebracht.
  Het aantal ingevulde plaatsen per gerechtelijk arrondissement kan nooit minder bedragen dan het aantal plaatsen bepaald met toepassing van het eerste lid, verminderd met één.
  De geassocieerde notarissen, die geen titularis zijn, worden niet begrepen onder het aantal notarissen dat met toepassing van het eerste en het tweede lid wordt vastgesteld.
  Voor de bepaling van het aantal notarissen worden de kantons Limburg-Aubel, Malmedy-Spa-Stavelot, Verviers-Herve en het tweede kanton Verviers en het gerechtelijk arrondissement Eupen geacht maar één arrondissement te vormen. ".

  Art. 127. In artikel 7 van de wet van 10 oktober 1978 houdende vaststelling van een Belgische visserijzone, gewijzigd bij de wet van 22 april 1999, worden de woorden " Brugge, Brussel en Veurne " vervangen door de woorden " West-Vlaanderen en Brussel ".

  Art. 128. In artikel 9 van de wet van 19 augustus 1891 betreffende de zeevisserij in de territoriale zee, vervangen bij de wet van 22 april 1999, worden de woorden " Brugge, Brussel en Veurne " vervangen door de woorden " West-Vlaanderen en Brussel ".

  HOOFDSTUK 12. - [1 Advocaten]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 120, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 129. In artikel 430, 1, van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 november 2001, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " Elke balie of orde organiseert zich bij een afdeling van de rechtbank of bij de rechtbank van het gerechtelijk arrondissement. Uiterlijk op 1 december van elk jaar wordt een tableau opgemaakt van de Orde van advocaten, een lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie en een lijst van de stagiairs, die hun kantoor in het werkingsgebied van de Orde hebben. ".

  Art. 130.
  <Opgeheven bij W 2014-05-08/02, art. 121, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 131.
  <Opgeheven bij W 2014-05-08/02, art. 121, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 132.
  <Opgeheven bij W 2014-05-08/02, art. 121, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 133.
  <Opgeheven bij W 2014-05-08/02, art. 121, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 134.
  <Opgeheven bij W 2014-05-08/02, art. 121, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  HOOFDSTUK 13. - Justitiehuizen

  Art. 135. Wanneer in een gerechtelijk arrondissement verschillende justitiehuizen zijn gevestigd, wijst de opdrachtgevende overdheid het justitiehuis aan om de opdracht uit te voeren waarmee ze het belast.

  HOOFDSTUK 14. - Overgangsmaatregelen

  Afdeling 1. - Algemeen

  Art. 136. De toepassing van deze wet kan geen afbreuk doen aan de wedden, de weddeverhogingen, de weddebijslagen en pensioenen van de magistraten, de hoofdgriffiers en hoofdsecretarissen, de griffiers, secretarissen, en de personeelsleden van de griffies en parketsecretariaten die op het ogenblik van de inwerkingtreding ervan in functie zijn.
  In afwijking van het eerste lid behouden de toegevoegde rechters en toegevoegde substituten bedoeld in artikel 150 de weddebijslag niet.

  Art. 137. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de archieven van de voormalige zetels worden toevertrouwd aan de gerechten die Hij aanwijst, en die daarvan uitgiften, afschriften en uittreksels kunnen afleveren.

  Afdeling 2. - Bevoegdheid

  Art. 138. Zaken die de dag voor de inwerkingtreding van deze wet aanhangig waren bij een rechtbank van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid arrondissement, blijven van rechtswege aanhangig bij de afdeling die het oorspronkelijk arrondissement vormde.

  Art. 139.In afwachting dat de rechtbank een eengemaakte algemene rol kan houden met toepassing van artikel 711 van het Gerechtelijk Wetboek, houdt elke afdeling een eigen algemene rol op de griffie. Een koninklijk besluit stelt de datum vast waarop [1 de rechtbank één eengemaakte algemene rol houdt]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 122, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 140. Verzet en derdenverzet tegen beslissingen genomen voor de inwerkingtreding van deze wet door de rechtbank van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid arrondissement, wordt ingediend voor de afdeling die het oorspronkelijke arrondissement vormde.

  Art. 141. Hoger beroep tegen beslissingen genomen voor de inwerkingtreding van deze wet door de vrederechters of politierechtbanken van een arrondissement of kanton dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid arrondissement, wordt ingesteld bij de afdeling die het oorspronkelijk arrondissement vormde.

  Art. 142. Het verzoek tot herroeping van het gewijsde of de vordering tot intrekking, zoals bedoeld in de artikelen 10, 11, 12 en 16 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, van beslissingen genomen voor de inwerkingtreding van deze wet door de rechtbank van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid arrondissement, wordt ingediend voor de afdeling die het oorspronkelijke arrondissement vormde.

  Art. 142/1. [1 Wanneer voor de inwerkingtreding van deze wet een arrest van het Hof van Cassatie, op grond van artikel 1110, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, de zaak heeft verwezen naar een rechtbank van een arrondissement dat overeenkomstig deze wet deel uitmaakt van een uitgebreid arrondissement, wordt de zaak aanhangig gemaakt bij de afdeling die het oorspronkelijk arrondissement vormde.
   Die afdeling neemt kennis van de zaak, ongeacht de bepalingen van het zaakverdelingsreglement zoals bedoeld in artikel 186 van het Gerechtelijk Wetboek, als gewijzigd bij artikel 50 van deze wet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-08/02, art. 123, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 143. In tuchtprocedures die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn ingesteld door de luidens artikel 410 van Gerechtelijk Wetboek bevoegde tuchtoverheid, worden de bevoegdheden voor onderzoek en het opleggen van een lichte straf, uitgeoefend door de nieuwe tuchtoverheid van het uitgebreid arrondissement.

  Art. 143/1. [1 In afwachting van de bijzondere reglementen bedoeld in artikel 88 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 25, en in artikel 106 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 36, blijven de bijzondere reglementen van de hoven en rechtbanken die van toepassing zijn op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, van toepassing, naargelang het geval, in de afdeling, de rechtbank of het hof tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt door de voorzitter van de rechtbank of de eerste voorzitter van het hof, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
   Het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 tot vaststelling van het aantal, de dagen en de duur van de gewone zittingen van de vredegerechten en van de politierechtbanken van het Rijk, blijft van toepassing tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt, naargelang het geval, door de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
   Zodra de in het eerste of het tweede lid bedoelde beschikking is aangenomen, brengt de voorzitter van de rechtbank, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of de eerste voorzitter van het hof de minister van Justitie hiervan op de hoogte.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-21/02, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 24-03-2014>

  Art. 143/2. [1 In afwachting van het in artikel 132 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 38/1, bedoelde reglement houdende de dienstregeling van het Hof van Cassatie blijft het reglement dat van toepassing is de dag vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet van toepassing op het hof tot de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie een beschikking houdende de dienstregeling heeft aangenomen en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de eerste voorzitter.
   Zodra de beschikking is aangenomen brengt de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie de minister van Justitie hiervan op de hoogte.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-08/02, art. 124, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 144. In afwachting van het in artikel 186 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 50 van deze wet, bedoelde zaakverdelingsreglement bepaalt de Koning in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het gebied binnen hetwelk elke afdeling haar rechtsmacht, naar de regels van de territoriale bevoegdheid uitoefent. De Koning verdeelt de afdelingen en hun zetel naar de zetel en de grenzen van de arrondissementen en politierechtbanken zoals ze bestonden voor deze wet.
  In afwachting van de vaststelling van het zaakverdelingsreglement blijven de afdelingen Brugge en Veurne van het arrondissement West-Vlaanderen bevoegd voor de vorderingen bedoeld in artikel 633, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek.

  Art. 145.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/14, art. 179, 008; Inwerkingtreding : 31-12-2016>

  Art. 146. In afwachting van het zaakverdelingsreglement blijft de afdeling Veurne van het arrondissement West-Vlaanderen eveneens bevoegd om kennis te nemen van de inbreuken tegen de wetten van 19 augustus 1891 betreffende de zeevisserij in de territoriale zee en van 10 oktober 1978 houdende vaststelling van een Belgische visserijzone en hun uitvoeringsbesluiten.

  Afdeling 3. - Magistraten

  Art. 147.Magistraten die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in een rechtbank of parket van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, zijn van rechtswege benoemd in de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.
  Magistraten benoemd in de arbeidsrechtbank, rechtbank van koophandel of arbeidsauditoraat die door deze wet worden samengevoegd tot op niveau van het rechtsgebied van het hof van beroep, zijn van rechtswege benoemd in de arbeidsrechtbank, rechtbank van koophandel of auditoraat van het rechtsgebied van het hof van beroep, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.
  Magistraten die benoemd zijn in de rechtbank van eerste aanleg van Eupen, zijn in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank van Eupen. Magistraten die benoemd zijn in de rechtbank van koophandel of de arbeidsrechtbank van Eupen-Verviers en aan de voorwaarden inzake de kennis van de Duitse taal voldoen, zijn respectievelijk benoemd in de rechtbank van koophandel of de arbeidsrechtbank van Eupen en, in subsidiaire orde, in de rechtbank van eerste aanleg en, naar gelang van het geval, de arbeidsrechtbank of de rechtbank van koophandel.
  [2 Magistraten die benoemd zijn bij het parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, zijn in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de arbeidsauditeur bij de arbeidsrechtbank te Eupen. Magistraten die benoemd zijn bij het parket van de arbeidsauditeur bij de arbeidsrechtbanken te Eupen-Verviers en aan de voorwaarden inzake de kennis van de Duitse taal voldoen, zijn benoemd in het arbeidsauditoraat bij de arbeidsrechtbank te Eupen en, in subsidiaire orde, bij het parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen.]2
  [1 De houders van een definitief adjunct-mandaat dat loopt op de datum van inwerkingtreding van deze wet, behouden dat mandaat bij de rechtbank of het parket waar ze benoemd zijn, in voorkomend geval in overtal. De houders van een niet-definitief adjunct-mandaat of van een bijzonder mandaat dat loopt op deze datum behouden dat mandaat en worden geacht het uit te oefenen vanaf het ogenblik waarop zij zijn aangewezen in dit mandaat. In voorkomend geval behouden zij het niet-definitieve adjunct-mandaat in overtal.
   De rechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in de politierechtbank van Halle zijn van rechtswege benoemd in de politierechtbank van Vilvoorde, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging. De rechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in de politierechtbank van Vilvoorde zijn van rechtswege benoemd in de politierechtbank van Halle, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.
   De magistraten die van rechtswege in een nieuwe rechtbank of een nieuw parket benoemd zijn zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging behouden de anciënniteit verworven in de rechtbanken of parketten die de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket uitmaken.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-21/02, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 24-03-2014>
  (2)<W 2014-05-08/02, art. 126, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 148. De toegevoegde vrederechters die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet, blijven benoemd als toegevoegde vrederechters in het vredegerecht of de vredegerechten waarin zij zijn benoemd.
  De toegevoegde rechters in de politierechtbank die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd als toegevoegde rechters in de politierechtbank, in de politierechtbank die in het bijvoegsel bij het Gerechtelijk Wetboek wordt bedoeld en die de politierechtbank waarin zij zijn benoemd, vervangt.
  Zij die tegelijkertijd tot toegevoegd vrederechter en toegevoegd rechter in de politierechtbank werden benoemd, blijven benoemd als toegevoegd vrederechter in het (de) vredegerecht(en) waarin zij zijn benoemd tot toegevoegd vrederechter en worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd tot toegevoegde rechter in de politierechtbank in het arrondissement dat het arrondissement waarin zij zijn benoemd tot toegevoegd rechter in de politierechtbank, vervangt.
  De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek die van toepassing zijn op de vrederechters en rechters in de politierechtbank zijn van toepassing op de toegevoegde vrederechters en toegevoegde rechters in de politierechtbank.

  Art. 148/1. [1 Wanneer de voorzitter van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank een vrederechter is en het kanton waarin hij is benoemd een andere vrederechter bevat, wordt hij in afwijking van artikel 259quater, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek in zijn oorspronkelijk vredegerecht vervangen door deze vrederechter.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-08/02, art. 127, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 149. Naargelang van de behoeften van de dienst kan, naar gelang van het geval, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg een vrederechter of een toegevoegd vrederechter, die benoemd werd voor de inwerkingtreding van deze wet en die deze opdracht aanvaardt, aanwijzen om zijn functies cumulatief uit te oefenen in een ander kanton.
  De opdracht eindigt wanneer de reden ervan vervalt; voor zaken waarover de debatten aan de gang zijn of die in beraad zijn genomen, blijft de opdracht echter gelden tot aan het vonnis.
  In de opdrachtbeschikking worden de redenen voor de opdracht opgegeven en de nadere regels ervan omschreven.

  Art. 149/1. [1 Tot de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank in dienst treden, worden de bevoegdheden die hen zijn toegekend krachtens deze wet uitgeoefend door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-21/02, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 24-03-2014>

  Art. 150. § 1. De toegevoegde rechters, met opdracht in een rechtbank van eerste aanleg, bedoeld in de artikelen 80, 86bis en 259sexies van het Gerechtelijk Wetboek die als toegevoegde rechters werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van hetzelfde Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in een rechtbank van eerste aanleg waarin zij zijn aangewezen op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet en, in subsidiaire orde, in alle andere rechtbanken van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep.
  § 2. De toegevoegde substituten van de procureur des Konings bedoeld in de artikelen 326, § 1, en 259sexies van het Gerechtelijk Wetboek die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in een parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg waarin zij opdracht hebben gekregen en, in subsidiaire orde, in alle andere parketten van de procureur des Konings van het rechtsgebied.
  § 3. De toegevoegde rechters met opdracht in de rechtbank van koophandel die werden benoemd tot toegevoegd rechter voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied van het hof van beroep.
  § 4. De toegevoegde rechters met opdracht in de arbeidsrechtbank die werden benoemd tot toegevoegde rechters voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in de arbeidsrechtbank van het rechtsgebied van het arbeidshof.
  § 5. De toegevoegde substituten van de arbeidsauditeur die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in het arbeidsauditoraat van het rechtsgebied van het arbeidshof.

  Art. 151. De toegevoegde magistraten bedoeld in de artikelen 148, tweede en derde lid, en 150 behouden de anciënniteit die ze hebben verworven als toegevoegd magistraat en hebben rang vanaf de datum van hun benoeming als toegevoegd magistraat.

  Art. 152.[1 Magistraten die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet bij toepassing van artikel 100 van het Gerechtelijk Wetboek benoemd zijn in of bij verschillende rechtbanken van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep en die door deze wet deel uitmaken van verschillende rechtbanken van eerste aanleg van dat rechtsgebied, zijn van rechtswege benoemd in een rechtbank van eerste aanleg of een parket waarin zij benoemd waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet en, in subsidiaire orde, in alle rechtbanken van eerste aanleg of parketten van het rechtsgebied van het hof van beroep, zonder toepassing van artikel 287sexies van hetzelfde Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/14, art. 167, 008; Inwerkingtreding : 01-09-2016>

  Art. 153.Rechters in sociale zaken, rechters in handelszaken en plaatsvervangende rechters die benoemd zijn in een rechtbank van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, blijven benoemd in de afdeling die het oorspronkelijk arrondissement vormde.
  [1 De rechters in sociale zaken en de rechters in handelszaken wier benoemingsprocedure lopende is op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet worden benoemd in de afdeling die vermeld staat in de oproep tot kandidaten waarop ze hebben geantwoord.]1
  [2 Niettemin kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel, afhankelijk van de behoeften van de dienst, één of meerdere rechters in handelszaken die hun toestemming daartoe verlenen, aanwijzen om hun functie gelijktijdig uit te oefenen in één of meerdere andere afdelingen van het arrondissement waar de rechters in handelszaken zijn benoemd.]2
  ----------
  (1)<W 2014-03-21/02, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 24-03-2014>
  (2)<W 2017-04-09/04, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 05-05-2017>

  Art. 154.[1 § 1. In elke rechtbank of elk parket van een nieuw rechtsgebied dat bij deze wet wordt opgericht, wordt een nieuwe korpschef aangewezen voor een mandaat bedoeld in artikel 259quater van het Gerechtelijk Wetboek.
   Magistraten die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet aangewezen zijn in een mandaat van korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek bij een rechtbank van een arrondissement dat overeenkomstig deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, en die niet aangewezen zijn in een nieuw mandaat bedoeld in het eerste lid, ontvangen voor de resterende duur van hun mandaat of tot op het ogenblik waarop zij voor het verstrijken van die termijn in een ander ambt of functie worden benoemd of aangewezen, de overeenkomstige wedde alsook de daaraan verbonden verhogingen en voordelen.
   Tijdens deze periode blijven zij hun titel op persoonlijke titel dragen en worden ze aangewezen als afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur in de afdeling waar ze mandaathouder waren. Gedurende die periode wordt er geen andere afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur aangewezen.
   De regels bedoeld in artikel 259quater, §§ 4 en 5, tweede tot vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek zijn op hen van toepassing, voor zover zij het mandaat van afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur uitoefenen tot de datum waarop hun mandaat als korpschef zou zijn verstreken.
   De korpschef die niet aangewezen wenst te worden in een functie bedoeld in het derde lid, keert terug naar het ambt of de functie waarin hij voor zijn aanwijzing als korpschef was benoemd of aangewezen. Onverminderd de regels inzake het einde van het mandaat die op hem van toepassing zijn, ontvangt hij de wedde van deze functie of dit ambt.
   De korpschef die de in het derde lid bedoelde keuze maakt, deelt dit mee aan de Koning, uiterlijk twee maanden na de aanwijzing van de nieuwe korpschef bedoeld in het eerste lid.
   Wanneer het aantal afdelingsvoorzitters in de rechtbanken van koophandel of in de arbeidsrechtbanken, of het aantal afdelingsauditeurs teruggebracht wordt tot het aantal waarin de personeelsformatie voorziet, bepaalt de korpschef welke afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur die functie uitoefent in de afdelingen zonder afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur.
   § 2. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de voorzitter van de rechtbank van koophandel en van de arbeidsrechtbank te Eupen uit.
   De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de arbeidsauditeur te Eupen uit.
   In geval van weigering brengt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen of de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen de minister van Justitie daarvan op de hoogte binnen twee maanden na de inwerkingtreding van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde. In dat geval keren zij ambtshalve terug naar het ambt of de functie waarin zij benoemd of aangewezen waren vóór hun aanwijzing als korpschef en wordt de plaats van voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of procureur des Konings vacant verklaard.
   § 3. Bij de eerste aanwijzing van de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ten gevolge van de inwerkingtreding van deze wet, worden de personen die aangewezen worden in een mandaat van voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en die niet de hoedanigheid hebben van vrederechter of rechter in de politierechtbank tegelijkertijd benoemd als rechter in de politierechtbank.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-21/02, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 20-12-2013>

  Art. 154/1. [1 Een korpschef wiens mandaat eindigt tussen de bekendmaking van deze wet en de aanwijzing van een korpschef van de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket, behoudt met zijn instemming zijn mandaat en wordt vanaf de inwerkingtreding van deze wet afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur van de afdeling waarvan hij korpschef was en dit tot op het ogenblik waarop de korpschef van de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket in functie treedt. Na deze periode zijn de regels inzake het einde van het mandaat van korpschef op hem van toepassing. Indien de uittredende korpschef niet instemt, wijst hij een vervanger aan.
   In de rechtbanken of parketten waar op de dag van de inwerkingtreding van deze wet geen korpschef in functie is, wordt de waarnemend korpschef, waarnemend afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur vanaf de inwerkingtreding van deze wet en dit tot het ogenblik waarop de korpschef bedoeld in artikel 154, § 1, eerste lid, in functie treedt.
   In afwachting dat de aangewezen voorzitter van de nieuwe rechtbank van eerste aanleg of de nieuwe rechtbank van koophandel zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het hof van beroep onder de raadsheren van het hof van beroep die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
   In afwachting dat de aangewezen korpschef van de nieuwe arbeidsrechtbank zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het arbeidshof onder de raadsheren van het arbeidshof die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de arbeidsrechtbank. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
   In afwachting dat de aangewezen procureur des Konings van het nieuwe parket van de procureur des Konings zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het parket-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend procureur des Konings aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
   In afwachting dat de aangewezen arbeidsauditeur van het nieuwe arbeidsauditoraat zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het auditoraat-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend arbeidsauditeur aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-21/02, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 20-12-2013>

  Art. 155. In afwijking van artikel 259quater van het Gerechtelijk Wetboek wordt het eerste mandaat van de korpschefs die aangewezen waren in een rechtbank of een parket dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuwe uitgebreid rechtsgebied, niet hernieuwd.

  Art. 155/1. [1 Stagemeesters die op grond van artikel 259octies Gerechtelijk Wetboek belast zijn met de opleiding van een gerechtelijke stagiair op de dag van de inwerkingtreding van deze wet, blijven daartoe bevoegd tot de stage wordt beëindigd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-08/02, art. 128, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Afdeling 4. - Gerechtspersoneel

  Art. 156.De referendarissen, parketjuristen, griffiers, secretarissen en andere personeelsleden van niveau A en B benoemd op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet in een rechtbank of parket van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, worden benoemd in het nieuwe arrondissement waarin hun oorspronkelijke rechtbank of parket gelegen was, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging. [1 De op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet in de vredegerechten benoemde personeelsleden van niveau A en B worden ambtshalve herbenoemd in het gerechtelijk arrondissement, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.]1
  De personeelsleden van niveau C en D benoemd in een griffie, parketsecretariaat en steundienst, blijven verbonden aan de rechtbank of het parket waar ze voor de inwerkingtreding van deze wet waren benoemd en die nu een afdeling vormt.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/14, art. 168, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 157. Het gerechtspersoneel dat aangeworven is met een arbeidsovereenkomst, blijft verbonden aan de plaats van tewerkstelling die in hun arbeidsovereenkomst is vermeld. Zij kunnen in andere afdelingen worden tewerkgesteld op grond van een nieuw bijvoegsel bij de arbeidsovereenkomst.

  Art. 158.[1 Een nieuwe hoofdgriffier wordt benoemd in elke nieuwe rechtbank, bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, alsook in het arrondissement wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank. In afwijking van artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de vakklasse A3 met de titel van hoofdgriffier.]1
  De overige hoofdgriffiers behouden hun loon en dragen de eretitel van hun vroegere functie. De nieuwe hoofdgriffier wijst hen aan als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van de afdelingen of vredegerechten.
  [2 Ingeval er voor de functie geen weging, bedoeld in artikel 160 van het Gerechtelijk Wetboek, werd uitgevoerd, wordt het personeelslid dat wordt benoemd als hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement, benoemd in de klasse A3 met weddeschaal A32.]2
  ----------
  (1)<W 2014-03-21/02, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 24-03-2014>
  (2)<W 2014-04-10/72, art. 39, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2014 ; Opheffing : 30-06-2014 (zie art. 40>

  Art. 158/1.
  <Opgeheven bij W 2016-05-04/03, art. 136, 007; Inwerkingtreding : 23-05-2016>

  Art. 158/2.[1 De voormalige hoofdgriffiers in functie in de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank, de politierechtbank en de vredegerechten van het gerechtelijk arrondissement Eupen staan de hoofdgriffier van deze rechtscolleges bij.
   Zij behouden hun wedde en ten persoonlijke titel de graad van hoofdgriffier.]1
  ----------
  (1)<W 2016-05-04/03, art. 137, 007; Inwerkingtreding : 23-05-2016>

  Art. 158/3. [1 De hoofdgriffiers van de politierechtbanken van Vilvoorde en Halle behouden hun bevoegdheid. Wanneer de functie van hoofdgriffier in een van de twee rechtbanken openvalt, wordt de hoofdgriffier van de andere rechtbank eveneens hoofdgriffier in de rechtbank waar de functie van hoofdgriffier is opengevallen. Wanneer beide functies openvallen, wordt één hoofdgriffier voor beide rechtbanken benoemd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-21/02, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 24-03-2014>

  Art. 159.[1 Er wordt een nieuwe hoofdsecretaris benoemd in elk nieuw parket of arbeidsauditoraat en bij het parket van Eupen, Charleroi en Bergen. In afwijking van artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de klasse A3 met de titel van hoofdsecretaris.]1
  De overige hoofdsecretarissen behouden hun loon en dragen de eretitel van hun oude functie. De nieuwe hoofdsecretaris wijst hen aan als afdelingssecretaris om hem bij te staan bij in de leiding van de afdelingen.
  ----------
  (1)<W 2014-03-21/02, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 24-03-2014>

  Art. 159/1.
  <Opgeheven bij W 2016-05-04/03, art. 138, 007; Inwerkingtreding : 23-05-2016>

  Afdeling 5. - Andere overgangsbepalingen

  Art. 160.
  <Opgeheven bij W 2014-01-06/64, art. 61, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014>

  Art. 161.In afwijking van artikel [1 516]1 van het Gerechtelijk Wetboek zijn de gerechtsdeurwaarders die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet in functie zijn, van rechtswege bevoegd in het uitgebreide arrondissement, zonder nieuwe benoeming. Zij behouden hun standplaats.
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/02, art. 129, 004; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 162. De notarissen die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet in functie zijn, zijn van rechtswege bevoegd in het uitgebreide arrondissement, zonder nieuwe benoeming. Zij behouden hun standplaats.

  Art. 162/1. [1 In de rechtbanken van eerste aanleg die vanaf 1 april 2014 een afdeling zullen vormen van een nieuwe rechtbank van eerste aanleg en in Eupen worden de taken die de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uitoefent krachtens het kieswetboek, de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese parlement, de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement worden verkozen, de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de Federale Staatsstructuur en de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, voor de federale, Europese en regionale verkiezingen van 25 mei 2014 uitgeoefend door de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg die in functie waren voor 25 maart 2014 of de magistraat die zij daartoe voor die datum hebben aangewezen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-21/02, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 24-03-2014>

  HOOFDSTUK 15. - Inwerkingtreding

  Art. 163. De datum van inwerkingtreding van deze wet wordt bepaald door de Koning, in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en bij gebrek hieraan treedt deze wet in werking uiterlijk op 1 april 2014.

  Art. 164.De artikelen 154, [1 154/1,]1 155, 158 en 159 treden in werking de tiende dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. Ingeval er voor de functie geen weging, bedoeld in artikel 160 van het Gerechtelijk Wetboek, werd uitgevoerd, wordt het personeelslid dat wordt benoemd als hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement, benoemd in de klasse A3 met weddeschaal A32. [2 Artikel 158, derde lid, treedt buiten werking op 30 juni 2014.]2
  ----------
  (1)<W 2014-03-21/02, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 20-12-2013>
  (2)<W 2014-04-10/72, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 1 december 2013.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 09-04-2017 GEPUBL. OP 25-04-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 153)
  • originele versie
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 30-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 152; 156)
    (GEWIJZIGD ART. : 145)
  • originele versie
  • WET VAN 04-05-2016 GEPUBL. OP 13-05-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 158/1; 158/2; 159/1)
  • originele versie
  • ARREST GRONDWETTELIJK HOF VAN 15-10-2015 GEPUBL. OP 14-12-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 152)
  • originele versie
  • WET VAN 10-08-2015 GEPUBL. OP 19-08-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 145)
  • originele versie
  • WET VAN 10-04-2014 GEPUBL. OP 10-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 158; 164)
  • originele versie
  • WET VAN 08-05-2014 GEPUBL. OP 14-05-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 6; 8; 13; 22; 25; NL26; 32; 38/1; 48; 50; NL51; 61; 62; NL63; 65; 83; 88; 92; 95; 97; 98; 125; 130-134; NL139; 142/1; 143/2; 145; 147; 148/1; 155/1; 161)
  • originele versie
  • WET VAN 21-03-2014 GEPUBL. OP 24-03-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 143/1; 147; 149/1; 153; 154; 154/1; 158; 158/1; 158/2; 158/3; 159; 159/1; 162/1; 164)
  • originele versie
  • WET VAN 06-01-2014 GEPUBL. OP 31-01-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 109; 111; 112; 113; 114; 116; 118; 160)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers. 53-2858 - 2013/2014 : Nr. 1 : Wetsontwerp. Nr. 2 : Bijlagen. Nrs. 3 tot 6 : Amendementen. Nr. 7 : Verslag namens de commissie. Nr. 8 : Tekst aangenomen door de commissie. Nr. 9 : Amendementen ingediend in plenaire vergadering. Nr. 10 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Integraal verslag : 17 juli 2013 Stukken van de Senaat. 5-2212 - 2012/2013 : Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer. Nr. 2 : Amendementen. 5-2212 - 2013/2014 : Nr. 3 : Amendementen. Nr. 4 : Verslag namens de commissie. Nr. 5 : Tekst verbeterd door de commissie. Nr. 6 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd. Handelingen van de Senaat : 14 november 2013.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 14 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
    Franstalige versie