J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2012/05/15/2012009226/justel

Titel
15 MEI 2012. - Wet inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-06-2012 en tekstbijwerking tot 29-10-2018)

Bron : JUSTITIE
Publicatie : 08-06-2012 nummer :   2012009226 bladzijde : 32117       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2012-05-15/03
Inwerkingtreding : 05-12-2011

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :1990009683       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Voorafgaande bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Algemene beginselen
Art. 2-8
HOOFDSTUK 3. - Procedure inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging in België van een vonnis gewezen in een andere lidstaat van de Europese Unie
Afdeling 1. - Bevoegde autoriteit voor het verlenen van het voorafgaand akkoord
Art. 9-10
Afdeling 2. - Voorwaarden voor de tenuitvoerlegging
Art. 11-13
Afdeling 3. - Procedure voor de tenuitvoerlegging
Art. 14-22
Afdeling 4. - Overbrenging van de persoon en gevolgen ervan
Art. 23-25
Afdeling 5. - Gegevens die moeten worden toegezonden aan de beslissingsstaat
Art. 26-27
Afdeling 6. - Doortocht
Art. 28-29
HOOFDSTUK 4. - Procedure inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van een in België gewezen vonnis in een andere lidstaat van de Europese Unie
Art. 30-37
HOOFDSTUK 5. - Tenuitvoerlegging van het vonnis volgend op een Europees aanhoudingsbevel
Art. 38-39
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen
Art. 40-41
HOOFDSTUK 7. - Overgangsbepaling
Art. 42
BIJLAGEN.
Art. N1-N2

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Voorafgaande bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Algemene beginselen

  Art. 2. § 1. Deze wet regelt de erkenning van de vonnissen en de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen of maatregelen op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie dan die waar het vonnis is uitgesproken.
  Het doel is bij te dragen tot de reclassering en maatschappelijke re-integratie van de gevonniste persoon.
  § 2. Voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen of maatregelen en onverminderd artikel 42, vervangt deze wet in de relaties van België met de andere lidstaten van de Europese Unie de bepalingen van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen.

  Art. 3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° Vonnis : een door een rechtscollege van de beslissingsstaat in strafzaken gewezen onherroepelijke beslissing of beschikking waarbij een vrijheidsbenemende straf of maatregel wordt opgelegd;
  2° Beslissingsstaat : de lidstaat van de Europese Unie waar het vonnis is gewezen;
  3° Tenuitvoerleggingsstaat : de lidstaat van de Europese Unie waaraan het vonnis is toegezonden met het oog op de erkenning en tenuitvoerlegging ervan;
  4° Certificaat : het document waarvan het model is opgenomen in bijlage 1 en dat ondertekend wordt door de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat, die verklaart dat de inhoud ervan juist is.

  Art. 4. § 1. Deze wet voert een stelsel zonder voorafgaand akkoord van de tenuitvoerleggingsstaat en een stelsel met voorafgaand akkoord van de tenuitvoerleggingsstaat in.
  § 2. Het stelsel zonder voorafgaand akkoord wordt toegepast op de toezendingen van vonnissen en certificaten met het oog op erkenning en tenuitvoerlegging in de volgende lidstaten :
  1° de lidstaat waarvan de gevonniste persoon onderdaan is en waar hij zijn woonplaats heeft;
  2° de lidstaat waarvan de gevonniste persoon onderdaan is maar waar hij niet zijn woonplaats heeft, en waarheen hij, na zijn invrijheidstelling, zal worden uitgewezen als gevolg van een bevel tot uitzetting of verwijdering dat deel uitmaakt van het vonnis of van een gerechtelijke of bestuurlijke beslissing of een andere ingevolge het vonnis getroffen maatregel.
  § 3. Het stelsel met voorafgaand akkoord van de tenuitvoerleggingsstaat wordt toegepast op de toezendingen van vonnissen en certificaten met het oog op erkenning en tenuitvoerlegging in iedere andere lidstaat dan die vermeld in § 2.

  Art. 5. § 1. Deze wet is van toepassing indien de gevonniste persoon zich in de beslissingsstaat of in de tenuitvoerleggingsstaat bevindt.
  § 2. De beslissingsstaat beslist als enige om het vonnis en het certificaat toe te zenden aan een andere lidstaat.
  De tenuitvoerleggingsstaat en de gevonniste persoon kunnen evenwel ook uit eigen beweging erom verzoeken dat de beslissingsstaat het vonnis en het certificaat toezendt aan de tenuitvoerleggingsstaat, zulks evenwel zonder de beslissingsstaat daartoe te verplichten.
  § 3. De bevoegde Belgische autoriteiten raadplegen de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaat telkens als de situatie dit vereist.
  § 4. Wanneer enkel een gedeeltelijke erkenning van het vonnis wordt beoogd, kunnen de bevoegde autoriteiten de gedeeltelijke tenuitvoerlegging overeenkomen, overeenkomstig de voorwaarden die zij vastleggen, voor zover een dergelijke tenuitvoerlegging de duur van de straf niet verlengt.
  § 5. De tenuitvoerlegging van de straf in België wordt beheerst door het Belgisch recht en de Belgische autoriteiten zijn bij uitsluiting bevoegd om te beslissen over de uitvoeringsmodaliteiten en om alle daarop betrekking hebbende maatregelen te bepalen, met inbegrip van de gronden tot vervroegde of voorwaardelijke invrijheidstelling.
  § 6. Alleen de beslissingsstaat kan beschikken op een verzoek tot herziening van het vonnis waarbij de op grond van deze wet ten uitvoer te leggen sanctie is opgelegd.
  § 7. Het feit dat naast de vrijheidsbenemende straf of maatregel ook een geldboete is opgelegd of een beslissing tot verbeurdverklaring is genomen, die nog niet is betaald, geïnd of ten uitvoer is gelegd, kan geen beletsel vormen voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel. In voorkomend geval wordt de wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie toegepast.

  Art. 6. § 1. Onder voorbehoud van § 2 kan het vonnis vergezeld van het certificaat enkel worden toegezonden met de instemming van de gevonniste persoon.
  § 2. De instemming van de gevonniste persoon is niet vereist indien het vonnis wordt toegezonden aan :
  1° de lidstaat waarvan de gevonniste persoon onderdaan is en waar hij tevens woont;
  2° de lidstaat waarnaar de persoon zal worden uitgewezen eens vrijstelling van tenuitvoerlegging van de sanctie is verleend krachtens een uitwijzingsbevel in het vonnis of in een rechterlijke of bestuurlijke beslissing of enige andere maatregel die voortvloeit uit het vonnis;
  3° de lidstaat waarnaar de gevonniste persoon is gevlucht of anderszins is teruggekeerd naar aanleiding van de tegen hem in de beslissingsstaat ingestelde strafvervolging of uitgesproken veroordeling.

  Art. 7. Het vonnis of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan wordt overgezonden door ongeacht welk middel dat een schriftelijk bewijs oplevert. Het wordt vergezeld van het certificaat.
  Het origineel van het vonnis of van het certificaat, of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze documenten worden op verzoek toegezonden.

  Art. 8. De kosten die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van het vonnis uitgesproken in een andere lidstaat, worden door België gedragen, uitgezonderd de kosten voor de overbrenging van de gevonniste persoon naar België en de kosten die uitsluitend op het grondgebied van die andere lidstaat zijn gemaakt.

  HOOFDSTUK 3. - Procedure inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging in België van een vonnis gewezen in een andere lidstaat van de Europese Unie

  Afdeling 1. - Bevoegde autoriteit voor het verlenen van het voorafgaand akkoord

  Art. 9. In de in artikel 4, § 3, bedoelde gevallen is de minister van Justitie de bevoegde autoriteit om het voorafgaand akkoord te geven voor de toezending van een vonnis vergezeld van het certificaat met het oog op erkenning en tenuitvoerlegging. Bij het nemen van een beslissing beoordeelt de Minister de vooropgestelde reclassering en maatschappelijke re-integratie van de gevonniste persoon op het Belgisch grondgebied.

  Art. 10. De Minister van Justitie brengt de beslissingsstaat onverwijld op de hoogte van zijn beslissing om al dan niet toe te stemmen in de toezending van het vonnis. Indien de Minister toestemt in de toezending van het vonnis, brengt hij ook de procureur des Konings te Brussel op de hoogte van zijn beslissing.

  Afdeling 2. - Voorwaarden voor de tenuitvoerlegging

  Art. 11.§ 1. De tenuitvoerlegging wordt geweigerd indien de feiten die aan het vonnis ten grondslag liggen krachtens het Belgische recht geen strafbaar feit opleveren.
  § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing ingeval het gaat om een van de volgende strafbare feiten, voor zover deze in de beslissingsstaat met een maximale vrijheidsbenemende straf van minimaal drie jaar worden gestraft :
  1° deelneming aan een criminele organisatie;
  2° terrorisme;
  3° mensenhandel;
  4° seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie;
  5° illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;
  6° illegale handel in wapens, munitie en explosieven;
  7° corruptie;
  8° fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;
  9° witwassen van de opbrengst van misdrijven;
  10° valsemunterij en namaak van de euro;
  11° informaticacriminaliteit;
  12° milieumisdrijven, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde diersoorten en de illegale handel in bedreigde planten- en boomsoorten;
  13° hulp bij het onrechtmatig binnenkomen van en verblijven op het grondgebied;
  14° opzettelijke doodslag of ernstige slagen en verwondingen;
  15° illegale handel in menselijke organen en weefsels;
  16° ontvoering, opsluiting en gijzelneming;
  17° racisme en vreemdelingenhaat;
  18° georganiseerde of gewapende diefstal;
  19° illegale handel in cultuurgoederen, daaronder begrepen antiquiteiten en kunstwerken;
  20° oplichting;
  21° racketeering en afpersing;
  22° namaak van producten en productpiraterij;
  23° vervalsing van administratieve documenten en handel in valse stukken;
  24° vervalsing van betaalmiddelen;
  25° illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars;
  26° illegale handel in nucleaire en radioactieve stoffen;
  27° handel in gestolen voertuigen;
  28° verkrachting;
  29° opzettelijke brandstichting;
  30° misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen;
  31° kaping van vliegtuigen of schepen;
  32° sabotage.
  § 3. Met betrekking tot taksen en belastingen, douanerechten en deviezen mag de tenuitvoerlegging van een vonnis niet worden geweigerd op grond van het feit dat de Belgische wet niet dezelfde soort taksen of belastingen heft, of niet dezelfde soort regelgeving inzake taksen, belastingen, douanerechten en deviezen kent als de beslissingsstaat.
  § 4. Paragraaf 2, 14°, is niet van toepassing op abortus bedoeld [1 in artikel 2 van de wet van 15 oktober 2018 betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking, tot opheffing van de artikelen 350 en 351 van het Strafwetboek, tot wijziging van de artikelen 352 en 383 van hetzelfde Wetboek en tot wijziging van diverse wetsbepalingen]1, en op euthanasie bedoeld in de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie.
  ----------
  (1)<W 2018-10-15/03, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 08-11-2018>

  Art. 12. De tenuitvoerlegging wordt geweigerd in de volgende gevallen :
  1° de gevonniste persoon heeft zijn instemming niet betuigd zoals vereist krachtens artikel 6;
  2° de tenuitvoerlegging van de beslissing is onverenigbaar met het beginsel " ne bis in idem ";
  3° het Belgische recht voorziet in een immuniteit die tenuitvoerlegging van de beslissing onmogelijk maakt;
  4° de straf of maatregel is opgelegd aan een persoon die volgens het Belgische recht vanwege zijn leeftijd niet strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gesteld voor de feiten die ten grondslag liggen aan het vonnis;
  5° de toezending van het vonnis valt onder het stelsel met voorafgaand akkoord en het akkoord van de minister werd niet gegeven overeenkomstig de artikelen 9 en 10;
  6° de tenuitvoerlegging van de beslissing is volgens het Belgische recht verjaard;
  7° het vonnis omvat een maatregel in de sfeer van de psychiatrie of de gezondheidszorg of een andere vrijheidsbenemende maatregel die, zelfs na toepassing van artikel 18, niet ten uitvoer kan worden gelegd op het Belgische grondgebied overeenkomstig het Belgische rechts- of gezondheidszorgsysteem;
  8° België maakt geen deel uit van de lidstaten die vallen onder het stelsel zonder voorafgaand akkoord zoals bepaald in artikel 4, § 2;
  9° de gevonniste persoon bevindt zich noch op het grondgebied van de beslissingsstaat noch op het Belgische grondgebied;
  10° er bestaan ernstige redenen om aan te nemen dat de tenuitvoerlegging van de beslissing afbreuk zou doen aan de fundamentele rechten van de betrokken persoon, zoals vastgelegd in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

  Art. 13. § 1. De tenuitvoerlegging kan worden geweigerd in de volgende gevallen :
  1° het vonnis heeft betrekking op strafbare feiten die volgens het Belgische recht volledig, dan wel voor een groot of zeer belangrijk deel, op zijn grondgebied of op een daarmee gelijk te stellen plaats, zijn gepleegd;
  2° wanneer de voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit het vonnis ontvangt, moeten van de sanctie nog minder dan zes maanden worden ondergaan;
  3° de voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit kan het vonnis slechts gedeeltelijk erkennen en geen enkel akkoord kon worden bereikt overeenkomstig artikel 5, § 4, om de straf of de maatregel ten uitvoer te leggen;
  4° de beslissingsstaat heeft er, overeenkomstig artikel 25, § 2, 7°, niet in toegestemd dat de betrokkene in België wordt vervolgd of berecht of dat hem anderszins de vrijheid wordt benomen wegens een ander vóór de overbrenging gepleegd feit dan datgene dat aan de overbrenging ten grondslag ligt;
  5° volgens het certificaat is de betrokkene niet persoonlijk verschenen op het proces dat tot de beslissing heeft geleid, tenzij in het certificaat vermeld staat dat de betrokkene, overeenkomstig de andere in de nationale wetgeving van de beslissingsstaat bepaalde procedurevereisten :
  a) tijdig,
  - persoonlijk is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot de beslissing heeft geleid of anderszins officieel en daadwerkelijk in kennis is gesteld van het tijdstip en de plaats van dat proces, zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces;
  en
  - ervan in kennis is gesteld dat een beslissing kon worden gewezen in geval van niet-verschijning;
  of dat
  b) de betrokkene op de hoogte was van het voorgenomen proces, een zelf gekozen of van overheidswege aangewezen raadsman heeft gemachtigd zijn verdediging op het proces te voeren, en op het proces ook werkelijk door die raadsman is verdedigd;
  of dat
  c) nadat de beslissing aan hem was betekend en hij uitdrukkelijk was geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarop hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing :
  - uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij de beslissing niet betwist,
  of
  - niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep heeft aangetekend.
  § 2. Indien het certificaat onvolledig is of kennelijk niet overeenstemt met het vonnis, kan de tenuitvoerlegging worden toegestaan indien de voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit van oordeel is dat zij over voldoende gegevens beschikt.
  Indien de voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit van oordeel is dat zij niet over voldoende gegevens beschikt om de tenuitvoerlegging mogelijk te maken, bepaalt zij voor de beslissingsstaat een redelijke termijn waarbinnen het certificaat moet worden aangevuld of gecorrigeerd. Indien de gegevens niet binnen de bepaalde termijn worden verstrekt, wordt de tenuitvoerlegging geweigerd.

  Afdeling 3. - Procedure voor de tenuitvoerlegging

  Art. 14. De procureur des Konings te Brussel is de bevoegde autoriteit voor de erkenning en de tenuitvoerlegging van een vonnis.

  Art. 15. § 1. Het aan de procureur des Konings gerichte certificaat wordt in het Frans, het Nederlands, het Duits of het Engels vertaald.
  § 2. Wanneer een andere autoriteit het vonnis en het certificaat ontvangt, zendt zij die ambtshalve over aan de procureur des Konings en stelt zij de beslissingsstaat hiervan in kennis door ongeacht welk middel dat een schriftelijk bewijs oplevert.

  Art. 16. § 1. Indien de beslissingsautoriteit vooraf overleg pleegt met de procureur des Konings, kan laatstgenoemde bij deze gelegenheid bij een met redenen omkleed advies meedelen dat de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel in België niet bijdraagt tot de reclassering en maatschappelijke re-integratie van de gevonniste persoon. Indien er vooraf geen overleg heeft plaatsgevonden, kan de procureur des Konings steeds onverwijld een dergelijk advies voorleggen na de toezending van het vonnis. De procureur des Konings kan daartoe alle nuttige informatie inwinnen.
  § 2. Met het oog op de beslissing over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis gaat de procureur des Konings, vanaf de ontvangst van het vonnis en het certificaat, na :
  1° of een van de weigeringsgronden vermeld in de artikelen 11 tot 13 moet worden aangevoerd;
  2° of, in het geval waarin de aan het vonnis ten grondslag liggende feiten worden vermeld in artikel 11, § 2, de gedragingen zoals omschreven in het certificaat wel degelijk overeenkomen met deze feiten.
  § 3. Wanneer de gevonniste persoon zich op het Belgische grondgebied bevindt, kan de procureur des Konings, vanaf de ontvangst van het vonnis en het certificaat, maar vooraleer hij beslist over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis, op verzoek van de beslissingsstaat overgaan tot de voorlopige aanhouding van deze persoon in afwachting van de beslissing tot tenuitvoerlegging van het vonnis.
  § 4. De procureur des Konings kan, indien hij acht dat de inhoud van het certificaat onvoldoende is om te beslissen over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis, vragen dat het vonnis of de essentiële delen ervan vergezeld gaan van een vertaling in het Frans, het Nederlands of het Duits.
  § 5. Vooraleer te beslissen dat het vonnis niet wordt erkend of ten uitvoer gelegd om de redenen bepaald in artikel 12, 2°, 5°, en 7°, of artikel 13, § 1, 1° en 5°, en § 2, raadpleegt de procureur des Konings de beslissingsautoriteit met alle passende middelen en, in voorkomend geval, vraagt hij om onverwijld alle aanvullende noodzakelijke informatie te sturen.

  Art. 17. § 1. De betrokken persoon wordt binnen vierentwintig uur na zijn effectieve vrijheidsbeneming waartoe is beslist overeenkomstig artikel 16, § 3, voor de onderzoeksrechter gebracht, die hem in kennis stelt van het bestaan en de inhoud van het vonnis en het certificaat overgezonden door de beslissingsstaat.
  § 2. De onderzoeksrechter hoort vervolgens de betrokken persoon omtrent zijn eventuele hechtenis, en de opmerkingen die hij ter zake formuleert.
  § 3. Na het verhoor kan de onderzoeksrechter gelasten dat betrokkene op grond van het overgezonden vonnis en rekening houdend met de daarinvermelde feitelijke omstandigheden, alsook deze ingeroepen door de betrokkene in hechtenis wordt genomen of blijft.
  § 4. De onderzoeksrechter kan ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de betrokken persoon, deze laatste, onder oplegging van een of meer voorwaarden, in vrijheid stellen tot op het tijdstip dat met betrekking tot de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis een definitieve beslissing wordt gewezen.
  Deze voorwaarden moeten waarborgen dat de betrokken persoon geen nieuwe misdaden of wanbedrijven pleegt of zich niet aan het gerecht onttrekt.
  De onderzoeksrechter kan tijdens de procedure, ambtshalve of op vordering van de procureur des Konings, één of meer nieuwe voorwaarden opleggen, reeds opgelegde voorwaarden geheel of gedeeltelijk opheffen, wijzigen of verlengen. Hij kan vrijstelling verlenen van de naleving van alle voorwaarden of van sommige ervan.
  De betrokken persoon kan vragen dat de opgelegde voorwaarden geheel of gedeeltelijk worden opgeheven of gewijzigd; hij kan ook vragen te worden vrijgesteld van alle voorwaarden of van sommige ervan.
  Ingeval de voorwaarden niet worden nageleefd, kan de onderzoeksrechter een aanhoudingsbevel uitvaardigen onder de voorwaarden bedoeld in de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.
  § 5. De onderzoeksrechter kan tevens de voorafgaande en integrale betaling vorderen van een borgsom waarvan hij het bedrag bepaalt.
  De borgsom wordt gestort in de Deposito- en Consignatiekas en op grond van het ontvangbewijs doet het openbaar ministerie de beschikking tot invrijheidstelling ten uitvoer leggen.
  De borgsom wordt teruggegeven nadat met betrekking tot de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis een definitieve beslissing is genomen indien de betrokken persoon voortdurend op het Belgisch grondgebied aanwezig was tot de procureur des Konings de definitieve beslissing overeenkomstig artikel 19 heeft genomen.
  De borgsom wordt aan de Staat toegewezen zodra de betrokken persoon zonder gegronde reden van verschoning het Belgische grondgebied heeft verlaten zonder de Belgische gerechtelijke autoriteiten in te lichten of zich heeft onttrokken aan de tenuitvoerlegging van het vonnis.
  § 6. Indien de persoon krachtens §§ 4 of 5 in vrijheid wordt gesteld, stelt de onderzoeksrechter hiervan onmiddellijk het openbaar ministerie in kennis dat op zijn beurt de autoriteit van de beslissingsstaat in kennis stelt.
  § 7. De met redenen omklede beschikking, bedoeld in de §§ 3, 4 en 5, wordt binnen de in § 1 bedoelde termijn van vierentwintig uur betekend aan de betrokken persoon. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.

  Art. 18. § 1. Indien de duur van de sanctie onverenigbaar is met het Belgische recht, kan de procureur des Konings enkel beslissen deze sanctie aan te passen wanneer die langer is dan de maximumstraf die in het Belgische recht op vergelijkbare strafbare feiten is gesteld. De aangepaste sanctie moet dan overeenstemmen met de maximumstraf die krachtens het Belgische recht voor vergelijkbare strafbare feiten geldt.
  § 2. Indien de aard van de sanctie onverenigbaar is met het Belgische recht, kan de procureur des Konings de sanctie aanpassen aan een straf of maatregel die door het Belgische recht voor vergelijkbare strafbare feiten is voorgeschreven. Deze straf of maatregel stemt zoveel mogelijk overeen met de in de beslissingsstaat opgelegde sanctie en wordt niet gewijzigd in een geldelijke sanctie.
  § 3. De in de beslissingsstaat opgelegde straf of maatregel mag in geen geval worden verzwaard naar aard of duur.
  § 4. Indien de gevonniste persoon meent dat de door de procureur des Konings besliste aanpassing de inde beslissingsstaat uitgesproken straf of maatregel verzwaart naar aard of duur, kan hij deze beslissing voor de strafuitvoeringsrechtbank te Brussel betwisten binnen een termijn van vijftien dagen nadat hij overeenkomstig artikel 19, § 2, of artikel 24, tweede lid, in kennis is gesteld van de beslissing om het vonnis aan te passen.

  Art. 19. § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 20 beslist de procureur des Konings, zodra dit mogelijk is en uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het vonnis en het certificaat over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis.
  § 2. Indien de beslissing betrekking heeft op een persoon die zich op het Belgische grondgebied bevindt, brengt de procureur des Konings hem op de hoogte van zijn beslissing om het vonnis al dan niet te erkennen en ten uitvoer te leggen en, eventueel, van zijn beslissing om de straf aan te passen en gaat hij over tot de aanhouding van de persoon indien hij heeft besloten het vonnis te erkennen en ten uitvoer te leggen. De persoon kan de beslissing van de procureur des Konings betwisten en de zaak aanhangig maken bij de raadkamer door middel van een verzoekschrift gericht aan de griffie, binnen een termijn van vijftien dagen na de kennisgeving van de beslissing. De raadkamer doet enkel uitspraak op grond van artikel 16, § 2. Tegen de beslissing van de raadkamer kan een voorziening in cassatie worden ingesteld.
  § 3. Zodra de beslissing over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis definitief is en uiterlijk binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het vonnis en het certificaat, brengt de procureur des Konings de beslissingsstaat hiervan op de hoogte.
  § 4. Wanneer de procureur des Konings beslist om het vonnis te erkennen en ten uitvoer te leggen, stelt hij de beslissingsstaat in kennis van elke beslissing tot aanpassing overeenkomstig artikel 18 en neemt hij onverwijld alle maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de straf. De beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van het vonnis, maakt de in de beslissingsstaat uitgesproken straf of maatregel rechtstreeks en onmiddellijk uitvoerbaar in België voor het deel dat nog moet worden ondergaan.
  § 5. Indien het de procureur des Konings onmogelijk is de in § 3 bedoelde termijn van negentig dagen na te leven, stelt hij de beslissingsstaat hiervan onverwijld in kennis, onder opgave van de redenen voor de vertraging en van de tijd die hij nodig acht voor het nemen van een eindbeslissing.

  Art. 20. De beslissing betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis kan worden uitgesteld :
  1° indien het certificaat onvolledig is of kennelijk niet overeenstemt met het vonnis, gedurende een door België vastgestelde redelijke termijn opdat het kan worden aangevuld of gecorrigeerd overeenkomstig artikel 13, § 2;
  2° indien de procureur des Konings heeft verzocht dat het vonnis of essentiële delen van het vonnis door de beslissingsstaat worden vertaald overeenkomstig artikel 16, § 4.

  Art. 21. § 1. In het geval dat de beslissingsstaat het certificaat intrekt terwijl geen aanvang is gemaakt met de tenuitvoerlegging van de straf of de maatregel op het Belgische grondgebied, legt de procureur des Konings de straf of maatregel niet meer ten uitvoer.
  § 2. De procureur des Konings beëindigt de tenuitvoerlegging van de veroordeling zodra hij door de beslissingsstaat in kennis is gesteld van enige beslissing of maatregel waardoor de veroordeling niet langer uitvoerbaar is.

  Art. 22. De termijn van vrijheidsbeneming die al is ondergaan ten gevolge van de sanctie, daaronder begrepen de termijnen van overbrenging en de duur van de hechtenis wanneer die is bevolen krachtens artikel 16, § 3, en 19, § 2, wordt volledig in mindering gebracht van de totale duur van de vrijheidsbeneming die moet worden ondergaan.

  Afdeling 4. - Overbrenging van de persoon en gevolgen ervan

  Art. 23. § 1. Indien de gevonniste persoon zich in de beslissingsstaat bevindt, wordt hij uiterlijk dertig dagen na de beslissing van de procureur des Konings betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis, op een onderling vast te stellen tijdstip naar België overgebracht.
  § 2. Indien onvoorziene omstandigheden in de weg staan aan een overbrenging binnen de in § 1 bepaalde termijn, neemt de procureur des Konings contact op de met bevoegde autoriteiten van de beslissingsstaat. Zodra die omstandigheden zich niet meer voordoen, wordt een nieuwe datum vastgesteld opdat de overbrenging binnen een termijn van tien dagen na de nieuw overeengekomen datum zou plaatsvinden.

  Art. 24. Binnen een termijn van vierentwintig uur na zijn aankomst in België verschijnt de overgebrachte persoon voor de procureur des Konings.
  Deze ondervraagt hem over zijn identiteit, maakt een proces-verbaal ervan op, informeert de persoon over de eventuele aanpassing van de straf beslist overeenkomstig artikel 18 en beveelt zijn onmiddellijke opsluiting of zijn plaatsing in de psychiatrische afdeling van de penitentiaire inrichting.

  Art. 25. § 1. Onder voorbehoud van § 2, kan de krachtens deze wet naar België overgebrachte persoon niet worden vervolgd of berecht of anderszins de vrijheid worden benomen wegens een ander vóór de overbrenging gepleegd feit dan datgene dat aan de overbrenging ten grondslag ligt.
  § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing in de volgende gevallen :
  1° indien de betrokken persoon, hoewel hij daartoe de mogelijkheid had, het Belgische grondgebied niet heeft verlaten binnen een termijn van vijfenveertig dagen volgend op zijn definitieve invrijheidsstelling of hij er is teruggekeerd na het te hebben verlaten;
  2° indien het feit niet wordt gestraft met een vrijheidsbenemende straf of maatregel;
  3° indien de strafvervolging niet leidt tot de toepassing van een maatregel die de persoonlijke vrijheid beperkt;
  4° indien de gevonniste persoon kan worden onderworpen aan de tenuitvoerlegging van een sanctie of een maatregel die geen vrijheidsbeneming meebrengt, inzonderheid een geldelijke sanctie of een vervangende maatregel, zelfs indien deze geldelijke sanctie of vervangende maatregel kan leiden tot beperking van zijn persoonlijke vrijheid;
  5° indien de gevonniste persoon heeft ingestemd met de overbrenging;
  6° indien de gevonniste persoon na zijn overbrenging uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de bescherming die hij op grond van het specialiteitsbeginsel geniet ten aanzien van bepaalde, vóór de overbrenging gepleegde feiten;
  7° in andere dan de onder 1° tot 6° bedoelde gevallen, indien de beslissingsstaat daarin toestemt.
  § 3. Het afzien van de mogelijkheid een beroep te doen op het specialiteitsbeginsel bedoeld in § 2, 6°, gebeurt voor de procureur des Konings van de plaats van detentie en wordt opgetekend in een proces-verbaal. Het wordt zodanig opgesteld dat eruit blijkt dat het vrijwillig is en dat de betrokkene ervan zich ten volle bewust is van de gevolgen die eruit volgen. De betrokken persoon heeft daartoe het recht zich te laten bijstaan door een raadsman.
  § 4. De aan de beslissingsstaat gerichte vraag om toestemming bedoeld in § 2, 7°, gaat vergezeld van de gegevens bedoeld in artikel 2, § 4, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel. Deze vraag en gegevens worden vertaald overeenkomstig artikel 2, § 5, van dezelfde wet.

  Afdeling 5. - Gegevens die moeten worden toegezonden aan de beslissingsstaat

  Art. 26. De procureur des Konings stelt de beslissingsstaat onverwijld, door ongeacht welk middel dat een schriftelijk bewijs oplevert, in kennis van :
  1° de onmogelijkheid om de straf of de maatregel in de praktijk ten uitvoer te leggen omdat de gevonniste persoon niet gevonden kan worden op het Belgische grondgebied;
  2° de definitieve beslissing tot tenuitvoerlegging van het vonnis, alsmede de datum waarop ze werd genomen;
  3° de beslissing om het vonnis niet ten uitvoer te leggen en de reden hiervoor;
  4° de beslissing tot aanpassing van de straf of de maatregel, overeenkomstig artikel 18 met opgave van de reden;
  5° de beslissing om een vonnis niet ten uitvoer te leggen indien amnestie of genade wordt verleend en de reden hiervoor;
  6° begin- en einddatum waarop de voorwaardelijke invrijheidstelling ingaat en afloopt, voor zover de beslissingsstaat daarom heeft verzocht in het certificaat;
  7° het feit dat de gevonniste persoon uit hechtenis is gevlucht;
  8° de tenuitvoerlegging van de straf of de maatregel, zodra deze geheel is voltrokken.

  Art. 27. Wanneer de beslissingsstaat erom verzoekt, licht de procureur des Konings hem in over de geldende bepalingen betreffende voorwaardelijke invrijheidstelling.

  Afdeling 6. - Doortocht

  Art. 28. § 1. België staat de doortocht van een gevonniste persoon over zijn grondgebied toe indien het hiertoe een verzoek alsmede een afschrift van het certificaat heeft ontvangen en waarvan België om de vertaling in het Frans, het Nederlands, het Duits of het Engels kan verzoeken.
  § 2. De Minister van Justitie is de bevoegde autoriteit belast met de ontvangst van de verzoeken om doortocht, alsook van enige andere officiële correspondentie betreffende die verzoeken.
  § 3. Het verzoek om doortocht alsook het afschrift van het certificaat kunnen worden toegezonden door ongeacht welk middel dat een schriftelijk bewijs oplevert. De Minister van Justitie deelt zijn beslissing op dezelfde wijze mee.
  § 4. De Minister van Justitie beslist uiterlijk één week na ontvangst van het verzoek tot doortocht en stelt de beslissingsstaat, in kennis van zijn beslissing, door ongeacht welk middel dat een schriftelijk bewijs oplevert. Indien op grond van § 1 een vertaling is gevraagd, kan deze beslissing worden uitgesteld totdat de vertaling is toegezonden.
  § 5. De Minister van Justitie deelt de beslissingsstaat in voorkomend geval mee dat niet de verzekering kan worden gegeven dat de gevonniste persoon op het Belgisch grondgebied niet zal worden vervolgd, noch zal worden aangehouden of anderszins aan enige vrijheidsbeperking zal worden onderworpen wegens een strafbaar feit dat is gepleegd of een sanctie die is uitgesproken vóór zijn vertrek uit de beslissingsstaat. In dat geval kan de beslissingsstaat zijn verzoek intrekken.
  § 6. De gevonniste persoon kan niet langer in België in hechtenis worden gehouden dan voor de doortocht nodig is.

  Art. 29. § 1. Het verzoek om doortocht is niet vereist indien het vervoer door de lucht plaatsvindt en er geen tussenlanding op Belgisch grondgebied is gepland.
  § 2. Niettemin worden in geval van onvoorziene tussenlanding, het verzoek om doortocht en het afschrift van het certificaat verstrekt binnen een termijn van tweeënzeventig uur.

  HOOFDSTUK 4. - Procedure inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van een in België gewezen vonnis in een andere lidstaat van de Europese Unie

  Art. 30. § 1. Wanneer de gevonniste persoon niet in hechtenis is genomen, is de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waar het vonnis werd uitgesproken de bevoegde autoriteit om een in België gewezen vonnis toe te zenden met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging in een andere lidstaat.
  § 2. Wanneer de gevonniste persoon in België in hechtenis is genomen, is de minister van Justitie de bevoegde autoriteit voor de toezending van een in België gewezen vonnis met het oog op de erkenning en zijn tenuitvoerlegging in een andere lidstaat. De Minister van Justitie raadpleegt de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement van de plaats van hechtenis teneinde de mogelijke contra-indicaties voor het toezenden van het vonnis naar een andere lidstaat die uit lopende onderzoeken of gerechtelijke vervolgingen voortvloeien, te bepalen.

  Art. 31. § 1. Wanneer het voorafgaand akkoord van de tenuitvoerleggingsstaat vereist is krachtens artikel 4, § 3, verzoekt de Minister van Justitie de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat om dit akkoord te verlenen voor de toezending van het vonnis.
  § 2. Indien de tenuitvoerleggingsstaat zijn voorafgaand akkoord geeft, zendt de minister of de bevoegde procureur des Konings, naar gelang van het geval, het vonnis vergezeld van het certificaat toe aan de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging.

  Art. 32. § 1. De bevoegde Belgische autoriteit verstuurt naar de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat het vonnis vergezeld van het certificaat dat, in voorkomend geval, wordt vertaald in de officiële taal of een van de officiële talen van deze Staat of in een of meer andere officiële talen van de instellingen van de Europese Unie die deze Staat aanvaardt op grond van een verklaring afgelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie indien aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de gevonniste persoon heeft overeenkomstig artikel 6, § 1° en artikel 33, ingestemd met de overzending van het vonnis;eb
  2° de tenuitvoerleggingsstaat heeft overeenkomstig artikel 4 ingestemd met de overzending van het vonnis vergezeld van het certificaat;
  3° de bevoegde Belgische autoriteit heeft de zekerheid verworven dat de tenuitvoerlegging van de sanctie in de tenuitvoerleggingsstaat bijdraagt tot een geslaagde reclassering en maatschappelijke re-integratie.
  Het vonnis vergezeld van het certificaat kan telkens slechts aan een enkele tenuitvoerleggingsstaat tegelijk worden toegezonden.
  § 2. Indien de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat niet is gekend, kunnen de nodige opsporingen worden verricht door enig middel, daaronder begrepen via de contactpunten van het Europees justitieel netwerk, teneinde deze informatie te verkrijgen van de tenuitvoerleggingsstaat.

  Art. 33. § 1. Wanneer de gevonniste persoon zich op het Belgische grondgebied bevindt en zijn instemming vereist is krachtens artikel 6, § 1, wordt hij gehoord door de procureur des Konings bij de rechtbank van de plaats van hechtenis, of door de procureur des Konings van zijn verblijfplaats indien hij zich niet in hechtenis bevindt. De procureur des Konings brengt hem op de hoogte van de toezending van het vonnis aan de tenuitvoerleggingsstaat met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging en van de gevolgen die eruit voortvloeien, inzonderheid van het feit dat door de instemming met de toezending van het vonnis wordt afgezien van de mogelijkheid om een beroep te doen op het specialiteitsbeginsel. De betrokkene wordt bijgestaan door een raadsman, hetzij wanneer hij erom verzoekt, hetzij wanneer de procureur des Konings zulks nodig acht gelet op de geestelijke toestand of de leeftijd van de gedetineerde.
  § 2. Wanneer de gevonniste persoon zich op het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat bevindt en zijn instemming is vereist krachtens artikel 6, § 1, verzoekt de Minister van Justitie de tenuitvoerleggingsstaat om de instemming van de persoon te krijgen op hetzelfde tijdstip als hij om het voorafgaand akkoord van hem verzoekt voor de toezending van het vonnis krachtens artikel 31.
  § 3. Wanneer de persoon instemt met de toezending van het vonnis, is die instemming onherroepelijk gedurende een termijn van negentig dagen vanaf de datum van het verschijnen voor de procureur des Konings. Indien de overbrenging niet heeft plaatsgevonden bij het verstrijken van deze termijn, kan de gevonniste persoon vrij zijn instemming herroepen per brief gericht aan de procureur des Konings tot op de dag waarop de datum van de overbrenging hem wordt betekend.
  § 4. Wanneer de gevonniste persoon zich op het Belgische grondgebied bevindt en zijn toestemming niet is vereist krachtens artikel 6, § 2, wordt hij in een taal die hij kent en door middel van het formulier opgenomen in bijlage 2, op de hoogte gesteld van het besluit om het vonnis toe te zenden aan de tenuitvoerlegginsstaat. De persoon of indien zijn lichaams- of geestestoestand hem zulks niet toelaat, zijn wettige vertegenwoordiger heeft het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman en om zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de bevoegde autoriteit.
  Met deze opmerkingen wordt rekening gehouden bij het nemen van de beslissing om het vonnis toe te zenden. Zij worden eveneens toegezonden aan de tenuitvoerleggingsstaat.
  § 5. Wanneer de gevonniste persoon zich op het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat bevindt en zijn instemming niet is vereist krachtens artikel 6, § 2, zendt de Minister van Justitie of de bevoegde procureur des Konings, naar gelang het geval, het formulier waarvan het model is opgenomen in bijlage 2, toe aan de tenuitvoerleggingsstaat om de gevonniste persoon, door middel van het formulier en in een taal die hij kent, op de hoogte te brengen van de beslissing tot toezending van het vonnis en het certificaat.

  Art. 34. § 1. Wanneer de tenuitvoerleggingsstaat waaraan de Minister van Justitie of de bevoegde procureur des Konings, naar gelang het geval, een vonnis heeft gericht met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging, in een met redenen omkleed advies stelt dat de tenuitvoerlegging van de straf in de betrokken staat niet zou bijdragen tot de reclassering en maatschappelijke re-integratie, onderzoekt de minister of de bevoegde procureur des Konings, naar gelang het geval, dit met redenen omkleed advies en besluit hij het verzoek met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging al dan niet in te trekken.
  § 2. Indien de tenuitvoerleggingsstaat de toestemming vraagt om de gevonniste persoon te vervolgen, te berechten of hem de vrijheid te benemen wegens een ander vóór de overbrenging gepleegd feit dan dat wat aan de overbrenging ten grondslag ligt, neemt de procureur des Konings een beslissing binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek.
  De toestemming wordt verplicht gegeven indien het gaat om een overlevering verplicht krachtens de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel.
  Voor de in artikel 7 van dezelfde wet bedoelde bijzondere situaties moeten de door België gevraagde waarborgen verplicht worden gegeven.

  Art. 35. § 1. Indien de gevonniste persoon zich in België bevindt, wordt hij naar de tenuitvoerleggingsstaat overgebracht op een onderling vast te stellen tijdstip, en ten laatste dertig dagen na de definitieve beslissing van de tenuitvoerleggingsstaat betreffende de tenuitvoerlegging van het vonnis.
  § 2. Indien onvoorziene omstandigheden in de weg staan aan een overbrenging binnen de in § 1 gestelde termijn, neemt de procureur des Konings of de Minister van Justitie, naar gelang van het geval, contact op met de bevoegde autoriteiten van de tenuitvoerleggingsstaat. Zodra deze onvoorziene omstandigheden zich niet meer voordoen, wordt een nieuw tijdstip vastgesteld opdat de overbrenging ten laatste binnen de tien volgende dagen zou kunnen plaatsvinden.

  Art. 36. De procureur des Konings stelt de autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat onverwijld in kennis van elke beslissing of maatregel waardoor de sanctie niet langer onmiddellijk of binnen een bepaalde termijn ten uitvoer kan worden gelegd.

  Art. 37. § 1. De straf of de maatregel mag niet meer ten uitvoer worden gelegd op het Belgische grondgebied zodra de tenuitvoerlegging in de tenuitvoerlegginsstaat is aangevat.
  § 2. De tenuitvoerlegging kan hervat worden op het Belgische grondgebied zodra de tenuitvoerleggingsstaat de bevoegde Belgische autoriteiten op de hoogte brengt dat de straf of de maatregel gedeeltelijk niet ten uitvoer is gelegd omdat de gevonniste persoon is gevlucht.

  HOOFDSTUK 5. - Tenuitvoerlegging van het vonnis volgend op een Europees aanhoudingsbevel

  Art. 38. § 1. Indien de raadkamer artikel 6, 4°, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel toepast, omvat haar beslissing de erkenning en de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel vermeld in de rechterlijke beslissing waarvoor een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd. De sanctie wordt vervolgens ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van deze wet. De territoriaal bevoegde procureur des Konings eist van de autoriteit die het Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd het vonnis vergezeld van het certificaat en gaat indien nodig over tot de aanpassing van de straf overeenkomstig artikel 18.
  § 2. Indien een andere lidstaat van de Europese Unie de door de Belgische autoriteit verzochte overlevering heeft geweigerd omdat hij zich ertoe verbindt de straf ten uitvoer te leggen, zendt de bevoegde Belgische autoriteit het vonnis vergezeld van het certificaat toe aan die Staat, met het oog op de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel.

  Art. 39. § 1. Indien een lidstaat de overlevering heeft onderworpen aan de voorwaarde dat de persoon, na in België te zijn berecht, naar deze Staat wordt teruggezonden teneinde aldaar de sanctie te ondergaan die te zijnen laste wordt uitgesproken, stuurt de bevoegde Belgische autoriteit het vonnis vergezeld van het certificaat met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging ervan. De artikelen 6 en 33 zijn niet van toepassing.
  § 2. Indien België de overlevering onderwerpt aan de voorwaarde dat de persoon, na in een andere lidstaat te zijn berecht, wordt teruggezonden naar het Belgische grondgebied teneinde daar de sanctie te ondergaan die te zijnen laste werd uitgesproken, omvat deze beslissing het voorafgaand akkoord dat vereist zou zijn voor de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis in België. De territoriaal bevoegde procureur des Konings eist van de autoriteit die het Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd het vonnis vergezeld van het certificaat, hij gaat over tot het onderzoek van de weigeringsgronden en indien nodig tot de aanpassing van de straf. De sanctie wordt vervolgens ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van deze wet.

  HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

  Art. 40. In artikel 18 van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, ingevoegd door de wet van 26 mei 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt;
  " § 2. In de in paragraaf 1 bedoelde gevallen en overeenkomstig de bepalingen van artikel 22 is de in het buitenland uitgesproken vrijheidsbenemende straf of maatregel ten aanzien van een persoon die zich op het grondgebied van het Koninkrijk bevindt, rechtstreeks en onmiddellijk uitvoerbaar in België. ";
  2° paragraaf 3 word opgeheven.

  Art. 41. In artikel 25 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 mei 2005, worden de woorden " , behalve in de in artikel 18, § 2, bedoelde gevallen, " opgeheven.

  HOOFDSTUK 7. - Overgangsbepaling

  Art. 42. § 1. Deze wet is, met ingang van 5 december 2011, van toepassing op de toezending van vonnissen betreffende :
  1° iedere in België gevonniste persoon aan een lidstaat van de Europese Unie;
  2° iedere in een lidstaat van de Europese Unie gevonniste persoon aan België.
  § 2. In het kader van de betrekkingen met de bevoegde autoriteiten van Nederland en Polen en elke andere lidstaat die in deze zin een verklaring heeft afgelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, is deze wet van toepassing op de definitieve vonnissen uitgesproken met ingang van 5 december 2011. Deze uitzondering is van toepassing op deze Staten, zowel als beslissingsstaat als tenuitvoerleggingsstaat.
  § 3. In het kader van de betrekkingen met de bevoegde Poolse autoriteiten blijft de instemming van de gevonniste persoon vereist ingeval de tenuitvoerlegging van de straf gebeurt in de lidstaat waarvan de gevonniste persoon onderdaan is en waar hij zijn woonplaats heeft. Deze uitzondering is van toepassing op Polen als beslissingsstaat en als tenuitvoerleggingsstaat voor alle vonnissen uitgesproken vóór 5 december 2016.
  § 4. In het kader van de betrekkingen met de lidstaten die kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie, niet hebben omgezet in hun interne rechtsorde en met lidstaten die het hebben omgezet, maar die hebben verklaard dit instrument enkel toe te passen bij strafrechtelijke veroordelingen uitgesproken vanaf een bepaalde datum, blijven de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, alsook de bestaande instrumenten op het gebied van de overbrenging, van toepassing.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - Certificaat bedoeld in artikel 3, 4°
  (Model niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-06-2012, p. 32130-32138)

  Art. N2. Bijlage 2. - Kennisgeving aan de gevonniste persoon
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-06-2012, p. 32139)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 15-10-2018 GEPUBL. OP 29-10-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 11)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2011-2012. Kamer van volksvertegenwoordigers : Stukken. 53-1796. Nr. 1. Wetsontwerp. Nrs. 2 en 3. Amendementen. Nr. 4. Verslag namens de commissie. Nr. 5. Tekst aangenomen door de commissie. Nr. 6. Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Nr. 7. Ontwerp geamendeerd door de Senaat. Nr. 8. Tekst verbeterd door de commissie van justitie. Nr. 9. Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd. Senaat : Stukken. 5-1373. Nr. 1. Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Nr. 2. Amendementen. Nr. 3. Verslag namens de commissie. Nr. 4. Tekst geamendeerd door de commissie. Nr. 5. Tekst geamendeerd door de Senaat en teruggezonden naar de Kamer van volksvertegenwoordigers.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie