J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2011/02/01/2011012007/justel

Titel
1 FEBRUARI 2011. - Wet houdende verlenging van de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-02-2011 en tekstbijwerking tot 21-04-2016)

Bron : WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
Publicatie : 07-02-2011 nummer :   2011012007 bladzijde : 9648       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2011-02-01/01
Inwerkingtreding : 17-02-2011
Opheffing : 31-03-2011 (Art.2-Art.12)    ***    onbepaald (Art.33-Art.38)    ***    31-12-2012 (Art.33-Art.38)

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2010012027        1997012044        1999012205        2002012847        1944122850        2005012166        2000012029        2006021363       

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL 1. - Verlenging van de tijdelijke regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor bedienden en van de crisispremie
Art. 1
HOOFDSTUK 1. - Tijdelijke regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor bedienden
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Art. 2-3
Afdeling 2. - Tijdelijke regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor bedienden
Art. 4-9
Afdeling 3. - Wijzigingsbepalingen
Art. 10-11
Afdeling 4. - Inwerkingtreding
Art. 12
HOOFDSTUK 2. - Crisispremie
Art. 13-20
HOOFDSTUK 3. - Commissie " Ondernemingsplannen "
Art. 21-32
TITEL 2. - Uitvoering van het Interprofessioneel akkoord
HOOFDSTUK 1. - Halftijds brugpensioen
Art. 33-34
HOOFDSTUK 2. - Eenmalige innovatiepremies
Art. 35
HOOFDSTUK 3. - Activering van de inspanningen ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen en van de actieve begeleiding en opvolging van werklozen
Art. 36
HOOFDSTUK 4. - Vrijstelling van de verplichting om jongeren aan te werven in het kader van het startbanenstelsel
Art. 37
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
Art. 38

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL 1. - Verlenging van de tijdelijke regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor bedienden en van de crisispremie

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 1. - Tijdelijke regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor bedienden

  Afdeling 1. - Toepassingsgebied

  Art. 2. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de werknemers en de werkgevers die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.
  § 2. De toepassing van de in dit hoofdstuk bepaalde maatregel is evenwel beperkt tot de ondernemingen in moeilijkheden als bedoeld in § 4 die gebonden zijn door :
  1°een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het bevoegde paritair comité en neergelegd binnen de week na de publicatie van deze wet in het Belgisch Staatsblad ;
  2° bij ontstentenis van een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst bedoeld in 1° voor de ondernemingen met een vakbondsafvaardiging, een cao gesloten op het niveau van de onderneming. Indien binnen de twee weken na het opstarten van de onderhandelingen,via de formele uitnodiging van de vakbondsafvaardiging, om te komen tot het sluiten van een cao op het niveau van de onderneming, geen resultaten worden bereikt, kan de werkgever de maatregel bedoeld in dit hoofdstuk vooralsnog toepassen voor zover hij gebonden is door een ondernemingsplan bedoeld in dit artikel dat is goedgekeurd overeenkomstig de procedure voorzien in § 3;
  3° bij ontstentenis van een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in 1°, voor de ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging, een ondernemingsplan als bedoeld in dit artikel dat is goedgekeurd overeenkomstig de procedure voorzien in § 3;
  4° bij ontstentenis van een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst bedoeld in 1°, voor de ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging, een collectieve arbeidsovereenkomst;
  5° een ondernemingsplan dat werd verlengd of behouden met toepassing van artikel 3;
  6° een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst die betrekking heeft op de tijdelijke en collectieve regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, in uitvoering van hoofdstuk III van titel II van de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis, en die nog van kracht is op 31 januari 2011.
  Het bij 2°, 3° en 5° bepaalde ondernemingsplan heeft bindende kracht ten aanzien van de werkgevers en de werknemers in de onderneming.
  De collectieve arbeidsovereenkomsten en het bij 1° tot 4° bepaalde ondernemingsplan moeten :
  - uitdrukkelijk vermelden dat ze gesloten zijn in het kader van dit hoofdstuk;
  - worden neergelegd ter griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
  - maatregelen bevatten tot maximaal behoud van de tewerkstelling;
  - het bedrag van het supplement bedoeld in artikel 6, § 7 vermelden;
  - de duurtijd van de volledige of gedeeltelijke schorsing van de arbeidsovereenkomst bepalen, zonder dat die duurtijd de maximale duurtijd bepaald in artikel 9 mag overschrijden.
  § 3. Het ondernemingsplan bedoeld in § 2, eerste lid, 2° en 3°, moet door de onderneming samen met een gemotiveerde aanvraag bij aangetekend schrijven worden overgemaakt aan de Directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
  De Directeur-generaal legt het betrokken ondernemingsplan onmiddellijk ter beslissing voor aan de Commissie " Ondernemingsplannen " bedoeld in het hoofdstuk III van deze Titel.
  De Commissie neemt binnen de twee weken na ontvangst van het ondernemingsplan een gemotiveerde beslissing op basis van volgende criteria :
  - de onderneming voldoet aan de voorwaarden tot erkenning als onderneming in moeilijkheden overeenkomstig de bepalingen van § 4;
  - het ondernemingsplan voldoet aan de bepalingen van § 2;
  - er wordt aangetoond dat de toepassing van de maatregel voorzien in het ondernemingsplan leidt tot het vermijden van ontslagen.
  De gemotiveerde beslissingen van deze commissie worden door de Directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg overgemaakt aan de betrokken ondernemingen.
  § 4. Onder onderneming in moeilijkheden wordt begrepen :
  1° De onderneming, in de zin van de juridische entiteit, met een substantiële daling van minimum 15 % van de omzet of de productie in één van de vier kwartalen voorafgaand aan het eerste gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis, vergeleken met hetzelfde kwartaal van het jaar 2008; als deze daling niet voortvloeit uit het laatste kwartaal voorafgaand aan het gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis, dan moet de dalende trend worden bevestigd in het of de daaropvolgende kwarta(a)l(en) voorafgaand aan het gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis. Als bewijs van de daling in de omzetcijfers wordt de btw-aangifte van de betreffende kwartalen als bijlage toegevoegd.
  De substantiële daling van 15 % van de productie moet :
  - betrekking hebben op de volledige productie van de onderneming;
  - bekomen worden door een weging in functie van de belangrijkheid van de diverse producten in het productieproces en aanleiding geven tot een daaraan gerelateerde daling van de productieve arbeidsuren van de werknemers;
  - bewezen worden door de indiening van een dossier dat, naast de btw-aangiften van alle betreffende kwartalen, ook documenten bevat die de vereiste daling inzake productie aantonen en die de gevolgde berekeningswijze toelichten, zoals boekhoudkundige stukken en verslagen overgemaakt aan de ondernemingsraad.
  2° De onderneming, in de zin van de technische bedrijfseenheid bedoeld bij artikel 14 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven of van de juridische entiteit of van de vestigingseenheid in de zin van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, die, tijdens het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal tijdens hetwelke het formulier bedoeld bij artikel 5 wordt betekend, een aantal dagen tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen voor werklieden kent van ten minste 20 % van het globaal aantal aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven dagen.
  3° De onderneming, in de zin van de juridische entiteit, met een substantiële daling van de bestellingen van minimum 15 % in één van de vier kwartalen voorafgaand aan het eerste gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis, vergeleken met hetzelfde kwartaal van het jaar 2008; als deze daling niet voortvloeit uit het laatste kwartaal voorafgaand aan het gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis, dan moet de dalende trend worden bevestigd in het of de daaropvolgende kwarta(a)l(en) voorafgaand aan het gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis.
  De substantiële daling van 15 % van de bestellingen moet :
  - betrekking hebben op alle bestellingen van de onderneming;
  - bekomen worden door een weging in functie van de belangrijkheid van de diverse bestellingen en aanleiding geven tot een daaraan gerelateerde daling van de productieve arbeidsuren van de werknemers;
  - bewezen worden door de indiening van een dossier dat, naast ten indicatieve titel de btw-aangiften van alle betreffende kwartalen, ook alle documenten bevat die de vereiste daling inzake bestellingen aantonen en die de gevolgde berekeningswijze toelichten, zoals boekhoudkundige stukken en verslagen overgemaakt aan de ondernemingsraad.
  § 5. Wanneer de onderneming haar ondernemingsplan overmaakt bij aangetekend schrijven aan de Directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, moet zij het bewijs leveren dat zij voldoet aan één van de criteria van onderneming in moeilijkheden zoals bepaald in § 4, daarbij gebruik makend van het formulier en zijn bijlagen als bedoeld in artikel 5.
  Wanneer de onderneming voor de periode bepaald in § 4, eerste lid, 2°, de tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen voor werklieden van ten minste 20 % van het globaal aantal aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven dagen inroept, moet zij het bewijs daarvan leveren door een verklaring op eer, daarbij gebruik makend van het formulier en zijn bijlagen, als bedoeld in artikel 5.
  De bovenvermelde documenten en formulieren moeten gevoegd worden bij de aanvraag bepaald in § 3.
  § 6. De Commissie bedoeld in § 3, staat voor de ondernemingsplannen bedoeld in § 2, eerste lid, 3°, een afwijking toe op het minimumbedrag van het supplement bedoeld in artikel 6, § 7, derde lid, indien aan volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de onderneming heeft daartoe een akkoord gesloten met alle werknemers uit de onderneming;
  2° de onderneming toont aan dat er effectief overleg geweest is met alle werknemers uit de onderneming.
  De Commissie bedoeld in § 3, kan voor de ondernemingsplannen bedoeld in § 2, eerste lid, 2° en 3°, een afwijking toestaan op het minimumbedrag van het supplement bedoeld in artikel 6, § 7, derde lid, indien de commissie dit verantwoord acht. Deze beslissing moet bij unanimiteit genomen worden.

  Art. 3.§ 1. Wanneer de werkgever op 31 januari 2011 gebonden is door een ondernemingsplan tot invoering van de tijdelijke en collectieve regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, voorzien in hoofdstuk III van titel II van de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis, wordt de duur van dit ondernemingsplan betreffende die regeling automatisch verlengd of behouden overeenkomstig de volgende modaliteiten :
  1° wanneer de geldigheidsduur bepaald in het ondernemingsplan eindigt op 31 januari 2011 of op een datum die 31 maart 2011 voorafgaat, wordt de geldigheidsduur van dit ondernemingsplan verlengd tot [1 31 december 2011]1;
  2° wanneer de geldigheidsduur bepaald in het ondernemingsplan verbonden is aan de geldigheidsduur van de maatregel bepaald in hoofdstuk III van titel II van de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis, wordt de geldigheidsduur van dit ondernemingsplan verlengd tot de datum waarop dit hoofdstuk buiten werking treedt;
  3° wanneer de geldigheidsduur bepaald in het ondernemingsplan eindigt na 31 maart 2011, blijft de geldigheidsduur van dit ondernemingsplan behouden tot de in het plan voorziene datum, zonder evenwel de datum te mogen overschrijden waarop dit hoofdstuk buiten werking treedt.
  De directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg stelt de betrokken onderneming in kennis van de automatische verlenging met vermelding van de einddatum van het ondernemingsplan en van het bedrag van het supplement bedoeld in artikel 6, § 7, dat door de onderneming moet worden gerespecteerd. Hij stelt eveneens de Commissie bedoeld in artikel 2, § 3, in kennis van de verlenging.
  § 2. De duurtijd van een ondernemingsplan wordt op aanvraag van de onderneming verlengd onder de volgende voorwaarden :
  1° de werkgever is op het moment van zijn aanvraag gebonden door een ondernemingsplan tot invoering van de tijdelijke regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor bedienden, voorzien in hoofdstuk I van deze titel;
  2° de aanvraag wordt bij aangetekend schrijven gericht aan de Directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
  3° de aanvraag vermeldt de aangepaste einddatum van het plan.
  De geldigheidsduur van het ondernemingsplan wordt verlengd tot de in de verlengingsaanvraag voorziene datum, zonder evenwel de datum te mogen overschrijden waarop dit hoofdstuk buiten werking treedt.
  De Directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg stelt de betrokken onderneming in kennis van de verlenging met vermelding van de einddatum van het ondernemingsplan en van het bedrag van het supplement bedoeld in artikel 6, § 7, dat door de onderneming moet worden gerespecteerd. Hij stelt eveneens de Commissie bedoeld in artikel 2, § 3, in kennis van de verlenging.
  ----------
  (1)<W 2011-04-12/05, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 31-03-2011>

  Afdeling 2. - Tijdelijke regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor bedienden

  Art. 4. De werkgevers waarvan de onderneming voldoet aan één van de voorwaarden bedoeld in artikel 2, § 4, en die gebonden zijn door een collectieve arbeidsovereenkomst of een ondernemingsplan bedoeld in afdeling 1 van dit hoofdstuk, kunnen gebruik maken van de bepalingen van deze afdeling.

  Art. 5. Tenminste veertien dagen voor dat hij artikel 6 kan toepassen, moet de werkgever een formulier, overeenkomstig het model vastgelegd door de minister bevoegd voor Werk, bij aangetekend schrijven ter kennis geven aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is, waarbij hij bewijst dat hij aan de voorwaarden voorzien in artikel 2 voldoet.
  Indien hij zich beroept op de eerste voorwaarde van artikel 2, § 4, voegt hij aan dit formulier de btw-aangiften van de betrokken kwartalen bij.
  De dag van de kennisgeving voorzien in lid 1, moet de werkgever aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis van een ondernemingsraad, aan de vakbondsafvaardiging, een kopie van deze kennisgeving meedelen.

  Art. 6. § 1. Bij gebrek aan werk voor de bedienden, wegens economische oorzaken gebonden aan de crisis, mag de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de bediende geheel worden geschorst of kan een regeling van gedeeltelijke arbeid voor de bedienden met ten minste twee arbeidsdagen per week worden ingevoerd.
  Van de in het eerste lid geboden mogelijkheid mag enkel gebruik worden gemaakt, mits kennisgeving wordt gedaan door aanplakking op een goed zichtbare plaats in de lokalen van de onderneming, ten minste zeven dagen vooraf, de dag van aanplakking niet inbegrepen.
  De kennisgeving moet vermelden :
  1° naam, voornamen en gemeente van de woonplaats van de bedienden van wie de arbeidsovereenkomst wordt geschorst;
  2° het aantal schorsingsdagen en de data waarop de arbeidsovereekomst voor elke bediende geschorst zal zijn;
  3° de datum waarop de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de regeling van gedeeltelijke arbeid zal ingaan, en de datum waarop die schorsing of die regeling een einde zal nemen.
  De aanplakking kan worden vervangen door een geschreven kennisgeving aan iedere bediende van wie de arbeidsovereenkomst wordt geschorst, ten minste zeven dagen vooraf, de dag van de kennisgeving niet inbegrepen. Die kennisgeving moet de in het derde lid, 2° en 3°, bedoelde vermeldingen aangeven.
  Mededeling van de aanplakking of van de individuele kennisgeving wordt de dag zelf van de aanplakking of van de individuele kennisgeving door de werkgever aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening verzonden op elektronische wijze, volgens de nadere regelen vastgesteld door de Koning in uitvoering van artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of volgens de specifieke regelen die Hij voor de toepassing van deze afdeling vaststelt.
  § 2. Dezelfde dag van de bij § 1, tweede lid, voorziene kennisgeving, moet de werkgever aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis van een ondernemingsraad, aan de vakbondsafvaardiging de redenen die het gevolg zijn van de crisis meedelen die de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de instelling van een stelsel van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen.
  § 3. Gedurende de bij dit artikel bedoelde periodes van volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of van gedeeltelijke arbeid heeft de bediende het recht de overeenkomst zonder opzegging te beëindigen.
  § 4. Telkens als de werkgever het oorspronkelijk voorziene aantal schorsingsdagen verhoogt of van een regeling van gedeeltelijke arbeid overgaat naar een volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, is hij verplicht de bepalingen van § 1 van dit artikel na te leven.
  § 5. Voor de berekening van de duur van de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of van de regeling van gedeeltelijke arbeid, wordt er rekening gehouden met de duur welke door de werkgever in zijn kennisgeving werd aangeduid.
  De werkgever mag nochtans aan de uitwerking van zijn kennisgeving een einde maken en opnieuw de regeling van volledige arbeid invoeren, indien hij hiervan door individuele kennisgeving aan de bedienden mededeling doet.
  Er wordt voor de toepassing van het eerste lid abstractie gemaakt van de kalenderweken volgend op de beëindiging van de kennisgeving overeenkomstig het vorige lid, indien deze kennisgeving in de bij § 1, vijfde lid, voorziene vormen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening voorafgaandelijk werd meegedeeld.
  § 6. De werkgever die zich niet gedraagt naar de bepalingen van § 1, betreffende de formaliteiten van de kennisgeving, is gehouden aan de bediende zijn normaal loon te betalen tijdens een periode van zeven dagen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst.
  De werkgever die zich niet gedraagt naar de bepalingen waarbij de duur wordt beperkt van de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of van de regeling van gedeeltelijke arbeid, vastgesteld bij § 1, of door de werkgever ter kennis gebracht, is verplicht het normaal loon aan de bediende te betalen gedurende de periode die deze grenzen te buiten gaat.
  De werkgever die zich niet gedraagt naar de in het eerste lid bedoelde bepalingen, is gehouden aan de bediende zijn normaal loon te betalen tijdens een periode van zeven dagen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst; hij is tevens gehouden aan de bediende, in de daaropvolgende periode, voor de dagen tijdens welke de uitvoering van de overeenkomst krachtens dit artikel werkelijk geschorst is, zijn normaal loon te betalen.
  § 7. De werkgever is ertoe gehouden om voor elke dag waarop niet werd gewerkt in toepassing van dit artikel een supplement bovenop de crisisuitkeringen wegens schorsing van de arbeidsovereenkomst verschuldigd aan de bediende, te betalen. Dit supplement moet minstens gelijkwaardig zijn aan het supplement toegekend aan de arbeiders van dezelfde werkgever die genieten van werkloosheidsuitkeringen in geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst in toepassing van het artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of, bij ontstentenis van dergelijke arbeiders, aan het supplement als bepaald bij de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het paritair orgaan waaronder de werkgever zou ressorteren indien hij arbeiders zou tewerkstellen.
  Het bedrag van dit supplement wordt vastgesteld door een collectieve arbeidsovereenkomst overeenkomstig de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités of door een ondernemingsplan zoals voorzien in afdeling 1 van dit hoofdstuk.
  Onverminderd het eerste lid, en bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst in de zin van de wet van 5 december 1968, wordt het minimum bedrag van het supplement bepaald op 5 euro per dag waarop niet wordt gewerkt met toepassing van dit hoofdstuk.

  Art. 7. De uitvoering van de arbeidsovereenkomst kan bij toepassing van artikel 6 maar worden geschorst, wanneer de bediende al zijn volledige dagen inhaalrust waarop hij recht heeft ingevolge de artikelen 16 en 26bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971, de artikelen 7, § 3 en 8, § 3 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector en artikel 11 van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, reeds heeft toegekend gekregen.
  De in het eerste lid bedoelde schorsing moet eveneens worden verdaagd zolang, in geval van toepassing van artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, de prestaties van de werknemer de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur over de periode die de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voorafgaat, overschrijden.
  De werkgever mag volledige rustdagen toekennen om deze gemiddelde wekelijkse arbeidsduur na te leven.

  Art. 8. Zowel de bediende als de werkgever kunnen de overeenkomst opzeggen tijdens de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst bij toepassing van artikel 6.
  Bij opzegging door de bediende gegeven vóór de schorsing, loopt de opzeggingstermijn tijdens die schorsing.
  Bij opzegging door de werkgever gegeven vóór of tijdens de schorsing, houdt de opzeggingstermijn op te lopen tijdens de schorsing.

  Art. 9.De regeling van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst en de bij artikel 6 bedoelde regeling van gedeeltelijke arbeid, kunnen worden ingevoerd voor de periodes voorzien in de afdeling 1 van dit hoofdstuk, bedoelde collectieve arbeidsovereenkomsten of ondernemingsplan en dit voor maximaal respectievelijk zestien of zesentwintig kalenderweken per kalenderjaar.
  Elke kennisgeving moet betrekking hebben op één kalenderweek of meerdere kalenderweken in geval het gaat om een regeling van volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of om een regeling van gedeeltelijke arbeid met ten minste twee arbeidsdagen per week.
  Ingeval over éénzelfde jaar de regeling van volledige schorsing [1 van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst]1 en van gedeeltelijke arbeid met mekaar gecombineerd worden, vormen twee weken van gedeeltelijke arbeid het equivalent van een week volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.
  ----------
  (1)<W 2011-04-12/05, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 31-03-2011>

  Afdeling 3. - Wijzigingsbepalingen

  Art. 10. Artikel 7, § 1, derde lid, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, wordt aangevuld met de bepalingen onder zd), luidende :
  " zd). Met behulp van de instellingen opgericht krachtens punt i), onder de voorwaarden en de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld, de uitbetaling verzekeren van een crisisuitkering wegens schorsing van de arbeidsovereenkomst voor bedienden. Deze uitkering wordt voor de toepassing van dit artikel en zijn uitvoeringsbesluiten beschouwd als een werkloosheidsuitkering. ".

  Art. 11. Artikel 53 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Het Fonds neemt 27 % ten laste van het bedrag van de crisisuitkering wegens schorsing van de arbeidsovereenkomst voor bedienden uitbetaald aan de bedienden die in uitvoering van hoofdstuk I van titel I van de wet houdende verlenging van de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord van 1 februari 2011 overgaan tot de schorsing van de arbeidsovereenkomst of tot een regeling van gedeeltelijke arbeid. ".

  Afdeling 4. - Inwerkingtreding

  Art. 12.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 februari 2011 en treedt buiten werking op [1 31 december 2011]1.
  [1 Tweede lid opgeheven.]1
  ----------
  (1)<W 2011-04-12/05, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 31-03-2011>

  HOOFDSTUK 2. - Crisispremie

  Art. 13. Dit hoofdstuk is van toepassing op de werknemers die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor werklieden in de zin van artikel 2 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, en op hun werkgever.
  Dit hoofdstuk is evenwel niet van toepassing op de werklieden en op hun werkgevers die zijn uitgesloten van de toepassing van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.

  Art. 14. Elke werkman waarvan de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt beëindigd zonder dringende reden, met of zonder naleving van een opzeggingstermijn, heeft recht op een forfaitaire crisispremie van 1 666 euro. Dit bedrag wordt vrijgesteld van de inkomstenbelastingen.
  Deze forfaitaire crisispremie wordt uitgesloten uit het begrip loon zowel voor de toepassing van artikel 14 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatst gewijzigd door de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I) als voor de toepassing van artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatst gewijzigd door de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I).
  Wanneer de werkman wordt tewerkgesteld in uitvoering van een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid in de zin van artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt deze forfaitaire crisispremie verminderd in verhouding tot de arbeidsprestaties voorzien in de arbeidsovereenkomst.
  De verhouding wordt berekend ten aanzien van een voltijdse werknemer in een vergelijkbare situatie, zoals omschreven in artikel 2, 3°, van de wet van 5 maart 2002 betreffende het beginsel van non-discriminatie ten gunste van deeltijdwerkers.
  Het vorige lid is eveneens van toepassing op de bedragen bedoeld bij artikel 16.

  Art. 15. Artikel 14 is niet van toepassing wanneer de arbeidsovereenkomst voor werklieden wordt beëindigd :
  - tijdens de proefperiode;
  - met het oog op pensionering;
  - met het oog op brugpensioen;
  - in het kader van een herstructurering indien de werkman die op het tijdstip van de mededeling door de werkgever van de intentie tot collectief ontslag, ten minste één jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij de werkgever in herstructurering heeft, zich kan inschrijven in de tewerkstellingscel overeenkomstig artikel 34 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.

  Art. 16. De werkgever betaalt op het ogenblik dat de arbeidsovereenkomst een einde neemt een gedeelte van de bij artikel 14 bedoelde forfaitaire crisispremie dat gelijk is aan 555 euro.
  De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening betaalt de overige 1 111 euro.

  Art. 17.§ 1. De werkgever wordt vrijgesteld van het betalen van zijn deel van de forfaitaire crisispremie indien aan één van de volgende voorwaarden voldaan is :
  1° de werkman heeft op het tijdstip van de kennisgeving van het ontslag minder dan zes maanden anciënniteit;
  2° de werkman heeft op het tijdstip van de mededeling door de werkgever van de intentie tot collectief ontslag minder dan één jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij de werkgever in herstructurering en het ontslag gebeurt in het kader van een herstructurering waarbij de werkman zich kan inschrijven in de tewerkstellingscel overeenkomstig artikel 34 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact;
  3° ten aanzien van de werkman werd, indien de kennisgeving van het ontslag valt in de periode van 1 februari 2011 tot 31 maart 2011, door deze werkgever in de periode van 1 november 2010 tot 31 januari 2011, een maatregel van collectieve vermindering of individuele vermindering van de arbeidsduur toegepast zoals voorzien door titel I of titel II, hoofdstuk 2, van de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis;
  4° ten aanzien van de werkman werd, indien de kennisgeving van het ontslag valt in de periode van 1 februari 2011 [1 tot de einddatum van de toepassing]1 van de maatregel geregeld door het huidig hoofdstuk, de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden door deze werkgever in de periode van 1 november 2010 tot de dag vóór de kennisgeving van het ontslag geschorst in toepassing van artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten gedurende een aantal dagen, in functie van zijn arbeidsregeling, gelijk aan vier weken zo de werkman minder dan twintig jaar anciënniteit telt in de onderneming op het tijdstip van de kennisgeving van zijn ontslag en aan acht weken zo de werkman ten minste twintig jaar anciënniteit telt in de onderneming op het tijdstip van de kennisgeving van zijn ontslag.
  § 2. De Commissie bedoeld in hoofdstuk 3 kan, voor de ondernemingen met minder dan 10 werknemers, een afwijking voorzien op de betaling door de werkgever van de forfaitaire crisispremie bedoeld in artikel 16, eerste lid. Deze afwijking kan worden toegekend op vraag van de werkgever voor zover de betrokken onderneming economische moeilijkheden kent. De Koning bepaalt de nadere regels met betrekking tot deze afwijking bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Hij bepaalt eveneens, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wat dient te worden verstaan onder " economische moeilijkheden " en de wijze van vaststelling van het bovengenoemd aantal van 10 werknemers.
  § 3. Indien de werkgever aan één van de in § 1 bedoelde voorwaarden voldoet of indien de onderneming geniet van de in § 2 bedoelde afwijking, wordt de forfaitaire crisispremie betaald door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
  ----------
  (1)<W 2011-04-12/05, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 31-03-2011>

  Art. 18.§ 1. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening wordt belast met het betalen, met behulp van de organismen opgericht krachtens artikel 7, § 1, derde lid, i), van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, van het gedeelte van de crisispremie bedoeld in de artikelen 16 en 17 dat ten zijnen laste is.
  Dit gedeelte van de crisispremie wordt voor de toepassing van artikel 7 van de voormelde besluitwet van 28 december 1944 en zijn uitvoeringsbesluiten beschouwd als een werkloosheidsuitkering behoudens indien de Koning daarvan afwijkt.
  De Koning bepaalt de nadere regels en modaliteiten voor de toekenning van het gedeelte van de crisispremie, bedoeld in het eerste lid. Hij kan voorzien in welke omstandigheden de werkman die op het tijdstip van de kennisgeving van het ontslag minder dan zes maanden anciënniteit heeft, en reeds eerder een crisispremie ontvangen heeft, niet opnieuw gerechtigd is op de premie.
  De Koning kan eveneens voorzien onder welke voorwaarden en volgens welke modaliteiten de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een terugbetaling verricht aan de werkgever die aan de werkman een bedrag heeft betaald dat door de Rijksdienst ten laste moet genomen worden.
  De Koning kan tevens de nadere regels voor de terugbetaling van de door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorzieningen betaalde crisispremie, als de onderneming die de werkman heeft ontslagen hem opnieuw in dienst neemt binnen een termijn van drie maanden na de datum van zijn ontslag.
  § 2. De bepalingen van artikel 7, § 4, van de voormelde besluitwet van 28 december 1944 zijn van toepassing op de bepalingen van dit hoofdstuk, waarbij de controle op de toekenning van het gedeelte van de crisispremie bedoeld in § 1, eerste lid, gelijkgesteld wordt met de controle van de werkelijkheid van de werkloosheid.
  Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, worden de ambtenaren van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening die aangesteld zijn [1 overeenkomstig artikel 17 van het Sociaal Strafwetboek]1, belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk betreffende de toekenning van het gedeelte van de crisispremie bedoeld in § 1, eerste lid.
  [1 Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.]1
  ----------
  (1)<W 2016-02-29/09, art. 100, 003; Inwerkingtreding : 01-05-2016>

  Art. 19. § 1. De koninklijke besluiten genomen ter uitvoering van artikelen 153 en 154 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen blijven van kracht totdat zij uitdrukkelijk worden opgeheven.
  § 2. In artikel 7, lid 2, 1°, van het koninklijk besluit van 15 februari 2010 tot uitvoering van artikel 154 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen, betreffende de crisispremie, worden de woorden " tussen 1 januari 2010 en 30 juni 2010 " vervangen door " na 1 januari 2010 ".

  Art. 20.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn slechts van toepassing op de opzeggingen die werden ter kennis gebracht tussen 1 februari 2011 en [1 31 december 2011 ]1.
  [1 Tweede lid opgeheven.]1
  ----------
  (1)<W 2011-04-12/05, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 31-03-2011>

  HOOFDSTUK 3. - Commissie " Ondernemingsplannen "

  Art. 21. Bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg wordt een Commissie " Ondernemingsplannen " opgericht.

  Art. 22. De Commissie heeft als opdracht :
  1° zich, bij gemotiveerde beslissing, uit te spreken over de ondernemingsplannen die haar werden overgemaakt overeenkomstig de criteria bepaald in artikel 2, § 3, derde lid, binnen de in voormelde bepaling voorziene termijn;
  2° voor ondernemingen met minder dan 10 werknemers die in economische moeilijkheden verkeren zoals bepaald door de Koning, bij gemotiveerde beslissing een afwijking toe te staan op de betaling door de werkgever van de forfaitaire crisispremie bedoeld in artikel 14.

  Art. 23. De Commissie is samengesteld uit :
  1° vijf vaste leden en vijf plaatsvervangende leden voorgesteld door de representatieve werknemersorganisaties die zetelen in de Nationale Arbeidsraad;
  2° vijf vaste leden en vijf plaatsvervangende leden voorgesteld door de representatieve werkgeversorganisaties die zetelen in de Nationale Arbeidsraad;
  3° drie leden die in het domein van het sociaal overleg en op het vlak van de in de wet bepaalde maatregelen een bijzondere kennis en ervaring hebben.
  De Minister bevoegd voor Werk benoemt de in 1°, 2° en 3° bedoelde leden bij ministerieel besluit, alsook de voorzitter en de ondervoorzitter van de commissie onder de leden bedoeld in 3°.

  Art. 24. Het secretariaat van de Commissie wordt waargenomen door ambtenaren van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

  Art. 25.§ 1. De duurtijd van het mandaat van de leden is gelijk aan de geldigheidsduur van de maatregelen vermeld [1 in het hoofdstuk II/1 van titel III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, ingevoegd door de wet van 12 april 2011]1.
  Het mandaat van een lid eindigt :
  1° in geval van ontslagneming;
  2° wanneer de organisatie die de betrokkenen heeft voorgedragen om zijn vervanging verzoekt;
  3° wanneer de betrokkene geen deel meer uitmaakt van de organisatie die hem heeft voorgedragen;
  4° in geval van overlijden.
  Binnen de zeven dagen wordt voorzien in de vervanging van elk lid wiens mandaat voortijdig een einde heeft genomen. In dat geval voltooit het nieuwe lid het mandaat van het lid dat hij vervangt.
  § 2. De leden van de Commissie, benoemd krachtens de voormelde wet van 19 juni 2009, blijven evenwel aan tot op het moment van hun vervanging.
  ----------
  (1)<W 2011-04-12/05, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

  Art. 26. De leden van de Commissie mogen zich laten bijstaan door technische raadgevers. Hun aantal wordt vastgesteld door het huishoudelijk reglement.

  Art. 27. De overmaking van de ondernemingsplannen door de Directeur-generaal aan de leden van de Commissie kan op elektronische wijze gebeuren.

  Art. 28. Om geldig te kunnen beslissen moet de meerderheid van de leden van de Commissie aanwezig zijn.
  Bovendien moet de meerderheid van de in artikel 23, 1° en 2° bedoelde leden aanwezig zijn.
  Indien het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, wordt de Commissie binnen de drie dagen opnieuw bijeengeroepen.
  Voor een ondernemingsplan dat voor de tweede maal op de agenda wordt geplaatst, kan de Commissie geldig beslissen ongeacht het aantal aanwezige leden.

  Art. 29. Een beslissing van de Commissie is slechts geldig wanneer zij bij meerderheid van de stemmen van haar leden wordt genomen.
  In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Hij mag zich niet onthouden.
  De secretaris en de technische raadgevers hebben geen stemrecht.

  Art. 30. De werkzaamheden van de Commissie worden door de voorzitter geleid.
  De ondervoorzitter vervangt de voorzitter als deze afwezig of verhinderd is.

  Art. 31. De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de minister bevoegd voor Werk.
  Het huishoudelijk reglement opgesteld krachtens de voormelde wet van 19 juni 2009, blijft van toepassing tot op het moment van zijn vervanging.

  Art. 32. De Koning kan nadere regels bepalen met betrekking tot de werking van deze commissie, de vergoeding van haar leden alsook de terugbetaling van hun verplaatsingskosten.

  TITEL 2. - Uitvoering van het Interprofessioneel akkoord

  HOOFDSTUK 1. - Halftijds brugpensioen

  Art. 33. In artikel 112, eerste lid, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2007 en 27 maart 2009 worden de woorden " voor de periode van 1 januari 2009 tot 31 december 2010 " vervangen door de woorden " voor de periode van 1 januari 2011 tot 31 december 2012 ".

  Art. 34. § 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen met betrekking tot het halftijds brugpensioen met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2007 en 27 maart 2009, worden de woorden " voor de periode van 1 januari 2009 tot 31 december 2010 " vervangen door de woorden " voor de periode van 1 januari 2011 tot 31 december 2012 ".
  § 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2007 en 27 maart 2009, worden de woorden " 30 juni 2008 " vervangen door de woorden " 30 juni 2010 ".
  § 3. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2007 en 27 maart 2009, worden de woorden " 31 december 2010 " vervangen door de woorden " 31 december 2012 ".

  HOOFDSTUK 2. - Eenmalige innovatiepremies

  Art. 35. In artikel 31 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2009, worden de woorden " 1 januari 2011 " telkens vervangen door de woorden " 1 januari 2013 ".

  HOOFDSTUK 3. - Activering van de inspanningen ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen en van de actieve begeleiding en opvolging van werklozen

  Art. 36. Artikel 195 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. In afwijking van de bepalingen van § 1, gelden de bepalingen inzake de inspanning ten voordele van de personen die behoren tot de risicogroepen en de inspanning ten bate van de actieve begeleiding en opvolging van werklozen, zoals bedoeld in de afdelingen 1 en 2, in de periode van 1 januari 2011 tot 31 december 2012. ".
  Het koninklijk besluit van 26 april 2009 waarbij bepaalde categorieën van werkgevers vrijgesteld worden van de bijzondere werkgeversbijdrage ter financiering van het stelsel van de tijdelijke werkloosheid en de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen ingesteld bij koninklijk besluit van 27 november 1996 geldt eveneens van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012. ".

  HOOFDSTUK 4. - Vrijstelling van de verplichting om jongeren aan te werven in het kader van het startbanenstelsel

  Art. 37. In artikel 42, § 1, 1°, van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, vervangen bij de wet van 17 mei 2007, worden de woorden " artikel 195, derde lid, van voornoemde wet van 27 december 2006; " vervangen door de woorden " artikel 195, § 1, derde lid, van voornoemde wet van 27 december 2006 en voor de periode van 1 januari 2011 tot 31 december 2012; ".

  HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding

  Art. 38.[1 Deze titel heeft uitwerking op 1 januari 2011 en treedt buiten werking op 31 december 2012.]1
  ----------
  (1)<W 2011-04-12/05, art. 56, 002; Inwerkingtreding : 08-05-2011>
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 1 februari 2011.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 29-02-2016 GEPUBL. OP 21-04-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 18)
  • originele versie
  • WET VAN 12-04-2011 GEPUBL. OP 28-04-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 9; 12; 17; 20; 25; 38)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2010-2011. Kamer Doc 53 1112 001 : Wetsvoorstel van Mevr. Fonck c.s. 002 : Amendementen 003 : Verslag. 004 : Tekst aangenomen door de Commissie. 005 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat Integraal verslag : 27 januari 2011. Senaat 5-716 Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat. Nr. 2 : Verslag. Nr. 3 : Beslissing niet te amenderen. Annales van de Senaat : 27 januari 2011.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie