J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 23 uitvoeringbesluiten 17 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2012/08/03/2012003296/justel

Titel
3 AUGUSTUS 2012. - [Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen] <Opschrift vervangen door W 2014-04-19/62, art. 414, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
(NOTA 1 : art. 23 gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W 2013-07-11/19, art. 99; Inwerkingtreding : onbepaald (niet meer van toepassing, zie art. 23))
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-10-2012 en tekstbijwerking tot 06-05-2020) Zie wijziging(en)

Bron : FINANCIEN.ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE.JUSTITIE
Publicatie : 19-10-2012 nummer :   2012003296 bladzijde : 63652       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2012-08-03/47
Inwerkingtreding : 19-10-2012

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2005003063        2011003096        2002003392       

Inhoudstafel Tekst Begin
DEEL 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-3, 3/1
DEEL 2. - Instellingen voor collectieve belegging
BOEK 1. - Toepassingsgebied
Art. 4-5, 5/1
BOEK 2. - Instellingen voor collectieve belegging naar belgisch recht
TITEL 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht
Art. 6-9
TITEL 2. - Openbare instellingen voor collectieve belegging
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. [1 Instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG]1
Art. 10-17
Afdeling 2.
Art. 18-21
Afdeling 3.
Art. 22-29
HOOFDSTUK 2. - Bedrijfsvergunning
Afdeling 1. - Inschrijving
Art. 30-33
Afdeling 2. - Inschrijvingsvoorwaarden
Art. 34
Onderafdeling 1. - Aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds
Art. 35-37
Onderafdeling 2. - Vergunning als beleggingsvennootschap
Art. 38-45
Onderafdeling 3. - Goedkeuring van het beheerreglement en de statuten
Art. 46-49
Onderafdeling 4. - Aanvaarding van de keuze van de bewaarder
Art. 50-51, 51/1, 51/2, 52, 52/1, 53-55
Afdeling 3. - [1 Prospectus en essentiėle beleggersinformatie over het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging [2 ...]2, andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en bemiddeling bij openbare aanbieding van effecten van instellingen voor collectieve belegging]1
Onderafdeling 1. - [1 Prospectus en essentiėle beleggersinformatie over het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging [2 ...]2 van deelneming en andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming]1
Art. 56-70
Onderafdeling 2. - Bemiddeling
Art. 71
HOOFDSTUK 3. - Bedrijfsuitoefening
Afdeling 1. - Beleggingsbeleid
Art. 72-75
Afdeling 2. - Master-feederconstructies
Art. 76-80
Afdeling 3. - Verplichtingen en verbodsbepalingen
Art. 81-83, 83/1, 84, 84/1
Afdeling 4. - Uitgifte en openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging
Art. 85-87
Afdeling 5. - Periodieke informatie en boekhoudregels
Art. 88-91
HOOFDSTUK 4. - Verhandeling in een andere lidstaat van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging
Art. 92-95
HOOFDSTUK 5. - Toezicht op de instellingen voor collectieve belegging
Afdeling 1. - Toezicht door de FSMA
Art. 96, 96/1, 97-99
Afdeling 2. - Samenwerking tussen autoriteiten
Art. 100
Afdeling 3. - Revisoraal toezicht
Art. 101-108
HOOFDSTUK 6. - Afstand, herroeping en intrekking van de inschrijving en van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en bestuursrechtelijke sancties
Art. 109-115
TITEL 3.
HOOFDSTUK 1.
Art. 116
HOOFDSTUK 2.
Afdeling 1.
Art. 117-119
Afdeling 2.
Art. 120-122
Afdeling 3.
Art. 123-126
HOOFDSTUK 3.
Afdeling 1.
Art. 127-129
Afdeling 2.
Art. 130-131
HOOFDSTUK 4.
Art. 132
TITEL 4.
HOOFDSTUK 1.
Art. 133
HOOFDSTUK 2.
Afdeling 1.
Art. 134-136
Afdeling 2.
Art. 137-139
Afdeling 3.
Art. 140-142
HOOFDSTUK 3.
Afdeling 1.
Art. 143-144
Afdeling 2.
Art. 145-146
HOOFDSTUK 4.
Art. 147
BOEK 3. - Instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht
Art. 148-152
TITEL 1. - Instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG
Art. 153-159
TITEL 2.
Art. 160-161
HOOFDSTUK 1.
Art. 162-167
HOOFDSTUK 2.
Afdeling 1.
Art. 168-173
Afdeling 2.
Art. 174-177
HOOFDSTUK 3.
Afdeling 1.
Art. 178-183
Afdeling 2.
Art. 184-185
DEEL 3. - Beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging
BOEK I. - Toepassingsgebied
Art. 186-187
BOEK 2. - Beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar belgisch recht
TITEL 1. - Bedrijfsvergunning
HOOFDSTUK 1. - Vergunning
Art. 188-195
HOOFDSTUK 2. - Vergunningsvoorwaarden
Afdeling 1. - Rechtsvorm
Art. 196
Afdeling 2. - Minimumkapitaal
Art. 197
Afdeling 3. - Aandeelhouderskring
Art. 198
Afdeling 4. - Leiding
Art. 199-200
Afdeling 5. - Organisatie
Art. 201-203
Afdeling 6. - Hoofdbestuur
Art. 204
Afdeling 7. - Cliėntenbescherming
Art. 205
TITEL 2. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden
HOOFDSTUK 1. - Minimaal eigen vermogen
Art. 206
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in de kapitaalstructuur
Art. 207-209
HOOFDSTUK 3. - Leiding en leiders
Art. 210-213
HOOFDSTUK 3/1. - [1 Beloningsbeleid]1
Art. 213/1, 213/2, 213/3, 213/4
HOOFDSTUK 4. - Fusies van en overdrachten tussen beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging
Art. 214-215
HOOFDSTUK 5. - Verplichtingen en verbodsbepalingen
Art. 216-224, 224/1
HOOFDSTUK 6. - Vestiging van bijkantoren en vrij verrichten van diensten in het buitenland
Art. 225-226
Afdeling 1. - Vestiging van bijkantoren in het buitenland
Art. 227-230
Afdeling 2. - Vrij verrichten van diensten in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte
Art. 231-232
Afdeling 3. - Samenwerking tussen autoriteiten
Art. 233
HOOFDSTUK 7. - Reglementaire coėfficiėnten
Art. 234
HOOFDSTUK 8. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels
Art. 235
TITEL 3. - Toezicht op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging
HOOFDSTUK 1. - Toezicht door de FSMA
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 236, 236/1, 237-240
Afdeling 2. - [1 Groepstoezicht]1
Art. 241, 241/1
HOOFDSTUK 2. - Revisoraal toezicht
Art. 242-248
TITEL 4. - Herroeping van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en bestuursrechtelijke sancties
Art. 249-255, 255/1
BOEK 3. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in belgie van buitenlandse beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging
Art. 256
TITEL 1. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in Belgiė van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die onderworpen zijn aan Richtlijn 2009/65/EG
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied
Art. 257
HOOFDSTUK 2. - Bijkantoren in Belgiė van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die onderworpen zijn aan Richtlijn 2009/65/EG
Afdeling 1. - Bedrijfsvergunning
Art. 258-260
Afdeling 2. - Verplichtingen en verbodsbepalingen
Art. 261-262
Afdeling 3. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels
Art. 263
HOOFDSTUK 3. - Dienstverrichtingen in Belgiė van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die onderworpen zijn aan Richtlijn 2009/65/EG
Afdeling 1. - Bedrijfsvergunning
Art. 264-266
Afdeling 2. - Verplichtingen en verbodsbepalingen
Art. 267-268
HOOFDSTUK 4. - Toezicht
Art. 269-270
HOOFDSTUK 5. - Uitzonderingsmaatregelen en bestuursrechtelijke sancties
Art. 271
DEEL IIIbis. [1 - Instellingen voor belegging in schuldvorderingen]1
Boek I. [1 - Toepassingsgebied en algemene bepalingen]1
Art. 271/1, 271/2, 271/3, 271/4
Boek II. [1 - Privaatrechtelijk statuut]1
Art. 271/5, 271/6, 271/7, 271/8, 271/9, 271/10, 271/11, 271/12, 271/13
Boek III. [1 - Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening]1
Titel I. [1 - Inschrijving]1
Art. 271/14, 271/15
Titel II. [1 - Bedrijfsuitoefening]1
Art. 271/16, 271/17
TITRE III. [1 - Toezicht]1
Art. 271/18
Boek IV. [1 - Dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiėn en instellingen voor belegging in schuldvorderingen]1
Art. 271/19, 271/20, 271/21, 271/22, 271/23, 271/25, 271/26
TITEL 2.
HOOFDSTUK 1.
Art. 272
HOOFDSTUK 2.
Art. 273
Afdeling 1.
Art. 274
Afdeling 2.
Art. 275
Afdeling 3.
Art. 276-277
Afdeling 4.
Art. 278
HOOFDSTUK 3.
Art. 279-285, 285bis
DEEL 4. - Strafbepalingen
Art. 286-292
DEEL 5. - Wijzigingsbepalingen van de wet van 2 augustus 2002
Art. 293-294
DEEL 6. - Diverse bepalingen
Art. 295, 295/1, 296-298
DEEL 7. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. 299-307

Tekst Inhoudstafel Begin
DEEL 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze wet heeft inzonderheid de gedeeltelijke omzetting tot doel van (a) Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (herschikking), (b) Richtlijn 2010/78/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van de Richtlijnen 98/26/EG, 2002/87/EG, 2003/6/EG, 2003/41/EG, 2003/71/EG, 2004/39/EG, 2004/109/EG, 2005/60/EG, 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2009/65/EG wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft, (c) Richtlijn 2010/43/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft organisatorische eisen, belangenconflicten, bedrijfsvoering, risicobeheer en inhoud van de overeenkomst tussen een bewaarder en een beheermaatschappij, en (d) Richtlijn 2010/44/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van sommige bepalingen betreffende fusies van fondsen, master-feederconstructies en de kennisgevingsprocedure.

  Art. 3.Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, wordt verstaan onder :
  1° " instelling voor collectieve belegging " : een Belgische of buitenlandse instelling waarvan het [3 ...]3 doel de collectieve belegging van financiėle middelen is;
  2° " openbare instelling voor collectieve belegging " :
  a) een instelling voor collectieve belegging die haar financiėle middelen in Belgiė [9 ...]9 aantrekt via een openbaar aanbod van al dan niet verhandelbare rechten van deelneming;
  b) [3 ...]3
  3° " institutionele instelling voor collectieve belegging " : een instelling voor collectieve belegging die haar financiėle middelen in Belgiė of in het buitenland uitsluitend aantrekt bij [1 in aanmerking komende beleggers]1 die voor eigen rekening handelen, waarvan de effecten uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven, en die conform de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten is ingeschreven;
  4° [3 ...]3
  5° " instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming " : de instelling voor collectieve belegging waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de deelnemers, ten laste van haar activa rechtstreeks of onrechtstreeks worden ingekocht of terugbetaald tegen een prijs die wordt berekend op basis van de inventariswaarde. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt ieder handelen van de instelling gelijkgesteld om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming die zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt, sterk zou afwijken van de inventariswaarde;
  6° " instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming " : de instelling voor collectieve belegging waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van haar activa;
  [3 7° "instelling voor belegging in schuldvorderingen" : een instelling waarvan het uitsluitende doel de belegging is in schuldvorderingen die in het bezit zijn van derden en aan haar worden overgedragen bij een overdrachtsovereenkomst onder de voorwaarden en volgens de regels die door de Koning zijn vastgesteld;
   8° "instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG" : een instelling voor collectieve belegging die beleggingen verricht die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG;
   8° /1 "alternatieve instelling voor collectieve belegging" of "AICB" : een instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 2°, van de wet van 19 april 2014;
   9° "instelling voor collectieve belegging die niet voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG" : een instelling voor collectieve belegging die geen beleggingen verricht die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, inclusief de AICB's;]3
  10° " gemeenschappelijk beleggingsfonds " : de instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij overeenkomst, en die is samengesteld uit het onverdeeld vermogen dat een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beheert voor rekening van de deelnemers van wie de rechten zijn vertegenwoordigd door effecten;
  11° " beleggingsvennootschap " : de instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten, en die, conform de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, als naamloze vennootschap[3 of commanditaire vennootschap op aandelen]3 is opgericht;
  12° " beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging " : de vennootschap naar Belgisch of de onderneming naar buitenlands recht waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatige collectieve beheer van portefeuilles van [3 instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG]3;
  [3 12° /1 "beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU" : de beheervennootschap als bedoeld in artikel 3, 12°, van de wet van 19 april 2014;]3
  13° [11 "openbaar aanbod":
   i) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiėle tussenpersonen;
   ii) de toelating tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is;]11
  14° " bieder " : diegene die een openbaar aanbod verricht of diegene die, wat het openbaar aanbod betreft als bedoeld in [11 artikel 3, 13°, ii)]11, een aanvraag indient om toelating tot de verhandeling;
  15° " bemiddeling " : elke tussenkomst, zelfs als tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in welke hoedanigheid ook, ten aanzien van beleggers in de plaatsing van een in [11 artikel 3, 13°, i)]11, bedoeld openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging, voor rekening van de bieder of de instelling voor collectieve belegging, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de bieder of de instelling voor collectieve belegging;
  [6 15°/1 "financieel instrument" : een financieel instrument, zoals gedefinieerd in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002;]6
  16° " effecten van een instelling voor collectieve belegging " :
  a) de rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging, en
  b) de overige financiėle instrumenten die een instelling voor collectieve belegging in voorkomend geval gerechtigd is uit te geven, rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij heeft geopteerd conform artikel 7;
  17° " rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging " :
  a) de aandelen van een beleggingsvennootschap, en
  b) de effecten ter vertegenwoordiging van de onverdeelde rechten in een gemeenschappelijk beleggingsfonds;
  18° " deelnemers " : de houders van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging;
  19° [8 "multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF)": een MTF bedoeld in artikel 3, 10°, van de wet van 21 november 2017 ;]8
  20° [8 "gereglementeerde markt": elke Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt bedoeld in artikel 3, 7°, 8° of 9°, van de wet van 21 november 2017 ;]8
  [6 20°/1 "leidinggevend orgaan" : (a) het wettelijk bestuursorgaan, of (b), in voorkomend geval, het directiecomité, als er één is aangesteld, of (c), in het geval van een Europese vennootschap die volgens het dualistische stelsel wordt bestuurd, de directieraad. De in deze wet opgenomen voorschriften met betrekking tot het leidinggevend orgaan of het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie zijn eveneens of in plaats daarvan van toepassing op de leden van andere organen van de beheervennootschap, de beleggingsvennootschap of de depositaris die op grond van de wet respectievelijk bevoegd zijn;]6
  21° " collectief beheer van portefeuilles van instellingen voor collectieve belegging " :
  de uitoefening door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging, ongeacht of zij door de betrokken vennootschap worden verricht in de hoedanigheid van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door een instelling voor collectieve belegging, of op grond van een lastgevingsovereenkomst of een aannemingsovereenkomst afgesloten met een instelling voor collectieve belegging conform artikel 42;
  22° " beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging " :
  a) het beheer van de beleggingsportefeuille van de instelling voor collectieve belegging;
  b) de administratie van de instelling voor collectieve belegging, waaronder :
  i) de werkzaamheden van boekhoudkundig beheer van de instelling voor collectieve belegging, waaronder het opmaken en openbaar maken van de jaarrekening;
  ii) het op verzoek verstrekken van inlichtingen aan de deelnemers in de instelling voor collectieve belegging;
  iii) de waardering van de portefeuille en de bepaling van de waarde van de effecten van de instelling voor collectieve belegging (met inbegrip van de fiscale aspecten);
  iv) het toezicht op de naleving van de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen voor de instelling voor collectieve belegging;
  v) het bijhouden van het register van de houders van effecten op naam;
  vi) de bestemming van de inkomsten voor de verschillende categorieėn van effecten en types van rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging;
  vii) de uitgifte en de inkoop van rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging;
  viii) de afwikkeling van de contracten, met inbegrip van de verzending van de effecten van de instelling voor collectieve belegging;
  ix) de registratie van de verrichtingen en de bewaring van de desbetreffende stukken;
  c) de verhandeling van de effecten van de instelling voor collectieve belegging;
  23° " beleggingsdiensten " :
  a) individueel portefeuillebeheer : per cliėnt op discretionaire en individuele basis portefeuilles beheren op grond van een door de cliėnten gegeven opdracht, voorzover die portefeuilles een of meer financiėle instrumenten bevatten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002;
  b) beleggingsadvies : gepersonaliseerde aanbevelingen doen aan een cliėnt met betrekking tot een of meer transacties in een of meer financiėle instrumenten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002;
  24° " beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door een instelling voor collectieve belegging " : de beheervennootschap die het beheer waarneemt van een gemeenschappelijk beleggingsfonds conform artikel 11, § 1, of de beheervennootschap die is aangesteld door een beleggingsvennootschap conform artikel 44;
  25° " instelling voor collectieve belegging beheerd door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging " : tenzij anders bepaald, een instelling voor collectieve belegging waarvoor een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in artikel 3, 22° bedoelde beheertaken uitoefent, hetzij in de hoedanigheid van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door de instelling voor collectieve belegging, hetzij op grond van een met de instelling voor collectieve belegging afgesloten lastgevings- of aannemingsovereenkomst;
  26° " feeder " :
  a) een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, hetzij een compartiment van deze instelling voor collectieve belegging, die in afwijking van het beginsel van risicospreiding bedoeld in artikel 9 toegelaten is om ten minste 85 % van haar activa te beleggen in rechten van deelneming in een andere instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een compartiment daarvan (de master), ofwel
  b) [3 ...]3
  27° " master " :
  a) een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een compartiment daarvan, die :
  i) ten minste één feeder die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG onder haar deelnemers heeft,
  ii) zelf geen feeder is, en
  iii) geen rechten van deelneming in een feeder bezit, ofwel
  b) een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een compartiment daarvan, die :
  i) ten minste één feeder die niet voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG onder haar deelnemers heeft,
  ii) zelf geen feeder is, en
  iii) geen rechten van deelneming in een feeder bezit, ofwel
  c) [3 ...]3
  28° " essentiėle beleggersinformatie " of " document met essentiėle beleggersinformatie " : een kort document met de essentiėle informatie voor beleggers dat voor elke openbare instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming wordt opgesteld overeenkomstig Verordening 583/2010;
  29° " cliėnten van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging " : iedere natuurlijke of rechtspersoon, dan wel iedere andere entiteit, inclusief de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen bedoeld in artikel 2, 1° van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen waarvoor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging één van de in artikel 3, 22° bedoelde beheertaken uitoefent of één van de in artikel 3, 23° bedoelde diensten verricht;
  30° [11 "verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging": het openbaar aanbod in de zin van artikel 3, 13°, i);]11
  31° " eigen vermogen " : het eigen vermogen in de zin van de definitie vervat in het reglement genomen ter uitvoering van artikel 206;
  32° " gekwalificeerde deelneming " : het rechtstreeks of onrechtstreeks bezit van ten minste 10 % van het kapitaal van een vennootschap of van de stemrechten die zijn verbonden aan de door deze vennootschap uitgegeven effecten, dan wel elke andere mogelijkheid om een invloed van betekenis uit te oefenen op het beleid van de vennootschap waarin wordt deelgenomen; de stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten; er wordt geen rekening gehouden met stemrechten of aandelen die worden gehouden als gevolg van het vast overnemen van financiėle instrumenten en/of het plaatsen van financiėle instrumenten met plaatsingsgarantie, tenzij die rechten worden uitgeoefend of anderszins worden gebruikt om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de uitgevende instelling, en mits ze binnen één jaar na hun verwerving worden overgedragen;
  33° " nauwe banden " :
  a) een situatie waarin een deelnemingsverhouding bestaat, of b) een situatie waarin de ondernemingen, verbonden ondernemingen zijn, of c) een band van dezelfde aard als bedoeld in bovenstaande litterae a) en b) tussen een natuurlijk en een rechtspersoon;
  34° " controle, deelneming, deelnemingsverhouding, moederonderneming, dochteronderneming en verbonden onderneming " : deze begrippen in de zin van de definitie die ervan is gegeven in de uitvoeringsbesluiten van artikel 235;
  35° " bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging " : een bedrijfszetel die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en die rechtstreeks alle of een deel van de werkzaamheden uitoefent die zijn toegelaten op grond van de vergunning van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging; verschillende bedrijfszetels in eenzelfde Staat van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging met maatschappelijke zetel in een andere Staat, worden beschouwd als één enkel bijkantoor;
  36° " lidstaat van ontvangst van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging " : de lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van Belgiė, op het grondgebied waarvan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht haar werkzaamheden uitoefent via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten;
  37° " kredietinstelling " : elke instelling [2 als bedoeld in Boek II en in de Titels I en II van Boek III van de wet van 25 april 2014;]2
  38° " financiėle instelling " : elke onderneming [2 als bedoeld in artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014;]2
  39° " beleggingsonderneming " : elke onderneming als bedoeld [5 in titel II van de wet van 25 oktober 2016]5;
  40° " open raadpleging " : de procedure die is vastgelegd in artikel 2, 18°, van de wet van 2 augustus 2002;
  41° " ESMA " : de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority) zoals opgericht bij de Europese Verordening nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010;
  42° " FSMA " : de Autoriteit voor Financiėle Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002;
  43° " de Bank " : de Nationale Bank van Belgiė bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė;
  44° [9 "wet van 7 december 2016": de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;]9
  45° [4 "wet van 13 maart 2016": de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;]4
  46° " wet van 4 december 1990 " : de wet van 4 december 1990 op de financiėle transacties en de financiėle markten;
  47° [2 "wet van 25 april 2014" : [5 de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]5;]2
  48° [5 wet van 25 oktober 2016 : de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;]5
  49° " wet van 22 februari 1998 " : de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė;
  [6 49°/1 "Richtlijn 98/26/EG" : Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen;]6
  50° " wet van 2 augustus 2002 " : de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten;
  51° " wet van 20 juli 2004 " : de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;
  52° [7 ...]7;
  53° [12 "wet van 11 juli 2018" : de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;]12
  54° " wet van 2 mei 2007 " : de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen;
  55° [4 ...]4
  [3 55°/1 "wet van 19 april 2014" : de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;]3
  [8 55° /2 "de wet van 21 november 2017 ": de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiėle instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU;]8
  56° " Richtlijn 2004/39/EG " : de Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiėle instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;
  57° " Richtlijn 2006/43/EG " : de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad;
  [6 57°/1 "Richtlijn 2006/73/EG" : de Richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn;]6
  58° " Richtlijn 2009/65/EG " : de Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (herschikking) als gewijzigd door Richtlijn 2010/78/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van de Richtlijnen 98/26/EG, 2002/87/EG, 2003/6/EG, 2003/41/EG, 2003/71/EG, 2004/39/EG, 2004/109/EG, 2005/60/EG, 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2009/65/EG wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft;
  59° " Verordening 583/2010 " : de Verordening (EU) nr. 583/2010 van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiėle beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiźle beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt;
  60° " Verordening 584/2010 " : de Verordening (EU) nr. 584/2010 van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vorm en inhoud van de gestandaardiseerde kennisgeving en icbe-verklaring, het gebruik van elektronische communicatie tussen bevoegde autoriteiten voor kennisgevingsdoeleinden, alsook procedures voor onderzoeken en verificaties ter plaatse en de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten;
  61° " Richtlijn 2010/44/EU " : de Richtlijn 2010/44/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van sommige bepalingen betreffende fusies van fondsen, master-feederconstructies en de kennisgevingsprocedure.
  [6 61°/1 "Richtlijn 2013/34/EU" : de Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiėle overzichten, geconsolideerde financiėle overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad;]6
  [2 62° "onafhankelijke controlefunctie" : de interneauditfunctie, de compliancefunctie of de risicobeheerfunctie, als respectievelijk bedoeld in §§ 4, 5 en 6 van artikel 41, en in §§ 4, 5 en 6 van artikel 201;]2
  [9 63° "Verordening 2015/2365": de Verordening 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparentie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;]9
  [13 "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;]13
  [13 65° "Verordening 2017/1131": de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen;]13
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 54, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. . Overgangsbepalingen : art. 63>
  (2)<W 2014-04-25/09, art. 143, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>
  (3)<W 2014-04-19/62, art. 415, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (4)<W 2016-03-13/07, art. 717, 006; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>
  (5)<W 2016-10-25/04, art. 148, 007; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (6)<W 2016-12-25/11, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (7)<W 2016-12-25/11, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (8)<W 2017-11-21/08, art. 142, 010; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (9)<W 2018-07-11/06, art. 52,a,f,h, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>
  (10)<W 2018-07-11/06, art. 52,j, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2018>
  (11)<W 2018-07-11/06, art. 52,b-52,e, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>
  (12)<W 2018-07-11/06, art. 52,g, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>
  (13)<W 2018-07-11/06, art. 52,i en j, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>

  Art. 3/1.[1 § 1. De verwijzingen naar deze wet, naar Richtlijn 2009/65/EG of naar één van de bepalingen van deze wet of die Richtlijn houden eveneens een verwijzing in naar de overeenstemmende bepalingen van de verordeningen en de technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen krachtens de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG.
   § 2. Deze wet mag ook worden geciteerd onder het verkorte opschrift "ICBE-wet".]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 25, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  DEEL 2. - Instellingen voor collectieve belegging

  BOEK 1. - Toepassingsgebied

  Art. 4.§ 1. De bepalingen van dit deel gelden voor :
  [1 1° de Belgische instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG;
   2° de buitenlandse instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en die hun rechten van deelneming openbaar aanbieden in Belgiė.]1
  § 2. [1 ...]1
  § 3. [1 ...]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 416, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 5.§ 1. Voor de toepassing van [4 artikel 3, 13°, i)]4, hebben de volgende aanbiedingen van [2 rechten van deelneming]2 van instellingen voor collectieve belegging geen openbaar karakter :
  1° de aanbiedingen van [2 rechten van deelneming]2 die uitsluitend gericht zijn aan [3 professionele beleggers]3;
  2° de aanbiedingen van effecten die gericht zijn aan minder dan [1 150]1 natuurlijke of rechtspersonen die geen [3 professionele beleggers]3 zijn;
  3° [2 ...]2
  4° de aanbiedingen van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die een totale tegenwaarde van ten minste 250 000 euro per belegger en per categorie [2 rechten van deelneming]2 vereisen;
  5° [2 ...]2;
  6° de aanbiedingen van [2 rechten van deelneming]2 met een totale tegenwaarde [1 in de Europese Economische Ruimte]1 van minder dan 100 000 euro die wordt berekend over een periode van 12 maanden.
  Bij doorverkoop van [2 rechten van deelneming]2 die voorheen het voorwerp waren van één of meer van de in het eerste lid bedoelde aanbiedingen, moet deze verrichting worden getoetst aan de in [4 artikel 3, 13°, i)]4, vermelde definitie en aan de in het eerste lid van deze paragraaf vastgestelde criteria om uit te maken of deze doorverkoop een openbaar aanbod is.
  § 2. Voor de toepassing van [4 artikel 3, 13°, ii)]4, kan de Koning het begrip " publiek " definiėren.
  § 3. [4 Voor de toepassing van deze wet worden onder "professionele beleggers" verstaan: de gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129.]4
   [1 De beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen delen hun classificatie van de [4 professionele beleggers]4 mee aan de instellingen voor collectieve belegging die daarom verzoeken, onverminderd de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.]1
  [1 § 3/1. Voor de toepassing van deze wet dient onder " in aanmerking komende beleggers " de beleggers te worden verstaan als bedoeld in het tweede lid en de beleggers als aangeduid door de Koning krachtens het derde lid, 1°, met uitsluiting van de in het derde lid, 2° bedoelde beleggers.
   [3 Professionele beleggers]3 worden beschouwd als in aanmerking komende beleggers.
   De Koning kan evenwel, bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA,
   1° het begrip " in aanmerking komende belegger " uitbreiden, daarbij in voorkomend geval een onderscheid makend naargelang het type of de categorie van alternatieve instelling voor collectieve belegging, tot alle of bepaalde rechtspersonen die niet worden beschouwd als [3 professionele belegger]3 en die om een inschrijving in het register van de in aanmerking komende beleggers hebben verzocht;
   2° het begrip " in aanmerking komende belegger " beperken door in voorkomend geval een onderscheid te maken naargelang het type of de categorie van alternatieve instelling voor collectieve belegging.
   De FSMA houdt het register bij van de in het derde lid, 1°, bedoelde in aanmerking komende beleggers. De Koning bepaalt de procedure voor de inschrijving in dat register en de modaliteiten voor de toegang van derden tot dat register.]1
  § 4. [2 ...]2
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 55, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 417, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2014-04-19/62, art. 489, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (4)<W 2018-07-11/06, art. 53, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>

  Art. 5/1.[1 Het is eenieder verboden om aan het publiek in Belgiė rechten van deelneming te commercialiseren in instellingen voor collectieve belegging die niet, zoals vereist door de wet, zijn ingeschreven om dergelijke rechten van deelneming aan het publiek in Belgiė te mogen aanbieden.
   Voor de toepassing van dit artikel verwijst "commercialisering aan het publiek" naar de commercialisering als gedefinieerd in artikel 30bis, tweede lid, van de wet van 2 augustus 2002, in zoverre zij niet onder de toepassing van artikel 5 valt.
   Dit artikel is niet van toepassing op de commercialisering van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een MTF, in de zin van respectievelijk artikel 2, eerste lid, 3°, 4° en 6°, van de wet van 2 augustus 2002.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 26, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  BOEK 2. - Instellingen voor collectieve belegging naar belgisch recht

  TITEL 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht

  Art. 6.[1 De instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG behoren tot één van de volgende twee categorieėn :
   1° de gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een veranderlijk aantal rechten van deelneming; of
   2° de beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 418, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 7.[1 ...]1
  [1 Bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA definieert de Koning de categorieėn van toegelaten beleggingen voor de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG.]1
  [1 De instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG moeten, bij de belegging van de financiėle middelen die zij aantrekken, opteren voor één van de categorieėn van toegelaten beleggingen. Die belegging dient te gebeuren conform de aldus vastgestelde regels.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 419, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 8.§ 1. De netto-opbrengsten van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of van de beleggingsvennootschap worden vastgesteld en uitgekeerd of gekapitaliseerd conform het beheerreglement of de statuten.
  § 2. Alle deelnemers hebben gelijke rechten;
  [2 ...]2
  § 3. [1 ...]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 420, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 27, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 9. Elke instelling voor collectieve belegging wordt bestuurd of beheerd volgens het beginsel van de risicospreiding, in het uitsluitende belang van de houders van effecten die zijn uitgegeven door de instelling voor collectieve belegging en op zodanige wijze dat een autonoom beheer van de instelling is verzekerd.

  TITEL 2. - Openbare instellingen voor collectieve belegging

  HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Afdeling 1. [1 Instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 421, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 10.[1 De instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG hebben als uitsluitend doel de collectieve belegging in de beleggingen die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten.]1
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 422, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 11.§ 1. De rechten van de deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn vertegenwoordigd door (a) op naam gestelde rechten van deelneming, (b) gedematerialiseerde rechten van deelneming of, (c) voor zover de toepasselijke wettelijke bepalingen dit toestaan, aan toonder gestelde rechten van deelneming.
  De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet de bepalingen naleven van dit deel en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen met betrekking tot een gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  § 2. Een gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt als Belgisch beschouwd als het is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 33.
  § 3. Elk gemeenschappelijk beleggingsfonds [1 dat voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG]1 heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden " openbaar gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming " of " openbaar open fonds naar Belgisch recht ", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. [1 Indien uit deze naam niet blijkt dat het om een instelling voor collectieve belegging gaat die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, moet de aanduiding van de categorie van toegelaten beleggingen altijd onmiddellijk op die naam volgen.]1
  § 4. De deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn tot de schulden van het fonds slechts gehouden ten belope van het netto-actief van het fonds en pro rata van hun deelneming.
  De schuldeisers van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of van de deelnemers hebben geen verhaal op de activa van het fonds, die slechts tot waarborg strekken voor schulden, verbintenissen en verplichtingen die in overeenstemming met de doelomschrijving in het beheerreglement ten laste kunnen worden gebracht van de activa van het fonds.
  De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging vertegenwoordigt het gemeenschappelijk beleggingsfonds en zijn deelnemers jegens derden en kan, in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald in het beheerreglement, de deelnemers in rechte vertegenwoordigen zonder de identiteit van de deelnemers kenbaar te maken.
  § 5. Elke inbreng gebeurt in geld. Deze bepaling is niet van toepassing in geval van inbreng van de activa van een instelling voor collectieve belegging die is ingeschreven op de in artikel 33 bedoelde lijst, of in geval van inbreng van de korf van de samenstellende effecten van een index, wanneer in het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds bepaald is dat zijn beleggingsbeleid gericht is op het volgen van een bepaalde effectenindex.
  § 6. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn de bepalingen van boek IV, titel IX, of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen, voor zover van toepassing op beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal en met uitzondering van artikel 195bis van het Wetboek van Vennootschappen, van overeenkomstige toepassing.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 423, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 12.§ 1. Het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds [1 ...]1, kan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging machtigen om verschillende categorieėn van rechten van deelneming te creėren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreėerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van rechten van deelneming die het betrokken deel van het vermogen vertegenwoordigen.
  De compartimenten moeten niet individueel in het beheerreglement vermeld worden. Als de compartimenten individueel in het beheerreglement worden vermeld, wordt dat beheerreglement gewijzigd door de beslissing van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging om een nieuwe categorie van rechten van deelneming te creėren, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen.
  § 2. In het beheerreglement wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan het hele gemeenschappelijk beleggingsfonds en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de raad van bestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  § 3. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van compartimenten van een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn de bepalingen van boek IV, titel IX, of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen, voor zover van toepassing op beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal en met uitzondering van artikel 195bis van het Wetboek van Vennootschappen, van overeenkomstige toepassing.
  Elk compartiment van een gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening tot de vereffening van een ander compartiment leidt. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van het gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  § 4. In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 en artikel 11, § 4, eerste en tweede lid, zijn de rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, beperkt tot de activa van dit compartiment.
  Als in het vermogen verschillende compartimenten zijn ingericht, wordt, ten aanzien van de tegenpartij, elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze aan één of meer compartimenten toegerekend. De bestuurders van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zijn, hetzij jegens de deelnemers in het fonds, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid.
  In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 en artikel 11, § 4, eerste en tweede lid, strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en voor de rechten van de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 424, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 13. Het beheerreglement bevat de bepalingen waarin het doel van het gemeenschappelijk beleggingsfonds is vastgesteld, de bijzondere beheer- of bestuursregels die hierop van toepassing zijn en de respectieve rechten en plichten van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de bewaarder en de deelnemers.
  Het beheerreglement mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers.
  Het beheerreglement bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging bevoegd is om de stemrechten uit te oefenen die verbonden zijn aan de financiėle instrumenten in het gemeenschappelijk beleggingsfonds.

  Art. 14. § 1. Ieder jaar moet ten minste één algemene vergadering van de deelnemers van een gemeenschappelijk beleggingsfonds worden gehouden op de plaats, de dag en het uur als vastgelegd in het beheerreglement. De algemene vergadering krijgt kennis van het jaarverslag en het verslag van de commissarissen over de jaarrekening en behandelt de jaarrekening van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. De algemene vergadering beslist over de goedkeuring van de jaarrekening, inclusief over de bestemming van het resultaat van het gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  § 2. De raad van bestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de commissaris van het gemeenschappelijk beleggingsfonds kunnen een algemene vergadering van de deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds bijeenroepen, in voorkomend geval per compartiment.
  Zij moeten die algemene vergadering bijeenroepen, in voorkomend geval per compartiment
  1° op verzoek van de deelnemers die één vijfde van het bedrag van de in omloop zijnde rechten van deelneming in het gemeenschappelijk beleggingsfonds vertegenwoordigen en die het bezit ervan sinds drie maanden kunnen bewijzen, om te beslissen over de vervanging van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;
  2° voor elke beslissing tot wijziging van het beheerreglement, tot wijziging van de categorie van toegelaten beleggingen of tot ontbinding, vereffening, fusie, splitsing, met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichting of tot inbreng of overdracht van een algemeenheid of een bedrijfstak;
  3° telkens als het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds in een bijeenroeping van de algemene vergadering van deelnemers voorziet;
  4° teneinde een bedrijfsrevisor aan te stellen om de functie van commissaris van het gemeenschappelijk beleggingsfonds waar te nemen conform artikel 101.
  § 3. Het beheerreglement regelt de wijze van bijeenroeping, beraadslaging en besluitvorming van de algemene vergadering van deelnemers, met inachtneming van de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen voor zover deze door of krachtens deze wet van overeenkomstige toepassing zijn op gemeenschappelijke beleggingsfondsen of hun compartimenten, alsook de wijze van terbeschikkingstelling van het jaarverslag, van het verslag van de commissarissen en van de jaarrekening aan de deelnemers van het gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  Als het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds, conform artikel 8, § 2, 3°, voorziet in de creatie van verschillende klassen van rechten van deelneming, is artikel 560 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing.

  Art. 15. Een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal, " bevek " genoemd, wordt opgericht als naamloze vennootschap.
  Haar kapitaal verandert, zonder wijziging van de statuten, naargelang zij nieuwe rechten van deelneming uitgeeft of haar eigen rechten van deelneming inkoopt.
  Een bevek mag geen andere werkzaamheden verrichten dan die omschreven in artikel 3, 1° en 2°, a), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel.

  Art. 16.§ 1. De bevek is onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen voorzover daarvan niet wordt afgeweken door of krachtens deze titel of het Wetboek van Vennootschappen.
  § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen bevat de naam van de bevek en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden " openbare beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht " of " openbare bevek naar Belgisch recht " ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. [1 Indien uit deze naam niet blijkt dat het om een instelling voor collectieve belegging gaat die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, moet de aanduiding van de categorie van toegelaten beleggingen altijd onmiddellijk op die naam volgen.]1.
  § 3. Het maatschappelijk kapitaal is steeds gelijk aan de waarde van het netto-actief. Het mag niet minder bedragen dan 1 200 000 euro.
  § 4. Elke inbreng gebeurt in geld. Deze bepaling is niet van toepassing in geval van inbreng van de activa van een op de in artikel 33 bedoelde lijst ingeschreven instelling voor collectieve belegging of in geval van inbreng van de korf van de samenstellende effecten van een index, wanneer in de statuten van de instelling voor collectieve belegging bepaald is dat haar beleggingsbeleid gericht is op het volgen van een bepaalde effectenindex.
  § 5. De rechten van deelneming moeten vanaf de inschrijving zijn volgestort; zij vermelden geen nominale waarde.
  Er kunnen geen rechten van deelneming worden uitgegeven die het kapitaal niet vertegenwoordigen.
  § 6. De artikelen 78, 79, eerste lid, 96, 4°, 5° en 6°, 141, [1 184, § 2, eerste, tweede, derde lid en zesde lid, laatste zin, en § 4]1, 189bis, 190, § 1, derde en vierde lid, 195bis, eerste lid, 3° [1 en 4° bis]1, 196, eerste lid, 5°, 439 tot 442, 445 tot 448, 453, eerste lid, 1°, 458, 460, eerste lid, [1 463, vierde lid]1, 465, derde lid [1 ...]1, 476, 477, 479, 483, 484, 505, 506, 508, 509, [1 , 515bis]1 533, § 2, 533bis, 533ter, 536, § 2, 542, 546, tweede lid, 547bis, 557, 558, tweede en derde lid, 560, 581, 582 tot 590, 592 tot 600, 603 tot 607, 612 tot 617, 618, zesde en zevende lid, 619 tot 628, 633, 634, 699, § 1, 1°, 712, § 1, 1°, 722, § 1, 1°, 736, § 1, 1°, 751, § 1, 1° en 781, § 1, 1°, van het Wetboek van Vennootschappen zijn niet van toepassing, onverminderd de overige afwijkingen op het Wetboek van Vennootschappen bepaald door of krachtens deze titel of het Wetboek van Vennootschappen.
  De algemene vergadering kan enkel op geldige wijze beraadslagen en beslissen over de wijzigingen in de statuten als de doelstelling van de voorgestelde wijzigingen specifiek in de oproeping wordt vermeld.
  Onverminderd artikel 10, eerste lid, is artikel 559 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing.
  In afwijking van het eerste lid is artikel 560 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing in het in artikel 8, § 2, 2°, bedoelde geval.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 425, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 17.§ 1. De statuten van de bevek [1 ...]1 kunnen de raad van bestuur machtigen om verschillende categorieėn van rechten van deelneming te creėren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreėerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van rechten van deelneming die het betrokken gedeelte van het vermogen vertegenwoordigen.
  De compartimenten moeten niet individueel in de statuten vermeld worden. Als de compartimenten individueel in de statuten worden vermeld, worden die gewijzigd door de beslissing van de raad van bestuur om een nieuwe categorie van rechten van deelneming te creėren, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen.
  § 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele vennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen.
  § 3. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van compartimenten van een bevek zijn de bepalingen van boek IV, titel IX, of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen, voor zover van toepassing op beveks en met uitzondering van artikel 195bis van het Wetboek van Vennootschappen, van overeenkomstige toepassing.
  Elk compartiment van een bevek wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de bevek.
  § 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment.
  Als er verschillende compartimenten in het vermogen zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. De bestuurders zijn, hetzij jegens de beleggingsvennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid.
  In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment.
  De regels inzake gerechtelijke reorganisatie en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijke gerechtelijke reorganisatie of faillissement van rechtswege de gerechtelijke reorganisatie of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 426, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 18.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 19.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 20.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 21.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 3.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 22.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 23.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 24.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 25.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 26.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 27.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 28.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 29.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 427, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 2. - Bedrijfsvergunning

  Afdeling 1. - Inschrijving

  Art. 30. Iedere instelling voor collectieve belegging die aan de bepalingen van deze titel is onderworpen, moet zich, alvorens haar werkzaamheden in Belgiė aan te vatten, laten inschrijven bij de FSMA. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, tevens voor de compartimenten van de instelling voor collectieve belegging.

  Art. 31. Bij de inschrijvingsaanvraag wordt een dossier gevoegd dat de door de FSMA gevraagde gegevens bevat, dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden opgelegd door deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  De FSMA kan aanvullende gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van de inschrijvingsaanvraag.
  De instelling voor collectieve belegging deelt de FSMA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het inschrijvingsdossier permanent bijgewerkt zou zijn.

  Art. 32.De FSMA schrijft de instellingen voor collectieve belegging in, alsook, in voorkomend geval, de compartimenten die voldoen aan de voorwaarden in deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en die effectief openbaar worden aangeboden. Zij spreekt zich uit over de inschrijvingsaanvraag binnen drie maanden na de indiening van een volledig dossier voor de beleggingsvennootschappen die geen gebruik maken van de mogelijkheid voorzien in artikel 44 en binnen twee maanden na de indiening van een volledig dossier voor de instellingen voor collectieve belegging die wel gebruik maken van deze mogelijkheid.
  De inschrijving van de instellingen voor collectieve belegging [1 ...]1 of van de compartimenten van dergelijke instellingen blijft behouden niettegenstaande elke beslissing van de instelling voor collectieve belegging conform deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen om haar rechten van deelneming of de rechten van deelneming in haar compartimenten niet langer openbaar aan te bieden.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 428, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 33. De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de krachtens deze titel ingeschreven instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en compartimenten. Die lijst wordt elk jaar bekendgemaakt op haar website. De wijzigingen die tussen twee jaarlijkse publicaties in worden aangebracht in de lijst, worden geregeld bekendgemaakt op de website van de FSMA.
  Deze lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken.

  Afdeling 2. - Inschrijvingsvoorwaarden

  Art. 34. Een instelling voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, haar compartimenten worden pas ingeschreven op de lijst van de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en kunnen hun werkzaamheden pas aanvatten indien voldaan is aan de volgende voorwaarden :
  1° de FSMA heeft de keuze aanvaard van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of heeft een vergunning verleend aan de beleggingsvennootschap;
  2° de FSMA heeft het beheerreglement of de statuten van de instelling voor collectieve belegging goedgekeurd;
  3° de FSMA heeft, in voorkomend geval, de keuze aanvaard van de bewaarder van de instelling voor collectieve belegging.

  Onderafdeling 1. - Aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds

  Art. 35.§ 1. [1 ...]1
  [1 De functie van beheervennootschap mag worden uitgeoefend door :]1
  a) de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging waarvan de statutaire zetel en het hoofdbestuur in Belgiė zijn gevestigd, op voorwaarde dat zij conform deel III van deze wet erkend zijn voor de uitoefening van alle beheertaken als bedoeld in artikel 3, 22° ;
  b) op de door deze wet bepaalde voorwaarden, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
  De conform het eerste [1 ...]1 lid aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dient de bepalingen na te leven van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen die van toepassing zijn op het gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  § 2. Uit het programma van werkzaamheden van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 189 moet blijken dat haar beleidsstructuur, alsook haar administratieve, boekhoudkundige, financiėle en technische organisatie en haar interne controle, passend zijn voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor het gemeenschappelijk beleggingsfonds heeft geopteerd.
  § 3. De functies van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en van bewaarder mogen niet door dezelfde vennootschap worden uitgeoefend.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 429, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 36. De vervanging van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds moet vooraf ter aanvaarding worden voorgelegd aan de FSMA.
  De FSMA neemt een beslissing binnen twee maanden na indiening van een volledig dossier.

  Art. 37. De Koning kan de voorwaarden vaststellen voor de aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds, naargelang van de categorieėn van toegelaten beleggingen voor de gemeenschappelijke beleggingsfondsen.

  Onderafdeling 2. - Vergunning als beleggingsvennootschap

  Art. 38. De beleggingsvennootschap moet het bewijs voorleggen dat is voldaan aan de bepalingen van deze titel.
  Onverminderd de toepassing van artikelen 42 en 44, § 3, moeten haar statutaire zetel en hoofdbestuur in Belgiė gevestigd zijn.

  Art. 39.[1 § 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de beleggingsvennootschap, de personen belast met de effectieve leiding, en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties, zijn uitsluitend natuurlijke personen.
   De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken, overeenkomstig artikel 9 en rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap heeft geopteerd.
  [2 De FSMA kan, bij reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64, van de wet van 2 augustus 2002, de minimale voorwaarden verduidelijken waaraan moet worden voldaan met betrekking tot het vereiste inzake de passende deskundigheid, inclusief de modaliteiten van de beoordelingsprocedure van dat vereiste.]2
   § 2. De effectieve leiding van de beleggingsvennootschap moet aan ten minste twee natuurlijke personen worden toevertrouwd.
   § 3. De beleggingsvennootschappen brengen de FSMA voorafgaandelijk op de hoogte van het voorstel tot benoeming van de leden van het wettelijk bestuursorgaan, van de personen belast met de effectieve leiding, en van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.
   In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste informatieverstrekking delen de beleggingsvennootschappen aan de FSMA alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken overeenkomstig paragraaf 1, tweede lid.
   Het eerste lid is eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of hun ontslag.
   De benoeming van de in paragraaf 1 bedoelde personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de FSMA.
   Wanneer het de benoeming betreft van een persoon die voor het eerst voor een in § 1 bedoelde functie wordt voorgedragen bij een financiėle onderneming die conform artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002 onder het toezicht staat van de FSMA, raadpleegt de FSMA eerst de Bank.
   De Bank deelt haar advies mee aan de FSMA binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies.
   De beleggingsvennootschappen informeren de FSMA over de eventuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding, en over de belangrijke wijzigingen in deze taakverdeling.
   Belangrijke wijzigingen in de taakverdeling als bedoeld in het vorige lid, geven aanleiding tot de toepassing van de leden 1 tot 4.]1
  [2 Onverminderd artikel 31, derde lid, brengen de beleggingsvennootschappen en de in het eerste lid bedoelde personen de FSMA onverwijld op de hoogte van elk feit of element dat een wijziging in de bij de benoeming verstrekte informatie inhoudt, en dat een invloed kan hebben op de voor de uitoefening van de betrokken functie vereiste professionele betrouwbaarheid of passende deskundigheid.
   Overeenkomstig de artikelen 39, § 1, tweede lid en 96, kan de FSMA, wanneer zij in het kader van de uitvoering van haar toezichtsopdracht op de hoogte is van een dergelijk feit of element, dat al dan niet met toepassing van het eerste lid is verkregen, de naleving van de in artikel 39, § 1, tweede lid bedoelde vereisten herbeoordelen.]2
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 144, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>
  (2)<W 2017-12-05/04, art. 15, 011; Inwerkingtreding : 28-12-2017>

  Art. 40.[1 De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de beleggingsvennootschap, de personen belast met de effectieve leiding, en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties mogen zich niet in één van de in artikel 20 van de wet van 25 april 2014 bepaalde gevallen bevinden.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 145, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>

  Art. 41.§ 1. Voor de uitoefening van de in artikel 3, 22° bedoelde beheertaken moet de beleggingsvennootschap beschikken over een eigen en voor haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden passende beleidsstructuur.
  Onder passende beleidsstructuur dient inzonderheid een coherente en transparante organisatiestructuur te worden verstaan, met inbegrip van een passende functiescheiding en een duidelijk omschreven, transparant en samenhangend geheel van verantwoordelijkheidstoewijzingen.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " passende beleidsstructuur " moet worden verstaan.
  § 2. De beleggingsvennootschap moet ook beschikken over de in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen voor een eigen en voor haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden passende administratieve, boekhoudkundige, financiėle en technische organisatie.
  Zij moet met name beschikken over controle- en beveiligingsmechanismen op informaticagebied die op haar werkzaamheden zijn toegesneden.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " eigen en passende administratieve, boekhoudkundige, financiėle en technische organisatie " moet worden verstaan.
  § 3. De beleggingsvennootschap dient een passende interne controle te organiseren, waarvan de werking minstens jaarlijks dient te worden beoordeeld.
  De interne controleprocedures omvatten met name een regeling :
  a) voor het bezit of het beheer van de beleggingen in financiėle instrumenten met het oog op de investering van haar beginkapitaal;
  b) die minimaal waarborgt dat elke transactie van de beleggingsvennootschap of, in voorkomend geval, van haar compartimenten, kan worden gereconstrueerd wat de oorsprong en de aard van de transactie, de betrokken partijen alsook het tijdstip en de plaats waar zij heeft plaatsgevonden, betreft;
  c) die waarborgt dat de activa van de beleggingsvennootschap overeenkomstig de statuten van de beleggingsvennootschap en de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen worden belegd.
  Wat haar administratieve en boekhoudkundige organisatie betreft, dient de beleggingsvennootschap een internecontrolesysteem te organiseren dat een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het financiėle verslaggevingproces, zodat inzonderheid de jaarrekening en de halfjaarlijkse rekening, alsook het jaarverslag en halfjaarlijks verslag in overeenstemming zijn met de geldende boekhoudreglementering.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " passende interne controle " moet worden verstaan.
  § 4. De beleggingsvennootschap neemt de nodige maatregelen om blijvend over een passende onafhankelijke interneauditfunctie te kunnen beschikken.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " passende onafhankelijke interneauditfunctie " moet worden verstaan.
  De FSMA kan afwijkingen toestaan van de bepalingen van het eerste lid indien de betrokken beleggingsvennootschap aantoont dat deze vereiste niet evenredig en gepast is gezien de aard, de omvang en de complexiteit van haar bedrijf. De FSMA kan specifieke voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze afwijkingen.
  § 5. De beleggingsvennootschap neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliance-functie, om de naleving door de beleggingsvennootschap, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van de rechtsregels in verband met de integriteit van het bedrijf van beleggingsvennootschap.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " passende onafhankelijke compliancefunctie " moet worden verstaan. Hij kan de gevallen bepalen waarin de FSMA afwijkingen kan toestaan van de krachtens deze paragraaf genomen bepalingen.
  [2 De personen die met de compliancefunctie zijn belast, brengen minstens eenmaal per jaar verslag uit aan het wettelijk bestuursorgaan.]2
  § 6. De beleggingsvennootschap moet over een passende risicobeheerfunctie en een passend risicobeheerbeleid beschikken.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " passende risicobeheerfunctie en passend risicobeheerbeleid " moet worden verstaan. Hij kan de gevallen bepalen waarin de FSMA afwijkingen kan toestaan van de krachtens deze paragraaf genomen bepalingen.
  De beleggingsvennootschap moet een risicobeheermethode toepassen die specifiek is afgestemd op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij heeft geopteerd en waarmee zij te allen tijde het risico van de posities kan controleren en meten en kan nagaan wat het aandeel daarvan is in het totale risicoprofiel van de portefeuille of, in voorkomend geval, in het totale risicoprofiel van haar verschillende compartimenten.
  [1 In het bijzonder vertrouwt de beleggingsvennootschap niet uitsluitend of mechanisch op ratings, uitgegeven door ratingbureaus als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van de activa van de instelling voor collectieve belegging.]1
  De beleggingsvennootschap moet een methode hanteren die een accurate en onafhankelijke evaluatie moet toelaten van de waarde van de OTC-derivaten (afgeleide buiten-beursinstrumenten) in haar portefeuille of, in voorkomend geval, in de portefeuille van haar verschillende compartimenten.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de procedures voor de evaluatie van de OTC-derivaten.
  De beleggingsvennootschap moet de FSMA, jaarlijks en telkens als zij hierom verzoekt, een verslag bezorgen dat een getrouw beeld geeft van de soorten aangewende derivaten, de onderliggende risico's, de kwantitatieve begrenzingen en de gekozen methodes voor de raming van de inherente risico's aan de transacties in derivaten. De FSMA kan, bij reglement genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, de hierbij geldende regels nader bepalen.
  [1 Met inachtneming van de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de instellingen voor collectieve belegging, houdt de FSMA toezicht op de toereikendheid van kredietbeoordelingsprocessen van de beleggingsvennootschappen, beoordeelt zij het gebruik van verwijzingen naar ratings als bedoeld in het vierde lid, in het beleggingsbeleid van de instellingen voor collectieve belegging, en moedigt zij, indien passend, de beperking van de impact van dergelijke verwijzingen aan, met als doel het verminderen van het uitsluitend en mechanisch vertrouwen op dergelijke ratings.]1
  § 7. [2 Het wettelijk bestuursorgaan van de beleggingsvennootschap bepaalt en controleert een passend integriteitsbeleid dat]2 geregeld wordt geactualiseerd.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " passend integriteitsbeleid " moet worden verstaan.
  De beleggingsvennootschap moet zodanig gestructureerd en georganiseerd zijn dat het risico dat belangenconflicten afbreuk doen aan de belangen van haar effectenhouders, tot een minimum wordt beperkt.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de desbetreffende nadere regels en verplichtingen.
  De beleggingsvennootschap werkt passende regels uit voor de rechtstreekse en onrechtstreekse persoonlijke verrichtingen in financiėleinstrumenten die worden uitgevoerd door de beleggingsvennootschap, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen hebben ten minste betrekking op :
  - de relevante personen op wie deze regels en verplichtingen van toepassing zijn;
  - de persoonlijke verrichtingen die in strijd worden geacht met de wet;
  - de modaliteiten waaronder de relevante personen hun persoonlijke verrichtingen dienen mee te delen aan de beleggingsvennootschap;
  - de wijze waarop de beleggingsvennootschappen de gegevens over de persoonlijke verrichtingen dienen te bewaren.
  § 8. De beleggingsvennootschap moet dusdanig georganiseerd zijn dat zij, naast de informatie die is bekendgemaakt in het prospectus en in de jaar- en halfjaarlijkse verslagen, op verzoek van de effectenhouders aanvullende inlichtingen kan verstrekken over de kwantitatieve begrenzingen die gelden voor het risicobeheer van de beleggingsvennootschap, over de gehanteerde methoden om deze begrenzingen na te leven en over de recente ontwikkelingen op het vlak van risico's en rendement van de activa die de categorie van toegelaten beleggingen vormen waarvoor de beleggingsvennootschap heeft geopteerd.
  § 9. De personen belast met de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap nemen onder toezicht van de raad van bestuur de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de paragrafen 1 tot en met 8.
  Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, dient de raad van bestuur minstens jaarlijks te controleren of de beleggingsvennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de paragrafen 1 tot en met 8 en het eerste lid van deze paragraaf, en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen.
  [2 De raad van bestuur beoordeelt in het bijzonder de goede werking van de in de paragrafen 4 tot 6 bedoelde onafhankelijke controlefuncties.]2
  De personen belast met de effectieve leiding lichten minstens jaarlijks de raad van bestuur, de FSMA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde in het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen.
  De informatieverstrekking aan de FSMA en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de FSMA bepaalt.
  § 10. De erkende commissaris brengt bij de raad van bestuur tijdig verslag uit over de belangrijke kwesties die aan het licht zijn gekomen bij de wettelijke controleopdracht, in het bijzonder over ernstige tekortkomingen in het financiėle verslaggevingproces.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 430, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2017-12-05/04, art. 16, 011; Inwerkingtreding : 28-12-2017>

  Art. 42.§ 1. Een beleggingsvennootschap mag het voor eigen rekening uitoefenen van één of meer van haar beheertaken in de zin van artikel 3, 22°, a), b) en c), op grond van een lastgevings- of een aannemingsovereenkomst aan een derde toevertrouwen, als met name aan de volgende voorwaarden is voldaan.
  1° De beslissing om bepaalde beheertaken door een derde te laten uitoefenen moet vooraf ter kennis worden gebracht van de FSMA; in die kennisgeving moet zijn aangetoond dat aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan.
  2° De uitoefening van een passend toezicht op de beleggingsvennootschap mag niet worden belemmerd.
  3° Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de voor de beleggingsvennootschap geldende verplichting om haar werkzaamheden uit te oefenen conform artikel 9.
  4° De uitoefening van de in artikel 3, 22°, a), bedoelde beheertaak mag enkel aan een derde worden toevertrouwd als aan onderstaande voorwaarden is voldaan.
  a) De uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan [1 een onderneming die de in [2 artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016]2 bedoelde beleggingsdiensten mag verrichten, aan een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU of aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging]1. Die onderneming moet beschikken over een administratieve, boekhoudkundige, financiėle en technische organisatie die passend is voor de aard van de haar toevertrouwde beheertaken en voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap heeft geopteerd. Haar bestuurders en de personen die in feite de effectieve leiding waarnemen, moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en de voor die functies passende ervaring bezitten.
  b) [1 De criteria voor beleggingsspreiding die periodiek door de beleggingsvennootschap worden vastgesteld, moeten worden nageleefd.]1
  c) De uitoefening van in artikel 3, 22°, a) bedoelde beheertaken mag niet worden toevertrouwd aan of waargenomen door de bewaarder van de beleggingsvennootschap of enige andere onderneming waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met de belangen van de beleggingsvennootschap of van de effectenhouders.
  d) [1 ...]1
  5° De uitoefening van de in artikel 3, 22°, b) bedoelde beheertaak mag enkel aan een derde worden toevertrouwd als met name aan onderstaande voorwaarden is voldaan.
  a) De uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan een onderneming die aan prudentieel toezicht is onderworpen. Die onderneming moet bovendien beschikken over een administratieve, boekhoudkundige, financiėle en technische organisatie die passend is voor de aard van de haar toevertrouwde beheertaken en voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap heeft geopteerd. Haar bestuurders en de personen die in feite de effectieve leiding waarnemen, moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en de voor die functies passende ervaring bezitten.
  b) [1 ...]1
  c) [1 de uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan een in Belgiė gevestigde onderneming of, onder de door deze wet vastgestelde voorwaarden, aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.]1
  d) [1 ...]1
  e) De uitoefening van in artikel 3, 22°, b), i), iii), iv) en ix), bedoelde beheertaken mag niet worden toevertrouwd aan of waargenomen door de bewaarder van de beleggingsvennootschap of enige andere onderneming waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met de belangen van de beleggingsvennootschap of van de effectenhouders.
  6° Wanneer de uitoefening van beheertaken wordt toevertrouwd aan een onderneming die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, moet deze onderneming in haar lidstaat van herkomst onderworpen zijn aan een gelijkwaardig toezicht als bedoeld in punt 4°, a) dat op permanente wijze wordt uitgeoefend door een openbare autoriteit. De samenwerking tussen de betrokken toezichthoudende autoriteiten moet worden gewaarborgd via samenwerkingsovereenkomsten.
  7° Er worden maatregelen genomen die de leiders van de beleggingsvennootschap in staat stellen de werkzaamheden van de onderneming waarmee de lastgevings- of aannemingsovereenkomst is gesloten, te allen tijde daadwerkelijk te controleren.
  8° De leiders van de beleggingsvennootschap moeten te allen tijde bijkomende instructies kunnen geven aan de onderneming waaraan de beheertaken zijn toevertrouwd, en moeten de lastgevings- of aannemingsovereenkomst met onmiddellijke ingang kunnen herroepen indien dit in het belang van de effectenhouders is.
  9° Er worden maatregelen ingevoerd om de continuļteit te waarborgen van de beheertaken waarop de lastgevings- of aannemingsovereenkomst betrekking heeft ingeval er, om welke redenen ook, een einde wordt gesteld aan deze overeenkomst.
  10° In het prospectus van de beleggingsvennootschap bedoeld in artikel 57, eerste lid, moeten de beheertaken worden vermeld die de beleggingsvennootschap aan een derde heeft toevertrouwd.
  § 2. De beleggingsvennootschap mag niet in die mate gebruik maken van de in § 1 voorziene mogelijkheid dat de bij artikel 41 in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen niet langer volstaan om de naleving van dit artikel 41 te waarborgen.
  § 3. Indien de derde aan wie de uitoefening van bepaalde beheertaken is toevertrouwd conform § 1 zelf een beroep doet op een derde entiteit voor de uitoefening van de hem opgedragen beheertaken, zijn de §§ 1 en 4 van toepassing.
  [1 ...]1
  § 4. Het feit dat de beleggingsvennootschap bepaalde beheertaken bedoeld in artikel 3, 22° aan een derde heeft toevertrouwd, heeft geen enkele invloed op haar aansprakelijkheid of voor de aansprakelijkheid van de bewaarder.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 431, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2016-10-25/04, art. 149, 007; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  Art. 43. Als de beleggingsvennootschap nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, mogen die banden geen belemmering vormen voor de uitoefening van een passend toezicht op de beleggingsvennootschap.
  Als de beleggingsvennootschap nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, mogen de voor die persoon geldende wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen of hun uitvoering, geen belemmering vormen voor de uitoefening van een passend toezicht op de beleggingsvennootschap.

  Art. 44.§ 1. Indien een beleggingsvennootschap niet beschikt over de conform artikel 41 vereiste eigen en voor haar voorgenomen werkzaamheden passende beleidsstructuur, noch over de in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen voor een eigen en voor haar voorgenomen werkzaamheden passende administratieve, boekhoudkundige, financiėle en technische organisatie en interne controle, moet zij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aanstellen om het geheel van de beheertaken bedoeld in artikel 3, 22° waar te nemen.
  In dat geval zijn de artikelen 41 en 42 niet van toepassing.
  De functies van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en van bewaarder mogen niet door dezelfde vennootschap worden uitgeoefend.
  De conform het eerste lid aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dient de bepalingen na te leven van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen die van toepassing zijn op de beleggingsvennootschap.
  § 2. [1 ...]1
  § 3. [1 De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, mogen met toepassing van paragraaf 1 worden aangesteld onder de door deze wet vastgestelde voorwaarden.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 432, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 45. De keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet door de FSMA worden aanvaard en de vervanging van de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet vooraf ter aanvaarding worden voorgelegd aan de FSMA.
  De FSMA neemt een beslissing binnen twee maanden na indiening van een volledig dossier.

  Onderafdeling 3. - Goedkeuring van het beheerreglement en de statuten

  Art. 46. De Koning stelt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de minimuminhoud vast van het beheerreglement en de statuten.

  Art. 47. De FSMA controleert of het beheerreglement of de statuten van de instelling voor collectieve belegging overeenstemmen met de voorschriften van deze titel en van zijn uitvoeringsbesluiten en -reglementen.
  Elke wijziging in het beheerreglement of in de statuten moet vooraf ter goedkeuring worden voorgelegd aan de FSMA.
  De FSMA neemt een beslissing binnen twee maanden na indiening van een volledig dossier.

  Art. 48. Het beheerreglement van een gemeenschappelijk beleggingsfonds en, als dat beheerreglement wordt gewijzigd, een gecoördineerde versie ervan moeten bij de FSMA worden neergelegd.
  Elke belanghebbende kan kennis nemen van de reglementen die bij de FSMA zijn neergelegd.

  Art. 49.Het beheerreglement of de statuten worden bij het in artikel 57, eerste lid bedoelde prospectus gevoegd en maken hier een integrerend bestanddeel van uit.
  De instelling voor collectieve belegging ziet erop toe dat het beheerreglement of de statuten die bij het in artikel 57, eerste lid bedoelde prospectus zijn gevoegd, steeds bijgewerkt zijn en overeenstemmen met de tekst die, naargelang van het geval, is neergelegd bij de FSMA of ter griffie van de [1 ondernemingsrechtbank]1.
  In het prospectus en de verslagen als respectievelijk bedoeld in de artikelen 57, eerste lid en 88, § 1, eerste lid wordt vermeld dat de officiėle tekst van het beheerreglement of van de statuten is neergelegd bij de FSMA of ter griffie van de [1 ondernemingsrechtbank]1, naargelang van het geval. Bij betwisting mag de uitlegging enkel steunen op de tekst die, naargelang van het geval, is neergelegd bij de FSMA of ter griffie van de [1 ondernemingsrechtbank]1.
  ----------
  (1)<W 2018-04-15/14, art. 252, 015; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Onderafdeling 4. - Aanvaarding van de keuze van de bewaarder

  Art. 50.§ 1. [4 Een instelling voor collectieve belegging moet over één enkele bewaarder beschikken.
   De benoeming van de bewaarder wordt schriftelijk vastgelegd in een overeenkomst.
   In die overeenkomst wordt onder meer de uitwisseling van informatie geregeld die noodzakelijk wordt geacht om de bewaarder in staat te stellen zijn taken met betrekking tot de instelling voor collectieve belegging waarvoor hij als bewaarder is benoemd, uit te voeren, zoals bepaald in deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.]4.
  § 2. Onverminderd § 1 mogen enkel de volgende instellingen en ondernemingen optreden als bewaarder voor instellingen voor collectieve belegging [2 ...]2 :
  1° de [1 in Boek II van de wet van 25 april 2014]1 bedoelde kredietinstellingen en de [1 in Titel I van Boek III van diezelfde wet]1 bedoelde bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
  2° de Nationale Bank van Belgiė;
  3° de in Belgiė gevestigde beursvennootschappen en buitenlandse beleggingsondernemingen [3 die onder boek XII van de wet van 25 april 2014 vallen]3.
  [2 ...]2.
  [4 De in het eerste lid bedoelde beursvennootschappen en buitenlandse beleggingsondernemingen dienen aan de volgende minimumvereisten te voldoen :
   1° zij beschikken over de infrastructuur die nodig is om financiėle instrumenten in bewaring te nemen die kunnen worden geregistreerd op een financiėle-instrumentenrekening in de boeken van de bewaarder;
   2° zij stellen een passend beleid en passende procedures vast om te garanderen dat zij, inclusief hun bestuurders en werknemers, de verplichtingen nakomen die, krachtens deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, voor hen gelden;
   3° zij hanteren en handhaven doeltreffende organisatorische en administratieve regelingen, met als doel alle redelijke maatregelen te kunnen nemen om belangenconflicten te voorkomen;
   4° zij zorgen ervoor dat, over alle door hun verrichte diensten en transacties, gegevens worden bijgehouden die voldoende zijn om de bevoegde autoriteit in staat te stellen haar toezichtstaken en de in deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen voorziene handhavingsacties uit te voeren;
   5° zij ondernemen redelijke stappen om te zorgen voor continuļteit en regelmaat bij de uitvoering van hun bewaartaken door gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures, mede om hun bewaartaken uit te voeren; en
   6° hun leidinggevende organen beschikken in hun geheel genomen over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring om inzicht te hebben in de bedrijfsactiviteiten van de bewaarder, met inbegrip van de voornaamste risico's waaraan deze is blootgesteld.]4
  [4 § 3. De personen die de bewaarder vertegenwoordigen of in feite het beleid van de bewaarder bepalen, dienen over voldoende ervaring te beschikken, in het bijzonder met betrekking tot het type van instelling voor collectieve belegging.]4
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 146, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 433, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2016-10-25/04, art. 150, 007; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (4)<W 2016-12-25/11, art. 4, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 51.De FSMA aanvaardt de keuze van de bewaarder pas wanneer is bewezen dat de bewaarder, rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen van de instelling voor collectieve belegging, over de vereiste administratieve, financiėle en technische organisatie beschikt om de werkzaamheden van bewaarder uit te oefenen, en dat de personen die de bewaarder vertegenwoordigen en de facto de werkzaamheden van bewaarder uitoefenen, de vereiste professionele betrouwbaarheid en de passende ervaring bezitten rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen van de instelling voor collectieve belegging. Artikel 40 is van toepassing op de bovenvermelde personen.
  De FSMA kan haar aanvaarding herroepen.
  De vervanging van de bewaarder moet vooraf ter aanvaarding worden voorgelegd aan de FSMA. De FSMA brengt haar goedkeuring of weigering van de vervanging binnen vijftien dagen na de ontvangst van een volledig dossier ter kennis.
  [1 De opdracht van de bewaarder kan slechts worden beėindigd wanneer de FSMA haar goedkeuring heeft verleend aan de vervanging van de bewaarder of wanneer de instelling voor collectieve belegging niet langer op de lijst bedoeld in artikel 33 is ingeschreven.]1
  De FSMA neemt een beslissing binnen twee maanden na indiening van een volledig dossier.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 51/1.[1 § 1. De bewaarder moet :
   1° zich ervan vergewissen dat de activa in bewaring overeenstemmen met de activa vermeld in de boekhouding van de instelling voor collectieve belegging;
   2° zich ervan vergewissen dat het aantal rechten van deelneming in omloop vermeld in zijn boekhouding overeenstemt met het aantal rechten van deelneming in omloop zoals vermeld in de boekhouding van de instelling voor collectieve belegging;
   3° zich ervan vergewissen dat de verkoop, de uitgifte, de inkoop, de terugbetaling en de intrekking van rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging geschieden in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, met het beheerreglement of de statuten en met het prospectus;
   4° zich ervan vergewissen dat de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging wordt berekend overeenkomstig de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, het beheerreglement of de statuten, en het prospectus;
   5° zich ervan vergewissen dat de beleggingsbeperkingen bepaald in de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, het beheerreglement of de statuten, en het prospectus worden nageleefd;
   6° de instructies van de beleggingsvennootschap of de beheervennootschap uitvoeren, tenzij deze in strijd zijn met de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen, met het beheerreglement of de statuten of met het prospectus;
   7° zich ervan vergewissen dat bij transacties met betrekking tot de activa van de instelling voor collectieve belegging, haar de tegenwaarde binnen de gebruikelijke termijnen wordt overgemaakt;
   8° zich ervan vergewissen dat de regels inzake provisies en kosten bepaald in de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, het beheerreglement of de statuten, en het prospectus worden nageleefd;
   9° zich ervan vergewissen dat de opbrengsten van de instelling voor collectieve belegging een bestemming krijgen overeenkomstig de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen, het beheerreglement of de statuten, en het prospectus.
   § 2. De bewaarder zorgt ervoor dat de kasstromen van de instelling voor collectieve belegging naar behoren worden gecontroleerd, en zorgt er in het bijzonder voor dat alle betalingen door of namens deelnemers bij de inschrijving op rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging ontvangen zijn, en dat alle kasgeld van de instelling voor collectieve belegging is geboekt op kasgeldrekeningen die :
   1° zijn geopend op naam van de instelling voor collectieve belegging, op naam van de beheervennootschap die namens de instelling voor collectieve belegging optreedt, of op naam van de bewaarder die namens de instelling voor collectieve belegging optreedt;
   2° zijn geopend bij een entiteit als bedoeld in artikel 18, lid 1, punten a), b) en c), van Richtlijn 2006/73/EG; en
   3° worden aangehouden overeenkomstig de in artikel 16 van Richtlijn 2006/73/EG opgenomen beginselen.
   Indien de kasgeldrekeningen zijn geopend op naam van de bewaarder die voor rekening van de instelling voor collectieve belegging optreedt, mogen geen contanten van de in de bepaling onder 2° van het eerste lid bedoelde entiteit en geen eigen contanten van de bewaarder op die rekeningen geboekt worden.
   § 3. De activa van de instelling voor collectieve belegging worden als volgt bij de bewaarder in bewaring gegeven :
   1° voor financiėle instrumenten die in bewaring kunnen worden gehouden :
   a) houdt de bewaarder alle financiėle instrumenten in bewaring die kunnen worden geregistreerd op een financiėle-instrumentenrekening in de boeken van de bewaarder, alsmede alle financiėle instrumenten die fysiek aan de bewaarder kunnen worden geleverd;
   b) zorgt de bewaarder ervoor dat alle financiėle instrumenten die op een financiėle-instrumentenrekening in de boeken van de bewaarder kunnen worden geregistreerd, op aparte rekeningen worden geregistreerd in de boeken van de bewaarder, in overeenstemming met de in artikel 77ter, § 1, van de wet van 6 april 1995 en in artikelen 66, 70, 71 en 74, tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiėle instrumenten vervatte beginselen; deze aparte rekeningen zijn geopend op naam van de instelling voor collectieve belegging of op naam van de beheervennootschap die voor rekening van de instelling voor collectieve belegging optreedt, zodat te allen tijde duidelijk kan worden vastgesteld dat zij in overeenstemming met het toepasselijke recht aan de instelling voor collectieve belegging toebehoren;
   2° voor andere activa :
   a) gaat de bewaarder na of de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap die voor rekening van de instelling voor collectieve belegging optreedt, de eigenaar is van die activa door op basis van informatie of documenten die door de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap zijn verstrekt en, in voorkomend geval, van voorhanden extern bewijsmateriaal, te controleren of de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap die voor haar rekening optreedt, de eigendom heeft;
   b) houdt de bewaarder een register bij van de activa waarvoor duidelijk is dat de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap die voor haar rekening optreedt, deze in eigendom heeft, en houdt hij dat register up-to-date.
   § 4. De bewaarder verstrekt de beheervennootschap of de instelling voor collectieve belegging regelmatig een uitgebreid overzicht van alle activa van de instelling voor collectieve belegging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 51/2.[1 § 1. De activa die door de bewaarder in bewaring worden gehouden worden niet voor eigen rekening hergebruikt door de bewaarder of door een derde aan wie de bewaringstaak is gedelegeerd. Hergebruik omvat elke transactie van in bewaring gehouden activa, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, overdragen, als zekerheid verstrekken, verkopen en uitlenen.
   De door de bewaarder in bewaring gehouden activa mogen enkel worden hergebruikt wanneer :
   1° het hergebruik voor rekening van de instelling voor collectieve belegging gebeurt;
   2° de bewaarder de instructies van de beheervennootschap voor rekening van de instelling voor collectieve belegging uitvoert;
   3° het hergebruik ten goede komt aan de instelling voor collectieve belegging en in het belang is van de deelnemers; en
   4° de transactie wordt gedekt door een liquide zekerheid van hoge kwaliteit die door de instelling voor collectieve belegging wordt ontvangen op grond van een regeling voor eigendomsoverdracht.
   De marktwaarde van de zekerheid bedraagt te allen tijde ten minste de marktwaarde van de hergebruikte activa vermeerderd met een toeslag.
   § 2. De schuldeisers van de bewaarder of van elke in Belgiė gevestigde derde aan wie de bewaring van de activa van de instelling voor collectieve belegging is gedelegeerd, mogen de betaling van hun vorderingen op de bewaarder of op de betrokken derde niet invorderen op de activa van de instelling voor collectieve belegging.
   Het vorige lid is ook van toepassing op de schuldeisers van elke in Belgiė gevestigde persoon aan wie de bewaring van de tegoeden van een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht werd gedelegeerd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 7, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 52.[1 § 1. Niemand mag tegelijkertijd optreden als :
   1° beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en bewaarder;
   2° beleggingsvennootschap en bewaarder.
   § 2. Bij de vervulling van hun respectieve taken handelen de beheervennootschap en de bewaarder eerlijk, billijk, professioneel, onafhankelijk en louter in het belang van de instelling voor collectieve belegging en haar deelnemers.
   Bij de vervulling van hun respectieve taken handelen de beleggingsvennootschap en de bewaarder eerlijk, billijk, professioneel, onafhankelijk en louter in het belang van de deelnemers.
   Een bewaarder verricht met betrekking tot de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap die voor haar rekening optreedt, geen activiteiten die aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten tussen de instelling voor collectieve belegging, haar deelnemers, de beheervennootschap en hemzelf, tenzij hij de uitvoering van zijn bewaartaken functioneel en hiėrarchisch gescheiden heeft van zijn andere, mogelijkerwijs conflicterende taken, en tenzij de potentiėle belangenconflicten naar behoren zijn geļdentificeerd, beheerd, gecontroleerd en meegedeeld aan de deelnemers.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 8, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 52/1.[1 § 1. De bewaarder delegeert geen van zijn in artikel 51/1, §§ 1 en 2, genoemde taken aan derden.
   § 2. De bewaarder mag de in artikel 51/1, § 3, genoemde taken uitsluitend aan een derde delegeren indien :
   1° de taken niet worden gedelegeerd met de bedoeling de in deze wet en de ter uitvoering genomen besluiten en reglementen vervatte vereisten te omzeilen;
   2° de bewaarder kan aantonen dat er een objectieve reden bestaat voor de delegatie;
   3° de bewaarder met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk is gegaan bij de selectie en de aanstelling van een derde aan wie hij voornemens is een deel van zijn taken te delegeren, en hij met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk blijft gaan bij de periodieke evaluatie en de doorlopende controle van een derde aan wie hij een deel van zijn taken heeft gedelegeerd en van de regelingen die de derde treft in verband met de aan hem gedelegeerde taken.
   § 3. De in artikel 51/1, § 3, genoemde taken mogen door de bewaarder enkel aan een derde worden gedelegeerd indien deze tijdens de uitvoering van de aan hem gedelegeerde taken te allen tijde :
   1° beschikt over de structuren en deskundigheid die adequaat zijn voor en evenredig zijn met de aard en de complexiteit van de aan hem toevertrouwde activa van de instelling voor collectieve belegging of van de beheervennootschap die voor rekening van de instelling voor collectieve belegging optreedt;
   2° met betrekking tot de in artikel 51/1, § 3, 1°, genoemde bewaartaken onderworpen is aan :
   a) een effectieve prudentiėle regelgeving, inclusief minimumkapitaalvereisten, en een effectief prudentieel toezicht in het betrokken rechtsgebied;
   b) een periodieke externe audit om er zeker van te zijn dat de financiėle instrumenten in zijn bezit zijn;
   3° de activa van de cliėnten van de bewaarder op zodanige wijze van zijn eigen activa en van de activa van de bewaarder scheidt dat te allen tijde duidelijk kan worden vastgesteld dat deze activa toebehoren aan cliėnten van een bepaalde bewaarder;
   4° alle noodzakelijke stappen onderneemt om ervoor te zorgen dat, bij insolventie van de derde, de door deze derde in bewaring gehouden activa van een instelling voor collectieve belegging niet beschikbaar zijn voor uitkering onder of realisatie ten voordele van zijn schuldeisers; en
   5° voldoet aan de in artikel 50, § 1, tweede en derde lid, 51/1, § 3, 51/2 en 52 vastgelegde algemene verplichtingen en verbodsbepalingen.
   Niettegenstaande het eerste lid, 2°, a), mag de bewaarder, indien het recht van een derde land vereist dat bepaalde financiėle instrumenten in bewaring worden genomen door een lokale entiteit en geen lokale entiteiten aan de in dat punt vermelde eisen inzake bewaringsdelegatie voldoen, zijn taken aan een dergelijke lokale entiteit slechts delegeren in de mate waarin dit vereist is uit hoofde van het recht van dat derde land en alleen zolang er geen lokale entiteiten aan de eisen inzake delegatie voldoen, en alleen onder de volgende voorwaarden :
   1° de deelnemers in de instelling voor collectieve belegging in kwestie zijn voorafgaand aan hun belegging naar behoren ingelicht over het feit dat een dergelijke delegatie verplicht is uit hoofde van het recht van het derde land, over de omstandigheden die de delegatie rechtvaardigen en over de aan die delegatie verbonden risico's;
   2° de instelling voor collectieve belegging, of de beheervennootschap die voor haar rekening optreedt, heeft de bewaarder opgedragen de bewaring van die financiėle instrumenten aan die lokale entiteit te delegeren.
   De derde mag deze taken op zijn beurt, onder dezelfde voorwaarden, subdelegeren. In dat geval is artikel 55, § 2, eerste lid, van overeenkomstige toepassing op de relevante partijen.
   § 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt de verrichting van in Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad bedoelde diensten door effectenafwikkelingssystemen als gedefinieerd voor de toepassing van die richtlijn of de verrichting van gelijkaardige diensten door effectenafwikkelingssystemen uit derde landen, niet als delegatie van bewaartaken beschouwd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 53. § 1. Als een feeder en haar master verschillende bewaarders hebben, moeten deze bewaarders een overeenkomst tot uitwisseling van informatie aangaan, om ervoor te zorgen dat beide bewaarders hun plichten vervullen.
  De Koning legt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de inhoud en modaliteiten vast van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst.
  § 2. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en zijn uitvoeringsbepalingen vastgestelde voorwaarden, overtreden noch de bewaarder van de master noch die van de feeder enige toepasselijke regel die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het Strafwetboek of de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, of enige toepasselijke contractuele bepaling die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming. Een dergelijke bewaarder of degene die namens hem handelt, kan voor een dergelijke naleving op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld.

  Art. 54.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 10, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 55.[1 § 1. De bewaarder is aansprakelijk jegens de instelling voor collectieve belegging en haar deelnemers voor het verlies door de bewaarder of een derde aan wie de bewaarneming van overeenkomstig artikel 51/1, § 3, 1°, in bewaring genomen financiėle instrumenten is gedelegeerd.
   In het geval van verlies van een in bewaring genomen financieel instrument geeft de bewaarder onverwijld een financieel instrument van hetzelfde type of het overeenkomstige bedrag terug aan de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap die voor haar rekening optreedt. De bewaarder is niet aansprakelijk indien hij kan aantonen dat het verlies het gevolg is van een externe gebeurtenis waarover hij redelijkerwijs geen controle heeft en waarvan de gevolgen onvermijdelijk waren, ondanks alle inspanningen om ze te verhinderen.
   De bewaarder is ook aansprakelijk jegens de instelling voor collectieve belegging en haar deelnemers voor alle andere verliezen die zij ondervinden doordat de bewaarder zijn verplichtingen uit hoofde van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen met opzet of door nalatigheid niet naar behoren nakomt.
   § 2. De in artikel 52/1 bedoelde delegatie laat de in paragraaf 1 bedoelde aansprakelijkheid van de bewaarder onverlet.
   De in paragraaf 1 bedoelde aansprakelijkheid van de bewaarder mag niet bij overeenkomst worden uitgesloten of beperkt. Elke strijdige overeenkomst is nietig.
   § 3. Deelnemers van de instelling voor collectieve belegging kunnen de aansprakelijkheid van de bewaarder (a) rechtstreeks dan wel (b) onrechtstreeks via de beheervennootschap of de beleggingsvennootschap inroepen, op voorwaarde dat een en ander niet leidt tot duplicatie van rechtsmiddelen of tot ongelijke behandeling van de deelnemers.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Afdeling 3. - [1 Prospectus en essentiėle beleggersinformatie over het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging [2 ...]2, andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en bemiddeling bij openbare aanbieding van effecten van instellingen voor collectieve belegging]1
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 56, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 434, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Onderafdeling 1. - [1 Prospectus en essentiėle beleggersinformatie over het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging [2 ...]2 van deelneming en andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming]1
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 56, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 434, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 56.Deze onderafdeling treft een regeling voor :
  1° het prospectus en de essentiėle beleggersinformatie over een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming;
  2° [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming]1, dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 57, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>

  Art. 57.Er mag pas een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [1 ...]1 worden uitgebracht nadat een prospectus en een document met essentiėle beleggersinformatie zijn gepubliceerd.
  [2 ...]2
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 434, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 435, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 58. § 1. Het prospectus bevat de gegevens die het publiek nodig heeft om zich met kennis van zaken een oordeel te kunnen vormen over de hem voorgestelde belegging, en met name gegevens over de aan die belegging inherente risico's en de aan de rechten van deelneming verbonden rechten.
  Het prospectus bevat een duidelijke en gemakkelijk te begrijpen toelichting inzake het risicoprofiel van de instelling voor collectieve belegging, ongeacht de instrumenten waarin wordt belegd.
  Het prospectus verduidelijkt in welke mate rekening gehouden wordt met sociale, ethische en milieuaspecten bij de uitvoering van het beleggingsbeleid.
  § 2. De in het prospectus opgenomen gegevens moeten worden bijgewerkt, waarbij met name elk nieuw feit moet worden vermeld dat een invloed kan hebben op de beoordeling door het publiek.

  Art. 59. § 1. De essentiėle beleggersinformatie biedt beleggers passende informatie over de voornaamste kenmerken van de instelling voor collectieve belegging in kwestie zodat zij redelijkerwijs in staat zijn de aard en de risico's van het aangeboden beleggingsproduct te begrijpen en derhalve met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen.
  § 2. De essentiėle beleggersinformatie wordt beknopt en in niet-technische bewoordingen beschreven. De informatie is opgesteld volgens een gestandaardiseerd model dat vergelijking mogelijk maakt en door de presentatie ervan begrijpelijk is voor niet-professionele beleggers.
  De informatie in de essentiėle beleggersinformatie is correct, duidelijk, niet misleidend en in overeenstemming met de relevante delen van het prospectus.
  § 3. De essentiėle elementen van de essentiėle beleggersinformatie worden regelmatig bijgewerkt.

  Art. 60.§ 1. Het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie en hun eventuele bijwerkingen mogen pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de FSMA.
  In afwijking van het eerste lid, geeft de Koning aan welke in het prospectus en in de essentiėle beleggersinformatie vermelde gegevens, gelet op hun doel, mogen worden gepubliceerd zonder voorafgaande goedkeuring door de FSMA, wanneer zij conform artikel 58, § 2 en artikel 59, § 3 worden bijgewerkt. Niettegenstaande dit lid, moet elke bijwerking aan de FSMA worden meegedeeld vóór zij wordt gepubliceerd, in de vorm van een versie van het prospectus die de betrokken bijwerking omvat.
  § 2. Het prospectus van een instelling voor collectieve belegging die een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit een andere lidstaat heeft aangesteld overeenkomstig artikel 44, en zijn eventuele bijwerkingen, moeten op verzoek worden meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van deze beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  § 3. [1 De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen, ongeacht de publicatiewijze, pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de FSMA.
  [3 De [4 berichten]4 en andere documenten over het vennootschapsleven van de instelling voor collectieve belegging worden evenwel vóór verspreiding overgelegd aan de FSMA maar zonder te zijn onderworpen aan het eerste lid.]3
  De FSMA kan bepalen volgens welke modaliteiten en procedures de goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde documenten kan gebeuren. Hierbij houdt de FSMA rekening met de aard en de inhoud van deze documenten, waarbij ze onder meer het gestandaardiseerd en recurrent karakter van de documenten, het gebruikte medium en het beleggingsbeleid van de instelling voor collectieve belegging als criteria in aanmerking neemt.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 57, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 434, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2014-04-19/62, art. 436, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (4)<W 2016-12-25/11, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 61.Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan [1 150]1 natuurlijke of rechtspersonen die geen [3 professionele beleggers]3 zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging [2 ...]2 die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een instelling voor collectieve belegging of door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij :
  1° het aanbod tot één van de in artikel 5, § 1, eerste lid, 4° of 6° bedoelde categorieėn behoort; of
  2° een prospectus over een openbaar aanbod en de essentiėle beleggersinformatie op geldige wijze zijn goedgekeurd door de FSMA.
  Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen, wordt geacht te handelen voor rekening van die instelling voor collectieve belegging of van die persoon die in staat is om de effecten over te dragen.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 58, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 434, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2014-04-19/62, art. 489, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 62. Het prospectus en zijn bijwerkingen vermelden dat zij worden gepubliceerd nadat zij overeenkomstig artikel 60, § 1 door de FSMA zijn goedgekeurd en dat deze goedkeuring geen beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van het aanbod, noch van de toestand van de persoon die ze verwezenlijkt.
  Met uitzondering van de in het eerste lid bedoelde vermelding en de vermeldingen opgenomen in Verordening 583/2010, mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de FSMA in het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie of hun bijwerkingen, noch in de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen.

  Art. 63.§ 1. De essentiėle beleggersinformatie betreft precontractuele informatie.
  Ondanks het eerste lid kan een persoon niet enkel op basis van de essentiėle beleggersinformatie of de vertaling daarvan burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld, tenzij die informatie misleidend, onnauwkeurig of niet in overeenstemming met de relevante delen van het prospectus is. De essentiėle beleggersinformatie bevat een duidelijke waarschuwing ter zake.
  § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de beleggers en onverminderd de toepassing van § 1, zijn de overeenkomstig § 3, eerste lid, aangewezen personen tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door het ontbreken van of door de onjuiste of misleidende aard van de informatie [1 vervat]1 in het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie of hun bijwerkingen.
  Het aan de belegger berokkende nadeel wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het onjuiste of misleidende karakter van de informatie in het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie of hun bijwerkingen, indien het ontbreken van deze informatie of het onjuiste of misleidende karakter ervan, van dien aard was dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreėerd of de inschrijvings- of de aankoopprijs van de rechten van deelneming positief kon worden beļnvloed.
  § 3. Onverminderd de bepalingen van § 1 wordt in het prospectus duidelijk vermeld wie verantwoordelijk is voor het integrale prospectus, de integrale essentiėle beleggersinformatie en hun bijwerkingen. De verantwoordelijke personen worden geļdentificeerd aan de hand van hun naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, aan de hand van hun naam en statutaire zetel.
  De verantwoordelijkheid voor het integrale prospectus en zijn bijwerkingen kan uitsluitend worden gedragen door de bieder, de instelling voor collectieve belegging en de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, of hun organen.
  In het prospectus wordt een verklaring van de verantwoordelijke personen opgenomen waaruit blijkt dat, voor zover hen bekend, de gegevens in het prospectus en de essentiėle beleggersinformatie in overeenstemming zijn met de werkelijkheid, en dat geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het prospectus en de essentiėle beleggersinformatie zou wijzigen.
  Onverminderd het eerste en het tweede lid kunnen in het prospectus de personen worden vermeld die verantwoordelijk zijn voor een deel van het prospectus en zijn bijwerkingen.
  § 4. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de beleggers, zijn de bieder, de instelling voor collectieve belegging, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de door hen aangestelde bemiddelaars verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door elk in artikel 60, § 3, bedoeld stuk dat op hun initiatief wordt gepubliceerd en dat, ten aanzien van het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie of hun bijwerkingen en aanvullingen, onjuiste, misleidende of inconsistente informatie bevat, dan wel door de strijdigheid van die stukken met de bepalingen die door of krachtens artikel 64 zijn voorgeschreven.
  Het aan de belegger berokkende nadeel wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het, ten aanzien van het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie of hun bijwerkingen en aanvullingen, onjuiste, misleidende of inconsistente karakter van de informatie in een in artikel 60, § 3, bedoeld stuk, dan wel van de strijdigheid van een dergelijk stuk met de bepalingen die door of krachtens artikel 64 zijn voorgeschreven, indien dat onjuiste, misleidende of inconsistente karakter dan wel die strijdigheid van dien aard was dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreėerd of de inschrijvings- of aankoopprijs van de effecten positief kon worden beļnvloed.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 437, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 64.§ 1. Naargelang van de publicatiewijze van de hieronder bedoelde documenten, kan de Koning, bij besluit genomen na advies van de FSMA en onverminderd § 2 :
  1° volgens de aard en het voorwerp van het aanbod, de minimuminhoud en de voorstellingswijze bepalen van het prospectus, en zijn bijwerkingen, alsook de minimuminhoud en de voorstellingswijze van [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming]1 dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;
  2° zonder afbreuk te doen aan Verordening 583/2010, volgens de aard en het voorwerp van het aanbod, de minimuminhoud en de voorstellingswijze van de essentiėle beleggersinformatie bepalen;
  3° volgens de aard en het voorwerp van het aanbod, de termijnen en de publicatiewijze vaststellen van het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie en hun bijwerkingen, alsook de termijnen en de publicatiewijze van [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;
  4° bepalen onder welke voorwaarden op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming kan worden ingegaan op basis van het prospectus of de essentiėle beleggersinformatie;
  5° bepalen onder welke voorwaarden het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie en hun bijwerkingen, alsook [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen worden openbaar gemaakt via publicatie op de website van de instelling voor collectieve belegging, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de instelling als bedoeld in artikel 85, § 2, of derden als bedoeld in artikel 42, § 1, die zijn belast met de uitoefening van de beheertaak als bedoeld in artikel 3, 22°, c).
  § 2. [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° zij vermelden dat er een prospectus en een document met essentiėle beleggersinformatie is, wordt of zal worden gepubliceerd en geven aan waar de beleggers die documenten kunnen verkrijgen;
  2° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of misleidend zijn;
  3° de erin vervatte informatie stemt overeen met de in het prospectus en de essentiėle beleggersinformatie en hun bijwerkingen en aanvullingen verstrekte informatie indien die documenten reeds zijn gepubliceerd of, indien ze op een later tijdstip worden gepubliceerd, met de informatie die erin moet worden verstrekt.
  Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 57, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 434, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 65.§ 1. Wie voornemens is rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2 openbaar aan te bieden, geeft de FSMA daarvan op voorhand kennis.
  § 2. Bij de in § 1 bedoelde kennisgeving wordt een dossier gevoegd dat is samengesteld overeenkomstig de voorschriften van de FSMA, met daarin met name :
  1° het ontwerp van prospectus en het ontwerp van de essentiėle beleggersinformatie, opgesteld overeenkomstig de artikelen 58, 59, 62, 63 en 64, en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten;
  2° het ontwerp van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen en die worden opgesteld op initiatief van de bieder, de instelling voor collectieve belegging, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de door hen aangestelde bemiddelaars;
  3° de eventuele, krachtens het vennootschapsrecht voorgeschreven bijzondere verslagen die verband houden met de verrichting;
  4° de eventuele deskundigenverslagen waarnaar het prospectus verwijst;
  5° elk ander document dat pertinent is voor het onderzoek van het prospectus en de essentiėle beleggersinformatie.
  § 3. [1 ...]1.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 59, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 434, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 66.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 438, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 67.De FSMA kan de personen die de in de artikelen 65 en 66 bedoelde kennisgeving hebben verricht, verzoeken om het dossier te vervolledigen met alle andere inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de volledigheid en het passend karakter van de informatie vervat in, naargelang van het geval, het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie of hun bijwerkingen, alsook voor de beoordeling van de volledigheid en het passend karakter van de informatie in [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 57, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 434, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 68.Onverminderd artikel 32, eerste lid, laatste zin, beslist de FSMA, binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van een volledig dossier, om hetzij, naargelang van het geval, het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie, hun bijwerkingen of [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, goed te keuren, hetzij, naargelang van het geval, de goedkeuring te weigeren van het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie, hun bijwerkingen, of van [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 57, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 434, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 69.Wanneer de FSMA nog geen van de in artikel 68 bedoelde beslissingen heeft genomen, kunnen de personen die de in de [3 artikelen 65, § 1]3, en 66 bedoelde kennisgeving hebben verricht, de FSMA met een aangetekende brief aanmanen om dit te doen. Een dergelijke aanmaning kan ten vroegste geschieden na het verstrijken van een termijn van 15 werkdagen na het laatste verzoek van de FSMA om bijkomende inlichtingen in de zin van artikel 67, of bij gebrek aan een dergelijk verzoek, ten vroegste na het verstrijken van een termijn van 15 werkdagen na de in de artikelen 65, §§ 1 en 3, en 66 bedoelde kennisgeving.
  Indien de FSMA, na afloop van een termijn van 15 werkdagen na de in het eerste lid bedoelde aanmaning, in gebreke blijft, hetzij om met opgave van de ontbrekende elementen de beslissing te nemen dat het dossier nog niet als volledig kan worden beschouwd, hetzij om één van de in artikel 68 bedoelde beslissingen te nemen, wordt het verzoek tot goedkeuring van, naargelang van het geval, het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie, hun bijwerkingen of [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, geacht te zijn geweigerd.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 57, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 434, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2014-04-19/62, art. 439, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 70.De in artikel 68 bedoelde beslissingen worden ter kennis gebracht van de personen die de in de artikelen 65, §§ 1 en 3, en 66 bedoelde kennisgeving hebben verricht. In geval van een in [4 artikel 3, 13°, ii)]4, bedoeld aanbod, worden deze beslissingen ook ter kennis gebracht van de betrokken marktondernemingen.
  Enkel de personen die de in de [3 artikelen 65, § 1]3, en 66 bedoelde kennisgeving hebben verricht, kunnen, conform artikel 121, § 1, eerste lid, 5°, van de wet van 2 augustus 2002, beroep instellen tegen de in artikel 68 bedoelde weigering van de FSMA tot goedkeuring van, naargelang van het geval, het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie, hun bijwerkingen of [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, of tegen de in artikel 69, tweede lid bedoelde impliciete beslissing tot weigering.
  Tegen de beslissing van de FSMA tot goedkeuring van, naargelang van het geval, het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie, hun bijwerkingen of [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, is geen beroep mogelijk.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 57, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 434, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2014-04-19/62, art. 439, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (4)<W 2018-07-11/06, art. 54, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>

  Onderafdeling 2. - Bemiddeling

  Art. 71.Enkel de volgende personen of instellingen mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten in het kader van openbare aanbiedingen van [2 rechten van deelneming]2 van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in [5 artikel 3, 13°, i)]5, die in Belgiė worden uitgebracht :
  a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van Belgiė en de andere centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
  b) de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de lijst [1 bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014]1 met uitzondering van de gemeentespaarkassen;
  c) de in Belgiė gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd zijn [1 overeenkomstig artikel 312 van de wet van 25 april 2014;]1
  d) de niet in Belgiė gevestigde kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in Belgiė werkzaam zijn [1 overeenkomstig artikel 313 van de wet van 25 april 2014;]1
  e) de beursvennootschappen als bedoeld [3 in boek XII, titel II van de wet van 25 april 2014]3;
  f) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bedoeld [3 in titel III van de wet van 25 oktober 2016]3;
  g) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in Belgiė werkzaam zijn [3 overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van 25 oktober 2016]3;
  h) de in Belgiė gevestigde bijkantoren van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in Belgiė werkzaam zijn [3 overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de wet van 25 oktober 2016]3;
  i) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in Belgiė werkzaam zijn via dienstverrichtingen, voorzover hun werkzaamheden als bemiddelaar in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn [3 krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de wet van 25 oktober 2016]3;
  j) de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 193 van deze wet;
  [2 j)/1 de beheervennootschappen als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 314 van de wet van 19 april 2014;]2
  k) de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in Belgiė werkzaam zijn overeenkomstig boek III van deel III van deze wet, voorzover hun werkzaamheden als bemiddelaar in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van voornoemd boek III;
  l) [4 de beheervennootschappen naar buitenlands recht als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU die in Belgiė werkzaam zijn overeenkomstig boek III van deel IV van de wet van 19 april 2014;]4
  [4 Het eerste lid doet geen afbreuk
   a) aan de mogelijkheid voor de instelling voor collectieve belegging om zelf haar rechten van deelneming te plaatsen of om tussenpersonen in bank- of beleggingsdiensten die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van de wet van 22 maart 2006, hiermee te gelasten,
   b) aan de mogelijkheid voor de bieder om de plaatsing van de rechten van deelneming toe te vertrouwen aan tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van de wet van 22 maart 2006, ingeval de bieder een gereglementeerde onderneming in de zin van de wet is, of
   c) aan de mogelijkheid om een met de bieder of de instelling voor collectieve belegging verbonden onderneming hiermee te gelasten, ingeval de aanbieding tot de personeelsleden van die verbonden onderneming gericht is]4.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 147, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 440, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2016-10-25/04, art. 151, 007; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (4)<W 2016-12-25/11, art. 29, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (5)<W 2018-07-11/06, art. 55, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>

  HOOFDSTUK 3. - Bedrijfsuitoefening

  Afdeling 1. - Beleggingsbeleid

  Art. 72.Een instelling voor collectieve belegging [1 die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG]1 mag deze keuze niet wijzigen.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 441, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 73.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 442, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 74.Onverminderd [1 artikel 7, eerste lid]1 bepaalt de Koning, bij besluit genomen na advies van de FSMA, welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de instellingen voor collectieve belegging, gelet op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij hebben geopteerd, en met name :
  1° de risicospreidingscoėfficiėnten;
  2° [1 ...]1
  3° [1 ...]1
  4° of de instellingen voor collectieve belegging de hieronder opgesomde verrichtingen mogen uitvoeren, alsook, in voorkomend geval, binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden :
  a) leningen aangaan;
  b) verkopen vanuit een ongedekte positie;
  c) uitgiften vast overnemen, de goede afloop ervan verzekeren alsook eender welke financiėle verplichting aangaan ten gunste van derden;
  d) effecten lenen, kredieten verstrekken of zekerheden verstrekken om de verbintenissen van derden te waarborgen;
  e) cessie-retrocessieovereenkomsten (repurchase agreements).
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 443, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 75.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 444, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 2. - Master-feederconstructies

  Art. 76. Indien een master naar Belgisch recht ten minste twee feeders heeft, wordt deze master voor de doeleinden van artikel 10 geacht haar financiėle middelen aan te trekken via een openbaar aanbod van rechten van deelneming.

  Art. 77.De belegging van een feeder in een bepaalde master, [1 die de door de Koning krachtens artikel 74 vastgelegde grens overschrijdt,]1 moet vooraf door de FSMA worden goedgekeurd. Hiertoe moet de feeder de door de Koning vastgestelde documenten indienen bij de FSMA in één van de landstalen of in een taal die door de FSMA is goedgekeurd.
  De Koning stelt de modaliteiten van de goedkeuringsprocedure vast.
  De feeder belegt niet in de rechten van deelneming in de master totdat de overeenkomsten of de interne bedrijfsvoeringsregels bedoeld in respectievelijk de artikelen 53, 78 en 107 in werking zijn getreden.
  De feeder controleert de werkzaamheden van de master op doeltreffende wijze.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 445, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 78. De master verschaft de feeder alle documenten en informatie die de feeder nodig heeft om te voldoen aan de eisen die in de wetgeving zijn vastgelegd. Hiertoe moet de feeder een overeenkomst aangaan met de master.
  Indien zowel de master als de feeder door dezelfde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging worden beheerd, kan de overeenkomst worden vervangen door interne bedrijfsvoeringsregels die waarborgen dat aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan.
  De Koning legt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de inhoud en modaliteiten vast van de in dit artikel bedoelde overeenkomst en interne bedrijfsvoeringsregels.

  Art. 79. § 1. Als een master vereffend wordt, wordt de feeder ook vereffend, tenzij de FSMA goedkeurt dat :
  1° ten minste 85 % van de activa van de feeder wordt belegd in rechten van deelneming in een andere master, of
  2° haar beheerreglement of statuten zodanig worden gewijzigd dat de feeder kan worden omgezet in een instelling van collectieve belegging die de hoedanigheid van feeder niet heeft.
  § 2. Als een master met een andere instelling voor collectieve belegging fuseert of in twee of meer instellingen voor collectieve belegging wordt gesplitst, wordt de feeder vereffend, tenzij de FSMA goedkeurt dat de feeder :
  1° een feeder blijft van de master of een andere instelling voor collectieve belegging die uit de fusie of splitsing van de master voortkomt,
  2° ten minste 85 % van haar activa belegt in rechten van deelneming in een andere master die niet uit de fusie of splitsing voortkomt, of
  3° haar beheerreglement of statuten zodanig wijzigt dat zij wordt omgezet in een niet-feeder.
  § 3. De Koning legt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de procedure vast die de feeder dient te volgen bij vereffening, fusie of splitsing van de master.

  Art. 80. De Koning legt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de bepalingen en procedures vast die de feeders en de masters dienen na te leven en die er toe strekken de belangen van de deelnemers te beschermen, ten minste met betrekking tot de bepaling van de netto-inventariswaarde, bijzondere informatieverstrekking aan de deelnemers en de FSMA en de kosten en provisies.

  Afdeling 3. - Verplichtingen en verbodsbepalingen

  Art. 81.§ 1. Een instelling voor collectieve belegging mag niet zoveel effecten van eenzelfde vennootschap verwerven dat zij, rekening houdend met de structuur en de spreiding van de aandeelhouderskring van die vennootschap, met deze effecten een invloed zou kunnen uitoefenen op het bestuur van de bedoelde vennootschap of op de aanstelling van haar leiders.
  De Koning legt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de grenzen vast voor het bezit van effecten van eenzelfde categorie van eenzelfde emittent door een instelling voor collectieve belegging.
  § 2. Een instelling voor collectieve belegging mag zich er niet toe verbinden om op een welbepaalde manier te stemmen met de effecten die zij beheert, of om te stemmen volgens de instructies van andere personen dan de deelnemers die in een algemene vergadering bijeen zijn. Een instelling voor collectieve belegging mag zich er niet toe verbinden om effecten niet te verkopen, om een voorkooprecht te verlenen of om enige andere overeenkomst te sluiten die haar beheerautonomie zou belemmeren.
  Elke andersluidende overeenkomst is nietig.
  § 3. [1 ...]1
  § 4. De eerste en tweede paragraaf zijn niet van toepassing in de gevallen waarin een beleggingsvennootschap dochterondernemingen heeft opgericht die zelf instellingen voor collectieve belegging zijn in de zin van [1 artikel 3, 1°]1.
  § 5. De instelling voor collectieve belegging brengt in haar jaarverslag verslag uit over haar beleid met betrekking tot de uitoefening van de stemrechten die zijn verbonden aan de door haar beheerde effecten. Zij vermeldt en verantwoordt daarbij inzonderheid de manier waarop de stemrechten werden uitgeoefend, of de redenen waarom de stemrechten niet werden uitgeoefend.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 446, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 82. De beleggingsvennootschap tracht belangenconflichten te voorkomen en, wanneer deze onvermijdelijk zijn, zorgt ervoor dat de deelnemers op billijke wijze worden behandeld.
  De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de regels bepalen die de beleggingsvennootschap, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de in artikel 42 bedoelde derden moeten naleven om belangenconflicten met de effectenhouders van de instelling voor collectieve belegging te vermijden. De Koning gaat over tot het uitwerken van :
  a) minimumcriteria voor de opsporing van belangenconflicten;
  b) onafhankelijkheidscriteria voor het beheer van belangenconflicten;
  c) regels in verband met het beleid inzake het beheer van belangenconflicten;
  d) regels in verband met het beheer van activiteiten die belangenconflicten doen ontstaan; en
  e) regels die verplichten tot de ontwikkeling van adequate en effectieve strategieėn voor het uitoefenen van de stemrechten die aan instrumenten in de beheerde portefeuilles verbonden zijn.

  Art. 83. De beleggingsvennootschap moet zich conformeren aan de volgende beginselen :
  - zij zet zich in bij haar bedrijfsuitoefening op een loyale en billijke wijze en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding in het beste belang van de deelnemers en de integriteit van de markt;
  - zij beschikt over en maakt doeltreffend gebruik van de middelen en procedures die nodig zijn voor een deugdelijke bedrijfsuitoefening;
  - zij voldoet aan alle voor de uitoefening van haar werkzaamheden geldende voorschriften teneinde de belangen van haar beleggers optimaal te behartigen en de integriteit van de markt te bevorderen.
  De Koning stelt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, gedragsregels vast die de instelling voor collectieve belegging moet naleven bij de uitoefening van haar beheertaken als bedoeld in artikel 3, 22°, desgevallend rekening houdend met de aard van de betrokken beheertaak. Die regels hebben ten minste betrekking op :
  - de vaststelling van passende criteria om op een loyale en billijke wijze en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding te handelen in het uitsluitende belang van de deelnemers en overeenkomstig het beginsel van gelijkheid tussen de deelnemers;
  - de vaststelling van de beginselen om te waarborgen dat de instellingen voor collectieve belegging doeltreffend gebruik maken van de middelen en procedures die nodig zijn voor een deugdelijke bedrijfsvoering; en
  - de verplichtingen van de instellingen voor collectieve belegging met betrekking tot de uitvoering en verwerking van orders, rekening houdend met het beginsel van optimale uitvoering.
  Artikel 223, § 2 is mutatis mutandis van toepassing.

  Art. 83/1.[1 De artikelen 213/1 tot 213/4 zijn van overeenkomstige toepassing op de beleggingsvennootschappen die geen gebruik maken van de in artikel 44 bedoelde mogelijkheid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 84. § 1. Bij ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van instellingen voor collectieve belegging of van hun compartimenten leven de instellingen voor collectieve belegging, hun beheervennootschappen, bewaarders, commissarissen of andere in dat kader aangestelde onafhankelijke auditoren of bewaarders de bepalingen na die door de Koning zijn vastgesteld na advies van de FSMA, en die er inzonderheid toe strekken de belangen van de deelnemers te beschermen met betrekking tot onder meer de waardering, de aan dergelijke verrichtingen verbonden kosten, de informatieverstrekking en de voorwaarden waaronder en desgevallend de kosten waartegen zij, naar aanleiding van dergelijke verrichtingen, de inkoop, terugbetaling of omzetting van hun rechten van deelneming kunnen verkrijgen. Op advies van de FSMA bepaalt de Koning eveneens de voorwaarden waaraan de statuten of het beheerreglement en het prospectus in het kader van deze verrichtingen moeten voldoen, de voorwaarden waaronder een dergelijke verrichting al dan niet is toegelaten alsook de regels inzake het toezicht door en de bevoegdheden en verplichtingen van de FSMA in het kader van deze verrichtingen.
  De Koning kan in dit kader, rekening houdend met de overige door Hem bepaalde verplichtingen of met de specificiteit van de instellingen voor collectieve belegging, afwijkingen voorzien van de artikelen 444, 533 et 602, en van de bepalingen van boek XI van het Wetboek van Vennootschappen. De Koning kan bovendien bepalen onder welke voorwaarden bij fusie door oprichting van een nieuw compartiment in afwijking van artikel 672 van het Wetboek van Vennootschappen sprake kan zijn van de overgang van het vermogen van slechts één compartiment of gemeenschappelijk beleggingsfonds naar een nieuw compartiment dat niet door hem moet worden opgericht.
  § 2. Bij fusie of andere herstructureringen wordt de informatie die volgens de door de Koning vastgestelde regels ter goedkeuring moet worden overgemaakt aan de FSMA, meegedeeld in een van de landstalen of in een door de FSMA aanvaarde taal, met naleving van de geldende Belgische rechtsregels, alsook, indien de verkrijgende instelling voor collectieve belegging uit een andere lidstaat afkomstig is, in de officiėle taal of één van de officiėle talen van de lidstaat van herkomst van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging of een door de bevoegde autoriteiten van die lidstaat erkende taal.
  De informatie die door de bij de fusie of andere herstructurering betrokken instellingen voor collectieve belegging volgens de door de Koning vastgestelde regels moet worden verstrekt aan hun deelnemers, moet worden verstrekt in de officiėle taal of in de officiėle talen van elke lidstaat waarin de rechten van deelneming in deze instellingen voor collectieve belegging mogen worden verhandeld dan wel in een taal die door de bevoegde autoriteiten van die lidstaten is goedgekeurd.

  Art. 84/1. [1 De artikelen 224 en 224/1 zijn mutatis mutandis van toepassing op de beleggingsvennootschappen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2020-04-28/06, art. 11, 016; Inwerkingtreding : 16-05-2020>
  

  Afdeling 4. - Uitgifte en openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging

  Art. 85.§ 1. De rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging [2 ...]2 worden door de instelling voor collectieve belegging uitgegeven en ingekocht tegen inventariswaarde, in voorkomend geval verhoogd of verminderd met de in het beheerreglement of de statuten vastgestelde kosten en provisies. Iedere dag waarop de uitgifte en de inkoop van rechten van deelneming is toegestaan door het beheerreglement of de statuten, wordt de inventariswaarde berekend.
  § 2. De instelling voor collectieve belegging [2 ...]2 moet een kredietinstelling die is ingeschreven op de lijst bedoeld [1 in artikel 14 van de wet van 25 april 2014,]1 een bijkantoor van een kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd is [1 conform artikel 312 van de wet van 25 april 2014,]1, een beursvennootschap naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in [3 artikel 7, tweede lid, a) van de wet van 25 oktober 2016]3, of een bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruime en geregistreerd is conform artikel 258 van deze wet, voor zover dit bijkantoor deze activiteit mag uitoefenen krachtens het recht dat op hem van toepassing is, aanwijzen die of dat instaat voor de uitkeringen aan de deelnemers en de rechten van deelneming uitgeeft of inkoopt.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde ondernemingen bij de uitoefening van de in die paragraaf beschreven activiteiten.
  § 3. De rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2 kunnen worden toegelaten tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt, op voorwaarde dat de instelling voor collectieve belegging een procedure heeft ingevoerd die haar in staat stelt zich ervan te vergewissen dat de koers van de rechten van deelneming niet te sterk afwijkt van hun inventariswaarde.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de maximaal toegestane afwijking.
  Onverminderd het tweede lid, beoordeelt de FSMA of de maximale afwijking tussen de koers en de inventariswaarde aanvaardbaar is ten aanzien van het beleggingsbeleid van de instelling, de kenmerken van de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij heeft geopteerd en de kenmerken van de markt waarop de rechten van deelneming worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 148, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 447, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2016-10-25/04, art. 152, 007; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  Art. 86.De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de instellingen voor collectieve beleggingen en de derden als bedoeld in artikel 42, § 1, die zijn belast met de uitoefening van de beheertaak als bedoeld in artikel 3, 22°, c), met betrekking tot de uitgifte en de openbare aanbieding van effecten van instellingen voor collectieve belegging, en ten minste :
  1° de wijze waarop de inventariswaarde van de rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging wordt berekend;
  2° [1 de gevallen waarin het vrij toetredings- en uittredingsrecht kan of moet worden geschorst]1;
  3° de aard van de kosten alsook de wijze waarop de kosten en provisies kunnen worden aangerekend.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 30, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 87.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 448, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 5. - Periodieke informatie en boekhoudregels

  Art. 88.§ 1. Elke instelling voor collectieve belegging maakt een jaarverslag per boekjaar en een halfjaarlijks verslag over de eerste zes maanden van het boekjaar openbaar. Deze verslagen bevatten een omstandige inventaris van het vermogen, een opgave van de resultaten en informatie over de mate waarin bij het beheer van de financiėle middelen en bij de uitoefening van de rechten die aan de effecten in portefeuille verbonden zijn, rekening wordt gehouden met sociale, ethische en leefmilieu-aspecten. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, per compartiment.
  [1 ...]1
  § 2. De jaarverslagen en de halfjaarlijkse verslagen [1 ...]1 als bedoeld in § 1 worden overgelegd aan de FSMA.
  De personen belast met de effectieve leiding van de instelling voor collectieve belegging, verklaren aan de FSMA dat de in § 1 bedoelde periodieke verslagen [1 ...]1 in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen.
  Die verslagen [1 ...]1 (a) moeten volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke verslagen [1 ...]1 worden opgesteld, en (b) moeten juist zijn en correct de gegevens weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke verslagen [1 ...]1 worden opgesteld. De personen belast met de effectieve leiding bevestigen het nodige gedaan te hebben opdat voornoemde verslagen en staten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA opgemaakt zijn, en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening voor de periodieke verslagen [1 ...]1 per einde boekjaar of met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar voor de andere periodieke verslagen [1 ...]1.
  § 3. De jaarverslagen en de halfjaarlijkse verslagen [1 ...]1 als bedoeld in § 1 worden kosteloos verstrekt aan de houders van effecten van de instelling voor collectieve belegging die daarom verzoeken. Het laatste jaarlijks of halfjaarlijks verslag wordt steeds bij het prospectus bedoeld in artikel 57, eerste lid gevoegd.
  Zij moeten voor het publiek verkrijgbaar worden gesteld op de plaatsen vermeld in het prospectus en in de essentiėle beleggersinformatie bedoeld in artikel 57, eerste lid.
  De jaarverslagen en de halfjaarlijkse verslagen als bedoeld in § 1 van een instelling voor collectieve belegging die een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit een andere lidstaat heeft aangesteld overeenkomstig artikel 44, moeten op verzoek worden meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van deze beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de inhoud, de vorm alsook de openbaarmakingswijze en -termijn van de jaarverslagen, de halfjaarlijkse verslagen [1 ...]1, alsook de voorwaarden waaronder de jaarverslagen, de halfjaarlijkse verslagen [1 ...]1 mogen worden openbaar gemaakt via publicatie op de website van de instelling voor collectieve belegging, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de instelling als bedoeld in artikel 85, § 2, of derden als bedoeld in artikel 42, § 1, die zijn belast met de uitoefening van de beheertaak als bedoeld in artikel 3, 22°, c).
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 449, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 89. De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, volgens welke regels de instellingen voor collectieve belegging hun boekhouding voeren, in voorkomend geval, per compartiment, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opstellen en openbaar maken. Wat de beleggingsvennootschappen betreft, kan Hij afwijken van artikel 105 van het Wetboek van Vennootschappen, alsook de regels genomen met toepassing van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen en, onder de voorwaarden van artikel 122, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen, de regels genomen met toepassing van artikel 92 van het Wetboek van Vennootschappen aanpassen, wijzigen en aanvullen.

  Art. 90.Iedere dag waarop de uitgifte of inkoop van rechten van deelneming mogelijk is, maakt de instelling voor collectieve belegging [1 ...]1 de inventariswaarde van die rechten van deelneming bekend volgens de door de Koning vastgestelde regels.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 450, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 91. De FSMA kan, als zij oordeelt dat er gevaar voor verwarring bestaat, eisen dat er aan de naam van de instelling voor collectieve belegging een verklarende vermelding wordt toegevoegd.

  HOOFDSTUK 4. - Verhandeling in een andere lidstaat van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging

  Art. 92.§ 1. Een instelling voor collectieve belegging die voornemens is haar effecten te verhandelen in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, stelt de FSMA daarvan vooraf in kennis.
  § 2. Indien een instelling voor collectieve belegging [1 ...]1 voornemens is haar rechten van deelneming of de rechten van deelneming in een van haar compartimenten te verhandelen in een andere lidstaat, de lidstaat van ontvangst, zendt zij de FSMA een kennisgevingsdossier. Dit kennisgevingsdossier bestaat uit een kennisgeving en een bijlage.
  De in het eerste lid bedoelde kennisgeving is, met naleving van de geldende Belgische rechtsregels, gesteld in :
  1° een taal die in de internationale financiėle wereld gebruikelijk is, of
  2° één van de landstalen, voor zover deze taal ook een officiėle taal van de lidstaat van ontvangst is en de lidstaat van ontvangst akkoord gaat dat de kennisgeving in deze taal wordt gesteld.
  De documenten die de in het eerste lid bedoelde bijlage uitmaken, worden vertaald in
  1° de officiėle taal of een van de officiėle talen van de lidstaat van ontvangst van de instelling voor collectieve belegging;
  2° een taal die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst is goedgekeurd, of
  3° een taal die in de internationale financiėle wereld gebruikelijk is.
  De in het derde lid, 3° bedoelde mogelijkheid is evenwel niet van toepassing op de essentiėle beleggersinformatie, voor zover deze deel uitmaakt van de in het eerste lid bedoelde bijlage.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 451, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 93. De FSMA gaat na of de door de instelling voor collectieve belegging overeenkomstig artikel 92, § 2 ingediende documentatie volledig is.
  De FSMA zendt de volledige in artikel 92, § 2 bedoelde documentatie uiterlijk 10 werkdagen na de datum van ontvangst van het volledige kennisgevingsdossier door naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de instelling voor collectieve belegging haar rechten van deelneming wil verhandelen. Zij voegt bij de documentatie een verklaring dat de instelling voor collectieve belegging voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG. Deze verklaring is gesteld in de in artikel 92, § 2, tweede lid bedoelde taal.
  Na doorzending van de documentatie stelt de FSMA de instelling voor collectieve belegging onmiddellijk daarvan in kennis.

  Art. 94. De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, nadere regels inzake de inhoud en wijze van communicatie en terbeschikkingstelling van het in artikel 92, § 2 bedoelde kennisgevingsdossier en zijn bijwerkingen, en van de in artikel 93 bedoelde verklaring.

  Art. 95. De FSMA kan samenwerkingsovereenkomsten sluiten met de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte die de in artikel 45, § 1, 2° van de wet van 2 augustus 2002, bedoelde bevoegdheden uitoefenen, met de bedoeling de opzet van voor alle lidstaten gemeenschappelijke systemen voor elektronische gegevensverwerking en centrale opslag te coördineren, om zo de toegang door de verschillende autoriteiten tot de in artikel 93, lid 1, 2 en 3 van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde informatie of documenten te garanderen.

  HOOFDSTUK 5. - Toezicht op de instellingen voor collectieve belegging

  Afdeling 1. - Toezicht door de FSMA

  Art. 96.§ 1. De instellingen voor collectieve belegging zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA.
  [4 Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot de bepalingen van Verordening 2015/2365 en Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.]4
  § 2. Onverminderd artikel 67, kan de FSMA zich alle inlichtingen en stukken doen verstrekken over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de instellingen voor collectieve belegging waarop zij toezicht houdt, alsook over de waardering en de rendabiliteit van hun vermogen.
  § 3. Zij kan ter plaatse inspecties verrichten bij de instelling voor collectieve belegging, bij de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, bij elke andere entiteit die, rechtstreeks of onrechtstreeks, beheertaken uitoefent voor rekening van de instelling voor collectieve belegging, alsook bij de bewaarder, [2 ter plaatse kennis nemen]2 en een kopie maken van elk gegeven in hun bezit [2 , alsook bestaande opnames van telefoongesprekken, elektronische mededelingen of overzichten van dataverkeer waarover voornoemde personen beschikken, opvragen]2:
  1° om na te gaan of de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook de bepalingen van het beheerreglement of de statuten zijn nageleefd, en of de boekhouding en de jaarrekening alsook de haar door de instelling voor collectieve belegging overgelegde jaarverslagen, halfjaarlijkse verslagen, driemaandelijkse financiėle staten, periodieke staten en andere inlichtingen juist en waarheidsgetrouw zijn;
  2° om het passende karakter te toetsen van de beheerstructuren, de administratieve, boekhoudkundige, financiėle en technische organisatie en de interne controle van de instelling voor collectieve belegging;
  3° om zich ervan te vergewissen dat het beheer van de instelling voor collectieve belegging gezond en voorzichtig is en dat het de aan de effecten verbonden rechten niet in het gedrang kan brengen;
  4° om de volledigheid en het passend karakter te toetsen van de informatie in het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie en hun bijwerkingen over een aanbod als bedoeld in artikel 57, eerste lid, alsook in de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen. In dat geval kan de FSMA ook bij de bieder, als dat geen van de in dit lid bedoelde personen is, alsook bij de financiėle bemiddelaars die optreden of zijn opgetreden bij een openbaar aanbod van effecten van de instelling voor collectieve belegging, ter plaatse inspecties verrichten.
  § 4. De bepalingen van de [3 artikelen 79 tot [5 86]5]3, van de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing in het kader van de uitoefening van de door en krachtens dit boek aan de FSMA toegekende bevoegdheden.
  § 5. De Koning bepaalt welke vergoeding de instellingen voor collectieve belegging aan de FSMA moeten betalen om de kosten van het toezicht te dekken.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 452, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 19, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (3)<W 2017-07-31/10, art. 30, 009; Inwerkingtreding : 21-08-2017>
  (4)<W 2018-07-11/06, art. 56,1°, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2018>
  (5)<W 2018-07-11/06, art. 56,2°, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 96/1.[1 De andere entiteiten op wie de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn, zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA wat de toepassing van deze bepalingen betreft. Artikel 96, §§ 1 tot 4 is van overeenkomstige toepassing.]1
  [2 Onverminderd het eerste lid, stelt een instelling naar Belgisch recht, wanneer zij wordt aangesteld (a) via een bijkantoor tot bewaarder van een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat, of (b) tot bewaarder van een door een beheervennootschap naar buitenlands recht beheerde instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht, op vraag van de FSMA, alle informatie ter beschikking die zij bij de uitvoering van haar taken heeft verkregen en die de bevoegde autoriteiten van de instelling voor collectieve belegging of van de beheervennootschap nodig kunnen hebben.
   In dat geval bezorgt de FSMA de ontvangen informatie onmiddellijk aan de bevoegde autoriteiten van de instelling voor collectieve belegging en van de beheervennootschap.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 453, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 12, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 97. De instellingen voor collectieve belegging leggen de FSMA periodiek een gedetailleerde financiėle staat voor. Die staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels vastgesteld bij een conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002 genomen reglement van de FSMA dat de rapporteringsinhoud, -frequentie en -wijze bepaalt. Bovendien kan de FSMA voorschrijven dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg wordt verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd.
  De personen belast met de effectieve leiding van de instelling voor collectieve belegging, verklaren aan de FSMA dat de in het eerste lid bedoelde periodieke financiėle staten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen. Die periodieke staten (a) moeten volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiėle staten worden opgesteld, en (b) moeten juist zijn en correct de gegevens weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiėle staten worden opgesteld.
  Zij bevestigen het nodige te hebben gedaan opdat voornoemde staten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA opgemaakt zijn en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening.
  In bijzondere gevallen kan de FSMA afwijkingen toestaan van het in het eerste lid bedoelde reglement.
  Het in het eerste lid bedoelde reglement wordt genomen na raadpleging van de betrokken beroepsverenigingen.

  Art. 98. Onverminderd artikel 83, behoren relaties tussen de instelling voor collectieve belegging en een bepaalde deelnemer niet tot de bevoegdheid van de FSMA, tenzij het toezicht op de instelling voor collectieve belegging dit vergt.

  Art. 99. De FSMA stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging onverwijld in kennis van alle problemen bij een instelling voor collectieve belegging die het vermogen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging wezenlijk kunnen aantasten om haar taken naar behoren uit te voeren of om te voldoen aan de verplichtingen van Richtlijn 2009/65/EG die onder de verantwoordelijkheid van de FSMA vallen als bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de instelling voor collectieve belegging.

  Afdeling 2. - Samenwerking tussen autoriteiten

  Art. 100.§ 1. Wanneer de FSMA gegronde redenen heeft om te vermoeden dat handelingen die strijdig zijn met de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG worden of zijn uitgevoerd door entiteiten die niet zijn onderworpen aan haar toezicht, op het grondgebied van een andere lidstaat, geeft zij hiervan zo specifiek mogelijk kennis aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaat.
  Wanneer de FSMA een in artikel 101, lid 3 van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde kennisgeving ontvangt, neemt zij de gepaste maatregelen en stelt zij de kennisgevende bevoegde autoriteiten op de hoogte van het resultaat van die maatregelen en, voor zover mogelijk, van belangrijke tussentijdse ontwikkelingen.
  § 2. De FSMA kan om de medewerking van de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat verzoeken bij toezichtactiviteiten of voor verificatie ter plaatse of bij een onderzoek op het grondgebied van de andere lidstaat in het kader van haar bevoegdheden uit hoofde van deze wet.
  Artikel 77bis, [1 § 1, 2°, tweede lid]1, 3°, §§ 2 en 3, 1° en 3° van de wet van 2 augustus 2002 is van toepassing.
  ----------
  (1)<W 2017-07-31/10, art. 31, 009; Inwerkingtreding : 21-08-2017>

  Afdeling 3. - Revisoraal toezicht

  Art. 101.§ 1. De instellingen voor collectieve belegging moeten een commissaris aanstellen die de opdracht van commissaris uitoefent zoals bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen.
  Artikel 141, 2°, van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing op de instellingen voor collectieve belegging.
  De bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen met betrekking tot de benoeming, de bezoldiging, het ontslag, de herroeping en de bevoegdheden van de commissaris van rechtspersonen die worden beheerst door het Wetboek van Vennootschappen, zijn van toepassing op de commissaris die is aangesteld bij een gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  In afwijking van [1 artikel 86, § 1, van de wet van 7 december 2016]1 is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing bij de uitwisseling van informatie tussen (a) de commissaris van een instelling voor collectieve belegging en de commissaris van de entiteit waaraan die instelling voor collectieve belegging de uitvoering van beheertaken met toepassing van artikel 42, § 1 heeft toevertrouwd, en (b) de commissaris van een instelling voor collectieve belegging en de commissaris van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die de instelling voor collectieve belegging met toepassing van artikel 35 of artikel 44 heeft aangesteld.
  § 2. De opdracht van commissaris mag bij instellingen voor collectieve belegging enkel worden toevertrouwd aan één of meer revisoren of één of meer revisorenvennootschappen die daartoe door de FSMA zijn erkend overeenkomstig artikel 103.
  De instellingen voor collectieve belegging mogen plaatsvervangende commissarissen aanstellen, die de taak van de commissaris waarnemen als hij langdurig verhinderd is. De voorschriften van dit artikel en van artikel 102 zijn van toepassing op deze plaatsvervangers.
  § 3. Een instelling voor collectieve belegging mag niet dezelfde commissaris hebben als de door haar met toepassing van artikel 35 of artikel 44 aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  Als de opdracht van commissaris door een erkende revisorenvennootschap wordt uitgeoefend, is het vorige lid niet van toepassing, op voorwaarde dat :
  1° de betrokken erkende revisorenvennootschap door twee verschillende erkende revisoren wordt vertegenwoordigd; en
  2° tussen die twee erkende revisoren een passende functionele onafhankelijkheid bestaat.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 57, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 102.Overeenkomstig [1 artikel 6 van de wet van 7 december 2016]1, doen de erkende revisorenvennootschappen, voor de uitoefening van de taak van commissaris bedoeld in artikel 101, een beroep op een erkende revisor die zij aanduiden. De voorschriften van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, die de aanstelling, de taak en de verplichtingen van en de verbodsbepalingen voor commissarissen, alsook de andere op hen toepasselijke sancties dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de revisorenvennootschappen als voor de erkende revisoren die hen vertegenwoordigen.
  Een erkende revisorenvennootschap mag een plaatsvervangend vertegenwoordiger aanstellen onder haar leden die voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 58, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 103. De FSMA legt, na goedkeuring door de minister van Financiėn en de minister van Economische Zaken, het reglement vast voor de erkenning van revisoren en revisorenvennootschappen.
  Het erkenningsreglement wordt uitgevaardigd na raadpleging van de erkende revisoren via hun representatieve beroepsvereniging.
  Het Instituut der Bedrijfsrevisoren brengt de FSMA op de hoogte telkens als een tuchtprocedure wordt ingeleid tegen een erkende revisor of een erkende revisorenvennootschap wegens een tekortkoming in de uitoefening van zijn of haar taak bij een instelling voor collectieve belegging.

  Art. 104.Voor de aanstelling van commissarissen en plaatsvervangende commissarissen bij instellingen voor collectieve belegging is de voorafgaande instemming van de FSMA vereist. Deze instemming moet worden gevraagd door het vennootschapsorgaan dat de aanstelling voorstelt. Bij aanstelling van een erkende revisorenvennootschap slaat deze instemming zowel op de vennootschap als op haar vertegenwoordiger en, in voorkomend geval, op haar plaatsvervangend vertegenwoordiger.
  Deze instemming is ook vereist voor de hernieuwing van een opdracht.
  Wanneer de aanstelling van de commissaris krachtens de wet geschiedt door de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 of het hof van beroep, kiest hij uit een lijst van erkende revisoren die door de FSMA is goedgekeurd.
  ----------
  (1)<W 2018-04-15/14, art. 252, 015; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Art. 105. De FSMA kan haar instemming overeenkomstig artikel 104 met een commissaris, een plaatsvervangend commissaris, een erkende revisorenvennootschap of een vertegenwoordiger of plaatsvervangend vertegenwoordiger van een dergelijke vennootschap, steeds herroepen bij beslissing die is gemotiveerd door redenen die verband houden met hun statuut of hun opdracht als erkende revisor of erkende revisorenvennootschap, zoals bepaald door of krachtens deze wet. Met deze herroeping eindigt de opdracht van commissaris.
  Wanneer een commissaris ontslag neemt, worden de FSMA en de instelling voor collectieve belegging daarvan vooraf in kennis gesteld, met opgave van de motivering.
  Het erkenningsreglement bedoeld in artikel 103 regelt de procedure.
  Bij afwezigheid van een plaatsvervangend commissaris of een plaatsvervangend vertegenwoordiger van een erkende revisorenvennootschap zorgt de instelling voor collectieve belegging of de erkende revisorenvennootschap, met naleving van artikel 104, binnen twee maanden voor zijn vervanging.
  Het voorstel bij een instelling voor collectieve belegging om een commissaris van zijn opdracht te ontslaan, zoals geregeld bij de artikelen 135 en 136 van het Wetboek van Vennootschappen, wordt ter advies voorgelegd aan de FSMA. Dit advies wordt meegedeeld aan de algemene vergadering.

  Art. 106.§ 1. De commissarissen verlenen hun medewerking aan het toezicht door de FSMA, op hun eigen uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig deze paragraaf, volgens de regels van het vak en de richtlijnen van de FSMA. Daartoe :
  1° beoordelen zij de maatregelen van interne controle die de instelling voor collectieve belegging heeft genomen overeenkomstig artikel 41, § 3 en de ter uitvoering hiervan genomen besluiten en reglementen, en delen zij hun bevindingen ter zake mee aan de FSMA;
  2° brengen zij verslag uit bij de FSMA over :
  a) de resultaten van het beperkt nazicht van de halfjaarlijkse verslagen [1 ...]1 die haar door de instelling voor collectieve belegging worden bezorgd krachtens artikel 88, § 2, waarin wordt bevestigd dat zij geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat de halfjaarlijkse verslagen [1 ...]1, niet in alle materieel belangrijke opzichten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA werden opgesteld. Bovendien bevestigen zij dat de halfjaarlijkse verslagen [1 ...]1, wat de boekhoudkundige gegevens betreft in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen, in die zin (a) dat zij volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de halfjaarlijkse verslagen en de voormelde financiėle staten worden opgesteld, en (b) dat zij juist zijn en de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de halfjaarlijkse verslagen [1 ...]1 worden opgesteld; verder bevestigen zij geen kennis te hebben van feiten waaruit zou blijken dat de halfjaarlijkse verslagen [1 ...]1 niet met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar zijn opgesteld;
  b) de resultaten van de controle
  (i) van de jaarverslagen die de instelling voor collectieve belegging aan het einde van het boekjaar aan de FSMA bezorgt krachtens artikel 88, § 2,
  (ii) van de periodieke financiėle staten die de FSMA worden verstrekt krachtens artikel 97
  - per einde kalenderjaar van instellingen voor collectieve belegging die hun boekjaar afsluiten op 31 december,
  - per einde van het trimester dat samenvalt met de afsluiting van het boekjaar van instellingen voor collectieve belegging waarvan het boekjaar afsluit op de laatste kalenderdag van een trimester dat niet eindigt op 31 december, of
  - per einde van het trimester dat de afsluiting van het boekjaar voorafgaat van instellingen voor collectieve belegging waarvan het boekjaar niet afsluit op een ogenblik dat samenvalt met de laatste kalenderdag van een trimester, waarin bevestigd wordt dat de jaarverslagen en financiėle staten in alle materieel belangrijke opzichten werden opgesteld volgens de geldende richtlijnen van de FSMA. Bovendien bevestigen zij dat de jaarverslagen en de financiėle staten, wat de boekhoudkundige gegevens betreft in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen, in die zin (a) dat zij volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de jaarverslagen en de financiėle staten worden opgesteld, en (b) dat zij juist zijn en de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de jaarverslagen en de financiėle staten worden opgesteld; verder bevestigen zij dat de jaarverslagen en de financiėle staten met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening werden opgesteld;
  c) de resultaten van hun nazicht van de bedragen van het netto-actief en van de inschrijvingen in de periodieke financiėle staten die de FSMA worden verstrekt krachtens artikel 97, per einde kalenderjaar van de instellingen voor collectieve belegging die hun boekjaar niet afsluiten op 31 december, waarin wordt bevestigd dat ze geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat voormelde gegevens niet in alle van materieel belang zijnde opzichten werden opgesteld in overeenstemming met de geldende richtlijnen van de FSMA;
  3° brengen zij bij de FSMA op haar verzoek, bijzonder verslag uit over de organisatie, de werkzaamheden en de financiėle structuur van de instelling voor collectieve belegging; de kosten voor de opstelling van dit verslag worden door de instelling voor collectieve belegging gedragen;
  4° brengen zij, in het kader van hun opdracht bij de instelling voor collectieve belegging of in het kader van een revisorale opdracht bij de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of elke andere entiteit die, rechtstreeks of onrechtstreeks, beheertaken uitoefent voor rekening van de instelling voor collectieve belegging, bij de bewaarder, alsook bij een onderneming die, in de zin van artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen, verbonden is met de beleggingsvennootschap of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, op eigen initiatief verslag uit bij de FSMA, zodra zij kennis krijgen van :
  a) beslissingen, feiten of ontwikkelingen die de positie van de instelling voor collectieve belegging financieel of op het vlak van haar administratieve, boekhoudkundige, financiėle of technische organisatie of van haar interne controle, op betekenisvolle wijze beļnvloeden of kunnen beļnvloeden;
  b) beslissingen of feiten die kunnen wijzen op een overtreding van het Wetboek van Vennootschappen, de statuten, deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;
  c) andere beslissingen of feiten die kunnen leiden tot een weigering om de rekeningen te certificeren of tot het formuleren van een voorbehoud.
  Tegen commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in de bepaling onder 4° van deze paragraaf, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.
  De commissarissen delen aan de leiders van, naargelang van het geval, de beleggingsvennootschap of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de verslagen mee die zij, overeenkomstig het eerste lid, 3°, aan de FSMA richten. Voor deze mededelingen geldt de geheimhoudingsplicht zoals geregeld bij artikel 76 van de wet van 2 augustus 2002. Zij bezorgen de FSMA een kopie van de mededelingen die zij aan deze leiders richten en die betrekking hebben op zaken die van belang kunnen zijn voor het toezicht dat zij uitoefent.
  § 2. De FSMA kan eisen dat de juistheid van de gegevens die haar met toepassing van artikel 96 worden verstrekt, wordt bevestigd door de commissaris van de instelling voor collectieve belegging.
  De commissarissen kunnen door de FSMA, op verzoek van de Nationale Bank van Belgiė of de Europese Centrale Bank, worden gelast te bevestigen dat de gegevens die de instellingen voor collectieve belegging aan deze autoriteiten moeten verstrekken, volledig, juist en volgens de geldende regels zijn opgesteld.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 454, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 107.§ 1. Als een feeder en haar master verschillende commissarissen hebben, moeten deze commissarissen een overeenkomst tot uitwisseling van informatie aangaan, om ervoor te zorgen dat beide commissarissen hun plichten vervullen, met inbegrip van de regelingen die getroffen zijn voor de naleving van de voorwaarden vastgesteld in § 2.
  De Koning legt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de inhoud en modaliteiten vast van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst.
  § 2. In zijn verslag houdt de commissaris van de feeder rekening met het verslag van de commissaris van de master. Indien de feeder en de master niet hetzelfde boekjaar aanhouden, moet de commissaris van de master een ad-hocverslag opstellen op de afsluitingsdatum van de feeder.
  De commissaris van de feeder brengt met name verslag uit over de onregelmatigheden die in het verslag van de commissaris van de master zijn geconstateerd, en over de gevolgen ervan voor de feeder.
  § 3. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en zijn uitvoeringsbepalingen vastgestelde voorwaarden, overtreden noch de commissaris van de master noch die van de feeder enige toepasselijke regel die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het Strafwetboek, [1 artikel 86 van de wet van 7 december 2016]1 of de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, of enige toepasselijke bepaling die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming en die voortvloeit uit een contract of uit een wet. Een dergelijke commissaris of degene die namens hem handelt, kan voor een dergelijke naleving op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 59, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 108. De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de FSMA, bijkomende opdrachten vastleggen voor de commissaris en de voorwaarden waaronder de commissaris deze opdrachten moet vervullen.

  HOOFDSTUK 6. - Afstand, herroeping en intrekking van de inschrijving en van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en bestuursrechtelijke sancties

  Art. 109. De FSMA schrapt de inschrijving van instellingen voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, van compartimenten, die
  1° hun bedrijf niet binnen twaalf maanden na het verkrijgen van hun inschrijving hebben aangevat, die afstand doen van hun vergunning of die hun bedrijf hebben stopgezet sinds meer dan zes maanden; of
  2° die failliet zijn verklaard.
  Voor de beleggingsvennootschappen trekt zij eveneens de vergunning in.

  Art. 110.Oordeelt de FSMA :
  1° dat een aanbod als bedoeld in artikel 57, eerste lid dreigt te geschieden of geschiedt onder voorwaarden waarbij het publiek kan worden misleid, met name over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging of de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod; of,
  2° dat berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, het publiek kunnen misleiden, met name over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging of de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod, dan geeft ze daarvan, naargelang van het geval, kennis aan de bieder en/of de instelling voor collectieve belegging en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en/of de personen op wier initiatief berichten, reclame en andere stukken worden gepubliceerd die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, en/of de door hen aangestelde bemiddelaars, en maant zij hen, in voorkomend geval, aan tot het nemen van bepaalde maatregelen die hieraan een einde kunnen stellen.
  Wordt met deze kennisgeving geen rekening gehouden, dan kan de FSMA beslissen het aanbod op te schorten of te verbieden voor de termijn die zij bepaalt. Zij kan tevens beslissen om de publicatie van de in het eerste lid bedoelde berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, op te schorten of te verbieden, dan wel die berichten, reclame of andere stukken in te trekken. Tot slot kan zij de in het eerste lid bedoelde personen bevelen een rechtzetting te publiceren.
  De in het tweede lid bedoelde beslissingen worden ter kennis gebracht van de in het eerste lid bedoelde personen en, in het geval van een aanbod in de zin van [1 artikel 3, 13°, ii)]1, van de betrokken marktondernemingen.
  De FSMA kan de beslissing openbaar maken om het aanbod op te schorten of te verbieden dan wel de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, op te schorten, te verbieden of in te trekken, tenzij deze openbaarmaking de financiėle markten ernstig in gevaar dreigt te brengen, schadelijk zou kunnen zijn voor de belangen van de beleggers of onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen. Indien de in het tweede lid bedoelde rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn is geschied, kan de FSMA tevens het bevel tot rechtzetting openbaar maken tenzij deze openbaarmaking de financiėle markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen, en, in voorkomend geval, zelf de gevraagde rechtzetting publiceren. De in dit lid bedoelde maatregelen van de FSMA gebeuren, naargelang van het geval, op kosten van de bieder en/of de instelling voor collectieve belegging en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en/of de personen op wier initiatief berichten, reclame en andere stukken worden gepubliceerd die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, en/of de door hen aangestelde bemiddelaars.
  De FSMA kan eenieder die in gebreke blijft om zich binnen de door haar bepaalde termijn te voegen naar een verbod of naar een bevel tot opschorting of intrekking dat hem werd gegeven overeenkomstig het tweede lid, na die persoon te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen die, per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch meer dan 2 500 000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel tot opschorting of intrekking.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 60, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>

  Art. 111.§ 1. Onverminderd artikel 110, stelt de FSMA, wanneer zij vaststelt dat een instelling voor collectieve belegging niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of overeenkomstig de bepalingen van het beheerreglement of de statuten, dat haar beheer of haar financiėle positie de goede afloop van haar verbintenissen in het gedrang dreigt te brengen, of dat haar beleidsstructuur, haar administratieve, boekhoudkundige, technische of financiėle organisatie of haar interne controle ernstige leemten vertonen, of dat de rechten verbonden aan de effecten van de instelling voor collectieve belegging die het voorwerp uitmaken of hebben uitgemaakt van een openbaar aanbod, in het gedrang dreigen te komen, de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
  Indien de toestand na afloop van deze termijn niet is verholpen, kan de FSMA :
  1° haar standpunt omtrent de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken; deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de beleggingsvennootschap en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;
  2° een speciaal commissaris aanstellen;
  3° elke uitgifte of elke inkoop van effecten opschorten of verbieden voor de termijn die zij bepaalt;
  4° de verhandeling van de effecten van de instelling voor collectieve belegging op de markt opschorten of verbieden voor de termijn die zij bepaalt;
  5° de vervanging gelasten van bestuurders van de beleggingsvennootschap of van de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de voltallige bestuurs- en beheerorganen van de beleggingsvennootschap en/of van de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging één of meer voorlopige bestuurders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad;
  6° de inschrijving van de instelling voor collectieve belegging of van een compartiment van de instelling voor collectieve belegging herroepen en, in voorkomend geval, de vergunning van de beleggingsvennootschap intrekken. De FSMA maakt haar beslissing openbaar in het Belgisch Staatsblad.
  § 2. In het in § 1, tweede lid, 2° bedoelde geval is de schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming van de speciaal commissaris vereist voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de beleggingsvennootschap en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die, rechtstreeks of onrechtstreeks, betrekking hebben op de beheerde instelling voor collectieve belegging, inclusief de algemene vergadering, alsook voor alle handelingen en beslissingen van de personen die instaan voor het beheer; de FSMA kan evenwel de verrichtingen waarvoor een toestemming is vereist, beperken.
  De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, ter beraadslaging voorleggen aan alle organen van de beleggingsvennootschap of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, inclusief de algemene vergadering, en aan de personen die instaan voor het beheer. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de FSMA en, naargelang van het geval, gedragen door de beleggingsvennootschap of door de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  De leden van de bestuurs- en de beheerorganen en de personen die instaan voor het beheer, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de instelling voor collectieve belegging of voor derden.
  Indien de FSMA de aanstelling van een speciaal commissaris openbaar heeft gemaakt in het Belgisch Staatsblad, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming vereist is, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt.
  De FSMA kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen.
  Bij ernstig gevaar voor de houders van effecten van de instelling voor collectieve belegging kan de FSMA een speciaal commissaris aanstellen zonder dat er voorafgaandelijk een termijn zoals bedoeld in § 1, eerste lid werd vastgesteld.
  § 3. In het in § 1, tweede lid, 3°, bedoelde geval zijn de leden van de bestuurs- en beheerorganen van de beleggingsvennootschap en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, en de personen die instaan voor het beheer, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de instelling voor collectieve belegging of voor derden.
  Indien de FSMA de schorsing of het verbod openbaar heeft gemaakt in het Belgisch Staatsblad, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig.
  § 4. In het in § 1, tweede lid, 5°, bedoelde geval wordt de bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) vastgesteld door de FSMA en gedragen door de beleggingsvennootschap of door de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  De FSMA kan op elk tijdstip de voorlopige bestuurder(s) vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van deelnemers van de instelling voor collectieve belegging of van de aandeelhouders van de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, wanneer zij aantonen dat het beheer van de betrokkenen niet meer de nodige waarborgen biedt.
  § 5. De in § 1 bedoelde beslissingen van de FSMA hebben voor de beleggingsvennootschap en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uitwerking vanaf de datum van hun kennisgeving en, voor derden, vanaf de datum van hun bekendmaking overeenkomstig de voorschriften van §§ 1 en 2.
  § 6. Paragraaf 1, eerste lid, en § 5 zijn niet van toepassing bij herroeping van de inschrijving van een failliet verklaarde instelling voor collectieve belegging.
  § 7. De [2 ondernemingsrechtbank]2 spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in §§ 2 en 3.
  De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de beleggingsvennootschap en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. Indien verantwoord om ernstige redenen, kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Ingeval de geschorste of vernietigde handeling of beslissing openbaar was gemaakt, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt.
  Wanneer de nietigheid de rechten kan benadelen die een derde te goeder trouw heeft verworven ten aanzien van de instelling voor collectieve belegging, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onder voorbehoud van het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding.
  De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, dan wel hem bekend zijn.
  § 8. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 7 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een instelling voor collectieve belegging of een compartiment van een instelling voor collectieve belegging, die ressorteren onder de toepassing [1 van Verordening 2017/1129 of van de wet van 11 juli 2018]1, niet werkt [1 overeenkomstig deze bepalingen]1.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 61, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>
  (2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 015; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Art. 112. Onverminderd artikel 327, § 5 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is de FSMA niet bevoegd inzake fiscale aangelegenheden.
  Wanneer de FSMA kennis heeft van het feit dat een beleggingsvennootschap en/of een aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging een bijzonder mechanisme heeft ingesteld met als doel of gevolg fiscale fraude door derden te bevorderen, zijn echter § 1, eerste en tweede lid, 2°, en § 2 van artikel 111 van toepassing.

  Art. 113. De FSMA brengt onmiddellijk de beslissingen die zij overeenkomstig de artikelen 109 tot 111 heeft genomen ter kennis van de autoriteiten die toezicht houden op de instellingen voor collectieve belegging van de andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte waar een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht haar effecten openbaar aanbiedt. Indien de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, brengt de FSMA ook de bevoegde autoriteiten van die lidstaat onmiddellijk op de hoogte. Zij houdt deze autoriteiten op de hoogte van de behandeling van het beroep tegen deze beslissingen.

  Art. 114. De instellingen voor collectieve belegging of de compartimenten van instellingen voor collectieve belegging, waarvan de inschrijving is ingetrokken of herroepen op grond van de artikelen 109 en 111, blijven onderworpen aan deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen tot de terugbetaling van de houders van effecten van de instelling voor collectieve belegging of van het compartiment die het voorwerp hebben uitgemaakt van een openbaar aanbod, tenzij de FSMA hen vrijstelt van bepaalde voorschriften.
  Dit artikel is niet van toepassing bij de herroeping van de inschrijving van een failliet verklaarde instelling voor collectieve belegging.

  Art. 115.§ 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA een beleggingsvennootschap en/of een aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging [1 en/of een andere entiteit op wie bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn]1 een termijn opleggen waarbinnen :
  a) zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van deze titel of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen, of
  b) zij de nodige aanpassingen moet aanbrengen in haar beleidsstructuur, haar administratieve, boekhoudkundige, technische of financiėle organisatie of haar interne controle.
  [2 Indien de betrokken persoon of entiteit na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, en op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden :
   1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
   2° de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden.]2
  § 2. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of andere reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van deze wet of de met toepassing ervan genomen maatregelen, een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht [1 en/of een aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en/of een andere entiteit waarop bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn]1 een administratieve geldboete opleggen [2 ...]2.
  [2 De FSMA kan ook een administratieve geldboete opleggen aan een of meer leden van het leidinggevende, bestuurs- of toezichtsorgaan en aan iedere andere persoon die met de effectieve leiding van de in het eerste lid bedoelde entiteiten is belast, wanneer deze verantwoordelijk worden gesteld voor de overtreding.]2
  [2 § 2/1. Het bedrag van de in paragraaf 2 bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald :
   1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro, of, indien dit hoger is, 10 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Indien de betrokken rechtspersoon geen omzet realiseert wordt onder totale jaaromzet begrepen de met omzet corresponderende soort inkomsten, hetzij overeenkomstig de toepasselijke Europese jaarrekeningenrichtlijnen hetzij, indien die niet van toepassing zijn op de betrokken rechtspersoon, overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de rechtspersoon gevestigd is. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming;
   2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro.
   Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd.]2
  § 3. De met toepassing van § 1 of § 2 en artikel 110 opgelegde dwangsommen en geldboetes worden geļnd ten gunste van de Schatkist door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en Domeinen.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 455, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 20, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  TITEL 3.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 1.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 116.[1 Dit hoofdstuk is van toepassing bij niet-naleving van de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.]1
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 62, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2018>

  HOOFDSTUK 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 1.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 117.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 118.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 119.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 120.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 121.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 122.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 3.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 123.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 124.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 125.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 126.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 3.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 1.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 127.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 128.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 129.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 130.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 131.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 4.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 132.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  TITEL 4.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 1.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 133.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 1.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 134.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 135.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 136.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 137.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 138.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 139.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 3.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 140.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 141.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 142.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 3.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 1.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 143.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 144.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 145.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 146.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 4.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 147.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 456, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  BOEK 3. - Instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht

  Art. 148.Dit boek is van toepassing op :
  1° de instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en die hun [1 rechten van deelneming]1 openbaar aanbieden in Belgiė.
  2° [1 ...]1
  De in het eerste lid bedoelde instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht mogen hun werkzaamheden in Belgiė pas aanvatten als zij de in [1 ...]1 dit boek bedoelde voorwaarden naleven.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 457, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 149. De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de krachtens dit boek ingeschreven instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht en, in voorkomend geval, compartimenten. Die lijst wordt elk jaar bekendgemaakt op haar website. De wijzigingen die tussen twee jaarlijkse publicaties in worden aangebracht in de lijst, worden geregeld bekendgemaakt op de website van de FSMA.
  Deze lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken.

  Art. 150.§ 1. Een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 149, verspreidt in Belgiė het document met essentiėle beleggersinformatie, voor zover dit beschikbaar is, evenals alle berichten en kennisgevingen aan de houders van rechten van deelneming, in ten minste één van de landstalen dan wel in een taal die door de FSMA is goedgekeurd.
  Tevens verspreidt de in het eerste lid bedoelde instelling voor collectieve belegging in Belgiė in ten minste één van de landstalen dan wel in een taal die door de FSMA is goedgekeurd of die in de internationale financiėle wereld gebruikelijk is :
  1° het prospectus;
  2° het beheerreglement of de statuten;
  3° de jaarverslagen en de halfjaarverslagen.
  [1 ...]1
  [1 Indien in Belgiė berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van de rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 149 worden verspreid in één of meerdere landstalen, dient deze instelling, onverminderd de voorgaande leden, het document met essentiėle beleggersinformatie in Belgiė te verspreiden in de landstaal of in de diverse landstalen waarin voormelde berichten, reclame en andere stukken in Belgiė worden verspreid.]1
  Een feeder naar buitenlands recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 149, moet de in artikel 64, lid 1 van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde informatie verstrekken in een van de landstalen dan wel in een taal die door de FSMA is goedgekeurd. De feeder is verantwoordelijk voor de levering van de vertaling. Deze vertaling vormt een getrouwe weergave van het origineel.
  [1 ...]1
  § 2. De Koning kan bijkomende regels vaststellen inzake de stukken en hun bijwerkingen die aan de FSMA moeten worden voorgelegd, evenals inzake de wijze van publicatie in Belgiė van de informatie die moet worden verspreid in de lidstaat waar de instelling voor collectieve belegging gevestigd is.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 458, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 151.§ 1. Onverminderd de andere bij dit boek voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA een instelling voor collectieve belegging [1 en/of een aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en/of een andere entiteit op wie bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn]1 een termijn opleggen waarbinnen zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van dit boek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen.
  Indien [1 de betrokken persoon of entiteit]1 na afloop van die termijn in gebreke blijft, kan de FSMA haar, na [1 hem]1 te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen van maximum 2 500 000 euro per overtreding of 50 000 euro per dag vertraging.
  § 2. Onverminderd de andere bij dit boek voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van dit boek of de ter uitvoering ervan genomen maatregelen, een instelling voor collectieve belegging [1 en/of een aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en/of een andere entiteit waarop bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn,]1 een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 5 000 euro en, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer mag bedragen dan 2 500 000 euro.
  § 3. De met toepassing van §§ 1 en 2 [1 en artikel 155, § 3]1, opgelegde dwangsommen en geldboetes worden geļnd ten gunste van de Schatkist door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en Domeinen.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 459, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 152.Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan [1 150]1 natuurlijke of rechtspersonen die geen [3 professionele beleggers]3 zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een instelling voor collectieve belegging, door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij :
  1° het aanbod tot één van de categorieėn behoort als bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 4° of 6°, of
  2° [2 ...]2 de FSMA de in artikel 93, lid 3, van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde kennisgeving van de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst heeft ontvangen, of
  3° [2 ...]2
  Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen, wordt geacht te handelen voor rekening van die instelling voor collectieve belegging of van die persoon die in staat is om de effecten over te dragen.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 58, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 460, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2014-04-19/62, art. 489, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  TITEL 1. - Instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG

  Art. 153.Deze titel is van toepassing op de instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en die hun [1 rechten van deelneming]1 openbaar aanbieden in Belgiė.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 461, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 154.§ 1. De FSMA schrijft de instellingen voor collectieve belegging naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, in op de in artikel 149 bedoelde lijst, zodra zij de in artikel 93, lid 3, tweede alinea van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde kennisgeving heeft ontvangen van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van die instellingen.
  Zodra de FSMA die kennisgeving heeft ontvangen, mogen de in het eerste lid bedoelde instellingen voor collectieve belegging hun rechten van deelneming openbaar aanbieden in Belgiė.
  § 2. De in § 1 bedoelde instellingen voor collectieve belegging nemen, met inachtneming van de geldende wettelijke bepalingen, de nodige maatregelen om te verzekeren dat de uitkeringen aan de deelnemers, de verkoop of de inkoop van de rechten van deelneming alsook de verspreiding van de door hen te verstrekken informatie gewaarborgd zijn.
  De in § 1 bedoelde instellingen voor collectieve belegging moeten met name een kredietinstelling die op de [2 in artikel 14 van de wet van 25 april 2014]2 bedoelde lijst is ingeschreven, een bijkantoor van een kredietinstelling naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die [2 conform artikel 312 van de wet van 25 april 2014]2 is geregistreerd, een beursvennootschap naar Belgisch recht die op de in [4 artikel 7, tweede lid, a) van de wet van 25 oktober 2016]4 bedoelde lijst is ingeschreven, of een bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruime die conform artikel 258 van deze wet is geregistreerd, voor zover dit bijkantoor deze activiteit mag uitoefenen krachtens het recht dat op hem van toepassing is, aanwijzen die of dat instaat voor de uitkeringen aan de deelnemers, de verkoop of de inkoop van de rechten van deelneming alsook de verspreiding van de door hen te verstrekken informatie.
  § 3. In geval van wijziging van de informatie over de voor de verhandeling geldende regeling die wordt verstrekt in de kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst conform artikel 93, lid 1, van Richtlijn 2009/65/EG, of in geval van wijziging van de te verhandelen klassen van rechten van deelneming, stellen de instellingen voor collectieve belegging de FSMA daarvan schriftelijk in kennis, alvorens de betrokken wijziging te implementeren.
  § 4. De FSMA schrapt de inschrijving van de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in § 1 en, in voorkomend geval, van de compartimenten, waarvan de inschrijving geschrapt is, voor welke reden dan ook, in de lidstaat van herkomst, die hun effecten niet openbaar hebben aangeboden in Belgiė binnen drie maanden na hun inschrijving, die afstand doen van hun inschrijving of die beslissen hun effecten niet langer openbaar aan te bieden in Belgiė.
  Voor de instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die beslist hebben hun rechten van deelneming of de rechten van deelneming in hun compartimenten niet langer openbaar aan te bieden in Belgiė, schrapt de FSMA, in afwijking van het eerste lid, de inschrijving van die instellingen voor collectieve belegging of van hun compartimenten, wanneer minder dan [1 150]1 natuurlijke of rechtspersonen in Belgiė die geen [3 professionele beleggers]3 zijn, de rechten van deelneming in die instellingen voor collectieve belegging of in die compartimenten houden.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 58, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-25/09, art. 149, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>
  (3)<W 2014-04-19/62, art. 489, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (4)<W 2016-10-25/04, art. 152, 007; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  Art. 155.§ 1. De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van [1 rechten van deelneming]1 van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de FSMA.
  Er mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de FSMA in de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen.
  [1 De adviezen en andere documenten over het vennootschapsleven van de [2 instelling voor collectieve belegging]2 worden evenwel vóór verspreiding overgelegd aan de FSMA maar zonder te zijn onderworpen aan het eerste lid.]1
  [2 De artikelen 60, § 3, derde lid, 63, § 4, en 67 tot 70 zijn van toepassing]2.
  § 2. Onverminderd het tweede lid van deze paragraaf, kan de Koning, bij besluit genomen na advies van de FSMA :
  1° volgens de aard van het aanbod, de minimuminhoud bepalen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;
  2° de termijnen en de publicatiewijze bepalen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen.
  De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° zij vermelden dat er een prospectus en een document met essentiėle beleggersinformatie is, wordt of zal worden gepubliceerd en geven aan waar de beleggers die documenten kunnen verkrijgen;
  2° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of misleidend zijn;
  3° de erin vervatte informatie stemt overeen met de in het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie en hun bijwerkingen verstrekte informatie indien die documenten reeds zijn gepubliceerd of, indien ze op een later tijdstip worden gepubliceerd, met de informatie die erin moet worden verstrekt.
  Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig.
  § 3. Artikel 110 is van toepassing op de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, waarvan de FSMA oordeelt dat zij het publiek kunnen misleiden, met name over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging of over de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 462, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 32, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 156. Voor de instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 153 gelden de artikelen 71, 90, 91 en 98.

  Art. 157.Onverminderd artikel 155, § 3, mag de FSMA bij gemotiveerd besluit schorsings- en verbodsmaatregelen jegens een in artikel 153 bedoelde instelling voor collectieve belegging nemen die haar rechten van deelneming in Belgiė openbaar aanbiedt met schending van de bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens de artikelen 150, 154, 155 en 156.
  Artikel 111, § 1, eerste lid en tweede lid, 1°, [1 3°, 4° en 6°]1, §§ 3 en 5 tot 7 is van toepassing.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 463, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 158. § 1. Indien de FSMA duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een instelling voor collectieve belegging waarvan de rechten van deelneming op het Belgische grondgebied worden verhandeld, de verplichtingen schendt die voor haar voortvloeien uit de met toepassing van Richtlijn 2009/65/EG vastgestelde bepalingen die geen bevoegdheden verlenen aan de FSMA, deelt zij die bevindingen mee aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de instelling voor collectieve belegging, die dan passende maatregelen nemen.
  § 2. Indien de instelling voor collectieve belegging, ondanks de aldus door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de instelling voor collectieve belegging genomen maatregelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend blijken te zijn, of omdat die lidstaat geen maatregelen treft binnen een redelijke termijn, blijft handelen op een wijze die de belangen van beleggers kennelijk schaadt, mag de FSMA bijgevolg een van de volgende maatregelen nemen :
  1° zij neemt, na de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de instelling voor collectieve belegging daarvan in kennis te hebben gesteld, de in artikel 157 bedoelde maatregelen; of
  2° zij brengt de zaak, zo nodig, onder de aandacht van de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
  De FSMA stelt de Europese Commissie en de Europese Autoriteit voor effecten en markten onverwijld in kennis van de met toepassing van de bepaling onder 1° van vorig lid genomen maatregelen.

  Art. 159. § 1. De FSMA stelt alle informatie beschikbaar op haar website over de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die geen betrekking hebben op de gebieden waarop Richtlijn 2009/65/EG van toepassing is, en die van bijzonder belang zijn voor de regelingen die zijn ingesteld voor de verhandeling in Belgiė van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG. Deze informatie is beschikbaar in een taal die in de internationale financiėle wereld gebruikelijk is, is duidelijk en ondubbelzinnig en wordt regelmatig bijgewerkt.
  § 2. In overeenstemming met § 1, worden de volgende categorieėn van informatie toegankelijk gemaakt :
  1° de definitie van de term " verhandeling van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG ";
  2° eisen betreffende inhoud, formaat en wijze van presentatie van publicitaire mededelingen, waaronder alle verplichte waarschuwingen en beperkingen op het gebruik van bepaalde woorden of zinnen;
  3° details betreffende alle aanvullende informatie die aan de beleggers moet worden verstrekt, onverminderd de bepalingen die door of krachtens artikel 150 zijn voorgeschreven;
  4° details betreffende alle in Belgiė op bepaalde instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, bepaalde categorieėn van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of bepaalde categorieėn van beleggers van toepassing zijnde vrijstellingen van regels of eisen waaraan voor de verhandeling getroffen regelingen onderworpen zijn;
  5° eisen betreffende rapportering of doorgifte van informatie aan de FSMA of aan andere overheden en de procedure voor indiening van bijgewerkte versies van vereiste documenten;
  6° eisen betreffende alle vergoedingen of andere bedragen die wanneer de verhandeling aanvangt of nadien op gezette tijden aan de FSMA of aan andere overheden in de betrokken lidstaat moeten worden betaald;
  7° eisen in verband met de voor deelnemers beschikbaar te stellen voorzieningen als vereist bij artikel 154, § 2;
  8° voorwaarden voor de beėindiging van de verhandeling van rechten van deelneming door een in een andere lidstaat gevestigde instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG;
  9° gedetailleerde inhoud van de vereiste informatie die moet worden opgenomen in deel B van de kennisgevingsbrief als bedoeld in artikel 1 van Verordening 584/2010;
  10° het voor de toepassing van artikel 32 van Richtlijn 2010/44/EU aangewezen e-mailadres.
  § 3. De in dit artikel bedoelde informatie wordt verstrekt in de vorm van een verhalende beschrijving of een combinatie van een verhalende beschrijving en een reeks van referenties of links naar wettelijke bepalingen.

  TITEL 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 160.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 161.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 1.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 162.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 163.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 164.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 165.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 166.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 167.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 1.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 168.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 169.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 170.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 171.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 172.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 173.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 174.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 175.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 176.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 177.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 3.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 1.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 178.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 179.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 180.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 181.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 182.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 183.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 184.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 185.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 464, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  DEEL 3. - Beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging

  BOEK I. - Toepassingsgebied

  Art. 186. De bepalingen van dit deel gelden voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en voor de ondernemingen naar buitenlands recht die het bedrijf bedoeld in artikel 3, 12° in Belgiė uitoefenen.

  Art. 187.De bepalingen van dit deel gelden niet voor :
  1° de beleggingsondernemingen [2 als bedoeld in titel II van de wet van ... die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016 te verrichten]2, wanneer zij deze dienst verrichten voor instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht; voor deze ondernemingen gelden niettemin de artikelen 195, 201, § 3, tweede lid, 201, § 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 201, § 7, tweede lid, 202, § 3, 218, 220 [3 ...]3;
  2° de kredietinstellingen [1 als bedoeld in Boek II en in de Titels I en II van Boek III van de wet van 25 april 2014]1 wanneer zij de beleggingsdiensten bedoeld in [2 artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016]2 verrichten voor instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht; de artikelen 195, 201, § 3, tweede lid, 201, § 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 201, § 7, tweede lid, 202, § 3, 218, 220 [3 ...]3 zijn niettemin van toepassing.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 150, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>
  (2)<W 2016-10-25/04, art. 153, 007; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (3)<W 2020-04-28/06, art. 12, 016; Inwerkingtreding : 16-05-2020>

  BOEK 2. - Beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar belgisch recht

  TITEL 1. - Bedrijfsvergunning

  HOOFDSTUK 1. - Vergunning

  Art. 188. Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die haar werkzaamheden in Belgiė wenst uit te oefenen, moet, vooraleer deze aan te vatten, een vergunning verkrijgen van de FSMA.
  Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag een of meer beheertaken uitoefenen als bedoeld in artikel 3, 22°, a), b) of c), en, bijkomend, een of meer beleggingsdiensten verrichten als bedoeld in artikel 3, 23°.
  Niettemin, 1° is de uitoefening van de beheertaak bedoeld in artikel 3, 22°, c) enkel toegestaan aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die tevens over een vergunning voor de beheertaken bedoeld in artikel 3, 22°, a) en/of b) beschikt;
  2° is het bijkomend verrichten van de beleggingsdienst bedoeld in artikel 3, 23°, b) enkel toegestaan aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die tevens over een vergunning beschikt om de beleggingsdienst bedoeld in artikel 3, 23°, a) bijkomend te verrichten.

  Art. 189. § 1. De aanvrager vermeldt de beheertaken bedoeld in artikel 3, 22°, a), b) of c) en de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 3, 23°, a) of b) die hij voornemens is te verrichten en waarvoor hij de vergunning wenst te verkrijgen.
  Bij de vergunningsaanvraag wordt een programma van werkzaamheden gevoegd dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waarin, met name, de wijze wordt vermeld waarop de aanvrager de voorgenomen beheertaken bedoeld in artikel 3, 22° zal uitoefenen alsook de omvang van de voorgenomen werkzaamheden, de organisatiestructuur van de vennootschap, de nauwe banden die zij heeft met andere personen en de categorie van toegelaten beleggingen van de instellingen voor collectieve belegging waarvoor hij de beheertaken wenst te verrichten. De aanvrager moet alle inlichtingen verstrekken die nodig zijn om zijn aanvraag te kunnen beoordelen.
  § 2. Paragraaf 1 is eveneens van toepassing op de vergunningsaanvragen die worden ingediend door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die reeds over een vergunning beschikt, maar in artikel 3, 22° bedoelde bijkomende beheertaken of in artikel 3, 23° bedoelde bijkomende beleggingsdiensten wenst te verlenen waarvoor haar vergunning niet geldt of die het beheer wenst waar te nemen van instellingen voor collectieve belegging die geopteerd hebben voor een andere categorie van toegelaten beleggingen dan vermeld in het programma van werkzaamheden bedoeld in § 1. De artikelen 190 tot en met 194 zijn van toepassing.
  De aanvrager deelt de FSMA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het vergunningsdossier permanent geactualiseerd zou zijn.

  Art. 190.Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die hetzij de dochteronderneming is van een beursvennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een beursvennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een beursvennootschap, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de Bank.
  Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die hetzij de dochteronderneming is van een andere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, [1 van een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU,]1 van een beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming, met vergunning of toelating in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een andere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, [1 van een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU,]1 van een beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een andere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, [1 van een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU,]1 een beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de nationale toezichthoudende autoriteiten die in deze andere lidstaten bevoegd zijn voor het toezicht op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging,[1 van een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU,]1 beleggingsondernemingen, kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen of herverzekeringsondernemingen, waaraan zij krachtens hun recht een vergunning of toelating hebben verleend.
  [1 De FSMA raadpleegt eveneens vooraf de in het tweede lid bedoelde toezichthoudende autoriteiten of, in voorkomend geval, de Bank, voor het beoordelen van de geschiktheid van de aandeelhouders en de leiding bedoeld in de artikelen 198 en 199, wanneer deze aandeelhouder een in het eerste lid of het tweede lid bedoelde onderneming is en de bij de leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging betrokken persoon eveneens betrokken is bij de leiding van een van de in het eerste lid of het tweede lid bedoelde ondernemingen. Deze autoriteiten delen elkaar alle informatie mee die relevant is voor het beoordelen van de geschiktheid van de in dit lid bedoelde aandeelhouders en bij de leiding betrokken personen.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 465, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 191. De FSMA verleent de aangevraagde vergunning aan de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Hoofdstuk 2. Zij spreekt zich uit over een aanvraag binnen zes maanden na voorlegging van een volledig dossier en uiterlijk binnen negen maanden na ontvangst van de aanvraag.
  De beslissingen inzake vergunning vermelden de beheertaken die de vennootschap mag uitoefenen en de beleggingsdiensten die zij mag verrichten.

  Art. 192. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beheer van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, kan de FSMA de vergunning van de beheervennootschap beperken tot het uitoefenen van welbepaalde beheertaken en het verrichten van welbepaalde beleggingsdiensten, dan wel voorwaarden stellen aan het uitoefenen van welbepaalde beheertaken of het verrichten van welbepaalde beleggingsdiensten.

  Art. 193. De FSMA stelt een lijst op van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging waaraan krachtens dit boek een vergunning is verleend. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
  Op de lijst van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging worden de beheertaken vermeld bedoeld in artikel 3, 22°, a), b) of c) en de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 3, 23°, a) of b), die de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag verrichten. Tevens wordt vermeld of de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging haar werkzaamheden overeenkomstig de hoofdstukken VI en VII op het grondgebied van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte uitoefent via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten.
  De lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken.

  Art. 194. De FSMA stelt de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van elke verleende vergunning.
  De FSMA stelt de Europese Commissie in kennis van elke vergunning die zij verleent aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die een dochteronderneming is van een of meer moederondernemingen die ressorteren onder het recht van een of meer Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte. De FSMA stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van het verlenen van een dergelijke vergunning. In de kennisgeving aan de Europese Commissie wordt ook de identiteit opgegeven van deze moederonderneming(en) en, in voorkomend geval, de financiėle structuur van de groep die de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaraan een vergunning is verleend, controleert.
  Op verzoek van de Europese Commissie verstrekt de FSMA haar dezelfde inlichtingen, wanneer haar een vergunningsaanvraag wordt voorgelegd van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van het eerste lid in de gevallen bedoeld in artikel 15, §§ 2 en 3, eerste lid, van Richtlijn 2004/39/EG.
  In de in artikel 15, § 3, tweede en derde lid van Richtlijn 2004/39/EG bedoelde gevallen, zal de FSMA haar beslissingen over de vergunningsaanvraag van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht bedoeld in het eerste lid, beperken of opschorten, volgens de regels en voor de duur die met toepassing van deze bepalingen zijn vastgesteld door de Raad van de Europese Unie of de Europese Commissie.
  Voor de toepassing van deze bepaling worden de in artikel 15 van voornoemde Richtlijn voorkomende termen " onderneming/beleggingsonderneming " en " beleggingsondernemingen " gelezen als respectievelijk " beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging " en " beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging ".

  Art. 195. Alleen de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en de in Belgiė krachtens boek III werkzame beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht, mogen in Belgiė openbaar gebruik maken van de term " beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging ", met name in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame.
  Indien gevaar voor verwarring bestaat, kan de FSMA eisen dat er een verklarende vermelding wordt toegevoegd aan de benaming van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht die in Belgiė gebruik mogen maken van de in het eerste lid vermelde termen.

  HOOFDSTUK 2. - Vergunningsvoorwaarden

  Afdeling 1. - Rechtsvorm

  Art. 196. Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht moet worden opgericht in de rechtsvorm van een naamloze vennootschap.

  Afdeling 2. - Minimumkapitaal

  Art. 197. Om een vergunning te verkrijgen als beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, moet het volgestorte gedeelte van het minimumkapitaal ten minste 125 000 euro bedragen.
  Voor bestaande vennootschappen die een vergunning als beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aanvragen, worden, voor de toepassing van het eerste lid, de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen resultaat gelijkgesteld met minimumkapitaal. Artikel 206 is eveneens van toepassing.

  Afdeling 3. - Aandeelhouderskring

  Art. 198. De FSMA verleent pas een vergunning nadat zij in kennis is gesteld van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersonen die, alleen of in onderling overleg handelend, rechtstreeks of onrechtstreeks een al dan niet stemrechtverlenende gekwalificeerde deelneming bezitten in het kapitaal van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. In deze kennisgeving worden de kapitaalfractie en het aantal stemrechten vermeld die deze personen bezitten.
  De vergunning wordt geweigerd wanneer de FSMA, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beheer van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, niet overtuigd is van de geschiktheid van de in het eerste lid bedoelde natuurlijke of rechtspersonen.

  Afdeling 4. - Leiding

  Art. 199.[1 § 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de beheervennootschap, de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, evenals de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties, zijn uitsluitend natuurlijke personen.
   De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken, met name gelet op het in artikel 189 bedoelde programma van werkzaamheden.
  [2 De FSMA kan, bij reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64, van de wet van 2 augustus 2002, de minimale voorwaarden verduidelijken waaraan moet worden voldaan met betrekking tot het vereiste inzake de passende deskundigheid, inclusief de modaliteiten van de beoordelingsprocedure van dat vereiste.]2
   § 2. De effectieve leiding van de beheervennootschap moet aan ten minste twee natuurlijke personen worden toevertrouwd.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 151, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>
  (2)<W 2017-12-05/04, art. 17, 011; Inwerkingtreding : 28-12-2017>

  Art. 200.[1 De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, en de verantwoordelijken voor een onafhankelijke controlefunctie mogen zich niet in één van de in artikel 20 van de wet van 25 april 2014 bedoelde gevallen bevinden.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 152, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>

  Afdeling 5. - Organisatie

  Art. 201.§ 1. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet beschikken over een eigen en voor haar beheertaken en beleggingsdiensten of voorgenomen beheertaken en beleggingsdiensten passende beleidsstructuur alsook over een goede administratieve en boekhoudkundige organisatie.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " passende beleidsstructuur " en " goede administratieve en boekhoudkundige organisatie " moet worden verstaan.
  § 2. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet ook beschikken over de in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen voor een eigen en voor haar voorgenomen beheertaken en beleggingsdiensten passende administratieve, boekhoudkundige, financiėle en technische organisatie. Zij moet met name beschikken over controle- en beveiligingsmechanismen op informaticagebied. Zij houdt daarbij rekening met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden en de eraan verbonden risico's.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " middelen die in materieel, menselijk en technisch opzicht vereist zijn voor de eigen en voor haar werkzaamheden passende organisatie van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging " moet worden verstaan.
  § 3. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dient een passende interne controle te organiseren.
  De interne controleprocedures omvatten met name regels :
  a) voor persoonlijke transacties van de eigen medewerkers en voor het aanhouden of beheren van beleggingen in financiėle instrumenten met het oog op de belegging voor eigen rekening;
  b) die ten minste waarborgen dat elke transactie waarbij de instelling voor collectieve belegging betrokken is, kan worden gereconstrueerd met betrekking tot de oorsprong ervan, de betrokken partijen, de aard ervan, de tijd en de plaats waar zij heeft plaatsgevonden;
  c) die waarborgen dat de door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beheerde activa van instellingen voor collectieve belegging overeenkomstig het beheerreglement of de statuten en de geldende wettelijke bepalingen worden belegd.
  Het internecontrolesysteem verschaft een redelijke mate van zekerheid over de betrouwbaarheid van het financiėle verslaggevingproces, zodat inzonderheid de jaarrekening in overeenstemming is met de geldende boekhoudreglementering.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " passende interne controle " moet worden verstaan.
  § 4. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke interne auditfunctie.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " passende onafhankelijke interneauditfunctie " moet worden verstaan.
  De FSMA kan afwijkingen toestaan van de bepalingen van het eerste lid indien de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aantoont dat deze vereiste niet evenredig en gepast is gezien de aard, de omvang en de complexiteit van haar bedrijf, alsook de aard en het aanbod van de werkzaamheden in verband met collectief beheer van beleggingsportefeuilles die zij uitoefent. De FSMA kan specifieke voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze afwijkingen.
  § 5. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliancefunctie, om de naleving door de vennootschap, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van de rechtsregels in verband met de integriteit van het bedrijf van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " passende onafhankelijke compliancefunctie " moet worden verstaan. Hij kan de gevallen bepalen waarin de FSMA afwijkingen kan toestaan van de krachtens deze paragraaf genomen bepalingen.
  [2 De personen die met de compliancefunctie zijn belast, brengen minstens eenmaal per jaar verslag uit aan het wettelijk bestuursorgaan.]2
  § 6. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet over een passende risicobeheerfunctie en een passend risicobeheerbeleid beschikken.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder " passende risicobeheerfunctie " en " passend risicobeheerbeleid " moet worden verstaan. Hij kan de gevallen bepalen waarin de FSMA afwijkingen kan toestaan van de krachtens deze paragraaf genomen bepalingen.
  De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet een methode voor risicobeheer toepassen die specifiek is afgestemd op de categorie van toegelaten beleggingen van de beheerde instellingen voor collectieve belegging en waarmee zij te allen tijde het risico van de posities kan controleren en meten en kan nagaan wat het aandeel daarvan is in het totale-risicoprofiel van de portefeuille van de beheerde instellingen voor collectieve belegging of, in voorkomend geval, van de verschillende compartimenten van die instellingen voor collectieve belegging.
  [1 In het bijzonder vertrouwt de beleggingsvennootschap niet uitsluitend of mechanisch op ratings, uitgegeven door ratingbureaus als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van de activa van de instelling voor collectieve belegging.]1
  De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet een methode hanteren die een accurate en onafhankelijke evaluatie moet toelaten van de waarde van de OTC-derivaten in de portefeuille of, in voorkomend geval, in de portefeuille van de verschillende compartimenten, van elke beheerde instelling voor collectieve belegging.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de procedures voor de evaluatie van de OTC-derivaten.
  De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet de FSMA, jaarlijks en telkens als zij hierom verzoekt, een verslag bezorgen dat een getrouw beeld geeft van de soorten aangewende derivaten, de onderliggende risico's, de kwantitatieve begrenzingen en de gekozen methodes voor de raming van de inherente risico's aan de transacties in derivaten voor elke beheerde instelling voor collectieve belegging of, in voorkomend geval, voor de verschillende compartimenten van elke beheerde instelling voor collectieve belegging. De FSMA kan, bij reglement genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, de hierbij geldende regels nader bepalen.
  [1 Met inachtneming van de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de instellingen voor collectieve belegging, houdt de FSMA toezicht op de toereikendheid van kredietbeoordelingsprocessen van de beleggingsvennootschappen, beoordeelt zij het gebruik van verwijzingen naar ratings als bedoeld in het vierde lid, in het beleggingsbeleid van de instellingen voor collectieve belegging, en moedigt zij, indien passend, de beperking van de impact van dergelijke verwijzingen aan, met als doel het verminderen van het uitsluitend en mechanisch vertrouwen op dergelijke ratings.]1
  § 7. [2 Het wettelijk bestuursorgaan van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging bepaalt en controleert een passend integriteitsbeleid]2 dat geregeld wordt geactualiseerd.
  Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging neemt passende organisatorische en administratieve maatregelen om te voorkomen dat belangenconflicten die zich voordoen :
  - tussen haarzelf, met inbegrip van haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of een met haar verbonden onderneming, enerzijds, en haar cliėnteel anderzijds;
  SSC tussen haarzelf, met inbegrip van haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of een met haar verbonden onderneming, enerzijds, en de beheerde instellingen voor collectieve belegging anderzijds;
  - tussen haar klanten onderling;
  - tussen de beheerde instellingen voor collectieve belegging onderling;
  - tussen haar klanten en de beheerde instellingen voor collectieve belegging;
  - de belangen van de beheerde instellingen voor collectieve belegging of van haar klanten zouden schaden.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen hebben in het bijzonder betrekking op de organisatorische regels die in acht moeten worden genomen ter voorkoming van belangenconflicten en wanneer de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging onderzoek op beleggingsgebied produceert en verspreidt.
  § 8. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging richt een auditcomité op binnen haar wettelijk bestuursorgaan.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Hij kan de voorwaarden bepalen waaronder de FSMA kan afwijken van de krachtens deze paragraaf genomen bepalingen.
  § 9. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet dusdanig georganiseerd zijn dat zij, naast de informatie die is bekendgemaakt in het prospectus en in de jaar- en halfjaarlijkse verslagen van de beheerde instellingen voor collectieve belegging, op verzoek van de effectenhouders aanvullende inlichtingen kan verstrekken over de kwantitatieve begrenzingen die gelden voor het risicobeheer van de beheerde instellingen voor collectieve belegging, over de gehanteerde methoden om deze begrenzingen na te leven en over de recente ontwikkelingen op het vlak van risico's en rendement van de activa die de categorie van toegelaten beleggingen vormen waarvoor de beheerde instellingen voor collectieve belegging geopteerd hebben.
  § 10. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, in voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de §§ 1 tot en met 9, en het bepaalde bij artikel 202, § 5.
  Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, in voorkomend geval via het auditcomité, minstens jaarlijks te controleren of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de §§ 1 tot en met 8 en het eerste lid van deze paragraaf, en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen.
  [2 Het wettelijk bestuursorgaan beoordeelt in het bijzonder de goede werking van de in de paragrafen 4 tot 6 bedoelde onafhankelijke controlefuncties.]2
  De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de FSMA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze § en over de genomen passende maatregelen.
  De informatieverstrekking aan de FSMA en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de FSMA bepaalt.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 466, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2017-12-05/04, art. 18, 011; Inwerkingtreding : 28-12-2017>

  Art. 202.§ 1. Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag het voor eigen rekening uitoefenen van één of meer van haar beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 22°, a), b) of c) op grond van een lastgevings- of een aannemingsovereenkomst toevertrouwen aan een derde, als met name aan onderstaande voorwaarden is voldaan.
  1° De beslissing om bepaalde beheertaken door een derde te laten uitoefenen moet vooraf ter kennis worden gebracht van de FSMA. In die kennisgeving moet zijn aangetoond dat voldaan is aan de voorwaarden van dit artikel. In voorkomend geval, bezorgt de FSMA die informatie onverwijld aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de instellingen voor collectieve belegging die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd en door de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging worden beheerd.
  2° De uitoefening van een passend toezicht op de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en op de beheerde instellingen voor collectieve belegging mag niet worden belemmerd.
  3° Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de voor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging geldende verplichting om haar beheertaken bij instellingen voor collectieve belegging uit te oefenen conform artikel 9.
  4° De uitoefening van de in artikel 3, 22°, a), bedoelde beheertaak mag enkel aan een derde worden toevertrouwd als aan onderstaande voorwaarden is voldaan.
  a) De uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan [1 een onderneming die de in [2 artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016]2 bedoelde beleggingsdiensten mag verrichten, aan een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU of aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging]1. Die onderneming moet beschikken over een administratieve, boekhoudkundige, financiėle en technische organisatie die passend is voor de aard van de haar toevertrouwde beheertaken en voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beheerde instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd. Haar bestuurders en de personen die in feite de effectieve leiding waarnemen, moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en de voor die functies passende ervaring bezitten.
  b) [1 De criteria voor beleggingsspreiding die periodiek door de instelling voor collectieve belegging worden vastgesteld, moeten worden nageleefd.]1
  c) De uitoefening van in artikel 3, 22°, a) bedoelde beheertaken mag niet worden toevertrouwd aan of waargenomen door de bewaarder van de beheerde instelling voor collectieve belegging, of enige andere onderneming waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met de belangen van de beheerde instelling voor collectieve belegging of van de effectenhouders.
  d) [1 ...]1
  5° De uitoefening van de in artikel 3, 22°, b), bedoelde beheertaak mag enkel aan een derde worden toevertrouwd als aan onderstaande voorwaarden is voldaan.
  a) De uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan een onderneming die aan prudentieel toezicht is onderworpen. Die onderneming moet beschikken over een administratieve, boekhoudkundige, financiėle en technische organisatie die passend is voor de aard van de haar toevertrouwde beheertaken en voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beheerde instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd. Haar bestuurders en de personen die in feite de effectieve leiding waarnemen, moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en de voor die functies passende ervaring bezitten.
  b) [3 De uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan een in Belgiė gevestigde onderneming of, onder de door deze wet vastgestelde voorwaarden, aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte]3.
  [1 ...]1
  c) [1 ...]1
  d) De uitoefening van in artikel 3, 22°, b), i), iii), iv) en ix), bedoelde beheertaken mag niet worden toevertrouwd aan of waargenomen door de bewaarder van de beheerde instelling voor collectieve belegging, of enige andere onderneming waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met de belangen van de beheerde instelling voor collectieve belegging of van de effectenhouders.
  6° Wanneer de uitoefening van beheertaken wordt toevertrouwd aan een onderneming die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, moet deze onderneming in haar lidstaat van herkomst onderworpen zijn aan een gelijkwaardig toezicht als bedoeld in punt 4°, a) dat op permanente wijze wordt uitgeoefend door een openbare autoriteit. De samenwerking tussen de betrokken toezichthoudende autoriteiten moet worden gewaarborgd via samenwerkingsovereenkomsten.
  7° Er worden maatregelen genomen die de leiders van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, in staat stellen de werkzaamheden van de onderneming waarmee de lastgevings- of aannemingsovereenkomst is gesloten, te allen tijde daadwerkelijk te controleren.
  8° De leiders van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, moeten te allen tijde bijkomende instructies kunnen geven aan de onderneming waaraan de beheertaken zijn toevertrouwd, en moeten de lastgevings- of aannemingsovereenkomst met onmiddellijke ingang kunnen herroepen indien dit in het belang is van de beheerde instellingen voor collectieve belegging of van hun effectenhouder.
  9° Er worden maatregelen ingevoerd om de continuļteit te waarborgen van de beheertaken waarop de lastgevings- of aannemingsovereenkomst betrekking heeft ingeval er, om welke redenen ook, een einde wordt gesteld aan deze overeenkomst.
  10° In het prospectus bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de instelling voor collectieve belegging moeten de beheertaken worden vermeld die de beheervennootschap van die instelling voor collectieve belegging, van de beheerde instellingen voor collectieve belegging aan een derde mag toevertrouwen.
  § 2. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag niet in die mate gebruik maken van de in § 1 voorziene mogelijkheid dat de bij artikel 201 in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen niet langer volstaan om de naleving van dit artikel 201 te waarborgen.
  § 3. Indien de derde aan wie de uitoefening van bepaalde beheertaken is toevertrouwd conform § 1 zelf een beroep doet op een derde entiteit voor de uitoefening van de hem opgedragen beheertaken, zijn de §§ 1 en 4 van toepassing.
  [1 ...]1
  § 4. Het feit dat de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging bepaalde beheertaken bedoeld in artikel 3, 22° aan een derde heeft toevertrouwd, mag in geen enkel geval gevolgen hebben voor haar aansprakelijkheid of voor de aansprakelijkheid van de bewaarder.
  § 5. Wanneer een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging operationele taken die van kritiek belang zijn voor een continue en bevredigende dienstverlening inzake beleggingsdiensten aan haar klanten, aan derden uitbesteedt, neemt zij passende maatregelen om het hiermee gepaard gaande operationeel risico te beperken.
  De in het eerste lid bedoelde uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan het passende karakter van de interne controleprocedures van de vennootschap en aan het vermogen van de FSMA om te controleren of de vennootschap haar wettelijke verplichtingen nakomt.
  De FSMA kan nadere bepalingen van dit artikel vaststellen met een reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van 2 augustus 2002.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 467, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2016-10-25/04, art. 154, 007; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (3)<W 2016-12-25/11, art. 33, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 203. Als de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, mogen die banden geen belemmering vormen voor een passend individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  Als de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, mogen de voor die persoon geldende wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen of hun uitvoering, geen belemmering vormen voor een passend individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.

  Afdeling 6. - Hoofdbestuur

  Art. 204. Onverminderd de toepassing van artikel 202, moeten de statutaire zetel en het hoofdbestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in Belgiė gevestigd zijn.

  Afdeling 7. - Cliėntenbescherming

  Art. 205.De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die de beleggingsdienst van individueel portefeuillebeheer mag verrichten, moet aansluiten bij de beleggersbeschermingsregeling bedoeld in [1 titel IV van de wet van 25 oktober 2016]1.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 155, 007; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  TITEL 2. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden

  HOOFDSTUK 1. - Minimaal eigen vermogen

  Art. 206. Het eigen vermogen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag niet dalen onder het bedrag van het overeenkomstig artikel 197 vastgestelde minimumkapitaal.
  Conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, definieert de FSMA bij reglement :
  1° het begrip " eigen vermogen ";
  2° het extra bedrag aan eigen vermogen dat vereist is op basis van de totale waarde van de portefeuilles van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, alsook de voorwaarden waaronder deze beheervennootschap niet hoeft te voorzien in dat extra bedrag aan eigen vermogen;
  3° het begrip " portefeuilles van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging ".

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in de kapitaalstructuur

  Art. 207.§ 1. Onverminderd artikel 198 en onverminderd de wet van 2 mei 2007, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht te verwerven of te vergroten, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 20 %, 30 % of 50 % zou bereiken of overschrijden, dan wel de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zijn dochteronderneming zou worden, de FSMA daarvan vooraf schriftelijk kennis geven met vermelding van de omvang van de beoogde deelneming en de relevante informatie bedoeld in § 3, derde lid.
  § 2. De FSMA zendt de kandidaat-verwerver snel en in elk geval binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving en van alle in § 1 bedoelde informatie, alsook na de eventuele ontvangst, op een later tijdstip, van de in het derde lid van deze paragraaf bedoelde informatie, een schriftelijke ontvangstbevestiging. Zij vermeldt daarin de datum waarop de beoordelingsperiode afloopt.
  De beoordelingsperiode waarover de FSMA beschikt om de in § 3 bedoelde beoordeling uit te voeren, bedraagt ten hoogste zestig werkdagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangstbevestiging van de kennisgeving en van alle documenten die bij de kennisgeving gevoegd moeten worden conform de in § 3, derde lid, bedoelde lijst.
  De FSMA kan tijdens de beoordelingsperiode, maar niet na de vijftigste werkdag daarvan, aanvullende informatie opvragen die noodzakelijk is om haar beoordeling af te ronden. Dit verzoek wordt schriftelijk gedaan en vermeldt welke aanvullende informatie nodig is.
  De beoordelingsperiode wordt onderbroken vanaf de datum van het verzoek van de FSMA om informatie tot de ontvangst van een antwoord daarop van de kandidaat-verwerver. De onderbreking duurt ten hoogste twintig werkdagen. Hoewel het de FSMA na het verstrijken van de uiterste datum vastgelegd conform het vorige lid, vrij staat om ter vervollediging of verduidelijking bijkomende verzoeken om informatie te formuleren, hebben deze verzoeken evenwel geen onderbreking van de beoordelingsperiode tot gevolg.
  De FSMA kan de in het vierde lid bedoelde onderbreking verlengen tot ten hoogste dertig werkdagen :
  a) indien de kandidaat-verwerver buiten de Europese Economische Ruimte is gevestigd of aan een niet communautaire reglementering is onderworpen; of
  b) indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke of rechtspersoon is die niet aan toezicht onderworpen is ingevolge Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking), Richtlijn 2009/65/EG [2 , Richtlijn 2011/61/EU]2, Richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche (derde richtlijn schadeverzekering), Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering, Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiėle instrumenten of Richtlijn 2005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2005 betreffende herverzekering.
  § 3. De FSMA kan zich in de loop van de beoordelingsperiode bedoeld in § 2, verzetten tegen de voorgenomen verwerving indien zij, uitgaande van de in het tweede lid vastgestelde criteria, om gegronde redenen niet overtuigd is van de geschiktheid van de kandidaat-verwerver gelet op de noodzaak om een gezond en voorzichtig beleid van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging te waarborgen, of indien de informatie die de kandidaat-verwerver heeft verstrekt onvolledig is.
  Bij de beoordeling van de in § 1 bedoelde kennisgeving en informatie, en van de in § 2 bedoelde aanvullende informatie, toetst de FSMA, met het oog op een gezond en voorzichtig beleid van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die het doelwit is van de verwerving en rekening houdend met de vermoedelijke invloed van de kandidaat-verwerver op de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de geschiktheid van de kandidaat-verwerver en de financiėle soliditeit van de voorgenomen verwerving aan alle onderstaande criteria :
  a) de reputatie van de kandidaat-verwerver;
  b) [1 de professionele betrouwbaarheid en de deskundigheid]1 van elke in artikel 199 bedoelde persoon die het bedrijf van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als gevolg van de voorgenomen verwerving feitelijk gaat leiden;
  c) de financiėle soliditeit van de kandidaat-verwerver, met name met betrekking tot de aard van de werkzaamheden die verricht en beoogd worden in de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die het doelwit is van de verwerving;
  d) of de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zal kunnen voldoen en blijven voldoen aan de prudentiėle voorschriften op grond van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, met name of de groep waarvan zij deel gaat uitmaken zo gestructureerd is dat effectief toezicht en effectieve uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten mogelijk zijn, en dat de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de bevoegde autoriteiten kan worden bepaald;
  e) of er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd dan wel dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van artikel 1 van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiėle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten.
  De FSMA publiceert op haar website een lijst met de voor de beoordeling vereiste relevante informatie die in verhouding staat tot en is afgestemd op de aard van de kandidaat-verwerver en de voorgenomen verwerving en die haar samen met de in § 1 bedoelde kennisgeving moet worden verstrekt.
  Indien de FSMA na voltooiing van de beoordeling besluit zich te verzetten tegen de voorgenomen verwerving, stelt zij de kandidaat-verwerver daarvan schriftelijk in kennis binnen twee werkdagen en zonder de beoordelingsperiode te overschrijden. Op verzoek van de kandidaat-verwerver kan een passende motivering van het besluit voor het publiek toegankelijk worden gemaakt.
  Indien de FSMA zich binnen de beoordelingsperiode niet verzet tegen de voorgenomen verwerving, wordt deze geacht te zijn goedgekeurd.
  De FSMA mag voor de voltooiing van de voorgenomen verwerving een maximumtermijn vaststellen en deze termijn zo nodig verlengen.
  § 4. Voor het verrichten van de in § 3 bedoelde beoordeling werkt de FSMA in onderling overleg samen met iedere andere betrokken bevoegde autoriteit indien de kandidaat-verwerver een van de volgende personen is :
  a) een kredietinstelling, een verzekerings-onderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming [2 , een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU]2 of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaraan een vergunning is verleend in een andere lidstaat; of
  b) de moederonderneming van een van de in de bepaling onder a) bedoelde ondernemingen; of
  c) een natuurlijke of rechtspersoon die de controle heeft over een van de in de bepaling onder a) bedoelde ondernemingen.
  In de in het voormelde lid bedoelde gevallen vermeldt de FSMA in haar besluit steeds de eventuele standpunten en bedenkingen van de autoriteit die bevoegd is voor de kandidaat-verwerver.
  Indien de prudentiėle beoordeling van een voorgenomen verwerving tot de bevoegdheid behoort van een in een andere lidstaat competente toezichthouder op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen [2 , beheervennootschappen als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EG]2 of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, wisselt de FSMA met deze toezichthouder zo spoedig mogelijk alle informatie uit die relevant of van essentieel belang is voor de beoordeling. Daartoe verstrekt zij deze toezichthouder op verzoek alle relevante informatie en uit eigen beweging alle essentiėle informatie.
  § 5. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die heeft besloten om niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse gekwalificeerde deelneming in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging te bezitten, stelt de FSMA daarvan vooraf schriftelijk in kennis met vermelding van het bedrag van de voorgenomen deelneming. Een dergelijke persoon stelt de FSMA evenzo in kennis van zijn beslissing om de omvang van zijn gekwalificeerde deelneming zodanig te verkleinen dat het percentage van de door hem gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal onder de drempel van 20 %, 30 % of 50 % daalt of dat de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging ophoudt zijn dochteronderneming te zijn.
  § 6. Indien de bij § 1 of § 5 voorgeschreven voorafgaande kennisgeving niet wordt verricht of indien een deelneming wordt verworven of vergroot ondanks het in § 3 bedoelde verzet van de FSMA, kan de voorzitter van de [3 ondernemingsrechtbank]3 van het rechtsgebied waar de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, de in artikel 516, § 1, van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde maatregelen nemen, alsook alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering die in de voornoemde gevallen zou zijn gehouden, nietig verklaren.
  De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de FSMA.
  Artikel 516, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen is van toepassing.
  § 7. Onverminderd artikel 198 en onverminderd de wet van 2 mei 2007, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een deelneming heeft verworven in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht, dan wel zijn deelneming in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht rechtstreeks of onrechtstreeks heeft vergroot, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 5 % van de stemrechten of het kapitaal bereikt of overschrijdt zonder dat hij aldus een gekwalificeerde deelneming verkrijgt, de FSMA daarvan schriftelijk kennis geven binnen een termijn van tien werkdagen na de verwerving.
  Iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming bezit van meer dan 5 % van de stemrechten of het kapitaal in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, die geen gekwalificeerde deelneming was, dient binnen een termijn van 10 werkdagen eenzelfde kennisgeving te verrichten.
  De kennisgevingen bedoeld in het eerste en tweede lid vermelden de exacte identiteit van de verwerver of verwervers, het aantal verworven of vervreemde aandelen en het percentage van de stemrechten en van het kapitaal van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die na de verwerving of vervreemding worden gehouden, alsook de vereiste informatie als opgegeven in de lijst die de FSMA conform § 3, derde lid, op haar website publiceert.
  § 8. Zodra zij daarvan kennis hebben, stellen de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging de FSMA in kennis van de verwervingen of vervreemdingen van hun aandelen die een stijging boven of daling onder een van de drempels bedoeld in § 1, eerste lid, tot gevolg hebben.
  Onder dezelfde voorwaarden delen zij de FSMA ten minste eens per jaar de identiteit mee van de alleen of in onderling overleg handelende aandeelhouders of vennoten die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezitten in hun kapitaal, alsook welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten zij aldus bezitten. Zij delen de FSMA evenzo mee voor hoeveel aandelen en voor hoeveel hieraan verbonden stemrechten zij een kennisgeving van verwerving of vervreemding hebben ontvangen overeenkomstig artikel 515 van het Wetboek van Vennootschappen, ingeval een dergelijke kennisgeving aan de FSMA niet statutair is voorgeschreven.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 153, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 468, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2018-04-15/14, art. 252, 015; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Art. 208.Indien de FSMA grond heeft om aan te nemen dat de invloed van een natuurlijke of rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezit in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, een gezond en voorzichtig beleid van deze beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging kan belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen :
  1° de uitoefening schorsen van de aan de aandelen verbonden stemrechten die in bezit zijn van de betrokken aandeelhouder of vennoot; zij kan, op verzoek van elke belanghebbende, toestaan dat de door haar bevolen maatregelen worden opgeheven; haar beslissing wordt op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de betrokken aandeelhouder of vennoot; haar beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht; de FSMA kan haar beslissing openbaar maken;
  2° de betrokken aandeelhouder of vennoot aanmanen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de aandeelhoudersrechten in zijn bezit over te dragen.
  Als zij binnen de vastgestelde termijn niet worden overgedragen, kan de FSMA bevelen de aandeelhoudersrechten te sekwestreren bij de instelling of de persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter kennis van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die het register van de aandelen op naam dienovereenkomstig wijzigt en de uitoefening van de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege het sekwester. Het sekwester handelt in het belang van een gezond en voorzichtig beleid van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en in het belang van de houder van de gesekwestreerde aandeelhoudersrechten. Het oefent alle rechten uit die aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het sekwester als dividend of anderszins int, worden slechts aan de voornoemde houder overgemaakt indien hij gevolg heeft gegeven aan de in het eerste lid, 2°, bedoelde aanmaning. Om in te schrijven op kapitaalverhogingen of andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om te kiezen voor dividenduitkering in aandelen van de vennootschap, om in te gaan op openbare overname- of ruilaanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol te storten, is de instemming van de voornoemde houder vereist. De aandeelhoudersrechten die zijn verworven in het kader van dergelijke verrichtingen worden van rechtswege toegevoegd aan het voornoemde sekwester. De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de FSMA en betaald door de voornoemde houder. Het sekwester kan deze vergoeding aftrekken van de bedragen die hem worden gestort in zijn hoedanigheid van sekwester dan wel door de voornoemde houder in het vooruitzicht of na uitvoering van de hierboven bedoelde verrichtingen.
  Indien na afloop van de overeenkomstig het eerste lid, 2°, eerste zin, vastgestelde termijn, stemrechten werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of door een andere persoon, buiten het sekwester, die optreedt voor rekening van deze houder, niettegenstaande een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het eerste lid, 1°, kan de [1 ondernemingsrechtbank]1 van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, op verzoek van de FSMA, alle of een deel van de beslissingen van de algemene vergadering nietig verklaren wanneer het aanwezigheids- of meerderheidsquorum dat is vereist voor de genoemde beslissingen, buiten de onwettig uitgeoefende stemrechten niet zou zijn bereikt.
  ----------
  (1)<W 2018-04-15/14, art. 252, 015; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Art. 209. De FSMA brengt elke rechtstreekse of onrechtstreekse verwerving van een deelneming in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht, door één of meer natuurlijke of rechtspersonen die ressorteren onder één of meer Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en waardoor deze vennootschap een dochteronderneming wordt, ter kennis van de Europese Commissie. De FSMA stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van de verwerving van een dergelijke deelneming in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht.
  Bij deze kennisgeving aan de Europese Commissie wordt ook de identiteit opgegeven van de betrokken natuurlijke of rechtspersonen, het bedrag van de deelneming en de financiėle structuur van de groep die de deelneming verwerft.
  Op verzoek van de Europese Commissie verstrekt de FSMA haar dezelfde kennisgevingen en inlichtingen, wanneer haar overeenkomstig artikel 207 een voorgenomen deelnemingsverwerving wordt voorgelegd zoals beschreven in het eerste lid, in de gevallen bedoeld in artikel 15, §§ 2 en 3, eerste lid, van Richtlijn 2004/39/EG.
  De FSMA beperkt of verbiedt de verwerving van een deelneming in de gevallen bedoeld in artikel 15, § 3, tweede en derde lid, van voornoemde Richtlijn, volgens de regels en voor de duur die met toepassing van deze bepalingen zijn vastgesteld door de Raad van de Europese Unie of de Europese Commissie.
  Voor de toepassing van deze bepaling worden de in artikel 15 van voornoemde Richtlijn voorkomende termen " onderneming/beleggingsonderneming " en " beleggingsondernemingen " gelezen als respectievelijk " beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging " en " beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging ".
  Bij verwerving of vergroting van een deelneming, ondanks de maatregelen die de FSMA heeft genomen overeenkomstig het vierde lid, is artikel 207, § 6, van toepassing.

  HOOFDSTUK 3. - Leiding en leiders

  Art. 210. De statuten van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging kunnen de raad van bestuur toestaan alle of een deel van de in artikel 522, § 1, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde bevoegdheden over te dragen aan een in deze raad opgericht directiecomité, waarvan hij de leden benoemt en ontslaat en de bezoldiging vaststelt.
  Deze bevoegdheidsdelegatie kan evenwel noch slaan op de vaststelling van het algemeen beleid, noch op de handelingen die bij andere bepalingen van datzelfde Wetboek van Vennootschappen zijn voorbehouden aan de raad van bestuur.

  Art. 211.[1 De beheervennootschappen brengen de FSMA voorafgaandelijk op de hoogte van het voorstel tot benoeming van de leden van het wettelijk bestuursorgaan en van de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de personen belast met de effectieve leiding, evenals van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.
   In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste informatieverstrekking delen de beheervennootschappen aan de FSMA alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken conform artikel 199.
   Het eerste lid is eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of hun ontslag.
   De benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de FSMA.
   Wanneer het de benoeming betreft van een persoon die voor het eerst voor een in het eerste lid bedoelde functie wordt voorgedragen bij een financiėle onderneming die met toepassing van artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002 onder het toezicht staat van de FSMA, raadpleegt de FSMA eerst de Bank. De Bank deelt haar advies mee aan de FSMA binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies.
   De beheervennootschappen informeren de FSMA over de eventuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding, en over de belangrijke wijzingen in deze taakverdeling.
   Belangrijke wijzigingen in de taakverdeling als bedoeld in het vorige lid, geven aanleiding tot de toepassing van de leden 1 tot 4.]1
  [2 Onverminderd artikel 189, § 2, tweede lid, brengen de beheervennootschappen en de in het eerste lid bedoelde personen de FSMA onverwijld op de hoogte van elk feit of element dat een wijziging in de bij de benoeming verstrekte informatie inhoudt, en dat een invloed kan hebben op de voor de uitoefening van de betrokken functie vereiste professionele betrouwbaarheid of passende deskundigheid.
   Overeenkomstig de artikelen 199, § 1, tweede lid, en 236, kan de FSMA, wanneer zij in het kader van de uitvoering van haar toezichtsopdracht op de hoogte is van een dergelijk feit of element, dat al dan niet met toepassing van het achtste lid is verkregen, de naleving van de in artikel 199, § 1, tweede lid bedoelde vereisten herbeoordelen.]2
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 154, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>
  (2)<W 2017-12-05/04, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 28-12-2017>

  Art. 212.§ 1. Onverminderd artikel 195, mogen de bestuurders of directeuren van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en alle personen die, onder welke benaming of in welke hoedanigheid ook, deelnemen aan het bestuur of het beheer van de vennootschap, al dan niet ter vertegenwoordiging van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, op de voorwaarden en binnen de grenzen vastgesteld in dit artikel, mandaten als bestuurder of zaakvoerder waarnemen in dan wel deelnemen aan het bestuur of het beheer van een handelsvennootschap of een vennootschap met handelsvorm, een onderneming met een andere Belgische of buitenlandse rechtsvorm, of een Belgische of buitenlandse openbare instelling met industriėle, commerciėle of financiėle werkzaamheden.
  § 2. De externe functies als bedoeld in § 1 worden beheerst door de interne regels die de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet invoeren en doen naleven teneinde :
  1° te vermijden dat personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, door de uitoefening van die functies, niet langer voldoende beschikbaar zijn om deze leiding waar te nemen;
  2° te voorkomen dat bij de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging belangenconflicten zouden optreden, alsook risico's die gepaard gaan met de uitoefening van die functies, met name op het vlak van transacties van ingewijden;
  3° te zorgen voor een passende openbaarmaking van die functies.
  De FSMA bepaalt, bij reglement dat conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002 ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Koning, hoe die verplichtingen ten uitvoer worden gelegd.
  De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de FSMA, het aldus aangenomen reglement wijzigen, dan wel zelf dit reglement aannemen indien de FSMA in gebreke blijft dit te doen.
  § 3. De mandatarissen van een vennootschap die worden benoemd op de voordracht van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, moeten personen zijn die deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dan wel personen die zij aanwijst.
  De bestuurders die niet deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, mogen geen bestuurder zijn van een vennootschap waarin de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging een deelneming bezit, tenzij zij niet deelnemen aan het dagelijks bestuur van die vennootschap.
  De personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mogen geen mandaat uitoefenen dat een deelname aan het dagelijks bestuur inhoudt, tenzij in een vennootschap [1 als bedoeld in artikel 89, lid 1 van Verordening nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiėle vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012,]1 waarmee de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging nauwe banden heeft, in een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten, in een patrimoniumvennootschap waarin zij of hun familie, in het kader van het normale beheer van hun vermogen, een significant belang bezitten of in een vennootschap waarvan zij de enige leiders zijn en waarvan het bedrijf beperkt is tot het verlenen van beheerdiensten aan de voornoemde vennootschappen of tot dat van een patrimoniumvennootschap.
  § 4. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging notificeert zonder uitstel aan de FSMA de functies uitgeoefend buiten de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging door de in § 1 bedoelde personen met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen voorzien in dit artikel.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 155, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>

  Art. 213. In geval van faillissement van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zijn, met betrekking tot de boedel, alle betalingen nietig en zonder gevolg die deze vennootschap, hetzij in contanten, hetzij anderszins, heeft gedaan aan haar bestuurders of zaakvoerders in de vorm van tantičmes of andere winstdeelnemingen, tijdens de twee jaren die het tijdstip voorafgaan dat door de rechtbank is vastgesteld als het ogenblik waarop zij haar betalingen heeft gestaakt.
  Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de rechtbank erkent dat geen enkele ernstige en duidelijke fout van deze personen heeft bijgedragen tot het faillissement.

  HOOFDSTUK 3/1. - [1 Beloningsbeleid]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 14, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 213/1.[1 De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging moeten een beloningsbeleid en beloningspraktijken vaststellen en toepassen die in overeenstemming zijn met en bijdragen aan een gezond en doeltreffend risicobeheer en die niet aanmoedigen tot het nemen van risico's die niet te verenigen zijn met het risicoprofiel, het beheerreglement of de statuten van de instellingen voor collectieve belegging die zij beheren, noch de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beletten haar plicht na te leven om in het belang van de instellingen voor collectieve belegging te handelen.
   Het beloningsbeleid en de beloningspraktijken hebben ook betrekking op de vaste en variabele componenten van salarissen en uitkeringen uit hoofde van discretionaire pensioenen.
   Het beloningsbeleid en de beloningspraktijken zijn van toepassing op die categorieėn van medewerkers, met inbegrip van de hogere leidinggevende, risiconemende en controlefuncties en elke werknemer wiens totale beloning binnen dezelfde beloningsschaal valt als die van hogere leidinggevende medewerkers en risiconemende medewerkers van wie de beroepswerkzaamheden het risicoprofiel van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of van de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging materieel beļnvloeden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 15, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 213/2.[1 Bij de vaststelling en toepassing van het beloningsbeleid als bedoeld in artikel 213/1 nemen de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging de volgende beginselen in acht op een wijze en in de mate die aansluit bij hun omvang en interne organisatie en de aard, de reikwijdte en de complexiteit van hun activiteiten :
   1° het beloningsbeleid is in overeenstemming met en draagt bij aan een gezond en effectief risicobeheer en het moedigt niet aan tot het nemen van risico's die niet te verenigen zijn met het risicoprofiel, het reglement of de statuten van de instellingen voor collectieve belegging in het beheer van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;
   2° het beloningsbeleid strookt met de bedrijfsstrategie, de doelstellingen, de waarden en de belangen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de instellingen voor collectieve belegging die zij beheert en van de deelnemers in deze instellingen voor collectieve belegging, en behelst ook maatregelen die belangenconflicten moeten vermijden;
   3° de raad van bestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging stelt, als onderdeel van zijn toezichtstaak, het beloningsbeleid vast, evalueert ten minste jaarlijks de algemene beginselen ervan, en is verantwoordelijk voor en ziet toe op de toepassing ervan. De in dit punt bedoelde taken worden uitsluitend uitgevoerd door leden van de raad van bestuur die in de betrokken beheervennootschap geen uitvoerende taken verrichten en die deskundig zijn op het gebied van risicobeheer en beloning;
   4° de toepassing van het beloningsbeleid wordt ten minste eenmaal per jaar onderworpen aan een centrale en onafhankelijke interne beoordeling om deze te toetsen aan de naleving van het beleid en de procedures voor de beloning die de raad van bestuur in zijn toezichtfunctie heeft gehanteerd;
   5° medewerkers die betrokken zijn bij controlefuncties worden vergoed overeenkomstig de verwezenlijking van de met hun functies samenhangende doelstellingen, ongeacht de prestaties op het gebied van de door hen gecontroleerde bedrijfsactiviteiten;
   6° indien er een remuneratiecomité bestaat, houdt dit rechtstreeks toezicht op de beloning van hogere leidinggevende personeelsleden die risico- en compliancefuncties uitoefenen;
   7° indien de beloning prestatiegerelateerd is, is het totale bedrag ervan gebaseerd op een combinatie van de beoordeling van de prestaties van de betrokken persoon, het betrokken bedrijfsonderdeel of de betrokken instelling voor collectieve belegging en hun risico's, en van de resultaten van de beheervennootschap als geheel bij de beoordeling van de persoonlijke prestaties, waarbij zowel financiėle als niet-financiėle criteria in acht worden genomen;
   8° prestaties worden beoordeeld in een meerjarenkader dat aangepast is aan de duur van de deelneming die wordt aanbevolen aan de deelnemers in de instellingen voor collectieve belegging die door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging worden beheerd, teneinde te garanderen dat het beoordelingsproces is gebaseerd op de langeretermijnprestaties van de instelling voor collectieve belegging en haar beleggingsrisico's, en dat de effectieve betaling van prestatiegerelateerde beloningscomponenten over dezelfde periode is gespreid;
   9° gegarandeerde variabele beloning draagt een uitzonderlijk karakter, vindt enkel bij indienstneming van nieuwe personeelsleden plaats en blijft tot het eerste jaar van de indiensttreding beperkt;
   10° vaste en variabele componenten van de totale beloning zijn evenwichtig verdeeld; het aandeel van de vaste component in het totale beloningspakket is groot genoeg voor het voeren van een volledig flexibel beleid inzake variabele beloningscomponenten, dat ook de mogelijkheid biedt geen variabele beloningscomponent uit te betalen;
   11° ontslagvergoedingen hangen samen met in de loop der tijd gerealiseerde prestaties en zijn zodanig vormgegeven dat falen niet wordt beloond;
   12° de beoordeling van prestaties, als basis voor variabele beloningscomponenten of pools van variabele beloningscomponenten, omvat een breed correctiemechanisme om rekening te kunnen houden met alle relevante soorten actuele en toekomstige risico's;
   13° afhankelijk van de rechtsvorm van de instelling voor collectieve belegging en van haar reglement of statuten, bestaat een substantieel deel, zijnde ten minste 50 % van elke variabele beloning, uit rechten van deelneming in de betrokken instelling voor collectieve belegging, equivalente eigendomsbelangen of op aandelen gebaseerde instrumenten of vergelijkbare non-cash instrumenten met even doeltreffende prikkels als elk in dit punt genoemd instrument, tenzij het beheer van de instelling voor collectieve belegging minder dan 50 % uitmaakt van de totale portefeuille die door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging wordt beheerd, in welk geval het minimum van 50 % niet geldt.
   Voor de in dit punt bedoelde instrumenten geldt een passend aanhoudbeleid om de prikkels te laten aansluiten op de belangen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de instellingen voor collectieve belegging die zij beheert en de deelnemers in die instellingen voor collectieve belegging. Dit punt is van toepassing op het gedeelte van de variabele beloningscomponent waarvan uitkering wordt uitgesteld overeenkomstig punt 14° en op het gedeelte van de variabele beloningscomponent waarvan uitkering niet wordt uitgesteld;
   14° een aanzienlijk deel, zijnde ten minste 40 % van het variabele beloningsbestanddeel, wordt pas uitgekeerd na een periode die aangepast is aan de duur van de deelneming die aan de deelnemers in de betrokken instelling voor collectieve belegging wordt aanbevolen, en is correct op de aard van de risico's van de betrokken instelling voor collectieve belegging afgestemd.
   De in dit punt bedoelde periode bedraagt minstens drie jaar; beloning volgens een spreidingsregeling wordt niet sneller verworven dan een betaling naar rato; indien de variabele beloningscomponent een bijzonder hoog bedrag is, wordt daarvan minstens 60 % met uitstel uitgekeerd;
   15° de variabele beloning, inclusief het uitgestelde gedeelte, wordt alleen uitgekeerd of definitief verworven wanneer dit met de financiėle toestand van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in haar geheel te verenigen is en door de prestaties van de bedrijfseenheid, de instelling voor collectieve belegging en het betrokken individu te rechtvaardigen is.
   De totale variabele beloning wordt over het geheel genomen aanzienlijk verlaagd als er sprake is van mindere of negatieve financiėle prestaties van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de betrokken instelling voor collectieve belegging, zowel rekening houdend met de huidige beloning als met de vermindering van de uitbetalingen van eerder verdiende bedragen, onder meer door middel van malus- of terugvorderingsregelingen;
   16° het pensioenbeleid strookt met de bedrijfsstrategie, de doelstellingen, de waarden en de langetermijnbelangen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de instellingen voor collectieve belegging die zij beheert.
   Indien de werknemer de dienst van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging vóór pensionering verlaat, moeten de uitkeringen uit hoofde van een discretionair pensioen gedurende een termijn van vijf jaar door de beheervennootschap worden aangehouden in de vorm van instrumenten als bedoeld in punt 13°. Wanneer een werknemer zijn pensionering bereikt, worden discretionaire pensioenuitkeringen aan de werknemer betaald in de vorm van de in punt 13° bedoelde instrumenten, onder voorbehoud van een uitstelperiode van vijf jaar;
   17° het personeel moet zich ertoe verbinden geen gebruik te maken van persoonlijke hedgingstrategieėn of aan beloning en aansprakelijkheid gekoppelde verzekeringen om de risicobeheereffecten die in hun beloningsregelingen zijn ingebed, te ondermijnen;
   18° variabele beloningen worden niet uitgekeerd door middel van vehikels of methoden die het ontwijken van de in deze wet opgenomen voorschriften faciliteren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 213/3.[1 De in artikel 213/2 vervatte beginselen zijn van toepassing op alle soorten door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uitgekeerde voordelen, op alle rechtstreeks door de instelling voor collectieve belegging uitgekeerde bedragen, met inbegrip van prestatievergoedingen, en op alle overdrachten van rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging, ten gunste van de categorieėn van medewerkers, inclusief hogere leidinggevende en risiconemende medewerkers en medewerkers met controlefuncties en elke werknemer wiens totale beloning binnen dezelfde beloningsschaal als die van hogere leidinggevenden en risiconemers valt, wier beroepswerkzaamheden hun risicoprofiel en dat van de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging materieel beļnvloeden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 17, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 213/4.[1 Beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die significant zijn qua omvang of qua omvang van de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging, hun interne organisatie en de aard, reikwijdte en complexiteit van hun werkzaamheden, stellen een remuneratiecomité in. Het remuneratiecomité is zodanig samengesteld dat het een deskundig en onafhankelijk oordeel kan geven over beloningsbeleid en -cultuur en over de prikkels die worden gecreėerd voor het beheren van risico's.
   De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, verduidelijken wat onder "beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die significant zijn qua omvang of qua omvang van de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging, hun interne organisatie en de aard, reikwijdte en complexiteit van hun werkzaamheden" moet worden verstaan.
   Het remuneratiecomité dat in voorkomend geval overeenkomstig de in artikel 14bis, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG, bedoelde richtsnoeren van ESMA is opgezet, is verantwoordelijk voor het voorbereiden van beslissingen over beloning, ook van beslissingen die gevolgen hebben voor het risico en het risicobeheer van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de betrokken instelling voor collectieve belegging en die het leidinggevend orgaan bij de uitoefening van zijn toezichtstaak moet nemen. Het remuneratiecomité wordt voorgezeten door een lid van het wettelijk bestuursorgaan dat in de betrokken beheervennootschap geen uitvoerende taken verricht. De leden van het remuneratiecomité zijn leden van het wettelijk bestuursorgaan, die in de betrokken beheervennootschap geen uitvoerende functie bekleden.
   Bij de voorbereiding van dergelijke beslissingen houdt het remuneratiecomité rekening met de langetermijnbelangen van de deelnemers en andere belanghebbenden van de instelling, alsook met het algemeen belang.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 18, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  HOOFDSTUK 4. - Fusies van en overdrachten tussen beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging

  Art. 214. De toestemming van de FSMA is vereist :
  1° voor fusies van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of van dergelijke vennootschappen en andere in de financiėle sector bedrijvige instellingen;
  2° wanneer tussen beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of tussen dergelijke vennootschappen en andere in de financiėle sector bedrijvige instellingen, het bedrijf integraal of gedeeltelijk wordt overgedragen.
  De FSMA kan haar toestemming enkel weigeren binnen drie maanden nadat zij van het project in kennis is gesteld, om redenen die verband houden met het gezond en voorzichtig beheer van de betrokken beheervennootschap(pen) van instellingen voor collectieve belegging. Als zij niet binnen voornoemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen.

  Art. 215. Iedere gehele of gedeeltelijke overdracht tussen beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of tussen dergelijke vennootschappen en andere in de financiėle sector bedrijvige instellingen, van rechten en verplichtingen die voortkomen uit verrichtingen van de betrokken vennootschappen of instellingen, waarvoor toestemming is verleend overeenkomstig artikel 214 aan derden tegenstelbaar zodra de toestemming van de FSMA is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

  HOOFDSTUK 5. - Verplichtingen en verbodsbepalingen

  Art. 216. Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag, behoudens toestemming van de FSMA, geen andere werkzaamheden uitoefenen dan toegestaan op grond van haar vergunning.

  Art. 217. Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag, behoudens toestemming van de FSMA, geen deelnemingen bezitten in handelsvennootschappen of in vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen.
  Dit verbod geldt niet voor deelnemingen in vennootschappen die alle of een deel van de in artikel 3, 22° en 23° bedoelde werkzaamheden uitoefenen, noch voor deelnemingen in vennootschappen die uitsluitend het bezit van deelnemingen in dergelijke vennootschappen tot doel hebben.

  Art. 218.De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zorgt voor een strikte scheiding tussen haar verschillende werkzaamheden.
  Zij mag voor rekening van de beheerde instellingen voor collectieve belegging [1 ...]1 geen verrichtingen uitvoeren waar zij persoonlijk belang bij heeft. Voor natuurlijke personen die de leiding hebben of werknemer zijn van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, geldt hetzelfde verbod.
  De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging tracht belangenconflichten te voorkomen en, wanneer deze onvermijdelijk zijn, zorgt ervoor dat de door haar beheerde instellingen voor collectieve belegging op billijke wijze worden behandeld.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de regels die de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de in artikel 202 bedoelde derden moeten naleven om belangenconflicten te vermijden met de effectenhouders van de instellingen voor collectieve belegging die zij beheert. De Koning gaat over tot het uitwerken van :
  a) minimumcriteria voor de opsporing van belangenconflicten;
  b) onafhankelijkheidscriteria voor het beheer van belangenconflicten;
  c) regels in verband met het beleid inzake het beheer van belangenconflicten;
  d) regels in verband met het beheer van activiteiten die belangenconflicten doen ontstaan; en
  e) regels die verplichten tot de ontwikkeling van adequate en effectieve strategieėn voor het uitoefenen van de stemrechten die aan instrumenten in de beheerde portefeuilles verbonden zijn.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 469, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 219.§ 1. Bij de vervulling van hun respectieve taken treden de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de bewaarder onafhankelijk en in het uitsluitend belang van de deelnemers op.
  § 2. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet zich conformeren aan de volgende beginselen :
  - zij zet zich in bij haar bedrijfsuitoefening op een loyale en billijke wijze en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding voor de belangen van de door haar beheerde instellingen voor collectieve belegging en de integriteit van de markt;
  - zij beschikt over en maakt doeltreffend gebruik van de middelen en procedures die nodig zijn voor een deugdelijke bedrijfsuitoefening;
  - zij voldoet aan alle voor de uitoefening van haar werkzaamheden geldende voorschriften teneinde de belangen van haar beleggers optimaal te behartigen en de integriteit van de markt te bevorderen.
  De Koning stelt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, gedragsregels vast die beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging moeten naleven bij de uitoefening van de in artikel 3, 22° bedoelde beheertaken, desgevallend rekening houdend met de aard van de betrokken beheertaak. Deze regels hebben ten minste betrekking op :
  - de vaststelling van passende criteria om op een loyale en billijke wijze en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding in het belang van de instellingen voor collectieve belegging te handelen in het uitsluitende belang van de deelnemers en overeenkomstig het beginsel van gelijkheid tussen de deelnemers;
  - de vaststelling van de beginselen om te waarborgen dat de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging doeltreffend gebruik maken van de middelen en procedures die nodig zijn voor een deugdelijke bedrijfsvoering; en
  - de verplichtingen van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging met betrekking tot de uitvoering en verwerking van orders, rekening houdend met het beginsel van optimale uitvoering.
  § 3. [1 Artikel 27, §§ 1 tot 3, en 5 tot 9, artikel 27bis en artikel 27ter, §§ 1 tot 7,]1 van de wet van 2 augustus 2002, en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, zijn van toepassing op beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, wat de uitoefening van de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 3, 23° betreft.
  § 4. Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging legt passende beleidslijnen en procedures vast om de naleving van §§ 2 en 3 en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren.
  Zij werkt passende regels uit voor de rechtstreekse en onrechtstreekse persoonlijke verrichtingen in financiėle instrumenten die worden uitgevoerd door de in het eerste lid bedoelde personen.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen hebben ten minste betrekking op :
  - de relevante personen op wie deze regels en verplichtingen van toepassing zijn;
  - de persoonlijke verrichtingen die in strijd worden geacht met de wet;
  - de modaliteiten waaronder de relevante personen hun persoonlijke verrichtingen dienen mee te delen aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;
  - de wijze waarop de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging de gegevens over de persoonlijke verrichtingen dienen te bewaren.
  § 5. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging registreren de gegevens met betrekking tot de portefeuilletransacties en de inschrijvings- en inkooporders en bewaren deze geregistreerde gegevens.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de desbetreffende nadere regels en verplichtingen.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 143, 010; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 220. Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die diensten van individueel portefeuillebeheer verleent, mag de portefeuille van haar cliėnt niet geheel, noch gedeeltelijk beleggen in rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging die zij beheert, tenzij zij hiervoor de voorafgaande algemene toestemming van de klant heeft gekregen.

  Art. 221.[1 [3 Artikel 25, § 1, 2°, 3°, 7° en 9°, en de artikelen 26 en 26/1 van de wet van 25 oktober 2016 en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, zijn]3 van toepassing op beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, wat de uitoefening van de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 3, 23° betreft.]1
   Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag geen gelddeposito's, noch gelden of financiėle instrumenten in ontvangst nemen die toebehoren aan haar klanten of aan instellingen voor collectieve belegging die zij beheert.
  De bewaring van de tegoeden die toebehoren aan instellingen voor collectieve belegging geschiedt overeenkomstig artikel 50 van deze wet.
  De bewaring van de beheerde tegoeden die toebehoren aan klanten, moet worden toevertrouwd aan een andere bewaarder dan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging; voor contanten en financiėle instrumenten moet deze bewaarder een beleggingsonderneming zijn met een vergunning voor het bewaren van gelden of financiėle instrumenten, dan wel een kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of een bijkantoor heeft in Belgiė.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 470, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2016-10-25/04, art. 156, 007; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (3)<W 2017-11-21/08, art. 144, 010; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Art. 222. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging stellen procedures vast voor de behandeling van klachten van beleggers.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de desbetreffende verplichtingen van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging.

  Art. 223. § 1. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging nemen, met inachtneming van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die gelden in de lidstaat waar de rechten van deelneming in de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging worden verhandeld, de nodige maatregelen om te verzekeren dat er in deze lidstaat voorzieningen beschikbaar zijn voor de uitkeringen aan de deelnemers, de inkoop van of terugbetaling op de rechten van deelneming alsook de verspreiding van de informatie die de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in die lidstaat moet verstrekken.
  § 2. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging stellen adequate procedures en regelingen vast :
  1° om te waarborgen dat zij klachten van beleggers op behoorlijke wijze behandelen, en dat er voor beleggers geen beperkingen zijn om hun rechten uit te oefenen indien aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging een vergunning is verleend in een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst van de instelling voor collectieve belegging. Deze maatregelen moeten beleggers in staat stellen om klachten in te dienen in de officiėle taal of een van de officiėle talen van hun lidstaat;
  2° om informatie beschikbaar te stellen op verzoek van het publiek of van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de instelling voor collectieve belegging.

  Art. 224.[1 § 1. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die, namens verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, beleggen in aandelen van vennootschappen die op een gereglementeerde markt zijn genoteerd, voldoen aan de in paragraaf 2 uiteengezette vereisten, of maken een duidelijke en gemotiveerde toelichting openbaar over de redenen waarom zij ervoor hebben gekozen niet aan een of meer van die vereisten te voldoen.
   § 2. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging ontwikkelen een betrokkenheidsbeleid waarin wordt beschreven hoe zij aandeelhoudersbetrokkenheid in hun beleggingsstrategie integreren, en maken dat beleid openbaar. In dat beleid wordt beschreven hoe zij (i) toezicht uitoefenen op de vennootschappen waarin is belegd, ten aanzien van relevante aangelegenheden waaronder toezicht op de strategie, de financiėle en niet-financiėle prestaties en risico's, de kapitaalstructuur, maatschappelijke en ecologische effecten, en corporate governance, (ii) een dialoog voeren met de vennootschappen waarin is belegd, (iii) stemrechten en andere aan aandelen verbonden rechten uitoefenen, (iv) samenwerken met andere aandeelhouders, (v) communiceren met relevante belanghebbenden van de vennootschappen waarin is belegd, en (vi) feitelijke en potentiėle belangenconflicten in verband met hun betrokkenheid beheersen.
   De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging maken elk jaar openbaar hoe hun betrokkenheidsbeleid is uitgevoerd, met onder meer een algemene beschrijving van hun stemgedrag, een toelichting bij de belangrijkste stemmingen en het gebruik van de diensten van volmachtadviseurs. Zij maken openbaar hoe zij hebben gestemd op de algemene vergaderingen van vennootschappen waarvan zij aandelen bezitten. Stemmingen die wegens het onderwerp van de stemming of de grootte van het belang in de vennootschap onbetekenend zijn, mogen uit deze openbaarmaking worden weggelaten.
   § 3. De in paragraaf 2 bedoelde informatie is gratis beschikbaar op de website van de beheervennootschap.
   § 4. De krachtens artikel 218, vierde lid, genomen bepalingen, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook de overeenkomstige gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig richtlijn 2009/65/EG, zijn ook van toepassing op betrokkenheidsactiviteiten.]1
  ----------
  (1)<W 2020-04-28/06, art. 13, 016; Inwerkingtreding : 16-05-2020>

  Art. 224/1. [1 § 1. De in artikel 224, § 1, bedoelde beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging maken aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening waarmee zij de in artikel 101/2 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of in artikel 95, § 3, tweede lid, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening bedoelde overeenkomsten zijn aangegaan jaarlijks bekend hoe hun beleggingsstrategie en de uitvoering daarvan in overeenstemming zijn met deze overeenkomst en bijdragen aan de middellange- tot langetermijnprestaties van de activa van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of de instelling voor collectieve belegging. Die bekendmaking omvat rapportage over de voornaamste materiėle middellange- tot langetermijnrisico's die aan de beleggingen zijn verbonden, de samenstelling, de omloopsnelheid en de aan de omloopsnelheid van de portefeuille verbonden kosten, het gebruik van volmachtadviseurs voor betrokkenheidsactiviteiten en hun beleid inzake effectenleningen en hoe dat in voorkomend geval wordt toegepast ten behoeve van hun betrokkenheidsactiviteiten, met name tijdens de algemene vergadering van de vennootschappen waarin is belegd. Die bekendmaking omvat ook informatie over of en zo ja, hoe zij beleggingsbesluiten nemen op basis van een beoordeling van de middellange- tot langetermijnprestaties, waaronder de niet-financiėle prestaties, van de vennootschap waarin wordt belegd, en over of en zo ja, welke belangenconflicten er in verband met betrokkenheidsactiviteiten zijn ontstaan en hoe de beheervennootschappen daarmee zijn omgegaan.
   § 2. De in paragraaf 1 bedoelde informatie wordt openbaar gemaakt samen met het jaarverslag van de betrokken instelling voor collectieve belegging.
   Indien de ingevolge paragraaf 1 bekendgemaakte informatie reeds voor het publiek beschikbaar is, hoeft de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de informatie niet rechtstreeks aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening te verstrekken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2020-04-28/06, art. 14, 016; Inwerkingtreding : 16-05-2020>
  

  HOOFDSTUK 6. - Vestiging van bijkantoren en vrij verrichten van diensten in het buitenland

  Art. 225. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging mogen werkzaamheden van collectief portefeuillebeheer verrichten op grensoverschrijdende basis onder de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden.

  Art. 226. Als een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging voornemens is om, zonder een bijkantoor te vestigen, enkel de rechten van deelneming in een door haar beheerde instelling voor collectieve belegging onder Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte te verhandelen, zonder voor te stellen andere taken of diensten te verrichten, is deze verhandeling uitsluitend onderworpen aan de voorwaarden van de artikelen 92 tot 94.

  Afdeling 1. - Vestiging van bijkantoren in het buitenland

  Art. 227.§ 1. Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voornemens is in het buitenland een bijkantoor te vestigen om er alle of een deel van de in artikel 3, 22° bedoelde beheertaken of in artikel 3, 23° bedoelde beleggingsdiensten te verrichten die haar in Belgiė zijn toegestaan, stelt de FSMA daarvan in kennis.
  Bij deze kennisgeving moeten volgende informatie en documenten worden gevoegd :
  1° de Staat op het grondgebied waarvan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging voornemens is een bijkantoor te vestigen :
  2° een programma van werkzaamheden (a) dat de naam vermeldt van de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging worden beheerd, (b) dat de in het buitenland overwogen beheertaken als bedoeld in artikel 3, 22°, en beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 3, 23°, verduidelijkt, (c) dat de organisatiestructuur van het bijkantoor vermeldt, en (d) dat een beschrijving omvat van het door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging ingestelde risicobeheerproces. Indien de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging overweegt om een bijkantoor in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte te vestigen, omvat het programma van werkzaamheden tevens een beschrijving van de overeenkomstig artikel 223 ingestelde procedures en regelingen;
  3° indien de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging voornemens is een bijkantoor te vestigen in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, het adres in de lidstaat van ontvangst van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waar documenten kunnen worden opgevraagd; en
  4° [1 de namen van de effectieve leiders van het bijkantoor en van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor.
   De effectieve leiders van het bijkantoor en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken. Artikel 211 is van overeenkomstige toepassing op de benoeming van de effectieve leiders van het bijkantoor en op de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor.]1
  De FSMA kan zich verzetten tegen de uitvoering van het project bij beslissing die is ingegeven door de nadelige gevolgen van de vestiging van een bijkantoor op de organisatie, de financiėle positie of het toezicht op de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  De beslissing van de FSMA moet, uiterlijk twee maanden na ontvangst van het volledige dossier met alle in het tweede lid bedoelde gegevens, ter kennis worden gebracht van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. Indien de FSMA haar beslissing niet binnen deze termijn ter kennis heeft gebracht, wordt zij geacht geen bezwaar te maken tegen het project van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  Het onderhavige artikel is tevens van toepassing ingeval een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging een vertegenwoordigingskantoor vestigt op het grondgebied van een buitenlandse Staat.
  De FSMA geeft de Europese Autoriteit voor effecten en markten kennis van de gevallen waarin een beslissing werd genomen krachtens het derde lid van dit artikel.
  § 2. Indien de FSMA zich in het in § 1 bedoelde geval niet heeft verzet tegen de verwezenlijking van het project overeenkomstig § 1, derde lid, deelt zij aan de toezichthoudende autoriteit van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in de lidstaat van ontvangst, binnen twee maanden na ontvangst van alle gegevens vereist bij § 1, tweede lid, de gegevens mee die zij op grond van die bepalingen heeft ontvangen, alsook de regels van de geldende beleggersbeschermingsregeling voor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, voor een eventuele tegemoetkoming ten gunste van de klanten van het bijkantoor. De FSMA brengt de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging daarvan op de hoogte.
  Wanneer een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de in artikel 3, 21°, bedoelde werkzaamheid van collectief portefeuillebeheer wil verrichten, doet de FSMA, in het in § 1 bedoelde geval, de aan de toezichthoudende autoriteit van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging van de lidstaat van ontvangst verstrekte documentatie vergezeld gaan van een verklaring die bevestigt dat de beheervennootschap over een vergunning beschikt conform de artikelen 188 tot 205, alsook van een beschrijving van de reikwijdte van de aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging verleende vergunning, en van de bijzonderheden in verband met een eventuele beperking inzake de soorten instellingen voor collectieve belegging die de beheervennootschap gemachtigd is te beheren.
  § 3. De FSMA geeft de Europese Commissie, volgens de frequentie die laatstgenoemde bepaalt, kennis van het aantal en de motivering van de in § 1, derde lid bedoelde definitieve beslissingen tot verzet tegen de geplande vestiging van een bijkantoor in lidstaten van de Europese Economische Ruimte door beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in § 1.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 156, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>

  Art. 228.In het in artikel 227 bedoelde geval kan de FSMA in overleg met de buitenlandse toezichthoudende autoriteit voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, regels vaststellen voor de vestiging van en het toezicht op het bijkantoor alsook voor de wenselijke informatie-uitwisseling met naleving van de artikelen 74 tot 77 van de wet van 2 augustus 2002, ingeval van :
  1° [1 ...]1
  2° vestiging van een bijkantoor in een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 472, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 229. Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die in het buitenland een bijkantoor heeft gevestigd, stelt de FSMA ten minste één maand op voorhand schriftelijk in kennis van alle wijzigingen in de conform artikel 227, § 1, tweede lid verstrekte gegevens.
  Artikel 227, § 1, derde en vierde lid, is in voorkomend geval van toepassing, evenals artikel 227, § 2 naargelang van de wijzigingen in de in artikel 227, § 2 bedoelde gegevens of in de geldende beleggersbeschermingsregeling.
  De FSMA actualiseert de informatie opgenomen in de in het eerste lid bedoelde verklaring en stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging op de hoogte wanneer zich een verandering voordoet in de reikwijdte van de vergunning van de beheervennootschap of met betrekking tot de types instellingen voor collectieve belegging die de beheervennootschap gemachtigd is te beheren.

  Art. 230. Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voornemens is in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die werkzaam is als kredietinstelling, beleggingsonderneming of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, stelt de FSMA hiervan in kennis. Deze kennisgeving bevat informatie over de werkzaamheden, de organisatie, de aandeelhouderskring en de leiders van de betrokken onderneming.

  Afdeling 2. - Vrij verrichten van diensten in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte

  Art. 231. § 1. Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voornemens is om voor het eerst in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, alle of een deel van de in artikel 3, 22° bedoelde beheertaken of in artikel 3, 23° bedoelde beleggingsdiensten te verrichten waarvoor zij in Belgiė een vergunning heeft ontvangen, zonder er een bijkantoor te vestigen, stelt de FSMA daarvan in kennis.
  Bij deze kennisgeving moeten volgende informatie en documenten worden gevoegd :
  1° de lidstaat van de Europese Economische Ruimte op het grondgebied waarvan de beheervennootschap voornemens is werkzaamheden uit te oefenen, en
  2° een programma van werkzaamheden (a) dat de in het buitenland overwogen beheertaken als bedoeld in artikel 3, 22°, en beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 3, 23°, verduidelijkt, (b) dat een beschrijving omvat van het door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging ingestelde risicobeheerproces, en (c) dat tevens een beschrijving van de overeenkomstig artikel 223 ingestelde procedures en regelingen omvat.
  § 2. Ingeval § 1 van toepassing is, deelt de FSMA de kennisgeving, binnen een maand na ontvangst ervan, mee aan de toezichthoudende autoriteit van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging van de lidstaat van ontvangst, alsook de regels van de geldende beleggersbeschermingsregeling voor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, voor een eventuele tegemoetkoming ten gunste van de klanten van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  § 3. Wanneer een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de in artikel 3, 21°, bedoelde werkzaamheid van collectief portefeuillebeheer wil verrichten, doet de FSMA, in het in § 1 bedoelde geval, de aan de toezichthoudende autoriteit van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging van de lidstaat van ontvangst verstrekte documentatie vergezeld gaan van een verklaring die bevestigt dat de beheervennootschap over een vergunning beschikt conform de artikelen 188 tot 205, alsook van een beschrijving van de reikwijdte van de aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging verleende vergunning, en van de bijzonderheden in verband met een eventuele beperking inzake de soorten instellingen voor collectieve belegging die de beheervennootschap gemachtigd is te beheren.

  Art. 232. In geval van wijzigingen van de inhoud van de overeenkomstig artikel 231, § 1, tweede lid, 2°, meegedeelde inlichtingen geeft de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de FSMA en de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst op voorhand schriftelijk kennis van deze wijziging. Artikel 231, § 2 is zowel in dit geval van toepassing als wanneer wijzigingen worden aangebracht in de gegevens over de beleggersbeschermingsregeling.

  Afdeling 3. - Samenwerking tussen autoriteiten

  Art. 233. In het geval dat de FSMA er overeenkomstig artikel 21, vierde lid, van Richtlijn 2009/65/EG in kennis van wordt gesteld dat een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die haar werkzaamheden uitoefent in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte weigert de bevoegde autoriteiten van die lidstaat informatie te verstrekken die onder de verantwoordelijkheid van die lidstaat valt, of niet het nodige doet om een einde te maken aan de inbreuk op een van de onder de verantwoordelijkheid van die lidstaat vallende regels, treft de FSMA alle maatregelen die zij nuttig acht om te bewerkstelligen dat de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de gevraagde informatie verstrekt of een eind maakt aan de inbreuk.

  HOOFDSTUK 7. - Reglementaire coėfficiėnten

  Art. 234. § 1. De FSMA bepaalt bij reglement de normen inzake solvabiliteit, liquiditeit en risicoconcentratie, en andere begrenzingsnormen, die door de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging moeten worden nageleefd. De in deze paragraaf bedoelde normen kunnen zowel van kwantitatieve als van kwalitatieve aard zijn.
  § 2. Onverminderd het bepaalde bij de § 1, moet elke beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beschikken over een voor haar werkzaamheden en voorgenomen werkzaamheden passend beleid inzake kapitaalbehoeften. De personen belast met de effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, in voorkomend geval het directiecomité, werken daartoe onder toezicht van het wettelijk bestuursorgaan een beleid uit dat de huidige en toekomstige kapitaalbehoeften van de vennootschap identificeert en vastlegt, rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden, de eraan verbonden risico's, en het beleid van de vennootschap inzake risicobeheer. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging evalueert regelmatig haar beleid inzake kapitaalbehoeften en past dit beleid zonodig aan.
  De FSMA kan bij reglement de frequentie van deze evaluatie nader bepalen.
  § 3. Wanneer de FSMA van oordeel is dat het beleid van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging inzake haar kapitaalbehoeften niet beantwoordt aan het risicoprofiel van de vennootschap, kan zij, onverminderd het bepaalde bij artikel 250, in het licht van de doelstellingen van deze wet vereisten opleggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en risicoposities, ter aanvulling van deze bedoeld in § 1. Zij kan bij reglement de criteria en procedures bepalen die zij daarbij in acht neemt.
  § 4. De FSMA bepaalt bij reglement welke informatie de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging publiek moeten maken over hun solvabiliteits-, liquiditeits-, risicoconcentratie- en andere risicoposities, alsook over hun beleid inzake kapitaalbehoeften.
  Zij bepaalt tevens de wijze waarop deze informatie moet worden bekendgemaakt en de frequentie van bekendmaking.
  § 5. De in dit artikel bedoelde reglementen worden genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten.
  § 6. In bijzondere gevallen kan de FSMA binnen de perken van de Europese wetgeving afwijkingen toestaan van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel genomen reglementen.

  HOOFDSTUK 8. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels

  Art. 235. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging leggen de FSMA periodiek een gedetailleerde financiėle staat voor. Die staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels vastgesteld bij een conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002 genomen reglement van de FSMA die ook de rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de FSMA voorschrijven dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg wordt verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van dit deel of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd.
  De effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, in voorkomend geval het directiecomité, verklaart aan de FSMA dat voornoemde periodieke staten die zij aan het einde van het eerste halfjaar en aan het einde van het boekjaar overmaakt in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen.
  De periodieke staten (a) moeten volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en (b) juist zijn en correct de gegevens weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan zij worden opgesteld. De effectieve leiding bevestigt het nodige te hebben gedaan opdat de voornoemde staten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA opgemaakt zijn, en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening, of, voor de periodieke rapporteringsstaten die geen betrekking hebben op het einde van het boekjaar, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, volgens welke regels alle beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging :
  1° hun boekhouding voeren, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opmaken en openbaar maken;
  2° hun geconsolideerde jaarrekening opmaken, controleren en openbaar maken en het jaar- en controleverslag over deze geconsolideerde jaarrekening opmaken en openbaar maken.
  Daartoe kan Hij de ter uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen genomen regels, alsook, onder de voorwaarden van de artikelen 122, eerste lid, en 123 van het Wetboek van Vennootschappen, de ter uitvoering van de artikelen 92 en 117 van het Wetboek van Vennootschappen genomen regels, aanpassen, wijzigen en vervolledigen.
  In bijzondere gevallen kan de FSMA afwijkingen toestaan van de in het eerste en het derde lid bedoelde besluiten en reglementen.
  De in dit artikel bedoelde reglementen worden genomen na raadpleging van de betrokken beroepsverenigingen.

  TITEL 3. - Toezicht op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging

  HOOFDSTUK 1. - Toezicht door de FSMA

  Afdeling 1. - Algemene bepalingen

  Art. 236.§ 1. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA.
  [3 Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.]3
  De FSMA ziet er op toe dat elke beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  De FSMA beoordeelt inzonderheid het passende karakter van de beleidsstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 201, en het passende karakter van het beleid van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging inzake haar kapitaalbehoeften als bedoeld in artikel 234, § 2. Zij stelt de frequentie en de omvang van deze beoordeling vast en houdt daarbij rekening met het belang van de werkzaamheden van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging voor het financiėle stelsel, en met de aard, omvang en complexiteit ervan alsmede met het evenredigheidsbeginsel.
  § 2. De FSMA kan zich alle inlichtingen en stukken doen verstrekken over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging waarop zij toezicht houdt.
  § 3. Zij kan ter plaatse inspecties verrichten bij de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en bij elke entiteit die, rechtstreeks of onrechtstreeks, werkzaamheden verricht voor rekening van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, en zij kan ter plaatse kennis nemen van en een kopie maken van elk gegeven in het bezit van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging [2 , alsook bestaande opnames van telefoongesprekken, elektronische mededelingen of overzichten van dataverkeer waarover voornoemde personen beschikken, opvragen]2:
  1° om na te gaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen op het statuut van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging zijn nageleefd, en of de boekhouding en jaarrekening, alsook de haar door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging voorgelegde staten en inlichtingen, juist en waarheidsgetrouw zijn;
  2° om het passende karakter te toetsen van de beheerstructuren, de administratieve, boekhoudkundige, financiėle en technische organisatie, de interne controle en het beleid van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging inzake haar kapitaalbehoeften;
  3° om zich ervan te vergewissen dat het beheer van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging gezond en voorzichtig is en dat haar positie of haar verrichtingen haar liquiditeit, rendabiliteit of solvabiliteit niet in het gedrang kunnen brengen.
  § 4. De bepalingen van de artikelen [1 79 tot [4 86]4]1, van de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing in het kader van de uitoefening van de door en krachtens dit boek aan de FSMA toegekende bevoegdheden.
  § 5. De Koning bepaalt welke vergoeding de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging aan de FSMA moeten betalen om de kosten van het toezicht te dekken.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 473, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (3)<W 2018-07-11/06, art. 63,1°, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2018>
  (4)<W 2018-07-11/06, art. 63,2°, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 236/1. [1 De andere entiteiten op wie de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn, zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA wat de toepassing van deze bepalingen betreft. Paragrafen 2 tot 4 van artikel 236 zijn van overeenkomstige toepassing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 474, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 237. Onverminderd artikelen 219, 222 en 223, behoren de relaties tussen de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en een bepaalde cliėnt of een beheerde instelling voor collectieve belegging, niet tot de bevoegdheid van de FSMA, tenzij het toezicht op de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dit vergt.

  Art. 238. De FSMA kan bij de bijkantoren van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd, na voorafgaande kennisgeving aan de autoriteiten van die Staat die toezicht houden op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de in artikel 236, § 3, bedoelde inspecties verrichten, alsook alle inspecties met als doel ter plaatse gegevens te verzamelen of te toetsen over de leiding en het beheer van het bijkantoor, alsook alle gegevens die het toezicht op de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging kunnen vergemakkelijken.
  Met hetzelfde doel en na kennisgeving aan de in het eerste lid bedoelde autoriteiten kan zij een deskundige die zij aanstelt, belasten met alle nuttige controles en onderzoeken. De bezoldiging en de kosten van die deskundige worden gedragen door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.

  Art. 239. Wanneer een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging werkzaamheden van collectief portefeuillebeheer verricht in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, stelt de FSMA de bevoegde autoriteiten van die lidstaat onverwijld in kennis van alle problemen bij de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die het vermogen van die beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging om haar taken met betrekking tot de betrokken instellingen voor collectieve belegging naar behoren uit te voeren, wezenlijk kan aantasten, en van alle inbreuken op de in dit boek vermelde verplichtingen.

  Art. 240. Artikel 100 is van toepassing.

  Afdeling 2. - [1 Groepstoezicht]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 35, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 241.§ 1. Voor de toepassing van dit artikel :
  1° wordt voor de definitie van de begrippen " exclusieve of gezamenlijke controle " en " consortium " verwezen naar de reglementering op de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die is uitgevaardigd met toepassing van artikel 235, vierde lid;
  2° [2 moet onder "financiėle holding" worden verstaan, een financiėle instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk een of meer kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, beheerders van AICB's als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU of financiėle instellingen zijn en waarvan ten minste één een kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of beheerder van AICB's als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU is, en die geen gemengde financiėle holding is in de zin van artikel 3, 39° van de wet van 25 april 2014, [4 artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016]4, [3 artikel 338, 7°, van de wet van 13 maart 2016]3;]2
  3° moet onder " consoliderende toezichthouder " worden verstaan, de bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op geconsolideerde basis op moederbeheersvennootschappen in de Europese Unie van instellingen voor collectieve belegging en beheersvennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die onder de zeggenschap staan van een financiėle moederholding in de Europese Unie.
  Voor hun groepstoezicht zijn groepen van ondernemingen met een kredietinstelling, beleggingsonderneming, verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming onderworpen aan [1 de Afdelingen I, II en IV van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014,]1 [4 aan de Onderafdeling I van Afdeling IV van Boek XII, titel II, Hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de wet van 25 oktober 2016]4, [3 Titel V, Hoofdstuk II van de wet van 13 maart 2016]3.
  Groepen van ondernemingen met een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, maar zonder een kredietinstelling, beleggingsonderneming of verzekerings- of herverzekeringsonderneming, zijn onderworpen aan de bepalingen van dit artikel.
  § 2. Wanneer een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging een moederonderneming is, is zij onderworpen aan het toezicht op geconsolideerde basis door de FSMA, voor het geheel dat zij samen met haar Belgische en buitenlandse dochter-ondernemingen vormt.
  Het toezicht op geconsolideerde basis slaat op de financiėle positie, op het beheer, de organisatie en de interne controle procedures als bedoeld in artikel 201, voor het geconsolideerde geheel, en op de invloed van de geconsolideerde ondernemingen op andere ondernemingen. De Koning kan het toezicht op geconsolideerde basis uitbreiden tot andere gebieden als bedoeld in de Richtlijnen van de Europese Gemeenschap.
  De in §§ 1 tot 3 van artikel 234 bedoelde verhoudingen en grenzen kunnen worden opgelegd op basis van de geconsolideerde positie van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve beleggingen en haar dochterondernemingen.
  Voor het toezicht op geconsolideerde basis leggen de betrokken beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging de FSMA periodiek een geconsolideerde financiėle staat voor. De FSMA bepaalt, na raadpleging van de betrokken beroepsverenigingen, volgens welke regels deze staat moet worden opgemaakt en inzonderheid volgens welke regels de consolidatiekring wordt bepaald, consolidatie moet worden toegepast en hoe vaak deze staten moeten worden voorgelegd.
  Wanneer zij dit voor het prudentieel toezicht noodzakelijk acht, kan de FSMA eisen dat de vennootschappen die geen dochteronderneming zijn, maar waarin de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging deelneemt of waarmee zij een andere kapitaalbinding heeft, in de consolidatie worden opgenomen.
  De FSMA kan voorschrijven of eisen dat de betrokken beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, hun dochterondernemingen en alle andere geconsolideerde ondernemingen haar alle inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor haar toezicht op geconsolideerde basis. Voor dit toezicht kan de FSMA, ter plaatse, bij alle geconsolideerde ondernemingen, de inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen in het kader van het toezicht op geconsolideerde basis of, op kosten van de betrokken beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, erkende revisoren of, in voorkomend geval, door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee gelasten. De FSMA verricht deze toetsing of laat die pas verrichten bij een onderneming die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd nadat zij de toezichthoudende autoriteit van die Staat daarvan in kennis heeft gesteld en voorzover de betrokken autoriteit die toetsing niet zelf dan wel via een revisor of een deskundige verricht. Indien de FSMA de toetsing niet zelf verricht, kan zij niettemin aan de verificatie deelnemen zo zij dit wenselijk acht.
  Het toezicht op geconsolideerde basis heeft niet tot gevolg dat de FSMA individueel toezicht houdt op elke geconsolideerde onderneming.
  Het toezicht op geconsolideerde basis doet geen afbreuk aan het individuele toezicht op elke geconsolideerde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. Er kan evenwel rekening worden gehouden met de implicaties van het toezicht op geconsolideerde basis bij de bepaling van de inhoud van en de regels voor het individuele toezicht op beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of het toezicht op gesubconsolideerde basis op een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die de dochteronderneming is van een andere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden Belgische ondernemingen die door een buitenlandse beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zijn geconsolideerd, verplicht kunnen worden bepaalde inlichtingen te verstrekken aan de buitenlandse autoriteit die bevoegd is voor het toezicht op geconsolideerde basis op deze beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en waarbij deze autoriteit zelf of via de door haar gemachtigde revisoren of deskundigen, de verstrekte inlichtingen ter plaatse kan toetsen.
  § 3. Wanneer een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging een consortium vormt met een of meer andere ondernemingen, valt zij onder het toezicht op geconsolideerde basis dat geldt voor alle ondernemingen van het consortium en hun dochterondernemingen.
  De voorschriften van § 2 zijn van toepassing.
  § 4. Voor iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waarvan de moederonderneming een Belgische of buitenlandse financiėle holding uit een lidstaat van de Europese Economische Ruimte is, geschiedt het toezicht op basis van de geconsolideerde financiėle positie van de financiėle holding. Dit toezicht slaat op de in het tweede en derde lid van § 2 bedoelde aspecten. De Koning kan de regels voor dit toezicht bepalen, aanpassen en aanvullen, met opgave van alle andere voorschriften van deze wet die terzake van toepassing zijn op financiėle holdings.
  Voor iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waarvan de moederonderneming een financiėle holding van buiten de Europese Economische Ruimte is, geschiedt het toezicht op basis van de geconsolideerde financiėle positie van de financiėle holding volgens de regels bepaald door de Koning.
  § 5. Ondernemingen die uitsluitend of samen met andere de controle hebben over een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de dochterondernemingen van deze ondernemingen moeten, indien die ondernemingen niet vallen binnen het toepassingsgebied van de §§ 2, 3 en 4 betreffende het toezicht op geconsolideerde basis of binnen het toepassingsgebied van [1 de Afdelingen I, II en IV van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014,]1 [4 van de Onderafdeling II van Afdeling IV van Boek XII, titel II, Hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016]4, [2 artikel 345 van de wet van 19 april 2014,]2 [3 Titel V, Hoofdstuk III van de wet van 13 maart 2016,]3 de FSMA en de bevoegde buitenlandse autoriteiten alle gegevens en inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor het toezicht op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging waarover deze ondernemingen de controle hebben.
  Dergelijke informatieplicht geldt ook voor ondernemingen die, hoewel zij dochterondernemingen zijn van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een financiėle holding, niet in het toezicht op geconsolideerde basis zijn opgenomen. Wanneer de betrokken dochteronderneming een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging is, kan de FSMA of de buitenlandse autoriteit die bevoegd is voor het toezicht op genoemde dochteronderneming, eisen dat de moederondernemingbeleggingsonderneming of de moederonderneming-financiėle holding de vereiste inlichtingen en gegevens verstrekt die dienstig zijn voor het toezicht op genoemde dochteronderneming.
  De Koning bepaalt :
  a) de voorwaarden en regels voor de verplichtingen die voortvloeien uit het eerste en het tweede lid alsook voor de toetsing ter plaatse van de hierin bedoelde gegevens en inlichtingen;
  b) welke sancties van de artikelen 254 en 255 van toepassing zijn wanneer de in het eerste en tweede lid van deze paragraaf bedoelde ondernemingen hun verplichtingen niet nakomen.
  § 6. De Koning regelt tevens het toezicht op geconsolideerde basis overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking).
  § 7. In bijzondere gevallen kan de FSMA afwijkingen toestaan van de met toepassing van dit artikel genomen besluiten en reglementen.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 157, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 475, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2016-03-13/07, art. 718, 006; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>
  (4)<W 2016-10-25/04, art. 157, 007; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  Art. 241/1.[1 § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
   1° "groep" : een geheel van ondernemingen dat gevormd wordt door een moederonderneming, haar dochterondernemingen, de ondernemingen waarin de moederonderneming of haar dochterondernemingen rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhouden, alsook de ondernemingen waarmee een consortium wordt gevormd en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of waarin deze laatste ondernemingen een deelneming aanhouden;
   2° "financiėle dienstengroep" : een groep of subgroep waarvan ten minste één van de dochterondernemingen een gereglementeerde onderneming is en die aan de volgende voorwaarden voldoet :
   a) wanneer een gereglementeerde onderneming aan het hoofd van de groep of subgroep staat :
   i) is deze onderneming een moederonderneming van een onderneming in de financiėle sector, een onderneming die houder is van een deelneming in een onderneming in de financiėle sector, dan wel een onderneming die met een onderneming in de financiėle sector verbonden is onder de vorm van een consortium;
   ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en is ten minste één van de entiteiten in de groep een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
   iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant; of
   b) wanneer geen gereglementeerde onderneming aan het hoofd van de groep of subgroep staat :
   i) vinden de activiteiten van de groep of subgroep in hoofdzaak plaats in de financiėle sector;
   ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep is een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
   iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant;
   De Koning bepaalt wat onder de begrippen "in hoofdzaak" en "significant" moet worden verstaan;
   3° "gereglementeerde onderneming" : een rechtspersoon die hetzij een beleggings-onderneming is als gedefinieerd in artikel 3 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, hetzij een kredietinstelling als gedefinieerd in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014, hetzij een verzekerings-onderneming of een herverzekerings-onderneming als gedefinieerd in artikel 5, 1° en 2° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, hetzij een beheerder van AICB's, hetzij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, en elke andere onderneming opgericht naar buitenlands recht die, indien ze haar maatschappelijke zetel in Belgiė zou hebben, een toelating dient te verkrijgen voor de uitoefening van het bedrijf van beleggingsonderneming, van beheerder van AICB's of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;
   4° "financiėle sector" : een sector die bestaat uit een of meer van de volgende ondernemingen :
   a) een gereglementeerde onderneming die een kredietinstelling is, een financiėle instelling in de zin van artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 4, lid 1, punt 18), van Verordening (EU) Nr. 575/2013; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiėle sector, die "de banksector" wordt genoemd;
   b) een gereglementeerde onderneming die een verzekerings- of herverzekerings-onderneming is, een verzekeringsholding in de zin van artikel 338, 5°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiėle sector, die "de verzekeringssector" wordt genoemd;
   c) een gereglementeerde onderneming die een beleggingsonderneming is, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 2, 2°, van de wet van [2 25 oktober 2016]2 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een financiėle instelling in de zin van artikel 2, 7°, van dezelfde wet; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiėle sector, die "de beleggingsdienstensector" wordt genoemd;
   5° "gemengde financiėle holding" : een moederonderneming, andere dan een gereglementeerde onderneming, aan het hoofd van een financiėle dienstengroep;
   6° "moederonderneming", "dochteronder-neming", "controle", "consortium", "deelneming" : de begrippen in de zin van de omschrijving die ervan wordt gegeven in artikelen 2, 28°, en 59 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, artikel 3, § 1, 26°, en de Afdelingen I, II en IV van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, of artikel 338, 1°, 2° en 3°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
   § 2. De beheervennootschappen naar Belgisch recht :
   1° die aan het hoofd staan van een financiėle dienstengroep; of
   2° waarvan de moederonderneming een gemengde financiėle holding met hoofdkantoor in een lidstaat is,
   zijn onderworpen aan een aanvullend groepstoezicht overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf.
   Indien verschillende gereglementeerde ondernemingen dochterondernemingen van de in het eerste lid, 2°, bedoelde gemengde financiėle holding zijn, betreft het aanvullend toezicht op de financiėle dienstengroep uitsluitend de beheervennootschap naar Belgisch recht, voor zover de FSMA bevoegd is voor het aanvullend toezicht op de financiėle dienstengroep.
   Wanneer een gereglementeerde onderneming naar Belgisch recht aan het hoofd staat van een financiėle dienstengroep wordt het aanvullende groepstoezicht uitgeoefend door de toezichthoudende overheid verantwoordelijk voor het toezicht op de betrokken gereglementeerde onderneming.
   Het aanvullende toezicht slaat op de financiėle positie van de financiėle dienstengroep in het algemeen en de solvabiliteit van de groep in het bijzonder, de risicoconcentratie, de intragroep-verrichtingen, en de interne controleprocedures en de risicobeheer-procedures voor het geheel van de groep.
   De Koning bepaalt de normen die in uitvoering van het tweede en derde lid van toepassing zijn.
   Alle ondernemingen van de financiėle dienstengroep die tot de financiėle sector behoren worden in het aanvullende groepstoezicht opgenomen, volgens de nadere regels die de Koning bepaalt.
   De Koning kan het aanvullende groepstoezicht uitbreiden tot andere domeinen en tot groepsondernemingen buiten de financiėle sector, conform de Europese regelgeving.
   De FSMA kan voorschrijven dat de in het aanvullende groepstoezicht opgenomen gereglementeerde en niet gereglementeerde ondernemingen haar alle inlichtingen dienen te verstrekken die nuttig zijn voor haar aanvullend groepstoezicht. Voor dit toezicht kan de FSMA ter plaatse in alle in het aanvullende groepstoezicht opgenomen ondernemingen de inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen, of, op kosten van de betrokken gereglementeerde onderneming, erkende revisoren, of in voorkomend geval door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee belasten. De FSMA verricht deze toetsing of laat die verrichten bij een onderneming die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, nadat zij de bevoegde toezichthoudende overheid van die andere Staat hiervan in kennis heeft gesteld en voorzover deze laatste die toetsing niet zelf verricht of toestaat dat een revisor of deskundige deze verricht. Indien de toezichthoudende overheid de toetsing niet zelf verricht, kan zij niettemin aan de verificatie deelnemen zo zij dit wenselijk acht.
   Het aanvullende groepstoezicht heeft niet tot gevolg dat de FSMA op elke in dit toezicht opgenomen onderneming individueel toezicht uitoefent. Het aanvullende groepstoezicht doet evenmin afbreuk aan het toezicht op vennootschappelijke en op geconsolideerde basis overeenkomstig de andere bepalingen van deze wet.
   De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden Belgische ondernemingen, die deel uitmaken van een financiėle dienstengroep en zijn opgenomen in het aanvullende groepstoezicht dat door een buitenlandse toezichthoudende overheid wordt uitgeoefend, verplicht kunnen worden bepaalde inlichtingen te verstrekken aan die toezichthoudende overheid voor de uitoefening van diens aanvullend groepstoezicht, en waarbij deze overheid zelf of via door haar gemachtigde revisoren of deskundigen de verstrekte inlichtingen ter plaatse kan toetsen
   . § 3. De Koning bepaalt de regels voor het aanvullende groepstoezicht overeenkomstig de bepalingen van de Richtlijn 2002/87/EG van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekerings-ondernemingen en beleggings-ondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad.
   § 4. In bijzondere gevallen kan de FSMA, met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel, met redenen omklede afwijkingen toestaan van de krachtens dit artikel genomen besluiten en reglementen, voor zover dergelijke afwijkingen gelden voor alle gereglementeerde ondernemingen die zich in gelijkwaardige omstandigheden bevinden. Het gebruik van deze bevoegdheid mag niet indruisen tegen de bepalingen van Europees recht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 36, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2017-11-21/08, art. 145, 010; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  HOOFDSTUK 2. - Revisoraal toezicht

  Art. 242.§ 1. De opdracht van commissaris zoals bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen mag, bij de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht, enkel worden toevertrouwd aan één of meer erkende revisoren of één of meer revisorenvennootschappen die daartoe door de FSMA zijn erkend overeenkomstig artikel 244.
  Artikel 141, 2° van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging.
  De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging mogen plaatsvervangende commissarissen aanstellen, die de taak van de commissaris waarnemen als hij langdurig verhinderd is. De voorschriften van dit artikel en van artikel 243 zijn van toepassing op deze plaatsvervangers.
  De overeenkomstig dit artikel aangestelde commissarissen certificeren in voorkomend geval de geconsolideerde jaarrekening van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  § 2. In afwijking van [1 artikel 86, § 1, van de wet van 7 december 2016]1 is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing bij de uitwisseling van informatie tussen de commissaris van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de commissaris van de entiteit waaraan die beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met toepassing van artikel 202, de uitvoering van beheertaken heeft toevertrouwd.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 64, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 243.Overeenkomstig [1 artikel 6 van de wet van 7 december 2016]1, doen erkende revisorenvennootschappen, voor de uitoefening van de taak van commissaris bedoeld in artikel 242, een beroep op een erkende revisor die zij aanduiden. De voorschriften van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, die de aanstelling, de taak en de verplichtingen van en de verbodsbepalingen voor commissarissen alsook de andere op hen toepasselijke sancties dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de revisorenvennootschappen als voor de erkende revisoren die hen vertegenwoordigen.
  Een erkende revisorenvennootschap mag een plaatsvervangend vertegenwoordiger aanstellen onder haar leden die voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 65, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 244. De FSMA legt, na goedkeuring door de minister van Financiėn en de minister van Economische Zaken, het reglement vast voor de erkenning van revisoren en revisorenvennootschappen.
  Het erkenningsreglement wordt uitgevaardigd na raadpleging van de erkende revisoren via hun representatieve beroepsvereniging.
  Het Instituut der Bedrijfsrevisoren brengt de FSMA op de hoogte telkens als een tuchtprocedure wordt ingeleid tegen een erkende revisor of een erkende revisorenvennootschap wegens een tekortkoming in de uitoefening van zijn of haar taak bij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.

  Art. 245.Voor de aanstelling van commissarissen en plaatsvervangende commissarissen bij beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging is de voorafgaande instemming van de FSMA vereist. Deze instemming moet worden gevraagd door vennootschapsorgaan dat de aanstelling voorstelt. Bij aanstelling van een erkende revisorenvennootschap slaat deze instemming zowel op de vennootschap en haar vertegenwoordiger als, in voorkomend geval, op haar plaatsvervangende vertegenwoordiger.
  Deze instemming is ook vereist voor de hernieuwing van een opdracht.
  Wanneer de aanstelling van de commissaris krachtens de wet geschiedt door de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 of het hof van beroep, kiest hij uit een lijst van erkende revisoren die door de FSMA is goedgekeurd.
  ----------
  (1)<W 2018-04-15/14, art. 252, 015; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Art. 246. De FSMA kan haar instemming overeenkomstig artikel 245 met een commissaris, een plaatsvervangend commissaris, een erkende revisorenvennootschap of een vertegenwoordiger of plaatsvervangend vertegenwoordiger van een dergelijke vennootschap, steeds herroepen bij beslissing die is gemotiveerd door redenen die verband houden met hun statuut of hun opdracht als erkende revisor of erkende revisorenvennootschap, zoals bepaald door of krachtens deze wet. Met deze herroeping eindigt de opdracht van commissaris.
  Vooraleer een commissaris ontslag neemt, worden de FSMA en de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging daarvan vooraf in kennis gesteld, met opgave van de motivering.
  Het erkenningsreglement bedoeld in artikel 244 regelt de procedure.
  Bij afwezigheid van een plaatsvervangend commissaris of een plaatsvervangend vertegenwoordiger van een erkende revisorenvennootschap zorgt de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de erkende revisorenvennootschap, met naleving van artikel 236, binnen twee maanden voor zijn vervanging.
  Het voorstel om een commissaris bij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van zijn opdracht te ontslaan, zoals geregeld bij de artikelen 135 en 136 van het Wetboek van Vennootschappen, wordt ter advies voorgelegd aan de FSMA. Dit advies wordt meegedeeld aan de algemene vergadering.

  Art. 247. § 1. De commissarissen verlenen hun medewerking aan het toezicht van de FSMA, op hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig dit artikel, volgens de regels van het vak en de richtlijnen van de FSMA. Daartoe :
  1° beoordelen zij de interne controlemaatregelen die de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging hebben getroffen als bedoeld in artikel 201, § 3, en delen zij hun bevindingen ter zake mee aan de FSMA;
  2° brengen zij verslag uit bij de FSMA over :
  a) de resultaten van het beperkt nazicht van de periodieke staten die de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging aan het einde van het eerste halfjaar aan de FSMA bezorgen waarin wordt bevestigd dat zij geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat deze periodieke staten niet in alle materieel belangrijke opzichten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA werden opgesteld. Bovendien bevestigen zij dat de periodieke staten per einde halfjaar, wat de boekhoudkundige gegevens betreft in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen, in die zin dat zij (a) volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en (b) juist zijn en correct de gegevens weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld; zij bevestigen ook geen kennis te hebben van feiten waaruit zou blijken dat de periodieke staten per einde halfjaar niet zijn opgesteld met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar; de FSMA kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen;
  b) de resultaten van de controle van de periodieke staten die de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging aan het einde van het boekjaar aan de FSMA bezorgen, en waarin wordt bevestigd dat de periodieke staten in alle materieel belangrijke opzichten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA werden opgesteld. Bovendien bevestigen zij dat de periodieke staten per einde boekjaar, wat de boekhoudkundige gegevens betreft in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen, in die zin dat zij (a) volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en (b) juist zijn en correct de gegevens weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld; zij bevestigen ook dat de periodieke staten per einde van het boekjaar werden opgesteld met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening; de FSMA kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen;
  3° brengen zij bij de FSMA op haar verzoek een bijzonder verslag uit over de organisatie, de werkzaamheden en de financiėle structuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging; de kosten voor de opstelling van dit verslag worden door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging gedragen;
  4° brengen zij, in het kader van hun opdracht bij de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of in het kader van een revisorale opdracht bij een met de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging verbonden onderneming of bij een door de vennootschap beheerde instelling voor collectieve belegging, op eigen initiatief verslag uit bij de FSMA, zodra zij kennis krijgen van :
  a) beslissingen, feiten of ontwikkelingen die de positie van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of van de beheerde instellingen voor collectieve belegging, financieel of op het vlak van hun administratieve, boekhoudkundige, technische of financiėle organisatie of van hun interne controle, op betekenisvolle wijze beļnvloeden of kunnen beļnvloeden;
  b) beslissingen of feiten die kunnen wijzen op een overtreding van het Wetboek van Vennootschappen, de statuten, van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;
  c) andere beslissingen of feiten die kunnen leiden tot een weigering om de jaarrekening te certificeren of tot het formuleren van een voorbehoud.
  Tegen commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in het eerste lid, 4°, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.
  De commissarissen delen aan de leiders van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de verslagen mee die zij, overeenkomstig het eerste lid, 3°, aan de FSMA richten. Voor deze mededelingen geldt de geheimhoudingsplicht zoals geregeld bij artikel 76 van de wet van 2 augustus 2002. Zij bezorgen de FSMA een kopie van de mededelingen die zij aan deze leiders richten en die betrekking hebben op zaken die van belang kunnen zijn voor het toezicht dat zij uitoefent.
  De commissarissen en de erkende revisorenvennootschappen mogen bij de buitenlandse bijkantoren van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waarop zij toezicht houden, het toezicht uitoefenen en de onderzoeken verrichten die bij hun opdracht horen.
  § 2. De FSMA kan eisen dat de juistheid van de gegevens die haar met toepassing van artikel 236 worden verstrekt, wordt bevestigd door de commissaris van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  De commissarissen en de erkende revisorenvennootschappen kunnen door de FSMA, op verzoek van de Nationale Bank van Belgiė of de Europese Centrale Bank, worden gelast te bevestigen dat de gegevens die de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging aan deze autoriteiten moeten verstrekken, volledig, juist en volgens de geldende regels zijn opgesteld.

  Art. 248. De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de FSMA, bijkomende opdrachten vastleggen voor de commissaris en de voorwaarden waaronder de commissaris deze opdrachten moet vervullen.

  TITEL 4. - Herroeping van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en bestuursrechtelijke sancties

  Art. 249. De FSMA herroept de vergunning van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die :
  1° hun bedrijf niet binnen twaalf maanden na het verkrijgen van hun vergunning hebben aangevat, die afstand doen van hun vergunning of die hun bedrijf al meer dan zes maanden hebben stopgezet; of
  2° failliet zijn verklaard.
  De FSMA wijzigt de vergunning van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die gedeeltelijk afstand doen van hun vergunning.

  Art. 250.§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging niet werkt overeenkomstig de bepalingen van dit boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, dat haar beheer of haar financiėle positie de goede afloop van haar verbintenissen in het gedrang dreigt te brengen of niet voldoende waarborgen biedt voor haar solvabiliteit, liquiditeit of rendabiliteit, of dat haar beleidsstructuren, haar administratieve of boekhoudkundige organisatie of haar interne controle ernstige leemten vertonen, stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
  Indien de toestand na afloop van deze termijn niet is verholpen, kan de FSMA :
  1° een speciaal commissaris aanstellen;
  2° aanvullende vereisten opleggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere begrenzingen, buiten deze bedoeld in artikel 234;
  3° voor de termijn die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging geheel of gedeeltelijk schorsen dan wel verbieden; deze schorsing kan, in de door de FSMA bepaalde mate, de volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de lopende overeenkomsten tot gevolg hebben;
  [1 de FSMA kan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging ook gelasten de deelnemingen over te dragen die zij bezit overeenkomstig artikel 217. Artikel 208, tweede lid, is van toepassing;]1
  4° de vervanging gelasten van bestuurders of zaakvoerders van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de voltallige bestuursen beheerorganen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging één of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad;
  5° de vergunning geheel of gedeeltelijk herroepen.
  § 2. In het geval bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, inclusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beheer, de schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming van de speciaal commissaris vereist; de FSMA kan evenwel de verrichtingen waarvoor een toestemming is vereist, beperken.
  De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, ter beraadslaging voorleggen aan alle organen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, inclusief de algemene vergadering en aan de personen die instaan voor het beheer. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  De leden van de bestuurs- en de beheerorganen en de personen die instaan voor het beheer, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of voor derden.
  Indien de FSMA de aanstelling van een speciaal commissaris openbaar heeft gemaakt in het Belgisch Staatsblad, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming vereist is, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt.
  De FSMA kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen.
  Bij uiterste hoogdringendheid en inzonderheid bij ernstig gevaar voor de beleggers kan de FSMA de in deze paragraaf bedoelde maatregelen nemen zonder dat vooraf een hersteltermijn wordt vastgesteld.
  § 3. In het geval bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, zijn de leden van de bestuurs- en beheerorganen en de personen die instaan voor het beheer, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing, hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of voor derden.
  Indien de FSMA de schorsing openbaar heeft gemaakt in het Belgisch Staatsblad, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig.
  [1 ...]1
  § 4. In het geval bedoeld in § 1, tweede lid, 4°, wordt de bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) vastgesteld door de FSMA en gedragen door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  De FSMA kan op elk tijdstip de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beheer van de betrokkenen niet meer de nodige waarborgen biedt.
  § 5. De in § 1 bedoelde beslissingen van de FSMA hebben voor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uitwerking vanaf de datum van hun kennisgeving en, voor derden, vanaf de datum van hun bekendmaking overeenkomstig de voorschriften van §§ 1 en 2 of van artikel 193.
  § 6. Onverminderd artikel 327, § 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is de FSMA niet bevoegd inzake fiscale aangelegenheden.
  Wanneer de FSMA kennis heeft van het feit dat een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging een bijzonder mechanisme heeft ingesteld met als doel of gevolg fiscale fraude door derden te bevorderen, zijn echter § 1, eerste en tweede lid, 3°, en § 2 van toepassing.
  § 7. Paragraaf 1, eerste lid, en § 5 zijn niet van toepassing ingeval de vergunning van een failliet verklaarde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging wordt ingetrokken.
  § 8. De [3 ondernemingsrechtbank]3 spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in §§ 2 en 3.
  De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. Indien verantwoord om ernstige redenen, kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. De beschikking tot schorsing en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Ingeval de geschorste of vernietigde handeling of beslissing openbaar was gemaakt, worden de beschikking tot schorsing en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt.
  Wanneer de nietigheid de rechten kan benadelen die een derde te goeder trouw heeft verworven ten aanzien van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onder voorbehoud van het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding.
  De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, dan wel hem bekend zijn.
  § 9. De §§ 1 tot en met 5 zijn van toepassing op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die bij de uitoefening van beleggingsdiensten bedoeld in artikel 3, 23° de gedragsregels vervat in [2 artikel 27, §§ 1 tot 3, en 5 tot 9, artikel 27bis en artikel 27ter, §§ 1 tot 7,]2 van de wet van 2 augustus 2002 en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, systematisch en op ernstige wijze overtreden.
  Paragrafen 1 tot en met 5 zijn van toepassing op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die bij de uitoefening van beheertaken bedoeld in artikel 3, 22° de door en krachtens artikelen 218 en 219, §§ 2 en 4, tweede en derde lid vastgestelde gedragsregels, systematisch en op ernstige wijze overtreden.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 476, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2017-11-21/08, art. 146, 010; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (3)<W 2018-04-15/14, art. 252, 015; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Art. 251. Wanneer de autoriteiten die toezicht houden op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, waar een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of er beheertaken uitoefent of er beleggingsdiensten verricht bedoeld in artikel 3, 22° en 23° in het kader van het vrij verrichten van diensten, de FSMA ervan in kennis stellen dat de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen worden overtreden die deze Staat heeft vastgesteld met toepassing van de Richtlijn 2009/65/EG en waarop genoemde autoriteiten toezien, neemt de FSMA zo spoedig mogelijk de wegens deze overtredingen vereiste maatregelen, bedoeld in artikel 250, § 1. Zij brengt dit ter kennis van de voornoemde autoriteiten. Artikel 250, § 1, van deze wet is van toepassing.

  Art. 252. De FSMA brengt de beslissingen die zij overeenkomstig de artikelen 249 en 250 heeft genomen onmiddellijk ter kennis van de autoriteiten die toezicht houden op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging van de andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte waar een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd, beheertaken verricht of beleggingsdiensten verleent in het kader van het vrij verrichten van diensten. De FSMA houdt deze autoriteiten op de hoogte van de behandeling van het beroep tegen deze beslissingen.

  Art. 253. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging waarvan de vergunning is ingetrokken of herroepen op grond van de artikelen 249 en 250, blijven onderworpen aan dit boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen tot zij zijn vervangen door de instellingen voor collectieve belegging die zij beheren, en tot hun verbintenissen zijn vereffend uit hoofde van aan beleggers verschuldigde gelden en financiėle instrumenten, tenzij de FSMA hen vrijstelt van bepaalde voorschriften.
  Dit artikel is niet van toepassing bij de herroeping van de vergunning van een failliet verklaarde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.

  Art. 254.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 22, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 255.§ 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, een financiėle holding, een gemengde holding [2 in de zin van artikel 4, (20), van Richtlijn 2006/48/EG]2 [1 , een gemengde financiėle holding of een andere entiteit op wie bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn]1, een termijn opleggen waarbinnen :
  a) zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van dit boek of zijn uitvoeringsbesluiten, of
  b) zij de nodige aanpassingen moet aanbrengen in haar beleidsstructuur, haar administratieve, boekhoudkundige, financiėle of technische organisatie of haar interne controle.
  [2 Indien de betrokken onderneming na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA, op voorwaarde dat die onderneming haar middelen heeft kunnen laten gelden :
   1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken onderneming;
   2° de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden]2.
  § 2. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of andere reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van deze wet of de met toepassing ervan genomen maatregelen, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, een financiėle holding, een gemengde holding als bedoeld in artikel 254 [1 , een gemengde financiėle holding of een andere entiteit waarop bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn, opgericht naar Belgisch recht]1 of opgericht naar buitenlands recht en in Belgiė gevestigd, een administratieve geldboete opleggen [2 ...]2.
  [2 De FSMA kan ook een administratieve geldboete opleggen aan een of meer leden van het leidinggevende, bestuurs- of toezichtsorgaan en aan iedere andere persoon die met de effectieve leiding van de in het eerste lid bedoelde entiteiten is belast, wanneer deze verantwoordelijk worden gesteld voor de overtreding.]2
  [2 § 2/1. Het bedrag van de in paragraaf 2 bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald :
   1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro, of, indien dit hoger is, 10 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Indien de betrokken rechtspersoon geen omzet realiseert wordt onder totale jaaromzet begrepen de met omzet corresponderende soort inkomsten, hetzij overeenkomstig de toepasselijke Europese jaarrekeningenrichtlijnen hetzij, indien die niet van toepassing zijn op de betrokken rechtspersoon, overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de rechtspersoon gevestigd is. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming;
   2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro.
   Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd.]2
  § 3. De met toepassing van §§ 1 of 2 opgelegde dwangsommen en geldboetes worden geļnd ten gunste van de Schatkist door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en Domeinen.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 477, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 23, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 255/1.[1 Deze titel is van toepassing bij niet-naleving van de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.]1
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 66, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2018>

  BOEK 3. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in belgie van buitenlandse beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging

  Art. 256.Dit boek regelt :
  1° het statuut van en het toezicht op de bijkantoren en de dienstverrichtingen in Belgiė van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die onderworpen zijn aan Richtlijn 2009/65/EG.
  2° [1 ...]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 478, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  TITEL 1. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in Belgiė van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die onderworpen zijn aan Richtlijn 2009/65/EG

  HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied

  Art. 257. § 1. De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de bijkantoren en de dienstverrichtingen in Belgiė van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die onder de toepassing vallen van de door die lidstaat genomen nationale bepalingen tot omzetting van Richtlijn 2009/65/EG.
  § 2. Als een in het eerste lid bedoelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging voornemens is om, zonder een bijkantoor te vestigen, enkel de rechten van deelneming in een door haar beheerde instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG in Belgiė te verhandelen, zonder voor te stellen andere taken of diensten te verrichten, is deze verhandeling uitsluitend onderworpen aan de voorwaarden van de artikelen 148 tot 159.

  HOOFDSTUK 2. - Bijkantoren in Belgiė van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die onderworpen zijn aan Richtlijn 2009/65/EG

  Afdeling 1. - Bedrijfsvergunning

  Art. 258. § 1. Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die onderworpen is aan Richtlijn 2009/65/EG en die, op grond van haar nationaal recht, in haar lidstaat van herkomst werkzaamheden in verband met het collectief beheer van portefeuilles van instellingen voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, beleggingsdiensten mag verrichten, mag die werkzaamheden of diensten in Belgiė aanvatten via de vestiging van een bijkantoor,
  1° zodra de FSMA er haar van in kennis heeft gesteld dat zij geregistreerd is als bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte;
  2° uiterlijk binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de ontvangst door de FSMA van de informatie als bedoeld in artikel 17, lid 2 van Richtlijn 2009/65/EG.
  § 2. In geval van wijziging van de inhoud van een van de gegevens die verstrekt zijn overeenkomstig artikel 17, lid 2 van Richtlijn 2009/65/EG, stelt de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de FSMA schriftelijk in kennis van de desbetreffende wijziging, en dit ten minste één maand vóór ze toe te passen.

  Art. 259. De FSMA stelt elk jaar de lijst op van de aldus geregistreerde bijkantoren en maakt deze lijst alsook alle wijzigingen die er tijdens het jaar in zijn aangebracht, bekend op haar website.
  De lijst van de geregistreerde bijkantoren vermeldt de in artikel 3, 22° bedoelde beheertaken en de in artikel 3, 23° of artikel 6, lid 3, punt b) van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde diensten die het bijkantoor in Belgiė mag verrichten.

  Art. 260.§ 1. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in dit hoofdstuk die een aanvraag indienen om een in Belgiė gevestigde instelling voor collectieve belegging te beheren, maken de volgende documenten over aan de FSMA :
  1° [2 de schriftelijke overeenkomst met de bewaarder conform artikel 50, § 1, tweede en derde lid;]2
  2° informatie over de afspraken betreffende het delegeren van taken die worden uitgeoefend in verband met de beheertaken van instellingen voor collectieve belegging, als bedoeld in artikel 3, 22°.
  Ingeval de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in Belgiė reeds eenzelfde type instelling voor collectieve belegging beheert, volstaat een verwijzing naar de reeds verstrekte documenten.
  § 2. Voor zover nodig om de naleving te waarborgen van de regels waarvoor zij verantwoordelijk is, mag de FSMA aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging opheldering en informatie vragen met betrekking tot de documenten als bedoeld in § 1, en mag zij, op grond van de verklaring als bedoeld in de artikelen 17 en 18 van Richtlijn 2009/65/EG, nagaan of het type instelling voor collectieve belegging waarvoor een vergunning wordt gevraagd valt onder de reikwijdte van de vergunning van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. Voor zover van toepassing, brengen de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van herkomst van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging een advies uit binnen 10 werkdagen na het eerste verzoek.
  § 3. De FSMA mag de aanvraag van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging alleen weigeren als :
  1° de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging niet voldoet aan bepalingen als bedoeld in artikel 262, § 3;
  2° de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst geen instelling voor collectieve belegging van het type waarvoor een vergunning wordt gevraagd, mag beheren; of
  3° de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de documenten als bedoeld in § 1 niet heeft verstrekt.
  Alvorens een dergelijke aanvraag te weigeren, overlegt de FSMA met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
  De FSMA geeft de Europese Autoriteit voor effecten en markten kennis van de gevallen waarin een beslissing werd genomen krachtens het tweede lid van dit artikel.
  § 4. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging deelt belangrijke wijzigingen in de krachtens § 1 verstrekte documenten mee aan de FSMA.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 38, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2018-07-11/06, art. 67, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Afdeling 2. - Verplichtingen en verbodsbepalingen

  Art. 261. De naam van een in dit hoofdstuk bedoelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dient voorafgegaan of gevolgd te worden door de vermelding van haar land van herkomst.

  Art. 262.§ 1. De bepalingen van de wet en van haar uitvoeringsbesluiten zijn enkel van toepassing op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in dit hoofdstuk voor zover aangegeven in dit artikel.
  § 2. De artikelen 218, tweede lid, 219, §§ 1 en 3, 220, 222, 223, § 2, [1 ...]1 zijn van toepassing op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging bedoeld in dit hoofdstuk. Artikel 223, § 1, is van toepassing voor zover de rechten van deelneming in de betrokken instelling voor collectieve belegging in Belgiė worden verhandeld.
  De bepalingen van de door de Koning genomen besluiten ter uitvoering van artikelen 201, §§ 1, 2 en 6, 218, derde en vierde lid en 219, §§ 2 en 4 zijn, in de mate voorzien door de Koning, van toepassing op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging bedoeld in dit hoofdstuk.
  § 3. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in dit hoofdstuk conformeren zich aan de regels van het Wetboek van Vennootschappen, de wet en haar uitvoeringsbesluiten wat de samenstelling en de werking betreft van de instellingen voor collectieve belegging die zij beheren, met name de regels die van toepassing zijn op :
  1° de oprichting van en het verlenen van een vergunning aan instellingen voor collectieve belegging;
  2° de uitgifte en inkoop van rechten van deelneming;
  3° het gevoerde beleggingsbeleid en de gehanteerde beleggingslimieten, inclusief de berekening van het totale risico en de toegepaste hefboom;
  4° het aangaan en verstrekken van leningen door de instellingen voor collectieve belegging en het verkopen van effecten vanuit een ongedekte positie;
  5° de waardering van de activa en de boekhoudkundige organisatie van de instellingen voor collectieve belegging;
  6° de berekening van de uitgifte- en inkoopprijs, en de fouten in de berekening van de netto-inventariswaarde en de desbetreffende beleggerscompensatie;
  7° de distributie of kapitalisatie van de netto-opbrengsten;
  8° de verplichtingen die aan de instellingen voor collectieve belegging zijn opgelegd op het vlak van het verstrekken en publiceren van informatie, onder meer wat het prospectus betreft, de essentiėle beleggersinformatie en de periodieke verslagen;
  9° de regelingen voor de verhandeling van rechten van deelneming;
  10° de relatie met de deelnemers, waaronder de gedragsregels en de regels aangaande belangenconflicten;
  11° de fusie en herstructurering van de instellingen voor collectieve belegging;
  12° de ontbinding en vereffening van de instellingen voor collectieve belegging;
  13° indien van toepassing, het deelnemersregister;
  14° de dekking van de werkingskosten van de FSMA; en
  15° de uitoefening van het stemrecht van de deelnemers en van hun andere rechten met betrekking tot de bovenstaande punten 1° tot en met 13°.
  § 4. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in dit hoofdstuk die in Belgiė de beleggingsdienst verrichten als bedoeld in artikel 3, 23°, a), moeten artikel 205 naleven wanneer de verplichtingen die daaruit voor hen voortvloeien, in hun lidstaat van herkomst niet zijn gedekt door een beleggersbeschermingsregeling als bedoeld in Richtlijn 97/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 1997 inzake de beleggerscompensatiestelsels.
  ----------
  (1)<W 2020-04-28/06, art. 15, 016; Inwerkingtreding : 16-05-2020>

  Afdeling 3. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels

  Art. 263. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in dit hoofdstuk bezorgen de FSMA voor statistische doeleinden bestemde periodieke staten over hun werkzaamheden in Belgiė. Die staten worden opgesteld overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld bij reglement dat, conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, is genomen door de FSMA, die ook de rapporteringsfrequentie en -wijze bepaalt.

  HOOFDSTUK 3. - Dienstverrichtingen in Belgiė van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die onderworpen zijn aan Richtlijn 2009/65/EG

  Afdeling 1. - Bedrijfsvergunning

  Art. 264. Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die onderworpen zijn aan Richtlijn 2009/65/EG, en die, op grond van haar nationaal recht, in haar lidstaat van herkomst werkzaamheden in verband met het collectief beheer van portefeuilles van instellingen voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, beleggingsdiensten mag verrichten, mag die werkzaamheden of diensten in Belgiė aanvatten in het kader van het vrij verrichten van diensten, zodra de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst de door artikel 18 van Richtlijn 2009/65/EG vereiste kennisgeving hebben medegedeeld aan de FSMA.

  Art. 265. De FSMA maakt elk jaar op haar website de lijst bekend van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging waarover de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst een kennisgeving hebben verricht als bedoeld in artikel 264, alsook alle wijzigingen die tijdens het jaar in deze lijst worden aangebracht.
  De lijst vermeldt de in artikel 3, 22° bedoelde beheertaken en de in artikel 3, 23° of artikel 6, lid 3, punt b), van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde beleggingsdiensten die de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in Belgiė mag verrichten.

  Art. 266. Artikel 260, §§ 1 tot 3, is van toepassing.
  Elke wijziging die een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging wenst aan te brengen in de informatie die vervat is in de kennisgeving als bedoeld in artikel 264, wordt op voorhand schriftelijk ter kennis gebracht van de FSMA.

  Afdeling 2. - Verplichtingen en verbodsbepalingen

  Art. 267. De naam van een in dit hoofdstuk bedoelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dient voorafgegaan of gevolgd te worden door de vermelding van haar land van herkomst.

  Art. 268. Artikel 262, §§ 1 en 3, is van toepassing op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in dit hoofdstuk.

  HOOFDSTUK 4. - Toezicht

  Art. 269. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in deze titel staan onder het toezicht van de FSMA met betrekking tot het bepaalde in deze titel, voor de in die bepalingen behandelde materies waarvoor de FSMA bevoegd is.

  Art. 270. De FSMA mag van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in deze titel eisen dat zij haar de nodige informatie verstrekken om na te gaan of zij de bepalingen naleven die op hen van toepassing zijn.
  De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in deze titel zorgen ervoor dat de procedures en regelingen als bedoeld in artikel 223, § 2, 2°, de FSMA in staat stellen om rechtstreeks bij hen de nodige informatie op te vragen teneinde na te gaan of zij de regels naleven die onder de verantwoordelijkheid vallen van de lidstaat van ontvangst.

  HOOFDSTUK 5. - Uitzonderingsmaatregelen en bestuursrechtelijke sancties

  Art. 271.§ 1. Indien de FSMA vaststelt dat een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in deze titel zich niet conformeert aan de in Belgiė geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die tot de bevoegdheidssfeer van de FSMA behoren, maant zij deze beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aan om de vastgestelde toestand te verhelpen binnen de termijn die zij bepaalt. De FSMA stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging hiervan in kennis.
  § 2. Indien de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging weigert om de FSMA informatie te verstrekken die onder haar verantwoordelijkheid valt, of niet het nodige doet om een einde te maken aan de inbreuk als bedoeld in § 1, stelt de FSMA de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging daarvan in kennis.
  Indien de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, in weerwil van de aldus door de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst getroffen maatregelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend blijken te zijn of er in die lidstaat geen dergelijke maatregelen bestaan, blijft weigeren om de door de FSMA conform § 1 gevraagde informatie te verstrekken, of inbreuk blijft plegen op de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen als bedoeld in diezelfde paragraaf, kan de FSMA, na de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging daarvan in kennis te hebben gesteld, de volgende maatregelen nemen :
  1° de maatregelen als bedoeld in artikel [1 250, § 1, tweede lid, 1°, 3°, 4° en 5°]1, §§ 2 tot 6, 8 en 9.
  Als de dienst die de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in Belgiė verricht, bestaat in het beheer van een instelling voor collectieve belegging, kan de FSMA met name zich ertegen verzetten dat de betrokken beheervennootschap deze instelling voor collectieve belegging blijft beheren.
  2° de maatregelen als bedoeld in artikel 255.
  De FSMA deelt de aldus genomen maatregelen mee aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
  Indien de FSMA van oordeel is dat de lidstaat van herkomst van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging niet op gepaste wijze heeft gehandeld, kan zij zich wenden tot de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
  § 3. In spoedeisende gevallen waarin de termijnen van de bij de §§ 1 en 2 geregelde procedure niet kunnen worden toegepast en alvorens deze toe te passen, kan de FSMA alle nodige bewarende maatregelen nemen om de belangen te beschermen van de beleggers en andere cliėnten van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in dit hoofdstuk. De FSMA stelt de Europese Commissie, de Europese Autoriteit voor effecten en markten, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de toezichthoudende autoriteiten van de andere betrokken lidstaten hiervan onmiddellijk in kennis.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 479, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  DEEL IIIbis. [1 - Instellingen voor belegging in schuldvorderingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Boek I. [1 - Toepassingsgebied en algemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/1. [1 Dit deel is van toepassing op de beleggingsinstellingen die hun financiėle middelen in Belgiė of in het buitenland uitsluitend aantrekken bij in aanmerking komende beleggers die voor eigen rekening handelen, waarvan de effecten uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven en die zijn ingeschreven conform de bepalingen in dit deel.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/2.[1 Voor de toepassing van [2 artikel 3, 13°, i)]2, is artikel 5 van toepassing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2018-07-11/06, art. 68, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>

  Art. 271/3. [1 De institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen hebben als uitsluitend doel de belegging in schuldvorderingen in het bezit van derden en overgedragen aan de instelling voor belegging bij een overdrachtsovereenkomst onder de voorwaarden en volgens de regels die door de Koning zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/4. [1 Elke institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen wordt bestuurd of beheerd volgens het beginsel van de risicospreiding, in het uitsluitende belang van de houders van effecten die zijn uitgegeven door de beleggingsinstelling en op zodanige wijze dat een autonoom beheer van de instelling is verzekerd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Boek II. [1 - Privaatrechtelijk statuut]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/5. [1 De institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen kunnen worden opgericht in de vorm van een fonds voor belegging in schuldvorderingen of een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen ("VBS").]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/6. [1 § 1. De rechten van deelneming in de institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen zijn op naam gesteld.
   § 2. Niettegenstaande artikel 3, 3°, mag de overdrager van de schuldvorderingen die geen in aanmerking komende belegger is, effecten van de instelling verwerven of haar op een andere wijze financiėle middelen verstrekken, in de mate dat de aldus verstrekte financiėle middelen voornamelijk worden verstrekt om ten gunste van de andere beleggers de risico's van tekortkomingen in de betalingen van de schuldvorderingen te beheren.
   Onverminderd artikel 3, 3°, doet de toelating tot de verhandeling van effecten van een institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is, of het feit dat de effecten van een dergelijke instelling voor belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen in aanmerking komende beleggers zijn, geen afbreuk aan het institutionele karakter van de instelling voor belegging, voor zover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van in aanmerking komende belegger van de houders van haar effecten te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar effecten door beleggers die geen in aanmerking komende beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.
   De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de voorwaarden bepalen waaronder de institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het vorige lid, om de hoedanigheid van in aanmerking komende belegger van de houders van haar effecten te waarborgen.
   In afwijking van artikel 3, 1° en 3°, mag de institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen haar financiėle middelen uitsluitend aantrekken bij één enkele in aanmerking komende belegger voor zover het een professionele belegger is als bedoeld in punt (4) van deel I, eerste lid, van bijlage A bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de Richtlijn betreffende markten voor financiėle instrumenten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/7. [1 § 1. De netto-opbrengsten van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of van de beleggingsvennootschap worden vastgesteld en uitgekeerd of gekapitaliseerd conform het beheerreglement of de statuten.
   § 2. Alle deelnemers hebben gelijke rechten; er mogen geen verschillende categorieėn van rechten van deelneming worden gecreėerd, tenzij :
   1° het beheerreglement of de statuten bepalen dat twee types van rechten van deelneming kunnen worden gecreėerd, waarbij de netto-opbrengst voor het ene type wordt uitgekeerd en voor het andere type wordt gekapitaliseerd;
   2° de statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen voorzien in de mogelijkheid om verschillende categorieėn van rechten van deelneming te creėren overeenkomstig de artikelen 271/11 of 271/9, § 1, eerste lid;
   3° in het beheerreglement van een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen of in de statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen, verschillende categorieėn van rechten van deelneming zijn gecreėerd. Het beheerreglement of de statuten bepalen de wijze van verdeling over de verschillende categorieėn van rechten van deelneming, van de bedragen die betaald zijn door de schuldenaars van schuldvorderingen die de schuldvorderingsportefeuille vormen.
   Het beheerreglement of de statuten kunnen in preferente rechten van deelneming voorzien.
   § 3. De statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen of het beheerreglement van een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen bepalen dat de winst van de vennootschap of van het fonds wordt uitgekeerd of wordt gereserveerd voor latere uitkering of voor de dekking van risico's van tekortkomingen in de betalingen van de schuldvorderingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/8.[1 [3 In geval een schuldvordering wordt overgedragen aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet, zijn de artikelen [5 8.22]5 van het Burgerlijk Wetboek en VII.103 van het Wetboek van economisch recht, [4 artikel 2.2.1.12 van het Belgisch Scheepvaartwetboek]4 en artikel 23, tweede lid van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft, niet van toepassing op deze overdracht.]3 Dezelfde bepalingen zijn niet van toepassing op een inpandgeving van een schuldvordering aan of door een instelling voor belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet.
   Wanneer schuldvorderingen worden overgedragen aan of door een instelling voor belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet, dan verwerft de overnemer door de loutere naleving van de voorschriften van Boek III, Titel VI, Hoofdstuk VIII van het Burgerlijk Wetboek alle rechten in verzekeringsovereenkomsten die de cedent bezit als waarborg voor de overgedragen schuldvorderingen. Een inpandgeving van diezelfde rechten aan of door een instelling voor belegging in schuldvorderingen geschiedt door de loutere naleving van [3 de bepalingen van artikel 7 van de wet van 15 december 2004 betreffende financiėle zekerheden]3.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 513, 005; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2017 (opgeheven door W 2016-12-25/12, art. 68, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2018)>
  (3)<W 2016-12-25/12, art. 67, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (4)<W 2019-05-08/14, art. 96, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2020>
  (5)<W 2019-04-13/28, art. 54, 018; Inwerkingtreding : 01-11-2020>

  Art. 271/9. [1 § 1. Artikel 11, §§ 1, 2 en 4, artikel 12, §§ 1, 2, 3, tweede lid, en 4, artikel 13, eerste en derde lid en artikel 14 zijn van toepassing op de institutionele fondsen voor belegging in schuldvorderingen.
   In de gevallen bedoeld in 14, § 2, tweede lid, 1°, 2° en 3°, kan de algemene vergadering van deelnemers enkel op geldige wijze beraadslagen en beslissen indien de aanwezige deelnemers ten minste de helft vertegenwoordigen van het aantal rechten van deelneming in omloop.
   Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig en beraadslaagt en beslist de nieuwe vergadering op geldige wijze ongeacht het aantal rechten van deelneming in omloop dat door de aanwezige deelnemers wordt vertegenwoordigd.
   De twee voorgaande leden zijn niet van toepassing op de beraadslagingen en beslissingen als bedoeld in artikel 14, § 1.
   § 2. Wanneer nieuwe rechten van deelneming worden uitgegeven tegen een inbreng in geld, moeten zij vooraf worden aangeboden aan de houders van eerder uitgegeven rechten van deelneming.
   § 3. Het beheerreglement van een institutioneel fonds voor belegging in schuldvorderingen mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers.
   § 4. Elk institutioneel fonds voor belegging in schuldvorderingen heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden "institutioneel fonds voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op de naam.
   § 5. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van een institutioneel gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/10. [1 § 1. Een VBS wordt opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen.
   § 2. De statuten bepalen het bedrag van het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal.
   Het bedrag bedoeld in het eerste lid mag niet kleiner zijn dan 61 500 euro en moet volgestort zijn.
   Het kapitaal van de VBS is veranderlijk voor het gedeelte dat het bedrag van het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal overtreft.
   § 3. De artikelen 439, 440, 441, 448, 477 en 616 van het Wetboek van Vennootschappen alsook de artikelen 613 en 614 van het Wetboek van Vennootschappen, wat het veranderlijk gedeelte van het kapitaal betreft, zijn niet van toepassing op de VBS.
   Onverminderd artikel 3, 7°, a), is artikel 559 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/11. [1 § 1. De statuten van een VBS kunnen de raad van bestuur machtigen om verschillende categorieėn van rechten van deelneming te creėren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. Artikel 560 van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing.
   Als de compartimenten individueel in de statuten worden vermeld, worden die gewijzigd door de beslissing van de raad van bestuur om een nieuwe categorie van rechten van deelneming te creėren, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen.
   § 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele vennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen.
   § 3. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten zijn de bepalingen van Boek IV, Titel IX of Boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing op de compartimenten.
   Elk compartiment van een VBS wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de VBS.
   § 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment.
   Als in het vermogen verschillende compartimenten zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze aan één of meer compartimenten toegerekend. De bestuurders zijn, hetzij jegens de deelnemers in het fonds, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid.
   In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment.
   De regels inzake gerechtelijke reorganisatie en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijke gerechtelijke reorganisatie of faillissement van rechtswege de gerechtelijke reorganisatie of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/12.[1 § 1. De artikelen 568 tot 580 van het Wetboek van Vennootschappen zijn, behoudens andersluidende bepaling in de uitgiftevoorwaarden, van toepassing op de houders van obligaties of andere schuldinstrumenten die zijn uitgegeven door een instelling voor belegging in schuldvorderingen.
   Wanneer obligaties of andere schuldinstrumenten worden uitgegeven door een fonds voor belegging in schuldvorderingen, worden de verplichtingen waartoe de uitgevende vennootschap of haar raad van bestuur gehouden zijn krachtens de voornoemde artikelen 568 tot 580, opgelegd aan de beheervennootschap van het fonds.
   Voor de houders van schuldinstrumenten die behoren tot een zelfde uitgifte of tot een zelfde categorie van schuldinstrumenten kunnen één of meer vertegenwoordigers worden aangesteld op voorwaarde dat de uitgiftevoorwaarden regels bevatten voor de organisatie van de algemene vergaderingen van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. Die vertegenwoordigers kunnen alle houders van de schuldinstrumenten van die uitgifte of categorie verbinden en jegens derden of in rechte vertegenwoordigen binnen de grenzen van de opdrachten die hun zijn toevertrouwd en zij moeten hun bevoegdheid enkel verantwoorden door de voorlegging van de akte waarin ze zijn aangesteld. Zij kunnen in rechte optreden en de houders van de schuldinstrumenten vertegenwoordigen in elk faillissement, gerechtelijke reorganisatie of analoge procedure zonder de identiteit van de houders van de schuldinstrumenten die zij vertegenwoordigen, te moeten bekendmaken.
   Deze vertegenwoordigers oefenen hun bevoegdheden uit in het uitsluitend belang van de houders van schuldinstrumenten die zij vertegenwoordigen en zij zijn hun rekenschap verschuldigd volgens de nadere regels bepaald in de uitgiftevoorwaarden of in de beslissing tot aanstelling.
   De vertegenwoordigers van de houders van schuldinstrumenten worden aangesteld, hetzij voor de uitgifte door de emittent, hetzij, indien hun benoeming plaatsvindt na de uitgifte, door de algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. Hun bevoegdheden worden vastgelegd in de uitgiftevoorwaarden of, zo niet, door de algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten.
   De algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten kan steeds de aanstelling van de vertegenwoordiger(s) herroepen op voorwaarde dat zij terzelfder tijd één of meer andere vertegenwoordigers aanstelt.
   Behoudens een strikter beding in de uitgiftevoorwaarden beslist de algemene vergadering bij eenvoudige meerderheid van de vertegenwoordigde schuldinstrumenten.
   § 2. Een instelling voor belegging in schuldvorderingen kan ten behoeve van de houders van de obligaties of schuldinstrumenten als bedoeld in artikel 2, 31°, b), van de wet van 2 augustus 2002, die zij heeft uitgegeven of zal uitgeven, schuldvorderingen en andere activa die de instelling voor belegging in schuldvorderingen heeft verworven of zal verwerven, in pand geven, overeenkomstig de bepalingen van Titel VI van Boek I van het Wetboek van Koophandel.
   Behoudens andersluidend beding in de pandovereenkomst strekt het pand zich uit tot de gelden voortgebracht door de verpande schuldvorderingen of ter betaling ervan ontvangen en tot de schuldvorderingen en financiėle instrumenten waarin zij worden belegd.
   Artikel 17, 3°, van de faillissementswet van 8 augustus 1997 is niet van toepassing op wijzigingen, toevoegingen of vervangingen wat betreft het voorwerp van het in deze paragraaf bedoeld pand voor zover dit pand wordt gevestigd vóór of gelijktijdig met de uitgifte van de gewaarborgde schuldinstrumenten en de wijzigingen, toevoegingen en vervangingen geschieden overeenkomstig de bepalingen van de pandovereenkomst of overeenkomstig het tweede lid van deze paragraaf.
   Onverminderd andere door de wet bepaalde middelen van tegeldemaking, beveelt de voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 op verzoek van alle houders van de gewaarborgde schuldinstrumenten dat het pand aan hen zal verblijven als betaling en dit ten belope van een schatting door een deskundige.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 015; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Art. 271/13. [1 § 1. Een institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 3, 1° en 3°, en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel.
   § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen, bevat de naam van de institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden "institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht" of "institutionele VBS naar Belgisch recht", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam.
   § 3. In afwijking van artikel 1 van het Wetboek van Vennootschappen mag een institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen worden opgericht door een in aanmerking komende belegger.
   Artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Boek III. [1 - Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Titel I. [1 - Inschrijving]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/14. [1 De institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen moeten zich, alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, laten inschrijven bij de Federale Overheidsdienst Financiėn op de lijst van de institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, tevens voor de compartimenten van de instelling voor belegging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/15. [1 Een institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen wordt ingeschreven op deze lijst op voorlegging van een afschrift van haar statuten of van haar beheerreglement.
   De Koning bepaalt de inschrijvingsvoorwaarden.
   Elk document dat ter bevestiging van deze inschrijving wordt afgegeven door de Federale Overheidsdienst Financiėn en elk document dat met het oog op de uitvoering van de verrichtingen van de instelling voor belegging naar deze inschrijving verwijst, moet vermelden dat de inschrijving geen beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van de verrichtingen, evenmin als van de positie van de instelling voor belegging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Titel II. [1 - Bedrijfsuitoefening]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/16. [1 De Koning stelt de verplichtingen en verbodsbepalingen vast waaraan de institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen zijn onderworpen.
   Die besluiten worden door de Koning genomen op advies van de FSMA en na open raadpleging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/17. [1 Artikel 81, § 1, eerste lid, §§ 2 en 4, en artikel 101, § 1, eerste en derde lid, zijn van toepassing op de institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen.
   De institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen mogen steeds bijkomend of tijdelijk termijnbeleggingen, liquide middelen en effecten in bezit hebben.
   De Koning kan bepalen volgens welke regels de institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen hun boekhouding moeten voeren, in voorkomend geval per compartiment, inventarisramingen moeten verrichten en hun jaarrekening moeten opstellen en openbaar maken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  TITRE III. [1 - Toezicht]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 480, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 271/18.[1 de FOD financiėn is belast met het toezicht op de naleving, door institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen, van dit onderdeel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
   Op verzoek bezorgen institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen de FOD Financiėn, alle inlichtingen en stukken over hun organisatie, werking en verrichtingen, inclusief het type uitgevoerde beleggingen, die nodig zijn voor het in het eerste lid bedoelde toezicht. In dit kader kan de FOD Financiėn institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen met name verplichten om, volgens de frequentie die deze bepaalt, verslag uit te brengen over de naleving van de bepalingen van dit onderdeel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
   De commissaris belast met het toezicht op de jaarrekening van een institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen die kennis heeft van beslissingen of feiten die kunnen wijzen op een inbreuk op de bepalingen van deze titel, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of de statutaire bepalingen van de institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen, stelt de FOD Financiėn daarvan onmiddellijk in kennis. Tegen commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in dit lid, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.
   De FOD Financiėn kan een door hem aangestelde revisor of de commissarissen belast met het toezicht op de jaarrekening van een institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen vragen om hem, op kosten van die instelling, bijzondere verslagen te bezorgen over de onderwerpen die hij bepaalt. Institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de betrokken revisor.]1
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 153, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Boek IV. [1 - Dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiėn en instellingen voor belegging in schuldvorderingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 154, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 271/19. [1 Dit deel is van toepassing op de in artikel 271/3 bedoelde institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen van deze wet, die verplicht zijn om, alvorens hun activiteiten te starten, zich in te schrijven op een lijst bijgehouden door de Federale Overheidsdienst Financiėn in toepassing van de artikel 271/14 van deze wet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 155, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 271/20. [1 Niettegenstaande elke andersluidende wettelijke en reglementaire bepaling, verloopt elke procedure tot inschrijving, controle en schrapping, en elke uitwisseling van informatie of documenten, of alle communicatie tussen de instellingen vermeld in artikel 271/19 en de Federale Overheidsdienst Financiėn via elektronische weg.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 156, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 271/21. [1 De aanbieding van informatie en documenten door de Federale Overheidsdienst Financiėn via een elektronische dienst geldt als rechtsgeldige kennisgeving.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 157, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 271/22. [1 Onder voorbehoud van de volgende artikelen van dit deel, bepaalt de Koning de toepassingsmodaliteiten met betrekking tot het gebruik van elektronische diensten.
   De Koning bepaalt ook de toepassingsmodaliteiten met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingswijzen in geval van de onbeschikbaarheid van het beveiligd elektronisch platform.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 158, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 271/23. [1 De Federale Overheidsdienst Financiėn stelt via een beveiligd elektronisch platform, aan de in artikel 271/19 bedoelde instellingen, elektronische diensten ter beschikking die de oorsprong en de integriteit van de inhoud van de zending door middel van aangepaste beveiligingstechnieken garanderen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 159, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 271/25. [1 Alle informatie uitgaande van de Federale Overheidsdienst Financiėn overeenkomstig artikel 271/20 die rechtsgevolgen teweeg brengt, maakt automatisch het voorwerp uit van een elektronische ontvangstbevestiging. De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van de ontvangst van de informatie door de Federale Overheidsdienst Financiėn.
   De automatische elektronische ontvangstbevestiging geldt niet als een bevestiging van inschrijving op de lijst bijgehouden door de Federale Overheidsdienst Financiėn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 160, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 271/26. [1 De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit boek.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 161, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  TITEL 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 1.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 272.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 273.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 1.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 274.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 2.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 275.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 3.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 276.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 277.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Afdeling 4.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 278.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK 3.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 279.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 280.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 281.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 282.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 283.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 284.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 285.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 481, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 285bis.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 482, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  DEEL 4. - Strafbepalingen

  Art. 286. Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van 75 euro tot 15 000 euro of met één van deze straffen alleen, worden zij gestraft die de controles in de weg staan waaraan zij zich, krachtens deze wet, in Belgiė of in het buitenland moeten onderwerpen, of die met opzet valse, onjuiste of onvolledige inlichtingen, documenten of stukken verstrekken.

  Art. 287.Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van 75 euro tot 15 000 euro of met één van deze straffen alleen, worden gestraft :
  1° zij die de artikelen 57, eerste lid, 60, §§ 1 en 3, 65, §§ 1 en 3, 66, 71 [2 en 155]2 overtreden;
  2° zij die geen gevolg geven aan een opschorting, een verbod of een intrekking uitgesproken krachtens de artikelen 110, tweede lid [2 en 155, § 3]2 of die een weigering tot goedkeuring miskennen van het prospectus, de essentiėle beleggersinformatie of een bijwerking van het prospectus of van de essentiėle beleggersinformatie, of die een weigering tot goedkeuring miskennen van[1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen;
  3° zij die met opzet overgaan of laten overgaan tot de publicatie van een prospectus, een document met essentiėle beleggersinformatie of een bijwerking van het prospectus of van de essentiėle beleggersinformatie, of van [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, die valse, onjuiste of onvolledige gegevens bevatten die het publiek kunnen misleiden, inzonderheid over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging, of over de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod, en zij die dergelijke stukken hebben gebruikt om beleggers aan te trekken;
  4° zij die een prospectus, een document met essentiėle beleggersinformatie of een bijwerking van het prospectus of van de essentiėle beleggersinformatie, of [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, publiceren met vermelding van de goedkeuring ervan door de FSMA, terwijl die goedkeuring niet werd gegeven;
  5° zij die een prospectus, een document met essentiėle beleggersinformatie of een bijwerking van het prospectus of van de essentiėle beleggersinformatie, of [1 de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging [2 ...]2]1 dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, publiceren die verschillen van de door de FSMA goedgekeurde documenten;
  6° [2 zij die met opzet effecten hebben aangeboden of overgedragen als effecten van een instelling voor collectieve belegging of van een instelling voor belegging in schuldvorderingen, terwijl zij wisten dat de entiteit waarvan zij de effecten hebben aangeboden of overgedragen, geen instelling voor collectieve belegging was in de zin van deel II van deze wet of geen instelling voor belegging in schuldvorderingen was in de zin van deel IIIbis van deze wet, of dat die effecten niet de kenmerken vertoonden van de effecten van een instelling voor collectieve belegging in de zin van deel II van deze wet of van een instelling voor belegging in schuldvorderingen in de zin van deel IIIbis van deze wet;]2
  7° [2 zij die met opzet effecten openbaar hebben aangeboden of overgedragen als effecten van een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, terwijl zij wisten dat de instelling voor collectieve belegging waarvan zij de effecten hebben aangeboden of overgedragen, geen instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG was in de zin van titel II van boek II van deel II van deze wet, of dat die effecten niet de kenmerken vertoonden van de effecten van een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG in de zin van titel II van boek II van deel II van deze wet;]2
  8° zij die met opzet het in de artikelen 61 en 152 bedoelde verbod miskennen.
  ----------
  (1)<W 2013-07-17/24, art. 57, 002; Inwerkingtreding : 16-08-2013. Overgangsbepalingen : art. 62>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 483, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 288.Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of met één van deze straffen alleen, worden gestraft :
  1° zij die openbaar [1 rechten van deelneming]1 aanbieden van een Belgische openbare instelling voor collectieve belegging, terwijl die niet is ingeschreven overeenkomstig artikel 30 of terwijl de inschrijving als Belgische openbare instelling voor collectieve belegging of de vergunning als openbare beleggingsvennootschap is herroepen of ingetrokken, of met miskenning van een schorsings- of verbodsmaatregel als bedoeld in de artikelen 110, tweede lid, eerste zin, of 111, § 1, tweede lid, 3° of 4° ;
  2° [1 zij die openbaar rechten van deelneming aanbieden van een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht, terwijl de FSMA de in artikel 93, lid 3, van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde kennisgeving niet heeft ontvangen, of terwijl de inschrijving als instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht is herroepen, of met miskenning van een schorsings- of verbodsmaatregel als bedoeld in artikel 157;]1
  [2 2° /1 zij die, met overtreding van artikel 5/1, rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging aan het publiek verhandelen;]2
  3° zij die de naam " instelling voor collectieve belegging ", " gemeenschappelijk beleggingsfonds " of " beleggingsvennootschap " hebben gebruikt ter omschrijving van een entiteit die niet is ingeschreven op de lijst van de instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in de artikelen 33, 127, 128 [1 ...]1 of 149, behalve wanneer dat in Belgiė gebeurt door een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands rechts die van die naam gebruik mag maken in haar land van herkomst;
  [1 3° /1 zij die de naam "instelling voor belegging in schuldvorderingen", "beleggingsfonds in schuldvorderingen" of "beleggingsvennootschap in schuldvorderingen" hebben gebruikt ter omschrijving van een entiteit die niet is ingeschreven op de lijst van de instellingen voor belegging in schuldvorderingen als bedoeld in artikel 271/14, behalve wanneer dat in Belgiė gebeurt door een instelling voor belegging in schuldvorderingen naar buitenlands rechts die van die naam gebruik mag maken in haar land van herkomst;]1
  4° [1 de beleggingsvennootschap, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de ondernemingen als bedoeld in artikel 42, § 1, alsook de bestuurders, zaakvoerders en directeuren van de voormelde vennootschappen en ondernemingen, die met opzet de bepalingen van delen II of IIIbis van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen hebben overtreden, of die met opzet verrichtingen met betrekking tot de portefeuille van de instelling voor belegging hebben uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;]1
  5° zij die met opzet hebben nagelaten de met toepassing van deel II van deze wet voorgeschreven publicaties te verzorgen;
  6° zij die met opzet overdrachten van door instellingen voor collectieve belegging uitgegeven effecten hebben bewerkstelligd en daarbij de bepalingen van deel II van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen hebben miskend;
  7° zij die, als commissaris of onafhankelijk deskundige, rekeningen, jaarrekeningen, of halfjaarlijkse verslagen [1 ...]1 als bedoeld in artikel 88, § 1, of periodieke informatie als bedoeld in artikel 97, of alle andere inlichtingen als bedoeld in artikel 96 certificeren, goedkeuren of bekrachtigen, terwijl niet is voldaan aan de bepalingen van deel II van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, en zij daarvan kennis hebben dan wel niet hebben gedaan wat zij normaal hadden moeten doen om zich ervan te vergewissen dat aan die bepalingen was voldaan;
  8° zij die met opzet jaarverslagen, halfjaarlijkse verslagen [1 ...]1 publiceren of laten publiceren, die valse, onjuiste of onvolledige gegevens bevatten die het publiek kunnen misleiden, of die dergelijke stukken hebben gebruikt om beleggers aan te trekken;
  9° de beleggingsvennootschappen, de aangestelde beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, alsook hun bestuurders, zaakvoerders en directeuren, die artikel 97, eerste lid, overtreden;
  10° de beleggingsvennootschappen, de aangestelde beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, alsook hun bestuurders, zaakvoerders en directeuren, die de in de artikelen 89 en 97, eerste lid, bedoelde besluiten of reglementen overtreden;
  11° zij die handelingen stellen of verrichtingen uitvoeren zonder daartoe de in artikel 111, § 2, bedoelde toestemming van de speciaal commissaris te hebben verkregen, of die indruisen tegen een schorsings- of verbodsbeslissing genomen overeenkomstig artikel 111, § 1, tweede lid, 3° of 4° ;
  12° de beleggingsvennootschappen, de aangestelde beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, alsook hun bestuurders, zaakvoerders en directeuren, die de bepalingen van artikel 101, § 1, derde lid, en §§ 2 en 3 niet naleven.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 484, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 39, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 289.§ 1. Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of met één van deze straffen alleen, worden gestraft :
  1° zij die het bedrijf uitoefenen van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 186, zonder een vergunning te hebben verkregen overeenkomstig [1 artikel 188]1 of terwijl de vergunning als beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging is ingetrokken of herroepen;
  2° zij die de naam " beheervennootschap van instellingen voor collectieve vergunning " hebben gebruikt met overtreding van artikel 195 van deze wet;
  3° wie met opzet de kennisgevingen bedoeld in artikel 207, §§ 1 en 5 niet verricht, wie het in artikel 207, § 3, bedoelde verzet negeert, of wie de in artikel 208, eerste lid, 1°, bedoelde schorsing negeert;
  4° de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, hun bestuurders en directeuren die de artikelen 212, 220, 221, 235, eerste lid, eerste en derde zin, 241, § 2, vierde lid, eerste zin, en § 5, eerste en tweede lid, overtreden;
  5° de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die in het buitenland een bijkantoor of een dochter openen of er beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging uitoefenen dan wel beleggingsdiensten verstrekken, zonder de kennisgevingen te hebben verricht bepaald in de artikelen 227, 230 of 231, of die zich niet conformeren aan de artikelen 229 en 232;
  6° de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, hun bestuurders en directeuren die de besluiten of reglementen overtreden als bedoeld in de artikelen 235, eerste lid, tweede zin, en vierde lid, 241, § 2, vierde en negende lid, § 4, § 5, derde lid, en § 6;
  7° zij die handelingen stellen of verrichtingen uitvoeren zonder daartoe de toestemming van de speciaal commissaris te hebben verkregen als bedoeld in artikel 250, § 1, tweede lid, 1°, of die indruisen tegen een schorsingsbeslissing genomen overeenkomstig artikel 250, § 1, tweede lid, 3° ;
  8° de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, hun bestuurders en directeuren die de bepalingen van artikel 242, § 1, eerste tot derde lid, niet naleven;
  9° zij die, als commissaris of onafhankelijk deskundige, rekeningen, jaarrekeningen, geconsolideerde jaarrekeningen van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of periodieke staten of alle andere inlichtingen certificeren, goedkeuren of bekrachtigen, terwijl niet is voldaan aan de bepalingen van deel III van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, en zij daarvan kennis hebben dan wel niet hebben gedaan wat zij normaal hadden moeten doen om zich ervan te vergewissen dat aan die bepalingen was voldaan;
  10° de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, hun bestuurders en directeuren die, bij het verrichten van de beleggingsdienst als bedoeld in artikel 3, 23°, b), met bedrieglijk opzet informatie verspreiden waarvan zij weten dat zij onjuist of onvolledig is.
  § 2. Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of met één van deze straffen alleen, worden de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging gestraft die zich niet conformeren aan de bepalingen van de ter uitvoering van de artikelen 206 en 234 genomen reglementen.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 485, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 290. De overtredingen van de artikelen 40 en 200 worden bestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van 1 000 euro tot 10 000 euro.

  Art. 291.[1 Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van de overtreding van deze wet of één van de in de artikelen 40 en 200 bedoelde wettelijke bepalingen, tegen instellingen voor collectieve belegging, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, bestuurders, directeuren, lasthebbers of verantwoordelijken voor onafhankelijke controlefuncties van instellingen voor collectieve belegging of van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, of erkende commissarissen van een instelling voor collectieve belegging of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, alsook ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van de overtreding van deze wet tegen iedere andere natuurlijke of rechtspersoon, moet ter kennis worden gebracht van de FSMA door de gerechtelijke autoriteit waar dit aanhangig is gemaakt.]1
  Iedere strafrechtelijke vordering op grond van de in het eerste lid bedoelde misdrijven moet door het openbaar ministerie ter kennis worden gebracht van de FSMA.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/09, art. 159, 004; Inwerkingtreding : 07-05-2014>

  Art. 292. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door deze wet bestrafte misdrijven.

  DEEL 5. - Wijzigingsbepalingen van de wet van 2 augustus 2002

  Art. 293. In artikel 76, tweede lid, van de wet van 2 augustus 2002, gewijzigd bij artikel 103, § 4, van het koninklijk besluit van 21 april 2007, worden de woorden " artikel 78 van de wet van 22 juli 1953 " vervangen door de woorden " artikel 79 van de wet van 22 juli 1953 ".

  Art. 294. In artikel 87bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, worden de woorden " instellingen voor collectieve belegging die geen beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging hebben aangeduid in de zin van artikel 44 van de wet van [...], " ingevoegd tussen de woorden " beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, " en het woord " kredietinstellingen ";
  2° in § 1, eerste lid, worden de woorden " en de in de artikelen 82, 83, 218, 219, 220 en 224, 1° en 3° van de wet van [...] met betrekking tot bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles bedoelde regels alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, van de artikelen 41 en 201 van dezelfde wet " ingevoegd tussen de woorden " van de in artikel 45, § 1, eerste lid, 3° en § 2, bedoelde regels " en de woorden " één of meerdere ";
  3° § 1, tweede lid, a), wordt aangevuld met de woorden " en de in de artikelen 82, 83, 218, 219, 220 en 224, 1° en 3° van de wet van [...] met betrekking tot bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles bedoelde regels alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, van de artikelen 41 en 201 van dezelfde wet. ".

  DEEL 6. - Diverse bepalingen

  Art. 295.Vooraleer er uitspraak gedaan wordt over de opening van een faillissementsprocedure of over een voorlopige ontneming van beheer in de zin van artikel 8 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 ten aanzien van een instelling voor collectieve belegging of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, richt de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 een verzoek om advies aan de FSMA. De griffier geeft dit verzoek onverwijld door. Hij stelt de procureur des Konings ervan in kennis. Het verzoek wordt schriftelijk aan de FSMA gericht. Bij dit verzoek worden de nodige documenten ter informatie gevoegd.
  De FSMA brengt haar advies uit binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek om advies. Ingeval een procedure betrekking heeft op een instelling voor collectieve belegging of op een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waarvoor een voorafgaande coördinatie met de buitenlandse autoriteiten is vereist, beschikt de FSMA over een ruimere termijn om haar advies uit te brengen, met dien verstande dat de totale termijn niet meer dan dertig dagen mag bedragen. Indien de FSMA van oordeel is gebruik te moeten maken van deze uitzonderlijke termijn, brengt zij dit ter kennis van de gerechtelijke autoriteit die een uitspraak moet doen. De termijn waarover de FSMA beschikt om een advies uit te brengen schort de termijn op waarbinnen de rechterlijke instantie uitspraak moet doen. Indien de FSMA geen advies verstrekt binnen de vastgestelde termijn, kan de rechtbank uitspraak doen.
  De FSMA verstrekt haar advies schriftelijk. Het wordt door ongeacht welk middel bezorgd aan de griffier, die het doorgeeft aan de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 en aan de procureur des Konings. Het advies wordt toegevoegd aan het dossier.
  ----------
  (1)<W 2018-04-15/14, art. 252, 015; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Art. 295/1.[1 Art. 295/1.]1 § 1. Onverminderd het gemeen recht inzake burgerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, verklaart de rechter de aankoop van of de inschrijving op [2 rechten van deelneming in]2 van instellingen voor collectieve belegging nietig indien deze aankoop of inschrijving plaatsvond naar aanleiding van
   1° een openbare aanbieding van rechten van deelneming in een [2 instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG]2, waarbij de bepalingen van de artikelen 57 en 60, § 1, niet werden nageleefd;
   2° [2 ...]2
   3° een openbare aanbieding van rechten van deelneming in een buitenlandse instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, waarbij de FSMA de in artikel 93, lid 3, van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde kennisgeving niet heeft ontvangen, en het prospectus of de essentiėle beleggersinformatie niet naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst is verzonden conform de artikelen 74 en 82 van Richtlijn 2009/65/EG;
   4° [2 een openbare aanbieding van rechten van deelneming in een instelling voor collectif belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, waarbij artikel 71 niet werd nageleefd; of]2
   5° een openbare aanbieding van [2 rechten van deelneming in]2 van een [2 instelling voor collectieve belegging naar Belgisch of buitenlands recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG" en de woorden "de artikelen 60, § 3, 155, § 1, eerste lid, en 166, § 1" vervangen door de woorden "de artikelen 60, § 3, en 155, § 1, eerste lid]2, waarbij de bepalingen van de artikelen 60, § 3, 155, § 1, eerste lid, en 166, § 1, niet werden nageleefd door de persoon met wie of door bemiddeling van wie de belegger een contract heeft gesloten.
   § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop of de inschrijving geacht het gevolg te zijn van de overtreding van de in paragraaf 1 bedoelde wettelijke bepalingen.
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/62, art. 482, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2014-04-19/62, art. 482, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 296.§ 1. De Koning kan de terminologie van de geldende wettelijke bepalingen alsook de verwijzingen hierin naar de bepalingen van de wet van 20 juli 2004 of van boek III van de wet van 4 december 1990 wijzigen teneinde ze in overeenstemming te brengen met deze wet.
  § 2. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van de FSMA, de nodige maatregelen nemen voor de omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen of uit krachtens dergelijke verdragen genomen internationale akten, met betrekking tot de materies die bij deze wet worden geregeld. De Koning kan volgens dezelfde procedure bepalen dat, voor de inbreuken op die bepalingen, administratieve maatregelen en sancties kunnen worden opgelegd met toepassing van de artikelen 115, 151, 255 [1 en 271]1.
  De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten kunnen de geldende wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
  De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten worden van rechtswege opgeheven wanneer zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 486, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 297.Onverminderd de toepassing van artikel 159, kan de Koning, bij besluit genomen na advies van de FSMA, bepalen dat de FSMA de volgende informatie verstrekt op haar website :
  1° de wetgeving op het statuut van en het toezicht op [1 de instellingen voor collectieve belegging en]1 de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, en de besluiten, reglementen en circulaires genomen in uitvoering of met toepassing van deze wetgeving;
  2° een omzettingstabel van de bepalingen van de Europese richtlijnen inzake [1 de instellingen voor collectieve belegging en het]1 prudentieel toezicht op beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, met opgaaf van de weerhouden opties;
  3° de toetsingscriteria en de methodiek die zij gebruikt bij haar beoordeling als bedoeld in artikel 236, § 1, derde lid;
  4° geaggregeerde statistische gegevens over de belangrijkste aspecten inzake toepassing van de in 1° bedoelde wetgeving;
  5° andere informatie, als voorgeschreven bij besluiten en reglementen genomen in uitvoering van deze wet.
  De in het eerste lid bedoelde informatie wordt in voorkomend geval op de website bekendgemaakt op de wijze als overeengekomen tussen de landen van de Europese Economische Ruimte. De FSMA zorgt, in voorkomend geval, voor een geregelde actualisering van de op haar website verstrekte informatie.
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/62, art. 487, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 298. Het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiėle sector wordt bekrachtigd met ingang van de datum van zijn inwerkingtreding.

  DEEL 7. - Overgangs- en slotbepalingen

  Art. 299. In afwijking van artikel 558 van het Wetboek van Vennootschappen kan de raad van bestuur van de openbare beleggingsvennootschappen met een veranderlijk aantal rechten van deelneming tot 31 maart 2013 de statuten wijzigen teneinde de individuele vermelding van de compartimenten van de beleggingsvennootschap uit de statuten te schrappen, evenals het beleggingsbeleid dat door elk van deze compartimenten wordt gevolgd.

  Art. 300. § 1. Tot 31 maart 2013 kan de raad van bestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van een gemeenschappelijk beleggingsfonds beslissen dat het gehele vermogen van het gemeenschappelijk beleggingsfonds, zowel de rechten als de verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening, overgaat op een nieuw opgericht compartiment binnen een ander gemeenschappelijk beleggingsfonds dat door deze beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging wordt beheerd, tegen uitreiking van rechten van deelneming van het verkrijgende compartiment aan de deelnemers van het op te slorpen gemeenschappelijk beleggingsfonds, met uitsluiting van elke vorm van opleg.
  De in het eerste lid bedoelde beslissing van de raad van bestuur moet bij authentieke akte worden vastgesteld.
  De in het eerste lid bedoelde verrichting wordt uitgevoerd met naleving van de volgende voorwaarden :
  1° bij de verrichting zijn uitsluitend instellingen voor collectieve beleggingen naar Belgisch recht betrokken die niet voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG maar waarvan de rechten van deelneming niet in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte mogen worden verhandeld;
  2° het nieuw opgericht compartiment binnen het verkrijgende gemeenschappelijk beleggingsfonds mag op geen enkel moment over andere activa en passiva beschikken dan het vermogen van het op te slorpen gemeenschappelijk beleggingsfonds;
  3° elke deelnemer van het op te slorpen gemeenschappelijk beleggingsfonds heeft, voor elk recht van deelneming ingevolge de verrichting recht op één recht van deelneming van hetzelfde type en van een gelijkaardige klasse van rechten van deelneming in het verkrijgende compartiment;
  4° het verkrijgende gemeenschappelijk beleggingsfonds heeft dezelfde bewaarder en dezelfde commissaris als het op te slorpen gemeenschappelijk beleggingsfonds;
  5° de verrichting mag geen wijziging tot gevolg hebben van de rechten en verplichtingen van de deelnemers, van het beleggingsbeleid van het op te slorpen of verkrijgende gemeenschappelijk beleggingsfonds en van de provisies en kosten ten laste van de deelnemers of van het gemeenschappelijk beleggingsfonds;
  6° de verrichting mag niet tot gevolg hebben dat een deelnemer van een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, deelnemer zou worden van een instelling voor collectieve belegging die niet voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG;
  7° de juridische, administratieve of advieskosten in verband met de voorbereiding en de afronding van de herstructurering worden niet in rekening gebracht bij de bij de herstructurering betrokken gemeenschappelijke beleggingsfondsen of hun deelnemers.
  § 2. De hierna opgesomde bepalingen zijn niet van toepassing op de in dit artikel bedoelde verrichtingen :
  1° de bepalingen van boek XI van het Wetboek van Vennootschappen, met uitzondering van de artikelen 682 tot 684 en 687, eerste lid; en
  2° de bepalingen genomen door de Koning met toepassing van artikel 84.
  § 3. De ingang van de verrichting leidt tot de schrapping van de inschrijving van het op te slorpen gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  § 4. Wanneer de raad van bestuur van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zich voorneemt om een verrichting door te voeren zoals bedoeld in § 1, dient zij hiervan kennis te geven aan de FSMA met het oog op de voorafgaande goedkeuring.
  Bij deze kennisgeving wordt een dossier gevoegd dat de volgende elementen bevat :
  1° een omschrijving van de voorziene herstructurering, waarbij wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de voorwaarden van dit artikel;
  2° het ontwerp van persbericht bedoeld in § 5;
  3° de ontwerpbeslissing van de raad van bestuur van de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging; en
  4° een bijgewerkte versie van het beheerreglement, het prospectus en de essentiėle beleggersinformatie.
  § 5. Van zodra de raad van bestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de in § 1 bedoelde beslissing heeft genomen, publiceert de beheervennootschap een persbericht, dat minstens de volgende gegevens bevat :
  1° een vermelding van de beslissing van de beheervennootschap tot herstructurering en van de datum van het ingaan van de herstructurering;
  2° de achtergrond en redenen van de herstructurering;
  3° de gevolgen van de herstructurering voor de deelnemers;
  4° de ondernemingen die desgevallend instaan voor het ruilen van de rechten van deelneming.
  Dit persbericht wordt gepubliceerd hetzij in twee dagbladen die landelijk of in grote oplage worden verspreid, hetzij via enig ander gelijkwaardig publicatiemiddel dat is aanvaard door de FSMA.

  Art. 301.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 488, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 302.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 488, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 303.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 488, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 304.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 488, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 305.
  <Opgeheven bij W 2014-04-19/62, art. 488, 005; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 306. Met uitzondering van de artikelen 212 tot 228, wordt de wet van 20 juli 2004 opgeheven.

  Art. 307. Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Chāteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiėn en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken,
S. VANACKERE
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 02-06-2021 GEPUBL. OP 18-06-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 41/1; 106; 112; 201/1; 247; 250; 289)
  • originele versie
  • WET VAN 28-04-2020 GEPUBL. OP 06-05-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 84/1; 187; 224; 224/1; 262)
  • originele versie
  • WET VAN 08-05-2019 GEPUBL. OP 01-08-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 271/8)
  • originele versie
  • WET VAN 02-05-2019 GEPUBL. OP 21-05-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 271/18; 271/19; 271/20; 271/21; 271/22; 271/23; 271/25; 271/26)
  • originele versie
  • WET VAN 13-04-2019 GEPUBL. OP 14-05-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 271/8)
  • originele versie
  • WET VAN 11-07-2018 GEPUBL. OP 20-07-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 5; 70; 71; 111; 271/2)
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 96; 101; 102; 107; 110; 116; 236; 242; 243; 255/1; 260)
  • originele versie
  • WET VAN 15-04-2018 GEPUBL. OP 27-04-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 49; 104; 111; 207; 208; 245; 250; 271/12; 295)
  • originele versie
  • WET VAN 05-12-2017 GEPUBL. OP 18-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 39; 41; 199; 201; 211)
  • originele versie
  • WET VAN 21-11-2017 GEPUBL. OP 07-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 219; 221; 241/1; 250)
  • originele versie
  • WET VAN 31-07-2017 GEPUBL. OP 11-08-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 96; 100)
  • originele versie
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 30-12-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 271/8)
  • originele versie
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 30-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 50; 51; 51/1; 51/2; 52; 52/1; 54; 55; 96/1; 83/1; 213/1; 213/2; 213/3; 213/4; 96; 115; 236; 254; 255; 3; 3/1; 5/1; 8; NL60; 71; 86; 116; 155; 202; F236/1; 241/1; 255/1; 260; 288)
  • originele versie
  • WET VAN 25-10-2016 GEPUBL. OP 18-11-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 42; 50; 71; 85; 154; 187; 202; 205; 221; 241)
  • originele versie
  • WET VAN 13-03-2016 GEPUBL. OP 23-03-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 241)
  • originele versie
  • WET VAN 19-04-2014 GEPUBL. OP 17-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 3; 4; 5; 6; 7; 8; 10; 11; 12; 16; 17; 18-29; 32; 35; 41; 42; 44; 50; 57; 60; 63; 66; 69-70; 71; 72; 73; 74; 75; 77; 81; 85; 87; 88; 90; 92; 96; 96/1; 106; 115; 116-147; 148; 150; 151; 152; 153; 155; 157; 160-185; 190; 201; 202; 207; 218; 221; 224; 228; 236; 236/1; 241; 250; 255; 256; 271; 271/1-271/18; 272-285; 285bis; 287; 288; 289; 296; 297; 301; 302; 303; 304; 305; 5; 61; 152; 154)
    (GEWIJZIGD ART. : 271/8)
  • originele versie
  • WET VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 07-05-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 39; 40; 50; 71; 85; 154; 187; 199; 200; 207; 211; 212; 227; 241; 279; 291)
  • originele versie
  • WET VAN 30-07-2013 GEPUBL. OP 30-08-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 285bis)
  • originele versie
  • WET VAN 17-07-2013 GEPUBL. OP 06-08-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 5; 56; 60; 64; 66; 67; 68; 69; 70; 287; 61; 152; 154; 163; 65; 117; 119; 120; 122; 123)
  • originele versie
  • WET VAN 11-07-2013 GEPUBL. OP 02-08-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 23)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-2218 - 2011/2012 : Nr. 1 : Wetsontwerp. Nr. 2 : Amendementen. Nr. 3 : Erratum. Nr. 4 : Verslag. Nr. 5 : Tekst aangenomen door de commissie. Nr. 6 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Integraal Verslag : 5 juli 2012. Stukken van de Senaat : 5-1 702 - 2011/2012 : Nr. 1 : Ontwerp geėvoceerd door de Senaat. Nr. 2 : Amendementen. Nr. 3 : Verslag. Nr. 4 : Beslissing om niet te amenderen. Nr. 5 : Handelingen van de Senaat : 12 juli 2012..

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 23 uitvoeringbesluiten 17 gearchiveerde versies
    Franstalige versie